D-CWP 300 - Waterpomp TALLAS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis D-CWP 300 TALLAS in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over D-CWP 300 TALLAS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding D-CWP 300 - TALLAS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. D-CWP 300 van het merk TALLAS.
GEBRUIKSAANWIJZING D-CWP 300 TALLAS
10.1 Reiniging van het aanzuigrooster 71
10.2 Reiniging van de rotor 71
10.3 Schoonmaak en controle van geïntegreede vlotter 72
-
PROBLEMEN OPSPOREN 72
-
GARANTie 72
WAARSCHUWINGEN

Lees deze
documentatie aandachtig door vóór de installatie.

Trek steeds de stekker uit het stopcontact alvorens enige interventie eren. Vermijd absoluut de droge werking: de pomp mag enkel worden hakeld wanneer hij is ondergedompeld in het water. Wanneer het weggezogen moet de pomp onmiddellijk worden uitgeschakeld door er uit het stopcontact te trekken.
1. TOEPASSINGEN
De dompelpompen werden ontworpen en gebouwd voor het pompen van schoon water voor huishoudelijk gebruik, met manuele of automatische werking, voor het leegpompen van kelders en ondergrondse garages die kunnen onderlopen, voor het leegpompen van zinkputten, straatkolken of regenwaterputten aangesloten op dakgoten, enz. Dankzij hun compacte, goed te hanteren vorm kunnen deze pompen ook worden gebruikt als draagbare pompen voor bijzondere toepassingen in noodgevallen, zoals het oppompen van water uit tanks of rivieren, het leegpompen van zwembaden en fonteinen of van afgravingen en onderdoorgangen. De pomp is ook geschikt voor tuinieren en hobby's in het algemeen.

Volgens de normen voor ongevallenpreventie die op dit gebied van kracht zijn, mogen deze pompen niet worden gebruikt in zwembaden, vijvers, bassins waar zich mensen bevinden, of voor het pompen van koolwaterstoffen (benzine, gasolie, stookolie, oplosmiddelen enz.). Zij werden niet ontworpen voor continu gebruik, maar voor gebruik in noodsituaties met beperkte duur. Maak de pomp schoon alvorens ze terug op te bergen: zie hoofdstuk "Onderhoud en Schoonmaak".
2. POMPBARE VLOEISTOFFEN
| Schoon water | • |
| Regenwater | • |
| Grijs afvalwater | • |
| Afvalwater | ○ |
| Ongezuiverd verontreinigd water dat vaste voorwerpen met lange vezels bevat | ○ |
| Fonteinwater | • |
| Water van rivieren of meren | • |
| Max. afmetingen deeltjes [mm] | ∅ 5 |
Geschikt
o Niet geschikt
De pomp is waterdicht en moet in de vloeistof worden ondergedompeld tot op een max. diepte van 7 m. Zie Tabel 3.
• Voedingsspanning: 220-240V, zie het plaatje met elektriciteitsgegevens
- Vertraagde lijnzekeringen (versie van 220-240V): waarden bij benadering (ampère)
• Temperatuurbereik van de vloeistof: -10°C +40°C
| Lijnzekeringen220-240V 50Hz |
| 2 |
Tabel 2
NEDERLANDS
| Drainage schoon water | |||
| Model | P1=300 | P1=600 | |
| Elektrische gegevens | P1 Nominaal opgenomen vermogen [W] | 300 | 600 |
| Netspanning [V] | 220-240 AC | 220-240 AC | |
| Netfrequentie [Hz] | 50 | 50 | |
| Stroom [A] | 1.3 | 2.5 | |
| Condensator [μF] | 8 | 12.5 | |
| Condensator [Vc] | 450 | 450 | |
| Hydraulische gegevens | Max. debiet [l/min] | 125 | 195 |
| Max. opvoerhoogte [m] | 6.5 | 9 | |
| Max. opvoerhoogte [bar] | 0.65 | 0.9 | |
| Max. dompeldiepte [m] | 7 | 7 | |
| Min. hoogte start AUT [mm] | 115 | 115 | |
| Hoogte stop[mm] | 45 | 45 | |
| Hoogte resterend water AUT [mm] | 2-3 | 2-3 | |
| Toepassings-gebieden | Lengte voedingskabel [m] | 10 | 10 |
| Soort kabel | H05 RNF | H05 RNF | |
| Beschermingsgraad motor | IP X8 | IP X8 | |
| Isolatieklasse | F | F | |
| Temperatuurrange vloeistof [°C] volgens EN 60335-2-41 voor huishoudelijk gebruik | 0 °C / +35 °C | 0 °C / +35 °C | |
| Max. afmetingen deeltjes [mm] | ∅ 5 | ∅ 5 | |
| Max. omgevingstemperatuur [°C] | +40 °C | +40 °C | |
| Gewicht | DNM GAS | 1" 1/4 M | 1" 1/4 M |
| Netto/brutogewicht [kg] | 4.8 / 5.5 | 5.3 / 6 | |
Tabel 3

Als de pomp geen ondersteuning heeft kan hij het gewicht van de leidingen niet dragen; dit gewicht moet derhalve op een andere manier worden ondersteund.
4. BEHEER
4.1 Opslag
Alle pompen moeten worden opgeslagen in een overdekte, droge ruimte met een zo mogelijk constante luchtvochtigheid, zonder trillingen en stof. Ze worden geleverd in hun oorspronkelijke verpakking, waarin ze tot aan het moment van installatie moeten blijven.
4.2 Transport
Voorkom dat er onnodig tegen de producten wordt gestoten en gebotst.
4.3 Gewicht en afmetingen
De sticker aangebracht op de verpakking vermeldt het totaalgewicht en de afmetingen van de elektropomp.
5. WAARSCHUWINGEN

De pompen mogen niet worden verplaatst, worden opgeheven of werken terwijl ze opgehangen zijn aan de voedingskabel. Gebruik hiervoor enkel het specifiek handvat.
- De pomp mag nooit droog draaien.
- De afdichting bevat een niet-giftig smeermiddel, dat echter de eigenschappen van het water kan aantasten (als het gaat om zuiver water) in het geval dat de pomp zou lekken.
6. INSTALLATIE
Draai de elleboogbuis met slangaansluiting, aanwezig in de verpakking, vast. Gebruik tevens een klemring om de buis te bevestigen aan de aansluiting.
- Indien de putbodem waarop de pomp steunt erg vuil is, is het nuttig een verhoogde steun te plaatsen om te vermijden dat het rooster aan de aanzuigzijde verstopt wordt (Fig.1).
- Dompel de pomp volledig in het water.
- De put moet de volgende minimale afmetingen hebben:
Min. afmetingen basis min. (mm) 200x200 / min. hoogte (mm) 400
- De afmetingen van de put moeten steeds in verhouding zijn met de hoeveelheid aangevoerd water en het pompdebiet, zodat de motor niet te vaak moet opstarten per uur. Het wordt strikt aanbevolen om niet meer dan 20 keer op te starten per uur.
NEDERLANDS

De pomp moet worden geïnstalleerd in verticale positie
De lengte van de voedingskabel die op de pomp aanwezig is beperkt de maximale dompeldiepte bij het gebruik van de pomp zelf. Respecteer de aanduidingen op het typeplaatje en in deze handleiding, tabel 3.
8. STARTEN
1) Steek de stekker van de voedingskabel in een 220-240V stopcontact.
2) Wanneer de vlotter het ON-peil heeft bereikt zal de pomp worden opgestart en blijven werken totdat het OFF-peil werd bereikt.
3) De geïntegreerde vlotterschakelaar schakelt de pomp automatisch in en uit, wanneer de wijzer (2) op "A" staat.
Manual operation (M):
4) Om de pomp in werking te stellen dient u de keuzeknop (3) op te lichten en de wijzer (2) op "M" te zetten. In dit geval zuigt de pomp tot 2-3 mm aan.
5) Om te controleren of de vlotter correct werkt en goed schoon is dient u de sluitkap (1) te openen door de keuzeknop op "O" te zetten.

text_image
1 2 39. VOORZORGSMAATREGELEN
BEVRIEZINGSGEVAAR: wanneer de pomp buiten werking blijft bij een temperatuur lager dan 0°C, moet men er voor zorgen dat er geen waterresten in de pomp kunnen bevriezen, waardoor er barsten zouden kunnen ontstaan in de plastic onderdelen. Indien de pomp werd gebruikt met vloeistoffen die neerslaan of met bleekwater, dan moet ze na gebruik worden gespoeld met behulp van een krachtige waterstraal, om neerslag- of korstvorming te vermijden, wat zou leiden tot de vermindering van de pompprestaties.
10. ONDERHOUD EN REINIGING
Bij de normale werking vereist de elektropomp geen enkel onderhoud In ieder geval mogen alle reparaties en onderhoudswerkzaamheden pas worden uitgevoerd nadat de pomp is afgekoppeld van het voedingsnet. Verzeker u er bij het starten van de pomp altijd van dat het aanzuigfilter gemonteerd is, zodat er geen gevaar of mogelijkheid bestaat van toevallige aanraking van de bewegende onderdelen.
10.1 Reiniging van het aanzuigrooster
(Afbeelding.2)
- De elektrische voeding van de pomp uitschakelen.
- De pomp aftappen.
- Draai de bevestigingsschroeven op de filter (b) los.
- Het aanzuigrooster verwijderen (c).
- Het aanzuigrooster reinigen en weer terugplaatsen.
10.2 Reiniging van de rotor
(Afbeelding.3)
- De elektrische voeding van de pomp uitschakelen.
- De pomp aftappen.
- Draai de bevestigingsschroeven op de filter (b) los.
- Het aanzuigrooster verwijderen (c).
- De pomp afwassen met schoon water om vuil dat mogelijk tussen de motor en de pompmantel zit te verwijderen (d).
- Controleren of de rotor vrij kan draaien.
- De onderdelen in elkaar zetten door de demontagewerkzaamheden omgekeerd uit te voeren.
NEDERLANDS
10.3 Schoonmaak en controle van geïntegreede vlotter
(Afbeelding.4)
- De elektrische voeding van de pomp uitschakelen.
- De pomp aftappen.
- Duw tegen de hendel van de schakelaar en demonteer het deksel van de vlotter.
- Verwijder de vlotter, controleer of er enig materiaal de vrije beweging van de vlotter belemmert en maak deze schoon indien nodig.
- De onderdelen in elkaar zetten door de demontagewerkzaamheden omgekeerd uit te voeren.
11. PROBLEMEN OPSPOREN

Voordat begonnen wordt met het opsporen van storingen, moet de pomp eerst losgekoppeld worden van het elektriciteitsnet (door de stekker uit het stopcontact te halen). Indien de voe-dingskabel of een elektrisch onderdeel van de pomp beschadigd zijn, mogen deze alleen door de fabrikant of diens technische klantenservice of door een iemand met gelijke bevoegdheid.
| STORINGEN | CONTROLES (mogelijke oorzaken) | OPLOSSINGEN | |
| 1 | De motor start niet en maakt geen geluiden. | A. Controleren of er spanning op de motor staat.B. De veiligheidszekeringen contro-leren.C. De schakelaar wordt niet geactiveerd door de vlotter. | A. Controleer dat de stekker correct in het stopcontact steekt.B. Hen vervangen als ze doorgebrand zijn.C. - Nagaan of de vlotter vrij kan bewegen.- De diepte van de put vergroten. |
| 2 | Het debiet van de pomp is onvoldoende. | A. Het aanzuigrooster of de leidingen zitten verstopt.B. De rotor is versleten of zit verstopt.C. De vereiste opstuwhoogte is hoger dan de prestaties die de pomp kan leveren.D. Aanwezigheid lucht.E. Het peil staat onder de minimale aanzuighoogte. | A. Verwijder de belemmeringen of plaats de gekronkelde buis terug recht.B. De rotor vervangen of de verstopping opheffen.C. Vervang de pomp met één met een hogere opvoerhoogte.D. Wacht minstens 1 minuut totdat de lucht wordt verwijderd. |
| 3 | De pomp stopt Niet. | A. De schakelaar wordt niet gedeactiveerd door de vlotter. | A. Nagaan of de vlotter vrij kan bewegen. |
| 4 | Het debiet is Onvoldoende. | A. Nagaan of het aanzuigrooster niet gedeeltelijk verstopt zit.B. Nagaan of de rotor of de persleiding niet Gedeeltelijk verstopt zitten of aangekoekt zijn.C. Controleren of de terugslagklep (indien aanwezig) niet gedeeltelijk verstopt zit. | A. Eventuele verstop-pingen opheffen.B. Eventuele verstop-pingen opheffe.C. De terugslagklep grondig scho-onmaken. |
| 5 | De pomp stopt na korte tijd te hebben gewerkt. | A. De thermische/ampéro-metri-sche beveiliging laat de pomp stoppe. | A. Nagaan of de te pompen vloeistof geen te grote dichtheid heeft, want daardoor raakt de motor oververhit.B. Controleren of de temperatuur van het water niet te hoog is.C. Controleer of de waaier niet door een voorwerp geblokkeerd wordt.D. Stroomvoorziening niet conform de gegevens op het pompplaatje. |
12. GARANTIE

Elke wijziging waarvoor geen voorafgaande toestemming verkregen is, ontheft de fabrikant van iedere verantwoor-delijkheid. Alle vervangingsonderdelen die worden gebru-ikt bij reparaties moeten originele onderdelen zijn, en alle accessoires moeten geautoriseerd zijn door de fabrikant, zodanig dat de maxim veiligheid van de machines en van de installaties waarop zij gemonteerd kunnen wor-den, wordt gewaarborgd.
Dit product wordt gedekt door een wettelijk voorziene garantie (in de Europese Gemeenschap gedurende 24 maanden, met ingang op de aankoopdatum) voor alle storingen te wijten aan fabricagefouten of gebruikt materiaal.
Het product kan gratis worden vervangen door een perfect werkend product of gratis worden hersteld wanneer de volgende condities zich voordoen:
- Het product correct werd gebruikt, conform de instructies en er geen poging werd ondernomen voor herstelling door de koper zelf of derden.
- Het product werd overhandigd aan het verkooppunt, samen met het aankoopbewijs (factuur of kassabon) en een korte beschrijving van het opgetreden probleem.
Het vliegwiel en de onderdelen onderhevig aan slijtage worden niet gedekt door de garantie. De uitvoering van interventies tijdens de garantieperiode resulteert nooit in de verlening van deze periode.
INNHOLDSFORTEGNELSE
- ANVENDELSER....73
- VÄESKER SOM KAN PUMPES 73
- TEKNISKE SPESIFIKASJONER OG BEGRENSNINGER FOR BRUK....73
- BEHANDLING....74