C8FSHG - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C8FSHG HiKOKI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over C8FSHG HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C8FSHG - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C8FSHG van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING C8FSHG HiKOKI
Draaischijf Mesa giratoria Plataforma giratória Vridplatta
- Draaiend gedeelte scharnier
- Drehteil von Halter (A)
- Draaiend gedeelte klem-montage
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, anti-slip veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescherming, gebruikt voor gepaste omstandigheden, verminderen het risico op lichamelijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit-stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen. Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden. d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet. Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren. e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt. Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houdt uw kleding en haar uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken. g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien, dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt. Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico’s. h) Laat bekendheid opgedaan bij veelvuldig gebruik van gereedschap u niet zelfgenoegzaam worden waardoor u veiligheidsprincipes van het gereedschap negeert. Een onzorgvuldige actie kan ernstig letsel veroorzaken binnen een fractie van een seconde.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch
gereedschap a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei. U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt. ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN
VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP
WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specifi caties die met dit elektrisch gereedschap worden meegeleverd. Niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan resulteren in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst. De term „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding (bedraad) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontvlambare of explosieve vloeistoff en, gassen of stof. Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden. c) Houd kinderen en andere omstanders tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap uit de buurt. Afl eidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker van het elektrisch gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op het stopcontact. De stekker mag op geen enkele manier gemodifi ceerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap. Deugdelijke stekkers en geschikte stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Wanneer uw lichaam geaard is, loopt u een groter risico op een elektrische schok. c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrische gereedschap terechtkomt. d) Behandel het snoer voorzichtig. Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap aan te dragen of mee te slepen en gebruik het snoer niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok. e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifi ek geschikt is voor het gebruik buiten. Het gebruik van een snoer dat specifi ek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok. (Vertaling van de oorspronkelijke instructies) 00BookC8FSHGEU.indb7800BookC8FSHGEU.indb78 2019/07/0814:34:242019/07/0814:34:2479 Nederlands b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt. Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden. c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu, als deze losgemaakt kan worden, van het elektrische gereedschap voordat u afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrische gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart. d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken. Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen. e) Verzorg het elektrische gereedschap en accessoires. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed kunnen zijn op de juiste werking van het gereedschap. Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt. Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-het-zelf ongelukken. f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon. Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik. g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt, waarbij de werkomstandigheden en het werk dat gedaan moet worden in overweging moeten worden genomen. Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoeld, kan resulteren in een gevaarlijke situatie. h) Houd de handvat- en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Glibberige handvat- en greepoppervlakken zorgen voor onveilig gebruik en onveilige bediening van het gereedschap in onverwachte situaties.
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden en er mag daarbij uitsluitend gebruik gemaakt worden van identieke vervangingsonderdelen. Hierdoor kunt u er op rekenen dat het elektrisch gereedschap veilig blijft. VOORZORGSMAATREGELEN Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR VERSTEKZAAG a) Verstekzagen zijn bedoeld om hout of houtachtige producten te zagen, ze kunnen niet worden gebruikt met schurende doorslijpschijven voor het snijden van ijzerhoudend materiaal zoals staven, stangen, tapeinden, enz. Schurend stof zorgt ervoor dat bewegende delen, zoals de onderste beschermkap, vastlopen. Door vonken bij schurend zagen, zullen de onderste afscherming, het kerfi nzetstuk en andere plastic onderdelen branden. b) Gebruik klemmen om het werkstuk te ondersteunen wanneer dit mogelijk is. Als het werkstuk met de hand wordt ondersteunt, moet u uw hand altijd ten minste 100 mm van een van de zijden van het zaagblad houden. Gebruik deze zaag niet voor het zagen van stukken die te klein zijn om stevig te worden geklemd of met de hand vast te houden. Als uw hand zich te dicht bij het zaagblad bevindt, verhoogt dit de kans op letsel door contact met het zaagblad. c) Het werkstuk moet stil liggen en worden vastgeklemd of tegen zowel de geleider als de tafel gehouden worden. Voer het werkstuk niet aan tegen het zaagblad en zaag op geen enkele wijze „uit de vrije hand”. Werkstukken die niet worden geklemd of bewegende werkstukken kunnen bij hoge snelheden worden weggeslingerd en letsel veroorzaken. d) Duw de zaag door het werkstuk. Trek de zaag niet door het werkstuk. Als u een zaagsnede wilt maken, brengt u de zaagkop omhoog en trekt u deze zonder te zagen over het werkstuk, start u de motor, drukt u de zaagkop omlaag en duwt u de zaag door het werkstuk. Zagen met trekkende ketting veroorzaakt waarschijnlijk dat het zaagblad boven het werkstuk klimt en het zaagblad met geweld richting de gebruiker wordt geworpen. e) Plaats uw handen nooit over de bedoelde zaaglijn, zowel voor of achter het zaagblad. Het werkstuk ondersteunen „met gekruiste handen”, dat wil zeggen, het werkstuk rechts van het zaagblad houden met uw linkerhand of andersom, is heel gevaarlijk. f) Reik niet met één van uw handen achter de geleider op een afstand van minder dan 100 mm van een van de zijden van het zaagblad, om houtresten te verwijderen, of om welke andere reden dan ook, terwijl het zaagblad draait. De afstand van het ronddraaiende zaagblad tot uw hand is mogelijk niet duidelijk en u kunt ernstig gewond raken. g) Inspecteer uw werkstuk voordat u gaat zagen. Als het werkstuk gebogen of onregelmatig van vorm is, klem deze dan vast met de gebogen kant in de richting van de geleider. Zorg er altijd voor dat er geen ruimte is tussen het werkstuk, de geleider en de tafel langs de lijn van de zaagsnede. Verbogen of kromme werkstukken kunnen draaien of verschuiven en kunnen tijdens het zagen vastlopen in de werkbank. Er mogen geen spijkers of andere voorwerpen in het werkstuk zitten. h) Gebruik de zaag niet tot de tafel vrij is van alle gereedschappen, houtresten, enz., met uitzondering van het werkstuk. Kleine stukken hout of vuil of andere voorwerpen die in contact komen met het draaiende zaagblad kunnen met hoge snelheid weggeslingerd worden.
i) Zaag slechts één werkstuk per keer.
Meerdere gestapelde werkstukken kunnen niet voldoende worden vastgeklemd of geschoord en kunnen tijdens het zagen op het blad of de band vastlopen. 00BookC8FSHGEU.indb7900BookC8FSHGEU.indb79 2019/07/0814:34:242019/07/0814:34:2480 Nederlands j) Controleer of de verstekzaag is gemonteerd of geplaatst op een vlak, stevig werkoppervlak alvorens deze te gebruiken. Een vlak en stevige werkoppervlak vermindert het risico dat de verstekzaag onstabiel wordt. k) Plan uw werk. Elke keer dat u de hoek afschuinen of verstekzagen wijzigt, moet u ervoor zorgen de verstelbare geleider op de juiste manier is ingesteld om het werkstuk te ondersteunen en niet in contact kan komen met het zaagblad of het afschermingssysteem. Beweeg het zaagblad, zonder het gereedschap in te schakelen en zonder werkstuk op de tafel, door een volledig nagebootste snede om te controleren dat er geen contact zal worden gemaakt met de geleider.
I) Zorg voor voldoende ondersteuning, zoals een
uitschuifbaar deel van de tafel, schragen, enz., voor een werkstuk dat breder of langer is dan het bovenblad van de zaagtafel. Werkstukken die langer of breder zijn dan de verstekzaagtafel kunnen omvallen als ze niet stevig worden ondersteund. Als het afgesneden stuk of het werkstuk kantelt, kan dit de onderste afscherming omhoog duwen of door het draaiende zaagblad worden weggeslingerd. m) Gebruik niet een ander persoon in plaats van een uitschuifblad van de tafel of als extra ondersteuning. Door een onstabiele ondersteuning voor het werkstuk kan het zaagblad vastlopen of kan het werkstuk verschuiven tijdens het zagen, waardoor u en de helper naar het draaiende zaagblad worden getrokken. n) Het afgezaagde stuk mag niet worden geklemd of gedrukt, op welke manier dan ook, tegen het draaiende zaagblad. Als het afgesneden is, dat wil zeggen met behulp van lengtestops, kan het afgesneden stuk klem komen te zitten tegen het zaagblad en krachtig worden weggeslingerd. o) Gebruik altijd een klem of een werkstukhouder die is ontworpen voor het goed ondersteunen van rond materiaal, zoals stangen of leidingen. Stangen hebben de neiging te rollen terwijl deze afgezaagd worden, waardoor het zaagblad „bijt” en uw werk met uw hand naar het werk trekt. p) Laat het zaagblad op volledige snelheid komen voordat het contact komt met het werkstuk. Hierdoor wordt het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd beperkt. q) Als het werkstuk of het zaagblad bekneld raakt, schakel de verstekzaag dan uit. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu. Maak vervolgens het vastgelopen materiaal los. Doorgaan met zagen met een vastzittend werkstuk kan verlies van de controle of schade aan de verstekzaag veroorzaken. r) Na het voltooien van de zaagsnede geeft u de schakelaar vrij, houdt u de zaagkop omlaag en wacht u totdat het zaagblad tot stilstand komt voordat u het afgesneden stuk materiaal verwijdert. Het is gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het draaiende zaagblad te komen. s) Houd de handgreep stevig vast wanneer u een onvolledige zaagsnede maakt of wanneer u de schakelaar loslaat voordat de zaagkop geheel omlaag is. Het afremmen van de zaag kan ertoe leiden dat de zaagkop plotseling naar beneden wordt getrokken, wat een risico op letsel veroorzaakt. VOORZORGSMAATREGELEN
1. Werk op een vlakke, horizontale ondergrond die schoon
en goed opgeruimd is, dus zonder splinters en ander afvalmateriaal.
2. Zorg voor een degelijke verlichting van de werkplek.
3. Gebruik elektrisch gereedschap niet voor andere
doeleinden dan in de gebruiksaanwijzing beschreven.
4. Laat reparatie uitsluitend door een erkende
onderhoudsfaciliteit uitvoeren. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor beschadigingen en letsel veroorzaakt door een onjuiste reparatie door een niet-erkende instantie of een onjuist gebruik van het gereedschap.
5. Voor een veilige werking van elektrisch gereedschap
mogen de geplaatste afdekkingen, kappen en schroeven nooit worden verwijderd.
6. Raak beweegbare onderdelen of toebehoren niet
direct aan tenzij het netsnoer van het gereedschap is ontkoppeld.
7. Gebruik het gereedschap met een lager
ingangsvermogen dan op het naamplaatje aangegeven; de afwerking zou anders kunnen worden aangetast en de effi ciëntie worden verminderd door een overbelaste motor.
8. Reinig plastic onderdelen nooit met oplosmiddelen.
Oplosmiddelen als bijvoorbeeld benzine, thinner, petroleum, koolstof tetrachloride en alcohol kunnen de plastic onderdelen beschadigen of veroorzaken barsten. Veeg plastic onderdelen dus nooit met doeken die met deze middelen zijn bevochtigd af. Reinig plastic onderdelen met een zachte doek die licht met een oplossing van water en een neutraal schoonmaakmiddel is bevochtigd.
9. Gebruik uitsluitend de gespecifi ceerde oorspronkelijke
HiKOKI onderdelen voor het vervangen van onderdelen.
10. Dit gereedschap mag uitsluitend worden gedemonteerd
voor het vervangen van de koolborstels.
11. De gedetailleerde tekeningen van de montage in deze
gebruiksaanwijzing dienen uitsluitend voor gebruik door een erkende onderhoudsfaciliteit.
12. Probeer in geen geval metaal of steen te zagen.
13. Er dient te worden gezorgd voor voldoende algemene of
plaatselijke verlichting. Benodigdheden en afgewerkte werkstukken dienen zich in de nabijheid van de normale werkplek van de gebruiker te bevinden.
14. Draag indien nodig geschikte beschermende
kledingsstukken, zoals: Gehoorbescherming om het risico van beschadiging van uw gehoor tegen te gaan. Oogbescherming om de kans op oogletsel te voorkomen. Gezichtsmasker om het risico van het inademen van schadelijke stofdeeltjes tegen te gaan. Handschoenen voor het hanteren van zaagbladen (zaagbladen dienen indien mogelijk in een houder vervoerd te worden) en ruwe materialen.
15. De gebruiker dient voldoende getraind te zijn in het
gebruik, de afstelling en de bediening van de machine.
16. U mag in geen geval afgezaagde delen of andere
onderdelen van het werkstuk verwijderen terwijl de machine nog loopt en de zaagkop nog niet in de ruststand is teruggekeerd.
17. Gebruik de afkortzaagmachine nooit met de onderste
19. Gebruik de zaag niet wanneer de afschermingen niet
juist zijn aangebracht, wanneer deze niet goed werken of als ze niet in degelijke staat zijn.
20. Gebruik scherpe zaagbladen. Neem het maximale
toerental in acht dat op het zaagblad staat.
21. Gebruik geen zaagbladen die beschadigd of vervormd
22. Gebruik geen zaagbladen die gemaakt zijn van staal.
23. Gebruik uitsluitend zaagbladen die door HiKOKI worden
aanbevolen. Gebruik zaagblad overeenkomstig EN847-1.
24. De zaagbladen moeten een buitendiameter hebben
tussen 210 en 216 mm.
25. Gebruik het juiste zaagblad voor het materiaal dat
26. Gebruik de afkortzaagmachine nooit met het zaagblad
naar boven of naar de zijkant gekeerd.
27. Zorg dat er geen vreemde bestanddelen zoals nagels in
het werkstuk zitten.
28. Vervang het tafel-inzetstuk wanneer dit versleten is.
29. Gebruik de zaag enkel voor het zagen van hout,
aluminium en dergelijke.
30. Gebruik de zaag niet voor het snijden van andere
materialen dan die door de fabrikant worden aanbevolen.
31. Zorg dat het vervangen en positioneren van het za
agblad juist wordt uitgevoerd en alle waarschuwingen en instructies in acht worden genomen.
32. Sluit de afkortzaagmachine op een stofopvanginrichting
aan wanneer hout gezaagd wordt.
33. Wees voorzichtig bij het maken van gleuven.
34. Pak niet de houder vast wanneer u het gereedschap
draagt. Draag het gereedschap altijd aan de handgreep.
35. Het gevaar bestaat dat de steunen los komen. Houd
daarom de handgreep vast in plaats van de steun.
36. Begin pas met zagen wanneer het motortoerental de
maximumsnelheid heeft bereikt.
37. Schakel het gereedschap onmiddellijk uit wanneer dit
38. Schakel het gereedschap uit en wacht totdat het
zaagblad tot stilstand is gekomen voordat u begint met onderhoud of afstellingen.
39. Bij afschuinen of verstekzagen mag het zaagblad pas
omhooggehaald worden nadat dit volledig tot stilstand is gekomen.
40. Bij het snijden van schijven moet de zaag weg van de
bediener worden geduwd.
41. Houd rekening met alle mogelijke gevaren bij het zagen,
met name het weerkaatsen van laserstralen in uw ogen, het onbedoeld aanraken van bewegende onderdelen van de machine enzovoort.
42. Zorg er voor dat bij elk gebruik de machine stabiel is.
Gebruik alleen zaagbladen waarvan de maximaal toegestane snelheid hoger is dan de no-load-snelheid van het elektrische gereedschap. Vervang de laser niet door een ander type.
43. Sta niet in een lijn met het zaagblad voor de machine.
Altijd naast het zaagblad staan. Dit beschermt uw lichaam tegen mogelijke terugslag. Houd handen, vingers en armen uit de buurt van het draaiende zaagblad. Kruis uw armen niet tijdens het bedienen van de gereedschapsarm.
44. Als het zaagblad vastloopt, schakel het apparaat dan uit
en houd het werkstuk vast totdat het zaagblad volledig tot stilstand komt. Om tegenslag te voorkomen, mag het werkstuk niet bewogen worden tot nadat de machine volledig tot stilstand is gekomen. Corrigeer de oorzaak van het vastlopen van het zaagblad voor het herstarten van het apparaat. SYMBOLEN WAARSCHUWING Hieronder staan symbolen afgebeeld die van toepassing zijn op deze machine. U moet de betekenis hiervan begrijpen voor u de machine gaat gebruiken. C 8FSHG: Afkortzaagmachine met telescopisch zaagarm Om het risico op verwondingen te verminderen, moet de gebruiker de instructiehandleiding lezen. Draag altijd oogbescherming. Draag altijd gehoorbescherming. Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recyclebedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen. V volt Hz hertz A ampère
216 mm TCT zaagblad (gemonteerd op gereedschap)
1. Afkortzaagmachine met telescopisch zaagarm
Item Model C 8FSHG Motor Serie commutator motor Lasermarkeerinrichting Maximale output <0,39mW KLASSE 1M laserproduct Golfl engte 400 – 700 nm Laser medium Laserdiode Toepasselijk zaagblad Buitendia. 216 mm Gatdia. 30 mm Spanning (afhankelijk van land van verkoop)* 110 V 230 V Stroomverbruik* 1030 W 1100 W Snelheid zonder lading 5300 min
Max. zagen afmeting Hoofd Draaischijf Max. zaagafmeting Verstek
(Met ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte (Zonder ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte 65 mm 280 mm 54 mm 305 mm
Rechts 45° (Met ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte (Zonder ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte 65 mm 203 mm 54 mm 210 mm
Rechts 48° (Met ankerplaat) Max. hoogte Max. wijdte (Zonder ankerplaat) Max. hoogte Max. wijdte 65 mm 192 mm 54 mm 199 mm Schuin Links 45° 0 (Met ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte (Zonder ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte 38 mm 280 mm 26 mm 305 mm Max. zagen afmeting Samegesteld Links 45° Links 45°
Rechts 45° (Met ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte (Zonder ankerplaat) Max. hoogte Max. breedte 38 mm 203 mm 26 mm 210 mm Verstekzaagbereik Links 0° – 48° Rechts 0° – 48° Afschuinzaagbereik Links 0° – 47° Rechts 0° – 2° Verstekzaagbereik Link (schuin) 0° – 45°, Links (verstek) 0° – 45° Rechts (schuin) 0° – 45°, Rechts (verstek) 0° – 45° Afmetingen machine (Breedte × Diepte × Hoogte) 528 mm × 725 mm × 495 mm Gewicht (Netto)** 13,8 kg
- Controleer de waarde op het naamplaatje van de cirkelzaagmachine daar het vermogen per gebied mogelijk vers chillend is. ** Volgens EPTA-procedure 01/2014 00BookC8FSHGEU.indb8200BookC8FSHGEU.indb82 2019/07/0814:34:242019/07/0814:34:2483 Nederlands VOOR GEBRUIK LET OP Maak alle nodige afstellingen alvorens de stekker van het netsnoer in een stopcontact te steken.
Controleer dat de te gebruiken spanningsbron aan de spanningsvereisten die op het naamplaatje zijn aangegeven voldoet. Niet gebruiken met directe spanning, of transformators zoals boosters. Dit kan resulteren in schade of ongelukken.
2. Spanningsschakelaar
Controleer dat de spanningsschakelaar (oftewel startschakelaar) in de uit-stand (OFF) is gedrukt. Indien u de stekker van het netsnoer in een stopcontact steekt met deze schakelaar op ON gedrukt, zal het elektrische gereedschap direct in werking treden en mogelijk ernstig letsel of ongelukken veroorzaken.
Gebruik een verlengsnoer dat dik genoeg is en de aanbevolen capaciteit heeft indien er geen stopcontact in de buurt van de uit te voeren klus is. Houd het verlengsnoer zo kort als mogelijk.
4. Verwijder al het verpakkingsmateriaal bevestigd of
vastgemaakt aan het gereedschap voordat u poogt het te gebruiken.
5. Vrijgeven van de borgpen. (Afb. 2)
Bij het klaarmaken voor vervoer van het elektrisch gereedschap zijn de belangrijkste onderdelen vastgezet met een grendelpen. Druk de hendel iets naar beneden en trek de borgpen uit om de zaagkop los te maken. OPMERKING Door de hendel enigszins te laten zakken kunt u de borgpen gemakkelijker en veiliger verwijderen. De vergrendelde positie van de borgpen is alleen voor vervoeren en opslag.
6. De stofzak en de bankschroef plaatsen (Afb. 1)
Bevestig de stofzak op de stofpoort op de verstekzaag. Breng de verbindingsbuis van de stofzak en de stofpoort aan elkaar. Om de stofzak te legen, verwijdert u de stofzak uit de stofpoort. Open de rits aan de onderzijde van de zak en leeg deze in de afvalcontainer. Controleer regelmatig en leeg de stofzak voordat deze vol raakt. OPMERKING De stofzak moet naar de rechterkant van de zaag worden gekanteld voor het beste resultaat. Hierdoor wordt interferentie tijdens het zagen ook voorkomen. LET OP Leeg regelmatig de stofzak om te voorkomen dat de leiding en de onderste afscherming verstopt raken. Zaagsel verzamelt zich sneller dan normaal tijdens afschuinen. WAARSCHUWING Gebruik deze zaag niet om metalen te zagen en/of te schuren. De hete spanen of vonken kunnen het stof van de zak doen ontbranden. (Bevestig de klem zoals getoond in Afb. 1 en Afb. 28.)
7. Installatie (Afb. 3)
Zorg ervoor dat de machine altijd goed bevestigd is aan de werkbank. Bevestig het elektrische gereedschap op een vlakke, horizontale werkbank. Gebruik 8 mm bouten met een geschikte lengte voor de dikte van de werkbank. De lengte van de bouten moet tenminste 40 mm plus de dikte van de werkbank bedragen. Gebruik bijvoorbeeld 8 × 65 mm bouten voor een werkbank van 25 mm dik.
8. Het installeren van de houder (Afb. 4)
De houder bevestigd aan de achterkant van de basis helpt bij het stabiliseren van het elektrisch gereedschap. Lijn de houder uit met de twee gaten onder de achterkant van de basis, en draai de twee schroeven aan met een kruiskopschroevendraaier.
9. Controleer de onderste afscherming voor correcte
werking De onderste afscherming is ontworpen om de gebruiker te beschermen in contact te komen met het zaagblad tijdens de bediening van het gereedschap. Controleer altijd of de onderste afscherming soepel beweegt na het losmaken van de vergrendeling van het zaagblad en of deze het zaagblad goed bedekt. WAARSCHUWING
GEBRUIK HET ELEKTRISCHE GEREEDSCHAP
NOOIT als de onderste afscherming niet naar behoren functioneert.
10. 90° (0°) afschuinafstelling (Afb. 5)
WAARSCHUWING Om zeker te zijn van nauwkeurig zagen, dient voor gebruik de uitlijning te worden gecontroleerd en afstellingen te worden gemaakt. (1) Draai de schuine vergrendelingsknop los en kantel de zaagarm helemaal naar rechts. Draai de schuine vergrendelingsknop vast. (2) Plaats een combinatiehaak op de verstekzaagtafel met de meetlat tegen de tafel met de hiel van het vierkant tegen het zaagblad zoals getoond in Afb. 5. (3) Als het zaagblad niet 90° is uitgelijnd met de verstektafel, maakt u de schuine vergrendelingsknop wat los, tilt u de zaagkop naar links, maakt u de borgmoer op de afstelbout van de schuine hoek los en gebruikt u een 10 mm steeksleutel om de afstelbout van de schuine hoek naar binnen of naar buiten te draaien om zo de schuine hoek te vergroten of te verlagen. (4) Kantel de zaagarm terug naar rechts tot een kanteling van 90° en controleer opnieuw of er sprake is van uitlijning. (5) Herhaal de stappen 1 t/m 4 wanneer verdere afstelling nodig is. (6) Draai de schuine vergrendelingsknop en de borgmoer vast wanneer uitlijning is bereikt.
11. 90° afstelling van de schuine aanwijzer (Afb. 6)
(1) Wanneer het blad precies 90° (0°) ten opzichte van de tafel is, draai dan de afschuinschroef los met een #2 kruiskopschroevendraaier. (2) Verstel de schuine aanwijzer naar de „0”-markering op de afschuinschaal en draai de schroef weer aan.
12. 45° Linker afschuinafstelling (Afb. 7)
(1) Draai de schuine vergrendelingsknop los en kantel de zaagkop helemaal naar links. (2) Controleer met behulp van een combinatievierkant of het zaagblad 45° ten opzichte van de tafel is. (3) Als het mes niet op een hoek van 45° op de verstektafel staat, kantelt u de zaagarm naar rechts, draait u de borgmoer los en gebruikt u een 10 mm steeksleutel om de diepte van de stopbout naar binnen of naar buiten af te stellen om de schuine hoek te vergroten of te verkleinen. (4) Kantel de zaagarm naar links naar een kanteling van 45° en controleer opnieuw of er sprake is van uitlijning. (5) Herhaal de stappen 1 t/m 4 totdat het zaagblad 45° ten opzichte van de verstektafel staat. (6) Draai de schuine vergrendelingsknop en de borgmoer vast wanneer uitlijning is bereikt. 00BookC8FSHGEU.indb8300BookC8FSHGEU.indb83 2019/07/0814:34:242019/07/0814:34:2484 Nederlands
13. Verstekhoek afstelling
De schaal van de schuifverstekzaagmachine kan gemakkelijk worden gelezen, en toont verstekhoeken van 0° tot 48° naar links en naar rechts. De verstekzaagtafel heeft negen van de meest gebruikelijke hoekinstellingen met positieve stops op 0°, 15°, 22,5°, 31,6° en 45°. Deze positieve aanslagen plaatsen het zaagblad snel en nauwkeurig in de gewenste hoek. Volg onderstaande procedure voor de snelste en meest nauwkeurige afstellingen. Instellen van de verstekhoeken: (Afb. 8) (1) Trek de snelle-nokvergrendelingshendel omhoog om de tafel te ontgrendelen. (2) Verplaats de tafel terwijl u de positieve stop vergrendelingshendel omhoog tilt om de aanwijzer uit te lijnen met de gewenste graadaanduiding. (3) Vergrendel de tafel op een positie door de snelle- nokvergrendelingshendel naar beneden te duwen. Aanpassing verstekaanwijzer: (1) Verplaats de tafel naar de 0° positieve aanslag. (2) Draai de schroef die de verstekaanwijzer vasthoudt los met een kruiskopschroevendraaier. (3) Stel de aanwijzer in op de 0°-markering en draai de schroef weer aan.
14. De zaagdiepte afstellen
De maximale diepte van de zaagkop werd in de fabriek ingesteld. (1) Voor het instellen van de maximale breedte van de zaagkop volgt u de onderstaande stappen: (Afb. 9-a) Draai de stopknop tegen de klok in tot de stopknop niet uitsteekt uit het stopblok terwijl u de zaagkop omhoog beweegt. Draai de ankerplaat met de klok mee. Controleer de zaagdiepte nogmaals door de zaagkop van voren naar achteren te bewegen door de volledige beweging van een typische zaagsnede langs de controlearm. (2) Instellen van de maximale hoogteverschuiving van de zaagkop, volg de onderstaande stappen: (Afb. 9-b) Draai de stopknop tegen de klok in tot de stopknop niet uitsteekt uit het stopblok terwijl u de zaagkop omhoog beweegt. Draai de ankerplaat tegen de klok in om het stopblok te raken. Zorg ervoor dat het stopblok de ankerplaat volledig raakt.
15. Instellen van de zaagdiepte (Afb. 9-b)
De zaagdiepte kan ook vooraf worden ingesteld voor gelijke en herhaalde ondiepe zaagsnedes. (1) Zet de zaagkop omlaag totdat de tanden van het zaagblad op de gewenste diepte staan. (2) Terwijl u de bovenste arm in die positie houdt, draait u de stopknop totdat deze de ankerplaat raakt. (3) Controleer de zaagdiepte nogmaals door de zaagkop van voren naar achteren te bewegen door de volledige beweging van een typische zaagsnede langs de controlearm. OPMERKING Als de ankerplaat los raakt, kan deze interfereren met het verhogen en verlagen van de zaagkop. De ankerplaat dient te worden vastgedraaid in horizontale positie zoals getoond in Afb. 9-b.
1. Positioneren van het tafel-inzetstuk
Op de draaitafel zijn tafel-inzetstukken gemonteerd. Bij het verlaten van de fabriek zijn de tafel-inzetstukken zo vastgemaakt dat deze geen contact maken met het zaagblad. Het braam aan de onderkant van het werkstuk wordt aanzienlijk verminderd als het tafelinzetstuk zodanig bevestigd wordt dat de spleet tussen het zijvlak van het tafel-inzetstuk en het zaagblad minimaal is. Voordat u het gereedschap gebruikt, verwijder deze afstand in overeenstemming met de volgende procedure. (1) Afzagen in een rechte hoek Draai de drie 4 mm machineschroeven los, maak vervolgens het linker tafel-inzetstuk vast en draai tijdelijk de 4 mm machineschroeven aan beide uiteinden vast. Bevestig daarna een werkstuk (ongeveer 200 mm breed) in de klem en zaag het af. Nadat het zaagoppervlak met de rand van het tafelinzetstuk is uitgelijnd, draait u de 4 mm machineschroeven aan beide uiteinden vast. Verwijder het werkstuk en draai de middelste 4 mm machineschroef vast. Stel het rechter tafelinzetstuk op dezelfde wijze af. (2) Linker zaaghellingshoek Stel het tafelinzetstuk af op de manier weergegeven in Afb. 10-b volgens dezelfde procedure voor afzagen in een rechte hoek. LET OP Nadat het tafel-inzetstuk is afgesteld voor het snijden van rechte hoeken, zal het tafel-inzetstuk een klein stukje ingezaagd worden wanneer het voor het zagen van afschuinhoeken wordt gebruikt. Indien u een afschuinhoek wilt maken, dient u het tafel- inzetstuk voor het maken van afschuinhoeken af te stellen.
2. Gebruik van subgeleider
WAARSCHUWING De subgeleider moet worden uitgeklapt wanneer er een afschuinsnede voor een linkse hoek wordt gemaakt. Als de subgeleider niet wordt uitgeklapt zal er niet genoeg ruimte zijn voor het zaagblad wat tot ernstig letsel kan leiden. Bij extreme verstek- of afschuinhoeken kan het zaagblad ook in contact komen met de geleider. Dit elektrische gereedschap is uitgerust met een subgeleider. In het geval van directe hoek zagen, gebruikt u de subgeleider. U kunt dan stabiel het materiaal zagen met een brede achterkant. Wanneer u een linker hellingshoek zaagt, draait u de vergrendelingsknop los en schuift u vervolgens de subgeleider naar buiten, zoals afgebeeld in Afb. 11. OPMERKING Bij het transporteren van de zaag, moet u er zeker van zijn dat de subgeleider in de ingeklapte stand staat en vergrendel deze.
3. Het werkstuk vastzetten
WAARSCHUWING Klem altijd om het werkstuk tegen de geleider vast te zetten; anders kan het werkstuk van de tafel worden geduwd en lichamelijk letsel veroorzaken.
4. Schuifwagensysteem (Afb. 12)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, zet u sledewagen volledig naar achter na elke keer afkorten. Voor het snijden van kleine werkstukken, schuif de zaagkop volledig naar de achterzijde van het apparaat en zet de schuifvergrendelknop vast. 00BookC8FSHGEU.indb8400BookC8FSHGEU.indb84 2019/07/0814:34:242019/07/0814:34:2485 Nederlands Om brede platen tot maximaal 305 mm te zagen, dient de schuivergrendelknop los te worden gedraaid zodat de zaagkop vrij kan schuiven.
5. Bediening van snelle-nokvergrendeling (Afb. 13)
Als de vereiste verstekhoeken NIET een van de negen positieve aanslagen zijn, kan de verstektafel onder elke hoek tussen deze positieve aanslagen van snelle- nokvergrendeling met behulp van de hendel worden vergrendeld. Ontgrendel de verstektafel door de snelle- nokvergrendelingshendel omhoog te trekken. Terwijl de positieve stopvergrendelingshendel omhoog wordt gehouden, pakt u de verstekhendel vast en verplaatst u de tafel naar links of rechts om de gewenste hoek te bereiken. Laat de positieve aanslaghendel los. Duw de snelle-nokvergrendelingshendel naar beneden totdat de tafel op zijn plaats vergrendelt.
WAARSCHUWING ● Steek voor uw eigen veiligheid de stekker nooit in de stroombron voordat de afstellingsstappen zijn voltooid en nadat u de veiligheids- en bedieningsinstructies hebt gelezen en begrepen. ● Uw gereedschap is uitgerust met een lasergeleider met gebruik van een Klasse 1M lasergeleider. De lasergeleider stelt u in staat om een voorbeeld te bekijken van het zaagblad op het werkstuk dat moet worden gezaagd voorafgaand aan het starten van de verstekzaag. De machine moet worden aangesloten op de stroomvoorziening en de aan/uit-schakelaar van de laser moet worden ingeschakeld om de laserlijn te tonen. (1) Vermijd direct oogcontact (Afb. 14) WAARSCHUWING
- VOORKOM BLOOTSTELLING Er wordt laserstraling afgegeven vanuit deze opening. LET OP ● Gebruik van bedieningselementen of aanpassen of prestaties van procedures kan leiden tot blootstelling aan gevaarlijke straling. ● Het gebruik van optische instrumenten bij dit product verhoogt het risico op oogletsel. WAARSCHUWING Probeer de laser nooit te repareren of uit elkaar te halen. Als ongekwalifi ceerde personen dit laserproduct proberen te repareren, kan dit leiden tot ernstig letsel. Als reparaties nodig zijn aan dit laserproduct dienen deze te worden uitgevoerd door een erkende onderhoudsdealer. (2) Uitlijning van laserlijn controleren (Afb. 15) (a) Stel de zaag in op een instelling van 0° verstek en 0° afschuining. (b) Gebruik een combinatievierkant om een hoek van 90° te markeren langs de bovenkant van de plaat. Deze lijn dient als de patroonlijn om de laser aan te passen. Plaats de plaat op de zaagtafel. (c) Laat de zaagkop voorzichtig zakken om het zaagblad uit te lijnen met de patroonlijn. Plaats het zaagblad naar de linkerzijde van de „patroonlijn”, afhankelijk van uw voorkeur voor de laserlijnlocatie. Vergrendel de plaat op zijn plaats met de klem. (d) Schakel de lasergeleider in terwijl de zaag is aangesloten. Uw zaag is vooraf ingesteld met de laserlijn naar de linkerzijde van het blad. (e) Laat het zaagblad zakken tot de patroonlijn, als het zaagblad niet gelijk is met de patroonlijn, past u het blad aan volgens de instructies onder paragraaf „De hoek van de laserlijn aanpassen” en paragraaf „De laserlijn uitlijnen”. (3) De hoek van de laserlijn aanpassen (Afb. 16, 17) (a) Nadat u de motorkop naar voren hebt geschoven, verwijdert u twee klinknagels aan beide kanten van de laserbehuizing en haalt u de laserbehuizing eraf om de lasermarkeerder weer te geven. (Afb. 16) (b) Draai de lasermarkeerder in de gewenste richting om de laserhoek aan te passen. (Afb. 17) OPMERKING Pas de laser niet met een slag van meer dan ¼ aan in elke richting, dit kan de laser beschadigen. (4) Lijn de laserlijn uit. (Afb. 16, 18) (a) Draai de vier stelschroeven slechts met een ½ slag per keer aan. (Afb. 18) (b) Stel de lasermarkeerder bij door de stelschroeven aan de linkerkant met de klok mee te draaien om zo de laserlijn naar de rechterkant te schuiven. Om de laserlijn naar links te schuiven, draait u de stelschroeven aan de rechterkant met een ½ slag per keer. (c) Wanneer uitlijning van de laser is bereikt, draait u de vier stelschroeven met een ½ slag per keer aan. (d) Nadat het afstellen van de laster is voltooid, plaats u de behuizing van de laser terug op de lasermarkeerder en draait u de twee klinknagels weer aan. (Afb. 16) PRACTISCHE TOEPASSINGEN WAARSCHUWING ○ Om lichamelijk letsel te voorkomen moet u het werkstuk nooit verwijderen of plaatsen op de tafel terwijl het apparaat wordt bediend. ○ Plaats tijdens de bediening van het apparaat nooit uw ledematen binnen het gebied dat de lijn naast het waarschuwingssymbool aangeeft (Afb. 19). Dit kan gevaarlijke gevolgen hebben. LET OP ○ Het is uitermate gevaarlijk om onderdelen te verwijderen of te installeren wanneer het zaagblad nog draait. ○ Verwijder zaagsel van de draaitafel tijdens het zagen. ○ Indien er te veel zaagsel is opgehoopt, zal het zaagblad van het te zagen materiaal te zien zijn. Houd uw hand uit de buurt van het blad. OPMERKING Voorafgaand aan het bedienen van de schakelaar, dient u de stabiliteit van het gereedschap te controleren door de hoek in te stellen en proefzagen uit te voeren zonder gebruik van een werkstuk.
1. Bedienen van de schakelaar (Afb. 20)
(1) De zaag inschakelen Deze verstekzaag is uitgerust met een trekkerschakelaar. Druk de trekschakelaar in om de verstekzaag IN te schakelen. Laat de trekkerschakelaar los om de zaag uit te schakelen. (2) De lasergeleider inschakelen Druk de laserschakelaar in om deze IN te schakelen, en druk nogmaals in om UIT te schakelen. WAARSCHUWING Maak de AAN/UIT-schakelaar kindveilig. Plaats een hangslot, of een ketting met een hangslot, door het gat in de trekker en vergrendel de schakelaar van het gereedschap zodat kinderen, en andere ongekwalifi ceerde gebruikers, de machine niet aan kunnen zetten.
2. Gebruik van de klem (standaard toebehoren)
(1) De klemconstructie kan bevestigd worden op de basis. (2) Draai aan de vergrendelknop van de bankschroef en zet de bankschroefmontage stevig vast. (3) Draai aan de bovenste knop en zet het werkstuk stevig in positie vast (Afb. 21). OPMERKING Zorg bij gebruik van de bankschroef ervoor dat het gereedschap vrij is van overmatig contact wanneer het apparaat wordt geslingerd of geschoven. 00BookC8FSHGEU.indb8500BookC8FSHGEU.indb85 2019/07/0814:34:242019/07/0814:34:2486 Nederlands WAARSCHUWING U moet het werkstuk altijd stevig aan de geleider vastmaken of klemmen; anders kan het werkstuk van de tafel geworpen worden en persoonlijk letsel veroorzaken.
(1) De breedte van het zaagblad is tevens de breedte van de zaagsnede (zie Afb. 22). Als gevolg hiervan, schuift u het werkstuk naar rechts (bezien vanuit de bediener) wanneer lengte ⓑ is verlangd, of naar links, wanneer lengte is ⓐ is verlangd. Indien een lasermarkering wordt gebruikt, lijn dan de laserlijn uit met de linkerzijde van het zaagblad, en vervolgens lijnt u de inktlijn uit met de laserlijn. (2) Wanneer het zaagblad de maximale snelheid heeft bereikt, drukt u de hendel voorzichtig naar beneden totdat het zaagblad het werkstuk nadert. (3) Wanneer het zaagblad contact maakt met het werkstuk, duwt u de handgreep geleidelijk naar beneden om in het werkstuk te snijden. (4) Wanneer het werkstuk tot de gewenste diepte is gesneden, schakelt u het gereedschap uit en laat het zaagblad dan volledig tot stilstand komen voordat u de handgreep omhooghaalt van het werkstuk om deze weer in de volledig ingetrokken positie te zetten. LET OP Een hogere druk op de handgreep resulteert niet in een hogere snijsnelheid. Integendeel, bij een te hoge druk kan de motor overbelast worden en/of het snijrendement afnemen. WAARSCHUWING ● Zorg dat de trekschakelaar in de OFF stand staat en de stekker uit het stopcontact is gehaald wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt. ● Schakel het gereedschap altijd uit en laat het zaagblad volledig tot stilstand komen voordat u de handgreep vanaf het werkstuk omhooghaalt. Als de handgreep omhooggehaald wordt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan het afgesneden stuk materiaal vast komen te zitten tegen het zaagblad waardoor er gevaarlijke splinters kunnen rondvliegen. ● Telkens wanneer een normale of een diepe bediening is voltooid, zet u de schakelaar uit en controleer dan of het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Haal daarna de handgreep omhoog en zet deze weer in de volledig teruggetrokken stand. ● U moet absoluut eerst het gezaagde materiaal van de bovenkant van de draaitafel verwijderen voor u doorgaat naar de volgende stap. ● Langdurig zagen kan leiden tot de overbelasting van de motor. Voel aan de motor en indien deze heet is stopt u met zagen gedurende zo'n 10 minuten, waarna u opnieuw met zagen herbegint.
4. Snijden van brede werkstukken
(1) Werkstukken tot 65 mm hoog en 280 mm breed: Los de schuifvastzetknop (zie Afb. 1), neem de hendel vast en schuif het zaagblad naar voor. Druk dan de hendel naar beneden en schuif het zaagblad terug om het werkstuk af te zagen zoals aangegeven in Afb. 23. Dit vergemakkelijkt het zagen van werkstukken tot 65 mm hoog en 280 mm breed. (2) Werkstukken tot 54 mm hoog en tot 305 mm breed: Werkstukken tot 54 mm hoog en tot 305 mm breed kunnen op dezelfde wijze worden gezaagd zoals beschreven in paragraaf 4-(1) hierboven op pagina 86. LET OP ● Wanneer de hendel te hard of te schuin naar beneden wordt gedrukt, zal het zaagblad trillen tijdens het zagen en ongewenste zaagmarkeringen op het werkstuk veroorzaken en zo de kwaliteit van het versnijden aantasten. Druk de hendel dus voorzichtig en zachtjes naar beneden. ● Tijdens het snijden van schijven duwt u de hendel voorzichtig naar achter (achterwaarts) in één vloeiende beweging. Wanneer u stopt met de hendel te bewegen tijdens het zagen ontstaan er ongewenste zaagmarkeringen op het werkstuk. WAARSCHUWING ● Volg de procedures hierboven aangegeven in Afb. 23 voor schuifzagen. Het voorwaarts snijden van schijven (naar de operator toe) is erg gevaarlijk omdat het zaagblad vanop het werkstuk naar boven kan springen. Schuif daarom steeds de hendel van de operator weg. ● Breng de slede steeds volledig naar achter na elke afkortoperatie teneinde het risico op letsel te beperken. ● Leg uw hand nooit op de verstekhandgreep tijdens het zagen omdat het zaagblad dicht bij de verstekhandgreep komt wanneer de motorkop wordt verlaagd.
5. Afschuinprocedures
WAARSCHUWING De subgeleider moet worden uitgeklapt wanneer er een afschuinsnede wordt gemaakt. Als de subgeleider niet wordt uitgeklapt zal er niet genoeg ruimte zijn voor het zaagblad wat tot ernstig letsel kan leiden. Bij extreme verstek- of afschuinhoeken kan het zaagblad ook in contact komen met de geleider. (1) Wanneer er een afschuinsnede nodig is, draai dan de schuine vergrendelingsknop los door deze naar rechts te draaien. (Afb. 24) (2) Kantel zaagkop naar de gewenste hoek, zoals weergegeven op de afschuinschaal. (3) Het zaagblad kan in een willekeurige hoek worden gezet, van een 90° rechte hoek (0° op de schaal) tot een hoek van 45°. Draai de schuine vergrendelingsknop aan om de zaagkop in positie te vergrijndelen. Er zijn positieve aanslagen bij 0° en 45°. (4) Schakel de lasergeleider in en positioneer het werkstuk op de tafel voor het vooraf uitlijnen van uw snede. WAARSCHUWING Wanneer het werkstuk aan de linker- of rechterkant van het zaagblad is vastgezet, zal het korte afsnijgedeelte op de rechter- of linkerkant van het zaagblad rusten. Schakel de stroom altijd uit en laat het zaagblad volledig tot stilstand komt voordat u de handgreep van het werkstuk omhooghaalt. Als de handgreep omhooggehaald wordt terwijl het zaagblad nog ronddraait, kan het afgesneden stuk materiaal vast komen te zitten tegen het zaagblad waardoor er gevaarlijke splinters kunnen rondvliegen. Wanneer een afschuinzaagoperatie halverwege is gestaakt, en u wilt deze operatie afmaken, start dan vanuit de beginpositie, met de motorkop geheel omhoog. Begint u halverwege, zonder de motorkop eerst geheel naar boven te brengen, dan kan de veiligheidskap vast raken in de zaaggroef en contact maken met het zaagblad. LET OP ● Indien niet stevig genoeg vastgezet, kan de motorkop plotseling bewegen of slippen, wat letsel kan veroorzaken. Zorg dat u de motorkop altijd voldoende vastzet zodat hij niet beweegt.
Controleer altijd of de schuine vergrendelingsknop is vastgezet en dat de motorkop is vastgeklemd. Indien u gaat schuinzagen terwijl de motorkop niet is vastgeklemd, kan de motorkop mogelijk onverwachts verschuiven en letsel veroorzaken.
6. Procedure voor verstekzagen (Afb. 25)
(1) Ontgrendel de verstektafel door de snelle- nokvergrendelingshendel omhoog te trekken. (2) Wanneer de positieve stopvergrendelingshendel omhoog wordt getrokken, pakt u de verstekhendel vast en draait u de tafel naar links of rechts om de gewenste hoek te bereiken. 00BookC8FSHGEU.indb8600BookC8FSHGEU.indb86 2019/07/0814:34:242019/07/0814:34:2487 Nederlands (3) Laat de positieve stopvergrendelingshendel los en stel de tafel in op de gewenste hoek, wees er zeker van dat de hendel op zijn plaats klikt. (4) Als de gewenste verstekhoek is bereikt, drukt u de snelle-nokvergrendelingshendel omlaag om de tafel in positie vast te zetten. (5) Als de gewenste verstekhoek NIET een van de negen positieve aanslagen is die hierboven genoemd zijn, vergrendelt u de tafel simpelweg op de gewenste hoek door de snelle-nokvergrendelingshendel naar beneden te duwen. (6) Schakel de lasergeleider in en positioneer het werkstuk op de tafel voor het vooraf uitlijnen van uw snede. LET OP Controleer altijd of de verstekhendel is vastgezet en dat de draaitafel is vastgeklemd. Indien u gaat schuinzagen terwijl de draaitafel niet is vastgeklemd, kan de draaitafel mogelijk onverwachts verschuiven en letsel veroorzaken. OPMERKING ○ Er zijn positieve stops aan de rechter- en linkerkant van de middelste 0° instelling, op de plaats van de 15°, 22,5°, 31,6° en 45° instellingen. Zorg dat de verstekschaal en het uiteinde van de indicator juist zijn uitgelijnd. ○ Wanneer de zaag wordt gebruikt terwijl de verstekschaal en de indicator niet juist zijn uitgelijnd, kan dit resulteren in een slechte zaagprestatie.
7. Procedure voor samengesteld snijden
Samengesteld snijden doet u door de aanwijzingen in 4 en 6 hiervoor uit te voeren. Voor de maximale afmetingen voor afkorten, raadpleeg de tabel met „TECHNISCHE GEGEVENS” op pagina 82. LET OP Houd het werkstuk altijd met de rechter- of linkerhand vast en snijd het door het ronde gedeelte van de zaag met de andere hand naar achteren te schuiven. Het is erg gevaarlijk wanneer u de draaitafel tijdens samengesteld snijden naar rechts draait want het zaagblad kan dan in contact komen met de hand die het werkstuk vasthoudt. In geval van samengesteld zagen (hoek + afschuinen) via links afschuinen, schuift u de subgeleider naar buiten alvorens te zagen. Controleer of de subgeleider niet in aanraking komt met andere onderdelen voordat u probeert af te korten.
8. Procedures voor groefzagen
Groeven in het werkstuk kunnen worden gezaagd zoals aangeduid in Afb. 26 door de stopknop af te stellen. Procedure voor het afstellen van de zaagdiepte: (1) Draai de ankerplaat in de richting getoond in Afb. 27. Laat de motorkop naar beneden en draai met de hand de stopknop. (Waar de kop van de stopknop in contact komt met de ankerplaat.) (2) Stel de gewenste zaagdiepte in door de afstand tussen het zaagblad en het oppervlak van de draaischijf in te stellen (zie ⓑ in Afb. 27). OPMERKING Wanneer u een enkele groef zaagt aan één van de uiteinden van het werkstuk, kunt u wat over is verwijderen met een beitel.
9. Snijden van gemakkelijk vervormde materialen,
zoals aluminium raamwerk Materialen zoals aluminium raamwerk kunnen gemakkelijk vervormen wanneer ze te veel worden aangedraaid in een bankschroef. Dit kan ineffi ciënt zagen en mogelijk overbelasting van de motor veroorzaken. Bij het zagen van dergelijke materialen gebruikt u een houten plaat om het werkstuk te beschermen zoals getoond in Afb. 28-a. Plaats de houten plaat in de buurt van het gedeelte om te zagen. Bij het zagen van aluminium materialen bedekt u het zaagblad met zaagolie (niet brandbaar) om soepel te zagen en voor een fi jne afwerking. Bovendien, in het geval van een U-vormig werkstuk, gebruikt u de houten plaat zoals getoond in Afb. 28-b om te zorgen voor stabiliteit in de dwarsrichting en klem deze bij het zaagdeel van het werkstuk en zet het vast met zowel de bankschroef als een in de handel verkrijgbare klem.
ZAAGBLAD MONTEREN EN
DEMONTEREN WAARSCHUWING ● Om ongevallen of persoonlijk letsel te voorkomen moet u steeds de trekschakelaar uitzetten en het netsnoer uit het stopcontact verwijderen voordat u een zaagblad verwijdert of installeert. Als het zaagwerk is voltooid in een staat waarin de 8 mm bout niet genoeg is vastgedraaid, kan de 8 mm bout losraken, het zaagblad eraf vallen en kan de onderste afscherming beschadigd raken, wat kan leiden tot letsel. Controleer ook of de 8 mm bouten stevig zijn vastgedraaid voordat u de stekker van het netsnoer in het stopcontact steekt. ● Als de 8 mm bouten worden verwijderd of bevestigd met ander gereedschap dan de 13 mm moersleutel (standaard accessoire), kan overmatig of onjuist vastdraaien voorkomen, wat kan leiden tot letsel.
1. Demontage van het zaagblad (Afb. 29-a, Afb. 29-b,
Afb. 29-c en Afb. 29-d) (1) Haal de stekker uit het stopcontact. (2) Zet de zaagkop in de verticale stand en duw de zaagkop volledig naar de achterzijde van het apparaat en zet de schuifvastzetknop vast. (3) Druk lichtjes op de vergrendelingshendel van de zaagbladbeschermkap en breng vervolgens de onderste beschermkap in de hoogste stand. (4) Verwijder de afdekplaatschroef met een kruiskopschroevendraaier terwijl u de onderste afscherming vasthoudt. (5) Draai de afdekplaat voor de 8 mm bout. (6) Plaats de inbussleutel over de 8 mm bout. (7) Vind de spilvergrendeling op de motor. (8) Druk op de spilvergrendeling, houd deze stevig vast terwijl u het zaagblad met de klok mee draait. De spilvergrendeling al dan het prieel vergrendelen. Blijf de spilvergrendeling vasthouden terwijl u de moersleutel met de klok mee draait om de 8 mm bout los te draaien. (9) Verwijder de 8 mm bout, de sluitring (B) en het zaagblad. Verwijder de sluitring (A) niet. OPMERKING ○ Als de drijfas-vergrendeling niet gemakkelijk naar binnen gedrukt kan worden om de drijfas te vergrendelen, draait u de 8 mm bout met de 13 mm moersleutel (standaard accessoire) terwijl u druk uitoefent op de drijfas- vergrendeling. De drijfas van het zaagblad wordt vergrendeld wanneer de drijfas-vergrendeling naar binnen wordt gedrukt. ○ Let op de verwijderde onderdelen, en let daarbij op hun positie en hun richting. Veeg de sluitring (B) schoon van enig zaagsel alvorens een nieuw zaagblad te monteren. WAARSCHUWING Bij het bevestigen van het zaagblad moet u controleren of de draai-indicatiemarkering op het zaagblad en de draairichting op de onderste beschermkap (zie Afb. 1) correct op elkaar afgestemd zijn. 00BookC8FSHGEU.indb8700BookC8FSHGEU.indb87 2019/07/0814:34:252019/07/0814:34:2588 Nederlands LET OP ● Controleer of de spilvergrendeling terug is gekeerd naar de ingetrokken positie na het installeren of verwijderen van het zaagblad. ● Draai de 8 mm bout vast zodat deze tijdens gebruik niet losraakt. Controleer of de 8 mm stevig is vastgedraaid voordat het elektrische gereedschap wordt gestart.
2. Monteren van het zaagblad
WAARSCHUWING Haal de stekker van de verstekzaag uit het stopcontact voordat u het zaagblad verwisselt/plaatst. (1) Installeer een zaagblad van 216 mm met asgat, waarbij u ervoor zorgt dat de rotatiepijl op het zaagblad overeenkomt met de rotatiepijl met de klok mee, op de onderste afscherming en de tanden van he zaagblad naar beneden wijzen. (2) Plaats sluitring (B) tegen het zaagblad. Draai de 8 mm bout vast in het asgat tegen de klok in. OPMERKING Zorg dat de platte zijden van de sluitringen zijn bevestigd tegen de platte zijden op de motoras. De platte kant van de sluitring moet bovendien tegen het zaagblad worden geplaatst. (3) Plaats de inbussleutel op de 8 mm bout. (4) Druk op de spilvergrendeling, houd deze stevig vast terwijl u het zaagblad tegen de klok in draait. Wanneer deze contact maken, blijf de spilvergrendeling dan indrukken terwijl u de 8 mm bout stevig vastdraait. (5) Draai de afdekplaat terug in zijn originele positie, totdat het slot in de afdekplaat vastklikt in het gat van de afdekplaatschroef. Draai de afdekplaatschroef met een kruiskopschroevendraaier vast terwijl u de onderste beschermkap in de bovenste positie houdt. (6) Laat de onderste beschermkap zakken en controleer of de beschermkap en de vergrendelingshendel van de zaagbladbeschermkap niet vastlopen of blijven steken. (7) Zorg ervoor dat de spilvergrendeling is uitgeschakeld zodat het zaagblad vrij kan draaien. LET OP Probeer nooit zaagbladen met een diameter groter dan 216 mm te plaatsen. Gebruik altijd zaagbladen met een diameter van 216 mm of minder.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
WAARSCHUWING Voorkom ongelukken en persoonlijk letsel door altijd te controleren of de trekschakelaar UIT staat, alvorens onderhoud of inspectie van het gereedschap uit te voeren. Meld een eventueel door u geconstateerd gebrek aan de afschermingen of het zaagblad onmiddellijk aan de bevoegde persoon.
1. Inspecteren van het zaagblad
Vervang het zaagblad onmiddelijk bij de eerste tekenen van botheid of schade. Een beschadigd zaagblad kan leiden tot persoonlijk letsel en een bot zaagblad levert slechte prestaties en overbelas mogelijk de motor. LET OP Gebruik nooit een bot zaagblad. Een bot zaagblad leidt meestal tot een grotere druk op de zaaghendel en maakt het gebruik van de electrische machine onveilig.
2. Inspecteren van de bevestigingsschroeven
Inspecteer alle schroeven regelmatig en controleer dat ze goed zijn vastgedraaid. Draai losse schroeven direct vast. Dit nalaten kan namelijk ernstige ongelukken veroorzaken.
3. Inspecteren van de koolborstels (Afb. 30)
Vervang beide koolstofborstels wanneer er één van de twee een lengte van minder dan 6 mm resterende koolstof heeft, of wanneer de veer of draad is beschadigd of verbrand. Om de koolborstels te inspecteren of vervangen, ontkoppelt u de eerst de zaag. Verwijder daarna de borstelkap aan de zijkant van de motor. Verwijder de kap voorzichtig, deze is namelijk veerbelast. Trek vervolgens de borstel eruit en vervang deze. Vervang ook voor de andere zijde. Om in elkaar te zetten volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. De oren op het metalen uiteinde van de armatuur gaan in in hetzelfde gat waar de koolstofonderdelen in passen. Draai de kap goed vast, maar draai deze niet te vast. OPMERKING Om dezelfde borstels terug te plaatsen, controleert u eerst of de borstels op de zelfde manier kunnen worden teruggezet als dat ze eruit kwamen. Dit voorkomt een inloopperiode die de motorprestaties vermindert en de slijtage verhoogt.
4. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het “hart” van het elektrisch gereedschap. Let er daarom goed op dat de wikkeling niet beschadigd raakt en/of nat wordt met olie of water.
5. Vervangen van het netsnoer
Als het netsnoer van het gereedschap is beschadigd, dient u het gereedschap te retourneren naar een erkend HiKOKI-servicecenter om het netsnoer te laten vervangen.
6. Controleren van de onderste afscherming voor
juiste werking Voor elk gebruik van het gereedschap test u de onderste afscherming (Afb. 1) om er zeker van te zijn dat het in goede staat verkeert en dat het soepel beweegt. Gebruik het gereedschap alleen wanneer de onderste afscherming correct functioneert en in goede mechanische conditie verkeert.
Controleer of na gebruik de volgende stappen zijn ondernomen: (1) De aan/uitknop staat op 'OFF', (2) Netsnoer is uit het stopcontact gehaald, Wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt, bergt u dit op op een droge plaats en buiten bereik van kinderen. LET OP Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
Smeer de volgende oppervlakken éénmaal per maand zodat het elektrische gereedschap langdurig uitermate goed blijft functioneren. Gebruik bij voorkeur machine-olie. Te smeren punten:
- Draaiend gedeelte scharnier
- Draaiend gedeelte houder (A)
- Draaiend gedeelte klem-montage
9. Reinigen (Afb. 31)
Reinig de machine, de leiding en de onderste afscherming door te blazen met droge lucht met een persluchtspuit of ander gereedschap. Verwijder regelmatig spaanders, stof en ander afval of verontreiniging van het oppervlak van het elektrische gereedschap, vooral van de binnenkant van de onderste afscherming, met een bevochtigde doek met zeep. Voorkom een onjuiste werking van de motor en zorg derhalve dat de motor niet in contact komt met water of olie. 00BookC8FSHGEU.indb8800BookC8FSHGEU.indb88 2019/07/0814:34:252019/07/0814:34:2589 Nederlands Indien de laserstraal onzichtbaar wordt wegens zaagsel en dergelijke op het venster van de zender van de laserstraal, maak dit venster dan schoon met een droge doek of met een in sop gedrenkte vochtige doek.
SELECTEREN VAN ACCESSOIRES
De accessoires van deze machine staan vermeld op bladzijde 302. LET OP Reparatie, modifi catie en inspectie van HiKOKI elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend HiKOKI Service-centrum. De laserinrichting in het bijzonder dient uitsluitend te worden nagezien en onderhouden door een erkende vertegenwoordiger van de fabrikant. Laat reparatie van de laserinrichting te allen tijde over aan uw erkende HiKOKI Service-centrum. Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd. GARANTIE De garantie op het elektrisch gereedschap van HiKOKI is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifi eke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van HiKOKI te sturen. OPMERKING Op grond van het voortdurende research en ontwikkelingsprogramma van HiKOKI kunnen de hierin genoemde technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Informatie betreff ende geluidsvermogen De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN62841 en voldoen aan de eisen van ISO 4871. Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 107 dB (A) Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 94 dB (A) Onzekerheid K: 3 dB (A). Draag gehoorbescherming. De aangegeven geluidsemissiewaarde is gemeten in overeenstemming met een standaard testmethode en kan worden gebruikt om meerdere gereedschappen met elkaar te vergelijken; U kunt dit ook vooraf gebruiken als beoordeling van de blootstelling. WAARSCHUWING ○ De geluidsemissie tijdens het werkelijke gebruik van het elektrische gereedschap kan verschillen van de aangegeven waarden, afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap wordt gebruikt en vooral het soort werkstuk dat wordt verwerkt. ○ Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de gebruiker die gebaseerd zijn op een schatting van de blootstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer dit onbelast draait inclusief de triggertijd). Informatie omtrent de te gebruiken stroomvoorziening met elektrisch gereedschap met een opgegeven voltage van 230 V~ In- en uitschakelen van elektrische apparatuur kan fl uctuaties in de spanning teweeg brengen. Gebruik van dit elektrische gereedschap op een stroomnet in twijfelachtige toestand kan een negatief eff ect hebben op de werking van andere elektrische apparatuur. Wanneer de impedantie van de stroomvoorziening gelijk is aan of minder dan 0,29 Ohm, zullen zich waarschijnlijk geen negatieve eff ecten voordoen. Normaal gesproken wordt de maximaal toelaatbare impedantie van de stroomvoorziening niet overschreden wanneer de betreff ende groep waar het gebruikte stopcontact toe behoort gevoed wordt via een verdeeldoos met een opgegeven belaste stroomsterkte van 25 Ampère, of hoger. Als de stroom uitvalt of als de stekker uit het stopcontact wordt getrokken, dient u de schakelaar onmiddellijk uit (OFF) te zetten. Zo voorkomt u dat het apparaat per ongeluk weer begint te werken wanneer de stroomvoorziening hersteld wordt. 00BookC8FSHGEU.indb8900BookC8FSHGEU.indb89 2019/07/0814:34:252019/07/0814:34:2590 Nederlands
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Voer de inspecties in onderstaande tabel uit als het gereedschap niet normaal werkt. Als dit het probleem niet oplost, contact opnemen met uw dealer of het erkende HiKOKI onderhoudscentrum. Elektrisch gereedschap Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het gereedschap doet het niet Trekschakelaar staat in de UIT-positie Schakel de schakelaar in. Het netsnoer is niet goed ingestoken. Steek het netsnoer juist in het stopcontact. Het gereedschap stopt plotseling Het gereedschap was overbelast Ontdoet u zich van het probleem dat de overbelasting veroorzaakt. Kan niet gekanteld worden De klemhendel is niet losgemaakt. Draai de klemhendel los en kantel vervolgens het gereedschap. Zorg dat u na het aanpassen van het losgemaakte component dat deze weer wordt vastgedraaid. Zaagblad is bot Het zaagblad is versleten of er ontbreken tanden. Vervang door een nieuw zaagblad. Bout zit los. Draai de bout vast. Het zaagblad is omgekeerd geïnstalleerd. Plaats het zaagblad in de juiste richting. Kan niet nauwkeurig zagen De onderdelen van het gereedschap zitten niet goed vast. Zet de klemhendel en de vergrendelingsknop voor de afschuinhoek volledig vast. Materiaal kan niet worden vastgezet in de juiste positie. Verwijder vreemde materialen van de afscherming of de draaitafel. In sommige gevallen kan het niet in de juiste positie geplaatst worden door gebogen materiaal. Probeer een vlak oppervlak te maken met de afscherming of draaitafel. Motorkop kan niet omlaag worden gebracht De vergrendelingshendel van de zaagbladbeschermkap wordt niet losgelaten. Laat de vergrendelingshendel van de zaagbladbeschermkap los en breng vervolgens de motorkop omlaag. 00BookC8FSHGEU.indb9000BookC8FSHGEU.indb90 2019/07/0814:34:252019/07/0814:34:2591 Español
Wij verklaren onder onze eigen verantwoordelijkheid dat Afkortzaagmachine met telescopisch zaagarm, geïdentifi ceerd door het type en de specifi eke identifi catiecode*1), voldoet aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen*2) en normen*3). Technische documentatie bij*4) – zie onder. De Europese Normen Manager bij de vertegenwoordiging in Europa is gemachtigd om het technisch dossier samen te stellen. Deze verklaring is van toepassing op producten voorzien van de CE- markeringen. Deutsch Español
SimpelGids