1593.2 HDA Easy - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 1593.2 HDA Easy AL-KO in PDF-formaat.
| Merk | AL-KO |
| Model | 1593.2 HDA Easy |
| Producttype | Zitmaaier |
| Beoogd gebruik | Privé- en siertuinen, maximale helling 10° (18%) |
| Motor | Benzine, 4-takt, loodvrij min. ROZ 91 |
| Transmissie | Hydrostatisch met pedaal |
| Snijbreedte | Niet gespecificeerd (variabel per versie) |
| Maaihoogte-instelling | Handmatig met hendel, meerdere standen |
| Opvangbakvolume | 220 L (standaard) of 300 L (optie) |
| Messenkoppeling | Elektromagnetisch |
| Rem | Pedaal met parkeerrem |
| Veiligheid | Schakelaars voor rem, plateau, zit, bak, uitworp; motor stopt bij afwezigheid bestuurder |
| Bandenspanning | 1 bar aanbevolen |
| Reiniging | Gebruik geen hogedrukreiniger; reinig na elk gebruik |
| Onderhoud | Controleer oliepeil, luchtfilter, bougie, mes, V-snaar |
| Garantie | Wettelijk tegen fabricagefouten, slijtdelen uitgesloten |
Veelgestelde vragen - 1593.2 HDA Easy AL-KO
Gebruikersvragen over 1593.2 HDA Easy AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 1593.2 HDA Easy - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 1593.2 HDA Easy van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING 1593.2 HDA Easy AL-KO
1 Over.Deze gebruikershandleiding 50
1.1 Symbolen op de titelpagina 50
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden 50
2 Productomschrijving 50
2.1 Reglementair gebruik 50
2.2 Mogelijk boutief gebruik 51
2.3 Symbolen op het apparatusat 51
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie
ningen 51
2.5 Productverzicht 52
3Veiligheidsinstructies 53
3.1 Gebruiker 53
3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen.. 53
3.3 Veiligkeit op de werkplek 53
3.4 Veiligkeit van Personen, deren en eigendommen 53
3.5 Veiligkeit van het apparaat 54
3.6 Geluidsbelasting 54
3.7 Omgang met benzine en olie 54
4 Trekker uitpakken en monteren 54
5 Bedieningselementen 55
5.1 Standard dashboard (01) 55
5.2 Rem-/koppelingspedaal 55
5.3 Bediening van de versnellingsbak (rijsnelheid) 55
5.4 Aandrijving hydrostaat.. 56
5.5 Bediening maaier 56
6 Ingebruikname 56
6.1 Maier controleren 56
6.2 Vullen met olie.. 56
6.3 Vullen met brandstof 56
6.4 Bandendruk controleren 56
6.5 Grasopvangbak monteren 57
6.6 De verilgheidsvoorzieningen contrôle- ren 57
6.6.1 Contactschakelaar van de handrem controlleren 57
6.6.2 Contactschakelaar van de maaier controleren 58
6.6.3 Contactschakelaar van de stoel controlleren 58
6.6.4 Contactschakelaar van de gras-opvangbak controleren 58
6.6.5 Contactschakelaar van het uit-werpkanaal controlleren 58
7 De trekker gebruiken 58
7.1 Essentiele voorbereidende maatregelen 58
7.2 Gebruik van toebehoren 59
7.3 Gazontrekker schuiven 59
7.4 De motor starten en afstellen 59
7.5 Met de trekker rijden 60
7.5.1 Rit voorbereiden bij temperaturen onder de 10^ 60
7.5.2 Met hydrostaat (pedaalbedie- ning) rijden 60
7.5.3 Rijden en maaien op hellingen.... 60
7.5.4 Maaien met de gazontrekker 60
8 De gazontrekker reinigen 62
8.1 De grasopvangbak reinigen 62
8.2 De behuizing, motor en transmissie reinigen 63
8.3 Het uitwerpkanaal reinigen 63
9 Transport 63
10 Onderhoud en verzorging 63
10.1 Onderhoudsplan 63
10.2 Smeerplan 64
10.3 Wielen verwisselen 64
10.4 Startbatterij 65
10.5 De maier demoneren 66
10.6 V-snaar verrangen 66
11 Opslag. 66
12 Hulp bij storingen 67
13 Garantie 69
1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Lees voor de ingebruikname deze gebruiks-aanwijzing absolut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.
Bewaar deze gezebruiksaanwijzing goed zodate u erin het antwoord op uw vragen kuterugvinden wanner u informatatie over het apparaat nodig heb.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
De gazontrekkers worden geleverd in verschillende uitvoeringsvarianten. Houd er rekening mee dat de afbeeldingenlicht kuren afwijken van het origineel. Indien u moeilijkheden zou hebben om de beschrijvingen te begrijpen, neem contact op met een erkende reparatiewerkplaats of de fabrikant.
Neem de meegeleverde montagehandleiding en de gebruikshandleiding van de benzinemotor in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absolut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werkken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Gebruik het benzineapparaat Niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en signalaalwoorden

GEVAAR!
Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.

WAARSCHUWING!
Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.

VOORZICHTIG!
Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden wordt, tot een Licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OP!
Wijst op een situatie, die, wanner zeniet vermeden worden, tot materiele schade kan leiden.

OPMERKING
Speciale aanwijzingen voor meer duide-lijkheid en een beter gebruik.
De gazontrekkers met anschteruitworp worden in verschillende uitvoeringen geprodueerd. Let er bij de volgende beschrijvingen in deze gebruiks-aanwijzing op dat u de beschrijving leest die bij uw gazontrekker hoort.
Kenmerken van uw gazontrekker:
Versnellingsbak: Hydrostaat
Meskoppeling: elektromagnetisch
Achteruitworp
Bakleging: Telescopische hendel
Er zich ook verschillen in mulchsystemen, motor-type, motorvermögen en maaibreedte.
Typeverschillen:
Maaibreedte
Type versnellingsbak (T3 en T2)
Bakvolume 220 I of 300 I
De gazontrekker is bedoeld voor het maaien van privetuinen rond het huis en hobbytuinen met een max. helling van 10^ (18%). Andere toepassin
gen, zoals bijv. mulchen, zich enkel toegestaan wanner het originele toebehoren worden gebruikt en de maximale belastingswaarden worden gespecteerd.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als Niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.
2.2 Mogelijk foutief gebruik
De gazontrekker is nicht gemaakt voor bedrijfsmatig gebruik in openbare parken, op sportterreinen, in de land- en bosbouw.

WAARSCHUWING!
Gevaren door overbelasting van de gazontrekker!
Let er bij het gebruik van een aanhangwagen vooral op dat u de toegestane aanhangergewachten en hellingen omhoog/omlaag Niet overschrijdt. Overschrijding hiervan kan het remvermogen van de gazontrekker overbelasten en kan tot gevaarlijke situatuies leiden!

OPMERKING
Houd er rekening mee dat de gazontrekker geen wegvergunning heeft en dus nicht op de openbare weg mag rijden!
2.3 Symbolen op het apparaat

Lees voor de ingebruikname de gebruiksaanwijzing door!

Houdijdens het maaien andere personen, vooral kinderen en dieren, op afstand van het werkgebied.

Trek de contactsleutel uit voordatu onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uityoert!

Let op: gevaar! Blijf met uw handen en voeten bij de maaier vandaan!

Rijd Niet op hellingen van meer dan 10^ (18%)





Gevaar voor brandletsel door hete oppervlakken onder de afdekking!
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING!
Gevaar door beveiligingsvoorzieningen die verwijderd of gemanipuleerd zich!
Elk gebruik met verwijderde of gemanipuleerde beveiligingsvoorzieningen is verboden. Defecte beveiligingsvoorzieningen要去en onmiddelijk worden gerepareerd of verrangen!
De beveiligingsvoorzieningen omvatten vooral:
Remcontactschakelaar
Maaiercontactschakelaar
- Contactschakelaar grasopvangbak
Stoelcontactschakelaar
■ Afdekkingen maaier
Contactschakelaaruitwerpkanaal
2.5 Productverzicht

1 Motorkap 10 Bakontgrendeling (alleen 300 I)
2 Stuur 11 Houser met gasdrukdempo
3 Instrumentenpaneel 12 Versnellingsbak-bypass
4 Vergrendelingshendel voor rempedaal 13 Maaihoogte-instelling
5 Bestuurdersstoel 14 Maaier
6 Vulniveauuweergave 15 Versnellingsbakbediening anscheruit
7 Handgreep van de grasopvangbak 16 Versnellingsbakbediening vooruit
8 Bedieningshendel van de grasopvangbak 17 Rempedaal
9 Grasopvangbak
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

GEVAAR!
Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel!
Onbekendheid met de veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies kan bijzonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
Volg alle veiligheidsinstructies en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u het apparaat gebruikt.
Bewaar alle bijgeleverde documents voor toekomstig gebruik.
3.1 Gebruiker
Personen vanjonger dan 16aar en personen die de gebruikershandleiding Niet hebben gelezen,ogen het apparaat Niet gebruiken.Eventuele landspecifiekeveiligheidsvoorschriften voor de minimuml.eeftijd van de gebruiker naleven.
Bedien het apparaat Niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Om letsel aan hoofd en ledematen evenals gohoorschade te voorkomen, moet verplicht beschermende kleding en uitrusting worden gedragen.
- De kleding要去elmatig (nauwsluitend)় en mag bij het gebruik Niet hinderen. Bij langhaar beslilst een haarnetje dragen. Nooit losse kledingstukken of accessoires dragen die in het apparaat+kennen getrokken, bijv. sjaals, wijde shirts, Lange halskettingen.
De besoinlijke beschermingsmiddelen bestaan UIT:
Gehoorbescherming en veiligheidsbril
lange broek en stevige schoenen
Beschermende handschoenen
3.3 Veiligkeit op de werkplek
Alleen bij daglicht of zeer helder kunstlicht werken.
Het apparaat alleen op een vaste en vlakke ondergrund en Niet op stijle hellingen gebruiken.
Op stabiliteit letten.
3.4 Veiligkeit van Personen, dieren en eigendommen
- Gebruik het apparaat alleen voor werkzaamheden waarvoor het is bedoeld. Niet-reglementair gebruik kan letsel en materiaèle schade veroorzaken.
De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu-eel letsel bij derden en voor materièle scha-nde.
Houd anderen uit de buurt van de gevarenzone.
Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezig zich.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaat UIT als personen of dieren naderen.
Laat nooit passagiers meerijden op het apparaat.
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gezicht op Personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp Niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat algid uit wanner u het Niet nodig heeft, bij. bij het verplaatsen waar een ander werkgebied, bij onderhoudswerkzaamheden, bij het tanken van het benzineoliemengsel.
Maai nicht wonneer het onweert. Geen bescherming gegen blikseminslag.
Maai altijd dwars op de helling. - De gazontrekker kan door+zijn eigengewicht ernstig letselveroorzaken.Bij het laden en lossen van de gazontrekker voor transport in een voertuig of een aanhangwagen moet extra voorzichtig worden gezandeld.
Deze gazontrekker mag Niet worden weggeslept. Gebruik voor het transport op openbare verkeerswegen een geschikt voertuig. - Gebruik de gazontrekker Niet in slecht geventileerde werkomgevingen (bijv. garage). De uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide en andere schadelijke stoffen.
Schakel het apparaat bij een onceval onmiddelijkuit om verder letsel en materiele schade te voorkomen.
Gebruik het apparaat nooit met versleten of defekte onderdelen. Versleten of defekte onderdelen können ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderden en origineel toebehoren.
Voor elk gebruik: Controller alle veiligheids-voorzieningen zoals beschreiben in deze gebruiksanaanjijing.
Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
Instrueer kinderen enjongeren nicht met het apparaat te spelen.
3.5 Veiligkeit van het apparatusat
Het apparaat alleen gebruiken onder de vol-gende omstandigheden:
De machine is nicht verruild.
De machine vertoont geen beschadigingen.
Alle bedieningselementen werken.
Het apparaat Niet overbelasten. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van de machine.
Het apparaat nooit gebruiken met verslen of defeche onderdelen. Defecte onderdelen alkijd verrangen door oorspronkelijke reserveonderdelen van de fabrikant. Wanner het apparaat met verslen of defeche onderdelen worden gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraak op garantie worden gemaatk.
- Reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd in de vakhandel of op onze Servicevestigingen.
3.6 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en waarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gehoorbescherming worden gedragen.
3.7 Omgang met benzine en olie
Explosie- en brandevaar:
Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmoseer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen können deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en
zelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het vol-gende in acht:
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist alkijd de volgende gedragsregels in acht.
Transporteer en bewaar benzine en olie uitsluitend op in goedgekeurde Voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie Niet toegankelijk zijn voor kinderen.
Zorg ervoor, om bodemvervuiing (milieubescherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde te-rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter.
Tank het apparaat nooit af in gesloten ruimten. Op de vloer können zich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.
Veeg gemorste benzine alkijd onmiddelijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventilerde plaats drogen voordat u deze weglooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden.
Bij het morsen van benzine ontstaan benzinedampen. Start het apparaat waarom nooit opdezelfdeplaats, Maar alkijd op eenplaats die minimaal 3m waarvan is verwijderd.
Vermijd huidcontact met producten van minerale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag.altijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.
Let erop dat uw kleding Niet in contact kommt met benzine. Vervang uw kleding onmiddelijk wonneer benzine op uw kledingterecht-gekomen is.
Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of heter motor.
4 TREKKER UITPAKKEN EN MONTEREN
Neem de bijgevoegde montagehandleiding in acht bij het uitpakken en afmonteren van de trekker.

OPMERKING
Neem ook de meegeleverde gebruikshandleiding van de benzinemotor inucht.

WAARSCHUWING!
Gevaren door onvolledige montage!
De gazontrekker mag Niet worden gebruikt voordat hij volledig is gemonteerd!
Voer alle montagewerkzaamheden uit die in de montagehandleiding worden beschreiben. Vraag in geval van twijfel voor de ingebruikname aan een vakman of de montage correct werden uitgevoerd!
Controller of alle verilgheids- en beschermingsinrichtingen aanwezig zich en functioneren!
5 BEDIENINGSELEMENTEN
Hierna worden de bedieningselementen van de gazontrekker met awhiletworp beschreiben. Let erop dat u de beschrijving leest die bij uw gazontrekker hoogt.
5.1 Standard dashboard (01)
Regeling van het motortoerental (01/2)

OPMERKING
Houd er rekening mee dat de bediening van de regelaar in rijmodus de snelheid beinvloedt!
Bij regelaar met geintegreerde choke:
door de regelaar (01/2) te verschuiven, worden het mortoroerental verhoogd en verlaagd en in de bovenste stand worden de choke ingeschakeld.

Choke inschakelen: schuif de regelaar helemaal maar boven tot aan het chokeesymbool. Gebruik deze positie uitsluitend om de motor te starten.
Tip: Sommige trekkervarianten zijn uitgerust met eenAPEe choke-knop (01/1) op het dashboard. Deze moet dan bijkomend worden uitgetrokken om de trekker te starten. Schuif de knop langzaam wee terug wonneer de motor draait!

Maaien: incke stand draait de motor met het maximale toerental.

Stationair bedrijf: in deze stand draait de motor met het laagste toerental.
Contactslot (01/3, 05)
| Stand Werking |
| 0 Motor uit. De contactsleutel kan worden uitge-trokken. |
| I Koplampen aan. Nadat de motor is gestart, worden in deze stand de koplampen ingeschakeld. |
| II Bedrijfsstand wanneer de motor draait. |
| III Startstand om de motor te starten. Laat de sleutel los, zodia de motor draait. Deze springt dan terug maar bedrijfsstand II. |
5.2 Rem-/koppelingspedaal
Rem: Wanner u het rem-/koppelingspedaal (03/1) volledig indrukt, worden de rem op de versnellingsbak ingeschakeld en de trekker afgeremd.
Handrem: Wanner u de parkeerhendel (03/2, 01/5) omhoog trekt als het rem-/koppelingspedaal (03/1) wordt ingedrukt, wordt de rem vergrendeld. Door het pedaal opnieuw in te drukken, wordt de rem losgelaten.
5.3 Bediening van de versnellingsbak (rijsnelheid)
De gazontrekkers zijn uitgerust met een hydrostaat (pedaalbediening).
Om vooruit enchteruit te rijden,+zijn aan de rechtskerkant twee aparte pedalen ondergebracht.
| Rijrich- ting | Beschrijving |
| Vooruit Druk op het voorste pedaal (02/1)om vooruit te rijden. | |
| Achteruit Druk op hetchterste pedaal (02/2)omchteruit te rijden.Opmerking: Als alleen het pedaalvoorchteruirijden worden ingedrukt,wordt de maaier uitgeschakeld.Maaienijdens hetchteruirijden:zie Hoofdstuk 7.5.4.2 "Maaibedrijfbijchteruirijden", pagina 61. | |
5.4 Aandrijving hydrostaat
De hydrostaat worden bediend door twee pedalen (02/1 en 02/2).
Om weg terijden, schakelt u terwijl de motor draaait eerst de handrem (01/5)uit en drukt u vertologens op het pedaal (02/1) om vooruit te rijden of op het pedaal (02/2) om achechteruit te rijden.
Hoe verder u het pedaal indrukt, hoe sneller u in de gekozen richting rijdt.
Vooruitrijden: Druk op het voorste pedaal (02/1).
Achteruitrijden: Druk op het anschterste pedaal (02/2).
5.5 Bediening maaier
Maaihoogte instellen
De maaier van de trekker kan in verschillende stappen in de hoogte worden versteld met een verstelhendel (04/1) rechts van de bestuurders-zitplaats.
- Beweeg de verstelhendel (04/1) in de gewenste richting. Hendel omlaag betekent kleine maaihoogte, hendel omhoog, große maaihoogte.
Maaier inschakelen
Elektrische inschakeling: Rechts naast de bestuurdersstoel bevindt zich een schakelaar (04/2). Schakel hiermee de maaier in.
6 INGEBRUIKNAME

WAARSCHUWING!
Gevaren door onvolledige montage!
De gazontrekker mag Niet worden gelebruikt voordat hij volledig is gemonteerd! Voer alle montagewerkzaamheden uit die in de montagehandleiding worden beschreiben. Vraag in geval van twijfel voor de ingebruikname aan een vakman of de montage correct werden uitgevoerd!
Controller of alle veiligheids- en beschermingsinrichtingen aanwezig zichen en functioneren!
6.1 Maaier controlleren
Voor het gebruik moet.altijd visueel worden geinspecteerd of het snijmechanisme, de bevestigingsbouteen en de totale snijeenheid versleten of beschadigd zich. Om een onbalans te vermijden,要去en versleten of beschadigde messen door neue worden verrangen.
6.2 Vullen met olie
Voor de eerste ingebruikname要去 de motor met olie worden gezuld. Neem hiervoorde handleiding van de motorfabrikant in acheht. Houd er ook rekening mee dat het oliepeil regelmatig moet worden gecontroleerd en dat olie eventueel moet worden bijgevuld.
6.3 Vullen met brandstof

WAARSCHUWING!
Gevaren bij de omgang met brandstof!
Brandstof vat uiterst gemakkelijk vlam. Maak de brandstoftank alleen leeg in de openlucht! Rook nicht! Tank nicht wonneer de motor draait of heet is!
Gebruik bij het tanken van brandstof een geschikte vultrechter of vulbuis om zo te voorkomen dat er brandstof worden gemorst op de motor, de behuizing of op de ondergrond.
Uit verdigeidsoverwegingen moeten de brandstoftankdop en andere tankdoppen worden verwangen wanner deze beschadigd zich.
Wanner brandstof is overgelopen, mag de motor Niet worden gestart. De trekker要去 worden verwijderd van deplaats die bevuild is met brandstof en de verspilde brandstof要去 een doek worden geabsorbeerd en wegveeegd van de bodem, de motor en de behuizing.
Er mag geen poging tot starten worden ondernomen, tot de brandstofdampen verdampt zich.
Sla brandstof enkel op in de containers die waar voor voorzien zijn.
Gebruik loodvrije benzine, min. RON 91.
Tank vullen
- Zet de motor eventueeluit en trek veiligheidshalve de contactsleuteluit.
- Wacht tot de motor een beetje is afgekoeld (explosiegevaar door ontstoken brandstof!).
- Open de motorkap.
- Open de tankdop (06/1) en vul de brandstof. Opmerking: Doe de brandstoffank nicht te vol!
- Sluit de tankdop (06/1).
- Sluit de motorkap.
6.4 Bandendruk controlleren
- Controller de bandendruk regelmatig.
Lees de vereiste luchtdruk af op de banden (aanbevolen 1 bar).

OPMERKING
1 PSI = 0,07 bar.
Met een gewone in de handel verkrijgbare voetpomp kan de bandendruk worden gecontroleerd en lustt worden bijgevuld.
6.5 Grasopvangbak monteren
De gazontrekkers worden geleverd met grasopvangbak. Houd er rekening mee dat de afbeeldingen iotaenschillend van het origineel.
De vulniveauuweergave van de grasopvangbak instellen
De vulniveauauweergave meldt via een signaaltoon wanner de grasopvangbak moet worden leeg-gemaakt.
Afhankelijk van de aard van het maaisel kan de vulniveauuweergave in 6 standen worden ingesteld. Bij droog maaisel stelt u de vulniveauuweergave in op een kortere stand. Bij nat of vochtig maaisel stelt u de vulniveauuweergave in op een langere stand. Hierdoor wordt het niveau tot waar de grasopvangbak worden bevuld beinvloed.
-
Zet de motor uit. zie Hoofdstuk 7.4 "De motor starten en afstellen", pagina 59.
-
Verwijder de grasopvangbak zich Hoofdstuk 8.1 "De grasopvangbak reinigen", pagina 62.
-
Stel de vulniveauauweergave (07/1) in afhanke-lijk van de staat van het maaisel (07/a) enlast deze in de gewenste stand vastklikken.
-
Haak de grasopvangbak waar vast zich Hoofdstuk 6.5 "Grasopvangbak monteren", pagina 57.
Grasopvangbak erin hangen (220 l)
- Houd de grasopvangbak met een hand vast aan de handgreep (08/1) en met de andere hand aan de opening aan dechterzijde (08/2).
- Plaats de grasopvangbak symmetrisch op de geleiding (08/3). Lijn waar bij de twee markeringen op de behuizing en op de grasopvangbak ten opzichte van elkaaruit.
- Kantel de grasopvangbak met de andere hand ie'snarr voren (08/a),zodate het voorste deel van de grasopvangbak vastklikt.
- Zwenk nu de grasopvangbak weeer maar beneden (08/b).
- Controller of de grasopvangbak correct is bevestigd.
Grasopvangbak erin hangen (300 l)
- Vergrendel de gasdrukdempers op de bevestigingsbeugels van de grasopvangbak (11/1).
- Houd de grasopvangbak met een hand vast aan de handgreep (08/1) en met de andere hand aan de opening aan dechterzijde (08/2).
- Plaats de grasopvangbak symmetrisch op de geleiding (08/3). Lijn waar bij de twee markeringen op de behuizing en op de grasopvangbak ten opzichte van elkaaruit.
- Kantel de grasopvangbak met de andere hand ie'snarr voren (08/a),zodat het voorste deel van de grasopvangbak vastklikt.
- Zwenk nu de grasopvangbak waar maar beneden (08/b).
- Controller of de grasopvangbak correct is bevestigd.
- Vergrendel de gasdrukdempers op de bevestigingspunten van het trekkerframe (11/2).
6.6 De verilgheidsvoorzieningen controleren
De veiligheidsvoorzieningen要去en voor elke start van de gazontrekker worden gecontroleerd.

WAARSCHUWING!
Gevaar bij de contrôle van de veiligheidsvoorzieningen!
De controle van veiligheidsvoorzieningen mag enkel vanaf de bestuurdersstoel worden uitgevoerd en wanner er geen Personen of dieren in de buurt zich!
Voer alle controles op een vlakke ondergrund uit, zodat de gazontrekker Niet onbedoeld kan rolten.
6.6.1 Contactschakelaar van de handrem controlleren
De contactschakelaar van de handrem zorgt ervoor dat de motor alleen kan worden gestart wanner de handrem is aangetrokken.
Voorwaarde: De motor staat UIT.
- Neem plaats op de bestuurdersstoel.
- Druk het rempedaal (03/1) in om de handremuit te schakelen.
- Probeer de motor te starten (contactsleutel in stand III) (05).

OPMERKING
6.6.2 Contactschakelaar van de maaier controlleren
De contactschakelaar van de maaier zorgt ervoor dat de motor Niet kan worden gestart wanner de maaier is geactiveerd.
- Motor staat uit.
- Neem plaats op de bestuurdersstoel.
- Druk het rempedaal (03/1) in en schakel de handrem in (03/2, 01/5).
- Schakel de maaier in.
- Probeer de motor te starten (contactsleutel in stand III) (05).

OPMERKING
6.6.3 Contactschakelaar van de stoel controlleren
De contactschakelaar van de stoezorgt ervoor dat de motor wordt uitgeschakeld zodra er zich niemand meer op de bestuurdersstoel bevindt en de maaier is ingeschakeld.
- Neem plaats op de bestuurdersstoel.
- Druk het rempedaal (03/1) in en schakel de handrem in (03/2, 01/5).
- Start de motor en LAST hem draaien met het maximale toerental.
- Schakel de maaier in.
- Ontlast de stoel door op te staan (niet afstappen!).

OPMERKING
De motor moet uitschakelen!
6.6.4 Contactschakelaar van de grasopvangbak controleren
De contactschakelaar op de grasopvangbak zorgt ervoor dat de motor wordenuitgeschakeld zodra de grasopvangbak Niet correct is opgehan-gen en de maaier is ingeschakeld.
- Neem plaats op de bestuurdersstoel.
- Druk het rempedaal (03/1) in en schakel de handrem in (03/2, 01/5).
- Start de motor en LAST hem draaien met het maximale toerental.
- Schakel de maaier in.
- Til de lege grasopvangbak Lichtjes op of bedien de openingssschakelaar.

OPMERKING
De motor要去 uitschakelen!
6.6.5 Contactschakelaar van hetuitwerpkanaal controlleren
De contactschakelaar van het uitwerpkanaal zorgtervoordat degazontrekker Niet kan worden gestart wonneer het uitwerpkanaal is gedemonsteerd.
- Grasopvangbak verwijderen.
- Verwijder het uitwerpkanaal (15):
Draai de oogbouten (15/1) los.
Trek het uitwerpkanaal (15/2) iets maar buiten.
- Neem plaats op de bestuurdersstoel.
- Druk het rempedaal (03/1) in en schakel de handrem in (03/2, 01/5).
- Start de motor.

OPMERKING
Gevaren door ontoereikende kennis van de gazontrekker!
Lees de gebruikshandleiding nauwkeurig voordat u start!
Neem vooral alle veiligheidsinstructies in acht!
Voer alle montagewerkzaamheden en alle werkzaamheden voor de ingebruikname nauwgezetuit. Informeer in geval van twijfel bij de fabrikant!
7.1 Essentiele Voorbereidende maatregelen
Draagijdens het maaien alkijd stevig schoeisel en een lange broek. Maai nooitblootsvoets of met open sandalen.
- Controller het terrein waarop de gazontrekker worden gezruikt volledig en verwijder alle stenen, stokken, draden, beenderen en andere vreemde voorwerpen die kuren worden gegrepen en weggeslingerd. Ookijdens het maaien要去aar vreemde voorwerpen worden uitgekeken.
Voer alle werkzaamheden uit die in de ingebruikname zichn beschreiben. Dit geldt vooral
voorde controlevan deveiligheidsvoorzie- ningen.
Gebruik enkel de koppelinrichting om lastente trekken! Overschrijd de belasting Niet.
Het transport van voorwerpen op de gazontrekker is verboden!
7.2 Gebruik van toebehoren

WAARSCHUWING!
Gevaar door foulief toebehoren of foulief gebruik van het toebehoren!
Gebruik alkijd enkel het originele toebehoren van de fabrikant van de trekker! Neem de gebruiksvoorschriften in de bijgevoegde gebruikershandleiding in acht!
Het gebruik van Niet toegestaan toebehoren of het fouitief gebruik kan grote bevaren voor de gebruiker en derden veroorzaken. De gazontrekker zou overbelast+kennen worden.Dit kan zware ongevallen veroorzaken.
7.3 Gazontrekker schuiven

VOORZICTIG!
Gevaar bij het duwen op hellingen!
Duw de gazontrekker enkel op een horizontale ondergrund! Op hellingen zou de gazontrekker ongecontroleerd bergaf können rollen.
Bij hydrostaataandrijving
De bypasshendel (12/1) bevindt zich in de welt-kast rechtsachter. Bypass-ontgrendeling:
- Trek de bypasshendel (12/1)uit en hang\ aar boven op.
- Rem loszetten. De gazontrekker kan nu worden verschoven.
- Bypass-hendel (12/1) na het schuiven terugzetten om de hydrostatische versnellingsbak weer in werkig te stellen.
7.4 De motor starten en afstellen

WAARSCHUWING!
Letselgevaar door blikseminslag
Het apparaat heeft geen bescherming tegen een blikseminslag.
Maai niet wanner het onweert.
Start de motor
-
Neem plaats op de bestuurdersstoel.
-
Druk het rempedaal (03/1) aan de linkerkant volledig in en vergrendel het met de parkeer-hendel (03/2).
- Controller of de maier NIET is ingeschakeld. Controller waarvoorde positie van de tuimelschakelaar (04/2).
- Plaats de regelaar (01/2) voor het motortoe- rental gegen de bovenste aanslag. Naarge- lang de uitrustingsvariant bevindt het choke-symbol zich waar. Indien dit Niet zo is, trek de afzonderlijke choke-knopuit (01/1).
- Steek de contactsleutel in het contactslot (01/3, 05).
- Draai de contactsleutel in stand 'III' en houd\ deze zo lang in deze stand tot de motor\ draait.
Opmerking: Om de startbatterij te ontzien, mag de startupig niet longer dan ongeveer 5 seconden duren.
- Laat cervolgens de contactsleutel los, die automatisch in stand 'II' springt.
- Zet de regelaar (01/2) voor het motortoerental op bedrijfsstand. Bij een uitrustingsvariant met choke-knop drukt u deze opnieuw in (01/1).
Zet de motoruit
- Schakel de maaieruit (04/2).
- Zet de regelaar (01/2) voor het motortoerental op stationaire stand.
- Druk het rempedaal (03/1) in en vergrendel het met de parkeerhendel (03/2).
- Draai de contactsleutel (05) maar stand '0'.
- Trek de contactsleutel UIT.

WAARSCHUWING!
Gevaar door heter motor!
Let er bij het uitschakelen van de motor op dat hare motoronderdelen (zoals deuitlaatdemper) geen voorwerpen of materialien in de nabije omgeving, hunnen ontsteken!
7.5 Met de trekker rijden

WAARSCHUWING!
Gevaard door onaangepaste snelheid!
Rijd vooral in het begin langzaam om aan het rij- en remgedrag van de trekker te gewennen!
Voor elke richtingsverandering moet de rijnselheid zodanig worden verminderd dat de bestuurder alkijd de controle over de gazontrekker behoudt en deze waar bij nicht kan omkantelen!
Uw trekker wordt aangedreven door een hydrostaat(pedaalbediening).
7.5.1 Rit voorbereiden bij temperaturen onder de 10^
- Controller of de maier NIET is ingeschakeld. Controller waarvoordtuimelschake-laar (04/2).
- Start de motor en LAST hem ong. 30 seconden lang warmdraaien om de viscositeit van de versnellingsbakolie te optimaliseren. Daarna kurz u met de trekker rijden. De maaier mag pas worden ingeschakeld als de motor enkele Minutes heeft gedraaid.
7.5.2 Met hydrostaat (pedaalbediening) rijden
- Druk het rempedaal (03/1) in en vergrendel het met de parkeerhendel (03/2).
- Stel de maaier in op de grootste maaihoogte (04/1).
- Start de motor.
- Druk de rem in (03/1).
- Druk langzaam op het voetpedaal voor degewenste rijrichting:
Vooruit: Voetpedaal (02/1)
Achteruit: Voetpedaal (02/2)
- Hoe verder u het pedaal indrukt, hoe sneller de trekker zich in de gewenste richting verplaatst.
- Laat het voetpedaal los en druk het rempe-daal (03/1) in om te stoppen.

OPMERKING
Trek aktijd, wonneer u de trekker verlaat, de parkeerhendel aan bij ingeduwd rempedaal, zodate trekker nicht kan weglen!
7.5.3 Rijden en maaien op hellingen

WAARSCHUWING!
Gevaar door fout bij het rijden op hellingen!
Wees bijzonder voorzichtig bij het rijden op hellingen! Er bestaat geen „veilige“ helling.
Neem waaroor vooral de volgende veiligheidsinstructies in acht!
Wanner de wielen doordraien of wanner het voertuig bij het omhoogrijden op een helling blijft steken, schakel demaaier en de hulpstukken uit. Rijd daarna langzaam enrecht vooruit de helling af!
Door het extra gewicht van een volle grasopvangbak neemt het kantelgevaar van de gazontrekker toe!
Rijd Niet op hellingen van meer dan 10^ (18%). Voorbeeld: dat komt overeen met een hoogteverschil van 18 cm over een lengte van een meter.
Rijd Niet met schokken.
Remiet met schokken.
Houd de rijnsnelheid laag.
Rijd algjld dwars op de helling.
Versnel nicht stevig.
Stuur nicht met schokken.
7.5.4 Maaien met de gazontrekker
Voor een goed maairesultaat moet de rijnselheid worden aangepast aan de gazonomstandigheden. Kies voor het maaien maximaal 2/3 van de mogelijkke rijnselheid met het pedaal. De maxima-le snelheid van de trekker isuitsuitend bestemd voor de rijmodus zonder ingeschakelde maaier.
Doorgaans bedraagt de maaihoogte 4 - 5 cm. Dit komt overeen met het 2e of 3e raster van de hoogteverstelling (04/1). Als het gras vochtig en nat is, maait u met een hogere maaihoogte.
Als het gras erg hoog is, is het raadzaam om in twee stappen te maaien. Stel de maaier bij de eerste stap op maximale maaihoogte. Bij de tweede stap kunt u deze dan op de gewenste hoogte instellen.
7.5.4.1 De maaier inschakelen

OPMERKING
Het maaiwerk mag pas worden ingeschakeld wonneer de motor al ongeveer een minuut is warmgedraaid!
Wanner u de maaier inschakelt, mag de gazontrekker Niet in hoog gras staan.
- Start de motor.
- Zet de regelaar (01/2) voor het motortoerental op bedrijfsstand.
- Zet de maaier met de hendel (04/1) op de hoogste maaihoogte.
- Schakel de maaier in met de tuimelschake-laar (04/2) (stand 'l').
- Zet de maaier met de hendel (04/1) op de gewenste maaihoogte.
- Begin te rijden met de gazontrekker.
7.5.4.2 Maaibedrijf bij achteruitrijden

OPMERKING
Wanneren enkel het pedaal voor achefteruirijden worden ingedrukt, worden de maaier uitgeschakeld.
- Druk de knop "achteruitmaaien" (01/4) in en binnen 5 seconden het pedaal (02/2) om achteruit te rijden.

WAARSCHUWING!
Kans op ongevallen bij het achteruitmaaien!
Houd het gebied anschter u in de gaten tijdens het achechteruitmaaien!
Achteruitmaaien enkel indien nodig!
7.5.4.3 De maaier uitschakelen

WAARSCHUWING!
Gevaar door messen die blijven draaien!
Een (na)draaiend snijmes kan handen en voeten snijden! Houd handen en voeten waaromuit de buurt van het messensysteme!
- Schakel de maaier met de tuimelschakelaar (stand '0')uit (04/2).
De maaier kan zowel in stilstand als wanner de trekker rijdt, worden uitgeschakeld.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door eruit geslin- gerde voorwerpen!
Bij het kruisen van grind- en steenslagoppervlakken konnen voorwerpen in de draaiende maaier worden getrokken enervoigens eruit worden geslingerd.
Schakel de maaier.altijduit wanner u op andere ondergrond dan gras rijdt.
7.5.4.4 De grasopvangbak leegmaken

OPMERKING
Wanner de grasopvangbak gemuld is, klinkt een akoestisch signal. De bak moet ten LASTe nu worden leeggemaakt.
het leegmaken van de grasopvangbak kan vanop de bestuurdersstoel worden uitgevoerd.
Wanner bij ingeschakelde maaier de grasopvangbak omhoog wordt geklapt of opgehangen, slaat de motor af.
Wanner de grasopvangbak Niet correct is vastgeklikt, kan de maaier Niet worden ingeschakeld.
De grasopvangbak met de bedieningshendel leegmaken
- Trek de bedieningshendel (09/1)uit de grasopvangbak (09/a).
- Druk de hendel in de rijrichting om de grasopvangbak te openen (09/b).
- Beweeg de grasopvangbak met de hendel\ aar achefteren (10/a) totdat de bak vastklikt (10/b).
7.5.4.5 Mulchen
Voor een optimaal mulchresultaat moet het gras regelmatig worden gemaaid (ong. 1 tot 2 keer per week). Maai waar bij 1/3 van de hoogte van het gras af (bijv. 6 cm hoogte, 2 cm maaien). Daardoor wordt het gemaaide gras secuur in het nog resterende gazon verwerkt.
Mulching-wiggen zijn optioneel verkrijgbaar voor alle gazontrekkers.
Uitworp aan awhile de ombouwen naar mulchen
- Grasopvangbak verwijden.
-
Mulching-wig (13/1) in uitwerpkanaal (13/2) plaatsen.
-
Beide spanriemen (14/1) aan de oogbouten (14/2) borgen.
- Grasopvangbak erin hangen.
7.5.4.6 Maaitijd
Houd er rekening mee dat gras op verschillende tijdstippen anders groeit. Wij adviseren om bij het begin van de lente een kortere maaitijd te kiezen. Vergroot het maai-interval wanner het gras in de loop van het一年多 hinter snel gaat groeien.
Kon het grayscale een poosje Niet gemaaid worden, kies dan eerst een hogere maaihoogte-instelling en maai het tweeagens later nog eens met een lagere maaihoogte-instelling.
7.5.4.7 Hoog gras maaien
Maai het gras, wanner dit langer is dan gewoon- lijk of te vochtig, met een hogere maaihoogte-instelling. Maai het gras aansluitend nogiens met de lagere, normale instelling.
7.5.4.8 Snijmessen onderhoden
Zorgijdens het hele maaiseizoen voor een scherp snijmes om te voorkomen dat de grashalmen aftscheuren en versnipperen. Afgeschuurde grashalmen krijgen bruine randen. Daardoor groeit het gras minder snug en is het vatbaarder voor ziektes.
- Controller de scherpte van de snijmessen na elk gebruik en let op tekens van slijtage of schade! Ga indien nodig maar de serviceworkplaats.
- Gebruik bij verranging enkel originele reservemessen.
8 DE GAZONTREKKER REINIGEN
Voor een optimale werkung en een lange levensduur要去 de gazontrekker regelmatig worden gereinigd.
Reinig de gazontrekker na elk gebruik en verwijder aanklevend vuil.
Gebruik geen hagedrukreiniger om te reinigen. De waterstraal van een hagedrukreiniger of van een tuinslang kan de elektronica of de lagers beschadigen.
Zorg ervoor dat vooral motor, transmissie en oprolmechanismen, alsook de volledige elektronica niet in aanraking komen met water.

WAARSCHUWING!
Gevaar bij het reinigen!
Voor alle reinigingswerkzaamheden geldt:
zet de motor af en trek de contacts-leutel UIT.
Trek de stekker(s) van de bou-giedoppenuit.
Nadat deze gereinigd zijn,要去en verwijdderde beveiligingsvoorzieningen opnieuw worden gemonteerd.
RISICO OP BRANDWONDEN: rei nig de gazontrekker pas wanneer die is afgekoeld. Motor, transmissie en uitlaatdemper zichn zeer heet!
RISICO OP SNIJWONDEN: let bij werkzaamheden aan snijwerktuigen op de scherpe messen. Bij maaiwerktuigen met meerde messen kan de beweging van het ene snijwerktuig de beweging van het andere veroorzaken!
8.1 De grasopvangbak reinigen
Verwijder hiervoorde grasopvangbak en spuit de bak van binnen en buiten af met een waterslang. Vuil dat vastkleeft moet voorzichtig, bijvoorbeeld met een borstel, worden afgeschraapt. Zorg er vooral bij grasopvangbakken met stoffen bekleding voordatde stof Niet wordt beschadigd.

OPMERKING
Leeg de grasopvangbak zoals beschreven voordat u begint met schoonmaken. Een volle grasopvangbak is te zwaar om veilig te konnen verwijderen.
Verwijderen van een grasopvangbak (220 l)
- Zet de motoruit.
- Til de grasopvangbaklichtjes op.
- Verwijder de grasopvangbakব boven.
Verwijderen van een grasopvangbak (300 l)
- Zet de motoruit.
- Maak de gasdrukdempers van de trekker los en vergrendel ze op de houders van de grasopvangbak.
- Til de grasopvangbak iets omhoog.
- Verwijder de grasopvangbak.
8.2 De behuizing, motor en transmissie reinigen
LET OP!
Beschadiging van de elektrische installatie door binnendringend water!
Zorg er bij het reinigen van de trekkervoor dat er geen water in de elektrischeinstallatie geraakt!
Spuit de motor en alle lagers (wienen, versnellingsbak, meslager) Niet met water of een hoge-drukreiniger schoon.
Water dat binnendringt in het ontstekingssysteme, de carburateur en het luchtfilter kan storingen veroorzaken. Water in de lagers kan leiden tot verlies van smering en dus tot vernieling van de lagers.
Gebruik voor het verwijderen van vuil en grasresten een doek, handborstels, borsteltjes met lange steel of iets gelijkaardigs.
8.3 Het uitwerpkanaal reinigen
Door regelmatig reinigen worden de vrijbe beweging van de maaihoogte-instelling gegardeerd.
Het uitwerpkanaal bestaat uit twee in elkaar geschoven delen. Het onderste deel is stevig vergrendeld in de maaierbehuzing. Het bovenste deel kan eruit worden getrokken om te reinigen.
- Verwijder de grasopvangbak.
- Verwijder de schroeven (15/1) aan de linkerenrechtzerijde van het uitwerpkanaal.
- Trek het uitwerpkanaal (15/2) door de achefterwand maar achefteren eruit.
- Reinig het bovenste en onderste uitwerpknaal grondig.
- Steek het uitwerpkanaal in dechterwand.
Zorg er waar bij voor dat het bovenste en onderste deel schoon worden samengevoegd. - Schroef deze met de twee bevestigings-schroeven vast.
- Monteer de grasopvangbak.
9 TRANSPORT

WAARSCHUWING!
Gevaar voor beknelling als gevolg van kantelen van het apparatus!
Het eigengewicht van het apparaat kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
Bij het laden en losengen van het apparaat voor transport in een voertuig of een aanhangwagen moet extra voorzichtig worden gezandeld!
Bij het transport van de gazontrekker met transportmiddelen (bijv. aanhangwagen voor personwagens)要去 daaier worden ondersteund om de ophanging van de maaier te ontlasten.
Zorg er bij het transport voor dat het transportmiddel voldoende belasting heeft en dat de gazontrekker op de juiste manier is vastgemaakt.
10 ONDERHOUD EN VERZORGING
Gevaar bij het onderhoud!
Voor alle onderhoudswerkzaamheden geldt:
zet de motor af en trek de contactsleuteluit.
Trek de stekker(s) van de bougiedoppenuit.
Verwijderde beveiligingsvoorzieningen要去 na het onderhoud opnieuw worden gemonteerd.
RISICO OP BRANDWONDEN:
voer aan de gazontrekker pas werkzaamhedenuit wanner die is afgekoeld.Motor, transmissie en uitlaatdemper zicheer heet!
let bij werkzaamheden aan snijwerktuigen op de scherpe messen. Bij maaiers met meerde re messen kan de beweging van het ene maaimes de beweging van het andere veroorzaken.
Bij het verrangen van onderdelen mogen enkel originele reserveonderdelen worden gebruikt.
Bezoek in geval van twijfel aktijd een erkende reparatiewerkplaats of neem contact op met de fabrikant.
10.1 Onderhoudsplan
Volgende werkzaamheden mogen door de gebruiker zich worden uitgevoerd. Alle overige onderhouds-, service- en reparatiewerkzaamheden要去en door een erkende service reparatiewerkplaats worden uitgevoerd.
Denk ook aan de aanbevolen Jaarlijkse smeringen conform smeerplan.

OPMERKING
Bij zware belasting en bij hoge tempera-turen{kunnenkortere onderhoudsintervallen nodig zich dan in de tabel hierbo-ven zich vermeld.
| Activiteit Voor elk | gebruik | Na elk gebruik | Na de eerste 5(ur) | Elke 25bedrijfsu-ren | Elke 50bedrijfsu-ren | Voor elke opslag |
| Motoroliepeil controleren | X | |||||
| Motorolie verwangen | X | X | ||||
| Luchtfilter reinigen | X | |||||
| Luchtfilter verwangen | X | |||||
| Bougie controleren | X | |||||
| Rem controleren (remtest op een rechte weg) | X | |||||
| Bandenspanning controleren X | ||||||
| Maaimessen controleren X | ||||||
| Controleren op losse onder-delen | X | X | ||||
| Aandrijfrem controleren (visuele controle) | X | |||||
| Reinigen van de gazontrek-ker | X | |||||
| Luchtzaanzuigrooster op de motor reinigen | ||||||
| Gras-en maairestanten van versnellingsbak verwijderen | X | X |
*)* zie de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant
10.2 Smeerplan
Om te garanderen dat de beweeglijke onderdelen vrij hunnen bewegen, adviseren we minstensjaarliks volgende plaatsen te smeren.
Reinig alleplaatsen die gesmeerd要去en worden voor het smeren of inspuihen met een doek. Gebruik geen water om eventuele corrosie te vermiinden.
Smeerpunten:
Smeernippels (18/1) op de astap aan de rechter- en linkerzijde smeren met multipurposevet.
Bevestiging van de Vooras aan het frame (18/2) besproeien met sprayolie.
Tandsegment (19/1) en stuurondsel op de stuurinrichting smeren met multipurposevet.
Rollagers (17/1) en naaf op vooras (20/1) en achteras (20/2) smeren met multipurposevet.

OPMERKING
De voor- en weiterwielen要去en voor het smeren van de assen en lagers worden gedemonteerd.
- Draaiende onderdelen en lagers: smering van alle beweeglijke draaiende onderdelen en lagers.
10.3 Wielen verwisselen
Wielen mogen enkel op een horizontale en vaste ondergrund worden verwisseld.
- Schakel de gazontrekker uit en trek de contactsleutel uit.
- Druk het rempedaal (03/1) geheel in en blokkeer het met de parkeerhendel (03/2).
- Beveilig de gazontrekker met weltblokken te-gen wegrollen. Leg de blokken onder de kant die nicht worden opgetild.
- Til de gazontrekker met een geschikt hijswerktuig (bijv. hijswerktuig voor schaarwagens) aan die kant op waar het viel要去 worden verwisseld. Til de trekker zo ver op tot het viel dat要去 worden verwisseld vrij
kan ronddraaien.
Let op! Gevaar voor beschadiging van de apparatuur.
Zorg er bij het optillen voor dat er geen trekkerelementen worden gebogen. Gebruik het hijswerktuig enkel voor stabiele metalen onderdelen.
- Borg de gazontrekker aan een dragend element van het chassis met een stabiele basis (bijv. houten balken) zodanig dat hij Niet kan zakken als de hefinrichting wegschuift of kan-telt.
- Trek de beschermkap (16/1) eraf.
- Druk de borgring (16/2) met een schroevendraaier maar beneden. Zorg ervoor dat deze Niet verloren.gaat.
- Trek de sluitring (16/3) los.
- Trek het wiei van de as.
- Reinig de as en de boring in het wiel en vet\ deze beiden in met universeel vet alvorens opnieuw te monteren.
- Steek het wiel op de as.
Opmerking: Bij het erop steken van de achterwielen moeten de groeven van de inlegspie en van het Achterwiel zodanig boven elkaar staan dat de inlegspie zonder kracht erin kan worden geschoven.
- Steek de onderlegring op de as.
- Druk de borgring in de moer op de as. Wanner u hiervoor eventueel een tang gebrukt, let erop dat u de as nicht beschadigt met de tang.
- Steek de beschermkap op de as.
- Verwijder de ondersteuning en LAST de trekker voorzichtig met de hefinrichting op de grond zakken.
10.4 Startbatterij
De leveromvang van de gazontrekker omvat geen oplader voor de startbatterij.
Precieze batterijnaam: zie batterijbak. De startbatterij bevindt zich onder de motorkap.
In prince is de startbatterij af fabriek opgeladen.
Veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING!
Gevaar door verkeerde omgang met de startbatterij!
Neem de volgende punten in acht om gevaren te vermijden die kunnen ontstaan door foulieve omgang met de batterij!
De startbatterij mag Niet in de buurt van open vuur worden opgeslagen of verbrand of op een verwarming worden gelegd. Er bestaat explosiegevaar.
Bewaar de startaccu in een koele, droge ruimte (10 - 15^) voor opslag in de winter. Temperaturen onder het vriespunt要去en vermeden wordenijdens de opslag.
Laat de startbatterij Niet gedurende een langereijd ongeladen. Wanner de startbatterij gedurende langereijd Niet werden gebrukt, moet deze met een geschikt apparaat worden opgeladen.
Vernietig de startbatterij Niet. De elektrolyt (zwavelzuur)veroorzaakt brandwonden op de huid en verbranding van de bekleding - was onmiddelijk uit met veel water.
Houd de startbatterij schoon. Wis enkel af met een droge doeck. Gebruik waarvoor geen water, benzine, verdunningsmiddel of dergelijke!
Houd de aansluitpolen schoon en vet in met poolvet.
Sluit de aansluitpolen nicht kort.
De startbatterij opladen
Voor opslagijdens de winterpauze.
Bij langere stilstand van het apparaat (langer dan 3 maanden).

WAARSCHUWING!
Gevaar door foulief opladen van de startbatterij!
De laadstroom van de oplader mag nicht hoger� dan 5 A en de laadspanning mag max.14,4 V bedragen.Bij hogere laadspanning bestaat explosiegevaar van de startbatterij!
Trek bij werkzaamheden aan de batterij altijd de contactsleutel UIT.
Wij adviseren om deze onderhoudsvrije en gas-dichte startbatterij met een specialaarvoor geschikte oplader op te laden (verkrijgbaar bij de dealer).
Lees voor het opladen van de startbatterij de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de oplader.

VOORZICTHIG!
Risico op kortsluiting!
Sluit aktijd als eerste de minkabel (-) aan de batterij af en klem deze als LASTe weeer aan om kortsluiting te vermijden! Trek bij werkzaamheden aan de batterij aktijd de contactsleutel UIT!
- Verwijder de sleuteluit het contactslot (05).
- Open de motorkap.
- Verbind de klemmen van de oplader met de aansluitpolen van de batterij.

OPMERKING
Let op de polariteit:
rodeklem pluspool (+)
zwarteklem minpool(-)
- Verbind de oplader met het stroomnet en schakel het in.
10.5 De maaier demonteren
Om de trekker tijdens de winter te gebruiken en voor het verrangen van de aandrijfrem moet de maaier worden gedemonteerd.
- Voorwielen (29/1) tot aan de aanslag waar links draaien.
- Grasopvangbak (30/1) verwijderen.
- Uitwerpkanaal (15/2) verwijden.
- Cylinderkopschroef (31/1) van de schachthouder 5-6 slagen losdraaien.
- Maaier (32/1) met de hendel van de maaihoogte-instelling (32/2) maar de laagste standlaten zakken.
- Trekveer (33/1) van de maaier loshaken.
- Maaier (34/1) met de hendel van de maaihoogte-instelling (34/2) weeher helemaal naar boven zetten.
- V-riemkanaal (35/1) losmaken (35/a).
- V-riem (36/1) losmaken van de V-riemschijf van de motor.
-
Maaier (32/1) met de hendel van de maaihoogte-instelling (32/2) maar de laagste standlaten zakken.
-
Borgpennen (4 stuks) (38/1) verwijderen van de bevestigingsbeugels van de maaier.
- Neem de beugel over de bouten af (38).
- Trek de maaier aan de rechterzijde - gezien in de rijrichting - zijwaarts maar buiten.
10.6 V-snaar verrangen
- Borgmoeren (6 stuks) (21/1) losdraaien.
- V-riemkanaal (22/1) losmaken.
- Rechterafdekking (23/1) van de maaier losmaken en verwijdersen.
- Linkerafdekking (24/1) van de maaier losmaken en verwijderen.
- Schroef (25/1) op de spanrol (25/2) iets losdraaien totdat de V-riem (25/3) kan worden losgemaaakt.
- Neem de aandrijfriem weg.

OPMERKING
De leiding en de plaats van de aandrijfriem verschillen naargelang het type. Neem de sticker met instructies op de maaier inRCT.
Nieuwe aandrijfrem aanbrengen
- Plaats de V-riem om de enigszins losgedraai de spanschijf en schroef de spanschijf wee vast (27, 28).
- Plaats de V-riem in de volgorde (27/a-d, 28/a-d) rond de rollen en let op de geleiding en positie van de V-riem.
11 OPSLAG
De gazontrekker moet worden bewaard op eenplaats waar deze beschermd is谈起 weersinvloeden, vooral谈起 vochtigheid, regen en langere directe blootstelling aan zonnestralen.
Sla de gazontrekker nooit met brandstof in de tank binnen in een gebouw op waar de brandstofdampen möglichk in contact kuren komen met open vuur of vonden. Bewaar de gazontrekker enkel in ruimtes die geschikt zich voor het bewaren van motorvoertuigen.
Bewaar de gazontrekker tijdens langere opslag, zoals overwintering, Niet met volle brandstoftank indien möglichk. De brandstof kan verdampen.
Voor lange opsgaig moet de brandstof uit de tank en de carburateur worden afgelaten om afzetting en daardoor startmoeilijkheden te voorkomen.
Raadpleeg hiervoor uw erkende reparatiewerkplaats.
12 HULP BIJ STORINGEN

VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel
Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen können letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alkijd beschermende handschoenen!

OPMERKING
| Motor slaat nicht aan. Brandstoftekort. Tank vullen; tankontluchting controle- ren; brandstofffilter controleren. | ||
| Slechte, verruilde brandstof, ou- de brandstof in de tank. | ||
| Luchtfilter verruild. Luchtfilter reini-gen (zie gebruiksaanwij- zing van de motorfabrikant). | ||
| Geen ontstekingsvonk. Bougie reini-gen,evt. een neue plaat- sen, ontstekingskabels controleren, ont- stekingsysteme controleren (werk- plaats van de klantenservice). | ||
| Te veel brandstof in de motor- verbrandingsruimte door meer- dere startpogingen. | ||
| Starter werkt nicht. Lege of zwakke startaccu. Startaccu opladen. | ||
| Veiligheidsschakelaar op be- stuurdersstoel werkt nicht. | ||
| Veiligheidsschakelaar op rempe- daal werkt nicht. | ||
| Maaier ingeschakeld. Maaier uitschakelen. | ||
| Zekering aan (+) kabel van de startaccu. | ||
| Motorvermogen is on- voldoende. | Te hoog of te vochtig gris. Maaiahoogte corrigeren; vrij ruimte voor het maaiwerk creëren door kort ache-uit te rijden. | |
| Uitwerpkanaal/maaidek verstopt. Motor uitschakelen en contactsleutel uit- trekken! Uitwerpkanaal/maaidek reinigen. | ||
| Luchtfilter verruild. Luchtfilter reinigen (zie gebruiksaanwij- zing van de motorfabrikant). | ||
| Instelling carburateur klopt nicht. Instelling lien controleren (werkplaats van de klantenservice). | ||
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Messen sterk versleten. Messen verrangen (werkplaats van de klantenservice). | ||
| Rijnselheid te hoog. Rijsnelheid verlagen. | ||
| Gazontrekker trilt sterk. | Maaier is beschadigd. Maaier controeren (werkplaats van de klantenservice). | |
| Gazontrekker vertrekt Niet. | Bij hydrostaat (pedaalbediening): geen wielaandrijving. | Bypass-hendel op bedrijfsstand zetten (zie Hoofdstuk 7.3 "Gazontrekker schui-ven", pagina 59). |
| Onzuivere knip. Messen | versleten, onscherp. Messen verrangen of naslijpen. Bij geslepen messen uitbalanceren (werkplaats van de klantenservice)! | |
| Foute maaihoogte. Maaihoogte corrigeren. | ||
| Te laag motortoerental. Maximaal motortoerental instellen. | ||
| Rijnselheid te hoog. Rijsnelheid verlagen. | ||
| Verschillende bandendruk op de wielen. | Tot juiste bandendruk oppompen. Cor-recte bandendruk op wielen aflezen. | |
| Grasopvangbak vult Niet. | Maaihoogte te diep ingesteld. Maaihoogte corrigeren. | |
| Gras is te vochtig - is te zwaar om door de luchtstroom te worden getransporteerd. | Maaitijd verschuiven tot het gazonop-pervlak is gedroogd. | |
| Messen sterk versleten. Messen verrangen. (Werkplaats klantenservice) | ||
| Gazon te hoog. Gazon 2 keer maaien: | ||
| Weefselzak verstoet - geen luchtdoorlaat. | ||
| Uitwerpkanaal maaidek vuil. Uitwerpkanaal/maaidek reinigen. | ||
| Vulniveauuweergave reageert Niet. | Maairesten aan hendel vul-niveauuweergave. | |
| Aandrijving, rem, kop-peling en maaier. | Uitsluitend latent controlleden door een werkplaats met klantenservice! | |
13 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijkke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefounten van het apparaat worden maar eigien oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een verrangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werk aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
- Deskundig gekruik
Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normala gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxx (x) zijn aangeduid
- Verbrandingsmotoren (hieropঃn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)
De garantietermijn begint bij de aanschaft door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is waar bij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon maar uw dealer ofaar deuchtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaringaat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE
Table des matieres
Fara p.g.a. het motor!