Jet 132 M - Pomp DAB - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Jet 132 M DAB in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Jet 132 M DAB
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Jet 132 M - DAB en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Jet 132 M van het merk DAB.
GEBRUIKSAANWIJZING Jet 132 M DAB
Zelfaanzugende centrifugaalpomp (tot 9 m) met uittstkende zuigcapaciteit, ook bij aanwezigheid van luchtbellen. Geschikt voor gebruik met water met keine zanderige onzuiverheden. Voornamelijk gebruikt voor watervoorzieing in huishoudelijkte systemen. Geschict voor kleinschalige landbouw en tuinonderhoud, industrielle Diensten en waar waar de aanzuigfunctie is vereist.
1. GEPOMPTE VLOEISTOFFEN

De machine is voorbedacht en gebouwd om water op te pompen zonder explosieve, vaste of stoffige onderdelen, met verdichting gelijk op 1000kg / m^3 en een cinematatische vloeibaarheidsdikte gelijk op 1mm^2 /s en vloeistoffen nicht chemisch aggressief.
zieplaatje elektrische gegevens
Absorbtie vermogen: sie plaatje elektrische gegevens
Vermogen max 4,8 m³/h
Overwicht-Hmax (m): Bladz 77
Op gesompde vloeistof : schoon, zonder vaste of schurende stoffen, Niet aggressief
B eschermings graad motor: IP44 (Voor IP55 die naamplaatje op verpakking)
— Beschermings graad klemmetjes: IP55
-Bewarings temperatuur: -10^ + 40^ Relatieve luchtvochtigheid: MAX 95%
Maximale vloeistof temperatuur: 0 + 40^ Maximale werkdruk: Jetcom max 0.6 mPa (6bar)
Geluid: - Voor pompen die bestem zich voor gebruik buitenshuis: geluidsniveau volgens de richtlij 2000/14/EG.
Gulal
- Constructie van de motoren volgens normen CEI 2-3-CEI 61-69 (EN 60335-2-41)
- De geleiders van de voedingskabels要去en een nominale doorsnede hebben die nicht kleiner is dan in de volgende tabel worden vermeld:
| Nominale stroom van het apparaat A | Nominale doorsnede mm2 | ||
| ≤0,2 | Tinselsnoeren a | a Deze kabels mogen alleen worden gezruikt als de lenghteussen het punt waarop de kabel of zich bescheming hetapparaat binnengaat en de ingang in de stekker nicht groter isdan 2 m. | |
| >0,2 | en ≤3 | 0,5 a | |
| >3 | en ≤6 | 0,75 | |
| >6 | en ≤10 | 1,0 (0,75)b | |
| >10 | en ≤16 | 1,5 (1,0)b | |
| >16 | en ≤25 | 2,5 | b De kabels met de+tussen haakjes aangegeven doorsnedenmogen worden gezruikt voor verplaatsbare apparaten, als delengte ervan Niet groter is dan 2 m. |
| >25 | en ≤32 | 4 | |
| >32 | en ≤40 | 6 | |
| >40 | en ≤63 | 10 | |
3. BEHEER
3.1 Opslag
Alle pompen moeten op een overdekte, droge plaat met een liefst constante luchtvochtigheid, trilling- en stofvrij, opgeslagen worden. Zij worden in hun oorspronkelijke verpakking geleverd, waar ze in moeten blijven tot het moment van installmentie. Als dit Niet zo zou zichen,ervoorn zorgen de aan- en afvoeropingen zorgvuldig af te sluiten.
3.2 Transport
Vermijden de producten aan onnodig stoten en botsen te onderwerpen.
Om de eenheid op te tillen en te transporteren hefmachines en de (indien voorzien) standard bijgeleverde pallet gebruiken.
3.3 Gewicht
De sticker op de verpakking geeft het totaalgewicht van de electropomp aan.
3.4 Controle draaing motoras
Controleer voor het installereren van de pomp of de bewegende delen vrij kunner draaien. De ventilatorkap uit de houder van de achterste motorkap verwijden: met een schroevedraaier inwerken op de inkering in de motoras aan ventilatiezijde. In geval van blokkering lichtjes met een hamer op de schroevedraaier slaan. (AFB.A)
4. INSTALLATIE

De pompen können wat water bevatten dat achtergebleven is na het testen.
Wij adviseren om de pompen kort uit te spoelen met schoon water, alvorens hen definitief te installereren.
4.1 De elektropomp moet op een goed geventileerde en van onweer beschermde plaats geinstalleerd worden en met een ruimte van waar de temperatuur Niet boven de 40^ gaat.Afb.B
4.2 Een stevige bevestiging van de pomp op de fundering vergemakkelijk de absorbie van eventuele trillingen door het functioneren van de pompveroorzaakt.Afb.C
4.3 Voorkomen dat de metallische buizen te veel inpansingen op de pompuitmond doorbrengen, om de mogelijkheden van verwormingen en breuken weg te nemen.Afb.C
4.4 De handgreep voor het heffen en het transport要去 als aanwezig en goed aan de steun bevestigd zijn bij alle pompen van de draagbare versie.
4.5 Bij pompen die bestemd zijn voor gebruik in fonteinen buitenshuis, in tuinvijvers of op soortgelijkeplaatsen,要去 de pomp gevoed worden door middel van een circuit dat voorzien is van een inrichting met differentieelstroom, waarvan de nominale functionele differentieelstroom Niet hoger mag�n dan 30mA
Let op: altijd de veiligheidsnormen in acht nemen!

Het elektrische schema goed navolgen die aan de binnenkant van de klemmendoos is aangegeven.
5.1 In de vaste installaties voorzien de Internationale Normen het gebruik van doorkiesknopen met een zekeringshouser basis.
5.2 De monofase motoren zich van een ingebouwde amperometrische bescherming voorzien aan het net direkt verbonden. De driefasemotoren要去en worden beveiligd met een automatische schakelaar (b.v. magnetothermische schakelaar) die is afgesteld volgens de nominale gegevens van de elektropomp.
5.3 In het voedingsnet要去en inrichting zijn opgenomen dat een volledige afkoppeling verzekert in omstandigheden van overspanningscategorie III.
6. OPSTARTEN

De pomp nicht starten zonder.Deze helemaal met vloeistof gemuld te hebben.
Voor het starten nagaan dat de pomp op de juiste manier is uitergerust, voorzien aan zichn volledige vulling met schone water, bij de bijpassende gaatje, na de vullingdop te hebben verwijderd die op het pompgedeelte geplaatst is. (afb.F) Een droge functionering brengt onherstelbare schade aan de mechanische houding. De oplaaddop za daarna zorgzaam wee aangedraaid moeten worden.
6.2 Spanning toevoeren en, voor de driefase versie, de juiste draairichting, dat, wanner men aan de ventiel kant kijk met richting van de klok mee moet gaan. Afb.G. Anders twee willekeurige fasesgeleiders door elkaar andersom doe,na de elektropomp uit de spanning te hebben gedaan.
7.1 De elektropomp moet nooit met meer dan 20 starten per uwel belast worden om de motor Niet met teveel thermische aansporingen te belasten.
7.2 Het wee in werking stellen na een lange onbruiktijd, vereist het herhalen van de bovengenoemde handelingen.
7.3 Het is altijd goede regel de pomp zo naast mogelijk bij de op te pompen vloeistof te plaatsen (Afb.l - Bladz 74)
8. ONDERHOUD EN REINIGING

De elektrupomp kan alleen door gekwalificeerd personeel uit elkaar gehaald worden die in bezit zich van vereiste eisen door de specifieke normen aangegeven. In ieder geval要去en al de reparaties en onderhouds ingren plaatvinden alleen na dat de pomp uit het voedingsnet is gekoppeld.
9. VERANDERINGEN EN RESERVE-ONDERDELEN

Iedere van tevoren Niet toegestane wijziging, haalt het constructie bedrijf van iedere veraantwoording af.

Als de voedingskabel van dit apparaat beschadigd is, dient de reparatie te worden uitgevoerd door gespecialiseerd personeel, om alle risico's te vermijden.
9.1 VERPLAATSING EN WISSELING VOEDINGSKABEL
Voor het doorgaan moet men zich verzekeren dat de elektropomp Niet met het voedingsnet is aangesloten.
Voor de versie zonder drukker: De klemdekker verplaatsen door zichen vier bouteu los te make. De drie klemmetjes L - N - los draaien en zo ook de bruine draad losrijgen, de blauwe en de gele-groene draad, uit de voedingskabel, na de drukker los te hebben gemaakt.
Versie met drukker soort TELEMECANIQUE / SQUARE D - TELEMECANIQUE / ITALTECNICA:
- kabelstuk met drukkerstekker: de drukker boutdeksel losaken met behulp van een schroevendraaier en de deksen verplaatsen door het loshaken van de drukker basis. De gele-groene draad wegrijgen door de aan de linker zijde geplaatste aard klemmetje los te schroeven. Wegrijgen, aandezelfde kant, de blauwe en bruine draad van hun bijpassende klemmetjes, door de op deze geplaatste bouten, los te make. De drukkerkabel bout op de linker zijde losaken en de zo losverbonden kabel wegrijgen.
- kabelstuk van drukker tot klemmetjes: de bout van de dekseldrukker met behulp van een schroevendraaier losmaken en de deksel loshaken uit de drukkerbasis. De gele-groene draad losrijgen door het aardklemmetje aan de rechter zijde los te makeen. Los rijgen, altijd opdezelfde kant, de blauwe en de bruine draad uit de bijpassende klemmetjes, door het losdraaien van de op deze geplaatste bouten los te makeen. De bout van de drukkerkabel van de drukker losmaken op de rechter zijde en de losverbonden kabel wegrijgen. Verplaatsen de klemmetjesdekker, zichn vier bouten losdraaien. De drie klemmetjes L - N - losdraaien en de drie draden, bruin, blauw en geel-groen, uit de drukker afkomstige, losrijgen, na de kabeldrukker los te hebben gemaakt.
Het verwisselen van de voedingskabel moet door middel van een kabel van hetzelfde type gebeuren (vb.H05 RN-F of H07 RN-F volgens installmente) en met hetzelfde uiteinde, volgens de omgekeerde werkvolgorde voor de demontage.
OPLETTEN: aan de hand van de installmenten in geval van pompen zonder kabel, voedings kabel voorbereiden H05 RN-F type voor binnen gebruik en H07 RN-F type voor buiten gebruik, compleet met stekker (EN 60335-2-41). Voor voedingskabels zonder stekker要去 een afkoppelinrichting van het voedingsnet worden voorzien (bijvoorbeeld een magnetothermische schakelaar) met scheiding tussen de contacten van minstens 3mm per pool.
10. STORINGZOEKEN EN OPLOSSINGEN
| ONGEMAKKEN | ONDERZOEKEN (mogelijk oorzaak) | OPLOSSINGEN |
| 1. De motor start nicht en maakt geen lawaai. | A. Elektrische aansluitingen nagaan.B. Nagaan dat de motor onder druk staat.C. De beschermings zekeringen. | C. Indien verbrandt verzangen.N.B.: het heventueel zich direkt herhalen van het mancament kan beteken dat de motor in kortsluiting staat. |
| 2. De motor start nicht maar doet lawaai. | A. Zich verzekeren dat de netspanning overeenkomt met datgene wat er op het naamplaatje staat.B. Nagaan dat de aansluitingen goed+zijn.C. Op de klemmen nagaan de aanwezigheid van alle fases (3 ~).D. Onderzoek waar moglike verstoppen van de motor of van de pomp.E. Nagaan de toestand van de condensator. | B. Eventuele fouten corregeren.C. Anders de afwezige fase herstellen.D. Verstoppingen verwijderen.E. De condensator verrang. |
| 3. De motor draait moeilijk. | A. Zich verzen dat er geen onvoldoende voedings spanning is.B. Nagaan möglich wrifingen:tussen de bewegende en vaste delen. | B. Zorgen om de wrijfinges oorzaken op te sporen. |
| 4. De pomp werkt. | A. De pomp is Niet correct aangesloten.B. De correcte draairichting in deriefase motoren nagaan.C. Onvoldoende diameter van de opzuigingsbuis.D. Verstopte bodemklep. | A. De pomp met water vullen en de opzuigibsuis, indien Niet zelfvissend, dan met de opzuiging doorgaan.B. Onderling twee voedings draden verwisselen.C. Buis verzangen met een van grotere diameter.D. Deze schoonmakers. |
| 5. De pomp vist nicht. | A. De opzuigbinguis of de bodemklep zuigen luht.B. De negatieve helling van de opzuigingsbuis vergemakkelijk de vorming van luchtzakken. | A. Het ongemak verwijderen en de handling herhalen.B. De helling van de buis herstellen. |
| 6. De pomp voert een onvoldoende druk uit. | A. De voetklep is verstopt.B. De draaier is versleten of verstopt.C. Opzuigbinguis met onvoldoende diameter.D. De correcte draairichting nagaan in deriefase motoren. | A. Deze schoonmakers.B. De verstoppingen verwijderen of de versleten delen verrangen.C. De buis verzangen met een van grotere diameter.D. Onderling twee voedingsdraden verwisselen. |
| 7. De pomp trit met een rumoerige geluid. | A. Nagaan dat de pomp en de buizen goedzijn aangesloten.B. De pomp heeft een holte d.w.z. er is meer watwr nodig dan opgepompd kan worden.C. De pomp werkt meer dan wat aangegeven staat. | A. Metmeer zorg de losgekomaken delen vastmaken.B. De opzuiginnings hoogte beperken of drukbelasting controllederen.C. Kan nuttgijken de belasting te beperken. |
Grad de protectie regleta borne: IP55
-
Clasa de protectie: F
-
Temperatura de depositare: -10°C +40°C - Umiditate relativ a aerului: MAX 95%
-
Domeniu de temperatura a lichidului: 0 + 40^ - Presiune maxima de fonctionare: Jetcom max 0.6 mPa (6bar)
— Nivel de — Pentru pompele prevazute pentru uz exterior: nival de zgomot conform Directivei 2000/14/CE.
zgomot: Pentru celealte pompe: nivel de zgomot conform Directivei EC 89/392/CEE si modificarile ulcerioare.
1702 Groot Bijgaarden - Belgium
5151 DL Drunen - Nederland
info.netherlands@dwtgroup.com
Tel. +31 416 387280
Fax +31 416 387299