Jet 82 M - Pomp DAB - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Jet 82 M DAB in PDF-formaat.
| Merk | DAB |
| Model | Jet 82 M |
| Producttype | Zelfaanzugende centrifugaalpomp |
| Toepassingen | Huishoudelijke watervoorziening, kleinschalige landbouw, tuinieren, beperkte industriële diensten |
| Gepompte vloeistoffen | Schoon water zonder vaste stoffen of schuurmiddelen, chemisch niet agressief |
| Voedingsspanning | 220-240 V 50 Hz (andere spanningen volgens typeplaatje) |
| Maximaal debiet | 4,8 m³/u |
| Maximale zuighoogte | 9 m (zelfaanzugend) |
| Maximale werkdruk | 0,8 MPa (8 bar) |
| Beschermingsgraad motor | IP44 (IP55 volgens typeplaatje) |
| Motorklasse | F |
| Maximale vloeistoftemperatuur | 40 °C |
| Aanzuigen | Vullen met water voor inschakeling; zelfaanzugend tot 9 m |
| Thermische beveiliging | Ingebouwd (eenfase motor) |
| Maximaal aantal starts per uur | 20 |
| Opslag | Overdekte, droge plaats, constante luchtvochtigheid, in originele verpakking |
| Installatie | Goed geventileerde plaats, beschermd tegen weersinvloeden, omgevingstemperatuur ≤ 40 °C |
| Onderhoud | Voorbehouden aan gespecialiseerd personeel; altijd de pomp loskoppelen voor elke ingreep |
| Voedingskabel | Type H05 RN-F (binnen) of H07 RN-F (buiten) |
Veelgestelde vragen - Jet 82 M DAB
Gebruikersvragen over Jet 82 M DAB
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Jet 82 M - DAB en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Jet 82 M van het merk DAB.
GEBRUIKSAANWIJZING Jet 82 M DAB
Zelfaanzuigende centrifugaalpomp (tot 9 m) met uitstekende zuigcapaciteit, ook bij aanwezigheid van luchtbellen. Geschikt voor gebruik met water met kleine zanderige onzuiverheden. Voornamelijk gebruikt voor watervoorziening in huishoudelijke systemen. Geschikt voor kleinschalige landbouw en tuinonderhoud, industriële diensten en daar waar de aanzuigfunctie is vereist.
1. GEPOMPTE VLOEISTOFFEN

De machine is voorbedacht en gebouwd om water op te pompen zonder explosieve, vaste of stoffige onderdelen, met verdichting gelijk op 1000 kg/m³ en een cinematische vloeibaarheidsdikte gelijk op 1mm²/s en vloeistoffen niet chemisch aggressief.
| Spannings toevoer: | 115V 60Hz / 230V 60Hz / 230 V3 – 400 V3 50/60Hz115-127 V 60 Hz / 220-230V 60Hz / 220-277/380-480V 60Hz | Zie plaatje elektrische gegevens | |
| Absorbtie vermogen: | zie plaatje elektrische gegevens | ||
| Vermogen | max 4,8 m3/h | ||
| Overwicht – Hmax (m): | Bladz 77 | ||
| Op gepompde vloeistof : | schoon,zonder vaste of schurende stoffen,niet aggressief | ||
| B eschermings graad motor: | IP44 (Voor IP55 zie naamplaatje op verpakking) | ||
| Beschermings graad klemmetjes: | IP55 | ||
| Beschermings klasse: | F | ||
| Bewarings temperatuur: | -10°C + 40°C | — Relatieve luchtvochtigheid: MAX 95% | |
| Maximale vloeistof temperatuur: | 0+40°C | — Maximale werkdruk: | Jet-Jetinox max 0.8 mPa (8bar)Jetcom max 0.6 mPa (6bar) |
— Voor pompen die bestemd zijn voor gebruik buitenshuis: geluidsniveau volgens de richtlijn 2000/14/EG.
— Voor de overige pompen: geluidsniveau volgens de richtlijn EG 89/392/CEE en successievelijke wijzigingen.
— Constructie van de motoren volgens normen CEI 2-3 - CEI 61-69 (EN 60335-2-41)
— De geleiders van de voedingskabels moeten een nominale doorsnede hebben die niet kleiner is dan in de volgende tabel wordt vermeld:
| Nominale stroom van het apparaat A | Nominale doorsnede mm^2 | |||
| ≤ 0,2 | Tinselsnoerena | aDeze kabels mogen alleen worden gebruikt als de lengte tussen het punt waarop de kabel of zijn bescherming het apparaat binnengaat en de ingang in de stekker niet groter is dan 2 m. | ||
| >0,2 | en | ≤ 3 | 0,5a | |
| >3 | en | ≤ 6 | 0,75 | |
| >6 | en | ≤ 10 | 1,0 (0,75)b | |
| >10 | en | ≤ 16 | 1,5 (1,0)b | |
| >16 | en | ≤ 25 | 2,5 | bDe kabels met de tussen haakjes aangegeven doorsneden mogen worden gebruikt voorverplaatsbare apparaten, als de lengte ervan niet groter is dan 2 m. |
| >25 | en | ≤ 32 | 4 | |
| >32 | en | ≤ 40 | 6 | |
| >40 | en | ≤ 63 | 10 | |
3. BEHEER
3.1 Opslag
Alle pompen moeten op een overdekte, droge plaats met een liefst constante luchtvochtigheid, trilling- en stofvrij, opgeslagen worden. Zij worden in hun oorspronkelijke verpakking geleverd, waar ze in moeten blijven tot het moment van installatie. Als dit niet zo zou zijn, ervoor zorgen de aan- en afvoeropeningen zorgvuldig af te sluiten.
3.2 Transport
Vermijden de producten aan onnodig stoten en botsen te onderwerpen.
Om de eenheid op te tillen en te transporteren hefmachines en de (indien voorzien) standaard bijgeleverde pallet gebruiken.
3.3 Gewicht
De sticker op de verpakking geeft het totaalgewicht van de electropomp aan.
3.4 Controle draaiing motoras
Controleer vóór het installeren van de pomp of de bewegende delen vrij kunner draaien. De ventilatorkap uit de houder van de achterste motorkap verwijderen: met een schroevedraaier inwerken op de inkerving in de motoras aan ventilatiezijde. In geval van blokkering lichtjes met een hamer op de schroevedraaier slaan. (AFB.A)
4. INSTALLATIE

De pompen kunnen wat water bevatten dat achtergebleven is na het testen.
Wij adviseren om de pompen kort uit te spoelen met schoon water, alvorens hen definitief te installeren.
4.1 De elektropomp moet op een goed geventileerde en van onweer beschermde plaats geinstalleerd worden en met een ruimte van waar de temperatuur niet boven de 40°C gaat.Afb.B
4.2 Een stevige bevestiging van de pomp op de fundering vergemakkelijkt de absorbtie van eventuele trillingen door het functioneren van de pomp veroorzaakt.Afb.C
4.3 Voorkomen dat de metallische buizen te veel inspanningen op de pompuitmond doorbrengen, om de mogelijkheden van vervormingen en breuken weg te nemen.Afb.C
4.4 De handgreep voor het heffen en het transport moet altijd aanwezig en goed aan de steun bevestigd zijn bij alle pompen van de draaqbare versie.
4.5 Bij pompen die bestemd zijn voor gebruik in fonteinen buitenshuis, in tuinvijvers of op soortgelijke plaatsen, moet de pomp gevoed worden door middel van een circuit dat voorzien is van een inrichting met differentieelstroom, waarvan de nominale functionele differentieelstroom niet hoger mag zijn dan 30 mA.
Let op: altijd de veiligheidsnormen in acht nemen!

Het elektrische schema goed navolgen die aan de binnenkant van de klemmendoos is aangegeven.
5.1 In de vaste installaties voorzien de Internationale Normen het gebruik van doorkiesknopen met een zekeringshouder basis.
5.2 De monofase motoren zijn van een ingebouwde amperometrische bescherming voorzien aan het net direkt verbonden. De driefasemotoren moeten worden beveiligd met een automatische schakelaar (b.v. magnetothermische schakelaar) die is afgesteld volgens de nominale gegevens van de elektropomp.
5.3 In het voedingsnet moet een inrichting zijn opgenomen dat een volledige afkoppeling verzekert in omstandigheden van overspanningscategorie III.
6. OPSTARTEN
6.1

De pomp niet starten zonder deze helemaal met vloeistof gevuld te hebben.
Voor het starten nagaan dat de pomp op de juiste manier is uitgerust, voorzien aan zijn volledige vulling met schone water, bij de bijpassende gaatje, na de vullingdop te hebben verwijderd die op het pompgedeelte geplaatst is..(afb.F) Een droge functionering brengt onherstelbare schade aan de mechanische houding. De oplaaddop zal daarna zorgzaam weer aangedraaid moeten worden.
6.2 Spanning toevoeren en, voor de driefase versie, de juiste draairichting, dat, wanneer men aan de ventiel kant kijkt met richting van de klok mee moet gaan. Afb.G. Anders twee willekeurige fasesgeleiders door elkaar andersom doen, na de elektropomp uit de spanning te hebben gedaan.
7. VOORZORGSMAATREGELEN
7.1 De elektropomp moet nooit met meer dan 20 starten per uur belast worden om de motor niet met teveel thermische aansporingen te belasten.
7.2 Het weer in werking stellen na een lange onbruikstijd, vereist het herhalen van de bovengenoemde handelingen.
7.3 Het is altijd goede regel de pomp zo naast mogelijk bij de op te pompen vloeistof te plaatsen (Afb.I - Bladz 74)
8. ONDERHOUD EN REINIGING

De elektropomp kan alleen door gekwalificeerd personeel uit elkaar gehaald worden die in bezit zijn van vereiste eisen door de specifieke normen aangegeven. In ieder geval moeten al de reparaties en onderhouds ingrepen plaats vinden alleen na dat de pomp uit het voedingsnet is gekoppeld.
9. VERANDERINGEN EN RESERVE-ONDERDELEN

ledere van tevoren niet toegestane wijziging, haalt het constructie bedrijf van iedere veraantwoording af.

Als de voedingskabel van dit apparaat beschadigd is, dient de reparatie te worden uitgevoerd door gespecialiseerd personeel, om alle risico's te vermijden.
9.1 VERPLAATSING EN WISSELING VOEDINGSKABEL
Voor het doorgaan moet men zich verzekeren dat de elektropomp niet met het voedingsnet is aangesloten.
Voor de versie zonder drukker: De klemdekker verplaatsen door zijn vier bouten los te maken. De drie klemmetjes L - N - ⏻ los draaien en zo ook de bruine draad losrijgen, de blauwe en de gele-groene draad, uit de voedingskabel, na de drukker los te hebben gemaakt.
Versie met drukker soort TELEMECANIQUE / SQUARE D - TELEMECANIQUE / ITALTECNICA:
- kabelstuk met drukkerstekker: de drukker boutdeksel losmaken met behulp van een schroevendraaier en de deksel verplaatsen door het loshaken van de drukker basis. De gele-groene draad wegrijgen door de aan de linker zijde geplaatste aard klemmetje los te schroeven. Wegrijgen, aan dezelfde kant, de blauwe en bruine draad van hun bijpassende klemmetjes, door de op deze geplaatste bouten, los te maken. De drukkerkabel bout op de linker zijde losmaken en de zo losverbonden kabel wegrijgen.
- kabelstuk van drukker tot klemmetjes: de bout van de dekseldrukker met behulp van een schroevendraaier losmaken en de deksel losshaken uit de drukkerbasis. De gele-groene draad losrijgen door het aardklemmetje aan de rechter zijde los te maken. Los rijgen, altijd op dezelfde kant, de blauwe en de bruine draad uit de bijpassende klemmetjes, door het losdraaien van de op deze geplaatste bouten los te maken. De bout van de drukkerkabel van de drukker losmaken op de rechter zijde en de losverbonden kabel wegrijgen. Verplaatsen de klemmetjesdekker, zijn vier bouten losdraaien. De drie klemmetjes L - N - ⏻ losdraaien en de drie draden, bruin, blauw en geel-groen, uit de drukker afkomstige, losrijgen, na de kabeldrukker los te hebben gemaakt.
Het verwisselen van de voedingskabel moet door middel van een kabel van hetzelfde type gebeuren (vb.H05 RN-F of H07 RN-F volgens installatie) en met hetzelfde uiteinde, volgens de omgekeerde werkvolgorde voor de demontage.
OPLETTEN: aan de hand van de installatie en in geval van pompen zonder kabel, voedings kabel voorbereiden H05 RN-F type voor binnen gebruik en H07 RN-F type voor buiten gebruik, compleet met stekker (EN 60335-2-41). Voor voedingskabels zonder stekker moet een afkoppelinrichting van het voedingsnet worden voorzien (bijvoorbeeld een magnetothermische schakelaar) met scheiding tussen de contacten van minstens 3 mm per pool.
10. STORINGZOEKEN EN OPLOSSINGEN
| ONGEMAKKEN | ONDERZOEKEN (mogelijke oorzaak) | OPLOSSINGEN |
| 1. De motor start niet en maakt geen lawaai. | A. Elektrische aansluitingen nagaan.B. Nagaan dat de motor onder druk staat.C. De beschermings zekeringen. | C. Indien verbrandt vervangen.N.B.: het heventueel zich direkt herhalen van het mancament kan betekenen dat de motor in kortsluiting staat. |
| 2. De motor start niet maar doet lawaai. | A. Zich verzekeren dat de netspanning overeenkomt met datgene wat er op het naamplaatje staat.B. Nagaan dat de aansluitingen goed zijn.C. Op de klemmen nagaan de aanwezigheid van alle fases (3 ~).D. Onderzoek naar mogeliike verstoppingen van de motor of van de pomp.E. Nagaan de toestand van de condensator. | B. Eventuele fouten corregeren.C. Anders de afwezige fase herstellen.D. Verstoppingen verwijderen.E. De condensator vervang. |
| 3. De motor draait moeilijk. | A. Zich verzen dat er geen onvoldoende voedings spanning is.B. Nagaaan mogelijke wrifingen tussen de bewegende en vaste delen. | B. Zorgen om de wrijfinges oorzaken op te sporen. |
| 4. De pomp werkt. | A. De pomp is niet correct aangesloten.B. De correcte draairichting in de driefase motoren nagaan.C. Onvoldoende diameter van de opzuigingsbuis.D. Verstopte bodemklep. | A. De pomp met water vullen en de opzuigigsbuis, indien niet zelfvissend, dan met de opzuiging doorgaan.B. Onderling twee voedings draden verwisselen.C. Buis vervangen met een van grotere diameter.D. Deze schoonmaken. |
| 5. De pomp vist niet. | A. De opzuigingbuis of de bodemklep zuigen luoht.B. De negatieve helling van de opzuiginggsbuis vergemakkelijkt de vorming van luchtzakken. | A. Het ongemak verwijderen en de handeling herhalen.B. De helling van de buis herstellen. |
| 6. De pomp voert een onvoldoende druk uit. | A. De voetklep is verstopt.B. De draaier is versleten of verstopt.C. Opzuigingbuis met onvoldoende diameter.D. De correcte draairichting nagaan in de driefase motoren. | A. Deze schoonmaken.B. De verstoppingen verwijderen of de versleten delen vervangen.C. De buis vervangen met een van grotere diameter.D. Onderling twee voedingsdraden verwisselen. |
| 7. De pomp trilt met een rumoerige geluid. | A. Nagaan dat de pomp en de buizen goedzijn aangesloten.B. De pomp heeft een holte d.w.z. er is meer watwr nodig dan opgepompd kan worden.C. De pomp werkt meer dan wat aangegeven staat. | A. Met meer zorg de losgekomaken delen vastmaken.B. De opzuiginngs hoogte beperken of drukbelasting controleren.C. Kan nuttig zijn de belasting te beperken. |
1702 Groot Bijgaarden - Belgium
5151 DL Drunen - Nederland
info.netherlands@dwtgroup.com
Tel. +31 416 387280
Fax +31 416 387299