BENNING DUTEST pro - Multimeter

DUTEST pro - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DUTEST pro BENNING in PDF-formaat.

📄 52 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BENNING DUTEST pro - page 37
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Continuïteitstester / multimeter
Merk BENNING
Model DUTEST pro
Voeding 3 AA-batterijen (LR06) 1,5 V
Gewicht Ongeveer 130 g
Belangrijkste functies Continuïteitstest (zoemer + 3 LED's), diodetest, externe spanningsweergave (6-400 V AC/DC), unipolaire fasecontrole, kabelbreukdetector, LED-zaklamp
Continuïteitstestbereik R ≤ 100-200 Ω (zoemer + LED 100), ≤ 1 kΩ (LED 1k), ≤ 10 kΩ (LED 10k)
Externe spanningsdetectie 6 V tot 400 V AC/DC, 50/60 Hz
Polariteitsweergave Vanaf ±6 V (rode LED + en -)
Unipolaire fasecontrole Vanaf 230 V, 50/60 Hz (geaard net)
Kabelbreukdetector Contactloos, vanaf 230 V, 50/60 Hz
LED-zaklamp 4 helderheidsniveaus (25%, 50%, 75%, 100%), automatische uitschakeling na 2 min
Ingebouwde zoemer 4 volumeniveaus (laag, gemiddeld, hoog, UIT + lamp AAN)
Meetcategorie CAT III 300 V ten opzichte van aarde
Beschermingsgraad IP40
Vervuilingsgraad 2
Bedrijfstemperatuur / opslagtemperatuur -15 °C tot +55 °C
Relatieve luchtvochtigheid 20 % tot 80 %
Meetsnoer Lengte ongeveer 1000 mm, met rode (+) en zwarte (-) meetsnoeren
Onderhoud Reinigen met een droge doek; batterijen verwijderen bij langdurige opslag
Repareerbaarheid Batterijen door gebruiker vervangbaar; apparaat niet demonteren
Normen DIN EN 61010-1, -031 ; IEC 61010-1, -031 ; DIN EN 62471

Veelgestelde vragen - DUTEST pro BENNING

Hoe voer ik een continuïteitstest uit met de DUTEST pro?
Zorg ervoor dat het circuit spanningsloos is. Verbind de rode (+) en zwarte (-) meetsnoeren met de te testen punten. Als de weerstand ≤ 100-200 Ω is, klinkt er een geluidssignaal en gaan de drie gele LED's (100 Ω, 1 kΩ, 10 kΩ) branden. De weerstandswaarde kan worden geschat aan de hand van het aantal brandende LED's.
Hoe controleer ik of het apparaat correct werkt?
Houd de drukknop 5 seconden ingedrukt: alle LED's, de zaklamp en de zoemer moeten worden geactiveerd. Sluit vervolgens de meetsnoeren kort: de zoemer moet een signaal geven en de continuïteits-LED's gaan branden. Test ook op een bekende spanningsbron (230 V) om de spanningsweergave en fasecontrole te controleren.
Hoe vervang ik de batterijen?
Open nooit het batterijvak wanneer het apparaat in gebruik is. Gebruik een schroevendraaier om de vergrendeling naar beneden te drukken en schuif het deksel eraf. Vervang de drie lege batterijen door nieuwe AA-batterijen (LR06) met inachtneming van de polariteit. Sluit het deksel tot het vastklikt.
Wat moet ik doen als de continuïteits-LED's knipperen tijdens de test?
Dit geeft aan dat de batterijen bijna leeg zijn. Vervang de batterijen door drie nieuwe AA-batterijen.
Hoe stel ik het volume van de ingebouwde zoemer in?
Sluit de meetsnoeren kort en houd de drukknop ingedrukt tot het gewenste niveau is bereikt. Er zijn vier niveaus beschikbaar: laag, gemiddeld, hoog en UIT (zaklamp AAN). De instelling wordt onthouden.
Hoe detecteer ik een kabelbreuk contactloos?
Beweeg de sensor (markering 14) langs een onder spanning staande leiding (≥ 230 V). Zolang de kabel niet is gebroken, knippert de rode LED. Wanneer de LED uitgaat, is de breuk gelokaliseerd.
Wat is de maximale spanning die het apparaat kan meten?
De externe spanningsweergave detecteert spanningen van 6 V tot 400 V AC/DC (50/60 Hz). De meetcategorie is CAT III 300 V ten opzichte van aarde.
Hoe gebruik ik de LED-zaklamp?
Druk op de drukknop om de lamp aan/uit te zetten. Houd de knop ingedrukt om de helderheid aan te passen: vier niveaus (25%, 50%, 75%, 100%). Niveau 100% wordt bevestigd met een geluidssignaal. De lamp wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld.
Wat moet ik doen als het apparaat een externe spanning detecteert tijdens een continuïteitstest?
Als de rode LED's + en/of - branden, is er een externe spanning aanwezig. Stop onmiddellijk de test en controleer de spanningsloosheid met een tweepolige spanningsmeter. De zoemer geeft een pulserend signaal (of de lamp knippert als de zoemer UIT is).
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik in acht nemen?
Raak alleen de geïsoleerde meetsnoeren aan; controleer de goede werking voor/na gebruik; gebruik het apparaat niet als functies defect zijn; respecteer de meetcategorieën (CAT III 300 V); kijk nooit rechtstreeks in de LED-straal; houd rekening met het effect van magneten op medische implantaten.

Gebruikersvragen over DUTEST pro BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUTEST pro - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUTEST pro van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING DUTEST pro BENNING

D Bedienungsanleitung
GB Operatingmanual
NL Gebruiksaanwijzing
S Bruksanvisning

- Innenwiderstand: 166 kΩ

Voor u de doorgangsmeter DUTEST® pro gebruikt: Lees de bedieningshandleiding en houd absoluut rekening met de veiligheidsaanwijzingen!

Inhoud

  1. Veiligheidsaanwijzingen

  2. Beschrijving van het toestel

  3. Werkingscontrole

  4. Doorgangs- en diodecontrole

  5. Stoorspannings- en polariteitsweergave

  6. Eénpolige buitengeleidercontrole (fase)

  7. Kabelbreukdetector

  8. LED-zaklamp

  9. Batterij vervangen

  10. Technische gegevens

  11. Algemeen onderhoud

  12. Milieubescherming

1. Veiligheidsaanwijzingen:

BENNING DUTEST pro - Veiligheidsaanwijzingen: - 1

Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en ingeplante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.

  • Neem het toestel tijdens de controle alleen vast aan de geïsoleerde testpennen ⑦ en ⑧ en raak de blanke testelektroden ⑥ niet aan!
  • Controleer de goede werking van het toestel onmiddellijk voor en na het gebruik! (zie paragraaf 3). Het toestel mag niet worden gebruikt als de functie van een of meer indicatoren uitvalt of als er geen werkingsparaatheid kan worden vastgesteld!
  • Wanneer verondersteld mag worden dat gevaar-loos gebruik niet meer mogelijk is, moet toestel buiten gebruik worden genomen.
  • Vermijd in elk geval dat het toestel nat wordt of bedauwd raakt (condenswatervorming). Het toestel moet ook worden beschermd tegen verontreiniging en beschadiging!
  • Als de batterij leeg is, werkt het toestel niet meer!
  • Het toestel mag alleen worden gebruikt in het opgegeven nominale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC/DC 400 V!
  • Het toestel mag alleen worden gebruikt in stroomkringen van de overspanningscategorie CAT III met max. 300 V t.o.v. aarde. Bij metingen binnen meetcategorie III mag het uitstekende, geleidende gedeelte van een testelektrode 6 van de meetkabel niet langer zijn dan 4 mm. Vooraleer metingen in meetcategorie III worden uitgevoerd, moeten de meegeleverde, met CAT III gemerkte opsteekkappen op de testelektroden 6 worden gestoken. Deze maatregel beschermt de gebruiker.
  • Merk op dat werken aan spanningsvoerende onderdelen en installaties altijd gevaarlijk zijn. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen levensgevaarlijk zijn voor de mens.
  • Gebruik het toestel niet met geopend batterijvak.
  • Het toestel is bedoeld voor gebruik door elektriciens in combinatie met veilige werkwijzen.
  • Het toestel mag niet uit elkaar worden genomen!

Opgelet!

Onmiddellijk voor het gebruik van het toestel moet altijd worden gecontroleerd of de installatiecomponent spanningsvrij is! Gebruik daartoe een tweepolige spanningstester.

Opgelet!

Het toestel is uitgerust met een krachtige LED-zaklamp. Kijk nooit direct of indirect via weerkaatsende

oppervlakken in de LED-straal. De LED-straal kan onherstelbare schade aan het oog veroorzaken.

Symbolen op het toestel:

SymboolBetekenis
BENNING DUTEST pro - Opgelet! - 1Opgelet Documentatie opvolgen!Het symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de bedieningshandleiding moeten worden opgevolgd om gevaar te vermijden
[273W]DC/AC gelijk- en wisselspanning
BENNING DUTEST pro - Opgelet! - 2Aarde (spanning t.o.v. aarde)
[2XXT]Dit symbool geeft de oriëntatie van de batterijen aan om ze met de juiste polarisatie te plaatsen.
BENNING DUTEST pro - Opgelet! - 3Opgelet potentieel gevaarlijke optische straling!Kijk niet direct in de straal, gevaar voor het netvlies!
BENNING DUTEST pro - Opgelet! - 4Opgelet! Magneten kunnen de werking beïnvloeden van pacemakers en ingeplante defibrillatoren. Als drager van dergelijke toestellen dient u een voldoende grote afstand tot de magneet aan te houden.

2. Beschrijving van het toestel

① Gele LED voor doorgangsmeting tot R ≤ 100 Ω - 200 Ω
② Gele LED voor doorgangsmeting tot R ≤ 1 kΩ
③ Gele LED voor doorgangsmeting tot R ≤ 10 kΩ
4 Rode + LED van stoorspanningsindicatie (oplichtend),

+ Pluspool van polariteitsindicatie (oplichtend),

Buitengeleidercontrole (fase) en kabelbreukdetector (knipperend)

⑤ Rode - LED van stoorspanningsindicatie (oplichtend),

- Minpool van polariteitsindicatie (oplichtend)

⑥ Testelektroden met opsteekkappen
⑦ + testpen (rood)
⑧ - testpen (zwart)
9 Meetkabel
10 Krachtige LED-zaklamp
11 Knop
⑫ Vergrendeling deksel van batterijvak
13 Deksel batterijvak met magneet, riemklem en technische gegevens
14 Sensor van kabelbreukdetector

3. Werkingscontrole

  • Controleer de goede werking van het toestel onmiddellijk voor en na het gebruik!
  • Houd de toets ⑪ gedurende ca. 5 seconden ingedrukt om de werking van alle LED's, de LED-zaklamp en de zoemer te controleren.
  • Sluit de testpennen 7 en 8 kort om de interne meetkring, de meetkabels en de batterijen te controleren. De zoemer moet weerklinken en de LED's 1, 2 en 3 voor de doorgangsmeting moeten oplichten.
  • De batterijen moeten worden vervangen zodra de LED's ①, ② en ③ tijdens de doorgangsmeting knipperen.
  • Test de LED's van de stoorspanningsindicatie 4 en 5 en de werking van de eenpolige buitengeleidercontrole (fase) 4 op bekende spanningsbronnen, bijv. een 230 V stopcontact
  • Gebruik het toestel niet als niet alle functies perfect werken!

4. Doorgangs- en diodecontrole

  • De doorgangs- en diodecontrole moet worden uitgevoerd op spanningsvrij geschakelde installatiecomponenten, eventueel moeten condensatoren worden ontladen.
  • Plaats de twee testpennen ⑦ en ⑧ op de te controleren installatiecomponenten.
  • Bij doorgang (weerstandswaarde R ≤ 100 200 Ω) weerklinkt een geluidssignaal en de gele LED's ①, ② en ③ lichten op.
  • Aan de hand van de LED-niveau-indicator ①, ② en ③ kan de hoogte van de weerstandswaarde grof worden ingeschat.
Weerstand (R) ≤ 100 Ω -200 Ω ≤ 1 kΩ ≤ 10 kΩ >10 kΩ ≤ 100 kΩ →
Zoemer:
1 LED 100 Ω ● 1. ● ↓
2 LED 1 k Ω ● ● 2. ● ↓
3 LED 10 k Ω ● ● ● 3. ● ↓
  • Om de doorlaatrichting van een diode te bepalen, plaatst u de zwarte - testpen ⑧ tegen de kathode en de rode + testpen ⑦ tegen de anode van de diode. De doorlaatrichting is bepaald wanneer de gele LED's ①, ② en ③ als een looplicht oplichten.
  • Als op de controleplaats een spanning staat, waarschuwt het toestel door het oplichten van de rode LED's 4 en/of 5 voor de aanwezigheid van een stoorspanning. De controle moet onmiddellijk worden gestopt en de spanningsvrijheid moet worden verzekerd!

Instelling van het zoemervolume

Het volume van de zoemer kan in vier standen worden ingesteld. Stand 1 (stil), stand 2 (gemiddeld), stand 3 (luid) en stand 4 (zeer luid). In stand 5, de zoemer: UIT, LED-zaklamp: AAN).

Om het volume in te stellen, sluit u de testpennen ⑦ en ⑧ kort en houdt u de toets ⑪ ingedrukt tot het gewenste volume ingesteld is. Het ingestelde zoemervolume blijft opgeslagen tot het weer wordt gewijzigd.

5. Stoorspannings- en polariteitsweergave

  • Plaats de twee testpennen ⑦ en ⑧ tweepolig tegen de te controleren installatiecomponenten.
  • De LED's voor de stoorspanningsindicatie ④ en ⑤ herkennen gelijk- (---) en wisselspanningen (\~) in een bereik van 6 V - 400 V.
  • Wisselspanningen ( ) worden aangegeven door het gelijktijdig oplichten van de + LED 4 en de - LED 5.
  • Gelijkspanningen (===) worden aangegeven door het oplichten van de + LED ④ of de - LED ⑤. De + LED ④ licht op wanneer de pluspool van de spanningsbron aan de rode + testpen ⑦ en de minpool van de spanningsbron aan de zwarte - testpen ⑧ wordt aangelegd.

Opgelet!

De stoorspanningsindicatie vormt geen vervanging voor een tweepolige spanningstester om de spanningsvrijheid vast te stellen.

Bijkomende indicatie voor stoorspanningsherkenning (tweepolig)

Als de zoemer tijdens de doorgangsmeting ingeschakeld is, waarschuwt een pulserend geluidssignaal voor de aanwezigheid van een stoorspanning. Als de zoemer tijdens de doorgangsmeting uitgeschakeld is, knippert de LED-zaklamp 10 als er een stoorspanning aanwezig is. De bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp 10) kan worden uitgeschakeld. Plaats daartoe de twee testpennen 7 en 8 op een spanningsbron (6 V - 400 V) en bedien de toets 11 gedurende ca. 1 seconde. Om de bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp 10) te activeren, herhaalt u de procedure.

6. Eénpolige buitengeleidercontrole (fase)

-Ω Leg de zwarte - testpen ⑧ of de rode + testpen ⑦ eenpolig tegen de te controleren installatiecomponent. Let er in elk geval op dat bij de eenpolige buitengeleidercontrole (fase) de blanke testelektrode ⑥ niet in contact komt met de andere testpen en deze contactvrij blijft.
- Als de rode LED ⚡ 4 knippert, staat op deze installatiecomponent de buitengeleider (fase) van een wisselspanning.

Bijkomende indicatie voor buitengeleidercontrole

Indien nodig kan een bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp 10) worden geactiveerd voor de buitengeleidercontrole. Om deze functie te activeren, contacteert u eenpolig de zwarte - testpen 8 of de rode + testpen 7 met de buitengeleider (fase) van een stopcontact en bedient u de toets 11 gedurende ca. 1 seconde. Om de bijkomende indicatie uit te schakelen, bedient u toets 11 nogmaals. De bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp 10) is afhankelijk van het ingestelde zoemervolume van de doorgangsmeting. (zie hoofdstuk 4).

Opmerking:

De eenpolige buitengeleidercontrole (fase) is in het geaarde net mogelijk vanaf 230 V, 50 Hz / 60 Hz (fase t.o.v. aarde).

7. Kabelbreukdetector

  • De kabelbreukdetector 14 lokaliseert aanraakvrij kabelbreuken aan blootliggende en onder spanning staande leidingen.
  • Beweeg de detector 14 over een spanningsvoerende leiding (bijv. kabeltrommel of lichtketting) van de voedingsplaats (fase) in de richting van het andere leidinguiteinde.
  • Zolang de leiding niet onderbroken is, knippert de rode LED 4.
  • De kabelbreukplaats is gelokaliseerd als de rode LED ♦④ uitgaat.

Bijkomende indicatie voor kabelbreukdetector

Een geactiveerde bijkomende indicatie (pulserend geluidssignaal of knipperende LED-zaklamp 10) tijdens de eenpolige buitengeleidercontrole (zie hoofdstuk 6) is eveneens actief voor de kabelbreukdetector. Opmerking:

De kabelbreukdetector kan worden gebruikt in een geaard net vanaf 230 V, 50 Hz/ 60 Hz (fase t.o.v. aarde).

8. LED-zaklamp

Opgelet! Potentieel gevaarlijke optische straling! Kijk niet direct of indirect via weerkaats- ende oppervlakken in de straal, gevaar voor het netvlies!

  • Het toestel beschikt over een geconcentreerde, krachtige LED-zaklamp 10, die door bediening van de toets 11 kan worden in- of uitgeschakeld.
  • De LED-zaklamp wordt automatisch uitgeschakeld na ca. 2 minuten.

Instellen van de lichtsterkte

De lichtsterkte van de LED-zaklamp 10 kan in vier standen worden ingesteld.

Stand 1 (25%), stand 2 (50%), stand 3 (75%) en stand 4 (100%). Om de lichtsterkte in te stellen, houdt u de

toets ⑪ ingedrukt tot de gewenste lichtsterkte ingesteld is. De hoogste stand 4 (100%) wordt bevestigd door een geluidssignaal. De ingestelde lichtsterkte blijft opgeslagen tot aan de volgende wijziging.

9. Batterij vervangen

  • Leg het toestel niet aan spanning terwijl het batterijvak geopend is!
  • Het batterijvak bevindt zich aan de achterzijde van het toestel.
  • Druk met een schroevendraaier de vergrendeling 12 lichtjes in en schuif tegelijk het deksel van het batterijvak 13 langs onder weg.
  • Vervang de lege batterijen door drie nieuwe batterijen van het type Mignon (LR06/AA). Let op de juiste polarisatie van de nieuwe batterijen!
  • Schuif het deksel van het batterijvak 13 weer op de behuizing tot de vergrendeling 12 hoorbaar vergrendelt.

Opmerking:

In het deksel van het batterijvak 13 zijn een magneet en een riemclip geïntegreerd voor de bevestiging van het toestel.

Akoestisch met zoemer voor meetweerstanden R ≤ 100 Ω - 200 Ω

100 Ω LED voor meetweerstanden R ≤ 100 Ω - 200 Ω

1 kΩ LED voor meetweerstanden R ≤ 1 kΩ

10 kΩ LED voor meetweerstanden R ≤ 10 kΩ

  • Tolerantiebereik: ± 20 % van de maximumwaarde van het LED-niveau
  • Zoemervolume: Stand 1 (stil), stand 2 (gemiddeld), stand 3 (luid), stand 4 (zoemer: UIT, LEDzaklamp: AAN)
  • Nullastspanning: ≤ 4,5 V
  • Teststroom: ≤ 30 μA
  • Diodecontrole: \~ 1,5 V, max. 30 μA
  • Stoorspanningsherkenning: 6 V - 400 V AC/ DC, 50 Hz/ 60 Hz
  • Inwendige weerstand: 166 kΩ
  • Stroomverbruik: I s < 3,5 mA (400 V)
  • Polariteitsindicatie: vanaf ± 6 V
  • Buitengeleidercontrole (fase): Un ≥ 230 V , 50 Hz/60 Hz
  • Kabelbreukdetector: U n ≥ 230 V, 50 Hz/ 60 Hz
  • Vervuilingsgraad: 2
  • Beschermingsgraad: IP 40 (DIN VDE 0470-1 IEC/EN 60529)

4 - eerste cijfer: bescherming tegen toegang tot gevaarlijke componenten en bescherming tegen vaste vreemde voorwerpen > 1,0 mm diameter

0 - tweede cijfer: geen waterbescherming

  • Batterijen: 3 x Mignon, LR06/ AA (1,5 V)
  • Gewicht: ca. 130 g
  • Meetleiding met testgrepen: ca. 1000 mm
  • Bedrijfstemperatuurbereik: - 15 °C tot + 55 °C
  • Bewaartemperatuurbereik: - 15 °C tot + 55 °C
  • Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 80 %
  • Lichtsterkte van de LED-zaklamp:

Stand 1 (25%), stand 2 (50%), stand 3 (75%), stand 4 (100%)

11. Algemeen onderhoud

Reinig het toestel aan de buitenkant met een schone, droge doek. Als verontreinigingen of afzettingen ter hoogte van de batterij of de batterijbehuizing voorhanden zijn. Reinig ook deze met een droge doek.

Haal de batterijen uit het toestel als u het toestel gedurende lange tijd niet gebruikt!

Breng de lege batterijen en het toestel op het einde van zijn levensduur naar de daartoe bestemde inzamelpunten.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : DUTEST pro

Categorie : Multimeter