BENNING Duspol Expert - Meetinstrumenten

Duspol Expert - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Duspol Expert BENNING in PDF-formaat.

📄 72 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BENNING Duspol Expert - page 49
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeBipolaire spanningsregelaar (spanningsmeter)
MerkBENNING
ModelDuspol Expert
Nominale spanning12 V tot 1000 V AC/DC
Nominale frequentie0 tot 500 Hz
Interne impedantie (meetcircuit)205 kΩ
Interne impedantie (belastingscircuit)5 kΩ
DisplayLED 12/24/50/120/230/400/690/1000 V, polariteit (+/-), fase (rood), fasevolgorde (links/rechts), continuïteit (geel)
HoofdfunctiesAC/DC spanningsmeting, continuïteitstest, fasevolgordetest, fasecontrole (eenpolig), kabelbreukdetectie, verlichting van het meetpunt, trilmotor (interne belasting)
OverspanningscategorieCAT IV 600 V / CAT III 1000 V
BeschermingsgraadIP65 (stof- en waterstraaldicht)
Voeding2 batterijen LR03/AAA (1,5 V)
LevensduurNiet gespecificeerd; vervangen als de zelftest mislukt
GewichtCirca 250 g
KabellengteCirca 1000 mm
Bedrijfstemperatuur-15 °C tot +55 °C
Relatieve luchtvochtigheid20 % tot 96 %
Max. inschakelduur30 s meten, 240 s pauze (ingebouwde thermische beveiliging)
Onderhoud en reinigingReinigen met een droge doek; batterijen verwijderen bij langdurige opslag
VeiligheidsinstructiesAlleen de geïsoleerde handgrepen aanraken; werking voor/na elk gebruik controleren; alleen binnen nominale bereiken gebruiken; apparaat niet openen

Veelgestelde vragen - Duspol Expert BENNING

Hoe controleer ik de spanningloosheid met de Duspol Expert?
Sluit de testpunten aan op de te testen geleiders om spanningloosheid te controleren. Spanningloosheid is alleen gegarandeerd als alle drie testcircuits (LED-display, fase-indicatie en trilmotor) spanningloosheid aangeven. Druk op beide drukknoppen om de trilmotor (interne belasting) in te schakelen om parasitaire spanningen te onderdrukken.
Wat te doen als de zelftest niet activeert?
De zelftest activeert door de testpunten kort te sluiten en de drukknop van handgreep L2 ongeveer 3 seconden ingedrukt te houden. Als de zelftest niet kan worden geactiveerd, geeft dit aan dat de batterijen leeg zijn: vervang beide LR03/AAA-batterijen.
Hoe test ik de continuïteit met dit apparaat?
Schakel de installatie spanningsloos en ontlaad de condensatoren. Verbind de testpunten met de componenten. Als de weerstand lager is dan ongeveer 100 kΩ, klinkt er een geluidssignaal en gaat de gele LED Ω branden. Het apparaat schakelt automatisch naar spanningsmodus als er spanning wordt gedetecteerd.
Hoe gebruik ik de fasedetectiefunctie?
Om een buitenste geleider (fase) te detecteren, houdt u de geïsoleerde handgrepen stevig vast (capacitieve koppeling) en verbindt u de testpunt L2/+ met de geleider. Als de rode LED ⚡ brandt, staat de geleider onder wisselspanning (≥ 230 V, 50/60 Hz). Let op: deze test vervangt geen bipolaire controle op spanningloosheid.
Hoe voer ik een fasevolgordetest uit?
Houd beide handgrepen vast en verbind de testpunten met twee buitenste geleiders (fasen). Als de groene LED ▶ brandt, is de volgorde met de klok mee (L1 vóór L2); als de groene LED ◀ brandt, is de volgorde tegen de klok in. Voer een tegencontrole uit door de testpunten om te keren: de volgorde moet wijzigen.
Wat te doen bij overspanning (alle LED's knipperen)?
Als alle LED's van het niveau-display knipperen, betekent dit dat de aangelegde spanning de toegestane nominale spanning (1000 V AC/DC) overschrijdt. Overbelasting wordt aangegeven vanaf ongeveer 1100 V. Koppel het apparaat onmiddellijk los en gebruik het niet buiten zijn specificaties.
Hoe gebruik ik de kabelbreukdetector?
Plaats uw hand rond handgreep L2 en schuif de detector (sensor aan de handgreepzijde) langs een onder spanning staande kabel (230 V / 50 Hz). Zolang de kabel ononderbroken is, knippert de gele LED Ω. Wanneer deze uitgaat, hebt u de breuk gelokaliseerd.
Hoe vervang ik de batterijen van de Duspol Expert?
Het batterijvak bevindt zich aan de achterkant van handgreep L2. Schroef de schroef los, verwijder het deksel, vervang de lege batterijen door twee LR03/AAA-batterijen en respecteer de aangegeven polariteit. Sluit het deksel en schroef vast.
Wat betekenen de symbolen op het apparaat?
De symbolen omvatten: let op belangrijke documenten, werken onder spanning, drukknop, AC (wisselspanning), DC (gelijkspanning), DC/AC, aarde, fasevolgorde-indicatie (50/60 Hz). Raadpleeg de handleiding voor de volledige lijst.
Wat is de beschermingsgraad IP65?
IP65 betekent dat het apparaat volledig beschermd is tegen stof (6) en tegen waterstralen (5). Het kan dus in de regen worden gebruikt, maar mag niet worden ondergedompeld.

Gebruikersvragen over Duspol Expert BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Duspol Expert - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Duspol Expert van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING Duspol Expert BENNING

NL Gebruiksaanwijzing

Voordat u de spanningstester DUSPOL® export gebruikt: Leos de bedieningshandleiding en neem in ieder geval de veiligheidsinstructies in acht!

Inhoudsopgave

  1. Veiligheidsinstructies

  2. Apparaatbeschrijving

  3. Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie

  4. Controle van de installatie op spanningloosheid

  5. Vermogeninschakeling met vibratiemotor

  6. Buitengeleider testen (faseweergave)

  7. Draaiveld testen

  8. Doorgangstest

  9. Kabelbreukdetector

  10. Meetpuntverlichting

  11. Batterij vervangen

  12. Technische gegevens

  13. Algemeen onderhoud

  14. Milieubescherming

1. Veiligheidsinstructies:

- Het apparaat mag bij het gebruik alleen worden vastgenomen aan de geïsoleerde handgrepen L1 ⑦ en L2 ⑧ en de teststaven L1/- ② en L2/+ ③ mogen niet worden aangeraakt!

- Controleer vlak voor en na het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie de spanningszoeker ten aanzien van zijn functionaliteit! (zie hoofdstuk 3). De spanningstester mag niet worden gebruikt, wanneer de functie van één of meerdere indicators uitvalt of wanneer er geen gebruiksklare toestand kan worden vastgesteld! De controle dient dan met een andere spanningszoeker te worden herhaald.

- De spanningstester kan bij lege batterijen slechts beperkt worden gebruikt! Vanaf een spanning van AC/DC ≥ 50 V is een spanningstest via de graduele LED-indicator 9 ook zonder batterijen mogelijk.

- De spanningstester mag alleen binnen het aangegeven nominale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC/DC 1.000 V worden gebruikt!

- De spanningstester mag alleen worden gebruikt in stroom-circuits van overspanningscategorie CAT III met maximum 1000 V of overspanningscategorie CAT IV met maximum 600 V geleider tegen aarde.

- Het apparaat mag niet worden gebruikt met een geopend batterijvak.

- De spanningstester is voorzien voor gebruik door gespecialiseerde elektrotechnici in combinatie met veilige werkmethoden.

  • De graduele LED-indicator dient om het spanningsbereik weer le geven en is niet bestemd voor meeldoeleinden.
  • Het creëren van een spanningstester voor meer dan 30 seconden spanning (maximaal toegestane inschakelduur ID = 30 seconden)
  • De spanningstester mag niet worden gedemonteerd!
  • De spanningstester moet worden beschermd tegen verontreinigingen en beschadigingen van het behuizingoppervlak.
  • Als bescherming tegen lichamelijke letsels moet na gebruik van de spanningstester de meegeleverde teststaaf-bescherming ① worden aangebracht op de teststaven!
  • Merk op dat de impedantie (inwendige weerstand) van de spanningstester de weergave van stoorspanningen (capacitief of inductief gekoppeld) beïnvloedt!

Afhankelijk van de inwendige impedantie van de spannings- tester zijn er, in aanwezigheid van stoorspanning, verschill- lende mogelijkheden voor de weergave "bedrijfsspanning aanwezig" of "bedrijfsspanning niet aanwezig".

Laagohmige spanningstester (impedantie < 100 kΩ), stoorspanning wordt onderdrukt of verlaagd:

Een spanningstester met relatief lage inwendige impedantie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ niet a stoorspanningen weergeven met een oorsprongwaarde boven ELV (50 V AC/120 V DC). Bij contact met de te testen delen kan de spanningslester de stoorspanningen door ontlading tijdelijk tot een niveau onder ELV verlagen: na het verwijderen van de spanningstester zal de stoorspanning echter weer haar oorspronkelijke waarde aannemen.

Wanneer de indicatie "spanning aanwezig" niet verschijnt, is het ten stelligste aan te bevelen de aardingsinrichting in te leggen voor met de werken wordt begonnen.

Hoogohmlge spanningstester (impedantie > 100 kΩ): Stoor-spanning wordt niet onderdrukt of verlaagd:

Een spanningstester met relatief hoge inwendige impedantie zal in vergelijking met de referentiewaarde 100 kΩ bij aanwezige stoorspanning "bedrijfsspanning niet aanwezig" niet conduidig aangovon. Wannoor de aanduiding "spanning aanwezig" verschijnt bij een component die als gescheiden van de installatie geldt, is het dringend aan te bevelen met bijkomende maatregelen (bijvoorbeeld: gebruik van een geschikte spanningstester die een onderscheid kan maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning, visuele controle van het scheidingspunt in het elektrisch net, enz.) de toestand "bedrijfsspanning niet aanwezig" van het te testen onderdeel aan te tonen en vast te stellen dat de door de spanningstester aangegeven spanning een stoorspanning is.

Spanningstesters die door belastingsbijschakeling een onderscheid kunnen maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning:

Een spanningstester met vermelding van twee waarden van de inwendige impedantie, is geslaagd in de test van zijn uitvoering/constructie voor de behandeling van stoorspanningen en is (binnen de technische grenzen) in staat een onderscheid te maken tussen bedrijfsspanning en stoorspanning en het aanwezige spanningstypse direct of indirect weer te geven.

Elektrische symbolen op het apparaat:

Symbool Biotakonis
Belangrijke documentatie!Het symbool geeft aan dat de gids beschreven in de handleiding, om risico's te vermijden
Apparaat of ultrusting voor het werken onder spanning
Drukschakelaar
AC wisselspanning
DC gelijkspanning
DC/AC gelijk- en wisselspanning
Aarde (spanning naar aarde)
Indicatie van de draaiveldrichting; de draai-valdrichting kan alleen bij 50 of 60 Hz en in een geaard netwerk worden weergegeven
Dit symbool geeft de juiste plaatsingsrichting van de batterijpolen aan

2. Apparaatbeschrijving

1 Teststaafbescherming
② Teststaaf L1/-
3 Teststaaf L2/+
4 LED-meetpuntverlichting
5 Sensor van de kabelbreukdetector
6 Drukschakelaa
7 Handgreep L1
8 Indicatorgreep L2
9 Graduele LED-indicator
10 +/- LED's van de polariteitsindicatie
11 Rode LED ♦ voor het testen van de buitengeleider (faseweergave)
12 Groene LED's ◀LR▶ van de draaiveldindicatie (links. rechts)
13 Gele LED Ω voor doorgangstest (lampje brandt permanent)/ kabelbreukdetector (lampje knippert)

3. Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie (afbeelding A)

- Onmiddellijk voor on na het gebruik moet de spannings- tester worden gecontroleerd op zijn werking!

- Activering van de ingebouwde testfunctie (zelftest)

- De teststaven L1/- ② en L2/+ ③ moeten worden kortgesloten.

  • De drukschakelaar 6 in de indicatiehandgreep L2 3 moet gedurende ca. 3 seconden ingedrukt worden gehouden om de ingebouwde testfunctie te starten.
  • De zoemer weerklinkt. alle LED's (behalve de - 12 V LED of + 12 V LED) en de meetpuntverlichting moeten hun werking aangeven.
  • Het vervangen van de batterijen is noodzakelijk, wanneer de ingebouwde testfunctie (zelftest) niet meer kan worden geactiveerd.
  • Test de spanningstester op bekende spanningsbronnen bijv. op een 230 V-contactdoos.
  • Gebruik de spanningszoeker niet, wanneer spanningsindicator, fase-indicator en vibratiemotor niet correct functioneren!

  • Controle van de installatie op spanningloosheid (afbeelding B/C)

Bij de installatiecontrole dient u de spanningloosheid van de installatie te controleren door de spanningsindicator, de fase-indicator (fase-indicator functioneert alleen in het geraarde wisselspanningsnet) en de vibriatiemotor (vibratiemotor wordt door bediening van beide drukoetsen geactiveer) te controleren. Van spanningloosheid van de installatie is alleen sprake, wanneer alle drie testkringen spanningloosheid aangeven (spanningsindicator, fase-indicator en vibriatiemotor).

- Leg de beide teststaven L1/+ ② en L2/- ③ tegen de te testen installatieonderdelen.

  • De omvang van de aanwezige spanning wordt weergegeven via de graduele LED-indicator 9.
  • Een knipperend lampje niveau laat zien dat de spanning van de LED fase niet is zijn bewerkt (behalve de 12/24 V LED). Een LED stap lichten van 75 - 85 % van de schaalwaarde
  • Wisselspanningen (AC) worden weergegeven door het gelijktijdig oplichten van de + 12 V LED en van de - 12 V LED.
  • Gelijkspanningen (DC) worden weergegeven door het oplichten van de + 12 V LED of van de - 12 V LED. Via de polariteitsindicatic ⑩ wordt de op de teststaaf L2/+③ aanwezige polariteit + of - weergegeven.
  • Om een onderscheid te maken tussen energierijke en energiearme spanningen (bijv. capacitief ingekoppelde stoorspanningen) kan door bediening van de beide drukschakelaars een interne last in de spanningstester worden ingeschakeld. (zie hoofdstuk 5.)

Overbelastingsindicatie

Wanneer de spanning aan de testslaven L1/- ② en L2/+ ③ hoger is dan de toegestane nominale spanning, dan knipperen alle LED's van de graduele indicator ⑨. De overbelastingsindicatie vindt plaats vanaf AC/DC 1.100 V.

  1. Vermogeninschakeling met vibratiemotor (afbeelding B/C)

De beide handgrepen L1 7 en L2 3 zijn voorzien van dru- schakelaars 6. Bij bediening van de beide drukschakelaars wordt er op een lagere inwendige weerstand geschakeld. Hierbij wordt in de indicatiehandgroep L2 5 een vibratiemotor (motor met onbalans) onder spanning gezot. Vanaf ca. 200 V wordt doze in een draaibowoging gebracht. Naarmate de spanning stijgt, vorhogen ook het toerental en de vibratie. De duur van de test met een lagere inwendige weerstand (last- test) is afhankelijk van de omvang van de te meten spanning. Om ervoor te zorgen dat het apparaat niet ontoelaatbaar wordt verhit, is er een thermische beveiliging (terugregeling) voor- zien. Bij deze terugregeling daalt het toerental van de vibratie- motor en stijgt de inwendige weerstand.

De lastinschakeling (beide drukschakelaars zijn ingedrukt) kan worden gebruikt om ...

  • blinde spanningen (inductieve en capacitieve spanningen) le onderdrukken
  • condensatoren te ontladen
  • een 10/30 mA aardlekschakelaar te activeren. De active-ring van de aardlekschakelaar vindt plaats door middel van een test aan de buitengeleider (faseweergave) tegen PE (aarde). (afbeelding E)

  • Buitengeleider testen (faseweergave) (afbeelding D)

  • Neem de beide handgrepen L1 ⑦ en L2 ⑧ over het vollodige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen.

  • Leg de teststaaf L2/+ ⚫ tegen het te testen installationonderdeel.
    Zorg er daarbij in ieder geval voor dat bij de eenpolige buitengeleidertest (faseweergave) de teststaaf L1/- ② niet wordt aangeraakt en deze contactvrij blijft.
  • Wanneer de rode LED in het indicatieveld brandt, dan ligt op dit installatieonderdeel de buitengeleider (fase) van een wisselspanning.

Opmerking

De eenpolige builengeleidertest (faseweergave) is mogelijk in het geaarde netwerk vanaf 230 V, 50/60 Hz (fase tegen aarde) Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden.

Let op!

Een spanningsvrijheid kan alleen worden vastgesteld door een tweepolige test.

  1. Draalveld testen (afbeelding F/G)

- Neem de beide handgrepen L1 ⑦ en L2 ⑧ over het volledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde to garanderen.

  • Leg de teststaven L1/- ② L2/+ ③ tegen twee buitengeleiders (fasen) en controleer of er een buitengeleiderspanning van bijv. 400 V aanwezig is.
  • Een rechts draaiveld (fase L1 voor fase L2) is aanwezig, wanneer de groene LED ▶ van de draaiveldindicatie brandt.
  • Een links draaiveld (fase L2 voor fase L1) is aanwezig,

wanneer de groene LED ◀ van de draaiveldindicatie brandl.

- Bij het testen van het draaiveld is steeds een tegencontrole vereist met verwisselde teststaven L1/- ② en L2/+ ③. waarbij het draaiveld moet veranderen.

Opmerking:

Het testen van het draaiveld is vanaf 400 V - 900 V, 50/60 Hz (fase tegen fase) in het geaarde draaistroomnet mogelijk. Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden

8. Doorgangstest (afbeelding H)

- De doorgangstest moet worden uitgevoerd op spanningsvrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen.

- Leg de beide teststaven L1/- ② en L2/+ ③ tegen de te testen installatieonderdelen.

- Bij doorgang (R < 100 kΩ) weerklinkt er een geluidssignaal en de gele LED Ω voor doorgang brandt.

- De test kan ook worden gebruikt om de doorlaat- en blokkeerrichting van halfgeleiderelementen te bepalen.

- Wanneer er op het testpunt een spanning aanwezig is, dan schakelt de spanningslester automatisch om op spanningstest en wordt dit weergegeven.

9. Kabelbreukdetector (afbeelding I)

- De kabelbreukdelector lokaliseert contactloos kabelbreuken aan open liggende en onder spanning staande leidingen.

- Neem de indicatiehandgreep L2 8 over het volledige oppervlak vast en ga met de detector 5 over een leiding die onder spanning staat (bijv. kabeltrommel of lichtketting), van het voedingspunt (fase) in de richting van het andere leidinguiteinde.

- Zolang de leiding niet onderbroken is, knippert de gele LED Ω 13 voor doorgang.

- Het kabelbreukpunt is gelokaliseord, zodra de gele LED Ω 13 dooft.

Opmerking

De kabelbreuk detector kan geaard stopcontact van 230 V 50/60 Hz (fase naar aarde) worden gebruikt. Isolerende beschemende kleding en de plaatselijke omstandigheden kunnen invloed hebben op de functie.

10. Meetpuntverlichting (afbeelding J)

- De meetpuntverlichting ④ kan bij geopende teststaven door bediening (1 seconde) van de drukschakelaar ⑥ in de indicatiehandgreep L2 ⑧ worden ingeschakeld.

- Hel automatisch uit na 10 seconden

11. Batterij vervangen (afbeelding K)

- Het apparaat mag niet onder spanning worden gezet bij een geopend batterijvakl

- Het batterijvak bevindt zich aan de achterzijde van de indicatiehandgreep L2 8.

- Draai de schroef van het deksel van het batterijvak los en vervang de gebruikte batterijen door twee nieuwe batterijen van het type Micro (LR03/AAA). Let op de juis plaatsingsrichting van de batterijpolen!

- Plaats hot batterijdoksel op de indicatiehandgroep L2 en draai de schroef vast.

- Impedantie (inwendige weerstand) meetcircuit/ lastcircuit 205 kΩ/ 5 kΩ

- Stroomopname meelcircuit: I_s < 6.0 mA (1.000 V)

- Stroomopname lastcircuit: I_s < 550 mA (1.000 V)

- Polariteitsindicatie: + 12 V LED. - 12 V LED

- Testen van de buitengeleider (faseweergave): ≥ U, 230 V, 50 Hz/60 Hz

- Testen van het draaiveld: ≥ U _ 400 V. 50 Hz/ 60 Hz

- Doorgangstest: 0 tot ca. 100 kΩ, LED + zoemer, test-stroom: maximum 10 μA

- Kabelbreukdetector: ≥ U 200 V

- Vibratiemotor. start: ≥ U 230 V

- Overspanningscategorie: CAT IV 600 V, ↓CAT III 1000 V

- Beschermingsgraad: IP 65 (DIN VDE 0470-1 IEC/EN 60529)

6 - eerste kengetal: Bescherming tegen toegang tot ge- vaarlijke onderdelen en bescherming tegen vaste vreem- de voorwerpen, stofdicht 5 - tweede kengetal: Beschermd tegen straalwater. Ook te gebruiken bij neerslag.

- max. toegestane Inschakelduur: 30 s (max. 30 seconden), 240 s uit

- Batterij: 2 x micro, LR03/AAA (1.5 V)

- Lengte van de verbindingsleiding: ca. 1000 mm

- Temperatuurbereik voor werking en opslag: - 15 °C tot + 55 °C (klimaatcategorie N)

- Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 96 % (klimaatcategorie N)

- Terugregeltijden (thermische beveiliging): Spanning/tijd: 230 V/30 s, 400 V/9 s, 690 V/5 s, 1000 V/2 s.

- Activeringstijd van de indicator (inschakeltijd): 750 ms

13. Algemeen onderhoud

Reinig de behuizing aan de buitenkant met een schone, droge doek.

Indien er verontreinigingen of afzettingen aanwezig zijn in het gebied van de batterij of van de batterijbehuizing, dan reinigt u ook deze met een droge doek.

Verwijder de batterijen uit het apparaat bij een langdurige opslag!

Lever het apparaat aan het einde van zijn levensduur in bij de beschikbare recycling- en inzamelsystemen.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : Duspol Expert

Categorie : Meetinstrumenten