BENNING CC 3 - Meetinstrumenten

CC 3 - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CC 3 BENNING in PDF-formaat.

📄 58 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BENNING CC 3 - page 41

Gebruikersvragen over CC 3 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CC 3 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CC 3 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING CC 3 BENNING

Gebruiksaanwijzing BENNING CC 3 Stroomtangadapter voor multimeter voor het meten van gelijk- en wisselstroom.Inhoud1. Opmerkingen voor de gebruiker2. Veiligheidsvoorschriften3. Leveringsomvang4. Beschrijving van het apparaat5. Algemene kenmerken6. Gebruiksomstandigheden7. Elektrische gegevens8. Meten met de BENNING CC 39. Onderhoud10. Milieu1. Opmerkingen voor de gebruikerDeze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor - elektriciens en - elektrotechnici.De BENNING CC 3 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V DC/ AC (zie ook pt. 6: ‘Gebruiksomstandigheden’).In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CC 3 worden de volgende sym-bolen gebruikt:Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan. Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden. Let op de gebruiksaanwijzing!Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaren te voorkomen. Dit symbool geeft aan dat de BENNING CC 3 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II).Dit symbool op de BENNING CC 3 betekent dat de BENNING CC 3 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is. AC: wisselspanning/ -stroomDC: gelijkspanning/ -stroom Aarding (spanning t.o.v. aarde)09/ 2016 BENNING CC 3

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften DIN VDE 0411 deel 1 / EN 61010 deel 1 DIN VDE 0411 deel 2-032 / EN 61010 deel 2-032 DIN VDE 0411 deel 031/ EN 61010-031 en heeft vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waar- schuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Wees extreem voorzichtig tijdens het werken met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING CC 3 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscatagorie III met max. 600 V ten opzichte van aarde. Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik genomen wordt, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veilig- heidsmeetsnoeren dienen nagekeken te worden. Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt. Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer verant- woord is: - bij zichtbare schade aan de behuizing en/of meetsnoeren van het apparaat. - als het apparaat niet meer (goed) werkt. - na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden. - na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoor- deelkundig gebruik.

Om gevaar te vermijden: - mogen de blanke stekers van de veiligheidsmeetsnoeren niet worden aangeraakt - moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.

Bij de levering van de BENNING CC 3 behoren:

3.1 Eén BENNING CC 3 met vastaangesloten, gespiraliseerd veiligheids-

meetsnoer met 90 ° haakse veiligheidsstekers van 4 mm.

3.2 Eén compactbeschermingsetui

3.3 Eén batterij van 9 V (ingebouwd)

3.4 Eén gebruiksaanwijzing

4. Beschrijving van het apparaat

De stroomtangadapter BENNING CC 3 is een adapter voor analoge en digitale multimeters en wordt gebruikt voor gelijk- en wisselstroommetingen tot 300 A. Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.

Meettang, om rondom éénaderige wisselstroomvoerende leiding te plaat- sen

Kraag om aanraken van aders te voorkomen.

Schuifschakelaar, dient om de meetgebieden te kiezen - Uit (OFF) - Gelijk- (DC) en wisselstroommeting (AC) tot 40 A, - Gelijk- (DC) en wisselstroommeting (AC) tot 300 A,

ZERO-toets (nulafstellingstoets), om een nulreferentie in te stellen bij gelijkstroommeting

Rode LED (batterijpeil), licht op bij ontladen batterij of aangekondigd de09/ 2016 BENNING CC 3

Behuizing met tekstplaat.

Gespiraliseerd veiligheidsmeetsnoer met 4 mm. veiligheidsstekers, rood, zwart, 90 º haaks.

5. Algemene kenmerken

5.1 Algemene kenmerken van de stroomtangadapter

5.1.1 De schuifschakelaar

dient om de meetgebieden van 40 A of 300 A AC/ DC te kiezen.

5.1.2 De ZERO-toets (nulafstellingstoets)

dient om bij gelijkstroomme- tingen de nulreferentie in te stellen. Bij gesloten meettang

ingedrukt worden gehouden, tot er een meetwaarde van ongeveer 0 V op de multimeter te lezen is.

5.1.3 Na ca. 30 minuten in rust schakelt de BENNING CC 3 zichzelf auto-

matisch uit (APO, Auto-Power-Off). Hij wordt weer ingeschakeld door de schuifschakelaar

in een andere stand te zetten. De automatische uitschakeling wordt gesignaleerd door middel van de verlichting van de rode LED (batterijpeil)

5.1.4 De BENNING CC 3 wordt gevoed door één batterij van 9 V. (IEC 6

5.1.5 Als de batterijspanning onder de voorziene werkspanning van de

5.1.6 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt ca. 66 uur

5.1.7 Sensor: Hallsensor voor gelijk- en wisselstroom.

5.1.8 Temperatuurcoëfficient van de gemeten waarde:

0,2 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/ ºC < 18 ºC of > 28 ºC, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 ºC.

5.1.11 Afmetingen van het apparaat: (L x B x H) = 185 x 66 x 40 mm

5.1.12 Gewicht: 270 gram

6. Gebruiksomstandigheden

- De BENNING CC 3 is bedoeld om gebruikt te worden in droge ruimtes. - Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal - Categorie van overbelasting: IEC 60664/ IEC 61010, 600 V categorie III, - Beschermingsgraad stofindringing 2, overeenkomstig EN 61010-1. - Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529), Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid). - Werktemperatuur en relatieve vochtigheid. Bij een omgevingstemperatuur van 0 ºC tot 30 ºC: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Bij een omgevingstemperatuur van 30 ºC tot 40 ºC: relatieve vochtigheid van de lucht 75 %. Bij een omgevingstemperatuur van 40 ºC tot 50 ºC: relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %. - Opslagtemperatuur: de BENNING CC 3 kan worden opgeslagen bij tempe- raturen van - 20 ºC tot + 60 ºC.

7. Elektrische gegevens

Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als de som van: - een relatief deel van de meetwaarde - een stroomwaarde in A. Deze nauwkeurigheid geldt bij een temperatuur van 23 ºC ± 5 ºC en een rela- tieve vochtigheid < 75 ºC.

7.1 Meetbereik voor gelijkstroom

Uitgangsspanning: 10 mV

in het meetgebied 40 A 1 mV

De meetnauwkeurigheid is gespecificeerd voor een sinusvorm. De aange- geven nauwkeurigheid is gespecificeerd voor stroomleidingen die precies in het midden van de stroomtang

omvat worden (zie fig. 2). Voor leidingen09/ 2016 BENNING CC 3

die niet precies in het midden omvat kunnen worden, moet rekening worden gehouden met een extra fout van 1 % van de aangegeven waarde. Belastingsimpedantie: min. 10 MΩ (ingangsweerstand van de multimeter)

7.2 Meetbereik voor wisselstroom

Uitgangsspanning: 10 mV

in het meetgebied 40 A 1 mV

De meetnauwkeurigheid is gespecificeerd voor een sinusvorm. De aange- geven nauwkeurigheid is gespecificeerd voor stroomleidingen die precies in het midden van de stroomtang

omvat worden (zie fig. 2). Voor leidingen die niet precies in het midden omvat kunnen worden, moet rekening worden gehouden met een extra fout van 1 % van de aangegeven waarde. Belastingsimpedantie: min. 10 MΩ (ingangsweerstand van de multimeter)

8. Meten met de BENNING CC 3

8.1 Voorbereiden van metingen

Gebruik en bewaar de BENNING CC 3 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht. - Het meegeleverde, gespiraliseerde veiligheidsmeetsnoer voldoet aan de te stellen eisen ten aanzien van nominale spanning en stroom. Het veilig- heidsmeetsnoer is vast aangesloten aan de BENNING CC 3 en kan niet afgekoppeld worden. - Controleer de isolatie van het veiligheidsmeetsnoer. Is de isolatie bescha- digd, dan de BENNING CC 3 niet meer gebruiken. - Plaats de stroomtang nooit om een spanningsvoerende leiding voordat u de BENNING CC 3 verbonden hebt met een multimeter. - Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CC 3 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/of meetfouten. - Geen spanning zetten op de uitgangscontacten van de BENNING CC 3.

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde. Gevaarlijke spanning!! De hoogste spanning die aan de BENNING CC 3 mag liggen t.o.v. aarde, bedraagt maximaal 600 V.

8.2 Gelijkstroommeting

- Met de schuifschakelaar

het meetgebied 40 A of 300 A kiezen. - Zet de multimeter op de instelling “gelijkspanningmeting” (V DC) en kies een meetbereik die spanningen van 1 mV tot 400 mV kan aangeven. - De zwarte 4 mm veiligheidssteker van het spiraalmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de multimeter. - De rode 4 mm veiligheidssteker van het spiraalmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor spanningsingang (V) van de multimeter. - De ZERO-toets (nulafstellingstoets)

ingedrukt houden tot er een meet- waarde op de multimeter verschijnt van ongeveer 0 V. Daartoe de meettang

sluiten en van de stroomgeleider (buitenveld) afhalen. - Druk op de openingshendel

en plaats de meettang

om de éénaderige stroomvoerende leiding. - Lees de gemeten spanningswaarde op de multimeter en bereken de stroomwaarde. Houd daarbij rekening met de omrekeningsfactor: Meetgebied 40 A: 10 mV/ A Meetgebied 300 A: 1 mV/ A (zien behuizing met label veld

Voorbeeld: Meetgebied: 300 A Aangegeven spanningswaarde op de multimeter: 0,250 V DC = 250 mV DC, komt overéén met een gemeten stroomwaarde van 250 A DC. Zie fig. 2: meten van gelijk- en wisselstroom

8.3 Wisselstroommeting

- Met de schuifschakelaar

het meetgebied 40 A of 300 A kiezen. - Zet de multimeter op de instelling “wisselspanningmeting” (V AC) en kies een meetbereik die spanningen van 1 mV tot 400 mV kan aangeven. - De zwarte 4 mm veiligheidssteker van het spiraalmeetsnoer inpluggen in de09/ 2016 BENNING CC 3

COM-contactbus van de multimeter. - De rode 4 mm veiligheidssteker van het spiraalmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor spanningsingang (V) van de multimeter. - Druk op de openingshendel

en plaats de meettang

om de éénaderige stroomvoerende leiding. - Lees de gemeten spanningswaarde op de multimeter en bereken de stroomwaarde. Houd daarbij rekening met de omrekeningsfactor: Meetgebied 40 A: 10 mV/ A Meetgebied 300 A: 1 mV/ A (zien behuizing met label veld

Voorbeeld: Meetgebied: 300 A Aangegeven spanningswaarde op de multimeter: 0,250 V AC = 250 mV AC, komt overéén met een gemeten stroomwaarde van 250 A AC. Zie fig. 2: meten van gelijk- en wisselstroom

De BENNING CC 3 mag nooit onder spanning staan als het appa- raat geopend wordt! Gevaarlijke spanning! Werken aan een onder spanning staande BENNING CC 3 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voor- zorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen. Maak de BENNING CC 3 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen. - Ontkoppel de BENNING CC 3 van het te meten object. - Neem de beide veiligheidsstekers van het veiligheidsmeetsnoer uit de multimeter. De stroomtangadapter BENNING CC 3 heeft geen zekering.

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat.

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CC 3 niet meer worden gegarandeerd, bijv. in geval van: - Zichtbare schade aan de behuizing. - Meetfouten. - Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstan- digheden. - Transportschade. In dergelijke gevallen dient de BENNINGN CC 3 direct van het te meten object worden afgenomen en niet opnieuw elders worden gebruikt.

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek. (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CC 3 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterij- vak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen. Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterij en/ of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterij

Voor het openen van de BENNING CC 3 moet het apparaat spanningsvrij zijn. Gevaarlijke spanning! De BENNING CC 3 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V. De batterij moet worden vervangen (zie afbeelding 3) als de rode LED (batterijpeil)

brandt. De batterijen worden als volgt gewisseld - Haal de BENNING CC 3 van het meettoestel af. - Verwijder de veiligheidsmeetleidingen van de multimeter. - Zet de schuifschakelaar

in de stand “OFF” (uit). - Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef met de sleufkop, uit het deksel van het batterijvak. - Neem het deksel uit de achterwand. - Neem de batterij uit het batterijvak en maak de aansluitdraden van de bat- terij voorzichtig los. - Verbind de aansluitdraden weer op de juiste manier met de nieuwe batterij en leg deze op de juiste plaats in het apparaat. Let er daarbij op dat de aansluitdraden niet tussen de behuizing geklemd worden. - Klik het deksel weer op de achterwand en draai de schroef er weer in. Zie fig.3: vervanging van de batterij09/ 2016 BENNING CC 3

Gooi lege batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage voor een schoner milieu.

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren. Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG Service Center Robert-Bosch-Str. 20 D - 46397 Bocholt

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levens- duur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daar- voor bestemde adressen.09/ 2016 BENNING CC 3 43

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : CC 3

Categorie : Meetinstrumenten