CC 1 - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CC 1 BENNING in PDF-formaat.
| Producttype | Stroomtangadapter voor wisselstroommeting (stroomtang) |
| Merk | BENNING |
| Model | CC 1 |
| Hoofdfunctie | Wisselstroommeting (AC) tot 400 A |
| Meetbereik stroom | 3 A tot 400 A AC |
| Omrekenfactor | 1 mV AC = 1 A AC |
| Uitgang | Proportionele AC-spanning (max. 400 mV) |
| Nauwkeurigheid (50-60 Hz) | ±(1,9 % + 0,5 A) van 3 A tot 30 A; ±(3,2 % + 1 A) van 30 A tot 400 A |
| Maximale opening stroomtang | 30 mm |
| Maximale diameter geleider | 29 mm |
| Maximale uitgangsimpedantie | 75 Ω |
| Overspanningscategorie | 300 V CAT III / 600 V CAT II (t.o.v. aarde) |
| Vervuilingsgraad | 2 (EN 61010-1) |
| Beschermingstype | IP 30 (bescherming tegen vaste stoffen >2,5 mm, geen waterbescherming) |
| Werktemperatuur | 0 °C tot 50 °C (afhankelijk van luchtvochtigheid) |
| Opslagtemperatuur | -20 °C tot +60 °C |
| Maximale relatieve luchtvochtigheid | 80 % (0-30 °C), 75 % (31-40 °C), 45 % (41-50 °C) |
| Maximale meethoogte | 2000 m |
| Gewicht | 250 g |
| Voeding | Geen (werkt passief, zonder batterij) |
| Onderhoud | Externe reiniging met droge doek; geen oplosmiddelen |
| Repareerbaarheid | Alleen openen door gekwalificeerde elektrotechnicus |
| Leveringsomvang | BENNING CC 1 met spiraalkabel voor veiligheid (rood/zwart, 4 mm connectoren), beschermhoes, gebruikshandleiding |
Veelgestelde vragen - CC 1 BENNING
Gebruikersvragen over CC 1 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CC 1 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CC 1 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING CC 1 BENNING
Stroomtangadapter voor multimeter voor het meten van wisselstroom.
- Opmerkingen voor de gebruiker
- Veiligheidsvoorschriften
- Leveringsomvang
- Beschrijving van het apparaat
- Algemene kenmerken
- Gebruiksomstandigheden
- Elektrische gegevens
- Meten met de BENNING CC 1
- Onderhoud
- Milieu
1. Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor
- elektriciens en
- elektrotechnici.
De BENNING CC 1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 600 V AC (zie ook pt. 6: 'Gebruiksomstandigheden').
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CC 1 worden de volgende symbolen gebruikt.

Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!
Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing!
Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaren te voorkomen.

Dit symbool geeft aan dat de BENNING CC 1 dubbel geïsoleerd is (beschermingsklasse II).

AC: wisselstroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)
Let op:
Na het verwijderen van de sticker „Warnung....“ (op de batterijdeksel) verschijnt de Engelse tekst!
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften
DIN VDE 0411 deel 1 / EN 61010 deel 1
en heeft vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing.

De BENNING CC 1 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscatagorie III met max. 300 V ten opzichte van aarde of overspanningscatagorie II met max. 600 V ten opzichte van aarde.
Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik genomen wordt, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoeren dienen nagekeken te worden.
Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer verantwoord is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing en/of meetsnoeren van het apparaat.
- als het apparaat niet meer (goed) werkt.
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden.
- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik.

Om gevaar te vermijden:
- mogen de blanke stekers van de veiligheidsmeetsnoeren niet worden aangeraakt
- moeten de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.
3. Leveringsomvang
Bij de levering van de BENNING CC 1 behoren:
3.1. Eén BENNING CC 1 met vastaangesloten, gespiraliseerd veiligheidsmeetsnoer met 90 ° haakse veiligheidsstekers van 4 mm.
3.2. Eén compactbeschermingsetui
3.3. Eén gebruiksaanwijzing
4. Beschrijving van het apparaat
De stroomtangadapter BENNING CC 1 is een adapter voor analoge en digitale multimeters en wordt gebruikt voor wisselstroommetingen tot 400 A.
Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat.
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.
① Meettang, om rondom éénaderige wisselstroomvoerende leiding te plaatsen
② Kraag om aanraken van aders te voorkomen.
3 Openingshendel om de stroomtang te openen en te sluiten.
④ Behuizing met tekstplaat.
5 Gespiraliseerd veiligheidsmeetsnoer met 4 mm. veiligheidsstekers, rood, zwart, 90° haaks.
5. Algemene kenmerken
5.1 Algemene kenmerken van de stroomtangadapter
Sensor: inductiespoel om wisselstroom te registreren.
5.1.1. Temperatuurcoëfficient van de gemeten waarde:
0,2 x (aangegeven nauwkeurigheid van de gemeten waarde)/°C < 18 °C of > 28 °C, t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23 °C.
5.1.2. Maximale opening van de stroomtang: 30 mm.
5.1.3. Maximale diameter van de stroomleiding: 29 mm.
5.1.4. Afmetingen van het apparaat:
(L x B x H) = 148 x 72 x 36 mm.
Gewicht:
250 gram.
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING CC 1 is bedoeld om gebruikt te worden in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal
- Categorie van overbelasting: IEC 60664/ IEC 61010, 300 V categorie III, 600 V categorie II.
- Beschermingsgraad stofindringing 2, overeenkomstig EN 61010-1.
- Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529),
Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 2,5 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid.
Bij een omgevingstemperatuur van 0°C tot 30°C:
relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
Bij een omgevingstemperatuur van 30°C tot 40°C:
relatieve vochtigheid van de lucht 75 %.
Bij een omgevingstemperatuur van 40°C tot 50 °C:
relatieve vochtigheid van de lucht < 45 %.
- Opslagtemperatuur: de BENNING CC 1 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 20 °C tot + 60 °C.
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als de som van:
- een relatief deel van de meetwaarde
- een stroomwaarde in A.
Deze nauwkeurigheid geldt bij een temperatuur van 23 °C ± 5 °C en een relatieve vochtigheid < 75 °C.
7.1 Meten van wisselstroom
| Meetbereik Meetwaarde Uitgang | Nauwkeurigheid van de meting | ||
| 400 A | 3 A 3 mV | ± (1,9 % + 0,5 A)bij 50 Hz - 60 Hz | |
| 30 A 30 mV | |||
| 350 A | 350 mV | ||
| 400 A | 400 mV | ± (3,2 % + 1 A)bij 50 Hz - 60 Hz | |
Max. uitgangsimpedantie: 75 Ω
8. Meten met de BENNING CC 1
8.1 Voorbereiden van metingen.
Gebruik en bewaar de BENNING CC 1 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Het meegeleverde, gespiraliseerde veiligheidsmeetsnoer voldoet aan de te stellen eisen ten aanzien van nominale spanning en stroom. Het veiligheidsmeetsnoer is vast aangesloten aan de BENNING CC 1 en kan niet afgekoppeld worden.
- Controleer de isolatie van het veiligheidsmeetsnoer. Is de isolatie beschadigd, dan de BENNING CC 1 niet meer gebruiken.
- Plaats de stroomtang nooit om een spanningsvoerende leiding voordat u de BENNING CC 1 verbonden hebt met een multimeter.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CC 1 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/of meetfouten.
- Geen spanning zetten op de uitgangscontacten van de BENNING CC 1.

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.
Gevaarlijke spanning!!
De hoogste spanning die aan de BENNING CC 1 mag liggen t.o.v. aarde, bedraagt maximaal 600 V.
8.2 Wisselstroommeting
- Zet de multimeter op de instelling "wisselspanningmeting" (V AC) en kies een meetbereik die spanningen van 1 mV tot 400 mV kan aangeven.
- De zwarte 4 mm. veiligheidssteker van het spiraalmeetsnoer inpluggen in de COM-contactbus van de multimeter.
- De rode 4 mm. veiligheidssteker van het spiraalmeetsnoer inpluggen in de contactbus voor spanningsingang (V) van de multimeter.
- Druk op de openingshendel ③ en plaats de meettang ① om de éénaderige stroomvoerende leiding.
- Lees de gemeten spanningswaarde op de multimeter en bereken de stroomwaarde. Houd daarbij rekening met de omrekeningsfactor:
1 mV AC = 1 A AC.
Voorbeeld:
aangegeven spanningswaarde op de multimeter: 0,350 mV AC, komt overéén met een gemeten stroomwaarde van 350 A AC.
9. Onderhoud

De BENNING CC 1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning.
Werken aan een onder spanning staande BENNING CC 1 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
Maak de BENNING CC 1 dan ook spanningsvrij, alvorens het apparaat te openen.
- Ontkoppel de BENNING CC 1 van het te meten object.
- Neem de beide veiligheidsstekers van het veiligheidsmeetsnoer uit de multimeter.
De stroomtangadapter BENNING CC 1 bevat geen batterij en ook geen zekering, zodat gewoonlijk openen niet nodig is.
9.1 Veiligheidsborging van het apparaat.
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING CC 1 niet meer worden gegarandeerd, bijv. in geval van:
- Zichtbare schade aan de behuizing.
- Meetfouten.
- Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden.
- Transportschade.
In dergelijke gevallen dient de BENNINGN CC 1 direct van het te meten object worden afgenomen en niet opnieuw elders worden gebruikt.
9.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om het apparaat schoon te maken.
10. Milieu

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.