AL-KO CS 1825 - Zaag

CS 1825 - Zaag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 1825 AL-KO in PDF-formaat.

📄 464 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice AL-KO CS 1825 - page 52
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : CS 1825

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 1825 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 1825 van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING CS 1825 AL-KO

Inhoudsopgave 1 Over deze gebruiksaanwijzing................. 52

2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik. 53

2.3 Overige risico's................................... 53

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-

2.5 Symbolen op het apparaat ................. 54

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

3.1.4 Gebruik en behandeling van het

elektrische gereedschap.............. 56

3.1.5 Gebruik en behandeling van het

3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingza-

gen ..................................................... 57

3.3 Algemene veiligheidsinstructies voor

kettingzagen....................................... 58

3.4 Oorzaken en vermijding van een te-

3.7 Veiligheidsinstructies voor accu en

oplader................................................ 59

3.8 Veiligheidsaanwijzingen voor de

3.8.3 Werken met de kettingzaag ......... 60

4 Montage .................................................... 60

4.1 Geleiderail plaatsen (03, 04) .............. 60

4.2 Zaagketting aanbrengen (04) ............. 61

4.3 Spannen van de zaagketting (03, 05). 61

5.2 Accu plaatsen en verwijderen (06) ..... 61

5.3 Kettingzaagolie bijvullen (07).............. 62

5.4 Kettingspanning controleren............... 62

5.5 Functie van de kettingrem testen ....... 62

5.5.1 Functietest van kettingrem bij uit-

geschakelde motor (08) ............... 62

5.5.2 Functietest van kettingrem bij in-

6.3 De motor in- en uitschakelen (09) ...... 63

6.4 Acculaadconditie controleren ............. 64

7 Werkhouding en werktechniek .................. 64

1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over de machi- ne nodig heeft.

Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.

Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing

Ga voorzichtig met Li-Ion accu´s om! Neem met name de aanwijzin- gen voor transport, opslag en afval- verwijdering in acht!

1.2 Verklaring van pictogrammen en

signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei- den. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING Deze gebruikshandleiding beschrijft een handge- dragen elektrische kettingzaag, die wordt aange- dreven door een accu. Het apparaat mag alleen met de in de technische gegevens vermelde lithium-ionen-accu´s en opla- ders worden gebruikt. Zie voor verdere informatie over de accu´s en opladers de aparte handleidin- gen:

Gebruikshandleiding 443130: Accu´s

Gebruikshandleiding 443131: Opladers LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met on- geschikte accu's, kunnen apparaat en accu's be- schadigd raken.

Gebruik het apparaat alleen met de voorge- schreven accu's.

De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor parti- culier gebruik rond het huis en in hobbytuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag wor- den gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:

verzagen van snoeihout

zagen van brandhout Dankzij de elektrische aandrijving kan de accu- kettingzaag niet alleen in de buitenlucht, maar ook in afgesloten ruimten worden gebruikt voor het zagen van hout. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet over- eenkomstig het gebruiksdoel. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor443162_a 53 Productomschrijving misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg. VOORZICHTIG! Letselgevaar door on- doelmatig gebruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.

Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.

Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, bijv. spijkers, schroe- ven, hang- en sluitwerk.

2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik

Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.

Gebruik nooit afgewerkte of minerale olie voor de smering van de kettingzaag.

Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.

2.3 Overige risico's

Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de constructie van het apparaat kunnen volgende gevaren niet wor- den uitgesloten.

Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).

Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).

Plotselinge en onverwachte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).

Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).

Loskomen van delen van het bewerkte hout.

Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.

beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Wanneer veilig- heids- en beveiligingsvoorzieningen zijn gemani- puleerd, kan tijdens werkzaamheden met de ket- tingzaag zwaar letsel worden toegebracht.

Stel de beschermings- en beveiligingsvoor- zieningen nooit buiten werking!

Werk uitsluitend met de kettingzaag, wan- neer alle veiligheids- en beveiligingsvoorzie- ningen correct functioneren.

2.4.1 Inschakelbeveiliging

Wanneer de gebruiker herhaald snel achter el- kaar gas geeft, schakelt de kettingzaag geduren- de enkele seconden uit, om de elektronica en de kettingzaag te beschermen. In dergelijke gevallen wacht u tot de kettingzaag weer kan worden in- geschakeld.

2.4.2 Kettingrem/kettingrembeugel

De kettingzaag is uitgerust met een handbedien- de kettingrem die bijv. bij een terugslag (kick- back) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de ket- tingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.

2.4.3 Beveiliging tegen overbelasting

De kettingzaag is uitgerust met een overlastbe- veiliging, die bij een overbelasting uitschakelt. Na een korte afkoelperiode kan de kettingzaag weer worden ingeschakeld.

De mechanische uitlooprem is aan de kettingrem gekoppeld en zorgt bij het uitschakelen van de kettingzaag voor het snelle afremmen van de zaagketting. De mechanische uitlooprem voorkomt letsel door de nadraaiende ketting.

Indien tijdens het zagen de zaagketting scheurt, vangt de kettingvanger het slaande kettinguitein- de op en voorkomt daaradoor handletsel van de bediener.NL 54 CS 1825 Productomschrijving

2.5 Symbolen op het apparaat

2.5.1 Veiligheidstekens

Symbool Betekenis Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Terugslagrisico! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen nooit met slechts één hand vast! Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht! Draag een veiligheidshelm, gehoor- bescherming en oogbescherming! Draag beschermende handschoe- nen! Draag stevige schoenen! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen altijd met beide handen vast!

2.5.2 Bedieningstekens

Symbool Betekenis Zaagketting ontspannen (-) en spannen (+). Centrale sluiting vastdraaien. Symbool Betekenis Draairichting van de zaagketting (onder afdekking voor kettingtand- wiel)

2.6 Productoverzicht (01)

Nr. Onderdeel 1 Kettingbeschermer 2 Zaagblad 3 Zaagketting 4 Kettingrembeugel (handbescherming) 5 Beugelgreep 6 Kijkglas voor kettingoliereservoir 7 Dop kettingoliereservoir 8 Laadtoestandweergave 9 Blokkeerknop 10 Gashendel 11 Achterste handgreep 12 Motor 13 Afdekkap voor kettingwiel 14 Snelspaninrichting met centrale slui- ting en draairing 15 Aanslagkam 16 Accu* 17 Acculader*

  • Niet in de leveringsomvang inbegrepen, echter met de volgende artikelnummers verkrijgbaar: zie technische gegevens.

2.7 Leveringsomvang (02)

OPMERKING De accu en lader worden niet bijgeleverd en moeten daarom apart worden aan- geschaft. Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle posities zijn inbegre- pen: Nr. Onderdeel 1 Accukettingzaag 2 Zaagblad 3 Zaagketting443162_a 55 Veiligheidsinstructies Nr. Onderdeel 4 Kettingbeschermer 5 Gebruiksaanwijzing 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- instructies, werkinstructies, illustraties en technische gegevens waarmee dit elektrisch gereedschap is voorzien. Het niet naleven van de onderstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel veroorzaken.

Bewaar alle veiligheidsinstructies en aan- wijzingen voor toekomstig gebruik. De in de veiligheidsinstructies gebruikte term ‘elektrisch gereedschap’ heeft betrekking op elek- trische gereedschappen die op netspanning wer- ken (met netsnoer) of op elektrische gereed- schappen die op accuspanning werken (zonder netsnoer).

3.1.1 Veiligheid op de werkplek

Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroor- zaken.

Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.

Houd kinderen en andere personen tij- dens het gebruik van het elektrische ge- reedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektri- sche gereedschap verliezen.

De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in de contactdoos pas- sen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stek- kers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.

Vermijd lichaamscontact met geaarde op- pervlakken zoals bij buizen, verwarmin- gen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.

Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, ver- hoogt dit de kans op een elektrische schok.

Gebruik het aansluitsnoer niet voor doel- einden waarvoor deze niet is bedoeld. Het snoer mag niet worden gebruikt om het elektrische gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit de contact- doos te trekken. Houd het aansluitsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewegende onderdelen van het ap- paraat. Bij beschadigde of in de knoop ge- raakte aansluitsnoeren is er een hoger risico op een elektrische schok.

Wanneer u met een elektrisch gereed- schap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengsnoer te gebruiken dat ook ge- schikt is voor gebruik buitenshuis. Door het gebruik van een dergelijk, voor gebruik buitenshuis geschikt verlengsnoer, neemt het risico op een elektrische schok af.

Wanneer het gebruik van elektrisch ge- reedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektri- sche schok.

3.1.3 Veiligheid van personen

Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrische gereedschap ernstige verwondingen veroor- zaken.

Draag een persoonlijke beschermingsuit- rusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermings- uitrusting verlaagt het risico op verwondin- gen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, vei- ligheidsschoenen met goede grip, een veilig- heidshelm of gehoorbescherming.

Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/ofNL 56 CS 1825 Veiligheidsinstructies de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereed- schap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.

Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Een gereedschap of sleutel die zich in een roterend deel van het elektrische gereedschap bevindt, kan letsel veroorzaken.

Voorkom een abnormale lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.

Draag geschikte kleding. Draag geen wij- de kleding of sieraden. Houd haar en kle- ding weg van bewegende delen. Loszitten- de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegre- pen.

Als stofafzuig- en -opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.

Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid en stap niet over de veilig- heidsregels voor elektrische gereed- schappen heen, zelfs niet wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met het elektrische gereedschap. Onnadenkend handelen kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.

3.1.4 Gebruik en behandeling van het

Voorkom overbelasting van het elektri- sche gereedschap. Gebruik voor uw werk- zaamheden het juiste elektrische gereed- schap. Met het passende gereedschap werkt u beter en veiliger in het beschreven toepas- singsgebied.

Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgescha- keld kan worden, is gevaarlijk en moet wor- den gerepareerd.

Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de uitneembare accu voordat u instellingen aan het apparaat uitvoert, ge- reedschapsdelen verwisselt of het elektri- sche gereedschap opruimt. Deze veilig- heidsmaatregel voorkomt het onbedoeld star- ten van het elektrische gereedschap.

Bewaar ongebruikt elektrisch gereed- schap buiten het bereik van kinderen. Het elektrische gereedschap mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elektrische gereedschap- pen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren mensen.

Onderhoud elektrisch gereedschap en in- zetgereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zo- danig beschadigd dat de werking van het elektrische gereedschap wordt belem- merd. Laat beschadigde onderdelen repa- reren voordat u het elektrische gereed- schap gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektri- sche gereedschappen.

Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereed- schap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.

Gebruik het elektrische gereedschap, het toebehoren, inzetgereedschap enz. con- form deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

Zorg dat de handgrepen en oppervlakken ervan droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Gladde handgrepen en oppervlakken ervan maken geen veilige bediening van het elektrische gereedschap in onverwachte situ- aties mogelijk.

3.1.5 Gebruik en behandeling van het

Laad de accu's uitsluitend met opladers op die door de fabrikant worden aanbevo- len. Door een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's wordt ge- bruikt.

Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in het elektrische gereedschap. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondin- gen en brandgevaar leiden.443162_a 57 Veiligheidsinstructies

Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spij- kers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan ver- brandingen of vuur veroorzaken.

Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom de aanraking hier- mee. Spoel direct af met water wanneer u er per ongeluk mee in contact komt. Wan- neer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accuvloeistof kan huidirritaties of verbrandin- gen veroorzaken.

Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu. Beschadigde of gewijzigde accu´s kun- nen zich onvoorspelbaar gedragen en brand, explosie of letsel veroorzaken.

Stel een accu niet bloot aan brand of hoge temperaturen. Brand of temperaturen van meer dan 130°C kunnen een explosie ver- oorzaken.

Leef alle aanwijzingen voor het opladen na en laad de accu of het accugereed- schap nooit buiten het in de gebrui- kershandleiding aangegeven temperatuur- bereik op. Verkeerd opladen of laden buiten het toegestane temperatuurbereik kan de ac- cu vernielen en het brandgevaar vergroten.

Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met ori- ginele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het elektrische gereedschap behouden blijft.

Onderhoud beschadigde accu´s in geen geval. Alle onderhoudswerkzaamheden aan de accu´s moeten door de fabrikant of een geautoriseerde klantenservice worden uitge- voerd.

3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen

Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Contro- leer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaam- heden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegre- pen worden.

Houd de kettingzaag altijd met uw rechter- hand aan de achterste greep en uw linker- hand aan de voorste greep vast. Het vast- houden van de kettingzaag in een omgekeer- de werkhouding verhoogt het gevaar voor let- sel en mag nooit zo worden vastgehouden.

Houd de kettingzaag alleen aan de geïso- leerde handvaten vast omdat de zaagket- ting in aanraking kan komen met verbor- gen stroomleidingen. Het contact van de zaagketting met een spanningvoerende kabel kan metalen apparaatonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.

Draag oogbescherming. Verdere bescher- mingsmiddelen voor gehoor, hoofd, han- den, benen en voeten worden aanbevolen. Geschikte werkkleding vermindert het letsel- gevaar door rondvliegende spaanders en toevallig aanraken van de zaagketting.

Werk met de kettingzaag niet op een boom, een ladder, vanaf een dak of op een instabiele ondergrond. Bij gebruik op die manier is er gevaar voor ernstig letsel.

Let altijd op een stabiele positie en ge- bruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Een gladde of instabiele ondergrond kan ertoe leiden, het evenwicht of de controle over de kettingzaag te verliezen.

Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Als de spanning in de hout- vezels vrijkomt kan de gspannen tak de ge- bruiker raken en/of de kettingzaag buiten controle brengen.

Wees bijzonder voorzichtig bij het knip- pen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en tegen u slagen of u uit evenwicht brengen.

Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagket- ting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de ketting- zaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de ketting- zaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.

Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van ge- leiderail en ketting. Een foutief gespannen of gesmeerde ketting kan scheuren of het te- rugslagrisico verhogen.NL 58 CS 1825 Veiligheidsinstructies

Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet om metaal, plastic, met- selwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de ket- tingzaag voor niet-reglementaire werkzaam- heden kan tot gevaarlijke situaties leiden.

Probeer niet om een boom om te hakken voordat u niet duidelijk de risico´s en de voorkoming ervan kent. De gebruiker of an- dere personen kunnen door een omvallende boom ernstig gewond raken.

3.3 Algemene veiligheidsinstructies voor

kettingzagen Volg alle instructies als u de kettingzaag ont- doet van materiaalophopingen, hem opbergt of er onderhoudswerkzaamheden aan uit- voert. Ga na of de schakelaar uitgeschakeld en de accu verwijderd is. Een onverwachtse werking van de kettingzaag bij het verwijderen van materiaalophopingen of tijdens onderhouds- werkzaamheden kan ernstig letsel veroorzaken.

3.4 Oorzaken en vermijding van een

terugslag Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt. Een aanraking met de railpunt kan in sommige gevallen tot een onverwachtse, naar achteren ge- richte reactie leiden waarbij de geleiderail naar boven in de richting van de gebruiker wordt ge- slagen. Het klem raken van de zaagketting aan de bo- venrand van de geleiderail kan de rail snel in de richting van de gebruiker terugstoten. Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag zijn inge- bouwd. Als gebruiker van een kettingzaag moe- ten er verschillende maatregelen worden geno- men om vrij van ongevallen en letsel te werken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van de kettingzaag. Die kan ver- meden worden door geschikte voorzorgsmaatre- gelen, zoals hierna beschreven:

Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li- chaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslag- krachten. Als er geschikte maatregelen wor- den genomen kan de gebruiker de terug- slaande krachten beheersen. Laat de ketting- zaag nooit los.

Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daar- door wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een bete- re controle van de kettingzaag in onverwach- te situaties mogelijk gemaakt.

Gebruik altijd vervangbladen en zaagket- tingen die de fabrikant voorschrijft. Foutie- ve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.

Respecteer de aanwijzingen van de fabri- kant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegren- zers verhogen de neiging tot een terugslag.

Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het be- oogde gebruik?

Wordt het materiaal op de juiste wijze ge- sneden of verwerkt?

Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?

Is het snijblad goed scherp en is het juis- te snijblad ingebouwd?

Zijn de handgrepen en, indien nodig, op- tionele trillingsdempende handgrepen ge- monteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

Gebruik het apparaat alleen met het motor- toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toe- rental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.

Als gevolg van verkeerd gebruik en onder- houd kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerk- plaats.

De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-443162_a 59 Veiligheidsinstructies zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.

Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de- ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen neemt het gevaar toe.

Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.

Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.

Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.

Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.

Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10°C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.

3.6 Geluidsbelasting

Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij- den. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge- hoorbescherming worden gedragen.

3.7 Veiligheidsinstructies voor accu en

oplader Neem de veiligheidsinstructies voor de accu en de oplader in de afzonderlijke handleiding in acht. Zie:

Gebruikshandleiding 443130: Accu´s

Gebruikshandleiding 443131: Opladers

3.8 Veiligheidsaanwijzingen voor de

Neem de voor uw land specifieke veiligheids- voorschriften in acht, bijv. van beroepsorgani- saties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-in- stanties.

Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.

Houd de werkomgeving vrij van rondslinge- rende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikel- gevaar.

De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu- eel letsel bij derden en voor materiële scha- de.

Wanneer u voor het eerst met een ketting- zaag werkt:

Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de ketting- zaag uitleggen, of volg een cursus.

Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.

Personen van jonger dan 16 jaar en perso- nen die de gebruikershandleiding niet heb- ben gelezen, mogen het apparaat niet ge- bruiken.

Iedereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheids- overwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem mogelijk is met een kettingzaag te wer- ken.

Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gel- den.NL 60 CS 1825 Montage

3.8.3 Werken met de kettingzaag

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.

Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.

Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag com- pleet is, geen beschadigingen heeft of versle- ten onderdelen bevat. De veiligheids- en be- schermingsvoorzieningen moeten intact zijn. WAARSCHUWING! Letselgevaar door onbedoeld startende kettingzaag. Een onbe- doeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Verwijder daarom altijd de accu bij:

Test-, afstel- en reinigingswerkzaamheden

Werkzaamheden aan het snijgereedschap

Het achterlaten van de kettingzaag

Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden

Nooit alleen werken.

Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.

Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbon- den aan een elektrische leiding.

De persoonlijke beschermingsmiddelen be- staan uit:

gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur

veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm

veiligheidsbroek met ingelegde snijbevei- liging

stevige werkhandschoenen

veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen

De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.

Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.

Breng op een buiten gebruik zijnde ketting- zaag altijd de kettingbeschermer aan en ver- wijder de accu.

De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.

De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.

Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vak- man worden omgezaagd.

Plaats de zaagketting alleen voor een zaags- nede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.

Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.

Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.

Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzienin- gen nooit buiten werking. 4 MONTAGE WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.

Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn gemonteerd.

Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag com- pleet is, geen beschadigingen heeft of versle- ten onderdelen bevat. De veiligheids- en be- schermingsvoorzieningen moeten intact zijn. VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Bij het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel veroorzaken.

Verwijder de accu voor het monteren van de ketting.

Draag veiligheidshandschoenen bij de mon- tage van de zaagketting en het zaagblad.

4.1 Geleiderail plaatsen (03, 04)

1. Trek de handbescherming (03/1) naar de

neem deze, samen met afdekkap (03/3) van de zaag.

3. Plaats het zaagblad (04/1) over de geleider-

bout (04/2) en schuif deze zo ver naar achte-443162_a 61 Ingebruikname ren, dat de zaagketting kan worden gemon- teerd.

4.2 Zaagketting aanbrengen (04)

1. Leg de zaagketting om het kettingwiel (04/3)

en in de groef van het zaagblad (04/1) aan- brengen.

2. Leid de zaagketting om het omkeerwiel op

het zaagblad. De zaagketting moet aan de onderkant van het zaagblad iets doorhangen.

4.3 Spannen van de zaagketting (03, 05)

aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.

in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild.

1. De ligging van de zaagketting controleren,

deze moet correct aanliggen in de zaagblad- groef en over het kettingwiel.

3. Draai de draairing (03/4) zo naar de afdekkap

Draai de centrale sluiting daarbij niet hele- maal vast, of draai deze een omwenteling te- rug.

5. Draai de draairing (05/3) rechtsom, totdat de

zaagketting correct is gespannen zoals hier- boven beschreven.

6. Draai de centrale sluiting (05/2) rechtsom, tot

deze is vastgezet. 5 INGEBRUIKNAME GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

Lees en volg alle veiligheidsinstructies en be- dieningsinstructies in deze gebruiksaanwij- zing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt! WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer de kettingzaag beschadigde on- derdelen bevat, kan dit tot zwaar letsel leiden.

Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag com- pleet is, geen beschadigingen heeft of versle- ten onderdelen bevat. De veiligheids- en be- schermingsvoorzieningen moeten intact zijn.

Neem het temperatuurbereik voor het opladen in acht, zie de technische gegevens. OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikshandleidingen van de accu en de oplader in acht:

Gebruikshandleiding 443130: Accu´s

Gebruikshandleiding 443131: Opladers

5.2 Accu plaatsen en verwijderen (06)

LET OP! Beschadigingsgevaar van de accu. Als de accu na gebruik in het apparaat blijft zitten kan dit een beschadiging van de accu veroorza- ken.

Trek de accu direct na gebruik uit het appa- raat en bewaar hem beschermd tegen vorst.

Plaats de accu pas weer voor het begin van de werking. Accu plaatsen

1. Accu (06/1) van achteren in de kettingzaag

plaatsen totdat hij vastklikt (06/a). Accu verwijderen

1. Ontgrendelingsknop (06/2) op de accu in-

drukken en vasthouden.

5.3 Kettingzaagolie bijvullen (07)

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. De kettingzaag kan zwaar bescha- digd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir bevindt, of wan- neer dit ingedroogd/vastgekleefd is. Ingedroogde/ vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!

Vul voor ingebruikname het reservoir met kettingzaagolie.

Gebruik geen afgewerkte olie!

Vul minimaal bij elke accuwissel het oliere- servoir bij met kettingzaagolie. De zaagketting en het zaagblad krijgen tijdens bedrijf continu olie toegevoerd vanuit een auto- matisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Om de zaagketting afdoende te smeren moet steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir aanwezig zijn. Gebruik voor de smering van de zaagketting en het zaagblad uitsluitend milieuvriendelijke, biolo- gisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen. Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het ver- wisselen van de accu en vul, indien nodig, ket- tingzaagolie bij:

1. Controleer het oliepeil in het kijkglas (07/1)

van de olietank. Er moet altijd olie te zien zijn. Het minimale en het maximale oliepeil mogen niet worden onder- resp. overschre- den.

2. Via de vulstomp (07/2) zaagkettingolie bijvul-

De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt. Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door. Zaagketting spannen: zie Hoofdstuk 4.3 "Spannen van de zaagketting (03, 05)", pagina61. OPMERKING De zaagketting is correct ge- spannen wanneer deze:

aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan worden doorgetrokken.

in het midden van het zaagblad ongeveer 3 - 4 mm omhoog kan worden getild. VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door los- springen van zaagketting! Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het ge- bruik losspringen en letsel veroorzaken.

Controleer de kettingspanning regelmatig. De kettingspanning is te laag, wanneer de ket- tingschakels aan de onderkant van het zaag- blad uit de groef komen.

Span de zaagketting volgens voorschrift, zo- dra de kettingspanning te laag is.

5.5 Functie van de kettingrem testen

De kettingzaag is uitgerust met een handbedien- de kettingrem die bijv. bij een terugslag (kick- back) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de ket- tingzaag en de motor onmiddellijk gestopt. GEVAAR! Levensgevaar vanwege achte- loos gebruik! Door onvoorzichtige en onvoorzie- ne bewegingen van de kettingzaag kan zeer zwaar, tot dodelijk letsel worden veroorzaakt.

Ga bij het werken met de kettingzaag altijd veiligheidsbewust en zeer geconcentreerd te werk.

Bij het vrijgeven van de kettingrem geen schakelaar indrukken. WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback) door de draaiende zaagketting zeer ernstig en zelfs dodelijk letsel het gevolg zijn.

Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.

Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een des- kundige werkplaats.

5.5.1 Functietest van kettingrem bij

uitgeschakelde motor (08)

1. De accu uit het apparaat trekken: zie Hoofd-

stuk 5.2 "Accu plaatsen en verwijderen (06)", pagina61.443162_a 63 Bediening

2. Om de kettingrem vrij te geven, trekt u de

kettingrembeugel (08/1) richting de beugel- greep (08/2) (08/a). De zaagketting kan nu met de hand rond worden getrokken.

3. Om de kettingrem in te schakelen, drukt u de

kettingrembeugel (08/1) naar voren (08/b). Het mag nu niet mogelijk zijn de zaagketting rond te trekken.

5.5.2 Functietest van kettingrem bij

ingeschakelde motor (08) OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.

1. De kettingzaag veilig en stevig beethouden

bij de beugelgreep en de handgreep.

2. Geef de kettingrem vrij.

3. Schakel de motor in.

4. Duw de kettingrembeugel (08/1) naar voren

(08/b). De zaagketting en de motor moeten direct tot stilstand komen. 6 BEDIENING GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

Lees en volg alle veiligheidsinstructies en be- dieningsinstructies in deze gebruiksaanwij- zing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt! WAARSCHUWING! Gevaar voor persoon- lijk letsel als gevolg van een defect apparaat. Het gebruik van een defect apparaat kan ernstig letsel en schade aan het apparaat veroorzaken.

Apparaat alleen gebruiken als het niet defect of beschadigd is en er geen onderdelen ont- breken of loszitten.

Neem de nationale voorschriften voor de ge- bruiksduur in acht.

Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de lin- kerhand.

De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.

Gebruik de kettingzaag niet bij:

Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs

6.1 Controleren van de kettingzaagolie

voor ieder werkbegin

uiterlijk bij iedere accuvervanging

Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is. Aanpak zie Hoofdstuk 5.3 "Kettingzaagolie bijvul- len (07)", pagina62.

6.2 Testen van de kettingrem

Aanpak: zie Hoofdstuk 5.5 "Functie van de ket- tingrem testen", pagina62. WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback) door de draaiende zaagketting zeer ernstig en zelfs dodelijk letsel het gevolg zijn.

Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.

Schakel de kettingzaag niet in, wanneer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een des- kundige werkplaats.

6.3 De motor in- en uitschakelen (09)

VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorscha- de! Door het gebruik van het apparaat ontstaat sterke geluidsvorming die gehoorschade kan ver- oorzaken.

Draag bij het werken met de kettingzaag al- tijd gehoorbescherming. OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven. Motor inschakelen:

1. Geef de kettingrem vrij.

2. De blokkeerknop (09/1) met de duim indruk-

ken en ingedrukt houden.

3. Druk de gashendel (09/2) in en houd deze in-

keerknop hoeft niet meer ingedrukt te blijven nadat de kettingzaag loopt. De blokkeerknop dient om het onbedoeld starten van de ket- tingzaag te verhinderen.NL 64 CS 1825 Werkhouding en werktechniek Motor uitschakelen:

De laadtoestandsweergave (01/8) bevindt zich boven op de kettingzaag. Die bestaat uit drie segmenten. De segmenten branden of knipperen afhankelijk van de laadtoe- stand. Segment Acculaadtoestand 3 segmente branden: Accu volledig opgela- den. 2 segmente branden: Accu voor 2/3 opgela- den. 1 segment brandt: Accu voor 1/3 opgela- den. 1 segment knippert: Accu bijna leeg. Het apparaat schakelt bin- nenkort uit.

7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK

OPMERKING Regelmatig worden door be- roepsorganisaties cursussen aangeboden in de omgang met kettingzagen en bomenkaptechniek. GEVAAR! Levensgevaar door onvol- doende vakkennis! Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!

Uitsluitend goed geschoolde en ervaren men- sen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bomen. GEVAAR! Levensgevaar door versplinte- ring van hout! Losspringende houtspaanders kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorza- ken!

Losse spaanders en houtsplinters verwijde- ren van het te verzagen gedeelte.

7.1 Bomen kappen (10, 11)

Let voor en tijdens het kappen op de volgende punten:

Bij het kappen van bomen moet ervoor wor- den gezorgd, dat overige personen niet aan gevaren worden blootgesteld, geen hoofd- transportleidingen kunnen worden geraakt en geen materiële schade kan worden veroor- zaakt. Wanneer een boom een hoofdtrans- portleiding raakt, moet het betreffende nuts- bedrijf onmiddellijk op de hoogte worden ge- bracht.

Houd ook altijd rekening met eigendommen van derden, dieren en overige voorwerpen. Geen van deze mogen zich binnen de geva- renzone bevinden. In het geval toch ergens schade is toegebracht, moet de eigenaar on- middellijk op de hoogte worden gebracht.

De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.

De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:

de natuurlijke stand van de boom

de lengte van dikkere takken

de hoogte van de boom

eenzijdige groei van takken

windrichting en windsnelheid

Op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom blijven werken.

Controleren dat zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (10).

De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klem- men, draad etc.). Om een boom te kappen moeten er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.

1. Bij zagen van de valkerf en bij in stukken za-

gen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen tegen het te verzagen hout.

2. De valkerf (11/C) wordt eerst horizontaal en

vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De val- kerf moet zo mogelijk nabij de bodem en in de gewenste valrichting (11/E) worden aan- gebracht. De diepte van de kerf moet ca. 1/4 van de stamdikte bedragen.

3. De velsnede (11/D) tegenover de valkerf

exact horizontaal inzagen. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizon- tale vlak van de valkerf worden ingezaagd.443162_a 65 Werkhouding en werktechniek

4. De velsnede (11/D) zo diep inzagen dat er

een breuklijst (11/F) van minstens 1/10 van de stamdikte tussen de valkerf (11/C) en de velsnede (11/D) overblijft. Deze breuklijst voorkomt dat de boom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (11/D) de breuklijst (11/F) nadert moet de boom beginnen te vallen. Zaag de breuklijst niet door! Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:

Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de ket- tingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen uit hout, kunststof of aluminium in om de zaags- nede te openen en de boom in de ge- wenste richting te laten vallen.

De kettingzaag direct uit de zaagsnede trekken, uitschakelen en wegleggen.

Weglopen via de vluchtroute.

Opletten voor neervallende takken en twijgen.

5. Als de boom blijft staan deze door het inslaan

van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen. Opmerking:Er mogen uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium worden ge- bruikt.

6. Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct

de gehoorbescherming afnemen en letten op signalen of waarschuwend geroep. Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide per- sonen (11). GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanneer het niet mogelijk is terug te wij- ken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!

Pas met de kapwerkzaamheden beginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd. GEVAAR! Levensgevaar door ongecon- troleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel ver- oorzaken!

Om te zorgen dat de boom gecontroleerd valt, moet een breuklijst blijven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hier- van moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.

Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.

Onder snoeien wordt hier verstaan het afzagen van de takken van een gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:

De kettingzaag tijdens de werkzaamheden met de aanslagkam tegen de boomstam af- steunen.

Grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig laten zitten.

Kleinere takken in één keer doorzagen.

Zaag de takken systematisch één voor één van de boom (12/a). Zaag eerst de takken af die u in de weg zitten. Zaag dan de takken af die spanningen veroorzaken. Zaag als laatste de dikste tak af aan de basis van de boom.

Zaag vrijhangende takken af van de bovenzij- de (12/b), niet van de onderzijde.

Opletten op onder spanning staande takken; deze van onderaf naar boven toe doorzagen (12/c), om te voorkomen dat de kettingzaag vastklemt.

7.3 Boom afkorten (13 - 16)

Onder afkorten wordt hier verstaan het in stukken zagen van de gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:

Zorg ervoor dat u stevig staat en uw li- chaamsgewicht gelijkmatig verdeelt over bei- de voeten. Indien mogelijk, moet de stam worden ondersteund door takken, balken of wiggen.

Op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam werken, om- dat de boomstam kan wegrollen (13).

De kettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlengde zwenkzone van de zaagketting.

De aanslagkam pal naast de snijkant plaat- sen en de kettingzaag rondom dit punt draai- en. Aan het einde van de zaagsnede niet lan- ger druk uitoefenen.

Om de volledige controle te houden over de kettingzaag, moet u aan het einde van de snede de druk op de zaag verminderen, zon- der daarbij de handgrepen van de ketting- zaag minder stevig vast te houden.

Erop letten dat de zaagketting niet tegen de bodem komt.

Wacht na het beëindigen van de zaagsnede tot de zaagketting stilstaat, alvorens u de ket- tingzaag verwijdert.NL 66 CS 1825 Onderhoud en verzorging

De motor van de kettingzaag altijd uitschake- len alvorens door te gaan naar de volgende boom. De boomstam wordt over de hele lengte gelijk- matig ondersteund:

De boomstam van bovenaf doorzagen (14/a) en niet in de bodem zagen. Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:

Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf inzagen (15/a); vervolgens de rest van bovenaf ter hoogte van de onderste zaagsnede doorza- gen (15/b). De boomstam wordt op beide uiteinden onder- steund: Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen (16/a); ver- volgens de rest van onderaf ter hoogte van de bovenste zaagsnede doorzagen (16/b). GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk wor- den verwond.

Houd u steeds aan de voorgeschreven maat- regelen ter voorkoming van een terugslag!

7.4 Zaaghout verzagen

Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:

Een veilige ondersteuning gebruiken (zaag- bok, wigvorm, balken).

Letten op een veilige werkpositie en een ge- lijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.

Rondhout blokkeren tegen verdraaien.

Zet de kettingzaag altijd met draaiende ket- ting tegen het hout om een snede te begin- nen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.

Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.

8 ONDERHOUD EN VERZORGING

WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet- sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het appa- raat, zoals het snijblad.

Schakel voorafgaand aan onderhouds-, ver- zorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.

Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini- gingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen. De kettingzaag voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsnormen. Reparaties mogen al- leen worden uitgevoerd door deskundige, ge- trainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.

Na elk gebruik van de kettingzaag deze con- troleren op slijtage en beschadigde onderde- len eventueel vervangen.

Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmid- delen gebruiken.

Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.

Spuit de kettingzaag niet af met water en ge- bruik geen hogedrukreiniger.

Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschre- ven reserveonderdelen gebruiken.

8.1 Zaagketting slijpen (17)

GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Een ondeskundig geslepen zaagket- ting verhoogt de kans op een terugslag en daar- mee het gevaar voor dodelijk letsel.

Slijp de zaagketting deskundig om de kans op terugslag te verkleinen. OPMERKING Onervaren gebruikers van de kettingzaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die beschikt over een werkplaats voor klantenservice. Om veiligheids- en efficiëntieredenen moet de zaagketting altijd goed geslepen zijn. Het slijpen is vereist wanneer:

Het zaagsel op stof lijkt.

Meer kracht nodig is om te zagen.

De snede niet recht is.

De vibraties toenemen.443162_a 67 Onderhoud en verzorging Wanneer het slijpen in handen van een opgeleide klantenservice gegeven wordt, kan dit met de juiste gereedschappen uitgevoerd worden die een minimale materiaalslijtage en gelijkmatig slij- pen van alle tanden garanderen. Zelfstandig slijpen van de zaagketting is mogelijk met behulp van speciale ronde vijlen, waarvan de doorsnede is aangepast aan het afzonderlijke kettingtype (zie Hoofdstuk 8.5 "Tabel kettingon- derhoud", pagina68). Het slijpen van de ketting vergt enige handigheid en ervaring, om beschadi- ging van de tanden te voorkomen. Voor het slijpen van de zaagketting:

1. De kettingzaag uitschakelen en de accu ver-

2. Geef de kettingrem vrij.

3. Zet het zaagblad met gemonteerde zaagket-

ting stevig vast in een geschikt bankschroef, let er daarbij op, dat de ketting vrij kan bewe- gen.

4. Span de zaagketting indien deze los is.

5. Monteer de vijl in de overeenkomstige gelei-

der en breng de vijl vervolgens in de uitspa- ring van de tand, behoud daarbij een gelijk- matige helling overeenkomstig het tandpro- fiel.

6. Voer slechts enkele halen met de vijl uit, uit-

sluitend in voorwaartse richting en herhaal de werkstap op alle tanden met dezelfde uitlij- ning (rechts of links).

7. Draai de positie van het zaagblad in de bank-

schroef om en herhaal de werkstap op de resterende tanden.

8. Controleer of de grenstand niet boven het

testgereedschap uitsteekt en vijl het eventue- le uitsteeksel met een vlakke vijl af en rond het profiel af.

9. Verwijder na het slijpen al het vijlsel en stof

en smeer de zaagketting in een oliebad. De ketting moet vervangen worden wanneer:

De lengte van de tanden kleiner is dan 5 mm;

Indien aanwezig: de markering op de tanden van de zaagschakels is onderschreden;

De speling van de schakels op de kettingpon- sen te groot is.

8.2 Reinigen binnenruimte kettingwiel

De kettingzaag na elke gebruik grondig reinigen.

1. Verwijder de accu en leg de kettingzaag neer

op een stevige ondergrond.

2. Schroef de afdekkap van het kettingwiel los.

3. De binnenruimte met een geschikt borsteltje

4. Neem de zaagketting af en verwijder het

5. De zaagbladmoer en de olietoevoeropening

1. Zaagblad verwijderen (18/1): Draai de

schroef (18/2) uit en neem de adapterplaat met de spanhaak (18/3) los van het zaag- blad.

2. Draai het zaagblad om de lengteas.

3. Breng de adapterplaat met de spanhaak

weer aan op het zaagblad en draai deze met de kruiskopschroef weer vast.

4. Zaagblad weer monteren (zie Hoofdstuk 4.1

"Geleiderail plaatsen (03, 04)", pagina60).

8.4 Zaagblad controleren, omkeren en

invetten (19, 20) Zaagblad controleren Het zaagblad regelmatig controleren op bescha- diging. Verwijder eventueel uitstekende bramen (19/1), d.w.z. Afvijlen onder een hoek van 45° (19/2). Zaagblad omkeren Om eenzijdige slijtage te voorkomen, moet het zaagblad na elke kettingvervanging of kettings- lijpbeurt worden omgekeerd.

1. Snelspaninrichting aan het zaagblad omzet-

ten (zie Hoofdstuk 8.3 "Snelspanner omzet- ten (18)", pagina67).

1. De zaagbladgroef (19/3) en olietoevoerope-

ningen (19/4) zorgvuldig reinigen.

2. De boringen voor oliesmering (20/1) aan bei-

de zijden zorgvuldig reinigen.

3. Met een vetspuit (20/2) achtereenvolgens

aan beide kanten zoveel vet indrukken dat het vet op het uiteinde van het omkeerwiel gelijkmatig naar buiten komt. Het omkeerwiel daarbij steeds blijven draaien.NL 68 CS 1825 Hulp bij storingen

8.5 Tabel kettingonderhoud

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer op de kettingzaag een niet-toe- gelaten zaagketting of zaagblad wordt gebruikt, kan dit tot zwaar letsel leiden.

Gebruik uitsluitend toegelaten zaagkettingen en zaagbladen. Reserveonderdelen zaagketting en geleiderail: zie technische gegevens. Zaagketting (zaagblad) Vijldiameter Kophoek Ondersnij- hoek Hellingshoek kop (55°) Dieptemaat Draaihoek van het ge- reedschap Hellingshoek van het ge- reedschap Zijwaartse hoek 90PX040X (104MLEA041) 4,5mm 30° 0° 75° 0,025" Dieptemaat Vijl

9 HULP BIJ STORINGEN

VOORZICHTIG! Risico op letsel. Onderde- len met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini- gingswerkzaamheden altijd veiligheidshand- schoenen!

Schakel het apparaat uit en trek de stekker los! OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak Maatregel Motor draait niet. Geen accuspanning aan- wezig. De stroomvoorziening laten contro- leren door een deskundig elektro- technicus. Overlastbeveiliging heeft uitgeschakeld. Wacht tot de overlastbeveiliging de voeding weer inschakelt.443162_a 69 Transport Storing Oorzaak Maatregel Kettingrem geactiveerd. Geef de kettingrem vrij. Het zaagblad en de zaagket- ting draaien warm. Rookont- wikkeling. De zaagketting is te strak gespannen. Kettingspanning verlagen. De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. Het oliereservoir controleren op be- schadiging. De olietoevoeropening en/ of de groef in het zaagblad zijn/is vervuild. Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad. De motor draait, maar de zaag- ketting beweegt niet. De zaagketting is te strak gespannen. Kettingspanning verlagen. Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fa- brikant. In plaats van spanen wordt al- leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd. De zaagketting is stomp. Zaagketting slijpen of naar een ser- vicenederzetting van de fabrikant gaan. Apparaat trilt meer dan nor- maal. Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fa- brikant. 10 TRANSPORT WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge- vaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

De kettingzaag nooit met lopende zaagket- ting dragen en vervoeren.

Voer voor het begin van het vervoer de on- derstaande maatregelen uit. Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:

1. De kettingzaag uitschakelen en de accu ver-

2. Kettingbeschermer plaatsen.

3. Draag de kettingzaag altijd alleen aan de

beugelgreep. Het zaagblad en de zaagketting moeten daarbij naar achteren wijzen.

4. In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen

omvallen, beschadiging en weglekken van kettingzaagolie. Accu "B125 Li" (Art.-nr. 113896) OPMERKING De nominale energie van de accu bedraagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het trans- port in acht! De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:

Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.

Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of de- monstraties), kunnen ook van deze vereen- voudigde maatregel gebruik maken. In beide hierboven vermelde gevallen moeten ab- soluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht ne- men kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen.NL 70 CS 1825 Opslag Bijkomende instructies voor transport en verzending

Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu´s alleen in onbeschadigde hoedanigheid!

Gebruik voor het vervoer van de accu uitslui- tend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu’s met minder dan 100 Wh nominale energie).

Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.

Zorg voor een correcte aanduiding en docu- mentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).

Informeer vooraf of een transport met de ge- kozen dienstverlener mogelijk is en of de ver- zending wordt weergegeven. Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere natio- nale voorschriften in acht. 11 OPSLAG

Verwijder de accu na ieder gebruik uit het ap- paraat.

Reinig het apparaat grondig en breng - indien aanwezig - alle beschermafdekkingen aan.

Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren. Bij onderbrekingen in het gebruik van langer dan 30 dagen de volgende werkzaamheden uitvoe- ren:

Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.

De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de kettingzaag. Ingedroogde/vastgekleefde ketting- zaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de olie- pomp.

Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag.

11.2 Accu en oplader opslaan

OPMERKING Neem de gedetailleerde ge- gevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht. 12 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!

Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recy- cling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.

Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te- ruggave na gebruik verplicht.

De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het ge- woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beant- woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij- kende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische ap- paraten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!443162_a 71 Technische gegevens

Zie de gebruikershandleiding om tot een veili- ge verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het che- misch systeem.

Bezitters of gebruikers van batterijen en ac- cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de nor- male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:

Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik

Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% lood Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van batterijen en accu’s

Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijen

Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden. 13 TECHNISCHE GEGEVENS Kettingzaag CS 1825 Art.-nr. 113919 Afmetingen (LxBxH) 610x215x217mm Gewicht zonder zaagketting, geleiderail, kettingbescherming, olie en accu 2,4kg Totaal gewicht (zonder accu) 3,4kg Inhoud kettingoliereservoir 110ml Beveiliging tegen overbelasting Ja Motorvermogen 350W Motortoerental 2200-2600 min

Bedrijfssnelheid van de zaagketting 4,67m/s

Activering van de zaagketting Tweevoudig Geluidsvermogenniveau L

Zaagketting Oregon 90PX040X Dikte kettingschakel 1,1mm Reserveonderdeelnummer 127549 Zaagblad Oregon 104MLEA041 Lengte van zaagblad 10" / 25cm Snijlengte 17cm Reserveonderdeelnummer 127550

De opgegeven trillingsemissiewaarde is ge- meten conform een genormeerd testproces en kan worden gebruikt om het ene elektri- sche gereedschap met een ander te vergelij- ken.

De opgegeven trillingsemissiewaarde kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van de blootstelling aan trillingen (blootstel- lingsgraad).

De trillingsemissiewaarde kan gedurende het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereedschap afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt.

Probeer steeds, de belasting door trillingen tot een minimum te bepreken. Voorbeelden van maatregelen waarmee de trillingsbelas- ting kunnen worden verminderd zijn, het dra- gen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en verkorting van de werkduur. Hierbij moet rekening worden ge- houden met alle elementen van de bedrijfscy- clus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elek- trische gereedschap is uitgeschakeld en tij- den waarop het gereedschap wel is inge- schakeld, moet zonder belasting draait). 14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts443162_a 73 Garantie 15 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:

naleving van deze gebruikershandleiding

Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:

Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen

Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen

Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:

lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik

Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.FR 74 CS 1825 Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 75