AL-KO Solo CS 4235 - Zaag

Solo CS 4235 - Zaag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Solo CS 4235 AL-KO in PDF-formaat.

📄 500 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice AL-KO Solo CS 4235 - page 58
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : Solo CS 4235

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Solo CS 4235 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Solo CS 4235 van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING Solo CS 4235 AL-KO

Inhoudsopgave 1 Over deze gebruikershandleiding ............ 58

2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik. 59

2.3 Overige risico's................................... 59

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-

2.5 Symbolen op het apparaat ................. 59

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

3.1.4 Gebruik en behandeling van het

elektrische gereedschap.............. 62

3.1.5 Gebruik en behandeling van het

3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingza-

gen ..................................................... 63

3.3 Oorzaken en vermijding van een te-

rugslag ............................................... 63

3.4 Veiligheidsinstructies voor de accu .... 64

3.5 Veiligheidsinstructies voor de lader.... 65

3.6 Veiligheidsaanwijzingen voor de

3.6.5 Werken met de kettingzaag ......... 67

4 Montage .................................................... 67

4.1 Monteren van het zaagblad (02, 03)... 68

4.2 Monteren van de zaagketting (02, 03) 68

4.3 Spannen van de zaagketting (04, 05). 68

5.2 Kettingzaagolie bijvullen (08).............. 69

5.3 Werkingstest van de kettingrem ......... 69

5.3.1 Kettingrem testen bij uitgescha-

kelde motor (09)........................... 70

5.3.2 Kettingrem testen bij ingescha-

6.2 Accu-riemsysteem omdoen (10) tot

en met (13) ......................................... 71

6.3 Accu plaatsen/verwijderen (14) .......... 71

Stroomvoorziening aansluiten (15, 16)

6.5 De motor in- en uitschakelen (17) ...... 71

De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.

Lees voor de ingebruikname deze gebrui- kershandleiding absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

Bewaar deze gebruikershandleiding goed zo- dat u erin het antwoord op uw vragen kunt te- rugvinden wanneer u informatie over het ap- paraat nodig hebt.

Draag het apparaat alleen samen met deze gebruikershandleiding aan andere personen over.

Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruikershandlei- ding in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis Symbool voor gebruikshandleiding

Symbool voor apparaat met li-ion- accu

1.2 Verklaring van pictogrammen en

signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situa- tie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële scha- de kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duide- lijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING Deze gebruikshandleiding beschrijft een handge- dragen elektrische kettingzaag, die wordt aange- dreven door een accu.

De kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor parti- culier gebruik rond het huis en in hobbytuinen. In een dergelijke omgeving kan de kettingzaag wor- den gebruikt voor licht houtzaagwerk, zoals:

verzagen van snoeihout

zagen van brandhout Dankzij de elektrische aandrijving kan de accu- kettingzaag niet alleen in de buitenlucht, maar ook in afgesloten ruimten worden gebruikt voor het zagen van hout. Elke andere toepassing dan hier beschreven, wordt beschouwd als niet over- eenkomstig het gebruiksdoel. De accukettingzaag mag alleen worden gebruikt met de volgende componenten:

Lader – C150 Li, art.nr. 127391 Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een ver- boden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE- markering) en de afwijzing van elke verantwoor-469892_a 59 Productomschrijving delijkheid vanwege de fabrikant wat betreft scha- de aan de gebruiker of derden. VOORZICHTIG! Letselgevaar door ondoelmatig ge- bruik! Wanneer de kettingzaag wordt gebruikt voor het zagen van hout waarin vreem- de voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.

Gebruik de kettingzaag uitsluitend voor licht houtzaagwerk.

Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, zoals spij- kers, schroeven, beslag.

2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik

Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.

Gebruik nooit afgewerkte of minerale olie voor de smering van de kettingzaag.

Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.

2.3 Overige risico's

Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat kan sprake zijn van een restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Door het type en de constructie van het apparaat kunnen volgende gevaren niet wor- den uitgesloten.

Contact met de vrij toegankelijke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).

Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).

Plotselinge en onverwachte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).

Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).

Loskomen van delen van het bewerkte hout.

Gehoorschade tijdens het werk wanneer geen gehoorbescherming wordt gedragen.

beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gema- nipuleerde veiligheids- en beveili- gingsvoorzieningen Wanneer veiligheids- en beveiligings- voorzieningen zijn gemanipuleerd, kan tijdens werkzaamheden met de ketting- zaag zwaar letsel worden toegebracht.

Stel de beschermings- en beveiligings- voorzieningen nooit buiten werking!

Werk uitsluitend met de kettingzaag, wanneer alle veiligheids- en beveili- gingsvoorzieningen correct functio- neren.

2.4.1 Inschakelbeveiliging

Wanneer de gebruiker herhaald snel achter el- kaar gas geeft, schakelt de kettingzaag geduren- de enkele seconden uit, om de elektronica en de kettingzaag te beschermen. In dergelijke gevallen wacht u tot de kettingzaag weer kan worden in- geschakeld.

2.4.2 Kettingrem/kettingrembeugel

De kettingzaag is uitgerust met een handbedien- de kettingrem die bijv. bij een terugslag (kick- back) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de ket- tingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.

2.4.3 Beveiliging tegen overbelasting

De kettingzaag is uitgerust met een overlastbe- veiliging, die bij een overbelasting uitschakelt. Na een korte afkoelperiode kan de kettingzaag weer worden ingeschakeld.

2.5 Symbolen op het apparaat

Symbool Betekenis Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! Terugslagrisico! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen nooit met slechts één hand vast!NL 60 CS 4235 Productomschrijving Symbool Betekenis Gebruik de zaag niet in de regen! Bescherm de zaag tegen vocht! Draag een veiligheidshelm, gehoor- bescherming en oogbescherming! Draag beschermende handschoe- nen! Draag stevige schoenen! Lees vóór ingebruikname de ge- bruiksaanwijzing! Houd de kettingzaag tijdens het za- gen altijd met beide handen vast!

2.6 Inhoud van de levering

De accukettingzaag is ontworpen voor gebruik met de lithium-ion PowerFlex-accu (art.nr. 127390). Voor het opladen van de accu is de op- lader voor PowerFlex-accu's (art.nr. 127391) no- dig. LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu Als het apparaat wordt gebruikt met een ongeschikte accu, kunnen apparaat en accu beschadigd raken.

Gebruik het apparaat alleen met de voorgeschreven accu. OPMERKING De accu, lader en het riemsysteem zijn niet inbegrepen in de leveringsomvang en moeten daarom apart worden aange- schaft. Controleer na het uitpakken of alle onderdelen zijn geleverd.

Nr. Component 1 Accukettingzaag 2 Zaagblad 3 Kettingbeschermer 4 Zaagketting 5 Gebruiksaanwijzing

2.7 Productoverzicht (01)

Nr. Component 1 Kettingbeschermer 2 Zaagblad 3 Zaagketting 4 Aanslagkam 5 Kettingrembeugel 6 Beugelgreep 7 Dop kettingoliereservoir 8 Bedieningspaneel Eco-modus/Power- modus 9 Achterste handgreep 10 Gashendel 11 Blokkeerknop voor gashendel 12 Kijkglas voor kettingoliereservoir469892_a 61 Veiligheidsinstructies Nr. Component 13 Contactbus voor accu-aansluitkabel 14 Afdekkap voor kettingwiel 15 Snelspaninrichting met centrale slui- ting en draairing 16 Accu* 17 Acculader* 18 Accu-riemsysteem met aansluitkabel* *: Niet inbegrepen, echter verkrijgbaar onder de volgende artikelnummers:

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

elektrisch gereedschap WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Wanneer de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet worden opgevolgd, kunnen er een elektrische schok, brand en/of zware verwondingen optreden.

Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen voor toekomstig ge- bruik. Het in de veiligheidsinstructies gebruikte begrip ''elektrisch gereedschap'' heeft betrekking op elektrisch gereedschap dat via stroom werkt (met netwerkkabel) en op elektrisch gereedschap dat via een accu werkt (zonder netwerkkabel).

3.1.1 Veiligheid op de werkplek

Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroor- zaken.

Werk met het elektrische gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen. Elektrisch gereedschap veroorzaakt vonken, die de stof of dampen kunnen laten ontvlammen.

Houd kinderen en andere personen tij- dens het gebruik van het elektrische ge- reedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het elektri- sche gereedschap verliezen.

De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in de contactdoos pas- sen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekker in combinatie met elektrisch gereedschap met randaarding. Ongemodificeerde stek- kers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.

Vermijd lichaamscontact met geaarde op- pervlakken zoals bij buizen, verwarmin- gen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.

Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vocht. Wanneer er water in het elektrische gereedschap binnendringt, ver- hoogt dit de kans op een elektrische schok.

Gebruik de kabel niet voor doeleinden waarvoor deze niet is bedoeld. De kabel mag niet worden gebruikt om het elektri- sche gereedschap te dragen, op te han- gen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of zich bewe- gende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte kabels is er een hoger risico op een elektrische schok.

Wanneer u met een elektrisch gereed- schap buiten werkt, dient u uitsluitend een verlengkabel te gebruiken die ook voor buiten geschikt is. Door het gebruik van een dergelijke verlengkabel neemt het ri- sico op een elektrische schok af.

Wanneer het gebruik van elektrisch ge- reedschap in een vochtige omgeving niet kan worden voorkomen, maakt u gebruik van een aardlekschakelaar. Het gebruik hiervan vermindert het risico op een elektri- sche schok.

3.1.3 Veiligheid van personen

Wees oplettend en voer uw handelingen bewust uit. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Wanneer u een moment niet oplet, kan het elektrischeNL 62 CS 4235 Veiligheidsinstructies gereedschap ernstige verwondingen veroor- zaken.

Draag een persoonlijke beschermingsuit- rusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermings- uitrusting verlaagt het risico op verwondin- gen. Tot de uitrusting behoren, afhankelijk van het type elektrisch gereedschap en de toepassing ervan, bijv. een stofmasker, vei- ligheidsschoenen met goede grip, een veilig- heidshelm of gehoorbescherming.

Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, het optilt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereed- schap uw vinger op de schakelaar houdt of het elektrische gereedschap ingeschakeld aansluit op de netspanning, kan dit leiden tot ongevallen.

Verwijder afstel- of schroefgereedschap voordat het elektrische gereedschap wordt ingeschakeld. Gereedschap of sleu- tels die in de draaibare onderdelen terecht komen, kunnen verwondingen veroorzaken.

Voorkom een abnormale lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Hierdoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.

Draag geschikte kleding. Draag geen wij- de kleding of sieraden. Houd haar en kle- ding weg van bewegende delen. Loszitten- de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegre- pen.

Wanneer er stofafzuig- en opvangvoorzie- ningen kunnen worden gemonteerd, dient u te controleren of deze aangesloten zijn en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof ver- kleinen.

3.1.4 Gebruik en behandeling van het

Overbelast het apparaat niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het juiste elektri- sche gereedschap. Met het passende ge- reedschap werkt u beter en veiliger in het be- schreven toepassingsgebied.

Gebruik het elektrische gereedschap niet wanneer de schakelaar kapot is. Elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgescha- keld kan worden, is gevaarlijk en moet wor- den gerepareerd.

Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder de accu voordat u instellingen aan het apparaat verandert, toebehoren vervangt of het apparaat opruimt. Deze veiligheidsmaatregel voorkomt het onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.

Bewaar ongebruikt elektrisch gereed- schap buiten het bereik van kinderen. Het apparaat mag niet worden gebruikt door personen die er niet mee vertrouwd zijn of die de instructies niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren men- sen.

Onderhoud elektrisch gereedschap zorg- vuldig. Controleer of bewegende delen goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrische gereed- schap wordt belemmerd. Laat beschadig- de onderdelen repareren voordat u het ap- paraat gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektri- sche gereedschappen.

Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereed- schap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.

Gebruik het elektrische gereedschap, de toebehoren, inzetgereedschap enz. con- form deze instructies. Neem hierbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere dan doelmatige toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.

3.1.5 Gebruik en behandeling van het

Laad de accu's uitsluitend in opladers op die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij een oplader die voor een bepaald type ac- cu's geschikt is, bestaat brandgevaar wan- neer deze met andere accu's wordt gebruikt.

Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in het elektrische gereedschap. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondin- gen en brandgevaar leiden.

Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spij- kers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de469892_a 63 Veiligheidsinstructies contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan ver- brandingen of vuur veroorzaken.

Bij verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de accu lopen. Voorkom de aanraking hier- mee. Spoel direct af met water wanneer u er per ongeluk mee in contact komt. Wan- neer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden geraadpleegd. Lekkende accuvloeistof kan huidirritaties of verbrandin- gen veroorzaken.

Laat het elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerd personeel en met ori- ginele reserveonderdelen repareren. Zo wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft.

3.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen

Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Contro- leer voor het starten van de zaag of de zaagketting niets aanraakt. Bij werkzaam- heden met een kettingzaag kan een moment van onoplettendheid ertoe leiden dat kleding of lichaamsdelen door de zaagketting gegre- pen worden.

Houd de kettingzaag altijd met uw rechter- hand aan de achterste greep en uw linker- hand aan de voorste greep vast. De ket- tingzaag in omgekeerde werkhouding vast- houden, verhoogt het risico op letsels en mag niet toegepast worden.

Het elektrische gereedschap moet altijd uitsluitend aan de geïsoleerde grepen worden vastgehouden, omdat de zaagket- ting verborgen leidingen kan raken. Wan- neer zaagkettingen een onder spanning staande draad raken, komen de metalen de- len van het elektrische gereedschap onder spanning te staan, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan oplopen.

Draag veiligheidsbril en gehoorbescher- ming. Overige bescherming voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aanbevo- len. Geschikte werkkleding vermindert het letselgevaar door rondvliegende spaanders en toevallig aanraken van de zaagketting.

Werk nooit vanuit een boom met de ket- tingzaag. Wanneer u vanuit een boom werkt, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.

Let altijd op een stabiele positie en ge- bruik de kettingzaag alleen wanneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of onstabiele stand zoals op een ladder, kunnen leiden tot even- wichtsverlies of tot controleverlies over de kettingzaag.

Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Wanneer de spanning in de houten vezels vrijkomt, kan de tak onder spanning de bedienende persoon raken en/of de kettingzaag aan de controle onttrekken.

Wees bijzonder voorzichtig bij het knip- pen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en tegen u slagen of u uit evenwicht brengen.

Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagket- ting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de ketting- zaag moet de beschermkap altijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de ketting- zaag vermindert de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.

Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van toebehoren. Een foutief gespannen of ge- smeerde ketting kan scheuren of het terug- slagrisico verhogen.

Zorg dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Vette, olieachtige grepen zijn glibberig en leiden tot controle- verlies.

Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de ket- tingzaag niet om plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor niet-reglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situaties leiden.

3.3 Oorzaken en vermijding van een

terugslag Terugslag kan optreden wanneer het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt. Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan in veel gevallen tot een onverwachte, achterwaartse reactie leiden, waarbij het zaagblad naar boven en in de richting van de bedienaar wordt gesla- gen.NL 64 CS 4235 Veiligheidsinstructies Wanneer de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoor heftig in de richting van de bedienaar terugslaan. Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag zijn inge- bouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om ongeval- en letselvrij te kunnen werken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foutief gebruik van het elektrische gereedschap. Die kan vermeden worden door geschikte voor- zorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven:

Houd de zaag met beide handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li- chaam en de armen in een positie waarin u stand kunt houden tegen de terugslag- krachten. Mits hij/zij geschikte maatregelen treft, kan de bedienaar de optredende terug- slagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.

Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag niet boven schouderhoogte. Daar- door wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een bete- re controle van de kettingzaag in onverwach- te situaties mogelijk gemaakt.

Gebruik altijd vervangbladen en zaagket- tingen die de fabrikant voorschrijft. Foutie- ve vervangbladen kunnen de ketting doen scheuren en/of een terugslag veroorzaken.

Respecteer de aanwijzingen van de fabri- kant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegren- zers verhogen de neiging tot een terugslag.

3.4 Veiligheidsinstructies voor de accu

In dit gedeelte vindt u alle elementaire veilig- heidsinstructies en waarschuwingen voor het ge- bruik van de accu. Lees de instructies!

Accu uitsluitend reglementair gebruiken, dit is voor apparaten met accuvoeding van de fir- ma AL-KO. Accu alleen laden met de daar- voor bestemde AL-KO oplader.

Nieuwe accu voor ingebruikname eerst uit de originele verpakking halen.

De accu voor ingebruikname volledig opla- den en daarvoor altijd de voorgeschreven op- lader gebruiken. De instructies in deze ge- bruiksaanwijzing voor het laden van de accu opvolgen.

Gebruik de accu niet in omgevingen waar ge- vaar voor explosie en brand bestaat.

Stel de accu niet bloot aan water en vocht wanneer u de accu in het apparaat gebruikt.

De accu beschermen tegen hitte, olie en vuur, zodat ze niet beschadigd wordt en er geen elektrolyt kan vrijkomen.

De accu niet stoten of werpen.

De accu niet vuil of nat gebruiken. Voor ge- bruik de accu met een droge, schone doek reinigen en drogen.

De opgeladen en niet gebruikte accu uit de buurt van metalen voorwerpen houden, om de contacten niet te overbruggen (bijvoor- beeld paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven). Door een kortsluiting kunnen brandwonden of brand ontstaan.

Accu niet openen, uit elkaar halen of slopen. Er bestaat gevaar voor elektrocutie en kort- sluiting.

Bij niet reglementair gebruik en beschadigde accu kunnen dampen en elektrolyt vrijkomen. De ruimte voldoende ventileren en in geval van klachten een arts raadplegen. Bij contact met elektrolyt grondig afspoelen en de ogen direct grondig uitspoelen. Daarna een arts raadplegen.

Deze accu mag niet worden gebruikt door onbevoegden, behalve wanneer ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of wanneer ze in- structies hebben gekregen hoe ze de accu moeten gebruiken. Onbevoegde personen zijn bijv.:

Personen (met inbegrip van kinderen) met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen.

Personen die geen ervaring met en/of geen kennis over de accu hebben.

Kinderen mogen niet alleen in de buurt van de accu komen om te garanderen dat ze niet met de accu spelen.

De accu mag niet langdurig aan de oplader gekoppeld blijven. Bij langdurige opslag accu van de oplader loskoppelen.

Accu uit het apparaat verwijderen wanneer het niet wordt gebruikt.

De ongebruikte accu droog en op een afge- sloten plaats opslaan. Bescherm de accu te- gen hitte en rechtstreekse zonnestraling. On- bevoegde personen en kinderen mogen geen toegang tot de accu krijgen.469892_a 65 Veiligheidsinstructies

3.5 Veiligheidsinstructies voor de lader

In deze paragraaf worden alle basis veiligheids- en waarschuwingsinstructies opgesomd, die bij het gebruik van de oplader moeten worden ge- respecteerd. Lees de instructies!

Gebruik het apparaat uitsluitend reglemen- tair, dit is voor het opladen van de vermelde accu . Uitsluitend originele accu's van AL-KO met de oplader laden.

Voor elk gebruik het volledige apparaat en vooral het netsnoer en de accuschacht op beschadigingen controleren. Gebruik het ap- paraat alleen wanneer het in perfecte staat is.

Gebruik het apparaat niet in omgevingen waar gevaar voor explosie en brand bestaat.

Gebruik het apparaat enkel binnen en stel het niet bloot aan water en vocht.

De oplader altijd op een goed verlucht en niet brandbaar oppervlak plaatsen, omdat hij bij het opladen warm wordt. De ventilatie-ope- ningen vrijhouden en het apparaat niet afdek- ken.

Voor het aansluiten van de oplader controle- ren of de in de technische gegevens vermel- de netspanning beschikbaar is.

Het netsnoer uitsluitend gebruiken voor het aansluiten van de oplader, niet voor andere doeleinden. De oplader niet aan het netsnoer optillen, en de stekker niet door trekken aan het snoer uit het stopcontact trekken.

Het netsnoer beschermen tegen hitte, olie en scherpe kanten, zodat het niet beschadigd raakt.

De oplader en accu niet vuil of nat gebruiken. Voor gebruik het apparaat en de accu reini- gen en drogen.

Oplader en accu niet openen. Er bestaat ge- vaar voor elektrocutie en kortsluiting.

Laat het apparaat voor uw eigen veiligheid al- leen door gekwalificeerd personeel en met originele reserveonderdelen repareren.

Dit apparaat mag niet worden gebruikt door onbevoegden, behalve wanneer ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of wanneer ze in- structies hebben gekregen hoe ze het appa- raat moeten gebruiken. Onbevoegde perso- nen zijn bijv.:

Personen (met inbegrip van kinderen) met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen

Personen die geen ervaring met en/of geen kennis over het apparaat hebben.

Kinderen mogen niet alleen in de buurt van de accu komen om te garanderen dat ze niet met het apparaat spelen.

Bewaar het apparaat op een droge en afge- sloten plaats wanneer het niet wordt gebruikt. Onbevoegde personen en kinderen mogen geen toegang tot het apparaat krijgen.

3.6 Veiligheidsaanwijzingen voor de

Neem de voor uw land specifieke veiligheids- voorschriften in acht, bijv. van beroepsorgani- saties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-in- stanties.

Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.

Houd de werkomgeving vrij van rondslinge- rende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikel- gevaar.

De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu- eel letsel bij derden en voor materiële scha- de.

Wanneer u voor het eerst met een ketting- zaag werkt:

Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de ketting- zaag uitleggen, of volg een cursus.

Oefen voor het eerste gebruik minimaal het zagen van stammen op een zaagbok of zaagonderstel.

Personen van jonger dan 16 jaar en perso- nen die de gebruikershandleiding niet heb- ben gelezen, mogen het apparaat niet ge- bruiken.

Iedereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheids- overwegingen niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem mogelijk is met een kettingzaag te wer- ken.

Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht zijn voor de duur van het werken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen kunnen op nationaal en lokaal niveau beperkingen gel- den.NL 66 CS 4235 Veiligheidsinstructies

3.6.3 Belasting door trillingen

WAARSCHUWING! Gevaar als gevolg van trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tij- dens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opge- geven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgende factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?

Wordt het materiaal op de juiste wij- ze gesneden of verwerkt?

Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?

Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?

Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende hand- grepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

Gebruik het apparaat alleen met het motor- toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toe- rental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.

Als gevolg van verkeerd gebruik en onder- houd kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerk- plaats.

De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk- zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.

Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de- ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen (ca. beneden 10°C) neemt het gevaar toe.

Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.

Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.

Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.

Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.

Leg in een werkschema vast hoe de belas- ting door trillingen kan worden begrensd.

3.6.4 Geluidsbelasting

Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij- den. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge- hoorbescherming worden gedragen.469892_a 67 Montage

3.6.5 Werken met de kettingzaag

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn ge- monteerd, kan zwaar letsel worden ver- oorzaakt.

Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn ge- monteerd.

Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen be- schadigingen heeft of versleten on- derdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn. WAARSCHUWING! Letselgevaar door onbedoeld starten- de kettingzaag Een onbedoeld startende kettingzaag kan tot ernstig letsel leiden. Verwijder daarom altijd de accu bij:

Test-, afstel- en reinigingswerk- zaamheden

Werkzaamheden aan het snijge- reedschap

Het achterlaten van de kettingzaag

Onderhouds- en reparatiewerk- zaamheden

Nooit alleen werken.

Houd altijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuele ongevallen.

Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbon- den aan een elektrische leiding.

De persoonlijke beschermingsmiddelen be- staan uit:

gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur

veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm

veiligheidsbroek met ingelegde snijbevei- liging

stevige werkhandschoenen

veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen

De kettingzaag niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo niet meer mogelijk.

Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit en plaats de kettingbeschermer.

Breng op een buiten gebruik zijnde ketting- zaag altijd de kettingbeschermer aan en ver- wijder de accu.

De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze is uitgeschakeld.

De kettingzaag niet gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.

Als een boomstam dikker is dan de lengte van het zaagblad, moet deze door een vak- man worden omgezaagd.

Plaats de zaagketting alleen voor een zaags- nede wanneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.

Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.

Niet zagen tijdens regen, sneeuw of een storm.

Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzienin- gen nooit buiten werking. 4 MONTAGE WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan niet alle onderdelen zijn ge- monteerd, kan zwaar letsel worden ver- oorzaakt.

Gebruik de kettingzaag uitsluitend, wanneer alle onderdelen zijn ge- monteerd.

Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen be- schadigingen heeft of versleten on- derdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.NL 68 CS 4235 Ingebruikname VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Bij het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel ver- oorzaken.

Verwijder de accu voor het monte- ren van de ketting.

Draag veiligheidshandschoenen bij de montage van de zaagketting en het zaagblad.

4.1 Monteren van het zaagblad (02, 03)

1. Trek de kettingrembeugel (02/1) naar de beu-

gelgreep (02/a), om zo de kettingrem vrij te geven.

2. Draai de centrale sluiting (02/2) linksom en

neem deze, samen met afdekkap (02/3) van de zaag.

3. Plaats het zaagblad (03/1) over de geleider-

bout (03/2) en schuif deze zo ver naar achte- ren, dat de zaagketting kan worden gemon- teerd.

4.2 Monteren van de zaagketting (02, 03)

1. Leg de zaagketting om het kettingwiel (03/3)

en in de groef van het zaagblad (03/1) aan- brengen.

2. Leid de zaagketting om het omkeerwiel op

het zaagblad. De zaagketting moet aan de onderkant van het zaagblad iets doorhangen.

4.3 Spannen van de zaagketting (04, 05)

aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan wor- den doorgetrokken

op het midden van het zaagblad on- geveer 3 - 4 mm omhoog kan wor- den gehaald

1. De ligging van de zaagketting controleren,

deze moet correct aanliggen in de zaagblad- groef en over het kettingwiel.

2. Draai de draairing (04/1) zo naar de afdekkap

(04/2), dat beide driehoeken tegenover el- kaar staan (04/a).

3. Draai de centrale sluiting (05/1) rechtsom

(05/a). Draai de centrale sluiting daarbij niet helemaal vast, of draai deze een omwente- ling terug.

4. Draai de draairing (05/2) rechtsom, totdat de

zaagketting correct is gespannen (05/b), zo- als hierboven beschreven.

5. Draai de centrale sluiting (05/1) rechtsom, tot

deze is vastgezet. 5 INGEBRUIKNAME GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstruc- ties en bedieningsinstructies kan bijzon- der ernstig letsel en zelfs de dood tot ge- volg hebben.

Lees en volg alle veiligheidsinstruc- ties en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt! WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer de kettingzaag beschadigde onderdelen bevat, kan dit tot zwaar let- sel leiden.

Voer voor elk gebruik een visuele controle uit, om te controleren of de kettingzaag compleet is, geen be- schadigingen heeft of versleten on- derdelen bevat. De veiligheids- en beschermingsvoorzieningen moeten intact zijn.469892_a 69 Ingebruikname

5.1 Accu laden (06, 07)

VOORZICHTIG! Brandgevaar bij het opladen! Er bestaat brandgevaar wanneer de la- der op een makkelijk brandbare onder- grond is geplaatst en niet voldoende wordt geventileerd.

Gebruik de lader altijd op een niet- brandbare ondergrond of in een niet- brandbare omgeving.

Indien beschikbaar: Houd de ventila- tieopeningen vrij. OPMERKING De accu moet voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is niet slecht voor de accu als het opladen wordt on- derbroken. OPMERKING De accu is bij het opladen dankzij de au- tomatische herkenning van de acculaad- conditie tegen overladen beschermd en kan dan ook een tijdje, maar niet op lan- ge termijn, in de oplader worden gela- ten. OPMERKING Neem de meegeleverde gebruiksaanwij- zingen van de accu en de oplader in acht.

1. Verbind accu (06/1) en oplader (06/2, 06/a),

en de oplader met de netspanning (06/3, 06/ b). Het laadproces begint. De LED op de op- lader brandt groen, op de accu wordt de laadstatus weergegeven.

2. Controleer de weergave van de laadstatus op

de accu (07). Het volledig opladen duurt on- geveer 2,5 uur. Het proces stopt automatisch wanneer de accu volledig opgeladen is.

5.2 Kettingzaagolie bijvullen (08)

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de ket- tingzaag De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir be- vindt, of wanneer dit ingedroogd/vastge- kleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!

Vul voor ingebruikname het reser- voir met kettingzaagolie.

Gebruik geen afgewerkte olie!

Vul minimaal bij elke accuwissel het oliereservoir bij met kettingzaagolie. De zaagketting en het zaagblad krijgen tijdens bedrijf continu olie toegevoerd vanuit een auto- matisch oliesmeersysteem. De kettingzaagolie beschermt tegen corrosie en vroegtijdige slijtage. Om de zaagketting afdoende te smeren moet steeds voldoende kettingzaagolie in het reservoir aanwezig zijn. Gebruik voor de smering van de zaagketting en het zaagblad uitsluitend milieuvriendelijke, biolo- gisch afbreekbare, hoogwaardige kettingzaagolie en vervoer en bewaar deze in toegelaten en van inhoudsaanduiding voorziene verpakkingen. Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het ver- wisselen van de accu en vul, indien nodig, ket- tingzaagolie bij:

1. Controleer het oliepeil in het kijkglas van het

reservoir (08/1). Er moet altijd olie te zien zijn. Het minimale en het maximale oliepeil mogen niet worden onder- resp. overschre- den.

2. Vul, indien nodig, kettingzaagolie bij via de

De kettingzaag is uitgerust met een handbedien- de kettingrem die bijv. bij een terugslag (kick- back) via de kettingrembeugel wordt geactiveerd. Bij bediening van de kettingrem worden de ket- tingzaag en de motor onmiddellijk gestopt.NL 70 CS 4235 Bediening GEVAAR! Levensgevaar vanwege achteloos ge- bruik! Door onvoorzichtige en onvoorziene be- wegingen van de kettingzaag kan zeer zwaar, tot dodelijk letsel worden veroor- zaakt.

Ga bij het werken met de ketting- zaag altijd veiligheidsbewust en zeer geconcentreerd te werk.

Bij het vrijgeven van de kettingrem geen schakelaar indrukken. WAARSCHUWING! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een de- fecte kettingrem Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot dodelijk letsel toebrengen.

Test voor het begin van alle werk- zaamheden steeds eerst de ketting- rem.

Schakel de kettingzaag niet in, wan- neer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.

5.3.1 Kettingrem testen bij uitgeschakelde

1. Trek de accu uit het apparaat (zie Hoofdstuk

6.3 "Accu plaatsen/verwijderen (14)", pagi-

2. Om de kettingrem vrij te geven, trekt u de

kettingrembeugel (09/1) richting de beugel- greep (09/2) (09/a). De zaagketting kan nu met de hand rond worden getrokken.

3. Om de kettingrem in te schakelen, drukt u de

kettingrembeugel (09/1) naar voren (09/b). Het mag nu niet mogelijk zijn de zaagketting rond te trekken.

5.3.2 Kettingrem testen bij ingeschakelde

motor (09) OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven.

1. Houd de kettingzaag veilig en stevig vast bij

beugelgreep (09/2) (09/a) om zo de ketting- rem vrij te geven.

3. Schakel de motor in.

4. Duw de kettingrembeugel (09/1) naar voren

(09/b). De zaagketting en de motor moeten direct stoppen. 6 BEDIENING GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veiligheidsinstruc- ties en bedieningsinstructies kan bijzon- der ernstig letsel en zelfs de dood tot ge- volg hebben.

Lees en volg alle veiligheidsinstruc- ties en bedieningsinstructies in deze gebruiksaanwijzing op evenals in de gebruiksaanwijzingen waarnaar wordt verwezen, voordat u de ket- tingzaag gebruikt!

Neem de nationale voorschriften voor de ge- bruiksduur in acht.

Houd de achterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de lin- kerhand.

De handgrepen niet loslaten zolang de motor draait.

Gebruik de kettingzaag niet bij:

Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs469892_a 71 Bediening

6.1 Controleren van de kettingzaagolie

Handelwijze zie Hoofdstuk 5.2 "Kettingzaagolie bijvullen (08)", pagina69. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de ket- tingzaag De kettingzaag kan zwaar beschadigd raken, wanneer zich te weinig of zelfs geen kettingzaagolie in het reservoir be- vindt, of wanneer dit ingedroogd/vastge- kleefd is. Ingedroogde/vastgekleefde kettingzaagolie kan leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp. Beschadiging treedt ook op, wanneer gebruik wordt gemaakt van afgewerkte olie. Het gebruik van afgewerkte olie leidt tot schade aan het milieu!

Controleer voor aanvang van de werkzaamheden altijd of het reser- voir voldoende is gevuld met ketting- zaagolie.

Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is.

Gebruik geen afgewerkte olie!

6.2 Accu-riemsysteem omdoen (10) tot en

met (13) Het accu-riemsysteem volgens de afbeelding (10) tot en met (13) omdoen.

6.3 Accu plaatsen/verwijderen (14)

schuiven (14/a) totdat hij vastklikt. Accu verwijderen

1. De ontgrendelingsknop (14/3) op de accu

(14/1) indrukken en ingedrukt houden.

2. Accu (14/1) verwijderen (14/b).

6.4 Stroomvoorziening aansluiten (15, 16)

Aansluitkabel monteren

1. Lijn de eerste stekker van de aansluitkabel

(15/1) uit met de geleidepen en de gelei- dingsgroef van de stekker van het accu-riem- systeem (15/2), sluit hem aan en draai hem lichtjes rechtsom totdat de vergrendelings- schakelaar (15/3) hoorbaar vastklikt.

2. Lijn de tweede stekker van de aansluitkabel

(16/1) uit met de geleidepen en geleidings- groef van de contactbus (16/2) van het appa- raat, druk deze in de contactbus van het ap- paraat (16/a) en draai deze lichtjes rechtsom totdat de vergrendelingsschakelaar (16/3) hoorbaar vastklikt. Aansluitkabel verwijderen

1. Trek de vergrendelingsschakelaar (15/3)

naar achteren (15/b), draai de stekker lichtjes linksom en trek deze dan uit de contactbus (15/c).

2. Trek de vergrendelingsschakelaar (16/3)

naar achteren, draai de stekker lichtjes links- om en trek deze uit de contactbus van het apparaat (16/2) trekken (16/b).

6.5 De motor in- en uitschakelen (17)

VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorschade! Door het gebruik van het apparaat ont- staat sterke geluidsvorming die gehoor- schade kan veroorzaken.

Draag bij het werken met de ketting- zaag altijd gehoorbescherming. OPMERKING Alvorens de kettingzaag in te schakelen altijd de kettingrem vrijgeven. Motor inschakelen:

1. Geef de kettingrem vrij.

2. De blokkeerknop (17/1) met de duim indruk-

ken en ingedrukt houden.

3. Druk de gashendel (17/2) in en houd deze in-

keerknop hoeft niet meer ingedrukt te blijven nadat de kettingzaag loopt. De blokkeerknop dient om het onbedoeld starten van de ket- tingzaag te verhinderen. Motor uitschakelen:

1. Laat de gashendel (17/2) los.NL

72 CS 4235 Werkhouding en werktechniek

6.6 Testen van de kettingrem

Handelwijze zie Hoofdstuk 5.3 "Werkingstest van de kettingrem", pagina69. WAARSCHUWING! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een de- fecte kettingrem Wanneer de kettingrem niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot dodelijk letsel toebrengen.

Test voor het begin van alle werk- zaamheden steeds eerst de ketting- rem.

Schakel de kettingzaag niet in, wan- neer de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.

6.7 Toerental van de zaagketting verhogen/

verlagen [Eco-modus/Power-modus] (18) Met de Eco-modus/Power-modus kunt u naar wens het toerental van de ketting verhogen of verlagen. Bij een hoger toerental (Power-modus) wordt de gebruiksduur van de accu verkort.

2. Druk nogmaals op de knop (18/1), om de Po-

wer-modus uit te schakelen. Als het apparaat wordt uitgeschakeld en vervol- gens weer wordt ingeschakeld, begint het met de laatst gekozen instelling.

6.8 Acculaadconditie controleren "Motion

Detection" (07) Boven op de accu bevindt zich een laadstatus-in- dicator. Deze wordt automatisch gedurende en- kele seconden geactiveerd wanneer u de accu zachtjes schudt.

Knippert herhaaldelijk 1x: te verhelpen fout, bijv. een te hoge of te lage temperatuur.

Knippert herhaaldelijk 2x: Hardwarefout, bijv. accu is defect. Groen (07/2) Brandt: Accu is voor meer dan 0% geladen. Groen (07/3) Brandt: Accu is voor meer dan 25% geladen. Groen (07/4) Brandt: Accu is voor meer dan 50% geladen. Groen (07/5) Brandt: Accu is voor meer dan 75% geladen. Tijdens het opladen knippert de groene led voor de actuele laadconditie. De groene leds voor de lage laadconditie branden voortdurend. Bedrijfsduur van de accu Als de bedrijfsduur van de geheel opgeladen ac- cu duidelijk korter is geworden, is de accu versle- ten en moet deze door een originele accu worden vervangen.

7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK

OPMERKING Regelmatig worden door beroepsorgani- saties cursussen aangeboden in de om- gang met kettingzagen en bomenkap- techniek. GEVAAR! Levensgevaar door onvoldoende vak- kennis! Een tekort aan vakkennis kan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!

Uitsluitend goed geschoolde en er- varen mensen mogen worden belast met het snoeien en kappen van bo- men.469892_a 73 Werkhouding en werktechniek GEVAAR! Levensgevaar door versplintering van hout! Losspringende houtspaanders kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorza- ken!

Losse spaanders en houtsplinters verwijderen van het te verzagen ge- deelte.

7.1 Bomen kappen (19, 20)

Let voor en tijdens het kappen op de volgende punten:

Bij het kappen van bomen moet ervoor wor- den gezorgd, dat overige personen niet aan gevaren worden blootgesteld, geen hoofd- transportleidingen kunnen worden geraakt en geen materiële schade kan worden veroor- zaakt. Wanneer een boom een hoofdtrans- portleiding raakt, moet het betreffende nuts- bedrijf onmiddellijk op de hoogte worden ge- bracht.

Houd ook altijd rekening met eigendommen van derden, dieren en overige voorwerpen. Geen van deze mogen zich binnen de geva- renzone bevinden. In het geval toch ergens schade is toegebracht, moet de eigenaar on- middellijk op de hoogte worden gebracht.

De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 2½-keer de boomlengte te bedragen.

De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:

de natuurlijke stand van de boom

de lengte van dikkere takken

de hoogte van de boom

eenzijdige groei van takken

windrichting en windsnelheid

Op een hellende ondergrond altijd boven de valrichting van de boom blijven werken.

Controleren dat zich op de eerder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg moet ca. 45° schuin achterwaarts van de valrichting lopen (19).

De stam moet vrij zijn van begroeiing, takken en vreemde voorwerpen (zoals vervuiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klem- men, draad etc.). Om een boom te kappen moeten er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.

1. Bij zagen van de valkerf en bij in stukken za-

gen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen tegen het te verzagen hout.

2. De valkerf (20/C) wordt eerst horizontaal en

vervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45° ingezaagd. Hierdoor wordt voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De val- kerf moet zo mogelijk nabij de bodem en in de gewenste valrichting (20/E) worden aan- gebracht. De diepte van de kerf moet ca. 1/4 van de stamdikte bedragen.

3. De velsnede (20/D) tegenover de valkerf

exact horizontaal inzagen. De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizon- tale vlak van de valkerf worden ingezaagd.

4. De velsnede (20/D) zo diep inzagen dat er

een breuklijst (20/F) van minstens 1/10 van de stamdikte tussen de valkerf (20/C) en de velsnede (20/D) overblijft. Deze breuklijst voorkomt dat de boom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (20/D) de breuklijst (20/F) nadert moet de boom beginnen te vallen. Zaag de breuklijst niet door! Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:

Als de boom mogelijk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de ket- tingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgebroken. Sla wiggen uit hout, kunststof of aluminium in om de zaags- nede te openen en de boom in de ge- wenste richting te laten vallen.

De kettingzaag direct uit de zaagsnede trekken, uitschakelen en wegleggen.

Weglopen via de vluchtroute.

Opletten voor neervallende takken en twijgen.

5. Als de boom blijft staan deze door het inslaan

van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen. Opmerking:Er mogen uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium worden ge- bruikt.

6. Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct

de gehoorbescherming afnemen en letten op signalen of waarschuwend geroep.NL 74 CS 4235 Werkhouding en werktechniek Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide per- sonen (20). GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanneer het niet mogelijk is terug te wij- ken wanneer een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zelfs dodelijk letsel!

Pas met de kapwerkzaamheden be- ginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd. GEVAAR! Levensgevaar door ongecontroleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken!

Om te zorgen dat de boom gecon- troleerd valt, moet een breuklijst blij- ven staan tussen de velsnede en de valkerf; de breedte hiervan moet ca. 1/10 zijn van de stamdikte.

Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.

Onder snoeien wordt hier verstaan het afzagen van de takken van een gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:

De kettingzaag tijdens de werkzaamheden met de aanslagkam tegen de boomstam af- steunen.

Grotere, naar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig laten zitten.

Kleinere takken in één keer doorzagen.

Zaag de takken systematisch één voor één van de boom (21/a). Zaag eerst de takken af die u in de weg zitten. Zaag dan de takken af die spanningen veroorzaken. Zaag als laatste de dikste tak af aan de basis van de boom.

Zaag vrijhangende takken af van de bovenzij- de (21/b), niet van de onderzijde.

Opletten op onder spanning staande takken; deze van onderaf naar boven toe doorzagen (21/c), om te voorkomen dat de kettingzaag vastklemt.

7.3 Boom afkorten (22 - 25)

Onder afkorten wordt hier verstaan het in stukken zagen van de gevelde boom. Let hierbij op de volgende punten:

Zorg ervoor dat u stevig staat en uw li- chaamsgewicht gelijkmatig verdeelt over bei- de voeten. Indien mogelijk, moet de stam worden ondersteund door takken, balken of wiggen.

Op een hellende locatie altijd van bovenaf ten opzichte van de boomstam werken, om- dat de boomstam kan wegrollen (22).

De kettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlengde zwenkzone van de zaagketting.

De aanslagkam pal naast de snijkant plaat- sen en de kettingzaag rondom dit punt draai- en. Aan het einde van de zaagsnede niet lan- ger druk uitoefenen.

Om de volledige controle te houden over de kettingzaag, moet u aan het einde van de snede de druk op de zaag verminderen, zon- der daarbij de handgrepen van de ketting- zaag minder stevig vast te houden.

Erop letten dat de zaagketting niet tegen de bodem komt.

Wacht na het beëindigen van de zaagsnede tot de zaagketting stilstaat, alvorens u de ket- tingzaag verwijdert.

De motor van de kettingzaag altijd uitschake- len alvorens door te gaan naar de volgende boom. De boomstam wordt over de hele lengte gelijk- matig ondersteund:

De boomstam van bovenaf doorzagen (23/a) en niet in de bodem zagen. Boomstam wordt aan één uiteinde ondersteund:

Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van onderaf inzagen (24/a); vervolgens de rest van bovenaf ter hoogte van de onderste zaagsnede doorza- gen (24/b). De boomstam wordt op beide uiteinden onder- steund: Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen (25/a); ver- volgens de rest van onderaf ter hoogte van de bovenste zaagsnede doorzagen (25/b).469892_a 75 Onderhoud en verzorging GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kick- back)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensge- vaarlijk worden verwond.

Houd u steeds aan de voorgeschre- ven maatregelen ter voorkoming van een terugslag!

7.4 Zaaghout verzagen

Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:

Een veilige ondersteuning gebruiken (zaag- bok, wigvorm, balken).

Letten op een veilige werkpositie en een ge- lijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.

Rondhout blokkeren tegen verdraaien.

Zet de kettingzaag altijd met draaiende ket- ting tegen het hout om een snede te begin- nen. Start de kettingzaag nooit wanneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.

Het hout niet met de voet of door een ander persoon laten tegenhouden.

8 ONDERHOUD EN VERZORGING

WAARSCHUWING! Gevaar voor snijletsel Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende de- len van het apparaat, zoals het snijblad.

Schakel voorafgaand aan onder- houds-, verzorgings- en reinigings- werkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.

Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen. De kettingzaag voldoet aan alle van toepassing zijnde veiligheidsnormen. Reparaties mogen al- leen worden uitgevoerd door deskundige, ge- trainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.

Na elk gebruik van de kettingzaag deze con- troleren op slijtage en beschadigde onderde- len eventueel vervangen.

Het apparaat niet blootstellen aan vocht en nattigheid. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmid- delen gebruiken.

Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.

Spuit de kettingzaag niet af met water en ge- bruik geen hogedrukreiniger.

Uitsluitend de door de fabrikant voorgeschre- ven reserveonderdelen gebruiken.

8.1 Kettingspanning controleren

De kettingspanning vaak controleren, omdat een nieuwe zaagketting vanzelf langer wordt. Bij de bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt deze iets door. OPMERKING De zaagketting is correct gespannen wanneer deze:

aanligt tegen de onderkant van het zaagblad en met de hand kan wor- den doorgetrokken

op het midden van het zaagblad on- geveer 3 - 4 mm omhoog kan wor- den gehaald VOORZICHTIG! Ongevalsrisico door losspringen van zaagketting! Een onvoldoende strak gespannen zaagketting kan tijdens het gebruik los- springen en letsel veroorzaken.

Controleer de kettingspanning regel- matig. De kettingspanning is te laag, wanneer de kettingschakels aan de onderkant van het zaagblad uit de groef komen.

Span de zaagketting volgens voor- schrift, zodra de kettingspanning te laag is.

8.2 Zaagketting slijpen (26)

GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kick- back)! Door een terugslag van de kettingzaag (kickback) kan de gebruiker levensge- vaarlijk worden verwond.

Slijp de zaagketting regelmatig!NL 76 CS 4235 Onderhoud en verzorging OPMERKING Onervaren gebruikers van de ketting- zaag wordt aanbevolen de zaagketting te laten slijpen door een vakman die be- schikt over een werkplaats voor klanten- service. Uit veiligheids- en efficiëntie-overwegingen moet de zaagketting altijd goed geslepen zijn. Het slijpen is vereist wanneer:

Het zaagsel op stof lijkt.

Meer kracht nodig is om te zagen.

De snede niet recht is.

De vibraties toenemen. Wanneer het slijpen in handen van een opgeleide klantendienst gegeven wordt, kan dit met de juis- te gereedschappen uitgevoerd worden die een minimale materiaalslijtage en gelijkmatig slijpen van alle tanden garanderen. Zelfstandig slijpen van de zaagketting is mogelijk met behulp van speciale ronde vijlen, waarvan de doorsnede is aangepast aan het afzonderlijke kettingtype (zie Hoofdstuk 8.6 "Tabel kettingon- derhoud", pagina77). Het slijpen van de ketting vergt enige handigheid en ervaring, om beschadi- ging van de tanden te voorkomen. Voor het slijpen van de zaagketting:

1. De kettingzaag uitschakelen en de accu ver-

2. Geef de kettingrem vrij.

3. Zet het zaagblad met gemonteerde zaagket-

ting stevig vast in een geschikt bankschroef, let er daarbij op, dat de ketting vrij kan bewe- gen.

4. Span de zaagketting indien deze los is.

5. Monteer de vijl in de overeenkomstige gelei-

der en breng de vijl vervolgens in de uitspa- ring van de tand, behoud daarbij een gelijk- matige helling overeenkomstig het tandpro- fiel.

6. Voer slechts enkele halen met de vijl uit, uit-

sluitend in voorwaartse richting en herhaal de werkstap op alle tanden met dezelfde uitlij- ning (rechts of links).

7. Draai de positie van het zaagblad in de bank-

schroef om en herhaal de werkstap op de resterende tanden.

8. Controleer of de grenstand niet boven het

testgereedschap uitsteekt en vijl het eventue- le uitsteeksel met een vlakke vijl af en rond het profiel af.

9. Verwijder na het slijpen al het vijlsel en stof

en smeer de zaagketting in een oliebad. De ketting moet vervangen worden wanneer:

De lengte van de tanden kleiner is dan 5 mm;

Indien aanwezig: de markering op de tanden van de zaagschakels is onderschreden;

De speling van de schakels op de kettingpon- sen te groot is.

8.3 Reinigen binnenruimte kettingwiel

De kettingzaag na elke gebruik grondig reinigen.

1. Verwijder de accu en leg de kettingzaag neer

op een stevige ondergrond.

2. Schroef de afdekkap van het kettingwiel los.

3. De binnenruimte met een geschikt borsteltje

4. Neem de zaagketting af en verwijder het

5. De zaagbladmoer en de olietoevoeropening

1. Zaagblad verwijderen (27/1): Draai de

schroef (27/2) uit en neem de adapterplaat met de spanhaak (27/3) los van het zaag- blad.

2. Draai het zaagblad om om de lengteas.

3. Breng de adapterplaat met de spanhaak

weer aan op het zaagblad en draai deze met de kruiskopschroef weer vast.

4. Zaagblad weer monteren (zie Hoofdstuk 4.1

"Monteren van het zaagblad (02, 03)", pagi- na68).

8.5 Zaagblad controleren, omkeren en

invetten (28, 29) Zaagblad controleren Het zaagblad regelmatig controleren op bescha- diging. Verwijder eventueel uitstekende bramen (28/1), d.w.z. Afvijlen onder een hoek van 45° (28/2). Zaagblad omkeren Om eenzijdige slijtage te voorkomen, moet het zaagblad na elke kettingvervanging of kettings- lijpbeurt worden omgekeerd.

1. Snelspaninrichting aan het zaagblad omzet-

ten (zie Hoofdstuk 8.4 "Snelspanner omzet- ten (27)", pagina76).

2. Zaagblad omkeren.469892_a 77

Onderhoud en verzorging Zaagblad invetten

1. De zaagbladgroef (28/3) en olietoevoerope-

ningen (28/4) zorgvuldig reinigen.

2. De boringen voor oliesmering (29/1) aan bei-

de zijden zorgvuldig reinigen.

3. Met een vetspuit (29/2) achtereenvolgens

aan beide kanten zoveel vet indrukken dat het vet op het uiteinde van het omkeerwiel gelijkmatig naar buiten komt. Het omkeerwiel daarbij steeds blijven draaien.

8.6 Tabel kettingonderhoud

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Wanneer op de kettingzaag een niet- toegelaten zaagketting of zaagblad wordt gebruikt, kan dit tot zwaar letsel leiden.

Gebruik uitsluitend toegelaten zaag- kettingen en zaagbladen. Zaagketting (zaagblad) Vijldiameter Kophoek Ondersnij- hoek Hellingshoek kop (55°) Dieptemaat Draaihoek van het ge- reedschap Hellingshoek van het ge- reedschap Zijwaartse hoek 90PX040X (104MLEA041) 4,5mm 30° 0° 75° 0,025" 91P045X (120SDEA041) 5/32" 30° 0° 85° 0,025" 91PX052X (140SDEA041) 5/32" 30° 0° 85° 0,025" Dieptemaat VijlNL 78 CS 4235 Transport 9 TRANSPORT WAARSCHUWING! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagketting tijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

De kettingzaag nooit met lopende zaagketting dragen en vervoeren.

Voer voor het begin van het vervoer de onderstaande maatregelen uit. Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:

1. De kettingzaag uitschakelen en de accu ver-

2. Kettingbeschermer plaatsen.

3. Draag de kettingzaag altijd alleen aan de

beugelgreep. Het zaagblad en de zaagketting moeten daarbij naar achteren wijzen.

4. In voertuigen: Beveilig de kettingzaag tegen

omvallen, beschadiging en weglekken van kettingzaagolie. 10 OPSLAG Reinig de kettingzaag na elk gebruik steeds gron- dig. De machine bewaren op een droge, afsluit- bare plek en buiten het bereik van kinderen. Bij onderbrekingen in het gebruik van langer dan 30 dagen de volgende werkzaamheden uitvoe- ren:

De kettingzaag uitschakelen en de accu ver- wijderen.

Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.

De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.

Kettingzaag grondig reinigen en bewaren in een droge ruimte. LET OP! Gevaar voor beschadiging van de ket- tingzaag Ingedroogde/vastgekleefde ketting- zaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de oliepomp.

Verwijder voorafgaand aan langduri- ge opslag altijd de kettingzaagolie uit de kettingzaag. 11 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!

Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recy- cling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.

Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te- ruggave na gebruik verplicht.

De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het ge- woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beant- woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij- kende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische ap- paraten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

Zie de gebruikershandleiding om tot een veili- ge verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het che- misch systeem.469892_a 79 Klantenservice/service centre

Bezitters of gebruikers van batterijen en ac- cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de nor- male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:

Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik

Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% lood Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van batterijen en accu’s

Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijen

Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden. 12 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contactsNL 80 CS 4235 Technische gegevens 13 TECHNISCHE GEGEVENS Kettingzaag CS 4235 Art.nr. 113616 Stationaire snelheid 15 - 20m/s Bedrijfssnelheid 7 - 20m/s Steek kettingwiel 3/8“ Kettingrem Ja (elektrisch, printplaat en remstang) Nalooptijd ketting (DIN EN 60745-2-13 – 19.107) max. 0,15s Nalooptijd ketting (DIN EN 50144-2-13:2001 – 18.104) max. 2s Inschakeling ketting Tweevoudig Inhoud kettingoliereservoir 250ml Gewicht met zaagblad en zaagketting 3,80kg Gewicht zonder zaagblad en zaagketting 3,15kg Beveiliging tegen overbelasting Nee Geluidsvermogenniveau LwA (DIN EN ISO 3744) 108dB(A) Geluidsdrukniveau LpA 88dB(A) K = 3,0dB(A) Trillingswaarde (DIN EN 28662-1)* 2,5m/s

De opgegeven trillingsemissiewaarde is gemeten conform een genormeerd testproces en kan wor- den gebruikt om het ene elektrische gereedschap met een ander te vergelijken.

De opgegeven trillingsemissiewaarde kan worden gebruikt voor een eerste inschatting van de blootstelling aan trillingen (blootstellingsgraad).

De trillingsemissiewaarde kan gedurende het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereed- schap afwijken van de opgegeven waarde, afhankelijk van de manier waarop het elektrische ge- reedschap wordt gebruikt.

Probeer steeds, de belasting door trillingen tot een minimum te bepreken. Voorbeelden van maat- regelen waarmee de trillingsbelasting kunnen worden verminderd zijn, het dragen van handschoe- nen tijdens het gebruik van het gereedschap en verkorting van de werkduur. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle elementen van de bedrijfscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap is uitgeschakeld en tijden waarop het gereedschap wel is ingeschakeld, moet zonder belasting draait).469892_a 81 Hulp bij storingen Accu 127390 Nominale spanning 36V / 42V max. Nominale capaciteit 7,5Ah Duur opladen ca. 150min Acculader 127391 Netspanning 230V (AC) Netfrequentie 50Hz Uitgangsspanning 42V (DC) Gebruikstemperatuurbereik 0°C – +40°C

14 HULP BIJ STORINGEN

VOORZICHTIG! Risico op letsel Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshand- schoenen!

Schakel het apparaat uit en trek de stekker los! Storing Oorzaak Oplossing Motor draait niet. Geen accuspanning aanwe- zig. De stroomvoorziening laten controleren door een deskundig elektrotechnicus. Overlastbeveiliging heeft uit- geschakeld. Wacht tot de overlastbeveiliging de voeding weer inschakelt. Kettingrem geactiveerd. Geef de kettingrem vrij. Het zaagblad en de zaagket- ting draaien warm. Rookont- wikkeling. De zaagketting is te strak ge- spannen. Kettingspanning verlagen. De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. Het oliereservoir controleren op be- schadiging. De olietoevoeropening en/of de groef in het zaagblad zijn/ is vervuild. Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad. De motor draait, maar de zaagketting beweegt niet. De zaagketting is te strak ge- spannen. Kettingspanning verlagen. Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. In plaats van spanen wordt al- leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag moet door het hout worden geduwd. De zaagketting is stomp. Slijp de zaagketting of bezoek een AL-KO servicepunt. Apparaat trilt meer dan nor- maal. Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre.NL 82 CS 4235 Garantie OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. 15 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:

naleving van deze gebruikershandleiding

Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:

Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen

Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen

Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:

lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik

Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de ver- koper wegens defecten aan het apparaat onverlet.