AL-KO 18 V CSA 1820 - Zaag

18 V CSA 1820 - Zaag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 18 V CSA 1820 AL-KO in PDF-formaat.

📄 340 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice AL-KO 18 V CSA 1820 - page 42
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : AL-KO

Model : 18 V CSA 1820

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 18 V CSA 1820 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 18 V CSA 1820 van het merk AL-KO.

GEBRUIKSAANWIJZING 18 V CSA 1820 AL-KO

Inhoudsopgave 1 Over deze gebruiksaanwijzing................. 41

2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik. 42

2.3 Restrisico's......................................... 42

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-

2.5 Symbolen op het apparaat ................. 43

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

3.1.4 Gebruik en behandeling van de

elektrische machine..................... 45

3.1.5 Gebruik en verzorging van de

met accu aangedreven machine . 46

3.1.6 Service......................................... 46

3.2 Veiligheidsinstructies voor hoog-

3.5 Veiligheidsinstructies voor accu en

oplader ............................................... 48

3.6 Veiligheidsinstructies voor de bedie-

5.1 Kettingzaagolie bijvullen (03).............. 49

5.2 Accu laden.......................................... 50

5.3 Accu plaatsen en verwijderen (04,

6.5 Apparaat in- en uitschakelen (08)....... 51

7 Werkhouding en werktechniek (09 – 14)... 51 8 Onderhoud en verzorging.......................... 51

8.3 Spannen en ontspannen van de

zaagketting (15).................................. 52

8.4 Geleiderail en zaagketting vervangen

1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

De Duitse versie is de originele gebruiksaan- wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin- gen van de originele gebruiksaanwijzing.

Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug- vinden wanneer u informatie over de machi- ne nodig heeft.NL 42 CSA 1820 Productomschrijving

Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.

Lees en neem de veiligheids- en waarschu- wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorg- vuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storings- vrij gebruik. Gebruiksaanwijzing

Ga voorzichtig met Li-Ion accu´s om! Neem met name de aanwijzin- gen voor transport, opslag en afval- verwijdering in acht!

1.2 Verklaring van pictogrammen en

signaalwoorden GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke si- tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden. VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel ge- vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei- den. LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING Met de hoogsnoeizaag kunt u bomen en andere houtgewassen eenvoudig en veilig vanaf de grond snoeien. Zo kan het omslachtige en ge- vaarlijke vanaf een ladder of vanuit de boom ach- terwege blijven. Het apparaat mag alleen met de in de technische gegevens vermelde lithium-ionen-accu´s en opla- ders worden gebruikt. Zie voor verdere informatie over de accu´s en opladers de aparte handleidin- gen:

Gebruikshandleiding 443130: Accu´s

Gebruikshandleiding 443131: Opladers LET OP! Gevaar voor schade aan apparaat en accu. Als het apparaat wordt gebruikt met on- geschikte accu's, kunnen apparaat en accu's be- schadigd raken.

Gebruik het apparaat alleen met de voorge- schreven accu's.

De hoogsnoeizaag is bedoeld om, vanaf de grond, vaststaande bomen en andere houtge- wassen te snoeien. De gebruiker moet daarbij stevig op de grond staan. Gebruik uitsluitend biologisch afbreekbare ket- tingzaagolie. Een ander gebruik of een gebruik dat afwijkt van wat hier onder doelmatig gebruik wordt verstaan, wordt beschouwd als ondoelmatig. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Ieder ander gebruik alsmede niet-toege- stane verbouwingen of uitbreidingen worden voor misbruik aangezien en hebben de uitsluiting van de garantie en het verlies van de conformiteit en de weigering van iedere verantwoordelijkheid voor schade van de gebruiker of van derden van de fabrikant tot gevolg.

2.2 Mogelijk voorzienbaar foutief gebruik

De hoogsnoeizaag mag niet gebruikt worden om bomen te kappen.

Snoei nooit takken, die zich recht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige personen bevinden.

Beschadig geen onder stroom staande leidin- gen.

Gebruik het apparaat nooit terwijl u op een ladder staat.

Gebruik nooit afgewerkte olie of minerale olie.

Gebruik het apparaat niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.

Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze443176_a 43 Productomschrijving van het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge- bruik, de volgende potentiële gevaren worden af- geleid:

Aanraking met rondvliegende zaagspanen en oliespray

Inademen van zaagstof en oliespray

Letsel door rondvliegende delen van de zaagketting

Snijletsel door de zaagketting

beveiligingsvoorzieningen WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel door gemanipuleerde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen. Vanwege gemani- puleerde veiligheids- en beschermingsvoorzienin- gen kan er bij het werken met de hoogsnoeizaag ernstig letsel optreden.

Stel de beschermings- en beveiligingsvoor- zieningen nooit buiten werking!

Werk alleen met de hoogsnoeizaag als alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op de juiste manier werken.

2.4.1 Beschermkap van de geleiderail

Voor transport moet de beschermkap over het zaagblad en de zaagketting worden geschoven, om persoonlijk letsel en beschadiging van voor- werpen te voorkomen.

2.4.2 Ontgrendelingsknop

De ontgrendelingsknop schakelt de Aan-/Uit- schakelaar vrij. Daardoor wordt een per ongeluk inschakelen van het apparaat alleen door het in- drukken van de Aan-/Uit-schakelaar voorkomen.

2.5 Symbolen op het apparaat

2.5.1 Veiligheidstekens

Symbool Betekenis Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering! Stel het apparaat niet bloot aan re- gen! Draag een veiligheidshelm en oog- bescherming! Symbool Betekenis Draag veiligheidshandschoenen! Draag stevige schoenen! Lees vóór inbedrijfstelling de ge- bruiksaanwijzing! Houd een afstand van 10 m ten op- zichte van stroomkabels! Verwijder de accu voordat er instel- lings-, reinigings- of onderhouds- werkzaamheden worden uitge- voerd.

2.5.2 Bedieningstekens

Symbool Betekenis Draairichting van de zaagketting Telescopische steel vastdraaien/ losdraaien

2.6 Productoverzicht (01)

Nr. Onderdeel 1 Basisapparaat:

Bovenste handgreepNL 44 CSA 1820 Veiligheidsinstructies Nr. Onderdeel

Telescopische steel 10 Zaagkop, zwenkbaar:

Drukknop aan het draai-/vastklik- scharnier (beide zijden)

Vulopening van de olietank

Geleiderail met zaagketting

Beschermafdekking met inbussleu- tel

Kettingwieldeksel 19 Gebruikshandleiding 20 Acculader*

  • Niet in de leveringsomvang inbegrepen, maar met de volgende artikelnummers verkrijgbaar: zie technische gegevens.

OPMERKING De accu en lader worden niet bijgeleverd en moeten daarom apart worden aan- geschaft. Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn. Nr. Onderdeel 1 Basisapparaat 2 Zaagkop 3 Schouderriem 4 Gebruikshandleiding "Accu-hoogsnoei- zaag" 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

3.1 Algemene veiligheidsinstructies voor

elektrische machines WAARSCHUWING! Lees alle veiligheids- instructies, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens door waarmee de ma- chine is uitgevoerd. Het niet naleven van de on- derstaande instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel veroorzaken.

Bewaar alle veiligheidsinstructies en aan- wijzingen voor toekomstig gebruik. De in de veiligheidsaanwijzingen gebruikte term "machine" heeft betrekking tot machines met stroomvoeding (met voedingskabel) of met accu aangedreven machines (zonder voedingskabel).

3.1.1 Veiligheid op de werkplek

Zorg voor een schoon en goed verlicht werkbereik. Wanorde of een gebrek aan goede verlichting kunnen ongevallen veroor- zaken.

Werk met de machine niet in een explosie- gevaarlijke omgeving waarin zich brand- bare vloeistoffen, gassen of stof bevin- den. Machines veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen ontsteken.

Houd kinderen en andere personen tij- dens het gebruik uit de buurt van de ma- chine. Bij afleiding kunt u de controle over de machine verliezen.

De aansluitstekker van de machine moet in de contactdoos passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Ge- bruik geen adapterstekkers samen met geaarde machines. Ongemodificeerde stek- kers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.

Vermijd lichaamscontact met geaarde op- pervlakken zoals bij buizen, verwarmin- gen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok wanneer uw lichaam is geaard.

Houd machines uit de buurt van regen of vocht. Het binnendringen van water in een machine verhoogt het gevaar voor een elek- trische schok.

Gebruik de aansluitkabel niet om de ma- chine te dragen, op te hangen of om de stekker uit de contactdoos te trekken. Houd het aansluitsnoer uit de buurt van443176_a 45 Veiligheidsinstructies hitte, olie, scherpe randen of zich bewe- gende onderdelen van het apparaat. Bij beschadigde of in de knoop geraakte aan- sluitsnoeren is er een hoger risico op een elektrische schok.

Wanneer u met een machine buiten werkt, dient u uitsluitend verlengkabels te ge- bruiken die ook geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Door het gebruik van een der- gelijk, voor gebruik buitenshuis geschikt ver- lengsnoer, neemt het risico op een elektri- sche schok af.

Als er niet voorkomen kan worden dat de machine in een vochtige omgeving wordt gebruikt, dient er een aardlekschakelaar te worden gebruikt. Het gebruik hiervan ver- mindert het risico op een elektrische schok.

3.1.3 Veiligheid van personen

Wees alert, let erop wat u doet en ga ver- standig met een machine aan het werk. Gebruik geen machine als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of ge- neesmiddelen staat. Een ogenblik onoplet- tendheid bij het gebruik van de machine kan tot ernstig letsel leiden.

Draag een persoonlijke beschermingsuit- rusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke beschermings- middelen als stofmasker, slipvaste veilig- heidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbe- scherming, afhankelijk van de toepassing van de machine, vermindert het gevaar voor let- sel.

Voorkom dat het apparaat onbedoeld in gebruik wordt genomen. Controleer of de machine is uitgeschakeld voordat u het op de voeding aansluit en/of de accu plaatst, hem optilt of draagt. Als u bij het dragen van de machine de vinger op de schakelaar heeft of de machine ingeschakeld op de voeding aansluit, kan dit ongevallen veroorzaken.

Verwijder instelgereedschap of schroe- vendraaiers voordat u de machine inscha- kelt. Een gereedschap of sleutel die zich in een draaiend deel van de machine bevindt, kan letsel veroorzaken.

Voorkom een abnormale lichaamshou- ding. Zorg ervoor dat u stevig staat en uw evenwicht kunt bewaren. Daardoor kunt u de machine in onverwachtse situaties beter onder controle houden.

Draag geschikte kleding. Draag geen wij- de kleding of sieraden. Houd haar en kle- ding weg van bewegende delen. Loszitten- de kleding, sieraden of lange haren kunnen door bewegende onderdelen worden gegre- pen.

Als stofafzuig- en -opvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verkleinen.

Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid en negeer de veiligheidsre- gels voor machines niet, zelfs niet wan- neer u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met de machine. Onnadenkend hande- len kan in een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.

3.1.4 Gebruik en behandeling van de

Overbelast de machine niet. Gebruik voor uw werk de hiervoor bedoelde machine. Met de juiste machine werkt u beter en veili- ger binnen het aangegeven vermogensbe- reik.

Gebruik geen machine waarvan de scha- kelaar defect is. Een machine die niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.

Trek de stekker uit de contactdoos en/of verwijder een uitneembare accu voordat u instellingen aan het apparaat uitvoert, re- serveonderdelen vervangt of de machine opbergt. Deze veiligheidsmaatregel voor- komt het onbedoelde starten van de machi- ne.

Bewaar ongebruikte machines buiten het bereik van kinderen. Laat geen personen de machine gebruiken die hiermee niet vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Machines zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen worden ge- bruikt.

Verzorg machines en inzetgereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende de- len goed werken en niet klemmen, of er delen gebroken of zodanig beschadigd zijn dat de functie van de machine nadelig wordt beïnvloed. Laat beschadigde delen repareren alvorens de machine te gebrui- ken. Slecht onderhouden machines zijn vaak de reden voor ongevallen.NL 46 CSA 1820 Veiligheidsinstructies

Houd het snijgereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereed- schap met scherpe snijkanten blijft minder snel haken en is gemakkelijker in het gebruik.

Gebruik de machine, het inzetgereed- schap enz. aan de hand van deze aanwij- zingen. Neem hierbij de werkomstandig- heden en de uit te voeren werkzaamheden in acht. Het gebruik van machines voor een ander dan het beoogde gebruik kan tot ge- vaarlijke situaties leiden.

Zorg dat de handgrepen en oppervlakken ervan droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Gladde handgrepen en oppervlakken ervan veroorloven geen veilige bediening en controle van de machine in onverwachtse si- tuaties.

3.1.5 Gebruik en verzorging van de met

Laad de accu's uitsluitend met opladers op die door de fabrikant worden aanbevo- len. Door een oplader die voor een bepaald type accu's geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer deze met andere accu's wordt ge- bruikt.

Gebruik in de machines alleen de hiervoor bedoelde accu´s. Het gebruik van andere accu´s kan letsel en brandgevaar veroorza- ken.

Houd de ongebruikte accu uit de buurt van paperclips, muntgeld, sleutels, spij- kers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.

Bij onjuist gebruik kan er vloeistof uit de accu vrijkomen. Voorkom de aanraking hiermee. Bij toevallig contact met water afspoelen. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet er een arts worden ge- raadpleegd. Vrijkomende accuvloeistof kan huidirritaties of brandwonden veroorzaken.

Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu. Beschadigde of gewijzigde accu´s kun- nen zich onverwachts gedragen en brand, explosie of letsel veroorzaken.

Stel een accu niet bloot aan brand of te hoge temperaturen. Brand of temperaturen van boven de 130°C kunnen een explosie veroorzaken.

Volg alle aanwijzingen voor het opladen op en laad de accu of de met accu aange- dreven machine nooit buiten het in de ge- bruikshandleiding vermelde temperatuur- bereik op. Verkeerd opladen of laden buiten het toegestane temperatuurbereik kan de ac- cu vernielen en het brandgevaar vergroten.

Laat uw machine alleen door gekwalifi- ceerd deskundig personeel repareren en alleen met originele reserveonderdelen. Zo wordt de veiligheid van de machine ge- waarborgd.

Onderhoud beschadigde accu´s in geen geval. Alle onderhoudswerkzaamheden aan de accu´s moeten door de fabrikant of een geautoriseerde klantenservice worden uitge- voerd.

3.2 Veiligheidsinstructies voor

Een onervaren bediener moet worden geïn- strueerd en opgeleid in de bediening van het apparaat.

Nationale en/of regionale voorschriften kun- nen het gebruik van het apparaat beperken tot bepaalde tijden van de dag.

Let er altijd op dat er geen lichaamsdelen in de buurt van de zaagketting komen. Verwijder geen snoeiafval en houd het te snoeien materiaal niet vast terwijl de zaagketting beweegt. Verwijder geblok- keerd materiaal alleen als het apparaat is uitgeschakeld. Een moment van onoplet- tendheid bij de hantering met de hoogsnoei- zaag kan ernstig letsel veroorzaken.

Volg alle aanwijzingen op als u materiaal- ophopingen uit de hoogsnoeizaag verwij- dert, hem opbergt of er onderhoudswerk- zaamheden aan uitvoert. Ga na of de schakelaar uitgeschakeld en de accu ver- wijderd is. Een onverwachtse werking van de hoogsnoeizaag bij het verwijderen van materiaalophopingen of bij onderhoudswerk- zaamheden kan tot ernstig letsel leiden.

Verminder het gevaar voor een dodelijke elektrische schok door de hoogsnoei- schaar nooit in de buurt van elektrische leidingen te gebruiken. De aanraking van of het gebruik in de buurt van stroomkabels kan ernstig letsel of een dodelijke elektrische schok veroorzaken.443176_a 47 Veiligheidsinstructies

Houd de hoogsnoeizaag aan de geïsoleer- de handgrepen vast omdat de zaagketting in aanraking kan komen met verborgen stroomkabels. Het contact van de zaagket- ting met een spanningvoerende kabel kan metalen apparaatonderdelen onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.

Bedien de hoogsnoeizaag altijd met beide handen. Houd de hoogsnoeizaag met beide handen vast om controleverlies te voorko- men.

Draag oogbescherming. Verdere bescher- mingsmiddelen voor gehoor, hoofd, han- den, benen en voeten worden aanbevolen. De juiste beschermkleding vermindert het ge- vaar voor letsel door rondvliegend spaander- materiaal en toevallige aanraking van de zaagketting.

Draag bij werkzaamheden van de hoog- snoeizaag boven het hoofd een hoofdbe- scherming. Vallende stukken kunnen ernstig letsel veroorzaken.

Werk met de hoogsnoeizaag niet op een boom, een ladder, vanaf een dak of op een instabiele ondergrond. Bij gebruik op die manier is er gevaar voor ernstig letsel.

Let altijd op een stevige stand en gebruik de hoogsnoeizaag alleen als u op een ste- vige, veilige en vlakke ondergrond staat. Een gladde ondergrond of instabiele standoppervlakken kunnen tot het verlies van het evenwicht of van de controle over de hoogsnoeizaag leiden.

Reken er bij het zagen van een onder spanning staande tak mee dat hij kan te- rugveren. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt kan de gespannen tak de gebruiker raken en/of de hoogsnoeizaag buiten contro- le brengen.

Wees bijzonder voorzichtig bij het snoei- en van kreupelhout en jonge bomen. Het dunne materiaal kan in de zaagketting vast komen te zitten en u raken of u uit uw even- wicht brengen.

Draag de hoogsnoeizaag altijd aan de handgreep en alleen als de zaagketting niet meer beweegt. Tijdens het transport of de opslag van de hoogsnoeizaag moet de beschermafdekking op de geleiderail zijn gestoken. De juiste hantering met de hoogsnoeizaag vermindert het gevaar voor letsel door de zaagketting.

Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het vervangen van ge- leiderail en ketting. Een ondeskundig ge- spannen of gesmeerde ketting kan ofwel scheuren of het terugslagrisico vergroten.

Zaag alleen hout. Gebruik de hoogsnoei- zaag niet voor werkzaamheden waarvoor hij niet is bedoeld. Voorbeeld: Gebruik de hoogsnoeizaag niet om metaal, plastic, metselwerk of bouwmaterialen die niet van hout zijn, te zagen. Het gebruik van de hoogsnoeizaag voor werkzaamheden in strijd met de voorschriften kan tot gevaarlijke situa- ties leiden.

De hoogsnoeizaag is niet geschikt voor het kappen van bomen. Het gebruik van de hoogsnoeizaag voor werkzaamheden in strijd met de voorschriften kan ernstig letsel van de gebruiker of andere personen veroorzaken.

Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het be- oogde gebruik?

Wordt het materiaal op de juiste wijze ge- sneden of verwerkt?

Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?

Is het snijblad goed scherp en is het juis- te snijblad ingebouwd?

Zijn de handgrepen en, indien nodig, op- tionele trillingsdempende handgrepen ge- monteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

Gebruik het apparaat alleen met het motor- toerental dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toe- rental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.

Als gevolg van verkeerd gebruik en onder- houd kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repare- ren door een geautoriseerde servicewerk- plaats.

De mate van belasting als gevolg van trillin- gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-NL 48 CSA 1820 Veiligheidsinstructies zaamheden of van de toepassing van het ap- paraat. Schat hem in en las voldoende pau- zes in. Daardoor wordt de belasting door tril- lingen gedurende de volledige werktijd in be- langrijke mate verminderd.

Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symp- toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de- ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver- lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage tempera- turen neemt het gevaar toe.

Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.

Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol- doende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.

Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo- gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.

Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdem- pende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.

Gebruik het apparaat niet bij temperaturen onder 10°C. Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.

3.4 Geluidsbelasting

Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij- den. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte ge- hoorbescherming worden gedragen.

3.5 Veiligheidsinstructies voor accu en

Verwijder de accu´s uit het apparaat voordat ze worden opgeladen.

Plaats geen verschillende accutypes of nieu- we en gebruikte accu´s samen in het appa- raat.

Plaats de accu´s met de juiste polariteit in het apparaat.

Verwijder de accu´s uit het apparaat als u het gedurende een langere periode opbergt.

Maak geen kortsluiting tussen de aansluit- klemmen van het apparaat of van de accu. Gebruikshandleidingen Neem de veiligheidsinstructies omtrent de accu en de oplader in de aparte gebruikshandleidingen in acht. Zie:

Gebruikshandleiding 443130: Accu´s

Gebruikshandleiding 443131: Opladers

3.6 Veiligheidsinstructies voor de bediening

Til de hoogsnoeizaag tijdens het snoeien maximaal onder een hoek van 60° op. Wan- neer u snoeit onder een steilere hoek, be- geeft u zich onvermijdelijk in een gebied, waarbinnen de afgezaagde takken omlaag kunnen vallen. Zorg ervoor dat u altijd buiten dit gebied staat.

Plan altijd vooraf wat uw vluchtweg zal zijn voor het ontwijken van vallende takken. Deze weg moet vrij zijn van obstakels, zoals afge- zaagde takken of gladde plekken, die het ont- wijken van takken kunnen hinderen.

Houd ten opzichte van omstanders, dieren, voorwerpen of gebouwen steeds een veilig- heidsafstand aan, die minimaal 2,5-maal de lengte van de af te zagen tak bedraagt. Wan- neer dit niet mogelijk is, moet de tak stuksge- wijs worden afgezaagd.

Probeer nooit een tak door te zagen, waar- van de doorsnede groter is dan de lengte van het zaagblad.

Voorkom dat bewegende takken of voorwer- pen door de zaagketting kunnen worden ge- grepen. Schakel in een dergelijk geval de hoogsnoeizaag onmiddellijk uit.443176_a 49 Montage

Verwijder de accu uit het apparaat en schuif de beschermkap over de zaagketting bij:

Test-, afstel- en reinigingswerkzaamhe- den

Werkzaamheden aan de geleiderail en de zaagketting

Het achterlaten van het apparaat

Onderhouds- en reparatiewerkzaamhe- den

Houd steeds een veiligheidsafstand van 10 m aan ten opzichte van bovengrondse elektrici- teitsleidingen. 4 MONTAGE WAARSCHUWING! Gevaren door onvol- ledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.

Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is!

Plaats de accu pas in het apparaat als het volledig gemonteerd is! VOORZICHTIG! Gevaar voor snijletsel. Bij het monteren van de zaagketting, kunnen de scherpe randen snijletsel veroorzaken.

Verwijder de accu voor het monteren van de ketting.

Draag veiligheidshandschoenen bij de mon- tage van de zaagketting en het zaagblad.

telescopische steel (02/2) zo op elkaar uitlij- nen dat de ingestanste pijlen tegenover el- kaar staan.

2. Insteekkoppeling en telescopische steel tot

aan de aanslag in elkaar schuiven (02/a).

3. Vastzethuls (02/3) tot aan de aanslag over de

insteekverbinding schuiven (02/b).

4. Vastzethuls in de richting van het gesloten

slot draaien (02/c). Zaagkop afnemen

1. Vastzethuls in de richting van het open slot

5 INGEBRUIKNAME GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor zeer ernstig letsel. Onbekendheid met de veilig- heidsinstructies en bedieningsinstructies kan bij- zonder ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

Lees alle veiligheidsinstructies en bedie- ningsinstructies in deze gebruikshandleiding en in de andere gebruikshandleidingen waar naar wordt verwezen door en leef ze na, voordat u de hoogsnoeizaag gebruikt! WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door beschadigde componenten. Beschadigde componenten aan de hoogsnoeizaag kunnen ernstig letsel veroorzaken.

Controleer voor ieder gebruik of de hoog- snoeizaag compleet is en geen beschadigde of versleten componenten bevat. De veilig- heids- en beschermingsvoorzieningen moe- ten intact zijn.

Controleer het apparaat met name als het is gevallen of na harde stoten.

5.1 Kettingzaagolie bijvullen (03)

In uitleveringstoestand is het apparaat NIET gevuld met kettingzaagolie! LET OP! Kans op schade aan het apparaat. Bij gebruik van het apparaat zonder ketting- zaagolie raken de zaagketting en het zaagblad beschadigd.

Gebruik het apparaat nooit zonder ketting- zaagolie.

Vul voor aanvang van de werkzaamheden de olietank met kettingzaagolie en controleer het oliepeil regelmatig gedurende de werkzaam- heden.

Controleer minimaal voor elke start van de werkzaamheden of de kettingsmering correct functioneert. De levensduur en de zaagcapaciteit van de zaag- ketting zijn afhankelijk van een optimale smering. Tijdens gebruik wordt de zaagketting automatisch bevochtigd met olie.NL 50 CSA 1820 Bediening LET OP! Kans op schade aan het apparaat. Bij gebruik van afgewerkte olie voor de kettings- mering, zorgen de metaaldeeltjes die hierin zijn opgenomen voor een extra hoge slijtage aan het zaagblad en de zaagketting, zodat deze vroegtij- dig versleten raken. Bovendien vervalt hierdoor de garantie van de fabrikant.

Gebruik nooit afgewerkte olie, maar uitslui- tend biologisch afbreekbare kettingzaagolie. LET OP! Gevaar voor milieuschade. Het ge- bruik van minerale olie voor de kettingsmering leidt tot ernstige milieuschade.

Gebruik nooit minerale olie, maar uitsluitend biologisch afbreekbare kettingzaagolie. Controleer het oliepeil elke keer voor aanvang van de werkzaamheden en elke keer bij het ver- wisselen van de accu en vul, indien nodig, ket- tingzaagolie bij:

1. Controleer het oliepeil in het kijkglas (03/1)

van de olietank. Er moet altijd olie te zien zijn. Het minimale en het maximale oliepeil mogen niet worden onder- resp. overschre- den.

2. Zet de hoogsnoeizaag horizontaal op een

stevige ondergrond en houd hem vast.

3. Reinig het gebied rondom de vuldop van de

4. Schroef de vuldop van de olietank.

Gebruik een trechter om het bijvullen te ver- gemakkelijken.

Er mag geen vuil in de olietank terechtko- men.

5. Vul de tank met biologisch afbreekbare ket-

tingzaagolie. Controleer daarbij het oliepeil in het kijkglas van de olietank. Laat de olietank niet overstromen!

Neem het temperatuurbereik voor het opladen in acht, zie de technische gegevens. OPMERKING Neem voor gedetailleerde in- formatie de aparte gebruikshandleidingen van de accu en de oplader in acht:

Gebruikshandleiding 443130: Accu´s

Gebruikshandleiding 443131: Opladers

5.3 Accu plaatsen en verwijderen (04, 05)

LET OP! Beschadigingsgevaar van de accu. Als de accu na gebruik in het apparaat blijft zitten kan dit een beschadiging van de accu veroorza- ken.

Trek de accu direct na gebruik uit het appa- raat en bewaar hem beschermd tegen vorst.

Plaats de accu pas weer voor het begin van de werking. Accu plaatsen (04)

1. Accu (04/1) in de accuhouder (04/2) aan het

basisapparaat schuiven tot hij vastklikt (04/a). Accu verwijderen (05)

1. Ontgrendelingsknop (05/1) aan de accu

(05/2) indrukken en vasthouden.

2. Accu verwijderen (05/a).

De laadtoestandsweergave (01/6) bevindt zich boven op het basisapparaat. Die bestaat uit drie segmenten. De segmenten branden of knipperen afhankelijk van de laadtoe- stand. Segment Acculaadtoestand 3 segmente branden: Accu volledig opgela- den. 2 segmente branden: Accu voor 2/3 opgela- den. 1 segment brandt: Accu voor 1/3 opgela- den. 1 segment knippert: Accu bijna leeg. Het apparaat schakelt bin- nenkort uit.

6.2 Controleren van de kettingzaagolie

voor ieder werkbegin

uiterlijk bij iedere accuvervanging

Vul kettingzaagolie bij wanneer het oliepeil laag is. Aanpak zie Hoofdstuk 5.1 "Kettingzaagolie bijvul- len (03)", pagina49.443176_a 51 Werkhouding en werktechniek (09 – 14)

6.3 Verlengen/verkorten van de

telescopische steel (06) De telescopische steel (06/2) kan traploos wor- den versteld. Zo kunt u de lengte precies zo aan- passen, als nodig is voor de beoogde werkzaam- heden.

1. Vastzethuls (06/1) in de richting van het open

slot draaien (06/a) tot de klemming is vrijge- geven.

3. Vastzethuls vastdraaien.

6.4 Zaagkop zwenken (07)

De zwenkbare zaagkop maakt een voor het za- gen comfortabele en veilige werkpositie mogelijk.

1. Drukknop (07/1) aan beide kanten van de

3. Drukknop loslaten. De zaagkop klikt op de

gewenste positie vast.

6.5 Apparaat in- en uitschakelen (08)

Apparaat inschakelen

1. Zet het apparaat op werkstand.

2. Ontgrendelingsknop (08/1) aan het basisap-

paraat indrukken en vasthouden.

3. Druk de Aan/Uit-schakelaar (08/2) in en houd

Laat de ontgrendelingsknop los. Zodra het ap- paraat draait, is het niet meer nodig de ont- grendelingsknop ingedrukt te houden. De ont- grendelingsknop dient ervoor het onbedoeld starten van de kettingzaag te verhinderen. Apparaat uitschakelen

1. Aan-/Uit-schakelaar loslaten.

2. Evt. accu uittrekken om onbedoeld opnieuw

inschakelen te voorkomen: zie Hoofdstuk 5.3 "Accu plaatsen en verwijderen (04, 05)", pa- gina50.

7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK

(09 – 14) WAARSCHUWING! Verhoogd gevaar voor vallen. Er bestaat verhoogd gevaar voor vallen als het werk wordt uitgevoerd vanuit een verhoogde positie (bijv. ladder).

Werk altijd vanaf de grond met het apparaat en zorg er daarbij voor dat u veilig staat.

Volg de veiligheidsinstructies op.

Hef de hoogsnoeizaag (09/1) tijdens het snoeien maximaal onder een hoek van 60° (09/2).

Ga zo staan dat de snede, zoveel mogelijk, in een hoek van 90° ten opzichte van de tak kan worden uitgevoerd (10/a).

Dikke takken in delen (11/1) afzagen zodat er een betere controle is over de plaats waar ze neerkomen.

Zaag nooit in de verdikking van de takaanzet, om de heling van de wond optimaal te laten verlopen en aantasting ervan te voorkomen (12).

Duw de hoogsnoeier met de boomklauw (13/1) tegen de tak (13/2) (13/a), om de zaag tegen de tak te stabiliseren.

Maak voordat u de tak afzaagt (14/b) eerst een insnede (14/a) in de onderkant van de tak. Zo voorkomt u dat de bast afscheurt en een moeilijk helende wond aan de boom ont- staat. De insnede mag niet dieper zijn dan 1/3 van de takdikte, om te voorkomen dat de hoogsnoeizaag vastgeklemd raakt.

Trek de hoogsnoeizaag altijd met draaiende zaagketting uit de tak, zodat deze niet klem kan raken.

8 ONDERHOUD EN VERZORGING

WAARSCHUWING! Gevaar voor snijlet- sel. Gevaar voor snijletsel als gevolg van contact met scherpe en bewegende delen van het appa- raat, zoals het snijblad.

Schakel voorafgaand aan onderhouds-, ver- zorgings- en reinigingswerkzaamheden altijd het apparaat uit. Verwijder de accu.

Draag bij onderhouds-, verzorgings- en reini- gingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door deskundige, getrainde vakmensen en uitsluitend met gebruik van de originele reserveonderdelen.

Controleer het apparaat na ieder gebruik op slijtage en vervang beschadigde onderdelen indien nodig.

Stel het apparaat niet bloot aan nattigheid of vocht. Plastic delen reinigen met een doek en hierbij geen reinigings- of oplosmiddelen ge- bruiken.

Reinig de koelspleten altijd direct, wanneer deze verstopt zijn.NL 52 CSA 1820 Onderhoud en verzorging

Spuit het apparaat niet met water af en ge- bruik geen hogedrukreiniger.

8.1 Zaagkettingsmering controleren

LET OP! Kans op schade aan het apparaat. Contact tussen de zaagketting en de grond leidt onvermijdelijk tot een stompe ketting.

Voorkom contact tussen de ketting en de grond en houd steeds een veiligheidsafstand van 20 cm aan!

1. Apparaat inschakelen.

2. Wijs met de punt van de geleiderial in richting

van een op de grond liggend stuk karton of papier.

Wanneer zich bij deze test een steeds duidelijker wordend oliespoor vormt, werkt de automatische oliesmeerfunctie correct.

Wanneer zich, ondanks een volle olie- tank, geen oliespoor vormt: Het oliein- laatgat in het apparaat en de groef van de geleiderail reinigen. Mocht dit het probleem niet verhelpen, neem dan contact op met onze klantenservice.

8.2 Zaagkettingspanning controleren

VOORZICHTIG! Letselgevaar door zaag- ketting. De snijranden van de zaagketting zijn zeer scherp en kunnen, bij het hanteren van de zaagketting snijletsel veroorzaken. Denk voor alle werkzaamheden aan de kettingzaag aan het vol- gende:

Schakel het apparaat uit en verwijder altijd de accu.

Draag veiligheidshandschoenen. Controleer de kettingspanning regelmatig, want nieuwe zaagkettingen rekken nog iets uit.

1. Trek de zaagketting met de hand iets vooruit

en controleer daarbij:

In koude toestand: De zaagketting is cor- rect gespannen wanneer deze in het mid- den van de geleiderail nog ca. 3 tot 4 mm kan worden opgetild en met de hand ge- makkelijk kan worden doorgetrokken. Bij bedrijfstemperatuur wordt de zaagketting langer en hangt door.

De geleide-elementen van de zaagket- ting mogen aan de onderkant van de ge- leiderail niet uit de groef komen, de zaag- ketting zou dan los kunnen schieten.

2. Indien nodig, span de zaagketting (zie Hoofd-

stuk 8.3 "Spannen en ontspannen van de zaagketting (15)", pagina52).

8.3 Spannen en ontspannen van de

1. Span de zaagketting, gebruik hiervoor de

schroevendraaier aan de inbussleutel:

2. Controleren van de kettingspanning (zie

Hoofdstuk 8.2 "Zaagkettingspanning contro- leren", pagina52). Herhaal, indien nodig, de hierboven vermelde stappen.

8.4 Geleiderail en zaagketting vervangen

(16 – 20) Als het snijresultaat slechter wordt, moet de zaagketting en evt. de geleiderail worden vervan- gen. De geleiderail moet worden vervangen als er duidelijke sporen van slijtage aan de geleide- groef voor de zaagketting te zien zijn. Er mogen alleen originele reserveonderdelen van de fabrikant worden gebruikt (zie technische ge- gevens). VOORZICHTIG! Letselgevaar door zaag- ketting. De snijranden van de zaagketting zijn zeer scherp en kunnen, bij het hanteren van de zaagketting snijletsel veroorzaken. Denk voor alle werkzaamheden aan de kettingzaag aan het vol- gende:

Schakel het apparaat uit en verwijder altijd de accu.

Draag veiligheidshandschoenen. Zaagketting en geleiderail afnemen

1. Binnenzeskantbouten (16/1) met de zeskant

van de inbussleutel losdraaien.

4. Zaagketting van de geleiderail losmaken.

1. Alle gedemonteerde onderdelen van zaagsel

en olieafzettingen reinigen.

2. Alle vrijgemaakte bouwdelen aan de zaagkop

– met name het kettingwiel en de olie-in- gangsopening – reinigen.443176_a 53 Hulp bij storingen Zaagketting en geleiderail monteren

1. Kettingspanbout (17/1) met schroevendraaier

van de inbussleutel zolang draaien tot zich de kettingspanpen (17/2) aan het achterste uiteinde van de schroefdraad bevindt (17/a), zie Hoofdstuk 8.3 "Spannen en ontspannen van de zaagketting (15)", pagina52.

2. Zaagketting op de geleiderail plaatsen:

De tanden (18/1) van de zaagketting (18/2) moeten aanliggen bovenop de ge- leiderail en moeten in de richting van de punt van de geleiderail (18/3) wijzen (18/ a). Opmerking:Let erop, dat de ketting op juiste wijze is gemonteerd!

Leg de zaagketting in de groef (18/4) van de geleiderail en draai deze volledig om de geleiderail.

3. Leg de geleiderail met gemonteerde zaagket-

Leg de zaagketting (19/1) om het ketting- wiel (19/2).

Geleiderail (19/3) zodanig uitlijnen dat de geleidepen (19/4) in het sleufgat van de geleiderail valt.

Geleiderail zodanig uitlijnen dat de ket- tingspanpen (19/5) in de kettingspanope- ning valt.

Plaats de zaagketting zo, dat deze ge- heel aanligt in de groef van de geleiderail en rond het kettingwiel.

4. Behuizing sluiten:

Kettingwielafdekking (20/1) en middelste gedeelte (20/2) plaatsen.

Binnenzeskantbouten (20/3) insteken en aandraaien.

5. Spannen van de zaagketting (zie Hoofdstuk

8.3 "Spannen en ontspannen van de zaag-

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. On- derdelen met scherpe randen en draaiende on- derdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerk- zaamheden altijd beschermende handschoe- nen! OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak Maatregel Motor draait niet. Accu is leeg. Accu opladen. Accu ontbreekt of accu is niet goed geplaatst. Accu correct plaatsen. De voeding is onderbroken. 1. Verwijder de accu.

2. Reinig de contactpunten.

3. Plaats de accu weer.

Motor draait met onderbrekin- gen. Aan-/Uit-schakelaar is de- fect. Ga naar een servicepunt van de fabrikant. De geleiderail en de zaagketting draaien warm. Rookontwikke- ling. De zaagketting is te strak ge- spannen. Controleer de kettingspanning. Zaagketting naspannen. De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. De olietoevoeropening en/of de groef in de geleiderail zijn/ is vervuild. Reinig de olietoevoeropening en de groef in de geleiderail. De motor draait, maar de zaag- ketting beweegt niet. De zaagketting is te strak ge- spannen. Controleer de kettingspanning. Zaagketting naspannen. Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fabrikant.NL 54 CSA 1820 Transport Storing Oorzaak Maatregel In plaats van spanen wordt al- leen nog zaagsel uitgestoten. De hoogsnoeizaag moet door het hout worden geduwd. De zaagketting is stomp. Ga naar een servicepunt van de fabrikant. Apparaat trilt meer dan normaal. Storing in het apparaat Ga naar een servicepunt van de fabrikant. Bedrijfstijd van de accu wordt duidelijk korter. Levensduur van de accu is afgelopen. Accu vervangen. Alleen originele accessoires van de fabrikant ge- bruiken. Accu kan niet worden opgela- den. Accucontacten zijn vervuild. Ga naar een servicepunt van de fabrikant. Accu of oplader zijn defect. Accu of oplader vervangen. Al- leen originele accessoires van de fabrikant gebruiken. Accu is te heet. Accu af laten koelen. 10 TRANSPORT Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen uit:

1. Apparaat uitschakelen en accu verwijderen.

2. Kettingbeschermer plaatsen.

3. Zaagkop van het basisapparaat scheiden.

4. In voertuigen: Zaagkop tegen kantelen, be-

schadiging en vrijkomen van kettingolie be- veiligden. Accu "B125 Li" (Art.-nr. 113896) OPMERKING De nominale energie van de accu bedraagt meer dan 100 Wh! Neem daarom de hierna vermelde aanwijzingen voor het trans- port in acht! De gemonteerde Li-ion accu is onderhevig aan de wet inzake gevaarlijke goederen, maar kan eenvoudig worden getransporteerd:

Door de privégebruiker kan de accu zonder bijkomende voorwaarden openbaar worden getransporteerd, voor zover ze individueel verpakt is en voor privé transportdoeleinden dient.

Commerciële gebruikers, die het transport in het kader van hun hoofdactiviteit uitvoeren (bijv. leveringen van en naar werven of de- monstraties), kunnen ook van deze vereen- voudigde maatregel gebruik maken. In beide hierboven vermelde gevallen moeten ab- soluut voorzorgsmaatregelen worden genomen om te voorkomen dat de inhoud wordt gemorst. In andere gevallen moeten de voorschriften van de bepaling inzake gevaarlijke goederen absoluut in acht worden genomen! Bij het niet in acht ne- men kunnen de afzender en eventueel ook de vervoerder boetes opgelegd krijgen. Bijkomende instructies voor transport en verzending

Transporteer of verstuur lithium-ionen-accu´s alleen in onbeschadigde hoedanigheid!

Gebruik voor het vervoer van de accu uitslui- tend de originele doos of een geschikte doos voor gevaarlijke materialen (niet vereist bij accu’s met minder dan 100 Wh nominale energie).

Zet de accu in de verpakking goed vast tegen wegglijden, om beschadigingen aan de accu te voorkomen.

Zorg voor een correcte aanduiding en docu- mentatie bij de zending tijdens het transport of verzending (bijv. door de koerierdienst of het transportbedrijf).

Informeer vooraf of een transport met de ge- kozen dienstverlener mogelijk is en of de ver- zending wordt weergegeven. Wij bevelen aan om een specialist in gevaarlijke goederen bij de voorbereiding van de verzending te betrekken. Neem ook eventuele verdere natio- nale voorschriften in acht.443176_a 55 Opslag 11 OPSLAG

Verwijder de accu na ieder gebruik uit het ap- paraat.

Reinig het apparaat grondig en breng - indien aanwezig - alle beschermafdekkingen aan.

Apparaat op een droge, afsluitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren. Bij bedrijfspauzes die langer dan 30 dagen du- ren, de volgende werkzaamheden uitvoeren:

Leeg de olietank voor de kettingzaagolie.

Zaagketting en geleiderail afnemen, reinigen en met anticorrosie-olie inspuiten. LET OP! Gevaar voor beschadiging van het apparaat. Ingedroogde/vastgekleefde ketting- zaagolie kan bij langere opslag leiden tot schade aan olievoerende onderdelen en aan de olie- pomp.

Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag altijd de kettingzaagolie uit het apparaat.

11.2 Accu en oplader opslaan

OPMERKING Neem de gedetailleerde ge- gevens uit de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de accu en de oplader in acht. 12 VERWIJDEREN Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

Oude elektrische en elektronische ap- paraten horen niet thuis bij het huis- houdelijke afval, maar moeten geschei- den worden aangeboden of verwijderd!

Gebruikte batterijen of accu’s, die niet vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recy- cling ervan wordt door de batterijwetgeving beheerst.

Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot te- ruggave na gebruik verplicht.

De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruikte apparaat! Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elek- tronische gebruikte apparaten niet via het ge- woon afval mogen worden verwijderd. Elektrische en elektronische apparaten kunnen op de volgende verzamelpunten gratis worden af- gegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot te- rugname verplicht zijn of deze vrijwillig aan- bieden. Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geïnstalleerd en verkocht werden en die beant- woorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwij- kende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische ap- paraten. Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

Gebruikte batterijen en accu’s horen niet bij het gewone afval, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

Zie de gebruikershandleiding om tot een veili- ge verwijdering van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat over te kunnen gaan en voor informatie over het type of het che- misch systeem.

Bezitters of gebruikers van batterijen en ac- cu’s zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de nor- male huishoudelijke hoeveelheden. Gebruikte batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de ge- zondheid schade kunnen toebrengen. Het herge- bruiken van gebruikte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen. Het symbool van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruikte batterijen en accu’s niet via het gewoon afval mogen wor- den verwijderd. Wanneer ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:

Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik

Pb: de batterij bevat meer dan 0,004% loodNL 56 CSA 1820 Technische gegevens Accu’s en batterijen kunnen op de volgende ver- zamelpunten gratis worden afgegeven:

Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)

Verkooppunten van batterijen en accu’s

Een verzamelpunt van het gemeenschappe- lijke recycling systeem voor gebruikte appa- raten en batterijen

Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijke recy- cling systeem) Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu’s en batterijen die in landen van de Europe- se Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie kunnen afwijkende be- palingen voor de recycling van accu’s en batterij- en gelden. 13 TECHNISCHE GEGEVENS Technische gegevens: zie tabel met technische gegevens aan het begin van deze gebruikshand- leiding.

  • Opmerkingen omtrent trillingsemissie- en ge- luidsemissiewaarden:

De vermelde trillingsemissie- en geluidsemis- siewaarden zijn conform een genormde keu- ringsprocedure gemeten en kunnen ter ver- gelijking van een elektrisch gereedschap met een ander worden gebruikt.

De vermelde trillingsemissie- en geluidsemis- siewaarden kunnen ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling (mate van blootstelling aan trillingen) worden gebruikt.

De trillingsemissie- en geluidsemissiewaarde kunnen gedurende het daadwerkelijke ge- bruik van het elektrische gereedschap afwij- ken van de vermelde waarden, afhankelijk van de manier waarop het elektrische ge- reedschap wordt gebruikt.

Leef de veiligheidsmaatregelen als vermeld in het hoofdstuk veiligheid na. Probeer altijd, de belasting door trillingen tot een minimum te be- preken. Voorbeelden van maatregelen waar- mee de trillingsbelasting kunnen worden ver- minderd zijn het dragen van handschoenen tij- dens het gebruik van het gereedschap en ver- korting van de werkduur. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle elementen van de bedrijfscyclus (bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap is uitgeschakeld en tijden waarop het gereedschap wel is inge- schakeld, maar zonder belasting draait). 14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE Voor vragen over garantie, reparatie of reserve- onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts 15 GARANTIE Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou- ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le- vering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft. Onze garantie geldt alleen bij:

naleving van deze gebruikershandleiding

Gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij:

Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen

Eigenhandig aangebrachte technische wijzi- gingen

Gebruik voor andere doeleinden dan het ge- bruiksdoel Van de garantie zijn uitgesloten:

lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik

Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da- tum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.443176_a 57 Traduction de la notice d’utilisation originale TRADUCTION DE LA NOTICE D’UTILISATION ORIGINALE Table des matières 1 À propos de cette notice .......................... 58