BC 223 LS - Grasmaaier AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BC 223 LS AL-KO in PDF-formaat.
| Producttype | Grasmaaier (bosmaaier) met beugelhandgreep |
| Model | BC 223 L-S |
| Merk | AL-KO |
| Drooggewicht | 5,1 kg |
| Motortype | 2-takt motor met luchtkoeling, 1 cilinder |
| Cilinderinhoud | 22,5 cm³ |
| Maximaal vermogen | 0,7 kW (0,95 pk) bij 8000 min⁻¹ |
| Stationair toerental | 3200 ±200 min⁻¹ |
| Brandstof | Mengsel benzine-olie 50:1 (loodvrije benzine 90 min, synthetische 2-takt olie) |
| Inhoud tank | 550 cm³ |
| Snijbreedte (spoel) | 415 mm |
| Diameter snijdraad | 2,0 mm |
| Max. gereedschapssnelheid | 7500 ±500 min⁻¹ |
| Bougie | CMR6A |
| Geluidsdrukniveau | 93,7 dB(A) (onzekerheid K=3,0 dB(A)) |
| Gegarandeerd geluidsvermogensniveau | 112,0 dB(A) |
| Trillingen handgreep (voor/links) | 6,75 m/s² / 4,83 m/s² (onzekerheid K=1,5 m/s²) |
| Belangrijkste functies | Maaien van zacht gras, soortgelijke begroeiing, randen; uitsluitend gebruik met draadspoel |
| Regelmatig onderhoud | Reinigen/vervangen luchtfilter, bougie controleren, brandstoffilter reinigen, draadafsnijder slijpen |
| Veiligheidsvoorzieningen | Beschermscherm, beugelhandgreep met spatie-element, aan/uit-schakelaar, noodstop |
| Onderdelen | Draadspoel (ref. 112880), mes niet compatibel, alleen originele gereedschappen gebruiken |
| Repareerbaarheid | Gebruiker kan basisonderhoud uitvoeren; complexe reparaties overlaten aan erkende werkplaats |
| Garantie | Wettelijke garantie tegen fabricagefouten, slijtageonderdelen uitgesloten |
Veelgestelde vragen - BC 223 LS AL-KO
Gebruikersvragen over BC 223 LS AL-KO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BC 223 LS - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BC 223 LS van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING BC 223 LS AL-KO
1 Over deze gebruikershandleiding 46
1.1 Symbolen op de titelpagina 47
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden 47
2 Productomschrijving 47
2.1 Doelmatig gebruik 47
2.2 Mogelijk voorzienaar boutief gebruik. 47
2.3 Restrisico's. 47
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen 48
2.5 Symbolen op het apparatus 48
2.6 Inhoud van de levering (01, 08) 49
2.7 Productverzicht (01, 08) 49
2.8 Toegestane maigereedschappen.... 49
3Veiligheidsinstructies 50
3.1 Gebruiker 50
3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen.. 50
3.3 Veiligkeit op de werkplek 50
3.4 Veiligkeit van het apparaat 50
3.5 Veiligkeit van Personen, deren en eigendommen 51
3.6 Belasting door trillingen 51
3.7 Omgang met benzine en olie 52
4 Montage. 52
4.1 Montage bosmaier BC 223 B 52
4.1.1 "Bike"-handgreep monteren (02, 03) 52
4.1.2 Draadkop monteren (04) 53
4.1.3 Mesblad monteren (05) 53
4.1.4 Beschemplaat monteren (06).... 53
4.2 Montage bosmaaier BC 223 L-S....53
4.2.1 Monteren van de handgreep (09) 53
4.2.2 Draadspoel monteren (10) 53
4.2.3 Beschermplaat monteren (11).... 53
4.2.4 De steelhelften in elkaar steken (12) 53
5 Ingebruikname 54
5.1 Maak een benzine-oliemengsel aan en tank het apparatus vol 54
6 Bediening 54
6.1 Voorbereiding 54
6.2 Motor starten/stoppen BC 223 B (07). 55
6.3 Motor starten/stoppen BC 223 L-S (13) 56
6.4 Maaidraad verlengenijdens het bedrijf (14) 56
7 Werkhouding en werktechniek 57
7.1 Trimmen 57
7.2 Maaien 57
8 Onderhoud en verzorging. 57
8.1 Luchtfilter reinigen/ervangen (16) .... 58
8.2 Brandstoffilter controlleren/ervangen (17) 58
8.3 Bougie onderhonden (18) 58
8.4 Draadsnijder slijpen (19) 59
8.5 Onderhoudsschema 59
9 Hulp bij storingen 60
10 Transport 62
11 Opslag 62
12 Verwijdersen 62
13 Technische gegevens 63
14 Aanvullende informatatie over CO2-waarden 64
15 Klantenservice/service centre 64
16 Garantie. 65
17 Vertaling van de oorspronkelijke EU-/EGverklaring van overeenstemming 65
1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gelebruiksaanwijzing goed zodate u erin het antwoord op uw vragen kut terugvinden wanner u informatatie over het apparaat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere Personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absolut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor verilig werken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Gebruik het benzineapparaat Niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en signalaalwoorden

GEVAAR!
Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.

WAARSCHUWING!
Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze Niet vermeden wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.

VOORZICHTIG!
Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot een Licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OP!
Wijst op een situatie, die, wanner zeniet vermeden worden, tot materiele schade kan leiden.

OPMERKING
Speciale aanwijzingen voor meer duide-lijkheid en een beter gebruik.
De bosmaaier is bedoeld voor het maaien van zicht grayscale en soortgelijke gewassen. Daar bij moet de bosmaaier parallel aan de grond worden bewogen.
De bosmaaier is in twee varianten beschikbaar; neem de handleidingsstappen die bij uw apparaat passen in acht:
BC 223 B: Bosmaier met „Bike“-handgreep; gebruik met draadspoel of mesblad. Bij gebruik van het mesblad is de bosmaier ook geschikt voor het maaien van dikkere groene planten,jonge struikgewassen en takkenbos-issen.
BC 223 L-S: Grastrimmer met „Loop“-handgreep, gebruik uitsluitend met draadspoel.

OPMERKING
Nationalen lokaal geldende voorschriften voor arbeidstijden, geluidsbelasting en uitstoot van uitaatgassen, kennene beperkingen opleggen aan het gebruik van het apparaat. Zorg ervoor dat u hierover geinformeerd bent!
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als Niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.
2.2 Mogelijk voorzienbaar boutief gebruik
Maai geen struiken, hagen, bomen of bloemen.
Til het apparaatijdens het maaien Niet op van de grond.
- Gebruik geen andere snijgereedschappen, dan de originele, door de fabrikant geleverde gereedschappen (zie Hoofdstuk 2.8 "Toegestane maigereedschappen", pagina 49).
2.3 Restrisico's
Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat, resteert algid een zeker restrisico dat Niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van
het apparaat kuren, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentièle gezaren worden afgeleid:
Wegslingeren van snijafval, grond enkleine stenen
Wegslingeren van afgesneden delen van de maaidraad
Inademen van deeltjes van afgesneden gewasdeeltjes als er geen adembescherming wordt gedragen.
Schade aan het gehoor als er geen gehoor-bescherming worden gedragen.
Snijwonden bij het grijpen in de draaiende maaidraad of het draaiende mesblad
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel
Defecte en buiten werkung gestelde veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen können tot ernstig letsel leiden.
Laat defecte veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen repareren.
De beschemings- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking stellen.
In noodgevallen
Schakel in noodgevallen alkijd de motor uit met de aan/uit-schakelaar.
Afschemkap
De beschermplaat beschermt de bediener gegen contact met de roterende maaidraad en wegesslingerde objecten.
Handgreep met afstandhouser
De Loop"-handgreep voorkomt dat de voeten van de bediener in de buurt van het draaiende maia-draad+kennen.
2.5 Symbolen op het apparaat
Symbool Betekenis

Heet oppervlak. Niet aanraken!

Brandgevaar! Ga met extra zorg te werk, bij het hanteren van benzine!
Symbool Betekenis

Vereist extra voorzichtigheidijdens gebruik!

Lees vór ingebruikname de gebruiksanawijzing!

Draag een veiligheidshelm, gehoor-bescherming en oogbescherming!

Risico op wegslingeren van voorwerpen!

De afstand:tussen het apparaat en derden moet in de gehele cirkel rondon de gebruiker ten minste 15 m bedragen.

Gebruik de bosmaaier nooit met messen!

Alleen voor de BC 223 B: Gebruik de bosmaaier nooit met een zaagblad!

Gevaardoorniloop.

Houd u aan het maximale toerental en de voorgeschreveen draairichting van de as en het snijgereedschap.

Gebruik de bosmaieruitsluitend met de draadspoel!

Draag stevige schoenen!

Draag beschermende handschoenen!
2.6 Inhoud van de levering (01, 08)
Bij de leveringsomvang horen de vermelde componenten die in het productoverzicht worden genoemd,zie Hoofdstuk 2.7 "Productoverzicht (01, 08)," pagina 49. Bovendien is het volgende bij de levering inbegrepen:
Inbussleutel
Bougiesleutel
Inbusboute
3-tands mesblad (BC 223 B)
2.7 Productverzicht (01, 08)
BC 223 B (01)
BC 223 L-S (08)
| Nr. Component | |
| 1 Draadkop | |
| 2 Haakse aandrijving | |
| 3 Afschemkap met draadafsnijder | |
| 4 "Bike"-greep (fietsstuurtype) | |
| 5 Steel | |
| 6 Combigreep met: | |
| 7 | Aan/uit-schakelaar voor motor (START/STOP) |
| 8 | Blokeerknop |
| 9 | Gashendel |
| 10 Motorblok met: | |
| 11 | Ventilatorhuis |
| 12 | Ventilatorbout |
| 13 | Brandstoftank |
| 14 | Dop brandstoftank |
| 15 | Starterhandgreep |
| 16 | Bougiekap |
| 17 | Chokehendel |
| 18 | Behuizingsflens |
| 19 | Brandstoftoevoerknop |
| Nr. Component |
| 1 Draadkop |
| 2 Aandrijfas |
| Nr. Component | |
| 3 Afschemkap met draadafsnijder | |
| 4 Deelbare steel | |
| 5 Handgreep met afstandhouder | |
| 6 Combigreep met: | |
| 7 | Aan/uit-schakelaar (START/STOP) |
| 8 | Blokkeerknop |
| 9 | Gashendel |
| 10 Motorblok met: | |
| 11 | Ventilatorhuis |
| 12 | Ventilatorbout |
| 13 | Brandstoftoeoerknop |
| 14 | Brandstoftank |
| 15 | Dop brandstoftank |
| 16 | Chokehendel |
| 17 | Starterhandgreep |
| 18 | Bougiekap |
| 19 | Behuizingsflens |
2.8 Toegestane maigereedschappen
Met deutsche bosmaaier mogen uitsluitend de hieronder genoemde originele maagereedschappen van de fabrikant worden gebruikt:
Draadspoel BC 223 B: Artikel-nr. 112406
Draadspoel BC 223 L-S: Artikel-nr. 112880
3-tands mesblad BC 223 B: Artikel-nr. 112405

GEVAAR!
Levensgevaar door maigereedschappen!
Het gebruik van Niet toegestane maagereedschappen (bijv.uit meertere delen bestaande, metalen maagereedschappen met zwenkkettingen en klepelmessen) en beschadigde maagereedschappen (bijv.met barsten of afgebrokkelderanden) kan leiden tot zeer ernstig letsel, tot de dood toe.
Gebruik alkijd uitsluitend originele, door de fabrikant toegestane maai-gereedschappen.
Beschadigde maagereedschappen要去en alkijd direct worden verrangen.
Het gebruik van Niet toegestane maagereedschappen geldt als ondoelmatig gebruik (zie Hoofdstuk 2.1 "Doelmatig gebruik", pagina 47)!
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

VOORZICHTIG!
Gevaar voor gehoorbeschadiging
Tijdens het gebruik produeert het apparaat erg veel lawaai. Dit kan bij de gebruiker en bij personen en dieren die zich in de nabijheid bevinden tot gehoor-beschadiging leiden.
Draag tijdens de werkzaamheden al-tijd gezoorbescherming.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaatuit als personen of dieren naderen.

OPMERKING
Zorg er beslist voor dat ubekend bent met de bediening van het apparaat. Zorg er met name voor, dat u weet hoe het apparaat onmiddelijk kan worden gestopt.
3.1 Gebruiker
Personen vanjonger dan 16aar en personen die de gebruikershandleiding Niet hebben gelezen, mogen het apparaat Niet gebruiken. Neem eventueel van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften omtrent de minimum leeftijd van de gebruiker in acht.
Wanner u voor het eerst met een dergelijk apparaat werkt: Laat u door de verkoper of een andere deskundige de werkig van het apparaat uitleggen. Of volg een cursus.
ledereen die met dit apparaat werkt, moet uitgerust en gezond zich en in een goede condi-tie verkeren. Wie zich uit gezondheidsoverwegingen Niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem möglichk is met dit apparaat te werken.
Bedien het apparaat Niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.
3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Om letsel aan hoofd en ledematen evenals gohoorschade te voorkomen, moet verplicht beschermende kleding en uitrusting worden gedragen.
De kleding moet doelmatig (nauwsluitend) zich en mag bij het gebruik Niet hinderen.
De Soonlijk beschermingsmiddelen bestaanuit:
gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeitsduur van meer dan 2,5 uu
veiligheidsbril
stevige werkhandsschoenen, trilling- en schokdempend
■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen
3.3 Veiligkeit op de werkplek
Gebruik het apparaat uitsluitend in de buitenlucht en nooit in afgesloten ruimten.
Werk enkel bij daglicht of bij sterk kunstlicht.
Verwijder voor aanvang van werkzaamheden gevaarlijke producten en voorwerpen uit het werkgebied, bijv. takken, stukken glas, scherpe voorwerpen, stukken metaal of stenen.
Let waar bij op uw stabiliteit. Vermeid natte, gladde bodems.
Beweegijdens het werken voorzichtig en langzaam. Loop Niet hard. Let op obstakels.
3.4 Veiligkeit van het apparatusat
Gebruik het apparaat alleen onder de volgen-de voorwaarden:
Het apparatus is nicht verruild, met name.
niet met benzine en olie.
Het apparaat vertoont geen beschadigingen, met name Niet aan beschemroosters.
Alle bedieningselementen werken.
Alle voor de betreffende werkzaamheden bedoelde accessoires zich op het apparaat gemonteerd.
Overbelast het apparaat Niet. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van het apparaat.
- Blokker tijdens het gebruik nooit de aan-zuig- en ventilatierooster, om het oververhit raken van de motor te voorkomen.
Schakel het apparaat onmiddelijk UIT, wanner de motor abnormaal en hevig begint te trillen. Dit betekent dat zich in het apparaat een storing voordoet.
- Gebruik het apparaat nooit met versleten of defecte onderdelen. Vervang defecte onderdelen alsoor dooreginele reserve-onderdelen van de fabrikant. Wanner het apparaat met versleten of defecte onderdelen wordt gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraat op garantie worden gemaakt.
3.5 Veiligkeit van Personen, dieren en eigendommen
- Gebruik het apparaat alleen voor werkzaamheden waarvoor het is bedoeld. Niet-reglementair gebruik kan letsel en materiaèle schade veroorzaken.
Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezig zich.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaatuit als personen of dieren naderen.
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gee-richt op Personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp nicht in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat algijd uit wanner u het Niet nodig heeft, bij. bij het verplaatsen waar een ander werkgebied, bij onderhoudswerkzaamheden, bij het tanken van het benzineoliemengsel.
Schakel het apparaat bij een onceval onmiddelijkuit om verder letsel en materiele schade te voorkomen. - Gebruik het apparaat nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte onderdelen können ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar het apparatusaat buiten het bereik van kinderen.
3.6 Belasting door trillingen
- Gevaar door trillingen De werkelijkke trillingssemissiewaardeijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor ofijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed�:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en+zijn deze vast verbonden met het apparatus?
- Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min möglichk om geluid en trillingen te beperken.
- Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud+kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddelijk uit en LAST het repareren door een geauthoriseerde serviceworkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener bloatgesteld aan trillingen, waardoor problemen konnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanner een symptom van 'dode vingers' worden waargenomen, onmiddelijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen,jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal
worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen (ca. beneden 10^ ) neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodate u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodenig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingenveroorzaken, worden verspreid over meertere dagen.
Wanner u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huidijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddelijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
- Als het apparaat vaak worden gebruikt, neemtu contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Leg in een werk-schema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.7 Omgang met benzine en olie
Explosie- en brandgevaar: Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosefer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kuren deze ontsteken, explodenen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zichfs sterfgevallen kan leiden. Neem het volgende in acht:
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist alkijd de volgende gedragsregels in acht.
Transporteer en bewaar benzine en olie uitsluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie Niet toegankelijk zijn voor kinderen.
Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieubescherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde te-rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter.
Tank het apparaat nooit af in gesloten ruimten. Op de vloer können sich benzinedampen
verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.
Veeg gemorste benzine alkijd onmiddelijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weglooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden.
Bij het morsen van benzine ontstaan benzinedampen. Start de motor waarom Niet opdezelfde plaats, maar op minstens 3m afstand.
Vermijd huidcontact met producten van minerale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag algijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.
Let erop dat uw kleding Niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddelijk wanneer benzine op uw kledingterecht-gekomen is.
Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of heteremotor.
4 MONTAGE

WAARSCHUWING!
Gevaren door onvolledige montage!
De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.
Gebruik het apparaat alleen als het volledig gemonteerd is!
- Controller voor het inschakelen of alle beschemmings- en beschermingsvoorzieningen aanwezig+zijn en functioneren!

WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door losrakende onderdelen van het apparatus
Tijdens de werkig losrakende onderden konnen ernstig letsel veroorzaken.
Bevestig maagereedschappen zo dat ze, tijdens het gebruik, Niet kunnen loskomen.
4.1 Montage bosmaaier BC 223 B
4.1.1 "Bike"-handgreep monteren (02, 03)
- Schuif de rubberen manchet (02/1) over de steel.
- Met de vier inbusbouten (02/2) de onderste lagerschaal (02/3) en de handgreephouder
(02/4) boven de rubberen manchet (02/1) bevestigen.
- De "Bike"-handgreep (02/5) in de handgreep-houser (02/4) leggen.
- Met de vier inbusbouten (02/7) de bovenste lagerschaal (02/6) op de handgreephouder (02/4) bevestigen.
- De "Bike"-greep zo uitlijnen, dat afstand A kleiner is dan afstand B (03/A, 03/B). Opmerking: Met de "Bike"-greep houdt u de bosmaaier.altijd rechts van het lichaam. Beide afstanden zich juist ingesteld, wanner het midden van de maakop zich midden voor het lichaam bevindt.
4.1.2 Draadkop monteren (04)
- Meeneemschijf (04/1) op de centreerstift (04/2) van de aandrijfas steken.
- Voor het vastzetten de inbussleutel (04/3) in de opening van de meeneemschif (04/1) steken.
- Schroef de draadkop (04/4) op de aandrijfas en trek hem vast. Opmerking: Linkse schroefdraad! Draai de draadspoel linksom vast!
4.1.3 Mesblad monteren (05)

WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel!
Door een versleten waaierschijf (05/5) kan het mesbladijdens de werkig losraken en ernstig letsel veroorzaken.
Monteer beslist de meergeleverde splitpen (05/8).
- Leg de bosmaaier zo neer, dat de maaikop omhoog wijst.
- Meeneemschijf (05/1) op de centreerstift (05/2) van de aandrijfas steken.
- Het mesblad (05/3) zodanig op de meeneem-schijf (05/1)plaatsen dat de boring van het mesblad precies over de centreerring van de meeneemsschijf komt.
- De flens (05/4) zodanig op het mesblad (05/3)plaatsen dat de platte zichde maar het snijmes is gericht.
- Getande borgring (05/5) aanbrengen.
-
Bevestigingsmoer (05/6) vastdraaien op de geleidepen (05/2). Daartoe de inbussleutel (05/7) in de waaroor bedoelde boringplaatsen en met de bougiesleutel linksom aanhalen. Opmerking: Linkse schroefdraad!
-
De bevestigingsmoer (05/6) met de splitpen (05/8) borgen.
4.1.4 Beschermplaat monteren (06)
- Beschermplaat (06/1) gegen de steel (06/2) aan leggen.
- Halve klem (06/3) van de andere Kant gegen de steel (06/2) aan leggen, drie inbusbouten (06/4) door de halve klem, steel en beschemplaat steken.
- Alle componenten met drie sluitringen (06/5) en drie bevestigingsmoeren (06/6) stevig bevestigen.
4.2 Montage bosmaier BC 223 L-S
4.2.1 Monteren van de handgreep (09)
- Schuif de rubberen manchet (09/1) over de steel (09/2).
- Leg de handgreep (09/3) vanaf de bovenzijde en de afstanshouser (09/4) vanaf de onderzijde om de rubberen manchet.
- Steek een inbusbout (09/5) van de boenzijde door de handgreep en draai hier, vanaf de onderzijde, losjes een moer (09/6) op. Herhaal deze stap met de overige inbusbouteen moeren.
- Draai alle inbusbouten vast.
4.2.2 Draadspoel monteren (10)
- Schroef de draadspoel (10/1) op de aandrijfas (10/2) en trek hem vast. Opmerking: Rechtse schroefdraad! Draadspoel rechtsom aandraaien!
4.2.3 Beschermplaat monteren (11)
- Steek een veerring (11/1) en een sluitring (11/2) op elke bout (11/3) M5 x 45 mm.
- Steek alle drie bouten met de veerring en de sluitring door het bovenste bevestigingsdeel (11/4) en plaats het geheel gegen de steel (11/a).
- Plaats het anschterste bevestigingsdeel (11/5) en de beschermplaat (11/6) gegen de steel (11/b).
- Draai de bouten vast.
4.2.4 De steelhelften in elkaar steken (12)
De steel van de bosmaier is deelbaar, zodat deze het opslaan van de maaier minder ruimte vraagt.
De steelhelften in elkaar steken
-
Draai de klembout (12/1) aan de bovenste steelhelft (12/2) los.
-
Onderste steelhelft (12/3) in tot de aanslag in de koppelingsmof steken (12/a) tot de knop (12/4) hoorbaar vastklikt. Let waar bij op het volgende:
De holle as in de onderste steelhelft moet in het vierkant vrijpen van de bovenste steelhelft. Zo nodig,kest u de onderste en bovenste steelhelftenijdens het instekeniets draaien.
3. Draai de klembout (12/1) weer vast.
Beide steelhelften uit elkaar trekken
- Klembout (12/1) losdraaien.
- Voor het vrijgeven de knop (12/4) indrukken (12/b) en de steelhelften uit elkaar trekken.
5 INGEBRUIKNAME

OPMERKING
Controleer het apparaat algid op beschadigingen voor de dagelijkse ingebruikname, nadat het apparaat is gevallen of ergens tegenaan is gestoten. Laat eventuele schade voor gebruik repare-ren.
5.1 Maak een benzine-oliemengsel aan entank het apparatusat vol
LET OP!
Gevaar voor beschadiging van de motor
Het gebruik van zuivere benzine leidt tot beschadiging van de motor tot het uittallen van de motor toe. In dergelijkke situaties+kennen bij de fabrikant geen aanspraken worden gemaakt op garantie.
Gebruik in de motor altijd een benzine-oliemengsel met de voorgeschreven mengverhouding.
Aanmaken van het benzine-oliemengsel
Voor de 2-taktmotor heeft u nodig:
Schone, loodvrije benzine met een octaangel tal van minimaal 90. Benzine die langer dan 2 maanden is opgeslagen veroorzaakt afzettingen in de motor die tot storingen leiden.
Kwalitatief hoogwaardige, synthetische olie voor 2-taktmotoren
Maak met deze twee componenten een benzine-oliemengsel met een verhouding van 50:1 aan:
| Mengverhouding | Benzine [li-ter] | 2-Taktolie [millimeter] |
| 50 delen benzine:1 deel 2-taktolie | 1 | 20 ml | |
| 3 | 60 ml | ||
| 5 | 100 ml |
- Giet de benzine en de 2-taktolie in een mengfles voor brandstof (zie de tabel voor de hoeveelheden, afhankelijk van de grootte van de mengfles).
- Sluit de mengfles af en schud deze herhaald en krachtig, zodate benzine en de olie goed vermengd worden.
Tanken van het benzine-oliemengsel (15)
- Plaats het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. De dop van de brandstoftank moet maar boven wijzen.
- Veeg de dop van de brandstoftank (15/1), de brandstoftank (15/2) en de omliggende delen van het apparaat schoon, zodat bij het tanken van het benzine-oliemengsel geen vuil in de brandstoftank kan belanden.
- Draai de dop van de brandstoftank langzaam los, zodate druk van het benzine-oliemeng-sel langzaam uit de brandstoftank kan ont-snappen maar de buitenlucht. Laat de dop aan de brandstoftank hangen.
- Steek een trechter (15/3) in de vulhals (15/4) van de brandstoftank.
- Giet het voorbereide benzine-oliemengseluit de mengfles (15/5) in de brandstoftank en vul deze tot aan de onderkant van de vulhals - maar Niet verder.
- Neem de trechter uit de vulhals en draai de dop handvast op de brandstoftank.
- Veeg eventueel gemorst benzine-oliemeng-sel van het apparaat en de ondergrond af.
6 BEDIENING
6.1 Voorbereiding
Voor het starten
Leg de bosmaier vlak en uit de buurt van obstakels op de grond. Het maigereedschap mag geen voorwerpen raken en nicht op de grond rusten.
Tijdens het starten
- Ga Niet op de steel staan, om beschadiging van de steel en de door de steel lopende aandrijfas te voorkomen.
Zorg dat u stabel staat en houd de bosmaai er stevig vast aan de behuizingsflens.
Standen van de chokehendel

CHOKERUN

Koude start
Wanner de motor koud is, d.w.z. wanner deze langer dan 5 Minutes nicht heeft gedraid, worden een "koude start" uitgevoerd.
Warme start
Wanner de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, worden een "warme start" uitgevoerd. Hierbij worden de choke nicht gebrukt.
6.2 Motor starten/stoppen BC 223 B (07)
Koude start
- Zet de Aan/Uit-schakelaar (07/1) in stand START.
- Vastzetten van de gashendel:
Druk de gashendel (07/2) in en houd deze ingedrukt.
Druk de vergrendelknop (07/3) in en houd deze ingedrukt.
Gashendel (07/2) loslaten - hij klikt op half gas vast.
Laat de vergrendelknop (07/3) los.
- Schuif de chokehendel (07/4) in stand CHOKE.
-
Druk de brandstoffevoerknop (07/5) ca.10\ keer kort en stevig in.
-
De motor starten:
Duw het apparaat met een hand stevig gegen de grond.
Trek met de andere hand de starterhandgreep (07/6) eerst voorzichtig en langzaamuit,toe een watstand voelbaar wordt.Trek de greep dan krachtig en snel omhoog,tot u weeer een watstand voelt(ong.1 armlengte).
Laat het starterkoord oprollen,ECHTER zonder de handgreep los te lately.
Herhaal de bovenstaande stappen enke- le malen, tot de motor start, maar verrolgens weeer stopt.
- De chokehendel in stand RUN schuiven:
Duw het apparaat met een hand stevig gegen de grond.
Trek met de andere hand de starterhand-greep (07/6) eerst voorzichtig en langzaamuit, tot een watstand voelbaar wordt.Trek de greep dan krachtig en snel omhoog,tot u weeer een watstand voelt (ong.1 armlengte).
Laat het starterkoord oprollen,ECHTER zonder de handgreep los te lien.
Herhaal de bovenstaande stappen enkle malen, tot de motor start en blijft lopen.
- Laat de motor een aantal minuten warmdraaien.
- Druk de gashendel kort in, zodat de vergrendelknop losklikt. De motor draait nu met een stationair toerental.
Opmerking: Druk de gashendel wee in,
wonneer de motor nicht meer rustig en constant loopt.
Warme start
Wanner de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat denen is uitgeschakeld, worden een "warme start" uitgevoerd. Hierbij worden de choke nicht gebrukt.
- Zet de Aan/Uit-schakelaar (07/1) in stand START.
- Controller of de chokehendel (07/4) in stand RUN staat.
Duw het apparaat met een hand stevig gegen de grond.
Trek met de andere hand de starterhand-greep (07/6) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een watstand voelbaar wordt. Trek de greedp dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een watstand voelt (ong. 1 armlengte).
Laat het starterkoord oprollen,ECHTER zonder de handgreep los te lien.
Herhaal de bovenstaande stappen enke- le malen, tot de motor start en blijft lopen.
De motor draait nu met een stationair toerental. Opmerking: Druk de gashendel wee in, wanneer de motor Nieteer rustig en constant loopt.
Motor stoppen
- Gashendel (07/2) loslaten en motor stationair laten draaien.
- Zet de aan/uit-schakelaar (07/1) in stand STOP.
- Wacht tot het maagereedschap tot stilstand is gekomen.
- Zet de Aan/Uit-schakelaar (13/1) in stand START.
- Vastzetten van de gashendel:
Druk de vergrendelknop (13/2) in en houd deze ingedrukt.
Druk de gashendel (13/3) in.
- Schuif de chokehendel (13/4) in stand CHOKE.
-
Druk de brandstoffoevoerknop (13/5) 7- tot 10-maal kort en stevig in.
-
De motor starten:
Druk het apparaat stevig op de grond en houd hierbij metdezelfde hand de blokeertoets (13/2) en de gashendel (13/3) ingedrukt.
Trek met de andere hand de starthendel (13/6) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot eenoorstand voelbaar worden. Trek de grep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer eenoorstand voelt (ca. 1 armlenge).
Laat het startkoord oprollen, darüber zonder de handgreep los te lately.
Herhaal de bovenstaande stappen enke- le malen, tot de motor start, maar verrolgens weeer stopt.
- De chokehendel in stand RUN schuiven:
Duw het apparaat met een hand stevig gegen de grond.
Trek met de andere hand de starthendel (13/6) eerst voorzichtig in langzaam uit, tot een waterrstand voelbaar worden. Trek de greedp dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een waterrstand voelt (ca. 1 armlengte).
Laat het startkoord oprollen,ECHTER ZONDER de handgreep los te lien.
Herhaal de bovenstaande stappen enke- le malen, tot de motor start en blijft lopen.
- Laat de motor een aantal minuten warmdraaien.
- Druk de gashendel kort in, zodat de vergrendelknop losklikt. De motor draait nu met een stationair toerental.
Opmerking: Druk de gashendel weer in,
wonneer de motor nicht meer rustig en constant loopt.
Warme start
Wanner de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, worden een "warme start" uitgevoerd. Hierbij worden de choke nicht gebrukt.
- Zet de Aan/Uit-schakelaar (13/1) in stand START.
- Controller of de chokehendel (13/4) in stand RUN staat.
Duw het apparaat met een hand stevig gegen de grond.
Trek met de andere hand de starthendel (13/6) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot eenoorstand voelbaar worden. Trek de grep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer eenoorstand voelt (ca. 1 armlenge).
Laat het startkoord oprollen,城县 zonder de handgreep los te lately.
Herhaal de bovenstaande stappen enkle malen, tot de motor start en blijft lopen.
De motor draait nu met een stationair toerental. Opmerking: Druk de gashendel wee in, wanneer de motor Nieteer rustig en constant loopt.
Motor stoppen
- Laat de gashendel (13/3) los, zodat de motor stationair loopt.
- Zet de Aan/Uit-schakelaar (13/1) in stand STOP.
- Wacht tot het maagereedschap tot stilstand is gekomen.
6.4 Maaidraad verlengenijdens het bedrijf (14)
De maiadraad worden korterijdens het gebruik en rafelt UIT.
- Laat de motor volgas draaien.
- Draadkop (14/1) herhaaldelijk op het gazon tikken (14/a). Daardoor wordt een stuk/Newwe maaidraad van de draadspoel afgewiekeld en het verbruike draadeinde afgesneden door de draadafsnijder (14/2).
7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK
Houd alteid een veilige werkpositie aan.
Werk nooit op een heuvel of helling wonneer\
deze glad of glibberig is.
Blijf bij maaiwerkzaamheden op hellingen al-tijd beneden het maigereedschap.
Laat de motor tijdens het trimmen en maaien alkijd in het hogere toerentalbereik draaien, dan maait de bosmaaier het best.
Bij een geblokkeerde maaidraad
Hoog gras of struikgewassen kuren de maia-draad blokkeren.
Voorkomen van blokkades: Maai hoog gras.altijd in meertere lagen. Werk waar bij.altijd van bovenaarbeneden.
Bij een blokkade: Schakel de motor direct uitten houd het apparaat omhoog, zodat de motor nielt beschadigd raakt.
7.1 Trimmen
Apparaatuitdebuurt houden van kwetsbare planten.
Laag trimmen
Houd de maaikoplichtaar voren gebogen, zodat de maaidraad het gras vlak boven de grond trimt.
Werk bij het trimmen altijd van uw lichaam af.
Trimmen langs hekken en voetstukken
Beweeg het apparaat voorzichtig en langzaam, zodate maaidraad geen massieve obstakels raakt.

OPMERKING
Bij het trimmen langs stenen muurtjes, voetstukken, hekken en bomen slijt de maaidraad extra snug.
Trimmen en boomstammen
Beweeg het apparaat bij het trimmen rond bomen voorzichtig en langzaam rond de stam, zodate maaidraad de bast Niet raakt.
- Trim rond boomstammen algijd van links maar rechts.
Maai het gras en het onkruid met het punje van de maaidraad en kantel de maaikoplicht maar voren.
7.2 Maien
Beweeg de maakop in een horizontale, boogvormige beweging van de ene Kant waar de andere.
Houd de maaikop waar bij steeds parallel aan de grond.
- Lang gras moet in meertere lagen worden gemaaaid. Werk waar bij.altijd van boven maar beneden.
Het apparaat snijdt het Beste op zeer hoge snelheid. Daarom het apparaat Niet overbelasten door het maaien van lang gras.
Kantel de maaikop onder een hoek van 30^ haar rechts, zodate u met het punte van de
maaidraad maait. Werk alkijd langzaam.
Met het apparaat Nietrechtstreeks langs harde obstakels (bijv. muren) maaien, maar zijdelings maaien. Daardoor wordt de maia-draad gespaard.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING

GEVAAR!
Levensgevaar door ondeskundig onderhoud
Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel en het gebruik van Niet toegestane reservedelen kunnenijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot de dood toe.
Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werk.
Gebruik uitsluitend originele, toegelatenreservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een fonctionele en schone staat verkeert.

VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel
Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen können letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alkijd beschermende handschoenen!
Correct onderhoud isoodzakelijk, om de functi onaliteit en de veiligheid van het apparaat in stand te honden. Let hierbij op de volgende pun- ten:
Voer uitsluitend onderhoudswerkzaamhedenuit, wanneer u beschikt over de benodigde kennis en gereedschappen.
Wacht tot de motor geheel is afgekoeld.
Vervang versleten of defecte onderdelen uitsluitend door originele reservedelen van de fabrikant.
U mag geen onderhoudswerkzaamheden uittvoeren, die Niet in deze gebruikshandleiding worden beschreiben. Neem hiervoor contact op met een erkende servicewerkplaats. Bij het Niet opvolgen van deze aanwijzingen verzalt de garantie van de fabrikant.
De intervallen voor de genoemde onderhoudswerkzaamheden vindt u in het onderhoudsschema (Onderhoudsschema).
Gebruik alkijd uitsluitend toegestane maigereedschappen (Toegestane maigereedschappen)!
8.1 Luchtfilter reinigen/ervangen (16)
LET OP!
Gevaar voor beschadiging van de motor
Het gebruik van de motor zonder lustfelter leidt tot ernstige beschadiging van de motor!
Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter.
Reinig het luchtfilter regelmatig.
Vervang een beschadigd luchtfilter.
- Luchtfilter demonteren:
Draai de bevestigingschroef (16/1) van het luchtfilterhuis los, tot het deksel van het luchtfilterhuis (16/2) los zit.
Neem het deksel van het luchtfilterhuis weg.
Trek de filterspons (16/3) los van het rooster (16/4).
- Reinigen van de filterspons (16/3):
Knijp de filtersponsuit en was deze met water en zeep schoon. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen!
Laat de filterspons goed drogen, totdat deze geen watereer bevat. Een vochtig filter kan ertoe leiden, dat de motor moeilijk start.
Wis het filterhuis grondig schoon met een poetsdoek.
- Vervangen van de filterspons (16/3):
Vervang de filterspons wanner deze nicht.
meer elastisch is, of uit elkaar valt.
- Luchtfilter monteren:
Steek de filterspons (16/3) op het rooster (16/4).
Plaats het deksel van het luchtfilterhuis (16/2) en houd het op+zijn plaats.
Draai de bevestigingschroef van het luchtfilter (16/1) vast, tot het deksel van het luchtfilterhuis stevig is bevestigd.
8.2 Brandstoffilter controleren/ervangen (17)
Het viltachtige brandstofffilter bevindt zich in de brandstoftank en is op de zuigkop gestoken. Wanner het brandstofffilter verhard, verruild of verstopt is, stroomt minder benzine maar de motor. In dit geval moet het brandstofffilter worden verwangen.
Wij raden aan deze klus door een erkende serviceworkplaats te lately uitvoeren.
-
Voorbereiden van het apparaat:
-
Om de brandstoftank leeg te make: Laat de motor draaien totdat deze vanzelf stocht.
-
Plaats het apparaat op een vlakke, steige ondergrond. De dop (17/1) van de brandstoftank (17/2)要去 waar boven wijzen.
Veeg de dop van de brandstoftank, de brandstoftank en de omligende delen van het apparaat schoon, zodat geen vuil in de brandstoftank kan belanden. -
Brandstofffilter controlleren/ervangen:
Draai de dop (17/1) van de brandstoftank (17/2). Laat de dop aan de brandstoftank hangen.
Trek de zuigkop (17/3) met een draadhaakuit de brandstoftank.
- Controleer het brandstofffilter (17/4). Wanner het vilt verhard, verruild of verstopt is: Trek het brandstofffilter van de zuigkop en schuif een新模式 brandstofffilter op+zijnplaats.
- Schuif de zuigkop wee in de brandstoftank.
- Maak een benzine-oliemengsel aan en tank het apparaat vol (zie Hoofdstuk 5.1 "Maak een benzine-oliemengsel aan en tank het apparaat vol", pagina 54).
8.3 Bougie onderhouden (18)
- Bougie demonteren:
Trek de bougiedop (18/1) los.
Draai de bougie (18/3) met behulp van een bougiesleutel (18/2)uit de motor.
2. Beoordelen van de bougie:
Wanner de bougiehelderbruin is: De motor werkt correct en de bougie is in orde.Indien nodig:Borstel de bougie voorzichtig schoon met een staalborstel (18/4).
Wanner de bougie is aangetast door roet of olie, is aangekoekt of deels gesmolten, of overbrugd zich: De bougie is defect. Vervang de bougie door een neue exemplaar. Gebruik het voorgeschreven type bougie (zie Hoofdstuk 13 "Technische gegevens", pagina 63).
Wanner de bougie na kort gebruik weefer defect is, moeten de motor en de afsteling van de carburateur worden gecontroleerd door een erkende serviceworkplaats.
3. Controlleren van de elektrodenafstand:
- Controller met een voelermaat (18/5), of de elektrodenafstand (18/6) 0,6 - 0,7 mm bedraagt. Wanner dit Niet het geval is, kunt u de elektroden voorzichtig aan elkaar toe tikken of uit elkaar buigen.
4. Wanner de voorgeschrevev verrangingsinterval is bereikt of de bougie defect is:
Vervang de bougie door een neue ex- emplaar. Gebruik het voorgeschreven type bougie (zie Hoofdstuk 13 "Technische gegevens", pagina 63).
5. Bougie monteren:
Let erop, dat de afdichtring (18/7) om de bougie ligt.
Schroef de bougie met hand waar in de motor en trek deze daarna vast met een bougiesleutel (aanhaalmoment 12 - 15 Nm).
Steekebdougiedopweer stevig op debougie.
8.4 Draadsnijder slijpen (19)
- Draai de bevestigingschroeven (19/1) los.
- Zet de draadafsnijder (19/2) vast in een bankschroef en scherp deze aan met een platte vijl. Vijl uitsluitend in een richting.
- Bevestig de draadafsnijder wee met de bevestigingsschroeven aan de afschemkap (19/3). Draai de bevestigingsschroeven stevig vast.
8.5 Onderhoudsschema
Volgende werkzaamhedenogensdode gebruikerzelfwordenuitgevoerd.Alle overige onderhouds-,service-en reparatiewerkzaamheden要去en door een erkende service reparatiewerkplaats wordenuitgevoerd.

OPMERKING
Bij zware belasting en bij hoge tempera-turen konnen kortere onderhoudsintervallen nodig zich dan in de tabel hierbo-ven zich vermeld.
| Activiteit eenma- | lig na 5 be-drijfsu-ren | voor elk gebruik | wekelijks | elke 50 be-drijfsu-ren | elke 100 be-drijfsu-ren | indien nodig | voor maaisei-zoen,JAarlijks |
| Carburateur | |||||||
| Stationair bedrivf contrôle-ren | X | ||||||
| Luchtfilter | |||||||
| reinigen X | |||||||
| vervangen X | |||||||
| Bougie | |||||||
| Elektrodenafstand contro-leren,evt. bijstellen | X | ||||||
| vervangen XX | |||||||
| Koelluchtinlaat | |||||||
| reinigen XX | |||||||
| Geluiddemper | |||||||
| Visuele en fysiieke inspec-tie | X | ||||||
| Brandstoftank | |||||||
| reinigen XX | |||||||
| Brandstofffilter | |||||||
| vervangen X | |||||||
| Bedieningselementen | |||||||
| Aan/uit-schakelaar, vergrendelknop, gashendel, starterkoord | X | ||||||
| Alle bereikbare schroeven (behalte stelschroeven) | |||||||
| aandraaien XX | |||||||
| Gehele apparaat | |||||||
| Visuele en fysiieke inspec-tie | X | ||||||
| reinigen XX X | |||||||
9 HULP BIJ STORINGEN

VOORZICTHIG!
Risico op letsel
Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen können letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
Schakel het apparaatuit!

OPMERKING
Motor start Niet of moeizaam.
De motor is op onjuiste wijze gestart.
zie Hoofdstuk 6.2 "Motor starten/ stoppen BC 223 B (07)", pagina 55, zie Hoofdstuk 6.3 "Motor starten/ stoppen BC 223 L-S (13)", pagina 56
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| De bougie is verruild, defect of de elektrodenafstand klopt nicht. | zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhouden (18)", pagina 58 | |
| Het luchtfilter is verruild. zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilter reini-gen/vervangen (16)", pagina 58 | ||
| Het brandstofffilter is versleten. zie | Hoofdstuk 8.2 "Brandstofffilter controleren/vervangen (17)", pagi-na 58 | |
| De afstelling van de carburateur is onjuist. | Neem contact op met een erkende serviceworkplaats. | |
| Chokehendel staat in stand CHOKE. | Schuif de chokehendel in stand RUN. | |
| De motor start, maar heeft maar weinig vermo-gen. | Chokehendel staat in stand CHOKE. | Schuif de chokehendel in stand RUN. |
| Het luchtfilter is verruild. zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilter reini-gen/vervangen (16)", pagina 58 | ||
| Het brandstofffilter is versleten. zie | Hoofdstuk 8.2 "Brandstofffilter controleren/vervangen (17)", pagi-na 58 | |
| De afstelling van de carburateur is-onjuist. | Neem contact op met een erkende serviceworkplaats. | |
| Motor loopt onregelmatisch het toerental neemt Niet toe wanner gas worden geveen. | De bougie is verruild, defect of de elektrodenafstand klopt nicht. | zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhouden (18)", pagina 58 |
| De afstelling van de carburateur is onjuist. | Neem contact op met een erkende serviceworkplaats. | |
| Motor stoot veel, blauwachtige rook UIT. | Oliegehalte in benzine-oliemeng-sel te hoog. | Vul de brandstoffank met een benzi-ne-oliemengsel met een juiste mengverhouding,zie Hoofdstuk 5.1 "Maak een benzi-ne-oliemengsel aan en tank het ap-paraat vol", pagina 54 |
| De afstelling van de carburateur is onjuist. | Neem contact op met een erkende serviceworkplaats. | |
| De motor begint abnor-maal sterk te trillen. | Onderdelen van het apparaat/de motor+zijn losgeraakt en/of zijn beschadigd. | 1. Stop de motor.2. Controleer het apparaat op be-schadigingen.3. Bougie controleren, zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhouden (18)", pagina 584. Neem contact op met een er-kende serviceworkplaats. |
10 TRANSPORT
Transporteren van het apparaat:tussen twee werkplekken
- Motor uitzetten.
- Plaats de transportbescherming over het mesblad.
- Houd de bosmaaier stevig vast aan het motorblok en aan de handgreep.
- Begeef u voorzichtig maar de volgende werkplek. Breng dieren en Personen Niet in gevaar.
Apparaat in een voertuig transporteren
- Indien möglichk: Maak de brandstoftank leeg door de motor te lately draaien.
- Motor uitzetten.
- Plaats de transportbescherming over het mesblad.
- Voorkom dat het apparaatijdens het rijden omvalt en zo benzine-oliemengsel morst:
Leg het apparaat zo neer, dat de dop van de brandstoftank omhoog wijst. De dop要去 stevig op de brandstoftank zich ge-draaid.
Zet het apparaat vast op de vloer.
11 OPSLAG
Wanner u het apparaat langer dan 2 à 3 maanden Niet gaat gebruiken, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd, om beschadigingen te voorkomen:
- Maak de brandstoftank leeg:
Laat de motor draaien totdat deutsche vanzelf stopt. Zo is er in de brandstoftank en in de carburateur geen benzine-oliemengsel meer aanwezig er{kunnen zich geen afzettingen vormen.
- Het apparatus reinigen:
Wis het gehele apparaat en de bijbehorende accessoires schoon met een poetsdoek. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen.
Verwijder eventuele vuil uit alle openings in het apparaat (bijv. koelopeningen voor de motor).
- Cylinder smeren:
Laat het apparaat volledig afkoelen.
Trek de bougiedop los en draai de bougieuit de motor (zie Hoofdstuk 8.3 "Bougie onderhouden (18),"pagea 58).
Druppel een Klein beetje olie in de opening voor de bougie.
Trek langzaam aan de starterhandgreep, zodate zuiger beweegt en de olie over de cilinder worden verdoeffel.
Schroef de bougie weeR vast en plaats de bougiedop.
- Plaats de transportbescherming over het mesblad.
- Berg het apparaat op een zo droog möglichkeplaats op.

VOORZICHTIG!
Risico op letsel
Als kinderen en onbevoegdenijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.
Bewaar het apparaat op een plek die ontogankelijk is voor kinderen en onbevoegde Personen.
12 VERWIJDEREN

Benzine en motorolie horen nicht bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar要去en afzonderlijk worden weggedaan!
Voordat het apparaat wordt afgedabkt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!
Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaardigd van materialen die voor hergebruik geschikt zich. Verwijder deze waarom dienovereenkomstig.
| BC 223 L-S Artikelnr.: 113691 | BC 223 B Artikelnr.: 113692 | |
| Leeggewicht 5,1 kg 5,5 kg | ||
| Motortype Luchtgekoelde 2-takt- motor, 1 cilinder | Luchtgekoelde 2-takt-motor, 1 cilinder | |
| ■ Motorgewicht 2,8 kg 2,8 kg | ||
| ■ Cilinderinhoud 22.5 cm | 3 | 22.5 cm³ |
| ■ Maximaal motorvermögen bij 8000 min-1 | 0,7 kW (0,95 pk) 0,7 kW (0,95 pk) | |
| ■ Maximaal toerenal 9500 min | -1 | 9500 min-1 |
| ■ Stationair toerenal 3200 (±200) min | -1 | 3200 (±200) min-1 |
| ■ Bougie CMR6A CMR6A | ||
| ■ Ontsteking elektronisch elektronisch | ||
| ■ Koppeling Centrifugaalkoppeling Centrifugaalkoppeling | ||
| ■ Tankinhoud (benzine) | 550 cm³ | 550 cm³ |
| ■ Benzine | Loodvrij, octaangetal mi-nimaaal 90 | Loodvrij, octaangetal mi-nimaaal 90 |
| ■ Olie | Synthetisch, voor 2-takt-motoren | Synthetisch, voor 2-takt-motoren |
| ■ Mengverhouding brandstof [benzine : 2-tak-tolie] | 50:1 | 50:1 |
| Handgreep | Ringvormige greed | "Bike"-greep |
| Maaibreedte draadspoel (doorsnede) | 415 mm | 415 mm |
| Doorsnede maaidraad | 2,0 mm | 2,5 mm |
| Doorsnede mesblad | — | 255 mm |
| Toerental maigereedschap | max. 7500 (±500) min-1 | max. 8000 (±500) min-1 |
| Gemeten geluidsdrukniveau LpA (volgens EN ISO 22868) | 93,7 dB(A) | 94,9 dB(A) |
| Onnauwkeurigheid meting | K = 3,0 dB(A) | K = 3,0 dB(A) |
| Gemeten geluidsdrukniveau LwA (volgens EN ISO 22868) | 108,4 dB(A) | 109,0 dB(A) |
| Onnauwkeurigheid meting | K = 3,0 dB(A) | K = 3,0 dB(A) |
| Gegarandeerd geluidsdrukniveau | 112,0 dB(A) 112,0 dB(A) | |
| Gemeten trillingspiek aan de handgreep (volgens EN ISO 22867) | Voor: 6,75 m/s² | Links: 4,83 m/s² |
| Onnauwkeurigheid meting | Achter: 8,0 m/s² | Achter: 3,52 m/s² |
| K = 1,5 m/s² | K = 1,5 m/s² | |
14 AANVULLENDE INFORMATIE OVER CO2-WAARDEN
Volgens articlel 43 lid 4 van de EU-verordening nr.2016/1628 zij wij verplicht de CO_2 -waarde te verstrekken die in het kader van de EU-typegoedkeuringsprocedure is vastgesteld.
De CO_2 -waarden van de Honda-motoren met EU-typegoedkeuring zijn op https://www.al-ko.com/shop/media/al-ko-engines/ co2.pdf gepubliceerd.
Deze CO_2 -meting is het resultaat van het testen van een basismotor die representatief is voor het
motortype of de motorfolie in een vaste testcclus onder laboratoriumomstandigheden en vomt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie voor de prestaties van een bepaalde motor.
15 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kurz u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts
16 GARANTIE
Eventueel binnen de wettelijkke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefounten van het apparaat worden maar eigien oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een verrangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werk aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
Deskundig gebruik
Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normala gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxx (x) zijn aangeduid
- Verbrandingsmotoren (hieropঃn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is waar bij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon maar uw dealer ofaar deuchtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaringaat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
17 VERTALING VAN DE OORSPRONKELIJKE EU-/EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
We verklaren hierbij onder unsere eigen verantwoordelijkheid dat dit product, zoals het op de markt worden gebracht, voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde EU-richtlijnen, EU-veiligheidsnormen en productspecifieke normen.
Product
Benzine bosmaai/-grastrimmer
Serienummer
G1071012
Type
BC 223 B (bosmaaier)
gemeten / gegandeerd
Beoordeling van overeenstemming
2000/14/EC Annex V
Gemachtigde documentatione
Andreas Hedrich
Ichenhauser Str. 14
89359Kotz(D)
Geharmoniseerde normen
EN ISO 11806-1:2011
EN ISO 14982:2009
EN ISO 22868:2011
EN ISO 22867:2011
Kotz, 2019-01-16
Pdcl
Peter Kaltenstadler
Managing Director