B 200 R Bp - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 200 R Bp Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 200 R Bp - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 200 R Bp van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 200 R Bp Kärcher
I firmatari agiscono per incarico e con delega della dire- zione. Responsabile della documentazione: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 01/03/2021 Inhoud Algemene instructies Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele ge- bruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen. Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgen- de eigenaars. Functie Deze schuurzuigmachine wordt voor de natte reiniging of voor het polijsten van effen vloeren gebruikt. Het apparaat kan door instellen van de waterhoeveelheid, de borsteldruk, de reinigingsmiddelhoeveelheid aan de rij- snelheid an aan de desbetreffende reinigingstaak worden aangepast. De dosering van het reinigingsmiddel gebeurt door het toevoegen aan het verswaterreservoir of via een optionele doseerinrichting (DOSE). Instructie Overeenkomstig de desbetreffende reinigingstaak kan het apparaat met verschillend toebehoren worden uit- gerust. Vraag naar onze catalogus of bezoek ons op in- ternet op www.kaercher.com. Reglementair gebruik Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, kantoren en verhuurbedrijven. Ge- bruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de gege- vens in deze gebruiksaanwijzing. ● Het apparaat mag alleen voor de reiniging van voch- tongevoelige en polijstongevoelige, gladde vloeren worden gebruikt. ● Dit apparaat is bedoeld voor het reinigen van bin- nenruimtes. ● Het bedrijfstemperatuurbereik ligt tussen +5 °C en +40 °C. ● Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen).
Het apparaat is geschikt voor een maximale water- hoogte van 1 cm. Rijd geen gebied in, als het risico be- staat dat het maximale waterpeil wordt overschreden. ● Bij het gebruik van oplaadapparaten of accu’s mo- gen alleen de in de gebruiksaanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende combinatie moet door de verantwoordelijke leveran- cier van het oplaadapparaat en/of de accu zijn goedgekeurd. ● Het apparaat is niet bedoeld voor het reinigen van openbare verkeerswegen. ● Het apparaat mag niet worden gebruikt op drukge- voelige vloeren. Houd rekening met de toegestane oppervlaktebelasting van de vloer. De door het ap- paraat veroorzaakte oppervlaktebelasting is gespe- cificeerd in de technische gegevens. ● Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in explo- siegevaarlijke omgevingen. ● Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een maximale stijging (zie hoofdstuk “Techni- sche gegevens”). Milieubescherming Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gescheiden afval weg. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak on- derdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij on- juiste omgang of verkeerd weggooien een mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kun- nen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen echter noodzakelijk. Apparaten met dit symbool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Instructies voor inhoudsstoffen (REACH) Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reser- veonderdelen. Deze garanderen een veilige en sto- ringsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Leveringsomvang Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur. Veiligheidsinstructies Neem voor het eerste gebruik van het apparaat deze handleiding en de bijbehorende brochure veiligheidsin- structies voor borstelreinigingsapparaten en sproei-ex- tractieapparaten, nr. 5.956-251.0 in acht, en handel overeenkomstig. Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaktes met een begrensde stijging (zie “Technische gegevens”). 몇 WAARSCHUWING Het apparaat kan kantelen Gevaar voor letsel Gebruik het apparaat alleen op oppervlakken die de toegestane helling niet overschrijden (zie hoofdstuk "Technische gegevens"). 몇 WAARSCHUWING Gevaren voor ongevallen door onjuiste bediening Er kunnen mensen gewond raken. Bedieners moeten adequaat in het gebruik van het ap- paraat worden getraind. Het apparaat mag alleen worden gebruikt, als de kap en alle deksel gesloten zijn. Veiligheidsinrichtingen 몇 VOORZICHTIG Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen Veiligheidsinrichtingen zijn er voor uw veiligheid. Verander of omzeil veiligheidsinrichtingen nooit. Veiligheidsschakelaars Voor onmiddellijke buitenbedrijfstelling van alle functies: Zet de veiligheidsschakelaar op „0“. ● Het apparaat remt hard, als de veiligheidsschake- laar is uitgeschakeld. ● De veiligheidsschakelaar werkt rechtstreeks op alle apparaatfuncties Stoelschakelaar Als de bestuurder tijdens het werk of tijdens het rijden de stoel verlaat, schakelt de stoelschakelaar de aan- drijfmotor na een korte vertraging uit. Symbolen op het apparaat 몇VOORZICHTIG Gevaar voor beknelling Bij het naar beneden zwenken van het vuilwa- terreservoir kunnen handen bekneld raken. Houd geen lichaamsdelen tussen tank en apparaat als u het vuilwaterreservoir omlaagzwenkt. GEVAAR Gevaar voor ongevallen Bij hoge snelheden is er op hellingen een ver- hoogd risico op kantelen. Rijd op hellingen langzaam naar beneden. Draai niet op hellingen. Vermijd bij snel rijden schokkerig sturen met een grote stuuruitslag. GEVAAR Gevaar voor elektrische schok Als u de accupolen tijdens het opla- den aanraakt, bestaat er kans op let- sel door hoge elektrische spanning. Verwijder de poolbeschermkappen op de accupolen niet. Let op de juiste montage van de paalbeschermkappen. Ook voor apparaten met beschermdak GEVAAR Gevaar voor ongevallen Het beschermdak is zwaar en trekt het vuilwa- terreservoir naar achteren wanneer deze wordt gezwenkt. Het apparaat kan kantelen en mensen ver- wonden. Zwenk het vuilwaterreservoir langzaam terwijl u hem stevig vasthoudt om de snelheid te controleren. 몇WAARSCHUWING Gevaar voor beknelling Er treden grote krachten in werking wanneer het vuilwaterreservoir naar voren wordt ge- zwenkt. Let er bij het naar voren zwenken op dat er zich geen li- chaamsdelen tussen vuilwaterreservoir en apparaat be- vinden. LET OP Kantelgevaar Het beschermdak verhoogt het risico van kan- telen. Rijd langzaam op hellingen en stuur voorzichtig. Livello di potenza acustica L
- optioneel Kleurmarkering ● Bedieningselementen voor het reinigingsproces zijn geel. ● Bedieningselementen voor onderhoud en service zijn lichtgrijs. Bedieningsveld Afbeelding B 1 Claxon 2 Rijrichtingsschakelaar 3 Programmaschakelaar 4 Veiligheidsschakelaars 5 * Schakelaar zijschrobdek/zijbezem 6 Intelligente sleutel 7 Display 8 Infoknop
- optioneel Programmaschakelaar Afbeelding C 1 OFF Apparaat is uitgeschakeld. 2 Transportrit Rijden naar de plaats van gebruik. 3 Eco-programma Reinig de vloer nat (met minder water en een lagere borstelsnelheid) en zuig vuil water op (met vermin- derde zuigkracht). 4 Schrobzuigen Reinig de vloer nat en zuig vuil water op. 5 Verhoogde borstelcontactdruk Reinig de vloer nat (met hogere contactdruk) en zuig het vuile water op. 6 Schuren/aanbrengen zonder opzuigen Maak de vloer nat en laat het reinigingsmiddel in- werken. 7 Zuigen Zuig het vuil op. 8 Polijsten Polijst de vloer zonder vloeistof en een hoge bor- stelsnelheid. Houder zuigbalk ● Bij het rijden door nauwe ruimtes kan de zuigbalk worden verwijderd en in een van de openingen aan het deksel van het vuilwaterreservoir worden ge- hangen. Afbeelding D 1 Zuigbalk 2 Inhangpunt Symbolen op het apparaat
- optioneel Beschermdak (optie) Het beschermdak beschermt de bestuurder van het ap- paraat tegen vallende voorwerpen. In het geval van apparaten met een beschermdak, is het vuilwaterreservoir voorzien van een vergrendeling. De- ze vergrendeling voorkomt dat het vuilwaterreservoir onbedoeld terugzwenkt door krachten die op het be- schermdak inwerken. Afbeelding E 1 Beschermdak 2 Beveiligingsplaat 3 Zeskantschroef M8x16, schijf Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken
1. Het vuilwaterreservoir leegmaken.
2. De borgschroef eruit draaien.
3. Het vuilwaterreservoir goed vasthouden en lang-
zaam naar achteren zwenken. Het vuilwaterreservoir naar voren zwenken 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor beknelling Lichaamsdelen kunnen bekneld raken tussen het appa- raat en het vuilwaterreservoir. Let er bij het naar voren zwenken op dat er zich geen li- chaamsdelen tussen het apparaat en het vuilwaterre- servoir bevinden.
1. Het vuilwaterreservoir goed vasthouden en lang-
zaam naar voren zwenken.
2. De borgschroef erin draaien en aantrekken.
Montage Accu’s Aanbevolen accusets
- Minimaal volume van de acculaadruimte ** Minimale luchtstroom tussen acculaadruimte en om- geving Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de batterij en op de batterij alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen. Oogbescherming dragen. Kinderen uit de buurt van zuur en batterij houden. Explosiegevaar Vuur, vonken, open licht en roken verbo- den. Verbrandingsgevaar Eerste hulp. Waarschuwing Afvalverwijdering Batterij niet in de vuilnisbak gooien. Greep voor het omhoogzwenken van het vuilwaterreservoir Sjoroog *Mophouder *Wateraansluiting vulsysteem *Wateraansluiting spoelsysteem vuilwater- reservoir Aftapopening verswaterreservoir Aftapopening vuilwaterreservoir Beschrijving Bestelnr. Volume
6,975 2,79 Accuset 180Ah, 6 blokken, onder- houdsvrij 4.654-
24,75 9,946 Nederlands Maximale accu-afmetingen
- zoals bij 4.654-306.7 ** zoals bij 4.654-307.7 Accu's plaatsen en aansluiten Bij de variant "Pack" zijn de accu's al ingebouwd. 몇 VOORZICHTIG Uit- en inbouwen van de accu's Instabiele stand van de machine Zorg er bij het in- en uitbouwen van de accu's voor dat de machine veilig staat. LET OP Verwisselen van de polariteit Onbruikbaar worden van de besturingselektronica Let bij het aansluiten van de accu op juiste poling. LET OP Diepontlading Beschadigingsgevaar Laad de accu's voor de inbedrijfstelling van het apparaat.
1. Het vuilwater aftappen.
Instructie Bij apparaten met een beschermdak absoluut de aan- wijzingen in het hoofdstuk "Beschermdak" in acht ne- men.
2. Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken.
3. De accu's in het apparaat plaatsen.
Afbeelding F Afbeelding G Afbeelding H Afbeelding I Afbeelding J Afbeelding K
4. De polen met de verbindingskabels verbinden.
5. De meegeleverde aansluitkabel op de nog vrije ac-
7. De accustekker aan apparaatzijde met de accustek-
ker aan accuzijde verbinden.
8. Het vuilwaterreservoir naar voren zwenken en slui-
9. Het accutype instellen (zie hoofdstuk "Grijze intelli-
gente sleutel"). LET OP Beschadigingsgevaar Door diepontlading kan de accu worden beschadigd. Laad de accu vóór de ingebruikneming van het appa- raat op. Accu laden Instructie Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen die- pontlading, d.w.z. dat als de nog toegestane minimale capaciteit wordt bereikt alleen met het apparaat kan worden gereden. Op het display verschijnt de weergave "Batterij oplade" en "Batterij oplade". Bij gebruik van andere accu's (bijv. van andere fabrikan- ten) moet de diepontladingsbeveiliging voor de betref- fende accu door de Kärcher-klantenservice opnieuw worden ingesteld. GEVAAR Onjuist gebruik van de oplader Elektrische schok Neem de netspanning en de zekering op het typeplaatje van het apparaat in acht. Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoende ventilatie. Bij het opladen van de accu ontstaan brandbare gassen Explosiegevaar Laad de accu's alleen in een geschikte ruimte. De ruim- te moet een minimumvolume hebben, afhankelijk van het accutype en een luchtverversing met een minimum- luchtstroom (zie "Aanbevolen accu's"). LET OP Verzamelen van gevaarlijke gassen tijdens het la- den onder de tank Explosiegevaar Zwenk voor het laden van onderhoudsvrije accu's het vuilwaterreservoir omhoog. Instructie De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10-12 uur. De aanbevolen oplaadapparaten (passen bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elektronisch geregeld en be- ëindigen het laadproces automatisch. Het apparaat kan tijdens laden niet worden gebruikt.
1. Het apparaat direct naar de oplader verplaatsen,
hierbij stijgingen vermijden. Interne oplader
1. Het netsnoer met de apparaatstekker op het appa-
raat aansluiten. Afbeelding L 1 Apparaatstekker voor laadsnoer
2. De netstekker van de interne oplader in het stopcon-
tact steken. Op het display wordt een accusymbool en de laad- toestand van de accu's weergegeven. De display- verlichting gaat uit. Instructie Bij het opladen zijn alle reinigings- en rijfuncties geblok- keerd. Als de accu volledig is opgeladen, toont het display "Batterij vol!".
3. Om het laden te beëindigen, de stekker van de op-
lader uit het stopcontact trekken.
4. De netkabel rond de kabelhaken wikkelen.
Externe oplader LET OP Gebruik van een niet-passende oplader Beschadigingsgevaar Verbind de oplader niet met de accustekker aan appa- raatzijde. Gebruik alleen een bij het ingebouwde accutype pas- sende oplader. Lees de gebruiksaanwijzing van de opladerfabrikant door en let met name op de veiligheidsinstructies. Instructie Bij apparaten met een beschermdak absoluut de aanwij- zingen in het hoofdstuk "Beschermdak" in acht nemen.
1. Het vuilwaterreservoir leegmaken.
2. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
3. Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken.
4. De accustekker aan apparaatzijde eraf trekken.
5. De accustekker aan accuzijde met de oplader ver-
6. De netstekker van de oplader in het stopcontact ste-
7. Het laadproces volgens de aanwijzingen in de ge-
bruiksaanwijzing van de oplader uitvoeren.
8. De accustekker aan apparaatzijde met de accustek-
ker aan accuzijde verbinden.
9. Het vuilwaterreservoir naar voren zwenken.
Onderhoudsvrije accu’s (nat) GEVAAR Bijvullen van water in ontladen toestand van de accu Risico op brandwonden door uittreden van zuur, on- bruikbaar worden van kleding Gebruik bij de hantering van accuzuur een veiligheids- bril, beschermende kleding en beschermende hand- schoenen. Neem de voorschriften in acht. Spoel eventuele zuurspatten op de huid of de kleding onmiddellijk weg met veel water. LET OP Gebruik van water met additieven Defecte accu's, verlies van de aanspraak op garantie Gebruik voor het bijvullen van de accu's alleen gedestil- leerd of ontzilt water (EN 50272-T3). Gebruik geen additieven, zogenaamde verbeterings- middelen, omdat dan de garantie komt te vervallen.
1. Een uur voor het einde van de laadprocedure gede-
stilleerd water toevoegen. Hierbij de juiste zuur- stand conform de kenmerking van de accu in acht nemen. Aan het einde van de laadprocedure moeten alle cellen gassen.
2. Gemorst water verwijderen. Ga hiervoor te werk zo-
als beschreven in het gedeelte “Accu's reinigen” van het hoofdstuk Verzorging en onderhoud. Aanwijzingen voor de eerste oplading Instructie Bij de eerste keer opladen herkent de besturing nog niet welk type accu er is geplaatst. De accu-indicator werkt dan nog niet precies. Een "V" rechts van de balk op de accu-indicator geeft aan dat de eerste oplading nog niet werd uitgevoerd.
2. Het apparaat na het eerste opladen van de accu's
gebruiken tot de diepontladingsbeveiliging de bor- stelaandrijving en de afzuiging uitschakelt.
3. Vervolgens de accu's correct en volledig opladen.
Na de eerste keer opladen verdwijnt de "V" rechts van de accu-indicator. Instructie Als in het accumenu een accutype is geselecteerd, moet het hierboven beschreven proces opnieuw wor- den uitgevoerd. Dit is ook het geval als het accutype dat al is ingesteld opnieuw wordt geselecteerd. Accu-indicator De laadtoestand van de accu's wordt op het display op het bedieningspaneel weergegeven. ● De lengte van de balk geeft de laadtoestand van de accu weer. ● Gedurende de laatste 30 minuten wordt de reste- rende gebruiksduur in minuten weergegeven. Accu uitbouwen 몇 VOORZICHTIG Uit- en inbouwen van de accu's Instabiele stand van de machine Zorg er bij het in- en uitbouwen van de accu's voor dat de machine veilig staat. Instructie Bij apparaten met een beschermdak absoluut de aan- wijzingen in het hoofdstuk "Beschermdak" in acht ne- men.
1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
2. Het vuilwater aftappen.
3. Het vuilwaterreservoir naar achteren zwenken.
4. De accustekker eruit trekken.
5. De kabel van de minpool van de accu losmaken.
8. De opgebruikte accu's conform de geldende bepa-
lingen afvoeren. Uitpakken
1. De verpakkingsfolie verwijderen.
2. De spanband verwijderen.
3. 4 bodemplanken van de pallet zijn met schroeven
bevestigd. Deze planken losschroeven.
4. Deze planken zo op de rand van de pallet leggen dat
ze vóór de wielen van het apparaat liggen. Afbeelding M 1 Plank 2 Balk
5. De planken met de schroeven bevestigen.
7. De houten lijsten vóór de wielen verwijderen.
Apparaat van de pallet duwen
1. Bij alle apparaatvarianten behalve "low wheel pres-
sure" aan de hendel van de rem aan het voorwiel trekken en een muntstuk tussen hendel en rem ste- ken. Afbeelding N 1 Remhendel voor (alle apparaatvarianten behalve B 150 low wheel pressure) 2 Remhendel achter (alleen apparaatvariant Adv en B 150 low wheel pressure)
2. Bij de apparaatvariant "Adv" en "low wheel pressu-
re" de procedure aan de achteras herhalen.
3. Het apparaat langzaam van de helling duwen.
GEVAAR Gevaar voor ongevallen Als de remmen zijn uitgeschakeld, heeft het apparaat geen remwerking. Verwijder de munten onmiddellijk nadat het apparaat van de pallet is geduwd.
4. Verwijder de munten tussen de hendel en de behui-
zing. Van de pallet rijden Om van de pallet te kunnen rijden, moeten de accu's ge- plaatst en opgeladen zijn.
1. De intelligente sleutel aan het bedieningspaneel er-
2. De veiligheidsschakelaar op "1" zetten
3. Zet de programmaschakelaar op transport.
4. De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
5. Het gaspedaal intrappen.
6. Langzaam met het apparaat van de pallet rijden.
7. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
Reinigingskop inbouwen De montage van de reinigingskop wordt beschreven in het hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden". Instructie Bij sommige modellen is de reinigingskop al gemon- teerd. Monteer borstels
1. De montage van de borstels wordt beschreven in
het hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden". Zuigbalk monteren
1. Beide klemhendels naar boven zwenken.
Afbeelding O 1 Zuigslang Positie A* B** Lengte 244 mm 312 mm Breedte 190 mm 182 mm Hoogte 275 mm 365 mmNederlands 47 2 Zuigbalkophanging 3 Zuigbalk 4 Klemhendel
2. De zuigbalk in de zuigbalkophanging plaatsen.
3. Beide klemhendels naar onderen zwenken.
Werking GEVAAR Vallende voorwerpen Gevaar voor letsel In gebieden waar het bedieningspersoneel geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat niet zonder beschermdak worden gebruikt. LET OP Gevaarlijke situatie tijdens bedrijf Gevaar voor letsel Zet bij gevaar de veiligheidsschakelaar in de stand "0". Bestuurdersstoel instellen
1. Bedien de stoelverstelhendel en verplaats de stoel
naar de gewenste positie.
2. Laat de hendel voor het instellen van de stoel los en
zet de stoel vast. Het apparaat inschakelen
1. Op de bestuurdersplaats plaats nemen.
2. De intelligente sleutel erin steken.
3. De veiligheidsschakelaar op "1" zetten.
4. De programmaschakelaar op de gewenste functie
5. Als op het display een van de onderstaande indica-
ties verschijnt, dan de voet van het gaspedaal ne- men, de veiligheidsschakelaar op "0" zetten en de nodige onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
6. Op de infoknop drukken.
7. De teller voor het onderhoud terugzetten (zie "Grijze
intelligente sleutel/onderhoudsteller terugzetten"). Instructie Als de teller niet wordt teruggezet, verschijnt de onder- houdsindicator telkens bij het inschakelen van het ap- paraat opnieuw. Licht inschakelen Dagrijverlichting De dagrijverlichting is aan als het apparaat ingescha- keld is. Werklamp (optie)
1. Zet de programmaschakelaar op transport.
2. Op de infoknop drukken.
3. Draai de infoknop tot "Schakelmenu" wordt ge-
4. Op de infoknop drukken.
5. Druk op de infoknop tot "Werklicht" is gemarkeerd.
6. Op de infoknop drukken.
Parkeerrem controleren GEVAAR Defecte parkeerrem Gevaar voor ongevallen Controleer voor elke handeling de werking van de par- keerrem op het niveau.
1. Het apparaat inschakelen.
2. De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
3. Zet de programmaschakelaar op transport.
4. Het gaspedaal licht intrappen.
De rem moet hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op effen terrein vlot wegrollen.
5. Het gaspedaal loslaten.
De rem moet hoorbaar vergrendelen. Is dit niet het geval, stel het apparaat dan buiten bedrijf en bel de klantenservice. Rijden GEVAAR Geen remwerking Gevaar voor ongevallen Voordat u het apparaat gebruikt absoluut de werking van de parkeerrem controleren. Gebruik het apparaat in geen geval als de parkeerrem niet werkt. GEVAAR Geen remwerking tijdens bedrijf Als het apparaat tijdens het gebruik geen remwerking meer heeft, ga dan als volgt te werk: Als het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal niet tot stilstand komt, mag u om veiligheidsredenen de veiligheidsschakelaar al- leen op "0" zetten als u de correcte mechanische wer- king van de parkeerrem vóór de ingebruikneming van het apparaat hebt gecontroleerd. Stel het apparaat na het bereiken van de stilstand buiten bedrijf en bel de klantenservice. Neem de onderhoudsvoorschriften voor remmen in acht. GEVAAR Onvoorzichtig rijden Kantelgevaar Rij in rijrichting en dwars op de rijrichting alleen op hel- lingen tot maximaal 10% (Adv 15%). Draai niet op hellingen. Rijd langzaam door bochten en op natte ondergrond. Rijd met het apparaat uitsluitend op verharde onder- grond. Verhoogd kantelgevaar bij apparaten met een be- schermdak Als het beschermdak tegen obstakels botst, is er een verhoogde kans op kantelen. Rijd voorzichtiger als u een apparaat met beschermdak gebruikt. Let op de maximale doorrijhoogte op de plaats van ge- bruik. De hoogte van het apparaat vindt u in het hoofd- stuk "Technische gegevens". 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel Beweeg voorzichtig zodat uw hoofd het beschermdak niet raakt wanneer u op het apparaat stapt. Instructie De rijrichting kan tijdens het rijden worden gewijzigd. Zo kunnen door het meermaals vooruit- en terugrijden heel matte plaatsen worden gepolijst.
1. De zitpositie innemen.
2. De intelligente sleutel erin steken.
3. De veiligheidsschakelaar op "1" zetten.
4. De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
5. De rijrichting met de rijrichtingsschakelaar aan het
bedieningspaneel instellen.
6. De rijsnelheid door het indrukken van het gaspedaal
7. Het gaspedaal loslaten.
Het apparaat stopt. Bij overbelasting wordt de rijmotor uitgeschakeld. Op het display verschijnt een storingsmelding. Bij overver- hitting van de besturing wordt het betreffende aggregaat uitgeschakeld.
8. Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.
9. De programmaschakelaar op "OFF" zetten, kort
wachten en op het gewenste programma zetten. Verswater bijvullen Vul vers water bij met het vulsysteem
1. Sluit de waterslang aan op de aansluiting van het
vulsysteem (maximale watertemperatuur 50 °C).
2. De watertoevoer openen.
3. Bewaak het apparaat. Het automatische vulsysteem
onderbreekt de watertoevoer, als de verswatertank vol is.
4. De watertoevoer sluiten.
5. Verwijder de waterslang.
1. Het deksel van het verswaterreservoir openen.
2. Het verse water (maximaal 50 °C) tot 15 mm onder
de bovenkant van de tank vullen. Instructie Als eerst reinigingsmiddel en vervolgens water in het reinigingsmiddelreservoir wordt gevuld, dan dit tot ster- ke schuimvorming leiden. Vóór de eerste ingebruikneming het verswaterreservoir volledig vullen om het waterleidingsysteem te ontluch- ten.
3. Het deksel van de verswatertank sluiten.
Reinigingsmiddel vullen Aanwijzingen over reinigingsmiddelen 몇 WAARSCHUWING Ongeschikte reinigingsmiddelen Gezondheidsgevaar, beschadiging van het apparaat Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmiddelen. Voor andere reinigingsmiddelen is de exploitant het verhoog- de risico met betrekking tot de bedrijfsveiligheid en het gevaar voor ongevallen. Gebruik alleen reinigingsmiddelen die vrij zijn van chloor, oplosmiddelen, zout- en fluorwaterstofzuur. Neem de veiligheidsaanwijzingen op de reinigingsmid- delen in acht. Instructie Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen. Aanbevolen reinigingsmiddelen Reinigingsmiddel met doseerinrichting vullen Alleen variant DOSE: Aan het vers water wordt op weg naar de reinigingskop door een doseerinrichting reinigingsmiddel toegevoegd.
1. Het reinigingsmiddel in de reinigingsmiddelbus vul-
len. Instructie Met de doseerinrichting kan maximaal 3 % reinigings- middel worden gedoseerd. Als de dosering hoger is, moet het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir worden gedaan. LET OP Gevaar voor verstopping Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan de vers- watertank kan het reinigingsmiddel uitdrogen en de wer- king van de doseerinrichting verstoren. Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met helder water: Selecteer een reinigingsprogramma met watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de rei- nigingsmiddeldosering in op 0. Instructie Het apparaat heeft een verswaterniveau-indicator op het display. Bij een leeg verswaterreservoir wordt de do- sering van het reinigingsmiddel uitgeschakeld. De reini- gingskop blijft werken zonder toevoer van vloeistof. Reinigingsmiddel in de tank doen
1. Het reinigingsmiddel in het verswaterreservoir vul-
len. Opmerking: De deksel voor de vulopening van het verswaterreservoir kan voor het meten van het rei- nigingsmiddel worden gebruikt. Hij is aan de binnen- zijden voorzien van een schaalindeling. Parameters instellen (gele intelligente sleutel) In het apparaat zijn de parameters voor de verschillen- de reinigingsprogramma's vooraf ingesteld. Afhankelijk van de autorisatie van de gele intelligente sleutel kunnen afzonderlijke parameters worden gewij- zigd. De wijziging van de parameters is slechts actief tot met de programmaschakelaar een ander reinigingspro- gramma wordt gekozen. Als parameters permanent moeten worden gewijzigd, dan moet voor de instelling een grijze intelligente sleutel worden gebruikt. De instelling wordt beschreven in de paragraaf "Grijze intelligente sleutel". Instructie Vrijwel alle displayteksten over de parameterinstelling spreken voor zich. De enige uitzondering is de FACT- parameter: ● Fine Clean: Laag borsteltoerental voor het verwijde- ren van grijze waas op keramische steen. ● Whisper Clean: Gemiddeld borsteltoerental voor de onderhoudsreiniging met verlaagd geluidsniveau. ● Power Clean: Hoog borsteltoerental voor het polijs- ten, kristalliseren en vegen.
1. De programmaschakelaar op het gewenste reini-
gingsprogramma zetten.
2. Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter
3. Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
4. De gewenste waarde instellen door aan de infoknop
5. De gewijzigde instelling door het indrukken van de
infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overge- nomen. Display Handeling Onderhoud Zuig- balk De zuigbalk reinigen. Onderhoud Bor- stelkop De borstels op slijtage controleren en reinigen. Onderhoud Zuiglip De zuiglipppen op slijtage en in- stelling controleren. Onderhoud Turbi- nezeef De turbinebeschermzeef reinigen. Onderhoud Schoonw. filter Het filter verswater reinigen. Toepassing Zuiveringsmid- delen Onderhoudsreiniging van alle water- bestendige vloeren RM 746 RM 756 RM 780 Onderhoudsreiniging van glanzende oppervlakken (bijvoorbeeld graniet) RM 755 es Onderhoudsreiniging, tussentijdse reiniging en basisreiniging van indu- striële vloeren RM 69 Industrie- reiniger Onderhoudsreiniging en basisreini- ging van steengoed tegels RM 753 Onderhoudsreiniging van tegels in het sanitaire bereik RM 751 Decoating van alle alkalibestendige vloeren (bijvoorbeeld PVC) RM 752 Decoating van linoleumvloeren RM 75448 Nederlands Zuigbalk instellen De zuigbalk moet alleen in speciale gevallen worden bij- gesteld. De instelling af fabriek is voor de meeste toe- passingen geschikt. Helling instellen De helling moet zodanig worden ingesteld dat de zuig- lippen van de zuigbalk over de gehele lengte gelijkmatig op de vloer worden gedrukt.
1. Plaats het apparaat op een oppervlak zonder hel-
2. De programmaschakelaar in stand “Zuigen” draai-
3. Het apparaat een klein stuk vooruit schuiven.
4. Lees het waterpas af.
Afbeelding P 1 Schroef 2 Moer 3 Waterweegschaal
5. De moer losdraaien.
6. Stel de schroef zodanig in dat de niveau-indicator
tussen de twee lijnen staat.
7. Draai de moer vast.
8. Om de nieuwe instelling te controleren, beweegt u
het apparaat een stuk verder naar voren. Herhaal indien nodig het instellingsproces.
9. De programmaschakelaar in stand “OFF” draaien.
Hoogte instellen Met de hoogteverstelling wordt de buiging van de zuig- lippen bij contact met de vloer beïnvloed. Instructie Basisinstelling: 3 ringen boven, 3 ringen onder de zuigbalk. Oneffen vloer: 5 sluitringen boven, 1 sluitring onder de zuigbalk. Zeer gladde vloer: 1 sluitring boven, 5 sluitringen on- der de zuigbalk.
1. De moeren losschroeven.
Afbeelding Q 1 Moer 2 Onderlegring
3 Afstandsrol met houder
2. Plaats het gewenste aantal ringen tussen de zuig-
balk en de afstandsrol.
3. De resterende onderlegringen boven de afstandrol
4. De moer erop schroeven en vastdraaien.
5. Het proces bij de tweede afstandsrol herhalen.
Instructie Stel beide afstandsrollen in op dezelfde hoogte. Stel de schraperlip in De schraperlippen moeten alleen bij de D-reinigingskop worden afgesteld.
1. Stel de schraperlippen door verdraaien van het in-
stelwiel zodanig in dat de schraperlip de vloer raakt.
2. Draai het instelwiel nog eens 1 slag omlaag.
Sproeikop De slang met de sproeikop wordt aan de achterkant van het apparaat aangebracht. Hij dient voor het wegspoe- len van vuil en voor de handmatige reiniging van het vuilwaterreservoir. Afbeelding R 1 Sproeikop
1. De sproeikop sluiten door eraan te draaien.
2. De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
3. Op de infoknop drukken.
4. Aan de infoknop draaien tot "Tankspoeling" op het
display wordt weergegeven.
5. Op de infoknop drukken.
6. Aan de infoknop draaien tot "ON" wordt weergege-
7. Op de infoknop drukken.
De waterpomp transporteert vers water door de sproeikop.
8. De sproeikop op het doel richten en openen door te
1. Neem plaats op de stoel.
2. Steek de Intelligent Key erin.
3. Zet de veiligheidsschakelaar op "1".
4. Zet de rijrichtingschakelaar op voorwaarts rijden.
5. Stel de programmaschakelaar in op het gewenste
reinigingsprogramma.
6. Bepaal de snelheid met het rijpedaal.
7. Met de rijrichtingshendel de rijrichting selecteren.
8. Over het te reinigen oppervlak rijden.
Zijschrobdek (optie) Het zijschrobdek vereenvoudigt het werken dichtbij de rand. Instructie Het zijschrobdek is niet actief in de programma's voor polijsten en zuigen.
1. Bedien de zijschrobschakelaar.
Het zijschrobdek wordt geactiveerd.
2. Om het werken met het zijschrobdek te beëindigen,
zet u de schakelaar van het zijschrobdek op "0". Werking beëindigen Reiniging beëindigen
1. Zet de programmaschakelaar op rijden.
2. Een kort traject verder rijden.
Het restwater wordt afgezogen.
Vuilwater aftappen 몇 WAARSCHUWING Onjuiste afvoer van afvoerwater Milieuverontreiniging Neem de plaatselijke voorschriften inzake de behande- ling van afvoerwater in acht. Instructie Als de vuilwatertank vol is, schakelt de zuigturbine uit en het display toont "".
1. De afvoerslang vuil water uit de houder nemen en
het deksel van de afvoerslang openen. Afbeelding S 1 Afvoerslang vuil water
2. Het slangeinde samendrukken en via de afvoerin-
3. De sterkte van de vuilwaterstraal door samendruk-
ken van het slangeinde regelen.
4. Het vuilwaterreservoir met helder water
5. Het deksel aan de afvoerslang sluiten.
6. De vuilwaterslang in de houder aan het apparaat
drukken. Vuilwatertank-spoelsysteem (optie)
1. Verwijder de vuilwater-afvoerslang uit de houder en
open het deksel van de afvoerslang.
2. Sluit de deksel van de brandtstoftank.
3. Sluit een watertoevoerslang aan op de wateraan-
sluiting van het vuilwatertank-spoelsysteem.
4. Open de waterinlaat en spoel de vuilwatertank on-
5. Herhaal indien nodig het spoelproces 2 tot 3 keer.
6. De watertoevoer sluiten.
7. De watertoevoerslang van het apparaat scheiden.
8. Sluit de afvoerslang voor vuilwater en druk in de
houder. Container voor grof vuil legen Een container voor grof vuil is alleen aan R-reinigings- koppen aanwezig.
1. De container voor grof vuil optillen en eruit trekken.
2. De container voor grof vuil legen.
3. De container voor grof vuil weer aanbrengen.
2. Tap het verse water af.
3. Het filter reinigen.
4. Breng de afsluiting verswatertank aan.
1. De programmaschakelaar op "OFF" draaien.
2. De intelligente sleutel eruit trekken.
3. Het apparaat tegen wegrollen beveiligen.
4. Eventueel de accu laden.
Grijze Intelligent Key De grijze Intelligent Key geeft de het toezichtspersoneel uitgebreide bevoegdheden en instelmogelijkheden.
1. Steek de Intelligent Key erin.
2. Selecteer de gewenste functie door verdraaien van
2. Op de infoknop drukken.
In het menu "Transportrit" kunnen volgende instellingen worden uitgevoerd: ● Onderhoudsteller terugzetten ● Sleutelbeheer ● Borstelvorm selecteren ● Nalooptijden ● Accutype instellen ● Basisinstelling ● Ta al in stellen ● Menu "Schakelaar" ● Fabrieksinstelling Onderhoudsteller terugzetten Als er onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd die op het display worden weergegeven, moet vervolgens de onderhoudsteller wordt teruggezet.
1. Aan de infoknop draaien tot "Onderhoudstelle"
2. Op de infoknop drukken.
De tellerstanden worden weergegeven.
3. Aan de infoknop draaien tot de te wissen teller wordt
4. Op de infoknop drukken.
5. "Yes" selecteren door aan de infoknop te draaien.
6. Op de infoknop drukken.
De teller is gewist. Instructie De serviceteller kan alleen door de klantenservice wor- den gereset. De serviceteller toont de tijd tot de volgende service- beurt die door de klantenservice moet worden uitge- voerd. Sleutelbeheer In het menupunt "Sleutelmenu" worden de bevoegdhe- den voor elke gebruikte gele intelligente sleutel toege- kend en wordt de taal van de displayweergave voor deze intelligente sleutel ingesteld.
1. De grijze intelligente sleutel erin steken.
2. Aan de infoknop draaien tot op het display het
menupunt "Sleutelmenu" wordt weergegeven.
3. Op de infoknop drukken.
4. De grijze intelligente sleutel eruit trekken en de te
personaliseren gele intelligente sleutel erin steken.
5. Het te wijzigen menupunt selecteren door aan de in-
6. Op de infoknop drukken.
7. De instelling van het menupunt selecteren door aan
de infoknop te draaien.
8. De instelling bevestigen door op het menupunt te
9. Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door
aan de infoknop te draaien.
10. Nadat alle instellingen zijn uitgevoerd, het menu
"Opslaan?" oproepen door aan de infoknop te draai- en.
11. Op de infoknop drukken.
De bevoegdheden zijn opgeslagen. De displayweergave "Sleutelmenu Doorgaan?" ver- schijnt. ● Yes: Andere intelligente sleutel programmeren ● No: Sleutelmenu verlaten
12. Op de infoknop drukken.
Borstelvorm selecteren Deze functie is vereist bij het vervangen van de reini- gingskop.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Borstel-
kop" op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste borstel-
4. Op de infoknop drukken.
5. De hefaandrijving voor het vervangen van de reini-
gingskop bewegen door aan de infoknop te draaien: "up": Heffen "down": Neerlaten "OFF": Stoppen
6. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "OFF"
7. Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten. De besturing voert een herstart uit. Nalooptijden
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Naloop-
tijden" op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste functie is
4. Op de infoknop drukken.
5. Aan de infoknop draaien tot de gewenste nalooptijd
6. Op de infoknop drukken.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Batterij-
menu" op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot het gewenste accutype
4. Op de infoknop drukken.
Basisinstelling Tijdens het gebruik uitgevoerde wijzigingen aan de pa- rameters van de verschillende reinigingsprogramma'sNederlands 49 worden na het uitschakelen van het apparaat naar de basisinstelling teruggezet.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Basisin-
stelling" op het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot het gewenste reini-
gingsprogramma is gemarkeerd.
4. Op de infoknop drukken.
5. Aan de infoknop draaien tot de gewenste parameter
6. Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
7. De gewenste waarde instellen door aan de infoknop
8. Op de infoknop drukken.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Taal." op
het display wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot de gewenste taal is ge-
4. Op de infoknop drukken.
Menu "Schakelaar" In dit menu wordt de werklamp vrijgegeven of geblok- keerd.
1. Aan de infoknop draaien tot "Schakelmenu" wordt
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot "Werklicht" is gemar-
4. Op de infoknop drukken.
Fabrieksinstelling De fabrieksinstelling van alle reinigingsparameters wordt hersteld.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Fabr.in-
stelling" wordt weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot "Yes" wordt geaccentu-
4. Op de infoknop drukken.
Parameters voor reinigingsprogramma's instellen Alle parameters voor reinigingsprogramma's blijven be- houden tot een andere instelling wordt geselecteerd.
1. De programmaschakelaar op het gewenste reini-
gingsprogramma zetten.
2. Op de infoknop drukken.
De eerste instelbare parameter wordt weergegeven.
3. Op de infoknop drukken
De ingestelde waarde knippert.
4. De gewenste waarde instellen door aan de infoknop
5. De gewijzigde instelling door het indrukken van de
infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch wordt overge- nomen.
6. De volgende parameter selecteren door aan de in-
7. Na het wijzigen van alle gewenste parameters aan
de infoknop draaien tot het menupunt "Menu verla- ten?" wordt weergegeven.
8. Op de infoknop drukken.
Het menu wordt verlaten. Transport GEVAAR Rijden op stijgende hellingen Gevaar voor letsel Gebruik het apparaat voor het laden en lossen alleen op hellingen tot de maximale waarde (zie hoofdstuk "Tech- nische gegevens"). Rij langzaam. 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij het vervoer rekening met het gewicht van het apparaat.
1. Bij gemonteerde D-reinigingsknop de schijfborstels
uit de borstelkop verwijderen.
2. Bij het transport in voertuigen het apparaat conform
de geldende richtlijnen tegen wegglijden en omval- len beveiligen. Afbeelding T 1 Sjorband Opslag 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het ap- paraat. LET OP Vorst Vernietiging van het apparaat door bevriezend water. Verwijder al het water uit het apparaat. Bewaar het apparaat op een vorstvrije plaats. Houd bij het kiezen van de parkeerplaats rekening met het totale gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet in gevaar te brengen. ● Dit apparaat mag alleen in binnenruimtes worden opgeslagen. ● Voor een langere levensduur de batterijen volledig opladen. ● De batterijen bij opslag minstens één keer per maand volledig opladen. Verzorging en onderhoud GEVAAR Per ongeluk opstartend apparaat Verwondingsgevaar, elektrische schok Draai de programmaschakelaar in stand "OFF". Verwijder de Intelligent Key voor alle werkzaamheden aan het apparaat. Trek de netstekker van de oplader eruit. Trek de accustekker eruit. 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor letsel De zuigturbine blijft draaien nadat het apparaat is uitge- schakeld. Voer pas werkzaamheden aan het apparaat uit als de zuigturbine niet meer draait. Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren. Onderhoudsintervallen Na elk gebruik LET OP Ondeskundige reiniging Beschadigingsgevaar. Spuit het apparaat niet schoon met water. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Voor de gedetailleerde beschrijving van de afzonderlijke onderhoudswerkzaamheden zie hoofdstuk "Onder- houdswerkzaamheden". Het vuilwater aftappen. Het vuilwaterreservoir spoelen. De grofvuilzeef reinigen. De turbinebeschermzeef reinigen. Alleen R-reinigingsknop: Het reservoir voor grof vuil eruit nemen en leegmaken. Het apparaat van buiten met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen. De zuiglippen schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen. De afstrijklippen schoonmaken, op slijtage controle- ren en indien nodig vervangen. De borstels schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig vervangen. De accu laden. Als de laadtoestand onder 50% is, de accu volle- dig en zonder onderbrekingen opladen. Als de ladingstoestand boven 50% is, de accu al- leen opladen, als u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebt. Wekelijks Bij regelmatig gebruik de accu minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen. Eens per maand Bij tijdelijk stilgelegd apparaat (opslag): De compen- satielading van de accu uitvoeren. De accupool op oxidatie controleren, indien nodig afborstelen. Op vastheid van de verbindingskabels letten. De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. Bij niet-onderhoudsvrije accu's de zuurdichtheid van de cellen controleren. Alleen R-reinigingsknop: De borsteltunnel reinigen. Alleen R-reinigingsknop: De waterverdeellijst aan de reinigingskop lostrekken en het waterkanaal rei- nigen. Afbeelding U Bij een langere stilstandtijd het apparaat met volle- dig opgeladen accu's afzetten. De accu minstens maandelijks volledig opladen. Jaarlijks De voorgeschreven inspectie door de klantenser- vice laten uitvoeren. Veiligheidsinspectie/onderhoudscontract Met uw dealer kunt u een regelmatige veiligheidsin- spectie vastleggen of een onderhoudscontract afslui- ten. Vraag hierover advies. Onderhoudswerkzaamheden Turbinebeschermzeef reinigen
1. De deksel van het vuilwaterreservoir openen.
2. De vergrendelingshaken samendrukken.
Afbeelding V 1 Grendelhaak 2 Vlotter 3 Turbinebeschermzeef
3. De vlotter verwijderen.
4. De turbinebeschermzeef linksom draaien.
5. De turbinebeschermzeef verwijderen.
6. De turbinebeschermzeef onder stromend water rei-
7. De turbinebeschermzeef opnieuw aanbrengen.
8. De vlotter aanbrengen.
Zuiglippen omkeren of vervangen Als de zuiglippen zijn versleten, moeten ze worden om- gekeerd of vervangen. De zuiglippen kunnen 3 keer worden omgekeerd totdat alle 4 de randen zijn versleten.
1. De zuigbalk verwijderen.
2. De stergreep eruit schroeven.
Afbeelding W 1 Stergreep 2 Spanband 3 Binnenste gedeelte zuigbalk 4 Spansluiting
3. Het binnenste gedeelte van de zuigbalk eruit trek-
4. De spansluiting openen.
5. De spanband verwijderen.
6. De zuiglippen uit het binnenste gedeelte verwijde-
ren. Afbeelding X 1 Afstrijklip 2 Steunlip 3 Binnenste gedeelte zuigbalk 4 Spanband
7. De gebruikte of nieuwe zuiglippen op de noppen
van het binnenste gedeelte van de zuigbalk druk- ken.
8. De spanband aanbrengen.
9. Het binnenste gedeelte van de zuigbalk in het bo-
venste deel schuiven.
1. Open de deksel van de vuilwatertank.
Afbeelding Y 1 Grofvuilzeef 2 Pluizenzeef
2. De grofvuilzeef er omhoog aftrekken.
3. De grofvuilzeef onder stromend water schoonspoe-
4. Plaats de grofvuilzeef in de vuilwatertank.
D-reinigingskop inbouwen
1. De houder van de reinigingskop optillen (zie hoofd-
stuk "Grijze intelligente sleutel / ... / borstelvorm se- lecteren").
2. De reinigingskop zodanig onder het apparaat schui-
ven dat de slang naar achteren wijst.
3. De reinigingskop slechts voor de helft onder het ap-
4. De grendelnok naar links drukken en het deksel aan
de reinigingskop verwijderen. Afbeelding Z 1 Grendelnok 2 Deksel
5. De voedingskabel van de reinigingskop met de ka-
bel van het apparaat verbinden (gelijke kleuren moeten met elkaar overeenkomen). Afbeelding AA 1 Kabel apparaat 2 Voedingskabel
6. De deksel erop doen en laten vergrendelen.
7. De reinigingskop in het midden onder het apparaat
8. De slangkoppeling aan de reinigingskop met de
slang aan het apparaat verbinden. Afbeelding AB 1 Slangkoppeling50 Nederlands 2 Slang
9. De lip in het midden van de reinigingskop tussen de
vork in de hendel plaatsen. Afbeelding AC 1 Borgpen 2 Hendel 3 Lus
10. De houder van de reinigingskop zodanig uitlijnen
dat de boringen in de hendel en reinigingskop over- eenkomen.
11. De borgpen door de boringen steken en de borg-
plaat omlaagzwenken.
12. De cilinderstift in de boring van de trekstang schui-
ven. Afbeelding AD 1 Trekstang 2 Cilinderstift 3 Geleidingsbaan
13. De trekstang in de geleidingsbaan aan de reini-
gingskop volledig omlaag duwen.
14. De borgplaat in de geleidingsplaat aanbrengen en
15. De procedure met de trekstang aan de tegenoverlig-
gende zijde herhalen.
16. De grijze intelligente sleutel erin steken.
17. Het borsteltype "Disk" instellen.
D-reinigingskop uitbouwen
1. De borgplaat indrukken en de trekstang naar boven
zwenken. Afbeelding AJ 1 Beveiligingsplaat 2 Trekstang
2. De verdere uitbouw gebeurt in de omgekeerde volg-
orde van de inbouw. R-reinigingskop inbouwen
1. Beide afdekkingen verwijderen.
Afbeelding AE 1 Deksel 2 Schroef, deksel 3 Afdekking 4 Schroef, houder 5 Houder
2. De schroeven voor de houders eruit draaien.
3. Beide houders verwijderen.
4. De schroef aan het deksel eruit draaien.
5. Beide trekstangen aan de oogschroeven bevesti-
gen. Afbeelding AF 1 Trekstang 2 Kartelmoer 3 Moer 4 Oogbout
6. De reinigingskop in het midden onder het apparaat
7. Beide trekstangen aan de houders bevestigen (aan-
haalmoment: 25 Nm). Afbeelding AG 1 Bout M8x20 2 Schijf 3 Houder 4 Trekstang
8. De lip in het midden van de reinigingskop tussen de
vork in de hendel plaatsen. Afbeelding AH 2 Schijf 3 Veerstekker 4 Bout 5 Lus
9. De houder van de reinigingskop zodanig uitlijnen
dat de boringen in de hendel en reinigingskop over- eenkomen.
10. De bout door vork en lip steken.
11. Een schijf op de bout aanbrengen.
12. De bout met de borgclip borgen.
13. De slangkoppeling aan de reinigingskop met de
slang aan het apparaat verbinden. Afbeelding AB 1 Slangkoppeling 2 Slang
14. De deksel openen.
Afbeelding AI 1 Deksel
15. De voedingskabel van de reinigingskop met de ka-
bel van het apparaat verbinden (gelijke kleuren moeten met elkaar overeenkomen).
16. Het deksel aanbrengen en met de schroef borgen.
17. Een waterpas parallel aan de rijrichting aan de zijde
van de reinigingskop leggen.
18. Door het verstellen van de kartelschroef en de moer
aan de oogbout de reinigingskop horizontaal uitlij- nen.
19. De instelling aan de andere zijde van het apparaat
20. De grijze intelligente sleutel erin steken.
21. Het borsteltype "Brush" instellen.
Borstelwalsen vervangen Instructie Vervang de borstelwalsen, als de borstellengte 10 mm heeft bereikt.
1. De reinigingskop optillen.
2. De greep voor de borstelwissel eruit trekken.
Afbeelding AL 1 Greep borstelwissel 2 Lagerdeksel met afstrijklip 3 Borstelwals
3. Het lagerdeksel met afstrijklip verwijderen.
4. De borstelwals eruit trekken.
5. De nieuwe borstelwals inzetten en op de meenemer
centreren. Afbeelding AM 1 Meenemer 2 Opnamedoorn
6. Het lagerdeksel met afstrijklip aanbrengen.
Instructie Zorg ervoor dat de borstelwals op de opnamedoorn zit en niet eronder.
7. De greep voor de borstelwissel naar boven zwen-
8. De bewerking aan de tegenoverliggende zijde her-
halen. Schijfborstels vervangen
1. De reinigingskop optillen.
2. Het pedaal borstelwissel over de weerstand heen
omlaag drukken. Afbeelding AK 1 Pedaal borstelwissel
3. De 1e schijfborstel er zijdelings onder de reinigings-
4. De nieuwe schijfborstel onder de reinigingskop hou-
den, omhoog drukken en vergrendelen.
5. De procedure de 2e schijfborstel herhalen.
Vervang zijschrobborstel (optie)
1. De borstelwisselhendel omlaag drukken.
Afbeelding AN 1 Borstel zijdelingse schrobmodule 2 Hendel borstelwissel De borstel valt uit de houder.
2. Houd de nieuwe borstel onder het zijschrobdek,
druk hem omhoog en laat hem vergrendelen Zijbezem vervangen (alleen variant SB)
1. 3 schroeven eruit draaien.
Afbeelding AP 1 Zijbezem 2 Schroef
2. De zijbezem verwijderen.
3. De nieuwe zijbezem erop schuiven.
4. 3 schroeven erin draaien en aanhalen.
2. De afsluiting van het verswatertank losschroeven.
Afbeelding AO 1 Filter verswater 2 Afsluiting verswaterreservoir
3. Het filter verswater eruit trekken en met schoon wa-
4. Het filter verswater plaatsen.
5. De afsluiting van het verswaterreservoir aanbren-
gen. Opmerking: Zorg ervoor dat de slangaansluiting in de afsluiting verswaterreservoir na het vastschroe- ven op het diepste punt ligt. Hulp bij storingen GEVAAR Het apparaat kan onverwacht starten Mensen die aan het apparaat werken, kunnen gewond raken. Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat de In- telligent Key eruit. Trek voor alle werkzaamheden de netstekker van de in- terne oplader uit het stopcontact. Ontkoppel de accustekker voor alle werkzaamheden.
1. Het vuilwater aftappen.
2. Tap het resterende verse water af.
Instructie Neem contact op met de klantenservice, als de fout niet kan worden verholpen met de volgende instructies. Storingen weergegeven op het display Bij storingen die op het display worden weergegeven als volgt te werk gaan: Storingsindicatie als cijfercode Bij een storingsindicatie met cijfercode de storing (het apparaat) eerst terugzetten: a De programmaschakelaar op "OFF" zetten. b Wachten tot de cijfercode op het display is uitge- gaan. c De programmaschakelaar op het vorige pro- gramma zetten. Pas als de fout opnieuw optreedt, de desbetref- fende remedies in de opgegeven volgorde uit- voeren. Hierbij moet de sleutelschakelaar op "0" worden gezet en moet de noodstoptoets worden ingedrukt. d Als de fout niet kan worden verholpen, met de klantenservice contact opnemen en de foutmel- ding vermelden. Storingsindicatie als tekst a De aanwijzingen op het display uitvoeren. b De storing door het indrukken van de infoknop bevestigen. Instructie Storingsmeldingen die niet in de volgende tabel zijn ver- meld, geven storingen aan die niet door de bediener kunnen worden verholpen. Neem in dit geval met de klantenservice contact op. Storing Remedie Zitschakelaar open! 1. Het gaspedaal ontlasten.
2. De bestuurdersstoel kort ontlasten zodat de besturing de functie van de stoelschakelaar kan controleren.
Gaspedaal loslaten! 1. Het gaspedaal loslaten. Geen Rijrichting! 1. Contact opnemen met de klantenservice. Batterij ontladen! 1. De accu opladen. Batterijspanning niet toegestaan! 1. Contact opnemen met de klantenservice. Laadmodule defect! 1. De oplader controleren. Schoonwaterres leeg! 1. Het verswaterreservoir bijvullen.Nederlands 51 Storingen zonder weergave op het display Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door on- ze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgege- ven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een mate- riaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Technische gegevens Bürstendruck niet bereikt! 1. De borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen.
2. De reinigingskop op werking controleren: neerlaten, optillen.
Vuil water. vol! 1. Leeg het vuilwaterreservoir. Rem defect!! 1. Niet meer met het apparaat rijden.
2. Contact opnemen met de klantenservice.
Tractiemotor te heet! Afkoelfase 1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
2. Het apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen.
3. Bij herhaling met de klantenservice contact opnemen.
Claxon defect! 1. Contact opnemen met de klantenservice. Kop CPU te heet! Afkoelfase 1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
2. De besturing minstens 5 minuten laten afkoelen.
3. Bij ruwe bodem de borsteldruk duidelijk verlagen.
4. Bij herhaling met de klantenservice contact opnemen.
Borstelaandrijv Overbelasting! 1. De borstelspiegel laten instellen. Storing Remedie Storing Remedie Het apparaat kan niet gestart worden 1. Op de bestuurdersplaats gaan zitten.
2. Voordat u de veiligheidsschakelaar inschakelt, uw voet van het rijpedaal nemen.
3. De veiligheidsschakelaar op “1” zetten.
7. Zet de programmaschakelaar op het gewenste programma.
8. Rijd indien mogelijk alleen met het apparaat op een vlakke vloer.
9. Controleer eventueel de parkeerrem.
Als de storing toch weer optreedt, de klantenservice raadplegen. De waterhoeveelheid is onvoldoende 1. Controleer het verswaterniveau, vul indien nodig de tank volledig zodat de lucht eruit gedrukt wordt.
2. Verwijder het filter voor vers water en reinig het.
3. Plaats het filter en schroef de afsluiting erop.
4. Alleen R-reinigingskop: Trek de waterverdeellijst van de reinigingskop af.
5. Alleen R-reinigingskop: Reinig het waterkanaal.
6. De slangen op verstopping controleren, eventueel reinigen.
Het zuigvermogen is te gering 1. De afdichtingen tussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, eventueel vervangen.
2. De turbinebeschermzeef op verontreiniging controleren, indien nodig reinigen.
3. De zuiglippen van de zuigbalk reinigen, eventueel omkeren of vervangen.
4. Het deksel aan de afvoerslang van vuil water sluiten.
5. Het deksel van het spoelsysteem van het vuilwaterreservoir sluiten.
6. De zuigslang op verstopping controleren eventueel reinigen.
7. De aanzuigslang op dichtheid controleren, eventueel reinigen.
8. De instelling van de zuigbalk controleren.
Het reinigingsresultaat is onvoldoen-
1. Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.
2. Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.
3. Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.
4. De snelheid reduceren.
7. De borstels op slijtage controleren, eventueel vervangen.
8. Controleer de wateruitvoer.
De borstels draaien niet 1. Verminder de contactdruk.
2. Controleer of een vreemd voorwerp de borstel blokkeert, eventueel het vreemde voorwerp verwijderen.
3. Laat de motor afkoelen als deze overbelast is.
6. Zet de programmaschakelaar op het gewenste programma.
7. Controleer of de stekker van het apparaat in de reinigingskop is gestoken.
Het apparaat remt niet 1. De ontgrendeling van de rem ongedaan maken (zie "Montage/uitpakken/apparaat van de pallet duwen"). De vuilwater-afvoerslang is verstopt 1. De deksel van het doseerappparaat openen.
2. Trek de zuigslang van de zuigbalk en sluit deze af met de hand.
3. Zet de programmaschakelaar op “Zuigen”.
De verstopping wordt uit de afvoerslang in de vuilwatertank gezogen. De reinigingsmiddeldosering dosis functioneert niet
/h 4500 (7500) 4500 (7500) 5100 (8500) 5400 (9000) 6600 Theoretische oppervlaktecapaciteit met zijschrobdek m
/h - - 5700 (9500) 6000 (10000) - Praktische oppervlaktecapaciteit m
0,94 (0,98) 0,94 (0,98) 0,94 (0,98) 0,94 (0,98) 0,94 (0,98)52 Nederlands Technische wijzigingen voorbehouden. Oppervlaktedruk achterwiel B 150 (B 200) N/mm
0,51 (0,67) 0,51 (0,67) 0,51 (0,67) 0,51 (0,67) 0,51 (0,67) Oppervlaktebelasting (gewicht/parkeerplaats) (Adv) B 150 / B 200 kg/m
<2,5 <2,5 <2,5 <2,5 <2,5 Vibratiewaarde stoel m/s
normaal bedrijf dB(A) 67 67 67 67 67 Onzekerheid K
) - - 2943 (30) 2943 (30) - R 75 D 75 R 85 D 90 D 110Español 53 EU-conformiteitsverklaring Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlij- nen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Vloerreiniger zittend bediende machine Type: 1.246-xxx Relevante EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2014/53/EU (TCU) Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335-1 EN 60335-2-29 EN 60335-2-72 EN 62233: 2008 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 55014-1: 2006+A1: 2009+A2: 2011 EN 55014-2: 1997+A1: 2001+A2: 2008 EN 61000-3-2: 2014 EN 61000-3-3: 2013 EN 61000-6-2: 2005 TCU EN 301 511 V12.5.1 EN 300 440 V2.1.1 EN 300 328 V2.2.2 EN 300 330 V2.1.1 Toegepaste nationale normen
simaalne temperatuur 50 °C).
Notice-Facile