B 200 R Bp - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 200 R Bp Kärcher in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over B 200 R Bp Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 200 R Bp - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 200 R Bp van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 200 R Bp Kärcher
Algemene instructies 44
Functie 44
Toebehoren en reserveonderdelen 44
Leveringsomvang 44
Veiligheidsinstructies 44
Beschrijving apparatus 45
Montage 45
Werking
Werking beeindigen 48
Grijze Intelligent Key 48
Transport 49
Opslag 49
Verzorging en onderhoud. 49
Hulp bij storingen 50
Garantie 51
EU-conformiteitsverklaring 53
Algemene instructies

Voordat u het apparaat voor het eerst
gebrukt, dient u deze originele ge
bruiksaanwijzing en de meegeleverde
veilgheidsinstructures door te lezen en deze in acht te nemen.
Bewaar beiden documenten voor later gebruik of volgen de eigenaars.
Deze schurzulmg machine worden voor de natte reniging of voor het polisten van effen vloeren gebruikt.
Het apparaat kan door instellen van de waterhoeveelheid, de borsteldruk, de renigingsmiddelhoeveelheid aan de rijnselheid aan an de desbetreffende renigingstaak worden aangepast. De doseringen het renigingsmiddel gebeurt door het toevoegen aan het verswaterreservoir of via een optionele doseerinrichting (DOSE).
Instructie
Overeenkomstig de desbetreffende reiningingstaak kan het apparaat met verschillend toebehoren worden uitgerust. Vraag maar onderze catalogus of bezoek ons op internet op www.kaercher.com.
Dit apparaat is geschikt voor commercieel en industrieel gebruik, bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, Kantoren en verhuurbedrijven. Gebruik dit apparaat uitsluitend overeenkomstig de geveens in deze gebruiksaaanwijzing.
- Het apparaat mag alleen voor de reining van vochtongevoelige en polijstongevoelige, gladde vloeren worden gebruikt.
- Dit apparaat is bedoeld voor het reinigen van binnenruimts.
- Het bedrivfstemperatuurbereik ligtussen +5^ en +40^
- Het apparataat is nicht geschickt voor de reinginig van bevroenen vloeren (bijvoorbeeld in koelhuizen).
- Het apparaat is geschikt voor eenemaxil waterhoogte van 1 cm. Rijd geen gebied in, als het risico staat dat het maximale waterpeil worden oversheden.
- Bij het gebruik van oplaadapparaten of accu's moen alleen de in de gebruksaanwijzing toegestane componenten worden gebruikt. Een afwijkende combinatie要去 door de verantwoordelijke leverancier van het oplaadapparaat en/of de accu zich goedgekeurd.
- Het apparata is Niet bedoed voor het reinigen van openbare verkeerswegen.
- Het apparaat mag Niet worden gebruikt op drukgevoelige vloeren. Houd rekening met de toegestane oppervaktebelasting van de vloer. De door het apparaat veroorzaakte oppervaktebelasting is gespecifieerd in de technische geevens.
- Het apparatus is nicht geschickt voor gebruik in exploisiegevaarlijke omgeveingen.
- Het apparaat is toegelaten voor gebruik op vlaakter met eenemaxale stijging (zie hoofdstuk "Technische geveens").
Milieubescherming

Het verpakkingsmaterial is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het geschaden afval weg. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materiaalen en vaak onderden zoals batterijen, accu's of ole, die bij onuijuste omgang of verkeerd weglooijen een.
mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kunnen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zich deze onderdelen beschuerood. Apparaten met dit symbologeniet met het huisvuil worden weggegooid.
Instructies voor inhoudsstoffen (REACH)
Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH
Toebehoren en reserveonderdelen
Gebruik allein origineel toebehoren en originele reserveondelerden. Deze garanderen een veilige en storingsvrij wekerng van het apparaat.
Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com.
Leveringsomvang
Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekBendtoebehoenen of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur.
Veiligheidsinstructies
Neem voor het eerste gebruik van het apparataa deze handleiding en de bijbehende brochure verilgheidsinstrumenties voor borstelreinigingsapparaten en sproel-ex
tractieapparaten, nr. 5.956-251.0 in acht, en handel overeenkomstig.
Het apparataat are togelaten voor gebruik op vlaktes met een begrensde stijging (zie "Technische geveens").
WAARSCHUWING
Het apparaat kan kantelen
Gevaar voor IetseI
Gebruik het apparata alleen op oppervliakken die de toegestane helling niet overschrijden (zie hoofdstub "Technische geveens").
WAARSCHUWING
Gevaren voor ongevallen door onjuiste bediening. Er kuren mensen gewond raken.
Bedieners要去en adequateat in het gebruik van het apparaat worden getraadn.
Het apparata mag alleen worden gebruikt, als de kap en alle dekelse gesloten zijn.
Veiligheidsinrichtingen
VOORZICHTIG
Ontbrekende of gewijzigde veiligheidsinrichtingen
Veiligheidsinrichtingen zich er voor uw veiligheid.
Verander of omzell velligeidsinrichtingen nooit.
Veiligheidsschakelaars
Voor onmiddelijk buitenbedrifstelling van alle functies: Zet de veilghieidsschakelaar op. ^O
- Het apparaeat remt hard, als de veiligheidsschake laar is uittgeschakeld.
- De veiligheldsschakelaar werkrt rechtstreeks op alle apparaatfunctions
Stoelschakelaar
Als de bestuurderijdens het werk ofijdens het rijden de steol verlaat, schakelt de steolschakelaar de aandrifmotor na een korte vertragling uit.
Symbolen op het apparatus

△VOORZICHTIG
Gevaar voor beknelling
Bij het waarbeneden zwenken van het vuiilwa
terreservoir kūnne handen bekneld raken.
Houd genu lichamsdelen tussen tank en apparaat als u het vuiwwaterreservoir omlaagzwenk.

△GEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Bij hoge smelheden is er op hellingen een verhoogd risico op kantenie.
Rijd op hellingen langzaam maar beneden.
Draai Niet op hellingen
Vermijd bij slej rijden schokkerig sturen met een groote sturuutslag.

△GEVAAR
Gevaar voor elektrische schok
Als u de accupolen tijdens het opla
den aanraakt, bestaat er kans op let
sel door hoge elektrische spanning
Verwijder de poolbeschemmkappen op de occupolen Niet.
Let op de juiste montage van de paalbeschemrkappen
Ook voor apparaten met beschermdak

△GEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Het beschermdak is zwaar en trekt het vuilwa
terreservoiraarachteren wannerdeze
wordt gezwenkt.
Het apparaat kan kantelen en mensen ver
wonden
Zwenk het vuiltwaterreservoir langzaam terwij u hem stevia vasthoudt om de smelheid te controlen.

WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling
Er treden grote krachten in werking wonneer
hel vuilwaterreservoiraar voren wordt ge
zwenkt.
Let er bij het waar voren zwenken op dat er zich geen lijchaamsdelenussen vuilwaterreservoir en apparaat bevinden.

LETOP
Kantelgevaar
Het beschermdkad verhoogt het risico van kanten.
Rijd langzaam op hellingen en stuur voorzichtig.
Symbolen waarschuwingsinstrcties
Neem bij de omgang met batterijen volgende waarschuwingsinstrumentes in acht:

Aanwijzingenindebruiksaanwijizing van de batterij en op de batterij alsook in dezebruiksaanwijizing in achtnemen.

Oogbescherming dragen.

Kinderen uit de buurt van zuur en batterij houden.

Explosiegevaar

Vuur, vonden.

Verbrandingsgevaar

Eerste hulp.

Waarschuwing

Afvalverwijdering

Batterij Niet in de vuilnisbak gooien.
Beschrijving apparatus
Overzicht apparatus
Afbeelding A
① Bedieningsveld
(2)Stuarwiel
3Zuigslang reinigingsminder (alleen variant bus)
(4) Jerrycan met wasmiddel (alleen variant bus)
⑤ Waarschuwingslampje
(6)Aflegvlak voor reinigingsset "Homebase Box"
(7) Afvoerslang vuil water
Wateraansluiting voor spoelsysteme vuiilwaterreservoir
(9) Grofvuilzeef
10 Spoelsystemeum vuilwaterreservoir
(1)Deksel vuilwaterreservoir
(12)Votter
(3)Pluizenzeef
(14)Vuilwaterreservoir
(5) Turbinebeschemzeef (onder de vlotter)
Mophouder
(17) Gereedschapshoeder
(18)Zuigslang
(19) Zuigbalk
20Klemhendel zuigbalk
21)Sluiting vuilwaterreservoir
(2)Vulopening verswaterservreservoir
(23)Vulsystem
24Accustekker (bij externe oplader) Netsnoer oplader (bij interne oplader)
(25)Rijpedaal
26Dagrijverlichting
(27) Werklamp
(28) Zijschrobdek
(29)Zijbezem (alleen bij variant SB)
Instelwiel afstrijklip (alleen D-reinigingskop)
(31)Kabelhaak
32Reinigingskop
(3)Afstrijklip
34Lagerdeksel (voor borstelwissel)
(35)Pedaal borstelwissel (alleen D-reinigingskop)
36Stoel (met stoelschakelaar)
(37)Hendel stoeilverstelling
38Accu
39Typeplaatje
40Container voor grof vuil (alleen R-reinigingskop)
41)Sluiting verswaterreservoir met filter vers water
* optioneel
Kleurmarkering
Bedieningselementen voor het reinigingsproces zijn geel.
- Bedieningselementen voor onderhoud en service zijnlichtgrijs.
Bedieningsveld
Afbeeldi
Claxon
(2)Rijrichtingsschakelaar
(3)Programmaschakelaar
④Veiligheidsschakelaars
(5) Schakelaar zijschrobdek/zijbezem
(6)ntelligente sleutel
7Display
(8)nfoknop
- optioneel
Programmaschakelaar
Afbeelding C
1OFF
Apparaat isuitgeschakeld.
②Transportrit
Rijdenaardeplaatsvangebruik.
3Eco-programma
Reinig de vloer nat (met minder water en een lagere
horstelspelheid) en zich yuil water on (met vermin
Berstichendes) er zug vor water op (net verminderde zuigkracht).
(4) Schrobzuligen
Reinig de vloer nat en zuig vuil water op.
(6)Verhoogde borstelcontactdruk
Reinig de vloer nat (met hogere contactdruk) en
zuiig het yule water op.
(6) Schuren/aanbrengen zonder opzuiigen
Maak de vloer nat en laat het reinigingsmiddel in
werken.
7Zuigen
Zuig het vuil op.
(8) Polijsten
Polijst de vloer zonder vloeistof en een hoge bor
stelsnell
Houder zuigbalk
- Bij het rijden door nauwe ruimtes kan de zuigbalk worden verwijderd en in een van de opingen aan het deksel van het vuilwaterreservoir worden gehangen. Afbeelding D
1Zuigbalk
(2)nhangpunt
Symbolen op het apparaat

Greep voor het omhoogzwenken van het vuiilwaterreservoir

Sjoroog

*Mophouder

*Wateraansluiting vulsystem

*Wateraansluiting spoelsystemeum vuilwaterreservoir

Het beschermdak beschert de bestuurder van het apparaat gegen vallende voorwerpen.
In het geval van apparalen met een beschermdak, is het vuilwaterreservoir voorzien van een vergrendeling. Deze vergrendeling voorkomt dat het vuilwaterreservoir onbedoeld terugzwenkdt door krachten die op het beschermdak inwerken.
Afbeelding E
1 Beschermdak
(2) Beveiligingsplatz
3Zeskantschroef M8x16, schijf
Het vuilwaterreservoiraar achteren zwenken
- Het vuilwaterreservoir leegmaken.
- De borgschoef eruit draaien.
- Het vuilwaterreservoir goed vasthoden en langzaam maarachten zwenken.
Het vuilwaterreservoiraar voren zwenken
WAARSCHUWING
Gevaar voor beknelling
Lichaamsdelen kunden bekndr rakenussen het apparaat en het vuilwaterreservoir.
Let er bij het waar voren zwenken op dat er zich geen li-chaamsdelenCUSenhetappaaret hemvuidwaterreservoirbevonden.
-
Het vuilwaterreservoir goed vasthouden en langzaam naar voren zwenken.
-
De borgschroef erin draalen en aantrekken.
| Beschrijving Bestelnr. Volume (m3)* | Luchtstroo m (m3/h)** | |
| Accuset 240 Ah, trog, onderhouds-arm | 4.035-987.7 | 27 10,8 |
| Accuset 180Ah, trog, onderhouds-arm | 4.035-988.7 | 20,25 8,1 |
| Accuset 240Ah, 6 blokken, onder-houdsvrij | 4.654-306.7 | 6,975 2,79 |
| Accuset 180Ah, 6 blokken, onder-houdsvrij | 4.654-307.7 | 5,175 2,07 |
| Accuset 285 Ah AGM | 4.654-057.7 | 8,91 3,56 |
| Accuset 170 Ah AGM | 4.654-061.7 | 24,75 9,9 |
- Minimaal volume van de acculaadruimte ** Minimale luchtstroomussen acculaadruimte en omgeving
Maximale accu-afmetingen
| Positie A* B** | ||
| Lenghte 244 mm 312 mm | ||
| Breedte 190 mm 182 mm | ||
| Hoopte 275 mm 365 mm | ||
- zoals bij 4.654-306.7
** zoals bij 4.654-307.7
Accu's plaatsen en aansluiten
Bij de variant "Pack" zich de accu's al ingebouwd.
△VOORZICTIG
Ult-en Inbouwen van de accu's
Instabiele stand van de machine
Zorg er bij het in- en uitbouwen van de accu's voor dat de machine veilig staat.
LET OP
Verwisselen van de polariteit
Onbruikbaar worden van de besturingselektronica
Let bij het aansluiten van de accu op juiste poling.
LET OP
Diepontlading
Beschadigingsgevaar
Laad de accu's voor de inbedrijfstelling van het apparatus.
1. Het vuilwater aftappen.
Instructie
Bij apparaten met een beschermdak absolut de aanwijzingen in het hoofdstuk "Beschermdak" inRCT nemen.
- Hel vuilwaterreservoir maar achleren zwenken.
- De accu's in het apparaatplaatsen.
Afbeelding F
Afbeelding G
Afbeelding H
Afbeelding
Afbeelding J
Afbeelding K
- De polen met de verbindingskabels verbinden.
- De meegeleverde aansluitkabel op de nog vrije accupolen (+) en (-) klemmen.
- De correcte montage van de poolbeschemkappen controlenen.
- De accustekker aan apparaatjnde met de accustekker aan accuzidje verbinden.
- Het vuilwaterreservoir waar voren zwenken en sluiten.
- Het accutype instellen (zie hoofdstuk "Grijze intelligente sleutel").
LET OP
Beschadigingsgevaar
Door diepontlading kan de accu worden beschadigd. Laad de accu voor de ingebruikneming van het apparaat op.
Accu laden
Instructie
Het apparatus schegt over een beveiliging gegen diepontlading, d.w.z. dat als de nog togetestane minimale capaciteit worden bereikt alleen met het apparatus kan worden geregen. Op het display beschijt de weergave "Batterij oplade" en "Batterij oplade".
Bij gelebruik van andere accu's (bijv. van andere fabrikanten) moet de dieponladdingsbeveiliging voor de betreffende accu door de Karcher-klantenservice opnieuw worden ingesteld.
△GEVAAR
Onjuist gebruik van de oplader
Elektrische schok
Neem de netspanning en de zekerig op het typepaatje van het apparaaat in acheft.
Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoende ventilatie.
Bij het opladen van de accu ontstaan brandbare gassen
Explosiegevaar
Laad de accu's alleen in een geschikte ruimte. De ruimte moet een minimumvolume hebden, affankelijk van het accutype en een luchtverversing met een minimumluchtstroom (Zie "Aanbevolen accu's").
LET OP
Verzamelen van gevaarlijke gassen lijdens het laden onder de tank
Explosiegevaar
Zwenk voor het laden van onderhoudsvrijje accu's het vuihtwaterreservoir omhoog.
Instructie
De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10-12 urr.
De aanbevolen oplaadapparaten (passen bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elektronisch geregold en beëindigen het laadproces automatisch.
Het apparaat kanijdens laden nicht worden gebruikt.
1. Het apparaat direct maar de oplader verplaatsen, hierbij stijgingen vermijden.
Interne oplader
Accu-indicator
| 1. Het netsoer met de apparaatstekker op het appar- raat aansluiten. |
Afbeeling L
1Apparaatstekker voor laadsnoor
- De netstekker van de interne oplader in het stopcontact steken.
Op het display worden een accusymbol en de laadtoestand van de accu's weergegeven. De displayverlichting staat uit.
Instructie
Bij het oplen den zijn alle reinigings- en rijfunctions geblokkeerd.
Als de accu volledig is opgeladen, toont het display "Batteri voll".
3. Om het laden te beëindigen, de steker van de op-laderuit het stopcontact trekken.
4. De netkabel rond de kabelhaken wikkelen.
External oplader
LET OP
Gebruk van een Niet-passende oplader
Beschadigingsgevaar
Verbind de oplader nicht mel de accustekker aan apparaatijde.
Gebruik alleen een bij het ingebouwde accutype passende oplander.
Lees de begruilsaanwijzing van de opladerfabrikant door en let met name op de veilgheidsinstructies.
Instructie
Bij apparaten met een beschermdak absolut de aanwij-zingen in het hoofstuk "Beschermdak" inRCTn nemen.
1. Het vuilwaterreservoir leegmaken.
2. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten.
3. Het vuilwaterreservoiraar achteren zwenken.
4. De accustekker aan apparaatzijde eraf trekken.
5. De accustekker aan accuzijde met de oplader verbinden.
6. De netstekker van de oplader in het stopcontact steken.
7. Het laadproces volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de oplader uitvoeren.
8. De accustekker aan apparaatzijde met de accustekker aan accuzijde verbinden.
9. Het vuilwaterreservoir waar voren zwenken.
Onderhoudsvrije accu's (nat)
△GEVAAR
Bijvullen van water in ontladen toestand van de accu Risico op brandwonden door uittreden van zuur, onbruikbaar worden van kleding
Gebruik bij de hantering van accuurun een verilgheidsbril, beschermende kleding en beschermende handsohenen.
Neem de voorschriften in acht.
Spoel eventuale zuurspatten op de huid of de kleding onmiddelflijk wet met veel water.
LET OP
Gebruik van water met additieven
Defecte accu's, verlies van de aanssprak op garantie Gebruik voor het bijvullen van de accu's alleen gedestilleerd of ontzit water (EN 50272-T3).
Gebruik geen additieve, zogenaamde verbeterings-middelen, omdat dan de garantie komt te vervaln.
- Een uur voor het einde van de laadprocedure gedestilleerd water toevoegen. Hierbij de juiste zuurstand conform de kenmerking van de accu inacht nemen.
Aan het einde van de laadprocedure要去en alle cellen gassen.
- Gemorst water verwijderen. Ga hiervoor te werk zoals beschreiben in het gedeelte "Accu's reinigen" van het hoofdstuk Verzorging en onderhord.
Aanwijzingen voor de eerste oplading
Instructie
Bij de eerste keer opladen herkent de besturing nog Niet welk type accu er is geplaatst. De accu-indicator werkt dan nog Niet precies.
Een "V" rechts van de balk op de accu-indicator geeft aan dat de eerste opleading nog Niet werd uitgevoerd.
- De accu's oplenan tot het display de maximale laadtoestand aangeeft.
- Het apparaat na het eerste oplenen van de accu's gebruiken tot die depontladingsbeveiliging de bor stelaandrijving en de afzuiiguting utschakelt.
- Vervolgens de accu's correct en volledig opladen. Na de eerste keer opladen verdwijnt de "V" rechts van de accu-indicator.
Instructie
Als in het accumenu een accutype is geseleeteerd, moet het hierboven beschrenven proces opniew worden uitgevoerd. Dit is ook het geval als het accutype dat al is ingesteld opnieuw worden geseleeteerd.
De laadtoestand van de accu's wordt op het display op het bedieningspaneel weergegeven.
- De lengte van de balk geeft de laadtoestand van de accu waar.
- Gedurende de laatste 30 Minutes werden de restererende gebruksduur in minuten weergegeven.
Accuuitbouwen
VOORZICHIG
Uit- en inbouwen van de accu's
Instabiele stand van de machine
Zorg er bij het in- en uitbouwen van de accu's voor dat de machine veilig staat.
Instructie
Bij apparaten met een beschermdak absolut de aanwijzingen in het hoofdstuk "Beschermdak" inRCT nemen.
- De veiligeidsschakelaar op "0" zetten.
- Het vuilwater aftappen.
- Het vuilwaterreservoiraar achteren zwenken.
- De accustekker eruit trekken
- De kabel van de minpool van de accu losmaker.
- De resterende kabels van de accu's losmaken.
- De accu's eruit nemen
- De opgebruekte accu's conform de geldende bepa-lingen afvoeren.
Uitpakken
- De verpakkingsfolie verwijdenen.
- De spanband verwijderen.
3.4 bodemplanken van de pallet worden met schroeven bevestigdt.Deze planken loschroeven. - Deze planken zo op de rand van de pallet leggen dat ze voor de wielen van het apparatus liqgen.
Afbeelding M
1 Plank
Balk
5. De planken met de schroeven bevestigen.
6. In de verpakking meegeleverde balk ter ondersteunung onder de helling schuiven.
7. De houten lijsten voor de wielen verwijderen.
Apparaat van de pallet duwen
- Bij alle apparaatvarianten behalte "low wheel pressure" aan de hendel van de rem aan het voorwiel trekken en een muntstukussen hendel en rem steken.
Afbeelding N
① Remhendel voor (alle apparaatvarianten behalte B 150 low wheel pressure)
② Remhendel acheier (alleen apparaatvariant Adv en B 150 low wheel pressure)
-
Bij de apparaatvariant "Adv" en "low wheel pressure" de procedure aan de achteras herhalen.
-
Het apparaat langzaam van de helling duwen.
△GEVAAR
Gevaar voor ongevallen
Als de remmen zijn uitgeschakeld, heeft het apparat geen remwerking.
Verwijder de suntun onmiddelijk nadat het apparata van de pallet is geduw.
4. Verwijder de Munten:tussen de hendel en de behui- 14.
Van de pallet rijden
Om van de pallet te konnen rijden,要去en de accu's gelepaatst en opgeladen zijn.
1. De intelligente sleutel aan het bedieningsspaneel erin steken.
2. De veiligheidsschakelaar op "1" zetten
3. Zet de programmaschakelaar op transport.
4. De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
5. Het gaspedaal intrappen
6. Langzaam met het apparaat van de pallet rijden.
7. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten
Reinigingskop inbouwen
De montage van de reinigingskop worden beschreiben in het hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden".
Instructie
Bij sommige modellen is de reinigingskop al gemoneert.
Monteer borstels
- De montage van de borstels worden beschreiben in het hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden".
Zuigbalk monteren
- Beide klemhendels naar boven zwenken.
Afbeelding O
Zuigslang
②Zuigbalkophanging
(3) Zuigbalk
(4)Klemhendel
- De zuigbalk in de zuigbalkophanging plaaten.
- Beide klemhendelsaar onderen zwenken.
Werking
△GEVAAR
Valende voorwerpen
Gevaar voor letse!
Ingebieten waar het bedieningspersoneel geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat zichenonder beschermmdak worden gebruikt.
LET OP
Gevaarlijke situatuie tijdens bedrijf
Gevaar voor letse!
Zet bij gevaar de veiligheidsschakelaar in de stand "0".
Bestuurdersstoel instellen
- Bedien de stoelverstelhendel en verplaats de stoei\ aar de gewenste positie.
- Laat de hendel voor het instellen van de stoei los en zet de stoei vast.
Het apparatus inschakelen
- Op de bestuurdersplaats plaats nemen.
- De intelligente sleutel erin steken
- De veiligeidsschakelaar op "1" zetten.
- De programmaschakelaar op de gewenste functie draaien.
- Als op het display een van de onderstaande indications verschijt, dan de voet van het gaspedaal nemen, de veiligheidsschakelaar op "0" zetten en de nodige onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
| Display Handling | |
| Onderhoud Zuig-balk | De zuigbalk reinigen. |
| Onderhoud Bor-stelkop | De borstels op slijtage controleren en reinigen. |
| Onderhoud Zuiglip | De zuiglippen op slijtage en in-stelling controleren. |
| Onderhoud Turbi-nezeef | De turbinebeschemzeef reinigen. |
| Onderhoud Schoonw. filter | Het filter verswater reinigen. |
- Op de infoknop drukken.
- De teller voor het onderhoud terugzetten (zie "Grijze intelligente sleutel/onderhoudsteller terugzetten").
Instructie
Als de teller nicht worden teruggezet, verschijnt de onderhoudsindicatur telkens bij het inschakenen van het apparaat opnieuw.
Licht inschakelen
Dagrijverlichting
De dagrijverlichting is aan als het apparaat ingeschakeld is.
Werklamp (optie)
- Zet de programmaschakelaar op transport.
- Op de infoknop drukken.
- Draai de infoknop tot "Schakelmenu" worden ge-toond.
- Op de infoknop drukken.
- Druk op de infoknop tot "Werklicht" is gemarkeerd
- Op de infoknop drukken.
Parkeerrem controlleren
△GEVAAR
Defecte parkeerrem
Gevaar voor ongevallen
Controleer voor elkhe handeling de werkig van de parkeerrem op het niveau.
1. Het apparatus inschakelen
2. De rijrichtingsschakelaar op "vooruit" zetten.
3. Zet de programmaschakelaar op transport.
4. Het gaspedaal Licht intrappen
De rem moel hoorbaar ontgrendelen. Het apparaat moet op effen terrein vlot wegrollen.
- Het gaspedaal loslaten
De rem moet hoorbaar vergrendelen.
Is dit nicht het geval, stel het apparaat dan buiten bedrijf en bel de klantenservice.
Rijden
△GEVAAR
Geen remwerking
Gevaar voor ongevalen
Voordat u het apparaat gebrukt absluut de werkinq van de parkeerrem controeren. Gebruik het apparaat in geen geval als de parkeerrem Niet werkct.
GEVAAR
Geen remwerkingijdens bedrijf
Als het apparataat fijdens het gebruik geen remwerking,meer heeft, ga dan als volgt te werk:
Als het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het gaspedaal Niet tot stilstand komt, mag u om veriligeidsredenen de veriligeidsschakelaar alleen op "0" zetten als u de correcte mechanische werkinq van de parkeerrem voor de ingebruikneming van het apparaat hebte gecontroleerd.
Stel het apparat na het bereiken van de stilstand bulten bedrif en bel de klantenservice.
Neem de onderhoudsvoorschriften voor remmen in acht.
△GEVAAR
Onvoorzichtigrijden
Kantelgevaar
Rij in rijrichting en dwars op de rijrichting alleen op hellingen tot maximaal 10% (Adv 15% ).
Draai Niet op hellingen.
Rijd langzaam door bochten en op natte ondergrund
Rijd met het apparaatuitsluitend op verharde ondergrund.
Verhoogd kantelgevaar bij apparaten met een beschermdat.
Als het beschermdak gegen obstakels botst, is er een verhoogde kans op kantelen.
Rijd voorzichtiger als u een apparaat met beschermdak gebruikt.
Let op de maximale doorrijhoogte op de plaats van gebruik. De hoogte van het apparatusat vindt u in het hoofstuk "Technische gegevens".
WAARSCHUWING
Gevaar voor letse!
Beweeg voorzichtig zodat uw hoofd het beschermdak Niet raakt wanner u op het apparata stapt.
Instructie
De rijrichting kanijdens het rijden worden gewijzigd. Zo können door hetervoemals vooruit- en terugrijden heel matteplaatsen worden gesojlijst.
- De zilpositie innemen.
- De intelligente sleutel erin steken
- De veiligheidsschakelaar op "1" zetten.
- De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
- De rijrichting met derrijrichtingschakelaar aan het bedieningspaneel instellen.
- De rijnsnelheid door het indrukken van het gaspedaal bepalen.
- Het gaspedaal loslaten.
Het apparatast stopt.
Bij overbelasting worden de rijmotor uitgeschakeld. Op het display verschijt een storingsmelding. Bij oververhitting van de besturing worden het betreffende aggregaat uitgeschakeld. - Het apparaat minstens 15 minuten latent afkoelen.
- De programmaschakelaar op "OFF" zetten, kort wachten en op het gewenste programma zetten.
Verswater bijvullen
Vul vers water bij met het vulsysteme
- Slui de waterslang aan op de aansluiting van het vulsystem (maximale watertemperatuur 50^ ).
- De watertoevoer openen.
- Bewaak het apparaat. Het automatische vulsysteme onderbreekt de watertoevoer, als de verswatertank vol is.
- De watertoevoer sluiten.
- Verwijder de waterslang.
Verswater bijvullen
-
Het deksel van het verswaterreservoir openen
-
Het verse water (maximaal 50^ ) tot 15 mm onder de bovenkant van de tank vullen.
Instructie
Als erst reinigismiddel en verwolgens water in het reinigismiddelreservoir worden gevuld, dan dit tot sterke schulmvorming leiden.
Voor de eerste ingebruinkeming het verswaterreservoir valledig vullen om het waterleidingsysteme te ontluchten.
3. Het deksel van de verswatertank sluiten.
Reinigingsmiddel vullen
Aanwijzingen over reinigingsmiddelen
WAARSCHUWING
Ongeschikte reinlgingsmiddelden
Gezondheidsgevaar, beschadiging van het apparaat Gebruik alleen aanbevolen reinigingsmiddelen. Voor andere reinigismiddelen is de exploitant het verhoogde risico met betrekking tot de bedrijfsveilighed en het gevaar voor ongevallen.
Gebruik alleen reingigungsmiddelen die vrij zichn van chloor, oplosmiddelen, zout- en fluorwaterstofzur. Neem de veiligheidsaanwijzingen op de reingigungsmiddelen in acht.
Instructie
Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen.
Aanbevolen reniligingsmiddelden
| Toepassing Zuiveringsmid- | delen |
| Onderhoudsreinigung van alle waterbestendige vloeren | RM 746RM 756RM 780 |
| Onderhoudsreinigung van glanzendeoppervlakken (bijvoorbeeld graniet) | RM 755 es |
| Onderhoudsreinigung, tussentijdereiniging en basisreinigung van industrielle vloeren | RM 69 Industrie-reiniger |
| Onderhoudsreinigung en basisreini-ging van steengoed tegels | RM 753 |
| Onderhoudsreinigung van tegels inhet sanitaire bereik | RM 751 |
| Decoating van alle alkalibestendigevloeren (bijvoorbeeld PVC) | RM 752 |
| Decoating van linoleumvloeren RM 754 | |
Reinigungsmittel met doseerinrichting vullen
Alleen variant DOSE:
Aan het vers water wordt op weg maar de reinigingskop door een doseerinrichting reinigingsmiddel toegevoegt.
- Het reinigingsmittel in de reinigingsmiddelbus vullen.
Instructie
Met de doseerinrichting kan maximaal 3% reinigingsmiddel worden gedoseerd. Als de dosering hoger is,要去 het reinigingsmiddel in het versswaterreservoir worden gedaan.
LET OP
Gevaar voor verstopping
Bij het toevoegen van het reinigingsmiddel aan de verswatertank kan het reinigingsmiddel uitdrogen en de werkking van de doseerinrichting verstoren.
Spoel na het toevoegen van het reinigingsmiddel in de verswatertank het apparaat met holder water: Selecteer een reinigingsprogramma met watertoepassing, stel de hoeveelheid water in op de hoogste waarde, stel de reinigingsmiddeldosingering in op 0.
Instructie
Het apparaat heeft een versswaterniveau-indicator op het display. Bij een leeg verswaterservoir vert de dosering van het reinigingsmiddel uitgeschakeld. De reinigingskop blijft werkken zonder toevoer van vloeistof.
Reinigingsmittel in de tank doe
- Het reniginingsminder in het verswaters reservoir vullen.
Opmerking: De deksel voor de vulopening van het overswaterreservoir kan voor het meten van het reli-nigingsmiddel worden gebrukt. Hij is aan de bennen-zijden voorzelen van een schaalindeling.
Parameters instellen (gele intelligente
sleutel)
In het apparaat zijn de parameters voor de verschillende reinigingsprogramma's vooraf ingesteld.
Afhankelijk van de autorisatie van de gele intelligente sleutel können afzonderlijke parameters worden gewijzigd.
De wijdziging van de parameters is slechts actief tot met de programmaschakelaar een ander reinigingsprogramma worden gekozen.
Als parameters permanent要去en worden gewijzigd, dan moet voor de installing een grijze intelligente sleutel worden gezruift. De instelling worden beschren in de paragraaf "Grijze intelligente sleutel".
Instructie
Vrijwel alle displayteksten over de parameterinstelling spreken voor zich. De enige uitzondering is de FACT-parameter:
- Fine Clean: Laag borstelforental voor het verwijderen van grijze waas op keramischesteen.
- Whisper Clean: Gemiddeld borstellorental voor de onderhoudsreiniging met verlaagd geluidsvinuev.
Power Clean: Hoog borsteltoerental voor het polijsten, kristalliseren en vegen. - De programmaschakelaar op het gewenste reingingsprogramma zieten.
- Aan de infoknap draaien tot de gewenste parameter wordt weergegeven.
3.Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
- De gewenste waarde instellen door aan de infoknop te draajien.
- De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch worden overgenomen.
Zuigbalk instellen
De zuigbalk moet alleen in speciale gevallen worden bij-gesteld. De installing af fabriek is voor de meeste toe-passingen geschikt.
Helling instellen
De helling moet zdotanig worden ingesteld dat de zuig-lippen van de zuigbalk over de gehele lenghte gelijkmalig op de vloer worden gedrukt.
-
Plaats het apparaat op een oppervlak zonder heling.
-
De programmaschakelaar in stand "Zuigen" draieren.
-
Het apparaat een Klein stuk vooruit schuiven.
-
Lees het waterpas af.
Afbeelding P
(1) Schroef
② Moer
③Waterweegschaal
- De moer losdrajen.
- Stel de schroef zodenig in dat de niveau-indicator tussen de twee lijnen staat.
- Draai de moer vast
- Om de neue instelling te controlleren, beweegt u het apparaat een stuk verdier maar voren. Herhaal indien nodig het instellingsproce.
- De programmaschakelaar in stand "OFF" draaien.
Hoopte instellen
Met de hoogteverstelling worden de buiging van de zuig-lippen bij contact met de vloer bevinploed.
Instructie
Basisinstellung: 3 ringen boven, 3 ringen onder de zulabalk.
Oneffen vloer: 5 sluitingen boven, 1 sluitring onder de zuiabalk.
Zeer gladde vloer: 1 sluiting boven, 5 sluitingen onder de zuigbalk.
- De moeren losschroeven.
Afbeeling Q
① Moer
(2)nderlegring
3Afstandrol met houder
2. Plaats het gewenste aanl ringenussen de zuigbalk en de afstandsolr.
3. De resterende onderlegringen boven de afstandrol aanbrenngen.
4. De moer erop schroeven en vastdraaien.
5. Het proces bij de tweeede afstandsrol herhalen.
Instructie
Stel beide afstandsrollen in opdezelfde hoothe.
Stel de schraperlip in
De schrurlippen要去en alleen bij de D-reinigingskop worden afgeesteld.
- Stel de schaperlippen door verdraien van het instelwiel zdotig in dat de schaperlip de voer raakt.
- Draai het instelwiel nog eens 1 slag omlaag.
Sproeikop
De slang met de spreiekop worden aan de achterkant van het apparaat aangebracht. HijClient voor hetwegspelen van vuil en voor de handmatige reiniging van het vuilwaterreservoir.
Afbeelding R
①Sproeikop
- De sproeikop sluiten door eraan te draaien.
- De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
3.Op de infoknop drukken. - Aan de infoknop draaien tot "Tankspoeling" op het display worden weergegeven.
- Op de infoknop drukken
- Aan de infoknop draaien tot "ON" wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken. De waterpomp transporteert vers water door desproeilkop.
- De spreoikop op het doel richten en openen door te draalen.
Reinigen
- Neem plaats op de stoel
- Steek de Intelligent Key erin.
- Zet de veiligeidsschakelaar op "1".
- Zet de rijrichtingschakelaar op voorwaarts rijden.
- Stel de programmaschakelaar in op het gewenste reinigingsprogramma.
- Bepaal de snelheid met het rijpedaal.
- Met de rijrichtingshendel de rijrichting selecteren.
- Over het te reinigen oppervlak rijden.
Zijschrobdek (optie)
Het zijschrobdek vereenvoudigt het werkden dicht bij der rand.
Instructie
Het zijschrobdek is Niet actief in de programme's voor polijsten en zuigen.
- Bedien de zijschroobschakelaar.
Het zijschrobdek worden geactiveerd.
- Om het werkken met het zijschrobdek tebeeindigen.
zet u de schakelaar van het zijschrobdek op "0"
Werking beeindigen
Reiniging beeindigen
- Zet de programmaschakelaar op rijden.
- Een kort traject verder rijden.
Het restwater wordt afgez - De programmaschakelaar in stand "OFF" draaien.
- Neem de Intelligent Key eruit.
- Eventueel de accu laden.
Vuilwater aftappen
WAARSCHUWING
Onjuiste afvoer van afvoerwater
Milieuverontreiniging
Neem deplaatselijke voorschriften inzake de behande
ling van afvoerwater in acht.
Instructie
Als de vuiltwatertank vol is, schakelt de zuigturbine uit en het display toont !!!
- De afvoerslang vull water uit de houder nemen en het deksel van de afvoerslang openen.
Afbeelding S
①Afvoerslang vuil water
- Het slangeinde samendrukken en via de afoerin-richting neerlaten.
- De sterkte van de vuilwalerstraal door samendruken van het slangeinde regelen.
- Het vuilwaterreservoir met holder water schoonspoelen.
- Het deksel aan de afvoerslang sluiten.
- De vuilwaterslang in de houder aan het apparaat drukken.
Vuilwatertank-spoelsystem (optie)
- Verwijder de vuilwater-afoverslang uit de houder en open het deksel van de afoverslang.
- Sluit de deksel van de brandtstoftank.
- Sluit een watertoevoarslang aan op de wateraansluiting van het vuilwatertankspoelsysteme.
- Open de waterinlaat en spoel de vuilwatertank ongeveer 30 seconden.
- Herhaal indien nodig het spoelproces 2 tot 3 keer.
- De watertoeyoer sluten.
- De watertoevoerslang van het apparaat scheiden.
- Sluit de afvoerslang voor vuilwater en druk in de houder.
Container voor grof vuiI legen
Een container voor grof vuil is alleen aan R-reinigingskopen aanwezig.
- De container voor grof vuil optillen en eruit trekken.
- De container voor grof vuil legen.
- De container voor grof vuil wee aanbrengen.
Verswater aftappen
- De aflsluiting verswatertank openen.
- Tap het verse water af.
- Het filter reiniger
- Breng de aflsuiting verswatertank aan.
Apparaat parkeren
- De programmaschakelaar op "OFF" draaien.
- De intelligente sleutel eruit trekken.
- Het apparaat gegen wegrolten beveiliggen.
- Eventuel de accu laden.
Grijze Intelligent Key
De grübe Intelligen Ke gyeth de het toezichtpersonseel uitgebriebe boeogdheden en instelmoglijkchem.
1. Steek de Intelligent Key erin.
2. Selecteer de gewenste functie door verdraaien van de infoknop.
Transportrit
- De programmaschakelaar op "transportrit" zetten.
- Op de infoknop drukken.
In het menu "Transportrit" können volgende instelleningen worden uitgevoed: - Onderhoudsteller terugzetten
Sleutelbeheer
Borstelvorm selectoren
Nalooptijden - Accutype instellen
- Basisinstalling
Taalinstelen
- Menu "Schakelaar"
Fabrieksinstelling
Onderhoudsteller terugzetten
Als er onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd die op het display worden weergegeven,要去ervolgens de onderhoudsteller worden teruggezet.
- Aan de infoknop draaien tot "Onderhoudstelle" worden weergegeven.
2.Op de infoknop drukken.
De tellerstanden worden weergegeven. - Aan de infoknop draaien tot de te wissen teller wordt
geaccentueerd - Op de infoknop drukken.
- "Yes" selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken
De teller is gewist.
Instructie
De serviceteller kan alleen door de klantenservice worden geset.
De serviceteller toont de tijd tot de volgende servicebeurt die door de klantenservice moel worden uitgevoerd.
Sleutelbeheer
In het menupunt "Sleutelmenu" worden de bevoegtonden voor elkge gebruekte gele intellectige sleutel togete-kend en worden de taal van de displayweergave voor deze intellectige sleutel ingesteld.
- De grijze intelligente sleutel erin steken.
- Aan de infoknop draaien tot op het display het numputen "Sleutelmenu" worden weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- De grijze intelligente sleutel eruit sukken de en te personalisieren ge intellectige sleutel erin steken.
- Het te wijzigelen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Op de infoknop drukken
- De instenting van het menunjunt selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Deinstallingbevestigien door op het menupunt te drukken.
-
Het volgende te wijzigen menupunt selecteren door aan de infoknop te draaalen.
-
Nadat alle instellingen zich uitgevoerd, het menu "Opslaan?" oproepen door aan de infoknop te draaien.
-
Op de infoknop drukken
De bevoegdheden zich opgeslagen.
De displayweergave "Sleutelmenu Doorgaan?" verschijt. - Yes: Andere intelligente sleutel programmeren
No: Sleutelmenu verlaten - Op de infoknop drukken
Borstelvorm selecteren
Deze functie is vereist bij het verrangen van de reingingskop.
-
Aan de infoknp draaien tot het menupunt "Borstelkop" op het display worden gegeven.
-
Op de infoknop drukken
-
Aan de infoknop draien tot de gewenste borstelvorm is gekemarke.
-
Op de infoknop drukken
-
De hefaandrijving voor het verwangen van de reinigingskop bewegen door aan de infoknop le draaien:
"up": Heffen
"down": Neerlaten
-
"OFF": Stoppen
-
Aan de infoknop draaien tot het menupunt "OFF"
wordweergegeven
- Op de infoknop drukken.
Het menu worden verlate
De besturing voert een herstart UIT.
Nalooptijden
- Aan de infoknop draaien tot het menunjput "Nalooplijden" op het display wordt weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de inofknp draalen tot de gewenste functie is gemarkeerd.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draiaen tot de gewennen talooptijd wordt weergeregeven.
- Op de infoknop drukken.
Accutypeinstellen
- Aan de infoknop draaien tot het numupunt "Batterijmenu" on het display worden weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot het gewenste accutype is margeektek.
- Op de infoknop drukken.
Basisinstelling
Tijdens het gebruik uitgevoerde wijzigingen aan de par
rameters van de verschillende reinigingsprogramma's
worden na het uitschakelen van het apparaat waar de basisinstelling teruggezet.
1. Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Basisinstelling" op het display worden weergegeven.
2. Op de infoknop drukken.
3. Aan de infoknop draaien tot het gewenste reinigingsprogramma is gemarkeerd.
4. Op de infoknop drukken.
5. Aan de infoknop draien tot de gewenste parameter wordt gemarkeerd.
6. Op de infoknop drukken.
De ingestelde waarde knippert.
7. De gewenste waarde instellen doan aan de infoknop te draaien.
8. Op de infoknop drukken.
Taal instellen
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Taal." op het display worden weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot de gewenste taal is gemaekeerd.
- Op de infoknp drukken.
Menu "Schakelaar"
In dit menu worden de werklamp vrijgegeven of geblokeerd.
- Aan de infoknop draalen tot "Schakelmenu" worden weergegeben.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot "Werklicht" is gemar-keerd.
- Op de infoknop drukken.
Fabrieksinstelling
De fabrieksinstellung van alle reinigingsparameters wird hersteld.
- Aan de infoknop draaien tot het menupunt "Fabr.instelling" worden weergegeven.
- Op de infoknop drukken.
- Aan de infoknop draaien tot "Yes" worden geaccentu- eerd.
- Op de infoknop drukken.
Parameters voor reinigingsprogramma's instellen
Alle parameters voor reinigingsprogramma's blijven houden tot een andere instelling worden geselecteerd.
- De programmaschakelaar op het gewenste reingingsprogramma zetten.
- Op de infoknop drukken.
De eerste instelbare parameter worden weergegeven. - Op de infoknop drukken
De ingestelde waarde knippert. - De gewenste waarde instellen doan de Infoknopie draaien.
- De gewijzigde instelling door het indrukken van de infoknop bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde na 10 seconden automatisch worden overgenomen.
- De volgende parameter selecteren door aan de infoknop te draaien.
- Na het wijzigen van alle gewenste parameters aan de infoknop draaien tot het menupunt "Menu verlaeten?" worden weergegeven.
- Op de infoknop drukken. Het menu worden verlaten
Transport
GEVAAR
Rijden op stijgende hellingen
Gevaar voor letse!
Gebruik het apparaat voor het laden en lossen alleen op hellingen tot de maximale waarde (zie hoofdstuk "Technische gegevens").
Rij langzaam
△VOORZICHTIG
Niet in ache nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij het vervoer reckening met het gewicht van het apparata.
- Bij gemonteerde D-reinigingskop de schijffborstelsuit de borstelkop verwideren.
- Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de geldende richtlijnen gegen weglijkden en omvallen beveiligien.
Afbeelding T
(1) Sjorband
Opslag
△VOORZICHTIG
Niet in acheit nemen van het gewicht
Gevaar voor letsel en beschadiging
Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het apparaat.
LET OP
Vorst
Vermietiging van het apparatus door bevrietend water. Verwijder at het water ut het apparatus.
Bewaar het apparaat op een vorstvrijpe plaats.
Houd bij het kiezen van de parkeerplaats rekening met het totale gewicht van het apparaat om de stabiliteit nicht in gevaar te brengen.
- Dit apparaat mag alleen in binnenruimtes worden ogepslagen.
Voor een langere levensduur de batterijen volledig opladen.
- De batterijen bij opslag minstens eén keer per maand volledig opladen.
Verzorging en onderhoud
GEVAAR
Per ongeluk opstartend apparaat
Verwondingsgevaar, elektrische schok
Draai de programmaschakelaar in stand "OFF". Verwijder de Intelligent Key voor alle werkzaamheden aan het apparaat.
Trek de netstekker van de oplader eruit.
Trek de accustekker eruit.
VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel
De zuigturbine blift draien nadat het apparaat is uitgeschakket.
Voer pas werkzaamheden aan het apparaat UIT als de zuigturbine Nieteer draait.
- Het vuilwater en vuilwater aftappen en afvoeren.
Onderhoudsintervallen
Na elk gebruik
LET OP
Ondeskundige reiniging
Beschadigingsgevaar.
Spuit het apparaat Niet schoon met water. Gebruik geen agressieve reinigingsmidde
Voor die gedetailleerde beschrijving van de afzonderlijke onderhoudswerkzaamheden ze hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden".
- Het vuilwater aftappen.
- Het vuilwaterreservoir spoelen.
- De grofvuilzeef reinigen.
- De turbinebeschemzeef reinigen.
- Alleen R-relinigingsknp: Het reservoir voor grof vull eruit nemen en leegmaken.
- Het apparaat van buiten met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen.
- De zuiglippen schoonmaking, op slijtage controleren en indien nodig verrangen.
- De afstrijklippen schoonmaken, op slijtage controle- ren en indien nodig verrangen.
- De borstels schoonmaken, op slijtage controleren en indien nodig verrangen.
- De accu laden.
-
Als de laadtoestand onder 50% is, de accu volledig en zonder onderbrekingen opladen.
-
Als de ladingstoestand boven 50% is, de accu alleen opladen, als u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebte.
Wekelijks
Bij regelmatig gebruik de accu minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen
Eens per maand
Bij tijdelijk stilgelegd apparaat (opslag): De compensatielading van de accu uitvoeren.
- De occupool op oxidatie controeren, indien nodig afborstelen. Op vastheid van de verbindingskabels letten.
- DeADFichtingen tussen het vuiwwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig verrangen.
Bijniet-onderhoudsvrije accu's de zuurdichtheid van de cellen controleren.
- Alleen R-reinigungsknop: De borsteltunnel reinigen.
- Alleen R-reinigungsknop: De waterverdeellijst aan de reinigungskop lostrekken en het waterkanaal reinigen.
Afbeelding U
Bijen langere stilstandelijk het apparaat met volledig opgeladen accu's afzetten. De accu minstens maandelijks volledig oplagen.
Jaarlijks
- De Voorgeschreven inspectie door de klantenservice lately uiltvoeren.
Veiligheidsinspectie/onderhoudscontract
Mel uw dealer kurz u een regelmatige veiligheidsinspectie vastleggen of een onderhoudscontract afsluten. Vlaag hierover advies.
Onderhoudswerkzamheden
Turbinebeschemzeef reinigen
- De deksel van het vuilwaterreservoir openen.
- De vergrendelingshaken samendrukken.
Afbeelding V
Grendelhaak
2Vlotter
③ Turbinebeschermzeef
3. De vlotter verwijderen.
4. De turbinebeschemzeef linksom draaien.
5. De turbinebeschemzeef verwijderen.
6. De turbinebeschemzeef onder stromend water rei-nigen.
7. De turbinebeschemzeef opnieuw aanbrengen.
8. De vlotter aanbrengen.
Zuiglippen omkeren of cervangen
Als de zulgiluppen zijn versletten, moeten ze worden omgekeerd of verrangen.
De zuiglippen können 3 vier worden omgekeerd totdat alle 4 de randen zijn versleten.
1. De zuigbalk verwijderen
2. De stergreep eruit schroeven.
Afbeelding W
(1)Stergreep
(2)Spanband
③ Binnenste gedeelte zuigbalk
4Spansluiting
- Het binnenste gedeelte van de zuigbalk eruit trekken.
- De spansluiting openen.
- De spanband verwijderen.
- De zuglippen uit het binnenste gedeelte verwijden.
Afbeelding X
(1)Afstrijklip
(2) Steunlip
③ Binnenste gedeelte zuigbalk
4 Spanband
- De gebruikte of neue zuiglippen op de noppen van het binnenste gedeelte van de zuigbalk drukken.
- De spanband aanbrengen.
- Het binnenste gedeelte van de zuigbalk in het bovenste delde schuiven.
- De stergreep erin schroeven en vastdraaien.
Grofvuilfilter reinigen
- Open de deksel van de vuilwatertank.
Afbeling Y
① Grofvuilzeef
2Pluizenzeef
- De grofvuilzeef er omhoog aftrekken.
- De groflvulzeef onder stromend water schoonspellen.
- Plaats de grofvuilzeef in de vuilwatertank.
D-reinigingskop inbouwen
- De houder van de reinigingskop optillen (zie hoofdstuk "Grijze intensige sleutei / ... / borstelvorm selecteren").
- De reinigingskop zodanig onder het apparaat schui- ven dat de slang waar achteren wijst.
- De reinigingskop slechts voor de helft onder het apparaat schuiven.
- De grendelnok waar links drukken en het deksel aan de reinigingskop verwieren.
Afbeelding Z
(1)Grendelnok
②Deksel
5. De voedingskabel van de reingigingskop met de kabel van het apparaat verbinden (gelijke kleuren要去en met elkaar overeenkomen).
Afbeelding AA
①Kabel apparatus
②Voedingskabel
6. De deksel erop doe n en laten vergrendelen.
7. De renigingskop in het midden onder het apparata duwen.
8. De slangkoppelang aan de reinigingskop met de slangan aan het apparatusa verbinden.
Afbeelding AB
① Slangkoppeling
(2) Slang
- De lip in het midden van de reinigingskop:tussen de vork in de hendel plaatsen. Afbeelding AC
Borgpen
(2)Hendel
③Lus
10. De houser van de reinigingskop zdotanig uillijnen dat de borgen in de hendel en reinigingskop overeenkomen.
11. De borgpen door de boringsten steken de bergplaat omlaagzwenken.
12. De cilinderstift in de boring van de trekstang schui- ven. Afbeelding AD
①Trektang
② Cilnderstift
(3)Geleidingsbaan
13. De trekstang in de geleidingsbaan aan de reinigingskop volledig omlaag duwen.
14. De borgplaat in de geleidingsplaat aanbrengen en vastklikken.
15. De procedure met de trekstang aan de tegenoverlig-gende zichde herhalen.
16. De grijze intelligente sleutel erin steken.
17. Het borsteltype "Disk" instellen.
D-reinigingskop uittbouwen
- De borgplaat indrukken en de trekstang hier boven zwenken. Afbeelding AJ
① Beveiligingsplaat
② Trekstang - De verdere uitbouw gebeurt in de omgekeerde volgorde van de inbouw.
R-reinigingskop inbouwen
- Beide afdekkingen verwijderen. Afbeelding AE
Deksel
(2) Schroef, deksel
3 Afdekking
④ Schroef, houser
⑤Houder
- De schroeven voor de houders eruit draaien.
- Beide houlders verwijderen
- De schroef aan het deksel eruit draaien.
- Beide trekstangen aan de oogschroeven bevestigen.
Afbeelding AF
①Trekstang
(2) Kartelmoer
3 Moer
4Pogbout - De reinigingskop in het midden onder het apparaat duwen.
- Beide trektangen aan de houders bevestigen (aan-
haalmoment: 25 Nm).
Afbeelding AG
1BoutM8x20
② Schijf
3Houder
(4)Trekstang - De lip in het midden van de reinigingskopCUSden de vork in de hendel plaatsen. Afbeelding AH
② Schijf
3Veerstekker
4 Bout
5Lus
- De houder van de reingiligingskop zodanig uillijnen dat de borgen in de hendel en reingiligingskop overeenkomen.
- De bout door vork en lip steken
- Een schijf op de bout aanbrengen.
- De bout met de borgclip borgen
- De slangkoppeling aan de reinigingskop met de slang aan het apparaat verbinden. Afbeelding AB
① Slangkoppeling
② Slang
14. De deksel openen. Afbeelding AI
1Deksel
15. De voedingskabel van de reinigingskop met de kabel van het apparaat verbinden (gelijke kleuren要去en met elkaar overeenkomen).
16. Het deksel aanbrengen en met de schroef borgen.
17. Een waterpas parallel aan de rijrichting aan de zichdevan de reinigingskop leggen.
18. Door het verstellen van dekartelschroef en de moer aan de oogbout de Reinigingskop horizontaal ultijnen.
19. De instelling aan de andere zijde van het apparaat herhalen.
20. De grijze intelligente sleutel erin steken.
21. Het borsteltype "Brush" instellen.
Borstelwalsen cervangen
Instructie
Vervang de borstelwlsen, als de borstellenge 10 mm heeft bereikt.
1. De reinigingskop optillen.
2. De grep voor de borstelwissel eruit trekken.
Abfandelier AL
① Greep borstelwissel
② Lagerdeksel met afstrijklip
3Borstelwals
- Het lagerdeksen met afstrijklip verwijderen.
- De borstelwals eruit trekken.
- De neue borstelwals inzetten en op de meenemener centeren. Afbeelding AM
①Meenemer
(2)Opnamedoorn
6. Het lagerdeksel met afstriklip aanbrengen.
Instructie
Zorg ervoor dat de borstelwals op de opnamedoorn zit en Niet eronder.
7. De grep voor de borstelwissel maar boven zwenken en vastklikken.
8. De bewerking aan de tegenoverliggende zichde herhalen.
Schijfborstels verrangen
- De reinigingskop optilen
- Het pedaal borstelwissel over de waarstand heb omlaag drukken. Afbeeldig AK
①Pedaal borstelwissel - De 1e schijfborstel er zijdelings onder de reinigingskop uittrekken.
- De neue schijfborstel onder de reinigingskop houden, omhoog drukken en vergrendelen.
- De procedure de 2e schijfborstel herhalen.
Vervang zijschrobborstel (optie)
- De borstelwisselhendel omlaag drukken.
Afbeelding AN
(1) Borstel zijdelingse schrobmodule
(2)Hendel borstelwissel
De borstel valt uit de houder.
- Houd deulative borstel onder het rijschrodek, druk hem omhoog en LAST hem vergrendelen
Zijbezem verrangen (alleen variant SB)
1.3 schroeven eruit draaien.
Afbeelding AP
1Zijbezem
(2) Schröef
2. De zijbezem verwilderen.
3. De neue zichbezem erop schuiven.
4.3 schroeven erin draaien en aanhalen.
Filter verswater reinigen
- Tap vers water af (zie hoofdstuk "Vers water aftappen").
- De afsluiting van het versswatertank losschroeven. Afbeeding AO
①Filter verswater
(2) Afsluiting verswalerreservoir
- Het filter verswater eruit trekken en met schoon water schoonspoelen.
- Het filter versswaterplaatsen.
- De afsluiting van het verswaterreservoir aanbren-
Opmerking: Zorg ervoor dat de slangaansluiting in de afsluiting verswaters reservoir na het vastschroeven op het diepste punt ligt.
Hulp bij storingen
GEVAAR
Het apparaat kan onverwacht starten
Mensen die aan het apparaat werkken, hunnen gewond raken.
Trek voor alle werkzaamheden aan het apparaat de Intelligent Key eruit.
Trek voor alle werkzaamheden de netstekker van de inferne oplater uit het stopcontact.
Ontkoppel de accustekker voor alle werkzaamheden.
-
Het vuilwater aftappen
-
Tap het restlerende verse water af.
Instructie
Neem contact op met de klantenservice, als de fouit nicht kan worden verholpen met de volgende instructies.
Storingen weergegeven op het display
Bij storingen die op het display worden weergegeven als volgt te werk gaan:
- Storingsindicatie als cijfercode
Bij een storingsindicatie met ciljercode de storing (het apparaat) eerst terugzetten:
a De programmaschakelaar op "OFF" zetten.
b Wachen tot de cijfercode op het display is uitgegaan.
c De programmaschakelaar op het vorigeprogramma zetten.
Pas als de fouit opniouw optreedt, de desbetreffende remedies in de opgeveven volgorde uithoeren. Hierbij moet de sleutelschakelaar op "0" worden gezet en moet de noodstoptoets worden ingedrukt.
d Als de fouit Niet kan worden verholpen, met de klantenservice contact opnemen en de fouitmeling vermelden.
Storingsindicatie als tekst
a De aanwijzingen op het display uitvoeren
b De storing door het indrukken van de infoknop bevestigen.
Instructie
Storingsmeldingen die nicht in de volgende babel zich vermeld, geven storingen aan die nicht door de bediener können worden verholpen. Neem in dit geval met de klantenservice contact op.
O
| Storing Remedie | |
| Zitschakelaar open! 1. Het gaspedaal ontlasten.2. De bestuurdersstool kort ontlasten zodat de besturing de functie van de stoelschakelaar kan controlleden. | Gaspedaal loslaten! 1. Het gaspedaal loslaten. |
| Geen Rijrichting! 1. Contact opnemen met de klantenservice. | Batterij ontladen! 1. De accu opladen. |
| Batterijspanning nicht toegestaan! | 1. Contact opnemen met de klantenservice. |
| Laadmodule defect! 1. De oplader controlleden. | Schoonwaterres leeg! |
| Bürstendruck nicht bereikt! | 1. De borstels op slijtage controleren, indien nodig verrangen. 2. De Reinigungskop op werkung controleren: neerlaten, optilen. |
| Vull water. vol! 1. Leeg het vuilwaterreservoir. | |
| Rem defect!! 1. Niet meer met het appaat | aat rijden. 2. Contact opnemen met de klantenservice. |
| Tractiemotor te heet! Afkoelfase 1. De | veiligheidsschakelaar op "0" zetten. 2. Het apparaat minstens 15 minutes lately afkoelen. 3. Bij herhaling met de klantenservice contact opnemen. |
| Claxon defect! 1. Contact opnemen met | de klantenservice. |
| Kop CPU te heet! Afkoelfase 1. De veiligheidsschakelaar op "0" zetten. 2. De besturing minstens 5 minutes lately afkoelen. 3. Bij ruwe bodem de borsteldruk duidelijk verlagen. 4. Bij herhaling met de klantenservice contact opnemen. | |
| Borstelaandrijv Overbelasting! 1. De borstelspiegel latent instellen. | |
Storingen zonder weergave op het display
| Storing Remedie | |
| Het apparaat kan nicht gestart worden | 1. Op de bestluurdersplaats gaan zitten.2. Voordat u de veiligheidsschakelaar inschakelt, uw voet van het rijpedaal nemen.3. De veiligheidsschakelaar op "1" zetten.4. De accu's controleren, eventuele opladen.5. De programmaschakelaar op "OFF" zetten.6. Wacht 10 seconden.7. Zel de programmaschakelaar op het gewenste programme.8. Rijd indien möglichelijk alleen met het apparaat op een vlakte vloer.9. Controleer eventuele de parkeerrem.Als de storing toeh waar optreedt, de klantenservice raadplegen. |
| De waterhoeveelheid is onvoldoende | 1. Controleer het versswaterniveau, vul indien nodig de tank volledig zodate de lucht eruit gedrukt worden.2. Verwijder het filter voor vers water en reinig het.3. Plaats het filter en schroef de aflsuiting crop.4. Alleen R-reinigungskop: Trek de waterverdeellijst van de reinigingskop af.5. Alleen R-reinigungskop: Reinig het waterkanaal.6. De slangen op verstopping controeren, eventuele reinigen. |
| Het zuigvermögen is te gering | 1. De afflichtingenussen het vuilwaterreservoir en de deksel reinigen en op dichtheid controlleren, eventuele verrangen.2. De turbinebeschemzeef op verontreining controeren, indien nodig reinigen.3. De zuiglippen van de zuilbalk reinigen, eventuele omkeren of verrangen.4. Het deksel aan de afvoerslang van vuil water sluiten.5. Het deksel van het spoelsystem van het vuilwaterreservoir sluiten.6. De zuigslang op vers stopping controeren eventuele reinigen.7. De aanzuigslang op dichtheid controeren, eventuele reinigen.8. De instelling van de zuigbalk controeren. |
| Het reinigingsresultaat is onvoldoen de | 1. Stel voor de reinigingstaak het passende reinigingsprogramma in.2. Gebruik passende borstels voor de reinigingstaak.3. Gebruik een passend reinigingsmiddel voor de reinigingstaak.4. De slenelid reduceren.5. Stel de contactdruk in.6. Stel de schaperlippen in.7. De borstels op slijtage controeren, eventuele verrangen.8. Controleer de wateruitvoer. |
| De borstels draalen Niet 1. Verminder | de contactdruk.2. Controleer of een vreemd voorwerp de borstel blokkeert, eventuele het vreme de voorwerp verwijdersen.3. Laat de motor afkoelen als deze overbelast is.4. De programmaschakelaar op "OFF" zetten.5. Wacht 10 seconden.6. Zet de programmaschakelaar op het gewenste programme.7. Controleer of de steker van het apparaat in de reinigingskop is gestoken. |
| Het apparaat remt Niet | 1. De ontgrendeling van de rem ongedaan maken (zie "Montage/uitpakken/apparaat van de pallet duwen"). |
| De vuilwater-aftvoerslang is verstopt | 1. De deksel van het doseerappparaat openen.2. Trek de zuigslang van de zuigbalk en sluit deze af met de hand.3. Zet de programmaschakelaar op "Zuigen".De verstopping worden uit de afvoerslang in de vuilwatertank gezogen. |
| De reinigingsmiddeldosering dosis functioneert Niet | 1. Alleen versie Dosis: Bel de klantenservice. |
Garantie
In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onsze verantwoordelijke verkoopmaatschappij他们在uitgeveven。Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelppen we
binnen de garantieperiode Gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik witt makesen de garantie, neemt um teel uw aankoopbon
contact op met uw distributeur de deichtst bijzijnde ge
autoriserde klantenservice.
(adres zich hinterijke)
Technische gegevens
| R 75 | D 75 | R 85 | D 90 | D 110 | ||
| Algemeen | ||||||
| Rijsnelheid, max. (Adv) | km/h | 6 (10) | 6 (10) | 6 (10) | 6 (10) | 6 (10) |
| Theoretische oppervlaktecapaciteit (Adv) | \( m^2/h \) | 4500 (7500) | 4500 (7500) | 5100 (8500) | 5400 (9000) | 6600 |
| Theoretische oppervlaktecapaciteit met zoijschrobdek | \( m^2/h \) | - | - | 5700 (9500) | 6000 (10000) | - |
| Praktische oppervlaktecapaciteit | \( m^2/h \) | 3200 (5300) | 3200 (5300) | 3600 (6000) | 3800 (6300) | 4600 |
| Volume vers-/vulitwaterreservoir, B 150 (B 200) | I | 150 (200) | 150 (200) | 150 (200) | 150 (200) | 150 (200) |
| Volume grofvuilreservoir | I | 7 | - | 9 | - | - |
| Volume reinigingsmiddeltank (optie dosering) | I | 5 | 5 | 5 | 5 | 5 |
| Reinigungsmiddeldosering | % | 0...3 | 0...3 | 0...3 | 0...3 | 0...3 |
| Waterdosinger | l/min | 0...7 | 0...7 | 0...7 | 0...7 | 0...7 |
| Oppervlaktebelasting (met bestuurder en vol verswaters reservoir) | ||||||
| Oppervlaktedruk voorwiel B 150 (B 200) | \( N/mm^2 \) | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) | 0,94 (0,98) |
| Oppervaktedruk anschterwiel B 150 (B 200) N/mm | 2 | 0,51 (0,67) | 0,51 (0,67) | 0,51 (0,67) | 0,51 (0,67) | |
| Oppervaktebelasting (gewicht/parkeerplaat) (Adv) B 150 / kg/m2 | 599 (612) / 567 / - | 599 (612) / 567 / - | 599 (612) / 567 / - | 599 (612) / 567 / - | 599 (612) / 567 / - | 599 (612) / 567 / - |
| B 200 | ||||||
| Oppervaktedruk voorwiel B 150 low wheel pressure N/mm | 2 | 0,172 | 0,172 | 0,172 | 0,172 | |
| Oppervaktedruk achterwiel B 150 low wheel pressure links N/mm2 | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 | 0,221 / 0,228 | |
| / rechts | ||||||
| Afmetingen | ||||||
| Lengte B 150 (B 200) mm 1690 (1940) 1690 (1940) 1690 (1940) 1690 (1940) | ||||||
| Breedte zonder zuigbalk B 150 (B 200) mm 810 (850) 810 (850) 910 (910) 980 (980) 1110 | ||||||
| Hoogme mm 1390 1390 1390 1390 | ||||||
| Hoogte met beschermdak (optie) | mm 2060 2060 2060 2060 | |||||
| Werkbrechte | mm | 750 | 750 | 850 | 900 | 1100 |
| Werkbrechte met zijschrobdek | mm | - | - | 950 | 1000 | - |
| Werkbrechte met 1 bijbezem | mm 1080 1080 1080 1080 | |||||
| Afmetingen verpakking lxbxh B 150 (B 200) | mm | 1870x1120x1700 (2040x1120x1800) | 1870x1120x1700 (2040x1120x1800) | 1870x1120x1700 (2040x1120x1800) | 1870x1120x1700 (2040x1120x1800) | 1870x 1120x 1700 (2040x 1120x 1800) |
| Bandenuiltrusting | ||||||
| Voorwiel, bredte (low wheel pressure) | mm | 90 (235) | 90 (235) | 90 (235) | 90 (235) | 90 (235) |
| Voorwiel, diameter (low wheel pressure) | mm 265 (290) | 265 (290) | 265 (290) | 265 (290) | ||
| Achterwiel, bredte (low wheel pressure) | mm | 75 (125) | 75 (125) | 75 (125) | 75 (125) | 75 (125) |
| Achterwiel, diameter (low wheel pressure) | mm | 350 (350) | 350 (350) | 350 (350) | 350 (350) | 350 (350) |
| Gewicht | ||||||
| Toegestaan totaal gewicht B 150 (B 200) | kg | 957 (994) | 957 (994) | 957 (994) | 957 (994) | 957 (994) |
| Leeg gewicht (transportgewicht) B 150 (B 200) | kg | 727 (699) | 727 (699) | 727 (699) | 727 (699) | 727 (699) |
| Borstelcontactracht, max. | N (kg) | 765 (78) | 641 (65) | 844 (86) | 778 (79) | 925 (94) |
| Borstelcontactracht, max. | N/m2(g/cm2) | 27300 (280) | 3700 (40) | 26400 (270) | 2800 (30) | 2400 (25) |
| Geveens capacititeit apparaat | ||||||
| Nominate spanning | V | 36 | 36 | 36 | 36 | 36 |
| Accucapaciteit | Ah (5 h) | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 | 170 / 180 / 240 / 285 |
| Gemiddelde netbelasting (Adv) | W | 2300 (3200) | 2200 (3100) | 2600 (3500) | 2400 (3300) | 2500 |
| Gemiddelde stroomverbruik met zijschrobdek (Adv) | W | 2400 (3300) | 2300 (3200) | 2700 (3600) | 2500 (3400) | 2600 |
| Vermogen rijmotor (Adv) | W | 600 (1400) | 600 (1400) | 600 (1400) | 600 (1400) | 600 |
| Vermogen zuigturbine | W | 750 | 750 | 750 | 750 | 750 |
| Vermogen borstelaandrijving | W | 2 x 600 | 2 x 600 | 2 x 750 | 2 x 600 | 2 x 600 |
| Beschermingsgraad | IPX3 | IPX3 | IPX3 | IPX3 | IPX3 | |
| Zuigen | ||||||
| Zuigvermögen, luchthoeveeelheid | I/s | 27,3 | 27,3 | 27,3 | 27,3 | 27,3 |
| Onderdruk (max.) | kPa (mbar) | 21,1 (211) | 21,1 (211) | 21,1 (211) | 21,1 (211) | 21,1 (211) |
| Reinigungsborstel | ||||||
| Borstendoorsne | mm | 105 | 410 | 105 | 450 | 550 |
| Borstellengle | mm | 700 | - | 800 | - | - |
| Borstellorental | 1/min | 1200 | 180 | 1200 | 180 | 180 |
| Borsteldiameter zijschrobdek | mm | - | - | 220 | 220 | - |
| Borstelsnelheid zijschrobdek | 1/min | - | - | 210 | 210 | - |
| Interne oplader | ||||||
| Nominate spanning | V | 230 | 230 | 230 | 230 | 230 |
| Frequentie | Hz | 50-60 | 50-60 | 50-60 | 50-60 | 50-60 |
| Stroomopname | A | 8 | 8 | 8 | 8 | 8 |
| Omgevingsvoordenaarden | ||||||
| Togetestaan temperatuurbereik | °C | 5...40 | 5...40 | 5...40 | 5...40 | 5...40 |
| Watertemperatuuur max. | °C | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 |
| Waterdruk vulsystem (optie) | MPa (bar) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) |
| Waterdruk vuilwaterreservoir-spoelsystem (optie) | MPa (bar) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) | 1 (10) |
| Relatieve luchtvochtigheid | % | 20...90 | 20...90 | 20...90 | 20...90 | 20...90 |
| Helling | ||||||
| Stijging werkbereik max.(Adv) | % | 10 (15) | 10 (15) | 10 (15) | 10 (15) | 10 (15) |
| Berekende waarden conform EN 60335-2-72 | ||||||
| Hand-arm-vibratiewaarde | m/s2 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 |
| Vibratiewaarde steel | m/s2 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 | <2,5 |
| Onzekerheid K | dB(A) | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 |
| Geluidsrudniveau LpA, normaal bedrijf | dB(A) | 67 | 67 | 67 | 67 | 67 |
| Onzekerheid KpA | dB(A) | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Geluidsvermogensniveau LWA + onzekerheid KMANormaalbedrijf | dB(A) | 85 | 85 | 85 | 85 | 85 |
| Zijschrobdek | ||||||
| Vermogen | W | - | - | 140 | 140 | - |
| Borstelcontactracht, max. | N (kg) | - | - | 88 (9) | 88 (9) | - |
| Borstelcontactracht, max. | N/m2(g/cm2) | - | - | 2943 (30) 2943 (30) | - | |
Technische wijzigingen voorbehonden.
EU-conformiteitsverklaring
Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante verilghides- en gezondheidsvereisten van de EU-nichtlijnen. Bij een Niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine vertiest dieze verwklaring zich geldigheid. Product: Vloerreiniger zittend bediende machine Type: 1.246-xxx
Relevante EU-richtlijnen
2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2014/53/EU (TCU)
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-29
EN 60335-2-72
EN 62233: 2008
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 55014-1:2006+A1:2009+A2:2011
EN 55014-2: 1997+A1: 2001+A2: 2008
EN 61000-3-2: 2014
EN 61000-3-3:2013
EN 61000-6-2: 2005
TCU
EN 301 511 V12.5.1
EN 300 440 V2.1.1
EN 300 328 V2.2.2
EN 300 330 V2.1.1
Toegepaste nationale normen
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.

H. Jenner
Gevolmachtigde voor de documentatie:
S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
Alfred-Karcher-Str. 28 - 40
- Sving begge svingarme op
Figur O
Sugeslange
②Sugebjaelkeophaeng
3 Sugebjaelke
4Klemhhandtag
Evexóevoc rpauiarouos arouw.
Oeipiotes npetie vaektaideutouv kataaanatn Xpnoaunns ouakeun.
HoukeunETITPENTai va LEIOUpyeI MOVOTAV Eivai KLEIOTA Oa TKAITAKIA KAI KAALUMATA.
Diataeic aoeaeias
△NPOEOXH
EAaHn nponnoiEv aoutnpaata oepaaeias
Taountpataoapaiiax xpoaiueovu yia nyn poataa oac.
Nore mny npomnoieire kai nnapakamitere ra ouotnata aopalaeis.
Aiaokottns aoeaaleas
Ia daei diakotn 6aw tw waioupyiw: PuOieto to diakottn aapaleic oTo 0
H OUKEUN φενεραί ΑΤΟΤΑ, ὄταν διδόκΤΙΝς ασραλεις εἶνα οΥΕΥθηθιμένος.
O biakontns aapaleiaasieitoupye atteuethiaoc o aeTis aeitoupyies nG oukeun
Aikokntns kaioipatoS
Eav o xeiipotns Eykataaleiyei To kaiogaa kata tn diapkeia Tn epyaacn kata tv noynon, o biokottns kaiogatoc aTVEpyoTOie Tov KIVTNpa eTa aTTO kpn Kaoutepnpn.
Σμβoλεπavσnσoekun

△NPOEOXH
Kivuovos ouv0aiyns
Ta xepia mnpouv va naiyideutouv otav πeipotpeovtai katw ano tne δeqevn
akαθaprou vερού
Mny Kpatate kaveva mepos ou ouajatoc aas metaTu nTsegeaneKai ngoukeunotavTrepiptepetnpoTa KATW Tnegeaneyn akaprotuvpeo.

KINADYNO2
Kivouos atuxnuaos
Purtata ochelari de protectie.

Tinei copii departe de acid si de baterie.

Pericol deexplozie
Suport tija de aspiratie
Acoperis de protectie (optiene)
Acoperisul de proteite proteja zad concudatorul aparutuli impotrivta objektor cazatoare.
In cazul aparatelor cu acoperis de protectie,rezervorul de apa murdarae este prevazut cu o siguranta. Aceastag Siguranta Impiedica balansarea inapo neintentionata a rezerovurolui de apa murdarai napo, din cauza fortoler cu impact asupra acoperisului de protectie.
Figura E
(1) Acoperis de protectie
② Tabla de blocare
(3) Šurub de siguranta M8x16, saibā