SBSLI18 - Incubateur de laboratoire STEINBERG - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SBSLI18 STEINBERG in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur SBSLI18 STEINBERG
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Incubateur de laboratoire in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SBSLI18 - STEINBERG en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SBSLI18 van het merk STEINBERG.
GEBRUIKSAANWIJZING SBSLI18 STEINBERG
Productnaam Laboratorium broedstoof
- Ota yhteyttä paikallisiin viranomaisiin saadaksesi tietoa paikallisista kierrätyslaitoksista.NL Deze gebruikershandleiding is vertaald met behulp van machinevertaling. Wij hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat de vertaling nauwkeurig is, maar houd er rekening mee dat automatische vertalingen niet perfect zijn en niet bedoeld zijn om menselijke vertalers te vervangen. De officiële versie van de gebruikershandleiding is in het Engels. Eventuele verschillen tussen de vertaalde versie en de originele Engelse versie zijn niet juridisch bindend. Als u vragen hebt over de juistheid van de vertaling, raadpleeg dan de Engelse versie; dit is de officiële referentie.
Technische gegevens Beschrijving parameter Waarde parameter Productnaam Laboratorium broedstoof Model
1. Algemeen overzicht
Deze handleiding is bedoeld om u te helpen bij een veilig en betrouwbaar gebruik. Het product wordt strikt volgens de technische specificaties ontworpen en vervaardigd, met behulp van de nieuwste technologie en componenten, en met inachtneming van de hoogste kwaliteitsnormen.
LEES DE HANDLEIDING ZORGVULDIG
DOOR EN BEGRIJP HET VOOR GEBRUIK. Om een lange en betrouwbare werking van het product te garanderen, dient u het product correct te bedienen en te onderhouden, en wel strikt volgens de instructies in deze handleiding. De technische gegevens en specificaties in deze handleiding zijn up-to-date. De fabrikant behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen ter verbetering van de kwaliteit. Omschrijving van symbolen Het product voldoet aan de eisen van relevante veiligheidsnormen. Lees de instructies voor gebruik.
LET OP! of WAARSCHUWING! of ONTHOUD! geeft een specifieke instructie aanNL (algemeen waarschuwingsteken).
LET OP! Risico op elektrische schokken!
LET OP! Het oppervlak van het product kan hoge temperaturen bereiken. Raak het product niet met blote handen aan terwijl het in werking is - gevaar voor brandwonden!
LET OP! De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn bedoeld als illustratie en kunnen op details afwijken van het daadwerkelijke uiterlijk van het product. De originele versie van de handleiding is in het Duits. Andere taalversies zijn vertalingen uit het Duits .
2. Bedrijfsveiligheid en
LET OP! Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies nauwkeurig. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig of dodelijk letsel. De term “apparaat” of “product” in de waarschuwingen en instructies verwijst naar de LABORATORIUMINCUBATOR. 2.1. Elektrische veiligheid a) De stekker van het netsnoer van het apparaat moet in het stopcontact passen. Verander op geen enkele manier iets aan de stekker. Originele stekkers en bijpassende stopcontacten verkleinen het risico op een elektrische schok. b) Raak geaarde objecten, zoals leidingen, radiatoren, verwarmingstoestellen en koelkasten, niet aan. Er is een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is en het apparaat aanraakt terwijl het is blootgesteld aan directe regen, een natte vloer of wanneer het apparaat in een vochtige omgeving wordt gebruikt. Als er water in het apparaat binnendringt, is er een groter risico op schade aan het apparaat en elektrische schokken. c) Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen. d) Gebruik het netsnoer niet op een onbedoelde manier. Gebruik het nooit om het apparaat te dragen of om de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het netsnoer uit de buurt van hittebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Beschadigde of verstrikte snoeren verhogen het risico op elektrische schokken. e) Als u het apparaat toch in een vochtige omgeving moet gebruiken, sluit het apparaat dan met een aardlekschakelaar aan op het elektriciteitsnet. Het gebruik van een RCD verlaagt het risico op elektrische schokken.NL f) Gebruik het apparaat niet als het netsnoer beschadigd is of tekenen van slijtage vertoont. Laat een beschadigd netsnoer vervangen door een gekwalificeerde elektricien of de technische dienst van de fabrikant. g) Om elektrische schokken te voorkomen, mag u het netsnoer, de stekker of het apparaat zelf niet onderdompelen in water of een andere vloeistof. Gebruik het apparaat niet op natte oppervlakken. 2.2. Veiligheid op de werkplek a) Zorg ervoor dat de werkplek opgeruimd en goed verlicht is. b) In geval van twijfel of het apparaat juist werkt dient u contact op te nemen met het servicepunt van de fabrikant. c) Reparaties aan het apparaat mogen uitsluitend door de servicedienst van de fabrikant worden uitgevoerd. Probeer zelf geen reparaties uit te voeren! d) In geval van ontbranding of brand mag u uitsluitend poederblussers of CO2-blussers gebruiken om de brand te blussen als het apparaat onder elektrische spanning staat. e) Kinderen en onbevoegde personen zijn niet toegestaan op de werkplek. f) Gebruik het apparaat in een goed geventileerde ruimte. g) Bij gevaar voor de gezondheid of het leven, een noodgeval of een storing, dient u het apparaat uit te schakelen door de aan/uit-schakelaar om te zetten! h) Controleer regelmatig de staat van de veiligheidswaarschuwingsstickers. Indien de stickers niet meer leesbaar zijn, dienen ze te worden vervangen.
i) Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. Indien het product wordt doorgegeven aan derden,
dan dient de gebruiksaanwijzing te worden meegegeven. j) Bewaar verpakkingselementen en kleine montagedelen op een plaats die niet toegankelijk is voor kinderen. k) Houd het apparaat buiten bereik van kinderen en dieren. l) Wanneer u dit apparaat samen met andere apparaten gebruikt, dient u de bijbehorende gebruikershandleidingen te volgen. 2.3. Persoonlijke veiligheid a) Gebruik het product niet als u moe of ziek bent of onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen die uw vermogen om het product te bedienen aanzienlijk kunnen beïnvloeden. b) Het product is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met een verstandelijke, zintuiglijke of intellectuele beperking of met een gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzijNL zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of tenzij zij van de verantwoordelijke persoon instructies hebben gekregen over de bediening van het product. c) Het apparaat mag uitsluitend worden bediend door personen die lichamelijk fit zijn, in staat zijn het apparaat te bedienen en die hiervoor een passende opleiding hebben gevolgd, deze handleiding hebben gelezen en een opleiding op het gebied van gezondheid en veiligheid hebben gevolgd. d) Wees voorzichtig en gebruik uw gezonde verstand bij het bedienen van het product. Zelfs een kort moment van afleiding tijdens het werk kan leiden tot ernstig letsel. e) Om onbedoelde bediening te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat de aan/uit-schakelaar op UIT staat voordat u het apparaat op de netspanning aansluit. f) Het apparaat is geen speelgoed. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze er niet mee spelen. 2.4. Veilig gebruik van het product a) Gebruik het apparaat niet als de aan/uit-schakelaar niet goed werkt (niet aan of uit gaat). b) Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u het apparaat instelt, reinigt of onderhoudt. Deze veiligheidsmaatregel verkleint het risico op onbedoelde bediening. c) Houd ongebruikte apparaten buiten bereik van kinderen en personen die niet bekend zijn met het apparaat of deze handleiding. Apparaten zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers. d) Houd het apparaat in perfecte technische staat. e) Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen. f) Het product mag uitsluitend worden gerepareerd en onderhouden door gekwalificeerd personeel, met gebruikmaking van originele reserveonderdelen. Hiermee wordt een veilige werking van het product gewaarborgd. g) Om de operationele integriteit van het product te waarborgen, mag u de in de fabriek gemonteerde afdekkingen niet verwijderen en geen bouten losdraaien. h) Maak het apparaat regelmatig schoon om blijvende vuilafzettingen te voorkomen.
i) Het apparaat is geen speelgoed. Kinderen mogen de schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden niet
uitvoeren zonder toezicht van een volwassene. j) Probeer nooit het apparaat te manipuleren om de parameters of structuur ervan te wijzigen. k) Houd het apparaat uit de buurt van vuur- en warmtebronnen. l) Dek de ventilatieopeningen van het apparaat niet af! m) Gebruik geen ontvlambare of explosieve organische oplosmiddelen tijdens het gebruik van het apparaat.NL n) Plaats geen vluchtige stoffen in het apparaat wanneer het in werking is. o) Oefen geen mechanische druk uit op het apparaat en stel het niet bloot aan schokken of vallen. p) Plaats geen voorwerpen op het apparaat. q) Verplaats het apparaat niet als er zich monsters in bevinden. Indien het apparaat verplaatst moet worden, koppel het dan eerst los van de stroomvoorziening en gebruik beide handen om de broedmachine te verplaatsen terwijl u deze waterpas houdt. r) Als er een functie uitvalt, stop dan onmiddellijk het incubatieproces. Onjuiste bedrijfsomstandigheden kunnen schadelijke effecten op de inhoud van het monster tot gevolg hebben. LET OP! Hoewel het apparaat zo is ontworpen dat het veilig is en is voorzien van voldoende beveiligingen, en ondanks het gebruik van aanvullende veiligheidsmaatregelen, is er nog steeds een laag restrisico op ongelukken of verwondingen tijdens het gebruik ervan. Blijf alert en gebruik uw gezond verstand wanneer u het apparaat gebruikt.
3. Gebruiksvoorwaarden
Dit product is bedoeld voor de incubatie en voortplanting van levende organismen bij stabiele temperaturen. De gebruiker is aansprakelijk voor schade die ontstaat door verkeerd gebruik. 3.1. Voorbereidingen voor de operatie
- Omgevingstemperatuur: 5–40°C
- Relatieve vochtigheid: <90%
- Atmosferische druk: 80–106 KPa
- Geen intense trillingen of blootstelling aan corrosieve gassen
- Uit de buurt houden van direct zonlicht en extreme hitte- of koudebronnen
3.1.2 Positionering van het apparaat
- Zorg ervoor dat het apparaat in een goed geventileerde ruimte staat met aan alle kanten minimaal 20– 30 cm vrije ruimte.
- Gebruik het apparaat altijd op een stabiele, stevige, schone, vuurvaste en droge ondergrond, buiten bereik van kinderen en personen met verminderde mentale, sensorische of intellectuele vermogens.
- Plaats het apparaat zodanig dat de stekker altijd gemakkelijk bereikbaar is.
- Controleer of de specificaties van het netstroom overeenkomen met de specificaties op het typeplaatje.
- Maak de broedkamer schoon en droog voor het eerste gebruik en laat hem vervolgens luchten.NL 3.2. Het apparaat bedienen
3.2.1 Algemene procedures
1) Plaats het instrument op een vlakke ondergrond of tafel.
2) Sluit het apparaat aan op een geschikte voeding en zorg ervoor dat alle aardingsklemmen van het
stopcontact goed geaard zijn.
3) Schakel de stroom in; het lampje gaat branden.
4) Stel de temperatuur in op basis van de kweekvereisten. Zodra het apparaat voor temperatuurregeling
begint, wordt de huidige kamertemperatuur weergegeven.
5) Let op: Bij regelaars met een aanwijzer draait u aan de knop (raadpleeg de handleiding van de digitale
regelaar voor digitale instrumenten). Plaats de cultuur pas nadat de temperatuur 30 minuten gestabiliseerd is.
6) Zodra het experiment is voltooid, schakelt u de stroom uit. Het instrument stopt dan met werken.
- Zorg ervoor dat de aarding voltooid is en kies een aardingsdraad die twee keer zo dik is als het netsnoer.
- Houd de binnenkamer te allen tijde schoon.
- Plaats geen culturen direct onder de kamer en zorg ervoor dat de culturen niet te dicht op elkaar staan, zodat er een goede luchtcirculatie blijft.
1. “AT / F”-indicator : licht op wanneer de temperatuur in Fahrenheit wordt weergegeven. Het knippert
tijdens het automatische temperatuurafstemmingsproces.
2. “TIME”-indicator : licht op wanneer er een timer is ingesteld. Het knippert tijdens het aftellen of wanneer
de timer in gebruik is.NL
3. “OUT”-indicator : licht op wanneer de verwarming actief is.
4. “LOCK”-indicator : licht op wanneer de knoppen vergrendeld zijn.
5. “SIN”-indicator : Deze indicator is inactief.
6. “ALM”-indicator : licht op wanneer er een overtemperatuuralarm is of als de temperatuurmeting
abnormaal is. Knippert tijdens een alarm voor een te lage temperatuur. Tijdens normale werking blijft het apparaat uit.
3.2.3 Weergave bij inschakelen
- PC-D9000 : Wanneer de controller wordt ingeschakeld, verschijnt "P(K)-d9" in het PV-gebied en wordt het versienummer weergegeven in het SV-gebied. Na ongeveer 3 seconden schakelt de controller over naar de normale bedrijfsstatus.
- PC-E9000 : In eerste instantie worden alle displays gedurende ongeveer 3 seconden verlicht. Vervolgens wordt "P(K)-d9" weergegeven in het PV-gebied en verschijnt het versienummer gedurende 1 seconde in het SV-gebied. Daarna schakelt de controller over naar de normale bedrijfstoestand.
3.2.4 Temperatuur- en tijdinstelling
- Zonder timingfunctie
1) Druk in de hoofdinterface op de SET-knop om de temperatuurinstelmodus te openen. In het PV-
gebied wordt de melding "SP" weergegeven en in het SV-gebied wordt de huidige ingestelde temperatuurwaarde weergegeven.
2) Gebruik de knoppen SHIFT, DEC en INC om de temperatuurinstelling aan te passen.
3) Druk nogmaals op de SET-knop om terug te keren naar de hoofdinterface. De nieuwe instellingen
worden automatisch opgeslagen.
1) Druk in de hoofdinterface op de SET-knop om de temperatuurinstelmodus te openen.
2) Druk nogmaals op de SET-knop om naar de tijdinstelmodus te gaan, aangegeven door de melding
3) Druk een derde keer op de SET-knop om terug te keren naar de hoofdinterface. De nieuwe
instellingen worden automatisch opgeslagen. OPMERKING
- Als de tijd op nul staat, werkt de controller continu.
- Als de tijd is ingesteld op een waarde groter dan nul, wordt in het TIJD-gebied de ingestelde tijd weergegeven in de aftelmodus en nul in de vooruit-timingmodus voordat de timer start.
4) Tijdens de tijdsgestuurde bewerking wordt in het TIJD-gebied de resterende tijd weergegeven.
5) Wanneer het aftellen is voltooid, wordt in het TIJD-gebied "Einde" weergegeven en klinkt de zoemer
gedurende de in EST opgegeven duur (zie "3.4. Parametertabel 1”), en de zoemer kan worden gedempt door op een willekeurige knop te drukken.NL
6) Om de controller opnieuw op te starten nadat de timer is afgelopen, houdt u de RST-knop 3
3.2.5 Afspraakfunctie
Als er een afspraaktijd is ingesteld, start de controller de afspraakfunctie. Tijdens het afspraaktimingproces schakelt de controller de verwarmingsuitgang uit. In het TIJD-gebied wordt de looptijd van de afspraak weergegeven door middel van een aftelling.
- PC-D9000 : Tijdens het vastleggen van de afspraaktijd knippert de indicator A.
- PC-E9000 : Tijdens het afspraaktimingproces knippert de TIM-indicator.
3.2.6 Alarm voor afwijkende temperatuurmeting
Als het PV-gebied “---” weergeeft, betekent dit dat de temperatuursensor defect is, dat de temperatuur buiten het meetbereik ligt of dat er een probleem is met de controller zelf. In dergelijke gevallen schakelt de controller automatisch de warmteafgifte uit, klinkt er een continu zoemer en brandt het ALM-lampje.
3.2.7 Temperatuurafwijkingsalarm
Als er een overtemperatuuralarm optreedt, gaat de ALM-indicator branden, wordt de verwarmingsuitvoer uitgeschakeld en klinkt de zoemer. Bij een te lage temperatuur alarm knippert de ALM-indicator en klinkt de zoemer. Als het afwijkingsalarm wordt geactiveerd door een wijziging in de ingestelde temperatuurwaarde, brandt de ALM-indicator, maar blijft de zoemer stil.
3.2.8 Schermvergrendelingsfunctie
De controller biedt drie methoden om het scherm te vergrendelen. Zie “3.4. Parametertabel 1” voor details. Methode om te ontgrendelen met een wachtwoord : Druk in de vergrendelde schermstand op de INC-knop. In het PV- gebied wordt de wachtwoordprompt "PA" weergegeven en in het SV-gebied wordt de wachtwoordwaarde weergegeven. Voer het juiste wachtwoord in en druk op de SET-knop om het scherm te ontgrendelen.
Wanneer de zoemer klinkt, kunt u deze op een willekeurige knop uitzetten. 3.3. Automatische afstemming van PID Als de temperatuurregeling niet optimaal is, kan de gebruiker het zelfregulerende programma van het systeem starten. Houd er rekening mee dat het zelf-afstemmingsproces een grote overshoot kan veroorzaken. Houd hier rekening mee voordat u verdergaat. Houd in de hoofdinterface de AT-knop 6 seconden ingedrukt om de zelfafstemmingsselectiemodus te openen. In het PV- gebied wordt de prompt “AT” weergegeven en in het SV-gebied wordt “0” weergegeven. Gebruik de DEC- of INC-knop om de waarde te wijzigen naar “1”. Druk vervolgens op de SET-knop om het zelfinstellende programma te starten. De AT- indicator knippert tijdens het proces. Zodra de zelfafstemming is voltooid, wordt de AT-indicator uitgeschakeld en worden de PID-parameters automatisch opgeslagen. Als u het automatisch afstemmen wilt stoppen, houdt u de AT-knop nog eens 6 seconden ingedrukt.NL OPMERKING
- Als er tijdens de zelfafstelling van het systeem een overtemperatuuralarm optreedt, blijft de ALM- indicator uit en klinkt er geen zoemer.
- De SET-knop is ongeldig terwijl het systeem zichzelf aan het afstemmen is. 3.4. Interne parameterinstellingen Houd in de hoofdinterface de SET-knop 3 seconden ingedrukt. In het PV-gebied wordt de wachtwoordprompt "Lc" weergegeven en in het SV-gebied wordt de wachtwoordwaarde weergegeven. Stel het wachtwoord in op de gewenste waarde en druk vervolgens nogmaals op de SET-knop om de interne parameterinstellingsmodus te openen. Als u tijdens dit proces de SET-knop nog eens 3 seconden ingedrukt houdt, keert de controller terug naar de hoofdinterface en wordt de ingestelde waarde automatisch opgeslagen. Uitleg In de volgende tabel:
1) De ingestelde temperatuur wordt aangeduid met SP en de gemeten temperatuur wordt aangeduid met PV.
2) Voor een PT100-type controller is “M = 400,0°C”. Voor een K-TC-type controller is “M = 600,0°C”.
Parametertabel 1 Snel Naam Functiebeschrijving (Bereik instellen) Fabriekswaarde
Wanneer Lc 3 is, kan de gebruiker deze parametertabel openen.
ALH Alarmwaarde voor oververhittin
Als “PV > SP + ALH” wordt het overtemperatuuralarm geactiveerd.
20,0 ALLE Ondertempe ratuur alarmwaarde Als “ PV OPMERKING: Als ALL gelijk is aan 0, is deze alarmfunctie ongeldig.
Afwijkingscor rectie Het wordt gebruikt om de fout in de temperatuurmeting te corrigeren Pb = Werkelijke temperatuur - PV (-50.0
Hellingcorrec tie. Het wordt meestal gebruikt om fouten bij het meten van hoge temperaturen te corrigeren. PL = 1000 * (Werkelijke temperatuur - PV) ÷ PV (-999
ndT Tijdstip modus 0: Geen timingfunctie 1: Constante temperatuurtiming 2: Looptijdbepaling
Tijdseenheid 0: Minuut 1: Uur (0~1)
SPd Constante temperatuur afwijking Als “SP – SPd ≤ PV ≤ SP + SPd”, De regelaar schakelt over naar de constante temperatuurstatus. (0.1
0,5 EST Timing einde zoemertijd Wanneer de tijd om is, zal de zoemer gedurende deze tijd piepen. OPMERKING: Als EST 9999 is, klinkt er een continu piepsignaal.
Controle na de timing 0: Schakel de verwarmingsuitgang uit na de timing 1: Blijf de temperatuur controleren nadat de tijd is verstreken
Vergrendelsc hermfunctie 0: Geen vergrendelschermfunctie 1: Dankzij de vergrendelingsfunctie hoeft u geen wachtwoord in te voeren. 2: Met vergrendelingsfunctie, moet het wachtwoord worden ingevoerd om het apparaat te ontgrendelen.
vergrendelsc herm In de hoofdinterface-status vergrendelt de controller het scherm automatisch als er gedurende deze tijd geen enkele knop wordt ingedrukt. OPMERKING: Als LdT 600 is, is deze functie ongeldig. (10
PAd Ontgrendel wachtwoord De gebruiker moet dit wachtwoord invoeren om te ontgrendelen. (0~9999)
Toevoe gen Adres Het communicatieadres (1~32)
Parametertabel 2 Snel Naam Functiebeschrijving (Bereik instellen) Fabriekswaarde
Wachtwoord Wanneer Lc 6 is, kan de gebruiker deze parametertabel openen.
Afbakenings punt Het scheidspunt van lage- en hogetemperatuur-PID- regeling. “SP≤dP” is een regeling voor lage temperaturen. “SP > dP” staat voor hoge temperatuurregeling.
Proportionel e band 1 Proportionele actie-aanpassing bij lagetemperatuurregeling. OPMERKING: “P1 = 0” is aan-uitregeling.
35,0 Ik1 Integratietijd
Integrale actie-aanpassing bij lagetemperatuurregeling. (1 ~ 2000s)
Differentiële tijd 1 Differentiële werkingsaanpassing bij lage temperatuurregeling. (0 ~ 1000-en)
nP1 Vermogen 1 Het maximale vermogenspercentage van het verwarmingsvermogen bij lage temperatuurregeling.
nH1 Schakel afwijking 1 uit Als “PV≥SP + nH1”, schakel dan de verwarmingsuitgang bij lagetemperatuurregeling uit. OPMERKING: Gebruik deze parameter met de nodige voorzichtigheid!
Proportionel e band 2 Proportionele actie-aanpassing bij hoge temperaturen. OPMERKING: “P2 = 0” is aan-uitregeling.
35,0 Ik2 Integratietijd
Integrale actie-aanpassing bij hoge temperaturen. (1 ~ 2000s)
Differentiële tijd 2 Differentiële werkingsaanpassing bij hoge temperaturen. (0 ~ 1000-en)
nP2 Vermogen 2 Het maximale vermogenspercentage van het verwarmingsvermogen bij hoge temperatuur. (0~100%)
nH2 Afwijking 2 uitschakelen Als “ PV≥SP + nH2 ”, schakel dan de verwarmingsuitgang bij hoge temperatuur uit. LET OP: Gebruik deze parameter met de nodige voorzichtigheid!
50,0 Parametertabel 3 Snel Naam Functiebeschrijving (Bereik instellen) Fabriekswaarde
Wachtwoord Wanneer Lc 27 is, kan de gebruiker deze parametertabel openen. 0NL
Temperatuur eenheid 0: Celsius; 1: Fahrenheit graden OPMERKING: Voor controllers van het type K is deze functie ongeldig.
Parametertabel 4 Snel Naam Functiebeschrijving (Bereik instellen) Fabriekswaarde
Wachtwoord Wanneer Lc 81 is, kan de gebruiker deze parametertabel openen.
Afspraak tijd Ingestelde waarde voor afspraaktijd. OPMERKING: Als APT 0 is, is deze functie ongeldig. (0 ~ 9999m)
Parametertabel 5 Snel Naam Functiebeschrijving (Bereik instellen) Fabriekswaard
Wachtwoord Wanneer Lc 567 is, kan de gebruiker deze parametertabel openen.
rST Fabriek opnieuw instellen 0: Annuleren om de fabriekswaarde te herstellen; 1: Bevestig dat u de fabriekswaarden wilt herstellen.
indicator Parameternaam Beschrijving van de parameterfunctie (Bereik) Beginwaarde
Wachtwoord Lc=9, parameterwaarden kunnen worden bekeken en gewijzigd
punt Display decimaal punt 0: Geen decimaal punt voor temperatuurmeting en ingestelde waarde; 1: De temperatuurmeting en de ingestelde waarde hebben 1 decimaal. (0~1) 1
deurbedieningsf unctie 0 : Geen gebruik; 1 : Gebruik (0~1) 0 SPL Minimum. ingestelde waarde De minimale waarde van de temperatuurinstelling. (-50.0~20.0℃) 0NL SPH Maximaal ingestelde waarde De maximale waarde van de temperatuurinstelling. (20,0 ~ M ℃ ) 300,0 EnL Alarmerend gebrek aan water 0 Uitschakelen 1 inschakelen (0~1) 0 uit Verwarming uitvoermodus 0: normale toestand. 1: De alarmrelaisuitgang (normaal gesproken openingspunt) is gewijzigd naar verwarmingsuitgang en de oorspronkelijke verwarmingsuitgang is ongeldig. (0~1) 0
Onzin regio Het onzingedeelte van de temperatuurmeting. (0~5.0) 0.0 nee Schakelaar uitvoermodus 0: Aan het einde van de tijdmeting. 1: Alarm bij oververhitting. 2: Ga naar de constante temperatuurstatus
(0~2) 1 ndA Temperatuur alarmmodus 0: Alleen het alarm voor overtemperatuurafwijking. 1: Alarm voor te hoge en te lage temperatuurafwijkingen. (0~1) 0 3.5. Problemen oplossen Problemen Oorzaak Oplossing Geen stroom Stekker is niet aangesloten of lijnbreuken Goed afsluiten of de dop vervangen Zekering breekt Vervang de zekering Temperatuur stijgt niet Temperatuursensor breekt Vervang de sensor Kachel kapot Vervang de kachel Binnendraadverbindingen los of slecht contact Draadverbindingen vastmaken 3.6. Installatie en onderhoud
- Het oppervlak (tafel) moet vlak zijn.
- Houd een afstand van 20-30 cm tot de muur aan.
- Zorg voor een goede ventilatie, met minimale hoeveelheid stof en een luchtvochtigheid van maximaal 85%.
- Houd de apparatuur schoon en droog.
- Plaats geen voorwerpen op het apparaat.NL 3.7. Opslag en levering
- Bewaar de apparatuur in een omgeving met een temperatuur tussen -20 en +40°C en een relatieve vochtigheid van minder dan 80%.
- Vermijd botsingen en druk tijdens het transport. 3.8. Afvoeren van gebruikte apparaten
- Gooi dit apparaat niet in gemeentelijke afvalsystemen. Lever het in bij een recycling- en verzamelpunt voor elektrische apparaten. Controleer het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing en de verpakking. De kunststoffen die voor de bouw van het apparaat zijn gebruikt, kunnen overeenkomstig hun markering worden gerecycleerd. Door te kiezen voor recycling levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu.
SimpelGids