WWP 45 - Waterpomp Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WWP 45 Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WWP 45 - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WWP 45 van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING WWP 45 Kärcher
Potenza del motore kW/PS 5,1/6,9 Tipo di carburante Benzina, minimo 88 ottani Contenuto serbatoio carburante l 3,6Nederlands 17 Con riserva di modifiche tecniche. Dichiarazione di conformità UE Con la presente dichiariamo che la macchina di seguito definita, in conseguenza della sua progettazione e co- struzione nonché nello stato in cui è stata immessa sul mercato, è conforme ai requisiti essenziali di sicurezza e salute pertinenti delle direttive UE. In caso di modifi- che apportate alla macchina senza il nostro consenso, la presente dichiarazione perde ogni validità. Prodotto: Pompa per l'acqua sporca Tipo: 1.812-xxx Direttive UE pertinenti 2006/42/CE (+2009/127/EG) 2014/30/UE 2011/65/UE Norme armonizzate applicate EN 809: 1998: A1: 2009 + AC: 2010 EN 61000-6-3: 2007+A1: 2011+AC: 2010 EN 61000-6-1: 2007 Procedura di valutazione della conformità applicata 2000/14/CE: Allegato V I firmatari agiscono per incarico e con delega della dire- zione. Responsabile della documentazione: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 01/10/2018 Inhoud Algemene instructies Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele ge- bruiksaanwijzing en de meegeleverde veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen. Bewaar beide documenten voor later gebruik of volgen- de eigenaars. Reglementair gebruik Deze vuilwaterpomp mag niet in gesloten ruimtes wor- den gebruikt, maar uitsluitend buiten. Deze vuilwaterpomp is niet voor gebruik in levensmid- delenbereiken toegestaan. Met de pomp mag alleen zoet water worden gepompt. Gebruik van brandbare stoffen zoals benzine, diesel of stookolie is wegens brand- en explosiegevaar verbo- den. Het pompen van zout water, zuren, chemicaliën en an- dere corrosiebevorderende stoffen kan de pomp be- schadigen. Deze vuilwaterpomp is in leveringstoestand voor ge- bruik op een hoogte van maximaal 1500 m boven zee- niveau bedoeld. Hij kan door een geautoriseerde klantenservice aan gebruik voor hogere niveaus wor- den aangepast. Als een apparaat dat aan gebruik op hogere niveaus werd aangepast onder deze hoogte wordt gebruikt, kan de motor door oververhitting onbruikbaar worden. Milieubescherming Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gescheiden afval weg. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevolle recyclebare materialen en vaak on- derdelen zoals batterijen, accu's of olie, die bij on- juiste omgang of verkeerd weggooien een mogelijk gevaar voor de gezondheid en het milieu kun- nen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen echter noodzakelijk. Apparaten met dit symbool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Instructies voor inhoudsstoffen (REACH) Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.nl/REACH Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reser- veonderdelen. Deze garanderen een veilige en sto- ringsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Leveringsomvang Controleer de inhoud bij het uitpakken op volledigheid. Bij ontbrekend toebehoren of bij transportschade neemt u contact op met uw distributeur. Veiligheidsinstructies Gevarenniveaus GEVAAR ● Aanwijzing voor direct drei- gend gevaar dat tot zware of dodelijke verwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zwa- re of dodelijke verwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lich- te verwondingen kan leiden. LET OP ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot ma- teriële schade kan leiden. Veiligheidsinstructies GEVAAR ● Gevaar voor letsel. Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of kennis. Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. Kinderen en jongeren mogen het apparaat niet gebruiken. ● Explosiegevaar. Gebruik het apparaat nooit in explosieve zones. Neem de desbetreffende vei- ligheidsvoorschriften in acht, als u het apparaat in gevaren- zones (bijvoorbeeld tankstati- ons) gebruikt. Tank alleen de in de gebruiks- aanwijzing vermelde brand- stof. Tank alleen met uitgezette motor. Tank niet in afgesloten ruim- tes. Rook en open vuur is verbo- den. Zorg er bij het tanken voor dat op de hete oppervlakken geen brandstof terechtkomt. Sluit de deksel van de brand- stoftank na het tanken. Gebruik het apparaat niet, als brandstof werd gemorst. Breng het apparaat naar een andere plek en voorkom vonk- vorming. Bewaar brandstof alleen in hiervoor toegestane reser- voirs. Durata d’impiego con serbatoio pieno h 2,1 Quantità olio motore l0,5 Tipo di olio 10 W-30 15 W-40 Tipo di candela di accensione F5T, F6TJC, F7TJC Dimensioni e pesi Lunghezza mm 580 Larghezza mm 440 Altezza mm 450 Peso senza carburante kg 36
- Emissioni secondo la procedura di misurazione del regolamento UE 2016/1628 Euro V Motore g/kWh 790 WWP 45 Algemene instructies p. 17
- Reglementair gebruik p. 17
- Milieubescherming p. 17
- Toebehoren en reserveonderdelen p. 17
- Leveringsomvang p. 17
- Veiligheidsinstructies p. 17
- Beschrijving apparaat p. 18
- Eerste inbedrijfstelling p. 18
- Inbedrijfstelling p. 18
- Werking p. 19
- Vervoer p. 19
- Opslag p. 19
- Klein en groot onderhoud p. 19
- Hulp bij storingen p. 20
- Garantie p. 20
- Technische gegevens p. 20
- EU-conformiteitsverklaring Chairman of the Board of ManagementDirector Regulatory Affairs & Certification H. Jenner S. Reiser18 Nederlands Bewaar brandstof niet in de buurt van open vuur of appa- raten die een ontstekingsvlam hebben of vonken vormen (bij- voorbeeld kachels, verwar- mingsketels of boilers). Sproei geen starthulpspray in het luchtfilter. ● Brandgevaar. Houd tussen licht ontvlamba- re voorwerpen en de geluid- demper een minimumafstand van 2 m aan. Plaats het apparaat niet in bos-, struik- of grasland- schappen, tenzij de uitlaat met een vonkenvanger werd uit- gerust. Houd kinderen en andere per- sonen uit het werkbereik. Gebruik het apparaat niet, als het brandstofsysteem be- schadigd of ondicht is. Contro- leer het brandstofsysteem regelmatig. Laat het apparaat voor de op- slag in gesloten ruimtes af- koelen. Gevaar voor elektrische schok Raak de bougie of de ontste- kingskabel niet aan, als het apparaat in werking is. 몇 WAARSCHUWING ● Gezondheidsrisico Uitlaatgassen zijn giftig. Adem geen uitlaatgassen in. Ge- bruik het apparaat nooit in ge- sloten ruimtes. Zorg voor voldoende beluchting en af- voer van emissiegassen. Zorg ervoor dat in de buurt van luchtinlaten geen uitlaat- gasemissies optreden. Voorkom herhaaldelijk of langdurig contact van brand- stof of motorolie en de huid en adem geen brandstofdampen in. 몇 VOORZICHTIG ● Gevaar voor verbranding Raak geen hete oppervlakken zoals geluiddemper, cilinders of koelribben aan. Gevaar voor gehoorschade Gebruik het apparaat niet zon- der geluiddemper. Controleer de geluiddemper regelmatig en laat een defecte geluid- demper vervangen. LET OP ● Beschadigingsgevaar Gebruik alleen originele delen van de fabrikant. Oude brandstof kan leiden tot afzettingen in de carburateur en kan zo het motorvermogen negatief beïnvloeden. Gebruik uitsluitend nieuwe brandstof. Verstel geen regelveren of stangen die kunnen leiden tot verhoging van het motortoe- rental. Gebruik het apparaat niet met verwijderd luchtfilter. Trek niet aan het startkoord, als het apparaat in werking is. Let op voldoende beluchting om oververhitting van het ap- paraat te voorkomen. Tap bij vorstgevaar het water uit de pomp af. Symbolen op het apparaat 몇 WAARSCHUWING Explosiegevaar, brandgevaar. Benzine kan door ondeskundige hantering leiden tot brand of explosies. Lees deze gebruiksaanwijzing voordat het apparaat wordt gebruikt. Gebruik het apparaat niet in gesloten ruimten of gedeel- telijk omsloten terreinen. Zet de motor vóór het tanken uit. Tank alleen tot 16 mm onder de bovenrand van de tank, zodat voldoende ruimte voor de eventuele expansie van de brandstof overblijft. 몇VOORZICHTIG Heet oppervlak De uitlaat van het apparaat wordt tij- dens bedrijf zeer heet en kan leiden tot verbrandingen. Vermijd contact met de uitlaat. 몇WAARSCHUWING Gevaar voor gehoorschade en oog- letsel. Draag een veiligheidsbril en gehoorbe- scherming wanneer u het apparaat ge- bruikt. Beschrijving apparaat Afbeeldingen, zie omslagpagina Afbeelding A 1 Apparaatschakelaar2 Trekdraadstarter3 Luchtfilter4 Vulopening5 Deksel brandstoftank6 Brandstoftank7 Oliepeilstok8 Olieaftapplug9 Uitgang10 Zuigopening11 Water-aftapschroef12 Typeplaatje13 Brandstofkraan14 Chokehendel15 Gashendel Symbolen op het apparaat Luchtfilter om de 50 uur reinigen, in stoffige omgevingen om de 10 uur (zie "Verzorging en onderhoud/luchtfilter reinigen"). Instructie voor het controleren van het oliepeil. Chokehendel Gashendel Eerste inbedrijfstelling Olie bijvullen p. 20
1. Het apparaat horizontaal plaatsen.
2. De oliepeilstok eruit draaien.
3. De motorolie bijvullen.
Instructie: De motorolie is niet bij de leveringsom- vang inbegrepen. De hoeveelheid en oliesoorten staan vermeld in het hoofdstuk "Technische gege- vens".
4. De oliepeilstok schoonvegen.
5. De oliepeilstok er helemaal insteken, maar niet vast-
6. De oliepeilstok eruit trekken. Het oliepeil moet zich
in het gemarkeerde deel van de oliepeilstok bevin- den.
7. Bij een laag oliepeil de motorolie bijvullen.
8. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.
Inbedrijfstelling Oliepeil controleren
1. Het apparaat horizontaal plaatsen.
2. De oliepeilstok eruit draaien.
3. De oliepeilstok schoonvegen.
4. De oliepeilstok er helemaal insteken, maar niet in-
5. De oliepeilstok eruit draaien. Het oliepeil moet zich
in het gemarkeerde deel van de oliepeilstok bevin- den.
6. Bij laag oliepeil de motorolie bijvullen.
7. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.
1. Het deksel van de brandstoftank eraf schroeven.
2. De brandstof tot maximaal de onderrand van de vu-
3. Het deksel van de brandstoftank erop zetten en
vastdraaien. Pomp plaatsen Het debiet van de pomp hangt zeer sterk af van de ge- bruiksomstandigheden. De inachtneming van de vol- gende regels leidt tot een optimaal vermogen. Het hoogteverschil tussen wateroppervlak en pomp zo gering als mogelijk houden. De pomp zodanig opstellen dat de aanzuigslang zo kort mogelijk is. Een lange drukslang is voordeliger dan een lange aanzuigslang. Geen onnodig lange slangen gebruiken. Slangen aansluiten
1. De slangklem op de aanzuigslang schuiven.
Afbeelding B 1 Aanzuigslang (niet meegeleverd)2 Slangklem3 SlangnippelNederlands 19 4 Wartelmoer 5 Platte afdichting
2. De wartelmoer op de slangnippel schuiven.
3. De aanzuigslang op de slangnippel schuiven.
4. De slangklem positioneren en vastdraaien.
5. De platte afdichting tussen aanzuigaansluiting en
slangnippel leggen. Instructie: Als aanzuigslang moet een verstevigde, voor onderdruk geschikte slang worden gebruikt.
6. De aanzuigslang met de aanzuigaansluiting verbin-
den en de wartelmoer vastdraaien.
7. Het zuigfilter aan het andere einde van de aan-
zuigslang aanbrengen. Afbeelding C 1 Aanzuigslang (niet meegeleverd) 2 Slangklem 3 Zuigfilter
8. De drukslang (niet bijgeleverd) van slangnippel,
wartelmoer en slangklem voorzien.
9. Een platte afdichting tussen slangnippel en uitgang
10. De drukslang met de uitgang verbinden en de war-
telmoer vastdraaien. Werking Pomp ontluchten LET OP Beschadigingsgevaar Als de pomp droogloopt, worden de afdichtingen be- schadigd. Ontlucht de pomp voor inbedrijfstelling. Als de pomp on- bedoeld droog wordt gebruikt, de motor onmiddellijk stoppen en de pomp laten afkoelen alvorens met ont- luchten te beginnen.
1. De afsluiting van de vulopening eruit schroeven.
2. De pomp volledig met water vullen.
3. De afsluiting weer in de vulopening draaien en vast-
draaien. Apparaat starten
3. De chokehendel naar links schuiven.
4. De gashendel ongeveer 1/3 van de totale weg naar
5. De apparaatschakelaar op “I” zetten.
6. Langzaam aan de trekdraadstarter trekken tot een
sterke weerstand merkbaar is, en dan stevig trek- ken.
7. De trekdraadstarter langzaam teruggeleiden.
LET OP Beschadigingsgevaar De terugschietende trekdraadstarter beschadigt het ap- paraat. De trekdraadstarter langzaam teruggeleiden.
8. Als de motor is gestart, de chokehendel naar rechts
9. De gashendel naar links schuiven tot het gewenste
toerental is bereikt. Het debiet van de pomp hangt af van het toerental.
10. De werking van de pomp controleren. Drooglopen
beschadigt de pomp. Als de pomp geen water pompt, de motor uitzetten en ontluchting van de pomp herhalen. Apparaat in een noodgeval uitschakelen
1. Zet de apparaatschakelaar op "0".
Apparaat uitschakelen
1. Gashendel helemaal naar rechts schuiven.
2. Zet de apparaatschakelaar op "0".
1. Water-aftapschroef eruit draaien.
2. Water uit de pomp aftappen.
3. Afsluiting van de vulopening eruit schroeven.
4. Pomp met vers water spoelen.
5. Vers water aftappen.
6. Afsluiting van de vulopening erin schroeven en vast-
7. Water-aftapschroef erin draaien en vastdraaien.
Vervoer Voor het transport de apparaatschakelaar op “0” zetten. De motor voor het verladen minstens 15 minuten la- ten afkoelen. Het apparaat tijdens transport verticaal houden om morsen van brandstof te voorkomen. Tijdens transport in voertuigen het apparaat con- form de richtlijnen tegen wegrollen, wegglijden en kantelen beveiligen. Het gewicht van het apparaat tijdens transport in acht nemen. Opslag 몇 VOORZICHTIG Niet in acht nemen van het gewicht Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij de opslag rekening met het gewicht van het ap- paraat. LET OP Beschadigingsgevaar Leg geen zware voorwerpen op het apparaat. Apparaat drogen en stofvrij opslaan. Apparaat reinigen Voor opslag moet het apparaat worden gereinigd.
1. Het apparaat een half uur laten afkoelen, als het te
kort in gebruik was.
2. De pomp met helder water schoonspoelen.
3. Het apparaat met weinig water van buiten met de
4. Alle bereikbare oppervlakken droog wrijven.
5. De water-aftapschroef eruit draaien en water aftap-
6. De water-aftapschroef erin draaien en vastdraaien.
7. Oppervlakken die gevoelig zijn voor roest licht met
8. De bedienelementen met siliconenspray smeren.
Opslagduur 1...2 maanden
1. Benzinestabilisator in de brandstoftank vullen.
2. De brandstoftank bijvullen.
2. Een reservoir onder de carburateur plaatsen.
Afbeelding D 1 Carburateur 2 Aftapschroef
3. De aftapschroef eruit draaien.
4. De brandstof in het reservoir opvangen.
5. De aftapschroef erin draaien en vastdraaien.
6. De bezinkbeker reinigen (zie “Verzorging en onder-
houd/bezinkbeker controleren en reinigen”). Opslagduur meer dan 12 maanden Bovendien:
1. De bougie eruit draaien.
3. De trekdraadstarter er meerdere keren langzaam
doortrekken, zodat de olie in de motor wordt ver- deeld.
4. De bougie er weer inschroeven.
5. De olie verversen (zie “Verzorging en onderhoud/
6. Langzaam aan de trekdraadstarter trekken tot een
sterke weerstand merkbaar is. Klein en groot onderhoud GEVAAR Letselgevaar, gevaar door elektrische stroomstoot. Het apparaat kan onverwacht starten. Bewegende de- len kunnen letsel veroorzaken. Trek voor onderhoudswerkzaamheden de bougiestek- ker los. 몇 VOORZICHTIG Verbrandingsgevaar. Aanraken van hete apparaatdelen kan leiden tot brand- wonden. Laat het voertuig afkoelen, alvorens er werkzaamheden aan uit te voeren.
- Beschrijving, zie “Inbedrijfstelling”. ** Beschrijving, zie “Onderhoudswerkzaamheden”. Onderhoudsintervallen Voor elk gebruik
1. Het apparaat op correcte toestand en bedrijfsveilig-
heid controleren. Beschadigd apparaat niet in ge- bruik nemen.
2. Het oliepeil controleren. *
3. Het luchtfilter controleren. **
Een keer na 1 maand of 20 bedrijfsuren
1. De olie verversen. **
Elke 3 maanden of 50 bedrijfsuren
1. Het luchtfilter reinigen. **
In stoffige omgevingen de reiniging vaker uitvoeren. Elke 6 maanden of 100 bedrijfsuren
1. De olie verversen. **
2. De bezinkbeker reinigen. **
3. De bougie controleren en reinigen. **
4. De vonkenvanger (niet bijgeleverd) reinigen. **
Jaarlijks door de geautoriseerde klantenservice
1. De klepspeling controleren en instellen.
2. De brandstoftank en het brandstoffilter reinigen.
3. Het luchtfilterinzetstuk vervangen.
4. De bougie vervangen.
5. Het standgas-toerental controleren/instellen.
6. De klepspeling controleren/instellen.
7. Het schoepenwiel van de pomp controleren.
8. De spleet tussen behuizing en schoepenwiel contro-
9. De inlaatklep van de pomp controleren.
Elke 2 jaar door de geautoriseerde klantenservice
2. De verbrandingsruimte van de motor reinigen.
Onderhoudswerkzaamheden Luchtfilter controleren
1. De lussen optillen en de deksel verwijderen.
Afbeelding E 1 Deksel 2 Lus 3 Luchtfilterinzetstuk
2. Het luchtfilterinzetstuk op vervuiling controleren. Het
luchtfilter indien nodig reinigen of bij beschadiging vervangen (zie “Luchtfilter reinigen”).
3. De deksel erop doen en laten vergrendelen.
Luchtfilter reinigen LET OP Beschadigingsgevaar Als het luchtfilterinzetstuk ontbreekt, kan binnendrin- gend stof de motor onbruikbaar maken. Gebruik het apparaat niet zonder luchtfilterinzetstuk.
1. Schoepenwiel openen (zie “Luchtfilter controleren”).
2. Het luchtfilterinzetstuk eruit nemen.
3. Het luchtfilterinzetstuk in warm water met schoon-
maakmiddel wassen en met helder water spoelen. Instructie: Voer de oliehoudende wasoplossing mi- lieuvriendelijk af.
4. Het luchtfilterinzetstuk laten drogen.
5. Het luchtfilterinzetstuk in schone motorolie dompe-
len en overtollige olie eruit drukken.
6. Het luchtfilterinzetstuk weer plaatsen.
7. Het deksel plaatsen.
8. De vergrendelingen sluiten.
Olie verversen De olieverversing uitvoeren, als de motor warm is.
1. De oliepeilstok eruit draaien.
Afbeelding F 1 Oliepeilstok 2 Olieaftapplug
2. De olieaftapschroef er met de afdichting uitdraaien
en de olie opvangen.
3. De olieaftapschroef met afdichting indraaien en
4. Het apparaat horizontaal neerzetten.
5. De motorolie (voor oliesoort zie “Technische gege-
vens”) afmeten en bij de opening voor de oliepeil- stok bijvullen.
6. Het oliepeil controleren (zie “Inbedrijfstelling”).
7. De oliepeilstok erin draaien en vastdraaien.
8. De oude olie milieuvriendelijk afvoeren.
Bezinkbeker reinigen De bezinkbeker scheidt water van benzine.
1. De brandstofkraan sluiten.
2. De bezinkbeker losschroeven.
Afbeelding G 1 Bezinkbeker 2 Schroef
3. De bezinkbeker met O-ring verwijderen.
4. De bezinkbeker en de O-ring met niet-brandbaar
oplosmiddel reinigen en laten drogen.
5. De bezinkbeker en de O-ring aanbrengen en vast-
7. Afdichting tussen bezinkbeker en carburateur con-
Afbeelding H 1 Bougiestekker 2 Bougie20 Español
2. De omgeving van de bougie reinigen zodat geen
vuil in de motor dringt als de bougie wordt verwij- derd.
3. De bougie eruit schroeven.
4. Een bougie met versleten elektrode of gebroken iso-
6. De afdichting van de bougie op beschadiging con-
troleren. LET OP Beschadigingsgevaar Een losse bougie kan oververhitten en de motor be- schadigen. Een te vast aangedraaide bougie bescha- digt het schroefdraad in de motor. Neem de volgende aanwijzingen voor het vastdraaien van de bougie in acht.
7. De bougie er voorzichtig met de hand indraaien. Het
schroefdraad niet kantelen.
8. De bougie er met de bougiesleutel helemaal indraai-
en en als volgt vastdraaien. a Een gebruikte bougie 1/8...1/4 omdraaiing vast- draaien. b Een nieuwe bougie 1/2 omdraaiing vastdraaien.
9. De bougiestekker erop steken.
Hulp bij storingen Laat alle controles en werkzaamheden aan elektrische delen door een vakman uitvoeren. Neem bij storingen die niet in dit hoofdstuk worden ver- meld contact op met een bevoegde klantenservice. De motor start niet.
1. De brandstofkraan openen.
2. De chokehendel naar links schuiven.
3. Stel de apparaatschakelaar op "I" in.
4. Brandstof in de tank vullen.
5. Het oliepeil controleren, indien nodig bijvullen.
7. De bougie controleren (zie “Verzorging en onder-
houd/bougie controleren en reinigen”).
8. Een natte bougie laten drogen. Vervolgens de motor
met gashendel in volle gasklepstand starten.
9. De bezinkbeker reinigen (zie “Verzorging en onder-
houd/bougie controleren en reinigen”). Motorvermogen gering
1. Het luchtfilter controleren.
2. De brandstoftank en de carburateur legen. Nieuwe
brandstof tanken. Pomp pompt geen water
1. De pomp ontluchten.
2. De aanzuigslang op dichtheid en gaten controleren.
3. De platte afdichting tussen apparaat en aan-
zuigslang controleren.
4. Een stabielere aanzuigslang gebruiken.
5. Het aanzuigfilter compleet onderdompelen.
6. Het aanzuigfilter schoonmaken.
7. De pomp dichter bij de waterbron plaatsen. Hoogte-
verschil tussen pomp en wateroppervlak verkleinen.
8. Kortere slangen gebruiken.
1. De aanzuigslang op dichtheid en gaten controleren.
2. De platte afdichting tussen apparaat en aan-
zuigslang controleren.
3. Een stabielere aanzuigslang gebruiken.
4. Het aanzuigfilter compleet onderdompelen.
5. Het aanzuigfilter schoonmaken.
6. De pomp dichter bij de waterbron plaatsen. Hoogte-
verschil tussen pomp en wateroppervlak verkleinen.
7. Kortere slangen gebruiken.
Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door on- ze verantwoordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgege- ven. Mogelijke storingen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een mate- riaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aankoopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Technische gegevens Technische wijzigingen voorbehouden. EU-conformiteitsverklaring Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EU-richtlij- nen. Bij een niet door ons goedgekeurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Vuilwaterpomp Type: 1.812-xxx Relevante EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2011/65/EU Toegepaste geharmoniseerde normen EN 809: 1998: A1: 2009 + AC: 2010 EN 61000-6-3: 2007+A1: 2011+AC: 2010 EN 61000-6-1: 2007 Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure 2000/14/EG: Bijlage V De ondergetekenden handelen in opdracht en met vol- macht van de directie. Gevolmachtigde voor de documentatie: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2018/10/01 Índice de contenidos Avisos generales Antes de poner en marcha por primera vez el equipo, lea este manual de ins- trucciones y las instrucciones de seguri- dad adjuntas. Actúe conforme a estos documentos. Conserve estos dos manuales para su uso posterior o para propietarios ulteriores. Uso previsto Esta bomba de agua sucia no debe utilizarse en espa- cios cerrados, solo está autorizada para el funciona- miento al aire libre. La bomba de agua sucia no está autorizada para la uti- lización en el sector alimentario. Con la bomba solo se puede transportar agua dulce. La utilización para sustancias inflamables, como gaso- lina, diésel o gasóleo, está prohibido debido al peligro de incendio y de explosión. El transporte de agua salada, ácidos, sustancias quími- cas y otras sustancias que favorecen la corrosión pue- de dañar a la bomba. WWP 45 Pomp Nominale wijdte“ 3 Opbrengst maximaal l/h 45000 Aanzuighoogte (max.) m7 Opvoerhoogte (max.) m25 Verbrandingsmotor Motortype Eencilinder Type 4-takt Koeltype Luchtgekoeld Cilinderinhoud cm
Motorrendement kW/PS 5,1/6,9 Brandstoftype Benzine, min. 88 octaan Inhoud brandstoftank l3,6 Gebruiksduur bij volle tank h 2,1 Hoeveelheid motorolie l0,5 Type olie 10 W-30 15 W-40 Bougietype F5T, F6TJC, F7TJC Afmetingen en gewichten Lengte mm 580 Breedte mm 440 Hoogte mm 450 Gewicht zonder brandstof kg 36
Notice-Facile