KM 120250 R D Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 120250 R D Classic Kärcher in PDF-formaat.
| Merk | Kärcher |
| Model | KM 120250 R D Classic |
| Producttype | Zelfrijdende thermische veegmachine |
| Gebruik | Reiniging van industriële oppervlakken (parkeerterreinen, magazijnen, trottoirs) |
| Afmetingen (L × B × H) | 2082 × 1250 × 1450 mm |
| Leeggewicht | 880 kg |
| Maximaal totaalgewicht | 1329 kg |
| Motorisatie | 3-cilinder dieselmotor Yanmar 3TNV76A, 15,8 kW (21,5 pk) |
| Tankinhoud brandstof | 16 L (diesel) |
| Veegbreedte (met zijborstels) | 1200 mm |
| Veegbreedte (zonder zijborstels) | 900 mm |
| Inhoud vuilbak | 250 L |
| Rijsnelheid (vooruit) | 9 km/h |
| Maximale helling | 18 % (rijrichting) |
| Filtersysteem | Stoffilter met handmatige reiniging |
| Banden voor/achter | 15-4,5x8 (volledig rubber) |
| Parkeerrem | Ja, mechanisch |
| Veiligheidscontactstoel | Ja (stopt als bestuurder de stoel verlaat) |
| Routineonderhoud | Dagelijkse controle van niveaus, borstels, filters |
| Garantie | Volgens voorwaarden van de distributiemaatschappij |
Veelgestelde vragen - KM 120250 R D Classic Kärcher
Gebruikersvragen over KM 120250 R D Classic Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 120250 R D Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 120250 R D Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 120250 R D Classic Kärcher
Algemene aanwijzingen. . . . . NL 1
Zorg voor het milieu. NL 1
Garantie . NL 1
Accessoires en reserveonderdelen NL 1
delen NL 1
Symbolen in de gebruiksaanwijzing .NL 1
z ing .NL 1
Symbolen op het apparaat NL 1
Voorzienbaar verkeerd gebruik NL 2
Geschekte ondergronden NL 2
Veiligheidsinstructies. NL 2
Veiligheidsinstrumenties voor de bediening . NL 2
Veiligheidsinstructies voor de
rijmodus .NL 2
rijmodus .NL 2
Apparaten met verbrandingsmotor
NL 2
Apparaten met hoge afvoer NL 2
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak NL 2
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat NL 3
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud NL 3
Functie NL 3
Instructies inzake uitladen NL 3
Elementen voor de bediening en de functies
NL 4
Afbeelding veegmachine NL 4
Bedieningsveld NL 4
Pedalen NL 4
Controlelampjes en display NL 4
Voor de inbedrijfstelling NL 5
Parkeerrem vergrendelen/loszetten.
NL 5
Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen . . . . . NL 5
Inbedrijfstelling. NL 5
Algemene aanwijzingen. NL 5
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
NL 5
Tanken.. NL 5
Werking .NL 5
Chauffeursstoel instellen NL 5
Apparaat starten . . . . . NL 5
Apparaat verrijden . . . . . NL 6
Veegbedrijf.. NL 6
Veeggoedcontainer leegmaken NL 6
Apparaat uitschakelen..NL7
Transport.. .NL7
Opslag/stillegging .NL7
Onderhoud. NL 7
Algemene aanwijzingen. NL 7
Reiniging .NL7
Onderhoudsintervallen..NL7
Onderhoudswerkzaamheden NL 7
Hulp bij storingen. NL 13
EU-conformiteitsverklaring . . . NL 15
Lees voor het eerste gebruik van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Algemene aanwijzingen
Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar.
- Naast de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing moeten de algemene veiligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden.
Zorg voor het milieu

Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden apparaten bevatten waardevolle materialen die geschikt zijn voor recycling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten via daarvoor geschikte verzamelsystemen.
Motorolie, diesel en benzine mogen niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de bodem en verwijder oude olie op milieuvriendelijke wijze.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal- of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
Accessoires en reserveonderdelen
△GEVAAR
Om risico's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst.
- Er mogen alleen toebehoren en onderdelen gebruikt worden, die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
GEVAAR
Waarschuwt voor een direct dreigend gevaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt.
WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstig lichamelijk letsel of de dood zou kunnen leiden.
VOORZICHTIG
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot licht letsel of materiële schade kan leiden.
LET OP
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materiële schade kan leiden.
Symbolen op het apparaat
| Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. | |
| Werkzaamheden aan het ap- paraat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren. | |
| Knelgevaar door vastklem- men:tussen bewegende voertuigonderdelen | |
| Verwondingsgevaar door be- wegende onderdelen. Niet erin vrijpen. | |
| Brandgevaar! Geen brand- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. | |
| Kettingopname / kraanpunt | |
| Opnamepunt voor krik | |
| Maximale helling van de on- dergrond bij ritten met opge- tild veeggoedreservoir. | |
| In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. | |
| Beschadigingsgevaar! De Stofffilter Niet uitwassen. |
De veegmachine is voorzien voor de reiniging van vloeroppervlakken voor industrieel gebruik en onder andere voor de volgende toepassingsgebieden:
parkings;
productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden. → Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schades is de fabrikant niet aansprakelijk, het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker.
Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht. → De veegmachine is enkel geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven vloeroppervlakken. → Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven oppervlakken. Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar).
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten. → Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen/opzuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen. → Geen brandbare of glimmende voorwerpen opvegen/opzuigen. → Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. → Het apparaat mag niet in gesloten ruimtes gebruikt worden. → Het verblijf in de bewaarzone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. → Het meenemen van begeleidende personen is niet toegestaan. → Het is niet toegestaan om met dit apparaat voorwerpen te verschuiven of te transporteren.
Geschikte ondergronden
■ Asfalt, industrieblokken, estrik, beton
■ Klinkers
Veiligheidsinstructies
Veiligheidsinstructies voor de bediening
→ (Alleen geldig voor Finland) Als het apparaat een PVC-slang heeft, mag het apparaat niet bij lage omgevingstemperaturen (onder 0°C) worden gebruikt. Neem bij vragen over uw apparaat contact op met Kärcher. → Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien ze zich niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken. → Bij gebruik van het apparaat in gevaarlijke omgevingen (bijvoorbeeld tankstations) moeten de overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Gebruik het apparaat niet zonder bescherming tegen vallende voorwerpen in gebieden waar de mogelijkheid bestaat dat de bediener geraakt wordt door vallende voorwerpen. → Degene die het apparaat bedient, dient het te gebruiken volgens de voorschriften. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, vooral op kinderen. → De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. → Voor de aanvang van de werkzaamheden moet de bediener zich ervan vergewissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aangebracht en functioneren. → De bediener van het apparaat is verantwoordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. → Erop letten dat de bediener nauw aansluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. → Voor het starten de onmiddellijke omgeving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! → Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het apparaat pas verlaten als de motor is uitgezet, het apparaat tegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contactsleutel uit het contact is gehaald. → Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactsleutel te verwijderen. → Het apparaat mag alleen door personen worden gebruikt die voor de omgang ermee zijn opgeleid of hun vaardigheden in het bedienen hebben aangetoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik.
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of geestelijke vermogens, of door gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij deze personen onder toezicht staan van iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of van hen instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat. Houd toezicht op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen, aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen.
Veiligheidsinstructies voor de rijmodus
GEVAAR
Verwondingsgevaar! Controleer de draagkracht van de ondergrond voordat u gaat rijden.
GEVAAR
Ongevalgevaar, verwondingsgevaar!
De rijsnelheid moet worden aangepast aan de omstandigheden van dat moment. Kantelgevaar bij sterke hellingen. In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. Beweeg het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond. Kantelgevaar bij zijwaartse hellingen. Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10% berijden.
Apparaten met verbrandingsmotor
Gebruik het apparaat niet boven 1200 m hoogte.
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
De uitlaat mag niet geblokkeerd worden. Niet over de uitlaat buigen of deze aanraken (verbrandingsgevaar). Aandrijfmotor niet aanraken of vastpakken (verbrandingsgevaar). Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid; ze mogen niet worden ingeademd. De motor heeft ca. 3-4 seconden nalevering nodig na het uitzetten. Blijf in deze tijd absoluut uit de buurt van het aandrijfbereik.
Apparaten met hoge afvoer
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en beveilig het. → Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak
OPMERKING
Het bestuurdersbeschermingsdak (optioneel) biedt bescherming tegen grote, vallende delen. Het biedt echter geen kantelbescherming!
Lende delen. Het biedt er tevens tegen kantelbescherming!
→ Beschermdak dagelijks op beschadiging controleren. → Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen, dient het complete beschermdak te worden vervangen. → Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kärcher goedgekeurde elementen, onderdelen en bouwgroepen aan te brengen. Dit kan onder omstandigheden nadelige gevolgen hebben voor de werking van het beschermdak.
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat
Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat in acht bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen. Klem voor het transport van het apparaat de batterij af en zet het apparaat veilig vast.
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud
→ Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het verwangen van onderdelen of het ombouwen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd. → Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. Maak hiervoor eerst de minpool los en dan de pluspool. De heraansluiting vindt plaats in omgekeerde volgorde. Eerst de pluspool, dan de minpool aansluiten. → Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge-drukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades). → Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. → Veiligheidscontrole volgens de plaatselijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. → Werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren.
De veegmachine werkt volgens het veeg-schoepprincipe.
De veegmachine werkt volgens het veeg-schoeeprincipe.
- De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir.
- De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. Het fijnstof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen.
Instructies inzake uitladen
GEVAAR
Verwondings- en beschadigingsgevaar!
Neem het gewicht van het apparaat bij het verladen in acht! Gebruik geen vorkheftruck, het apparaat zou beschadigd kunnen raken.
- Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger.
Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan gebruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: bodemvrijheid 70 mm. Wanneer het apparaat op een pallet geleverd wordt, moet met de meegeleverde planken een platform gebouwd worden.
De handleiding vindt u op pagina 2 (binnenkant omslagpagina).
Belangrijke instructie: elke plank moet telkens met 2 schroeven vastgeschroefd worden.
Elementen voor de bediening en de functies






Afbeelding veegmachine Bedieningsveld
Afbeelding A
1 Tanksluiting 2 Stoel (met zitcontactschakelaar) 3 Stuurwiel 4 Centrifugaalseparator 5 Vergrendeling apparaatkap 6 Apparaatkap 7 Zijbezem, rechts 8 Voorwiel 9 Toegang keerrol 10 Vastsjorpunt 11 Typeplaatje 12 Zwaailicht 13 Apparaatkap rechts 14 Afdekking, rechts 15 Achterwandbekleding 16 Achterwiel 17 Afdekking, links 18 Kap links (motorkap)
Afbeelding
1 Bedieningshendel veegwals en zijbezem Hendel naar voren: veegwals aan en zijbezem neerlaten en aan. Hendel naar achteren: veegwals aan 2 Bedieningshefboom vuilreservoir Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen 3 Bedieningshendel veegwals Veegwals optillen/neerlaten 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel Reservoirklep openen / sluiten 5 Controlelampjes en display 6 Schakelaar blazer en filterreiniging Stand centraal: filterreiniging en blazer uit Stand achteraan: blazer in Stand vooraan: filterreiniging in 7 Schakelaar claxon 8 Zekeringen 9 Contactslot
Symbool verwarmingsspiraal: Voor
gloeien
Stand 0: Motor uitschakelen
Stand 1: Ontsteking aan
Stand 2: Motor starten
10 Regeling motortoerental
Gashefboom
11 Parkeerrem
12 Slijtagebijstelling/veegspiegelinstelling
veegwals
Pedalen
Afbeelding
1 Rempedaal 2 Gaspedaal voor-/achteruit
Controlelampjes en display
Afbeelding
1 Bedrijfsurenteller 2 Waarschuwingslampje laden 3 Waarschuwingslampje oliedruk 4 Waarschuwingslampje koelwatertemperatuur 5 Aangezogen motorlicht 6 Waarschuwingslampje brandstofreserve
ve
7 Controleampje voorgloeien 8 Controleampjes (niet aangesloten) 9 Controleampje standlicht/dimlicht (optie) 10 Tankweergave 11 Zonder functie, brandt enkel bij het starten van de motor (zelftest) 12 Zonder functie 13 Zonder functie 14 Zonder functie
Voor de inbedrijfstelling
Parkeerrem vergrendelen/loszetten
→
Par
keen
rel
m 1
szetter
n,0
aaa
orb
jre
→ BELANGRIJK: De moer na het verschuiven weer vastdraaien (vrijloop sluiten = rijstand).
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
Voor de inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsinstructies in acht nemen. → Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Contactsleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten.
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
Dagelijks voor het bedrijfsbegin
Vloeistofpeil van de brandstoftank controleren. → Motorolie controleren. → Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden. → Wielen controleren op in elkaar gedraaide banden. → Centrifugaalseparator en luchtfilter controleren, zo nodig reinigen. → Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. → Apparaat op beschadigingen controleren. → Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Reparaties en onderhoud.
Tanken
GEVAAR
Explosiegevaar! → Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden gebruikt. → Niet in gesloten ruimtes tanken. Roken en open vuur is verboden. Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. → Brandstofinhoud aan de tankweergave controleren. → Motor uitzetten. Tankdop openen. Diesel tanken. Overgelopen brandstof wegvegen en vuldop van brandstoftank sluiten.
Werking
Chauffeursstoel instellen

1 Hefboom stoelverstelling
2 Bestuurdersstoel
Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit.
Apparaat starten
Instructie: Het apparaat is uitgerust met een zitcontactschakelaar. Bij het verlaten van de chauffeursstoel wordt het apparaat uitgeschakeld.

1 Parkeerrem
2 Regeling motoroerental
Op de chauffeursstoel plaatsnemen. → Parkeerrem vastzetten. Regeling motoroerental 1/3 naar voren schuiven.
Voorgloeien
→ Contactsleutel in het contactslot steken. → Contactsleutel in positie "Verwarmingspiraal" draaien. Voorgloeilampje licht op.
Motor starten
→ Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. Wanneer het voorgloeilampje uitgaat, de contactsleutel op positie "I" draaien. Is het apparaat gestart, dan contactsleutel loslaten.
Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten.
→ Parkeerrem vergrendelen, waarbij rempedaal induwen.
Tip
Deze werkwijze is nodig wanneer de machine van de pallet wordt geschoven, respectievelijk wanneer de machine weggesleept of zonder eigen aandrijving op een transportvoertuig moet worden getrokken.
LET OP
Beweeg de veegmachine zonder eigen aandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h.

1 Schroef 2 Sleutel → Schroef uitdraaien. Sleutel verwijderen.

1 Hydraulische pomp 2 Sleutel 3 Moer → Moer met sleutel losdraaien (vrijloop openen) totdat de machine kan worden verschoven.
Apparaat verrijden

1 Rempedaal 2 Rijpedaal "vooruit" 3 Rijpedaal "achteruit"
→ Schuif de toerentalregeling van de motor helemaal naar voren (bedrijfstoerental). → Rempedaal induwen en ingedrukt houden. Parkeerrem losmaken.
Vooruit rijden
→ Gaspedaal "vooruit" langzaam indrukken.
Achteruit rijden
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Bij het achteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventuele laatst inwerken. → Gaspedaal "achteruit" langzaam indrukken.
Rijgedrag
Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. Vermijd schokkend bedienen van het pedaal, aangezien de hydraulische installatie beschadigd kan worden. Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen.
Remmen
Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zichzelf en blijft staan.
Instructie: De remwerking kan door indrukken van het rempedaal ondersteund worden.
Over hindernissen heen rijden
Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden: Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden.
Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden:
Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte oprijdrempel.
Veegbedrijf
LET OP
Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaal opvegen; dit kan leiden tot een beschadiging van het veegmechanisme.
Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden.
Instructie: Tijdens het gebruik moet de stoffilter op gezette tijden gereinigd worden.
Instructie: Bij frequent werken in een omgeving met veel fijn stof moet de filter vaker gereinigd worden.
Bedieningshendel

1 Bedieningshendel veegwals en zijbezem
2 Bedieningshefboom vuilreservoir
3 Bedieningshendel veegwals
4 Bedieningshefboom reservoirdeksel
Bedieningshendel veegwals en zijbezem
→ Bedieningshendel (1) naar voren: veegwals aan en zijbezem neerlaten en aan. → Bedieningshendel (1) naar achteren: veegwals aan.
Bedieningshefboom vuilreservoir
→ Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren: Vuilreservoir gaat omlaag. → Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren: Vuilreservoir gaat omhoog.
Bedieningshefboom veegwals
Bedieningshendel veegwals (3) naar voren: veegwals gaat omhoog. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag.
Bedieningshefboom reservoirdeksel
→ Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat open. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat dicht.
Droge bodem vegen

→ Ventilator inschakelen. → Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zijbezem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. → Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. → Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en zijbezem (1) naar voren: veegwals aan, zijbezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag.
Vochtige of natte bodem vegen
→ Ventilator uitschakelen. → Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zijbezem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. → Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en zijbezem (1) naar voren: veegwals aan, zijbezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag.
Veeggoedcontainer leegmaken
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenkbereik van het vuilreservoir staan. Kantelgevaar! Zet het apparaat tijdens het ledigingsproces op een effen oppervlak neer.
WAARSCHUWING
Knelgevaar!
Nooit in het hefboomstelsel van het ledigingsmechanisme grijpen. Ga niet onder het opgetilde reservoir staan.
LET OP
Verwondings- en beschadigingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces bestaat gevaar van wegspattend materiaal door de draaiende veegwals. Houd voldoende afstand aan.


Veegwals en zijbezem met bedieningshendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 naar voren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren. → Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren. → Langzaam naar de verzamelbak rijden.
→ Parkeerrem vastzetten. → Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren en maak het vuilreservoir leeg. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren tot het in de eindstand is gekanteld. → Parkeerrem losmaken. → Langzaam van de verzamelbak wegrijden. Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren.
Apparaat uitschakelen
→ Veegwals en zijbezem met bedieningshendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 naar voren. → Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achteren. → Trek de toerentalregeling van de motor volledig naar achteren. → Rempedaal induwen en ingedrukt houden. → Parkeerrem vastzetten. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Transport
△GEVAAR
Transportschade!
Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten. → Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. → Apparaat aan de wielen met spaken vastzetten. Klem de batterij af bij het transport van de veegmachine.
Opslag/stillegging
△GEVAAR
Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen.
Zet de veegmachine weg op een effen oppervlak in een droge, vorstvrije omgeving. Bescherm tegen stof met afdekmateriaal. Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen. Sluit het reservoirdeksel. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten.
→ Veegmachine tegen wegrollen beveiligen. Als de veegmachine gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, moet tevens het volgende in acht genomen worden: → Motorolie verversen. Wanneer vorst verwacht wordt, koelwater laten weglopen of controleren of voldoende antivriesmiddel in de koelvloeistof zit. → Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen. → Accu afklemmen. → Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen
LET OP
Beschadigingsgevaar! → Het stoffilter niet uitwassen. → Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zijn. → Mobiel commercieel geëxploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. → Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. → Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. → Parkeerrem vastzetten.
Reiniging
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades).
Reiniging binnenkant apparaat
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Draag een stofmasker en een veiligheidsbril. Reinig het apparaat met een doek. Blaas het apparaat uit met perslucht.
Reiniging buitenkant apparaat
Reinig het apparaat met een vochtige doek die in een mild zeepsopje is gedrenkt.
Instructie: Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
Onderhoudsintervallen
Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.
Onderhoud door de klant
Instructie: Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant dienen door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden.
Onderhoud dagelijks:
Controleer het vloeistofpeil van de brandstoftank. Controleer het motoroliepeil.
→ Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. → Controleer keerwals en zijborstel op slijtage en in elkaar gewikkelde banden. Controleer brandstoffilter. → Controleer centrifugaalseparator en luchtfilter, zo nodig reinigen. → Controleer de werking van alle bedieningsonderdelen. → Controleer het apparaat op beschadigingen.
Onderhoud wekelijks:
→ Radiateur reinigen. → Hydraulische-oliekoeler reinigen. → Hydraulisch systeem controleren. → Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. → Remvloeistofpeil controleren. → Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen. → Reservoirklep controleren en smeren.
Onderhoud alle 50 bedrijfsuren:
Water uit de waterafscheider Diesel aflaten
Onderhoud na slijtage:
→ Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Onderhoud door de klantenservice
Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Karcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden.
Onderhoud na 50 bedrijfsuren:
Laat het eerste onderhoud van het apparaat conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoud na 250/500/1000/1500/2000 bedrijfsuren:
Laat het onderhoud conform inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoudswerkzaamheden
Voorbereiding:
→ Zet de veegmachine op een egaal oppervlak neer. → Draai de contactsleutel op '0' en trek de sleutel eruit. → Zet de parkeerrem vast.
Algemene veiligheidsinstructies
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. → Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone.

1 Houserveiligheidsstang 2 Veiligheidsstang. Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).
| Motorolie, stookolie, diesel en benzine Niet in het milieu te-recht lately komen. Gelieve bodem te beschermen en oude olie op een millieuvriendelijk manier tot afval verwerken. |
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip:
| Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! | |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonden, openlicht en ro- ken verboden! | |
| Gevaar van brandwonden! | |
| Eerste hulp! | |
| Waarschuwingstekst! | |
| Verwijdering! | |
| Pb | Accu Niet in vuilnisbak gooien! |
△GEVAAR
Explosiegevaar!
→ Gebruik enkel batterijen met poolafdekking. Vervang de poolafdekking in geval van verlies.
△GEVAAR
Explosiegevaar!
→ Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
→ Breng wonden nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen altijd uw handen.
△GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Roken en open vuur is verboden. → Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.
GEVAAR
Gevaar voor invreten!
→ Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen. Daarna direct een dokter raadplegen. → Verontreinigde kleding met water uitwassen.
Accu in apparaat plaatsen en aansluiten
Het apparaat is seriematig uitgerust met een onderhoudsvrije batterij.

1 Positieve pool 2 Poolafdekking 3 Negatieve pool Accu in de accuklemmen plaatsen. Klemmen op de accubodem vastschroeven. → Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. → Poolklem op minpool (-) aansluiten. → Poolafdekkingen aanbrengen. → Controleer de batterijpolen en de poolklemmen op voldoende bescherming door poolbeschermingsvet.
Controleer en corrigeer het vloeistofpeil van de batterij (enkel bij onderhoudsarme batterijen met celsluitingen)
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren. Alle celsluitingen uitdraaien. Uit iedere cel met de zuurterer een monster nemen.
In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn. Het zuurmonster weer terugdoen in dezelfde cel. Bij te lage vloeistofstand cellen met gedestilleerd water tot aan de markering bijvullen. Accu laden. Celsluitingen inschroeven.
Accu laden
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Neem bij de omgang met batterijen de veiligheidsvoorschriften in acht. Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht.
GEVAAR
Beschadigingsgevaar! Accu alleen met het geschikte laadapparaat opladen.

Alle celsluitingen uitdraaien. (enkel bij onderhoudsarme batterij) Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden. Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu verbinden. Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen. Batterij met de kleinst mogelijke laadstroom laden. Scheid het oplaadapparaat eerst van het net en dan van de batterij als de batterij opgeladen is. Celsluitingen inschroeven. (enkel bij onderhoudsarme batterij)
Batterij demonteren
Poolklem op minpool (-) afklemmen. Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Klemmen op de accubodem losschroeven. Batterij uit de batterijhouder nemen. Verbruikte batterij conform de geldende bepalingen verwijderen.
Controleer het remvloeistofpeil en vul remvloeistof na.
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel UIT buiten de gevarenzone.

1 Houserveiligheidsstang
2 Remvloeistofreservoir
3 Afsluitdeksel
→ Breng het vuilreservoir van boven aan en borg het met de veiligheidsstang, zie daartoe in hoofdstuk „Vuilreservoir leegmaken”. → Controleer of in het remvloeistofreservoir voldoende remvloeistof aanwezig is.
Tip
Het vulpeil moet tussen Min. en Max. liggen.
→ Vul indien nodig in de handel verkrijgbare DOT-remvloeistof bij.
Motoroliepeil controleren en olie bijvullen
△GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
→ Motor laten afkoelen. → Controle van het motoroliepeil pas 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren.

1 Olievuldeksel (motor) 2 Oliepeilstok → Oliepeilstok uittrekken. → Oliepeilstok afvegen en inschuiven. → Oliepeilstok uittrekken. → Oliepeil controleren. Oliepeilstok weer erin doen.

- Het oliepeil moet zich tussen de MIN- en MAX-markering bevinden. - Bevindt zich het oliepeil onder de MIN-markering, motorolie bijvullen. Motor niet boven de MAX-markering bijvullen.
→ Olievuldeksel afschroeven. Motorolie erin doen.
Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens.
Olievuldeksel afsluiten. Minstens 5 minuten wachten. → Motoroliepeil controleren.
Motorolie en motoroliefilter wisselen
VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete motorolie!
→ Motor laten afkoelen. Zet een opvangbak voor minstens 6 liter motorolie neer. → Motor laten afkoelen.

→ Olieaftapschroef uitschroeven. Olievuldeksel afschroeven. → Olie aftappen.

1 Motoroliefilter 2 Brandstoffilter
→ Oliefilter afschroeven. → Bevestigingspunt en afdichtvlakken reinigen. Afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren. Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen. → Olieaftapplug inclusief nieuwe afdichting erinschroeven.
Aanhaalmoment: 25 Nm
Motorolie erin doen. Oliesoort en vulhoeveelheid zie Technische gegevens. → Olievuldeksel afsluiten. → Motor ca. 10 seconden laten lopen. → Motoroliepeil controleren.
Brandstoffilter controleren
→ Controleer de brandstoffilter op verontreiniging. → Reinig indien nodig de brandstoffilter en de filterbehuizing, vervang indien nodig de brandstoffilter.
Brandstoffilter vervangen

1 Brandstofkraan
2 Brandstoffilter
Brandstofkraan sluiten. → Brandstoffilter losschroeven en verwijderen.

1 Brandstofkraan 2 Brandstoffilter
OPMERKING
Brandstoffilter voor de inbouw met diesel vullen.
Nieuwe brandstoffilter eropschroeven. → Brandstoffilter met een koppel van 20 Nm aanspannen. → Brandstofkraan openen.
Condenswater aan de waterafscheider dieselbrandstof aflaten

1 Brandstofkraan 2 Afscheiderbak 3 Waterafscheider
Brandstofkraan sluiten. → Schroef de afscheiderbak los en maak hem leeg. → Schroef de afscheiderbak vast. → Brandstofkraan openen.
Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen
OPMERKING
Het veeggoedreservoir mag niet opgetild worden.
→ Motorafdekking openen.

1 Oliepeilglas hydraulische olie 2 Afsluitdeksel, olievulopening → Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren. - Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"- en "MAX"-markering bevinden. - Bevindt zich het oliepeil onder de "MIN"-markering, hydraulische olie bijvullen. → Afsluitdeksel van de olievulopening losschroeven. Vulgebied reinigen. → Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. → Afsluitdeksel van de olievulopening eropschroeven.
Hydraulisch systeem controleren OPMERKING
Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Karcher-klantendienst.
→ Parkeerrem vastzetten. → Motor starten. Alle slangen van het hydraulische systeem en aansluitingen op lekkage controleren.
Koelmiddelpeil controleren

1 Koelmiddel-compensatievat
→ Controleer het vulniveau bij een koude motor. → Controleer het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. Het juiste koelmiddelpeil moet tussen Min. en Max. liggen.
Water-/hydraulische-oliekoeler controleren en reinigen
GEVAAR
Verbrandingsgevaar! → Laat de waterkoeler minstens 20 minuten afkoelen.
→ Het koelwaterpeil van de waterkoeler wordt gecontroleerd aan het koelmiddelcompensatievat. Zie hoofdstuk "Koelwaterpeil controleren". → Koelerlamellen reinigen. Verwijder verontreinigingen met een zachte borstel, perslucht of geringe waterdruk. → Koelslangen en aansluitingen op dichtheid controleren. → Ventilator reinigen.
Veegrol controleren
→ Motor starten. → Veeggoedreservoir tot de eindstand optillen. → Motor uitzetten. → Parkeerrem vastzetten. → Veiligheidsstang gebruiken voor hoogleging. → Banden of snoeren van veegrol verwijderen. Veiligheidsstang eruitnemen. → Motor starten. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. → Motor uitzetten.
Veegrol verwisselen

1 Sleutel
2 Zijbekleding
→ Breng het vuilreservoir omhoog en ondersteun het met de veiligheidsstang. Zijmantel met sleutel openen.

1 Houdbeugel 2 Vleugelmoer 3 Zijdelingse afdichting Vleugelmoeren losschroeven. Neem de houdbeugel weg. Zijdelingse afdichting naar buiten klappen. → Bevestigingsschroef veegrolhouder uitschroeven en opname naar buiten zwenken. Veegrol uitnemen.

Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht)
Instructie: Bij de inbouw van de veegrol op de positie van de borstelset letten.
Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel gestoken worden. Instructie: Na het inbouwen van de nieuwe veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden.
Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen
Instructie: De keerspiegel is in de fabriek ingesteld op 80 mm en kan bij slijtage van de keerrol traploos bijgesteld worden.
Luchtdruk banden controleren. Zuigturbine uitschakelen. → Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. → Bedieningshendel veegwals en zijbezem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Veegwals gedurende ca. 10 seconden laten draaien. → Bedieningshendel veegwals en zijbezem (1) in het midden. Bedieningshendel veegwals (3) naar voren: veegwals gaat omhoog. → Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren.

De vorm van de veegspiegel moet een gelijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen.

Aanslagbout van de slijtagebijstelling (12) openen en instellen. Aanslag naar boven: smalle veegspiegel. Aanslag naar onderen: bredere veegspiegel. Aanslagbout weer vastdraaien. Veegspiegel van de veegwals opnieuw zoals reeds beschreven controleren.
Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen
Zijbezem heffen. → Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Zijbezem met bedieningshendel neerlaten en ca. 10 seconden laten draaien. Zijbezem heffen. → Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren.

De breedte van de veegspiegel moet tussen 40 - 50 mm liggen.

Veegspiegel met de twee instelschroeven corrigeren. Veegspiegel controleren.
Zijdelingse afdichtstroken plaatsen
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. Veeggoedreservoir naar boven brengen en met veiligheidsstang zekeren. Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).

1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang. Zijmantel openen zoals in hoofdstuk "Veegwals verrangen" beschreven wordt. 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fenderbevestiging losmaken. Zijdelingse afdichtstrook zover naar beneden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bodem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen.
Stoffilter handmatig reinigen

Handmatige filterreiniging inschakelen. Stoffilter controleren / vervangen
WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar!
Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. Stoffilter met de toets Filterreiniging reinigen. Veeggoedcontainer legen.

1 Vergrendeling apparaatkap 2 Apparaatkap 3 Filterafdekking. Vergrendeling openen, daartoe ster-greepschroef eruit draaien. Apparaatkap naar voren klappen.

1 Sluiting, filterafdekking (2x) 2 Filterafdekking. Sluiting openen. Filterafdekking openen.

1 Dwarsbalk 2 Stoffilter. Controleer de stoffilter, reinig of vervang hem indien nodig. Tip
De vervanging van de stoffilter mag enkel gebeuren door de klantenservice van Karcher. Filterafdekking eropzetten en vergrendelen.
V-snaar controleren en instellen

De V-riem moet bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven. V-riemspanning laten instellen door geautoriseerde klantenservice.
Luchtfilter controleren en vervangen

1 Sluiting 2 Luchtfilterbehuizing. Zijpaneel verwijderen. Luchtfilterbehuizing verwijderen. Luchtfilterinzet vervangen.
Instructie: Inbouwpositie met uitblaasopening aan beneden (zie afbeelding).
Centrifugaalafscheider reinigen

1 Vleugelmoer 2 Centrifugaalseparator Vleugelmoer aan de centrifugaalseparator losschroeven. → Centrifugaalseparator reinigen.
Zekeringen verwisselen

1 Kartelmoer 2 Deksel zekeringskast → Draai de kartelmoer eruit. Open het deksel op de zekeringkast. → Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen.
Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken.
Instructie: De zekering FU 01 bevindt zich in de motorruimte.

| FU 01* Hofdzekering 60 A | |
| FU 02 Claxon 25 A | |
| FU 03 Veiligheidsrelais Multifunctionele wee- gave | 10 A |
| FU 04 Zwaallicht 5 A | |
| FU 05 Veiligheidsrelais Tijdsvertraging | 25 A |
| FU 06 Chauffeurscabine (op- tie) Ruitenwisser | 10 A |
| FU 07 Brandstofpomp 10 A | |
| FU 08 Startmotor 3 A |
| FU 09 Verlichting links 7,5 A | |
| FU 10 Verlichting rechts 7,5 A | |
| FU 11 Werkverlichting 10 A | |
| FU 12 Schudsysteme Zuigturbine | 25 A |
| FU 13 Achteruitrijsignaal 5 A |
- Deze zekeringen mogen alleen door de klantenservice worden vervangen, omdat daarna moet worden gecontroleerd of het apparaat eventuele storingen vertoont.
Hulp bij storingen
| Storing Oplossing | |
| Apparaat wil nietsarten. | Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoecontactschakelaar worden geactiveerd |
| Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. | |
| Accu opladen of verwangen | |
| Brandstof tanken, brandstofsysteme ontluchten | |
| Brandstoff filter verwangen | |
| Brandstoffleidingsystem, aansluitingen en verbindingen controlleden en zo nodig repareren | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loop onregelmatinig Luchtfilter | reinigen of filterpatronen verwagen |
| Brandstoffleidingsystem, aansluitingen en verbindingen controlleden en zo nodig repareren | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor oververhit Koelmiddel bijvullen | Vrijloop sluiten (rijstand) |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loopt, maar het apparaat rijdt slechts langzaam of helEMALE nit. | Parkeerrem ontgrendelen |
| Vrijloop sluiten (rijstand) | |
| Gashefboom volledigঀ voren (hoog torental) zieten. | |
| Controleren op ingedraide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Fluitend geluid in het hydraulische system | Hydraulische vloeistof navullen |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Borstels draaien slechts langzaam of helEMALE nit | Gashefboom volledigঀ voren (hoog torental) zieten. |
| Controleren op ingedraide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik | Stofffilter controllederen, reinigen of verwisselen. |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Apparaat stoft Zijdelingse affdichtslokken plaatsen | Vestikon plaatsen |
| Ventilator inschakenen | |
| Stofffilter controllederen, reinigen of verwisselen. | |
| Filterafdichtingen verwagen | |
| Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veegeenheid LAST veeggoed liggen | Veeggoedcontainer legen |
| Stofffilter controllederen, reinigen of verwisselen. | |
| Keerrol verwagen | |
| Veegspiegel instellen | |
| Afdichtstrook van het veeggoedreservoir verwagen | |
| Blokkering van de keerrol oplossen | |
| Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veeggoedreservoir经营活动 niets om-hoog of omlaag | Gashefboom volledigঀ voren (hoog torental) zieten. |
| Borgsteun van het vuilreservoir verwijderen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Reservoirdeksel van het vuilreservoir经营活动 niets open. | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
| Storing bij hydraulisch bewogen delen | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
Technische gegevens
| KM 120/250 R D Classic | ||
| Apparaatgegevens | ||
| Rijnselheid, vooruit km/h 9 | ||
| Rijnselheid, awhileuit km/h 4 | ||
| Klimvermogen (max.) % 18 | ||
| Oppervliaktecapaciteit zonder zijbezem m | 2/h 8100 | |
| Oppervliaktecapaciteit met zijbezem m | 2/h 10800 | |
| Werkbreedte zonder zijbezem mm 900 | ||
| Werkbreedte met zijbezem mm 1200 | ||
| Beveiligingsklasse beschermd gegen spatwater -- IPX 3 | ||
| Duur inzetten bij volle tank h 4 | ||
| Motor | ||
| Type | -- YANMAR 3TNV76A | |
| Type | -- 3-cylinder-viertakt-dieselmotor | |
| CO2Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) | g/kWh | 932,0 |
| Koelwijze | -- Waterkoeling | |
| Draairichting | -- tegen de wizvers van de klok in | |
| Boring | mm 70 | |
| Slag | mm 82 | |
| Slagvolume | cm3 | 1116 |
| Oliehoeveelheid | I | 3,5 |
| Nominaal toerental | 1/min | 2500 |
| Maximaal toerental | 1/min | 2500 |
| Nullastoerental | 1/min | 1300 |
| Vermogen max. | kW/PS | 15,8 / 21,5 |
| Maximumkoppel bij 2100 1/min Nm 67,9 | ||
| Oliefilter | -- Filterpatronen | |
| Aanzuigluchtfilter | -- Binnenfilterpatronen, buitenfilterpatronen | |
| Brandstofffilter | -- Filterpatronen | |
| Elektrische installment | ||
| Accu | V, Ah | 12, 60 |
| Generator, draaiastroom | V, A | 12, 55 |
| Startmotor | -- Elektrische starter | |
| Hydraulische installment | ||
| Hoeveelheid oie in het complete hydraulische system | I | 26,5 |
| Hoeveelheid oie in de hydraulische tank | I | 21,2 |
| Oiesoorten | ||
| Motor (boven 25 °C) | -- | SAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40 |
| Motor (0 tot 25 °C) | -- SAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Motor (onder 0 °C) | -- SAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Hydraulisch system | -- HV 46 | |
| Veeggoedreservoir | ||
| Max. ontlaadhoopte | mm 1400 | |
| Volume van de veeggoedcontainer | I | 250 |
| Keerrol | ||
| Veegrol-diameter | mm 300 | |
| Veegrol-breedte | mm 900 | |
| Toerental | 1/min | 350 |
| Veegspiegel | mm 80 | |
| Zijbezem | ||
| Zijbezem-diameter | mm 600 | |
| Toerental (traploos) | 1/min | 0 - 60 |
| Massieve rubberbanden | ||
| Grootte voor | -- 15-4.5x8 | |
| Grootte achefter -- 15-4.5x8 | ||
| Rem | ||
| Voorwielen -- Mechanisch | ||
| Achterwiel -- hydrostatisch | ||
| Filter- en zuigsysteme | ||
| Type -- Zakfilter | ||
| Toerental 1/min 2800 | ||
| Filtervlak fijnstofffilter m | 2 | 6,0 |
| Nominate onderdruk zuigsystem mbar 15,5 | ||
| Nominate volumestroom zuigsystem m | 3/h 800 | |
| Schudsysteme -- Elektromotor | ||
| Omgevingsvoorwaarden | ||
| Temperatuur | °C | -5 tot +40 |
| Luchtvochtigheid, nicht bedauwend | % | 0 - 90 |
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | ||
| Geluidsemissie | ||
| Geluidsdrukniveau \( L_{pA} \) | dB(A) | 80 |
| Onzekerheid \( K_{pA} \) | dB(A) | 3 |
| Geluidskrachtniveau \( L_{WA} + onveiligheid K_{WA} \) | dB(A) | 99 |
| Apparaattrillingen | ||
| Hand-arm vibratiewarde | \( m/s^2 \) | <2,5 |
| Zitplaats | \( m/s^2 \) | 0,8 |
| Onzekerheid K | \( m/s^2 \) | 0,1 |
| Maten en gewichten | ||
| Lengte x bredte x hoogte | mm | 2082x1250x1450 |
| Draaicirkel rechts | mm | 1350 |
| Draaicirkel links | mm | 1350 |
| Leeggewicht | kg | 880 |
| Toelaaatbaar totaalgewicht | kg | 1329 |
| Toegelaten asbelasting vooraan | kg | 785 |
| Toegelaten asbelasting achteraan | kg | 543 |
| Inhoud Brandstoftank, diesel | l | 16 |
| Technische veränderingen voorbehonden! | ||
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Veegzuigmachine opstap-machine
Type: KM 120/250 RD 1.186-000.0
Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-72
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 61000-6-2: 2005
EN 62233: 2008
Toegepaste conformiteitsbeoordelingsprocedure
2000/14/EG:Bijlage V
Geluidsvermögensniveau dB(A)
Gemeten: 97
Gegarandeerd: 99
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Documentatieverantwoordelijke:
S. Reiser
Alfred Karcher SE & Co. KG
Losmaken/vergrendelen van de parkeerrem
→ Maak de parkeerrem los, houd daarbij het rempedaal ingedrukt. → Vergrendel de parkeerrem, houd daarbij het rempedaal ingedrukt.
