KM 120250 R D Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 120250 R D Classic Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 120250 R D Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 120250 R D Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 120250 R D Classic Kärcher
Prodotto: Spazzatrice aspirante uomo a bordo Modello: KM 120/250 R D 1.186-000.0 Direttive UE pertinenti 2006/42/CE (+2009/127/CE) 2014/30/UE 2000/14/CE Norme armonizzate applicate EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 EN 62233: 2008 Procedura di valutazione della confor- mità applicata 2000/14/CE: Allegato V Livello di potenza sonora dB(A) Misurato: 97 Garantito: 99 Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 62 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. GEVAAR Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. – Er mogen alleen toebehoren en onder- delen gebruikt worden, die door de fa- brikant zijn goedgekeurd. Origineel toe- behoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. GEVAAR Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt. 몇 WAARSCHUWING Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. Algemene aanwijzingen. . . . . . NL 1 Zorg voor het milieu . . . . NL 1 Garantie . . . . . . . . . . . . . NL 1 Accessoires en reserveonder- delen . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen in de gebruiksaanwij- zing . . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen op het apparaat NL 1 Reglementair gebruik . . . . . . . NL 2 Voorzienbaar verkeerd gebruik NL 2 Geschikte ondergronden NL 2 Veiligheidsinstructies. . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de bediening . . . . . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de rijmodus . . . . . . . . . . . . . NL 2 Apparaten met verbrandings- motor . . . . . . . . . . . . . . . NL 2 Apparaten met hoge afvoer NL 2 Apparaten met bestuurdersbe- schermingsdak. . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat NL 3 Veiligheidsinstructies over ver- zorging en onderhoud . . NL 3 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Instructies inzake uitladen . . . . NL 3 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Afbeelding veegmachine NL 4 Bedieningsveld. . . . . . . . NL 4 Pedalen . . . . . . . . . . . . . NL 4 Controlelampjes en display NL 4 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 5 Parkeerrem vergrendelen/los- zetten . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Veegmachine zonder zelfaan- drijving bewegen . . . . . . NL 5 Inbedrijfstelling. . . . . . . . . . . . . NL 5 Algemene aanwijzingen. NL 5 Controle- en onderhoudswerk- zaamheden . . . . . . . . . . NL 5 Tanken. . . . . . . . . . . . . . NL 5 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Chauffeursstoel instellen NL 5 Apparaat starten . . . . . . NL 5 Apparaat verrijden . . . . . NL 6 Veegbedrijf. . . . . . . . . . . NL 6 Veeggoedcontainer leegmaken NL 6 Apparaat uitschakelen . . NL 7 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Opslag/stillegging . . . . . . . . . . NL 7 Onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Algemene aanwijzingen. NL 7 Reiniging . . . . . . . . . . . . NL 7 Onderhoudsintervallen. . NL 7 Onderhoudswerkzaamheden NL 7 Hulp bij storingen. . . . . . . . . . . NL 13 Technische gegevens . . . . . . . NL 14 EU-conformiteitsverklaring . . . NL 15 Algemene aanwijzingen Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is her- bruikbaar. Deponeer het verpak- kingsmateriaal niet bij het huis- houdelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden appara- ten bevatten waardevolle materi- alen die geschikt zijn voor recy- cling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten daarom via daarvoor geëigende verzamelsystemen. Motorolie, diesel en benzine mogen niet in het milieu terechtkomen. Bescherm de bodem en verwijder oude olie op milieu- vriendelijke wijze. Garantie Accessoires en reserveonderdelen Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het apparaat Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. Werkzaamheden aan het ap- paraat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren. Knelgevaar door vastklem- men tussen bewegende voertuigonderdelen Verwondingsgevaar door be- wegende onderdelen. Niet erin grijpen. Brandgevaar! Geen bran- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. Kettingopname / kraanpunt Opnamepunt voor krik Maximale helling van de on- dergrond bij ritten met opge- tild veeggoedreservoir. In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. Beschadigingsgevaar! De Stoffilter niet uitwassen. 63NL- 2 De veegmachine is voorzien voor de reini- ging van vloeroppervlakken voor industri- eel gebruik en onder andere voor de vol- gende toepassingsgebieden: parkings; productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden. Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiks- aanwijzing. Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit resulterende schades is de fabri- kant niet aansprakelijk, het risico hier- voor draagt alleen de gebruiker. Er mogen aan het apparaat geen wijzi- gingen worden aangebracht. De veegmachine is enkel geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangege- ven vloeroppervlakken. Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemach- tigde voor het machinegebruik vrijgege- ven oppervlakken. Over het algemeen geldt: Licht ont- vlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandge- vaar). Nooit explosieve vloeistoffen, brandba- re gassen of onverdunde zuren en op- losmiddelen opvegen/opzuigen! Daar- toe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of meng- sels kunnen vormen, verder aceton, on- verdunde zuren en oplosmiddelen om- dat zij op het apparaat gebruikte mate- rialen aantasten. Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. alu- minium, magnesium, zink) opvegen/op- zuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmid- delen explosieve gassen. Geen brandbare of glimmende voor- werpen opvegen/opzuigen. Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het apparaat mag niet in gesloten ruim- tes gebruikt worden. Het verblijf in de gevarenzone is verbo- den. Niet gebruiken in ruimtes met ont- ploffingsgevaar. Het meenemen van begeleidende per- sonen is niet toegestaan. Het is niet toegestaan om met dit appa- raat voorwerpen te verschuiven of te transporteren. Asfalt Industrievloer Estrik Beton Klinkers (Alleen geldig voor Finland) Als het ap- paraat een pvc-slangleiding heeft, mag het apparaat niet bij lage omgevings- temperaturen (onder 0 °C) worden ge- bruikt. Neem bij vragen over uw appa- raat contact op met Kärcher. Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat ver- keren, mag u de apparatuur niet gebrui- ken. Bij gebruik van het apparaat in gevaar- lijke omgevingen (bijvoorbeeld tanksta- tions) moeten de overeenkomstige vei- ligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. GEVAAR Verwondingsgevaar! Gebruik het apparaat niet zonder be- scherming tegen vallende voorwerpen in bereiken waar de mogelijkheid be- staat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen. Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschrif- ten. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen. De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. Voor de aanvang van de werkzaamhe- den moet de bediener zich ervan verge- wissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aange- bracht en functioneren. De bediener van het apparaat is verant- woordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. Erop letten dat de bediener nauw aan- sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. Voor het starten de onmiddellijke om- geving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het appa- raat pas verlaten, als de motor is uitge- zet, het apparaat tegen onbedoelde be- wegingen is beveiligd en de contact- sleutel uit het contact is gehaald. Om onbevoegd gebruik van het appa- raat te voorkomen, dient men de con- tactsleutel te verwijderen. Het apparaat mag alleen door perso- nen worden gebruikt die voor de om- gang ermee zijn opgeleid of hun vaar- digheden in het bedienen hebben aan- getoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik. Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusieve kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door ge- brek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geob- serveerd die voor hun veiligheid verant- woordelijk zijn of door deze hun instruc- ties hebben verkregen, hoe het appa- raat dient te worden gebruikt. Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen. GEVAAR Verwondingsgevaar! Draagkracht van de ondergrond vóór het rijden controleren. GEVAAR Ongevalgevaar, verwondingsgevaar! De rijsnelheid moet aan de omstandig- heden van dat moment aangepast wor- den. Kantelgevaar bij de sterke hellingen. In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden. Het apparaat niet boven 1200 m hoogte gebruiken. Gevaar Verwondingsgevaar! De uitlaat mag niet geblokkeerd wor- den. Niet over de uitlaat buigen of deze aan- raken (verbrandingsgevaar). Aandrijfmotor niet aanraken of vastpak- ken (verbrandingsgevaar). Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden in- geademd. De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na- loop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. GEVAAR Verwondingsgevaar! Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en be- veilig het. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. OPMERKING Het bestuurdersbeschermingsdak (optio- neel) biedt bescherming tegen grote, val- Reglementair gebruik Voorzienbaar verkeerd gebruik Geschikte ondergronden Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies voor de bediening Veiligheidsinstructies voor de rijmodus Apparaten met verbrandingsmotor Apparaten met hoge afvoer Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak 64 NL- 3 lende delen. Het biedt echter geen kantel- bescherming! Beschermdak dagelijks op beschadi- ging controleren. Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen, dient het complete beschermdak te worden vervangen. Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kär- cher goedgekeurde elementen, onder- delen en bouwgroepen aan te brengen. Dit kan onder omstandigheden nadeli- ge gevolgen hebben voor de werking van het beschermdak. Neem het leeggewicht (transportge- wicht) van het apparaat bij het transpor- teren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Klem voor het transport van het appa- raat de batterij af en zet het apparaat veilig vast. Voor reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden van het apparaat, het ver- vangen van onderdelen of het ombou- wen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. Maak hiervoor eerst de minpool los en dan de pluspool. De heraansluiting vindt plaats in omge- keerde volgorde. Eerst de pluspool, dan de minpool aansluiten. Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. Veiligheidscontrole volgens de plaatse- lijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. Werkzaamheden aan het apparaat al- tijd met geschikte handschoenen uit- voeren. De veegmachine werkt volgens het veeg- schoepprincipe. – De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir. – De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. – Het fijne stof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen. GEVAAR Verwondings- en beschadigingsgevaar! Gewicht van het apparaat bij het verla- den in acht nemen! Gebruik geen vorkheftruck, het appa- raat zou beschadigd kunnen worden. Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan ge- bruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70mm. Wanneer het apparaat op een pallet ge- leverd wordt, moet met de meegelever- de planken een platform gebouwd wor- den. De handleiding daarvoor vindt u op pa- gina 2 (binnenkant omslagpagina). Belangrijke instructie: Elke plank moet telkens met 2 schroeven vastge- schroefd worden. Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud Functie Instructies inzake uitladen Leeggewicht (transportgewicht) 880 kg*
- Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. 65NL- 4 Afbeelding 1 Tanksluiting 2 Stoel (met zitcontactschakelaar) 3 Stuurwiel 4 Centrifugaalseparator 5 Vergrendeling apparaatkap 6 Apparaatkap 7 Zijbezem, rechts 8Voorwiel 9 Toegang keerrol 10 Vastsjorpunt 11 Typeplaatje 12 Zwaailicht 13 Apparaatkap rechts 14 Afdekking, rechts 15 Achterwandbekleding 16 Achterwiel 17 Afdekking, links 18 Kap links (motorkap) Afbeelding 1 Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem Hendel naar voren: veegwals aan en zijbezem neerlaten en aan. Hendel naar achteren: veegwals aan 2 Bedieningshefboom vuilreservoir Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen 3 Bedieningshendel veegwals Veegwals optillen/neerlaten 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel Reservoirklep openen / sluiten 5 Controlelampjes en display 6 Schakelaar blazer en filterreiniging Stand centraal: filterreiniging en blazer uit Stand achteraan: blazer in Stand vooraan: filterreiniging in 7 Schakelaar claxon 8 Zekeringen 9 Contactslot Symbool verwarmingsspiraal: Voor- gloeien Stand 0: Motor uitschakelen Stand 1: Ontsteking aan Stand 2: Motor starten 10 Regeling motortoerental Gashefboom 11 Parkeerrem 12 Slijtagebijstelling/veegspiegelinstelling veegwals Afbeelding 1 Rempedaal 2 Gaspedaal voor- / achteruit Afbeelding 1 Bedrijfsurenteller 2 Waarschuwingslampje laden 3 Waarschuwingslampje oliedruk 4 Waarschuwingslampje koelwatertem- peratuur 5 Aangezogen motorlucht 6 Waarschuwingslampje brandstofreser-
Elementen voor de bediening en de functies Afbeelding veegmachine Bedieningsveld Pedalen Controlelampjes en display 66 NL- 5 7 Controlelampje voorgloeien 8 Controlelampjes (niet aangesloten) 9 Controlelampje standlicht/dimlicht (op- tie) 10 Tankweergave 11 Zonder functie, brandt enkel bij het star- ten van de motor (zelftest) 12 Zonder functie 13 Zonder functie 14 Zonder functie Parkeerrem loszetten, daarbij rempe- daal induwen. Parkeerrem vergrendelen, daarbij rem- pedaal induwen. Tip Deze werkwijze is nodig wanneer de ma- chine van de palet wordt geschoven, resp. wanneer de machine weggesleept of zon- der eigen aandrijving op een transportvoer- tuig moet worden getrokken. LET OP Beweeg de veegmachine zonder eigen aandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h. 1Schroef 2Sleutel Schroef uitdraaien. Sleutel verwijderen. 1 Hydraulische pomp 2Sleutel 3 Moer Moer met sleutel losdraaien (vrijloop openen) totdat de machine kan worden verschoven. BELANGRIJK: De moer na het ver- schuiven weer vastdraaien (vrijloop sluiten = rijstand). Voor de inbedrijfstelling de gebruiks- aanwijzing van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsin- structies in acht nemen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel uitnemen. Parkeerrem vastzetten. Vloeistofpeil van de brandstoftank con- troleren. Motoroliepeil controleren. Controleer het vulniveau in het koelmid- del-compensatievat. Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Wielen controleren op in elkaar ge- draaide banden. Centrifugaalseparator en luchtfilter con- troleren, zo nodig reinigen. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren. Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nigen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Re- paraties en onderhoud. GEVAAR Explosiegevaar! Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden ge- bruikt. Niet in gesloten ruimtes tanken. Roken en open vuur is verboden. Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. Brandstofinhoud aan de tankweergave controleren. Motor uitzetten. Tankdop openen. Diesel tanken. Overgelopen brandstof wegvegen en vuldop van brandstoftank sluiten. 1 Hefboom stoelverstelling 2 Bestuurdersstoel Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit. Instructie: Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de chauffeursstoel wordt het appa- raat uitgeschakeld. 1 Parkeerrem 2 Regeling motortoerental Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Parkeerrem vastzetten. Regeling motortoerental 1/3 naar voren schuiven. Contactsleutel in het contactslot ste- ken. Contactsleutel in positie „Verwarmings- spiraal“ draaien. Voorgloeilamp licht op. Om de motor te starten, moet het rem- pedaal ingedrukt worden. Wanneer de voorgloeilamp uitgaat, de contactsleutel op positie „II“ draaien. Is het apparaat gestart, dan contact- sleutel loslaten. Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten. Voor de inbedrijfstelling Parkeerrem vergrendelen/loszetten Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Controle- en onderhoudswerkzaamheden Dagelijks voor het bedrijfsbegin Tanken Werking Chauffeursstoel instellen Apparaat starten Voorgloeien Motor starten 67NL- 6 1 Rempedaal 2 Rijpedaal "vooruit" 3 Rijpedaal "achteruit" Schuif de toerentalregeling van de mo- tor helemaal naar voren (bedrijfstoeren- tal). Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem losmaken. Gaspedaal "vooruit" langzaam indruk- ken. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij het achteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventueel laten inwerken. Gaspedaal "achteruit" langzaam in- drukken. Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. Vermijd schokkend bedienen van het pedaal aangezien de hydraulische in- stallatie beschadigd kan worden. Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen. Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan. Instructie: De remwerking kan door in- drukken van het rempedaal ondersteund worden. Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden: Langzaam en voorzichtig in voorwaart- se richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte op- rijdrempel. LET OP Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. Instructie: Om een optimaal reinigingsre- sultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet de stoffilter op gezette tijden gereinigd wor- den. Instructie: Bij frequent werken in een om- geving met veel fijn stof moet de filter vaker gereinigd worden. 1 Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem 2 Bedieningshefboom vuilreservoir 3 Bedieningshendel veegwals 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem Bedieningshendel (1) naar voren: veeg- wals aan en zijbezem neerlaten en aan. Bedieningshendel (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshefboom vuilreservoir Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren: Vuilreservoir gaat omlaag. Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren: Vuilreservoir gaat om- hoog. Bedieningshefboom veegwals Bedieningshendel veegwals (3) naar voren: veegwals gaat omhoog. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom reservoirdeksel Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat open.
Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat dicht. Ventilator inschakelen. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar voren: veegwals aan, zij- bezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Ventilator uitschakelen. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar voren: veegwals aan, zij- bezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. GEVAAR Verwondingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenk- bereik van het vuilreservoir staan. Kantelgevaar! Zet het apparaat tijdens het ledigings- proces op een effen oppervlak neer. 몇 WAARSCHUWING Knelgevaar! Nooit in het hefboomstelsel van het le- gingsmechanisme grijpen. Ga niet on- der het opgetilde reservoir staan. LET OP Verwondings- en beschadigingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces bestaat ge- vaar van wegspattend materiaal door de draaiende veegwals. Houd voldoen- de afstand aan. Veegwals en zijbezem met bedienings- hendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 naar voren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achte- ren. Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Apparaat verrijden Vooruit rijden Achteruit rijden Rijgedrag Remmen Over hindernissen heen rijden Veegbedrijf Bedieningshendel Droge bodem vegen Vochtige of natte bodem vegen Veeggoedcontainer leegmaken 68 NL- 7 Parkeerrem vastzetten. Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren en maak het vuilreservoir leeg. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren tot het in de eindstand is gekanteld. Parkeerrem losmaken. Langzaam van de verzamelbak wegrij- den. Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedienings- hefboom vuilreservoir (2) naar voren. Veegwals en zijbezem met bedienings- hendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 naar voren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achte- ren. Trek de toerentalregeling van de motor volledig naar achteren. Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. GEVAAR Transportschade! Neem het leeggewicht (transportge- wicht) van het apparaat bij het transpor- teren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Klem de batterij af bij het transport van de veegmachine. GEVAAR Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Zet de veegmachine weg op een effen oppervlak in een droge, vorstvrije om- geving. Bescherm tegen stof met af- dekmateriaal. Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen. Sluit het reservoirdeksel. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Veegmachine tegen wegrollen beveili- gen. Als de veegmachine gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, moet tevens het vol- gende in acht genomen worden: Motorolie verversen. Wanneer vorst verwacht wordt, koelwa- ter laten weglopen of controleren of vol- doende antivriesmiddel in de koelvloei- stof zit. Veegmachine aan de binnen- en bui- tenkant reinigen. Accu afklemmen. Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen. LET OP Beschadigingsgevaar! De Stoffilter niet uitwassen. Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). GEVAAR Verwondingsgevaar! Draag een stofmasker en een veilig- heidsbril. Apparaat met een doek reinigen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Instructie: Geen agressieve reinigings- middelen gebruiken. Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Instructie: Alle service- en onderhouds- werken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitge- voerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Onderhoud dagelijks: Vloeistofpeil van de brandstoftank con- troleren. Motoroliepeil controleren. Controleer het vulniveau in het koelmid- del-compensatievat. Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Brandstoffilter controleren. Centrifugaalseparator en luchtfilter con- troleren, zo nodig reinigen. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren. Onderhoud wekelijks: Radiateur reinigen. Hydraulische-oliekoeler reinigen. Hydraulisch systeem controleren. Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. Remvloeistofpeil controleren. Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen Reservoirklep controleren en smeren. Onderhoud alle 50 bedrijfsuren: Water uit de waterafscheider Diesel af- laten Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk On- derhoudswerkzaamheden. Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje ge- daan worden. Onderhoud na 50 bedrijfsuren: Laat het eerste onderhoud van het ap- paraat conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren. Onderhoud na 250/500/1000/1500/2000 bedrijfsuren: Laat het onderhoud conform inspectie- checklijst door de klantenservice uit- voeren. Voorbereiding: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. GEVAAR Verwondingsgevaar! Breng de veiligheidsstang bij een opge- tild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. Apparaat uitschakelen Transport Opslag/stillegging Onderhoud Algemene aanwijzingen Reiniging Reiniging binnenkant apparaat Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies 69NL- 8 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: GEVAAR Explosiegevaar! Gebruik enkel batterijen met poolafdek- king. Vervang de poolafdekking in ge- val van verlies. GEVAAR Explosiegevaar! Geen werktuig e.d. op de batterij leg- gen. Gevaar van kortsluiting en explo- sie. GEVAAR Verwondingsgevaar! Breng wonden nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen altijd uw handen. GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Roken en open vuur is verboden. Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. GEVAAR Gevaar voor invreten! Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. af- spoelen. Daarna direct een dokter raadplegen. Verontreinigde kleding met water uit- wassen. Het apparaat is seriematig uitgerust met een onderhoudsvrije batterij. 1 Positieve pool 2 Poolafdekking 3 Negatieve pool Accu in de accuklemmen plaatsen. Klemmen op de accubodem vast- schroeven. Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. Poolklem op minpool (-) aansluiten. Poolafdekkingen aanbrengen. Controleer de batterijpolen en de pool- klemmen op voldoende bescherming door poolbeschermingsvet. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren. Alle celsluitingen uitdraaien. Uit iedere cel met de zuurtester een monster nemen. – Het zuur van een volledig opgeladen accu heeft bij 20 °C een soortelijk ge- wicht van 1,28 kg/l. – Het zuur van een gedeeltelijk ontladen accu heeft een soortelijk gewicht tus- sen 1,00 en 1,28 kg/l. – In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn. Het zuurmonster weer terugdoen in de- zelfde cel. Bij te lage vloeistofstand cellen met ge- destilleerd water tot aan de markering bijvullen. Accu laden. Celsluitingen inschroeven.
GEVAAR Verwondingsgevaar! Neem bij de omgang van batterijen de veiligheidsvoorschriften in acht. Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht. GEVAAR Beschadigingsgevaar! Accu alleen met het geschikte laadap- paraat opladen. Alle celsluitingen uitdraaien. (enkel bij onderhoudsarme batterij) Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden. Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu ver- binden. Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen. Batterij met de kleinst mogelijke laad- stroom laden. Scheid het oplaadapparaat eerst van het net en dan van de batterij als de bat- terij opgeladen is. Celsluitingen inschroeven. (enkel bij onderhoudsarme batterij) Poolklem op minpool (-) afklemmen. Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Klemmen op de accubodem losschroe- ven. Batterij uit de batterijhouder nemen. Verbruikte batterij conform de geldende bepaleingen verwijderen. GEVAAR Verwondingsgevaar! Breng de veiligheidsstang bij een opge- tild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. Motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu te- recht laten komen. Gelieve bo- dem te beschermen en oude olie op een milieuvriendelijke manier tot afval verwerken. Veiligheidsvoorschriften accu's Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! Veiligheidsbril dragen! Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! Explosiegevaar! Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden! Gevaar van brandwonden! Eerste hulp! Waarschuwingstekst! Verwijdering! Accu niet in vuilnisbak gooien! Accu in apparaat plaatsen en aansluiten Controleer en corrigeer het vloeistofpeil van de batterij (enkel bij onderhoudsarme batterijen met celsluitingen) Accu laden Batterij demonteren Controleer het remvloeistofpeil en vul remvloeistof na. 70 NL- 9 1 Houder veiligheidsstang 2 Remvloeistofreservoir 3 Afsluitdeksel Breng het vuilreservoir naar boven en borg het met de veiligheidsstang, zie daartoe in hoofdstuk „Vuilreservoir leegmaken“. Controleer of in het remvloeistofreser- voir voldoende remvloeistof voorhan- den is. Tip Het vulpeil moet tussen Min. en Max. liggen. Vul indien nodig in de handel verkrijg- bare DOT-remvloeistof na. GEVAAR Verbrandingsgevaar! Motor laten afkoelen. Controle van het motoroliepeil op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren. 1 Olievuldeksel (motor) 2 Oliepeilstok Oliepeilstok uittrekken. Oliepeilstok afvegen en inschuiven. Oliepeilstok uittrekken. Oliepeil controleren. Oliepeilstok weer erin doen. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, motorolie bijvullen. – Motor niet boven „MAX"-markering bij- vullen. Olievuldeksel afschroeven. Motorolie erin doen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. Olievuldeksel afsluiten. Minstens 5 minuten wachten. Motoroliepeil controleren. VOORZICHTIG Verbrandingsgevaar door hete motorolie! Motor laten afkoelen. Zet een opvangbak voor minstens 6 li- ter motorolie klaar. Motor laten afkoelen. Olieaftapschroef uitschroeven. Olievuldeksel afschroeven. Olie aftappen. 1 Motoroliefilter 2 Brandstoffilter Oliefilter afschroeven. Bevestigingspunt en afdichtvlakken rei- nigen. Afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren. Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen. Olieaftapplug inclusief nieuwe afdich- ting erinschroeven. Aanhaalmoment: 25 Nm Motorolie erin doen. Oliesoort en vulhoeveelheid zie Techni- sche gegevens. Olievuldeksel afsluiten. Motor ca. 10 seconden laten lopen. Motoroliepeil controleren.
Controleer de brandstoffilter op veront- reiniging. Reinig indien nodig de brandstoffilter en de filterbehuizing, vervang indien nodig de brandstoffilter. 1 Brandstofkraan 2 Brandstoffilter Brandstofkraan sluiten. Brandstoffilter losschroeven en vervan- gen. 1 Brandstofkraan 2 Brandstoffilter OPMERKING Brandstoffilter voor de inbouw met diesel vullen. Nieuwe brandstoffilter eropschroeven. Brandstoffilter met een koppel van 20Nm aanspannen. Brandstofkraan openen. 1 Brandstofkraan 2 Afscheiderbak 3 Waterafscheider Brandstofkraan sluiten. Schroef de afscheiderbak los en maak hem leeg. Schroef de afscheiderbak vast. Brandstofkraan openen. Motoroliepeil controleren en olie bijvullen Motorolie en motoroliefilter wisselen Brandstoffilter controleren Brandstoffilter vervangen Condensatiewater aan de waterafscheider dieselbrandstof aflaten 71NL- 10 OPMERKING Het veeggoedreservoir mag niet opgetild zijn. Motorafdekking openen. 1 Oliepeilglas hydraulische olie 2 Afsluitdeksel, olievulopening Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, hydraulische olie bij- vullen. Afsluitdeksel van de olievulopening los- schroeven. Vulgebied reinigen. Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens. Afsluitdeksel van de olievulopening er- opschroeven. OPMERKING Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Kärcher-klantendienst. Parkeerrem vastzetten. Motor starten. Alle slangen van het hydraulische sy- steem en aansluitingen op lekkage con- troleren. 1 Koelmiddel-compensatievat Controleer het vulniveau bij een koude motor. Controleer het vulniveau in het koelmid- del-compensatievat. Het juiste koelmiddelpeil moet tussen Min. en Max. liggen. GEVAAR Verbrandingsgevaar! Laat de waterkoeler minstens 20 minu- ten afkoelen. Het koelwaterpeil van de waterkoeler wordt gecontroleerd aan het koelmid- delcompensatievat. Zie hoofdstuk „Koelwaterpeil controle- ren“. Koelerlamellen reinigen. Verwijder verontreinigingen met een zachte borstel, perslucht of geringe wa- terdruk. Koelslangen en aansluitingen op dicht- heid controleren. Ventilator reinigen. Motor starten. Veeggoedreservoir tot de eindstand op- tillen. Motor uitzetten. Parkeerrem vastzetten. Veiligheidsstang gebruiken voor hoog- leging. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Veiligheidsstang eruitnemen. Motor starten. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. Motor uitzetten. 1 Sleutel 2 Zijbekleding Breng het vuilreservoir omhoog en on- dersteun het met de veiligheidsstang. Zijmantel met sleutel openen. 1 Houdbeugel 2 Vleugelmoer 3 Zijdelingse afdichting Vleugelmoeren losschroeven. Neem de houdbeugel weg. Zijdelingse afdichting naar buiten klap- pen. Bevestigingsschroef veegrolhouder er- uit schroeven en opname naar buiten zwenken. Veegrol uitnemen. Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht) Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset let- ten. Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel ge- stoken worden. Instructie: Na het inbouwen van de nieu- we veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden. Instructie: De keerspiegel is in de fabriek ingesteld op 80 mm en kan bij slijtage van de keerrol traploos bijgesteld worden. Luchtdruk banden controleren. Zuigturbine uitschakelen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Veegwals gedurende ca. 10 seconden laten draaien. Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) in het midden. Bedieningshendel veegwals (3) naar voren: veegwals gaat omhoog. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De vorm van de veegspiegel moet een ge- lijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen. Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen Hydraulisch systeem controleren Koelmiddelpeil controleren Water-/hydraulische-oliekoeler controleren en reinigen Veegrol controleren Veegrol verwisselen Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen 72 NL- 11 Aanslagbout van de slijtagebijstelling (12) openen en instellen. Aanslag naar boven: smallere veeg- spiegel. Aanslag naar onderen: bredere veeg- spiegel. Aanslagbout weer vastdraaien. Veegspiegel van de veegwals opnieuw zoals reeds beschreven controleren. Zijbezems opheffen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Zijbezem met bedieningshendel neerla- ten en ca. 10 seconden laten draaien. Zijbezems opheffen. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De breedte van de veegspiegel moet tus- sen 40-50 mm liggen. Veegspiegel met de twee instelschroe- ven corrigeren. Veegspiegel controleren. GEVAAR Verwondingsgevaar! Breng de veiligheidsstang bij een opge- tild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. Veeggoedreservoir naar boven bren- gen en met veiligheidsstang zekeren. Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals vervangen" beschreven wordt. 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fen- derbevestiging losmaken. Zijdelingse afdichtstrook zover naar be- neden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bo- dem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen. Handmatige filterreiniging inschakelen. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar! Bij werkzaamheden aan de filterinstal- latie stofmasker dragen. Veiligheids- voorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nigen. Veeggoedcontainer legen. 1 Vergrendeling apparaatkap 2 Apparaatkap 3 Filterafdekking Vergrendeling openen, daartoe ster- greepschroef eruit draaien. Apparaatkap naar voren klappen. 1 Sluiting, filterafdekking (2x) 2 Filterafdekking Sluiting openen.
Filterafdekking openen. 1 Dwarsbalk 2 Stoffilter Controleer de stoffilter, reinig of ver- vang hem indien nodig. Tip De vervanging van de stoffilter mag en- kel gebeuren door de klantenservice van Kärcher. Filterafdekking eropzetten en vergren- delen. De V-riem moet bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven. V-riemspanning laten instellen door de geautoriseerde klantenservice. 1 Sluiting 2 Luchtfilterbehuizing Zijpaneel wegnemen. Luchtfilterbehuizing wegnemen. Luchtfilterinzet vervangen. Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Stoffilter manueel reinigen Stoffilter controleren / vervangen V-snaar controleren en instellen Luchtfilter controleren en verwisselen
73NL- 12 Instructie: Inbouwpositie met uitblaas- opening naar beneden (zie afbeelding). 1 Vleugelmoer 2 Centrifugaalseparator Vleugelmoer aan de centrifugaalsepa- rator losschroeven. Centrifugaalseparator reinigen. 1 Kartelmoer 2 Deksel zekeringskast Draai de kartelmoer eruit. Open het deksel op de zekeringkast. Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen. Instructie: Alleen zekeringen met de- zelfde zekeringswaarde gebruiken. Instructie: De zekering FU 01bevindt zich in de motorruimte.
- Deze zekeringen mogen alleen door de klantenservice worden vervangen, omdat daarna moet worden gecontroleerd of het apparaat eventueel storingen vertoont. Centrifugaalafscheider reinigen Zekeringen verwisselen FU 01* Hoofdzekering 60 A FU 02 Claxon 25 A FU 03 Veiligheidsrelais Multifunctionele weer- gave 10 A FU 04 Zwaailicht 5 A FU 05 Veiligheidsrelais Tijdsvertraging 25 A FU 06 Chauffeurscabine (op- tie) Ruitenwisser 10 A FU 07 Brandstofpomp 10 A FU 08 Startmotor 3 A FU 09 Verlichting links 7,5 A FU 10 Verlichting rechts 7,5 A FU 11 Werkverlichting 10 A FU 12 Schudsysteem Zuigturbine 25 A FU 13 Achteruitrijsignaal 5 A 74 NL- 13 Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. Accu opladen of vervangen Brandstof tanken, brandstofsysteem ontluchten Brandstoffilter vervangen Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loop onregelmatig Luchtfilter reinigen of filterpatroon vervangen Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor oververhit Koelmiddel bijvullen Koeler doorspoelen V-snaar aanspannen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loopt, maar het apparaat rijdt slechts langzaam of helemaal niet. Parkeerrem ontgrendelen Vrijloop sluiten (rijstand) Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Fluitend geluid in het hydraulische systeem Hydraulische vloeistof navullen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Borstels draaien slechts langzaam of helemaal niet Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Ventilator inschakelen Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen. Filterafdichtingen vervangen Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veegeenheid laat veeggoed liggen Veeggoedcontainer legen Stoffilter controleren, reinigen of verwisselen. Keerrol vervangen Veegspiegel instellen Afdichtstrook van het veeggoedreservoir vervangen Blokkering van de keerrol oplossen Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedreservoir gaat niet om- hoog of omlaag Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. Borgsteun van het vuilreservoir verwijderen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Reservoirdeksel van het vuilreser- voir gaat niet open. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Storing bij hydraulisch bewogen delen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen 75NL- 14 Technische gegevens KM 120/250 R D Classic Apparaatgegevens Rijsnelheid, vooruit km/h 9 Rijsnelheid, achteruit km/h 4 Klimvermogen (max.) % 18 Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems m
/h 8100 Oppervlaktecapaciteit met zijbezems m
/h 10800 Werkbreedte zonder zijbezems mm 900 Werkbreedte met zijbezems mm 1200 Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater -- IPX 3 Duur inzetten bij volle tank h 4 Motor Type -- YANMAR 3TNV76A Type -- 3-cilinder-viertakt-dieselmotor
Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) g/kWh 932,0 Koelwijze -- Waterkoeling Draairichting -- tegen de wijzers van de klok in Boring mm 70 Slag mm 82 Slagvolume cm
Oliehoeveelheid l 3,5 Nominaal toerental 1/min 2500 Maximaal toerental 1/min 2500 Nullasttoerental 1/min 1300 Vermogen max. kW/PS 15,8 / 21,5 Maximumkoppel bij 2100 1/min Nm 67,9 Oliefilter -- Filterpatronen Aanzuigluchtfilter -- Binnenfilterpatronen, buitenfilterpatronen Brandstoffilter -- Filterpatronen Elektrische installatie Accu V, Ah 12, 60 Generator, draaistroom V, A 12, 55 Startmotor -- Elektrische starter Hydraulische installatie Hoeveelheid olie in het complete hydraulische systeem l 26,5 Hoeveelheid olie in de hydraulische tank l 21,2 Oliesoorten Motor (boven 25 °C) -- SAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40 Motor (0 tot 25 °C) -- SAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40 Motor (onder 0 °C) -- SAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40 Hydraulisch systeem -- HV 46 Veeggoedreservoir Max. ontlaadhoogte mm 1400 Volume van de veeggoedcontainer l 250 Keerrol Veegrol-diameter mm 300 Veegrol-breedte mm 900 Toerental 1/min 350 Veegspiegel mm 80 Zijbezems Zijbezem-diameter mm 600 Toerental (traploos) 1/min 0 - 60 Massieve rubberbanden Grootte voor -- 15-4.5x8 76 NL- 15 Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2020/01/01 Grootte achter -- 15-4.5x8 Rem Voorwielen -- mechanisch Achterwiel -- hydrostatisch Filter- en zuigsysteem Type -- Zakfilter Toerental 1/min 2800 Filtervlak fijnstoffilter m
6,0 Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 15,5 Nominale volumestroom zuigsysteem m
/h 800 Schudsysteem -- Elektromotor Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C -5 tot +40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L
dB(A) 80 Onzekerheid K
0,8 Onzekerheid K m/s
0,1 Maten en gewichten Lengte x breedte x hoogte mm 2082x1250x1450 Draaicirkel rechts mm 1350 Draaicirkel links mm 1350 Leeggewicht kg 880 Toelaatbaar totaalgewicht kg 1329 Toegelaten asbelasting vooraan kg 785 Toegelaten asbelasting achteraan kg 543 Inhoud Brandstoftank, diesel l 16 Technische veranderingen voorbehouden! KM 120/250 R D Classic EU-conformiteitsverklaring Product: Veegzuigmachine opstap- machine Type: KM 120/250 R D 1.186-000.0 Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2000/14/EG Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 EN 62233: 2008 Toegepaste conformiteitsbeoorde- lingsprocedure 2000/14/EG: Bijlage V Geluidsvermogensniveau dB(A) Gemeten: 97 Gegaran- deerd:
Notice-Facile