KM 120250 R D Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 120250 R D Classic Kärcher in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KM 120250 R D Classic Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 120250 R D Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 120250 R D Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 120250 R D Classic Kärcher
Algemene aanwijzingen. . . . . NL 1
Zorg voor het milieu. NL 1
Garantie . NL 1
Accessoires en reserveonder
delen NL 1
Symbolen in de gebruiksaanwij
z ing .NL 1
Symbolen op het apparaat NL 1
Voorzienbaar verkeerd gebruik NL 2
Geschekte ondergronden NL 2
Veiligheidsinstructies. NL 2
Veiligheidsinstrumenties voor de
bediening . NL 2
Veiligheidsinstructies voor de
rijmodus .NL 2
Apparaten met verbrandings
motor .NL 2
Apparaten met hoge afvoer NL 2
Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak. .NL 2
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparatusat NL 3
Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud . . NL 3
Functie. NL 3
Instructiesinzakeuitladen..NL3
Elementen voor de bediening en de
functies NL 4
Afbeelding veegmachine NL 4
Bedieningsveld. NL 4
Pedalen .NL 4
Controleampjes en display NL 4
Voor de inbedrijfstelling. . . . . . NL 5
Parkeerrem vergrendelen/los-
zetten. NL 5
Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen . . . . . NL 5
Inbedrijfstelling. NL 5
Algemene aanwijzingen. NL 5
Controle- en onderhoudswerk
zaamheden NL 5
Tanken.. NL 5
Werking .NL 5
Chauffeursstoel instellen NL 5
Apparaat starten . . . . . NL 5
Apparaat verrijden . . . . . NL 6
Veegbedrijf.. NL 6
Veeggoedcontainer leegmake NL 6
Apparaat uitschakelen..NL7
Transport.. .NL7
Opslag/stillegging .NL7
Onderhoud. NL 7
Algemene aanwijzingen. NL 7
Reiniging .NL7
Onderhoudsintervallen..NL7
Onderhoudswerkzaamheden NL 7
Hulp bij storingen. NL 13
EU-conformiteitsverklaring . . . NL 15
Lees voor het eerste gebruik van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Algemene aanwijzingen
Als u bij het uitpakken transportschade constasteert, neem dan contact op met uw distributeur.
- De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geben aanwijzingen voor gebruik zonder gevaar.
- Naast de aanwijzingen in de gebruksaanwijzingen要去en de algemene voiligheidsvoorschriften en voorschriftenter vermijding van ongevallen van de wetgeber in acht genomen worden.
Zorg voor het milieu

Het verpakkingsmaterial is herbruikbaar. Deponeer het verpakkingsmaterial Niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik.

Onbruikbaar geworden apparata- ten bevatten waardevolle materi-alen die geschikt zich voor recycl- cling. Lever ze waarom in voor hergebruik.Verwijder afgedankte apparaten.daarom viaaarvoor geeigende verzamelsystemen.
Motorolie, diesel en benzine mogen nicht in het milieu terechtkomen. Bescherm de bodem en verwijder oude olie op milieuvriendelijkke wijze.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
In ieder land+zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenserviceworksplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
Accessoires en reserveonderdelen
△GEVAAR
Om risico's te vermijden, mogen reparations en het verrangen van onderdelen aan het apparatusaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst.
- Er mogen alleen toebehoren en onder-delen gebruikt worden, die door de fabrikant zich goedgekeurd. Origineel toebehoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden.
- Verdere informatatie over reserveonder-delen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing
GEVAAR
Waarschuwt voor een direct dreigend gevaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt.
WAARSCHUWING
Waarschuwt voor een möglichk gevaanlijke situatie, die tot ernstige lichamelijk hetsels of de dood zou(APlen leiden.
VOORZICHTIG
Verwijzing maar een möglichk gevaarlijke situation, die tot lichte letsels of materielle schades kan leiden.
LET OP
Verwijzing maar een möglichke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden.
Symbolen op het apparaat
| Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie voldoende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. | |
| Werkzaamheden aan het ap- paraat altijd met geschikte handschoenen uitvoeren. | |
| Knelgevaar door vastklem- men:tussen bewegende voertuigonderdelen | |
| Verwondingsgevaar door be- wegende onderdelen. Niet erin vrijpen. | |
| Brandgevaar! Geen brand- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. | |
| Kettingopname / kraanpunt | |
| Opnamepunt voor krik | |
| Maximale helling van de on- dergrond bij ritten met opge- tild veeggoedreservoir. | |
| In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. | |
| Beschadigingsgevaar! De Stofffilter Niet uitwassen. |
De veegmachine is voorzien voor de reining van vloeroppervlakken voor industrieel gebruik en onder andere voor de volgende toepassingsgebieten:
parkings;
productie-installations;
logistieke bereiken;
hotels;
kleinhandel;
magazijnen;
voetpaden.
Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiskaanwijzing.
leder daarboven uitgaand gebruik geldt als Niet volgens de voorschriften. Voor hieruitresulterende schades is de fabrikant Niet aansprakelijk, het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker.
Er mogen aan het apparaat geen wijzigingen worden aangebracht.
Deveegmachine is enkel geschikt voor de in de gebruiksaanwijzing aangegeven vloeroppervlakken.
Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgeveen oppervlakken.
Over het algemeen geldt: Licht ontvlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosion-/brandgevaar).
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmiddelen opvegen/opzuigen! Daartoe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels kunnen vormen, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten.
Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. aluminium, magnesium, zink) opvegen/opzuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen.
Geen brandbare of glimmende voorwerpen opvegen/opzuiigen.
Het apparatus is nicht geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid.
Het apparaat mag nicht in gesloten ruimtes gebrukt worden.
Het verwlijf in de bevarenzone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
Het meenemen van begeleidende personen is Niet toegestaan.
Het is nicht toegestaan om met dit apparaat voorwerpen te verschuiven of te transporteren.
Geschekte ondergronden
■ Asfalt
Industriebloer
Estrik
Beton
■ Klinkers
Veiligheidsinstructures
Veiligheidsinstrumentes voor de bediening
(Alleen geldig voor Finland) Als het apparaat een pvc-slangeiding heeft, mag het apparaat Niet bij lage omgevings-temperaturen (onder 0^ ) worden gebruikt. Neem bij vragen over uw apparaat contact op met Kärcher.
Het apparaat met de werkinstallations要去 voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijsveiligheid. Indien zich Niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur nicht gebruiken.
Bij gebruik van het apparaat in gevaarlijke omgevingen (bijvoorbeeld tankstations)要去en de overeenkomstige veiligheidsvoorschriften in acheit genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar.
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Gebruik het apparaat Niet zonder bescherming gegen vallende voorwerpen in bereiken waar de möglichkheid staatat dat de bediener worden geraakt door vallende voorwerpen.
Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschriften. Deze dient rekening te houden met deplaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, special op kinderen.
De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen.altijd te worden opgevolgd.
Voor de aanvang van de werkzaamheden要去 bediener zich ervan vergewissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften�n aangebracht en functioneren.
De bediener van het apparaat is verantwoordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
Erop letten dat de bediener nauw aan-sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden.
Voor het starten de onmiddellijke omgeving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtaarheid!
Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het apparaat pas verlaten, als de motor is uitgezet, het apparaat gegen onbedoelde bewegingen is beveiligd en de contact-sleuteluit het contact is gehaald.
Om onbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, dient men de contactseutel te verwijderen.
Het apparatus mag alleen door personen worden gezruikt die voor de omgang ermee zich opgeleid of hun vaardigheden in het bedieren hebben aangetoond en uitrukkelijk de opdracht hebben gekreten voor het gezruik.
Dit apparaat is Niet ervoor gedacht, door Personen (inclusieve kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijkke möglichkheden of door gebrek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door Personen worden geobserveerd die voor hun verilgheid verantwoordelijk zijn of door deze hun instructies hebben verkreten, hoe het apparaat dient te worden gezruikt.
Over kinderen dient toezicht te worden gehonden, om te waarborgen dat ze Niet met het apparaat spelen.
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol konnen wikkelen.
Veiligheidsinstructies voor de rijmodus
△GEVAAR
Verwondingsgevaar! Draagkracht van de ondergrond voor het rijden controeren.
GEVAAR
Ongevalgevaar, verwondingsgevaar!
De rijnselheid要去 aan de omstandig heden van dat moment aangepast worden.
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen.
Kantelgevaar bij onstabile ondergrond.
Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen.
Kanteigevaar bij de zijwaartse hellingen.
Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden.
Apparaten met verbrandingsmotor
Het apparaat Niet boven 1200 m hoogte gebruiken.
△Gevaar
Verwondingsgevaar!
De uitlauf mag nicht geblokkeerd worden.
Niet over de uitlaat buigen ofcke aanraken (verbrandingsgevaar).
Aandrijfmotorietaanrakenofvastpakken (verbrandingsgevaar).
Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, zeogensniet worden ingeademd.
De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na-loop nodig na het uitzetten. In dezeijd absolututuit de buurt blijven van het aandrijbereik.
Apparaten met hoge afvoer
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en beveilig het.
Voer de beveiliging enkeluit buiten de gevarenzone.
Apparaten met bestuurdersbeschemingsdak
OPMERKING
Het bestuurdersbeschemingsdak (optioneel) biedt bescherming gegen große, val
lende delen. Het biendl erther gegen kantel-bescherming!
Beschermdak dagelijks op beschadiging controleren.
Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen, dient het complete beschermdak te worden verwangen.
Het is Niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kärcher goedgekeurde elementen, onderdelen en bouwgroepen aan te brengen. Dit kan onder omstandigheden nadelige gevolgen hebben voor de werkinq van het beschermdak.
Veiligheidsinstructies over het transport van het apparatus
Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen in alot.
Klem voor het transport van het apparaat de batterij af en zet het apparaat veilig vast.
Veiligheidsinstructures over. verzorging en onderhoud
Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden van het apparaat, het verwangen van onderdelen of het ombuwen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd.
Bij werkzaamheden aan de elektrische installmente要去 de batterij afgeklemd worden. Maak hiervoer eerst de minpool los en dan de pluspool. De heraansluiting vindt plaats in omgekeerde volgorde. Eerst de pluspool, dan de minpool aansluten.
Het schoonmaken van het apparaat mag Niet met een waterslang of hoge-drukstraal gebeuren (gevaar van kort-sluitig of andere schades).
Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zich.
Veiligheidscontrole volgens deplaatselijk geldige voorschriften voor vanplaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen.
Werkzaamheden aan het apparaat al-tijd met geschikte handschoenen uitvoeren.
Functie
De veegmachine werkt volgens het veeg-schoeeprincipe.
- De roterende keerrol transporteert het vuil direct maar het veeggoedreservoir.
- De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol.
-Het fijnestof wordt via de stoffilter door de zuigturbine wegozogen.
Instructies inzake uitladen
△GEVAAR
Verwordings- en beschadigingsgevaar!
Gewicht van het apparaat bij het verla-den in acht nemen!
Gebruik geen vorkheftruck, het appar-. raat zou beschadigd;kennen worden.
- Indien aanbouwsets gemonteerd়n, is dat gewicht overeenkomstig hoger.
Bij het verladen van het apparaat要去en geschikt platform of een kraan gebruikt worden!
Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70mm.
Wanner het apparaat op een pallet geleverd worden, moet met de meegeleverde planken een platform gebouwd worden.
De handleiding waarvoort vindt u op pagina 2 (binnenkant omslagpagina).
Belangrijke instructie: Elke plank moet telkens met 2 schroeven vastgeschroefd worden.
Elementen voor de bediening en de functies






Afbeelding veegmachine Bedieningsveld
Afbeelding A
1 Tanksluiting
2 Stoel (met zitcontactschakelaar)
3 Stuurwiel
4 Centrifugaalseparator
5 Vergrendeling apparaatkap
6 Apparaatkap
7 Zijbezem, rechts
8 Voorwiel
9 Toegang keerrol
10 Vastsjorpunt
11 Typeplaatje
12 Zwaailicht
13 Apparaatkap rechts
14 Afdekking, rechts
15 Achterwandbekleding
16 Achterwiel
17 Afdekking, links
18 Kap links (motorkap)
Afbeelding
1 Bedieningshendel veegwals en lijbe-
zem
Hendelaarvoren:veeewalsaanen
zijbezem neerlaten en aan.
Hendelaarachteren:veegwalsaan
2 Bedieningshefboom vuilreservoir
Veeggoedcontainer omhoog/omlaag
brengen
3 Bedieningshendel veegwals
Veegwals optillen/neerlaten
4 Bedieningshefboom reservoirdeksel
Reservoirklep openen / sluiten
5 Controleampjes en display
6 Schakelaar blazer en filterreiniging
Stand centraal: filterreiniging en blazer
uit
Stand Achteraan: blazer in
Stand vooraan: filterreiniging in
7 Schakelaar claxon
8 Zekeringen
9 Contactslot
Symbool verwarmingsspiraal: Voor
gloeien
Stand 0: Motor uitschakelen
Stand 1: Ontsteking aan
Stand 2: Motor starten
10 Regeling mortoerental
Gashefboom
11 Parkeerrem
12 Slijtagebjistelling/veegspiegelinstelling
veegwals
Pedalen
Afbeelding
1 Rempedaal
2 Gaspedaal voor-/achteruit
Controleampjes en display
Afbeelding
1 Bedrijfsurenteller
2 Waarschuwingslampje laden
3 Waarschuwingslampje oliedruk
4 Waarschuwingslampje koelwatertemperatuur
5 Aangezogen motorlicht
6 Waarschuwingslampe brandstofreser
ve
7 Controleampje voorgloeien
8 Controleampjes (niet aangesloten)
9 Controleampje standlicht/dimlicht (op-tie)
10 Tankweergave
11 Zonder functie, brandt enkel bij het starten van de motor (zelftest)
12 Zonder functie
13 Zonder functie
14 Zonder functie
Voor de inbedrijfstelling
Parkeerrem vergrendelen/loszetten
→
Par
keen
rel
m 1
szetter
n,0
aaa
orb
jre
em
de-
图
→ BELANGRIJK: De moer na het ver-schuiven weeer vastdraaien (vrijloop sluiten = rijstand).
Inbedrijfstelling
Algemene aanwijzingen
Voor de inbedrijfstelling de gebruiks-aanwijzing van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsin-structies in acheft nemen.
Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
Contactsleutel uitenemen.
Parkeerrem vastzetten.
Controle- en onderhoudswerkzaamheden
Dagelijks voor het bedrijfsbegin
Vloeistofpeil van de brandstoftank controeren.
Motorolieil controlleren.
Controller het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat.
Keerwals en zijborstel controlleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden.
Wielen controlleren op in elkaar gedraaide banden.
Centrifugaalseparator en luchtfilter controeren, zo nodsig reinigen.
Werking van alle bedieningsonderdelen controlleren.
Apparaat op beschadigingen controle- ren.
Stofffilter met de toets Filterreiniging rei-nigen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Reparations en onderhoud.
Tanken
GEVAAR
Explosiegevaar!
Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden gebruikt.
Niet in gesloten ruimtes tanken.
Roken en open vuur is verboden.
Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt.
Brandstofinhoud aan de tankweergave controlleren.
Motor uitzetten.
Tankdopopenen.
Diesel tanken.
Overgelopen brandstof wegvegen en vuldop van brandstoffank sluiten.
Werking
Chauffeursstoel instellen

1 Hefboom stoelverstelling
2 Bestuurdersstoel
Hefboom stoeverstelling maar buiten trekken.
Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten.
Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controeren of hij vast zit.
Apparaat starten
Instructie: Het apparaat is uitergerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de chauffeursstoel worden het apparaat uitergeschakeld.

1 Parkeerrem
2 Regeling mortoroerental
Op de chauffeursstoel plaatsnemen.
Parkeerrem vastzetten.
Regeling mortoerental 1/3 maar voren schuiven.
Voorgloeien
Contactsleutel in het contactslot steken.
Contactsleutel in positie,Verwarmingspiraal"draaien. Voorgloeilamplicht op.
Motor starten
Om de motor te starten, moet het rem-pedaal ingedrukt worden.
Wanner de voorgloeilamp uitgaat, de contactsleutel op positie "I" draaien.
Is het apparaat gestart, dan contact-sleutel loslaten.
Instructie: De startmotor nooit langer dan 10 seconden gebruiken. Voor het opnieuw gebruiken van de startmotor minstens 10 seconden wachten.
Parkeerrem vergrendelen, waar bij rem-pedaal induwen.
Tip
Deze werkwijze is nodig wanner de machine van de palet worden geschoven, resp. wanner de machine weggeslept of zonder eigen aandrijving op een transportvoertuig moet worden getrokken.
LETOP
Beweeg de veegmachine zonder eigenaandrijving Niet over lange afstanden en Niet sneller dan 10km / h

1 Schroef
2 S I e u t e l
→ Schroef uittdraaien.
Sleutel verwijderen.

1 Hydraulische pomp
2 S I e u t e l
3 Moer
Moer met sleutel losdraaien (vrijloop openen) totdat de machine kan worden verschoven.
Apparaat verrijden

1 Rempedaal
2 Rijpedaal "vooruit"
3 Rijpedaal "achteruit"
Schuif de toerentalregeling van de mot- tor helemaal maar voren (bedrijfstoeren- tal).
Rempedaal induwen en ingedrukt houden.
Parkeerrem losmaken.
Vooruit rijden
Gaspedaal "vooruit" langzaam indruken.
Achteruit rijden
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Bij het achechteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventuele lately inwerken.
Gaspedaal "achteruit" langzaam indrukken.
Rijgedrag
Met het gaspedaal kan de rijnsnelheid traploos geregold worden.
Vermijd schokkend bedieren van het pedaal aangezien de hydraulische installmentie beschadigd kan worden.
Bij capacititeitsafname op hellingen het rijpediaal zachtjes terugnemen.
Remmen
Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zich en blijft staan.
Instructie: De remwerking kan door indrukken van het rempedaal ondersteund worden.
Over hindernissen heen rijden
Over vaststaande hinderissen tot 70 mm.
heen rijden:
Langzaam en voorzichtig in voorwaartse richting overheen rijden.
Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heb denr:
Er mag alleen over hindernissen—heen gereden worden met een geschichte oprijdrempel.
Veegbedrijf
LETOP
Geen pakbanden, draden of soortgelijk materiaaal opvegen; dit kan leiden tot een beschadiging van het veegmechanisme.
Instructie: Om een optimaal reinigingsresultaat te krijgen, moet de rijnselheid aan de omstandigheden aangepast worden.
Instructie: Tijdens het gebruik moet de stofffilter op gezette tjden gereinigd worden.
Instructie: Bij frequent werken in een omgeving met veel fijn stof moet de filter vaker gereinigd worden.
Bedieningshendel

1 Bedieningshendel veegwals en zichbezem
2 Bedieningshefboom vuilreservoir
3 Bedieningshendel veegwals
4 Bedieningshefboom reservoirdeksel
Bedieningshendel veegwals en zichbezem
Bedieningshendel (1) maar voren: veegwals aan en zijbezem neerlaten en aan.
Bedieningshendel (1) maarachten: veegwals aan.
Bedieningshefboom vuilreservoir
Bedieningshefboom vuilreservoir (2)
haar voren: Vuilreservoir gaat omlaag.
Bedieningshefboom vuilreservoir (2)
haar achefteren: Vuilreservoir gaat om-hoog.
Bedieningshefboom veegwals
Bedieningshendel veegwals (3) maar voren: veegwals gaat omhoog.
Bedieningshendel veegwals (3) maar:veegwals gaat omlaag.
Bedieningshefboom reservoirdeksel
Bedieningshefboom reservoirdeksel (4)
haar voren: reservoirdeksel van het vuilreservoir waar open.
Bedieningshefboom reservoirdeksen (4)
haar achefteren: reservoirdeksen van het vuilreservoir maar zich.
Droge bodem vegen

Ventilator inschakelen.
Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zichbezem (1) maar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) maar achteren: veegwals要去laag.
Bedieningshefboom reservoirdeksel (4)
haar voren: reservoirdeksel gaat open.
Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en lijbezem (1) maar voren: veegwals aan, lijbezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) maar achteren: veegwals goats omlaag.
Vochtige of innate bodem vegen
Ventilator uitschakelen.
Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zijbezem (1) maar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) maar achteren: veegwals gaat omlaag.
Bedieningshefboom reservoirdeksen (4)
haar voren: reservoirdeksen gaat open.
Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en lijbezem (1) maar voren: veegwals aan, lijbezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) maar achteren: veegwals goats omlaag.
Veeggoedcontainer leegmaken
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenkbereik van het vuilreservoir staan.
Kantelgevaar!
Zet het apparaatijdens het ledigingsproces op een effen oppervlak neer.
WAARSCHUWING
Knelgevaar!
Nooit in het hefboomstelsel van het leggingsmechanisme gripen. Ga Niet onder het opgetilde reservoir staan.
LET OP
Verwondings- en beschadigingsgevaar!
Tijdens het ledigingsproces bestaat gevaar vanwegspattend materiaal doore daaiende veegwals. Houd voldoen de afstand aan.


Veegwals en zijbezem met bedieningshendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 waar voren.
Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) maar ache- ren.
Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) maar,achteren.
Langzaam maar de verzamelbak rijden.
Parkeerrem vastzetten.
Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) maar voren en kaak het vuilreservoir leeg.
Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) maar,achteren tot het in de eindstand is gekanteld.
Parkeerrem losmaken.
Langzaam van de verzamelbak wegrijden.
Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) maar voren.
Apparaat uitschakelen
Veegwals en zijbezem met bedienings-hendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 maar voren.
Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) maar ache- ren.
Trek de toerentalregeling van de motor volledig maar achefteren.
Rempedaal induwen en ingedrukt houden.
Parkeerrem vastzetten.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Transport
△GEVAAR
Transportschade!
Neem het leeggewicht (transportgewicht) van het apparaat bij het transporteren op aanhangwagens of voertuigen inRCT.
Bij het transport in voertuigen要去 het apparatusat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden gegen verschuiven en kantelen.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Parkeerrem vastzetten.
Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of hettingen zekeren.
Apparaat aan de wielen met speeken vastzetten.
Klem de batterij af bij het transport van de veegmachine.
Opslag/stillegging
△GEVAAR
Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen inRCTn.
Zet de veegmachine weg op een effen oppervlak in een droge, vorstvrijne omgeving. Bescherm gegen stof met afdekmaterialial.
Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels Niet te beschadigen.
Sluit het reservoirdeksel.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Parkeerrem vastzetten.
Veegmachine gegen wegrollen beveiligen.
Als de veegmachine gedurende langeijd Niet gebruikt worden, moet tevens het vol-gende in acht genomen worden:
Motorola verversen.
Wanner vorst verwacht worden, koelwater latent wegopen of controleren of voldoende antivriesmiddel in de koelvloeistof zit.
Veegmachine aan de binnen- en buitenkant reinigen.
Accu aklemmen.
Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen.
Onderhoud
Algemene aanwijzingen
LET OP
Beschadigingsgevaar!
De Stofffilter nicht uittwassen.
Reparations mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerkplaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betreffende veiligheidsvoorschriften vertrouwd zich.
Mobiel commercieel geexploiteerde apparatuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd.
Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Parkeerrem vastzetten.
Reiniging
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
Het schoonmaken van het apparaat mag Niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kortsluiting of andere schades).
Reiniging binnenkant apparatus
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Draag een stofmasker en een veiligheidsbril.
Apparaat met een doek reinigen.
Apparaat met perslucht uitblazen.
Reiniging buitenkant apparatus
Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen.
Instructie: Geen agressieve reinigings-middelen gebruiken.
Onderhoudsintervallen
Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan.
Onderhoud door de klant
Instructie: Alle service- en onderhoudswerken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerdevakman uittgevoerd te worden. Indien nodig kan alltijd een Karcher-specialist geraadpleegd worden.
Onderhoud dagelijks:
Vloeistofpeil van de brandstoftank controeren.
Motoroliepeil controleren.
Controller het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat.
Keerwals en zijborstel controlleren op slijtage en in elkaar gewikkelde banden.
Brandstofffilter controeren.
Centrifugaalseparator en luchtfilter controeren, zo nods reinigen.
Werking van alle bedieningsonderdelen controleren.
Apparaat op beschadigingen controlleden.
Onderhoud wekelijks:
Radiateur reinigen.
Hydraulische-oliekoeler reinigen.
→ Hydraulisch systeme controleren.
Oliepeil van het hydraulisch systeme controleren.
Remyloeistofpeil controlleren.
Pakkingranden op slijtage controlleren, indien nodig verwangen
Reservoirklep controlleren en smeren.
Onderhoud alle 50 bedrijfsuren:
Wateruit de waterafscheider Diesel aflaten
Onderhoud na slijtage:
Afdichtlijsten verrangen.
Zijdelingse aufdichtstroken bijstellen, eventueel verwangen.
Veegrolervangen.
Zijbezems verrangen.
Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoudswerkzaamheden.
Onderhoud door de klantenservice
Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geauthoriseerde Karcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje gedaan worden.
Onderhoud na 50 bedrijfsuren:
Laat het eerste onderhoud van het apparaat conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoud na 250/500/1000/1500/2000 bedrijfsuren:
Laat het onderhoud conform inspectie-checklijst door de klantenservice uitvoeren.
Onderhoudswerkzaamheden
Voorbereid ing:
Veegmachine op een egaal oppervliak neerzetten.
Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Parkeerrem vastzetten.
Algemene veiligheidsinstructies
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir.altijd aan.
Voer de beveiliging enkel uit buiten deGeVarenzone.

1 Houserveiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
Veiligheidsstang voor hoogleging maar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).
| Motorolie, stookolie, diesel en benzine Niet in het milieu te-recht lately komen. Gelieve bodem te beschermen en oude olie op een millieuvriendelijk manier tot afval verwerken. |
Veiligheidsvoorschriften accu's
Let bij de omgang met accu's absolut op de volgende waarschuwingstip:
| Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! | |
| Veiligheidsbril dragen! | |
| Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! | |
| Explosiegevaar! | |
| Vuur, vonden, openlicht en ro- ken verboden! | |
| Gevaar van brandwonden! | |
| Eerste hulp! | |
| Waarschuwingstekst! | |
| Verwijdering! | |
| Pb | Accu Niet in vuilnisbak gooien! |
△GEVAAR
Explosiegevaar!
Gebruik enkel batterijen met poolafdekking. Vervang de poolafdekking in geval van verlies.
△GEVAAR
Explosiegevaar!
Geen werktuig e.d. op de batterij leggen. Gevaar van kortsluiting en explosie.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Breng wonders nooit in contact met lood. Reinig na werkzaamheden aan batterijen.altijd uw handen.
△GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Roken en open vuur is verboden.
Ruimtes waarin accu's opgeladen worden, dienen goed geventileerd te zichon, maar bij het opladen zeer explosief gas ontstaat.
GEVAAR
Gevaar voor invreten!
Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. afspoelen.
Daarna direct een dokter raadplegen.
Verontreinigde kleding met water uitwassen.
Accu in apparaat plaatsen en aansluiten
Het apparaat is seriematig uitergerust met een onderhoudsvrije batterij.

1 Positieve pool
2 Poolafdekking
3 Negativew pool
Accu in de accuklemmen plaatsen.
Klemmen op de accubodem vast-schroeven.
Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten.
Poolklem op minpool (-) aansluiten.
Poolafdekkingen aanbrengen.
Controller de batterijpolen en de poolklemen op voloende bescherming door poolbeschermingsvet.
Controleer en corrigeer het vloeistofpeil van de batterij (enkel bij onderhoudsarme batterijen met celsluitingen)
VOORZICHTIG
Beschadigingsgevaar!
Bij met zuur bevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren.
Alle celsluitingen uittdraaien.
Uit iedere cel met de zuurterer een monster nemen.
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
- Het发展格局
-In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zich.
Het zuurmonster wee terugdoen in de-zelfde cel.
Bij te lage vloeistofstand cellen met gedestilleerd water tot aan de marketing bijvullen.
Acculaden.
Celsluitingen inschroeven.
Accu laden
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Neem bij de omgang van batterijen de veiligheidsvoorschriften in acht. Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het oplaadapparaat in acht.
△GEVAAR
Beschadigingsgevaar!
Accu alleen met het geschikte laadapparaat opladen.

Alle celsluitingen uittdraaien. (enkel bij onderhoudsarme batterij)
Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden.
Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu verbinden.
Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen.
Batterij met dekleinst mogelijke laadstroom laden.
Scheid het oplaadapparaat eerst van het net en dan van de batterij als de batterij opgeladen is.
Celsluitingen inschroeven. (enkel bij onderhoudsarme batterij)
Batterij demonteren
Poolklem op minpool (-) afklemmen.
Poolklem op pluspool (+) afklemmen.
Klemmen op de accubodem losschro-ven.
Batterijuit debatterijhouser nemen.
Verbruike batterij conform de geldende bebaleingen verwijderen.
Controleer het remvloeistofpeil en vul remvloeistof na.
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuilreservoir.altijd aan.
Voer de beveiliging enkel UIT buiten de gevarenzone.

1 Houserveiligheidsstang
2 Remvloeistofreservoir
3 Afsluitdeksel
Breng het vuilreservoir waar boven en borg het met de veiligheidsstang, zie daartoe in hoofdstuk „Vuilreservoir leegmaken".
Controller of in het remvloeistofreservoir voldoende remvloeistof voorhaden is.
Tip
Het vulpeil moetussen Min. en Max. liggen.
Vul indien nodig in de handel verkrijgbare DOT-remvloeistof na.
Motoroliepeil controleren en olie bijvullen
△GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
Motor laten afkoelen.
Controle van het motoroliepeil op+zijn vroegt 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren.

1 Olievuldeksel (motor)
2 Oliepeilstok
Oliepeilstok uittrekken.
Oliepeilstok afvegen en inschuiven.
Oliepeilstok uittrekken.
Oliepeil controlleren.
Oliepeilstok weer erin doe.

-Het oliepeil moet zich:tussen de MIN"en MAX"-markering bevinden.
-Bevindt zich het oliepeil onder de MIN"-markering, motorolie bijvullen.
Motor nicht boven, MAX"-markering bijvullen.
Olievuldeksel afschroeven.
Motorolie erin doe.
Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens.
Olievuldeksel afsluiten.
Minstens 5 minutes wachten.
Motoroliepeil controlleren.
Motorolie en motoroliefilter wisselen
VOORZICHTIG
Verbrandingsgevaar door hete motorolie!
Motor laten afkoelen.
Zet een opvangbak voor minstens 6 liter motorolie maar.
Motor laten afkoelen.

Olieaftapschroef uitschroeven.
Olievuldeksel afschroeven.
Olie aftappen.

1 Motorlieferfilter
2 Brandstofffilter
Olliefilter aftschroeven.
Bevestigingspunt en afdichtvlakken rei-nigen.
Afdichting van het neue oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren.
Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen.
Olieaftapplug inclusief neue afdichting erinschroeven.
Aanhaalmoment: 25 Nm
Motorolie erin doe.
Oliesoort en vulhoeveelheid zie Technische gegevens.
Olievuldeksel afsluiten.
Motor ca. 10 seconden laten lopen.
Motoroliepeil controlleren.
Brandstofffilter controlleren
Controller de brandstofffilter op verontreiniging.
Reinig indien nodig de brandstofffilter en de filterbehuzing, verrang indien nodig de brandstofffilter.
Brandstofffilter verrangen

1 Brandstofkraan
2 Brandstofffilter
Brandstofkraan sluiten.
Brandstofffilter losschroeven en verran-gen.

1 Brandstofkraan
2 Brandstofffilter
OPMERKING
Brandstofffilter voor de inbouw met diesel vullen.
Nieuwe brandstofffilter eropschroeven.
Brandstofffilter met een koppel van 20Nm aanspannen.
Brandstofkraan openen.
Condensatewater aan de waterafscheider dieselbrandstof aflaten

1 Brandstofkraan
2 Afscheiderbak
3 Waterafscheider
Brandstofkraan sluiten.
→ Schroef de aft Scheiderbak los en maak hem leeg.
→ Schroef de aftscheiderbak vast.
Brandstofkraan openen.
Oliepeil hydraulisch systeme controleren en hydraulische olie bijvullen
OPMERKING
Het veeggoedreservoir mag Niet opgetild zichn.
Motorafdekking openen.

1 Oliepeilglas hydraulische oie
2 Afluitdeksel, olievulopening
Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren.
-Het oliepeil moet zich tussen de "MIN"-en MAX"-markering bevinden.
- Bevindt zich het oliepeil onder de MIN"-markering, hydraulische oliie bij-vullen.
Afsluitdeksel van de olievulopening los-schroeven.
Vulgebied reinigen.
Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort zie het hoofdstuk Technische gegevens.
Afsluitdeksel van de olievulopening eropschroeven.
Hydraulisch systeme controleren OPMERKING
Onderhoud van het hydraulische systeme alleen door de Karcher-klantendienst.
Parkeerrem vastzetten.
Motor starten.
Alle slangen van het hydraulische system en aansluitingen op lekkage controeren.
Koelmiddelpeil controlleren

1 Koelmiddel-compensatievat
Controller het vulniveau bij een koude motor.
Controller het vulniveau in het koelmiddel-compensatievat. Het juiste koelmiddelpeil moet+tussen Min.en Max.liggen.
Water-/hydraulische-oliekoeler controleren en reinigen
GEVAAR
Verbrandingsgevaar!
Laat de waterkoeler minstens 20 minuten afkoelen.
Het koelwaterpeil van de waterkoeler wordt gecontroleerd aan het koelmiddelcompensatievat. Zie hoofdstuk, Koelwaterpeil controleren".
Koelerlamellen reinigen. Verwijder verontreinigingen met een zachte borstel, perslucht of geringe waterdruk.
Koelslangen en aansluitingen op dichtheid controeren.
Ventilator reinigen.
Veegrol controleren
Motor starten.
Veeggoedreservoir tot de eindstand optillen.
Motor uitzetten.
Parkeerrem vastzetten.
Veiligheidsstang gebruiken voor hoogleging.
Banden of snoeren van veegrol verwijderen.
Veiligheidsstang eruitnemen.
Motor starten.
Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten.
Motor uitzetten.
Veegrol verwisselen

1 Sleutel
2 Zijbekleding
Breng het vuilreservoir omhoog en ondersteun het met de veiligheidsstang.
Zijmantel met sleutel openen.

1 Houdbeugel
2 Vleugelmoer
3 Zijdelingse afdichting
Vleugelmoeren losschroeven.
Neem de houdbeugel weg.
Zijdelingse afdichting maar buiten klappen.
Bevestigingschroef veegrolhouseruit schroeven en opnameaar buiten zwenken.
Veegroluitnemen.

Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht)
Instructie: Bij de inbouw van de(APVEeogrol op de positie van de borstelset letten.
Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel gestoken worden.
Instructie: Na het inbouwen van de neue veegrol要去veegspiegel opnieuw ingesteld worden.
Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen
Instructie: De keerspiegel is in de fabriek ingesteld op 80mm en kan bij slijtage van de keerrol traploos bijgesteld worden.
Luchtdruk banden controlleren.
Zuigturbine uitschakelen.
Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is.
Bedieningshendel veegwals en zichbezem (1) maar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) maar achteren: veegwals.gaat omlaag.
Veegwals gedurende ca. 10 seconden\
laten draajen.
Bedieningshendel veegwals en lijbezem (1) in het midden. Bedieningshendel veegwals (3) maar voren: veegwals gaat omhoog.
Apparaat achterwaarts wegrijden.
Veegspiegel controlleren.

De vom van de veegspiegel moet een gegelijkmatige rechthoek van 80-85 mm bredte vormen.

Aanslagbout van de slijtageblijstelling (12) openen en instellen.
Aanslag maar boven: smalleveegspiegel.
Aanslag maar onderen: bredere veegspiegel.
Aanslagbout weer vastdraaien.
Veegspiegel van de veegwals opnieuw zoals reeds beschreiben controeren.
Veegspiegel van de zichbezem controleren en instellen
Zijbezemspheffen.
Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is.
Zijbezem met bedieningshendel neerla- ten en ca. 10 seconden latentraaien.
Zijbezemspheffen.
Apparaat achterwaarts wegrijden.
Veegspiegel controleren.

De breedte van de veegspiegel moet tussen 40 - 50mm liggen.

Veegspiegel met de twee instelschroeven corrigeren.
Veegspiegel controleren.
Zijdelingse aufdichtstrokenplaaten
△GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Breng de veiligheidsstang bij een opgetild vuireservoir altijd aan.
Voer de beveiliging enkeluit buiten de gevarenzone.
Veeggoedreservoirnarbovenbren gen en met veiligheidsstang zekeren.
Veiligheidsstang voor hoogleging maar boven klappen en in de houder steken (beveiligd).

1 Houser veiligheidsstang
2 Veiligheidsstang
Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals verrangen" beschreiben wordt.
6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken.
3 Moeren (SW 13) van de voorste fenderbevestiging losmaken.
Zijdelingse affdichtstrook zover maar beneden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bodem is.
Fenderbevestigingen vastschroeven.
Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen.
Stofffilter manueel reinigen

Handmatige filterreiniging inschakelen.
Stoffilter controlleren / verrangen
WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar!
Bij werkzaamheden aan de filterinstal-. latie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschriften over de omgang met fjne stoffen in acht nemen.
Stofffilter met de toets Filterreiniging rei-nigen.
Veeggoedcontainer legen.

1 Vergrendeling apparaatkap
2 Apparaatkap
3 Filterafdekking
Vergrendeling openen, daartoe ster-greepschroef eruit draaien.
Apparaatkap maar voren klappen.

1 Sluiting, filterafdekking (2x)
2 Filterafdekking
Sluiting openen.
Filterafdekkingopenen.

1 Dwarsbalk
2 Stofffilter
Controller de stofffilter, reinig of ver-vang hem indien nodig. Tip
De vervanging van de stoffilter mag enkel gebeuren door de klantenservice van Karcher.
Filterafdekking eropzetten en vergrendelen.
V-snaar controlleren en instellen

De V-riem要去 bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven.
V-riemspanning latent instellen door geautoriseerde klantenservice.
Luchtfilter controleren en verwisselen

1 Sluiting
2 Luchtfilterbehuzing
Zijpaneel wegemen.
Luchtfilterbehuiizing wegemen.
Luchtfilterinzetervangen.
Instructie: Inbouwpositie met uitblaasopeningaarbeneden (zie afbeelding).
Centrifugaalafscheider reinigen

1 Vleugelmoer
2 Centrifugaalseparator
Vleugelmoer aan de centrifugaalseparator losschroeven.
Centrifugaalseparator reinigen.
Zekeringen verwisselen

1 Kartelmoer
2 Deksel zekeringskast
Draai de kartelmoer eruit.
Open het deksel op de zekeringkast.
Zekeringen controlleren.
Defecte zekeringen verrangen.
Instructie: Alleen zekeringen met de-zelfde zekeringswaarde gebruiken.
Instructie: De zekering FU 01behindzich in de motorruimte.

| FU 01* Hofdzekering 60 A | |
| FU 02 Claxon 25 A | |
| FU 03 Veiligheidsrelais Multifunctionele wee- gave | 10 A |
| FU 04 Zwaallicht 5 A | |
| FU 05 Veiligheidsrelais Tijdsvertraging | 25 A |
| FU 06 Chauffeurscabine (op- tie) Ruitenwisser | 10 A |
| FU 07 Brandstofpomp 10 A | |
| FU 08 Startmotor 3 A |
| FU 09 Verlichting links 7,5 A | |
| FU 10 Verlichting rechts 7,5 A | |
| FU 11 Werkverlichting 10 A | |
| FU 12 Schudsysteme Zuigturbine | 25 A |
| FU 13 Achteruitrijsignaal 5 A |
- Deze zekeringen月至e alleen dooreklantenservice worden verrangen, omdat daarna moet worden gecontrolererd of het apparaat eventuele storingen vertoont.
Hulp bij storingen
| Storing Oplossing | |
| Apparaat wil nietsarten. | Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoecontactschakelaar worden geactiveerd |
| Om de motor te starten, moet het rempedaal ingedrukt worden. | |
| Accu opladen of verwangen | |
| Brandstof tanken, brandstofsysteme ontluchten | |
| Brandstoff filter verwangen | |
| Brandstoffleidingsystem, aansluitingen en verbindingen controlleden en zo nodig repareren | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loop onregelmatinig Luchtfilter | reinigen of filterpatronen verwagen |
| Brandstoffleidingsystem, aansluitingen en verbindingen controlleden en zo nodig repareren | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor oververhit Koelmiddel bijvullen | Vrijloop sluiten (rijstand) |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Motor loopt, maar het apparaat rijdt slechts langzaam of helEMALE nit. | Parkeerrem ontgrendelen |
| Vrijloop sluiten (rijstand) | |
| Gashefboom volledigঀ voren (hoog torental) zieten. | |
| Controleren op ingedraide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Fluitend geluid in het hydraulische system | Hydraulische vloeistof navullen |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Borstels draaien slechts langzaam of helEMALE nit | Gashefboom volledigঀ voren (hoog torental) zieten. |
| Controleren op ingedraide banden en snoeren. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik | Stofffilter controllederen, reinigen of verwisselen. |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Apparaat stoft Zijdelingse affdichtslokken plaatsen | Vestikon plaatsen |
| Ventilator inschakenen | |
| Stofffilter controllederen, reinigen of verwisselen. | |
| Filterafdichtingen verwagen | |
| Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veegeenheid LAST veeggoed liggen | Veeggoedcontainer legen |
| Stofffilter controllederen, reinigen of verwisselen. | |
| Keerrol verwagen | |
| Veegspiegel instellen | |
| Afdichtstrook van het veeggoedreservoir verwagen | |
| Blokkering van de keerrol oplossen | |
| Open het reservoirdeksel van het vuilreservoir. | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Veeggoedreservoir经营活动 niets om-hoog of omlaag | Gashefboom volledigঀ voren (hoog torental) zieten. |
| Borgsteun van het vuilreservoir verwijderen | |
| Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen | |
| Reservoirdeksel van het vuilreservoir经营活动 niets open. | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
| Storing bij hydraulisch bewogen delen | Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen |
Technische gegevens
| KM 120/250 R D Classic | ||
| Apparaatgegevens | ||
| Rijnselheid, vooruit km/h 9 | ||
| Rijnselheid, awhileuit km/h 4 | ||
| Klimvermogen (max.) % 18 | ||
| Oppervliaktecapaciteit zonder zijbezem m | 2/h 8100 | |
| Oppervliaktecapaciteit met zijbezem m | 2/h 10800 | |
| Werkbreedte zonder zijbezem mm 900 | ||
| Werkbreedte met zijbezem mm 1200 | ||
| Beveiligingsklasse beschermd gegen spatwater -- IPX 3 | ||
| Duur inzetten bij volle tank h 4 | ||
| Motor | ||
| Type | -- YANMAR 3TNV76A | |
| Type | -- 3-cylinder-viertakt-dieselmotor | |
| CO2Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) | g/kWh | 932,0 |
| Koelwijze | -- Waterkoeling | |
| Draairichting | -- tegen de wizvers van de klok in | |
| Boring | mm 70 | |
| Slag | mm 82 | |
| Slagvolume | cm3 | 1116 |
| Oliehoeveelheid | I | 3,5 |
| Nominaal toerental | 1/min | 2500 |
| Maximaal toerental | 1/min | 2500 |
| Nullastoerental | 1/min | 1300 |
| Vermogen max. | kW/PS | 15,8 / 21,5 |
| Maximumkoppel bij 2100 1/min Nm 67,9 | ||
| Oliefilter | -- Filterpatronen | |
| Aanzuigluchtfilter | -- Binnenfilterpatronen, buitenfilterpatronen | |
| Brandstofffilter | -- Filterpatronen | |
| Elektrische installment | ||
| Accu | V, Ah | 12, 60 |
| Generator, draaiastroom | V, A | 12, 55 |
| Startmotor | -- Elektrische starter | |
| Hydraulische installment | ||
| Hoeveelheid oie in het complete hydraulische system | I | 26,5 |
| Hoeveelheid oie in de hydraulische tank | I | 21,2 |
| Oiesoorten | ||
| Motor (boven 25 °C) | -- | SAE 30, SAE 10W-30, SAE 15W-40 |
| Motor (0 tot 25 °C) | -- SAE 20, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Motor (onder 0 °C) | -- SAE 10W, SAE 10W-30, SAE 10W-40 | |
| Hydraulisch system | -- HV 46 | |
| Veeggoedreservoir | ||
| Max. ontlaadhoopte | mm 1400 | |
| Volume van de veeggoedcontainer | I | 250 |
| Keerrol | ||
| Veegrol-diameter | mm 300 | |
| Veegrol-breedte | mm 900 | |
| Toerental | 1/min | 350 |
| Veegspiegel | mm 80 | |
| Zijbezem | ||
| Zijbezem-diameter | mm 600 | |
| Toerental (traploos) | 1/min | 0 - 60 |
| Massieve rubberbanden | ||
| Grootte voor | -- 15-4.5x8 | |
| Grootte achefter -- 15-4.5x8 | ||
| Rem | ||
| Voorwielen -- Mechanisch | ||
| Achterwiel -- hydrostatisch | ||
| Filter- en zuigsysteme | ||
| Type -- Zakfilter | ||
| Toerental 1/min 2800 | ||
| Filtervlak fijnstofffilter m | 2 | 6,0 |
| Nominate onderdruk zuigsystem mbar 15,5 | ||
| Nominate volumestroom zuigsystem m | 3/h 800 | |
| Schudsysteme -- Elektromotor | ||
| Omgevingsvoorwaarden | ||
| Temperatuur | °C | -5 tot +40 |
| Luchtvochtigheid, nicht bedauwend | % | 0 - 90 |
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | ||
| Geluidsemissie | ||
| Geluidsdrukniveau \( L_{pA} \) | dB(A) | 80 |
| Onzekerheid \( K_{pA} \) | dB(A) | 3 |
| Geluidskrachtniveau \( L_{WA} + onveiligheid K_{WA} \) | dB(A) | 99 |
| Apparaattrillingen | ||
| Hand-arm vibratiewarde | \( m/s^2 \) | <2,5 |
| Zitplaats | \( m/s^2 \) | 0,8 |
| Onzekerheid K | \( m/s^2 \) | 0,1 |
| Maten en gewichten | ||
| Lengte x bredte x hoogte | mm | 2082x1250x1450 |
| Draaicirkel rechts | mm | 1350 |
| Draaicirkel links | mm | 1350 |
| Leeggewicht | kg | 880 |
| Toelaaatbaar totaalgewicht | kg | 1329 |
| Toegelaten asbelasting vooraan | kg | 785 |
| Toegelaten asbelasting achteraan | kg | 543 |
| Inhoud Brandstoftank, diesel | l | 16 |
| Technische veränderingen voorbehonden! | ||
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine doorhaar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachteuitvoering voldoet aan de betreffendefundamentele veiligheids- en gezondheidseisen,zoals vermeld in de desbetreffendeEU-richtlijnen.Deze verklaring verliesthaar geldigheid wanner zonder overleg metonsveranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Veegzuigmachine opstab-machine
Type: KM 120/250 RD 1.186-000.0
Van toepassing zichnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG)
2014/30/EU
2000/14/EG
Toegepaste geharmoniseerde normen
EN 60335-1
EN 60335-2-72
EN 55012: 2007 + A1: 2009
EN 61000-6-2: 2005
EN 62233: 2008
Toegpaste conformiteitsbeoordelingsprocedure
2000/14/EG:Bijlage V
Geluidsvermögensniveau dB(A)
Gemeten: 97
Gegaran- 99
deerd:
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.
Documentatieverantwoordelijke:
S. Reiser
Alfred Karcher SE & Co. KG
Løsne/lase stopbremsen
Løsn stopbremsen, hold derved bremsepedalen trykt.
Las stopbremsen, hold derived bremsepedalen trykt.
KaBapiooosuyokevpiKoudeltaomegaptn

alooaoggaiawgsocdoxgloaic
li:le [i]gio jiigai[iajog,1jgl
.
JcIaJIyJoljellalLg jooSai:abdo
Jolalawg
gillglj
70 JgglgJy jll aIgIglljz
gglalbljlaI xicovrJgcbu, pjjl
:0070lgbszuyyill ayllgjgljzj