KM 120250 R Bp Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 120250 R Bp Classic Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 120250 R Bp Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 120250 R Bp Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 120250 R Bp Classic Kärcher
0,1 0,1 Dimensioni e pesi Lunghezza x larghezza x Altezza mm 2082x1250x1450 2082x1250x1450 Raggio di inversione destro mm 1350 1350 Raggio di inversione sinistro mm 1350 1350 Peso a vuoto (senza/con batteria) kg 750/1200 750/1200 Peso totale consentito kg 1620 1620 Carico assiale anteriore consentito kg 797 797 Carico assiale posteriore consentito kg 823 823 Con riserva di modifiche tecniche! 50 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. GEVAAR Om risico 's te vermijden, mogen reparaties en het vervangen van onderdelen aan het apparaat alleen worden uitgevoerd door een erkende klantendienst. – Er mogen alleen toebehoren en onder- delen gebruikt worden, die door de fa- brikant zijn goedgekeurd. Origineel toe- behoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. GEVAAR Waarschuwt voor een direct dreigend ge- vaar, dat tot ernstige lichamelijke letsels of de dood leidt. 몇 WAARSCHUWING Waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie, die tot ernstige lichamelijke letsels of de dood zou kunnen leiden. 몇 VOORZICHTIG Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke si- tuatie, die tot lichte letsels of materiële schades kan leiden. LET OP Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden. Algemene aanwijzingen. . . . . . NL 1 Zorg voor het milieu . . . . NL 1 Garantie . . . . . . . . . . . . . NL 1 Accessoires en reserveonder- delen . . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen in de gebruiksaan- wijzing . . . . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen op het apparaat NL 1 Reglementair gebruik . . . . . . . NL 2 Voorzienbaar verkeerd gebruikNL 2 Geschikte ondergronden NL 2 Veiligheidsinstructies. . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de bediening . . . . . . . . . . . . NL 2 Veiligheidsinstructies voor de rijmodus . . . . . . . . . . . . . NL 3 Veiligheidsinstructies voor bat- terijgedreven apparaten. NL 3 Apparaten met hoge afvoer NL 3 Apparaten met bestuurdersbe- schermingsdak. . . . . . . . NL 3 Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat NL 3 Veiligheidsinstructies over ver- zorging en onderhoud . . NL 3 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Instructies inzake uitladen . . . . NL 3 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Afbeelding veegmachine NL 4 Bedieningsveld. . . . . . . . NL 4 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 5 Parkeerrem vergrendelen/los- zetten . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Inbedrijfstelling. . . . . . . . . . . . . NL 5 Algemene aanwijzingen. NL 5 Controle- en onderhoudswerk- zaamheden . . . . . . . . . . NL 5 Veiligheidsvoorschriften accu's NL 5 Accu's opladen. . . . . . . . NL 5 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Chauffeursstoel instellen NL 5 Apparaat starten . . . . . . NL 6 Apparaat verrijden . . . . . NL 6 Veegbedrijf. . . . . . . . . . . NL 6 Veeggoedcontainer leegma- ken . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 6 Apparaat uitschakelen . . NL 7 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Opslag/stillegging . . . . . . . . . . NL 7 Onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 Algemene aanwijzingen. NL 7 Reiniging . . . . . . . . . . . . NL 7 Onderhoudsintervallen. . NL 7 Onderhoudswerkzaamheden NL 7 EU-conformiteitsverklaring . . . NL 10 Hulp bij storingen. . . . . . . . . . . NL 11 Technische gegevens . . . . . . . NL 11 Algemene aanwijzingen Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is her- bruikbaar. Deponeer het verpak- kingsmateriaal niet bij het huis- houdelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden appara- ten bevatten waardevolle materi- alen die geschikt zijn voor recy- cling. Lever ze daarom in voor hergebruik. Verwijder afgedankte apparaten daarom via daarvoor geëigende verzamelsystemen. Batterijen, olie, brandstof en gelijkaardige stoffen mogen niet in het milieu terechtko- men. Die stoffen moeten via geschikte in- zamelsystemen afgevoerd worden. Garantie Accessoires en reserveonderdelen Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het apparaat Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie vol- doende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. Werkzaamheden aan het apparaat altijd met ge- schikte handschoenen uitvoeren. Knelgevaar door vast- klemmen tussen bewe- gende voertuigonderde- len Verwondingsgevaar door bewegende onderdelen. Niet erin grijpen. Brandgevaar! Geen bran- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. Kettingopname / kraan- punt Opnamepunt voor krik Maximale helling van de ondergrond bij ritten met opgetild veeggoedreser- voir. In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 14 % nemen. Opgelet draaiende borstel (draairichting in acht ne- men) 51NL- 2 De veegmachine is voorzien voor de reini- ging van vloeroppervlakken voor industri- eel gebruik en onder andere voor de vol- gende toepassingsgebieden: parkings; productie-installaties; logistieke bereiken; hotels; kleinhandel; magazijnen; voetpaden. – Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken bin- nen en buiten. – Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat ver- keren, mag u de apparatuur niet gebrui- ken. – Gebruik deze veegmachine uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiks- aanwijzing. – Er mogen aan het apparaat geen wijzi- gingen worden aangebracht. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing ge- noemde wegdek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemach- tigde voor het machinegebruik vrijgege- ven oppervlakken. – Over het algemeen geldt: Licht ont- vlambare stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandge- vaar). Nooit explosieve vloeistoffen, brandba- re gassen of onverdunde zuren en op- losmiddelen opvegen/opzuigen! Daar- toe behoren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explosieve dampen of meng- sels kunnen vormen, verder aceton, on- verdunde zuren en oplosmiddelen om- dat zij op het apparaat gebruikte mate- rialen aantasten. Nooit reactieve metaalstoffen (bijv. alu- minium, magnesium, zink) opvegen/op- zuigen, ze vormen in verbinding met sterk alkalische of zure reinigingsmid- delen explosieve gassen. Geen brandbare of glimmende voor- werpen opvegen/opzuigen. Het apparaat is niet geschikt voor het opvegen van stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het verblijf in de gevarenzone is verbo- den. Niet gebruiken in ruimtes met ont- ploffingsgevaar. Het meenemen van begeleidende per- sonen is niet toegestaan. Het is niet toegestaan om met dit appa- raat voorwerpen te verschuiven of te transporteren. – Asfalt – Industrievloer – Estrik – Beton – Klinkers Om de lucht- en kruipwegen na te leven mag het apparaat niet op een hoogte van meer dan 2000 meter boven NAP worden gebruikt. (Alleen geldig voor Finland) Als het ap- paraat een pvc-slangleiding heeft, mag het apparaat niet bij lage omgevings- temperaturen (onder 0 °C) worden ge- bruikt. Neem bij vragen over uw appa- raat contact op met Kärcher. Het apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd wor- den op deugdelijkheid en bedrijfsveilig- heid. Indien zij niet in goede staat ver- keren, mag u de apparatuur niet gebrui- ken. Bij gebruik van het apparaat in gevaar- lijke omgevingen (bijvoorbeeld tanksta- tions) moeten de overeenkomstige vei- ligheidsvoorschriften in acht genomen worden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffingsgevaar. GEVAAR Verwondingsgevaar! Gebruik het apparaat niet zonder be- scherming tegen vallende voorwerpen in bereiken waar de mogelijkheid be- staat dat de bediener wordt geraakt door vallende voorwerpen. Degene die het apparaat bedient dient het te gebruiken volgens de voorschrif- ten. Deze dient rekening te houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met het apparaat te letten op derden, speciaal op kinderen. De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. Voor de aanvang van de werkzaamhe- den moet de bediener zich ervan verge- wissen dat alle veiligheidsinrichtingen volgens de voorschriften zijn aange- bracht en functioneren. De bediener van het apparaat is verant- woordelijk voor ongevallen met andere personen of hun eigendom. Erop letten dat de bediener nauw aan- sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel dragen en losse kledij vermijden. Voor het starten de onmiddellijke om- geving van het apparaat controleren (bv. kinderen). Letten op voldoende zichtbaarheid! Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het appa- raat pas verlaten, als de motor is uitge- zet, het apparaat tegen onbedoelde be- wegingen is beveiligd en de contact- sleutel uit het contact is gehaald. Om onbevoegd gebruik van het appa- raat te voorkomen, dient men de con- tactsleutel te verwijderen. Het apparaat mag alleen door perso- nen worden gebruikt die voor de om- gang ermee zijn opgeleid of hun vaar- digheden in het bedienen hebben aan- getoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik. Dit apparaat is niet ervoor gedacht, door personen (inclusieve kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke mogelijkheden of door ge- brek aan ervaring en/of door gebrek aan kennis te worden benut, tenzij deze personen door personen worden geob- serveerd die voor hun veiligheid verant- woordelijk zijn of door deze hun instruc- ties hebben verkregen, hoe het appa- raat dient te worden gebruikt. Over kinderen dient toezicht te worden gehouden, om te waarborgen dat ze niet met het apparaat spelen. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen. Waarschuwing voor ge- vaarlijke elektrische span- ning! Neem de aanwijzing in acht! Langzaam sturen! Gelieve de gebruiksaan- wijzing te lezen en nave- nant te handelen! Beschadigingsgevaar! De Stoffilter niet uitwas- sen. Reglementair gebruik Voorzienbaar verkeerd gebruik Geschikte ondergronden Veiligheidsinstructies Veiligheidsinstructies voor de bediening 52 NL- 3 GEVAAR Verwondingsgevaar! Draagkracht van de ondergrond vóór het rijden controleren. GEVAAR Ongevalgevaar, verwondingsgevaar! Kantelgevaar bij de sterke hellingen. – In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 14 % nemen. Kantelgevaar bij het snel nemen van boch- ten (vooral bij bochten naar links). – In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. – Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. – Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden. Instructie: Alleen als u de door Kärcher aanbevolen batterijen en oplaadapparaten gebruikt, kunt u garantie inroepen. – De gebruiksinstructies van de fabrikant van de batterij en van het oplaadappa- raat moeten in elk geval nageleefd wor- den. Neem de aanbevelingen van de wetgever betreffende de omgang met batterijen in acht. – Batterijen nooit in ontladen toestand la- ten staan, maar zo snel mogelijk op- nieuw opladen. – Ter voorkoming van lekstroom de batte- rijen steeds proper en droog houden. Beschermen tegen verontreiniging bij- voorbeeld door metaalstof. – Geen werktuig e.d. op de batterij leg- gen. Gevaar van kortsluiting en explo- sie. – In geen geval in de omgeving van een batterij of in een batterijlaadruimte wer- ken met open vlammen, vonken vor- men of roken. Explosiegevaar. – Hete onderdelen, zoals de aandrijfmo- tor, niet aanraken (gevaar voor brand- wonden). – Wees voorzichtig bij het hanteren van batterijzuur. Volg de betreffende veilig- heidsvoorschriften op! – Verbruikte batterijen moeten volgens de Europese richtlijn 91/ 157 EWG op milieuvriendelijke wijze verwijderd wor- den. GEVAAR Verwondingsgevaar! Til het vuilreservoir bij werkzaamheden aan de hoge afvoer volledig op en be- veilig het. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. OPMERKING Het bestuurdersbeschermingsdak (optio- neel) biedt bescherming tegen grote, val- lende delen. Het biedt echter geen kantel- bescherming! Beschermdak dagelijks op beschadi- ging controleren. Bij beschadiging van het beschermdak, ook van afzonderlijke elementen, dient het complete beschermdak te worden vervangen. Het is niet toegestaan het beschermdak te wijzigen of andere dan de door Kär- cher goedgekeurde elementen, onder- delen en bouwgroepen aan te brengen. Dit kan onder omstandigheden nadeli- ge gevolgen hebben voor de werking van het beschermdak. Neem het leeggewicht (transportge- wicht) van het apparaat bij het transpor- teren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Voor het vervoer van het apparaat moet de batterijstekker worden losgekoppeld en dient het apparaat goed te worden bevestigd. Voor reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden van het apparaat, het ver- vangen van onderdelen of het ombou- wen voor een andere functie dient het apparaat te worden uitgeschakeld en de contactsleutel te worden verwijderd.
Bij apparaten met een tractiebatterij dient de batterij bij alle werkzaamheden voor het onderhoud en de instandhou- ding via het scheidingspunt (batterijs- tekker) te worden losgekoppeld van het elektrische systeem van het apparaat. Bij werkzaamheden aan de elektrische installatie moet de batterij afgeklemd worden. Maak hiervoor eerst de minpool los en dan de pluspool. De heraansluiting vindt plaats in omge- keerde volgorde. Eerst de pluspool, dan de minpool aansluiten. Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. Veiligheidscontrole volgens de plaatse- lijk geldige voorschriften voor van plaats veranderlijke, industrieel benutte apparaten opvolgen. Werkzaamheden aan het apparaat al- tijd met geschikte handschoenen uit- voeren. De veegmachine werkt volgens het veeg- schoepprincipe. – De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir. – De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. – Het fijne stof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen. Gevaar Verwondingsgevaar, beschadigingsge- vaar! Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen! Geen vorkheftruck gebruiken. Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan ge- bruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70mm. Wanneer het apparaat op een pallet ge- leverd wordt, moet met de meegelever- de planken een platform gebouwd wor- den. De handleiding daarvoor vindt u op pa- gina 2 (binnenkant omslagpagina). Belangrijke instructie: Elke plank moet telkens met 2 schroeven vastge- schroefd worden. Veiligheidsinstructies voor de rijmodus Veiligheidsinstructies voor batterijgedreven apparaten Apparaten met hoge afvoer Apparaten met bestuurdersbeschermingsdak Veiligheidsinstructies over het transport van het apparaat Veiligheidsinstructies over verzorging en onderhoud Functie Instructies inzake uitladen Gewicht (excl. accu's) 750 kg* Gewicht (incl. accu's) 1200 kg*
- Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. 53NL- 4 Afbeelding 1 Typeplaatje 2 Stoel (met zitcontactschakelaar) 3 Stuurwiel 4 Vergrendeling apparaatkap 5 Apparaatkap 6 Zijbezem, rechts 7Voorwiel 8 Toegang keerrol 9Vastsjorpunt 10 Zwaailicht 11 Apparaatkap rechts 12 Afdekking, rechts 13 Achterwandbekleding 14 Aandrijfwiel 15 Afdekking, links 16 Kap links (motorkap) 17 Accuset (alleen bij de KM 120/250 R Bp Pack in de leveringsomvang) Afbeelding 1 Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem Hendel naar voren: veegwals aan en zijbezem neerlaten en aan. Hendel naar achteren: veegwals aan 2 Bedieningshefboom vuilreservoir Veeggoedcontainer omhoog/omlaag brengen 3 Bedieningshendel veegwals Veegwals optillen/neerlaten 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel Reservoirklep openen / sluiten 5 Controlelampjes en display 6 Schakelaar blazer en filterreiniging Stand centraal: filterreiniging en blazer uit Stand achteraan: blazer in Stand vooraan: filterreiniging in 7 Schakelaar claxon 8 Zekeringen 9 Contactslot Stand 0: Motor uitschakelen Stand 1: Ontsteking aan Stand 2: Motor starten 10 Keuzeschakelaar rijrichting 11 Parkeerrem 12 Slijtagebijstelling/veegspiegelinstelling veegwals 13 Accustekker Afbeelding 1 Rempedaal 2 Gaspedaal Afbeelding 1 Accucapaciteit 2 Controlelampje batterij 3 Controlelampje bedrijfstoestand 4 Controlelampje parkeerlicht 5 Controlelampjes (niet aangesloten) 6 Controlelampje dimlicht 7 Controlelampjes (niet aangesloten) 8 Controlelampje rijrichting vooruit 9 Controlelampje rijrichting achteruit 10 Bedrijfsurenteller Elementen voor de bediening en de functies Afbeelding veegmachine Bedieningsveld Pedalen Controlelampjes en display 54 NL- 5 Parkeerrem loszetten, daarbij rempe- daal induwen. Parkeerrem vergrendelen, daarbij rem- pedaal induwen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel uitnemen. Parkeerrem vastzetten. Batterijlaadtoestand controleren, indien nodig batterij opladen (zie hoofdstuk „Batterijen opladen“) Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Wielen controleren op in elkaar ge- draaide banden. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren. Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nigen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Re- paraties en onderhoud. Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: Gevaar Explosiegevaar! Geen materiaal of iets der- gelijks op de accu, d.w.z. op de polen en verbindingsstrips van accucellen leggen. Gevaar Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na het wer- ken aan accu's altijd de handen reinigen. Gevaar Brand- en explosiegevaar! – Roken en open vuur is verboden. – Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. Gevaar Gevaar voor invreten! – Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. af- spoelen. – Daarna direct een dokter raadplegen. – Verontreinigde kleding met water uit- wassen. VOORZICHTIG Voor inbedrijfname van het apparaat ac- cu's opladen. GEVAAR Verwondingsgevaar! Houd u aan de veilig- heidsvoorschriften bij het omgaan met ac- cu's. De gebruiksaanwijzing van de fabri- kant van het laadapparaat opvolgen. Bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de batterijfabrikant zeker in acht nemen en na- venant handelen. Batterijen alleen met het geschikte oplaad- apparaat opladen. Gevaar Bijtende vloeistoffen. Bijvullen van water in ontladen toestand kan leiden tot het uitlo- pen van zuur! Bij de omgang met accuzuur een veiligheidsbril dragen en de voorschrif- ten in acht nemen om verwondingen en de beschadiging van kledij te vermijden. Even- tuele zuurspatten op huid of kleding direct met veel water wegspoelen. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar. Voor het navullen van de accu alleen gedestilleerd of gedemi- neraliseerd water (VDE 0510) gebruiken. Geen andere toevoegingen (zogenaamde verbeteringsmiddelen) gebruiken, anders vervalt iedere garantie. Het gebruik van andere batterijen en op- laadapparaten wordt niet aanbevolen en mag enkel gebeuren in overleg met de KÄ- RCHER-klantenservice. Batterijstekker uit de machine trekken en met de stekker van het oplaadappa- raat verbinden. Stekker van het oplaadapparaat in een reglementair stopcontact van 16 A ste- ken, oplaadapparaat laadt vanzelf op. Beide motorafdekking open laten tij- dens het laadproces. Aanwijzing:Wanneer de batterijen op- geladen zijn, de lader eerst van het stroomnet en dan van de batterijen af- koppelen. VOORZICHTIG Instructies van de batterijfabrikant absoluut in acht nemen en opvolgen. – Indicatie van de batterijcapaciteit in het groene bereik: batterij is opgeladen. – Indicatie van de batterijcapaciteit in het gele bereik: batterij is de helft ontladen. – Indicatie van de batterijcapaciteit in het rode bereik: Batterij is bijna ontladen. Het vegen wordt weldra automatisch uitgescha- keld. – Controlelampje brandt rood Batterij is ontladen. Het vegen wordt automatisch uitgeschakeld (herinbe- drijfstelling van de veegaggregaten al- leen mogelijk na opladen van de batterij). Apparaat onmiddellijk naar het oplaad- apparaat brengen en bergop rijden ver- mijden. Accu laden. 1 Hefboom stoelverstelling 2 Bestuurdersstoel Voor de inbedrijfstelling Parkeerrem vergrendelen/loszetten Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Controle- en onderhoudswerkzaamheden Dagelijks voor het bedrijfsbegin Veiligheidsvoorschriften accu's Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! Veiligheidsbril dragen! Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! Explosiegevaar! Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden! Gevaar van brandwonden! Eerste hulp! Waarschuwingstekst! Verwijdering! Accu niet in vuilnisbak gooien! Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning! Accu's opladen Aanbevolen accu's, laadapparaten Bestelnummer Batteriepak 36 V, 360 Ah, (in de bak, on- derhoudsarm) * 6.654-282.0 Oplaadapparaat 36 V, 50 A 6.654-283.0
- Apparaat heeft 1 batterijpak nodig Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen Ladingstoestand van de accu controleren Werking Chauffeursstoel instellen 55NL- 6 Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit. Instructie: Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verla- ten van de chauffeursstoel wordt het appa- raat uitgeschakeld. Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Keuzeschakelaar rijrichting in de mid- denstand brengen. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel in het contactslot ste- ken. Contactsleutel op positie „I“ draaien. apparaat is bedrijfsklaar. Contactsleutel in stand „II“ draaien. Het apparaat is rijklaar. Instructie: Indicatie batterijcapaciteit geeft na ca. 10 seconden de werkelijke laadtoestand weer. Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem losmaken. 1 Rijrichting vooruit 2 Rijrichting achteruit Keuzeschakelaar rijrichting „Vooruit“ stellen. Langzaam op het gaspedaal drukken. Gevaar Gevaar voor verwonding! Bij het achteruit- rijden mogen derden niet in gevaar ge- bracht worden, eventueel aanwijzingen la- ten geven. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Keuzeschakelaar rijrichting enkel bedienen bij een stilstaand apparaat. Keuzeschakelaar rijrichting op „Achter- uit“ stellen. Langzaam op het gaspedaal drukken. – Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. – Vermijd schokkerig gebruik van het pe- daal, omdat de hydraulische installatie anders beschadigd kan raken. Rijpedaal loslaten, het apparaat remt zelf en blijft staan. Instructie: De remwerking kan door in- drukken van het rempedaal ondersteund worden. Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden: Langzaam en voorzichtig in voorwaart- se richting overheen rijden. Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden: Er mag alleen over hindernissen heen gereden worden met een geschikte op- rijdrempel. LET OP Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. Instructie: Om een optimaal reinigingsre- sultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Tijdens het gebruik moet de stoffilter op gezette tijden gereinigd wor- den. Instructie: Bij frequent werken in een om- geving met veel fijn stof moet de filter vaker gereinigd worden. 1 Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem 2 Bedieningshefboom vuilreservoir 3 Bedieningshendel veegwals 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem Bedieningshendel (1) naar voren: veeg- wals aan en zijbezem neerlaten en aan. Bedieningshendel (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshefboom vuilreservoir Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar voren: Vuilreservoir gaat omlaag. Bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren: Vuilreservoir gaat om- hoog. Bedieningshefboom veegwals Bedieningshendel veegwals (3) naar voren: veegwals gaat omhoog. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom reservoirdeksel Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat open. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren: reservoirdeksel van het vuilreservoir gaat dicht. Ventilator inschakelen. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar voren: veegwals aan, zij- bezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Ventilator uitschakelen. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar voren: veegwals aan, zij- bezem aan en omlaag. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. GEVAAR Verwondingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenk- bereik van het vuilreservoir staan. Kantelgevaar! Zet het apparaat tijdens het ledigings- proces op een effen oppervlak neer. 몇 WAARSCHUWING Knelgevaar! Nooit in het hefboomstelsel van het le- gingsmechanisme grijpen. Ga niet on- der het opgetilde reservoir staan. LET OP Verwondings- en beschadigingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces bestaat ge- vaar van wegspattend materiaal door de draaiende veegwals. Houd voldoen- de afstand aan. Apparaat starten Apparaat verrijden Vooruit rijden Achteruit rijden Rijgedrag Remmen Over hindernissen heen rijden Veegbedrijf Bedieningshendel Droge bodem vegen Vochtige of natte bodem vegen Veeggoedcontainer leegmaken 56 NL- 7 Veegwals en zijbezem met bedienings- hendels optillen: bedieningshendel 1 in het midden en bedieningshendel 3 naar voren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achte- ren. Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Parkeerrem vastzetten. Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren en maak het vuilreservoir leeg. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren tot het in de eindstand is gekanteld. Parkeerrem losmaken. Langzaam van de verzamelbak wegrij- den. Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedienings- hefboom vuilreservoir (2) naar voren. Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. GEVAAR Transportschade! Neem het leeggewicht (transportge- wicht) van het apparaat bij het transpor- teren op aanhangwagens of voertuigen in acht. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Klem de batterij af bij het transport van de veegmachine. GEVAAR Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen. Zet de veegmachine weg op een effen oppervlak in een droge, vorstvrije om- geving. Bescherm tegen stof met af- dekmateriaal. Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen. Sluit het reservoirdeksel. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Veegmachine tegen wegrollen beveili- gen. Als de veegmachine gedurende lange tijd niet gebruikt wordt, moet tevens het vol- gende in acht genomen worden: Veegmachine aan de binnen- en bui- tenkant reinigen. Batterijstekker uit de machine trekken. Batterij opladen en na ongeveer 2 maanden opnieuw herladen. LET OP Beschadigingsgevaar! De Stoffilter niet uitwassen. Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Het schoonmaken van het apparaat mag niet met een waterslang of hoge- drukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schades). GEVAAR Verwondingsgevaar! Draag een stofmasker en een veilig- heidsbril. Apparaat met een doek reinigen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Instructie: Geen agressieve reinigings- middelen gebruiken. Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Instructie: Alle service- en onderhouds- werken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitge- voerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Onderhoud dagelijks: Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren. Onderhoud wekelijks: Hydraulisch systeem controleren. Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. Remvloeistofpeil controleren. Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen Reservoirklep controleren en smeren. Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk On- derhoudswerkzaamheden. Onderhoud na 50 bedrijfsuren: Eerste inspectie volgens onderhouds- boek laten uitvoeren. Onderhoud na 250 bedrijfsuren: Inspectie volgens onderhoudsboek la- ten uitvoeren. Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje ge- daan worden. Voorbereiding: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeg- goedreservoir altijd de veiligheidsstang ge- bruiken. Apparaat uitschakelen Transport Opslag/stillegging Onderhoud Algemene aanwijzingen Reiniging Reiniging binnenkant apparaat Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies 57NL- 8 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). LET OP Let bij het plaatsen van de batterijen op de richting van de batterijpolen. De polen wor- den in rijrichting links geplaatst. De batterijen kunnen enkel per set vervan- gen worden. De vervanging mag enkel door een gekwalificeerde expert uitgevoerd worden. Vanwege het hoge gewicht (450 kg) moet voor de vervanging een kraan worden gebruikt. Instructie: Voor de vervanging van de batterij moet de dwarsbalk losge- schroefd worden. 1 Batterijpolen - in rijrichting links 2 Dwarsbalk Bij het uitbouwen van de batterij moet erop gelet worden dat eerst de minpool- leiding losgemaakt wordt. Hijskabels aan de 4 ogen van de bat- terijset bevestigen en batterijen voor- zichtig eruit tillen. GEVAAR Verwondingsgevaar! Breng de veiligheidsstang bij een opge- tild vuilreservoir altijd aan. Voer de beveiliging enkel uit buiten de gevarenzone. 1 Houder veiligheidsstang 2 Remvloeistofreservoir 3 Afsluitdeksel Breng het vuilreservoir naar boven en borg het met de veiligheidsstang, zie daartoe in hoofdstuk „Vuilreservoir leegmaken“. Controleer of in het remvloeistofreser- voir voldoende remvloeistof voorhan- den is. Tip Het vulpeil moet tussen Min. en Max. liggen. Vul indien nodig in de handel verkrijg- bare DOT-remvloeistof na. OPMERKING Het veeggoedreservoir mag niet opgetild zijn. Motorafdekking openen. 1 Hydraulische-olietank 2 Kijkglas 3 Afsluitdeksel, olievulopening Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, hydraulische olie bij- vullen. Afsluitdeksel van de olievulopening los- schroeven. Vulgebied reinigen. Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort: zie Technische gegevens Afsluitdeksel van de olievulopening er- opschroeven. Parkeerrem vastzetten. Motor starten. Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Kärcher-klantendienst. Alle slangen van het hydraulische sy- steem en aansluitingen op lekkage con- troleren.
Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Keuzeschakelaar rijrichting in de mid- denstand brengen. Contactsleutel op positie „I“ draaien. Veeggoedreservoir tot de eindstand op- tillen. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Veiligheidsstang gebruiken voor hoog- leging. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Veiligheidsstang eruitnemen. Contactsleutel in het contactslot ste- ken. Contactsleutel op positie „I“ draaien. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. 1 Sleutel 2 Zijbekleding Breng het vuilreservoir omhoog en on- dersteun het met de veiligheidsstang. Zijmantel met sleutel openen. 1 Houdbeugel 2 Vleugelmoer 3 Zijdelingse afdichting Vleugelmoeren losschroeven. Neem de houdbeugel weg. Zijdelingse afdichting naar buiten klap- pen. Bevestigingsschroef veegrolhouder er- uit schroeven en opname naar buiten zwenken. Veegrol uitnemen. Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht) Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset let- ten. Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken Batterijen vervangen Controleer het remvloeistofpeil en vul remvloeistof na. Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen Hydraulisch systeem controleren Veegrol controleren Veegrol verwisselen 58 NL- 9 van de tegenoverliggende vleugel ge- stoken worden. Instructie: Na het inbouwen van de nieu- we veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden. Instructie: De keerspiegel is in de fabriek ingesteld op 80 mm en kan bij slijtage van de keerrol traploos bijgesteld worden. Luchtdruk banden controleren. Zuigturbine uitschakelen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) naar achteren: veegwals aan. Bedieningshendel veegwals (3) naar achteren: veegwals gaat omlaag. Veegwals gedurende ca. 10 seconden laten draaien. Bedieningshendel veegwals en zijbe- zem (1) in het midden. Bedieningshendel veegwals (3) naar voren: veegwals gaat omhoog. Veeggoedcontainer omhoog brengen. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De vorm van de veegspiegel moet een ge- lijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen. Aanslagbout van de slijtagebijstelling (12) openen en instellen. Aanslag naar boven: smallere veeg- spiegel. Aanslag naar onderen: bredere veeg- spiegel. Aanslagbout weer vastdraaien. Veegspiegel van de veegwals opnieuw zoals reeds beschreven controleren. Zijbezems opheffen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Zijbezem met bedieningshendel neerla- ten en ca. 10 seconden laten draaien. Zijbezems opheffen. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De breedte van de veegspiegel moet tus- sen 40-50 mm liggen. Veegspiegel met de twee instelschroe- ven corrigeren. Veegspiegel controleren. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeg- goedreservoir altijd de veiligheidsstang ge- bruiken. Veeggoedreservoir naar boven bren- gen en met veiligheidsstang zekeren. Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals vervangen" beschreven wordt. 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fen- derbevestiging losmaken. Zijdelingse afdichtstrook zover naar be- neden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bo- dem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen. Handmatige filterreiniging inschakelen. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar! Bij werkzaamheden aan de filterinstal- latie stofmasker dragen. Veiligheids- voorschriften over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nigen. Veeggoedcontainer legen. 1 Vergrendeling apparaatkap 2 Apparaatkap 3 Filterafdekking Vergrendeling openen, daartoe ster- greepschroef eruit draaien. Apparaatkap naar voren klappen. 1 Sluiting, filterafdekking (2x) 2 Filterafdekking Sluiting openen. Filterafdekking openen. 1 Dwarsbalk 2 Stoffilter Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Stoffilter manueel reinigen Stoffilter controleren / vervangen
59NL- 10 Controleer de stoffilter, reinig of ver- vang hem indien nodig. Tip De vervanging van de stoffilter mag en- kel gebeuren door de klantenservice van Kärcher. Filterafdekking eropzetten en vergren- delen. Schijnwerper losschroeven. Schijnwerper wegnemen en stekker uit- trekken. Instructie: Posities van de stekkers in acht nemen. Schijnwerpers uiteenschroeven. Behuizing schijnwerpers uiteentrekken en horizontaal houden aangezien de lampeenheid niet bevestigd is. Sluitbeugel ontgrendelen en gloeilamp eruitnemen. Nieuwe gloeilamp plaatsen. In omgekeerde volgorde weer in elkaar zetten. Instructie: Voor de vervanging van de gloeilamp van het knipperlicht, glas van het knipperlicht van de behuizing verwijderen. 1 Kartelmoer 2 Deksel zekeringskast Draai de kartelmoer eruit. Open het deksel op de zekeringkast. Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen. Instructie: Alleen zekeringen met de- zelfde zekeringswaarde gebruiken.
- Deze zekeringen mogen alleen door de klantenservice worden vervangen, omdat daarna moet worden gecontroleerd of het apparaat eventueel storingen vertoont. Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2018/10/01 Gloeilamp schijnwerper (optie) vervangen Gloeilamp knipperlicht (optie) vervangen Zekeringen verwisselen FU01 Veiligheidsrelais Gaspedaal 3 A FU02 Multifunctionele weer- gave 5 A FU03 Batterij-uitschakeling 3 A FU04 Rijrichtingsschakelaar 3 A FU05 Rijbesturing 3 A FU06 Schudsysteem 15 A FU07 Besturing zuigsy- steem 3 A FU08 Zwaailicht 7.5 A FU09 Claxon 7.5 A FU10 Verlichting 15 A FU11 Ruitenwisser 3 A FU12 Chauffeurscabine (op- tie) 10 A FU 13* Rijmotor 125 A FU 14* Elektromotor 100 A FU 15* Zuigturbine 20 A EU-conformiteitsverklaring Product: Veegzuigmachine opstap- machine Type: KM 120/250 R Bp 1.186-002.0 KM 120/250 R Bp Pack 1.186-003.0 Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2000/14/EG Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 EN 62233: 2008 Toegepaste conformiteitsbeoorde- lingsprocedure 2000/14/EG: Bijlage V Geluidsvermogensniveau dB(A) Gemeten: 88 Gegaran- deerd:
Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 60 NL- 11 Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat rijdt niet of langzaam Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Zekering rijmotor FU 13 door de klantenservice laten controleren Accu opladen of vervangen Parkeerrem ontgrendelen Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Fluitend geluid in het hydraulische systeem Hydraulische vloeistof navullen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Borstels draaien slechts langzaam of helemaal niet Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik Filter reinigen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Ventilator inschakelen Stoffilter reinigen Filterafdichtingen vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veegeenheid laat veeggoed liggen Veeggoedcontainer legen Stoffilter reinigen Keerrol vervangen Veegspiegel instellen Afdichtstrook van het veeggoedreservoir vervangen Blokkering van de keerrol oplossen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedreservoir gaat niet om- hoog of omlaag Zekeringen controleren. Borgsteun van het vuilreservoir verwijderen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedreservoir draait te lang- zaam of helemaal niet Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Storing bij hydraulisch bewogen delen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Technische gegevens KM 120/250 R Bp KM 120/250 R Bp Pack Apparaatgegevens Rijsnelheid, vooruit km/h 6 6 Rijsnelheid, achteruit km/h 3 3 Klimvermogen (max.) -- 14% 14% Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems m
/h 5400 5400 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezems m
/h 7200 7200 Werkbreedte zonder zijbezems mm 900 900 Werkbreedte met 1 zijbezems mm 1200 1200 Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater -- IPX 3 IPX 3 Gebruiksduur bij een volledig opgeladen batterij h -- 3,5 Elektrische installatie Accucapaciteit V, Ah -- 36, 360 Accuset kg -- 450 Hydraulische installatie Hoeveelheid olie in het complete hydraulische systeem l 25 25 Hoeveelheid olie in de hydraulische tank l 20,5 20,5 Type hydraulische olie -- HV 46 HV 46 Veeggoedreservoir Max. ontlaadhoogte mm 1400 1400 61NL- 12 Volume van de veeggoedcontainer l 250 250 Keerrol Veegrol-diameter mm 300 300 Veegrol-breedte mm 900 900 Toerental 1/min 325 325 Veegspiegel mm 80 80 Zijbezems Zijbezem-diameter mm 600 600 Toerental (traploos) 1/min 61 61 Massieve rubberbanden Grootte voor -- 15-4,5 x 8 15-4,5 x 8 Grootte achter -- 15-4,5 x 8 15-4,5 x 8 Rem Voorwielen -- mechanisch mechanisch Achterwiel -- Elektrisch Elektrisch Filter- en zuigsysteem Type -- Zakfilter Zakfilter Toerental 1/min 2800 2800 Filtervlak fijnstoffilter m
/h 800 800 Schudsysteem -- Elektromotor Elektromotor Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C -5 tot +40 -5 tot +40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 0 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L
0,7 0,7 Zitplaats m/s
Notice-Facile