YT73936 - Niet gecategoriseerd Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT73936 Yato in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT73936 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT73936 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT73936 Yato
3. knop voor riemaanpassing
9. vergrendeling voorruitje
10. draagsysteemriem
11. batterijvakafsluiting
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES Inhoud van de instructies volgens de normen: EN 166:2001; EN 175:1997; EN ISO 16321-1:2021 / PBM-verordeningen 2016/425/EU Fabrikant: TOYA SA, ul. Sołtysowicka 13/15, 51-168 Wrocław, Polen. Productbeschrijvingen: De lashelm met automatische lasfi lter met handmatige instelling is een oog- en gelaatsbescherming van categorie II, ontworpen voor de individuele bescherming van de ogen en het gezicht tegen mechanische en verblindingsgevaren. De laskap heeft een verhoogde mechanische weerstand. De laskap beschermt niet tegen druppels en spatten van vloeistoff en, grove en fi jne stofdeeltjes, gas en bogen veroorzaakt door elektrische kortsluiting. De laskap is gemaakt van polyamide en voor- zien van een band om hem op het hoofd te houden. Het lasfi lter beschermt de ogen tegen straling van booglassen en heeft een 5-13 graden verduisteringsaanpassing. Het fi lter wordt beschermd door polycarbonaat ruiten. Personen die allergisch zijn voor deze materialen kunnen een allergische reactie ontwikkelen. Houdbaarheidstermijn Het product heeft geen bepaalde houdbaarheid. Let op slijtage en schade aan onderdelen van de laskap. Vervangen zoals aanbevolen in de gebruiksaanwijzing. Aangemelde instantie: DIN CERTCO Gesellschaft für Konformitätsbewertung mbH (0196), Alboinstraße 56, 12103 Berlijn, Duitsland Uitleg bij fi lteraanduidingen: YATO - merkteken van de fabrikant; 16321 - nummer van de Europese norm voor oog- en gezichts- bescherming voor professioneel gebruik; W4/5-8/9-13 - markering van lasfi lter met handmatige aanpassing van het bescherming- sniveau: W4 - nummer van de lichtste toestand; 5 - nummer van de lichtste donkerste toestand; 13 - nummer van de donkerste toestand; V1 - klasse van de afhankelijkheid van de lichttransmissiecoëffi ciënt van de hoek; CE - markering van overeenstemming met de EG-richtlijnen nieuwe aanpak; “i” - markering die aangeeft dat aanvullende informatie moet worden gelezen; EAC - marke- ring die bevestigt dat het product voldoet aan de technische voorschriften van de Euraziatische douane-unie. Uitleg bij viziermarkeringen: YATO - merkteken van de fabrikant; YT-73936 - catalogusnummer van de fabrikant; EN 175 - num- mer van de Europese norm voor oog- en gezichtsbescherming bij het lassen; F - bescherming tegen deeltjes met hoge snelheid en lage energie (45 m/s); CE - markering van conformiteit met de EG-richtlijnen nieuwe aanpak. Uitleg bij markeringen op de voorruit: YATO - merkteken van de fabrikant; B - bescherming tegen deeltjes met hoge snelheid en gemiddelde energie (120m/s); CE - merkteken van conformiteit met de nieuwe aanpak-richtlijnen van de EC. Uitleg bij achterruitmarkeringen: 16321 - nummer van de Europese norm voor oog- en gezichtsbescherming voor beroepsma- tig gebruik; YATO - merkteken van de fabrikant; C - bescherming tegen deeltjes met een hoge snelheid (45 m/s); CE - merk van overeenstemming met de EG-richtlijnen nieuwe aanpak. Gebruiksaanwijzing Voordat de laskap voor de eerste keer wordt gebruikt, moet de beschermfolie van het beschermende glas worden verwijderd. Het achterlaten van de folie op het beschermende glas vermindert de transparantie en interfereert met het lasfi lter. Om de be- schermfolie te verwijderen kan het nodig zijn om het fi lter en/of de beschermende ruitjes te demonteren, zoals verderop in deze handleiding beschreven. Zorg ervoor dat de fi ltersensoren stofvrij zijn. Als vervuiling wordt waargenomen, moet het fi lter worden verwijderd zoals beschre- ven onder “Vervangen van het lasfi lter” in de instructies en vervolgens worden gereinigd met een zachte, vochtige doek. Gebruik geen krasveroorzakende reinigingsmiddelen. Gebruik geen oplosmiddelen om het fi lter schoon te maken. Dompel het lasfi lter niet onder in water. Installeer het fi lter in de laskap. Controleer de toestand van het beschermglas voor elk gebruik. Als er krassen, barsten, verbleking of andere beschadigingen aan de beschermglazen zijn, moeten deze worden vervangen door nieuwe, defectvrije exemplaren. Vervang versleten of beschadigde onderdelen alleen door originele onderdelen. Wijzig de laskap niet zelf. Het is verboden om de laskap te gebruiken als wordt vastgesteld dat een onderdeel tekenen van schade of barsten vertoont, versleten is of vervangen moet worden. Een laskap die een mechanische impact heeft gehad, mag niet opnieuw worden gebruikt. Deze moet worden ver- vangen door een nieuwe die vrij is van defecten. Afstelling van het draagsysteem van de laskap Plaats de laskap over het hoofd, stel indien nodig de bovenste riem zo af dat de laskap op de juiste hoogte zit. Draai aan de knop op de achterhoofdsband om de lengte ervan aan te passen, zodat deze tijdens het werken geen druk uitoefent en tegelijkertijd de laskap niet beweegt tijdens hoofdbewegingen (II). Gebruik de zijknoppen om de kracht aan te passen die nodig is om de laskap omlaag en omhoog te brengen (II). Door de clip bij de bevestiging van de riemen in de laskap in te drukken, kan de afstand van de laskap tot het gezicht worden aangepast (III). Wanneer de druk wordt losgelaten, moet de laskap in een van de verschillende posities vergrendelen (III). Zorg ervoor dat beide zijden op dezelfde positie zijn ingesteld. Aan de binnenkant van de laskap is er bij de linker- en rechterknop een aanpassing van de hoek van de laskap bij maximaal zakken en omhoog gaan. Zet de bovenste afstelvleugel (IV) omhoog ten opzichte van de onderste en laat hem dan zakken en vergrendel hem in de gewenste positie. Automatische ondersteuning van het lasfi lter LET OP! Controleer voordat u met het werk begint of het fi lter is ingesteld op de juiste stand voor het soort werk dat u gaat uitvoe- ren. Het is verboden om tijdens het lassen met een niet-functionerend lasfi lter te werken, dit kan leiden tot onherstelbare schade aan het gezichtsvermogen. Controlepaneel Er zitten knoppen op het bedieningspaneel om de werking van het fi lter te regelen (I). De knoppen met twee kleuren hebben een56
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES dubbele functie. Kort indrukken activeert de ene functie, ingedrukt houden gedurende ongeveer 1 seconde activeert de andere functie. Knopmarkeringen en berichten op het display zijn in het Engels. Parameterinstellingen worden uitgevoerd met de knop voor verhogen of verlagen van de instelling. Hieronder volgt een beschrijving van de knoppen en functies van het lasfi lter: a. bedrijfsmodustoets “MODE / HOLD:ON/OFF” - Als u de toets ongeveer 1 seconde ingedrukt houdt, wordt de fi lterwerking gestart. Door de knop kort in te drukken wordt de bedrijfsmodus geselecteerd die op het display wordt weergegeven: “WELD” - In deze modus is het mogelijk om de donkere toestand in te stellen tussen 9 en 13. “CUT” - In deze modus is het mogelijk om de donkere toestand in te stellen tussen 5 en 8. “GRIND” - in deze modus is de functie voor automatisch dimmen uitgeschakeld en blijft het fi lter helder, ongeacht de externe omstandigheden. De selectie van de helderheidsmodus wordt ook aangegeven door een lampje met de tekst ‘GRIND’ op het fi lterbedieningspaneel. Wanneer de heldere modus geselecteerd is, brandt het indicator- lampje eerst continu en vervolgens met tussenpozen. b. functiekeuzeknop FUNC. HOLD:TRS - Met een korte druk op de knop kan de fi lterfunctie handmatig in de donkere stand wor- den gezet. De in te stellen waarde begint te knipperen op het display. Met de functie “SENSI”. kunt u de gevoeligheid instellen, d.w.z. de drempel waarbij het fi lter wordt geactiveerd in de donkere toestand. Het is mogelijk om de gevoeligheid in te stellen in het bereik 0-9 met behulp van de knop voor verhogen of verlagen. Instelling ‘0’ - geeft de laagste gevoeligheid aan, het fi lter zal alleen reageren op een grotere verandering in de intensiteit van het licht dat op de sensoren valt. Instelling ‘9’ - geeft de hoogste gevoeligheid aan, het fi lter zal reageren op een kleinere verandering in de intensiteit van het licht dat op de sensoren valt. De instelling “8” wordt aanbevolen voor het meeste laswerk, vooral bij lassen met lage stroomsterkte. De ingestelde waarde wordt bevestigd door nogmaals op de functiekeuzeknop te drukken of de waarde wordt automatisch bevestigd na ongeveer 6 seconden inactiviteit. Met de functie ‘SHADE’ kan de mate van verduistering van het fi lter worden geselecteerd. Afhankelijk van de geselecteerde beschaduwingsmodus is het mogelijk om de mate van beschaduwing te selecteren in een bereik van 5-8 in de bedrijfsmodus die op het display wordt aangeduid met “CUT” of in een bereik van 9-13 in de modus die op het display wordt aangeduid met “WELD” door middel van de knop verhogen of verlagen. Dankzij de sensoren wordt het fi lter automatisch verduisterd tot het ingestelde niveau wanneer fel licht van het lasproces wordt gedetecteerd. Bij het selecteren van de donkere toestand, zie de tabel in de handleiding met de aanbevolen beschermingsgraden voor booglassen. De ingestelde waarde wordt bevestigd door kort op de functiekeuzeknop te drukken of de waarde wordt automatisch bevestigd na ongeveer 6 seconden inactiviteit. Met de functie ‘DELAY’ kunt u de vertragingstijd van het fi lter wijzigen, d.w.z. de tijd die het fi lter nodig heeft om te reageren op een verandering in lichtintensiteit. Met de knop voor verhogen of verlagen kan de fi ltervertragingstijd worden ingesteld van 0-9. Een instelling van ‘0’ geeft de kleinste fi lterverduisteringsvertraging aan die geschikt is tijdens het entlassen. Instelling ‘1’ en ‘2’ zijn geschikt voor puntlassen. Een instelling van ‘9’ geeft de grootste fi lterverduisteringsvertraging, geschikt voor de meeste toe- passingen en in het bijzonder bij lassen met een hoge stroomsterkte en langere intervallen tussen lassen. De ingestelde waarde wordt bevestigd door kort op de functiekeuzeknop te drukken of de waarde wordt automatisch bevestigd na ongeveer 6 seconden inactiviteit. Als u de knop ongeveer 1 seconde ingedrukt houdt, wordt de gradiëntfunctie geactiveerd, die een vloeiende overgang van donker naar licht mogelijk maakt. Deze functie start niet als de heldere modus geselecteerd is. De selectie van de functie wordt bevestigd doordat de markering “TRS” op het display verschijnt . De selectie van deze functie wordt niet aanbevolen voor ent- of puntlassen. c. knop om het instelpunt te verhogen, d. knop om het instelpunt te verlagen - Door de knoppen om het instelpunt te verhogen en te verlagen tegelijkertijd in te drukken, kan de fi lterbeschaduwing worden vergrendeld op het geselecteerde niveau, ongeacht de momenteel geselecteerde bedrijfsmodus. Met de knop voor verhogen of verlagen kunt u de mate van schaduw selecteren tussen 5 en 13. De verduistering van het fi lter is constant, onafhankelijk van de verandering in invallend licht op de sensoren. De fi lterschaduwvergrendeling op het geselecteerde niveau kan worden uitgeschakeld door tegelijkertijd op de knoppen voor verhogen en verlagen te drukken. e. display j. indicatielampje “GRIND” - De selectie van de helderheidsmodus wordt aangegeven door een rood lampje met de tekst “GRIND” op het bedieningspaneel. Wanneer de heldere modus geselecteerd is, brandt het indicatorlampje eerst continu en vervolgens met tussenpozen. k. batterij-indicator - Het lasfi lter heeft een oplaadindicator voor de batterijen van de voeding. Als het batterij-symbool op het display vol is, is de batterij volledig opgeladen. Het verminderen van het vullen van het batterijsymbool betekent het geleidelijk ontladen van de batterij. Het niet vullen van het batterijsymbool betekent uitgeputte batterijen, die moeten worden vervangen door een nieuwe set. Het vervangen van de batterijen wordt verderop in deze handleiding beschreven. Vervangen van de voedingsbatterijen Om de batterijen te vervangen moet het lasfi lter worden verwijderd zoals beschreven onder “Verwijderen van het lasfi lter” in de instructies. Het lasfi lter heeft twee batterijen van het type CR 2032 nodig voor een goede werking. Het batterijvak bevindt zich in57
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES de fi lterbehuizing. Open het klepje van het compartiment en vervang de batterijen (V). Plaats de batterijen zo in het batterijvak dat de pluspool zich bovenaan bevindt. Sluit het batterijklepje. Laat het fi lter draaien en controleer de conditie van de nieuwe batterij. Voer de gebruikte batterij af volgens de regionale voorschriften voor het afvoeren van dergelijke materialen. Vervanging van veiligheidsruitjes Controleer de toestand van het beschermglas voor elk gebruik. Als er krassen, barsten, verbleking of andere beschadigingen aan de beschermglazen zijn, moeten deze worden vervangen door nieuwe, defectvrije exemplaren. Het voorste ruitje is direct op de laskap gemonteerd. Om het windscherm te vervangen, drukt u de vergrendeling van het voorruitje (VI) in en verwijdert u vervol- gens uit de klem van het vizier (VI). Plaats het nieuwe ruitje in de vergrendelingen (VII) zodat het strak tegen het vizier past en druk het vervolgens omlaag totdat de vergrendeling (VII) vastklikt. Het beschermende glas aan de voorkant is apart verkrijgbaar als YATO YT-73937. Het achterste ruitje is in het fi lterbehuizing gemonteerd. Om het beschermglas van het fi lter te verwijderen, tilt u het glas op bij de inkeping (VIII) en schuift u het vervolgens uit de fi ltervangers. Buig het nieuwe glas een beetje en schuif de zijkanten onder de vergrendelingen in de fi lterbehuizing (IX). Buig het beschermende glas niet te veel om het niet te beschadigen. Opgelet! Het is verboden om een laskap zonder beschermende ruitjes te gebruiken. Verwijderen van het lasfi lter Draai de schroef los waarmee het lasfi lterframe vastzit (IX). Til het onderste deel van het fi lterframe op en trek vervolgens de bovenste klemmen van het fi lterframe uit het lasscherm. Schuif het lasfi lter voorzichtig uit het fi lterframe (X). Zet het fi lter in omgekeerde volgorde weer in elkaar. Zorg ervoor dat het fi lter correct in de laskap is geplaatst en tijdens het gebruik niet van positie verandert. Werken met lasbescherming Het in de laskap gemonteerde fi lter werkt automatisch als hij wordt verlicht door de elektrische boog die tijdens het lassen wordt opgewekt. De responstijd is 1/25 000 seconden. Controleer voor het lassen of het lasfi lter is ingesteld op een donkere toestand die geschikt is voor het type laswerk dat wordt uitgevoerd. Als u tijdens het gebruik merkt dat het fi lter niet automatisch dimt, stop dan onmiddellijk met werken en pas het fi lter aan. Als het fi lter ondanks de instelling niet goed werkt, neem dan contact op met een geautoriseerd servicecentrum van de importeur. Het is verboden om te werken met een niet-functionerend lasfi lter, wat kan leiden tot onomkeerbare schade aan het gezichtsvermogen. Temperatuurbereik van de werkomgeving van -5 graden C tot +55 graden C. Het fi lter is niet bedoeld voor oogbescherming tijdens het lassen of lasersnijden. Bedieningsinstructies De fi ltersensoren moeten schoon worden gehouden en mogen niet worden verduisterd. In de automatische lasfi lter met hand- matige fi jnafstelling is de maximale en minimale bescherming bij het op nul zetten van de fi jnafstelling. Oogbescherming tegen impact van snelle deeltjes, gedragen in combinatie met een standaard therapeutische bril, kan de impact overbrengen en vormt een risico voor de drager. Opgelet! Als een bescherming nodig is tegen impact van snelle deeltjes bij extreme temperaturen, moet de gekozen oogbescher- ming zijn aangeduid met een T worden gemarkeerd onmiddellijk achter de letter die het impactsymbool weergeeft, d.w.z. FT, BT of AT. Als de letter die het impactsymbool aangeeft niet direct voor de letter T staat, dan kan de oogbescherming alleen worden gebruikt ter bescherming tegen snelle deeltjes bij kamertemperatuur. Onderhoud, opslag en transport Na afl oop van de werkzaamheden moet de laskap met een zachte en vochtige doek worden gereinigd. Grotere verontreinigingen moeten met zeepwater worden verwijderd en met een doek worden gedroogd. Gebruik geen krasveroorzakende reinigingsmidde- len. Gebruik geen oplosmiddelen om het fi lter en de laskap te reinigen. Dompel het lasfi lter niet onder in water. Het product moet in een donkere, droge, geventileerde en gesloten ruimte worden opgeslagen in de meegeleverde eenheidsverpakking. Tijdens opslag mag het temperatuurbereik van -20 graden C tot +70 graden C. Beschermen tegen stof en andere onzuiverheden (plastic zakjes, tasjes, enz.) Beschermen tegen mechanische schade. Transport - in de bijgeleverde eenheidsverpakkingen, in kartons, in gesloten transportmiddelen. Conformiteitsverklaring: Beschikbaar op toya24.pl onder de producttab.58
OORSPRONKELIJKE INSTRUCTIES Tabel met aanbevolen beschermingsniveaus voor booglassen Proces Stroomsterkte [A] 1,5 6 10 15 30 40 60 70 100 125 150 175 200 225 250 300 350 400 450 500 600 Afgedekte elektroden 8 9 10 11 12 13 14 MAG 8 9 10 11 12 13 14 TIG 8 9 10 11 12 13 MIG zware metalen 9 10 11 12 13 14 MIG voor lichte legeringen 10 11 12 13 14 Elektrisch gutsen 10 11 12 13 14 15 Plasma snijden 9 10 11 12 13 Microplasmalassen 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1,5 6 10 15 30 40 60 70 100 125 150 175 200 225 250 300 350 400 450 500 600 LET OP! De term „zware metalen” wordt gebruikt voor staal, staallegeringen, koper, koperlegeringen, enz.59
Notice-Facile