YT-85460 - Generator Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-85460 Yato in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over YT-85460 Yato
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-85460 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-85460 van het merk Yato.
GEBRUIKSAANWIJZING YT-85460 Yato
-
generatorframe
-
brandstoftank
-
brandstofvulgat
-
stroomaansluiting
-
schakelaar motor
-
luchttoevoer
-
schakelaar aanzuigen
-
de startlijn
-
aardingsklem
-
bougie
-
uitlaatpijp
-
olievulgat
-
olieaftapkraan
-
brandstofkraan
-
overbelastingsbeveiligingsknop
-
indicator brandstofpeil
-
accu
-
wiel
-
handvat
-
basis
-
voltmeter
GR
Risico op koolmonoxide (CO)
Risico op brandwonden
Κίνδυνος εγκαυμάτων

Ryzyko pożaru
Risk of fire
Brandgefahr
Риск пожара
Nominale omwentelingssnelheid
Beschermingsklasse van de behuizing
Βαθμίδα προστασίας
G1
Klasa wydajności
Performance class
Leistungsklasse
Inhoud brandstoftank
Inhoud smeerolietank
Een generator is een elektromechanisch apparaat waarbij mechanische energie wordt omgezet in elektrische energie. Een generator bestaat uit een verbrandingsmotor en een generator die met mekaar samenwerken. De juiste, betrouwbare en veilige werking van het apparaat is afhankelijk van het juiste gebruik, daarom:
Lees voorafgaand aan het gebruik van het apparaat de volledige handleiding en bewaar deze goed.
De leverancier is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften en de aanbevelingen in deze handleiding.
UITRUSTING
De generator wordt compleet verkocht en hoeft niet te worden geïnstalleerd. In de generatormotor bevindt zich enkel een hoeveelheid olie die nodig is voor het onderhoud van de motor. LET OP! Vóór de eerste ingebruikneming moet het oliepeil worden bijgevuld. Een sleutel voor de bougie wordt bij de generator geleverd.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Algemene veiligheidsvoorschriften
Bescherm kinderen door ze op een veilige afstand van de ge- nerator te houden.
Lees vóór het gebruik het typeplaatje en de waarschuwingsstickers van de generator.
De brandstof is explosief en ontbrandt gemakkelijk. Niet bijvullen terwijl de generator draait. Niet roken tijdens het bijvullen. Vul geen brandstof bij in de buurt van vuur.
Mors geen brandstof.
Brandstofdampen zijn gevaarlijk en de voorbereiding en het bijvullen van de brandstof moet worden uitgevoerd in goed geventileerde ruimten.
Sommige onderdelen van de verbrandingsmotor kunnen heet zijn en brandwonden veroorzaken. Let op de waarschuwingen vermeld op de generator.
De generator mag alleen worden gebruikt met de hiervoor bestemde handgrepen. Raak het oppervlak van de generator niet aan als het heet wordt tijdens het gebruik, dit kan brandwonden veroorzaken.
Rook en uitlaatgassen zijn giftig. Gebruik de generator niet in ruimtes zonder ventilatie. Bij gebruik in geventileerde ruimten moeten aanvullende maatregelen worden getroff en om brand en explosie te voorkomen. Wanneer u de generator buiten gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat deze niet in de buurt van ramen, deuren of ventilatieopeningen wordt geplaatst. Uitlaatgassen kunnen de ruimte binnendringen en gevaar opleveren. Lees de waarschuwingslabels en symbolen die zijn aangebracht op de generator. Controleer de betekenis ervan in de bedieningshandleiding.
Elektrische veiligheid
Controleer de generator en de elektrische uitrusting (inclusief stekkers en kabels) vóór gebruik en controleer of deze niet beschadigd zijn.
De generator is niet bedoeld om te worden aangesloten op een andere bron van elektrische energie. Het is absoluut verboden om de generator aan te sluiten op een 230 V / 50 Hz stopcontact.
De beveiliging tegen elektrische schokken is afhankelijk van de werking van een speciaal voor de generator geselecteerde zekering. Als de zekering moet worden vervangen, moet deze worden vervangen door een zekering met dezelfde nominale waarde en prestatiekenmerken.
In verband met hoge mechanische belastingen moet gebruik worden gemaakt van fl exibele kabels met een isolatie van hard rubber (volgens IEC 60245-4) of gelijkwaardig.
Bij gebruik van verlengsnoeren moet erop worden gelet dat deze geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. De weerstand van de verlengkabels mag niet hoger zijn dan 1,5 Ω. De totale lengte van de kabel mag niet groter zijn dan 60 m bij een kabeldiameter van 1,5 mm² en 100 m bij een kabeldiameter van 2,5 mm².
De generator moet geaard worden als elektrische apparaten die geaard moeten worden, op de wandcontactdozen zijn aangesloten. Een dergelijk apparaat is voorzien van een voedingskabel met een beschermingsgeleider. De aardaansluiting moet worden uitgevoerd door een gekwalifi ceerde elektromonteur in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften voor het aarden van elektrische apparatuur.
Waarschuwing! De plaats waar de generator wordt gebruikt, kan onderhevig zijn aan lokale beperkingen. Neem bij het gebruik van de generator de plaatselijke veiligheidsvoorschriften voor de elektrische installatie in acht.
Waarschuwing! De gebruiker moet bij de ombouw van de generator de voorschriften en voorzorgsmaatregelen in acht nemen, afhankelijk van de in de installatie aanwezige veiligheidsmaatregelen en de geldende voorschriften.
Overbelast de generator niet. De meeste elektrische apparaten verbruiken tijdens de inbedrijfstelling meer vermogen dan het nominale vermogen. Het vermogen boven het nominale vermogen van de generator, maar niet boven het maximumvermogen, mag niet langer dan 5 minuten worden gebruikt in de tijdelijke werkmodus S2. Dit betekent dat de generator na 5 minuten gebruik in deze modus moet worden gestopt en volledig moet kunnen afkoelen. Als het opgenomen vermogen van de generator het nominale vermogen niet overschrijdt, mag de generator in continubedrijf S1 werken.
Het wordt afgeraden om splitters te gebruiken die zijn aangesloten op het stopcontact van de generator. Bij gebruik van dergelijke apparaten moet echter het vermogen van alle op de generator aangesloten ontvangers worden opgeteld. De som van het vermogen van de toestellen mag het nominale vermogen van de generator niet overschrijden.
Operationele veiligheid
De generator moet op een vlakke, harde en stabiele ondergrond staan. Zorg voor minstens 1 meter vrije ruimte rond de generator wanneer deze draait.
De generator moet het nominale toerental bereiken alvorens een elektrisch toestel aan te sluiten. Voordat u de generator uitschakelt, dient u het elektrisch toestel uit te schakelen als het toestel bewegende delen heeft, en te wachten tot deze volledig tot stilstand zijn gekomen en vervolgens het netsnoer van het toestel uit het stopcontact van de generator te trekken.
Het maximale motortoerental mag niet worden overschreden.
NL
Als het maximale motortoerental wordt overschreden, kan de generator beschadigd raken en kunnen bedieners van het apparaat gewond raken.
De generator mag niet worden opgeslagen of gebruikt in een vochtige of elektrisch geleidende omgeving (bijv. geplaatst op metalen oppervlakken).
Stel de generator niet bloot aan neerslag. Gebruik geen generator die is blootgesteld aan neerslag.
De generator is niet bedoeld voor gebruik in een potentieel ont- vlambare of explosieve omgeving.
De gassen en uitlaatgassen zijn heet genoeg om bepaalde materialen te ontsteken. Gebruik de generator niet in de buurt van brandbare materialen.
De generator mag niet worden gebruikt als er beschadigde of vernielde onderdelen worden opgemerkt.
Laat de generator niet zonder toezicht of onder de zorg van minderjarigen of personen die niet zijn getraind in de bediening van het apparaat werken.
Als het volgende wordt opgemerkt, moet de generator onmiddellijk worden uitgeschakeld:
- veranderingen in het motortoerental,
- oververhitting van de op de generator aangesloten apparaten,
- vonken,
- uit het toestel komen rook of vlammen,
- ongewenste trillingen.
Het brandstoftoevoersysteem moet periodiek worden gecontroleerd. Laat het apparaat bij lekkage repareren door een geautoriseerd servicecentrum.
Wacht tot de motor van het apparaat het nominale toerental heeft bereikt voordat u elektrische apparatuur aansluit.
Alle reparaties moeten worden uitgevoerd in het geautoriseerde servicecentrum van de fabrikant.
Zorg ervoor dat er geen brandstof opraakt terwijl de motor draait!
De ventilatie-ingangen en -uitgangen niet afdekken. Zelfs als de generator niet draait.
Voordat de generator wordt getransporteerd, moet de brandstoftank worden geleegd.
LET OP! De procedure voor de controle van de generator moet vóór elke inbedrijfstelling worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING! De generator wordt geleverd met slechts een kleine hoeveelheid olie in de versnellingsbak. Voordat de generator voor de eerste keer kan worden gestart, moet de olie worden bijgevuld. Oliepeil regelmatig controleren en indien nodig bijvullen. Het starten van de generator zonder olie of met te weinig olie in de versnellingsbak leidt tot onherstelbare schade aan de motor.
Oliepeil controleren
Schroef de olievuldop los. De stekker heeft een metende bajonet.
Het oliepeil moet zich tussen de boven- en ondergrens van het geselecteerde bajonetgebied bevinden. Vul zo nodig olie bij tot het op de fi guur aangegeven peil (II).
Voor viertakt-verbrandingsmotoren met de in de tabel met technische gegevens vermelde viscositeitsklasse wordt olie van goede kwaliteit gebruikt.
Sluit het olievulgat door de plug in te draaien.
Let op! Bij het bijvullen van de olie moet de generator op een vlakke ondergrond worden geplaatst. Als de generator is gekanteld, plaatst u hem op een vlakke ondergrond en wacht u ten minste 30 minuten tot het oliepeil is gestabiliseerd.
Let op! Voor het bijvullen van de olie raden wij het gebruik van een mondstuk en/of trechter aan. Hierdoor wordt het risico op olielekken verkleind. In geval van morsen dient u het olieresten zorgvuldig te reinigen voordat u de generator start.
Let op! De generator is uitgerust met een oliepeilsensor waardoor de mechanische motor niet kan starten als het oliepeil in de tank te laag is. Als de generator niet start, moet het oliepeil worden gecontroleerd.
Bijtanken van de brandstof
Aanbevolen brandstof, loodvrije benzine, octaangetal hoger dan 93.
Gebruik brandstof en olie die vrij zijn van alle verontreinigingen en ontworpen zijn voor viertaktmotoren. Het wordt aanbevolen om producten van hoge kwaliteit te gebruiken. Dit verlengt de levensduur van de motor.
Vul de brandstoftank niet boven de markeerlijn voor volle tank. Laat een vrije ruimte tussen het brandstofoppervlak en de bovenkant van de brandstoftank.
Voor het bijvullen van de brandstof raden wij het gebruik van een mondstuk en/of trechter aan. Hierdoor wordt het risico op morsen verkleind. Als er tijdens het bijvullen gemorst wordt, moet het gemorste product vóór de inbedrijfstelling van de generator grondig worden weggeveegd.
Roken is verboden tijdens het tanken.
Draai de vuldop tegen de wijzers van de klok in en verwijder hem uit de vulopening. Het deksel heeft twee uitsteeksels, die tegelijkertijd in de twee inkepingen in de flens van de brandstofvulopening moeten geraken (III). Het sluiten gebeurt door het deksel met de wijzers van de klok mee tot aan de aanslag te draaien. Alleen op deze manier kan de tankdop worden aangebracht of verwijderd.
In de brandstoftank is een brandstofffilter (IV) aangebracht dat dient om een deel van de mechanische verontreinigingen die in de brandstof aanwezig kunnen zijn, tegen te houden. Vul het reservoir altijd met het ingebouwde vulfi liter.
De inhoud van de brandstoftank is vermeld in de tabel. De tank is uitgerust met een mechanische brandstofpeilindicator (V). Indien de indicator zich dicht bij de E-markering bevindt, is het reservoir leeg. Indien de indicator zich dicht bij de F-markering bevindt, is het reservoir vol.
Aarding van de generator
Sluit de kabel tussen het aardingssysteem en de generator aan op het gemarkeerde punt op de generator. De generator moet op een aardingssysteem worden aangesloten door een persoon met de juiste elektrische kwalifi caties.
Montage van wielen en handgrepen
Het generatorframe is aangepast voor de montage van wielen en beugels. Ze zijn niet nodig voor een goede werking van de generator, maar vergemakkelijken het transport van de generator over korte afstanden. Begin met het bevestigen van de wielassen met de moeren (VI), plaats de afstandshulzen op de generatoras en vervolgens het wiel en bevestig het op de
NL
as met de moer (VII). Plaats een sierdop op elk wiel. Bevestig de houders aan de andere kant van het frame door ze vast te schroeven met moeren en bouten (VIII). De voeten stellen de generator waterpas nadat de wielen zijn gemonteerd.
Bevestig de handgrepen met bouten en moeren (IX) aan de bovenkant van het frame. Zorg ervoor dat de handgrepen na de installatie naar binnen draaien. Dit bespaart ruimte wanneer de generator niet wordt getransporteerd.
LET OP! Pomp de wielbanden op. Overschrijd de nominale spanning niet die is aangegeven op de zijwand van de band. De wielen zijn alleen geschikt om de generator te voet te transporteren. Bevestig de generator niet aan voertuigen.
Na afl oop van de voorbereidende werkzaamheden kan de generator in bedrijf worden genomen.
BEDIENING VAN DE GENERATOR
Starten van een verbrandingsmotor
Voordat u de generator start, moet u alle elektrische apparatuur loskoppelen van de wandcontactdozen in de generator.
De generatormotor kan op twee manieren gestart worden: door een elektrische starter aangedreven door een batterij of door een handmatige starter aangedreven door een starttouw.
De generator wordt geleverd met een losgekoppelde accu, waardoor onbedoeld starten van de generator wordt voorkomen en het ontladen van de accu wordt vertraagd. De batterij moet van de basis worden verwijderd door de haken van de elastische band (X) te verwijderen. Schuif het deksel van de kabelklem en bevestig vervolgens de klem met een schroef en een moer aan de accuklem (XI). Schuif het deksel aan de kabel- en accuklem (XII). Bevestig de batterij met elastische plakband aan het generatorframe.
Open de brandstoftoevoerkraan door deze op „ON“ (VII) te zetten.
Zet de motorschakelaar in de stand die overeenkomt met de te gebruiken nominale spanning (XIV). De schakelaar heeft een stand, de stand beschreven 230 V komt overeen met de voeding van 230 V/50 Hz stopcontacten, de stand beschreven 400 V komt overeen met de voeding van 400 V/50 Hz stopcontacten. De middenpositie betekent, dat de schakelaar in de uit-stand staat.
Sluit de klep door de chokehendel te bewegen tot aan de aanslag in de richting van het opschrift "OFF" (XV).
Draai de sleutel van het elektrische slot van stand 0 naar stand 1 (XVI). Als u het startgeluid niet hoort, kan dit wijzen op een ontladen batterij. Dit kan gebeuren bij de eerste inbedrijfstelling of bij het opstarten na een lange opslagperiode van de generator. Als het niet mogelijk is om elektrisch te starten, gebruik dan de handmatige start.
Trek het starttouw een paar keer soepel aan totdat u de weerstand voelt die wordt veroorzaakt door motorcompressie en trek het vervolgens krachtig en stevig aan (XVIII).
Trek de kabelhendel in een vloeiende beweging uit het stopcontact totdat deze volledig in de behuizing van de generator is verborgen. Laat de kabelhouder niet los, zodat deze zich plotseling in de behuizing verbergt. Dit kan schade aan de starter veroorzaken.
Naarmate de motor warmloopt, opent u de gashendel geleidelijk en beweegt u de zuighefboom geleidelijk in de richting van de markering „ON“. Laat de motor soepel lopen nadat u de aanzuighefboom van positie hebt veranderd. De terugloopsnelheid van de zuighefboom is afhankelijk van de weersomstandigheden waarin de motor wordt gestart. Hoe lager de omgevingstemperatuur, hoe langzamer de terugkeer.
De generator is voorzien van een voltmeter, waarmee de spanning van de generator bij benadering kan worden gecontroleerd.
Aansluiting van elektrische uitrusting op de generator
LET OP! Sluit geen elektrische apparaten met een nominaal vermogen dat hoger is dan het nominaal vermogen van de generator aan op de generator. Als er meer dan één toestel is aangesloten, moet het totale nominale vermogen van de units lager zijn dan het nominale vermogen van de generator.
LET OP! Controleer of de elektrische apparaten die op de generator zijn aangesloten elektrische parameters hebben die overeenkomen met de elektrische parameters van de generator. LET OP! Tegelijkertijd kunnen geen apparaten gevoed worden met een 230V-voeding en een 400V-voeding. Men kan tegelijkertijd enkel een 230V-voeding of een 400V-voeding gebruiken.
Start de motor volgens de procedure beschreven onder „Inbedrijfstelling van de verbrandingsmotor”
Zorg ervoor dat de aan te sluiten elektrische apparatuur is uitgeschakeld.
Trek het deksel van de wandcontactdoos (VIII) omhoog en steek het netsnoer van de ontvanger in het stopcontact van de generator (IX).
Start de ontvanger door de schakelaar van de ontvanger in de aan-stand te zetten.
Let op! Als u meer dan één van deze apparaten op de ontvanger aansluit, moet u de volgende pas starten wanneer de vorige in normaal bedrijf treedt, bijv. wanneer deze het nominale toerental bereikt, opwarmt tot de nominale temperatuur, enz.
Elk van de contactdozen heeft zijn eigen overbelastingsbeveiliging. Bij overbelasting, b.v. door overmatig stroomverbruik, wordt de voeding van de contactdoos van de generator uitgeschakeld, maar wordt de werking van de verbrandingsmotor niet onderbroken. Overbelasting wordt aangegeven door de zekering. Bij 230V- en 12V-contactdozen is dit de „uitval” van de zekering en bij 400V-contactdozen is dit het in de onderste stand zetten van de zekering. Schakel in dit geval alle op de generator aangesloten ontvangers, waarbij overbelasting werd gemeld uit met behulp van schakelaars, ontkoppel de ontvanger van de stopcontacten van de generator, wacht op koeling van de systemen van de generator en druk vervolgens op de zekeringsknop. Als de zekering opnieuw wordt gactiveerd, schakel dan alle op de generator aangesloten ontvangers uit met behulp van schakelaars en trek vervolgens de stekker uit de wandcontactdozen van de generator. Stop de generator en wacht tot deze is afgekoeld. Controleer of de som van de nominale vermogens van alle op de generator aangesloten ontvangers niet hoger is dan het nominale vermogen van de generator. Ontkoppel indien nodig enkele ontvangers. Controleer of de luchtinlaten en/of ventilatiesleuven niet geblokkeerd zijn. Controleer de omgeving van de generator op voorwerpen die verstopping van de luchtinlaten en/of ventilatiesleuven kunnen veroorzaken.
NL
Na het controleren drukt u op / stelt u de zekeringen in en start u de generator opnieuw volgens de startprocedure.
LET OP! De beveiliging kan worden geactiveerd tijdens het opstarten van de belasting, aangezien de meeste elektrische verbruikers meer vermogen verbruiken dan het nominale vermogen van de verbruikers tijdens het opstarten van de belasting. Als de verbruiker niet beschadigd is, is deze mogelijk niet geschikt voor stroom van de generator.
LET OP! Als tegelijkertijd met de wisselstroomcontacten een gelijkstroomcontact wordt gebruikt, moet bij het optellen van de stroom ook rekening worden gehouden met het vermogen van de ontvanger die op dat stopcontact is aangesloten.
Motor afzetten
Schakel de ontvanger die op de generator is aangesloten uit met de aan/uit-schakelaar.
Koppel de ontvanger los van de generator door het netsnoer los te koppelen van het stopcontact van de generator.
Zet de motorschakelaar in de uit-stand - O.
Wacht tot het motortoerental volledig tot stilstand is gekomen.
Open de brandstoftoevoerkraan door deze te plaatsen in de positie: OFF.
LET OP! Als u de motor in geval van nood onmiddellijk moet uitschakelen, schakelt u de motorschakelaar in de uit-stand - O.
Werken op grote hoogtes
De in de generator geïnstalleerde carburateur is ontworpen voor een correcte werking op een hoogte die niet hoger is dan gespecifi ceerd in de tabel met technische gegevens. Neem contact op met een geautoriseerd servicecentrum als u op grotere hoogte moet werken om de carburateur te wijzigen. Zelfs na wijziging van de carburateur, is de verwachting dat het vermogen van de verbrandingsmotor zal afnemen, en dus het vermogen van de generator zal dalen met 3,5% voor elke 300 meter hoogte stijgen boven de limiet die in de tabel. Het vermogensverlies zal groter zijn bij gebruik van een generator zonder aangepaste carburateur. De daling van het vermogen is te wijten aan de verdunning van de lucht als de hoogte boven de zeespiegel uitstijgt.
ONDERHOUD EN ONDERHOUDSBEURTEN
Tijdens de garantieperiode mag de gebruiker het apparaat niet demonteren of onderdelen of componenten vervangen die niet hieronder zijn gespecifi ceerd, aangezien hierdoor de garantie vervalt. Alle onregelmatigheden die tijdens de inspectie of tijdens het gebruik worden vastgesteld, zijn een signaal voor reparatie in een servicepunt.
Na voltooiing van de werkzaamheden moeten de behuizing, de ventilatiegleuven, de schakelaars, de extra handgreep en de afdekkingen worden gereinigd met bijvoorbeeld een luchtstraal (druk niet meer dan 0,3 MPa), een borstel of een droge doek zonder gebruik van chemicaliën of reinigingsvloeistoffen. Reinig gereedschap en handgrepen met een droge, schone doek.
Periodieke onderhoudsbeurten
De volgende generatoronderdelen moeten periodiek worden geïnspecteerd en onderhouden.
Let op! Alle onderhoud moet bij uitgeschakelde en stilstaande machine worden uitgevoerd. Het is ook noodzakelijk om alle elektrische apparatuur van de generator los te koppelen.
Let op! Als hieronder geen servicewerkzaamheden worden beschreven, betekent dit dat u het apparaat hiervoor door een erkende fi etsenmaker moet laten onderhouden.
Let op! Vermijd contact van het oplosmiddel met de huid en de ogen wanneer voor het reinigen een oplosmiddel wordt gebruikt. Persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken.
| Element | Opmerkin-gen | Vóór elke inbedrijf-stelling | Na de eerste maand of de eerste 20 werkuren | Om de 3 maanden of na 50 bedrijfsu-ren | Om de 12 maanden of na 100 bedrijfsu-ren |
| Oliepeil in de versnel-lingsbak van de motor | Controleren X | ||||
| Vervangen X X | |||||
| Luchtfi Iter | Controleren X | ||||
| Schoonma-ken | X X(*) | ||||
| Bougie | Het schoon-maken. Vervang indien nodig | X | |||
| Brandstof-toevoer-fi Iter | Controleren Vervang indien nodig | X | |||
| Brandsto-fi nstallatie | Controleer dichtingen en beschadi-gingen. | X | |||
| Vervangen Om de twee jaar | |||||
| Verwijde-ring van koolstofaf-zettingen | Vaker contro-leren indien nodig | X | |||
| Motor | Reinigen en afstellen van kleppen en cilinders | Elke 125 uur | |||
(*) Een hogere frequentie wordt aanbevolen voor gebruik in stoffige omgevingen.
Het wordt aanbevolen om de brandstoftank om de drie jaar te vervangen. Als er lekken in het brandstofsysteem worden gedetecteerd, is het gebruik van de generator verboden.
Onderhoud van het luchtfi Iter (XIX)
LET OP! Gebruik de generator niet zonder een correct geïnstalleerd luchtfilter of met een defect luchtfilter. Anders kan de verbrandingsmotor onzuiverheden opzuigen die normaal door het fi Iter worden tegengehouden. Ontladingen kunnen tot storingen of zelfs schade aan de generator leiden.
Schroef de draaiknop los en verwijder het filterdeksel. Verwijder het fi Iter en reinig het in een niet-ontvlambaar oplosmiddel, en knijp vervolgens het oplosmiddel grondig uit.
Laat het filter weken met schone motorolie en knijp deze er uit zodat het fi lter vochtig blijft.
Installeer het fi Iter op zijn plaats en bevestig het deksel.
NL
Onderhoud van de bougie
Koppel de kabel los van de bougie.
Verwijder de bougie met de bougiesleutel (XX).
Gebruik een draadborstel om de elektroden te reinigen van koolstofafzettingen.
Controleer de afstand tussen de elektroden, deze dient tussen 0,7 mm en 0,8 mm te bedragen. (XXI)
Als de verbrande elektroden of de keramische behuizing gebroken is, vervang dan de kaars door een nieuwe.
Schroef de kaars erin. Sluit de kabel aan op de bougie.
Motorolie verversen
LET OP! Ververs de motorolie het beste meteen nadat de motor tot stilstand is gekomen. De olie is dan de dunste en stroomt zo snel mogelijk uit de versnellingsbak van de motor.
Bij het verversen van de olie moet voorzichtig te werk worden gegaan. Meteen nadat de motor stopt, is de olie heet en kan ze brandwonden veroorzaken.
De olietank is voorzien van een aftapopening. Plaats een vat met een grotere inhoud dan die van het oliereservoir onder de aftapopening.
Schroef de aftapkraan (XXIII) volledig met een steeksleutel los. Laat de olie in de tank stromen en schroef de aftapkraan er vervolgens met een sleutel terug op vast. Veeg eventuele olieresten droog.
Vul bij met olie volgens de procedure beschreven in het hoofdstuk „Bijvullen met olie”: “Oliepeil controleren”
Let op! Gebruikte motorolie moet volgens de geldende lokale voorschriften worden afgevoerd. Het is verboden motorolie in het riool te morsen.
Onderhoud van het brandstoftoevoerfi liter
De brandstoftankdop demonteren. Het brandstoftoevoerfi liter verwijderen. Reinig het brandstoftoevoerfilter met extractiebenzine. Drogen met een zachte, schone doek. Installeer het filter in de vulopening. Plaats de tankdop terug.
Let op! De filterwanden zijn gemaakt van fijn gaas. Bij het onderhoud moet erop worden gelet dat deze niet worden beschadigd. Als het filter beschadigd is, moet u het vervangen door een nieuw filter dat niet beschadigd is voordat u het weer in gebruik neemt.
Opslag generator
Als de generator kortstondig (niet meer dan 10 dagen) wordt opgeslagen, moet de verbrandingsmotor worden gestopt, ontkoppel alle ontvangers en sluit vervolgens de brandstofklep.
Volg de onderstaande procedure als de generator langer dan 10 dagen wordt opgeslagen.
De motorschakelaar in de uit-stand - O - plaatsen.
Verwijder de tankdop, verwijder de brandstof uit de tank, bijvoorbeeld met behulp van een geschikte pomp. Plaats de tankdop terug.
Start de motor volgens de procedure beschreven onder „Inbedrijfstelling van de verbrandingsmotor”
Sluit geen ontvangers aan, laat de motor lopen tot deze automatisch stopt door brandstofgebrek. De bedrijfsduur is afhankelijk van de hoeveelheid brandstof die nog in de tank en in de brandstofi installatie aanwezig is.
De motorschakelaar in de uit-stand - O - plaatsen.
Brandstofventiel in de stand OFF plaatsen.
Verwijder de bougie, giet een eetlepel motorolie met de visco-
siteit zoals aangegeven in de tabel met technische gegevens door het montagegat in de cilinder.
Schroef de bougie erin. Trek aan het starttouw zodat de motor enkele omwentelingen maakt. Hierdoor kan de zuiger van binnen gesmeerd worden. Stop met aan het touw te trekken als u weerstand voelt.
Ongeacht de opslagtijd, moet u altijd:
Reinig de buitenkant van de generator met een zachte doek, een zachte borstel of persluchtstraal met een druk van 0,3 MPa of minder. Let vooral op de doorlatendheid van de ventilatieopeningen.
Bewaar de generator horizontaal.
De generator opslaan in een droge, goed geventileerde en overdekte ruimte.
Transport van de generator
WAARSCHUWING! De generator moet altijd met stilstaande verbrandingsmotor worden getransporteerd en de ontvangers worden losgekoppeld.
Bij korte afstanden, bijv. bij het verplaatsen van de generator op het gebruikspunt, moet de generator worden getransporteerd door hem vast te houden bij het frame..
Zorg ervoor dat u de generator niet laat schommelen of kante- len, om geen brandstof te morsen. De generator kan heet zijn, voorzichtigheid is geboden om brandwonden te voorkomen.
Bij langere transportafstanden moet de generator volgens de onder „Opslag van de generator” beschreven procedure op het transport worden voorbereid. Transporteer de generator horizontaal. Borg de machine met riemen om te voorkomen dat deze tijdens het transport kantelt.
Reserveonderdelen
Een gedetailleerde lijst van de onderdelen van het product vindt u in de rubriek „Downloadbaar”, in de productfiche, op de website van TOYA SA: toya24.pl.
Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid.
Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.