BARBECOOK Spring 3212 - Barbecue

Spring 3212 - Barbecue BARBECOOK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Spring 3212 BARBECOOK in PDF-formaat.

📄 307 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BARBECOOK Spring 3212 - page 18

Download de handleiding voor uw Barbecue in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Spring 3212 - BARBECOOK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Spring 3212 van het merk BARBECOOK.

GEBRUIKSAANWIJZING Spring 3212 BARBECOOK

  • De instructies lezen en opvolgen ..................................18
  • Voorzichtig omspringen met gas ..................................18
  • Het toestel monteren ....................................................19 6 Het toestel van gas voorzien ............................................19
  • De slang aansluiten op het toestel ................................19
  • De slang en gasfles aansluiten op de regelaar .............20
  • In geval van een gaslek.................................................22 8 Het toestel klaarmaken voor gebruik ................................22
  • Voor elk gebruik ............................................................22
  • Voor het eerste gebruik (of na een lange periode van ongebruik) .................................................22
  • Het toestel voorverwarmen ...........................................24
  • Voorkomen dat voedsel aankleeft ...............................24
  • Geëmailleerde, roestvaststalen, verchroomde en gepoederlakte onderdelen onderhouden ................25

Bedankt voor uw aankoop van een Barbecook-toestel! Er wacht u een hele nieuwe wereld om te ontdekken, of dat nu in de rust van de natuur of in de gonzende stad is. Word een grillmaster in onze #barbecook community en laat ons uw grillvaardigheden in de schijnwerpers zetten. Registreer uw Barbecook-toestel online en geniet van enkele fantastische voordelen:

  • U krijgt toegang tot de volledige gebruikershandleiding zodat u uw toestel tot in het kleinste onderdeeltje leert kennen.
  • U krijgt van een gepersonaliseerde naverkoopservice, waardoor u snel reserveonderdelen kunt vinden en geniet van een optimale garantieservice.
  • We informeren u over productupdates en geven u tips, tricks en grillspiratie om de grillmaster in u naar boven te halen. Klaar voor een avontuur? Registreer uw toestel en word lid van de #barbecook community! Voor meer informatie over het registreren van uw toestel gaat u naar www.barbecook.com. Barbecook respecteert uw privacy. Uw gegevens worden niet verkocht, verspreid of doorgegeven aan derden.

2 OVER DEZE HANDLEIDING

Deze handleiding bestaat uit twee delen:

  • Het eerste deel is het deel dat u momenteel leest. Hier vindt u instructies om uw toestel te monteren, te gebruiken en te onderhouden.
  • Het tweede deel begint op pagina 295. Daarin vindt u diverse illustraties (explosietekeningen, montagetekeningen ... ) van het toestels die in deze handleiding beschreven zijn. 3 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

3.1 De instructies lezen en opvolgen

Lees de instructies voor u het toestel in gebruik neemt. Volg de instructies altijd zorgvuldig. Als het toestel op een andere wijze wordt gemonteerd of gebruikt, kan dit brand en materiële schade tot gevolg hebben. Schade wegens het niet opvolgen van de instructies (verkeerde montage, misbruik, verkeerd onderhoud enz.) wordt niet gedekt door de garantie.

3.2 Voorzichtig omspringen met gas

Werken met gas is erg veilig, maar u dient enkele voorzorgsmaatregelen in acht te nemen:

  • Bewaar gasflessen altijd buitenshuis in een goed geventileerde ruimte. Zorg ervoor dat de flessen niet blootgesteld worden aan hoge temperaturen of direct zonlicht.
  • Bewaar uw gasfles of reservegasfles nooit in de kast van het toestel.
  • Bewaar uw reservegasfles nooit in de buurt van een toestel op gas dat in gebruik is.
  • Draai na het gebruik altijd de gastoevoer aan de gasfles dicht.
  • Rook nooit in de buurt van een toestel op gas dat in gebruik is of in de buurt van een gasfles (vol/leeg). Als u gas ruikt, draait u onmiddellijk de gastoever dicht, dooft u alle vlammen en opent u het deksel van het toestel. Als de geur aanhoudt, belt u naar uw gasleverancier of de brandweer. department.

3.3 Een geschikte locatie kiezen

Gebruik het toestel alleen buitenshuis. Als u het toestel binnenshuis gebruikt, zelfs in een garage of schuur, bestaat er gevaar voor vergiftiging door koolmonoxide. Let op het volgende wanneer u een locatie kiest:

  • Plaats het toestel op minstens drie meter van een gebouw, op een open en goed geventileerde plaats.
  • Zorg ervoor dat er altijd voldoende vrije lucht naar de branders en naar de ventilatiegaten in de kast kan stromen.
  • Plaats het toestel niet onder een overhangende structuur (veranda, afdak ... ) of onder gebladerte.
  • Plaats het toestel op een stevige en stabiele ondergrond. Plaats het toestel nooit op een bewegend voertuig (boot, oplegger ... ).

3.4 Veiligheidsinstructies

  • Alleen buiten gebruiken.
  • Lees de instructies voor ingebruikname.
  • Toestel niet verplaatsen tijdens gebruik.
  • Laat het toestel niet alleen achter terwijl deze in gebruik is, en dit zeker niet als er kinderen of dieren aanwezig zijn.
  • WAARSCHUWING: Aanraakbare delen kunnen erg heet zijn. Houdt jonge kinderen op afstand.
  • Gebruik geschikte bescherming wanneer u hete onderdelen (deksel, rooster enz.) moet vastnemen.
  • Dit toestel gedurende gebruik verwijderd houden van ontvlambare materialen.
  • Gebruik geen hout, houtskool, lavastenen of keramische briketten in een gastoestel.
  • Gebruik het toestel niet als u alcohol hebt gedronken of drugs hebt gebruikt.
  • Gastoevoer op de gasfles afsluiten na gebruik.
  • Toestel niet aanpassen of modificeren. 4 TERUGKERENDE CONCEPTEN Dit deel omvat definities van een aantal minder vertrouwde concepten. Deze concepten worden gebruikt in verschillende onderwerpen van de handleiding.

De venturibuizen zijn de kleine buizen die aan de ingang van de branders bevestigd zijn. Aan de zijkant van de venturibuizen is er een opening voorzien. Deze is zichtbaar op de hoofdbranders en op de zij brander:19 Op weg naar de branders passeert het gas door de venturibuizen. Via de openingen in de zijkanten wordt het gas gemengd met lucht, en dus ook met zuurstof. Dit is nodig voor een goede ontbranding in de branders: alleen een correct gas-zuurstofmengsel zal goed ontbranden en mooie vlammen opleveren.

De branderkappen zijn de kappen die gemonteerd worden boven de branders van het toestel. Ze beschermen de branders tegen druipend vet. De openingen aan de zijkanten van de kappen verdelen de warmte over het rooster, zodat het veel sneller en gelijkmatiger opgewarmd wordt.

Sommige delen van het toestel zijn bekleed met een laag gesmolten glas, zogenaamd email. Dit email beschermt het onderliggende metaal tegen corrosie. Email is een kwaliteitsvol materiaal: het is bestand tegen roest, het verzwakt niet onder invloed van hoge temperaturen en het is zeer eenvoudig te onderhouden. Omdat het email minder flexibel is dan het metaal waarop het is aangebracht, kunnen stukjes email loskomen wanneer u het toestel niet correct gebruikt. Om problemen te vermijden, dient u voorzichtig te zijn wanneer u geëmailleerde onderdelen monteert en dient u het email altijd te onderhouden zoals beschreven in deze handleiding.

Opflakkeringen zijn vlammen die plots uit de kuip springen tijdens het grillen. Ze worden meestal veroorzaakt door druipend vet of druipende marinade.

5 HET TOESTEL MONTEREN

5.1 Veiligheidsinstructies

  • Breng geen wijzigingen aan het toestel aan wanneer u deze in elkaar zet. Onderdelen die door de fabrikant werden voorgemonteerd en/of afgedicht, mogen niet worden gewijzigd, want dit is zeer gevaarlijk.
  • Volg de montage-instructies altijd zorgvuldig.
  • De gebruiker is verantwoordelijk voor de correcte montage van het toestel. Schade veroorzaakt door een foutieve montage wordt niet gedekt door de garantie.

5.2 Het toestel monteren

U hebt een kruisschroevendraaier, een platte schroevendraaier en een AA-batterij (elektrische ontsteker) nodig. Er zijn geen batterijen bij het toestel geleverd.

1. Plaats het toestel op een een en schone ondergrond.

2. Monteer het toestel zoals aangegeven in de

montagetekeningen. U vindt deze in het tweede deel van deze handleiding, na de explosietekening van uw toestel Wees voorzichtig bij het monteren van emailonderdelen. Het gereedschap en de schroeven kunnen het email beschadigen. Gebruik de bijgeleverde vezelringen om het email rond de schroeven te beschermen. Het is mogelijk dat de blisterverpakkingen meer schroeven dan nodig bevatten, en dat er dus schroeven overblijven na de montage. Het pakket omvat een noodkit met reserveonderdelen (schroeven, bouten, vezelringen enz.) die u kunt gebruiken als u een onderdeel verloren bent of stukgemaakt hebt.

6 HET TOESTEL VAN GAS VOORZIEN

6.1 Welke gasfles, slang en regelaar?

Voor u het toestel van gas kunt voorzien, moet u eerst een gasfles, een slang en een drukregelaar kopen. In de onderstaande tabel ziet u welke gasfles, slang en regelaar u moet gebruiken. In België (BE) moet u bijvoorbeeld een propaanfles gebruiken met een slang en regelaar voor 37 mbar, of een butaanfles met een slang en regelaar voor 28-30 mbar. Dit toestel is gefabriceerd om gebruikt te worden met butaan of propaanflessen van 4,5 tot 15 kg, voorzien van een gepast reduceerventiel. Wij raden u aan propaan te gebruiken voor het toestel. Propaan levert een kwaliteitsvolle verbranding en is minder vorstgevoelig. De hoogte van de gasfles moet minder dan 70 cm zijn ongeacht de breedte of doorsnede D van de fles. Koop uw drukregelaar en gasfles altijd samen. Niet alle regelaars passen op alle gasflessen. Gebruik enkel een gasslang en ontspanner die in het land van gebruik gehomologeerd zijn.

6.2 Veiligheidsinstructies

  • Sluit de gasfles nooit rechtstreeks aan op het toestel. Monteer altijd eerst een drukregelaar op de gasfles.
  • Pas voorgemonteerde of verzegelde onderdelen van de gasfles, slang of drukregelaar nooit aan.
  • Zorg voor een zo kort mogelijke slang (maximaal 1,5 m) om te verhinderen dat deze over de grond sleept.
  • Vervorm of plooi de gasslang nooit. Controleer of de slang niet gespannen staat of gedraaid is. Laat de slang nooit onderdelen raken die heet kunnen worden.
  • De slang moet vervangen worden indien ze beschadigd is of barsten vertoont, wanneer de nationale voorschriften dit vereisen of volgens haar geldigheid.
  • Zet de gasfles altijd rechtop.
  • Open nooit de gastoevoer
  • Telkens wanneer u wijzigingen aanbrengt aan de gasverbindingen, moet u controleren of er gaslekken zijn. Zie “7 Controleren op gaslekken”.

6.3 De slang aansluiten op het toestel

Frankrijk: Het toestel mag met 2 soorten gasslangen worden gebruikt:

  • Gasslang om op de slangpilaren van het toestel en de drukregelaar te zetten, vastgezet met slangklemmen (overeenkomstig de norm XP D 36-110). Aanbevolen lengte 1,25 m
  • Gasslang (overeenkomstig de norm XP D 36-112) uitgerust met een schroefdraadmoer G ½ om rechstreeks op het toestel vast te schroeven en een schroefdraadmoer M 20 x 1,5 om rechtsreeks op de drukregelaar te schroeven, aanbevolen lengte 1,25 m ES, GB,, IE, PT, BE, FR, LU, IT, CY DK, GR, NO, SE, EE, LT, LV, CZ, PL, MT, HU, SI, SK, NL Land Gasfles, slang en regelaar Propaan, 30 mbar / butaan, 30 mbar Propaan, 37 mbar / butaan, 28-30 mbar20 Overige landen: Het gebruik van een soepele slang geschikt voor butaan- of propaangas is voorgeschreven. De slang mag niet langer dan 1,50 m zijn. Om de gasslang te kunnen aansluiten op het toestel, moet u een koppeling monteren op de gasbuis van het toestel. Het toestel wordt geleverd met twee verschillende koppelingen die bestemd zijn voor gebruik in verschillende landen: Als uw land niet vermeld staat in de tabel, gebruikt u de koppeling die beantwoordt aan de normen die gelden in uw land.

U hebt een moersleutel van 19 mm en een kruisschroevendraaier nodig.

1. Schroef de koppeling op de gasbuis van het toestel (A) en

draai deze vast met een moersleutel van 19 mm (B).

2. Schuif de slang over de koppeling (C) en span de spanring

aan met een kruisschroevendraaier (D).

U hebt een moersleutel van 22 mm en een Engelse sleutel nodig.

1. Schroef de koppeling op de gasbuis van het toestel (A) en

draai deze vast met een moersleutel van 22 mm (B).

2. Schroef de gasslang op de koppeling (C) en draai deze aan

met twee moersleutels. Houd de koppeling vast met een moersleutel van 22 mm en draai terwijl de slang vast met een Engelse sleutel (D).

6.4 De slang en gasfles aansluiten op de

regelaar Afhankelijk van het gebruikte type drukregelaar hebt u een kruisschroevendraaier en/of een Engelse sleutel nodig.

1. Sluit de slang aan op de drukregelaar. Ga als volgt te werk:

  • Als de slang uitgerust is met een spanring, schuift u de slang over de regelaar en spant u de spanring aan met een kruisschroevendraaier (A).
  • Als de slang uitgerust is met een moer, schroeft u de slang op de regelaar en draait u de moer aan met een Engelse sleutel (B).

2. Sluit de drukregelaar aan op de gasfles. Ga als volgt te

  • Als de regelaar uitgerust is met een moer, schroeft u de regelaar rechtsom op de gasfles en draait u de moer aan met een Engelse sleutel (C).
  • Als de regelaar voorzien is van schroefdraad, schroeft u de regelaar linksom op de gasfles (D) Gebruik enkel drukregelaars die aan de EN 16129 voldoen.

1. Draai de gastoever dicht en zet alle regelknoppen op OFF.

lekken. Zie “7 Controleren op gaslekken”. Opgelet, bij het wisselen van de gasfles, moet dit altijd uit de buurt van elke ontstekingsbron uitgevoerd worden.

7 CONTROLEREN OP GASLEKKEN

7.1 Waarom controleren op gaslekken?

Propaan en butaan zijn zwaarder dan lucht. Dit betekent dat deze gassen niet wegdrijven als ze uit het toestel lekken. Met name op windstille dagen kan het gas zich in geval van een gaslek gaan opstapelen in en rond het toestel, en vervolgens ontsteken en ontploen.

7.2 Wanneer controleren op gaslekken?

  • Voor het eerste gebruik of na een lange periode van ongebruik. Controleer of er geen gaslekken zijn als het toestel gemonteerd werd door de leverancier.
  • Telkens wanneer u een gasonderdeel vervangt.
  • Minstens één keer per jaar, bij voorkeur aan het begin van het seizoen.

7.3 Veiligheidsinstructies

  • Plaats het toestel buitenshuis op een goed geventileerde plaats. Zorg ervoor dat er geen vlammen of warmtebronnen in de buurt van het toestel zijn.
  • Gebruik nooit een aansteker of lucifer om te controleren op gaslekken.
  • Rook niet en ontsteek de branders niet wanneer u controleert op gaslekken.

7.4 Welke materialen heb ik nodig?

Om te controleren of er gaslekken zijn, hebt u het volgende nodig:

  • Een testvloeistof. U kunt hiervoor een kant-en-klare lekspray of een mengsel van water (50%) en afwasmiddel (50%) gebruiken.
  • Het lektestgereedschap dat geleverd is bij het toestel. U gebruikt dit gereedschap om de testvloeistof op te zuigen en aan te brengen op de gasonderdelen of gasverbindingen die u wilt controleren.

7.5 Controleren op gaslekken

U kunt controleren of er gaslekken zijn door op alle gasonderdelen en -verbindingen een testvloeistof aan te brengen. Als er grotere bellen gevormd worden op een bepaald onderdeel of een bepaalde verbinding, is er sprake van een gaslek: Ga als volgt te werk om te controleren of er gaslekken zijn:

1. Zet het toestel buitenshuis.

3. Open het deksel en zet alle regelknoppen op OFF.

4. Zet de gastoevoer iets open. Draai hiervoor slechts één keer

aan het ventiel van de gasfles.

5. Zuig wat testvloeistof op met het lektestgereedschap en

breng het aan op de zone die u wilt controleren. De volgende onderdelen moeten gecontroleerd worden:

  • De verbindingen tussen de gasfles en de drukregelaar en tussen de drukregelaar en de slang (C)
  • De verbinding tussen de slang en het toestel (D) De drukregelaar en koppeling van uw toestel kunnen verschillen van de voorbeelden op de afbeeldingen.

6. Ga als volgt te werk:

  • Als u een lek vaststelt, volgt u de instructies onder “ In geval van een gaslek”.
  • Als er geen lekken zijn, draait u de gastoevoer dicht, spoelt u alle onderdelen grondig met water en droogt u deze goed af.22

7.6 In geval van een gaslek

1. Draai de gastoevoer dicht en ga als volgt te werk:

  • Als u een lek vastgesteld hebt aan een van de verbindingen, draait u de betreende verbinding vast.
  • Als u een lek vastgesteld hebt aan de gasfles of slang, vervangt u de gasfles of slang.

2. Controleer de verbinding of het onderdeel waar u het lek

hebt vastgesteld opnieuw.

3. Als het lek niet hersteld is, neemt u contact op met een

Barbecook-verdeler. Gebruik het toestel pas opnieuw als het lek hersteld is. Raadpleeg www.barbecook.com voor een lijst met Barbecook-verdelers bij u in de buurt.

8.1 Voor elk gebruik

Telkens als u het toestel gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat:

  • Het toestel op een geschikte plaats opgesteld is. Zie “3.3 Een geschikte locatie kiezen”.
  • De gasslang niet over de grond sleept en niet in aanraking kan komen met een heet oppervlak of druipend vet.
  • De kuip schoongemaakt is. Het is aan te bevelen de kuip na elk gebruik te reinigen. Zie “11.2 De kuip reinigen”.
  • De branders en venturibuizen niet verstopt zijn door insectennesten of spinnenwebben. Zie “11.3 De branders en venturibuizen schoonmaken”.
  • De branders correct gemonteerd zijn. De venturibuizen moeten boven de openingen van de gasventielen geplaatst zijn. Als u er absoluut zeker van wilt zijn dat de gasverbindingen in orde zijn, kunt u het toestel voor elk gebruik op gaslekken controleren. Zie “7 Controleren op gaslekken”.

8.2 Voor het eerste gebruik (of na een

lange periode van ongebruik) Als u het toestel voor het eerst of na een lange periode van ongebruik opnieuw gebruikt, moet u enkele extra controles uitvoeren:

  • Zorg ervoor dat u alle instructies in deze handleiding gelezen, begrepen en gecontroleerd hebt (alleen voor het eerste gebruik).
  • Controleer het toestel op gaslekken. Zie “7 Controleren op gaslekken”. Controleer of er geen gaslekken zijn als het toestel gemonteerd werd door de leverancier.
  • Maak de branders en de venturibuizen schoon (alleen na een lange periode van ongebruik). Zie “11.3 De branders en venturibuizen schoonmaken”.
  • Laat het toestel inbranden voor u er voedsel op legt (alleen voor het eerste gebruik). Zie “8.3 Het toestel inbranden”.

8.3 Het toestel inbranden

Door het toestel voor het eerste gebruik in te branden, verwijdert u achtergebleven fabricagevetten. Ga als volgt te werk:

1. Ontsteek de hoofdbranders en zet de regelknoppen op

HIGH. Zie “9.2 De hoofdbranders ontsteken”.

2. Sluit het deksel en laat het toestel gedurende 15 minuten

branden. Plaats nog geen voedsel op het rooster.

3. Na 15 minuten opent u het deksel en laat u het toestel nog 5

minuten branden (regelknoppen nog steeds op HIGH).

4. Na deze 5 minuten is het toestel klaar voor gebruik en kunt

u voedsel op het rooster leggen.

9 DE BRANDERS ONTSTEKEN

Om de branders te ontsteken met de elektrische ontsteker, moet u een AA-batterij in de ontsteker plaatsen. Deze batterij is niet bij het toestel geleverd. Het batterijvak van de ontsteker vindt u terug op het bedieningspaneel van het toestel.

9.1 Veiligheidsinstructies

  • Voor u het toestel ontsteekt, voert u alle controles uit die vermeld worden onder “8 Het toestel klaarmaken voor gebruik”.
  • Zorg ervoor dat het deksel altijd geopend is wanneer u een brander ontsteekt.
  • Buig u nooit rechtstreeks over een brander wanneer u deze ontsteekt.

9.2 De hoofdbranders ontsteken

1. Open het deksel en zet de regelknoppen van de

hoofdbranders op OFF.

2. Als er nog geen andere brander ontstoken is, opent u de

gastoevoer en wacht u tien seconden zodat het gas zich kan stabiliseren.

3. Druk op de ontsteker tot u vonken hoort.

4. Blijf de ontsteker indrukken en zet de regelknop van de

middelste brander op HIGH. Ontsteek altijd eerst de middelste brander. Probeer nooit om alle hoofdbranders tegelijk te ontsteken.

5. Als de brander na drie pogingen nog niet ontstoken is, zet

u de regelknop ervan op OFF, draait u de gastoevoer dicht en wacht u 5 minuten om het opgestapelde gas te laten ontsnappen.

6. Probeer de brander opnieuw te ontsteken. Als dit nog

steeds niet lukt, probeert u de brander met een lucifer te ontsteken of raadpleegt u “14 Problemen oplossen” om de oorzaak van het probleem te achterhalen.

7. Als één brander ontstoken is, ontsteekt u de andere

branders door de regelknoppen ervan op HIGH te zetten.

9.2.2 een luCifer geBruiKen

1. Plaats een lucifer in de luciferhouder.23

2. Open het deksel en zet de regelknoppen van de

hoofdbranders op OFF.

3. Als er nog geen andere brander ontstoken is, opent u de

gastoevoer en wacht u tien seconden zodat het gas zich kan stabiliseren.

4. Strijk de lucifer aan en houd deze ongeveer 13 mm van de

5. Zet de regelknop van één brander op HIGH.

Ontsteek om te beginnen altijd eerst één hoofdbrander. Ontsteek nooit alle hoofdbranders tegelijk.

6. Als de brander niet binnen 5 seconden ontsteekt, zet u

de regelknop ervan op OFF, draait u de gastoevoer dicht en wacht u 5 minuten om het opgestapelde gas te laten ontsnappen.

7. Probeer de brander opnieuw te ontsteken. Als dit nog

steeds niet lukt, raadpleegt u “14 Problemen oplossen” om de oorzaak van het probleem te achterhalen.

8. Als één brander ontstoken is, ontsteekt u de andere

branders door de regelknoppen ervan op HIGH te zetten.

9.3 De zijbrander ontsteken

De zijbrander kan enkel poten dragen met een maximum gewicht van 9 kg, een maximum diameter van 220 mm en een minimum diameter van 120 mm.

9.3.1 de ontsteKer geBruiKen

1. Open het deksel en zet de regelknop van de zijbrander op

2. Als er nog geen andere brander ontstoken is, opent u de

gastoevoer en wacht u tien seconden zodat het gas zich kan stabiliseren.

3. Druk op de ontsteker tot u vonken hoort.

4. Blijf de ontsteker indrukken en zet de regelknop van de

5. Als de brander na drie pogingen nog niet ontstoken is, zet

u de regelknop ervan op OFF, draait u de gastoevoer dicht en wacht u 5 minuten om het opgestapelde gas te laten ontsnappen.

6. Probeer de zijbrander opnieuw te ontsteken. Als dit nog

steeds niet lukt, probeert u de brander met een lucifer te ontsteken of raadpleegt u “14 Problemen oplossen” om de oorzaak van het probleem te achterhalen.

9.3.2 een luCifer geBruiKen

1. Plaats een lucifer in de luciferhouder.

2. Open het deksel en zet de regelknop van de zijbrander op

3. Als er nog geen andere brander ontstoken is, opent u de

gastoevoer en wacht u tien seconden zodat het gas zich kan stabiliseren.

4. Strijk de lucifer aan en houd deze ongeveer 13 mm van de

zijbrander verwijderd.

5. Zet de regelknop van de zijbrander op HIGH.

6. Als de zijbrander niet binnen 5 seconden ontsteekt, zet u

de egelknop ervan op OFF, draait u de gastoevoer dicht en wacht u 5 minuten om het opgestapelde gas te laten ontsnappen.

7. Probeer de zijbrander opnieuw te ontsteken. Als dit nog

steeds niet lukt, raadpleegt u “14 Problemen oplossen” om de oorzaak van het probleem te achterhalen.

9.4 De branders uitschakelen

Als u de branders niet langer gebruikt, moet u deze uitschakelen. Ga als volgt te werk:

1. Draai de gastoevoer dicht.

2. Zet de regelknoppen van de branders op OFF.

Door eerst de gastoevoer dicht te draaien, zorgt u ervoor dat er geen gas meer aanwezig is in het toestel.

9.5 De branders opnieuw ontsteken

Als een brander tijdens het gebruik dooft, gaat u als volgt te werk:

1. Open het deksel en draai de gastoevoer dicht.

2. Zet alle regelknoppen op OFF en wacht 5 minuten om het

opgestapelde gas te laten ontsnappen.

3. Ontsteek de brander(s) opnieuw.

9.6 De vlammen controleren

Telkens als u een brander ontsteekt, moet u de vlammen ervan controleren. Een perfect vlam is nagenoeg volledig blauw, met een klein stukje geel aan de bovenkant. Sporadische gele vlammen zijn normaal en niet gevaarlijk. Als er een probleem is met de vlammen, onderneemt u een van de volgende acties om dit op te lossen:24

10.1 Het toestel verwarmen

Door het toestel voor te verwarmen, zorgt u ervoor dat het rooster warm genoeg is als u het voedsel erop legt. Ga als volgt te werk:

1. Ontsteek de brander(s) en zet de regelknop(pen) op HIGH.

2. Sluit het deksel en laat het toestel gedurende tien minuten

3. Open na deze tien minuten het deksel en leg het voedsel op

4. Als u nu minder warmte wilt, zet u de regelknop(pen) op een

10.2 Voorkomen dat voedsel aankleeft

Houd rekening met het volgende om te voorkomen dat voedsel aan het rooster kleeft:

  • Smeer met behulp van een borstel wat olie op het voedsel voor u het op het rooster plaatst . U kunt ook het rooster zelf insmeren.
  • Verwarm het toestel voor. Hoe warmer het rooster wanneer u het voedsel erop plaatst, hoe kleiner de kans dat het voedsel zal aankleven.
  • Draai het voedsel niet te snel om. Laat het eerst goed warm worden.

10.3 Rechstreeks en onrechtstreeks

grillen Afhankelijk van het type voedsel dat u wilt bereiden en de manier waarop u dat wilt doen, kunt u rechtstreeks of onrechtstreeks gaan grillen: Wanneer u met een gesloten deksel grilt, dient u steeds de dekselthermometer in de gaten te houden om er zeker van te zijn dat het toestel niet te heet wordt. Zie “10.5 De temperatuur controleren”.

10.4 Grillen met gesloten deksel

Grillen met een gesloten deksel levert een aantal voordelen op:

  • De temperatuur van het rooster is hoger en blijft constanter.
  • Het voedsel moet minder lang garen en blijft sappiger.
  • Er zijn minder opflakkeringen en het gasverbruik ligt lager. Wanneer u met een gesloten deksel grilt, dient u steeds de dekselthermometer in de gaten te houden om er zeker van te zijn dat het toestel niet te heet wordt. Zie “10.5 De temperatuur controleren”.

10.5 De temperatuur controleren

Het toestel is uitgerust met krachtige branders, wat betekent dat u deze snel kunt opwarmen en u de temperatuur constant kunt houden. Als u echter grilt met een gesloten deksel, moet u ervoor zorgen dat het toestel niet te heet wordt. Controleer dus regelmatig de dekselthermometer en neem de volgende richtlijnen in acht:

  • Een normale gaartemperatuur bedraagt ongeveer 210 °C. Bij een hogere temperatuur kunnen druipend en aangekoekt vet echter ontbranden.
  • De temperatuur mag nooit langer dan vijf minuten hoger zijn dan 300 °C. Is dit wel het geval, dan kan het toestel beschadigd en vervormd raken. Als het toestel te heet wordt, laat u deze afkoelen door het deksel te openen en een lagere stand te kiezen voor de branders.

10.6 De warmtezones benutten

Wanneer alle branders ontstoken zijn, verspreiden de branderkappen de warmte zo gelijkmatig mogelijk over het rooster. Niettegenstaande deze gelijkmatige verwarming, zijn sommige zones toch warmer dan andere. U kunt deze warmtezones benutten om uw voedsel perfect te gaan grillen: Gebruik Plaats het voedsel naast een ontstoken brander, kies een gemiddelde/lage stand voor de brander en sluit het deksel. Rechstreeks Vlees en groenten dichtschroeien Dichtgeschroeid vlees verder garen Onrechstreeks Beschrijving Plaats het voedsel rechtstreeks boven een ontstoken brander, kies een hoge stand voor de brander en laat het deksel open. Methode Gebruiken voor... Warmer Voor Grillen van delicaat voedsel (garnalen, vis enz.) Bereiden van voedsel dat een tijdje moet garen (bv. worst, kippenbillen enz.) Midden Warm Warm Zone Warmst Achter Vlees en groenten dichtschroeien LOW HIGH De vlammen zijn... Ga als volgt te werk... Laag en volledig geel Hoger dan de kuip

1. Draai onmiddellijk de

gastoever dicht en zet alle regelknoppen op OFF.

2. Raadpleeg “14 Problemen

oplossen” om de oorzaak van het probleem te achterhalen. Waarschijnlijk zijn de venturibuizen geblokkeerd.

1. Draai onmiddellijk de

gastoever dicht en zet alle regelknoppen op OFF.

2. Wacht gedurende 5 minuten

om eventueel opgestapeld gas te laten ontsnappen.

4. Als het probleem niet opgelost

raakt, raadpleegt u “14 Problemen oplossen” om de oorzaak ervan te achterhalen.25 U kunt ook warmtezones creëren door te spelen met de kracht van de branders. U kunt bijvoorbeeld een brander op een lagere stand zetten en de zone boven die brander gebruiken voor delicaat voedsel of voedsel dat een tijdje moet garen.

10.7 Opflakkeringen vermijden

Tijdens het grillen kunnen er opflakkeringen voorkomen. Dit is normaal. Te veel opflakkeringen verhogen echter de temperatuur in het toestel en kunnen opgehoopt vet doen ontbranden. Opflakkeringen vermijden:

  • Zorg ervoor dat de kuip schoon is wanneer u begint te grillen. Het is aan te bevelen de kuip na elk gebruik te reinigen. Zie “11.2 De kuip reinigen”.
  • Controleer regelmatig of de vetafvoeropening vrij is en of de vetdruipschaal of -kop nog niet vol is.
  • Snijd bij het grillen van vet vlees overtollig vet weg, sluit het deksel en zet de branders op een gemiddelde of lage stand.

11 HET TOESTEL ONDERHOUDEN

11.1 Het rooster reinigen

Het is aan te bevelen het rooster na elk gebruik te reinigen met een Barbecook cleaner. U kunt het rooster ook reinigen met een zacht reinigingsmiddel of met natriumbicarbonaat. Gebruik nooit ovenreinigers om het rooster te reinigen.

11.2 De kuip reinigen

Het is aan te bevelen de kuip na elk gebruik te reinigen met een Barbecook cleaner. Gebruik deze op dezelfde manier als voor het rooster.

Spinnen en insecten kunnen webben en nesten maken in de branders en venturibuizen, waardoor de gastoevoer naar de branders geblokkeerd kan raken. Gevolg:

  • U kunt de branders niet ontsteken. Als u er toch in slaagt ze te ontsteken, worden er alleen rokerige, gele vlammen geproduceerd.
  • Het gas kan ontbranden buiten de venturibuizen, ter hoogte van de regelknoppen. Deze vlammen worden flashbacks genoemd en kunnen ernstige verwondingen en materiaalschade veroorzaken. Schade als gevolg van geblokkeerde branders en venturibuizen wordt beschouwd als gebrekkig onderhoud en is niet gedekt door de garantie.

11.3.2 WAnneer de BrAnders en venturiBuizen

sChoonmAKen Maak de branders en venturibuizen van het toestel op de volgende momenten schoon:

  • Voor het eerste gebruik na een lange periode van ongebruik.
  • Minstens twee keer per jaar, waarvan één keer aan het begin van het seizoen.

venturiBuizen sChoonmAKen

1. Verwijder de branders van het toestel zoals aangegeven op

de afbeeldingen. Als u merkt dat een brander beschadigd is, moet u deze vervangen.

2. Maak de branders en venturibuizen schoon met een

kleine borstel of een zelfgemaakte buizenreiniger (een opengeplooide paperclip, buizenborstel enz.).

3. Plaats de branders terug. Zorg ervoor dat de venturibuizen

boven de openingen van de gasventielen geplaatst zijn.

11.4 Geëmailleerde, roestvaststalen,

verchroomde en gepoederlakte onderdelen onderhouden Het toestel bestaat uit geëmailleerde, roestvaststalen, verchroomde en gepoederlakte onderdelen. Elk materiaal moet op een specifieke wijze worden onderhouden:

Materiaal Onderhoud van dit materiaal Roestvast staal en chroom Email

  • Gebruik geen agressieve, schurende of metaalreinigingsmiddelen.
  • Gebruik niet-agressieve reinigingsmiddelen en laat ze inwerken op het staal.
  • Gebruik een zachte spons of doek.
  • Spoel het toestel na het reinigen grondig en laat het toestel zeer goed drogen voor u deze opbergt.
  • Gebruik geen scherpe voorwerpen en stoot het toestel niet tegen een hard oppervlak.
  • Vermijd contact met koude vloeistoen terwijl het toestel nog heet is.
  • Metalen sponsjes en schurende reinigingsmiddelen kunnen worden gebruikt. Gepoederlakt • Gebruik geen scherpe voorwerpen. Gebruik niet- agressieve reinigingsmiddelen en een zachte spons of doek.
  • Spoel het toestel na het reinigen grondig en laat het toestel zeer goed drogen voor u deze opbergt.26 Om roestvorming op onderdelen uit roestvast staal te voorkomen, vermijdt u best ieder contact met chloor, zout of ijzer. Wij raden u aan het toestel niet te gebruiken in kuststreken, nabij spoorwegen of in de buurt van een zwembad. Schade wegens het niet opvolgen van deze instructies wordt beschouwd als gebrekkig onderhoud en is niet gedekt door de garantie. Onder de explosietekening van uw toestel (tweede deel van de handleiding) vindt u een lijst van alle onderdelen waaruit het toestel is samengesteld. Deze lijst omvat een symbool dat het materiaal van elk onderdeel aangeeft, zodat u kunt nagaan hoe u een bepaald onderdeel dient te onderhouden. In de onderdelenlijst worden de volgende symbolen gebruikt:

11.5 Het toestel opbergen

Als u het toestel gedurende een lange periode niet zult gebruiken, bewaart u deze op een droge plaats. Voor u het toestel opbergt:

  • Koppel de gasfles los. Bewaar het toestel nooit binnenshuis (zelfs niet in een garage of schuur) als deze nog aangesloten is op de gasfles.
  • Maak de branders en de roosters schoon, wrijf ze in met olie en wikkel ze in papier.
  • Bedek uw apparaat met een Barbecook-hoes. Registreer uw toestel op www.barbecook.com om na te gaan welke hoes u nodig hebt.

11.6 Gasflessen bewaren

Deze instructies zijn zowel voor lege als volle gasflessen van toepassing.

  • Bewaar gasflessen altijd buitenshuis in een goed geventileerde ruimte. Zorg ervoor dat de flessen niet blootgesteld worden aan hoge temperaturen of direct zonlicht.
  • Bewaar een gasfles nooit op een plaats waar het erg warm kan worden (in een auto, op een boot enz.).
  • Bewaar uw gasfles of reservegasfles nooit in de kast van het toestel.
  • Bewaar uw reservegasfles nooit in de buurt van een toestel op gas dat in gebruik is.
  • Bewaar gasflessen altijd buiten het bereik van kinderen.

Onderdelen die blootstaan aan vuur of intense hitte moeten van tijd tot tijd worden vervangen. Reserveonderdelen bestellen:

1. Zoek het referentienummer op van het gewenste onderdeel.

U vindt een lijst met alle referentienummers onder de explosietekeningen in het tweede deel van deze handleiding en op www.barbecook.com. Als u uw toestel online hebt geregistreerd, verschijnt automatisch de correcte lijst in uw MyBarbecook account. U hebt daar de mogelijkheid om wisselstukken online te bestellen

2. Bestel het reserveonderdeel via www.barbecook.com of bij

uw verkoper. Onderdelen onder garantie kunnen enkel via uw verkoper besteld worden. 12 GARANTIE

Uw toestel heeft een garantie van twee jaar vanaf de aankoopdatum. Deze garantie dekt alle fabricagefouten op voorwaarde dat:

  • U uw toestel hebt gebruikt, gemonteerd en onderhouden overeenkomstig de instructies in deze handleiding. Schade ten gevolge van misbruik, verkeerde montage of foutief onderhoud wordt niet als een fabricagefout beschouwd.
  • U het aankoopbewijs en het unieke serienummer van uw toestel kunt overhandigen. Dit serienummer begint met een G, gevolg door 15 cijfers. U vindt dit:
  • Op deze handleiding en op het startpakket dat bij de handleiding is gevoegd.
  • Op de verpakking van het toestel.
  • Aan de binnenzijde van het onderste voorpaneel
  • De Barbecook-kwaliteitsafdeling gaat na of de onderdelen defect zijn en of het defect zich heeft voorgedaan bij normaal gebruik, correcte montage en juist onderhoud. Als aan een van deze voorwaarden niet is voldaan, kunt u niet van de garantie genieten. In elk geval blijft de garantie beperkt tot het herstellen of vervangen van de defecte onderdelen.

De volgende schade en gebreken worden niet door de garantie gedekt:

  • Normale slijtage (roestvorming, vervorming, verkleuring enz.) van onderdelen die rechtstreeks blootstaan aan vuur of intense hitte. Deze onderdelen moeten van tijd tot tijd worden vervangen.
  • Visuele onregelmatigheden die inherent zijn aan het fabricageproces. Deze onregelmatigheden worden niet als fabricagefouten beschouwd.
  • Alle schade veroorzaakt door gebrekkig onderhoud, foutieve opberging, verkeerde montage of wijzigingen aan voorgemonteerde onderdelen.
  • Alle schade ten gevolge van misbruik van het toestel (niet gebruikt volgens de instructies in deze handleiding, gebruikt voor commerciële doeleinden enz.).
  • Alle gevolgschade wegens nalatigheid of niet- voorgeschreven gebruik van het toestel.
  • Roest of verkleuring ten gevolge van externe invloeden, gebruik van agressieve reinigingsmiddelen, blootstelling aan chloor enz. Deze schade wordt niet als een fabricagefout beschouwd. Symbool Materiaal Email Roestvast staal Chroom Gepoederlakt27 13 TECHNISCHE GEGEVENS

Op het typelabel staan alle technische gegevens van het toestel vermeld. U vindt dit:

  • In het tweede deel van deze handleiding.
  • Aan de binnenzijde van het onderste voorpaneel.

13.2 Diameters van de injectoren

  • Zijbrander: 0.75 14 PROBLEMEN OPLOSSEN Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen
  • Gastoevoer niet geopend
  • Venturibuizen niet boven openingen van gasventielen geplaatst
  • Branderopeningen geblokkeerd
  • Drukregelaar niet correct aangesloten op fles en/of slang Sommige warmteverschillen zijn normaal; zie “1. 7 De warmte optimaal gebruik en” en “10.6 De warmtezones benutten”. Mogelijke oorzaken voor aanzienlijke warmteverschillen:
  • Toestel niet voorverwarmd
  • Vetafvoeropening geblokkeerd, vet in kuip en/ of op branders
  • Temperatuur te hoog Onvoldoende warmte Warmt e niet gelijkmatig verspreid over roosteroppervlak Te warm en/of opflakkeringen
  • Venturibuizen boven openingen van gasventielen plaatsen
  • Drukregelaar opnieuw aansluiten op fles en/of slang
  • Toestel voorverwarmen
  • Overtollig vet wegsnijden of een lage stand kiezen voor de branders
  • Vetafvoeropening, kuip en branders schoonmaken
  • Een lagere stand kiezen voor de branders en/of voedsel onrechtstreeks grillen
  • Branders of venturibuizen geblokkeerd
  • Vet in kuip en/of op branders Flashbacks (vlammen buiten venturibuiz en / bij regelknoppen) Vlammen hoger dan rand van kuip
  • Draai de gastoevoer dicht en zet de branders op OFF.
  • Laat het toestel afkoelen.
  • Branders en venturibuizen schoonmaken.
  • Toestel met achterkant naar de wind richten
  • Kuip en branders schoonmaken
  • Branders of venturibuizen geblokkeerd
  • Toestel aangesloten op butaan
  • Brander geblokkeerd, doorboord of verroest Gele vlammen Onvolledige vlam
  • Toestel aansluiten op propaan en een geschikte drukregelaar gebruiken
  • Brander of venturibuis geblokkeerd
  • Geen gastoevoer Brander fluit wanneer ingesteld op LOW

ander ontsteken lukt niet (noch met ontsteker, noch met lucifer)

  • Gastoevoer opendraaien en op veiligheidsknop op drukregelaar drukken (niet aanwezig op alle regelaars)28 Probleem Mogelijke oorzaken Oplossingen
  • Geen batterij geplaatst of batterij niet correct geplaatst
  • Middelste brander niet eerst ontstoken
  • Ontstekerbekabeling niet correct aangesloten
  • Elektrode beschadigd
  • Geen batterij geplaatst of batterij niet correct geplaatst
  • Ontstekerknop niet correct gemonteerd
  • Brander en elektrode te ver uit elkaar Brander ontsteken lukt niet met ontst eker Geen vonken of geluid bij indrukken van ontsteker Vonken zichtbaar, maar niet op alle elektrodes en/of niet krachtig genoeg Vonken zichtbaar die niet aan de branders ontspringen Alleen geluid (geen vonken) bij indrukken ontsteker
  • Batterij (opnieuw) plaatsen met de polen correct georiënteerd
  • De middelste brander eerst ontsteken
  • Alle ontstekeraansluitingen controleren en opnieuw uitvoeren
  • Elektrodes, branders en ontsteker controleren en opnieuw monteren
  • Batterij (opnieuw) plaatsen met de polen correct georiënteerd
  • Ontstekerknop opnieuw monteren
  • Vonkgenerator vervangen
  • Vonkgenerator en elektrodes opnieuw aansluiten
  • Elektrodes drogen met keukenpapier of elektrodes vervangen
  • Bekabeling vervangen
  • Vonkgenerator en elektrodes opnieuw aansluiten

13.2 Diameters van de injectoren

  • Nomainiet gāzes balonu
  • Nomainiet gāzes balonu
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BARBECOOK

Model : Spring 3212

Categorie : Barbecue