AMD50E - Airconditioning DURACRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis AMD50E DURACRAFT in PDF-formaat.

📄 86 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice DURACRAFT AMD50E - page 17
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DURACRAFT

Model : AMD50E

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AMD50E - DURACRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AMD50E van het merk DURACRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING AMD50E DURACRAFT

Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engine17 NEDERLANDS BELANGRIJKE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Lees voor ingebruikname van het airconditioningstoestel alle instructies door. Bewaar de gebruikshandleiding voor latere referentie.

1. Gebruik het toestel niet zonder toezicht in de buurt van kinderen.

2. Gebruik het airconditioningstoestel niet buiten.

3. Plaats het airconditioningstoestel rechtop op een effen, stabiel oppervlak. Zorg

ervoor dat het toestel stevig staat, zodat het niet kan omvallen of ergens vanaf kan vallen. Water kan meubels en vloeroppervlakken beschadigen.

4. Rol de kabel helemaal af. Een niet volledig afgerolde kabel kan tot oververhitting

leiden en brand veroorzaken.

5. Gebruik geen verlengsnoer of traploze snelheidsregelaar. Dit kan tot

oververhitting, brandgevaar of een elektrische schok leiden.

6. Sluit het airconditioningstoestel alleen aan op een eenfasige contactdoos met

randaarde met de op het typeplaatje aangegeven netspanning.

7. Schakel het toestel uit en trek altijd de netstekker uit de contactdoos als het

toestel niet wordt gebruikt of als het wordt verplaatst, aangeraakt of gereinigd. Trek niet aan de netkabel als u het toestel loskoppelt van het lichtnet.

8. Richt de luchtuitlaatopening (2) niet direct op mensen, muren, planten of

9. Het airconditioningstoestel werkt optimaal bij een kamertemperatuur tot 35°C.

10. Gebruik het toestel niet in de buurt van licht ontvlambare gassen of stoffen, in

de buurt van open vuur of op plaatsen waar olie- of waterspetters kunnen voorko- men. Spuit geen insectenverdelgingsmiddelen of soortgelijke middelen op het toes- tel. Zorg ervoor dat het airconditioningstoestel niet wordt blootgesteld aan direct zonlicht. Gebruik het toestel niet in een kas, in de bijkeuken of in de buurt van een bad, douche of zwembad.

11. Het airconditioningstoestel mag alleen voor privé-gebruik binnenshuis worden

gebruikt conform de instructies in deze gebruikshandleiding en is niet geschikt voor commercieel gebruik.

12. Zorg ervoor dat de luchtinlaat- (7) en -uitlaatopeningen (2) open zijn, voordat u

het toestel in gebruik neemt. Het airconditioningstoestel mag niet achter gordijnen of andere voorwerpen of obstakels worden geplaatst die de luchtcirculatie negatief kunnen beïnvloeden. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de luchtinlaat- (7) en -uitlaatopening (2) kunnen komen. Dit kan tot oververhitting, brandgevaar of een elektrische schok leiden.

13. Verwijder de watertank (5) niet als het toestel in gebruik is.

14. Trek de netstekker niet uit de contactdoos als het toestel in bedrijf is. Stel de

bedrijfstoets (15) eerst in op UIT (Off).

15. Wacht 3 - 5 minuten nadat u het airconditioningstoestel hebt uitgeschakeld,

voordat u het weer in gebruik neemt, omdat anders de compressor kan worden beschadigd.

16. Dompel het toestel niet onder in water of andere vloeistoffen en giet geen water

of andere vloeistoffen over het apparaat of in de luchtinlaat- (7) en –uitlaatopeningen (2).

17. Reinig het airconditioningstoestel regelmatig en volg hierbij de

reinigingsinstructies.

18. Wanneer u de luchtfilter (9) uit het toestel verwijdert, dient u ervoor te zorgen

dat u geen metalen onderdelen aanraakt. Deze zijn scherp en kunnen verwondingen veroorzaken. Neem het airconditioningstoestel niet in gebruik als de luchtfilter (9) en het luchtinlaatrooster (8) niet zijn geïnstalleerd.

19. Wanneer de netkabel van het toestel beschadigd is, dient het door een door de

fabrikant goedgekeurd servicebedrijf te worden gerepareerd, omdat hiervoor speciaal gereedschap nodig is.

20. Transporteer het toestel altijd in staande positie. Wanneer dit niet mogelijk is,

legt u het toestel op de zijkant en zet u het op de plaats van bestemming direct weer rechtop neer. Wacht na elk transport minimaal 4 uur, voordat u het toestel weer in gebruik neemt.

21. Neem dit airconditioningstoestel niet in gebruik als het is beschadigd,

beschadigingen vertoont of niet goed werkt. Trek de netstekker uit de contactdoos. CONSTRUCTIE

3. Luchtuitlaatrooster verticaal en horizontaal

6. Veiligheidsafdekking met vlotter

7. Luchtinlaatopening

8. Luchtinlaatrooster

10. Netkabel met netstekker

15. Bedrijfstoets “ON/OFF“

19. Toets voor ventilatorstand “FAN“

26. Toets voor nachtstand “SLEEP“

28. Wandadapter en afdekking voor afzuigslang

32. Opening voor waterslang

EERSTE INGEBRUIKNAME

1. Lees voor ingebruikname van het airconditioningstoestel alle instructies door.

2. Pak het toestel en de netkabel uit, verwijder het verpakkingsmateriaal en verwijder

het volgens de milieurichtlijnen.

3. Plaats het airconditioningstoestel op een effen, stabiel oppervlak. Water kan

meubels en vloeroppervlakken beschadigen. Zorg ervoor dat het toestel stevig staat, zodat het niet kan omvallen of ergens vanaf kan vallen. U dient een veiligheidsaf- stand van minimaal 50 cm ten opzichte van andere voorwerpen aan te houden (afb. 1). Zorg ervoor dat voor de bedrijfsmodus KOELEN de afzuigslang (11) vast gemonteerd is en naar buiten is geleid. WATER AFVOEREN Met het airconditioningstoestel kunt u water op twee manieren afvoeren: Watertank 5 liter

1. Als de watertank (5) vol is, wordt de ontvochtiging automatisch onderbroken.

De ventilator blijft echter nog gedurende ca. 2 minuten in bedrijf. Op de LED-display verschijnt “PI”, er wordt een alarmsignaal afgegeven en de watertank-LED (16) knippert voortdurend.

2. Wacht ca. 30 minuten, voordat u de watertank (5) uit de watertankhouder

verwijdert, zodat het resterende water kan uitdruppen.

3. Trek de watertank (5) voorzichtig uit het apparaat en verwijder het water.

4. Schuif de watertank (5) terug in de oorspronkelijke positie. Zorg ervoor dat de

watertank volledig terug wordt geschoven. De watertank-LED (16) gaat uit.

5. Als de LED (16) niet uitgaat, trekt u de watertank (5) weer uit het apparaat.

6. Controleer of de veiligheidsafdekking met vlotter (6) op de juiste manier is

7. De veiligheidsafdekking met vlotter (6) mag niet worden verwijderd, omdat

anders de automatische onderbreking van de ontvochtiging in de bedrijfsmodi “KOELEN” en “ONTVOCHTIGEN” niet kan worden gewaarborgd. Overlopend water kan voorwerpen en vloeren beschadigen of een elektrische schok veroorzaken.

8. Plaats de watertank (5) opnieuw terug zoals beschreven onder punt 4.

9. Het airconditioningstoestel begint na het terugplaatsen van de watertank na ca. 3

minuten automatisch weer te werken. Externe waterafvoer via een waterslang Wanneer u een externe waterafvoer wilt installeren, gaat u als volgt te werk:

1. Zorg ervoor dat het toestel uitgeschakeld is. Trek de netstekker uit de

contactdoos. Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engine2. Verwijder de gummistop (31) uit de watertank (5).

3. Sluit een waterslang met een binnendiameter van 12 mm vast aan op de opening

(32) in de watertank. Een dergelijke slang is in de winkel verkrijgbaar. Schuif de watertank (5) volledig in het apparaat en plaats de waterslang in een extern reservoir (bijvoorbeeld een emmer).

4. Zorg ervoor dat de waterslang steeds lager ligt dan de slangaansluiting op het

apparaat, zodat het water uit de slang ongehinderd en veilig kan worden afgevoerd.

5. Controleer regelmatig of de waterslang nog goed is aangesloten en of de slang

wellicht geknikt of verstopt is. Leeg het externe reservoir regelmatig. Overlopend water kan voorwerpen en vloeren beschadigen of een elektrische schok veroorzaken.

MONTAGE VAN DE AFZUIGSLANG

(Bedrijfsmodus KOELEN) U kunt de afzuigslang op twee manieren op het airconditioningstoestel aansluiten. De afzuigslang kan tot een lengte van ca. 45 – 180 cm worden uitgetrokken. Voor een optimale prestatie dient de lengte echter tot een minimum te worden beperkt. BELANGRIJK: U mag de afzuigslang niet verrekken of knikken (afb. 6). Incidentele montage

1. Sluit de afzuigslang (11) op de installatie aan de afzuigopening (13) op de

achterkant van het airconditioningstoestel aan. Druk de slang vervolgens naar beneden, totdat hij helemaal op de afzuigopening (13) zit. Laat de piepschuimring en zwarte gummidichting in de afzuigslang (11) zitten, zodat hij goed afsluit.

2. Zorg ervoor dat het verloopstuk (12) veilig aan het andere uiteinde van de

afzuigslang (11) is gemonteerd.

3. Geleid de afzuigslang (11) met gemonteerd verloopstuk (12) door een geopend

raam naar buiten. Zorg ervoor dat de afzuigslang (11) en het verloopstuk (12) op een hoogte van min. 30 cm tot max. 120 cm, gemeten vanaf de grond waarop het toestel staat, liggen. (Afb. 4+5).

4. Als u het airconditioningstoestel niet wilt gebruiken, haalt u de afzuigslang weer

naar binnen. Permanente montage

1. Sluit de afzuigslang (11) op de installatie aan de afzuigopening (13) op de

achterkant van het airconditioningstoestel aan. Druk de slang vervolgens naar beneden, totdat hij helemaal op de afzuigopening (13) zit. Laat de piepschuimring en zwarte gummidichting in de afzuigslang (11) zitten, zodat hij goed afsluit.

2. Boor een gat door de buitenwand met een diameter van 140 - 145 mm. Zorg

ervoor dat het gat op een hoogte van min. 30 cm tot max. 120 cm, gemeten vanaf de grond waarop het toestel staat, ligt (afb. 5).

3. Schuif de adapter (28) in het gat en bevestig hem veilig met de vier bijgeleverde

5. Als u het airconditioningstoestel niet wilt gebruiken, trekt u de afzuigslang (11) uit

de adapter (28) en sluit u de adapter met de kap (28) af. RAAMMONTAGERAIL De raammontagerail kan in de meeste schuiframen horizontaal of verticaal worden geplaatst. Zie afb. 7 voor minimale en maximale raamopeningen. GEBRUIKSHANDLEIDING

1. Zorg ervoor dat het toestel uitgeschakeld is. Stop de netstekker in de

contactdoos. Raak de netkabel niet met natte handen aan.

2. Plaats het airconditioningstoestel op een effen, stabiel oppervlak. Water kan

meubels en vloeroppervlakken beschadigen. Zorg ervoor dat het toestel stevig staat, zodat het niet kan omvallen of ergens vanaf kan vallen. U dient een veiligheidsaf- stand van minimaal 50 cm ten opzichte van andere voorwerpen aan te houden. Zorg ervoor dat voor de bedrijfsmodus KOELEN de afzuigslang (11) vast gemonteerd is.

3. Zorg ervoor dat de luchtinlaat- (7) en -uitlaatopening (2) geopend is en dat de

afzuigslang (11) voor de bedrijfsmodus KOELEN is gemonteerd en naar buiten is geleid.

4. Stel de bedrijfstoets (15) in op Aan “ON“, om het airconditioningstoestel in

5. Druk op de bedrijfsmodustoets “MODE“ (17) om de gewenste bedrijfsmodus in te

  • FAN = ventileren De betreffende LED brandt. Bedrijfsmodus KOELEN (COOL) Druk op de toetsen “UP“ () (verhogen) of “DOWN“ () (verlagen) (21) om de gewenste kamertemperatuur tussen 16 °C en 32 °C in te stellen. De geselecteerde temperatuur verschijnt op de LED-display (22). Druk op de toets “FAN“ (19) om de ventilatorstand in te stellen – “HIGH“ (hoog) – “MED“ (gemiddeld) – “LOW“ (laag). De betreffende LED (20) brandt. Zorg ervoor dat de afzuigslang (11) conform de instructies onder “Montage van de afzuigslang” is gemonteerd en naar buiten is geleid. Als u deze bedrijfsmodus uitschakelt, moet u minimaal 3 minuten wachten, voordat u deze modus opnieuw instelt, omdat de compressor anders beschadigd kan raken. Bedrijfsmodus ONTVOCHTIGEN (DRY) De ventilator loopt in deze modus op een voorgeprogrammeerde snelheid; deze kan niet worden gewijzigd. De temperatuur kan op het bedieningspaneel (1) niet worden geselecteerd. Houd voor een optimale ontvochtigingsprestatie alle deuren en ramen gesloten. Geleid de afzuigslang niet naar buiten. Als u deze bedrijfsmodus uitschakelt, moet u minimaal 3 minuten wachten, voordat u deze modus opnieuw instelt, omdat de compressor anders beschadigd kan raken. Bedrijfsmodus VENTILEREN (FAN) Druk op de toets “FAN“ (19) om de ventilatorstand in te stellen “HIGH“ (hoog) – “MED“ (gemiddeld) – “LOW“ (laag). De betreffende LED (20) brandt. Op de LED- display (22) verschijnt “F”. De temperatuur kan niet worden geselecteerd. Geleid de afzuigslang (11) niet naar buiten.

Via de timer-functie kunt u instellen op welk tijdstip het apparaat zichzelf automatisch moet in- of uitschakelen (tussen 1 en 24 uur). Het ingestelde getal komt niet overeen met de werkelijke tijd, maar is de periode waarna zich het apparaat automatisch in- of uitschakelt. De functies kunnen alleen onafhankelijk van elkaar worden geprogrammeerd. De timer-LED (25) brandt. Het airconditioningstoestel is uitgeschakeld: Druk op de toets “TIMER ON/OFF“ (24). Druk op de toetsen “UP“ () (verhogen) of “DOWN“ () (verlagen) (21) om de gewenste periode te programmeren waarna het toestel automatisch moet aangaan. Als u opnieuw op de timer-toets (24) drukt, wordt de timer-programmering gewist. Het airconditioningstoestel is ingeschakeld: Druk op de toets “TIMER ON/OFF“ (24). Druk op de toetsen “UP“ () (verhogen) of “DOWN“ () (verlagen) (21) om de gewenste periode te programmeren waarna het toestel automatisch moet uitgaan. Als u opnieuw op de timer-toets (24) drukt, wordt de timer-programmering gewist.

De Sleep-functie is een automatische nachtstand. Neem het toestel weer in gebruik zoals beschreven onder “Bedrijfsmodus KOELEN”. Druk op de “SLEEP“-toets (26). Na een uur bedrijfstijd stijgt de geprogrammeerde temperatuur automatisch met 1 °C en na een volgend uur nogmaals met 1 °C. Na een bedrijfstijd van in totaal zeven uur schakelt zich het airconditioningstoestel automatisch uit. Om de “SLEEP“-functie te deactiveren, drukt u opnieuw op de “SLEEP“- (26) of de bedrijfstoets (15).

8. Luchtuitlaatrooster draaien

De luchtstroomrichting van de horizontale lamellen (3) stelt u handmatig in. Neem de lamellen in de hand en draai deze in de gewenste positie. Verstel de lamellenpositie alleen als het automatische draaien van de verticale rooster is uitgeschakeld. Druk op de “SWING“-toets (23). De verticale luchtuitlaatrooster (3) draait automatisch van links naar rechts. Druk opnieuw op de toets om het draaien te stoppen. Probeer niet de verticale rooster handmatig te verstellen, omdat hierdoor de motor beschadigd kan raken.

Als de watertank (5) vol is, verschijnt op de LED-display (22) “PI”, er wordt een alarmsignaal afgegeven en de watertank-LED (16) knippert voortdurend. Volg de instructies zoals beschreven onder “Water afvoeren”.

10. Wanneer het airconditioningstoestel niet wordt gebruikt of voordat u het

verplaatst of opbergt, stelt u de bedrijfstoets (15) in op UIT “Off“ en trekt u de netstekker uit de contactdoos.

REINIGING, ONDERHOUD EN OPSLAG

Wij raden u aan om het airconditioningstoestel vaak te reinigen. Volg de onderstaande instructies voor reiniging, onderhoud en opslag om de werking van het toestel niet te schaden. Dagelijkse reiniging

1. Voor de reiniging stelt u de bedrijfstoets (15) in op UIT (Off) en trekt u de

netstekker uit de contactdoos.

2. Leeg de watertank (5) zoals beschreven onder “Water afvoeren”.

3. Spoel de watertank (5) zorgvuldig met lauwwarm water uit.

4. Reinig de buitenkant van de watertank (5) met een zachte, vochtige doek.

5. Neem het toestel weer in gebruik zoals beschreven onder “Gebruikshandleiding”.

Wekelijkse reiniging

1. Voor de reiniging stelt u de bedrijfstoets (15) in op UIT (Off) en trekt u de

netstekker uit de contactdoos.

2. Leeg de watertank (5) zoals beschreven onder “Water afvoeren”.

3. Reinig de watertank (5) met een gebruikelijk schoonmaakmiddel. Spoel de tank

vervolgens meerdere keren met warm water uit.

4. Reinig de buitenkant van de watertank (5) met een zachte, vochtige doek.

5. Verwijder de luchtinlaatrooster van het airconditioningstoestel en haal de

luchtfilter (9) uit de houder. Reinig de filter voorzichtig met het borstelopzetstuk van uw stofzuiger. Bij grove vervuiling reinigt u de luchtfilter voorzichtig met de hand in warm water (ca. 40 oC) en schoonmaakmiddel. Spoel de luchtfilter zorgvuldig uit en laat hem helemaal opdrogen. Niet in de zon leggen om te drogen. Monteer de luchtfilter (9) weer op de luchtinlaatrooster (8) en plaats de rooster (8) weer in het toestel. Hierbij moet een duidelijke klik hoorbaar zijn.

6. Maak de buitenkant van het airconditioningstoestel met een vochtige, zachte doek

schoon. Gebruik hiervoor geen benzine, verdunner of andere chemicaliën.

7. Neem het toestel weer in gebruik zoals beschreven onder “Gebruikshandleiding”.

1. Om de twee weken dient u na de reiniging aanvullend een desinfectie uitvoeren,

maar alleen voor de volgende onderdelen van het airconditioningstoestel: Watertank binnenkant (5).

2. Gebruik hiervoor een gebruikelijk desinfectiemiddel op alcoholbasis of alcohol

met een hoog percentage. Dit oppervlaktedesinfectiemiddel is een alcoholmengsel dat in elke apotheek in een spuitbus verkrijgbaar is. Beide middelen zijn volledig onschadelijk als u de betreffende onderdelen na de behandeling zorgvuldig afspoelt.

3. Maak de buitenkant met een vochtige, zachte doek schoon.

4. Neem het airconditioningstoestel weer in gebruik zoals beschreven onder

“Gebruikshandleiding”. Onderhoud en opslag

1. Wanneer u het airconditioningstoestel gedurende langere tijd niet wilt gebruiken

(één week of langer), reinigt u het apparaat zoals beschreven onder “Wekelijkse reiniging” en “Desinfecteren”.

2. Laat het airconditioningstoestel en alle onderdelen goed drogen.

3. Het toestel mag niet met een vieze luchtfilter (9) en met een gevulde watertank

(5) worden opgeslagen.

4. Bewaar het toestel rechtop staand op een koele, droge plaats.

2. Controleer de zekeringenkast of neem contact op

3. Wacht, totdat de tijd is afgelopen of deactiveer de

2. Wacht, totdat 3 minuten zijn verstreken.

3. Stel de temperatuur opnieuw in.

1. Selecteer een lagere temperatuur.

2. Reinig de luchtfilter.

3. Zorg ervoor dat de luchtinlaat- en -uitlaatopening

4. Het duurt langer, voordat de temperatuur in de

5. Sluit deuren en ramen.

Plaats het airconditioningstoestel op een effen oppervlak. Mogelijke oorzaak

1. De netstekker is niet aangesloten op de

3. De via de timer geprogrammeerde tijd is nog niet

2. Het is nog geen 3 minuten geleden sinds het

apparaat is uitgeschakeld.

3. De kamertemperatuur is lager dan de ingestelde

temperatuur (bedrijfsmodus KOELEN).

1. De geprogrammeerde temperatuur is bijna gelijk

aan de kamertemperatuur.

2. De luchtfilter is verstopt.

3. De luchtinlaat- of

-uitlaatopening is geblokkeerd of afgedekt.

4. In de kamer is het erg warm.

5. Deuren en/of ramen staan open.

Het toestel staat niet op een effen oppervlak. FOUTEN OPLOSSEN Fout Het airconditioningstoestel werkt niet. Het toestel werkt niet als het via de AAN/UIT-toets wordt ingeschakeld. Slechte koelprestatie Hoog geluidsniveau of vibratie KOOPVOORWAARDE De koper aanvaardt als koopvoorwaarde de verantwoordelijkheid voor het correcte gebruik en onderhoud van dit KAZ-product in overeenstemming met de bedieningshandleiding. De koper en de gebruiker moet zelf beoordelen wanneer en hoe lang hij dit KAZ-product gebruikt. OPGEPAST: WANNEER ZICH PROBLEMEN MET DIT KAZ-PRODUCT VOORDOEN, NEEM DAN DE AANWIJZINGEN IN DE GARANTIEVOORWAARDEN IN ACHT. PROBEER NOOIT OM DIT KAZ-PRODUCT ZELF TE OPENEN OF TE REPAREREN, OMDAT HIERDOOR DE GARANTIE VERVALT EN PERSOONLIJKE LETSELS EN MATERIËLE SCHADE KUNNEN ONTSTAAN. Technische wijzigingen voorbehouden. Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engineNEDERLANDS