FMHT177416 - Laserwaterpas STANLEY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FMHT177416 STANLEY in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FMHT177416 - STANLEY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FMHT177416 van het merk STANLEY.
GEBRUIKSAANWIJZING FMHT177416 STANLEY
Capovolgere la livella laser.
- Veiligheid van de gebruiker
- Veiligheid van de accu
- Batterijen van het type AA plaatsen
- Het montageblok gebruiken
- De laser inschakelen
- Nauwkeurigheid van de laser controleren
- Oplossen van problemen
- Service en reparaties
- Specicaties Laser-informatie De FMHT1-77416 en FMHT1-77443 zijn laserproducten van Klasse 2. De lasers zijn zelf-nivellerend lasergereedschap dat kan worden gebruikt voor horizontale (waterpas) en verticale (loodlijn) uitlijningsprojecten. Veiligheid van de gebruiker Veiligheidsrichtlijnen Onderstaande denities beschrijven de ernst van de gevolgen die met de verschillende signaalwoorden worden aangeduid. Lees de handleiding en let goed op deze symbolen. GEVAAR: Duidt een dreigende gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke aoop of ernstig letsel tot gevolg zal hebben. WAARSCHUWING: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden, een ongeluk met dodelijke aoop of ernstig letsel tot gevolg kan hebben. LET OP: Duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan, die, als deze niet wordt vermeden aan, licht of middelzwaar letsel tot gevolg kan hebben. KENNISGEVING: Duidt een situatie in de praktijk aan die niet leidt tot persoonlijk letsel, maar, als deze niet wordt vermeden, materiële schade tot gevolg kan hebben. Als u vragen of opmerkingen hierover hebt of over ander Stanleygereedschap, ga dan naar http://www.2helpU.com. WAARSCHUWING: Lees alle instructies en zorg ervoor dat u ze begrijpt. Wanneer u geen gevolg geeft aan de waarschuwingen en instructies in deze handleiding, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
WAARSCHUWING: Blootstelling aan laserstralen. Haal de laser- waterpas niet uit elkaar en breng er geen wijzigingen in aan. Het gereedschap bevat geen onderdelen waaraan de gebruiker onderhoud kan uitvoeren. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn. WAARSCHUWING: Gevaarlijke straling. Gebruik van bedieningsfuncties of de uitvoering van aanpassingen of procedures die niet in deze handleiding worden beschreven, kunnen tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. Het label op uw laser kan de volgende symbolen vermelden. Symbool Betekenis V Volt mW Milliwatt Laser-waarschuwing nm Golengte in nanometers 2 Klasse 2 Laser Waarschuwingslabels Voor uw gemak en veiligheid worden de volgende labels op de laser vermeldt. WAARSCHUWING: De gebruiker moet de instructiehandleiding lezen zodat het risico van letsel wordt beperkt.
- Werk niet met de laser in explosieve omgevingen, zoals in de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen en gassen of brandbaar stof. Dit gereedschap kan vonken genereren die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
- Berg laser-gereedschap dat u niet gebruikt op buiten bereik van kinderen en andere personen die er niet mee kunnen werken. Lasers zijn gevaarlijk in de handen van onervaren gebruikers.
- Onderhoud aan het gereedschap MOET worden uitgevoerd door gekwaliceerde reparatiemonteurs. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet- gekwaliceerd personeel kan dat letsel tot gevolg hebben. Zoek het Stanley-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.2helpU.com.
- Kijk niet met behulp van optisch gereedschap, zoals een telescoop naar de laserstraal. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
- Plaats de laser niet ergens waar iemand al dan niet opzettelijk in de laserstraal kan kijken. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
- Plaats de laserstraal niet bij een reecterend oppervlak dat de laserstraal kan weerkaatsen en in de richting van iemands ogen kan sturen. Ernstige verwondingen aan de ogen zouden het gevolg kunnen zijn.
- Schakel het laserapparaat uit wanneer u het niet gebruikt. Wanneer het laserapparaat aan blijft staan, vergroot dat het risico dat iemand in de laserstraal kijkt.
- Breng op geen enkele wijze wijzigingen in de laser aan. Wanneer u wijzigingen in het gereedschap aanbrengt, kan dat leiden tot gevaarlijke blootstelling aan laserstraling.
- Werk niet met het laserapparaat in de buurt van kinderen en laat niet kinderen het laserapparaat bedienen. Ernstige verwondingen aan de ogen kunnen hiervan het gevolg zijn.
- Verwijder geen waarschuwingslabels en maak ze niet onleesbaar. Als labels worden verwijderd, kan de gebruiker of kunnen anderen zichzelf onbedoeld blootstellen aan straling.
- Plaats het laserapparaat stevig op een waterpas oppervlak. Als het laserapparaat valt, kan dat beschadiging van het apparaat of ernstig letsel tot gevolg hebben. Persoonlijke veiligheid
- Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u met dit laserapparaat werkt. Gebruik de laser niet wanneer u moe bent of onder invloed van verdovende middelen, alcohol of medicatie. Een ogenblik van onoplettendheid tijdens het werken met laserproducten kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- Gebruik een uitrusting voor persoonlijke bescherming. Draag altijd oogbescherming. Afhankelijk van de werkomstandigheden zal het dragen van een uitrusting voor persoonlijke bescherming, zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm en gehoorbescherming de kans op persoonlijk letsel verkleinen. Gebruik en verzorging van het gereedschap
- Gebruik de laser niet als de schakelaar Power/Transport Lockniet goed werkt. Gereedschap dat niet kan worden bediend met de aan/uit-schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
- Volg de instructies in het gedeelte Onderhoud in deze handleiding. Het gebruik van niet-goedgekeurde onderdelen of het niet opvolgen van de instructies in Onderhoud kan het risico van een elektrische schok of van letsel doen ontstaan. Veiligheid van de batterijen WAARSCHUWING: Batterijen kunnen exploderen of lekken en kunnen letsel of brand veroorzaken. Beperk het risico door:
- Nauwgezet gevolg te geven aan alle instructies en waarschuwingen op het label van de batterij en de verpakking.
- Batterijen altijd op juiste wijze in te zetten en daarbij op de polariteit te letten (+ en –), volg de markeringen op de batterij en de apparatuur.
- Niet de polen van de batterij kort te sluiten.
- Niet niet-oplaadbare batterijen op te laden.
- Niet oude en nieuwe batterijen door elkaar te gebruiken. Alle batterijen tegelijkertijd te vervangen door nieuwe batterijen van hetzelfde merk en type.
- Lege batterijen onmiddellijk uit te nemen en volgens lokaal geldende voorschriften weg te doen.
- Niet batterijen in het vuur te gooien.59
- Batterijen buiten bereik van kinderen te houden.
- Batterijen uit te nemen wanneer het toestel niet in gebruik is. Batterijen van het type AA plaatsen Plaats nieuwe AA-batterijen in de laser FMHT1-77416 of FMHT1-77443. In de laser FMHT1-77443 kunt u ook oplaadbare AA-batterijen plaatsen. Wanneer u oplaadbare batterijen gebruikt, raadpleeg dan de handleiding van de lader Stanley FatMax FMHT80690.
Draai de laser ondersteboven.
Open op de laser de grendel van de afdekking van het batterijvak (Afbeelding
Plaats vier nieuwe AA-batterijen van een goed merk, en let er daarbij op dat u de zijde + en - van de batterijen plaatst zoals wordt aangeduid aan de binnenzijde van het batterijvak (Afbeelding
Duw de afdekking van het batterijvak dicht tot deze op z’n plaats klikt (Afbeelding
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts naar de stand Unlocked/ON (Afbeelding
Controleer op het toetsenblok of (Afbeelding
#3) niet knippert (> 5%). Als rood knippert, betekent het dat het batterijniveau lager is dan 5%.
- De laser zal misschien nog wel enige tijd blijven werken terwijl het vermogen van de batterijen afneemt, maar de laserlijnen/-punten zullen snel minder krachtig worden.
- Wanneer u verse batterijen hebt geplaatst en de laser weer hebt ingeschakeld (ON), zullen de laserlijnen en -punten weer heel helder zijn.
Schuif wanneer de laser niet in gebruik is, de schakelaar Power/Transport Lock naar LINKS in de stand Locked/OFF (Afbeelding
#1a) en spaar de batterijen. Het montageblok gebruiken Aan de onderzijde van de laser bevindt zich een beweegbaar blok (Afbeelding
- Als u de laser met behulp van de magneten aan de voorzijde (Afbeelding
#2) aan de zijkant van een stalen balk wilt bevestigen, moet u het beweegbare blok niet uitschuiven (Afbeelding
#1). U kunt dan de punt die omlaag wijst uitlijnen met de rand van de stalen balk.
- U kunt de laser monteren boven een punt op de vloer (met behulp van een multi-functionele beugel of een statief) door het beweegbare blok uit te trekken tot het op z’n plaats klikt (Afbeelding
#2). Zo kunt u de punt van de laser die omlaag wijst, weergeven door het 5/8-11 montagegat en de laser over het 5/8-11 montagegat roteren zonder dat u de verticale positie van de laser hoeft te veranderen. De laser inschakelen
Plaats de laser op een vlak en recht oppervlak, met de laser gericht op de tegenoverstaande muur (0º positie).
Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar rechts naar de stand Unlocked/ON (Afbeelding
Druk eenmaal op (Afbeelding
#6) om de horizontale straal in te schakelen, tweemaal voor de punt omlaag en driemaal voor de horizontale straal en de punt omlaag.
Controleer de laserstralen. Het laserapparaat is zo ontworpen dat het zichzelf waterpas stelt.
- Als de laser zo schuin staat dat het zichzelf niet waterpas kan stellen (> 4°), knipperen de laserstralen twee keer en knippert (Afbeelding
#4) voortdurend op het toetsenblok.
- Als de laserstralen knipperen, staat de laser niet waterpas (of loodrecht) en mag deze NIET WORDEN GEBRUIKT voor het bepalen of markeren van een lijn waterpas of loodrecht. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat waterpas is.
Druk eenmaal op (Afbeelding
#5) om de verticale straal aan de voorkant van de laser in te schakelen, tweemaal voor de verticale straal aan de zijkant van de laser en driemaal voor beide stralen.60
#7) om de Puls-modus te testen. zal oplichten en de laserstralen zullen lichter zijn, omdat ze op een zeer hoge snelheid knipperen. U gebruikt de stand Puls-modus alleen met een detector zodat u de laserstralen over een grote afstand kunt projecteren.
Als EEN van de volgende verklaringen WAAR is, ga dan verder met de instructies voor Nauwkeurigheid van de laser controleren EN GEBRUIK DAARNA PAS DE LASER voor een project.
- Dit is de eerste maal dat u de laser gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen).
- De laser is al enige tijd niet op nauwkeurigheid gecontroleerd.
- De laser is misschien gevallen. Nauwkeurigheid van de laser controleren Het lasergereedschap wordt in de fabriek verzegeld en gekalibreerd. U wordt geadviseerd de nauwkeurigheid te controleren voordat u de laser voor de eerste keer gebruikt (in het geval dat de laser blootgesteld is geweest aan extreme temperaturen) en daarna regelmatig de nauwkeurigheid van uw werk te controleren. Volg deze richtlijnen, wanneer u een van de nauwkeurigheidscontroles in deze handleiding uitvoert:
- Gebruik een zo groot mogelijke ruimte/afstand die gelijk of bijna gelijk is aan de werkafstand. Hoe groter de ruimte/ afstand, des te gemakkelijker is het de nauwkeurigheid van de laser te meten.
- Plaats de laser op een glad, vlak, stabiel oppervlak dat in beide richtingen waterpas is.
- Markeer het middelpunt van de laserstraal. Horizontale straal - Scan richting Om de horizontale kalibratie van de laser te controleren hebt u twee muren nodig 9m (30′) uit elkaar. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
Plaats de laser tegen het einde van een 9m lange (30′) muur (Afbeelding
Druk eenmaal op om de horizontale laserstraal weer te geven.
Draai de laserstraal richting het andere uiteinde van de muur en parallel aan de aangrenzende muur.
Ten minste 9m (30′) verwijderd van de laserstraal, markeer de straal
Stel de hoogte van de laser zo in dat het midden van de straal op één lijn is met
Markeer de laserstraal
direct boven of onder de laserstraal
langs de laserstraal (Afbeelding
Meet de verticale afstand tussen
Als uw meting groter is dan de toegestane afstand tussen
voor de bijbehorende afstand tussen wanden in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een ofcieel servicecentrum. Afstand tussen wanden Toegestane afstand Tussen
Horizontale straal - Helling richting Om de horizontale helling kalibratie van de laser te controleren hebt u één muur nodig van ten minste 9m (30′) lang. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
Plaats de laser tegen het einde van een 9m lange (30′) muur (Afbeelding
Druk eenmaal op om de horizontale laserstraal weer te geven.
Draai de laserstraal richting het andere uiteinde van de muur en parallel aan de aangrenzende muur.
Ten minste 9m (30′) verwijderd van de laserstraal, markeer de straal
Verplaats de laser naar het andere uiteinde van de muur (Afbeelding
Plaats de laserstraal richting het eerste uiteinde van dezelfde muur en parallel aan de aangrenzende muur.
Stel de hoogte van de laser zo in dat het midden van de straal op één lijn is met
Markeer de laserstraal
direct boven of onder de laserstraal
langs de laserstraal (Afbeelding
Meet de afstand tussen
Als uw meting groter is dan de toegestane afstand tussen
voor de bijbehorende afstand tussen wanden in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een ofcieel servicecentrum. Afstand tussen wanden Toegestane afstand Tussen
9m (30′) 6mm (1/4”) 12m (40′) 8mm (5/16”) 15m (50′) 10mm (13/32”) Verticale straal - Loodlijn De verticale kalibratie (loodlijn) kan het nauwkeurigst worden uitgevoerd wanneer er een aanzienlijke verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale geval 9m (30′), met één persoon op de vloer die de laser plaatst en een ander persoon die in de buurt van het plafond de punt markeert die door de laser op het plafond wordt geprojecteerd. Het is erg belangrijk dat u een kalibratietest uitvoert over een afstand die niet kleiner is dan de afstand waarvoor u de laser wilt gebruiken.
Plaats de laser op een glad, vlak, stabiel oppervlak dat in beide richtingen waterpas is (Afbeelding
Druk driemaal op om de verticale stralen aan de voor- en zijkant weer te geven.
Druk tweemaal op om de punt omlaag weer te geven.
Markeer de positie van de punt omlaag op een vlak oppervlak
Markeer twee korte lijnen op het plafond
waar de twee stralen elkaar kruisen.
, de vorige positie van de punt omlaag, zoals afgebeeld in Afbeelding
Kijk naar de positie van de twee laserstralen op het plafond. Als ze niet parallel staan aan de gemarkeerde lijnen
, draai de laser dan tot de stralen bijna gelijk staan aan
Markeer twee korte lijnen op het plafond
waar de stralen kruisen.
Meet de afstand tussen lijnen
Als de meting groter is dan de toegestane afstand tussen de gemarkeerde lijnen voor de bijbehorende plafondhoogte in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een ofcieel servicecentrum. Plafondhoogte Toegestane afstand Tussen de gemarkeerde lijnen 2,5m (8′) 1,5mm (1/16") 3m (10′) 2,0mm (3/32”) 4m (14′) 2,5mm (1/8”) 6m (20′) 4mm (5/32”) 9m (30′) 6mm (1/4”)62
90º Tussen verticale stralen Om de 90º nauwkeurigheid tussen de laserstraal aan de voor- en zijkant te controleren, hebt u een open ruimte nodig van ten minste 6m x 3m (20′ x 10′).
Plaats de laser op een glad, vlak, stabiel oppervlak dat in beide richtingen waterpas is, zoals afgebeeld in Afbeelding
Druk driemaal op om de verticale stralen aan de voor- en zijkant weer te geven.
Druk tweemaal op om de punt omlaag weer te geven.
Markeer drie positie langs de voorste laserstraal
het midden punt van de laserstraal is.
en de voorste laserstraal op een lijn staat met
langs de laserstraal aan de zijkant op ten minste 3m (10’) van de laser.
Draai de laser naar rechts 90º.
en de voorste laserstraal op een lijn staat met
Markeer de laserstraal aan de zijkant
Meet de afstand tussen
Als uw meting groter is dan de toegestane afstand tussen
voor de bijbehorende afstand van
in de volgende tabel, moet de laser worden nagezien in een ofcieel servicecentrum. Afstand van
Toegestane afstand Tussen
- Markeer altijd het middelpunt van de straal die door de laser wordt geprojecteerd.
- Extreme temperatuurwisselingen kunnen leiden tot beweging van interne onderdelen en dat kan de nauwkeurigheid nadelig beïnvloeden. Controleer de nauwkeurigheid vaak tijdens uw werkzaamheden.
- Als de laser is gevallen, controleer dan vooral altijd de kalibratie.
- Zolang de laser goed is gekalibreerd, stelt de laser zichzelf waterpas. Iedere laser wordt in de fabriek zo gekalibreerd dat waterpas wordt gevonden zolang het apparaat maar op een vlak oppervlak wordt geplaatst dat niet meer dan gemiddeld ± 4° van het waterpaspunt is verwijderd. Handmatige aanpassingen zijn niet nodig.
- Gebruik de laser op een glad, vlak en recht oppervlak. De laser uitschakelen Schuif de schakelaar Power/Transport Lock naar de stand OFF/ Locked (Afbeelding
#1a) wanneer de laser niet in gebruik is. Staat de schakelaar niet in de vergrendelde positie (Locked), dan wordt het laser-apparaat niet uitgeschakeld. De laser gebruiken met accessoires WAARSCHUWING: Accessoires die niet worden aangeboden door Stanley, zijn niet met deze laser getest, en daarom kan het gebruik van dergelijke accessoires met deze laser gevaarlijk zijn. Gebruik alleen Stanley-accessoires die voor gebruik met dit model worden aanbevolen. Accessoires die misschien geschikt zijn voor de ene laser, kunnen gevaarlijk zijn wanneer ze op een andere laser worden gebruikt. De onderzijde van de laser is voorzien van een 1/4-20 en een 5/8-11 inwendige schroefdraad (Afbeelding
) voor gebruik met nu en in de toekomst verkrijgbare Stanley-accessoires. Gebruik alleen Stanley-accessoires die voor gebruik met deze laser worden opgegeven. Volg de aanwijzingen die bij het accessoire worden geleverd.63
Aanbevolen accessoires voor gebruik met deze laser zijn tegen meerprijs verkrijgbaar bij de dealer of het ofciële servicecentrum bij u in de buurt. Heeft u hulp nodig bij het vinden van een accessoire, neem dan contact op met het Stanley-servicecentrum bij u in de buurt of ga naar de website: http://www.2helpU.com. Onderhoud
- Wanneer u de laser niet meer gebruikt, maak dan de externe onderdelen ervan schoon met een vochtige doek, veeg vervolgens het apparaat droog met een droge doek en berg het vervolgens op in de meegeleverde gereedschapsdoos.
- De externe onderdelen van de laser zijn wel bestand tegen oplosmiddelen, maar u mag de laser NOOIT met dergelijke middelen schoonmaken.
- Berg het laserapparaat niet op bij temperaturen lager dan -20 ˚C (-5 ˚F) of hoger dan 60 ˚C (140 ˚F).
- Zorg ervoor dat u nauwkeurig werk kunt blijven leveren, controleer regelmatig de kalibratie van de laser. Controles van de kalibratie en andere onderhoudswerkzaamheden kunnen ook door Stanley- servicecentra worden uitgevoerd. Oplossen van problemen De laser kan niet worden ingeschakeld
- Controleer de AA batterijen om zeker te weten:
- Dat elke batterij goed is geplaatst, volgens de (+) en (–) die aan de binnenzijde van het batterijvak wordt vermeld.
- Dat de contacten van de batterijen schoon zijn en vrij van roest of corrosie.
- Dat de batterijen nieuw zijn en van een goed merk, zodat de kans van lekkage van de batterijen wordt beperkt.
- Controleer dat de AA-batterijen in goede werkende staat zijn. Als u hierover twijfelt, probeer dan of het apparaat beter werkt met nieuwe batterijen.
- Wanneer u oplaadbare batterijen gebruikt, controleer dan dat deze geheel zijn opgeladen.
- Let er vooral op dat de laser droog blijft.
- Als het laser-apparaat warmer wordt dan 50 ˚C, kan het niet worden ingeschakeld. Als het laser-apparaat is opgeborgen bij extreem hoge temperaturen, laat het dan afkoelen. De laser-waterpas zal niet beschadigd raken wanneer u de schakelaar Power/Transport Lock bedient voordat u het apparaat tot de juiste laatste temperatuur laat afkoelen. De laserstraal knippert De lasers zijn ontworpen om zichzelf waterpas af te stellen tot op gemiddeld 4° in alle richtingen. Als de laser zo ver wordt gekanteld dat het interne mechanisme zichzelf niet waterpas kan afstellen, zullen de laserstralen knipperen ten teken dat het kantelbereik is overschreden. ALS DE LASERSTRALEN KNIPPEREN, IS DE LASER NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MAG NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF MAREKEREN VAN EEN LIJN WATERPAS OF LOODRECHT. Zet de laser opnieuw goed neer op een oppervlak dat beter waterpas is. De laserstralen blijven in beweging De laser is precisie-instrument. Daarom zal de laser, als het apparaat niet op een stabiel (en stilstaand) oppervlak is geplaatst, blijven proberen het waterpaspunt te vinden. Blijft de straal in beweging, plaats de laser dan op een stabieler oppervlak. Controleer ook dat het oppervlak betrekkelijk vlak en recht is, zodat de laser stabiel staat. Service en reparaties Opmerking: Wanneer de laser wordt gedemonteerd, komen alle garanties op het product te vervallen. De VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product kunnen alleen worden gegarandeerd wanneer reparaties, onderhoudswerkzaamheden en afstellingen worden uitgevoerd door ofciële servicecentra. Wanneer service of onderhoud wordt uitgevoerd door niet-gekwaliceerd personeel kan een risico van letsel ontstaan. Zoek het Stanley-servicecentrum bij u in de buurt, ga naar http://www.2helpU.com.64
Lichtbron Laser-diodes Laser-golengte 630 – 680 nm zichtbaar 510 – 530 nm zichtbaar (alle stralen) 630 – 680 nm zichtbaar (punt omlaag) Laser-vermogen ≤1,0 mW KLASSE 2 LASERPRODUCT Werkbereik 20m (65′) 50m (165′) met Detector 30m (100′) 50m (165′) met Detector Nauwkeurigheid - alle stralen ±3mm per 10m (±1/8” per 30′) Nauwkeurigheid - punt omlaag ±6mm per 10m (±1/4” per 30′) Voedingsbron 4 AA Alkaline (1,5V) batterijen (6V DC) 4 AA Alkaline (1,5V) batterijen (6V DC) of 4 AA NiMH (1,2V) batterijen (4,8V DC) Bedrijfstemperatuur -10°C tot 50°C (14°F tot 122°F) Opslagtemperatuur -20°C tot 60°C (-5°F tot 140°F) Milieu Water- & stofbestendig volgens IP5465
SimpelGids