AquaMax Eco Classic 55000 - Waterpomp OASE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AquaMax Eco Classic 55000 OASE in PDF-formaat.
| Technische kenmerken | Maximale doorstroming: 55000 L/u, Maximale opvoerhoogte: 5,5 m, Vermogen: 600 W, Voeding: 230 V / 50 Hz |
|---|---|
| Gebruik | Ontworpen voor vijvers, fonteinen en filtersystemen, geschikt voor buitengebruik. |
| Onderhoud en reparatie | Controleer regelmatig het filter en reinig onzuiverheden, vervang versleten onderdelen volgens de aanbevelingen van de fabrikant. |
| Veiligheid | Voorzien van een droogloopbeveiliging, volg de veiligheidsinstructies bij installatie en gebruik. |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, gewicht: 10 kg, afmetingen: 50 x 30 x 30 cm. |
Veelgestelde vragen - AquaMax Eco Classic 55000 OASE
Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AquaMax Eco Classic 55000 - OASE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AquaMax Eco Classic 55000 van het merk OASE.
GEBRUIKSAANWIJZING AquaMax Eco Classic 55000 OASE
WAARSCHUWING WAARSCHUWING Ontkoppel alle elektrische apparaten in het water van het voedings- net, voordat u in het water grijpt. Anders bestaat gevaar voor ernstig of dodelijk letsel door elektrische schokken. Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en daar- naast door personen met verminderde fysieke, sensorische of men- tale vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of geïnstrueerd werden over het veilige gebruik van het apparaat en de gevaren begrijpen, die hiermee samenhangen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onder- houd door de gebruiker mogen niet worden uitgevoerd door kin- deren, die niet onder toezicht staan.NL
Veiligheidsinstructies Elektrische aansluiting
- Voor de elektrische installatie in de openlucht gelden speciale voorschriften. De elektrische installatie mag uitsluitend door een professionele elektricien uitgevoerd worden. – De professionele elektricien is krachtens zijn professionele opleiding, kennis en ervaring ge- kwalificeerd en mag elektrische installaties in de openlucht uitvoeren. Hij of zij kan moge- lijke gevaren herkennen en leeft de regionale en nationale normen, voorschriften en bepa- lingen na. – Neem voor uw eigen veiligheid in geval van vragen of problemen contact op met een elektri- cien.
- Sluit het apparaat alleen aan, wanneer de elektrische gegevens van het apparaat en de voeding overeenkomen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend op een volgens de voorschriften geïnstalleerde contactdoos.
- Het apparaat moet beveiligd zijn via een aardlekschakelaar (RCD) met een vastgestelde lek- stroom van maximaal 30 mA.
- Verlengkabels en stroomverdelers (bijv. stekkerdelen) moeten voor het gebruik buitenshuis geschikt zijn (spatwaterbestendig).
- Bescherm open stekkers en stopcontacten tegen vocht. Veilig gebruik
- Gebruik het apparaat niet als elektrische snoeren of behuizing beschadigd zijn.
- Voer het apparaat niet af als de stroomkabel beschadigd is. De stroomkabel kan niet worden vervangen.
- De rotor in het apparaat bevat een magneet met een krachtig magneetveld, dat pacemakers of geïmplanteerde defibrillatoren (ICD) kan beïnvloeden. Houd tussen implantaat en magneet een afstand van minimaal 0,2 m aan.
- Het apparaat niet aan de elektrische leiding dragen of aan de leiding trekken.
- Installeer de leidingen zodanig, dat deze tegen beschadigingen zijn beschermd en niemand er- over kan struikelen.
- Breng nooit technische veranderingen aan het apparaat aan.
- Voer uitsluitend die werkzaamheden aan het apparaat uit die in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven.
- Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen en origineel toebehoren.
- Neem bij problemen contact op met de geautoriseerde klantenservice of met OASE.52 Beoogd gebruik Gebruik het in deze gebruiksaanwijzing beschreven product uitsluitend op de volgende manier:
- Voor het verpompen van normaal vijverwater voor filtersystemen, watervalsystemen en beek- loopinstallaties.
- Met in achtneming van deze technische gegevens. (→ Technische gegevens)
- Onder naleving van de toegestane waterwaarden. (→ Toelaatbare waterwaarden) De volgende inperkingen gelden voor het apparaat:
- Niet gebruiken in zwemvijvers.
- Nooit met andere vloeistoffen dan water gebruiken.
- Nooit gebruiken zonder doorstromend water.
- Niet gebruiken in combinatie met chemicaliën, levensmiddelen, licht brandbare of explosieve stoffen.
- Niet op de drinkwatervoorziening aansluiten.
- Niet gebruiken voor commerciële of industriële doeleinden.
- Qua EMC (elektromagnetische compatibiliteit) is dit een apparaat van klasse A. In woonomge- vingen kan het apparaat radiografische storingen veroorzaken. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker, passende maatregelen te nemen.NL
Productbeschrijving Overzicht
Ingang 1 (zuigzijde)
Ingang 2 (zuigzijde)
Aansluiting van de voorloop uit een vijver bij droogopstelling.
- Voor droogopstelling moet de pomp zonder filterbehuizing worden opgesteld.
- Aansluiting van de terugloop in de vijver (bijv. via een beekje).
Getrapte slangtule met kogelscharnier voor uitgang.
Getrapte slangtule voor ingang 2 (droogopstelling).
Slangbeugels voor fixering van slangen op de slangtules.
Netkabel met netstekker
Symbolen op het apparaat
Het apparaat is stofdicht en waterdicht tot 4
Mogelijke gevaren voor personen met een pacemaker.
Bescherm het apparaat tegen direct zonlicht.
Voer het apparaat niet af met het normale huisvuil.
Lees de gebruikershandleiding.54 Installatievarianten
- Variant (a): Pomp ondergedompeld opstellen – De pomp wordt in de vijver resp. het bekken gepositioneerd. – Watertoevoer via de filterkorf.
- Variant (b): Pomp droog opstellen – De pomp wordt zonder filterkorf buiten de vijver resp. het bekken, maar onder de water- spiegel opgesteld. – Watertoevoer via een satellietfilter of skimmer.NL
Plaatsen en aansluiten De pomp kan of onder water (ondergedompeld) of droog (niet ondergedompeld) opgesteld wor- den.
WAARSCHUWING Ernstig of dodelijk lichamelijk letsel bij toepassing van het apparaat in een zwemvijver. Door de- fecte elektrische componenten van het apparaat komt het water onder een gevaarlijke elektri- sche spanning te staan. Apparaat alleen toepassen wanneer er zich geen personen in het water ophouden. VOORZICHTIG Draaiende onderdelen in het bereik van de zuigsteunen en de druksteunen. Letsel is mogelijk, als u in de steunen grijpt. Let in het bijzonder op: Een vanwege overlast gestopt apparaat kan onverwacht starten! Grijp niet in de opening van de zuigsteunen of druksteunen, als de netstekker is ingestoken. Als de steunen tijdens het bedrijf vrij toegankelijk zijn, bijv. als er geen slangen aangesloten zijn, borgt u de steunen met een aanraakbescherming. De aanrakingsbescherming is als toebe- horen verkrijgbaar. Stel onderdelen van het apparaat niet gedurende langere tijd bloot aan direct zonlicht, aan- gezien dit schade kan veroorzaken. Gebruik een veiligheidsafdekking.56 Apparaat gedompeld opstellen Aansluiten
- Hoe groter de slangdiameter is, hoe kleiner het wrijvingsverlies in de leidingen en hoe beter het debiet.
- De slangdiameter mag door een slangtule niet onnodig worden beperkt. Kort de slangtule evt. in volgens de slangdiameter.
Steek de netstekker nog niet in het stopcontact! Plaatsen van het apparaat
- Zet de pomp horizontaal op een vaste ondergrond.
- Zorg ervoor dat de pomp stabiel staat.
- Wij raden aan de pomp of de op de zuigzijde aangesloten onderdelen (skimmer, satellietfilter, vloerafvoer, enz.) hoger dan de vloer te plaatsen wanneer het water modderig of vuil is. Hier- door wordt het aanzuigen van deeltjes verminderd, wat de levensduur van de rotor verlengt.
- Gebruik de pomp uitsluitend als deze ten minste met 10 cm water is bedekt. Anders kan deze lucht aantrekken.
Met een trekkabel kunt u de pomp eenvoudig uit het water trekken. − Trek de trekkabel door de ronde openingen aan de onderste filterschelp en knoop deze vast.NL
Apparaat droog plaatsen Voor droogopstelling moet de pomp zonder filterbehuizing worden opgesteld. Ombouwen
- Op de ingang (IN) en uitgang (OUT) kunnen slangen of buizen worden aangesloten. – Aansluitingen voor slangen zijn bij de levering inbegrepen. De montage hiervan wordt hier- onder beschreven.
- De slang aan de zuigzijde (IN) mag in diameter niet kleiner dan de slang aan de drukzijde (OUT).
- Hoe groter de slangdiameter is, hoe kleiner het wrijvingsverlies in de leidingen en hoe beter het debiet.
- De slangdiameter mag door een slangtule niet onnodig worden beperkt. Kort de slangtule evt. in volgens de slangdiameter.
- De pomp kan deeltjes tot 8 mm doorvoeren. Bij grotere deeltjes raakt de pomp geblokkeerd. Wij adviseren om aan de zuigzijde een filter of skimmer te installeren.
Steek de netstekker nog niet in het stopcontact!58 Plaatsen van het apparaat
- Zet de pomp horizontaal op een vaste ondergrond.
- Zorg ervoor dat de pomp stabiel staat.
- De pomp mag niet worden blootgesteld aan direct zonlicht.
- De opstellingslocatie moet voldoende geventileerd zijn, zodat de pomp niet oververhit raakt.
Ingebruikname OPMERKING Apparaat wordt onherstelbaar beschadigd als deze met een dimmer wordt gebruikt. Het bevat gevoelige elektrische componenten. Sluit het apparaat niet aan op een dimbare voeding. OPMERKING De pomp mag niet drooglopen. Anders kan de pomp defect raken. Gebruik de pomp alleen, als deze ondergedompeld is.
Inschakelen/uitschakelen
- Inschakelen: Steek de netstekker in het stopcontact. – Het apparaat is na een korte startfase ingeschakeld.
- Uitschakelen: Trek de netstekker uit het stopcontact. Environmental Function Control (EFC) De pomp voert bij het opstarten en aansluitend tijdens het bedrijf elke 20 ... 40 minuten automa- tisch een voorgeprogrammeerde zelftest uit (Environmental Function Control (EFC)). De pomp herkent, of deze droogloopt/geblokkeerd is of is ondergedompeld. Bij drooglopen/blokkeren schakelt de pomp automatisch na 60 tot 120 seconden uit. Onderbreek in geval van storing de voedingsspanning en laat de pomp doorstromen resp. verwijder de hindernis. Vervolgens kunt u het apparaat weer in bedrijf nemen.60 Reiniging en onderhoud VOORZICHTIG Gevaar voor letsel door onvoorzienbaar starten. Apparaatinterne bewakingsfuncties kunnen het apparaat uitschakelen en zelfstandig weer inschakelen. Trek de stekker uit het stopcontact voordat u aan het apparaat gaat werken. OPMERKING Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of chemische oplossingen. Deze middelen kunnen de behuizing beschadigen en de werking van het apparaat in het gedrang brengen; ze zijn tevens schadelijk voor dieren, planten en het milieu. Reinig het apparaat zo mogelijk met schoon water en een zachte borstel of een spons; bij hardnekkige vervuiling met behulp van het geadviseerde reinigingsmiddel.
- Verwijder de netstekker en verwijder alle aansluitingen.
- Demonteer het apparaat, zoals in de afbeelding is weergegeven.
- Monteer het apparaat weer in omgekeerde volgorde.
- Controleer bij het samenstellen of – de pomp in de houder is gefixeerd. – de netkabel door de groef op de behuizing naar buiten wordt geleid en dat deze niet geknikt of vastgeklemd wordt. Apparaat reinigen Reinig het apparaat indien nodig, maar minstens 2 maal per jaar. − Aan de pomp vooral de rotor en het pomphuis reinigen.
- Aanbevolen reinigingsmiddelen bij hardnekkige kalkaanslag: – Pompreiniger PumpClean van OASE. – Azijn- en chloorvrije huishoudreiniger.
- Na het reinigen alle delen met schoon water afspoelen.NL
Rotor vervangen OPMERKING De rotor wordt in het motorblok door een lager gevoerd. Dit lager is een slijtonderdeel en moet tegelijk met de rotor worden vervangen. Het vervangen van het lager vereist bijzondere kennis en gereedschappen. Laat het lager door de OASE-vakhandel vervangen of stuur de pomp naar OASE. OPMERKING De rotor bevat een krachtige magneet, die magnetische deeltjes (bijv. ijzervijlsel) aantrekt. Ach- tergebleven deeltjes kunnen onherstelbare schade aan de rotor en het motorblok veroorzaken. Maak de rotoreenheid vóór het inbouwen zorgvuldig vrij van aanklevende deeltjes.
- Demonteer het motorblok, zoals in de afbeelding is weergegeven.
- Reinig de componenten met een borstel onder schoon water.
- Controleer alle onderdelen op beschadiging. Vervang beschadigde of versleten onderdelen.
- Zet het monteer in omgekeerde volgorde weer in elkaar.
AMX017662 Opslag/overwinteren Neem het apparaat bij watertemperaturen lager dan +4 °C of uiterlijk bij te verwachten vorst bui- ten gebruik.
- Reinig het apparaat grondig.
- Controleer het apparaat op beschadigingen en vervang evt. beschadigde onderdelen.
- Bewaar de pomp ondergedompeld of met water gevuld in een vorstvrije omgeving. Daarbij de netstekker niet in water onderdompelen! Storing verhelpen Storing Oorzaak Oplossing De pomp start niet Er is geen netspanning Netspanning controleren Toevoerleidingen geknikt Toevoerleidingen zonder knikken plaatsen Toevoerleidingen verstopt
Rotor is geblokkeerd
Blokkade oplossen, loopeenheid op soepel lopen controleren Pomp werkt niet
Oppompvolume onvoldoende
Te hoge verliezen in de toe- voerleidingen
Slangen tot het benodigde minimum in- korten, onnodige verbindingsdelen verwij- deren, grotere slangdiameter gebruiken
Pomp schakelt na korte loop- tijd uit
Rotor is geblokkeerd
Toevoerleidingen controleren/reinigen, dompeldiepte vergroten (min. 10 cm onder wateroppervlak) Watertemperatuur te hoog Maximaal toelaatbare watertemperatuur aanhouden. (→ Technische gegevens)NL
Maximaal opgenomen vermogen
Watertemperatuur (on- dergedompelde opstel- ling) In bedrijf
Omgevingsbedrijfstem- peratuur (droogopstel- ling)
In bedrijf en con- vectie
+4 ... +30 +4 ... +30 +4 ... +30 +4 ... +30 In bedrijf en ge- forceerde koeling
Aansluitspanning V AC 220 … 240 Netfrequentie
Maximaal opgenomen vermogen
25, 32, 38 25, 32, 38 25, 32, 38 Drukzijde Schroefdraad
Watertemperatuur (on- dergedompelde opstel- ling)
Omgevingsbedrijfstem- peratuur (droogopstel- ling)
In bedrijf en con- vectie
In bedrijf en ge- forceerde koeling
Toelaatbare waterwaarden
Leidingwater, vijverwater
<0,4 Totaal droog residu
- Rotor Afvoer van het afgedankte apparaat OPMERKING Dit apparaat niet met het huishoudelijk afval afvoeren. Verwijder het apparaat via het daartoe bedoelde retourstelsel. Als u vragen heeft, neem dan contact op met uw plaatselijke afvalverwerkingsbedrijf. Hier kunt u informatie inwinnen over het afvoeren van het apparaat conform de voorschriften. Maak het apparaat, door het afsnijden van de kabels, onbruikbaar.66 Instrucciones originales.
Notice-Facile