Force 170 954422 - Lasapparaat Telwin - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Force 170 954422 Telwin in PDF-formaat.
| Type product | Inverteer laspost voor TIG DC (LIFT start) en MMA |
| Merk | Telwin |
| Model | Force 170 954422 |
| Categorie | Lasmachine |
| Voeding | Enkelfasig, 230 V ~ 50/60 Hz |
| Lasstroom (MMA) | 10 - 170 A (instelbaar) |
| Lasstroom (TIG) | 10 - 170 A (instelbaar) |
| Lasprocessen | TIG DC (LIFT), MMA (beklede elektroden) |
| Ingebouwde functies | Hot Start, Arc Force, VRD (spanningreductie bij nullast), Anti-Stick |
| Instellingen | Modusselectie (MMA/TIG), stroominstelling via encoder, parameters Hot Start/Arc Force/VRD |
| Weergave | Alfanumeriek scherm met LED-indicatoren |
| Beschermingen | Thermisch, overspanning/onderspanning, uitgang kortsluiting |
| Koeling | Geforceerde ventilator |
| Geschat gewicht | 12 kg |
| Geschatte afmetingen (L x B x H) | 400 x 200 x 300 mm |
| Meegeleverde accessoires | Voedingskabel met 2P+T stekker, handgreep |
| Optionele accessoires | MMA-kit, TIG-kit (toorts, argonflesadapter, reduceerventiel), automatisch verduisterend lasmasker, retourkabel |
| Routineonderhoud | Reiniging van interne stof, controleren van aansluitingen, inspectie van toorts en slangen |
| Repareerbaarheid | Reserveonderdelen beschikbaar (toorts, kabels, enz.), technische ondersteuning |
| Garantie | 12 maanden na ingebruikname (certificaat vereist) |
| Veiligheidsnormen | EN 60974-1, EN 60974-9, klasse A (professioneel gebruik) |
Veelgestelde vragen - Force 170 954422 Telwin
Gebruikersvragen over Force 170 954422 Telwin
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Force 170 954422 - Telwin en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Force 170 954422 van het merk Telwin.
GEBRUIKSAANWIJZING Force 170 954422 Telwin
4.1.1 Lasmachine met ontsteking LIFT (FIG. B) 35
4.2 INRICHTINGEN VAN CONTROLE, AFSTELLING EN VERBINDING ..... 35
4.2.1 COMPACTE Lasmachine met ontsteking LIFT 35
4.2.1.1 Voorste paneel (FIG. C) 35
4.2.1.2 Achterste paneel (FIG. D) 35
- INSTALLATIE....35
5.1 ASSEMBLAGE 35
5.1.1 Assemblage retourkabel -tang (FIG. E).... 35
5.1.2 Assemblage laskabel-tang elektrodenhouder (FIG. F)....35
5.2 WERKWIJZEN VAN OPTILLEN VAN DE LASMACHINE 35
LASMACHINES MET INVERTER VOOR HET TIG- EN MMA LASSEN VOORZIEN VOOR HET INDUSTRIEEL EN PROFESSIONEEL GEBRUIK.
Opmerking: In de volgende tekst zal de term "lasmachine" gebruikt worden.
1. ALGEMENE VEILIGHEID VOOR HET BOOGLASSEN
De operator moet voldoende ingelicht zijn voor wat betreft een veilig gebruik van de lasmachine en over de risico's in verband met de procedures van het booglassen, de desbetreffende beschermingsmaatregelen en procedures noodgevallen.
(Ook de norm "EN 60974-9 raadplegen: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik").

- Rechtstreeks contact met de lascircuits vermijden; de nullastspanning geleverd door de lasmachine kan in bepaalde gevallen gevaarlijk zijn.
- De verbinding van de laskabels, de operaties van nazicht en reparatie moeten uitgevoerd worden met een uitgeschakelde lasmachine die losgekoppeld is van het voedingsnet.
- De lasmachine uitschakelen en loskoppelen van het voedingsnet voordat men de versleten elementen van de toorts vervangt.
- De elektrische installatie uitvoeren volgens de voorziene ongevallenpreventienormen en -wetten.
- De lasmachine mag uitsluitend verbonden worden met een voedingsnet met een neutraalgeleider verbonden met de aarde.
- Verifiëren of het voedingscontact correct verbonden is met de beschermende aarde.
- De lasmachine niet gebruiken in vochtige of natte ruimten of in de regen.
- Geen kabels met een versleten isolering of met loszittende verbindingen gebruiken.

- Niet lassen op containers, bakken of leidingen die vloeibare of gasachtige ontvlambare producten bevatten of bevat hebben.
- Vermijden te werken op materialen die schoongemaakt zijn met chloorhoudende oplosmiddelen of in de nabijheid van dergelijke producten.
- Niet lassen op bakken onder druk.
- Alle ontvlambare producten uit de werkzone verwijderen (vb. hout, papier, vodden, enz.).
- Zorgen voor een adequate ventilatie of voor geschikte middelen voor afvoer van de lasrook in de nabijheid van de boog; er is een systematische benadering nodig voor de evaluatie van de limieten van blootstelling aan de lasrook in functie van hun samenstelling, concentratie en tijdsduur van de blootstelling zelf.
- De gasfles (indien gebruikt) beschermen tegen warmtebronnen, inbegrepen zonnestralen).




- Gebruik een geschikte elektrische isolatie voor de toorts, het werkstuk en eventuele metalen onderdelen die in de buurt op de grond staan of liggen (die aangeraakt kunnen worden).
Dit gebeurt gewoonlijk door het dragen van speciaal hiervoor geschikte handschoenen, schoenen, een hoofddeksel en kleding en door het gebruik van isolerende planken of tapijten. - Bescherm de ogen altijd met de juiste filters die voldoen aan UNI EN 169 of UNI EN 379, aangebracht op maskers of helmen die voldoen aan UNI EN 175. Gebruik speciale brandwerende beschermende kleding (volgens UNI EN 11611) en lashandschoenen (volgens UNI EN 12477) om te voorkomen dat de huld wordt blootgesteld aan de ultraviolette en infraroodstraling van de lasboog; andere personen die zich in de buurt van de lasboog b moeten worden beschermd door middel van niet-reflectorende schermen of gordijnen.
- Geluid: Als er door bijzonder Intensieve laswerkzaamheden een niveau van dagelijkse blootstelling (LEPd) bestaat van 85 dB(A) of hoger, is het gebruik van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen verplicht (Tab. 1).







- De doorgang van de lasstroom veroorzaakt het ontstaan van elektromagnetische velden (EMF) geplaatst in de omgeving van het lascircuit. De elektromagnetische velden kunnen interfereren met sommige medische toestellen (vb. Pace-maker, beademingstoestellen, metalen prothesen enz.). Er moeten adequate beschermende maatregelen getroffen worden voor de dragers van deze toestellen. Zo moet bijvoorbeeld de toegang naar de
5.3 PLAATSING VAN DE LASMACHINE 35
5.4 AANSLUITING OP HET NET 35
5.4.1 Stekker en stopcontact....35
5.5 VERBINDINGEN VAN HET LASCIRCUIT 36
5.5.1 TIG-lassen 36
5.5.2 MMA-lassen 36
- LASSEN: BESCHRIJVING VAN DE PROCEDURE 36
6.1 TIG-LASSEN 36
6.1.1 Hoofdprincipes 36
6.1.2 Procedure (ontsteking LIFT).... 36
6.2 MMA-LASSEN 36
6.2.1 Hoofdprincipes 36
6.2.2 Procedure 36
- ONDERHOUD 36
7.1 GEWOON ONDERHOUD 36
7.1.1 Toorts....36
7.2 BUITENGEWOON ONDERHOUD 36
- PROBLEEMOPLOSSINGEN 37
gebruikszone van de lasmachine verboden worden.
Deze lasmachine beantwoordt aan de technische standaards van het product voor het uitsluitend gebruik op industriële plaatsen voor professionele doeleinden. De overeenstemming met de basislimieten m.b.t. de menselijke blootstelling aan elektromagnetische velden in huiselijk milieu is niet gegarandeerd.
bDe operator moet de volgende procedures gebruiken teneinde de blootstelling aan de elektromagnetische velden te verminderen:
- De twee laskabels zo dicht mogelijk samen bevestigen.
- Het hoofd en de romp van het lichaam zo ver mogelijk van het lascircuit houden.
- De laskabels nooit rond het lichaam draaien.
- Niet lassen met het lichaam midden in het lascircuit. Beide kabels langs hetzelfde gedeelte van het lichaam houden.
- De retourkabel van de lasstroom verbinden met het te lassen stuk zo dicht mogelijk bij het lassen in uitvoering.
- Niet lassen in de nabijheld van, zittend of steunend op de lasmachine (minimum afstand: 50cm).
- Geen ferromagnetische voorwerpen in de nabijheid van het lascircuit laten.
- Minimum afstand d=20cm (Afb. N).

- Apparatuur van klasse A:
Deze lasmachine beantwoordt aan de vereisten van de technische standaard van het product voor het uitsluitend gebruik op industriële plaatsen en voor professionele doeleinden. De overeenstemming met de elektromagnetische compatibiliteit is niet gegarandeerd in de gebouwen voor huiselijk gebruik en in gebouwen die rechtstreeks verbonden zijn met een voedingsnet aan lage spanning dat de gebouwen voor huiselijk gebruik voedt.

SUPPLEMENTAIRE VOORZORGSMAATREGELEN
DE OPERATIES VAN HET LASSEN:
- In een ruimte met een verhoogd risico van elektroshock.
- In aangrenzende ruimten.
- In aanwezigheid van ontvlambare of ontploffende materialen.
MOETEN vooraf geëvalueerd worden door een "Verantwoordelijke expert" en altijd uitgevoerd worden in aanwezigheid van andere personen die opgeleid zijn voor ingrepen in noodgeval.
De technische beschermingsmiddelen beschreven in 7.10; A.8; A.10 van de norm "EN 60974-9: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik" MOETEN gebruikt worden.
- Het lassen MOET verboden zijn met een operator die van de grond opgeheven staat, behoudens het eventueel gebruik van een veiligheidsplatform.
- SPANNING TUSSEN ELEKTROĐENHOUDER OF TOÖRTSÉN: wanneer men werkt met meerdere lasmachines op een enkel stuk of op meerdere elektrisch verbonden stukken, kan er een gevaarlijke som van nullastspanningen tussen twee verschillende elektrodenhouders of toortsen gegenereerd worden, aan een waarde die het dubbel van de toegelaten limiet kan bereiken. Het is noodzakelijk dat een ervaren coördinator de instrumentmeting uitvoert om te bepalen of er een risico bestaat, zodanig dat hij de geschikte beschermingsmaatregelen kan treffen zoals wordt aangeduid in 7.9 van de norm "EN 60974-9: Apparatuur voor booglassen. Deel 9: Installatie en gebruik".

RESIDU RISICO'S
- ONJUIST GEBRUIK: het gebruik van de lasmachine is gevaarlijk voor gelijk welke bewerking die verschilt van diegene die voorzien zijn (vb. ontvriezen ndeen buizen van de waterleiding).
- De handgreep mag niet worden gebruikt om het lasapparaat aan op te hangen.
2. INLEIDING EN ALGEMENE BESCHRIJVING
2.1 INLEIDING
Deze lasmachines zijn een stroombron voor het booglassen, speciaal gemaakt voor het TIG (DC) LIFT-lassen en voor het MMA-lassen van beklede elektroden (rutiele, zure, basische).
De specifieke kenmerken van deze lasmachine (INVERTER), zoals de hoge snelheid en de nauwkeurigheid van de afstelling, geven excellente kwaliteiten aan het lassen. De afstelling met het "inverter"-systeem aan de ingang van de voedingslijn (primair) bepaalt bovendien een drastische vermindering van volume zowel van de transformator als van de reactantie van nivellering, waarbij de constructie van een lasmachine met een sterk beperkt volume en gewicht mogelijk wordt en bijgevolg wordt het hanteren en het vervoer van de machine zelf aanzienlijk vergemakkelijkt.
2.2 TOEBEHOREN OP AANVRAAG
Kit MMA-lassen.
- Kit TIG-lassen.
- Adaptor Argon-gasfles.
- Drukreductor.
- TIG-toorts.
- Zelfverdonkerend masker: met vaste of regelbare filter.
- Kabel van retourstroom van het lassen volledig met massaklem.
De belangrijkste gegevens m.b.t. het gebruik en de prestaties van de lasmachine zijn samengevat op de kentekenplaat met de volgende betekenis:
1- Beschermingsgraad van het omhulsel.
2- Symbool van de voedingslijn:
1\~: eenfase wisselspanning;
3\~: briefasen wisselspanning.
3- Symbool S: wijst erop dat er lasoperaties mogen uitgevoerd worden in een ruimte met een verhoogd risico van elektroshock (vb. in de onmiddellijke nabijheid van grote melalen massa's).
4- Symbool van de voorziene lasprocedure.
5- Symbool van de binnenstructuur van de lasmachine
6- EUROPESE referentienorm voor de veiligheid en de bouw van de machines voor booglassen.
7- Inschrijvingsnummer voor de identificatie van de lasmachine (noodzakelijk voor de technische service, de aanvraag van reserve onderdelen en het opzoeken van de oorsprong van het product).
8- Prestaties van het lascircuit:
- U_0 : maximum spanning piek leeg
- I_2/U_2 : Genormaliseerde overeenstemmende stroom en spanning die door de lasmachine tijdens het lassen kunnen verdeeld worden.
- X : Verhouding intermittentie: duidt de tijd aan dat de machine de overeenstemmende stroom kan verdelen (zelfde kolom). Wordt uitgedrukt in %, op basis van een cyclus van 10min (vb. 60% = 6 minuten werk, 4 minuten pauze; en zo verder).
Ingeval de gebruiksfactoren (van de kentekenplaat, die verwijzen naar 40°C ruimte) overschreden worden, wordt de ingreep van de thermische beveiliging bepaald (de lasmachine blijft in stand-by tot haar temperatuur terug binnen de toegestane limieten ligt).
- A/V-A/V : Duidt de gamma aan van de regeling van de lasstroom (minimum - maximum) aan de overeenstemmende boogspanning.
9- Kentekens van de voedingslijn:
- U _1 : Wisselspanning en voedingsfrequentie van de lasmachine (toegelaten limieten ±10%):
- I_1 : Maximum stroom verbruikt door de lijn.
- I_eff : Effectieve voedingsstroom.
10- : De waarde van de zekeringen met vertraagde werking moet voorzien worden voor de bescherming van de lij.
11- Symbolen m.b.t. de veiligheidsnormen waarvan de betekenis aangeduid is in hoofdstuk 1 "Algemene veiligheid voor het booglassen".
Opmerking: Het aangegeven voorbeeld van de kentekenplaat geeft een indicatieve aanwijzing van de betekenis van de symbolen en van de cijfers; de exacte waarden van de technische gegevens van de lasmachine in uw bezit moeten rechtstreeks genomen worden van de kentekenplaat van de lasmachine zelf.
- TOORTS: zie tabel 2 (TAB. 2).
Het gewicht van de lasmachine staat aangeduid in tabel 1 (TAB. 1).
De lasmachine bestaat hoofdzakelijk uit modules van vermogen en controle, gemaakt op gedrukte schakelingen en geoptimaliseerd voor het bekomen van een maximum bedrijfszekerheid en een beperkt onderhoud.
4.1.1 Lasmachine met ontsteking LIFT (FIG. B)
1- Ingang; eenfase-voedingslijn, groep gelijkrichter, correctiecircuit van de vermogensfactor (PFC indien voorzien) en condensators van nivellering.
2- Switching-brug naar transistors (IGBT) en drivers; schakelt de gelijkgerichte lijnspanning om in wisselspanning met hoge frequentie en voert de afstelling van het vermogen uit in functie van de gevraagde stroom/spanning van het lassen.
3- Transformator met hoge spanning; het primair wikkelen wordt gevoed met de spanning omgezet door het blok 2; deze heeft tot functie de spanning en de stroom aan te passen aan de waarden noodzakelijk voor de procedure van booglassen en gelijktijdig het lascircuit galvanisch te isoleren van de voedingslijn.
4- Brug secundaire gelijkrichter met inductantie van nivellering; schakelt wisselspanning/-stroom geleverd door het secundair wikkelen om in gelijkstroom/-spanning aan heel lage golving.
5- Elektronica van controle en afstelling; controleert onmiddellijk de waarde van de lasstroom en vergelijkt deze met de waarde ingesteld door de operator; moduleert de bedieningsimpulsen van de drivers van de IGBT die de afstelling uitvoeren.
6- Logica van controle van de werking van de lasmachine: stelt de cycli van het lassen in, verifieert de veiligheidssystemen.
7- Paneel van instelling en visuele weergave van de parameters en de werkwijzen. 8- Ventilator van koeling van de lasmachine.
4.2 INRICHTINGEN VAN CONTROLE, AFSTELLING EN VERBINDING
4.2.1 COMPACTE Lasmachine met ontsteking LIFT
4.2.1.1 Voorste paneel (FIG. C)
1- Drukknop selectie werkwijzen en parameters van werking: - eerste functie: selectie MMA of TIG.
- tweede functie (verlengde druk in werkwijze MMA): afstelling Hot Start, Arc Force en indien voorzien inwerkingstelling/buitenwerkstelling inrichting VRD.
De snelle druk van de drukknop staat toe de te regelen parameter te selecteren met de encoder (5) met aanduiding op de display (3) van de desbetreffende waarde.
Om deze procedure van afstelling te verlaten is de verlengde druk van de drukknop noodzakelijk.
Hot Start (op display "hot XX"):
Parameter van afstelling van de beginoverstroom (afstelling 0-100%) met aanduiding op de display van het percentage van vermeerdering in vergelijking met de waarde van de voorgeselecteerde lasstroom. Deze afstelling vergemakkelijkt de ontsteking van de elektrische boog.
Arc Force (op display "arc XX"):
Parameter van afstelling van de dynamische overstroom (afstelling 0-100%) met aanduiding op de display van het percentage van vermeerdering in vergelijking met de waarde van de voorgeselecteerde lasstroom. Deze afstelling verbetert de vloeibaarheid van het lassen en voorkomt het vastlijmen van de elektrode aan het stuk.
VRD (op display "vrd XX"):
Inrichting van reductie van de uitgangsspanning leeg (selectie on-off) met aanduiding op de display (3) inrichting actief "vrd ON" en inrichting niet actief "vrd OFF". Deze inrichting verhoogt de veiligheid van de operator wanneer de lasmachine aangeschakeld is maar niet in de conditie van lassen staat.
Let op: Bij modellen waarop dit is voorzien, kunt u kiezen tussen 2 verschillende kalibraties van de maximale beschikbare lasstroom.
CL.1: Kalibratie met verlaging van de maximale lasstroom (minder vermogen beschikbaar).
CL.2: Kalibratie zonder verlaging van de maximale lasstroom (meer vermogen beschikbaar).
Deze speciale functie kan worden geopend door de selectietoets ingedrukt te houden tijdens het inschakelen van het lasapparaat (met afsluiting van de hoofdschakelaar).
Oorspronkelijk is CL.1 geselecteerd; verder is een algemene reset van de parameters mogelijk (res ON/OFF).
De procedure wordt afgesloten op de manier die al is beschreven.
2- Leds instelling werkwijzen en parameters van werking:
2a
vaste led: selectie werkwijze MMA.
knipperende led: afstelling Arc Force, Hot Start, VRD (indien voorzien).
2b
vaste led: selectie werkwijze TIG.
3- Alfanumeriek display.
4- Gele led: normaal uit, indien aan wijst deze op de blokkering van de lasmachine (de machine blijft aan zonder stroom te verspeiden) wegens de ingreep van een van de volgende beschermingen:
- Thermische bescherming: aan de binnenkant van de lasmachine werd een te hoge temperatuur bereikt. Het herstel van de normale werking is automatisch. Alarm op display "AL.2".
- Bescherming tegen over- en onderspanning van de lijn: de spanning ligt buiten het spreidingsgebied +/- 15% in vergelijking met de waarde van de plaat. Alarm op display "AL.1".
LET OP: Het overschrijden van de limiet van de hoogste, voornoemde, spanning zal de inrichting ernstig beschadigen.
Bescherming ANTI STICK: de elektrode is vastgelijmd aan het te lassen materiaal, de handmatige verwijdering is mogelijk.
Het herstel van de normale werking is automatisch.
5- Encoder voor de afstelling van de parameters van het lassen, staat de afstelling toe ook tijdens het lassen.
6- Negatieve snapmofverbinding (-) om de laskabel te verbinden.
7- Positieve snapmofverbinding (+) om de laskabel te verbinden
4.2.1.2 Achterste paneel (FIG. D)
2 - Hoofdschakelaar O/OFF - I/ON (verlicht).
5. INSTALLATIE

LET OP! ALLE OPERATIES VAN INSTALLATIE EN ELEKTRISCHE
AANSLUITINGEN UITVOEREN MET DE LASMACHINE ZORGVULDIG UITGESCHAKELD EN LOSGEKOPPELD VAN HET VOEDINGSNET.
DE ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN MOETEN UITSLUITEND UTGEVOERD WORDEN DOOR ERVAREN OF GESCHOOLD PERSONEEL.
5.1 ASSEMBLAGE
5.1.1 Assemblage retourkabel -tang (FIG. E)
5.1.2 Assemblage laskabel-tang elektrodenhouder (FIG. F)
5.2 WERKWIJZEN VAN OPTILLEN VAN DE LASMACHINE
Alle in deze handleiding beschreven lasmachines moeten opgetild worden gebruikmakend van het handvat.
De plaats van installatie van de lasmachine bepalen zodanig dat er geen hindernissen zijn ter hoogte van de opening van de ingang en uitgang van de koellucht (gedwongen circulatie middels ventilator); intussen controleren dat er geen geleidend stof, bijlende dampen, vocht, enz. worden aangezogen.
Een vrije ruimte van minstens 250mm rond de lasmachine voorzien.

LET OP! De lasmachine op een vlak oppervlak plaatsen met een
gepast draagvermogen voor het gewicht van de machine teneinde kantelen of gevaarlijke verplaatsingen te voorkomen.
5.4 AANSLUITING OP HET NET
- Voordat men gelijk welke elektrische verbinding uitvoert, verifiëren of de gegevens op de plaat van de lasmachine overeenstemmen met de spanning en de frequentie van het net beschikbaar op de plaats van de installatie.
- De lasmachine moet uitsluitend verbonden worden met een voedingssysteem met een neutraalgeleider verbonden met de aarde.
- Om de bescherming tegen onrechtstreeks contact te garanderen, differentiaalschakelaars gebruiken van het type:
Type A ( ∼ ) voor eenfase machines;
[GRAPHIC]
- Teneinde te beantwoorden aan de vereisten van de Norm EN 61000-3-11 (Flicker) raadt men aan de lasmachine te verbinden met de punten van interface van het voedingsnet die een kleinere impedantie hebben van Zmax = 0.25 ohm (eenfase).
- De lasmachine valt niet binnen de vereisten van de norm IEC/EN 61000-3-12 (modellen zonder PFC).
Indien ze verbonden wordt met een openbaar voedingsnet, behoort het tot de verantwoordelijkheid van de installateur of van de gebruiker te verifiëren of de lasmachine kan aangesloten worden (indien nodig, de beheerder van het distributienet raadplegen).
5.4.1 Stekker en stopcontact
- De eenfase lasmachines met stroomopname kleiner dan of gelijk aan 16A zijn bij de oorsprong uitgerust met een voedingskabel met standaardstekker (2P+T) 16A \ 250V.
- De eenfase lasmachines met stroomopname groter dan 16A zijn uitgerust met een voedingskabel die verbonden moet worden met een standaardstekker (2P+T) met een adequaat vermogen. Een stopcontact van het net voorinstellen voorzien van een zekering of een automatische schakelaar; het desbetreffende uiteinde van de aardeansluiting moet verbonden worden met de aardegeleider (geel-groen) van de voedingslijn.
- De Tabel 1 (TAB. 1) geeft de aanbevolen waarden in ampères van de trage zekeringen van de lijn gekozen op basis van de max. nominale stroom verspreid door de lasmachine, en van de nominale voedingsspanning.
5.5 VERBINDINGEN VAN HET LASCIRCUIT

LET OP! VOORDAT MEN DE VOLGENDE VERBINDINGEN UITVOERT
MOET MEN CONTROLEREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD EN LOSGEKOPPELD VAN HET VOEDINGSNET IS.
De Tabel (TAB. 1) geeft de aanbevolen waarden voor de laskabels (in mm ^2 ) op basis van de maximum stroom verspreid door de lasmachine.
5.5.1 TIG-lassen
Verbinding toorts
- De kabel van de stroom in de desbetreffende snelklem (-) steken. De gasbuis van de toorls verbinden met de gasfles.
Verbinding retourkabel van de lasstroom
- Moet verbonden worden met het te lassen stuk of met de metalen bank waarop dit rust, zo dicht mogelijk bij de naad in uitvoering. Deze kabel moet verbonden worden met de klem met het symbool (+).
Verbinding met de gasfles
- De drukreductor vastdraaien op de klep van de gasfles en hierbij, indien nodig, de desbetreffende reductie geleverd als toebehoren erlussen plaatsen.
- De ingangsbuis van het gas verbinden met de reductor en het meegeleverde bandje vastdraaien.
- De beslagring van afstelling van de drukreductor loszetten voordat men de klep van de gasfles opent.
- De gasflies openen en de hoeveelheid gas regelen (l/min) volgens de indicatieve gegevens van gebruik, zie tabel (TAB. 3); eventuele aanpassingen van de gasuitstroom kunnen uitgevoerd worden tijdens het lassen waarbij men altijd moet ingrijpen op de beslagring van de drukreductor. De houding van de leidingen en aansluitingen verifiëren.
LET OP! De klep van de gasfles altijd sluiten op het einde van het werk.
5.5.2 MMA-lassen
De quasi-totaliteit van de beklede elektroden moet verbonden worden met de positieve pool (+) van de generator; uitzonderlijk met de negatieve pool (-) voor elektroden met zure bekleding.
Verbinding laskabel tang-elektrodenhouder
Brengt op het uiteinde een speciale klem die dient om het onbedekte gedeelte van de elektrode vast te draaien.
Deze kabel moet verbonden worden met de klem met het symbool (+).
Verbinding retourkabel van de lasstroom
Moet verbonden worden met het te lassen stuk of met de metalen bank waarop dit rust, zo dicht mogelijk bij de naad in uitvoering.
Deze kabel moet verbonden worden met de klem met het symbool (-).
6. LASSEN: BESCHRIJVING VAN DE PROCEDURE
6.1 TIG-LASSEN
6.1.1 Hoofdprincipes
Het TIG-lassen is een lasprocedure die de warmte gebruikt die geproduceerd wordt door de elektrische boog die ontstoken wordt en behouden blijft tussen een niet-smeltbare elektrode (Tungsteen) en het te lassen stuk. De elektrode van Tungsteen wordt ondersteund door een toorts die geschikt is voor het overbrengen van de lasstroom en voor de bescherming van de elektrode zelf en van het lasbad tegen de atmosferische oxydatie middels een stroom van inert gas (gewoonlijk Argon: Ar 99.5%) dat uit de keramische sproeier komt (FIG. G).
Het TIG DC-lassen is geschikt voor alle zwakgelegeerde en hooggelegeerde koolstofstalen en voor zware metalen zoals koper, nikkel, titaan en hun legeringen. Voor het lassen in TIG DC met elektrode naar de pool (-) wordt gewoonlijk de elektrode met 2% Cerium gebruikt (grijs gekleurde strook).
Het is noodzakelijk de elektrode van Tungsteen axiaal aan te punten aan de slijpschijf, zie FIG. H, hierbij moet men erop letten dat de punt perfect concentrisch is teneinde afwijkingen van de boog te voorkomen. Het is belangrijk het slijpen uit te voeren in de richting van de lengte van de elektrode. Deze operatie moet regelmatig herhaald worden in functie van het gebruik en de slijtage van de elektrode ofwel wanneer deze toevallig bevuuild, geoxydeerd of niet correct gebruikt werd.
Voor een goede lasoperatie is het strikt noodzakelijk de juiste diameter van elektrode met de juiste stroom te gebruiken, zie tabel (TAB. 3).
Het normaal uitsleken van de elektrode uit de keramische sproeier bedraagt 2-3mm en kan 8mm bereiken voor het hoeklassen.
Het lassen geschiedt door het smelten van de boorden van de naad. Voor dunne diktes die op een geschikte manier werden voorbereid (tot circa 1mm) is er geen lasmateriaal nodig (FIG. I).
Voor grotere diktes zijn staafjes nodig van dezelfde samenstelling als het basismateriaal en met een gepaste diameter, met een adequate voorbereiding van de boorden (FIG. L). Voor een goed resultaat van het lassen moeten de stukken zorgvuldig worden schoongemaakt en mogen ze geen sporen van oxide, oliën, vetten, oplosmiddelen, enz. vertonen.
6.1.2 Procedure (ontsteking LIFT)
- De lasstroom afstellen op de gewenste waarde met de knop; eventueel tijdens het lassen aanpassen aan de noodzakelijke reële thermische toevoer.
- De correcte gasverspreiding verifiëren.
Het aansteken van de elektrische boog geschiedt met het contact en de verwijdering van de elektrode van Tungsteen van het te lassen stuk. Deze manier van ontsteking veroorzaakt minder elektrisch bestraalde storingen en beperkt tot een minimum de insluitingen van Tungsteen en de slijtage van de elektrode; de punt van de elektrode op het stuk laten rusten, een lichte druk uitoefenen en de elektrode 2-3mm optillen met enkele ogenblikken van vertraging, zodanig dat men de ontsteking van de boog bekomt. In het begin verspreidt de lasmachine een stroom I_BASE , na enkele ogenblikken zal de ingestelde lasstroom worden ingesteld.
- Om het lassen te onderbreken, de elektrode snel optillen van het stuk.
6.2 MMA-LASSEN
6.2.1 Hoofdprincipes
- Het is strikt noodzakelijk de aanwijzingen van de fabrikant te volgen die op de verpakking van de gebruikte elektroden staan en die de correcte polariteit van de elektrode en de desbetreffende optimale stroom aanduiden.
- De lasstroom moet geregeld worden in functie van de diameter van de gebruikte elektrode en van het type van naad dat men wenst uit te voeren; bij wijze van informatie zijn de bruikbare stromen voor de verschillende diameters van elektrode:
| ∅ Elektrode(mm) Lasstroom (A) | ||
| Min. Max. | ||
| 1.6 25 50 | ||
| 2 | 40 80 | |
| 2.5 60 | 110 | |
| 3.2 80 | 160 | |
| 4 | 120 | 200 |
| 5 | 150 | 250 |
- Gelieve hierbij op te merken dat met eenzelfde diameter van de elektrode, hoge stroomwaarden gebruikt zullen worden voor het horizontaal lassen terwijl voor het verticaal lassen of het lassen boven het hoofd lagere stromen zullen gebruikt worden.
- De mechanische kenmerken van de gelaste naad worden, naast de intensiteit van de gekozen stroom, bepaald door de andere parameters van het lassen zoals de lengte van de boog, de snelheid en de stand van uitvoering, de diameter en de kwaliteit van de elektroden (voor een correcte bewaring moet men de elektroden uit de buurt van vochtigheid houden, ze zijn beschermd door de speciaal daartoe bestemde verpakkingen of bakken).
- De kenmerken van het lassen zijn ook afhankelijk van de waarde van Arc Force (dynamisch gedrag) van de lasmachine. Deze parameter kan ingesteld worden (indien voorzien) vanop het paneel, ofwel met een afstandbediening met 2 potentiometers.
- Gelieve hierbij op te merken dat hoge waarden van Arc Force een grotere penetratie geven en het lassen toestaan in gelijk welke stand typisch met basische elektroden, lage waarden van Arc Force maken een soepelere boog zonder spatten mogelijk typisch met rutiele elektroden.
De lasmachine is bovendien uitgerust met inrichtingen Hot Start en Anti Stick die respectievelijk gemakkelijke vertrekken en afwezigheid van vastlijmen van de elektrode aan het stuk garanderen.
6.2.2 Procedure
- Terwijl men het masker VOOR HET GEZICHT houdt, de punt van de elektrode op het te lassen stuk wrijven en hierbij een beweging uitvoeren alsof men een lucifer aansteekt; dit is de meest correcte methode om de boog te ontsteken: indien voorzien, met de inrichting VRD actief, wordt de ontsteking van de boog uitgevoerd door de elektrode snel in contact te brengen met en te verwijderen van het te lassen stuk.
LET OP: NIET met de elektrode op het stuk TIKKEN; men zou het risico lopen de bekleding ervan te beschadigen en bijgevolg de ontsteking van de boog te bemoeilijken. - Zodra de boog ontstoken is, trachten een afstand van het stuk te behouden die overeenstemt met de diameter van de gebruikte elektrode en deze afstand zo constant mogelijk houden tijdens de uitvoering van het lassen; men moet zich herinneren dat de inclinatie van de elektrode in de richting van de voorwaartse beweging ongeveer 20-30 graden moet zijn.
- Op het einde van de lasnaad moet men het uiteinde van de elektrode lichtjes achteruit zetten in vergelijking met de richting van de voorwaartse beweging, boven de krater om het vullen uit te voeren, vervolgens de elektrode snel optillen uit het smeltbad om het uitgaan van de boog te bekomen (Aspecten van de lasnaad - FIG. M).
7. ONDERHOUD

OPGELET! VOORDAT MEN DE ONDERHOUDSOPERATIES UITVOERT,
MOET MEN VERIFIËREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD IS EN LOSGEKOPPELD IS VAN HET VOEDINGSNET.
7.1 GEWOON ONDERHOUD
DE OPERATIES VAN GEWOON ONDERHOUD KUNNEN UITGEVOERD WORDEN DOOR DE OPERATOR.
7.1.1 Toorts
- Vermijden de toorts en haar kabel te doen steunen op warme stukken; dit zou het smelten van de isolerende materialen kunnen veroorzaken en bijgevolg de toorts snel buiten werking stellen.
- Regelmatig de dichting van de leiding en de gasaansluitingen controleren.
- De tang voor het vastklemmen van de elektrode en de gekalibreerde gasverspreider zorgvuldig aanpassen aan de diameter van de gekozen elektrode, teneinde verhittingen, slechte gasverspreiding en bijhorende slechte werking te voorkomen.
- Vóór ieder gebruik de staat van slijtage en de juistheid van de montage van de eindgedeelten van de toorts controleren: sproeier, elektrode, tang voor het vastklemmen van de elektrode, gasverspreider.
7.2 BUITENGEWOON ONDERHOUD
DE OPERATIES VAN BUITENGEWOON ONDERHOUD MOETEN UITSLUITEND UITGEVOERD WORDEN DOOR ERVAREN OF GESCHOOLD PERSONEEL OP HET GEBIED VAN ELEKTRONICA-MECHANICA EN OVEREENKOMSTIG DE TECHNISCHE NORM IEC/EN 60974-4.

OPGELET! VOORDAT MEN DE PANELEN VAN DE LASMACHINE
WEGNEEMT EN NAAR DE BINNENKANT ERVAN GAAT, MOET MEN CONTROLEREN OF DE LASMACHINE UITGESCHAKELD IS EN LOSGEKOPPELD IS VAN HET VOEDINGSNET.
Eventuele controles uitgevoerd onder spanning aan de binnenkant van de lasmachine kunnen zware elektroshocks veroorzaken gegenereerd door een rechtstreeks contact met gedeelten onder spanning en/of kwetsingen te wijten aan een rechtstreeks contact met organen in beweging.
- Regelmatig en alleszins met een frequentie in functie van het gebruik en de aanwezigheid van slof in het milieu, de binnenkant van de lasmachine controleren en met een heel zachte borstel of met geschikte oplosmiddelen het slof wegnemen dat zich heeft afgezet op de elektronische kaarten.
- Bij gelegenheid verifiëren of de elektrische verbindingen goed vastgedraaid zijn en of de bekabelingen geen beschadigingen aan de isolering vertonen.
- Op het einde van deze operaties moet men de panelen van de lasmachine terug monteren en hierbij de stelschroeven tot op het einde toe vastdraaien.
- Strikt vermijden de lasoperaties uit te voeren met een open lasmachine.
- Nadat men het onderhoud of de reparatie heeft uitgevoerd, de verbindingen en bekabelingen herstellen zoals ze oorspronkelijk waren en erop letten dat ze niet in contact komen met componenten in beweging of met componenten die hoge temperaturen kunnen bereiken. Alle geleiders omwikkelen zoals ze oorspronkelijk
waren en erop letten dat de verbindingen van de primaire transformator in hoge spanning goed gescheiden zijn van die van de secundaire transformators in lage spanning.
Alle aanpasstukken en de originele schroeven gebruiken om de constructie terug te sluiten.
8. PROBLEEMOPLOSSINGEN
BIJ SLECHTE PRESTATIES EN ALVORENS SYSTEMATISCHE CONTROLES UIT VOEREN OF DE HULP VAN EEN SERVICECENTRUM IN TE ROEPEN, CONTROLLEREN OF:
- De lasstroom geschikt is voor de dikte en het type van de gebruikte elektrode.
- Met de hoofdschakelaar op "ON", het betreffende controlelampje brandt; als dit niet het geval mocht zijn is het waarschijnlijk dat de oorzaak van het probleem in de netvoeding (kabels, stopcontact, stekker, zekeringen enz.) dient te worden gezocht.
- Controleer of het gele controlelampje, dat de inwerkingtreding van de thermische beveiliging voor over- of onderspanning of kortsluiting aangeeft, wel uit is.
- Controleer of de nominale intermittentieverhouding juist is. In het geval dat de thermostatische beveiliging in werking treedt, dient de machine uit zichzelf af te koelen. Controleer de werking van de ventilator.
- De spanning van de lijn controleren: indien de waarde te hoog of te laag is blijft de lasmachine geblokkeerd.
- Controleer of er geen kortsluiting is aan de uitgang van de machine. Mocht dat het geval zijn, los deze storing dan op.
- De aansluitingen van het lascircuit op correcte wijze zijn uitgevoerd, vooral of de massaklem goed, zonder tussenkomst van isolerende materialen (bijv. verf), aan het stuk is bevestigd.
-
Het gebruikte beschermingsgas juist is (Argon 99.5% en in de juiste hoeveelheid).
-
AZ ÍVHEGESZTÉS ÁLTALÁNOS BIZTONSÁGI SZABÁLYAI 38
-
BEVEZETÉS ÉS ÁLTALÁNOS LEÍRÁS 39
2.1 BEVEZETÉS 39
1- Gradul de protectie a carcasei
2- Simbolul prizei de alimentare
1\~: tensiune alternativā monofazicā;
- prima functie: selectie MMA sau TIG.
De fabrikant is garant voor de goede werking van de machines en verplicht er zich toe gratis de vervanging uit te voeren van de stukken die afslijten omwille van de slechte kwaliteit van het materiaal en omwille van fabricagefouten, binnen de 12 maanden vanaf de datum van in bedrijfstelling van de machine, bevestigd op het certificaat. De geretourneerde machines, ook al zijn ze in garantie, moeten PORTVRIJ verzonden worden en zullen op KOSTEN BESTEMMELING teruggestuurd worden. Hierop maken een uitzondering de machines die vallen onder de verbruiksartikelen overeenkomstig de Europese richtlijn, 1999/44/EG, alleen indien ze verkocht zijn in de lidstaten van de EU. Het garantiecertificaat is alleen geldig indien het vergezeld is van de fiscale reçu of van het ontvangstbewijs. De inconveniënten te wijten aan een slecht gebruik, schendingen of nalatigheid zijn uitgesloten uit de garantie. Bovendien wijst men alle verantwoordelijkheid af voor alle rechtstreekse en onrechtstreekse schade.