BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Laserwaterpas

GRL 150 HV Set 3 - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GRL 150 HV Set 3 BOSCH in PDF-formaat.

📄 508 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSCH GRL 150 HV Set 3 - page 107
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeProfessionele roterende laser
MerkBosch
ModelGRL 150 HV Set 3
Werkbereik (zonder ontvanger)Ongeveer 30 m
Werkbereik (met ontvanger LR 1)Tot 150 m
Nivelleernauwkeurigheid< ±0,1 mm/m
Automatisch nivelleerbereik±8 % (±5°)
Nivelleertijd15 s
Rotatiesnelheden150 / 300 / 600 tpm
Laserklasse2 (635 nm, < 1 mW)
Voeding laser2 batterijen LR20 (D) 1,5 V of 2 accu's NiMH 1,2 V (9 Ah)
Werktijd (batterijen)Ongeveer 60 h
Werktijd (accu's)Ongeveer 40 h
Bedrijfstemperatuur-10 °C tot +50 °C
BeschermingsgraadIP54 (stof- en spatwaterdicht)
Gewicht (laser alleen)1,8 kg
Afmetingen (laser)183 x 170 x 186 mm
Laserontvanger LR 1Bereik 150 m, nauwkeurigheid ±1 mm (fijn) / ±3 mm (gemiddeld)
Voeding ontvanger1 batterij 9 V 6LR61
Werktijd ontvangerOngeveer 50 h
Gewicht ontvanger0,36 kg
Lader100-240 V~, 50/60 Hz, laadtijd 14 h
HoofdfunctiesAutomatisch nivelleren, schokwaarschuwing, rotatie-/lijn-/puntmodi, optionele afstandsbediening
OnderhoudReinigen met een zachte, vochtige doek, geen oplosmiddelen
VeiligheidLaser klasse 2, niet in de straal kijken, alleen gebruiken met Bosch accessoires
Reserveonderdelen / repareerbaarheidReparatie alleen door erkende Bosch service, artikelnummer vereist

Veelgestelde vragen - GRL 150 HV Set 3 BOSCH

Hoe zet ik de laser GRL 150 HV aan?
Druk op de aan/uit-schakelaar (4). Het apparaat begint met automatisch nivelleren. Het nivelleerdisplay (3) knippert groen en blijft dan continu groen branden zodra het genivelleerd is. De laser schakelt automatisch naar de rotatiemodus.
Wat is de nivelleernauwkeurigheid van dit apparaat?
De nauwkeurigheid is minder dan ±0,1 mm/m. Voor een afstand van 20 m is de maximaal toegestane afwijking ±4 mm.
Hoe gebruik ik de laserontvanger LR 1?
Plaats de ontvanger op minimaal 50 cm van de laser, schakel hem in met de schakelaar (26). Selecteer de nauwkeurigheid (fijn/gemiddeld) met de toets (27). Verplaats de ontvanger tot het centrale display (e) oplicht en het continue geluidssignaal klinkt.
Wat te doen als het apparaat niet nivelleert?
Als het nivelleerdisplay (3) continu rood blijft, is het apparaat meer dan 8% gekanteld. Plaats het op een stabiele ondergrond en wacht tot het nivelleert. Als het gedurende 2 uur buiten het bereik is, schakelt het zichzelf automatisch uit.
Hoe vervang ik de batterijen van de laser?
Draai de vergrendeling (15) van het batterijvak (14) naar de open stand, verwijder het vak, plaats twee LR20 (D) batterijen met de juiste polariteit, sluit het vak en draai de vergrendeling naar de gesloten stand.
Kan ik oplaadbare batterijen gebruiken in de laser?
Ja, gebruik NiMH accu's van het type R20 (D) met een capaciteit van 9 Ah. De meegeleverde lader (21) is geschikt voor deze accu's. De laadtijd is ongeveer 14 uur.
Hoe activeer ik de schokwaarschuwing?
Druk op de schokwaarschuwingstoets (2). Het lampje (1) brandt continu groen en na 30 s is de waarschuwing actief. Bij een schok knippert de laser en het lampje knippert rood. Om te resetten, druk nogmaals op toets (2).
Hoe reinig ik het meetapparaat?
Gebruik een zachte, vochtige doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen. Reinig regelmatig de laseruitgang. Dompel het apparaat nooit onder in water.
Waar vind ik het serienummer van de laser?
Het serienummer (19) staat op het typeplaatje van de roterende laser. Het is nodig voor elke aanvraag van reserveonderdelen of reparatie.
Wat te doen als de laser beschadigd is?
Laat de reparatie uitvoeren door een erkend Bosch servicecentrum. Open het apparaat niet zelf. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.

Gebruikersvragen over GRL 150 HV Set 3 BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GRL 150 HV Set 3 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GRL 150 HV Set 3 van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GRL 150 HV Set 3 BOSCH

Veiligheidsvoorschriften

Rotatielaser

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 1

Alle aanwijzingen moeten worden gelezen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.

  • Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
    Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 20).

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 2

text_image Laserstraling klasse 2 kijk niet in de straal IEC 60825-1:2007-03 <1mW, 635 nm

Plak over de Engelse tekst van het waarschuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 3

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden.

  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren.
    Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
    ▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind.
    ▶ Open het accupack niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 4

Bescherm het accupack tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen aanhoudend zonlicht en vuur. Er bestaat explosiegevaar.

  • Voorkom aanraking van het niet-gebruikte accupack met paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
    Laad het accupack alleen met het in deze gebruiksaanwijzing aangegeven oplaadapparaat op. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu's wordt gebruikt.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 8

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 9

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 10

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 11

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 12

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatielaser - 13

108 | Nederlands

Acculader

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Acculader - 1

Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Acculader - 2

Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het oplaadapparaat vergroot het risico van een elektrische schok.

Laad met het oplaadapparaat geen accu's van andere fabrikanten op. Het oplaadapparaat is alleen geschikt voor het opladen van het Bosch-accupack dat in de rotatielaser is geplaatst. Bij het opladen van accu's van andere fabrikanten bestaat brand- en explosiegevaar.
Houd het oplaadapparaat schoon. Door vervuiling bestaat gevaar voor een elektrische schok.
- Controleer voor elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat niet als u een beschadiging hebt vastgesteld. Open het oplaadapparaat niet zelf en laat het alleen door gekwalificeerd personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen repareren. Beschadigde oplaadapparaten, kabels en stekkers vergroten het risico van een elektrische schok.
- Gebruik het oplaadapparaat niet op een gemakkelijk brandbare ondergrond (zoals papier of textiel) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar.
Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandingen leiden.

Laserontvanger

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Laserontvanger - 1

Met het meetgereedschap kunt u alleen optimaal werken als u de gebruiksaanwijzing en de tips voor de werkzaamheden volledig leest en u de daarin aanwezige aanwijzingen strikt opvolgt. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Laserontvanger - 2

Breng het meetgereedschap niet in de buurt van een pacemaker. De magneetplaat 29 brengt een veld voort dat de functie van een pacemaker nadelig kan beïnvloeden.

Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneetplaat 29 kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.

Functiebeschrijving

Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van rotatielaser, oplaadapparaat en laserontvanger open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.

Gebruik volgens bestemming

Rotatielaser

Het meetgereedschap is bestemd voor het meten en controleren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten.

Acculader

Gebruik het oplaadapparaat alleen wanneer u alle functies volledig kunt inschatten en zonder beperkingen kunt gebruiken of daarvoor bestemde instructies heeft ontvangen.

Laserontvanger

Het meetgereedschap is bestemd voor het snel vinden van roterende laserstralen.

Afgebeelde componenten

De nummering van de afgebeelde componenten heeft betrekking op de weergave van de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laserontvanger op de pagina's met afbeeldingen.

Rotatielaser en oplaadapparaat

1 Indicatie waarschuwing voor schok
2 Toets Waarschuwing voor schok
3 Weergave automatisch waterpassen
4 Aan/uit-toets rotatielaser
5 Toets voor rotatiefunctie en keuze van de rotatiesnelheid
6 Variabele laserstraal
7 Ontvangstlens voor afstandsbediening
8 Opening voor laserstraal
9 Loodstraal

10 Rotatiekop

11 Toets voor lijnfunctie en keuze van de lijnlengte

12 Indicatie oplaadtoestand

13 Accupack*

14 Batterijvak

15 Vergrendeling batterijvak

16 Vergrendeling accupack*

17 Contactbus voor oplaadstekker*

18 Statiefopname 5/8"

19 Serienummer rotatielaser

20 Laser-waarschuwingsplaatje

21 Oplaadapparaat*

22 Netstekker van oplaadapparaat*

23 Oplaadstekker*

Laserontvanger\*

24 Vergrendeling van het batterijvakdeksel

25 Libel laserontvanger

26 Aan/uit-toets laserontvanger

27 Toets Instelling meetnauwkeurigheid
28 Toets Geluidssignaal
29 Magneetplaat
30 Middenmarkering
31 Ontvangstveld voor laserstraal
32 Display
33 Opname voor houder
34 Deksel van batterijvak
35 Serienummer laserontvanger
36 Vastzetschroef van houder
37 Bovenkant van houder
39 Bevestigingsschroef van houder
40 Houder
41 Libel houder

Indicatie-elementen laserontvanger

a Indicatie instelling „middel“
b Batterij-indicatie
c Richtingindicatie boven
d Indicatie geluidssignaal
e Middenindicatie
f Indicatie instelling „fijn”
g Richtingindicatie onder

Toebehoren en vervangingsonderdelen

38 Bouwlaser-meetlat*

42 Laserbril*

43 Wandhouder* (vanaf medio 2009 verkrijgbaar)

44 Meetplaat met voet*

45 Plafondmeetplaat*

46 Afstandsbediening* (vanaf medio 2009 verkrijgbaar)

47 Opbergkoffer

48 Statief*

* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehorenprogramma.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Toebehoren en vervangingsonderdelen - 8

110 | Nederlands

Technische gegevens

Rotatielaser GRL 150 HV
Professional
Zaaknummer3 601 K15 300
Werkbereik (radius)1)
- Zonder laserontvanger ca.30 m
- Met laserontvanger ca.150 m
Waterpasnauwkeurigheid1)2)<± 0,1 mm/m
Zelfwaterpasbereik kenmerkend±8 % (±5°)
Waterpastijd kenmerkend15 s
Rotatiesnelheid150/300/600 min-1
Bedrijfstemperatuur -10 ... +50 °C
Bewaartemperatuur-20 ... +70 °C
Relatieve luchtvochtigheid max.90 %
Laserklasse2
Lasertype635 nm, <1 mW
Ø Laserstraal bij de opening ca.1)5 mm
Statiefopname (horizontaal)5/8"
Accu's (NiMH)2 x 1, 2 VKR20 (D) (9 A h)
Batterijen (alkali-mangaan)2 x 1,5 V LR20 (D)
Gebruiksduur ca.
- Accu's ( Ni MH )40 h
- Batterijen (alkali-mangaan)60 h
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/20031,8 kg
Afmetingen1 8 3 x 1 7 0 x 1 8 6 mm
Gebruik buitenshuis mogelijk
BeschermingsklasseIP 54 (stof- en spatwaterbescherming)
1) bij 20 °C
2) langs de assen
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van de rotatielaser. De handelsbenamingen van afzonderlijke rotatielasers kunnen afwijken.
Het serienummer 19 op het typeplaatje dient voor de eenduldige identificatie van uw rotatielaser.

Nederlands | 111

Laserontvanger LR 1

Professional
Zaaknummer3 601 K15 400
Werkbereik^1)
- Met rotatielaser GRL 150 HV150 m
Ontvangsthoek120°
Te ontvangen rotatiesnelheid>200 min ^1
Meetnauwkeurigheid^2)
- Instelling „fijn”± 1 mm
- Instelling „middel”± 3 mm
Bedrijfstemperatuur- 10 °C ... +50 °C
Bewaartemperatuur- 20 °C ... +70 °C
Batterij1 x 9 V 6 L R 6 1
Gebruiksduur ca.50 h
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/20030,36 kg
Afmetingen148 x 73 x 30 mm
Gebruik buitenshuis mogelijk
BeschermingsklasseIP 54 (stof- en spatwaterbescherming)

1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).
2) Afhankelijk van afstand tussen laserontvanger en rotatielaser
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van de laserontvanger. De handelsbenamingen van afzonderlijke laserontvangers kunnen afwijken.
Het serienummer 35 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw laserontvanger.

Oplaadapparaat

Zaaknummer 1 609 203 X11
Nominale spanningV~ 100-240
FrequentieHz 50/60
Oplaadspanning accuV= 7,5
LaadstroomA1,0
Toegestaan oplaadtemperatuurbereik°C 0-45
Oplaadtijdh14
Aantal accucellen2
Nominale spanning (Accu's)V=2 x 1,2
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003kg 0,2
Isolatieklasse /

112 | Nederlands

Informatie over geluid

Rotatielaser

Meetwaarden bepaald volgens EN 60745.

Het A-gewogen geluidsdrukniveau van het meetgereedschap is kenmerkend minder dan 70 dB(A).

Laserontvanger

Het A-gewogen geluidsdrukniveau van het geluidssignaal bedraagt op een meter afstand 95 dB(A).

Houd het meetgereedschap niet dicht bij uw oor.

Conformiteitsverklaring €

Rotatielaser en oplaadapparaat: Wij verklaren als alleen verantwoordelijke dat het onder „Technische gegevens” beschreven product voldoet aan de volgende normen en normatieve documenten: EN 61010-1, EN 60825-1 (meetgereedschap) resp. EN 60950-1 (acculaders) volgens de bepalingen van de richtlijnen 2006/95/EG, 2004/108/EG, 98/37/EG (t/m 28-12-2009) en 2006/42/EG (vanaf 29-12-2009).

Technisch dossier bij: Robert Bosch GmbH, PT/ESC, D-70745 Leinfelden-Echterdingen

CE 08

Energievoorziening rotatielaser

Gebruik met batterijen of accu's

Gebruik uitsluitend alkalimangaanbatterijen of oplaadbare batterijen.

Als u het batterijvak 14 wilt openen, draait u de vergrendeling 15 in stand en trekt u het batterijvak naar buiten.

Let bij het inzetten van de batterijen op de juiste poolaansluitingen overeenkomstig de afbeelding in het batterijvak.

Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.

Sluit het batterijvak 14 en draai de vergrendeling 15 in stand

Als u de batterijen verkeerd heeft geplaatst, kan het meetgereedschap niet worden ingeschakeld. Plaats de batterijen met de juiste poolaansluitingen in het batterijvak.

▶ Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.

Gebruik met accupack

Laad het accupack 13 vóór het eerste gebruik op. Het accupack kan uitsluitend worden opgeladen met het daarvoor bestemde oplaadapparaat 21.

Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het oplaadapparaat. Met 230 V aangeduide oplaadapparaten kunnen ook met 220 V worden gebruikt.

Steek de bij uw stroomnet passende netstekker 22 in het oplaadapparaat 21 en laat deze vastklikken.

Steek de oplaadstekker 23 van het oplaadapparaat in de aansluiting 17 van het accupack. Sluit het oplaadapparaat op het stroomnet aan. Het opladen van het lege accupack duurt ongeveer 14 uur. Oplaadapparaat en accupack zijn beschermd tegen te lang opladen.

Een nieuw of lang niet gebruikt accupack levert pas na ongeveer vijf oplaad- en ontlaadcycli zijn volledige capaciteit.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Gebruik met accupack - 8

Laad het accupack 13 niet na elk gebruik op, omdat anders de capaciteit ervan verminderd wordt. Laad het accupack alleen op als de oplaadindicatie 12 knippert of continu brandt.

Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opla- den geeft aan dat het accupack versleten is en moet worden vervangen.

Als het accupack leeg is, kunt u het meetgereedschap ook met behulp van het oplaadapparaat 21 gebruiken, als dit op het stroomnet is aangesloten. Schakel het meetgereedschap uit, laad het accupack ca. 10 minuten op en schakel vervolgens het meetgereedschap met het aangesloten oplaadapparaat weer in.

Als u het accupack 13 wilt vervangen, draait u de vergrendeling 16 in stand en trekt u het accupack 13 naar buiten.

Zet een nieuw accupack in en draai de vergrendeling 16 in stand 🔒

Neem het accupack uit het meetgereedschap als u het gedurende lange tijd niet gebruikt. Accu's kunnen roesten of hun lading verliezen als deze lang worden bewaard.

Indicatie oplaadtoestand

Als de oplaadindicatie 12 voor het eerst rood knippert, kan het meetgereedschap nog ongeveer 2 uur worden gebruikt.

Als de oplaadindicatie 12 continu rood brandt, zijn er geen metingen meer mogelijk. Het meetgereedschap wordt na 1 minuut automatisch uitgeschakeld.

Energievoorziening laserontvanger

Gebruik uitsluitend alkali-mangaan-batterijen. Druk op de vergrendeling 24 van het batterijvak en klap het batterijvakdeksel 34 open.

Let bij het inzetten van de batterij op de juiste poolaansluitingen overeenkomstig de afbeelding in het batterijvak.

Nadat de batterij-indicatie b voor het eerst in het display 32 is verschenen, kan de laserontvanger nog ongeveer 3 uur worden gebruikt.

Neem de batterij uit de laserontvanger als u deze gedurende lange tijd niet gebruikt. De batterij kan roesten of zijn lading verliezen als deze lang wordt bewaard.

Gebruik

Ingebruikneming rotatielaser

  • Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Waterpasnauwkeurigheid rotatielaser“, pagina 117).
    Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed.

Meetgereedschap opstellen

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 1
Horizontale stand

Verticale stand
BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 2

Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond in de horizontale of verticale stand op, monteer het op een statief 48 of op de muurhouder 43.

Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en verplaatsingen. Let daarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 8

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 9

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 10

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 11

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 12

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Meetgereedschap opstellen - 13

Richt de laserstraal niet op personen of dieren (in het bijzonder niet op hun ooghoogte) en kijk zelf niet in de laserstraal (ook niet van een grote afstand). Het meetgereedschap zendt onmiddellijk na het inschakelen een verticale loodstraal 9 en een variabele horizontale laserstraal 6 uit.

Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 4. De indicaties 1, 3 en 12 lichten kort op. Het meetgereedschap begint meteen met automatisch waterpassen. Tijdens het waterpassen knippert de waterpasindicatie 3 groen en de laser knippert in de puntfunctie.

Het meetgereedschap is waterpas gesteld zodra de waterpasindicatie 3 continu groen brandt en de laser continu schijnt. Nadat het waterpassen is afgesloten, start het meetgereedschap automatisch in de rotatiefunctie.

Met de functietoetsen 5 en 11 kunt u al tijdens het waterpas stellen de functie vastleggen (zie „Functies rotatielaser“, pagina 114). In dit geval start het meetgereedschap nadat het waterpassen is afgesloten in de gekozen functie.

Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 4.

Het meetgereedschap wordt ter bescherming van de batterijen automatisch uitgeschakeld wanneer het zich langer dan 2 uur buiten het zelfwaterpasbereik bevindt of de schokwaarschuwing langer dan 2 uur geactiveerd is (zie „Automatisch waterpassen rotatielaser“, pagina 116). Positioneer het meetgereedschap opnieuw en schakel het weer in.

Functies rotatielaser

Overzicht

Alle drie gebruiksmodi zijn in horizontale en verticale stand van het meetgereedschap mogelijk.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Overzicht - 1

Rotatiefunctie

De rotatiefunctie wordt in het bijzonder geadviseerd bij gebruik van de laserontvanger. U kunt tussen verschillende rotatiesnelheden kiezen.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatiefunctie - 1

Lijnfunctie

In deze functie beweegt de variabele laserstaal binnen een beperkte openingshoek. Daardoor wordt de zichtbaarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uit verschillende openingshoeken kiezen.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Lijnfunctie - 1

Puntfunctie

In deze functie wordt de beste zichtbaarheid van de variabele laserstraal bereikt. Deze dient bijvoorbeeld voor het eenvoudig overbrengen van hoogten of voor het controleren van rooilijnen.

Rotatiefunctie (150/300/600 min ^-1 )

Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de rotatiefunctie met gemiddelde rotatiesnelheid.

Als u van de lijn- naar de rotatiefunctie wilt gaan, drukt u op de toets voor de rotatiefunctie 5. De rotatiefunctie start met gemiddelde rotatiesnelheid.

Als u de rotatiesnelheid wilt veranderen, drukt u opnieuw op de toets voor de rotatiefunctie 5 tot de gewenste snelheid bereikt is.

Tijdens werkzaamheden met de laserontvanger dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Bij werkzaamheden zonder laserontvanger vermindert u voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal de rotatiesnelheid en gebruikt u de laserbril 42.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatiefunctie (150/300/600 min ^-1 ) - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatiefunctie (150/300/600 min ^-1 ) - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatiefunctie (150/300/600 min ^-1 ) - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatiefunctie (150/300/600 min ^-1 ) - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatiefunctie (150/300/600 min ^-1 ) - 5

Nederlands | 115

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Rotatiefunctie (150/300/600 min ^-1 ) - 6

Lijnfunctie, puntfunctie (10°/25°/35°, 0°)

Als u naar de lijnfunctie of de puntfunctie wilt gaan, drukt u op de toets voor lijnfunctie 11. Het meetgereedschap gaat over naar de lijnfunctie met de kleinste openingshoek.

Voor de verandering van de openingshoek drukt u op de toets voor lijnfunctie 11. De openingshoek wordt in twee stappen vergroot. Tegelijkertijd wordt de rotatiesnelheid bij elke stap verhoogd. Als u de toets voor lijnfunctie 11 voor de derde keer indrukt, gaat het meetgereedschap na kort heen en weer bewegen over naar de puntfunctie. Opnieuw indrukken van de toets 11 leidt terug naar de lijnfunctie met de kleinste openingshoek.

Opmerking: Vanwege de traagheid kan de laser in geringe mate over de eindpunten van de laser- lijn heen bewegen.

Voor het positioneren van de laserlijn of de laserpunt binnen het rotatievlak draait u de rotatiekop 10 met de hand in de gewenste positie of gebruikt u de afstandsbediening 46.

Rotatievlak bij verticale stand draaien

Bij een verticale stand van het meetgereedschap kunt u laserpunt, laserlijn of rotatievlak met behulp van de afstandsbediening 46 om de verticale as draaien. Raadpleeg daarvoor de gebruiksaanwijzing van de afstandsbediening.

Ingebruikneming laserontvanger

▶ Bescherm de laserontvanger tegen vocht.
Stel de laserontvanger niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat deze bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat de laserontvanger bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u deze in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van de laserontvanger nadelig worden beïnvloed.

Stel de laserontvanger minstens 50 cm van de rotatielaser verwijderd op. Plaats de laserontvanger zodanig dat de laserstraal het ontvangstveld 31 kan bereiken. Stel op de rotatielaser de hoogste rotatiesnelheid in.

In- en uitschakelen

Bij het inschakelen van de laserontvanger klinkt een luid geluidssignaal. Houd daarom de laserontvanger bij het inschakelen uit de buurt van uw oren en uit de buurt van andere personen. Het luide geluid kan het gehoor beschadigen.

Als u de laserontvanger wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 26. Er klinken twee geluidssignalen en alle indicaties in het display lichten kort op.

Als u de laserontvanger wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 26.

Als er ongeveer 10 minuten geen toets op de laserontvanger wordt ingedrukt en het ontvangstveld 31 10 minuten lang niet door een laserstraal wordt bereikt, wordt de laserontvanger automatisch uitgeschakeld om de batterij te ontzien. De uitschakeling wordt aangegeven door een geluidssignaal.

Instelling van middenindicatie kiezen

Met de toets 27 kunt u vastleggen met welke nauwkeurigheid de positie van de laserstraal op het ontvangstveld als in het „midden” wordt aangegeven:

  • Instelling „fijn“ (indicatie f in display),
  • Instelling „middel“ (indicatie a in display),

Bij wijziging van de nauwkeurigheidsinstelling klinkt een geluidssignaal.

Na het inschakelen van de laserontvanger is altijd de nauwkeurigheid „middel” ingesteld.

Richtingindicaties

De indicaties onder g, midden e en boven c (resp. aan de voor- en achterzijde van de laserontvanger) geven de positie van de roterende laserstraal in het ontvangstveld 31 aan. De positie kan bovendien door een geluidssignaal worden aangegeven (zie „Geluidssignaal voor het aangeven van de laserstraal”, pagina 116).

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 8

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 9

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 10

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richtingindicaties - 11

Laserontvanger te laag: Als de laserstraal door de bovenste helft van het ontvangstveld 31 loopt, verschijnt de onderste richtingindicatie g in het display.

Indien het geluidssignaal ingeschakeld is, klinkt er een signaal met een langzaam ritme. Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omhoog. Zodra de middenmarkering 30 wordt benaderd, wordt alleen nog de punt van de richtingindicatie g weergegeven.

Laserontvanger te hoog: Als de laserstraal door de onderste helft van het ontvangstveld 31 loopt, verschijnt de bovenste richtingindicatie c in het display.

Indien het geluidssignaal ingeschakeld is, klinkt er een signaal met een snel ritme.

Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omlaag. Zodra de middenmarkering 30 wordt benaderd, wordt alleen nog de punt van de richtingindicatie c weergegeven.

Laserontvanger in het midden: Als de laserstraal door het ontvangstveld 31 ter hoogte van de middenmarkering 30 loopt, brandt de middenindicatie e. Indien het geluidssignaal is ingeschakeld, klinkt er een aanhoudend signaal.

Geluidssignaal voor het aangeven van de laserstraal

De positie van de laserstraal op het ontvangstveld 31 kan door een geluidssignaal worden aangegeven.

Na het inschakelen van de laserontvanger is het geluidssignaal altijd uitgeschakeld.

Als u het geluidssignaal inschakelt, kunt u uit twee geluidsvolumes kiezen.

Druk voor het inschakelen of veranderen van het geluidssignaal op de toets Geluidssignaal 28 tot het gewenste geluidsvolume wordt weergegeven. Bij een gemiddeld geluidsvolume knippert de geluidssignaalindicatie d in het display. Bij een hoog geluidsvolume brandt de indicatie permanent. Bij een uitgeschakeld geluidssignaal gaat de indicatie uit.

Automatisch waterpassen rotatielaser

Overzicht

Het meetgereedschap herkent na het inschakelen zelf de horizontale resp. verticale stand. Als u wilt wisselen tussen de horizontale en verticale stand, schakelt u het meetgereedschap uit, positioneert u het opnieuw en schakelt u het weer in.

Na het inschakelen controleert het meetgereedschap de horizontale of verticale stand en compenseert het oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ca. 8 % (±0,8 m/10 m) automatisch.

Als het meetgereedschap na het inschakelen of na een positieverandering meer dan 8 % scheef staat, is waterpas stellen niet meer mogelijk. In dit geval wordt de rotor gestopt. De laser knippert en de waterpasindicatie 3 brandt continu rood. Positioneer het meetgereedschap opnieuw en wacht het waterpassen af. Zonder opnieuw positioneren wordt na 2 minuten de laser en na 2 uur het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld.

Als het meetgereedschap waterpas is gesteld, controleert het voortdurend de horizontale resp. verticale stand. Bij positieveranderingen wordt er automatisch opnieuw waterpas gesteld. Ter voorkoming van verkeerde metingen stopt de rotor tijdens het waterpassen. De laser knippert en de waterpasindicatie 3 knippert groen.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Overzicht - 1

Schokwaarschuwingsfunctie

Het meetgereedschap bezit een schokwaarschuwingsfunctie. Deze voorkomt bij veranderingen van plaats en schokken van het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het waterpas stellen op veranderde hoogte. Daardoor worden hoogtefouten voorkomen.

Als u de schokwaarschuwing wilt inschakelen, drukt u op de toets Schokwaarschuwing 2. De schokwaarschuwingsindicatie 1 brandt continu groen. Na 30 seconden wordt de schokwaarschuwing geactiveerd.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Schokwaarschuwingsfunctie - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Schokwaarschuwingsfunctie - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Schokwaarschuwingsfunctie - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Schokwaarschuwingsfunctie - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Schokwaarschuwingsfunctie - 5

Als bij een plaatsverandering van het meetgereedschap het bereik van de waterpasnauwkeurigheid wordt overschreden of een sterke schok wordt geregistreerd, wordt de schokwaarschuwing gegeven. De rotatie wordt gestopt, de laser knippert, de waterpasindicatie 3 gaat uit en de schokwaarschuwingsindicatie 1 knippert rood. De actuele functie wordt opgeslagen.

Nadat een schokwaarschuwing is gegeven, drukt u op de toets Schokwaarschuwing 2. De schokwaarschuwing wordt opnieuw gestart en het meetgereedschap begint met waterpassen.

Zodra het meetgereedschap waterpas is gesteld (de waterpasindicatie 3 brandt continu groen) start het in de opgeslagen functie. Controleer vervolgens de hoogte van de laserstraal aan een referentiepunt en corrigeer de hoogte indien nodig.

Als na een afgegeven schokwaarschuwing de functie door het indrukken van de toets 2 niet opnieuw wordt gestart, worden na 2 minuten de laser en na 2 uur het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld.

Als u de functie schokwaarschuwing wilt uitschakelen, drukt u de toets Schokwaarschuwing 2 eenmaal of, nadat de schokwaarschuwing is gegeven (schokwaarschuwingsindicatie 1 knippert rood), tweemaal in. Als de schokwaarschuwing uitgeschakeld is, gaat de schokwaarschuwingsindicatie 1 uit.

Waterpasnauwkeurigheid rotatielaser

Nauwkeurigheidsinvloeden

De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.

De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettraject van ca. 20 meter en kunnen bij 100 meter zelfs het twee- tot viervoudige van de afwijking bij 20 meter bedragen.

Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.

Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap

Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.

Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig. U moet - bij een horizontale stand van het meetgereedschap - een omslagmeting over beide assen X en Y (positief en negatief) uitvoeren (vier complete metingen).

- Monteer het meetgereedschap in de horizontale stand dicht bij muur A op een statief 48 (toebehoren) of plaats het op een stevige en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 1

text_image A I 20 m B

- Richt na het nivelleren de laserstraal in de puntfunctie op de nabijgelegen muur A. Markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt I).

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 2

text_image A 180° I B II

- Draai het meetgereedschap 180°, laat het nivelleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur B aan de andere kant (punt II).

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 8

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 9

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 10

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 11

118 | Nederlands

- Plaats het meetgereedschap - zonder het te draaien - dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - | Nederlands - 1

text_image A I B II

- Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het midden van de punt van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt 11 op muur B raakt.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - | Nederlands - 2

text_image A III d I 180° B II
  • Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te veranderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur A (punt III). Let erop dat punt III zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt.
  • Het verschild tussen beide punten I en III op muur A levert de feitelijke afwijking van het meetgereedschap voor de gemeten as op.

Herhaal de meting voor de andere drie assen. Draai daarvoor het meetgereedschap voor het begin van elke meting telkens 90°.

Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:

40 m x ±0,1 mm/m = ±4 mm.

Het verschil d tussen de punten 1 en III mag daarom bij elk van de vier metingen hoogstens 4 mm bedragen.

Als het meetgereedschap de maximale afwijking bij een van de vier metingen overschrijdt, dient u het bij een Bosch-klantenservice te laten controleren.

Tips voor de werkzaamheden met de rotatielaser

- Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand.

Laserbril (toebehoren)

De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder.

  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren.

Werkzaamheden met de afstandsbediening (toebehoren)

Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetgereedschap uit de nivellering worden gebracht, zodat de rotatie gedurende korte tijd stopt. Door het gebruik van de afstandsbediening 46 wordt dit effect voorkomen.

Ontvangstlenzen 7 voor de afstandsbediening bevinden zich aan drie zijden van het meetge- gebruik, onder andere boven het bedieningsveld aan de voorzijde.

Werkzaamheden met het statief (toebehoren)

Het meetgereedschap beschikt over een 5/8"-statiefopname voor horizontaal gebruik op een statief. Plaats het meetgereedschap met de statiefopname 18 op de 5/8"-schroefdraad van het statief en schroef het met de vastzetschroef van het statief vast.

Bij een statief 48 met schaalverdeling op het uitschuifbaar deel kunt u de hoogteverplaatsing rechtstreeks instellen.

Werkzaamheden met de muurhouder (toebehoren) (zie afbeelding C)

Het meetgereedschap kan ook op de wandhouder 43 worden bevestigd. Bij horizontaal gebruik maakt de wandhouder toepassing van het meetgereedschap op willekeurige hoogte mogelijk. Bij verticaal gebruik is de bevestiging op een 5/8"-statief 48 mogelijk.

Werkzaamheden met de plafondmeetplaat (zie afbeelding C)

De plafondmeetplaat 45 kan bijvoorbeeld voor het eenvoudig afstellen van de hoogte van systeemplafonds worden gebruikt. Bevestig de plafondmeetplaat met de magneethouder bijvoorbeeld aan een drager.

De reflecterende helft van de plafondmeetplaat verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal bij ongunstige omstandigheden. Door de transparante helft is de laserstraal ook vanaf de achterzijde herkenbaar.

Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren)

Met de meetplaat 44 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren) - 1

text_image 30 mm

Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte.

De meetplaat 44 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt.

Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) (zie afbeelding J)

Voor het controleren van oneffenheden of het aantekenen van verval wordt het gebruik van de meetlat 38 samen met de laserontvanger geadviseerd.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) (zie afbeelding J) - 1

text_image 0+50 0 0-50 X

Op de meetlat 38 is boven een relatieve schaalverdeling (±50 cm) aangebracht. De nulhoogte (90 tot 210 cm) kunt u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen.

Tips voor de werkzaamheden met de laserontvanger

Markeren

Bij de middenmarkering 30 rechts en links op de laserontvanger kunt u de hoogte van de laserstraal markeren als deze door het midden van het ontvangstveld 31 loopt. De middenmarkering bevindt zich 45 mm van de bovenkant van de laserontvanger.

Richten met de libel

Met de libel 25 kunt u de laserontvanger verticaal (loodrecht) afstellen. Scheef aanbrengen van de laserontvanger leidt tot foutieve metingen.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 8

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 9

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 10

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Richten met de libel - 11

Bevestigen met houder (zie afbeelding A)

U kunt de laserontvanger met de houder 40 op een bouwlasermeetlat 38 (toebehoren) of op andere hulpmiddelen met een breedte van maximaal 65 mm bevestigen.

Schroef de houder 40 met de bevestigings- schroef 39 in de opname 33 aan de achterzijde van de laserontvanger vast.

Draai de vastzetschroef 36 los, duw de houder bijvoorbeeld op de bouwlaser-meetlat 38 en draai de vastzetschroef 36 weer vast.

Met de libel 41 kunt u de houder 40 horizontaal afstellen.

De bovenrand 37 van de houder bevindt zich op dezelfde hoogte als de middenmarkering 30 en kan worden gebruikt voor het markeren van de laserstraal.

Bevestigen met magneet (zie afbeelding B)

Als een zekere bevestiging niet beslist noodzakelijk is, kunt u de laserontvanger met de magneetplaat 29 aan de voorzijde op stalen delen hechten.

Toepassingsvoorbeelden

Hooqten overbrengen en controleren (zie afbeelding D)

Plaats het meetgereedschap in de horizontale stand op een stevige ondergrond of monteer het op een statief 48 (toebehoren).

Werkzaamheden met statief: Stel de laserstraal op de gewenste hoogte af. Breng de hoogte op de bestemmingsplaats over of controleer de hoogte.

Werkzaamheden zonder statief: Bepaal het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt met behulp van de meetplaat 44. Breng het gemeten hoogteverschil op de bestemmingsplaats over of controleer het gemeten hoogteverschil.

Loodstraal parallel afstellen en rechte hoeken aantekenen (zie afbeelding E)

Als u rechte hoeken wilt aantekenen of tussenwanden wilt uitlijnen, dient u de loodstraal 9 parallel, dat wil zeggen op dezelfde afstand tot een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) uit te lijnen.

Stel daarvoor het meetgereedschap in de verticale stand op en positioneer het zo dat de loodstraal ongeveer parallel aan de referentielijn verloopt.

Meet voor de nauwkeurige positionering de afstand tussen loodstraal en referentielijn vlakbij het meetgereedschap met behulp van de meetplaat 44. Meet de afstand tussen loodstraal en referentielijn opnieuw op een zo groot mogelijke afstand van het meetgereedschap. Stel de loodstraal zo af dat deze dezelfde afstand tot de referentielijn heeft als bij de meting rechtstreeks op het meetgereedschap.

De rechte hoek met de loodstraal 9 wordt aangegeven door de variabele laserstraal 6.

Loodlijn of verticaal vlak aangeven (zie afbeelding F)

Voor het aangeven van een loodlijn of een verticaal vlak stelt u het meetgereedschap in de verticale stand op. Als het verticale vlak in een rechte hoek met een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) moet verlopen, stelt u de loodstraal 9 op deze referentielijn af.

De loodlijn wordt door de variabele laserstraal 6 aangegeven.

Werkzaamheden zonder laserontvanger (zie afbeelding G)

Bij gunstige lichtomstandigheden (donkere omgeving) en op korte afstanden kunt u zonder laserontvanger werken. Voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal kiest u de lijnfunctie. Of u kiest de puntfunctie en draait de rotatiekop 10 handmatig naar de bestemmingsplaats.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden zonder laserontvanger (zie afbeelding G) - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden zonder laserontvanger (zie afbeelding G) - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden zonder laserontvanger (zie afbeelding G) - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden zonder laserontvanger (zie afbeelding G) - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden zonder laserontvanger (zie afbeelding G) - 5

Nederlands | 121

Werkzaamheden met laserontvanger (zie afbeelding H)

Bij ongunstige lichtomstandigheden (omgeving met veel licht, rechtstreeks zonlicht) en op grote afstanden gebruikt u de laserontvanger om de laserstraal beter te kunnen vinden. Kies bij werkzaamheden met de laserontvanger de rotatiefunctie met de hoogste rotatiesnelheid.

Meten op grote afstanden (zie afbeelding I)

Bij het meten op grote afstanden moet de laserontvanger voor het vinden van de laserstraal worden gebruikt. Om storingsinvloeden te verminderen, moet u het meetgereedschap altijd in het midden van het werkoppervlak en op een statief opstellen.

Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J)

Buitenshuis moet altijd de laserontvanger worden gebruikt.

Monteer bij werkzaamheden op een onzekere ondergrond het meetgereedschap op het statief 48. Activeer de schokwaarschuwingsfunctie om foutieve metingen bij bewegingen van de ondergrond of schokken van het meetgereedschap te voorkomen.

Overzicht van de indicaties

LaserstraalRotatie van de laser*Groen RoodGroen Rood
Meetgereedschap inschakelen (zelftest 1 seconde) ●
Nivelleren of opnieuw nivelleren 2x/s ○ 2x/s
Meetgereedschap genivelleerd en gereed voor gebruik ● ● ●
Zelfnivelleerbereik overschreden 2x/s ○
Schokwaarschuwing geactiveerd ●
Schokwaarschuwing afgegeven 2x/s ○ 2x/s
Batterijspanning voor maximaal 2 uur gebruik 2x/s
Accu leeg ○ ○ ●
* bij lijn- en rotatiefunctie
2x/sKnipperfrequentie (tweemaal per seconde)
Continufunctie
Functie gestopt

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 5

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 6

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 7

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 8

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 9

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 10

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) - 11

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

Houd de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laserontvanger altijd schoon.

Dompel de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laserontvanger niet in water of in andere vloeistoffen.

Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Reinig in het bijzonder de vlakken bij de lasero- pening van de rotatielaser regelmatig en let daarbij op pluizen.

Mochten de rotatielaser, het oplaadapparaat of de laserontvanger ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van de rotatielaser, het oplaadapparaat of de laserontvanger.

Klantenservice en advies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:

www.bosch-pt.com

De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.

Nederland

Tel.: +31 (076) 579 54 54

Fax: +31 (076) 579 54 94

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

België en Luxemburg

Tel.: +32 (070) 22 55 65

Fax: +32 (070) 22 55 75

E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com

Afvalverwijdering

Rotatielaser, oplaadapparaat, laserontvanger, eenheid, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

Alleen voor landen van de EU:

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Alleen voor landen van de EU: - 1

Gooi de rotatielaser, het oplaad-apparaat en de laserontvanger niet bij het huisvuil.

Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en

de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische en elektronische apparaten apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

Accu's en batterijen:

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Accu's en batterijen: - 1

Ni-MH: Nikkelmetaalhydride

Gooi accu's of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu's en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.

Alleen voor landen van de EU:

Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu's en batterijen worden gerecycled.

Wijzigingen voorbehouden.

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Alleen voor landen van de EU: - 1

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Alleen voor landen van de EU: - 2

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Alleen voor landen van de EU: - 3

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Alleen voor landen van de EU: - 4

BOSCH GRL 150 HV Set 3 - Alleen voor landen van de EU: - 5

Dansk | 123

Indicatoare de directie

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GRL 150 HV Set 3

Categorie : Laserwaterpas