SDMO NEO 3000 2600W - Generator

NEO 3000 2600W - Generator SDMO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis NEO 3000 2600W SDMO in PDF-formaat.

📄 204 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 1 vragen
Notice SDMO NEO 3000 2600W - page 65
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over NEO 3000 2600W SDMO

1 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Wat is de opstartprocedure voor de SDMO NEO 3000 2600W generator?
Veelgestelde Vragen - 06/12/2025
Antwoord Notice-Facile

Om uw SDMO NEO 3000 2600W generator correct te starten, controleert u eerst of de generator goed geaard is met een 10 mm² koperdraad die is aangesloten op een aardpen. Zorg er ook voor dat het oliepeil van de motor correct is en dat het luchtfilter schoon is, en plaats de eenheid vervolgens op een vlakke en stabiele ondergrond buiten of op een goed geventileerde plaats.

Voordat u de generator voor het eerst start of na een stop van meer dan 10 minuten, of als het brandstofniveau met minstens de helft van de tank is gedaald, moet u de brandstoftank onder druk zetten. Plaats hiervoor eerst de ventilatieschuif van de tank in de START-positie en druk vervolgens meerdere keren op de drukpomp (onder de tank). Deze stap is belangrijk om een betrouwbare start te garanderen.

Ga nu verder met het starten door deze precieze stappen te volgen: plaats de ventilatieschuif van de tank in de RUN-positie, open de brandstofkraan aan de basis van de tank en stel vervolgens de choke in op de positie "ON" om het starten te vergemakkelijken. Trek eenmaal langzaam aan de terugtrekstarter totdat u weerstand voelt, laat deze vervolgens voorzichtig terugkomen. Trek vervolgens snel en krachtig aan de terugtrekstarter totdat de motor start. Belangrijk: gebruik de choke niet wanneer de motor heet is of bij hoge omgevingstemperaturen.

Zodra de motor is gestart, plaatst u de choke langzaam in de positie "OFF" en laat u de generator ongeveer 3 minuten stationair draaien zodat de motortemperatuur stijgt. Controleer of het werkindicatorlampje (groen) brandt. Wacht tot de generator zijn snelheid heeft gestabiliseerd voordat u deze gaat gebruiken.

Wanneer de generator heet en gestabiliseerd is, kunt u de MAX-modus inschakelen (voor hoge stroomverbruik, draait de generator op 3800 t/min zonder belasting) of de ECO-modus (voor kleine lasten met stationair draaien op 3000 t/min). Sluit vervolgens uw elektrische apparaten aan op het stopcontact van de generator, met inachtneming van de limiet van 2600 W nominale (3000 W bij maximale kracht).

Om de generator uit te schakelen, begint u met het uitschakelen en loskoppelen van alle aangesloten apparaten. Laat de motor vervolgens 1 tot 2 minuten stationair draaien en sluit vervolgens de brandstofkraan aan de basis van de tank. De generator stopt automatisch. Belangrijk: zelfs na het stoppen blijft de motor warmte uitstralen, dus wacht voordat u deze aanraakt. In geval van overbelasting of gedetecteerde kortsluiting stopt de generator automatisch: verwijder de overbelasting en wacht 30 seconden voordat u opnieuw opstart.

Reageer (wees de eerste)

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding NEO 3000 2600W - SDMO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. NEO 3000 2600W van het merk SDMO.

GEBRUIKSAANWIJZING NEO 3000 2600W SDMO

onderhoudshandleiding

(Vertaling van de oorspronkelijke handleiding)

PyKOBOACTBOIIO3KCIAYOTUHN

nO6cayxkBaHnIO

(NepeBOA C OPINHAAHBOYBEADOMMeHNA)

Bruks- och

underhállsanvisning

Inhoudsopgave
1. Voorwoord7. Onderhoudsmethode
2. Algemene beschrijving8. Opslag van het aggregaat
3. Voorbereiding voor gebruik9. Opsponen vankleine storingen
4. Gebruik van het aggregaat10. Karakteristieken
5. Beschermingen11. Sectie van de kabels
6. Onderhoudsprogramma12. EG-conformiteitsverklaring

1. Voorwerp

1.1.Aanbevelingen

WaarschuwingVoor jeder gebruik要去 u deze handleiding nauwlettend lezen. Houd u altiijd zorgvuldig aan de veiligheids-, gebruiks- en onderhoudsvoorschriften van het aggregaat.

De informatie van deze handleiding is gebaseerd op de technische gegevens die beschikbaar waren bij het ter perse gaan. Met het oog op de permanente verbetering van de kwaliteit van onsze producten, kannen deze gegevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

1.2. Pictogrammen enplaatjes op de aggregaten met hun betekenis

GevaarOpgelet: rgevaar voor elektrokutieER P31-02A● Opgelet: het stroomaggregaat worden geleverd zonder olie. Controler in elk geval het oliepeil alvorens het aggregaat te starten.
A HardingOpgelet: gevaar voor brandwonden
1231 - Opgelet: zich de bij het stroomaggregaat geleverde documentatie 2 - Opgelet: uiststoot van toxische uitlaatgassen. Niet gebruiken in een gesloten of slecht verluchtte ruimte. 3 - Leg de motor stil alvorens brandstof bij te vullen
A = Model van aggregaat B = Vermogen van het aggregaat C = Stroomspanning D = Amperage E = Stroomfrequentie F = ArbeidsfactorMADE IN FRANCE CE LWA 99dB (H)SD 6000 E (4) kW : (B) Volt : (C) Amp : (D) Hz : (E) Cos Phi : (F) IP : (G) Masse (Weight) : (I) ISO 8528 - 8 Classe (J) N° : 10/2004 -- 001 (K)G = Beschermingsniveau H = Geluidsvermogen van het aggregaat I = Gewicht van het aggregaat J = Referentienorm K = Serienummer

1.3. Instructies en veiligheidsvoorschriften
1.3.1 Waarschuwingen

!Laat het stroomaggregaat nooit werken+zonder dat de beschemmkappen terug+zijn aangebracht en alle toegangsdeuren gesloten+zijn. Verwijder nooit de beschemmkappen of open nooit de toegangsdeuren als het stroomaggregaat in werkking is.
Gevaar

In deze handleiding staan verschillende waarschuwingstekens afgebeeld

!Dit symbol wijst op dreigend levensgevaar en gevaar voor de gezondheid van de blootgestelde Personen. Niet-naleving van deze instructie heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid en het lever van de blootgestelde Personen.
Gevaar
!Dit symbol trekt de aandacht op de risico's voor het leven en de gezondheid van de blootgestelde Personen. Niet-naleving van deze instructie kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid en het leven van de blootgestelde Personen.
Waarschuwing
!Dit symbol Hijst op een desgevallend gevaarlijke situatie. De risico's bij Niet-naleving van de overeenkomstige instructie kannen bestaanuit lichte letsels voor debloodtgestelde personen of beschadiging van andere zaken.
Opgelet

1.3.2 Algemene tips

Controleer bij ontvangst van het aggregaat of het materiaal zich in goede staat bevindt en of alle elementen van de bestelling aanwezig zijn. Behandel het aggregaat voorzichtig en zonder schokken en zorg ervoor dat deplaats waar het aggregaat zal worden opgeslagen of gebruikt op voorhand is klaargemaakt.

WaarschuwingVoor ieder gebruik: -要去 weten hoe eenoodstop van het aggregaat uitgevoerd worden, -要去 u alle bedieningsorganen en handelingen perfect beheersen.

Met het oog op de verilgheid, moet u het onderhoudsinterval naleven (zie de onderhoudstabel). Voer nooit reparaties of onderhoudswerkzaamheden uit zonder deoodzakelijkerevaring en/of hetoodzakelijkigereedschap.

Laat nooit anderen het aggregaat gebruiken zonder dat zij vooraf de nodige instructies hebben gekreten.

Laat nooit een kind het aggregaat aanraken, zelfs Niet in stilstand. Vermijd het gebruik van het aggregaat in aanwezigheid van dieren (schrik, zenuwachtigheid, enz.).

Start de motor nooit zonder luchtfilter of zonder uitlauf.

Verwissel bij het monteren nooit de positieve en negatieve klemmen van de accu (indien aanwezig): door het verwisselen kan de elektrische apparatuur ernstig beschaden.

Dek een aggregaat nooit af met welk materiaal dan ook terwijl het in werkig is of onmiddelijk nadat het is uitgeschakeld (wacht totdat de motor is afgekoeld).

Smeer het aggregaat nooit in met olie, ook Niet om het gegen corrosie te beschemmen; conserveringsoliën zijn brandhaar en gevaarlijk bij inademing.

Houd u in alle gevalen aan de ter plaatse geldende reglementeninzake het gebruik van stroomaggregaten.

1.3.3 Voorzorgsmaatregelen gegen brand

![]('img_url')![]('img_url')Laat het aggregaat nooit werken in de nabijheid van explosieve stoffen (risico van vonden). Houd alle ontvlambare of explosieve stoffen (benzine, olie, doeken enz.) op afstand verwijl het aggregaat in werkung is. Dek het aggregaat nooit af met welk materiaal dan ook verwijl het in werkung is of onmiddelijk nadat het is uitgeschakeld: wacht altojd totdat de motor is afgekoeld.
Gevaar

1.3.4 Voorzorgsmaatregelen gegen brandwonden

WaarschuwingRaak de motor noch de uitlaatdemper nooit aan verwijl het aggregaat in werkig is of onmiddelijk na een stilstand.

Hete olie voroortzakt brandwonden, vermijd contact met de huid. Alvorens aan het systeem te werken, moet u zich ervan vergewissen dat het Niet更是 onder druk staat. Start de motor nooit of laat deze nooit draaien zonder de olievuldop (risico van oliespatten).

1.3.5 Voorzorgsmaatregelen gegen elektrocutie

ΔΔDe stroomopwekkende groepen verliezen elektrische stroom bij hun gebruik: risico tot elektrokutie
Gevaar

Raak geen losgekoppelde aansluitingen aan of kabels waarvan de isolatie is verwijderd. Neem nooit een stroomaggregaat vast met vochtige handen of voeten. Stel het materieel nooit bloat aan vloeistofspatten of aan weeer en wind, of plaats het Niet op een natte vloer.

De elektrische kabels en verbindingen steeds in goede staat houden. Geen materiaal gebruiken in slechte staatrisico voor elektrolutie of schade aan de uitrusting.

Bijzondere beschemingsmaatregelen die要去en verruld worden volgens de gebruiksvoorwaarden.

1 - Indien de stroomopwekkende coop bij levering Niet voorzien is van een geintegreerd differentiaalbeveiligingsaggregaat.

In het geval van het toevallig gebruik van een of meerdere mobiele of draagbare apparaten, is de aarding van de stroomopwekkende coop Nietoodzakelijk,maar de volgende installateregens dienen te worden geerbedigd:

a) De aardingen van de gebruikte materialen verbonden met de stroomcontacten要去en onder elkaar verbonden zijn met de aarding van de groep door een beveiligingsgeleider; deze equipotentialiteit worden bereikt indien alle verbindingskabels van de gebruiksmaterialen van klassie I, uitgerust zijn met een PE-beveiligingsgeleider (GROEN EN GEEL), correct verbonden via hun contactstekker met de stroomopwekkende groep (deze beveiligingsgeleider is Nietoodzakelijk voor de materialen van de beveiligingsklasse II).Aangezien de goede staat van de kabels en de interconnectie van de aardingen een essentieel element zich om de beveiliging te waarborgen gegen elektrische schokken, worden ten zeerste aanbevolen kabel te gebruiken met rubberhoes, soepel en watstandbiedend volgens de IEC norm EC 60245-4, of gewijkwaardige kabels, en te waken dat ze in perfecte staat gehonden worden. De kabellengtes respecteren die aangeduid+zijn in de tabel van de paragraaf « Sectie van de kabels »

b) Elke kanalisatie (elektrische kabel), komende uit de stroomopwekkende groep, dient beveiligd te zich door een bijkomend differentiaalbeveiligingsaggregaat gekalibreerd in 30mA, stroomafwaarts van elk stopcontact op minder dan 1m van de groep, en beveiligd gegen de uitwendige invloeden waaraan die kan blootgesteld worden.

2 - Indien de stroomopwekkende groep bij levering uitgerust is met een een geintegreerd differentiaalbeveiligingsaggregaat (met een neutrale wisselstroomgenerator aangesloten met de aarding van de stroomopwekkende groep).

In het geval van het toevallig gebruik van een of meertere mobiele of draagbare apparaten, is de aarding van de stroomopwekkende groep Nietoodzakelijk,maar de aansluitingsregels van de aardingen,gemeld in punta) van paragraaf 1 hierboven, dienen te worden geerbedigd.

In het geval van voeding door een tijdelijke of semi-permanente installmentie (bouwwerf, spektakel, kermisactiviteit.), de aardig van de stroomopwekkende groep verbinden met de aarde en de regels eerbiedigen, die vermeld zijn in punt a) van paragraaf 1 hierboven.

In het geval van de hervoeding in noodgeval van een vaste installmentie, moet de verbinding van de stroomopwekkende groep met de aarding van de installmentie die moet hervoed worden, en de elektrische verbinding, uitgevoerd worden door een bevoed elektrieker, de toepasselijk reglementering respecterend op deplaats van de installmentie.De stroomopwekkende groep Niet direct verbinden met andere krachtbronnen (publiek distributienet, bijvoorbeeld); een bronnenomkeerder installeren.

Mobiele aggregaten (voorbeeld:een stroomopwekkende groep geplaatst op een voertuig in beweging)

Indien de aarding Niet möglichk is, moeten de aardingen van het voertuig en van de gebruiksmaterialen, verbonden met de stopcontacten van de stroomopwekkende groep, geinterconnecteerd worden met de aarding van de stroomopwekkende groep door een beveiligingsgleider, waarbij de regels respecterend van verbinding van de aardingen vermeld in punt a) van paragraaf 1 hierboven.

De beveiliging gegen elektrische schokken worden bereikt door special ontworpen ontkoppelaars voor de stroomopwekkende groep: in geval van nood, deze verrangen door ontkoppelaars met identieke nominale waarden en kenmerken.

1.3.6 Gevaar van draaiende onderdelen

GevaarGa nooit richtig bij draaiende onderdelen in werkung staan met losse kieren of met lange haren zonder beschermnet op het hoofd. Probeer geen draaiende onderdelen in werkung gegen te houden, te vertragen of te blokkeren.

1.3.7 Voorzorgsmaatregelen gegen uitlaatgassen

GevaarKoolmonoxide in uitlaatgassen is dodelijk als de concentratie ervan in de lucht die men inademt te groot is. Gebruik het aggregaat.altijd in een goed geventileerde ruimte waar de gassen zich nicht kunnen ophopen.

Met het oog op de veiligheid en voor de goede werkig van het aggregaat, is een goede ventilatie verplicht (risico van vergiftig, van oververhitting van de motor en van ongevallen of van schade aan apparatuur of omringende goederen). Indien de apparatuur binnen in een gebouw gebruikt worden, dan要去en de uitlaatgassen worden afgevoerd maar buiten en要去en geschikte ventilatie zich, om te voorkomen dat de aanwezigere personen of dieren onwel worden.

1.3.8 Voorwaarden voor het gebruik

De vermelde prestaties van de stroomaggregaten worden behaald onder de referentieomstandigheden volgens ISO 8528-1 (2005):

Totale atmosferische druk: 100kPa
Omgevingstemperatuur van de lucht: 25^ (298K).
Relatieve vochitigheid: 30%

De prestaties van de aggregaten worden ongeveer 4% verminderd voor elke temperatuurstijging van 10^ en/of ongeveer 1% voor elke toename van de hoogteligging met 100m .

1.3.9 Capaciteit van het stroomaggregaat (overbelasting)

Overschrijd nooit de capaciteit (Ampère en/of Watt) van het nominaal vermogen van het aggregaatijdens werkinq in continu bedrijf. Bereken het vereiste elektrische vermogen van de elektrische apparaten (in Watt of Ampere) alvorens het aggregaat aan te sluiten en in werkinq te stellen. Dit elektrische vermogen staat eveneens vermeld op de identificatieplaat van de lampen, elektrische apparaten, motoren etc. De totale waarde van alle vermogens van de gebruike apparaten mag terzelfder tijd Niet hoger liggen dan het nominale vermogen van het aggregaat.

1.3.10 Bescherming van het milieu

Vang de motorolie bij het aftappen op in een daartoe voorziene verzamelbak: waar de olie nooit op de grond vloeien.

Voorkom, voor zover möglichk, dat geluiden gegen muren of andere bouwsels weerkaatsen (versterking van het volume).

Als het aggregaat gebruikt worden opplaaten met bomen of struikgewas of op begroeid terrein, en als de uitaatdemper geen vonkenvanger heeft, verwijder dan de begroeigen over een voldoende brede zone en let goed op dat vonden geen brand kurenveroorzaken.

1.3.11 Tanken

GevaarBrandstof is uitermate ontv Lambaar en verspreidt explosieve dampen. Tijdens het tanken moet de motor stilliggen. Het is verboden te roken, zicht bij te komen of vonden te veroorzaken tijdens het vullen van de brandstoftank. Veeg alle sporen van brandstof weg met een schone doek.

Olieproducten moeten worden opgeslagen en behandeld overeenkomstig de bepalingen van de wet. Draai de brandstofkraan (indien aanwezig) bij elke vulbeurt zich. Vul nooit brandstof bij terwijl het aggregaat in werkung of warm is.

Plaats het aggregaat altd op een effen, vlok en horontale ondergrond om te vermiiden dat brandstof van de tank op de motor terechtkomt. Vul de tank met behulp van een trechter, zorg ervoor dat geen brandstof wordt gemorst en schroef daarna de vuldop weer op de brandstoftank.

1.3.12 Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de accu's

ΔPlaats de accu nooit in de buurt van een vlam of vuur. Gebruik alleen geïsoleerd gereedschap. Gebruik nooit zwavelzuur of aangezuurd water om de elektrolyt bij te vullen.
Gevaar
  1. Algemene beschrijving
Figuur B
Deksel van het inspectieluik (punt 1)Dop voor het aanvullen en verwijdersen van olie (punt 2)Maximum vulniveau voor de olie
Figuur C
Verluchtingsregelaar van de brandstoftank: RUN / START (punt 1)Brandstofffilter (punt 4)
Drukpomp van de tank (punt 2)
Brandstofzeef (punt 3)
Maximum vulniveau voor de brandstof
Figuur D
Deksel van de luchtfilter (punt 1)Filterelement (punt 2) Reinigen van het filterelement
Figuur E
Deksel om toegang te krijgen tot de bougie (punt 1)Bougie (punt 2)

3. Voorbereiding voor gebruik

3.1. Plaats van gezruik

Kies een schon, geventileerde en gegen weer en wind beschutte plaats.

Plaats het aggregaat op een effen, horizontaal en voldoende stevig oppervlak zodate het Niet in de grond zakt (het aggregaat mag in geen gevaleer dan 10^ hellen).

Zorg dat de olie- en brandstofvoorraad zich in de nabijheid van deplaats van gebruik van het aggregaat bevindt, maar wel op een veilige afstand ervan.

3.2. Aarding van het aggregaat

GevaarDe stroomopwekkende groepen verdelen elektrische stroom bij hun gebruik : risico voor elektrokutie. De stroomopwekkende groep met de aarde verbinden bij elk gebruik.

Om de groep met de aarde te verbinden; een koperdraad van 10mm^2 verbinden met de stroomopwekkende groep en met een aardingspaal in gegalvaniseerd staal, die 1 meter in de grond geslagen is.

3.3. Controle van het oliepeil

ΔController steeds het niveau van de motorolie alvorens het stroomaggregaat te starten Vul aan met de aanbevolen olie (cf. § Karakteristieken) met behulp van een trechter tot de bovenste grens van de peilstok
Opgelet

Open het inspectieluik (fig. A - punt 2).
Maak de olievuldop los (fig. B - punt 2).
3 Controller het olieniveau.
Vul aan indien nodig.
5 Schroef de vuldop opniew vast.
6 Verwijder de overtollige olie met een schone doeck.
7 Sluit het inspectieluik (fig. A - punt 2).

3.4. Controle van het brandstofpeil

GevaarBij het tanken van brandstof要去 de motor gestopt zijn en de veiligheidsinstrumenties in acht genomen worden (cf.§ Tanken). Zet de verluchtingsregelaar steeds op stand RUN alvorens het deksel van de brandstoftank te openen.

Sluit de brandstofkraan (fig. A - punt 3).
Zet de verluchtingsregelaar van de brandstoftank op stand RUN (fig. A - punt 4 & fig. C - punt 1).
3 Draai de dop van de brandstoftank los (fig. A - punt 5).
4 Controller het brandstofniveau. Vul de tank tot het vulniveau met behulp van een trechter zonder brandstof te morsen.

ΔGebruik alleen zuivere brandstof die geen water bevat. Overvul de tank nicht (er mag geen brandstof in de vulpijp staan). Controller als tijd na het tanken of de tankdop degelijk is gesloten. Vergewis u ervan indien brandstof ward gemorst, dat deze is opgedroogd en de dampen zijn verdreven alvorens het stroomaggregaat in werkung te stellen.
Opgelet

Draai de dop van de brandstoftank wee vast.

3.5. Controle van het luchtfilter

OpgeletController de luchtfilter alvorens het stroomaggregaat te starten.

Open het inspectieluik (fig. A - punt 2)
Ontgrendel de luchtfilter en verwijder het deksel ervan (fig. D - punt 1).
3 Controller de staat van het filtrelement, maar het schoon indien nodig (cf. § Reinigen van de luchtfilter).

4. Gebruik van het aggregaat

WaarschuwingVoor ieder gebruik: -要去 weten hoe eenoodstop van het aggregaat uitgevoerd worden, -要去 u alle bedieningsorganen en handelingen perfect beheersen.

4.1. Startprocedure

Om het stroomaggregaat na een stop van meer dan 10 min of als het brandstofniveau lager is dan de helft van het vat opnieuw op te starten dient u het brandstofvat onder druk te zetten met behulp van de drukpomp (cf. Gebruik van de drukpomp van de tank)

Controller of het stroomaggiagaat goed geaard is (fig. A - punt 1 & cf. Aarding van het aggregaat).
Zet de verluchtingsregelaar van het brandstofvat op stand RUN (fig. A - punt 4 & fig. C - punt 1).
3 Open de brandstofkraan (fig. A - punt 3).
4 Zet de hendel van de starter (fig. A - punt 6) op stand « N.B : Gebruik de starter nicht als de motor warm is of als de luchttemperatuur hoog is.
Trek een keer zachtjes aan de starter-rewinder (fig. A - punt 7) tot u onderstand voelt, laat de rewinder langzaam terugkomen.
Trek cervolgens snel en hard aan de starter-rewinder tot de motor start.
Zet de starter traag op stand « | » en wacht tot de temperatuur van de motor stijgt alvorens het stroomaggregaat te gebruiken.

4.1.1 Gebruik van de drukpomp van het vat

Het brandstofreservoir moet met behulp van de pomp onder druk worden gebracht:

  • Nadat het stroomaggregaat longer dan 10 minutes stil heeft gelegen,
  • Wanner het brandstofniveau gedaal is tot minstens de helft van het reservoir
!Gebruik de drukpomp van het brandstofreservoir nooit als het brandstofniveau hoger is dan het midden van het reservoir (risico op beschadiging van het stroomaggregaat).
Opgelet

Zet de verluchtingsregelaar van het brandstofreservoir op START (fig.C - punt 1).
Zet de drukpomp van het reservoir verschillende keren aan (fig. C - punt 2).
3 Start het stroomaggregaat zonder de verluchtingsregelaar van het brandstofreservoir op RUN (cfr. Startprocedure).
Zet de verluchtingsregelaar van het brandstofreservoir op RUN (fig. C - punt 1) na het opstarten van het stroomaggregaat.

4.2. Werking

Wanner het aggregaat warm is en de snelheid gestabiliseerd (na ongeveer 3 min) :

1 Controller of het werkingslampje brandt (fig. A - punt. 11, A).
Schakel modus « MAX » of « ECO » aan (fig. A – punt 9).
3 Schakel het apparaat op het stopcontact van het stroomaggregaat aan (fig. A - punt 8).

Bij overbelasting of kortsluiting dooft het werkingslampje (fig. A - punt 11, A) en brandt het overbelastingslampje (fig. A - punt 11, B): leg de stroomaggregaat stil en doe de overbelasting of de kortsluiting verdwijnen.

4.2.1 Modus MAX-ECO

MAX

Wanneer de knop (fig.A - punt 9) in stand "MAX" staat, kan het stroomaggregaat snel tegemoet komen aan een aanzienlijke stroomvraag (onbelast draait het 3800 tr/min).

ECO

De stand "ECO" is handig voorkleine lasten. Teneinde de geluidsemissie te beperken, draait het stroomaggregaat aan zijn minimale slelheid (3000 tr/min)CUS 0 en 200 W.Vanaf een gesvaagd vermogen vaneer dan 200 W neemt de rotatiesnelheid geleidelijk toe.

4.3. Stilleggen

1 De apparaten stil leggen en uitschakelen.
Laat de motor gedurende 1 of 2 min onbelast draaien.
Sluit de brandstofkraan (fig. A - punt 3).

Het stroomaggregaat stopt.

!Controller steeds of het stroomaggregaat goed geventileerd worden. Zelfs nadat hij stil gelegd werk blijdt de motor warmte afgeven.
Waarschuwing

5. Beschermingen

5.1. Oliebeveiling

Als er te weinig olie in het motorcarter is of als de oliedruk te laag is, stopt de oliebeveiliging de motor automatisch om beschadiging te voorkomen.

In dat geval, dient u het oliepeil van de motor te controlleren en indien nodig olie bij te vullen alvorens op Zoek te gaan maar andere oorzaken van storingen.

5.2. Vermogensschakelaar

Het elektrisch circuit van het aggregaat is beveiligd door middel van een ofeer magnetothermieche uitschakelaars, differentiaaluitschakelaars of thermische uitschakelaars. Bij een eventuele overbelasting en/of kortsluiting, kan de elektrische stroomlevering uittvallen.

Vervang, indien nodig, de vermogensschakelaars van het stoomaggregaat door vermogensschakelaars met identieke nominale waarden en karakteristieken.

6. Onderhoudsprogramma

6.1. Nut van onderhoud

De uit te voeren onderhoudswerkzaamheden staan in het onderhoudsprogramma. De aangegeven frequentie geldt ter indicatie en voor aggregaten die gebruikt worden met brandstof en olie die voldoen aan de specificaties die zich aangegeven in deze handleiding. Indien het aggregaat worden gebruikt onder zware omstandigheden, moet het interval tussen de onderhoudswerkzaamheden ingekort worden.

6.2. Onderhoudstabel

ElementOperaties uitervoeren na het verstreijken van de 1ste termijnBij elk gebruikMaandelijks of Om de 10uur3-maandelijks of Om de 50uurJaarliks of Om de 300uur
StroomaggregaatSchoonmaken
MotorolieControler het niveau
Vervangen
BrandstofzeefSchoonmakenr
LuchtfilterControlerenr
Schoonmaken
BougieControleren & schoonmaken
Soupapes*Controleren*
  • Deze operations要去en uitgevoerd worden door een van onder agenten
    Vervang de motorolie ten minste een keer peraar bij veelvuldig gebruik.

  • Onderhoudsmethode

Alvorens enig onderhoud uit te voeren: - zet het aggregaat stil, - het/de stopsel(s) afschaken van de ontstekingsbougie(s) en de startbatterij uitschakelen (indien aanwezig).
Waarschuwing

Gebruik uitsluitend originele of gelijkwaardige onderdelen: risico van beschadiging van het aggregaat

7.1. Controlleren van bouten, moeren en schroeven

Om incidenten of storingen te voorkomen, moet u dagelijks alle bouten en moeren zorgvuldig controleren.

1 Controller het hele aggregaat voor iedere start en na ieder gebruik.
Trek alle boute na waarop spel ing zou kunnen zitten.

Opgelet het opspannen van de cilinderkopbauten moet worden uitgevoerd door een specialist. Raadpleeg uw regionale verdeler.

7.2. Verversen van de motorolie

Respecteer milieubeschermingsvoorschriften (cf. § Bescherming van het milieu) en vang de olie op in een geschikt recipiën.

1 Open het inspectieluik (fig. A - punt 2).
2 Verwijder de dop voor het vullen en leegmaken als de motor nog warm is (fig. B - punt 2).
Kantel voorzichtig het aggregaat om de olie op te vangen in een geschiktrecipient.
4 Controller het niveau na het verwijderen van de olie en bijvullen met aanbevolen olie (cf. § Karakteristieken)
5 Breng de dop voor het vullen en leegmaken opnieuw terplaatse (fig. B - punt 2).
Controller of er geen olielek is.
7 Verwijder alle olieresten met een schone doek.
Sluit het inspectieluik.

7.3. Reinigen van het brandstofzeefte

!Niet roken, nicht in de buurt van vlammen werken of vonden veroorzaken. Controller of er geenlekken zich, verwijder alle brandstofresten en zorg ervoor dat de dampen opgelost zich alvorens het stroomaggregaat te starten.
Gevaar

1 Sluit de brandstofkraan (fig. A - punt 3)
2 Verwijder de dofpvan de brandstoffank en de zeef (fig. C - punt 3).
3 Blaas op de zeef met behulp van een drogepersluchtpistol bij lage druk van binnen uit maar buiten.
4 Spoel met schone brandstof.
5 Breng de zeef opnieuw op haarplaats en draai de dop van de brandstoftank zorgvuldig vast.

7.4. Vervangen van het brandstofffilter

GevaarRook Niet of maak geen vuur of vonden. Controller of er geen lekkage is, veeg elk spoor van brandstof weg en controller of de dampen verdrenen,zijn,voordat u het stroomaggregaat start.

Sluit de brandstofkraan (fig. A - punt 3).
2 Noteer de montagerichting van het filter.
Maak het brandstofffilter los van zich steun (fig. C - punt 4).
4 Verwijder de brandstofleidingen aan weerszijden van het filter en vang de brandstof op in een geschikte opvangbak.
5 Plaats een neue filter, rekening houdend met de montagerichting.
Open de brandstofkraan en controllerer op lekkage.

7.5. Reinigen van het luchtfilter

OpgeletGebruik nooit benzine of oplosmiddelen met een laag vlampunt voor het reinigen van het luchtfilterelement (gevaar van brand of explosie).

Neem het inspectieluik weg(fig.A-punt.2).
2 Verwijder het deksel van de filter (fig. D - punt 1).
3 Verwijder het filterelement (fig. D - punt 2) en controller het type vervoiling:

Droog vuil:

1 Blaas op het filtrelement met behulp van een drogepersluchtpistool bij lage druk van binnen uit maar buiten en beweeg het pistool waar bij van bovenaar onder totdat al het stof eruit is.
Controller de staat van het filtrilege: verrang hem bij de minste beschadiging van het schuim
3 Zet het filterelement en+zijn deksel terug op hunplaats.
4 Zet het inspectieluik terug op+zijnplaats.

Vervang het filterelement.
Zet het filterelement en+zijn deksel terug op hunplaats.
3 Zet het inspectieluik terug op+zijnplaats.

7.6. Controle van de ontstekingsbougie

Open het deksel om toegang te krijgen tot de bougie (fig. E - punt 1) en bevestig de ontstekingsbougie met behulp van een bougiesleutel (bijgeleverd).
Controller de staat van de bougie (fig. E - punt 2): Als de elektroden versleten zijn of de isolatie gebarsten of geschilferd is:
3 Vervang de bougie.
Plaats de nouvelle bougie en draai deze met de hand vast zodat de schroefdraad nicht beschadigt.
5 Zet de bougie met een bougiesleutel nog een 1/4 -1/2 omwenteling vaster om de onderlegring te pletten.
Reinig de bougie met een metaalborstel.
4 Controller de elektrodeafstand "X" met een voelermaat:dezemoot 0,6 tot 0,8 mm+zijn.
Controller de staat van de onderlegring.

6 Plaats de bougie en draai deze met de hand vast zodate schroefdraad nicht beschadigt.
Zet de bougie met een bougiesleutel nog 1/4 -1/2 omwenteling vaster om de onderlegring te pletten.

7.7. Reinigen van het aggregaat

OpgeletWassen met een waterstraal worden ontraden. Wassen met een hogedrukreiniger is verboden.

1 Alle stofdeeltjes verwijderen en de afvalproducten rondom de uitlaatbuis.
Maak het stroomaggregaat schoon en vooral de aan- en afvoeren van de lucht en de alternator, met behulp van een doek en een borstel.
3 Controller de algemene toestand van het aggregaat en verrang eventueel defecte onderdelen.

8. Opslag van het aggregaat

Voer de volgende opbergoperaties uit overeenkomstig de onderstaande aanwijzigingen indien u het stroomaggregaat gedurende lange tijd Niet gebruikt.

1 Laat de brandstoftank geheel leeglopen in een passende bak.
Laat de motor draaien tot hij stopt bij gebrek aan brandstof.
3 Ververs de motorolie.
4 Verwijder de ontstekingsbougie (fig. E - punt. 2) en giet ongeveer 15 ml. schone motorolie in de cilinder via de opening van de bougie.
5 Zet de ontstekingsbougie opnieuw op haarplaats.
Trek 3 tot 4 keer aan de hendel van de starter-rewinder (fig. A - punt. 7). De vloeistof aflopen radicaal de carburator en verspreiding van het olie in de cilinder.
Maak de buitenkant van het stroomaggregaat schoon en bedek het met de beschemingshousse om het gegen het stof te beschermen.
Bewaar het stroomaggregaat op een schone en droge plaats.

  1. Opsporen vankleine storingen
ProblemenMogelijkke oorzakenMogelijkke oplossingen
De motor start nichtWerkende lading aangesloten op het stroomaggregaatOntkoppel de lading
Oliepeil onvoldoende.Controler het oliepeil en vul bij indien nodig.
Ontoereikend brandstofniveau.Vul brandstof bij (cf. § Tanken)
Opgestopte of lekkende brandstoffoevoerLaten controleren, herstellen of verwangen.*
Opgestopte luchtfilterMaak de luchtfilter schoon.
De motor valt stilOpgestopte ventilatieoppeningenMaak de aanzuig- en stuwingsbeschemmingen schoon.
Oliepeil onvoldoende.Controler het oliepeil en vul bij indien nodig.
Overbelastingslampje brandt (fig. A – punt 11): overbelasting.Neem de overbelastingwegen wacht 30 sec. alvorens opnieuw opte starten.
Geen elektrische stroomDefect snoer van de apparaten.Vervang het snoer.
Oliepeil onvoldoende.Controler het oliepeil en vul bij indien nodig.
Defect stopcontactLaten controleren, herstellen of verwangen.*
Defecte alternator.Laten controleren, herstellen of verwangen.*
  • Deze operations要去en uitgevoerd worden door een van onze agenten.

  • Karakteristieken

ModelOLENO 3000
MotortypeOLYMP ES 128-1
Max. vermogen / Theoretisch vermogen2600 W / 2100 W
Gelijkstroom12V-5A
Wisselstroom230V-9,2A
Type stopcontacten2 x 2P+T - 10/16A - 230V
Vermogensschakelaar
Oliebeveiliging
AccuX
Geluidsdrukniveau op 1 m in dB(A)73 dB(A)
Gewicht in kg (zonder brandstof)24
Afmetingen L x I x h in cm59 x 30 x 55
Aanbevolen oolieSAE 15W40
Inhoud van het oiecarter in liter0,55
Aanbevolen brandstofBenzine zonder lood
Inhoud van de brandstoffank in liter4,3
BougieCHAMPION : RN9YC / NGK : BPR6ES
  1. Sectie van de kabels
Wijze van leggen = kabels op kabelbaan of tablet zonder gaten / toelaatbare stroomval = 5% / Multi-geleiders Type van PVC kabel PVC 70°C (voorbeeld H07RNF) / Omgevende temperatuur =30°C.
Kaliber ontkoppelaar (A)Aanbevolen sectie van de kabels
0 tot 50m51 tot 100m101 tot 150m
mm²/AWGmm²/AWGmm²/AWG
MonofaseDriefasenMonofaseDriefasenMonofaseDriefasen
104/101.5/1410/72.5/1210/74/10
166/92.5/1210/74/1016/56/9
2010/72.5/1216/54/1025/36/9
2510/74/1016/56/925/310/7
3210/725/335/2
4016/535/250/0
5016/535/250/0
6325/350/070/2/0
  1. EG-conformiteitsverklaring
    Naam en adres van de fabrikant : SDMO, 12 bis rue de la Villeneuve, CS 92848, 29228 BREST CEDEX 2, FRANCE
Beschrijving van de uitrustingStroomaggregaat
MerkSDMO
TypeINEO 3000

Naam en adres van de person die bevoegd is om het technisch dossier samen te stellen en te bewaren

G. Le Gall, SDMO, 12 bis rue de la Villeneuve, CS 92848, 29228 BREST CEDEX 2, FRANCE

G. Le Gall, gevolmachtig vertegenwoordiger van de fabikant, verklaart dat de uitrusting beantwoordt aan de volgende Europese Normen :

2006/42/CE / Norm machines.

2004/108/CE / Norm voor electromagnetische compatibilititeit.

2000/14/CE / Norm met betrekking tot geluidsverspreiding in de

omgeving van de materialen voorzien om buiten gebruikt te worden.

Voor de richtlijn 2000/14/CE

Gemeld organisme :

CETIM

BP 67 F60304 - SENLIS

Procedure van in overeenstemmingbrenging : Bijlage VI.

Gewaarborgd niveau van geluidssterkte (Lwa) : 96 dB(A).

Ptoegewezen:2100W

01/2010 - G. Le Gall

SDMO NEO 3000 2600W - Opslag van het aggregaat - 1

CopepkaHne

1.Ппебаритelveнфорmaцья
2.ОБцee onicanhe
3. Побтовka поед пименем
4. 3KcPnIyataZnaI rHepeatopHOn yCTaHOBKn
5. 3auntbIe yctpoiCTBa
6.Порадok texHnueckoro obcnykBaHn

7.ОперациТexнческогообслужьаня
8. XpaHeHne rHepeAtOpHoY yCTaHOBkN
9. YctpaHene He3NaHTeBbIX HeNCpabHocte
10. XapaKTepeNCTIKN
11. CeueHne npoBOIOB
12.ДeКлараця COOTBeTCTBnH HOpMaM EC

7.1. Kontrola matic a skrutiek

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SDMO

Model : NEO 3000 2600W

Categorie : Generator