SDMO VARIO 3000I - Generator

VARIO 3000I - Generator SDMO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis VARIO 3000I SDMO in PDF-formaat.

📄 216 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SDMO VARIO 3000I - page 65
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over VARIO 3000I SDMO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VARIO 3000I - SDMO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VARIO 3000I van het merk SDMO.

GEBRUIKSAANWIJZING VARIO 3000I SDMO

Gebruiks- en onderhoudsandleiding

(Vertaling van de oorspronkelijke handleiding)

PykoBoDCTBO no 3KcnJyatau n

O6cIyXnBaHnIO

(NepeoC opuaHnIbHO2O yedomneu)

  1. Voorwoord
  2. Instructies en veiligheidsvoorschriften (beschering van Personen)
  3. Ingebruikname van het stroomaggiagaat
  4. Gebruik van het aggregaat

  5. Het stroomaggregaat onderhoden

  6. Vervoer en opslag van het stroomaggregaat
  7. Diagnose vankleine storingen
  8. Technische specificities

1. Voorwoord

SDMO VARIO 3000I - Voorwoord - 1

SDMO VARIO 3000I - Voorwoord - 2

Voor ieder gebruik moet u deze handleiding nauwlettend lezen. Bewaar hem tijdens de hele levensduur van het stroomaggregaat en houd u zorgvuldig aan de veiligheids-, gebruiks- en onderhoudsvoorschriften van het aggregaat die hierin gevegen worden.

De informatie van deze handleiding is gebaseerd op de technische geevens die beschikbaar waren bij het ter perse gaan (de afgebeelde Foto's in deze handleiding hebben geen enkele contractuee waarde). Met het oog op de permanente verbetering van de kwaliteit van onze producten, hun den deze geevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. U kun t via onze website (www.sdmo.com) de originele Franse gebruiksaanwijzing bestellen.

In deze handleiding worden gevaren aangegeven door de volgende twee symbolen:

GEVAARDirect gevaar. Wijst op een dreigend gevaar dat de dood of ernstige verwonding tot gevolg kan hebben. Het Niet opvolgen van de aangegeven instructies kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid en het leven van blootgestelde Personen.

SDMO VARIO 3000I - Voorwoord - 3

Potentieel gevaar.

Wijst op een möglichke gevaarlijke situatie. Het Niet opvolgen van de aangegeven instructies kan lichte verwondingen van blootgestelde personen of materiele schade tot gevolg hebben.

1.1. Identificatie van het aggregaat

De identificatieplaat van het stroomaggregaat is gelijmd aan de binnenkant van een van de twee lijplaten of op de chassis.

SDMO VARIO 3000I - Identificatie van het aggregaat - 1

Voorbeeld van identificatieplaat

(A): Model

(H): Stroomsterkte

(B): CE/GOST-merkteken

(I):Frequentie van de stroom

(indien van toepassing)

(J): Spanning van de stroom

(C):Gegarandeerd

geluidsvermogenniveau

(E): Nominal vermogen

(L): Referentienorm

(F): Vermogensfactor

(M): Seriennummer

(G): Massa

De serienummers worden gezraagd in geval van reparatie of bij het bestellen van onderdelen.

Noteer de serienummers van het stroomaggregaat en van de motor om ze te bewaren hieronder.

Serienummer van het stroomaggregaat : .

Motormerk :

Serienummer van de motor: (Bijv. Kohler (SERIAL NO. 4001200908))

2. Instructies en veiligheidsvoorschriften (bescherming van Personen)

De instructies en veiligheidsvoorschriften要去en aandachtig worden gelezen en beslist in acht genomen om het leven of de gezondheid van mensen nicht in gevaar te brengen. In geval van twijfel over het begrijpen van deze instructies, neemt u contact op met de dichtstbijzinde vertegenwoordiger.

2.1. Betekenis van de op het stroomaggregaat aanwezigige pictogrammen

GevaarGevaar: gevaar voor elektrische spanningA HardingGevaar: risico van brandwonden
123GEVAAR: 1 - Zie de bij het stroomaggregaat geleverde documentatie. 2 - Uitstoot van giftige uitaatgassen. Niet gebruiken in een gesloten of slecht geventileerde ruimte. 3 - Stop de motor alvorens brandstof bij te vullen.

2.2. Algemene instructies

Stroomaggregaten van het gamma voor het groe publiek (niet professioneel) zijn uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik en mogen Niet gebruikt worden door vakmensen bij het uitoefenen van hun beroep. Laat nooit anderen het aggregaat gebruiken zonder dat zich vooraf de nodige instructies hebben gekregen. Laat nooit een kind aan het stroomaggregaat zitten, zichs nicht als dit niet draait en LAST het stroomaggregaat Niet werken in aanwezigheid van dieren (angst, nervositeit, enz). Houd u in alleGeVallen aan de terplaatse geldende reglementen inzake het gebruik van stroomaggregaten.

2.3. Risico van elektrocutie

GEVAARELEKTKROCUTIEGEVAAR De stroomaggregaten leveren elektrische stroom tijdens hun gebruik, houd u aan de geldende wetgeving en aan de installment- en gebruksvoorschriften die in deze handleiding staan. Sluit het aggregaat Nietrechtstreeks aan op andere spanningsbronnen (bijvoorbeeld het openbare stroomverdeelnet); installier een bronkeuzeschakelaar.

Gebruik kabels met een soepele en stevige rubber mantel, conform IEC 60245-4 of gelijkwaardige kabels en zorg dat ze in perfecte staat zijn. Houd u aan de kabellengtes zoals aangegeven in de tabel van de paragraaf (Sectie van de kabels). Verbind de apparaten van klassle I met het stroomaggregaat met behulp van een geaarde kabel (groen/gele draad); deze aardleiding is nichtoodzakelijk voor apparaten van klassse II. Gebruik slechts een elektrisch apparaat van klassle I per stopcontact. Naargelang de voorwaarden voor het gebruik (A, B of C)要去 zich eveneens honden aan de volgende metingen van de bescherming:

A - Indien het stroomaggregaat Niet bij de levering uitgerust is met een geintegreerde aardlekschakelaar (standaardversie met neutraal geisoleerd van de klem voor de aarding van het stroomaggregaat):

  • Gebruik een aardlekschakelaar die gekalibreerd is op 30mA op elk stopcontact van het stroomaggregaat (plaats iedere voorziening op minstens 1 m van het stroomaggregaat en beschermd gegen weer en wind).
  • In geval van incidenteel gebruik van een of meerdere mobiele of draagbare apparaten is de aarding van het stroomaggregaat Nietoodzakelijk.

B - Als het stroomaggregaat, bij levering, uitergerust is met een geintegreerde aardlekschakelaar (versie met neutraal alternator aangesloten op de klem van de a Harding van het stroomaggregaat – voor gebruik in schema TN of TT)

  • In geval van het voeden van een tijdelijke of semi-permanente installment (bouwplaats, voorstelling, kermisattractie, enz), verbindt u het stroomaggregaat met de aarde*.
  • In geval van het voeden van een vaste installmentie (als noodaggregaat voor het opvangen van een storing van het elektriciteitsnet bijvoorbeeld),要去 de elektrische aansluiting van het stroomaggregaat door een gediplomeerde en erkende elektromonteur worden uitgevoerd met inachtneming van de regelgeving die van toepassing is op deplaats van de installmentie.

C- Mobiele toepassingen (voorbeeld: stroomaggregaat geinstalleerd op een rijdend voertuig)

Stroomaggregaten zijn gemaaakt om stationair te werken. Zijn mogen Niet op een voertuig of ander mobiel materiaal worden geinstalleerd als geen voorafgaand onderzoek waar de verschillende bijzonderheden van de installmentie en het gebruik van het stroomaggregaat uitgevoerd is. Elk gebruikijdens de verplaatsing is verboden. Als de aarding Niet möglichk is, verbind dan de klem van de a Harding van het stroomaggregaat met de massa van het voertuig.

Raak gen losgekoppelde aansluitingen aan of kabels waar van de isolatie is verwijderd. Neem nooit een aggregaat vast met vochtige handen of voeten. Stel het materieel nooit bloot aan vloeistofspatten of aan wee en wind, enplaats het Niet op een natte vloer. Neem, in geval van twijfel, contact op met de dichtstbijzijnde vertegenwoordiger.

Om het stroomaggregaat met de aarding te verbinden: bevestig een koperdraad van 10mm^2 aan de klem van de aarding van het stroomaggregaat en aan een gegalvaniseerde stalen aardingspaal die 1 meter diep in de grond zit

2.3.1 Keus van de aansluitingskabels (oppervlak van de kabels)

Houd u aan de in deze tabel voorgeschreven oppervlakken en lengtes bij het installereren of bij het gebruik van elektrische verlengsnoeren.

Type stroomaggregaat:EnkelfasigDriefasen
Type aansluiting van het stroomaggregaat:10 A16 A32 A10 A16 A
Aanbevolen oppervliak van de kabel:mm2AWGmm2AWGmm2AWGmm2AWGmm2AWG
Lengte van de gebruiekte kabel0 tot 50 m410691071.5142,512
51 tot 100 m1071072532,512410
101 tot 150 m*10716535241069

*Deze kabellengte is de maximum toegelaten lenghte, deze mag nicht worden overschreten.

Manier vanplaatsen = kabels op kabelgoten of Niet geperforeerd paneel / Toegelaten spanningsval = 5% / Meeraderig / Type kabel PVC 70^ (voorbeeld H07RNF) / Omgevingstemperatuur = 30^ .

2.4. Risico's betreffende uitlaatgassen

GEVAARVERGIFTIGINGSGEVAAR Koolmonoxide in uitlaatgassen is dodelijk als de concentratie ervan in de lucht die men inademt te groot is. Gebruik het aggregaat.altijd in een goed geventileerde ruimte waar de gassen zich Niet konnen ophopen.

Met het oog op de verilgheid en voor de goede werkig van het aggregaat, is een goede ventilatie verplicht (risico van vergiftiging, van oververhitting van de motor en van ongevallen of van schade aan apparatuur of omringende goederen). Indien de apparatuur binnen in een gebouw gebruikt worden, dan要去en de uitlaatgassen worden afgevoerd maar buiten en要去en geschikte ventilatie zich, om te voorkomen dat de aanwezigere personen of dieren onwel worden.

2.5. Brandgevaar

GEVAARBRANDGEVAAR Laat het aggregaat nooit werkken in de nabijheid van explosieve stoffen (risico van vonden). Verwijder alle ontvlambare of explosieve stoffen (benzine, olie, doeken etc.) tijdens de werkking van het stroomaggiagaat. Dek het aggregaat nooit af met welk materiaal dan ook verwijl het in werkung is of onmiddelijk nadat het is uitgeschakeld: wacht altijd totdat de motor is afgekoeld (minimaal 30 min).

2.6. Risico van brandwonden

SDMO VARIO 3000I - Risico van brandwonden - 1

Raak de motor noch de uitlaatdemper nooit aan verwij het aggregaat in werking is of onmiddelijk na een stilstand. Wacht tot de motor koud is voordat u er aan gaat werken (minimum 30 minutes).

Hete olie veroorzaakt brandwonden, vermijd contact met de huid. Alvorens aan het systeem te werkken, moet u zich ervan vergewissen dat het Niet meer onder druk staat. Start de motor nooit ofaat.Deze nooit draaien zonder de olievuldop (risico van oliespatten).

2.7. Instructies voor de bescherming van het milieu

Vang de motorolie bij het aftappen op in een daartoe voorziene verzamelbak: LAST DE OLIE NOOT OP DE GROND Vloeien.

Voorkom, voor zover möglichk, dat geluiden gegen muren of andere bouwsels werkkaatsen (versterking van het volume).

Als het aggregaat gebruikt worden opplaaten met bomen of struikgewas of op begroeid terrein, en als de uitlaatdemper geen vonkenvanger heeft, verwijder dan de begroeigenen over een voldoende brede zone en let goed op dat vonden geen brand kuren veroorzaken. Als het stroomaggregaat Niet langer worden gebruikt (levenseinde van het product), breng het dan maar een inzamelpunt voor afval.

3. Ingebruikname van het stroomaggregaat

3.1. Verklaring van deillustraties

De illustraties van de omslag tonen de verschillende onderdelen van het stroomaggregaat. De procedures van de handleiding verwijzen aan deze merktekens met behulp van letters en cijfers: "A-1" verwijd bijvoorbeeld aan het verwijsnummer 1 van figuur A.

A1Aarding10Drukpomp van de tank
2Inspectieluik11Controlelampjes A. Werkingslampje B. Overbelastingslampje C. Oliebeveiligingslampje
3Brandstofkraan
4Verluchtingsregelaar van de brandstoffank
5Dop van de brandstoffank
6Starter1212 V-stopcontact (indien aanwezig)
7Starter rewinder13Deksel om toegang te krijgen tot de bougie
8Elektrisch stopcontact14Stil
9Modus MAX / ECO
B1Deksel van het inspectieluik
2Dop voor het aanvullen en verwijderen van olieMaximum vulniveau voor de olie
C1Verluchtingsregelaar van de brandstoftank: ON/OFF
2Drukpomp van de tank
3Brandstofzeef Maximum vulniveau voor de brandstof
4Brandstofffilter
D1Deksel van de luchtfilter
2Filterelement Reinigen van het filterelement
E1Deksel om toegang te krijgen tot de bougie
2Bougie

3.2. Eerste ingebruikname

Controleer bij ontvangst van het aggregaat of het materiaal zich in goede staat bevindt en of alle elementen van de bestelling aanwezig zijn. Als het stroomaggregaat voorzien is van een transportbeugel onder de motor, verwijder deze dan. Vul olie bij (indien nodig) en brandstof en sluit de accu aan (indien aanwezig). Verwissel bij het aansluiten nooit de positieve en negatieve klemmen van de accu (indien aanwezig): door het verwisselen kan de elektrische apparatuur ernstig beschadigen. Sommige stroomaggregaten hebben een inlooperiode nodig, neem contact op met de dichtstbijzijnde vertegenwoordiger vooreer inlichtingen.

4. Gebruik van het aggregaat

LETP OPVoor het gebruik moet u alle bedieningselementen en gebruiksmogelijkheden kennen en begrijpen. Sluit de brandstofkraan om het stroomaggregaat in geval van nood stil te leggen. Dit stroomaggregaat is bedoeld voor tijdelijke toepassing en isuitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.

4.1. Deplaats van gebruik kiezen

!Stroomaggregaten zijn gemaaakt om stationair te werken. Zij mogen Niet op een voertuig of ander mobiel materiaal worden geënstalleerd als geen voorafgaand onderzoek maar de verschillende bijzonderheden van de installmentie en het gebruik van het stroomaggregaat uitgevoerd is. Elk gebruikijdens de verplaatsing is verboden.
LET OP

Kies een schon, geventileerde en gegen weer en wind beschutte plaats.
2 Plaat het aggregaat op een effen, horizontally en voldoende stevig oppervlak zodate het stroomaggregaat Niet in de grond zakt (het aggregaat mag in geen gevaleer dan 10^ hellen).
3 De olie- en brandstofvoorraad mag zich nicht dicht bij het stroomaggregaat bevinden als deze in werkig is of als het stroomaggregaat nog warm is.

4.2. Controller de algemene staat van het stroomaggregaat (bouten en moeren, slangen)

Controleer vór iedere start en na ieder gebruik het hele aggregaat om storing of beschadiging te voorkomen.

1 Controller alle buizen en slangen om zeker te zich dat ze in goede staat zich en nicht lekken.
Het verrangen van buizen of slangen moet door een vakman worden uitgevoerd, raadpleeg de dichtstbijzijnde vertegenwoordiger.
2 Trek alle boute n na waarop spel ing zou kunnen zitten.
Het natrekken van de cilinderkopbouten moet door een vakman worden uitgevoerd, raadpleeg de zichtbijzijnde vertegenwoordiger.

4.3. Het peil van de motorolie controlleren en bijvullen

!Voordat het stroomaggregaat kan worden opgestart,要去 alsijid eerst het peil van de motorolie worden gecontroleerd. Bijvullen met de aanbevolen olie (zie § Karakteristieken) en met behulp van een trechter, tot aan de bovengrens van de peilstok.
LET OP

Open het inspectieluik (fig. A - pos. 2).
Schroef de olievuldup los (fig. B - pos. 2).
3 Controller het oliepeil : bij een vlak opgesteld aggregaat要去 de olie tot aan de vulopening reiken.
Vul indien nodig bij met behulp van een trechter.
Schroef de vuldop wee terug.
Veeg gemorste olie weg met een schone doek.
7 Sluit het inspectieluik weir.

4.4. Het peil van de brandstof controleren en bijvullen

GEVAARBij het tanken van brandstof moet de motor gestopt zijn en moeten de veiligheidsinstructies en geldende wetgeving in acht genomen worden. Plaats, vór het openen van de tankdop, de schuif van de ventilatie algijd op de stand ON.

Sluit de brandstofkraan (A-3).
2 Plaats de schuif van de ventilatie van de tankdop op de stand ON (A-4 & C-1).
3 Draai de vuldop van de brandstoftank los (A-5).
Controller het brandstofpeil visueel (C-3). Vul bij,inden nodig:
Vul de brandstoftank met behulp van een trechter tot de vullimiet en let waar bij op dat u geen brandstof morst.

LET OPGebruik alleen zuivere brandstof die geen water bevat. (SP95-E10; SP95-E15; SP-95-E85 verboden). Overvul de tank nicht (er mag geen brandstof in de vulpijp staan). Controller altijd na het tanken of de tankdop degelijk is gesloten. Vergewis u ervan indien brandstof ward gemorst, dat deze is opgedroogd en de dampen zijn verdREVEN alvorens het stroomaggregaat in werkung te stellen.

6 Draai de dop van de brandstoftank wee vast.
7 Plaats de schuif van de ventilatie van de tankdop op de stand 'OFF'.

4.5. Het stroomaggregaat starten

Om het aggregaat te starten na een stilstand van meer dan 10 minuten of wonneer het brandstofpeil tot onder de helft is gezakt, dient u de tank op druk te brengen met behulp van de waarvoor bestemde pomp.

1 Plaats het pijljtje op de ventilatieknop voor de brandstoftank op ON (A-4 & C-1).
Open de brandstofkraan (A-3).
3 Zet het hendeltje van de choke (A-6) in de stand "V".
Trek eenmaal langzaam aan de trekstarter (A-7) tot u onderstand voelt en laat hem daarna voorzichtig terugkomen.
Trek verwolgens snel en krachtig aan de trekstarter totdat de motor start.

Opmerking: Tijdens de eerste start of na een langeperiode van opslag is het soms nodig om tien keer aan de trekstarter te trekken.

6 Zet de choke langzaam in de stand |14| enaar den draaien voordat u het gebruikt.

4.5.1 Gebruik van de pomp voor het onder druk zetten van de tank

De brandstoftank moet op druk gebracht worden met behulp van de pomp:

  • na een stilstand van het aggregaat van meer dan 10 minutes,

  • wonneer het brandstofpeil tot ten minste halverwege de tank gezakt is.

De pomp voor het op druk brengen van de tank mag Niet vaker dan tien koer worden ingedrukt.

!Gebruik de pomp voor het op druk brengen van de brandstoftank nooit als het brandstofpeil hoger staat dan halverwege de tank of verwijl het aggregaat in werkig (risico op schade aan het aggregaat).
OPGELET

Zet het pijtje op de ventilatieknop voor de brandstoftank op OFF (C-1).
Duw de pomp voor het op druk brengen van de tank (C-2), maximaal tien keer in.
3 Start het aggregaat en LAST het pijltje op de ventilatieknop voor de brandstoftank op OFF staan.
4 Plaat s zodra het aggreeat gestart is het pijlte op de ventilatieknop voor de brandstoftank op ON.
5 Zet de choke langzaam in de stand "i" en LAST het aggregaat enkele minuten draaien voordat u het gebruikt.

4.6. De geleverde elektriciteit gebruiken

1 Controller of het werkingslampje brandt (A-11, A).
Schakel modus « MAX » of « ECO » aan (A-9).
3 Schakel het apparaat op het stopcontact van het stroomaggregaat aan (A-8).

Bij overbelasting of kortsluiting dooft het werkingslampje (A-11, A) en brandt het overbelastingslampje (A-11, B): leg de stroomaggregaat stil en doe de overbelasting verdwijnen.

4.6.1 Gebruik van de MAX-ECO modus

Dit aggagaat is voorzien van een motor met variabel toerental, zodat de gebruiker de werkig van het aggregaat kan aanpassen aan zich behoefte. Dit is de modus MAX-ECO (A-9).

MAX - I : Als de knop in de stand "MAX" staat, kan het aggregaat veel stroom leveren.

ECO - O : De stand "ECO" kan gebruikt worden voor keine belastingen. Het aggregaat verbruikt dan minder en is stiller.

4.6.2 Gebruik van het 12 V stopcontact

!GEVAAR VAN VERGIFTIGING OF EXPLOSIE Volg de voorschriften van de fabrikant van de accu. Gebruik alleen geïsoleerd gereedschap. Gebruik nooit zwavelzuur of aangezuurd water om de elektrolyt bij te vullen. Plaats de accu nooit in de buurt van een vlam of vuur. Ventileer voldoendeijdens het opladen.
GEVAAR

Sommige modellen stroomaggregaten zijn uitergerust met een 12 V (A-12) stopcontact dat uitsluitend gebruikt mag voor apparaten die werken op 12 V, alttijd met gebruik van een accu (type auto-accu) als buffer. Dit stopcontact kan ook gebruikt worden voor het kortstondig opladen van de accu's.

!Het stroomaggregaat heeft geen ladingcontroleur, het laden is dus nicht geregold of gelimiteerd. Houd u alkijd aan de oplaadtijden en controllerer regelmatig de accu met behulp van een densimeter (zuurweger). Nooit zonder toezichtCTXen. Maak de accu alkijd los van het stroomaggregaat als het opladen is beeindigd (permanent laden = risico op beschadiging). Laat de accu Niet op het voertuig aangesloten en probeer nooit het voertuig te starten tijdens het opladen. Houd u aan de polaritieten en sluit de kabels aan voordat u het stroomaggregaat start.
LET OP

1 Als het stroomaggregaat draait, stop het dan (cf. § Het stroomaggregaat stoppen).
Sluit de 12 V kabels aan op het 12 V stopcontact van het stroomaggregaat en op de occupolen (rood: + ; zwart: -).
3 Start het stroomaggregaat.

Als de vermogensschakelaar in werkung kommt, stop dan het stroomaggregaat en kaak de accu los.

Zet het stroomaggregaat in de MAX modus (A-9).
Houd het laden in de gaten en controllerer regelmatig de accu. Het gebruik van de andere stopcontacten van het stroomaggregaat is dan möglichk.
Leg, als het laden klaar is, het stroomaggregaat stil voordat u de 12 V kabels loskoppelt.

4.7. Het stroomaggregaat stoppen

1 Schakel de apparaten uit en maak ze los.
2 Laat de motor gedurende 1 of 2 min. onbelast draaien.
Sluit de brandstofkraan (A-3) en plaats de schuif van de ventilatie van de brandstoftank op "OFF" (A-3). Het stroomaggregaat valt stil.

LET OPZorg.altijd dat het stroomaggregaat degelijk worden geventileerd. Zelfs na het uitschaken, blijdt de motor nog warmte afgeven.

5. Het stroomaggiat onderhoden

De uit te voeren onderhoudswerkzaamheden zich beschreiben in de onderhoudstabel. De aangegeven freiagentie geldt ter indicatie en voor aggregaten die gebruikt worden met brandstof en olie die voldoen aan de specificaties die zich aangegeven in deze handleiding. Kort de onderhoudsintervallen in afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van het stroomaggregaat en de behoefte (reinig bijvoorbeeld het luchtfilter freienter bij gebruik in een stofrijke omgeving).

5.1. Nut van onderhoud

Met het oog op de veiligheid, moet het onderhoud van het stroomaggregaat regelmatig en zorgvuldig door personen die beschikken over de benodigde ervaring en geschikt gereedschap beschikken. Garantie is uitgesloten in geval van nicht opvolgen van de onderhoudsvoorschriften. Voorragen of bijzonder onderhoud, neem contact op met de dichtstbijzijnde agent, die u raad kan geben en hulp kan bieden.

5.2. Tabel met onderhoudsintervallen

Uitvoeren bij het bereiken van de 1e termijnBij elk gebruikElke maand / 10 urenElke 6 maanden/ 100 urenElk(e)aar / 300 uren
StroomaggregaatControleer de algemene staatX
Het stroomaggregaat reinigenX
De bougie controleren / reinigenX
OlieHet peil controlerenX
VerversenXX
BrandstofHet peil controlerenX
Het zeeffilter reinigenX
Het filter verrangen (indien aanwezig)X
De slangen en de tank reinigen*X*
LuchtfilterHet filter reinigen / verrangenX
KleppenDe speling instellen*X*
  • Deze handelingen要去en door een van onder technici worden uitgevoerd.

5.3. De onderhoudswerkzaamhedenuitvoeren

!Alvorens enig onderhoud uit te voeren: - zet het aggregaat stil, - maak de kap van de ontstekingsbougie los.
LET OP

Gebruik uitsluitend originele of gelijkwaardige onderdelen: risico van beschadiging van het aggregaat. Om de onderhoudswerkzaamheden goed te kuren uitvoeren, is het nodig het toegangsdeksel of controluik van het stroomaggregaat te openen. Zodra de werkzaamheden kaar zichn dient u deze wee ter sluiten of zorgvuldig wee vast te draaien.

5.3.1 Verversen van de olie

De gebruekte olie en het filter要去en gerecycled of onschadelijk gemaakt worden volgens deplaatselijk geldende wetgeving. Voor een efficienter aftappen, is het raadzaam het stroomaggregaat voorafgaan aan het aftappen een tiental minuten te gebruiken om de olie vloeibaarder te makeen.

1 Verwijder, bij lauwe motor, de vul- en aftapdop (B-2).
Kantel het stroomaggregaat voorzichtig om de olie in een geschikte opvangbak te lately lopen.

Leg het stroomaggregaat Niet helemaal op+zijn kant.

Vul, na het volledig aftappen, weeer met de voorgeschreveen olie (cf. Karakteristieken) en controller het peil.
Een te laag of te hoog oliepeil kan de motor van het stroomaggregaat beschadigen.
4 Plaats de vul- en aftap Dop wee terug.
Controller of er geenlekken+zijn.
Veeg alle sporen van olie weg met een schone doeck.

5.3.2 Het zeeffilter reinigen

GEVAAREXPLOSIEGEVAAR Houd u aan deplaatselijk geldende wetgeving betreffende de behandeling van olieproducten. Rook Niet of maak geen vuur of vonden. Controller of de dampen verdREVEN zijn, voordat u het stroomaggregaat start.

Bij deze handeling stroomt er brandstof weg, zorg voor een geschikte opvangbak.

Sluit de brandstofkraan (A-3).
2 Verwijder de tankdop (A-5) en het zeeffilter (C-3).
3 Blaas droge perslucht met een lage druk van buitenaar binnen gegen het zeeffilter.
4 Spoel met schone brandstof.
5 Plaats het zeeffilter terug en draai de tankdop zorgvuldig vast.

5.3.3 Vervang van het de brandstofffilter

GEVAAREXPLOSIEGEVAAR Houd u aan deplaatselijk geldende wetgeving betreffende de behandeling van olieproducten. Rook Niet of maak geen vuur of vonden. Controleer of de dampen verdREVEN,zijn,voordat u het stroomaggregaat start.

Bij deze handeling stroomt er brandstof weg, zorg voor een geschikte opvangbak.

Sluit de brandstofkraan (A-3).
2 Noteer de montagerichting van het filter en bouw het brandstofffilter uit door de slangklemmen te verwijdenen (C-1/4).
3 Plaat het neue brandstofffilter, houd u waar bij aan de montagerichting en sluit de slangen weeer aan door ze met de slangklemmen vast te zetten.
Veeg alle sporen van brandstof weg met een schone doek en controllerer of er geen lekkage is.

5.3.4 Reinig of cervang het luchtfilter

!Gebruik nooit benzine of oplosmiddelen met een laag vlampunt voor het reinigen van het luchtfilterelement (gevaar van brand of explosie).
OPGELET

1 Verwijder het deksel van de filter (D-1).
2 Verwijder het filtrilege (D-2) en controller het type verruiling:

Droog vuil:

3 Blaas op het filterelement met behulp van een drogepersluchtpistol bij lage druk van binnenuit maar buiten en beweeg het pistool waarbij van bovenaar onder totdat al het stof eruit is.
4 Controller de staat van het filtrilege: verwang hem bij de minste beschadiging van het schuim
5 Zet het filterelement en+zijn deksel terug op hun plaats.

3 Vervang het filtrelement.
Zet het filtrelement en zijn dekseltering op hun plaats.

5.3.5 Reinigen of verrangen van de bougie

Open het deksel om toegang te krijgen tot de bougie (E-1) en bevestig de ontstekingsbougie met behulp van een bougiesleutel (bijgeverd).
Controller de staat van de bougie : Indien de elektroden versleten zijn of het isolatiematerialial gesmolten of afgeschilferd is:
Zoniet :

3 Vervang de bougie.
4 Plaats de neue bougie en draai deze handmatig vast zodate de schroefdraden nicht verdraaid worden.
Draai de onderkant van de bougie 1/2 met een bougiesleutel om de sluitring dicht te knijpen.

Maak de bougie schoon met een metalen borstel.
Conteleer met een vulplaatje de afstand:tussen de elektroden:deze要去 tessen 0,7 tot 0,8mm liggen.
Controller de staat van de sluitring.
6 Plaats de neue bougie en draai deze handmatig vast zodate de schroefdraden nicht verdraaid worden.
Draai de onderkant van de bougie 1/8 of 1/4 met een bougiesleutel om de sluitring dicht te knijpen.

5.3.6 Het stroomaggregaat reinigen

LET OPSpuit het stroomaggiaat nooit schoon met een waterstraal of met een hagedrukreiniger.

1 Verwijder alle stof en vuil rondon de uitlaatdemper (A-14).
Was de buitenkant van het stroomaggregaat met een spons en water met mild schoonmaakmiddel (bijvoorbeeld autoshampoo). Het gebruik van zeepsop en afdrogen met een zachte en absorbierende doek is ook möglich.
Spoel met een spon's met schoon water elk spoor van schoonmaakmiddel weg.

6. Vervoer en opslag van het stroomaggregaat

6.1. Omstandigheden van vervoer en verplaatsing

Controleer vort het vervoeren van de stroomaggregaat, of alle bouten en moeren goed vastzitten, sluit de brandstofkraan (indien aanwezig) en maak de accu los (indien aanwezig). Het stroomaggregaat要去 vervoerd worden in zijn normale gebruiksstand, leg het nooit op zich kant. Behandel het aggregaat voorzichtig en zonder schokken en zorg ervoor dat deplaats waar het aggregaat za worden opgeslagen of gebruikt op voorhand is klaargemaakt.

6.2. Omstandigheden van de opslag

Deze procedure voor de opslag of het overwinteren geldt voor het geval dat het stroomaggregaat meer dan 2 maanden en maximaal 1aar Niet worden gebruikt. Als het stroomaggregaat voor een langere periode worden opgeslagen, adviseren wij contact op te nemen met de dichtstbijzijnde agent of om het stroomaggregaat eens peraar gedurende enkele uren te lately draaien en na afloop waar van de opslagprocedureeerui te voeren.

Voor deze handeling moet u een conservingsmiddel toevoegen in de brandstoftank of de gehele brandstoftank legen (zorg voor een geschikte opvangbak).

1 Open het controleluik.
Houd een geschikte opvangbak bij de hand, en zonder de brandstofkraan te sluiten, opent u de tankdop voordat u het brandstoffiler verwijdert.
3 Laat de brandstof volledig wegvloeien in de opvangbak (aftappen van de tank en de slangen) enplaatservolgens een nieuw brandstofffilter.
4 Sluit de tankdop, plaats de schuif van de ventilatie op 'ON' en gebruik de choke (stand) om het stroomaggregaat te starten. Laat het stroomaggregaat draaien tot het door brandstofgebrek stilvaht.
Sluit de brandstofkraan en de schuif van de ventilatie ('OFF'), veeg alle sporen van brandstof weg en controllerer of er geen lekkage is.
Ververs bij lauwe motor de motorolie.
6 Open het toegangsdeksel van de bougie, verwijder deze (E-2) en giet ongeveer 3 ml (1 soeplepel) schone motorolie door het bougiegat in de cilinder; plaats daarna de bougie terug en sluit het toegangsdeksel wee.
Trek 3 tot 4 keer aan de handgreep van de trekstarter (A-7) om de olie in de cilinders te verdelen en ze te beschemen gegen corrosie.
Reinig of verrang het luchtfilter (naargelang de staat) en sluit het controleluik.
Reinig het stroomaggregaat en dek het aggregaat af met een beschemhoes om het te beschemmen gegen stof.
Bewaar het aggregaat op een schone en droge plaats. Bewaar het Niet op zich kant liggend.

7. Diagnose vankleine storingen

Het stroomaggregaat...

Controller of:

Oplossingen:

SDMO VARIO 3000I - Diagnose vankleine storingen - 1

8. Technische specificaties

8.1. Voorwaarden voor het gebruik

De vermelde prestaties van de stroomaggregaten zichn verkreten onder de referentieomstandigheden volgens ISO 8528-1 (2005):

Totale atmosferische druk: 100kPa - Omgevingstemperatuur van de lucht: 25^ (298 K) - Relatieve vochtigheid: 30% .

De prestaties van de aggregaten worden ongeveer 4 % verminderd voor elke temperatuurstijging van 10^ C en/of ongeveer 1 % voor elke toename van de hoogteligging met 100 ~m . De stroomaggregaten konnen alleen stationair werken.

8.2. Capaciteit van het stroomaggregaat (overbelasting)

Bereken het vereiste elektrische vermogen van de te gebruiken apparaten (in Watt)* alvorens het aggregaat aan te sluiten en in werkung te stellen. Overschrijd nooit het totaal van de vermogens (ampere en/of watt) van de gebruekte apparaten noch het nominaal vermogen van het aggregaatijdens werkung in continu bedrijf.

*Det elektrische vermogen staat in de meeste gevallen aangegeven in de technische gevevens of op het typeplaatje van de apparaten. Sommige apparaten hebben meer vermogen nodig bij het starten. Dit minimaal vereiste vermogen mag het maximale vermogen van het stroomaggregaat Niet overschrijden.

8.3. Karakteristieken

Model van het materiaalVARIO 1000iVARIO 2000iVARIO 3000i
Nominaal/Maximaal vermogen900 W / 720 W1850 W / 1480 W2400 W / 2000 W
Geluidsdrukniveau op 1 m (LpA) / onnauwkeurigheid van de meting79 dB(A) / 0,70 dB(A)80 dB(A) / 0,70 dB(A)82 dB(A) / 0,70 dB(A)
MotortypeOLYMP ES 38-1OLYMP ES 100-1OLYMP ES 128-1
Voorgeschreiben brandstof / inhoud van het brandstofreservoirBenzine zonder lood (SP95-E10 ; -E15 ; -E85 nicht toegestaan) / 1,6 LBenzine zonder lood (SP95-E10 ; -E15 ; -E85 nicht toegestaan) /2.8 LBenzine zonder lood (SP95-E10 ; -E15 ; -E85 nicht toegestaan) / 3,4 L
Voorgeschreiben oolie / inhoud van het oliecarterSAE 15W40 / 0,15 LSAE 15W40 / 0,5 LSAE 15W40 / 0,55 L
Oliebeveiliging*JaJaJa
Wisselstroom230 V – 3,2 A230 V – 6,4 A / 12V-5A230 V – 8,7 A / 12V-5A
Vermogensschakelaar**JaJaJa
Type stopcontacten1 x 10/16 A – 230 V2 x 10/16 A – 230 V + 1 x 10 A - 12 V2 x 10/16 A – 230 V + 1 x 10 A - 5 V
Type bougie / AccuNGK : CR7HSA - LG : A7RTC / NeeNGK : BPR7HSA - LG : E7RTC / NeeNGK : BPR6ES / Ja i
Afmetingen L x b x h44,8 x 24,8 x 37,5 cm53 x 28,5 x 45 cm56,5 x 30 x 46,6 cm
Gewicht (zonder brandstof)12.5 kg20 kg22.5 kg

Deze stroomaggregaat is ook conform richtig 97/68/CE op de emissie van schadelijke stoffen.

*Oliebeveiliging: Als er te weinig olie in het motorcarter is of als de oliedruk te laag is, stopt de oliebeveiliging de motor automatisch om beschadigting te voorkomen. In dat geval dient u het oliepeil van de motor te controeren alvorens op zoek te gaan maar andere oorzaken van storingen.

**Vermogensschakelaar: Het elektrisch circuit van het aggregaat is beveiligd door middel van een ofeer magnetothermie schakelaars, aardlekschakelaars of thermische schakelaars. Bij een eventuale overbelasting en/of kortsluiting kan de elektrische stroomlevering uittallen.

Vervang, indien nodig, de vermogensschakelaars van het stroomaggiat door vermogensschakelaars met identieke nominale waarden en karakteristieken.

8.4. EG-conformiteitsverklaring

Naam en adres van de fabrikant:

SDMO Industries - 12 bis rue de la Villeneuve - CS 92848 -

Naam en adres van de person die bevoegd is om het technisch dossier samen te stellen en te bewaren

L. Courtes - SDMO Industries - 12 bis rue de la Villeneuve - CS 92848 - 29228 BREST Cedex 2 - France.

Beschrijving van de uitrusting:Merk:Type:Serienummers:
StroomaggregaatSDMO34992310010352012-610-000001 > 2016-610-999999
34992310010422012-620-000001 > 2016-620-999999
34992310010592012-630-000001 > 2016-630-999999

L. Courtès, gevolmachtigd vertegenwoordiger van de fabikant, verklaart dat de uitrusting beantwoordt aan de volgende Europese Normen: 2006/42/CE Norm machines; 2006/95/CE Norm laagspanning; 2004/108/CE Norm voor electromagnetische compatibiliteit; 2000/14/CE Norm met betrekking tot geluidsverspreiding in de omgeving van de materialen voorzien om buiten gezruikt te worden.

Voor de richtlijn 2000/14/CE :
Gemeld organisme :Procedure van in overeenstemmingbrenging :Gemeten geluidsvermogensniveau:Gewaarborgd niveau van geluidssterkte (LwA) :P. toegewezen :
CETIM - BP 67-F60304 - SENLISBijlage VI.92,5 dB(A)93 dB(A)720 W
94,5 dB(A)95 dB(A)1480 W
94,5 dB(A)95 dB(A)2000 W

Brest, 01/12/2012

Uw stroomaggregaat wordt gedekt door een commerciele garantie die u wordt geveen door SDMO Industries, en dit in overeenstemming met de volgende bepalingen.

De garantieduur voor uw stroomaggregaat bedraagt twee (2) maar, of honderdviftig (150) werkuren, te rekenen vanaf de dag van aankoop, afhankelijk van welke waarde het eerst worden bereikt. Indien het stroomaggregaat Niet beschitk over een bedrijfsurenteller worden voor het aanlal bedrijsurenacht (8) uur per dag gerekend. De garantie moet worden toegepast door de verdeler bij wie u uw stroomaggregaat hebts aangekocht. Bij problemen met uw stroomaggregaat vraagt SDMO Industries u om uw aankoopfactuur mee to nemen en de verdeler te contacteren of, in voorkomend geval, de Klantendienst van SDMO Industries op volgend nummer: +3298414141. De Klantendienst van SDMO Industries staat tot uw beschikking voor uw vragen inzake de toepassingsmodaliteiten van de garantie. Hieronder vindt u de contactgeveens: SDMO INDUSTRIES -12, Bis rue de la Villeneuve - CS 92848 - 29228 Brest Cedex 2 - Tel: +33298414141 - Fax: +33298416307 -www.sdmo.com.

1. MODALITEITEN EN VOORWAARDEN VOOR TOEPASSING VAN DE GARANTIE

De garantieperiode vangt aan vanaf de aankoopdatum van het stroomaggregaat door de eerste gebruiker. Deze garantie wordt samen met het stroomapparaat doorgegeven wanner de eerste gebruiker er afstand van doet, zij het Gratis of tegen betaling, en dit voor de duur van de resterende garantieperiode die nicht kan worden verlengd.

De garantie kan alleen worden toegepast op voorlegging van een leesbare aankoopfactuur, waarop de datum van aankoop, het type van het stroomaggregaat, het serienummer, de naam, adres en stempel van de verdeler, vermeld staan. SDMO Industries behoudt zich hetrecht voor het toepassen van de garantie te weigeren in het geval waar geen enkel document de plaat en de datum van aankoop van het stroomaggregaat bewijst. Deze garantie geeftrecht op de herstellung of de verwanging van het stroomaggregaat zoijn onderdelen, die door SDMO Industries als defect worden aanzien na onderzoek inhaar ateliers; SDMO Industries behoudt zich hetrecht voor de dispositieven van het stroomaggregaat te wijzingen om te voeldoen aanhaar verplichtingen. Het stroomaggregaat of de componenten die onder de garantie worden verrangen, worden opnieuw eigendom van SDMO Industries.

2. BEPERKING VAN DE GARANTIE

De garantie is van toepassing op de stroomaggregaten die werden geinstalleerd, gebrukt en onderhoden in overeenstemming met de documentatie die door SDMO Industries wordt meegeleverd, en in geval van een slechte werking van het stroomaggregaat, voortvloeiend uit ontwerp-, fabricatie- of materiaalfouten. SDMO Industries garandeert nicht de continuiteit van de prestaties van het stroomaggregaat, noch wijorking of bedrijfszekerheid indien het voor specifie doeleinden wordt gebruikt. SDMO Industries kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld voor onstoffelijke schade, al dan Niet voortvloeijde uit materialei schade, zoals en met name, zonder dat de lijst limitatie is: exploitatieverliezen, om het even welke kosten of uitgaven die het gevolg zich van het net beschikkaar zich van het stroomaggregaat, enz. De garantie beperkt zich tot de kosten, verbonden aan de herstellung of de verrangin van het stroomaggregaat of zich van zich onderden, verbruiksgoederen uitgesloten. De garantieekt zo ook de kosten van de arbeid en de onderlen, behalve de verplaatsingskosten. De kosten voor het transport van het stroomaggregaat of van een van de componenten ervan tot in de werkplaats van SDMO INDUSTRIES of een van zich erkende agenten zich ten laste van de Klant; de "retour" kosten voor het transport bijven ten laste van SDMO Industries. Wanner de garantie echter Niet van toepassing is, zullen de transportkosten volledig ten laste zich van de Klant.

3. GEVALLEN VAN UITSLUITING VAN DE GARANTIE

In volgende gevalen wordt de garantie uitsgesloten: schade veroorzaakt door het transport van het stroomaggregaat; verkeerde installatione of installatie die Niet conform is met de aanbevelingen van SDMO Industries en/of de technische en veiligheidsnormen; gebruik van producten, componenten, wisslstuken, brandstof of smeermiddelen die nicht conform zijn met de aanbevelingen; slecht of abnormala gruuk van het stroomaggregaat; wijziging of transformatie van het stroomaggregaat of van een van de componenten ervan die niet werden teogestaan door SDMO Industries; normale slitage van het stroomaggregaat of van een van de componenten ervan; schade door nalatigheid, gebrek aan toezicht, onderhoud, of reiniging van het stroomaggregaat; toeval of overmacht of externe factoren (natuurrampen, brand, aardschok, overstroming, bliksem, enz.); gebruik van het stroomaggregaat met onvoldoende vermogen; opslag van het stroomaggregaat in slechte omstandigheden. Volgende componenten zijn eveneens uitsgesloten van garantie: de uilaten, de circuits en brandstoffevoer die zich voord de brandstoffilters / carburator/ injector, bevinden, AVR; de startsystemen (accu, startschakelaars, trekstarters), de afdekkingen, de filters, de soepe kabels en de slangen, de afdrichtingen, de riemen, de relais, de smeltzekeringen, de onderbrekens, de lampen, de dioden, de schakelaars, de opnemers (niveau, druk, temperatuur, enz.), de meetindicatoren, en alle verbruiksmateriaal en slijtagedelen.

De huidige garantie wordt eveneens uitgesloten binnen het kader van een professioneel gebruik en/of bij verhuur van het aggregaat.

4. WETTELIJKE BESCHIKINGEN

De huidige garantie is onderworpen aan het Franserecht en sluit het voordeel Niet uit van de wettelijkke garantie, en dit conform de schikkingen van de artikelen L211-4 en volgende van de Wet op de consumptie en de artikelen 1641 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Wet op de consumptie

"Artikel L.211-4: De verkoper is er toe gehonden een goed te leveren conform de overeenkomst en reageert op gebreken in conformiteit die voorkomen op het moment van de levering. Hij reageert ook op de conformiteitsgebren de een gevolg zich van de verpakking, de montage- of installment-instructies indien.Deze te zijnen laste is ten gevolge van het contract of word uitgevoerd onder zich verantwoordelijkheid."

"Article1 L.211-5: Om conform te zich met de overeenkomst要去 het goed:

1^ Geschikt zich voor het gebruik, gewoonlijk verwacht voor een vergelijkbaar goed en in voorkomend geval:

  • overeenkomen met de beschrijving, gegeven door de verkoper, en de kwaliteiten bezitten die deze aan de koper voorstelde onder de vorm van een staal of een model;

  • De kwaliteiten vertonen die een koper legitim mag verwachten gezien de publicke verklaringen van de verkoper, door de producent of zich vertegenwoordiger,meer bepaald in de publiciteit of de etikettering;

2° Of de karakteristieken vertonen, bepaald in gemeenschappelijk akkoord door de partijen, of geschikt zich voor elk special gebruik, gezocht door de koper, ter kennis gebracht van de verkoper en door deze LASTE aanvaard.

"Article L.211-12: De actie, volgend uit een conformiteitsgebrek, geldt tweeJAar, te rekenen vanaf de levering van het goed."

Burgerlijkrecht

"Article 1641: De verkoper is gehonden tot de garantie wegens verborgen fouten aan het verkochte object, die het ongeschikt maken voor het gebruik waarvoort het bestemd was, of die dit gebruik zonderig aantasten, dat de koper het Niet zou gekocht hebben of aan een lagere prijs, indien hij dat geweten had."

"Article 1648 : De actie volgend uit de verborgen gebreken moet worden ingesteld door de koper binnen een termijn van tweeJAar te rekenen vanaf de ontdekking van het gebrek."

KOMMEPUECKA TAPAHTNA

SDMO VARIO 3000I - KOMMEPUECKA TAPAHTNA - 1

B OTHOSEHIN 3TOTO 3JIeKTPoreHepatopa DeIcCTByET KOMMepueckar rapaHTn, IpeoCTabJIeHHa KOMpaHnei SDMO Industries Ha cIeDyUOxN yCNoBnx.

Cpok rapaHTn Ha 3eKtporehepatop coctabIaT DBOIka (2) roda CO dHr NOKyKN, INI CTO PITbDecr (150) cAOB 3KcNpyatau, eCN 3OT cPCK nCTeHT paHbSe. Ecn 3eKtporehepatop He OCHaueh ChETyKOM OTPaBToAHbIX YAcob, TO cPCK 3KcNpyatau ONpeJeTcR T3 pacheta BOCMb (8) cAcob B DeHB.

TapaHTnHoe 6cbnyKbAHne 0eCneUHaeT dNCTPbBToTOp, y KOTOPORo Bbl pno6peIN 3OT 3NEKTPoreHepaTOp. EcINBo3NHKeH HeNCnPaBHOctb, KOMaHnSDMO Industries npdnaeraT BAM B3Yb KBtAnuIO o NOKynke I O6pTaNTbCk NCTPbBToTp U INB OTdEe b6cNyKbAHnK nIeHTD SDMO Industries no Homepy +3298414141. B OTdEe 6cbNyKbAHnSDMO Industries OTBETr HA BCE BaUN BONpOcbl, kacaOnuece npmEnHe rapaTm. KoopDnHaBtO Tdela: SDMO INDUSTRIES - 12, Bis rue de la Villeneuve - CS 92848- 2922B Brest Cedex 2-OaE.: +33298414141-ΦaKc: +33298416307 -www.sdo.com.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SDMO

Model : VARIO 3000I

Categorie : Generator