KEY 2-3 ULTRAFIX - Autostoel CHICCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KEY 2-3 ULTRAFIX CHICCO in PDF-formaat.

📄 128 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice CHICCO KEY 2-3 ULTRAFIX - page 48
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CHICCO

Model : KEY 2-3 ULTRAFIX

Categorie : Autostoel

Download de handleiding voor uw Autostoel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KEY 2-3 ULTRAFIX - CHICCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KEY 2-3 ULTRAFIX van het merk CHICCO.

GEBRUIKSAANWIJZING KEY 2-3 ULTRAFIX CHICCO

Gebruiksaanwijzing Pag. 48-53

NL Gebruiksaanwijzing

ZEER BELANGRIJK! METEEN LEZEN

  • Volg de instructies voor de montage en de installatie van het product nauwgezet. Laat niemand het artikel gebruiken zonder eerst de instructies te hebben gelezen.
  • Bewaar deze handleiding voor eventuele latere raadpleging.
  • LET OP! Volgens de statistieken over ongelukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzittingen: daarom wordt aangeraden het autostoeltje op de achterbank te installeren. De veiligste zitting is de middelste achterzitting, als deze is uitgerust met een driepuntsgordel.
  • Het wordt aanbevolen alle inzittenden te informeren over hoe het kind in geval van nood kan worden losgemaakt.
  • Als het autostoeltje op de voorzitting met ingeschakelde airbag wordt gezet, wordt voor een grotere veiligheid aangeraden de zitting zover mogelijk naar achteren te zetten, voor zover de aanwezigheid van andere passagiers op de achterbank dit toestaat.
  • Plaats dit autostoeltje alleen op zittingen, die correct aan de structuur van de auto zijn bevestigd en die in de rijrichting staan. Kijk goed uit dat inklapbare of draaiende autozittingen stevig vastzitten, omdat deze bij een ongeluk een gevaar kunnen inhouden.
  • Let erop hoe het autostoeltje in de auto wordt geïnstalleerd om te voorkomen dat een mobiele zitting of portier het in de weg zitten.
  • Geen enkel autostoeltje kan de totale veiligheid van het kind in geval van een ongeluk garanderen, maar het gebruik van dit artikel vermindert het gevaar voor ernstig letsel of de dood.
  • Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden (bijv. bij hard remmen, enz.) wordt groter, als men zich niet nauwgezet houdt aan de aanwijzingen die in deze handleiding worden gegeven.
  • Indien het autostoeltje beschadigd, vervormd of ernstig versleten mocht zijn, moet het worden vervangen, omdat het de oorspronkelijke veiligheidskenmerken kan hebben verloren.
  • Verricht geen wijzigingen aan het artikel en voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabrikant.
  • Breng geen niet door de fabrikant geleverde

accessoires, reserveonderdelen of onderdelen aan. Laat het kind nooit en om geen enkele reden zonder toezicht in het autostoeltje achter. Zet niets dat geen voor het artikel goedgekeurd accessoire is tussen de autozitting en het autostoeltje, of tussen het autostoeltje en het kind: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat het autostoeltje niet goed functioneert. Het wordt aangeraden de auto niet te lang in de zon te laten staan, om te voorkomen dat het kind zich kan verbranden en om een langere levensduur van de kleuren en de onderdelen over lange tijd te garanderen. Als het voertuig in de zon heeft gestaan, controleer je het autostoeltje zorgvuldig, voordat je het kind erin zet, door na te gaan of de verschillende delen ervan niet heet zijn geworden: laat ze in dat geval afkoelen, voordat je het kind laat plaatsnemen. Ook na een niet ernstig ongeluk kan het autostoeltje schade opgelopen hebben, die echter niet altijd met het blote oog zichtbaar is: het moet daarom worden vervangen. Gebruik geen tweedehands autostoeltjes: deze kunnen voor het blote oog onzichtbare structurele schade hebben opgelopen, die zodanig is dat de veiligheid van het artikel niet langer gewaarborgd wordt. De hoes kan uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde hoes, omdat deze integraal deel uitmaakt van het autostoeltje. Het autostoeltje mag nooit zonder hoes worden gebruikt, om de veiligheid van het kind niet op het spel te zetten. Controleer of de band van de autogordel niet verdraaid zit en voorkom dat deze of een gedeelte van het autostoeltje tussen de portieren komt of over scherpe punten wrijft. Het autostoeltje mag niet worden gebruikt als de veiligheidsgordel van de auto gescheurd of gerafeld is. Als het kind niet wordt vervoerd, moet het autostoeltje vast blijven zitten of in de kofferbak worden gezet. Een niet vastgezet autostoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor de passagiers. Controleer dat er geen voorwerpen of bagage, in het bijzonder op de hoedenplank in het voertuig worden vervoerd, die niet zijn vastgezet of veilig zijn geplaatst: bij een ongeluk of hard remmen, kunnen deze de passagiers verwonden. Controleer of de hoofdsteun van de zitting de hoofdsteun van het autostoeltje niet hindert:

hij mag hem niet naar voren duwen. Als dit mocht gebeuren, verwijder je de hoofdsteun van de autozitting waarop het autostoeltje wordt geïnstalleerd en zorg je ervoor dat je hem niet op de hoedenplank legt. Verzeker je ervan dat alle passagiers van het voertuig hun eigen veiligheidsgordel gebruiken, zowel voor de eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis in geval van een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen verwonden. Stop vaak tijdens lange reizen. Een kind is het al gauw beu. Haal het kind om geen enkele reden uit het autostoeltje, terwijl de auto rijdt. Als het kind aandacht nodig heeft, moet je een veilige plek zoeken en stoppen. Het product is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als autostoeltje en niet voor gebruik in huis. De firma Artsana wijst elke vorm van aansprakelijkheid af voor een oneigenlijk gebruik van het product.

Dit autostoeltje is uitgerust met 2 Ultrafix koppelstukken, waarmee het aan de Isofix bevestigingen kan worden vastgemaakt, als deze zich in de auto bevinden. Deze koppelstukken zijn een verbetering voor de stabiliteit van het autostoeltje, zowel als het kind wordt vervoerd, maar ook als dit niet het geval is LET OP! De Ultrafix koppelstukken zijn een extra bevestigingssysteem, ten opzichte van de installatie met veiligheidsgordels van de auto, die ALTIJD moeten worden gebruikt, om het kind en het autostoeltje vast te zetten. BELANGRIJKE MEDEDELINGEN

1. Dit is een “Universeel” kinderbeveiligingssysteem, dat goedgekeurd is volgens Voorschrift nr.

44, amendementen serie 04. Het is geschikt voor algemeen gebruik in voertuigen en compatibel met de meeste, maar niet alle, autozittingen.

2. De perfecte compatibiliteit is eenvoudiger te

verkrijgen indien de fabrikant van het voertuig in de handleiding ervan verklaart dat het voertuig geschikt is om er “universele” kinderbeveiligingssystemen voor kinderen van deze leeftijdsgroep in aan te brengen.

3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Universeel” geclassificeerd volgens goedkeuringscriteria

die strenger zijn ten opzichte van vorige modellen die niet van deze mededeling zijn voorzien.

4. Het is alleen geschikt om te worden gebruikt in

voertuigen met vaste of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is volgens de Voorschriften UN/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden.

5. Neem in geval van twijfel contact op met de

fabrikant van het kinderbeveiligingssysteem of met de dealer. GEBRUIKSAANWIJZING INHOUDSOPGAVE

  • KENMERKEN VAN HET PRODUCT
  • DE SCHUINE STAND VAN DE RUGLEUNING AFSTELLEN
  • REINIGEN EN ONDERHOUD BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN BETREFFENDE HET ARTIKEL EN DE AUTOZITTING LET OP! Neem de volgende beperkingen en gebruiksvereisten betreffende het artikel en de autozitting nauwgezet in acht: anders is de veiligheid niet verzekerd.
  • De Ultrafix koppelstukken moeten altijd in combinatie met de autogordels worden gebruikt. Het autostoeltje mag nooit alleen met de Ultrafix koppelstukken worden vastgezet.
  • Om de Ultrafix koppelstukken te gebruiken, moet worden gecontroleerd of de auto uitgerust is met Isofix mechanismen tussen de rugleuning en de autozitting.
  • Dit autostoeltje is goedgekeurd om te worden gebruikt voor kinderen met een gewicht tussen de 15 en 36 kg.

KENMERKEN VAN HET PRODUCT

  • Dit autostoeltje is met inachtneming van de internationale voorschriften ECE R44/04 goedgekeurd voor “Groep 2 en 3”, voor het vervoer van kinderen van 15 tot 36 kg lichaamsgewicht (ongeveer van 2 tot 12 jaar).
  • De goedkeuring is van het “Universele” type, dus kan het autostoeltje in elk model auto worden gebruikt. LET OP! “Universeel” betekent dat het compatibel is met de meeste, maar niet met alle autozittingen.

De autozitting dient uitgerust te zijn met een vaste of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is volgens de Voorschriften UNI/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden (Fig. 1). Gebruik het autostoeltje nooit met de tweepuntsgordel van de auto (Fig. 2). Het kan gebeuren dat de gesp van de veiligheidsgordel te lang is en de voorziene hoogte ten opzichte van het onderste gedeelte van het autostoeltje (Fig. 3) overschrijdt. In dit geval mag het autostoeltje niet op die zitting worden bevestigd, maar zal hij op een andere zitting moeten worden geïnstalleerd, die dit probleem niet heeft. Neem voor meer informatie hierover contact op met de autofabrikant. Het autostoeltje kan voorin op de passagierszitting worden aangebracht, of op één van de achterzittingen. Gebruik dit autostoeltje nooit op zittingen die zijdelings gekeerd of tegen de rijrichting in staan (Fig. 4). Als de auto uitgerust is met een hoogteregelaar voor de veiligheidsgordel, plaats je deze laatste op de laagste stand. Controleer vervolgens of de gordelregelaar ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat of er hooguit op één lijn mee staat (Fig. 5). Voor een goede installatie zorg je ervoor dat de hoofdsteun van de autozitting de rugleuning van het autostoeltje op geen enkele manier in de weg zit. R. Onderste gedeelte van de zitting S. Band van de Ultrafix koppelstukken T. Ring om de band van de Ultrafix koppelstukken te spannen U. Verstelknop van de Ultrafix koppelstukken Foto D

V. Scharnier rugleuning/zitting

X. Vergrendelpunten van de hoes van de zitting

Foto F Y. Vergrendel/ontgrendelknop van de zitting HET AUTOSTOELTJE MET VEILIGHEIDSGORDELS IN DE AUTO INSTALLEREN LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de tekst als op de tekeningen, betrekking op de installatie van het autostoeltje op de rechter achterzitting. Verricht echter de handelingen voor installaties op andere plaatsen in dezelfde volgorde.

1. Plaats het autostoeltje op de zitting en zet de

rugleuning ervan tegen die van de autozitting (Fig. 6). Controleer of de rugleuning goed op de autozitting aansluit. (Fig. 7). LET OP! Controleer of de hoofdsteun van de zitting de hoofdsteun van het autostoeltje niet hindert: hij mag hem niet naar voren duwen (Fig. 8). Als dit toch gebeurt, verwijder je de hoofdsteun van de autozitting. Denk er vervolgens aan dat je de hoofdsteun weer op de autozitting plaatst, als het autostoeltje wordt verwijderd.

2. Laat het kind met de rug stevig tegen de rugleuning van het autostoeltje plaatsnemen (Fig. 9).

3. Controleer de hoogte van de hoofdsteun en als

deze niet goed is, stel je ze af: zie de hiervoor bestemde paragraaf.

4. Controleer de breedte van de rugleuning en als

deze niet goed is, stel je ze af: zie de hiervoor bestemde paragraaf.

5. Maak de veiligheidsgordel van de auto vast door

het horizontale gedeelte onder de twee armleuningen op de met rood aangegeven plaatsen door te halen en het diagonale gedeelte alleen onder de armleuning aan de kant van de gesp (Fig. 10).

6. Haal de diagonale gordel vervolgens door de

rode geleiding (Fig. 11).

7. Trek het diagonale gedeelte van de autogordel

in de richting van het oprolsysteem, zodat de hele gordel goed gespannen wordt en goed op de borstkas en de benen van het kind aansluit, maar trek hem niet te strak aan! (Fig. 12).

8. Nu moet het autostoeltje goed bevestigd zijn

(Fig. 13). LET OP! Controleer of de autogordel goed gespannen is. Controleer of de autogordel niet verdraaid zit

BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

Foto A A. Hoofdsteun B. Rugleuning C. Achterpaneel van de rugleuning D. Armleuning E. Zitje F. Opening voor vergrendel/ontgrendelknop van de wagen G. Bekerhouder H. Koppelstukken voor Ultrafix bevestigingssysteem Foto B

I. Instelhendel voor de hoogte van de hoofdsteun

J. Instelgreep voor de breedte van de rugleuning K. Achtervak voor de handleiding L. Ruimte voor Ultrafix koppelstukken Foto C M. Geleiding om de diagonale gordel doorheen te halen N. Zijvleugels O. Passages van de buikgordel P. Inzetstukken voor bekerhouder Q. Bovenste gedeelte van de zitting

(Fig. 14). Controleer of de diagonale gordel goed tegen de schouder van het kind rust (Fig. 15) en geen druk uitoefent op de nek. Zet de hoofdsteun anders lager. Controleer of het oprolsysteem van de veiligheidsgordel ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat (of er hooguit op één lijn mee staat) (Fig. 5). Laat de autogordels nooit op andere plaatsen lopen dan die in deze gebruiksaanwijzing worden aangeduid (Fig. 16). Zorg ervoor dat het kind niet naar voren en omlaag glijdt. Controleer of de niet gebruikte Ultrafix koppelstukken in de hiervoor bestemde ruimtes aan de achterkant zijn opgeborgen. handelingen 3-4-5-6-7, die in het vorige hoofdstuk worden toegelicht en let erop dat je alle noodzakelijke maatregelen neemt. Nu moet het autostoeltje goed bevestigd zijn.

HET AUTOSTOELTJE ZONDER KIND IN DE

AUTO INSTALLEREN Als het kind niet wordt vervoerd, moet het autostoeltje aan de zitting vast blijven zitten of in de kofferbak worden gezet. Een niet vastgezet autostoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen een gevaar inhouden voor de passagiers. Als de auto uitgerust is met Isolfix aanhechtingen kan het autostoeltje alleen worden bevestigd door de Ultrafix koppelstukken vast te maken volgens de handelingen 1-3-4, die worden toegelicht in het hoofdstuk “HET AUTOSTOELTJE MET VEILIGHEIDSGORDELS EN ULTRAFIX KOPPELSTUKKEN IN DE AUTO INSTALLEREN”. Om het autostoeltje alleen met de veiligheidsgordels van de auto vast te zetten, verricht je de handelingen 1-5-6-7 van het hoofdstuk “HET AUTOSTOELTJE MET VEILIGHEIDSGORDELS IN DE AUTO INSTALLEREN”. HET AUTOSTOELTJE MET VEILIGHEIDSGORDELS EN ULTRAFIX KOPPELSTUKKEN IN DE AUTO INSTALLEREN LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de tekst als op de tekeningen, betrekking op de installatie van het autostoeltje op de rechter achterzitting. Verricht echter de handelingen voor installaties op andere plaatsen in dezelfde volgorde. BELANGRIJK! Het autostoeltje MOET ALTIJD met de veiligheidsgordel van de auto worden geïnstalleerd. Het gebruik van de Ultrafix koppelstukken zijn een extra mechanisme ten opzichte van het gebruik van de veiligheidsgordels, om de stabiliteit van het autostoeltje te verbeteren.

1. Zet het autostoeltje op de zitting en duw de

rugleuning tegen die van de zitting (Fig. 6). LET OP! Controleer of de hoofdsteun van de zitting de hoofdsteun van het autostoeltje niet hindert: hij mag hem niet naar voren duwen (Fig. 7). Als dit toch gebeurt, verwijder je de hoofdsteun van de autozitting. Denk eraan de hoofdsteun weer op de autozitting te plaatsen als het autostoeltje wordt verwijderd en de zitting voor een passagier wordt gebruikt. 2 Druk op de verstelknoppen van de Ultrafix koppelstukken op de armleuningen en haal de koppelstukken tegelijkertijd uit de ruimtes aan de achterkant (Fig. 17). 3 Haak de twee Ultrafix koppelstukken aan de bijbehorende Ultrafix mechanismen op de autozitting, tussen de rugleuning en de zitting (Fig. 18). 4 Trek aan de band van de Ultrafix koppelstukken en gebruik hierbij de speciale ring. Terwijl je kracht uitoefent om hem beter te spannen, duw je het autostoeltje met de andere hand op de armleuning tegen de rugleuning van de auto (Fig. 19). Het teveel aan band kan onder het speciale elastiek op de armleuning worden vastgezet. 5 Laat het kind met de rug goed tegen de rugleuning van het autostoeltje plaatsnemen, zoals in figuur 9 wordt getoond en verricht de juiste installatie met de veiligheidsgordels volgens de

HET AUTOSTOELTJE UIT DE AUTO VERWIJDEREN

1. Haak de autogordel los.

2. Haal het diagonale gedeelte van de gordel uit

de geleiding en begeleid hem tijdens het oprollen. Als het autostoeltje ook met de Ultrafix koppelstukken is vastgezet, moeten ze uit de hiervoor bestemde klemmen worden gehaald:

1. Druk op de rode knop op de Ultrafix koppelstukken en trek aan het koppelstuk, terwijl je hem uit

de speciale klemmen losmaakt (Fig. 20).

2. Berg de koppelstukken in de speciale ruimtes

aan de achterkant op en trek aan de band om de juiste plaatsing te garanderen.

INSTALLATIE EN VERWIJDERING VAN DE BEKERHOUDER

Het autostoeltje is uitgerust met 2 inzetstukken, één rechts en één links van de zitting om de bekerhouder naar eigen wens te kunnen installeren. Om de bekerhouder te installeren:

1. Steek de bekerhouder in het hiervoor bestemde

inzetstuk (Fig. 21).

2. Duw de bekerhouder omlaag tot hij vastzit (Fig.

22). LET OP! Doe geen glazen houders en warme vloeistoffen in de bekerhouder. Ze kunnen het kind verwonden. Om hem te verwijderen:

1. Druk op het hendeltje aan de achterkant van de

bekerhouder en til hem op, waardoor u hem van de speciale inzetstukken losmaakt (Fig. 23). De inzetstukken zijn uitgerust met een speciaal

mechanisme, waardoor hij altijd horizontaal gehouden wordt. Om de bekerhouder op de gewenste stand te draaien:

1. Druk op het hendeltje aan de achterkant, zoals

in figuur 23 wordt getoond, en draai de bekerhouder op de gewenste stand (Fig. 24). Na de zojuist beschreven handelingen kan het autostoeltje in de auto worden geïnstalleerd en het kind vervolgens erin worden gezet. Zet hem goed vast, zoals voorheen werd beschreven. LET OP! Controleer of het oprolsysteem van de veiligheidsgordel ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat (of er hooguit op één lijn mee staat) (Fig. 5).

DE HOOGTE VAN DE RUGLEUNING AFSTELLEN

De hoogte van de rugleuning en de hoofdsteun kan op 8 standen worden afgesteld, om te garanderen dat het hoofd van het kind altijd goed gesteund wordt en de gordel goed op zijn schouder ligt. De oren van het kind mogen nooit boven de hoofdsteun uitkomen en de geleiding moet altijd hoger zijn dan de schouder van het kind (Fig. 25). Afstellen:

1. Druk met één hand op de hendel aan de achterkant van de hoofdsteun en steun met de andere

hand tegelijkertijd tegen de zitting (Fig. 26).

2. Til de hoofdsteun/rugleuning op de gewenste

stand omhoog, of laat hem erop zakken (Fig. 27). Laat de hendel vervolgens weer los tot je de bevestigingsklik hoort.

REINIGEN EN ONDERHOUD

De bekledingen van de hoofdsteun, de rugleuning en de zitting zijn met behulp van velcro en ritsen bevestigd en zijn daarom gemakkelijk af te nemen en weer op het frame aan te brengen.

De hoes van het autostoeltje is volledig verwijderbaar en kan met de hand of op 30°C in de wasmachine worden gewassen. Om ze te wassen, houdt u zich aan de instructies op het etiket van de bekleding met de volgende wassymbolen: Op 30°C in de wasmachine wassen Niet bleken

DE BREEDTE VAN DE RUGLEUNING AFSTELLEN

De breedte van de rugleuning kan worden afgesteld om het autostoeltje zo goed mogelijk aan het lichaam van het kind aan te passen. Draai om de breedte af te stellen met één hand aan de knop aan de achterkant van de rugleuning van het autostoeltje:

1. draai hem met de klok mee om de rugleuning

breder te maken (Fig. 28).

2. draai hem tegen de klok in om hem smaller te

maken (Fig. 29). Niet chemisch reinigen Niet in de droger drogen Niet Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. Centrifugeer de hoes niet en hang ze op zonder ze uit te wringen. Om de verschillende onderdelen van de stoffen hoes van het frame van het autostoeltje te verwijderen, handel je als volgt. Rugleuning

1. Open de 2 ritsen aan de zijkanten van de hoofdsteun helemaal en maak de 3 velcro delen los (Fig.

2. Open de rits aan de achterkant helemaal (Fig. 34).

3. Haal de kussentjes uit de twee zijvleugels (Fig. 35).

4. Neem de hoes van het frame (Fig. 36).

Om de hoes weer om het frame te doen, herhaal je de handelingen 1-2-3-4 in omgekeerde volgorde en let je er in het bijzonder op dat de bekleding perfect past en op het frame aansluit. Zitting De zitting van het autostoeltje bestaat uit twee onbuigzame plastic gedeeltes die met elkaar verbonden zijn. Om de hoes van de zitting te nemen, moet de bovenkant als volgt van de onderkant

DE SCHUINE STAND VAN DE RUGLEUNING

AFSTELLEN De rugleuning van het autostoeltje is verstelbaar en kan op eenvoudige wijze aan de autozitting worden aangepast (Fig. 30). De rugleuning van het autostoeltje kan op 3 standen worden versteld, zodat het kind op de voor hem comfortabelste stand kan reizen. Voordat je de rugleuning afstelt, moet je het kind uit het autostoeltje halen. Om de rugleuning achterover te laten hellen:

1. Steek een vinger in de opening op de zitting,

zoals in figuur 31 wordt weergegeven.

2. Druk op de knop onder de opening en trek/duw

de achterste wagen tegelijkertijd op de gewenste stand, zoals in figuur 32 wordt getoond. Iedere klik is een stand. LET OP! Controleer na de handeling of de wagen goed vastzit.

1. Steek een vinger in de opening op de zitting en

druk op de knop die eronder zit, zoals beschreven in de paragraaf “De schuine stand van de rugleuning afstellen” (Fig. 37).

2. Draai de 4 knoppen volgens de symbolen op de

OPEN stand (Fig. 38). LET OP! controleer na de handeling of de referentiepunten op de basis en op de knoppen op één lijn staan en de twee delen inderdaad losgekoppeld zijn.

3. Plaats het autostoeltje zoals in figuur 39 wordt

getoond en zet de rugleuning op de hoogste stand.

4. Til het gedeelte van de zitting op en neem tegelijkertijd het achterpaneel van de rugleuning weg

5. Maak de hoes op de 5 bevestigingspunten aan

de basis los en let er bijzonder goed op dat je de hoes ook bij de inzetstukken van de bekerhouder losmaakt, door ze via de hiervoor bestemde opening weg te nemen (Fig. 41).

6. Haal de hoes van de bovenkant van de zitting

en let er bijzonder goed op dat je de Ultrafix koppelstukken uit de speciale openingen op de armleuningen haalt (Fig. 42). Om de hoes weer op het frame aan te brengen:

1. Herhaal de handelingen 4-5-6 in omgekeerde

volgorde en let er in het bijzonder op dat de hoes perfect past en op het frame aansluit, vooral bij de 2 rode gebieden waar de gordel overheen loopt.

2. Druk op de knop en trek tegelijkertijd aan de

achterste wagen, zoals in figuur 43 wordt getoond.

3. Plaats het autostoeltje zoals in figuur 44 wordt

getoond en zet de rugleuning op de hoogste stand.

4. Plaats het bovenste gedeelte van de zitting

weer in overeenstemming met het vaste onderste gedeelte: om het bevestigen te vereenvoudigen, is het raadzaam het bovenste gedeelte tijdens de handeling te laten hellen (Fig. 45). Controleer na de handeling of de twee gedeeltes goed op elkaar aansluiten.

5. Breng het achterpaneel weer tussen het frame

en de hoes van de rugleuning (Fig. 46) aan.

6. Leg het autostoeltje op een zij en draai de vier

knoppen volgens de symbolen op de sluitstand CLOSE (Fig. 47). LET OP! Controleer na de handeling of de referentiepunten op de basis en op de knoppen op één lijn staan en de twee delen inderdaad vastgekoppeld zijn. De rugleuning en de zitting vast/losmaken Het autostoeltje mag alleen worden gebruikt MET de rugleuning correct op de zitting gemonteerd. De rugleuning kan ALLEEN voor plaatsbesparing, als het niet wordt gebruikt, van de zitting worden gehaald. Om de rugleuning van de zitting te verwijderen, wordt aangeraden de koppelstukken uit de speciale ruimtes aan de achterkant te nemen. Om de rugleuning van de zitting te halen:

1. Steek een vinger in de opening op de zitting en

druk op de knop die eronder zit, zoals beschreven in de paragraaf “De schuine stand van de rugleuning afstellen” (Fig. 48).

2. Zet het stoeltje ondersteboven en duw de twee

grijze knoppen in de achterste scharnier naar binnen (Fig. 49).

3. Haal de rugleuning van het zitje

Om de rugleuning aan de zitting te bevestigen, moeten de zojuist beschreven handelingen in omgekeerde volgorde herhaald worden. LET OP! Controleer na de handelingen of de rugleuning en de zitting correct aan elkaar zitten.

DE PLASTIC EN METALEN ONDERDELEN REINIGEN

Gebruik alleen een vochtige doek om de kunststof of metalen delen te reinigen. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. De bewegende delen van het autostoeltje mogen op geen enkele wijze worden gesmeerd.

CONTROLE OF DE ONDERDELEN INTACT ZIJN

Aangeraden wordt de volgende onderdelen regelmatig op beschadiging en slijtage te controleren:

  • Hoes: controleer of de vulling niet uitpuilt en of dat er geen delen loszitten.
  • Plastic delen: controleer de slijtagestaat van alle kunststof delen, die geen duidelijke beschadigingen of verkleuring mogen hebben. LET OP! Indien het autostoeltje vervormd mocht zijn of ernstig versleten, dient het te worden vervangen: het kan de originele veiligheidskenmerken hebben verloren. Gooi het autostoeltje weg door de verschillende soorten afval van elkaar te scheiden, volgens de voorschriften, die in het eigen land gelden.

HET ARTIKEL OPBERGEN

Als het niet in de auto geïnstalleerd is, wordt aangeraden het autostoeltje op een droge plaats, uit de buurt van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks zonlicht te bewaren. VOOR NADERE INFORMATIE: PHARSANA NV - Maccabilaan 34 2660 Hoboken BELGIE - telefoon: (0032) 3 828 08 80 www.chicco.com LET OP! Afhankelijk van het land bestaan er verschillende uitvoeringen van het artikel wat betreft het aantal en soort verkrijgbare accessoires.