Cross 90 - Handgereedschap STANLEY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Cross 90 STANLEY in PDF-formaat.
| Producttype | Kruislijnlaser |
| Merk | Stanley |
| Model | Cross 90 (STHT77341) |
| Categorie | Handgereedschap |
| Voeding | 2 AA (LR6) alkaline batterijen |
| Autonomie | ≥ 15 uur (alkaline batterijen) |
| Laserklasse | Klasse 1 (EN60825-1) |
| Lasergolflengte | 630 nm ~ 670 nm |
| Nivelleernauwkeurigheid | ≤ 5 mm / 10 m (3/16 inch / 30 ft) |
| Horizontale/verticale nauwkeurigheid | ≤ 5 mm / 10 m (3/16 inch / 30 ft) |
| Compensatiebereik | ±4° |
| Werkafstand (lijn) | 10 m (30 ft) |
| Beschermingsgraad | IP50 |
| Bedrijfstemperatuur | -10°C tot +40°C (14°F tot 104°F) |
| Opslagtemperatuur | -25°C tot +70°C (-13°F tot 158°F) |
| Hoofdfuncties | Automatisch nivelleren, handmatige modus, horizontale/verticale/zijstraal, kruislijn |
| Straalmodi | Kruislijn (D1), alle stralen (D2), verticale zijstraal |
| Bevestigingssteun | QuickLink™ met verstelbare bek, 1/4-20 schroefdraad, ophanggaten |
| Veiligheid | Niet direct in de laserstraal kijken; gebruik zichtbaarheidsbrillen (niet gecertificeerd) |
| Onderhoud en reiniging | Controleer regelmatig de nauwkeurigheid, kalibreer indien nodig in de fabriek; bewaren met vergrendelde slinger |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | QuickLink-steun verkrijgbaar; kalibratie door Stanley-distributeur |
Veelgestelde vragen - Cross 90 STANLEY
Gebruikersvragen over Cross 90 STANLEY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Handgereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Cross 90 - STANLEY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Cross 90 van het merk STANLEY.
GEBRUIKSAANWIJZING Cross 90 STANLEY
Bewaar alle delen van deze handleiding zodat u ze later opnieuw kunt raadplegen.
Veiligheid van de gebruiker

WAARSCHUWING:
- Lees de Veiligheidsaanwijzingen en de Gebruiksaanwijzing aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. De persoon die verantwoordelijk is voor het apparaat moet ervoor zorgen dat alle gebruikers bekend zijn met de veiligheidsaanwijzingen en deze opvolgen.

WAARSCHUWING:
- Voor het gemak en de veiligheid van de gebruiker zijn de onderstaande labels betreffende de laserklasse op het laserapparaat aangebracht. Zie de Producthandleiding voor bijzonderheden over een specifiek productmodel.

EN 60825-1

Conform 21 CFR 1040.10 en 1040.11 met uitzondering van afwijkingen volgens Laserkennisgeving nr. 50, gedateerd juni 2007

OPGELET:
- Voorkom dat uw ogen worden blootgesteld aan de laserstraal (rode lichtbron) terwijl de lasermeter in gebruik is. Blootstelling aan een laserstraal voor langere tijd kan gevaarlijk zijn voor uw ogen.

OPGELET:
- In sommige gevallen bevat de lasermeter kit een bril. Dit is GEEN gecertificeerde veiligheidsbril. Deze bril zijn ALLEEN bedoeld om de zichtbaarheid van de straal in omgevingen met sterk licht of op grotere afstand van de laserbron te verbeteren.
Inhoud
• Veiligheid van de gebruiker
- Inhoud
• Overzicht van product
• Toetsenbord, Standen en LED
- Toepassingen
- Batterijen en voeding
- Opstelling
- Bediening
• Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie
• Technische gegevens
Overzicht van product
Afbeelding A - Laserinstrument
- 1/4-20 schroefbevestiging
- Laservenster
- Voeding-/pendulevergrendelingsschakelaar
- Sleuven voor aansluiting van snelkoppelingssteun
- LED/Indicator bij niet-waterpas
Afbeelding B - Locatie voor batterijen van laserinstrument
-
2 x AA-batterijen
-
Batterijklep
Afbeelding C - Voedings-/pendulevergrendelingsposities
Afbeelding D - Laserstanden
Afbeelding E - Assemblage van de snelkoppelingssteun
- Snelkoppelingssteun
Afbeelding F - Detail van de Quick Link ™-steun
Afbeelding H - Nauwkeurigheid nivelleringsstraal
Afbeelding I - Nauwkeurigheid horizontale straal
Afbeelding J - Nauwkeurigheid verticale straal
Toetsenbord, Standen en LED

Toetsenpaneel/schakelaar
Voeding UIT/Pendulevergrendeling AAN

Pendulevergrendeling UIT/Zelfnivellering AAN

Pendulevergrendeling AAN/Handmatige stand/Zelfnivellering UIT
- Ga naar de vergrendelde of ontgrendelde stand om het laserinstrument in te schakelen.
- Als u het laserinstrument wilt uitschakelen, verplaatst u de schakelaar naar de middenstand.
•

Zijwaartse verticale straal AAN / UIT
- Druk op om de zijwaartse verticale straal in- of uit te schakelen
Standen
Beschikbare standen voor de laserstraal
- Kruislijn AAN (D1): Horizontale straallijn en verticale straallijn AAN
- Alle stralen AAN (D2): Horizontale straallijn, verticale straallijn en zijwaartse straallijn AAN
- Alle stralen UIT
Zelfnivellering (zie afbeelding C en D)
- De pendulevergrendeling op het laserinstrument moet worden overgeschakeld naar de ontgrendelde stand om zelfnivellering te kunnen inschakelen.
Handmatige stand (zie afbeelding Ⓒ en Ⓓ)
- Het laserinstrument kan worden gebruikt met de pendulevergrendeling in de vergrendelde stand wanneer het nodig is om het laserinstrument in verschillende hoeken te plaatsen, zodat rechte lijnen die niet waterpas zijn, kunnen worden geprojecteerd
Werking van LED/Indicator bij niet-waterpas (zie afbeelding Ⓐnr. 5)
LED UIT

Voeding is AAN, pendulevergrendeling is UIT en lasereenheid bevindt zich binnen het zelfnivelleringsbereik.

Brandt ROOD
- Voeding is AAN, pendulevergrendeling is UIT en lasereenheid is niet waterpas.
• of
• Voeding is AAN, pendulevergrendeling is AAN / zelfnivellering is UIT.
Overzicht van de QuickLink ^TM -steun
Afbeelding F - QuickLink ™-steun
- T-moer voor aansluiting op sleuven van de lasereenheid
- Draaiknop voor het vastdraaien van klemkaken
- Draaiknop voor het vastdraaien van de steun
- Ophanggaten voor schroefbevestiging (tussenruimte van 34 mm)
- 1/4-20 schroefbevestiging
- Verstelbare klemkaken
Toepassingen van de steun
De QuickLink-steun kan in verschillende posities worden bevestigd door de klemkaken op ronde of platte objecten zoals een statiefbuis, deur of werkbank, te zetten en de knoppen vast te draaien. (zie afbeelding: F nr. 11 en nr. 12)
De QuickLink-steun kan met behulp van de hiervoor bedoelde ophanggaten op een verticaal vlak worden bevestigd. (zie afbeelding F nr. 13)
De QuickLink-steun kan op de onderkant van de lasereenheid worden bevestigd met behulp van de 1/4-20 schroefbevestiging (afbeelding
⑤ nr. 14 en afbeelding Ⓐ nr. 1) of de T-moer en sleuf-aansluiting.
STHT77341
Toepassingen
Oploodstraal / Puntoverdracht
- Gebruik de verticale laser om het verticale referentievlak te bepalen.
- De gewenste object/en/zodanig positioneren dat ze gelijkgericht zijn met het verticale referentievlak om te verzekeren dat de object/en/loodrecht staan.
(Alleen SCL-D):
- Bepaal 2 referentiepunten die waterpas moeten zijn.
- Richt de neerwaartse laserstraal of het opwaartse laserstraal op een vastgesteld referentiepunt.
- De tegengestelde laserstralen worden geprojecteerd op een punt dat loodrecht is.
- Het gewenste object zodanig opstellen dat de laserstraal gelijkgericht is met het tweede referentiepunt dat loodrecht moet zijn met het vastgestelde referentiepunt.
Horizontaal / Puntoverdracht
- Gebruik de horizontale laserstraal om het horizontale referentievlak te bepalen.
- Positioneer de gewenste object(en) zodanig dat ze gelijkgericht zijn met het horizontale referentievlak om te verzekeren dat de object(en) waterpas staan.
Rechthoek
- Gebruik de verticale of horizontale laserstralen om het punt te bepalen waar de 2 stralen elkaar kruisen.
- De gewenste object(en) zodanig positioneren dat ze gelijkgericht zijn met de verticale en horizontale laserstraal om te verzekeren dat de object(en)/haaks zijn.
•
Handmatige modus (zie afbeeldingen Ⓒ)
- Schakelt de zelfnivellerende functie uit en maakt het mogelijk een vaste laserstraal in elke gewenste richting te projecteren.
Batterijen en voeding
Batterij installeren / verwijderen (Zie figuur Ⓑ)
Lasermeter
- Draai het laserapparaat om. Verwijder het kapje van de batterijhouder door het kapje aan te drukken en open te schuiven.
- Batterijen installeren / verwijderen Let op de polariteit bij het plaatsen van de batterijen.
- Sluit het kapje van de batterijhouder door het kapje terug te schuiven en te vergrendelen.

WAARSCHUWING:
- Let op de (+) en (-) markeringen in de batterijhouder voor de juiste plaatsing van de batterijen. Batterijen moeten van hetzelfde type en vermogen zijn. Geen volle en halflege batterijen samen gebruiken.
Opstelling
Lasermeter
- Plaats het laserinstrument op een plat, stabiel oppervlak.
- Als u van plan bent de automatische nivelleringsfunctie te gebruiken, zet u de pendule-/transportvergrendeling in de ontgrendelde stand. Het laserinstrument moet vervolgens rechtop worden gepositioneerd, op een vlak dat binnen het gespecifi ceerde compensatiebereik ligt.
- Het laserinstrument kan in elke gewenste richting worden geplaatst en werkt alleen wanneer de pendule-/transportvergrendeling in de vergrendelde stand staat.
Accessoires bevestigen
- Plaats het accessoire op een plaats waar het niet wordt verstoord en nabij de centrale locatie van het te meten gebied.
- Zet het accessoire volgens de aanwijzingen op. Pas de positionering zodanig aan dat de voet van het accessoire zo goed als horizontaal is (binnen het compensatiebereik van de laserinstrumenten).
- Bevestig het laserinstrument op het accessoire met behulp van de bevestigingsmethode die van toepassing is op deze accessoire-/laserinstrumentcombinatie.

OPGELET:
- Als het laserinstrument op een accessoire is bevestigd, mag u het instrument niet zonder toezicht achterlaten zonder de draaischroef stevig vast te draaien. Als u zich hier niet aan houdt, kan het laserinstrument vallen en schade oplopen.
OPMERKING:
- Het is best practice om het laserinstrument altijd met één hand te ondersteunen wanneer u het op een accessoire plaatst of er vanaf haalt.
- Bij het opstellen boven een doel, de schroef gedeeltelijk vastdraaien, de lasermeter richten en vervolgens de schroef geheel vastdraaien.
Bediening
OPMERKING:
• Zie LED beschrijvingen voor aanduidingen tijdens gebruik.
- De lasermeter voor gebruik altijd op nauwkeurigheid controleren.
- In de handinstelling is zelfnivellering uitgeschakeld De nauwkeurigheid van de straal is niet gegarandeerd horizontaal.
- De lasermeter geeft aan wanneer hij buiten compensatiebereik is. Zie LED beschrijvingen. Verstel het laserapparaat om deze zoveel mogelijk te nivelleren.
- Niet vergeten het apparaat na gebruik uit te schakelen en de slinger weer te vergrendelen.
Inschakelen
- Ga naar de vergrendelde of ontgrendelde stand om het laserinstrument in te schakelen.
- Als u het laserinstrument wilt uitschakelen, verplaatst u de schakelaar naar de middenstand.
Modus
Zelfnivellerende / Handmatige modus (Zie afbeeldingen Ⓒ en Ⓓ)
• Die slingervergrendeling van de laser moet ontgrendeld worden om zelfnivelleren mogelijk te maken.
- De laser kan gebruikt worden met de slinger vergrendeld als dit nodig is om de laser op verschillende hoeken te positioneren om niet-genivelleerde lijnen of punten te projecteren.
Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie
OPMERKING:
- De lasermeters zijn op de fabriek verzegeld en gekalibreerd op de gespecificeerde nauwkeurigheid.
- Het wordt echter aanbevolen de kalibratie te controleren voor u het toestel in gebruik neemt. Daarna de kalibratie periodiek herhalen.
- De lasermeter moet regelmatig gecontroleerd worden op nauwkeurigheid, vooral voor precisiemetingen.
• - Transportvergrendeling moet ontgrendeld zijn om zelfnivellering mogelijk te maken en de nauwkeurigheid te controleren.
Nauwkeurigheid nivelleringsstraal (Zie figuur Ⓗ)
- ^H_1 Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser aan. Markeer punt P _1 bij het kruis.
- H_2 Roteer het laserapparaat 180° en markeer punt P_z bij het kruis.
- H_3 Plaats het laserapparaat dichter bij de muur en markeer punt P_3'
- H_d Roteer het laserapparaat 180° en markeer punt P_4 bij het kruis.
- H_5 Meet de verticale afstand tussen P_1 en P_3 voor het bepalen van D_3 en de verticale afstand tussen P_2 en P_4 om D_4 te bepalen.
- Calculeer de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk dit met het verschil van D_3 en D_4 zoals getoond in de vergelijking.
- Als het totaal niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie.
Maximale offset afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0. 5 \frac {m m}{m} \times (D _ {1} m - (2 \times D _ {2} m)) \ = 0, 0 0 5 \frac {i n}{f t} \times (D _ {1} f t - (2 \times D _ {2} f t)) \ \end{array} $$
Maximum
Vergelijk: (Zie afbeelding ^H_5 )
$$ D _ {3} - D _ {4} \leq \pm \text { Maximum } $$
Voorbeeld:
• D_1=10m, D_2=0.5m
• D_3=0.5mm
• D_4 = -1,0 mm
- 0,5 × (10m - (2 × 0,5m) = 4,5mm
• (0,5 mm) - (-1,0 mm) = 1,5 mm
• 1,5 mm ≤ 4,5 mm
(maximum offset afstand)
(TRUE, apparaat is binnen toleratie)
Nauwkeurigheid horizontale straal (Zie figuur ①)
- Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Richt de verticale straal op de eerste hoek of een gemarkeerd referentiepunt. Meet de helft van de afstand D 1 en markeer punt P 1 .
- Het laserapparaat roteren en de voorste verticale laserstraal gelijkrichten met punt P_1 . Markeer punt P_2 waar de horizontale en verticale laserstralen kruisen.
- ③ Roteer de laser en richt de verticale straal op de tweede hoek of gemarkeerd referentiepunt. Markeer punt P_3 zodat het in een verticale lijn is met punten P_1 en P_2 .
- Ⓐ Meet de verticale afstand D _2 tussen het hoogste en laagste punt.
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D2.
- Als D_2 niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie.
Maximale offset afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0. 5 \frac {m m}{m} \times D _ {1} m \ = 0, 0 5 \frac {i n}{f t} \times D _ {1} f t \ \end{array} $$
Maximum
Vergelijk: (Zie afbeelding ♂)
Nauwkeurigheid verticale straal (Zie figuur ⭕)
- Meet de hoogte van een deurpost of referentiepunt om de afstand D 1 te bepalen. Plaats het laserapparaat zoals in de afbeelding is getoond met de laser AAN. Richt de verticale straal op de deurpost of referentiepunt. Markeer punten P 1 , P 2 , en P 3 zoals getoond.
- J2 Beweeg de laser in tegenovergestelde richting van de deurpost of referentiepunt en richt dezelfde verticale straal gelijk met P_z en Pz'
- 3 Meet de horizontale afstanden tussen P1 en de verticale straal van de 2 de locatie.
- Bereken de maximale toelaatbare offset afstand en vergelijk met D_z
- Als D_2 niet minder of gelijk is aan de berekende maximale offset afstand, dan moet het apparaat aan de Stanley-distributeur geretourneerd worden voor kalibratie.
Maximale offset afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0, 5 \frac {m m}{m} \times D _ {1} m \ = 0. 0 5 \frac {i n}{f t} \times D _ {i} f t \ \end{array} $$
Maximum
Vergelijk: (Zie afbeelding ^3 )
(TRUE, apparaat is binnen toleratie)
Nauwkeurigheid van de zijwaartse verticale straal (zie afbeelding Ⓔ)
•
- K_1 Voor deze controle hebt u ten minste 1,5 meter vloerruimte nodig en de hulp van een assistent.
- K_2 Plaats de lasereenheid op een vlakke ondergrond en zet alle stralen aan.
- ⚫ Meet precies 0,91 meter vanaf het midden van de lasereenheid langs de verticale straal van het laserkruis. Voor een gemakkelijke referentie naar het midden van de lasereenheid begint u de eerste meting tegen de voorrand van de lasereenheid, meet u 0,91 meter uit en trekt u daar 30 mm van af. Markeer dit punt als P1.
- Meet precies 1,22 meter uit vanaf het midden van het instrument langs de 90 graden verticale referentiestraal, en trek hier dan 30 mm van af. Markeer dit punt als P2.
- Meet tussen P1 en P2; dit moet gelijk zijn aan 1,522 meter ± 0,75 mm.
- Als D1 niet kleiner is dan of gelijk is aan het berekende maximale verschil in afstand, moet het instrument worden geretourneerd aan uw Stanley-distributeur om te worden gekalibreerd.
- Herhaal deze stappen zo nodig om de metingen nog eens te controleren.
Technische gegevens
Lasermeter
| Cross90 (STHT77341) | |
| Nivelleringsnauwkeurigheid: ≤5 mm / 10m (3/16in / 30ft) | |
| Nauwkeurigheid horizontaal / verticaal: | ≤5 mm / 10m (3/16in / 30ft) |
| Compensatiebereik: ±4° | |
| Werkafstand (Lijn): 10 m (30pés) | |
| Laserklasse: Klasse 1 (EN60825-1) | |
| Lasergolflengte: 630 nm ~ 670 nm | |
| Werktijd: ≥15 uur (Alkaline) | |
| Voeding:: 2 x "AA" (LR6) | |
| IP-waardering: IP50 | |
| Werktemperatuur: -10°C ~ +40°C (14°F ~ 104°F) | |
| Opslagtemperatuur: -25°C ~ +70°C (13°F ~ 158°F) | |
DK
Maksimal offset-afstand:
Maksimal offset-afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0, 5 \frac {m m}{m} \times D _ {1} m \ = 0, 0 5 \frac {\text {tommer}}{f o d} x D _ {1} f o d \ \end{array} $$
Maksimum
Sammenlign: (Se figur ^1_4 )
Maksimal offset-afstand:
$$ \begin{array}{l} = 0, 5 \frac {m m}{m} \times D _ {1} m \ = 0, 0 5 \frac {\text { tommer }}{\text { fod }} \times D _ {1} \text { fod } \ \end{array} $$
Maksimum
Sammenlign: (Se figur ^J_3 )
Egide Walschaertsstraat 14-16,
2800 Mechelen, Belgium
www.STANLEYTOOLS.eu