Yato YT-85550 - Tractor

YT-85550 - Tractor Yato - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis YT-85550 Yato in PDF-formaat.

📄 292 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Yato YT-85550 - page 207
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over YT-85550 Yato

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Tractor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding YT-85550 - Yato en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. YT-85550 van het merk Yato.

GEBRUIKSAANWIJZING YT-85550 Yato

  1. stoel
  2. stoelbasis
  3. stuurwiel
  4. stuurkolomafdekking
  5. wiel
  6. opvangbak
  7. grasmaaierbehuizing
  8. motor
  9. mulchkap

GR

Attentie - Raak het draaiende mes niet aan!

Pas op voor weggegooide voorwerpen

Gevaar - Gebruik de zitmaaier niet zonder de volledige opvangbak of mesbescherming gemonteerd op hun plaats

Gebruik de zitmaaier niet op hellingen die steiler zijn dan 15 graden

Blijf uit de buurt van omstanders

Lawaai - vermogen L _i

De benzine zitmaaier wordt aangedreven door een verbrandingsmotor. De grasmaaier wordt bediend door de bestuurder die op de machine zit. De machine wordt gebruikt om gras te maaien op gazons van aanzienlijke grootte. De verstelbare maaihoogte maakt veelzijdig gebruik mogelijk. De juiste, betrouwbare en veilige werking van de grasmaaier hangt af van de juiste bediening, daarom:

Lees de volledige handleiding voordat u deze machine gebruikt en bewaar deze.

De leverancier is niet verantwoordelijk voor schade of letsel als gevolg van verkeerd gebruik van de machine, het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften en de aanbevelingen in deze handleiding. Als de machine verkeerd of oneigenlijk wordt gebruikt, vervallen ook de garantie- en garantierechten van de gebruiker.

UITRUSTING

De grasmaaier wordt compleet verkocht en moet voor gebruik eerst nog gemonteerd worden.

TECHNISCHE GEGEVENS

Parameter Meeteenheid Waarde
Catalogusnummer YT-85550
Aantal cilinders 1
Aantal takten 4
Type brandstof Loodvrije benzine E10
Type olie SAE 15W-40
Cilinderinhoud [cm] ^3 ] 432
Maximaal vermogen [kW] 8,8
Maximaal toerental [min] ^-1 ] 3600
Koeling Met lucht
Type opstart Elektrisch
Inhoud brandstoftank [l]4,2
Inhoud olietank[l]0,9
Type bougieRC12YC
Type luchtfilterT381
AccuLoodzuur
Nominale accuspanning[V]12
Accucapaciteit[Ah]18
Maximale maaibreedte[mm] 760
Diameter van voor- en achterwielen["/mm]10" / 254, 15" / 381
Capaciteit van de grasopvangbak[l]170
Snijhoogte[mm]20 - 90
Gewicht[kg]174
Hand-arm trillingsniveau[m/s ^2 ]4,74 ± 1,5
Hele-lichaam-trillingsniveau[m/s ^2 ]0,64 ± 1,5
Geluidsniveau
geluidsdruk[dB(A)]78,8 ± 3
geluidsvermogen[dB(A)]100,4 ± 2,03

VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

BELANGRIJK! LEES DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG VOOR GEBRUIK ACHTERLATEN VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK

INSTRUCTIES

Lees de instructies aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Als de machine wordt doorgegeven aan een andere persoon, moet de gebruiksaanwijzing worden meegeleverd. Het apparaat moet altijd worden gebruikt volgens de instructies in de bedieningshandleiding.

Laat de grasmaaier niet bedienen door kinderen of personen die niet bekend zijn met de instructies van de grasmaaier.

Maai niet wanneer er andere mensen, vooral kinderen of huisdieren, in de buurt zijn. Voordat het werk begint, moet er een veilig-

NL

heidszone worden aangewezen waar publiek en huisdieren niet zijn toegestaan. Vanaf de werkende grasmaaier moet een ruimte met een straal van minstens vijf meter worden vrijgehouden.

Vergeet niet dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen of het gevaar dat ontstaat voor andere mensen of het milieu.

Voorbereiding

Draag tijdens het werk altijd stevig schoeisel en een lange broek en werk niet op blote voeten of in sandalen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een veiligheidsbril en gehoorbescherming moeten tijdens het werk worden gebruikt.

Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, oogbescherming, veiligheidsschoenen, helmen en gehoorbescherming vermindert het risico op ernstig letsel.

Houd haar, kleding en werkhandschoenen uit de buurt van bewegende machineonderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen blijven haken aan bewegende delen van de machine en beklemd raken, wat ernstig letsel kan veroorzaken.

Vermijd beschadigde kleding die te los zit of bungelende bandjes of linten heeft. Loszittende kledingstukken kunnen verstrikt raken in bewegende machineonderdelen, wat letsel kan veroorzaken.

Voordat u met het werk begint, moet u het gebied waar de machine gaat werken zorgvuldig inspecteren en stenen, takken, draden, botten, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen. Gegrepen voorwerpen kunnen schade aan de machine veroorzaken of met hoge snelheid worden weggeslingerd, wat gevaar oplevert voor de bediener en de omgeving.

Verwijder moersleutels of ander gereedschap dat gebruikt is voor het afstellen voordat u de machine inschakelt. Een moersleutel die op draaiende machineonderdelen wordt achtergelaten, kan ernstig letsel veroorzaken.

Controleer het gebied grondig voordat u gaat maaien. Werken op onbekend terrein kan tot gevaarlijke situaties leiden. Werk niet op oneffen, verhard of hobbelig terrein. Let op uitstekende wortels. Hoog gras kan hobbels en obstakels verbergen. Oneffen of hobbelig terrein kan ertoe leiden dat de machine met de bestuurder kantelt, wat ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg kan hebben.

Controleer het mes en bevestigingsschroeven altijd op slijtage of schade vóór gebruik. Vervang een versleten mes en schroeven voordat u begint met werken. Controleer ook of de schroefverbindingen niet los zitten. Draai de bouten weer vast.

Gebruik

WAARSCHUWING! Gebruik de machine niet binnenshuis of in een afgesloten ruimte waar zich dampen van gevaarlijke koolmonoxide kunnen ophopen. Brandstofdampen zijn giftig. Vergiftiging met deze stoffen kan leiden tot ongelukken en ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg hebben.

Werk niet als u moe bent of onder invloed van medicijnen, alcohol of drugs. Zelfs een moment van onoplettendheid tijdens het werk kan leiden tot ernstig lichamelijk letsel.

Maai alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.

Maai niet in de regen. Vermijd indien mogelijk het maaien van nat gras.

WAARSCHUWING! Gebruik het apparaat niet wanneer er kans is op blikseminslag.

Wees extra voorzichtig bij het werken op hellingen en bij het veranderen van richting op een helling. Verander niet plotseling van richting of snelheid tijdens het rijden op hellingen. Maai niet op te steile hellingen. Controleer of het veilig is om de machine te bedienen wanneer u op een helling rijdt. Rijd langzaam op een helling. Ga bij het maaien op hellingen omhoog of omlaag, nooit dwars op de helling. Beweeg of stop niet op de helling. Als de tractie verloren gaat op een helling, schakelt u de mesaandrijving uit en stuurt u de machine langzaam terwijl u de helling afgaat. Overschrijd nooit de maximaal toegestane werkhoek op hellingen. De motor moet worden uitgeschakeld als de machine moet worden gekanteld wanneer deze over andere oppervlakken dan gras wordt verplaatst en wanneer deze van en naar het maaigebied wordt getransporteerd.

Controleer of alle startvergrendelingen en bedieningselementen voor de aanwezigheid van de operator op de stand goed werken.

Gebruik de grasmaaier niet zonder de volledige opvangbak op zijn plaats of zonder de zelfsluitende beschermkappen in de uitwerpopening.

Start de motor volgens de instructies en zorg ervoor dat de voeten uit de buurt van het mes zijn.

Houd uw hand en voeten uit de buurt van draaiende delen. Zorg ervoor dat de zij-uitworp niet verstopt raakt.

Stop de motor van de grasmaaier:

  • elke keer dat een operator zijn post moet verlaten
  • vóór het tanken van brandstof of motorolie

- voordat u de uitlaat reinigt

- voordat u de machine reinigt, controleert, accessoires vervangt of repareert

- voor het ontmantelen van de opvangbak

- na geraakt te zijn door een vreemd voorwerp. Controleer de grasmaaier op schade en repareer deze indien nodig voordat u de grasmaaier opnieuw start

- als de grasmaaier te veel gaat trillen (onmiddellijk controleren)

LET OP! Nadat de motor is uitgeschakeld, blijft het mes nog enige tijd draaien. Wacht tot het mes stopt.

Als de grasmaaier overmatig gaat trillen.

  • controleer op schade,
  • defecte onderdelen vervangen of repareren,
  • controleer en draai losse onderdelen vast.

NL

Onderhoud en opslag

WAARSCHUWING! Ontkoppel de bougie voordat u de machine afstelt, accessoires verwisselt of opbergt. Dit voorkomt dat de machine per ongeluk wordt ingeschakeld.

Laat het apparaat en alle onderdelen volledig afkoelen voordat u onderhoud uitvoert.

Houd alle moeren, bouten en schroeven in goede staat om er zeker van te zijn dat de machine veilig zal werken.

Bewaar de grasmaaier niet met brandstof in de tank.

Zorg ervoor dat de opslagruimte uit de buurt van vuurbronnen is.

Controleer de opvangbak regelmatig op slijtage of schade.

Draag altijd een veiligheidsbril bij het afstellen, onderhouden en repareren van de machine.

Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.

Wees voorzichtig bij het afstellen van de grasmaaier om te voorkomen dat vingers tussen bewegend mes en vaste delen van de grasmaaier komen.

Verander de snelheidsinstellingen van de verzegelde motor niet. Het wijzigen van de fabrieksinstellingen van het motortoerental kan leiden tot schade aan de machine of zelfs brand.

Controleer regelmatig of alle startvergrendelingen en bedieningselementen voor aanwezigheid van de operator goed werken.

Onjuiste bediening van de afschermingen en veiligheidsonderdelen van de machine kan ongelukken veroorzaken.

Onderhoud de grasmaaier regelmatig en houd hem schoon en in goede staat.

Maak de machineafschermingen niet los en breng er geen wijzigingen in aan. Onjuiste bediening van afschermingen kan ongelukken veroorzaken.

Gebruik alleen originele reserveonderdelen en uitrusting. Het gebruik van ongeschikte apparatuur kan leiden tot schade aan de machine en/of ernstig letsel.

Zorg ervoor dat het juiste type mes wordt gebruikt.

AANVULLENDE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

Aanbevolen brandstof: loodvrije benzine E10 met een octaangetal van minstens 95.

Gebruik brandstof en olie die vrij zijn van alle verontreinigingen en ontworpen zijn voor viertaktmotoren. Het wordt aanbevolen om producten van hoge kwaliteit te gebruiken. Dit verlengt de levensduur van de motor.

Controleer regelmatig het oliepeil in de motor. Gebruik van de grasmaaier met te weinig of geen olie kan leiden tot schade en zelfs brand.

Zorg ervoor dat de grasmaaier goed gemonteerd is voordat u met het werk begint.

Stel de grasmaaier niet bloot aan de werking van vocht. Gebruik de grasmaaier niet tijdens neerslag of als er kans is op bliksem.

Hem niet gebruiken in een vochtige en natte omgeving.

Voordat u de grasmaaier gebruikt, is het raadzaam om uw dealer of specialist te vragen om te laten zien hoe u het veilig en effi ciënt kunt gebruiken.

Wijzig de grasmaaier op geen enkele manier. Gebruik geen andere vervangend mes dan de originele.

Het werk moet altijd worden gestart met werkkleding, handschoenen, volledig schoeisel en een veiligheidsbril ter bescherming tegen mechanische gevaren.

Als het gedrag van de grasmaaier tijdens het gebruik verdacht lijkt (verhoogde trillingen, lawaai, geur, enz.), moet u de grasmaaier onmiddellijk uitschakelen en naar een reparatiebedrijf brengen.

Controleer na het vervangen van het maairnes of het vrij en zonder belemmering draait voordat u de grasmaaier opnieuw start. Het mes moet zorgvuldig uitgebalanceerd worden voor installatie.

Gebruik originele reserveonderdelen alleen voor reparaties en onderhoud.

De ventilatie-openingen van de motor moeten altijd vrij en schoon zijn.

Laat de grasmaaier niet werken in afgesloten of ongeventileerde ruimten. De uitlaatgassen bevatten stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid en mogen niet worden ingeademd.

Het brandstoftoevoersysteem moet periodiek worden gecontroleerd. Laat de machine bij lekkage repareren door een geautori-seerd servicecentrum.

Wacht met maaien tot de motor zijn nominale toerental heeft bereikt.

De ventilatie-ingangen en -uitgangen niet afdekken. Zelfs als de grasmaaier niet draait.

Alvorens de grasmaaier te vervoeren, moet u de brandstoftank legen.

Raak het oppervlak van de motor niet aan als het heet wordt tijdens het gebruik, dit kan brandwonden veroorzaken.

De brandstof is licht ontvlambaar! Vul de brandstoftank niet tijdens het gebruik of wanneer de machine heet is. Buiten bijtanken. Niet tanken in de buurt van open vuur. Mors geen brandstof. Als er brandstof is gemorst, droogt u de gemorste brandstof grondig op voordat u de grasmaaier start. Draai de tankdop stevig vast.

Als u de grasmaaier onbeheerd achterlaat, stop dan de machine, schakel de mesaandrijving uit, zet de versnellingspook in de neutrale stand "N", stel de parkeerrem in, stop vervolgens de motor en verwijder de contactsleutel.

Laat de opvangbak niet overlopen. De opvangbak moet regelmatig worden geleegd.

Als u klaar bent met werken, verwijdert u de contactsleutel en koppelt u de bougiekabel los om te voorkomen dat omstanders de machine gebruiken.

Breng geen wijzigingen aan in de motor of andere mechanismen van de grasmaaier.

Gebruik de grasmaaier niet zonder dat het luchtfilter correct is aangebracht.

INSTALLATIE VAN DE MAAIER

Voorbereiding voor de montage

Het product moet uit de verpakking worden gehaald en alle verpakkingsonderdelen moeten worden verwijderd. Het wordt aanbevolen om verpakkingen te bewaren die nuttig kunnen zijn tijdens het transport of de opslag van het product.

Controleer of geen enkel onderdeel van het product tijdens het transport is beschadigd, eventuele geconstateerde beschadigingen, zoals scheuren of vervormingen, zullen het product diskwalificeren voor verder gebruik totdat het is gerepareerd of beschadigde onderdelen zijn vervangen.

Het is aan te raden om het apparaat op een vlakke, harde en schone ondergrond te plaatsen.

Gebruik tijdens de installatie persoonlijke beschermingsmiddelen zoals veiligheidshandschoenen, oogbescherming en beschermende kleding.

Montage, stoelverstelling (II)

Open de stoelbasis (a) volledig door de handgreep vast te pakken en zet de stoelbasis vervolgens vast met de steunstang voor de handgreep (b). Schuif de onderste stoelhaken (c) in de achterste gaten van de geleiders (d) in de stoelbasis (a) en vergrendel vervolgens de stoelpositie (c) in de geleiders (d) met vleugelmoeren (e) en ringen (f). Het is raadzaam om de stoelpositie aan te passen aan de lengte van de bestuurder zodra alle machineonderdelen klaar zijn. Om de afstand tussen het zadel en het stuur aan te passen, draait u de vleugelmoeren los en beweegt u het zadel naar voren of naar achteren. Vergrendel de stoelpositie door de vleugelmoeren vast te draaien. Zorg ervoor dat de moeren stevig vastzitten en dat de stoel tijdens het gebruik niet van positie verandert. Zodra de montage of afstelling van de stoel is voltooid, ontgrendelt u de stang waarmee de hendel van de basis is vastgezet en sluit u de basis van de stoel in de werkstand.

Montage van het stuurwiel (III)

Voordat u het stuur monteert, moet u ervoor zorgen dat de voorwielen zijn uitgelijnd met de rijrichting recht vooruit. Schuif de stuurkolomafdekking (a) in het gat in de console (b). Zorg ervoor dat het uiteinde van de stuurkolomafdekking in de stuurbus past. Schuif de stuurkolom (c) samen met het stuurwiel (d) in het gat in de stuurkolomafdekking en druk vervolgens het stuurwiel in. Het stuurwiel moet in het pignonwiel vergrendelen. Trek aan het stuurwiel om te controleren of het goed vastzit in de houder en er niet uit kan glijden tijdens het rijden.

De accu aansluiten (IV)

LET OP! Schakel de motor uit, laat alle onderdelen van de machine volledig afkoelen en maak de bougiekabel los voordat u de accu monteert.

LET OP! Tijdens het installeren/verwijderen van de accu moet er extra op worden gelet dat de accupolen niet worden kortgesloten.

Om de accu te plaatsen, opent u de stoelbasis volledig door de handgreep vast te pakken en zet u deze vervolgens vast met de steunstang van de handgreep. Plaats de accu (a) in de basis en bevestig hem aan de basis met de beugel (b) zoals aangegeven in de illustratie (IV), zodat de beugel vastklikt in de bovenste en vervolgens in de onderste vergrendeling. Sluit de kabelklem in de volgende volgorde aan op de accuklem:

Sluit de aansluiting van de rode kabel (c) aan op de met “+” gemarkeerde accuklem (d) en zet deze vast met de schroef (e) en vleugelmoer (f).

Sluit de zwarte kabelklem (g) aan op de met een “-” gemarkeerde accuklem (h) en zet hem vast met de schroef (e) en vleugelmoer (f). Ontgrendel de stang die de basisbeugel vasthoudt en sluit de stoelbasis in de werkstand.

Installatie/verwijdering van opvangbak

LET OP! Als het nodig is om tijdens het gebruik accessoires aan te brengen of te verwijderen, stop dan altijd de machine, schakel de messenaandrijving uit, zet de versnellingspook in de neutrale stand "N", stel de parkeerrem in, stop vervolgens de motor en verwijder de contactsleutel.

Laat alle onderdelen volledig afkoelen en maak dan de bougiekabel los.

Zie illustratie (V) voor een beschrijving van de onderdelen die nodig zijn om de opvangbak in elkaar te zetten.

De installatie van de opvangbak wordt getoond in de illustraties:

(VI) - Schuif het onderste deel van het frame van de opvangbak (1) op het bovenste deel van het frame (2), lijn de gaten van de twee delen uit, steek de pennen (3) in de gaten en zet de verbinding vast door beide benen van elke pen te buigen.

(VII) - Plaats eerst de uitsparing (4) aan de rechterkant van de opvangbakafdekking (5) in de buurt van de handvatbeugel (6). Schuif vervolgens de opvangbakafdekking (5) op het frame (2).

(VIII) - Plaats de klemmen van de opvangbakafdekking (7) op het frame (2).

(IX) - Bevestig de handgreep (8) aan de handgreepbeugel (6) met de schroef (9) en moer (10).

De installatie van de beugel waarmee de opvangbak op de machine kan worden gemonteerd, wordt getoond in de volgende afbeeldingen:

(X) - Schroef de twee schroeven (11) in de achterste bevestigingsbeugel (12), draai de moeren (13) erop en draai vervolgens de

NL

moeren vast. Verwijder de twee schroeven aan de onderkant van de handgreep (12), vervang ze door schroeven met dubbele schroefdraad (14) en zet ze vervolgens vast met moeren (18). De kortere draden van de schroeven (14) moeten aan de achterste beugel (12) worden bevestigd. Verwijder de plastic afdekking (17) van de achterste beugel (12).

(XI) - Lijn de gaten (15) in de montageplaat van de opvangbak uit met de bovenste bouten (11) van de achterste montagesteun op de machine, druk vervolgens de montageplaat van de opvangbak tegen de achterste montagesteun en duw naar beneden zodat de bouten (11) in de gaten (15) van de montageplaat van de opvangbak vastklikken. Zet het onderste deel van de bevestigingsplaat van de opvangbak vast op de schroefdraad (14) met behulp van de knoppen (16).

De methode om de opvangbakafdekking te monteren, wordt getoond in illustratie (XII).

Steek het linker uiteinde van de scharnierstang (3) in de linker opening van het deksel (2) en duw het deksel (1) vervolgens naar rechts. Steek het rechter uiteinde van de scharnierstang (3) in het rechter gat van het deksel (4) en schuif het deksel vervolgens naar links zodat het rechter uiteinde van de scharnierstang (4) in het rechter gat van het deksel (4) zit. Bevestig de veer (7) die het deksel in gesloten positie houdt aan het montagegat van het deksel (1) met behulp van de bevestigingsschroef (6), sluitring (5) en moer (8).

Opgelet! Wees voorzichtig bij het monteren van de veer die het deksel vasthoudt. Beveilig de handen vast om letsel te voorkomen.

De installatie van het achterste uitwerpkanaal wordt getoond in de illustraties:

(XIII) - Schroef de vleugelmoeren (1) los van de beschermkap (2). Til de mulchkap (3) op, plaats het eerste deel van het achterste uitwerpkanaal (4) op de mesbeschermkap en zet het vast met de vleugelmoer (1).

(XIV) - Steek het rechte uiteinde van het tweede deel van de achterste uitwerpbuis (6) in het gat van de bevestigingsplaat van de kooi (7). Zorg ervoor dat het waarschuwingssymbool zichtbaar is op de buitenkant van de kabel (6).

(XV) - Steek het uiteinde van het tweede deel van het achterste uitwerpkanaal (6) in het eerste deel van het kanaal (4). Steek de bevestigingsklemhouder (7) in het gat van het tweede deel van de kabel (6).

De methode om de opvangbak op de grasmaaier te monteren wordt getoond in de illustratie (XVI).

Til het deksel van de opvangbak (1) op en houd het vast in de bovenste stand. Plaats de opvangbak (2) in de handgreepgleuven (3) op de bevestigingsplaat van de opvangbak. Zorg ervoor dat de opvangbak (2) correct is gemonteerd en geplaatst. Laat het opvangbakdeksel (1) zakken.

De installatie van het verlengstuk van de handgreep en de grasvangplaat wordt getoond in de illustratie (XVII).

Plaats het verlengstuk van de handgreepclip (1) bovenop de achterste handgreep (2) en de opvangbakplaat (8) aan de onderkant van de achterste handgreep (1). Gebruik twee bouten (3), ringen (9) en twee moeren (4). Let erop dat u de ringen (9) en moeren (4) onder de opvangbakplaat (8) plaatst.

Zet het midden van het handvatverlengstuk (1) vast met een bout (5), sluitring (6) en moer (7). Draai de borgmoeren vast.

Aanbevelingen voor eindassemblage:

Controleer alle bevestigingsmiddelen. Zorg ervoor dat alle bevestigingsmiddelen correct zijn gemonteerd en goed vastzitten.

Controleer de montage. Controleer of alle onderdelen correct zijn gemonteerd.

Opgelet! Zorg ervoor dat de opvangbak goed gemonteerd en correct geïnstalleerd is. De opvangbak mag alleen worden gebruikt als hij volledig is gemonteerd en correct in de handgrepen van de machine is geïnstalleerd.

Demonteer de opvangbak aan de hand van de volgende afbeeldingen:

(XVI) - Til het deksel van de opvangbak (1) op en trek vervolgens de opvangbak (2) van de handgrepen.

(XVIII) - Maak de bevestigingsklem (4) los van het andere deel van de achterste uitwerpkabel (5).

(XVI) - Trek het andere deel van de achterste uitwerpbuis (5) uit het gat van de bevestigingsplaat van de opvangbak (7).

(XI) - Schroef de twee knoppen (16) aan de onderkant van de bevestigingsplaat van de kooi (15) los. Verwijder de bevestigingsplaat van de opvangbak (15) door deze omhoog te schuiven en vervolgens van de schroeven (11) te verwijderen.

(XIII) Draai de vleugelmoeren (1) los waarmee het eerste deel van de achterste uitwerpbuis (4) vastzit. Til de mulchkap (3) op en trek vervolgens het eerste deel van het achterste uitwerpkanaal (4) naar buiten. Sluit het mulchdeksel (3) en zet het vast op de mesbeschermkap (2) met de vleugelmoer (1).

(X) Bedek het achterste uitwerpvenster in de achterste handgreep van de machine met de plastic afdekking (17).

Montage van de zij-uitworp

LET OP! Als het nodig is om tijdens het gebruik accessoires aan te brengen of te verwijderen, stop dan altijd de machine, schakel de messenaandrijving uit, zet de versnellingspook in de neutrale stand "N", stel de parkeerrem in, stop vervolgens de motor en verwijder de contactsleutel.

Laat alle onderdelen volledig afkoelen en maak dan de bougiekabel los.

Door de installatie van een beschermkap voor de zij-uitworp kan de machine worden voorbereid om het gemaaide gras langs het pad van de grasmaaier te verspreiden. Grasmaaisel dat op het gazon achterblijft, kan worden gebruikt als natuurlijke meststof.

Als er een opvangbak op de machine is gemonteerd, verwijdert u de opvangbak zoals hierboven beschreven. De installatie van de zijuitworp wordt getoond in illustratie (XIX). Draai de vleugelmoer (a) los waarmee de mulchkap (b) vastzit. Til het mulchdeksel

NL

(b) op. Plaats het zij-uitwerpschild (c) in de bevestigingen en zet het vast met ringen (d) en vleugelmoeren (e). Zorg ervoor dat het achterste uitwerpvenster in de achterste handgreep van de machine is afgedekt met een plastic hoes.

De mulchkap installeren

LET OP! Als het nodig is om tijdens het gebruik accessoires aan te brengen of te verwijderen, stop dan altijd de machine, schakel de messenaandrijving uit, zet de versnellingspook in de neutrale stand "N", stel de parkeerrem in, stop vervolgens de motor en verwijder de contactsleutel. Laat alle onderdelen volledig afkoelen en maak dan de bougiekabel los.

Opgelet! De mulchkap is een veiligheidsfunctie van de machine. Verwijder de mulchkap niet. De mulchkap dwingt het maaisel om zich naar de grond te verspreiden. Als er geen zijuitwerpkap of opvangbak met achteruitwerpkanaal op de machine is gemonteerd, moet u ervoor zorgen dat de mulchkap op zijn plaats zit en correct is gemonteerd voordat u met het werk begint.

Met de mulchkap kan het gras worden gemulcht. Mulchen houdt in dat het gras wordt gemaaid, versnipperd en vervolgens op het gazon wordt achtergelaten als een natuurlijke beschermlaag. Als de machine is uitgerust met een opvangbak en uitwerpkabel aan de achterkant, moet deze worden verwijderd zoals eerder in deze handleiding is beschreven; als de machine is uitgerust met een uitwerpkabel aan de zijkant, moet deze worden verwijderd in omgekeerde volgorde van de hierboven beschreven installatie. Plaats de mulchkap op zijn plaats en zet hem vast met een sluitring en vleugelmoer. Bedek het achterste uitwerpvenster in de achterste handgreep van de machine met een plastic afdekking.

WERKING VAN DE GRASMAAIER

Voorbereiding op het werk

LET OP! In de fabriek bevat de motor mogelijk slechts een kleine hoeveelheid olie om de motor tijdens transport en opslag te beschermen. Controleer het oliepeil in de motor voor de eerste start en vul olie bij tot het vereiste peil.

Bereid olie voor viertaktmotoren in de viscositeitsklasse SAE 15W40.

Voordat u de olie bijvult, plaatst u de grondfrees op een vlakke ondergrond, schroeft u vervolgens het deksel van het oliereservoir los en veegt u de daaraan bevestigde oliebajonet droog. Het reservoir vullen met olie. Bij het vullen wordt aanbevolen een trechter of schenktuit te gebruiken om te voorkomen dat er olie gemorst wordt. Als er olie wordt gemorst, veeg dan de resterende olie af voordat u de motor start. Controleer of het oliepeil correct is. Om dit te doen, plaatst u de oliepeilstok in het vulgat en schroeft u het deksel van de tank vast. Schroef het vervolgens los en controleer het oliepeil op de bajonet. Het oliepeil moet tussen de maximale en minimale niveaus op de bajonet (XXXI) liggen. Na het controleren of het oliepeil correct is, sluit u het vulgat met een plug.

LET OP! Het oliepeil moet voor elk begin van de werkzaamheden worden gecontroleerd. Controleer het oliepeil nooit terwijl de motor draait.

Na het bijvullen van de olie, benzine tanken. De brandstof moet loodvrije benzine zijn met een octaangetal van ten minste 95. Om brandstof te tanken, draait u het benzinereservoirdeksel los en vult u het reservoir. Bij het vullen van brandstof wordt het gebruik van een brandstofdispenser of trechter aanbevolen om het risico op morsen te verkleinen. Als de brandstof wordt gespat, veeg dan de rest grondig af. Laat de dampen volledig verdampen en start de grondfrees op een andere locatie dan de locatie van het vullen van de brandstof. Sluit het vulgat met het deksel na het vullen van de brandstoftank.

De zitmaaier is uitgerust met pneumatische wielen. De aanbevolen bandenspanning is 14 PSI / 1,0 BAR. Pomp de banden op voordat u begint te werken. Overschrijd de aanbevolen bandenspanning niet. Banden moeten altijd worden opgepompt tot een gelijkmatig drukniveau. Een onjuiste of ongelijke bandenspanning kan ongelijkmatig maaien veroorzaken en leiden tot gevaarlijke situaties zoals het kantelen van de machine, wat ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg kan hebben.

LET OP! De bandenspanning moet vóór elk gebruik worden gecontroleerd.

Controleer voordat u met het werk begint of de grasmaaier niet beschadigd is, of het correct gemonteerd is en of alle veiligheids-onderdelen correct bevestigd zijn. Als de grasmaaier incompleet of beschadigd blijkt te zijn, is verder werken verboden!

Maak het werkgebied vrij van alle zichtbare stenen, wortels, draden, speelgoed en andere obstakels die door het mes van de machine gegrepen en in een andere richting geslingerd kunnen worden. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan elektrische kabels om ervoor te zorgen dat ze niet in het werkgebied terechtkomen. Het achterlaten van elektrische kabels in het werkgebied kan leiden tot schade aan de draden, wat kan resulteren in elektrische schokken en zelfs de dood.

Bedieningselementen grasmaaier

De afbeelding (XX) toont de bedieningselementen van de grasmaaier:

a. koppelings-/rempedaal - werkt zowel als koppeling als rem.
b. contactslot - wordt gebruikt om de motor te starten en te stoppen met de sleutel in drie standen: start (3), run (2), off (1).
c. parkeerrem - wordt gebruikt om de machine stil te zetten wanneer deze stilstaat.
d. hendel voor mesaandrijving - gebruikt om de mesaandrijving te starten of te stoppen.
e. versnellingspook - hiermee kunt u de overbrengingsverhouding van het aandrijfsysteem kiezen.
f. hendel voor maaihoogte-instelling - hiermee kan de maaihoogte worden ingesteld.
g. gashendel - hiermee kan het motortoerental worden verhoogd of verlaagd.

Gebruik van de gashendel (XXI):

Om de koude motor te starten, duwt u de gashendel (a) helemaal naar voren in de stand gemarkeerd met het aanzuigsymbool.

NL

Tijdens normaal bedrijf en wanneer u gras maait met de opvangbak gemonteerd, verhoogt u het motortoerental door de gashendel (a) in de stand te zetten die is gemarkeerd met het hazensymbool. Om de accu op te laden en de motor koeler te laten lopen, zet u de gashendel (a) in de stand met het hazensymbool.

Het maximale motortoerental dat met de gashendel kan worden ingesteld, is in de fabriek ingesteld op de maximale motorprestaties. Verander de snelheidsinstellingen van de verzegelde motor niet. Het verhogen van het in de fabriek ingestelde motortoerental kan leiden tot schade aan de motor van de machine of zelfs brand.

Gebruik van de mesbedieningshendel (XXII):

LET OP! Voordat u de motor start, moet u ervoor zorgen dat de mesaandrijving is uitgeschakeld en dat de hendel van de mesaandrijving in de STOP-stand staat.

Zet de hendel van de mesaandrijving in de aan-stand (a) - START om de mesaandrijving te starten. Als de mesaandrijving wordt gestart, gaat het mes draaien. Om de mesaandrijving te stoppen, zet u de hendel van de mesaandrijving in de uitstand (b) - STOP. Als u de mesaandrijving uitschakelt, stopt het mes.

LET OP! Het mes kan nog enkele seconden na het uitschakelen van de mesaandrijving draaien.

Waarschuwing! Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende mes, de uitwerpopening en bewegende motoronderde- len. Schakel de mesaandrijving altijd uit en controleer of het mes is gestopt met draaien voordat u de werkplek verlaat. Schakel de mesaandrijving altijd uit voordat u met de machine op de stoep of weg rijdt.

De versnellingspook gebruiken:

LET OP! Breng de machine volledig tot stilstand voordat u schakelt. Druk hiervoor het koppelings-/rempedaal (a) naar voren. Schakelen tijdens het rijden kan de versnellingsbak beschadigen.

Opgelet! Zorg ervoor dat het gebied rond de machine vrij is van obstructies en omstanders voordat u de achteruitversnelling inschakelt en de achteruit inschakelt. Draai niet in de buurt van muren van gebouwen, bomen of andere stevige obstakels om gevaarlijke situaties te voorkomen.

Om de voorwaartse snelheid van de machine te wijzigen of om de rijrichting te veranderen, volgt u de instructies zoals weergegeven in de illustraties:

(XXIV) - Stop de machine door het koppelings-/rempedaal (a) volledig naar voren te duwen en in deze positie te houden.

(XXI) - Verlaag het motortoerental door de gashendel (b) naar de stand met het schildpadsymbool te bewegen.

(XXIII) - Zet de versnellingspook (a) in een van de vijf standen om vooruit te rijden. De positie gemarkeerd met '1' geeft de laagste voorwaartse snelheid aan, terwijl de positie gemarkeerd met '5' de hoogste voorwaartse snelheid aangeeft. Zet de versnellingspook (c) in de stand "R" om achteruit te rijden.

Laat in de volgende stap het koppelings-/rempedaal (a) langzaam los zodra de juiste versnelling is ingesteld. Houd uw voet niet op het pedaal tijdens het rijden.

(XXI) - Verhoog het motortoerental door de gashendel (b) naar de stand met het hazensymbool te bewegen.

De onderstaande tabel toont de aanbevolen schakelhendelpositie voor het type werk dat wordt uitgevoerd:

Positie schakelhendel Type uitgevoerdwerk Gasklepstand
1 Gras maaienHogere toeren (hazensymbool)
1 of 2 Gras verzamelen
1 of 2 Mulchen
2 of 3 Normale beweging
3 of 4 Gemakkelijke beweging
4 of 5 Transport

Hoe de parkeerrem gebruiken (XXIV):

Om de machine vast te zetten als deze stilstaat, trapt u het koppelings-/rempedaal (a) volledig in en trekt u vervolgens de parkeerremhendel (b) omhoog. Laat het koppelings-/rempedaal (a) volledig los en trek vervolgens de parkeerremhendel (b) los. Controleer of de parkeerrem werkt en of de machine bij stilstand niet van positie verandert. Trap het koppelings-/rempedaal (a) volledig in om de parkeerrem los te zetten. De parkeerrem wordt automatisch gelost

Waarschuwing! Voordat u de bedieningspost verlaat, moet u de machine stoppen, de mesaandrijving uitschakelen, de versnellingspook in de neutrale stand "N" zetten, de parkeerrem aantrekken, vervolgens de motor stoppen en de contactsleutel verwijderen.

Hoe de maaihoogte wijzigen (XXV):

De maaihoogte wordt gewijzigd door de maaihoogte-instelhendel (a) in een andere stand te zetten. Als de hendel in de stand '1' staat, wordt de minimale maaihoogte ingesteld en als de hendel in de stand '6' staat, wordt de maximale maaihoogte ingesteld. Het is mogelijk om de maaihoogte in te stellen op een van de 6 niveaus binnen het bereik dat wordt weergegeven in de tabel met

NL

Opgelet! Stel de maximale maaihoogte in en schakel de mesaandrijving uit voordat u met de grasmaaier op de weg of het trottoir rijdt.

Starten van een verbrandingsmotor

WAARSCHUWING! Het elektrische systeem van de grasmaaier is uitgerust met een detectiesysteem voor de aanwezigheid van de bestuurder. Een sensor in de stoel stopt de motor als de bestuurder de stoel verlaat terwijl de mesaandrijving is ingeschakeld of een versnelling is ingeschakeld in een van beide rijrichtingen. Controleer voor de zekerheid of dit systeem goed werkt voordat u aan het werk gaat.

Duw het koppelings-/rempedaal helemaal naar voren en houd het in deze stand.

Zet de versnellingspook in de neutrale stand, aangeduid met "N".

Zorg ervoor dat de mesaandrijfhendel in de positie STOP staat.

Duw de gashendel helemaal naar voren in de stand met het aanzuigsymbool.

Steek de sleutel in het contactslot. Draai de sleutel in de startstand die is gemarkeerd met - START en houd hem in deze stand. Laat na het starten van de motor de druk op de sleutel onmiddellijk los.

Naarmate de motor opwarmt, beweegt u de gashendel naar een positie tussen het hazensymbool voor hogere toerentallen en het schildpadsymbool voor lagere toerentallen. Wacht na elke verandering van de stand van de gashendel tot de motor soepel loopt. De snelheid waarmee de gashendel terugkeert, is afhankelijk van de weersomstandigheden waarin de motor wordt gestart. Hoe lager de omgevingstemperatuur, hoe langzamer de terugkeer. Laat de koude motor een paar minuten draaien. Beginnen met werken als de motor warm is.

Maaien

Gebruik de hendel voor hoogte-instelling om de maaihoogte in te stellen.

Verlaag het motortoerental door de gashendel in de stand met het schildpadsymbool te zetten.

Zet de hendel voor de mesaandrijving langzaam in de stand AAN - START.

Duw het koppelings-/rempedaal helemaal naar voren en houd het in deze stand.

Gebruik de versnellingspook om de juiste snelheid in te stellen voor het soort werk dat wordt uitgevoerd. Wanneer u hoog of dicht gras maait of maait met oogst in een opvangbak, is het aanbevolen om de laagste snelheid in te stellen.

Laat het koppelings-/rempedaal langzaam los.

Verhoog het motortoerental door de gashendel in de stand met het hazensymbool te zetten.

Als het nodig is om de rijsnelheid tijdens het maaien te verhogen of te verlagen, stop de machine dan volledig, stel een andere rijsnelheid in en werk dan verder.

Controleer na het maaien van een klein stukje gras het werkgebied en controleer of de maaihoogte correct is. Als ongelijkmatig maaien wordt waargenomen, moet de mesbehuizing worden genivelleerd zoals aanbevolen in het gedeelte van de instructies "De mesbehuizing nivelleren".

Voordat u de grasmaaier naar een ander maaigebied rijdt:

Zet de machine eerst stil door het koppelings-/rempedaal in te trappen.

Zet de hendel van de messenaandrijving in de uit - STOP-stand.

Gebruik de hendel voor hoogte-instelling om de maximale maaihoogte in te stellen.

Zet de gashendels in een stand tussen het hazensymbool voor hogere toerentallen en het schildpadsymbool voor lagere toerentallen.

Om de snelheid te verhogen, moet u de machine stoppen door het koppelings-/rempedaal in te trappen. Gebruik de versnellingspook om de snelheid in een hogere versnelling te zetten en rijd dan verder.

De verbrandingsmotor stoppen

Stop de machine als volgt.

Druk het koppelings-/rempedaal volledig naar voren om de machine te stoppen.

Zet de hendel van de messenaandrijving in de uit - STOP-stand.

Zet de versnellingspook in de neutrale stand, aangeduid met "N".

Zet de machine vast met de parkeerrem. Controleer of de parkeerrem werkt en of de machine bij stilstand niet van positie ver- andert.

Stop de motor door de contactsleutel in de stand OFF (uit) te draaien en verwijder vervolgens de sleutel uit het contactslot.

Aanbevelingen voor het gebruik van de grasmaaier

Voordat u met het werk begint, moet u het grasmaaigebied voorbereiden. Controleer of het maaigebied geen obstakels bevat die de grasmaaier kunnen beschadigen of door het mes kunnen worden uitgeworpen en een gevaar voor de bediener of omstanders kunnen vormen.

Controleer of er geen elektrische kabels in het werkgebied zijn die door het mes kunnen worden doorgesneden. Beschadiging van een elektrische kabel brengt het risico van een elektrische schok met zich mee, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

Zorg ervoor dat er geen omstanders of huisdieren op de werkplek zijn. Als dergelijke personen tijdens het gebruik verschijnen, moet u de grasmaaier onmiddellijk stoppen en alleen dan mensen voor het gevaar waarschuwen.

Controleer de lengte van het gras en stel de maaihoogte in. Als het gras erg hoog is, moet het gefaseerd worden gemaaid. Maai

NL

nooit meer dan 1/3 van de lengte van het gras. Er moet regelmatig worden gemaaid om ervoor te zorgen dat de hoogte van het gras de mogelijkheden van de grasmaaier niet overschrijdt.

Maai nooit nat gras. Nat gras heeft de neiging om in het product te plakken, wat de verzameling ervan in de opvangbak belemmert.

Voor betere maaprestaties en -kwaliteit wordt aanbevolen om een van de laagste rijsnelheden en het hoogste motortoerental in te stellen.

Zorg ervoor dat het gebied rond de machine vrij is van obstakels en omstanders voordat u achteruit rijdt. Draai niet in de buurt van muren van gebouwen, bomen of andere stevige obstakels om gevaarlijke situaties te voorkomen. Wees uiterst voorzichtig als u achteruit rijdt.

Controleer alle onderdelen van de grasmaaier voordat u met de werkzaamheden begint. Als er schade wordt geconstateerd, mag u niet beginnen te werken voordat u de schade hebt verwijderd of de beschadigde onderdelen hebt vervangen door nieuwe. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen vrij zijn. Reinig ze indien nodig met een zachte borstel of een kwast. Gebruik geen scherpe of metalen voorwerpen voor het reinigen van ventilatieopeningen van de grasmaaier.

Controleer de schroefverbindingen op losse verbindingen. Ontgrendel indien nodig.

Controleer of de bedieningselementen op de grasmaaier schoon zijn en vrij van vet en andere verontreinigingen. Reinig ze indien nodig met een zachte borstel of een kwast.

Neem regelmatig pauzes tijdens het werk om vermoeidheid en overbelasting te voorkomen. Dit zal een betere beheersing van het product mogelijk maken en het risico op ongelukken verminderen.

Wanneer u de grasmaaier met zij-uitworp op grote oppervlakken gebruikt, wordt aanbevolen om het maaien te beginnen met een beweging naar rechts, zodat het gemaaide gras wordt verspreid uit de buurt van struiken, hekken, opritten, enz. Verander na een of twee rondes van richting door naar links te bewegen totdat het maaien van het gebied voltooid is, zoals weergegeven in de illustratie (XXVI).

Stel altijd een veilige snelheid in voor een betere controle over de machine.

Wanneer u de grasmaaier bedient met de opvangbak gemonteerd, beweegt u in rijen (XXVII). De rijen moeten in de breedte gelijk gehouden worden, zodat ze elkaar enigszins overlappen en er geen ruimte verloren gaat.

Wees extra voorzichtig wanneer u van richting verandert.

Wanneer u het gras in de buurt van bloembedden maait, beweegt u rond de bloembedden met de linkerkant van de grasmaai-erbehuizing.

Maak de opvangbak regelmatig leeg tijdens het gebruik.

Stop de machine wanneer het werk klaar is, schakel de mesaandrijving uit, zet de machine in de neutrale versnelling, stel de parkeerrem in, stop de motor en trek de contactsleutel uit. Laat de machine volledig afkoelen, koppel de bougie los en ga verder met het onderhoud.

LET OP! Als een vreemd voorwerp de grasmaaier tijdens de werking raakt. Stop de machine onmiddellijk, schakel de mesaandrijving uit, zet de versnellingspook in de neutrale stand "N", stel de parkeerrem in, stop de motor en trek de contactsleutel uit. Laat alle onderdelen volledig afkoelen en maak dan de bougiekabel los.

Controleer vervolgens of het apparaat niet beschadigd is. Als er schade wordt geconstateerd, is het verboden om door te werken voordat de schade wordt verwijderd. Overmatige trillingen tijdens het gebruik kunnen worden veroorzaakt door schade aan de grasmaaier. Stop de werking, ontkoppel de bougie en voer een productcontrole uit.

Aanbevelingen voor het werken op heuvels

Rijd niet te steile hellingen op of af.

Rijd nooit schuin dwars op een heuvel.

Zet de hendels van de versnellingspook in de stand voor de laagste snelheid voordat u bergafwaarts of bergopwaarts gaat.

Stop niet en verander niet van snelheid op een heuvel. Als u moet stoppen, trapt u het koppelings-/rempedaal onmiddellijk naar voren en stelt u vervolgens de parkeerrem in.

Om verder te rijden op een helling, moet de versnellingspook in de stand voor de laagste snelheid staan. Zet de gashendels in de stand voor lage snelheid en laat vervolgens het koppelings-/rempedaal los.

Als het nodig is om te stoppen of te starten op een helling, zorg dan altijd voor voldoende ruimte in geval van mogelijk wegrollen van de machine wanneer het koppelings-/rempedaal wordt losgelaten.

Wees extra voorzichtig wanneer u van richting verandert op een heuvel. Verlaag bij het rijden op een helling of in een bocht het motortoerental door de gashendel in de stand voor laag toerental te zetten om ongevallen te voorkomen.

Overschrijd nooit de maximaal toegestane werkhoek op heuvels.

Bijtanken (XXVIII)

LET OP! De brandstof is licht ontvlambaar! Alle veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het omgaan met brandstof moeten in acht worden genomen. Vul de brandstoftank niet terwijl de grondfrees in werking is. Niet tanken in de buurt van open vuur. Roken is niet toegestaan wanneer brandstof wordt bijgevuld. Mors geen brandstof. Als er brandstof is gemorst, droogt u de gemorste brandstof grondig op voordat u de grondfrees start. Draai de tankdop stevig vast. Bewaar brandstof in goed gesloten, goedgekeurde verpakkingen, uit de buurt van warmtebronnen en buiten het bereik van kinderen.

Schakel de motor uit volgens de procedure onder "De verbrandingsmotor stoppen"

Laat de motor afkoelen.

De brandstof moet loodvrije benzine zijn met een octaangetal van ten minste 95. Om te tanken schroeft u het tankdeksel (a) los

NL

en giet u brandstof in de tankvulopening (b). Bij het vullen van brandstof wordt het gebruik van een brandstofdispenser of trechter aanbevolen om het risico op morsen te verkleinen. Vul de brandstoftank niet boven de bovenwand van de brandstoftank (c). Należy zostawić wolną przestrzeń pomiędzy powierzchnią paliwa a górną ścianką zbiornika (c). Als de brandstof wordt gespat, veeg dan de rest grondig af. Laat de dampen volledig verdampen en start de grondfrees op een andere locatie dan de locatie van het vullen van de brandstof. Nadat de brandstof is ingegoten, moet de vulopening van de brandstoftank (b) worden afgesloten met het deksel (a).

Start de motor opnieuw volgens de procedure onder "Starten van de verbrandingsmotor".

De opvangbak legen (XXIX)

Druk het koppelings-/rempedaal volledig naar voren om de machine te stoppen.

Zet de hendel van de messenaandrijving in de uit - STOP-stand.

Zet de versnellingspook in de neutrale stand, aangeduid met "N".

Zet de machine vast met de parkeerrem. Controleer of de parkeerrem werkt en of de machine bij stilstand niet van positie ver- andert.

Pak de hendel voor het legen van de opvangbak (a) met de rechterhand vast en beweeg de hendel naar voren totdat de opvangbak (b) leeg is.

ONDERHOUD VAN DE MACHINE

WAARSCHUWING! Voordat u onderhoud en afstelling aan de grasmaaier uitvoert, moet u de machine stilzetten, de mesaandrijving uitschakelen, de versnellingshendel in de neutrale stand "N" zetten, de parkeerrem aantrekken, vervolgens de motor afzetten en de contactsleutel verwijderen.

Laat alle onderdelen volledig afkoelen en maak dan de bougiekabel los.

Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals beschermende handschoenen, oogbescherming en beschermende kleding moeten tijdens het onderhoud worden gedragen.

De grasmaaier schoonmaken

Controleer vóór en na elk gebruik de openingen en reinig ze indien nodig.

Als een grasopvangbak wordt gebruikt tijdens het maaien, moet deze na elk gebruik worden geleegd en ontdaan van grasresten en afval. Verwijder het achterste uitwerpkanaal en maak de binnenkant schoon.

Verwijder grasresten en vuil van het maairnes met een zachte doek. Breng een dun laagje olie aan op het gereinigde mes om corrosie te voorkomen.

Na gebruik moeten de behuizing, ventilatiesleuven, schakelaars, deksels en accessoires worden gereinigd, bijv. met een luchtstraal (niet meer dan 0,3 MPa), een borstel of een droge doek zonder chemicaliën of reinigingsvloeistoffen. Reinig het stuur, de hendels en handgrepen met een droge, schone doek.

Periodieke onderhoudsbeurten

De hieronder genoemde machineonderdelen moeten periodiek worden geïnspecteerd en onderhouden.

LET OP! Al het onderhoud moet worden uitgevoerd terwijl de machine is uitgeschakeld en niet draait. Laat na het uitschakelen van de motor de motor en machineonderdelen volledig afkoelen en ontkoppel vervolgens de bougiekabel.

LET OP! Als hieronder geen servicewerkzaamheden worden beschreven. Dit betekent dat de machine voor deze handeling naar een gespecialiseerd servicecentrum moet worden gebracht.

LET OP! Vermijd contact van het oplosmiddel met de huid en de ogen wanneer voor het reinigen een oplosmiddel wordt gebruikt.

Persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken.

Tijdens de garantieperiode mag de gebruiker de grondfrees niet demonteren of onderdelen of componenten vervangen die niet hieronder zijn gespecificeerd, aangezien hierdoor de garantie vervalt. Alle onregelmatigheden die tijdens de inspectie of tijdens het gebruik worden vastgesteld, zijn een signaal voor reparatie in een servicepunt. Controleer na elk transport en na elke 25 bedrijfsuren of de schroefverbindingen goed vastzitten.

Onderhoud van de verbrandingsmotor en het elektrische systeem

De motor van de zitmaaier bevindt zich onder de stoelbasis. Om de toegang tot de motoronderdelen te vergemakkelijken, moet de stoelbasis volledig worden geopend door de handgreep vast te pakken en vervolgens met de steunstang van de handgreep worden vastgezet.

De volgende motoronderdelen zijn afgebeeld in illustratie (XXX):

a. luchtfi Iter
b. carburateur
c. starter
d. olieaftapplug

NL

e. olievuller
f. bougiekabel
g. motorkap

Oliepeil controleren (XXXI)

Schroef de olievuller (a) los en verwijder de peilstok.

Reinig en droog de peilstok met een schone doek.

Steek de peilstok in het vulgat, maar draai hem niet. Verwijder hem vervolgens en controleer het aangegeven oliepeil.

Als het aangegeven peil te laag is, moet de olie worden bijgevuld tot het bovenste peil van de peilstok (stippellijn).

Schroef de peilstok in de olievulopening.

Motorolie verversen (XXXII)

De motorolie moet na de eerste 2 tot 5 bedrijfsuren worden ververst. Elke volgende olieverversing moet om de 25 bedrijfsuren worden uitgevoerd.

LET OP! Ververs de motorolie het beste meteen nadat de motor tot stilstand is gekomen. De olie is dan het meest vloeibaar en stroomt zo snel mogelijk uit de versnellingsbak van de motor.

Bij het verversen van de olie moet voorzichtig te werk worden gegaan. Meteen nadat de motor stopt, is de olie heet en kan ze brandwonden veroorzaken. De olietank is voorzien van een aftapopening (a). Plaats een vat met een grotere inhoud dan die van het oliereservoir onder de aftapopening. Draai de aftapkraan (b) met een steeksleutel helemaal los. Laat de olie in de tank stro-men en schroef de aftapkraan er vervolgens met een sleutel terug op vast. Veeg eventuele olieresten droog.

Vul bij met olie volgens de procedure beschreven in het punt: "Voorbereiding op het werk".

LET OP! Gebruikte motorolie moet volgens de geldende lokale voorschriften worden afgevoerd. Het is verboden motorolie in het riool te gieten.

Onderhoud van het luchtfi Iter (XXXIII) - elke 25 bedrijfsuren

LET OP! Gebruik de machine niet zonder een correct geïnstalleerd luchtfilter of met een defect luchtfilter. Anders kan de verbrandingsmotor onzuiverheden opzuigen die normaal door het filter worden tegengehouden. Onzuiverheden kunnen leiden tot motorstoringen en zelfs motorschade.

Draai de knoppen waarmee het filterhuis vastzit (a) volledig los en verwijder vervolgens het filterdeksel (b). Verwijder het filter uit de basis. Het luchtfilter bestaat uit twee elementen - een papier en een spons. Inspecteer elk filterelement zorgvuldig op gaten, scheuren en beschadigingen. Als een filterelement beschadigd is of tijdens het onderhoud niet kan worden gereinigd, moet het worden vervangen door een nieuw, defect fi Iterelement.

Reinig het papierelement (c) met een straal perslucht (bij een druk van maximaal 0,2 MPa), waarbij het vuil van binnenuit wordt geblazen of het vuil van buitenaf wordt opgezogen met een smalle stofzuigerborstel. Vanwege de delicate structuur van het papieren filter wordt een voorzichtige reiniging aanbevolen. Het stuk papier mag niet in water of een andere vloeistof worden gedrenkt.

Niet borstelen om te voorkomen dat er vuil in de filterstructuur wordt gewreven.

Reinig het sponselement (d) in warm water met afwasmiddel, spoel goed uit en laat volledig drogen. Laat het filter weken in scho- ne motorolie en knijp deze er uit zodat het filter toch nog vochtig blijft.

Reinig met een licht met water bevochtigde doek de binnenkant van de filterbasis en het filterdeksel van het filter. Voorkom dat stof en vuil in de slang naar de carburateur terechtkomen.

Plaats het sponselement (d) over het filterpapierelement (c). Plaats het filter op zijn plaats en sluit het filterdeksel. Zorg ervoor dat het filterdeksel (b) goed gesloten is en dat de bevestigingsknoppen van het filterhuis (a) goed vastzitten.

Onderhoud bougie (XXXIV) - elke 100 bedrijfsuren

Maak de draad (a) los van de bougie (b). Draai de bougie los met de bougiesleutel. Gebruik een draadborstel om de elektroden te reinigen van koolstofafzettingen. Controleer de afstand tussen de elektroden, deze dient tussen 0,7 mm en 0,8 mm te bedragen.

Als de verbrande elektroden of de keramische behuizing gebroken is, vervang dan de bougie door een nieuwe. Het is mogelijk om bougie type RC12YC te gebruiken.

Schroef de bougie erin (b). Sluit de kabel aan op de bougie (a).

Het brandstofsysteem aftappen

LET OP! De brandstof is licht ontvlambaar! Alle veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het omgaan met brandstof moeten in acht worden genomen. Zorg ervoor dat de motor van de machine is afgekoeld voordat u het brandstofsysteem aftapt. Tap het brandstofsysteem buiten af. Leeg de brandstoftank niet in de buurt van vuur. Rook niet wanneer u de brandstoftank leegt.

Brandstof in het brandstofsysteem van een grasmaaier kan na verloop van tijd zijn eigenschappen verliezen of aanslag vormen die gevaarlijk is voor de motor. Als de machine 30 dagen of langer wordt opgeslagen, moet het brandstofsysteem van tevoren worden geleegd om schade aan het brandstofsysteem en de motor te voorkomen.

De brandstof kan uit de brandstoftank worden gehaald met een speciale pomp die voor dit doel is ontworpen, of de motor van de machine kan worden gestart en de motor kan blijven draaien tot het systeem geen brandstof meer heeft en de motor stopt.

Controleer voordat u de brandstoftank opnieuw vult of de gebruikte brandstof vers en vrij van verontreiniging is. Gebruik brandstof van goede kwaliteit. Gebruik nooit motor- of carburateurreiniger.

NL

Accu opladen (IV)

LET OP! De accu moet uit de buurt van vuurbronnen worden opgeladen. Roken is niet toegestaan terwijl de accu wordt opgeladen. Houd de accu uit de buurt van vonken. De ontbranding van gassen die uit de accu ontsnappen, kan ertoe leiden dat de accu explodeert.

LET OP! Zorg er bij het hanteren van de accu voor dat er geen kortsluiting optreedt tussen de accupolen. Gebruik geïsoleerd gereedschap bij het plaatsen/verwijderen van de accu.

De grasmaaier is uitgerust met een onderhoudsvrije loodzuuraccu waarbij het elektrolytpeil niet hoeft te worden gecontroleerd.

De accu werd in de fabriek opgeladen. Bij langdurige opslag, bijvoorbeeld in de winter, wordt aanbevolen om de accu eens in de drie maanden op te laden om schade door ontlading te voorkomen.

Als zich een situatie voordoet waarin het starten van de machine moeilijk of onmogelijk is, moet de accu worden opgeladen.

Als de accu niet kan worden opgeladen, vervang deze dan door een nieuwe. Vervang de accu altijd door een originele accu die identiek is aan de accu die in de fabriek op de maaier is gemonteerd.

Een gebruikte accu mag niet worden weggegooid bij het huishoudelijk afval, de accu moet worden weggegooid volgens de plaatselijke voorschriften.

De accu moet uit het apparaat worden verwijderd voordat deze wordt opgeladen. Open hiervoor de stoelbasis volledig door de hendel vast te pakken en zet hem vervolgens vast met de steunstang van de handgreep. Ontgrendel de beugel (b) waarmee de accu is bevestigd van de onderste trekhaak en trek vervolgens de beugel van de bovenste trekhaak. Maak de kabelklem in de volgende volgorde los van de accuklem:

Ontgrendel de beschermkap van de zwarte kabelklem (g). Draai de vleugelmoer (f) los en verwijder de schroef (e) van de zwarte kabelklem (g), maak vervolgens de zwarte kabelklem (g) los van de met een “-” gemarkeerde accuklem (h).

Ontgrendel de beschermkap van de rode kabelklem (c). Draai de vleugelmoer (f) los en verwijder de schroef (e) van de rode kabelklem (c), maak vervolgens de rode kabelklem (c) los van de met “+” gemarkeerde accuklem (d).

Verwijder de accu uit de basis. Laad de accu op met een lader (apart verkrijgbaar) die geschikt is voor het type en de parameters van de accu, zoals aanbevolen in de handleiding van de fabrikant van de lader.

Onderhoud van de grasmaaier

Vervanging van het mes (XXXV)

WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de motor en alle machineonderdelen zijn afgekoeld en dat de bougiekabel is losgekoppeld voordat u het snijelement gaat vervangen. Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen zoals beschermende handschoenen, oogbescherming en beschermende kleding.

Controleer regelmatig op slijtage en beschadiging van het mes. Vervang het mes door een nieuw mes als er overmatige slijtage, schade of prestatieverlies wordt waargenomen. Vervang het mes altijd door het originele mes, identiek aan het mes die in de fabriek op de grasmaaier worden gemonteerd. Alleen het gebruik van originele reserveonderdelen kan de veiligheid van het product waarborgen. Het mes moet worden vervangen door een ervaren gebruiker. Neem in dit geval contact op met een geautoriseerde service van de fabrikant. Het mes moeten om de twee jaar of om de 50 uur worden vervangen.

Een mes kan worden verwijderd via de onderkant van de grasmaaierbehuizing. Rijd boven een kuil die geschikt is voor de breedte van de machine, zodat vrije en veilige toegang tot het snijelement mogelijk is. Stel de machine alleen op harde oppervlakken op. Kantel de machine niet. Zet alle wielen van de grasmaaier zorgvuldig vast op de werkplek om ongecontroleerde verplaatsing te voorkomen.

Vergrendel het mes zodat het niet draait tijdens het verwijderen. Draai de borgmoer (a) los, verwijder de sluitring (b), conische sluitring (c), mes (d) en mesborgring (e) van de aandrijfas (f). Reinig de binnenkant van het grasmaaierhuis, de aandrijfas en de bevestigingsadapter van de grasmaaier. Plaats op de aandrijfas (f) de mesbevestigingskraag (e), het nieuwe maairnes (f) zodat de gebogen randen (g) naar boven wijzen, de conische sluitring (c) zodat de platte kant tegen het maairnes ligt, de sluitring (b), schroef vervolgens de bevestigingsmoer vast en draai vast met een momentsleutel en een koppel van 47,5 Nm.

De grasmaaierbehuizing waterpas zetten

WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de motor en alle machineonderdelen zijn afgekoeld en dat de bougiekabel is losgekoppeld voordat u begint met het nivelleren van de snijelementbehuizing. Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen zoals beschermende handschoenen, oogbescherming en beschermende kleding.

Zet de grasmaaierbehuizing waterpas als ongelijkmatig maaien wordt waargenomen of als de prestaties afnemen. Zorg ervoor dat de machine op een stevige, vlakke ondergrond staat. Zorg ervoor dat de bandenspanning correct is, zoals aanbevolen in het gedeelte "Voorbereiding op gebruik" van de handleiding.

De methode voor het nivelleren van het grasmaaierhuis wordt getoond in de illustraties:

(XXXVI) - Er zit een afdekking op de maaihoogte-instellingsgeleider om te voorkomen dat de hoogte-instellingshendel in de vlakke stand komt te staan. Open de veiligheidsklep (a) en zet de hendel voor hoogteverstelling (b) in de horizontale stand (c).

(XXXVI), (XXXVII) - Draai de stelknoppen achter (d) en voor (e) los. Zorg ervoor dat de onderranden van de grasmaaierbehuizing

NL

evenwijdig zijn aan een vlak oppervlak en draai vervolgens de stelknoppen voor (e) en achter (d) vast. Draai de afstelknoppen vast met een momentsleutel. Draai de kunststof stelknoppen vast met een koppel van 9,5 Nm en draai de metalen stelknoppen vast met een koppel van 13,5 Nm. Zorg ervoor dat alle afstelknoppen goed vastzitten en dat de grasmaaierbehuizing tijdens het gebruik niet van positie verandert.

(XXXVIII) - Zet de hendel voor de hoogte-instelling (b) in een van de standen (f) in het instelbereik voor de maaihoogte en sluit vervolgens de veiligheidsklep (a).

Controleer of het gras gelijkmatig gemaid is. Herhaal de bovenstaande stappen bij onregelmatigheden.

LET OP! Niet gebruiken als de hoogteverstelhendel in de vlakke stand staat (c). Dit kan leiden tot schade aan de grasmaaierbehuizing en het mes en tot ernstig letsel.

Demontage van de wielen

Als er werkzaamheden zoals het vervangen van banden nodig zijn, moeten de wielen opnieuw worden gemonteerd zoals aangegeven in de illustratie:

(XXXIX) - Voorwiel.

Plaats het voorwiel (a) op de as (b) zodat het ventiel (c) zich aan de buitenkant van de machine bevindt en duw het wiel vervolgens naar achteren. Zet het wiel vast met ringen (d) en pen (e). Buig de pootjes van de pen (e) naar buiten. Controleer of het wiel goed is bevestigd en tijdens het gebruik niet loskomt.

Plaats de dop (f) op het wiel (a). Zorg ervoor dat de sluitring (d) de dop (f) op zijn plaats houdt.

(XL) - Montage van het achterwiel.

Plaats de tussenringen (a) en afstandsbus (b) op de as (c), in de volgorde zoals aangegeven in de illustratie (XL). Plaats de vierkante pen (d) in de asgleuf (e), plaats het achterwiel (f) op de as (c) zodat het ventiel (g) zich aan de buitenkant van de machine bevindt en beweeg het wiel dan naar achteren. Zet het achterwiel vast met ring (a) en ring (h). Controleer of het wiel goed is bevestigd en tijdens het gebruik niet loskomt. Plaats de dop (i) op het wiel (f). Zorg ervoor dat de sluitring (a) de dop (i) op zijn plaats houdt.

Smeren

Voordat u de machine opbergt, is het aan te raden om de gebieden aangegeven in de illustratie (XLI) te smeren. Smeer de aangegeven plaatsen in met motorolie. Als de machine wordt gebruikt in droge en zanderige gebieden, wordt het aanbevolen om droog grafi etvet te gebruiken voor de smering.

Smeer de onderdelen van de stuurinrichting met een precisiespuit, smeer andere delen met een borstel.

Probleemoplossing

Typische fouten en mogelijke oplossingen worden hieronder beschreven. Stop bij twijfel met het gebruik van het product en neem contact op met het geautoriseerde servicecentrum van de fabrikant.

De motor start niet:

  1. Het oliepeil controleren.
  2. Controleer het brandstofpeil.
  3. Vervang de bougie.
  4. Maak de kabel en accupolen schoon.
  5. Start de motor zoals beschreven onder "Starten van de verbrandingsmotor" in de instructies.

Motor start moeilijk:

De motor loopt niet gelijkmatig of er is een probleem met vermogensverlies:

  1. Het oliepeil controleren.
  2. Maak het luchtfi Iter schoon.
  3. Vervang de bougie.
    Motor is te zwaar beladen - gebruik een lagere versnelling.

Motor loopt niet soepel bij hogere toerentallen

  1. Maak het luchtfi Iter schoon.
  2. Vervang de bougie.
  3. Verander de stand van de gashendel.

De motor stopt wanneer de mesaandrijving wordt ingeschakeld

  1. Ga altijd in het midden van de stoel zitten om de stoelsensor te activeren.

NL

  1. Controleer de kabelboom op beschadigingen of losse aansluitingen. Repareer de beschadigde kabel.

Motor stopt op een helling

  1. Maai de hellingen op en neer. Maai nooit dwars op een helling.
  2. Ga altijd in het midden van de stoel zitten om de stoelsensor te activeren.

Hete motor veroorzaakt vermogensverlies

  1. Maak het luchtfi Iter schoon.
  2. Het oliepeil controleren.

Overmatige trillingen

  1. Vervang het mes
  2. Verlaag de bandenspanning.
  3. Controleer of de motorschroeven niet loszitten.

Gras wordt niet op de juiste manier verwijderd

  1. Stop de motor. Maak de bougiekabel los. Maak de behuizing van de grasmaaier schoon.
  2. Verhoog de maaihoogte.
  3. Vervang het mes.
  4. De rijsnelheid verlagen.
  5. Motortoerental verhogen

Ongelijkmatig maaien

  1. Controleer de bandenspanning.
  2. Pas het niveau van de grasmaaierbehuizing aan
  3. Controleer de vooras. Als de vooras niet vrij draait, draai dan de asbout los.

Achterwielen slippen op oneff en ondergrond

  1. Controleer de vooras. Als de vooras niet vrij draait, draai dan de asbout los.

Opslag

Zorg ervoor dat de bougiekabel is losgekoppeld.

Smeer de machineonderdelen die zijn aangegeven onder "Smering" in de instructies.

Maak het brandstofsysteem altijd leeg voordat u de motor stalt, zoals beschreven in het gedeelte "Het brandstofsysteem leegmaken" in de handleiding.

Verwijder de accu en laad deze op zoals beschreven onder "De accu opladen" in de instructies. Reinig de kabelklemmen en accupolen grondig. Corrosie van de polen kan de prestaties van de accu negatief beïnvloeden en leiden tot een onjuiste werking van de machine. Bewaar de accu op een koele, droge plaats.

Reinig de interne en externe onderdelen van de grasmaaier en conserveer met een roestwerend middel.

Berg de grasmaaier op in een droge, goed geventileerde en overdekte ruimte. De opslagruimte moet beveiligd zijn tegen toegang door kinderen. Het product moet worden bewaard bij een temperatuur tussen 10 en 30 graden Celsius. Het wordt aanbevolen om het product op te slaan in de originele verpakking of in een andere verpakking die het beschermt tegen stof.

Bewaar de grasmaaier horizontaal.

Transport

Opgelet! Leeg de brandstoftank altijd vóór transport zoals beschreven in het gedeelte "Brandstofsysteem legen" in de handleiding. Het product moet vóór transport worden beveiligd tegen beweging. Bescherm het product tegen stoten en sterke trillingen tijdens het transport. Transporteer de grasmaaier horizontaal. Controleer na elk gebruik of de schroefverbindingen goed vastzitten.

Emisie de zgomot (H.G. nr. 1756/2006)

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Yato

Model : YT-85550

Categorie : Tractor