SC55P - Thermische scarifier SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SC55P SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SC55P SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermische scarifier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SC55P - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SC55P van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING SC55P SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
![]() | Let op! Voor ingebruikname de gebruiksaanwijzing lezen. |
![]() | Derden (personen en dieren) moeten uit de gevarenzone worden gehouden. |
![]() | Warme oppervlakken! |
![]() | Scherp werkgereedschap – Snij niet in uw vingers of tenen - Ontkoppel de bougiestekker vóór onderhoud. |
![]() | Belangrijk. De uitlaatgassen zijn zeer giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-geventileerde ruimtes. |
![]() | Niet bij regen verticuteren/beluchten! |
![]() | Gehoor- en oogbescherming dragen. |
![]() | LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief - gevaar voor brandwonden! |
![]() | Voor ingebruikname olie en brandstof bijvullen. |
![]() | Gegarandeerd geluidsvermogensniveau in dB | |
![]() | Oliepeil controleren. | |
![]() | Benzinekraan open/dicht | |
![]() | Choke aan/uit | |
![]() | Mechanische motorrem | |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. | |
![]() | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave: Pagina:
- Inleiding....69
- Productbeschrijving (afb. 1 - 21)....69
- Inhoud van de levering (afb. 2)....69
- Beoogd gebruik....70
- Algemene veiligheidsvoorschriften 70
- Technische gegevens 73
- Uitpakken 74
- Montage....74
- Voor de ingebruikname.... 75
- Bediening....75
- Reiniging 76
- Onderhoud....76
- Opslag....77
- Afvalverwerking en hergebruik....78
- Verhelpen van storingen....78
- Conformiteitsverklaring....344
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:
• Ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruiksaanwijzing,
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- inbouw en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen,
- niet doelmatig gebruik,
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113.
Let op:
De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden.
2. Productbeschrijving (afb. 1 - 21)
- Greep
- Motorremhendel
- Onderste duwbeugel
- Stermoer van kunststof
-
Vangkorf
-
Uitwerpklep
- Riemafdekking
7a. Kruiskopschroef
7b. Inbusbout - Wielen
8a. Wieldoppen
8b. Kraagmoeren - Oliepeilstok
9a. Olieaftapplug - Werkhoogte-afstelling
- Tankdop
- Luchtfilterdeksel
12a. Vleugelmoer - Startmotor met trekkabel
- Spanrol
14a. Borgmoer
14b. V-snaar - hoofdschakelaar
- benzinekraan
- Choke-hendel
- moer
18a. Contramoer - Bougiestekker
19a. Bougie
A. Kabelklem
B. Kabelhouder
C. Bout
D. Borgmoer
E. Vierkant-halsschroef M8x30
F. Platte kopbout M8x45
G. Onderlegring
3. Inhoud van de levering (afb. 2)
Pos. Aantal Aanduiding
| 3 | 2x | Onderste duwbeugel |
| 4 | 4x | Stermoer van kunststof |
| 5 | 1x | Vangkorf |
| 8 | 4x | Wielen |
| 8 a | 4x | Wieldop |
| A | 1x | Kabelklem |
| B | 1x | Kabelhouder |
| C | 2x | Bout |
| D | 2x | Borgmoer |
| E | 2x | Vierkant-halsschroef M8x30 |
| F 2x Platte kopbout M8x45 |
| G 4x Onderlegring |
| 1x Gebruiksaanwijzing |
| 1x Benzine verticuteermachine |
4. Beoogd gebruik
Het product wordt als verticuteermachine geleverd. Met de verticuteercilinder wordt mos en onkruid inclusief de wortels uit de grond gerukt en wordt de grond los gemaakt. Hierdoor kan het gazon de voedingsstoffen beter opnemen en wordt deze gereinigd. Wij adviseren om het gazon in het voorjaar (april) en de herfst (oktober) te verticuteren.
De verticuteermachine is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin.
Verticuteermachine voor de particuliere tuin of hob-bytuin zijn machines waarvan het jaarlijks gebruik in principe niet meer is dan 10 uur en voornamelijk voor het onderhoud van gras- of gazonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in openbare installaties, parken, sportvelden, alsook in de land- en bosbouw.
Het in acht nemen van de door de fabrikant meegeleverde gebruikshandleiding is voorwaarde voor het beoogde gebruik van de verticuteermachine. De gebruiksaanwijzing bevat ook de bedrijfs-, onderhoudsen instandhoudingsvoorwaarden.
⚠ Waarschuwing! Vanwege het risico op lichamelijk letsel bij de gebruiker, mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als hakselaar voor het kleinmaken van boom- en hegsnijafval. Verder mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als motorhakfrees en voor het egaliseren van grondoneffenheden, zoals molshopen.
Om wille van veiligheidsredenen mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als aandrijfaggregaat voor andere werkgereedschap en gereedschapsets behalve als dit uitdrukkelijk door de fabrikant is toegestaan.
Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.
Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikershandleiding
⚠ Waarschuwing
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
GEVAAR
Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
⚠️ VOORZICHTIG
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
LET OP
Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
5. Algemene veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften
Leer uw product kennen.
De gebruikshandleiding en de aanduidingen op de machine moeten zijn gelezen en worden begrepen.
Ervaar hoe en voor welke doeleinden de machine kan worden gebruikt. Zorg dat u bekend bent met de potentiële
gevaren van de machine.
Leer hoe de machine wordt bestuurd en conform de voorschriften moet worden bediend. Leer hoe de machine en de besturingen snel kunnen worden gestopt resp. worden uitgeschakeld.
Alle instructies en veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke gebruikershandleiding die bij de machine wordt geleverd, moeten worden gelezen en begrepen. Probeer de machine niet te bedienen als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of materiële schade kunt voorkomen.
Veiligheid op de werkplek
De motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draaien. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevatten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas.
Deze eenheid uitsluitend in een goed geventileerde buitenruimte gebruiken.
Gebruik de machine nooit als er onvoldoende zicht resp. voldoende licht is. De machine nooit gebruiken op steile hellingen. Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van boven naar beneden.
Veiligheid van personen
-
Gebruik de machine nooit onder invloed van drugs, alcohol of andere medicijnen die uw vermogen om het apparaat correct te gebruiken kunnen beïnvloeden.
-
Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kleding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.
-
Draag beschermende uitrusting. Draag altijd oog-bescherming.
-
Beschermende uitrusting, zoals stofmaskers, veiligheidshelm of gehoorbescherming, die onder relevante omstandigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermindering van lichamelijk letsel.
-
Controleer de machine voor het starten. Afschermingen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven goed zijn aangehaald.
-
Bedien de machine in geen geval als deze moet worden gerepareerd of als het mechanisme beschadigd is.
-
Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-functionerende onderdelen voor gebruik van de machine. Controleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandigheden voor de machine zijn.
-
Manipuleer in geen enkele geval de veiligheids- voorzieningen. Controleer regelmatig de werking.
-
De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Machines die op benzine werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.
-
Controleer voor het starten regelmatig of de sleutel, resp. moersleutel uit de machine zijn verwijderd. Als een moersleutel of sleutel op een draaiend onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan.
-
Blijf alert en gebruik uw gezond verstand bij het bedienen van de machine.
-
Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik de machine niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoeisel. Draag veiligheids-schoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.
-
Neem altijd een stabiele positie in en let op uw evenwicht. Hierdoor kan de machine in onverwachte situaties beter worden gecontroleerd.
-
Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de motor voor het transport van de machine of bij onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de unit of deze is uitgeschakeld. Het transport van de machine of onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de machine bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden.
-
Controleer het terrein, waarop de machine wordt gebruikt en verwijder stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde voorwerpen die kunnen worden vastgegrepen en worden weggeslingerd.
-
Als apparaten met uitwerping aan de achterkant en blootliggende achterste rollen zonder vanginrichting worden gebruikt, moet volledige oogbescherming worden gedragen.
-
Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.
Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen
-
Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kunnen bij ontsteking exploderen. Neem bij het gebruik van brandstof passende maatregelen om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen.
-
Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone, goed geventileerde buitenruimte en gebruik een goedgekeurde brandstoftank. Niet roken. Vermijd ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van de eenheid. De tank in geen geval in een gebouw vullen.
-
Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals gereedschappen, uit de buurt van onbeschermde, onder spanning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkoverslag te voorkomen. Ze kunnen rookgassen of dampen doen ontbranden.
-
Schakel de motor altijd uit en laat deze afkoelen voordat u de tank vult. Verwijder in geen geval de tankdop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of warm is. De machine mag niet worden bediend als de brandstofinstallatie lekt.
-
Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de tank af te tappen.
-
Vul de tank niet te vol (tot ca. 1,5 cm onder de vu- lopening van de ruimte bij brandstofuitzetting door de motorwarmte).
-
De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en verwijder de gemorste brandstof. De eenheid mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aangebracht.
-
Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemorste brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan de machine uit het betreffende bereik en voorkom ontstekingsbronnen totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
-
Brandstof moet in de juiste containers worden bewaard die geschikt zijn voor dit doeleinde.
-
Bewaar brandstof op een koele, goed geventileerde plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen.
-
Bewaar de brandstof of de machine nooit met een met brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgassen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewaren nooit laten afkoelen in een behuizing.
-
Indien er benzine is overgelopen mag er in geen geval gepoogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet de machine uit de buurt van de plaatsen worden gehaald waar de benzine heeft gemorst. Elke ontstekingspoging moet worden vermeden totdat de benzinedampen zijn verdampt.
-
Vanwege veiligheidsredenen moeten benzinetank en tankdeksel bij beschadiging worden vervangen.
Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van de machine
-
De machine niet optillen of dragen bij een draai- ende motor. Stop het werktuig wanneer u andere gebieden dan gras doorkruist en wanneer u de machine van en naar het te bewerken oppervlak transporteert.
-
De machine nooit bedienen met geweld. Gebruik de juiste machine voor de gewenste toepassing. De juiste machine zal de taak op een betere en veilige manier uitvoeren.
-
Verander de instellingen van de motortoerenregelaar niet en laat de motor niet met een te hoog toerental draaien. De toerenregelaar regelt het maximale bedrijfstoerental dat veilig is voor de motor.
-
Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt bewerkt.
-
Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uitwerpopening.
-
Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als de eenheid is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden of instellingen laten afkoelen.
-
Als de machine ongewone geluiden maakt of ongewoon trilt, moet de motor direct worden uitgeschakeld, de bougiekabel worden losgekoppeld en de oorzaak worden gezocht. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingsteken.
-
Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aan-sluitingen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden.
-
De machine onderhouden. Controleer of onderdelen in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van de machine zou kunnen beïnvloeden. De machine bij schade voor gebruik laten repareren. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende onderhouden apparatuur.
-
Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opgehoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen.
-
Zorg dat snijgereedschap scherp en schoon blijft. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is eenvoudiger te bedienen.
-
De eenheid in geen geval natspuiten met of onderdompelen in water of andere vloeistof. Houd het stuur droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen.
-
Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct afvoeren van brandstof, olie, enz. ter bescherming van het milieu in acht nemen.
-
Houd de machine buiten het bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met de machine of deze aanwijzingen de machine niet bedienen. De machine is gevaarlijk in de handen van niet-geïinstrueerde gebruikers.
-
Beschadigde geluiddempers moeten worden vervangen.
-
Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het werkgereedschap en de bouten versleten of beschadigd is. Om eventueel onbalans te vermijden moeten versleten of beschadigde gereedschappen en bouten altijd per set worden vervangen. Werk met de machine alleen bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting.
-
Gebruik het apparaat indien mogelijk niet op nat gras of wees bijzonder voorzichtig om uitglijden te voorkomen.
-
Geleid de machine alleen in looppas.
-
Werk altijd dwars op de helling, nooit op- en neerwaarts.
-
Wees met name voorzichtig als u uw rijrichting op de helling verandert.
-
Werk nooit op overmatig steile hellingen.
-
Wees met name voorzichtig als de machine moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt.
-
Gebruik de machine nooit met beschadigde of zonder veiligheidsvoorziening, bijv. zonder stootplaten en/of vanginrichting.
-
Koppel alle uitrustingsgereedschappen en aandrijvingen los voordat u de motor start.
-
Start of bedien de startschakelaar voorzichtig volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Zorg ervoor dat uw voeten zich op voldoende afstand van het werkgereedschap bevinden.
-
Bij het starten of aanzwengelen van de motor mag de machine niet gekanteld worden, tenzij de machine tijdens het proces opgetild moet worden.
In dit geval kantelt u het slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op die richting de bedieningspersoon is gekeerd.
-
Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.
-
Als de motor afloopt, sluit u de smoorklep; als de motor een benzinekraan heeft, sluit u deze na het beluchten van de grond of het verticuteren
-
Schakel de motor uit, verwijder de bougiestekker en, voor machines met accustart, verwijder de contactsleutel:
- wanneer u de machine verlaat
- voor het tanken
- Schakel de motor uit, verwijder de bougiestekker en, voor machines met accustart, verwijder de contactsleutel:
- voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost,
- voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden aan uitvoert,
- indien een vreemd voorwerp is geraakt. Controleer de machine op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine opnieuw start en ermee gaat werken,
- als de machine abnormaal begint te trillen (on-middellijk controleren)
Aanwijzingen voor de instandhouding
Schakel de motor uit voordat u de machine reinigt, repareert, inspecteert of afstelt en zorg ervoor dat alle onderdelen stilstaan.
Maak de bougiekabel los en plaats de kabel uit de buurt van de bougie om onbedoeld starten te voorkomen.
Laat de machine onderhouden door gekwalificeerd personeel met uitsluitend het gebruik van originele reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van de machine behouden blijft.
| Cilinderinhoud 212 cm3 | |
| Motorvermogen max. 4,1 kW/5,5 HP | |
| Werktoerental 3400 min | -1 |
| Brandstof | Loodvrije benzine |
| Tankinhoud | 3,6 l |
| CO2-uitstoot 289,55 g/kWh | |
| Motorolie 10W 30 / SAE 30 | |
| Bougie F7RTC | |
| Tankinhoud / olie 0,6 l | |
| Diepte-instelling +10 / -12 | |
| Werkbreedte 400 mm | |
| Aantal messen 15 | |
| Mes ∅ 165 | |
| Inhoud opvangkorf | 40 l |
| Gewicht | 31,2 kg |
Technische wijzigingen voorbehouden!
Informatie over de geluidsproductie gemeten volgens de relevante normen:
$$ \text { Geluidsdruk } L _ {\mathrm{PA}} = 7 8, 6 \mathrm{dB} $$
$$ \text { Geluidsvermogen } L _ {\mathrm{wA}} = 1 0 0, 5 \mathrm{dB} $$
$$ \text { Meetonnauwkeurigheid } K _ {\mathrm{pA}} = 1, 9 \mathrm{dB} $$
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
Trilling:
$$ \text { Trilling } A _ {\mathrm{hv}} (\text { links / rechts }) = 8, 3 8 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$
$$ \text { Meetonzekerheid } K _ {\mathrm{pA}} = 1, 5 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$
Beperk de geluidsproductie en trilling tot een minimum!
- Gebruik alleen optimale producten.
- Onderhoud en reinig het product regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het product aan.
• Zorg dat het product niet overbelast raakt. - Laat het product eventueel controleren.
- Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
• Draag handschoenen.
7. Uitpakken
⚠ LET OP!
Het product en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voorzichtig uit.
-
Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
-
Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
8. Montage
⚠ Let op!
Het product voor de ingebruikstelling in ieder geval volledig monteren!
Plaats het product op een vlak, recht oppervlak!
Benodigd gereedschap:
• 2x steeksleutel SW13*
*=niet meegeleverd!
8.1 Monteren van de wielen (8) en wieldoppen (8a) (afb. 19)
- Draai de voorgemonteerde kraagmoer (8b) los met een steeksleutel SW13*.
- Duw het wiel (8) op de wielnaaf.
- Plaats de kraagmoer (8b) terug op de wielnaaf met behulp van steeksleutel SW13'.
- Plaats de wieldop (8a) op het wiel (8) en druk deze gelijkmatig aan totdat alle clips vastgeklikt zijn.
- Herhaal deze procedure voor alle wielen (8).
8.2 montage van de onderste (3) en bovenste geleiderail (afb. 3 - 9)
-
Monteer de onderste duwbeugel (3) zoals in afb. 3 + 4. Zet de onderste duwbeugel (3) vast met de bout (C) en de borgmoer (D) en met de bout met vierkante hals (E), de onderlegring (G) en de kunststof stermoer (4), met behulp van twee steeksleutels SW13.
-
Herhaal deze werkwijze aan de andere zijde.
-
Verbind de bovenste duwbeugel met de onderste duwbeugels (3). Gebruik de twee kunststof stermoeren (4) met de platkopbouten (F) en onderlegringen (G). Plaats de kabelhouder (B) op de platkopschroef (F) aan de rechterkant voordat u de onderlegring (G) en de kunststof stermoer (4) aanbrengt.
-
Maak de kabel vast met de kabelklem (A) op de onderste duwbeugel (3). (afb. 8 + 9)
9. Voor de ingebruikname
9.1 Bevestig de vangkorf (5) (afb. 10 - 11)
- Til de uitwerpklep (6) op.
- Bevestig de vangkorf (5) van bovenaf.
9.2 Werkhoogteverstelling (10) (afb. 12)
- Pak de hendel voor de werkhoogteverstelling (10) vast en trek deze iets naar buiten.
- Beweeg de hendel in de gewenste richting om een van de zes werkhoogtes in te stellen.
- Laat de hendel in de gewenste positie los om de werkhoogte vast te zetten.
10. Bediening
⚠ Let op!
De motor wordt zonder olie geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Het oliepeil in de motor moet voor elke keer maaien worden gecontroleerd.
Het product starten (afb. 13, 14)
Om te voorkomen dat de motor onbedoeld start, is deze uitgerust met een motorrem, die tijdens het gebruik altijd geactiveerd moet zijn, anders stopt de motor.
Let op: Bij het loslaten van de motorremhendel (2) moet deze in de uitgangspositie terugkeren en de motor wordt automatisch uitgezet. Als dit niet het geval is, mag het product niet worden gebruikt.
-
Zet de hoofdschakelaar (15) in de schakelpositie "ON" en open vervolgens de benzinekraan (16). Zet hiervoor de kraan op "ON".
-
Zet de chokehendel (17) in de stand "Choke". Aanwijzing: De choke hoeft doorgaans bij het opnieuw starten van een warme motor niet te worden gebruikt.
-
Bedien de motorremhendel (2) en trek stevig aan de kabelstarter (13) totdat de motor start.
-
Laat de motor kort opwarmen en zet de chokehen- del (17) dan in de stand "RUN".
Let op: Het starterkoord (13) altijd langzaam tot de eerste weerstand er uit trekken, voordat deze voor het starten snel wordt uitgetrokken. Laat het starterkoord (13) na het uittrekken niet terugschieten
Let op: De verticuteerwals roteert als de motor wordt gestart.
Let op! Open nooit de uitwerpklep (6) als de motor nog draait. De draaiende wals kan letsel veroorzaken. Bevestig altijd zorgvuldig de uitwerpklep (6).
De door het geleidingswiel aangegeven veiligheidsafstand tussen de behuizing en de gebruiker moet altijd in acht worden genomen. Tijdens de werkzaamheden en veranderingen van de rijrichting bij struikgewassen en hellingen moet uiterst voorzichtig te werk worden gegaan. Zorg altijd voor een stabiele stand, draag schoenen met antislipbestendige zolen en een lange broek. Werk altijd dwars op een helling.
Hellingen van meer dan 15 graden mogen met het product om wille van veiligheidsredenen niet worden geverticuteerd. Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaatsen en bij het trekken van het product. Struikelgevaar!
verticuteren
Bij het verticuteren worden het gazonoppervlak en de grasnaad bekrast met het verticuteermes. Dit verwijdert mos, mulch en onkruid en snijdt fijne wortels aan de bovenkant door. Hierdoor kunnen lucht, licht, water en voedingsstoffen de graswortels beter bereiken en groeit het gazon beter en dikker. Het doorsnijden van de fijne wortels stimuleert ook de groei van het gazon.
Dit bevordert de duurzaamheid van het gazon.
Verticuteer maximaal twee keer per jaar.
Idealiter in april/mei en/of september/oktober.
Bemest en besproei het gazon na het verticuteren voor een nog beter resultaat.
Aanwijzingen voor correct werken
- Tijdens de werkzaamheden wordt een overlappende werkwijze geadviseerd. Om een net snijbeeld te bereiken moet het product in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven. Verticuteer eerst in de lengterichting en vervolgens in de tweede stap in de dwarsrichting om een schaakbordpatroon te creëren.
- Zodra tijdens het werken grasresten blijven liggen, moet de vangkorf worden geleegd. Let op! Voor het verwijderen van de vangkorf de motor uitschakelen en de stilstand van de wals afwachten!
- Herzaai na het verticuteren gedeeltes die geen of weinig gras hebben.
- Voor het losmaken van de vangkorf (5), moet de uitwerpklep (6) met een hand worden opgetild en met de andere hand moet de vangkorf (5) worden verwijderd! Hoe vaak moet worden geverticuteerd, hangt in principe af hoe hard het gras van het gazon groeit en van de hardheid van de grond.
- De onderzijde van het product moet schoon worden gehouden en aarde- en grasafzettingen moeten absoluut worden verwijderd. Afzettingen verzwaren het starten en beïnvloeden de kwaliteit. Op hellingen moet de baan dwars op de helling worden gemaakt. Voordat enige controles van de wals wordt uitgevoerd, moet de motor worden uitgeschakeld.
Let op! De wals draait na het uitschakelen van de motor nog enkele seconden verder. Probeer nooit de wals te stoppen. Als de bewegende wals op een voorwerp slaat, moet het product worden uitgeschakeld en wacht u tot de wals volledig tot stilstand is gekomen. Controleer vervolgens de toestand van de wals. Als deze is beschadigd, moet het worden vervangen.
11. Reiniging
- Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleuven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijk zijn. Wrijf het product met een schone doek af en blaas deze met perslucht bij lage druk uit.
- Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen.
- Maak het product regelmatig schoon met een vochtige doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen de kunststofonderdelen van het product aantasten. Let op dat er geen water in het product binnendringt.
- Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat, accukast en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, stro, mos, bladeren en uittredend vet.
12. Onderhoud
⚠ Waarschuwing
Laat reparatie- en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door onze gespecialiseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Er bestaat gevaar voor ongevallen! Voer onderhoudsen reinigingswerkzaamheden altijd uit met uitgeschakelde motor. Er bestaat gevaar voor verwonding!
Laat het product altijd afkoelen voordat onderhouds- of reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd. El- menten van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor letsel en brandwonden!
Benodigd gereedschap:
- Steeksleutel SW13*
- Steeksleutel SW20*
- Inbussleutel 5 mm*
• Kruiskopschroevendraaier* - Bougiesleutel*
• Koperdraadborstel* - Opvangbak*
- Trechter*
- Doek*
* = niet altijd meegeleverd!
- Een versleten of beschadigde meswals moet door een bevoegde monteur worden vervangen.
- Let op dat alle bevestigingselementen (schroeven, moeren enz.) altijd goed zijn aangehaald, zodat u met de verticuteermachine altijd veilig kunt werken.
- Bewaar de verticuteermachine in een droge ruimte.
- Voor een lange levensduur moeten alle schroefdelen alsook de wielen en assen worden gereinigd en aansluitend worden geolied.
- Het regelmatige onderhoud van de verticuteermachine beschermt niet alleen de duurzaamheid en het prestatieniveau, maar draagt ook bij aan zorgvuldig en eenvoudig verticuteren van uw gazon.
- Aan het einde van het seizoen deint u een algemene controle uit te voeren aan de verticuteermachine en verwijdert u alle verzamelde resten. Voor elk begin van het seizoen moet de status van de verticuteermachine absoluut worden gecontroleerd. Bij nodige reparaties dient u contact op te nemen met de klantenservice.
- Controleer de vanginrichting regelmatig op slijtage of beschadigde onderdelen.
- Controleer het product regelmatig en vervang uit voorzorg versleten of beschadigde onderdelen.
- Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht gebeuren. De afgetapte brandstof moet in een speciale container voor brandstof worden bewaard of met speciale zorg worden afgevoerd.
12.1 De motorrem afstellen (afb. 21)
- Draai de contramoer (18a) los.
-
Draai de moer (18) in de gewenste richting, afhankelijk van of u de motorrem strakker of losser wilt afstellen.
-
Draai de contramoer (18a) weer vast.
12.2 Span de V-snaar (14b) (afb. 20)
- Draai de beide kruiskopschroeven (7a) op de riemafdekking (7) los met een kruiskopschroevendraaier*.
- Draai de inbusbout (7b) los met een 5 mm inbus-sleutel*.
- Verwijder de riemafdekking (7).
- Draai de borgmoer (14a) los met een steeksleutel van SW 13*.
- Schuif de spanpoelie (14) naar buiten om de V-snaar (14b) aan te spannen.
- Houd de spanpoelie (14) op zijn plaats en draai de borgmoer (14a) weer vast.
- Plaats de riemafdekking (7) weer terug.
12.3 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 15, 16)
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtfilter moet elke 50 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter vaker worden gecontroleerd.
- Draai de vleugelmoer (12a) op het luchtfilterdeksel (12) los.
- Verwijder het filter.
- Reinig het luchtfilter uitsluitend door het uit te kloppen of met perslucht.
- De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
Let op: Luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen reinigen.
12.4 Onderhoud/vervangen van de bougie (19a) (afb. 17, 18)
Controleer de bougie (19a) voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel*. Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
- Trek de bougiestekker (19) er met een draaibeweging af.
- Verwijder de bougie (19a) met een bougiesleutel*.
- De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
12.5 Controleer het oliepeil (afb. 22)
Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
- Start de motor en laat deze kort warmdraaien.
-
Schroef de oliepeilstok (9) los door naar links te draaien en veeg deze met een schone pluisvrije doek* af.
-
Voer de oliepeilstok (9) weer in en controleer het oliepeil zonder de oliepeilstok (9) weer vast te schroeven.
- Trek de oliepeilstok (9) eruit en lees in horizontale positie het oliepeil af. Het oliepeil moet tussen de beide markeringen op de oliepeilstok (9) staan.
- Schroef de oliepeilstok (9) vervolgens weer vast.
12.6 Motorolie verversen (afb. 22, 23)
De olie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen ververst worden als de motor op bedrijfstemperatuur is.
Gebruik alleen 4-takt motorolie (10W 30 / SAE 30).
- Plaats een opvangbak* onder de olieaftapplug (9a).
- Verwijder de olieaftapplug (9a) en de oliepeilstok (9).
- Kantel het product iets naar voren en laat alle olie eruit lopen.
- Plaats de olieaftapschroef (9a) weer terug.
- Vul maximaal 0,6 liter verse olie in de olievulopening met behulp van een trechter*.
- Schroef de oliepeilstok (9) er weer in en laat het product kort draaien.
- Controleer vervolgens opnieuw het oliepeil zoals beschreven in 12.5.
Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Olie*, bougie*, V-snaar*, meswals*
* niet persé meegeleverd!
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
13. Opslag
Het product voorbereiden voor opslag Waarschuwing: Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gas-dampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
- Leeg de benzinetank met een afzuigpomp voor benzine.
- Start de motor en laat de motor net zo lang lopen totdat de resterende benzine is verbruikt.
⚠ WAARSCHUWING: Bewaar het product nooit met benzine in de tank in een gebouw waar benzinedampen in contact kunnen komen met open vuur of vonken!
- Ververs de olie na elk seizoen. Verwijder daartoe de oude motorolie uit de warme motor en vul nieuwe olie bij.
- Verwijder de bougie van de cilinderkop. Vul met een oliekan ca. 20 ml olie in de cilinder. Trek langzaam aan de startgreep, zodat de olie de cilinder aan de binnenkant beschermt. Schroef de bougie weer terug vast.
- Reinig de koelribben van de cilinder en de behuizing.
- Reinig het gehele product om de lakverf te beschermen.
- Bewaar het product op een goed geventileerde plaats of locatie.
Het product voorbereiden voor transport
- Leeg de benzinetank met een afzuigpomp voor benzine.
- Laat de motor net zo lang lopen totdat de resteren-de benzine is verbruikt.
-
Leeg de motorolie uit de warme motor.
-
Verwijder de voedingsstekker van de bougie.
- Reinig de koelribben van de cilinder en de behuizing.
- Demonteer indien nodig de duwbeugels. Zorg ervoor dat de kabels niet geknikt zijn.
14. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Informatie over het afvoeren van versleten appara- tuur kunt u opvragen bij uw gemeente.
Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.
15. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Motor start niet | Motorremhendel niet ingedrukt Motorremhendel indrukken | |
| Bougie defect Bougie vervangen | ||
| Brandstoftank leeg Brandstof bijvullen | ||
| Benzinekraan dicht Benzinekraan | openen | |
| Motorvermogen wordt minder | Te harde grond Verticuteerdiepte corrigeren | |
| Verticuteerbehuizing verstopt Behuizing reinigen | ||
| Mes sterk versleten Mes vervangen | ||
| Luchtfilter vervuild Luchtfilter reinigen | ||
| Onzuiver gverticuteerd | Messen versleten Mes vervangen | |
| Onjuiste verticuteerdiepte Verticuteerdiepte corrigeren | ||
| Motor draait, meswals draait niet | Snaar gescheurd | Laat dit door een werkplaats van de klantenservice controleren |
| Riem los Snaar op de juiste spanning brengen | ||
Merknad om emballasjen



Emballasjemateriale kan resirkuleres. Vennligst kast emballasje på en miljøvennlig måte.
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.















