UniversalDistance 30 - Meetinstrumenten BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis UniversalDistance 30 BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over UniversalDistance 30 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UniversalDistance 30 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UniversalDistance 30 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING UniversalDistance 30 BOSCH
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original brugsanvisning
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN
ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
- Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met origine-le vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere personen of zichzelf kunnen verblinden.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Beschrijving van product en werking
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten van afstanden, lengtes, hoogtes, afstanden en voor het berekenen van oppervlaktes en volumes.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis. Dit product is een laserproduct voor consumenten in overeenstemming met EN 50689.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de weergave van het meetgereedschap in de afbeeldingen.
(1) Toets voor kiezen van referentievlak
(2) Min-toets/navigatietoets
(3) Functietoets
(4) △ Meettoets
(5) Display
(6) Toets meetwaardelijst
(7) Plus-toets/navigatietoets
(8) Aan/uit-toets
(9) Batterijvakdeksel
(10) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(11) Serienummer
(12) Ontvangstlens
(13) Uitgang laserstraal
80 | Nederlands
(14) Laser-waarschuwingsplaatje
(15) Opbergetui
Aanduidingselementen
(a) Aanduiding meetwaardelijst
(b) Batterij-aanduiding
(c) Meetwaarderegels
(d) Resultaatregel
(e) Referentievlak van de meting
(f) Laser ingeschakeld
(g) Aanduiding meetfunctie
(h) Foutaanduiding "ERROR"
Technische gegevens
| Digitale laser-af-standsmeter | UniversalDistance 30 | UniversalDistance 50 |
| Productnummer | 3 603 F72 5.. | 3 603 F72 8.. |
| MeetbereikA) | 0,05–30 m | 0,05–50 m |
| Meetnauwkeurig-heidB) | ±2,0 mm | ±2,0 mm |
| Kleinste aandui-dingseenheid | 1 mm | 1 mm |
| Algemeen | ||
| Gebruikstemperatuur | -10°C ... +40°C | -10°C ... +40°C |
| Opslagtemperatuur | -20°C ... +70°C | -20°C ... +70°C |
Nederlands | 81
| Digitale laser-af-standsmeter | UniversalDistance 30 | UniversalDistance 50 |
| Relatieve lucht-vochtigheid max. | 90 % | 90 % |
| Max. gebruikshoog-te boven referentie-hoogte | 2000 m | 2000 m |
| Vervuilingsgraad volgensIEC 61010-1 | 2^c) | 2^c) |
| Laserklasse 2 2 | ||
| Lasertype 635 nm, < 1 mW | 635 nm, < 1 mW | |
| Divergentie van la-serstraal | < 1,5 mrad (volle-dige hoek) | < 1,5 mrad (volle-dige hoek) |
| Automatische uit-schakeling na ca. | ||
| – Laser 20 s 20 s | ||
| – Meetgereed-schap (zondermeting) | 5 min | 5 min |
| Batterijen 2 × 1,5 V LR03(AAA) | 2 × 1,5 V LR03(AAA) | |
| levensduur batterij ca. | ||
| – Enkele meting ^D) | 10000 | 10000 |
82 | Nederlands
| Digitale laser-af-standsmeter | UniversalDistance 30 | UniversalDistance 50 |
| - Continumeting D) | 2,5 h | 2,5 h |
A) Bij meting vanaf voorkant. Bij ongunstige omstandigheden zoals bijv. zeer sterke verlichting, sterk van 20°C afwijkende temperatuur of een slecht reflecterend oppervlak kan het meetbereik beperkt zijn.
B) Dit geldt voor een hoog reflecterend vermogen van het meetvoorwerp (bijv. een wit geverfde muur), een zwakke achtergrondverlichting en een gebruikstemperatuur van 20 °C. Bovendien moet er rekening worden gehouden met een afwijking van ±0,05 mm/m. Onder ongunstige omstandigheden zoals sterke verlichting, grote hoogtes of een slecht reflecterend oppervlak en bij een gebruikstemperatuur van 20 °C kan de afwijking ±4 mm bedragen. Bovendien moet er rekening worden gehouden met een afwijking van ±0,15 mm/m.
C) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
D) bij een gebruikstemperatuur van 20 °C
Het serienummer (11) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw meetgereedschap.
Batterij plaatsen/verwisselen
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag corroderen en zichzelf ontladen.
Gebruik
Ingebruikname
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap moet u vóór het verder werken altijd een nauwkeurigheidscontrole (zie „Nauwkeurigheidscontrole“, Pagina 86) uitvoeren.
In-/uitschakelen
» Druk op de toets om het meetgereedschap in te schakelen.
U kunt het meetgereedschap ook inschakelen zonder op de toets fedrukken.
Bij het inschakelen van het meetgereedschap wordt de laserstraal nog niet ingeschakeld.
84 | Nederlands
» Houd de toets ingedrukt om het meetgereedschap uit te schakelen.
Als ca. 5 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.
Bij het uitschakelen blijven alle opgeslagen waarden behouden.
Meetprocedure
Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de functie lengtemeting.
Als referentievlak voor de meting is na het inschakelen de achterkant van het meetgereedschap gekozen. U kunt het referentievlak wijzigen. (zie „Referentievlak kiezen“, Pagina 85)
» Plaats het meetgereedschap op het gewenste startpunt van de meting (bijv. muur).
» Druk kort op de toets 🚠 in de laser in te schakelen.
» Richt de laserpunt op het doel.
» Druk opnieuw op de toets aan de meting te activeren.
Na het meten wordt de laserstraal uitgeschakeld. Voor nog een meting herhaalt u deze procedure.
Meetwaarden of eindresultaten kunnen opgeteld of afgetrokken worden.
In de functie continumeting begint de meting al na de eerste keer drukken op de toets

Raadpleeg voor aanvullende informatie de online- gebruiksaanwijzing: www.bosch-pt.com/manuals

Het meetgereedschap mag tijdens een meting niet worden bewogen (met uitzondering van de functie continu-
meting). Leg daarom het meetgereedschap indien mogelijk tegen een vast aanslag- of oplegvlak.

De ontvangstlens (12) en de uitgang van de laserstraal (13) mogen bij een meting niet afgedekt
zijn.
Referentievlak kiezen
Voor de meting kunt u uit verschillende referentievlakken kiezen:

de achterkant van het meetgereedschap (bijv. als het tegen een muur wordt gelegd)

de voorkant van het meetgereedschap (bijv. bij het meten vanaf de rand van een tafel)

Raadpleeg voor aanvullende informatie de online- gebruiksaanwijzing: www.bosch-pt.com/manuals
Meetfuncties
Meetfuncties kiezen/wijzigen
Het meetgereedschap biedt de volgende meetfuncties:
- lengtemeting
- Oppervlaktemeting
- Continumeting
- Volumemeting

natural_image
Pure graphical icons without any text, numbers, or symbols» Druk zo vaak op de toets tot op het display (5) de aanduiding voor de gewenste functie verschijnt.
» Om de keuze te bevestigen drukt u op de toets

Raadpleeg voor aanvullende informatie de online- gebruiksaanwijzing: www.bosch-pt.com/manuals
Nauwkeurigheidscontrole
Controleer regelmatig de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.

Raadpleeg voor aanvullende informatie de online- gebruiksaanwijzing: www.bosch-pt.com/manuals
Foutmelding

Het meetgereedschap bewaakt de correcte werking bij elke meting. Als een defect wordt vastgesteld, verschijnt op het display alleen nog het hiernaast afgebeelde symbool. In dit geval, of als de hierboven genoemde hulpmaatregelen een fout niet kunnen verhelpen, geeft u het meetgereedschap via uw dealer aan de Bosch klantendienst.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde opbergetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Houd vooral de ontvangstlens (12) met dezelfde zorgvuldigheid schoon als waarmee een bril of lens van een fototoestel moet worden behandeld.
Stuur het meetgereedschap voor reparatie in het opbergetui (15) op.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen.
Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Meetgereedschappen, accu's/batterijen, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.