BLP 73M - Verwarming Master - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BLP 73M Master in PDF-formaat.
| Producttype | Draagbare heteluchtverwarming |
| Merk | Master |
| Model | BLP 73M |
| Brandstof | Vloeibaar gas (LPG), categorie I3B/P |
| Maximaal thermisch vermogen | Tot 33 kW (afhankelijk van model) |
| Voedingsspanning | 220-240 V / 110-120 V (afhankelijk van versie) |
| Frequentie | 50/60 Hz |
| Ontstekingstype | Handmatig (piëzo-elektrisch) of elektronisch (afhankelijk van versie) |
| Hoofdfuncties | Verwarming en ventilatie (afhankelijk van versie) |
| Gasaansluiting | Flexibele slang 1,5 m, drukregelaar met veiligheidsklep |
| Benodigd luchtvolume | Minimaal 100 m³, of 1 m³ per 100 W vermogen |
| Vereiste ventilatie | Opening van 25 cm² per kW, minimaal 250 cm², boven en onder |
| Veiligheidsafstand | 2,5 m van brandbare materialen |
| Beveiliging | Veiligheidsuitschakeling bij oververhitting of vlamdefect |
| Reiniging | Reinig regelmatig de luchtinlaat (achterzijde) |
| Onderhoud | Jaarlijkse controle door de klantenservice |
| Reserveonderdelen | Gasslang, drukregelaar, stroomkabel, kamertemperatuurregelaar (optioneel) |
| Repareerbaarheid | Ingrepen voorbehouden aan fabrikant of gekwalificeerde professional |
| Beoogd gebruik | Mobiele en tijdelijke professionele toepassingen (geen huishoudelijk gebruik) |
| Garantie | 12 maanden vanaf aankoopdatum |
Veelgestelde vragen - BLP 73M Master
Gebruikersvragen over BLP 73M Master
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BLP 73M - Master en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BLP 73M van het merk Master.
GEBRUIKSAANWIJZING BLP 73M Master
Deze generator is een draagbare luchtverwarmer die op vloeibaar gas werkt, gekenmerkt door volledige benutting van de brandstof door middel van thermische uitwisseling doorrechtstreekse vermenging:tussen aangezogenlucht en de verbrandingsproducten. Het toestel is voorzien van een practische handgreep om het transport en de verplaatsing te vergemakkelijken. Het toestel werden gebouwd conform met de norm EN 1596.
▶▶2. WAARSCHUWINGEN
BELANGRIJK: Dit luchtverwarmingstoestel is ontworpen voor mobiele en tijdelijke professionele toepassingen. Het is Niet ontworpen voor huishoudelijk gebruik of om mensen warmtecomfort te bieden.
BELANGRIJK: Niet gebruiken voor verwarming van bewoonbare zones van woonggebouwen; voor gebruik
in openbare gebouwen要去 men de nationale reglementen raadplegen.
BELANGRIJK: Dit toestel is nicht geschickt om gebrukt te worden door Personen (kinderen inbegren) met beperkte fysische, sensorische en mentale capaciteiten, of zonder ervaring, tenminste als ze Niet onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veriligheid. Men要去 erop toezien dat kinderen Niet met het toestel spelen. Houd dieren op veilige afstand van het toestel.
BELANGRIJK: Oneigenlijk gebruik van deze generator kan schadeveroorzaken of een gevaar betekenen voor het leven van Personen, letsels en brandwondenveroorzaken, en ontploffingen, elektrische schokken of vergiftig. De eerste symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep, met hoofdpijn, duizeligheid en/of braken. Dergelijkke symptomen
kunnenveroorzaakt worden door een slechte werking van de generator. ALS DEZE SYMPTOMEN ZICH ZOUDEN VOORDOEN,MOET MEN ONMIDDELLIJK NAAR BUITEN GAAN en de generator latenten repareren door de technische Dienst.
BELANGRIJK: Alle werkzaamheden voorschoonmaak, onderhondenreparatie die de toegang voorzien tot gevaarlijke onderdelen (zoals het verrangen van een beschadigde voedingskabel)要去en door de constructeur, door zich technische Dienst, of door een persoon met gelijkaardige kwalificatie worden uitgevoerd om elk risico te voorkomen, zelfs als voorzien werden om van het voedingsnet los te koppelen.
2.1 Voor een correct gebruik van de generator en voor het bewaren van de brandstof dient men zich aan alleplaatselijk bepalingen en aan de geldende normen te honden.
2.2 .De generator heeft een geschikte luchtverversing nodig voor+zijn werkinq. Daarom moet die in openlucht worden gebruikt of in lokalen met een verzekerde, continue luchtverversing. Een goede verluchting is verzekerd wanneer het volume van de kamer berekend is op het thermische vermogen, volgende de formule 1m^3 voor iedere 100W vermogen. In geen enkel geval mag het aanbevolen volume van de ruimte minder dan 100m^3 bedragen. Een goede ventilatie wordt verzekerd door een opening die voldoet aan de formule 25 cm^2 per kW thermisch vermogen, met een minimum van 250~cm^2 , evenredig verdoeffd over het bovenste en onderste gedeelte van de ruimte.Voor de installmentie geldene nationale normen die van kracht zijn, met inbegrip van de technische normen en de bepalingen betreffende veiligheid en brandpreventie.
▶2.3.Het toestel mag enkel als generator van warme lucht worden gebruikt (modus verwarming), of als ventilator (modus ventilatie, voor de modellen die deze functie
voorzien). Volg nauwgezet de instructies voor het gebruik.
2.4 .De constructeur wijst iedere verantwoordelijkheid af voor schade aan voorwerpen en/of personen voortvloeendiuit oneigenlijk gebruik van het toestel.
2.5 .De generator enkel voeden met hetuitdrukkelijk gespecificierde type brandstofen met stroom doe een spanning enfrequentie heeft zoals aangegeven op hetlabel met gegevens dat op de generator is aangebracht.
2.6. Zorg ervoor de generator enkel aante sluiten op elektrische netten die correctvoorzien zichn van een differentiaalschakelaaren met voldoende aarding.
2.7 Gebruik enkel verlengstukken met voldoende doorsnede, met een aardingskabel.
2.8.De generator moet op een vlak, stabelen brandveilig oppervlak werken, zodatebrandgevaar voorkomen worden.
▶2.9.Het is absolutiert verboden om het toestel in halfondergrundse lokalen of onder de grond te gebruiken.
2.10 .De generator mag nicht worden gebrukt in lokalen waar explosieve poeders, rookgassen, gassen, brandstoffen, solventen en verf aanwezig zich.
2.11 Wanneer de generator worden gebruikt in de buurt van dekzeilen, tenten of gelijkaardig afdekmaterialiaal, is het aanbevolen om extra brandveilige beschermingen te gebruiken. Zorg ervoor om voldoende afstand te behouden, de warmer delen van de generator mogen in geen enkel geval minder dan 2,5m van brandbare materialien (stoffen, papier, hout, enz.) of warmtegevoelig materiaal (met inbegrip van de voedingskabel) verwijderd zichn.
2.12 .Plaats de gasfles op een beschemde plaats achefter het toestel (Fig. 1). De generator mag nooit waar de gasfles gericht zichn (Fig. 2).
▶2.13.Het is uitdrukkelijk verboden om de luchtaanvoer (achterkant) en/of de opening van de luchtuitlaat (voorkant) geheel of gedeeltekijf at te dekken (Fig. 3). Vermijd
om een kanalisering van de lucht van/naar de generator te gebruiken. Verzeker u ervandat de spleten voor luchtaanzuiging aan de onderkant van de basis Niet worden afgedekt (voorde modellen die deze oplossing toepassen).
2.14 Wanner de generator nicht of moeilijk inschakelt, moet men despeciale sectie raadplegen (Parag. "13.WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN").
2.15 Wanner de generator in werkig is, mag die nooit worden verplaatst of onderworpen worden aan een onderhoudsinterventie.
2.16 In alle gebruiksomstandigheden of bij het opbergen van het toestel moet men erop letten dat de flexibele gasleiding nicht worden beschadigd (platgedrukt, geplooid, getorst, uiterogken).
2.17 .Indien men een gasgeur waarneemt, moet men direct het toestel uitschakelen, de gasfles sluiten, de stekker uit het stopcontact halen en daarna de technische Dienst contacteren.
2.18 Wanneer de gasleiding worden verwangen, mag men enkel flexibele buizen gebruiken die geschikt zich voor de werkdruk, conform met de nationale reglementeringen. De gasleiding moet 1,5m lang zich.
2.19 Wanneer het toestel door een omgevingsthermostat worden gecontroleerd (optioneel articlel), kan de generator op elk willekeurig moment opnieuw inschakelen, dat betekent wanseer de temperatuur onder de ingestelde drempel daalt.
2.20 Wanneer de generator nicht worden gebrukt, moet men de stekker uit het stopcontact halen, de gastoevoer afluiiten, de gasleiding van de generator loskoppelen en de gasingang op de generator afdichten.
2.21 Laat de technische Dienst minstens een keer per Jaar en/of naargelang de moodzaak controleren of de generator correct werkt.
3. TYPE BRANDSTOF Gebruik enkel gas van categorie I3B/P.
4. AANSLUITING EN VERVANGING VAN DE GASFLES
De gasfles moet in openlucht worden verrangen, ver van warmtebronnen in een omgeving zonder vlammen.
Omde gasfles op de generator aan te sluiten, mag men enkel de volgende accessoires gebruiken:
- Flexibele buis voor vloeibaar gas.
- Drukregelaar voor vloeibaar gas, compleet met veiligheidsklep.
CONTROLER DE INTEGRITEIT VAN DE LEIDING VOOR GASTOEVOER. WANNEER DEZE VERVANGEN MOET WORDEN, MAG MEN ENKEL EEN FLEXIBELE BUIS GEBRUIKEN, DIE AAN DE WERKDRUK IS AANGEPAST, CONFORM MET DE NATIONALE REGLEMENTERINGEN.
Om de generator op de gasfles aan te sluiten:
OPGEPAST:ALLE SCHROEFDRAAD IS LINKSOM DRAAIEND, DIT BETEKENT DAT ZE IN TEGENWIJZERZIN WORDEN VASTGEZET.
4.1 .De gasleiding op de koppeling van degenerator vastschroeven (Fig. 4).
4.2 De drukregelaar op de gasfles installeren. Controller of de pakking op de regelaar aanwezig is (als het koppelingstype dit voorziet) (Fig. 5).
4.3 .De gasleiding op de drukregelaar aansluten (Fig.6).
4.4 De kraan van de gasfles openen (Fig. 7).
4.5 De knop voor deblokkering van de regelaar indrukken (Fig.8). Controller met zeepsop of de koppelingen hermetisch dicht zich: wonneer er zich bellen vormen, betekent dit dat er eventuele gaslekken zich (Fig.9). Men kan meerere gasflessen onderling met elkaar verbinden om een grotere autonomie te bekomen. Het is aanbevolen om gasflessen van 30~kg te gebruiken tot een thermisch vermogen van 33kW , boven het vermogen van 33kW 要去 men gasflessen met een grotere capaciteit gebruiken. Het is aanbevolen
om gasflessen van voldoende capaciteit te gebruiken, om problemen te vermijden die veroorzaakt worden doordat de brandstof nicht vergast. De correcte werkdruk (zie label met gegevens dat op de generator is aangebracht) worden door de regelaar gegeven die bij de uitrusting is meegeleverd, of door een gelijkaardig model.
▶5. AANSLUITING OP HET ELEKTRISCHE NET
CONTROLEER OF UW ELEKTRISCHE INSTALLATIE CORRECT GEAARD IS.
Vooraleer de generator op het elektrische net aan te sluiten, moet men controeren of de spanning en de voedingsfrequentie correct zijn (zie label met gegevens dat op de generator is aangebracht). De aansluiting op het elektrische net (Fig. 10) dient te gebeuren conform met de geldende nationale normen.
6 INSCHAKELING BIJ DEMANUELE MODELLEN (.../...M/..DV/..M DV)
BELANGRIJK: Bij de modellen ...DV / ...M DV要去 men de positie van de schakelaar voor spanningsomschakeling controleren (220-240V / 110-120V) (Fig. 11). Als de spanning die op het toestel is ingesteld Niet overeenkomt met de spanning die door het net wordt geleverd,要去 men de spanning gaan aanpassen. Draai de 2 bevestigingsschroeven van de afdekking los (Fig. 12),zet de schakelaar op de aangegeven spanningswaarde (Fig. 13) en hermonteer de afdekking (Fig. 14).
6.1. MODUS VERWARMING:
6.1.1.Zet de schakelaar "O/I" op de stand "I" (Fig. 15).
6.1.2.Druk de gasknop helemaal in en houd die ingedrukt (Fig. 16).
▶6.1.3.Activeer de piezo-elektrische ontsteking—helemaal en herhaaldelijk (Fig. 17) verwijl u de gasknop ingedrukt houdt (Fig. 16).
6.1.4.Na ontsteking van de vlam moet men de gasknop nog circa 15 s ingedrukt honden (Fig. 18).
6.1.5.Laat de gasknop weeR los (Fig. 19). In geval van een elektrische stroomonderbreking of als er geen gas is, zal het toestel uitgaan. De generator start nicht automatisch opnieuw op. Dit moet manueel gebeuren door de procedure voor inschakeling te herhalen.
Indien het toestel Niet aangaat, moet men de betreffende sectie raadplegen (Parag. "13. WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN").
6.2. MODUS VENTILATIE:
De generator kan ook als ventilator worden gebrukt. Sluit de generator aan op het elektrische net (Fig. 10) enzet de schakelaar "O/I" op de stand "I" (Fig. 15).
N.B.: Als de generator in modus verwarming aan het werk is, moet men de correcte sequentie voor het uitschakelen volgen voor de manuele modellen vooraleer over te gaan waar de modus ventilatie [Parag. "9. UITSCHAKELING BIJ DE MANUELE MODELLEN (... / ...M / ...DV / ...MDV)"].
7. INSCHAKELING BIJ DE ELEKTRONISCHE MODELLEN (...E / ...ET)
7.1.Zet de schakelaar "O/I" op de stand "I" (Fig. 15).
7.2.Druk op de "RESET" knop (Fig. 20). De generator begint de sequentie voor analyse en na circa 20 ÷ 30 s gaat de vlam aan (zie werkingschema Fig. 21).
In geval van een elektrische stroomonderbreking of als er geen gas is. zal het toestel uitgaan. De generator start nicht automatisch opniew op. Dit要去 manueel gebeuren door de "RESET" knop in te drukken (Fig. 20).
Indien het toestel Niet aangaat, moet men de betreffende sectie raadplegen (Parag. "13. WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN").
OPGEPAST: Wanner de generator stilvalt door interventie van de omgevingsthermostat (optioneel article), gebeurt de heropstart van het toestel automatisch wanner de temperatuur onder de ingestelde drempel daalt.

8 AFSTELLING THERMISCH VERMOGEN
Naargelang het type generator kan men het thermische vermogen van het toestel regelen. Het thermische vermogen kan worden geregeld aan de hand van de draaiknop op de basis van de generator (Fig. 22), of op de drukregelaar die op de gasfles is geinstalleerd (Fig. 23), naargelang het model.
10.1. Zet de schakelaar "O/I" op de stand "O" (Fig. 25). De vlam gaat uit en de generator voert de fase post-ventilatie uit. Wacht tot de cyclus voltooid is, om interneschade wegens oververhitting te vermijden (de fase gebeurt automatisch en kan van 50~s÷ 5 min duren naargelang de interne/ externe temperatuur van de generator).
10.2.Sluit de gasfles (Fig. 24).
10.3.Koppel de generator los van het elektrische net (Fig. 26).
10.4. Koppel de generator los van degastoevoerleiding (Fig.27-28-29).
N.B.: Vermijd om de generator van het elektrische net los te koppelen yóor het einde van de fase post ventilatie, om interne schade wegens oververhitting te vermijden.
▶11. SCHOONMAAK EN ONDERHOUD
Laat de technische Dienst minstens een keer per Jaar en/of naargelang deoodzaak controeren of de generator correct werkt. Vooraleer het toestel wee in gebruik te stellen, moet het worden schoongemaakt.
11.1 .Vooraleer werkzaamheden voor onderhoud, schoonmaak en reparatie op het toestel te beginnen, moet men de sequentie voor uitschakeling volgen [Parag.9.UITSCHAKELING BIJ DE MANUELE MODELLEN ( / M / DV / MDV) of "10.UITSCHAKELING BIJ DE ELEKTRONISCHE MODELLEN (E/ ...ET)].
11.2 .De schoonmaak betreft enkel deluchtaanvoer (achterkant) van de generator.
11.3. Wanner het toestel opnieuw worden gebruikt, moet men de staat van integriteit van de gasleiding en van de voedingskabel controleren; indien u twijfels hebt over hun integriteit, dient u de technische Dienst om een interventie te vragen.
11.4 Voer geen interventries uit die nicht toegelaten zich.
▶12. AANSLUITING OMGEVINGSTHERMOSTAAT (...E / ...ET) (optioneel)
Verwijder de dop die op het toestel is aangesloten en verbind de omgevingsthermostat (optioneel) (Fig. 30). Zie elektrisch schema (...E / ...ET).
▶13. WERKINGSPROBLEMEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN
| WERKINGSPROBLEMEN | ... ...M ...DV ...M DV | ...E ...ET | OORZAKEN OPLOSSINGEN | |
| De motor start nicht | X | X | Geen spanning 1°Controleer de netinstallatie 2°Technische Dienst | |
| X | X | Voedingskabel defect/beschadigd | Technische Dienst | |
| X | X | Motor defect Technische dienst | ||
| X | Foutieve aansluiting van de omgevings-thermostaat | Sluit de omgevingsthermostat correct aan | ||
| De vlam.gaat nicht aan | X | X | Gasfles is op Vervang | de gasfles (Parag. 4) |
| X | X | Veiligheidsklep van de regelaar geblokkeerd | 1°Druk op de knop voor deblokkering gas van de regelaar (Fig. 8) 2°Technische dienst | |
| X | X | Kraan van de gasfles gesloten | Open de kraan van de gasfles (Fig. 7) | |
| X | X | Circuit voor inschakeling defect | Technische dienst | |
| X | A Harding Niet efficiën | Controler of uw installatie een correcte aarding hebft | ||
| De vlam blijt nicht aan | X | Gasknop Niet lang genoeg ingedrukt | Druk de gasknop langer in (Parag. 6.1.4.) | |
| X | X | Generator defect Technische dienst | ||
| De vlam.gaatijdens de werkung uit | X | X | Onvoldoende gastoevoer | 1°Vervang de gasfles (Parag. 4) 2°Technische dienst |
| X | X | Geen vergassing van de brandstof | Gebruik gasflessen met voldoende capaciteit (Parag. 4) | |
| X | X | Oververhitting van het toestel | 1°Maak de luchtaanvoer schoon (achterkant) 2°Technische dienst | |
| X | X | Generator defect Technische dienst | ||
Gedurende eenperiode van twaalf (12) maanden vanaf de datum van aankoop van dit product garandeert de constructeur dat het toestel evenals elk onderdeel ervan geen defecten vertoont te wijten aan fabricatiefouten of aan de gebruikte materialen, zolang het toestel gebruikt worden volgens de instructies voor werkung en onderhoud die in de handleiding worden geveven. Deze garantie heeft enkel betrekking op de oorspronkelijke koper van het toestel, die de aankoopfactuur moet konnen voorleggen. Deze garantie omvat enkel de kosten voor de onderdelen die nodig bijn om het toestel weer in因其normale werkingsstatus te herstellen. De Kosten met betrekking tot transport of ander materiaal dat betrekking heeft op de onderdelen die door deze garantie gedekt bijn, blijven van deze garantie uitgesloten. De schade die voortvloeit uit een fouitief gebruik, forceren, veronachtzaming, onvoldende onderhoud, aanpassingen, wijzigingen, en normale slijtage van het product bijn Niet door de garantie gedekt, evenals schade door gebruik van brandstof die nicht conform is, reparaties met ongeschikte wisselstukken of wetgens reparaties uitgevoerd door ander personeel dan die van de verdeler of van de bevoegde technische Dienst. Het gewone onderhoud is voor rekening van de eigenaar. De constructeur garandeert geen enkele andere garantie, en neemt die ook Niet rechtsstreeks of onrechtstreeks op zich, met inbegrip van commerciele garantie of voor de aanpassing voor een specifieke toepassing. De constructeur is in geen enkel geval verantwoordelijk voorrechtstreekse, onrechtstreekse, onopzettelijke of andere schade die voortvloeit uit het gebruik van het toestel. De constructeur behoudt zich hetrecht voor om op elkogenblik en zonder vooraf te verwittigen deze garantie te wijzigen. De enige geldige garantie is dit geschreven document, de constructeur verzekert geen enkele speciale of impliciete garantie.