C10RJ - Zaag HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis C10RJ HiKOKI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over C10RJ HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding C10RJ - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. C10RJ van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING C10RJ HiKOKI
98Bladafscherming Smalle geleider Vergrendelingshendel langsgeleider Afstelknop Handgreep I Afstelbare voet Afschuiningsschaal Afschuiningsindicator Resetschakelaar overbelasting Voet Steunvoet Slijpsteen Voedingskabel Zaagbladsleutel Afvoersteun Spouwmes Achterrail Langsgeleider Opslag bladafscherming Voetmat Handwiel voor afstelling hoogte/afschuining Afstelknop hoogte Vergrendelingshendel afschuining Schakelaarsassemblage Voorrail Assemblage voetondersteuning Schalen Verstekmeter Tafelinzet Zaagblad Groef verstekmeter Borgpen Stofafzuigingspoort Klein schot Opslag antiterugslagpal Opslag duwstaaf Vergrendelingshendel geleiderrails Duwstaaf Handgreep II Vergrendelingsknop Werktafel Rail geleider voor Schaalindicator langsgeleider Vergrendelingsknop verstekmeter Opslag zaagbladsleutel Opslag voedingskabel Opslag verstekmeter Antiterugslagpallen Nederlands
Rail geleider achter Pin Pin Pin Zaagtafelassemblage Voetassemblage Ronde platkopschroeven M8 x 45 Borgmoer M8 Ronde platkopschroeven M8 x 10 Grote vlakke sluitring 10 Borgmoer M10 Wielas Wielassemblage Ronde platkopschroeven M8 x 100 Stelschroef Vergrendelingsknop spouwmes Flens binnenblad Doorn Doornmoer Flens buitenblad Bellen Knop Sleuf A Veerstift Opening Knop Sleuf B Sleuf C Afstelschroef Aanslagschroef Verlengdissel Vergrendelingsknop Positieschroef Sleuf Geleiderrail Schakelaarkap Schakelaar I Schakelbord Opening Ondersteuning Schroef Vlakke sluitring Vierkante haak 90° aanslagafstelschroef Driehoekige haak 45° aanslagafstelschroef Schroef Schroef Rode aanwijzer Schroef
(Originele instructies) WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en specificaties die bij dit elektrisch gereedschap zijn geleverd. Het niet naleven van de onderstaande instructies kan resulteren in elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze later te raadplegen. De term “elektrisch gereedschap” in de waarschuwingen verwijst naar uw via de netstroom gebruikt elektrisch gereedschap (bekabeld) of via de batterij gebruikt elektrisch gereedschap (draadloos).
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontvlambare of explosieve vloeistoffen, gassen of stof. Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbran- den. c) Houd kinderen en andere omstanders tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap uit de buurt. Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker van het elektrisch gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op het stopcontact. De stekker mag op geen enkele manier worden aangepast. Gebruik geen verloopstekkers met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en geschikte stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Wanneer uw lichaam geaard is, loopt u een groter risico op een elektrische schok. c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrische gereedschap terechtkomt. d) Behandel het snoer voorzichtig. Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap aan te dragen of mee te slepen en gebruik het snoer niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok. e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten. Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok. Nederlands f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met AARDLEKSCHAKELAAR te worden gebruikt. Gebruik van een aardlekschakelaar vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren. b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, anti-slip veiligheidsschoenen, een helm of gehoorbescherming, gebruikt voor gepaste omstan- digheden, verminderen het risico op lichamelijk letsel. c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit-stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen. Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden. d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereed- schap aanzet. Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is, kan in lichamelijk letsel resulteren. e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt. Op deze manier hebt u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereed- schap. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw kleding en haar uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken. g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien, dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt. Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico’s. h) Laat bekendheid opgedaan bij veelvuldig gebruik van gereedschap u niet zelfgenoegzaam worden waardoor u veiligheidsprincipes van het gereed- schap negeert. Een onzorgvuldige actie kan ernstig letsel veroorzak- en binnen een fractie van een seconde.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereed-
schap ALGEMENE VEILIGHEIDS- WAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP115 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOOR ZAAGTAFEL Nederlands a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei. U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt. b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt. Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden. c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu, als deze losgemaakt kan worden, van het elektrische gereedschap voordat u afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrische gereed- schap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereed- schap per ongeluk opstart. d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen. e) Verzorg het elektrische gereedschap en accessoires. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte beweg- ende onderdelen en andere problemen die van invloed kunnen zijn op de juiste werking van het gereedschap. Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt. Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-het-zelf ongelukken. f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon. Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkeli- jker in het gebruik. g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt, waarbij de werkomstan- digheden en het werk dat gedaan moet worden in overweging moeten worden genomen. Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoeld, kan resulteren in een gevaarlijke situatie. h) Houd de handvat- en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Glibberige handvat- en greepoppervlakken zorgen voor onveilig gebruik en onveilige bediening van het gereedschap in onverwachte situaties.
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden en er mag daarbij uitsluitend gebruik gemaakt worden van identieke vervangingsonderdelen. Hierdoor kunt u er op rekenen dat het elektrisch gereedschap veilig blijft.
1) Met de afscherming verwante waarschuwingen
a) Houd de afschermingen op hun plaats. De afschermingen moeten goed werken en correct gemonteerd zijn. Een loszittend, beschadigde of niet correct werkende afscherming moet worden gerepareerd of vervangen. b) Gebruik de zaagbladafscherming, het spouwmes en de antiterugslagpallen altijd voor elke doorzaagbewerking. Voor doorzaagbewerkingen waar het zaagblad volledig doorheen de dikte van het werkstuk zaagt, helpen de afscherming en andere veiligheidsvoor- zieningen het risico op letsel te beperken. c) Maak het afschermingssysteem opnieuw vast naar het voltooien van een bewerking (zoals schaven van sponningen) waarvoor de afscherming, het spouwmes en/of de antiterug- slagpallen moeten worden verwijderd. De afscherming, het spouwmes en de antiterugslag- pallen helpen om het risico op letsel te verminderen. d) Controleer of het zaagblad niet in contact komt met de afscherming, het spouwmes of het werkstuk voordat de schakelaar wordt aangezet. Onbedoeld contact van deze items met het zaagblad kan een gevaarlijke situatie veroorzaken. e) Stel het spouwmes af zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Een onjuiste afstand, positionering en uitlijning kunnen ervoor zorgen dat het spouwmes niet doeltref- fend is bij het verminderen van de mogelijkheid op terugslag. f) Voor een goede werking van het spouwmes en de antiterugslagpallen, moeten ze vastgemaakt worden in het werkstuk. He spouwmes en de antiterugslagpallen zijn niet doeltreffend bij het zagen van werkstukken die te kort zijn om te worden vastgemaakt met het spouwmes en de antiterugslagpallen. In deze omstandigheden kan een terugslag niet worden verhinderd door het spouwmes en de antiterugslagpallen. g) Gebruik het geschikte zaagblad voor het spouw- mes. Voor een correcte werking van het spouwmes, moet de diameter van het zaagblad overeenkomen met het geschikte spouwmes, moet het blok van het zaagblad dunner zijn dan de dikte van het spouwmes en moet de zaagbreedte van het zaagblad breder zijn dan de dikte van het spouwmes.
2. Veiligheidsinstructies voor zaagprocedures
a) GEVAAR: Plaats uw vingers of handen nooit in de buurt of in de lijn van het zaagblad. Als u maar één moment minder aandachtig bent of als u wegglijdt, kan uw hand in de richting van het zaagblad gaan wat ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken.116 b) Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de tafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. c) Gebruik de verstekmeter nooit om het werkstuk in te voeren tijdens het schulpen en gebruik de langsgeleider niet als een lengtestop bij het afkorten met de verstekmeter. Als u het werkstuk tegelijkertijd geleidt met de langsgeleider en de verstekmeter, verhoogt de waarschijnlijkheid dat het zaagblad vastloopt en terugslaat. d) Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Beschermende apparaten houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad. e) Gebruik alleen de duwstaaf die door de fabrikant is geleverd of is gebouwd in overeenstemming met de instructies. De duwstaaf zorgt voor voldoende afstand tussen de hand en het zaagblad. f) Gebruik nooit een beschadigde duwstaaf of een staaf met zaagsneden. Een beschadigde duwstaaf kan breken waardoor uw hand in het zaagblad kan schuiven. g) Voer geen bewerkingen uit met de "vrije hand". Gebruik altijd de langsgeleider of de verstekme- ter om het werkstuk te plaatsen en te geleiden. Met "Vrije hand" bedoelen we dat u de handen gebruikt om het werkstuk te ondersteunen of te leiden, in plaats van een langsgeleider of verstekmeter. Zagen met de vrije hand leidt tot verkeerde uitlijning, vastlopen en terugslag. h) Reik nooit rond of over een draaiend zaagblad. Als u reikt naar een werkstuk kan dit leiden tot ongewenst contact met het bewegende zaagblad.
i) Zorg voor een hulpsteun voor het werkstuk aan
de achterkant en/of zijkanten van de zaagtafel voor lange en/of brede werkstukken om ze waterpas te houden. Een lang en/of breed werkstuk heeft de neiging om de draaien op de rand van de tafel, waardoor de controle erover verloren gaat, het zaagblad vastloopt en terugslaat. j) Voer het werkstuk in aan een gelijkmatig tempo. Plooi of verdraai het werkstuk niet. Als er iets vastloopt, moet u het gereedschap onmiddellijk uitschakelen, loskoppelen van de netstroom en de blokkering oplossen. Vastlopen van het zaagblad door het werkstuk kan terugslag of stilvallen van de motor veroorzaken. k) Verwijder het stuk afgezaagd materiaal niet terwijl de zaag draait. Het materiaal kan vastlopen tussen de geleider of binnenin de zaagbladafscherming en het zaagblad kan de vingers naar binnen trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad stopt voordat u materiaal verwijdert. Nederlands
I) Gebruik een hulpgeleider in contact met het
tafelblad wanneer u werkstukken van minder dan 2 mm dik schulpt. Een dun werkblad kan onder de geleider vastlopen en een terugslag vormen.
3. Oorzaken van terugslag en verwante waarschuwin-
gen Terugslag is een abrupte reactie van het werkstuk door een gekneld, vastgelopen zaagblad of een verkeerd uitgelijnde zaaglijn in het werkstuk ten opzichte van het zaagblad of wanneer een deel van het werkstuk vastloopt tussen het zaagblad en de langsgeleider of een ander vast object. Het werkstuk wordt bij terugslag vaak opgetild van de tafel door het achterste deel van het zaagblad en wordt naar de operator geslingerd. Terugslag is het resultaat van verkeerd gebruik en/of onjuiste bedieningsprocedures of -omstandigheden en kunnen worden vermeden door de juiste voorzorgsmaatre- gelen te treffen zoals hieronder beschreven. a) Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleiderrail staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd. b) Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken. c) Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan. d) Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren. e) Gebruik een veerklemplaat om het werkstuk tegen de tafel te geleiden en de geleider bij het maken van insneden, zoals sponningen. Een veerklempaat helpt het werkstuk onder controle te houden in het geval van terugslag. f) Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken. g) Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken. h) Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.117
i) Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of
horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken. j) Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart. k) Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
4. Waarschuwingen bij de bedieningsprocedures van
de zaagtafel a) Zet de zaagtafel uit en koppel de voedingkabel los wanneer u de tafelinzet verwijdert, het zaagblad vervangt of aanpassingen aanbrengt aan het spouwmes, de antiterugslagpallen of de zaagbladafscherming, maar ook wanneer u de machine onbewaakt achterlaat. Voorzorgsmaatregelen zullen ongevallen vermijden. b) Laat de zaagtafel nooit draaien als deze onbewaakt is. Schakel het gereedschap uit en ga niet weg zolang het niet volledig tot stilstand is gekomen. Een onbewaakte draaiende zaag is een ongecon- troleerd gevaar. c) Plaats de zaagtafel in een goed verlichte en vlak gebied waar u een goede houding en evenwicht kunt behouden. De tabel moet worden geïnstal- leerd op een plaats waar voldoende ruimte is om gemakkelijk om te gaan met de grootte van de werkstukken. Krappe, donkere ruimten en oneven gladde vloeren vormen een risico op ongevallen. d) Reinig en verwijder regelmatig zaagsel van onder de zaagtafel en/of het stofopvangsysteem. Opgestapeld stof is brandbaar en kan zelfontstekend zijn. e) De zaagtafel moet stevig bevestigd zijn. Een zaagtafel die niet goed is vastgemaakt, kan bewegen of kantelen. f) Verwijder gereedschappen, houtafval enz. van de tafel voordat de zaagtafel wordt ingeschakeld. Verstrooidheid of een mogelijke blokkering kan gevaarlijk zijn. g) Gebruik altijd zaagbladen met de correcte grootte en vorm (ruitvormig t.o.v. rond) van de doornopeningen. Zaagbladen die niet overeenstemmen met de montagehardware van de zaag, zullen van het midden afwijken waardoor de controle verloren gaat. h) Gebruik nooit beschadigde of verkeerde middel- en voor het monteren van het zaagblad, zoals flensen, zaagbladsluitringen, bouten of moeren. De montagemiddelen werden speciaal ontworpen voor uw zaag, voor een veilig gebruik en optimale prestaties. WOORDENLIJST Het veilig gebruik van dit product vereist dat u de informatie op het gereedschap en in deze gebruiksaanwijzing begrijpt en dat u kennis hebt over het project dat u start. Zorg dat u de bedieningsfuncties en veiligheidsregels van het product leert kennen voordat u het gebruikt.
i) Ga nooit op de zaagtafel staan en gebruik deze
niet als trapje. Er kunnen ernstige letsels optreden als het gereed- schap gekanteld is of als u per ongeluk in contact komt met de zaag. j) Controleer of het zaagblad is geïnstalleerd om te draaien in de juiste richting. Gebruik geen slijpstenen, draadborstels of schuurschijven op een zaagtafel. Een verkeerde installatie van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires, kan ernstige letsels veroorzaken. k) Gebruik alleen een 10" zaagblad met een zaagsnedebreedte van 2,8 mm en de dikte van het bladblok is 1,8 mm volgens het spouwmes met een dikte van 2,3 mm. l) Gebruik alleen een zaagbladdiameter in overeen- stemming met de markeringen op de zaag. Gebruik alleen zaagbladen waarvoor de maximale mogelijke snelheid niet minder is dan het maximale spiltoerental van het product. m)Gebruik geen botte, gebarsten, vervormde of beschadigde zaagbladen. Vervang het zaagblad uitsluitend door een zaagblad dat voldoet aan de Europese standaard EN 847-1.
5. Extra veiligheidsinstructies
- Volg ook de speciale veiligheidsinstructies in de respectieve hoofdstukken.
- Volg waar van toepassing, de wettelijke richtlijnen of voorschriften voor de preventie van ongevallen met betrekking tot het gebruik van zaagtafels.
- Vermijd oververhitting van de zaagtanden.
- Probeer het zaagblad niet te stoppen door het werkstuk tegen de zijkant te duwen.
- Bewaar het zaagblad zo, dat niemand letsels kan oplopen.
- Voordat u een zaagsnede maakt, moet u zeker zijn dat alle aanpassingen veilig zijn.
- Controleer of het pad van het blad vrij is van nagels. Inspecteer en verwijder alle nagels uit het hout voordat u begint te zagen.
- Raak het blad of andere bewegende delen niet aan tijdens het gebruik.
- Zorg dat het werkgebied voldoende verlicht is om het werkstuk te zien en om te controleren of de veilige werking niet wordt gehinderd voordat u werkzaam- heden start met de zaagtafel.
- Als deze zaag een onbekend geluid maakt of overmatig trilt, moet u de werking onmiddellijk stopzetten, het apparaat uitschakelen en het gereed- schap loskoppelen van de stroom tot het probleem is gevonden en gecorrigeerd. Neem contact op met een erkend servicecentrum van HiKOKI als het probleem niet kan worden gevonden. Nederlands118 Nederlands Antiterugslagpallen Terugslag is een gevaar waarbij het werkstuk naar achteren wordt getrokken in de richting van de operator. De tanden op de antiterugslagpallen wijzig weg van het werkstuk. Als het werkstuk naar achteren wordt getrokken in de richting van de operator, grijpen de tanden in het hout om te helpen de mogelijkheid tot terugslag te voorkomen of te verhinderen. Afschuiningsschaal De gemakkelijk leesbare schaal op de voorkant van de kast toont de exacte hoek van het zaagblad. Mes Voor maximale prestaties is het aanbevolen het 254 mm combinatieblad met 40 hardmetalen tanden te gebruiken. bij uw zaag geleverd. Het blad wordt opgetild en gezakt met het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining. Afschuining- shoeken worden vergrendeld met de vergrendelingshendel afschuining. WAARSCHUWING Gebruik geen bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Let op uw handen. De bladen zijn scherp. Draag werkhand- schoenen wanneer u bladen verwijdert of installeert. Bladafscherming Houd de afscherming omlaag over het blad voor doorzaagsneden. Vergrendelingshendel afschuining Deze hendel onder het werktafeloppervlak op de voorzijde van de behuizing, vergrendelt de hoekinstelling van het blad. Handwiel voor afstelling hoogte/afschuining Dit handwiel bevindt zich op de voorkant van de behuizing en wordt gebruikt voor het optillen en laten zakken van het blad voor afstellingen of voor het vervangen van de bladen. Het handwiel maakt het ook gemakkelijk de afschuining- shoeken af te stellen. Vergrendelingshendel geleiderrails De hendel onder het oppervlak van de werktafel rechts van de zaag, ontgrendelt de geleiderrails of vergrendelt deze op zijn plaats. Afstelknop Deze knop zit onder oppervlak van de werktafel op de voorkant van de zaag. Als u de knop rechtsom draait, schuiven de geleiderrails naar rechts. Als u de knop linksom draait, schuiven de geleiderrails naar links. Afvoersteun De afvoersteun aan de achterkant van het gereedschap, geeft de operator extra ondersteuning bij het zagen van lange werkstukken. Verstekmeter De verstekmeter lijnt het hout uit voor een afkortsnede. De gemakkelijk leesbare indicator toont de exacte hoek voor een verstekmeter, met positieve stops op 0°, 22.5° en 45°. Groeven verstekmeter De verstekmeter rijdt in deze groeven aan beide zijden van het blad. Voorrail Voorrail biedt steun voor de rail van de voorgeleider voor en de langsgeleider. Langsgeleider met een smalle geleider Een stevige metalen geleider geleidt het werkstuk dat kan worden vastgemaakt op drie posities van de geleiderrails met goed bevestigde vergrendelingshendels van langsgeleiders. De smalle geleider kan het werkstuk dat buiten de werktafel uitsteekt, ondersteunen. Schalen Bevindt zich op de voorrail, de gemakkelijk leesbare schaal biedt nauwkeurige metingen voor schulpsneden. Spouwmes Een metalen onderdeel, iets dunner dan het zaagblad, dat helpt de zaagsnede open houden en terugslag verhindert. Doorn De as waarop een blad of snijgereedschap wordt gemon- teerd. Resetschakelaar overbelasting De zaag is uitgerust met de resetschakelaar voor overbel- asting om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten. Werktafel Oppervlak waarop het werkstuk rust tijdens het uitvoeren van een zaagbewerking. Zaagsnede Het materiaal dat is verwijderd door het blad in een doorsnede of de sleuf die is gemaakt door het blad in een niet-doorsnede of een gedeeltelijke zaagsnede. Duwstaaf Er moet een duwstaaf worden gebruikt voor smalle schulpoperaties wanneer de geleider 150 mm of minder van het blad is. Deze hulpmiddelen helpen om de handen van de operator veilig weg van het blad te houden. Terugslag Er kan een gevaar optreden wanneer het blad vastloopt of stilvalt, waardoor het werkstuk naar achter wordt geslingerd in de richting van de operator. Schulpen of schulpsneden Een zaagbewerking in de lengte van het werkstuk. Afschuiningssnede Een zaagbewerking waarbij het blad in een andere hoek dan 90° ten opzichte van het tafeloppervlak staat. Combinatiesnede Een afkortsnede gemaakt met een verstekhoek en een afschuiningshoek. Afkortsnede Een zaag- of vormgevingsbewerking uitgevoerd over de nerf of de breedte van het werkstuk. Versteksnede Een zaagbewerking waarbij het werkstuk in een andere hoek dan 90° ten opzichte van het blad staat. Insnede Elke zaagbewerking waarbij het blad niet volledig doorheen de dikte van het werkstuk gaat.119 SYMBOLEN SPECIFICATIES 220-240V~, 50HzIngangsspanning 1500WVoedingsingang 4500/minGeen laadsnelheid nr. Ø254 mm × ø30 mm × 2,8mm, 40TAfmetingen blad 0°~45°Afschuiningsbereik 730 mm x 559 mmAfmetingen werktafel 730 mm x 50mmAfmetingen afvoersteun 79mmMax. zaagdiepte bij 0° 57mmMax. zaagdiepte bij 45° 440 mmMax. geleider naar links naar blad 880mmMax. geleider naar rechts naar blad II/Beschermingsklasse: 44kgGewicht 94,8 dB(A)Geluidsdrukniveau LpA 107,8 dB(A)Niveau geluidsvermogen LWA 3 dB(A)Onzekerheid KpA, KWA WAARSCHUWING Het volgende toont symbolen die worden gebruikt voor de machine. Zorg dat u hun betekenis begrijpt voordat u de machine gebruikt. Om het risico op letsels te verminderen, moet u de gebruikershandleiding lezen. Draag altijd oogbescherming. C 10RJ (X): Zaagtafel Draag altijd gehoorbescherming. Gevaar! Houd de handen weg van het zaagblad. Vergrendelen / om aan te halen of te bevestigen. Ontgrendelen / om los te maken. Let op, Waarschuwing of Gevaar. Nederlands Volt Hertz Ampères Onbelast toerental Omwentelingen per minuut Ingangsvermogen Kilogram
Decibel (A-classificatie)dB(A) Wisselstroom Klasse II bouw Gebruik het gereedschap nooit in een vochtige of natte omgeving.
Alleen voor EU-landen. Gooi nooit elektrische gereedschappen bij het gewone huisvuil. Met inachtneming van de Europese Richtlijn 2012/19/ EU betreffende afval van elektrische en elektronische apparatuur en de implemen- tatie ervan in overeenstemming met de nationale wetgeving, moeten elektrische gereedschappen die het einde van hun levensduur hebben bereikt, afzonderlijk moeten worden verzameld en moeten worden teruggebracht naar een milieuvriendelijke recyclingfaciliteit. Het product voldoet aan de toepasselijke Europese richtlijnen en er werd een evaluatie- methode van conformiteit voor deze richtlijnen opgemaakt. Doorzagen Elke zaagbewerking waarbij het blad volledig doorheen de dikte van het werkstuk gaat. Vrije hand Een zaagsnede maken zonder dat het werkstuk wordt geleid door een geleider, verstekmeter of een ander hulpmiddel. Voer nooit een zaagbewerking met de vrije hand uit met deze zaag.LOSSE ONDERDELEN De geluidsemissiewaarden werden verkregen volgens de ruistestcode die is opgegeven in EN 62841-1 en EN 62841-3-1. Het geluid voor de operator kan hoger zijn dan 80 dB(A) en er zijn oorbeschermingsmaatregelen nodig. De volgende items zijn inbegrepen bij uw zaagtafel: (Afb 2) A: Zaagtafelassemblage.......................................................1 B: Verstekmeter (in opgeslagen positie) ...............................1 C: Bladafschermingsassemblage (in opgeslagen positie) .... 1 D: Assemblage antiterugslagpallen (in opgeslagen positie) .1 F: Assemblage afvoersteun ..................................................1 F: Assemblage langsgeleider (in opgeslagen positie)........... 1 G: Duwstaaf (in opgeslagen positie) .....................................1 H: Assemblage voetondersteuning.......................................1 I: Wielas ...............................................................................1 J: Wiel...................................................................................2 K: Voetassemblage ..............................................................1 ASSEMBLAGE L: Handgreep I-assemblage ............................................... M: Ronde platkopschroeven M8 x 45 ................................. N: Borgmoer M8 ................................................................. O: Ronde platkopschroeven M8 x 10.................................. P: Ronde platkopschroeven M8 x 100 ................................ V: Grote vlakke sluitring 10 ................................................. R: Borgmoer M10 ............................................................... S: Zaagbladsleutel.............................................................. T: 5 mm zeskantsleutel ...................................................... U: 4mm zeskantsleutel........................................................ V: 2,5 mm zeskantsleutel....................................................
1. Uw zaagtafel uitpakken
Dit product vereist assemblage. ◌ Til de zaag voorzichtig uit de doos en plaats deze op een vlak werkoppervlak. ◌ Inspecteer het gereedschap nauwgezet om zeker te zijn dat het geen breuk of schade heeft opgelopen tijdens de verzending. ◌ Gooi de verpakking niet weg voordat u het gereed- schap nauwgezet hebt geïnspecteerd en u tevreden bent over de werking. ◌ De zaag is in de fabriek ingesteld voor nauwkeurig zagen. Controleer de nauwkeurigheid na de assemblage. Als het transport de instellingen heeft gewijzigd, raadpleegt u de specifieke procedures die zijn toegelicht in deze gebruiksaanwijzing. ◌ Als een onderdeel ontbreekt of beschadigd is, mag u niet proberen de zaagtafel te monteren, de voeding- skabel aan te sluiten of de schakelaar op AAN te zetten zolang het ontbrekende of beschadigde onderdeel niet is verkregen en correct is geïnstalleerd. LET OP Dit gereedschap is zwaar. Om rugletsels te voorkomen, moet u door de knieën gaan bij het optillen en niet door de rug. Vraag hulp wanneer dat nodig is. WAARSCHUWING Verwijder het beschermende polyfoam van tussen de behuizing en de motor van de zaag. WAARSCHUWING Het gebruik van hulpstukken of accessoires die niet in deze handleiding zijn vermeld, kan gevaarlijk zijn en kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Probeer dit gereedschap niet te wijzigen of maak geen accessoires die niet zijn aanbevolen voor gebruik met dit gereedschap. Elke dergelijke aanpassing of wijziging is verkeerd gebruik en kan resulteren in een gevaarlijke toestand die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzak- en. WAARSCHUWING Sluit de voeding niet aan zolang de assemblage niet is voltooid. Het niet naleven hiervan kan resulteren in het per ongeluk starten en mogelijk ernstige lichamelijke letsels.
WAARSCHUWING Controleer altijd of de zaagtafel stevig op de voet is gemonteerd. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
2. U hebt het volgende nodig
Niet meegeleverde items ◌ Platkopschroevendraaier ◌ Schroevendraaier ◌ 13 mm sleutel / afstelsleutel ◌ Vierkante haak ◌ Driehoekige haak Meegeleverde items ◌ Zaagbladsleutel (2 stuks) ◌ 2,5 mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 4mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 5mm zeskantsleutel (1 stuk) WAARSCHUWING Om letsels te voorkomen mag u deze zaagtafel niet aansluiten op een stroombron zolang de assemblage en afstellingen niet is voltooid en zolang u de gebruiksaan- wijzing niet hebt gelezen en begrepen. LET OP Talrijke illustraties in deze handleiding tonen alleen delen van de zaagtafel. Dit is opzettelijk zodat we duidelijk punten kunnen tonen die in de illustraties worden gemaakt. Gebruik de zaag nooit zonder dat alle afscher- mingen veilig op hun plaats zitten en goed werken.
3. De voet assembleren (afb. 3a-3e)
◌ Leg karton of een oude deken op de vloer om het oppervlak van de werktafel te beschermen. ◌ Plaats de zaagtafelassemblage (50) ondersteboven op het beschermende materiaal. ◌ Maak de voetassemblage (51) vast aan de zaagtafel- assemblage (50) met vier platkopschroeven M8 x 45 (52) en vier borgmoeren M8 (53) (twee gaten op het zijbord van de voetassemblage in de opslagruimte van de zaagbladsleutel). (Afb. 3a) ◌ Maak de buizen van de voetsteunassemblage (26) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de zaagbladsleutelopslag (45)) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3b) ◌ Schuif één wiel (12), één grote vlakke sluitring 10 (55) en één borgmoer M10 (56) op de wielas (57), maak het wiel vast op zijn plaats door de borgmoer M10 aan te halen. Herhaal dit met het tweede wiel. (Afb. 3c) ◌ Maak de wielassemblage (58) vast aan de voetassem- blage (51) met twee ronde platkopschroeven M8 x 100 (59) en twee borgmoeren M8 (53). (Afb. 3d) ◌ Maak de buizen van de handgreep I-assemblage (5) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de bladafschermingsopslag) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3e)
4. De voet openen (afb. 4a-4d)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de voorkant van de zaag om deze te vergrendelen. (Afb. 4a) ◌ Neem de handgreep I (5) vast en kantel de zaag terug op de wielen tot de voet in evenwicht is op de wielen (12) en de assemblage van de voetondersteuning (26). (Afb. 4a) ◌ Vouw de twee bovenste steunpoten (11) uit (op de zijkant van handgreep I). Duw hiervoor de vergrendel- ingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendel- en uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten omlaag tot de steunpoten vergrendeld zijn op de vergrendel- ingspinnen (32) in de openingen. (Afb 4a). ◌ Neem de handgreep I (5) stevig vast en kantel de zaag langzaam omlaag tot de zaag in evenwicht is op de grond. (Afb. 4b-4c) ◌ Neem de assemblage van de voetondersteuning (26) en til deze op tot twee andere steunpoten (11) van de grond komen en vouw dan twee steunpoten (11) uit. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omlaag tot de steunporten (11) vergrendeld zijn op de vergrendelingspinnen (32) in de openingen. (Afb. 4c) Zorg dat de zaagtafel in evenwicht op de vloer staat met de vier steunpoten. ◌ Afb. 4d is de voetassemblage in open positie. WAARSCHUWING Houd uw vingers weg van de scharnierpunten tijdens het openen van de voet. U loopt het gevaar dat uw vingers gekneld of gekneusd raken.
5. De voet vastmaken/waterpas zetten (afb. 5)
Terwijl de voet open is en rust op een effen oppervlak, mag de voet niet bewegen of heen en weer schommelen. Als de voet heen en weer schommelt, moet u de afstelbare voet (6) afstellen tot de voet in evenwicht is. ◌ Til de voet iets op zodat u de afstelbare voet (6) kunt draaien tot de voet niet langer heen en weer schommelt. ◌ Als u rechtsom draait, zakt de voet. ◌ Als u linksom draait, gaat de voet omhoog. WAARSCHUWING De zaagtafel moet stevig bevestigd zijn. Een zaagtafel die niet goed is vastgemaakt, kan bewegen of kantelen.
6. De tafelinzet verwijderen/vervangen/uitlijnen (Afb.
6a-6b) WAARSCHUWING De tafelinzet moet waterpas zijn ten opzichte van de zaagtafel. Als de tafelinzet te hoog of te laag is, kan het werkstuk vastraken op de oneven randen wat kan leiden tot vastlopen of terugslag en ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Zorg dat uw handen niet tegen het zaagblad slaan. Dit kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels bij het verwijderen of opnieuw installeren van de tafelinzet. ◌ Laat het blad helemaal zakken tot de laagste positie door de hoogteafstelknop (22) linksom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ De tafelinzet verwijderen: Draai de vergrendelingsk- nop (40) linksom met de zaagbladsleutel of de platkop- schroevendraaier om de tafelinzet te ontgrendelen (29). Plaats uw wijsvinger in de opening, trek de tafelinzet (29) naar buiten naar de voorkant van de zaag. ◌ De tafelinzet opnieuw installeren: Duw de tafelinzet (29) omlaag, draai de vergrendelingsknop (40) rechtsom om de tafelinzet te vergrendelen op zijn plaats. Wanneer de tafelinzet niet waterpas is ten opzichte van de zaagtafel, neemt u een zeskantsleutel van 2,5 mm (meegeleverd), stelt u de vier vooraf op de tafel gemonteerde afstelschroeven (60) af op de vier openingen van de tafelinzet tot deze waterpas staat ten opzichte van de werktafel.
7. Het spouwmes installeren (Afb. 7a-7b)
LET OP Deze zaag wordt geleverd met spouwmes in de positie “MIDDLE”. Het spouwmes moet in de hoogste positie worden geplaatst om antiterugslagpallen en bladafscherming te bevestigen voor alle doorzaagbewerkingen. De positie “MIDDLE” is voor insneden (waarbij bladafscherming en antiterugslagpallen zijn verwijderd). Via installatie spouwmes zaag ◌ Koppel de zaag los. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op tot de hoogste positie door de hoogteafstelknop (22) rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ Ontgrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze rechtsom te draaien. ◌ Neem het spouwmes (16) vast en trek het naar de rechterzijde van de zaag om het los te maken van de vergrendelingspin met springveer. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie met de springveervergrendelingspin opnieuw wordt vastgemaakt. ◌ Vergrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze linksom te draaien. ◌ Installeer de tafelinzet opnieuw. WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de positie van het spouwmes aanpast. Zorg dat uw handen niet in contact komen met het blad. Om het spouwmes in de middelste positie te plaatsen, raadpleegt u de bovenstaande procedure.
8. Het blad verwijderen en installeren (Afb. 8a-8b)
LET OP Controleer de diameter van de doornopening van het blad voordat u het installeert. Gebruik altijd de juiste ring voor de doornopening van het blad dat u wilt gebruiken. LET OP Voor een correcte werking moeten de zaagbladtanden omlaag gericht zijn naar de voorkant van de zaag. Als u deze instructie niet naleeft, kunt u het zaagblad, de zaag of het werkstuk beschadigen. WAARSCHUWING Controleer of het zaagblad is geïnstalleerd om te draaien in de juiste richting. Gebruik geen slijpstenen, draadbors- tels of schuurschijven op een zaagtafel. Een verkeerde installatie van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires, kan ernstige letsels veroorzak- en. WAARSCHUWING Gebruik alleen een blad met een diameter van 254 mm. Om letsels door het per ongeluk starten te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de schakelaar op OFF staat en dat de stekker niet in het stopcontact zit. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de hoogteafstellingsknop rechtsom om het blad op te tillen naar de maximale hoogte. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0° en til het zaagblad op tot de hoogste positie. ◌ Verwijder de zaagbladsleutels uit het opslaggebied. Het blad verwijderen: ◌ Gebruik een zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen van de binnenste bladflens (62). ◌ Gebruik de andere zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen op de doornmoer (64). Als u beide moersleutels stevig vast houdt, trekt u de zaagbladsleutel met het open einde op de doornmoer (64) vooruit naar de voorkant van de machine. ◌ Verwijder de doornmoer (64), de buitenste bladflens (65), het zaagblad (30) en de ring (66). WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de doornmoer losmaakt. Houd beide moersleutels stevig vast. Zorg dat de handen niet wegglijden en in contact komen met het blad. Installeer het blad: ◌ Plaats de ring (66) en één nieuwe blad op de doorn (63). Zorg dat het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel. Plaats de flens van het buitenblad (65) en de doornmoer (64) op de doorn en gebruik de zaagbladsleutels om de moer stevig aan te halen. NIET overmatig aanhalen. LET OP De ring 30 mm in de buitendiameter is in de fabriek geïnstalleerd op de doorn WAARSCHUWING Het grote, vlakke oppervlak van de buitenbladflens is gericht naar het zaagblad en het zaagblad (30) zit stevig tegen de binnenbladflens (62). WAARSCHUWING Het zaagblad (30) moet uitgelijnd zijn op het spouwmes (16) en er moet een opening van 3 tot 8 mm blijven tussen de zaagtanden en het spouwmes (16). ◌ Laat het zaagblad zakken tot de laatste positie en vervang de tafelinzet. WAARSCHUWING Als de binnenbladflens is verwijderd, installeert u deze opnieuw voordat u het zaagblad op de doorn te plaatsen. Als u dat niet doet, kan dit een ongeval veroorzaken.
9. Installatie antiterugslagpallen (Afb. 9a-9b)
Antiterugslagpallen mogen alleen worden geïnstalleerd voor het doorzagen. WAARSCHUWING Zorg dat alle antiterugslagpallen onmiddellijk terug worden geïnstalleerd na het voltooien van zaagsnedebe- werkingen waarvoor ze moeten worden verwijderd. WAARSCHUWING Vervang stompe of beschadigde antiterugslagpallen. Stompe of beschadigde antiterugslagpallen zullen de terugslag mogelijk niet stoppen waardoor een groter risico bestaat op ernstig lichamelijk letsel. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op naar de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining rechtsom te draaien. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie. ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Duw de antiterugslagpallen omhoog, verwijder deze uit de opslag voor antiterugslagpallen (35) binnenin aan de linkerzijde van de zaag. (Afb. 9a) ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Lijn de sleuf in de antiterugslagpallen (48) uit over de sleuf A (68), aangegeven op het spouwmes(16). Plaats de veerstift (69) op de antiterugslagpallen (48) in de sleuf (A) (68), aangegeven op het spouwmes (16). ◌ Druk de antiterugslagpallen (48) omlaag tot ze op hun plaats klikken en laat de knop (67) los om de pin (70) in de opening (71) te stoppen, aangegeven op het spouwmes (16). LET OP Trek de assemblage met de antiterugslagpallen omhoog om zeker te zijn dat deze aan het spouwmes is bevestigd. WAARSCHUWING Trek de antiterugslagpallen voorzichtig omhoog om zeker te zijn dat deze vergrendeld is op zijn plaats. Controleer of de antiterugslagpallen vrij kunnen bewegen en niet vast zitten in de tafelinzetsleuf. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken.
10. Installatie bladafscherming (Afb. 10a-10c)
WAARSCHUWING HOUD DE AFSCHERMINGEN OP HUN PLAATS en zorg dat ze goed werken voor alle doorzaagbewerkin- gen. Installeer de bladafscherming onmiddellijk na het voltooien van alle zaagsneden die het verwijderen van de bladafscherming vereisen. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Houd de knoppen (72) (één aan beide zijden van de bladafscherming) vast en duw de knoppen naar voor naar de voorkant van de bladafscherming en omhoog tot de pin uit de sleuf in de montagebeugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan en vooraan op de rechterzijde van de zaag. Verwijder dan de bladafscherming van de U-beugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan in het midden op de rechterzijde van de zaag (Afb. 10a). ◌ Houd de knoppen (72) vast en duw ze naar de voorkant van de bladafscherming. Plaats de pinnen (73, 74) op de bladafscherming (1) in de sleuf B (75) en sleuf C (76) zoals aangeduid op het spouwmes (16). (Afb. 10b) ◌ Trek de bladafscherming volledig naar achter op het spouwmes. Duw op de pin en laat deze los om de afscherming op zijn positie te vergrendelen. ◌ Als de bladafscherming niet parallel is met de tafel wanneer het spouwmes in de bovenste positie staat (doorzagen), pas de afstelschroef (77) aan zoals nodig. (Afb. 10c) WAARSCHUWING Controleer na de installatie de bladafscherming om zeker te zijn dat deze correct is geplaatst en goed werkt voordat u de zaag gebruikt. WAARSCHUWING Wanneer u de bladafscherming gebruikt, tilt u de linker- en rechterbladafscherming op en controleert u of ze onafhankelijk van elkaar bewegen en in contact komen met het tafeloppervlak. De bladafscherming kan worden verhoogd om de zaaglijn aan te passen, maar moet worden verlaagd om in contact te komen met het tafelop- pervlak voordat u de zaag start. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslagpal- len vrij bewegen voordat u de zaag start. Controleer de richting van de rotatie door te controleren of het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel.
11. Installatie assemblage afvoersteun (Afb. 11a-11b)
◌ Maak de twee aanslagschroeven (78) op de verleng- dissels (79) van de afvoersteun(15) los en verwijder ze. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Plaats de achterste verlengdissels (79) in de twee openingen in de achterkant van de werktafel en in de beugels van de verlengdissel die zich onder de werktafel bevinden. Plaats de afvoersteun (15). ◌ Schroef de vergrendelingsknoppen (80) in de openin- gen onder de werktafel en haal ze aan. ◌ Schroef de twee aanslagschroeven (78) in de openin- gen aan de uiteinden van de verlengdissels (79) en haal ze aan.
12. Installatie langsgeleider (Afb. 12a-12c)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de achterkant van de zaag om deze te ontgrendelen. ◌ Open de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) die zich aan de twee uiteinden van de langsgeleider (18) bevinden. Verwijderd dan de langsgeleider (18) uit de rails voor de geleiders voor en achter (42, 49). LET OP Er zijn drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) op de rails van elke geleider voor en achter (42, 49) om de langsgeleider te bevestigen. Positieschroeven (81) (positie A en B) gebruiken voor langsgeleider aan de rechterzijde van het zaagblad. Positieschroeven (81) (positie C) gebruiken voor langsgeleider aan de linkerzij- de van het zaagblad. (Afb. 12b) ◌ Lijn de geleidersleuven (82) uit op de positieschroeven (voor en achter) op de geleiderrails. ◌ Duw de sleuven (82) omlaag op de positieschroeven en maak de geleider vast op zijn plaats door de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) omlaag te duwen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). LET OP De geleider moet parallel met het zaagblad lopen. Als dat niet zo, raadpleeg dan het gedeelte “ De langsgeleider uitlijnen op het blad” (pagina 130). LET OP Drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) zijn van toepassing op drie verschillende schalen: Positieschroef (Positie A): Begin met 0 tot 680 mm einde. (Langs- geleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie B): Begin met 200 mm tot 880 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie C): Begin met 0 tot 440 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich links van het blad)121
1. Uw zaagtafel uitpakken
Dit product vereist assemblage. ◌ Til de zaag voorzichtig uit de doos en plaats deze op een vlak werkoppervlak. ◌ Inspecteer het gereedschap nauwgezet om zeker te zijn dat het geen breuk of schade heeft opgelopen tijdens de verzending. ◌ Gooi de verpakking niet weg voordat u het gereed- schap nauwgezet hebt geïnspecteerd en u tevreden bent over de werking. ◌ De zaag is in de fabriek ingesteld voor nauwkeurig zagen. Controleer de nauwkeurigheid na de assemblage. Als het transport de instellingen heeft gewijzigd, raadpleegt u de specifieke procedures die zijn toegelicht in deze gebruiksaanwijzing. ◌ Als een onderdeel ontbreekt of beschadigd is, mag u niet proberen de zaagtafel te monteren, de voeding- skabel aan te sluiten of de schakelaar op AAN te zetten zolang het ontbrekende of beschadigde onderdeel niet is verkregen en correct is geïnstalleerd. LET OP Dit gereedschap is zwaar. Om rugletsels te voorkomen, moet u door de knieën gaan bij het optillen en niet door de rug. Vraag hulp wanneer dat nodig is. WAARSCHUWING Verwijder het beschermende polyfoam van tussen de behuizing en de motor van de zaag. WAARSCHUWING Het gebruik van hulpstukken of accessoires die niet in deze handleiding zijn vermeld, kan gevaarlijk zijn en kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Probeer dit gereedschap niet te wijzigen of maak geen accessoires die niet zijn aanbevolen voor gebruik met dit gereedschap. Elke dergelijke aanpassing of wijziging is verkeerd gebruik en kan resulteren in een gevaarlijke toestand die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzak- en. WAARSCHUWING Sluit de voeding niet aan zolang de assemblage niet is voltooid. Het niet naleven hiervan kan resulteren in het per ongeluk starten en mogelijk ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Controleer altijd of de zaagtafel stevig op de voet is gemonteerd. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
2. U hebt het volgende nodig
Niet meegeleverde items ◌ Platkopschroevendraaier ◌ Schroevendraaier ◌ 13 mm sleutel / afstelsleutel ◌ Vierkante haak ◌ Driehoekige haak Meegeleverde items ◌ Zaagbladsleutel (2 stuks) ◌ 2,5 mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 4mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 5mm zeskantsleutel (1 stuk) WAARSCHUWING Om letsels te voorkomen mag u deze zaagtafel niet aansluiten op een stroombron zolang de assemblage en afstellingen niet is voltooid en zolang u de gebruiksaan- wijzing niet hebt gelezen en begrepen. LET OP Talrijke illustraties in deze handleiding tonen alleen delen van de zaagtafel. Dit is opzettelijk zodat we duidelijk punten kunnen tonen die in de illustraties worden gemaakt. Gebruik de zaag nooit zonder dat alle afscher- mingen veilig op hun plaats zitten en goed werken.
3. De voet assembleren (afb. 3a-3e)
◌ Leg karton of een oude deken op de vloer om het oppervlak van de werktafel te beschermen. ◌ Plaats de zaagtafelassemblage (50) ondersteboven op het beschermende materiaal. ◌ Maak de voetassemblage (51) vast aan de zaagtafel- assemblage (50) met vier platkopschroeven M8 x 45 (52) en vier borgmoeren M8 (53) (twee gaten op het zijbord van de voetassemblage in de opslagruimte van de zaagbladsleutel). (Afb. 3a) ◌ Maak de buizen van de voetsteunassemblage (26) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de zaagbladsleutelopslag (45)) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3b) ◌ Schuif één wiel (12), één grote vlakke sluitring 10 (55) en één borgmoer M10 (56) op de wielas (57), maak het wiel vast op zijn plaats door de borgmoer M10 aan te halen. Herhaal dit met het tweede wiel. (Afb. 3c) ◌ Maak de wielassemblage (58) vast aan de voetassem- blage (51) met twee ronde platkopschroeven M8 x 100 (59) en twee borgmoeren M8 (53). (Afb. 3d) ◌ Maak de buizen van de handgreep I-assemblage (5) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de bladafschermingsopslag) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3e)
4. De voet openen (afb. 4a-4d)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de voorkant van de zaag om deze te vergrendelen. (Afb. 4a) ◌ Neem de handgreep I (5) vast en kantel de zaag terug op de wielen tot de voet in evenwicht is op de wielen (12) en de assemblage van de voetondersteuning (26). (Afb. 4a) ◌ Vouw de twee bovenste steunpoten (11) uit (op de zijkant van handgreep I). Duw hiervoor de vergrendel- ingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendel- en uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten omlaag tot de steunpoten vergrendeld zijn op de vergrendel- ingspinnen (32) in de openingen. (Afb 4a). ◌ Neem de handgreep I (5) stevig vast en kantel de zaag langzaam omlaag tot de zaag in evenwicht is op de grond. (Afb. 4b-4c) ◌ Neem de assemblage van de voetondersteuning (26) en til deze op tot twee andere steunpoten (11) van de grond komen en vouw dan twee steunpoten (11) uit. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omlaag tot de steunporten (11) vergrendeld zijn op de vergrendelingspinnen (32) in de openingen. (Afb. 4c) Zorg dat de zaagtafel in evenwicht op de vloer staat met de vier steunpoten. ◌ Afb. 4d is de voetassemblage in open positie. WAARSCHUWING Houd uw vingers weg van de scharnierpunten tijdens het openen van de voet. U loopt het gevaar dat uw vingers gekneld of gekneusd raken.
5. De voet vastmaken/waterpas zetten (afb. 5)
Terwijl de voet open is en rust op een effen oppervlak, mag de voet niet bewegen of heen en weer schommelen. Als de voet heen en weer schommelt, moet u de afstelbare voet (6) afstellen tot de voet in evenwicht is. ◌ Til de voet iets op zodat u de afstelbare voet (6) kunt draaien tot de voet niet langer heen en weer schommelt. ◌ Als u rechtsom draait, zakt de voet. ◌ Als u linksom draait, gaat de voet omhoog. WAARSCHUWING De zaagtafel moet stevig bevestigd zijn. Een zaagtafel die niet goed is vastgemaakt, kan bewegen of kantelen.
6. De tafelinzet verwijderen/vervangen/uitlijnen (Afb.
6a-6b) WAARSCHUWING De tafelinzet moet waterpas zijn ten opzichte van de zaagtafel. Als de tafelinzet te hoog of te laag is, kan het werkstuk vastraken op de oneven randen wat kan leiden tot vastlopen of terugslag en ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Zorg dat uw handen niet tegen het zaagblad slaan. Dit kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels bij het verwijderen of opnieuw installeren van de tafelinzet. ◌ Laat het blad helemaal zakken tot de laagste positie door de hoogteafstelknop (22) linksom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ De tafelinzet verwijderen: Draai de vergrendelingsk- nop (40) linksom met de zaagbladsleutel of de platkop- schroevendraaier om de tafelinzet te ontgrendelen (29). Plaats uw wijsvinger in de opening, trek de tafelinzet (29) naar buiten naar de voorkant van de zaag. ◌ De tafelinzet opnieuw installeren: Duw de tafelinzet (29) omlaag, draai de vergrendelingsknop (40) rechtsom om de tafelinzet te vergrendelen op zijn plaats. Wanneer de tafelinzet niet waterpas is ten opzichte van de zaagtafel, neemt u een zeskantsleutel van 2,5 mm (meegeleverd), stelt u de vier vooraf op de tafel gemonteerde afstelschroeven (60) af op de vier openingen van de tafelinzet tot deze waterpas staat ten opzichte van de werktafel.
7. Het spouwmes installeren (Afb. 7a-7b)
LET OP Deze zaag wordt geleverd met spouwmes in de positie “MIDDLE”. Het spouwmes moet in de hoogste positie worden geplaatst om antiterugslagpallen en bladafscherming te bevestigen voor alle doorzaagbewerkingen. De positie “MIDDLE” is voor insneden (waarbij bladafscherming en antiterugslagpallen zijn verwijderd). Via installatie spouwmes zaag ◌ Koppel de zaag los. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op tot de hoogste positie door de hoogteafstelknop (22) rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ Ontgrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze rechtsom te draaien. ◌ Neem het spouwmes (16) vast en trek het naar de rechterzijde van de zaag om het los te maken van de vergrendelingspin met springveer. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie met de springveervergrendelingspin opnieuw wordt vastgemaakt. ◌ Vergrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze linksom te draaien. ◌ Installeer de tafelinzet opnieuw. WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de positie van het spouwmes aanpast. Zorg dat uw handen niet in contact komen met het blad. Om het spouwmes in de middelste positie te plaatsen, raadpleegt u de bovenstaande procedure. Nederlands
8. Het blad verwijderen en installeren (Afb. 8a-8b)
LET OP Controleer de diameter van de doornopening van het blad voordat u het installeert. Gebruik altijd de juiste ring voor de doornopening van het blad dat u wilt gebruiken. LET OP Voor een correcte werking moeten de zaagbladtanden omlaag gericht zijn naar de voorkant van de zaag. Als u deze instructie niet naleeft, kunt u het zaagblad, de zaag of het werkstuk beschadigen. WAARSCHUWING Controleer of het zaagblad is geïnstalleerd om te draaien in de juiste richting. Gebruik geen slijpstenen, draadbors- tels of schuurschijven op een zaagtafel. Een verkeerde installatie van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires, kan ernstige letsels veroorzak- en. WAARSCHUWING Gebruik alleen een blad met een diameter van 254 mm. Om letsels door het per ongeluk starten te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de schakelaar op OFF staat en dat de stekker niet in het stopcontact zit. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de hoogteafstellingsknop rechtsom om het blad op te tillen naar de maximale hoogte. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0° en til het zaagblad op tot de hoogste positie. ◌ Verwijder de zaagbladsleutels uit het opslaggebied. Het blad verwijderen: ◌ Gebruik een zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen van de binnenste bladflens (62). ◌ Gebruik de andere zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen op de doornmoer (64). Als u beide moersleutels stevig vast houdt, trekt u de zaagbladsleutel met het open einde op de doornmoer (64) vooruit naar de voorkant van de machine. ◌ Verwijder de doornmoer (64), de buitenste bladflens (65), het zaagblad (30) en de ring (66). WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de doornmoer losmaakt. Houd beide moersleutels stevig vast. Zorg dat de handen niet wegglijden en in contact komen met het blad. Installeer het blad: ◌ Plaats de ring (66) en één nieuwe blad op de doorn (63). Zorg dat het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel. Plaats de flens van het buitenblad (65) en de doornmoer (64) op de doorn en gebruik de zaagbladsleutels om de moer stevig aan te halen. NIET overmatig aanhalen. LET OP De ring 30 mm in de buitendiameter is in de fabriek geïnstalleerd op de doorn WAARSCHUWING Het grote, vlakke oppervlak van de buitenbladflens is gericht naar het zaagblad en het zaagblad (30) zit stevig tegen de binnenbladflens (62). WAARSCHUWING Het zaagblad (30) moet uitgelijnd zijn op het spouwmes (16) en er moet een opening van 3 tot 8 mm blijven tussen de zaagtanden en het spouwmes (16). ◌ Laat het zaagblad zakken tot de laatste positie en vervang de tafelinzet. WAARSCHUWING Als de binnenbladflens is verwijderd, installeert u deze opnieuw voordat u het zaagblad op de doorn te plaatsen. Als u dat niet doet, kan dit een ongeval veroorzaken.
9. Installatie antiterugslagpallen (Afb. 9a-9b)
Antiterugslagpallen mogen alleen worden geïnstalleerd voor het doorzagen. WAARSCHUWING Zorg dat alle antiterugslagpallen onmiddellijk terug worden geïnstalleerd na het voltooien van zaagsnedebe- werkingen waarvoor ze moeten worden verwijderd. WAARSCHUWING Vervang stompe of beschadigde antiterugslagpallen. Stompe of beschadigde antiterugslagpallen zullen de terugslag mogelijk niet stoppen waardoor een groter risico bestaat op ernstig lichamelijk letsel. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op naar de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining rechtsom te draaien. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie. ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Duw de antiterugslagpallen omhoog, verwijder deze uit de opslag voor antiterugslagpallen (35) binnenin aan de linkerzijde van de zaag. (Afb. 9a) ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Lijn de sleuf in de antiterugslagpallen (48) uit over de sleuf A (68), aangegeven op het spouwmes(16). Plaats de veerstift (69) op de antiterugslagpallen (48) in de sleuf (A) (68), aangegeven op het spouwmes (16). ◌ Druk de antiterugslagpallen (48) omlaag tot ze op hun plaats klikken en laat de knop (67) los om de pin (70) in de opening (71) te stoppen, aangegeven op het spouwmes (16). LET OP Trek de assemblage met de antiterugslagpallen omhoog om zeker te zijn dat deze aan het spouwmes is bevestigd. WAARSCHUWING Trek de antiterugslagpallen voorzichtig omhoog om zeker te zijn dat deze vergrendeld is op zijn plaats. Controleer of de antiterugslagpallen vrij kunnen bewegen en niet vast zitten in de tafelinzetsleuf. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken.
10. Installatie bladafscherming (Afb. 10a-10c)
WAARSCHUWING HOUD DE AFSCHERMINGEN OP HUN PLAATS en zorg dat ze goed werken voor alle doorzaagbewerkin- gen. Installeer de bladafscherming onmiddellijk na het voltooien van alle zaagsneden die het verwijderen van de bladafscherming vereisen. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Houd de knoppen (72) (één aan beide zijden van de bladafscherming) vast en duw de knoppen naar voor naar de voorkant van de bladafscherming en omhoog tot de pin uit de sleuf in de montagebeugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan en vooraan op de rechterzijde van de zaag. Verwijder dan de bladafscherming van de U-beugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan in het midden op de rechterzijde van de zaag (Afb. 10a). ◌ Houd de knoppen (72) vast en duw ze naar de voorkant van de bladafscherming. Plaats de pinnen (73, 74) op de bladafscherming (1) in de sleuf B (75) en sleuf C (76) zoals aangeduid op het spouwmes (16). (Afb. 10b) ◌ Trek de bladafscherming volledig naar achter op het spouwmes. Duw op de pin en laat deze los om de afscherming op zijn positie te vergrendelen. ◌ Als de bladafscherming niet parallel is met de tafel wanneer het spouwmes in de bovenste positie staat (doorzagen), pas de afstelschroef (77) aan zoals nodig. (Afb. 10c) WAARSCHUWING Controleer na de installatie de bladafscherming om zeker te zijn dat deze correct is geplaatst en goed werkt voordat u de zaag gebruikt. WAARSCHUWING Wanneer u de bladafscherming gebruikt, tilt u de linker- en rechterbladafscherming op en controleert u of ze onafhankelijk van elkaar bewegen en in contact komen met het tafeloppervlak. De bladafscherming kan worden verhoogd om de zaaglijn aan te passen, maar moet worden verlaagd om in contact te komen met het tafelop- pervlak voordat u de zaag start. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslagpal- len vrij bewegen voordat u de zaag start. Controleer de richting van de rotatie door te controleren of het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel.
11. Installatie assemblage afvoersteun (Afb. 11a-11b)
◌ Maak de twee aanslagschroeven (78) op de verleng- dissels (79) van de afvoersteun(15) los en verwijder ze. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Plaats de achterste verlengdissels (79) in de twee openingen in de achterkant van de werktafel en in de beugels van de verlengdissel die zich onder de werktafel bevinden. Plaats de afvoersteun (15). ◌ Schroef de vergrendelingsknoppen (80) in de openin- gen onder de werktafel en haal ze aan. ◌ Schroef de twee aanslagschroeven (78) in de openin- gen aan de uiteinden van de verlengdissels (79) en haal ze aan.
12. Installatie langsgeleider (Afb. 12a-12c)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de achterkant van de zaag om deze te ontgrendelen. ◌ Open de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) die zich aan de twee uiteinden van de langsgeleider (18) bevinden. Verwijderd dan de langsgeleider (18) uit de rails voor de geleiders voor en achter (42, 49). LET OP Er zijn drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) op de rails van elke geleider voor en achter (42, 49) om de langsgeleider te bevestigen. Positieschroeven (81) (positie A en B) gebruiken voor langsgeleider aan de rechterzijde van het zaagblad. Positieschroeven (81) (positie C) gebruiken voor langsgeleider aan de linkerzij- de van het zaagblad. (Afb. 12b) ◌ Lijn de geleidersleuven (82) uit op de positieschroeven (voor en achter) op de geleiderrails. ◌ Duw de sleuven (82) omlaag op de positieschroeven en maak de geleider vast op zijn plaats door de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) omlaag te duwen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). LET OP De geleider moet parallel met het zaagblad lopen. Als dat niet zo, raadpleeg dan het gedeelte “De langsgeleider uitlijnen op het blad” (pagina 130). LET OP Drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) zijn van toepassing op drie verschillende schalen: Positieschroef (Positie A): Begin met 0 tot 680 mm einde. (Langs- geleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie B): Begin met 200 mm tot 880 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie C): Begin met 0 tot 440 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich links van het blad)122
1. Uw zaagtafel uitpakken
Dit product vereist assemblage. ◌ Til de zaag voorzichtig uit de doos en plaats deze op een vlak werkoppervlak. ◌ Inspecteer het gereedschap nauwgezet om zeker te zijn dat het geen breuk of schade heeft opgelopen tijdens de verzending. ◌ Gooi de verpakking niet weg voordat u het gereed- schap nauwgezet hebt geïnspecteerd en u tevreden bent over de werking. ◌ De zaag is in de fabriek ingesteld voor nauwkeurig zagen. Controleer de nauwkeurigheid na de assemblage. Als het transport de instellingen heeft gewijzigd, raadpleegt u de specifieke procedures die zijn toegelicht in deze gebruiksaanwijzing. ◌ Als een onderdeel ontbreekt of beschadigd is, mag u niet proberen de zaagtafel te monteren, de voeding- skabel aan te sluiten of de schakelaar op AAN te zetten zolang het ontbrekende of beschadigde onderdeel niet is verkregen en correct is geïnstalleerd. LET OP Dit gereedschap is zwaar. Om rugletsels te voorkomen, moet u door de knieën gaan bij het optillen en niet door de rug. Vraag hulp wanneer dat nodig is. WAARSCHUWING Verwijder het beschermende polyfoam van tussen de behuizing en de motor van de zaag. WAARSCHUWING Het gebruik van hulpstukken of accessoires die niet in deze handleiding zijn vermeld, kan gevaarlijk zijn en kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Probeer dit gereedschap niet te wijzigen of maak geen accessoires die niet zijn aanbevolen voor gebruik met dit gereedschap. Elke dergelijke aanpassing of wijziging is verkeerd gebruik en kan resulteren in een gevaarlijke toestand die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzak- en. WAARSCHUWING Sluit de voeding niet aan zolang de assemblage niet is voltooid. Het niet naleven hiervan kan resulteren in het per ongeluk starten en mogelijk ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Controleer altijd of de zaagtafel stevig op de voet is gemonteerd. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
2. U hebt het volgende nodig
Niet meegeleverde items ◌ Platkopschroevendraaier ◌ Schroevendraaier ◌ 13 mm sleutel / afstelsleutel ◌ Vierkante haak ◌ Driehoekige haak Meegeleverde items ◌ Zaagbladsleutel (2 stuks) ◌ 2,5 mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 4mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 5mm zeskantsleutel (1 stuk) WAARSCHUWING Om letsels te voorkomen mag u deze zaagtafel niet aansluiten op een stroombron zolang de assemblage en afstellingen niet is voltooid en zolang u de gebruiksaan- wijzing niet hebt gelezen en begrepen. LET OP Talrijke illustraties in deze handleiding tonen alleen delen van de zaagtafel. Dit is opzettelijk zodat we duidelijk punten kunnen tonen die in de illustraties worden gemaakt. Gebruik de zaag nooit zonder dat alle afscher- mingen veilig op hun plaats zitten en goed werken.
3. De voet assembleren (afb. 3a-3e)
◌ Leg karton of een oude deken op de vloer om het oppervlak van de werktafel te beschermen. ◌ Plaats de zaagtafelassemblage (50) ondersteboven op het beschermende materiaal. ◌ Maak de voetassemblage (51) vast aan de zaagtafel- assemblage (50) met vier platkopschroeven M8 x 45 (52) en vier borgmoeren M8 (53) (twee gaten op het zijbord van de voetassemblage in de opslagruimte van de zaagbladsleutel). (Afb. 3a) ◌ Maak de buizen van de voetsteunassemblage (26) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de zaagbladsleutelopslag (45)) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3b) ◌ Schuif één wiel (12), één grote vlakke sluitring 10 (55) en één borgmoer M10 (56) op de wielas (57), maak het wiel vast op zijn plaats door de borgmoer M10 aan te halen. Herhaal dit met het tweede wiel. (Afb. 3c) ◌ Maak de wielassemblage (58) vast aan de voetassem- blage (51) met twee ronde platkopschroeven M8 x 100 (59) en twee borgmoeren M8 (53). (Afb. 3d) ◌ Maak de buizen van de handgreep I-assemblage (5) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de bladafschermingsopslag) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3e)
4. De voet openen (afb. 4a-4d)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de voorkant van de zaag om deze te vergrendelen. (Afb. 4a) ◌ Neem de handgreep I (5) vast en kantel de zaag terug op de wielen tot de voet in evenwicht is op de wielen (12) en de assemblage van de voetondersteuning (26). (Afb. 4a) ◌ Vouw de twee bovenste steunpoten (11) uit (op de zijkant van handgreep I). Duw hiervoor de vergrendel- ingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendel- en uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten omlaag tot de steunpoten vergrendeld zijn op de vergrendel- ingspinnen (32) in de openingen. (Afb 4a). ◌ Neem de handgreep I (5) stevig vast en kantel de zaag langzaam omlaag tot de zaag in evenwicht is op de grond. (Afb. 4b-4c) ◌ Neem de assemblage van de voetondersteuning (26) en til deze op tot twee andere steunpoten (11) van de grond komen en vouw dan twee steunpoten (11) uit. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omlaag tot de steunporten (11) vergrendeld zijn op de vergrendelingspinnen (32) in de openingen. (Afb. 4c) Zorg dat de zaagtafel in evenwicht op de vloer staat met de vier steunpoten. ◌ Afb. 4d is de voetassemblage in open positie. WAARSCHUWING Houd uw vingers weg van de scharnierpunten tijdens het openen van de voet. U loopt het gevaar dat uw vingers gekneld of gekneusd raken.
5. De voet vastmaken/waterpas zetten (afb. 5)
Terwijl de voet open is en rust op een effen oppervlak, mag de voet niet bewegen of heen en weer schommelen. Als de voet heen en weer schommelt, moet u de afstelbare voet (6) afstellen tot de voet in evenwicht is. ◌ Til de voet iets op zodat u de afstelbare voet (6) kunt draaien tot de voet niet langer heen en weer schommelt. ◌ Als u rechtsom draait, zakt de voet. ◌ Als u linksom draait, gaat de voet omhoog. WAARSCHUWING De zaagtafel moet stevig bevestigd zijn. Een zaagtafel die niet goed is vastgemaakt, kan bewegen of kantelen.
6. De tafelinzet verwijderen/vervangen/uitlijnen (Afb.
6a-6b) WAARSCHUWING De tafelinzet moet waterpas zijn ten opzichte van de zaagtafel. Als de tafelinzet te hoog of te laag is, kan het werkstuk vastraken op de oneven randen wat kan leiden tot vastlopen of terugslag en ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Zorg dat uw handen niet tegen het zaagblad slaan. Dit kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels bij het verwijderen of opnieuw installeren van de tafelinzet. ◌ Laat het blad helemaal zakken tot de laagste positie door de hoogteafstelknop (22) linksom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ De tafelinzet verwijderen: Draai de vergrendelingsk- nop (40) linksom met de zaagbladsleutel of de platkop- schroevendraaier om de tafelinzet te ontgrendelen (29). Plaats uw wijsvinger in de opening, trek de tafelinzet (29) naar buiten naar de voorkant van de zaag. ◌ De tafelinzet opnieuw installeren: Duw de tafelinzet (29) omlaag, draai de vergrendelingsknop (40) rechtsom om de tafelinzet te vergrendelen op zijn plaats. Wanneer de tafelinzet niet waterpas is ten opzichte van de zaagtafel, neemt u een zeskantsleutel van 2,5 mm (meegeleverd), stelt u de vier vooraf op de tafel gemonteerde afstelschroeven (60) af op de vier openingen van de tafelinzet tot deze waterpas staat ten opzichte van de werktafel.
7. Het spouwmes installeren (Afb. 7a-7b)
LET OP Deze zaag wordt geleverd met spouwmes in de positie “MIDDLE”. Het spouwmes moet in de hoogste positie worden geplaatst om antiterugslagpallen en bladafscherming te bevestigen voor alle doorzaagbewerkingen. De positie “MIDDLE” is voor insneden (waarbij bladafscherming en antiterugslagpallen zijn verwijderd). Via installatie spouwmes zaag ◌ Koppel de zaag los. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op tot de hoogste positie door de hoogteafstelknop (22) rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ Ontgrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze rechtsom te draaien. ◌ Neem het spouwmes (16) vast en trek het naar de rechterzijde van de zaag om het los te maken van de vergrendelingspin met springveer. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie met de springveervergrendelingspin opnieuw wordt vastgemaakt. ◌ Vergrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze linksom te draaien. ◌ Installeer de tafelinzet opnieuw. WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de positie van het spouwmes aanpast. Zorg dat uw handen niet in contact komen met het blad. Om het spouwmes in de middelste positie te plaatsen, raadpleegt u de bovenstaande procedure.
8. Het blad verwijderen en installeren (Afb. 8a-8b)
LET OP Controleer de diameter van de doornopening van het blad voordat u het installeert. Gebruik altijd de juiste ring voor de doornopening van het blad dat u wilt gebruiken. LET OP Voor een correcte werking moeten de zaagbladtanden omlaag gericht zijn naar de voorkant van de zaag. Als u deze instructie niet naleeft, kunt u het zaagblad, de zaag of het werkstuk beschadigen. WAARSCHUWING Controleer of het zaagblad is geïnstalleerd om te draaien in de juiste richting. Gebruik geen slijpstenen, draadbors- tels of schuurschijven op een zaagtafel. Een verkeerde installatie van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires, kan ernstige letsels veroorzak- en. WAARSCHUWING Gebruik alleen een blad met een diameter van 254 mm. Om letsels door het per ongeluk starten te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de schakelaar op OFF staat en dat de stekker niet in het stopcontact zit. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de hoogteafstellingsknop rechtsom om het blad op te tillen naar de maximale hoogte. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0° en til het zaagblad op tot de hoogste positie. ◌ Verwijder de zaagbladsleutels uit het opslaggebied. Het blad verwijderen: ◌ Gebruik een zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen van de binnenste bladflens (62). ◌ Gebruik de andere zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen op de doornmoer (64). Als u beide moersleutels stevig vast houdt, trekt u de zaagbladsleutel met het open einde op de doornmoer (64) vooruit naar de voorkant van de machine. ◌ Verwijder de doornmoer (64), de buitenste bladflens (65), het zaagblad (30) en de ring (66). WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de doornmoer losmaakt. Houd beide moersleutels stevig vast. Zorg dat de handen niet wegglijden en in contact komen met het blad. Installeer het blad: ◌ Plaats de ring (66) en één nieuwe blad op de doorn (63). Zorg dat het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel. Plaats de flens van het buitenblad (65) en de doornmoer (64) op de doorn en gebruik de zaagbladsleutels om de moer stevig aan te halen. NIET overmatig aanhalen. LET OP De ring 30 mm in de buitendiameter is in de fabriek geïnstalleerd op de doorn WAARSCHUWING Het grote, vlakke oppervlak van de buitenbladflens is gericht naar het zaagblad en het zaagblad (30) zit stevig tegen de binnenbladflens (62). WAARSCHUWING Het zaagblad (30) moet uitgelijnd zijn op het spouwmes (16) en er moet een opening van 3 tot 8 mm blijven Nederlands tussen de zaagtanden en het spouwmes (16). ◌ Laat het zaagblad zakken tot de laatste positie en vervang de tafelinzet. WAARSCHUWING Als de binnenbladflens is verwijderd, installeert u deze opnieuw voordat u het zaagblad op de doorn te plaatsen. Als u dat niet doet, kan dit een ongeval veroorzaken.
9. Installatie antiterugslagpallen (Afb. 9a-9b)
Antiterugslagpallen mogen alleen worden geïnstalleerd voor het doorzagen. WAARSCHUWING Zorg dat alle antiterugslagpallen onmiddellijk terug worden geïnstalleerd na het voltooien van zaagsnedebe- werkingen waarvoor ze moeten worden verwijderd. WAARSCHUWING Vervang stompe of beschadigde antiterugslagpallen. Stompe of beschadigde antiterugslagpallen zullen de terugslag mogelijk niet stoppen waardoor een groter risico bestaat op ernstig lichamelijk letsel. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op naar de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining rechtsom te draaien. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie. ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Duw de antiterugslagpallen omhoog, verwijder deze uit de opslag voor antiterugslagpallen (35) binnenin aan de linkerzijde van de zaag. (Afb. 9a) ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Lijn de sleuf in de antiterugslagpallen (48) uit over de sleuf A (68), aangegeven op het spouwmes(16). Plaats de veerstift (69) op de antiterugslagpallen (48) in de sleuf (A) (68), aangegeven op het spouwmes (16). ◌ Druk de antiterugslagpallen (48) omlaag tot ze op hun plaats klikken en laat de knop (67) los om de pin (70) in de opening (71) te stoppen, aangegeven op het spouwmes (16). LET OP Trek de assemblage met de antiterugslagpallen omhoog om zeker te zijn dat deze aan het spouwmes is bevestigd. WAARSCHUWING Trek de antiterugslagpallen voorzichtig omhoog om zeker te zijn dat deze vergrendeld is op zijn plaats. Controleer of de antiterugslagpallen vrij kunnen bewegen en niet vast zitten in de tafelinzetsleuf. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken.
10. Installatie bladafscherming (Afb. 10a-10c)
WAARSCHUWING HOUD DE AFSCHERMINGEN OP HUN PLAATS en zorg dat ze goed werken voor alle doorzaagbewerkin- gen. Installeer de bladafscherming onmiddellijk na het voltooien van alle zaagsneden die het verwijderen van de bladafscherming vereisen. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Houd de knoppen (72) (één aan beide zijden van de bladafscherming) vast en duw de knoppen naar voor naar de voorkant van de bladafscherming en omhoog tot de pin uit de sleuf in de montagebeugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan en vooraan op de rechterzijde van de zaag. Verwijder dan de bladafscherming van de U-beugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan in het midden op de rechterzijde van de zaag (Afb. 10a). ◌ Houd de knoppen (72) vast en duw ze naar de voorkant van de bladafscherming. Plaats de pinnen (73, 74) op de bladafscherming (1) in de sleuf B (75) en sleuf C (76) zoals aangeduid op het spouwmes (16). (Afb. 10b) ◌ Trek de bladafscherming volledig naar achter op het spouwmes. Duw op de pin en laat deze los om de afscherming op zijn positie te vergrendelen. ◌ Als de bladafscherming niet parallel is met de tafel wanneer het spouwmes in de bovenste positie staat (doorzagen), pas de afstelschroef (77) aan zoals nodig. (Afb. 10c) WAARSCHUWING Controleer na de installatie de bladafscherming om zeker te zijn dat deze correct is geplaatst en goed werkt voordat u de zaag gebruikt. WAARSCHUWING Wanneer u de bladafscherming gebruikt, tilt u de linker- en rechterbladafscherming op en controleert u of ze onafhankelijk van elkaar bewegen en in contact komen met het tafeloppervlak. De bladafscherming kan worden verhoogd om de zaaglijn aan te passen, maar moet worden verlaagd om in contact te komen met het tafelop- pervlak voordat u de zaag start. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslagpal- len vrij bewegen voordat u de zaag start. Controleer de richting van de rotatie door te controleren of het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel.
11. Installatie assemblage afvoersteun (Afb. 11a-11b)
◌ Maak de twee aanslagschroeven (78) op de verleng- dissels (79) van de afvoersteun(15) los en verwijder ze. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Plaats de achterste verlengdissels (79) in de twee openingen in de achterkant van de werktafel en in de beugels van de verlengdissel die zich onder de werktafel bevinden. Plaats de afvoersteun (15). ◌ Schroef de vergrendelingsknoppen (80) in de openin- gen onder de werktafel en haal ze aan. ◌ Schroef de twee aanslagschroeven (78) in de openin- gen aan de uiteinden van de verlengdissels (79) en haal ze aan.
12. Installatie langsgeleider (Afb. 12a-12c)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de achterkant van de zaag om deze te ontgrendelen. ◌ Open de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) die zich aan de twee uiteinden van de langsgeleider (18) bevinden. Verwijderd dan de langsgeleider (18) uit de rails voor de geleiders voor en achter (42, 49). LET OP Er zijn drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) op de rails van elke geleider voor en achter (42, 49) om de langsgeleider te bevestigen. Positieschroeven (81) (positie A en B) gebruiken voor langsgeleider aan de rechterzijde van het zaagblad. Positieschroeven (81) (positie C) gebruiken voor langsgeleider aan de linkerzij- de van het zaagblad. (Afb. 12b) ◌ Lijn de geleidersleuven (82) uit op de positieschroeven (voor en achter) op de geleiderrails. ◌ Duw de sleuven (82) omlaag op de positieschroeven en maak de geleider vast op zijn plaats door de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) omlaag te duwen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). LET OP De geleider moet parallel met het zaagblad lopen. Als dat niet zo, raadpleeg dan het gedeelte “De langsgeleider uitlijnen op het blad” (pagina 130). LET OP Drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) zijn van toepassing op drie verschillende schalen: Positieschroef (Positie A): Begin met 0 tot 680 mm einde. (Langs- geleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie B): Begin met 200 mm tot 880 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie C): Begin met 0 tot 440 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich links van het blad)123
1. Uw zaagtafel uitpakken
Dit product vereist assemblage. ◌ Til de zaag voorzichtig uit de doos en plaats deze op een vlak werkoppervlak. ◌ Inspecteer het gereedschap nauwgezet om zeker te zijn dat het geen breuk of schade heeft opgelopen tijdens de verzending. ◌ Gooi de verpakking niet weg voordat u het gereed- schap nauwgezet hebt geïnspecteerd en u tevreden bent over de werking. ◌ De zaag is in de fabriek ingesteld voor nauwkeurig zagen. Controleer de nauwkeurigheid na de assemblage. Als het transport de instellingen heeft gewijzigd, raadpleegt u de specifieke procedures die zijn toegelicht in deze gebruiksaanwijzing. ◌ Als een onderdeel ontbreekt of beschadigd is, mag u niet proberen de zaagtafel te monteren, de voeding- skabel aan te sluiten of de schakelaar op AAN te zetten zolang het ontbrekende of beschadigde onderdeel niet is verkregen en correct is geïnstalleerd. LET OP Dit gereedschap is zwaar. Om rugletsels te voorkomen, moet u door de knieën gaan bij het optillen en niet door de rug. Vraag hulp wanneer dat nodig is. WAARSCHUWING Verwijder het beschermende polyfoam van tussen de behuizing en de motor van de zaag. WAARSCHUWING Het gebruik van hulpstukken of accessoires die niet in deze handleiding zijn vermeld, kan gevaarlijk zijn en kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Probeer dit gereedschap niet te wijzigen of maak geen accessoires die niet zijn aanbevolen voor gebruik met dit gereedschap. Elke dergelijke aanpassing of wijziging is verkeerd gebruik en kan resulteren in een gevaarlijke toestand die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzak- en. WAARSCHUWING Sluit de voeding niet aan zolang de assemblage niet is voltooid. Het niet naleven hiervan kan resulteren in het per ongeluk starten en mogelijk ernstige lichamelijke letsels.
13. Installatie verstekmeter (Afb. 13a-13b)
De verstekmeter (28) kan worden geïnstalleerd op elke verstekmetergroep (31) aan elke zijde van het blad. ◌ Verwijder de verstekmeter (28) uit de opslag van de verstekmeter (47) die zich aan de binnenkant op de de rechterzijde van de zaag bevindt. ◌ Schuif de geleiderrail (83) van de verstekmeter (28) in één van de geleidergroeven (31) van de zaagtafel die hiervoor is bedoeld.
14. De tafelzaagaccessoires opbergen (Afb. 14a-14c)
◌ De tafelzaag heeft twee handige opslaggebieden (een aan beide zijden en aan de achterkant van de zaag) die specifiek ontworpen zijn voor de accessoires van de zaag: langsgeleider (18), bladafscherming (1), duwstaaf (38), zaagbladsleutels (14), voedingskabel (13), antiterugslagpallen (48) en verstekmeter (28). ◌ Als u de accessoires niet gebruikt, moet u ze veilig opslaan.
15. De voet vouwen (afb. 15a-15f)
◌ Om de voet te vouwen om ze te verplaatsen, brengt u de langsgeleiders terug naar hun plaats en vergrendelt u de vergrendelingshendel van de geleiderrails en brengt u de afvoersteun terug naar de binnenste positie. Berg de accessoires veilig op. ◌ Neem de assemblage van de voetondersteuning (26) en til deze op tot twee steunpoten (11) (op de zijkant van het wiel) van de grond komen en vouw dan twee steunpoten (11) naar binnen. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de WAARSCHUWING Controleer altijd of de zaagtafel stevig op de voet is gemonteerd. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
2. U hebt het volgende nodig
Niet meegeleverde items ◌ Platkopschroevendraaier ◌ Schroevendraaier ◌ 13 mm sleutel / afstelsleutel ◌ Vierkante haak ◌ Driehoekige haak Meegeleverde items ◌ Zaagbladsleutel (2 stuks) ◌ 2,5 mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 4mm zeskantsleutel (1 stuk) ◌ 5mm zeskantsleutel (1 stuk) WAARSCHUWING Om letsels te voorkomen mag u deze zaagtafel niet aansluiten op een stroombron zolang de assemblage en afstellingen niet is voltooid en zolang u de gebruiksaan- wijzing niet hebt gelezen en begrepen. LET OP Talrijke illustraties in deze handleiding tonen alleen delen van de zaagtafel. Dit is opzettelijk zodat we duidelijk punten kunnen tonen die in de illustraties worden gemaakt. Gebruik de zaag nooit zonder dat alle afscher- mingen veilig op hun plaats zitten en goed werken.
3. De voet assembleren (afb. 3a-3e)
◌ Leg karton of een oude deken op de vloer om het oppervlak van de werktafel te beschermen. ◌ Plaats de zaagtafelassemblage (50) ondersteboven op het beschermende materiaal. ◌ Maak de voetassemblage (51) vast aan de zaagtafel- assemblage (50) met vier platkopschroeven M8 x 45 (52) en vier borgmoeren M8 (53) (twee gaten op het zijbord van de voetassemblage in de opslagruimte van de zaagbladsleutel). (Afb. 3a) ◌ Maak de buizen van de voetsteunassemblage (26) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de zaagbladsleutelopslag (45)) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3b) ◌ Schuif één wiel (12), één grote vlakke sluitring 10 (55) en één borgmoer M10 (56) op de wielas (57), maak het wiel vast op zijn plaats door de borgmoer M10 aan te halen. Herhaal dit met het tweede wiel. (Afb. 3c) ◌ Maak de wielassemblage (58) vast aan de voetassem- blage (51) met twee ronde platkopschroeven M8 x 100 (59) en twee borgmoeren M8 (53). (Afb. 3d) ◌ Maak de buizen van de handgreep I-assemblage (5) vast aan de overeenkomende buizen (op de zijkant van de bladafschermingsopslag) op de voetassem- blage (51) en lijn de openingen uit. Stop de ronde platkopschroeven M8 x 10 (54) in de openingen en haal ze aan met een een zeskantsleutel van 5 mm. (Afb. 3e)
4. De voet openen (afb. 4a-4d)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de voorkant van de zaag om deze te vergrendelen. (Afb. 4a) ◌ Neem de handgreep I (5) vast en kantel de zaag terug op de wielen tot de voet in evenwicht is op de wielen (12) en de assemblage van de voetondersteuning (26). (Afb. 4a) ◌ Vouw de twee bovenste steunpoten (11) uit (op de zijkant van handgreep I). Duw hiervoor de vergrendel- ingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendel- en uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten omlaag tot de steunpoten vergrendeld zijn op de vergrendel- ingspinnen (32) in de openingen. (Afb 4a). ◌ Neem de handgreep I (5) stevig vast en kantel de zaag langzaam omlaag tot de zaag in evenwicht is op de grond. (Afb. 4b-4c) ◌ Neem de assemblage van de voetondersteuning (26) en til deze op tot twee andere steunpoten (11) van de grond komen en vouw dan twee steunpoten (11) uit. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omlaag tot de steunporten (11) vergrendeld zijn op de vergrendelingspinnen (32) in de openingen. (Afb. 4c) Zorg dat de zaagtafel in evenwicht op de vloer staat met de vier steunpoten. ◌ Afb. 4d is de voetassemblage in open positie. WAARSCHUWING Houd uw vingers weg van de scharnierpunten tijdens het openen van de voet. U loopt het gevaar dat uw vingers gekneld of gekneusd raken.
5. De voet vastmaken/waterpas zetten (afb. 5)
Terwijl de voet open is en rust op een effen oppervlak, mag de voet niet bewegen of heen en weer schommelen. Als de voet heen en weer schommelt, moet u de afstelbare voet (6) afstellen tot de voet in evenwicht is. ◌ Til de voet iets op zodat u de afstelbare voet (6) kunt draaien tot de voet niet langer heen en weer schommelt. ◌ Als u rechtsom draait, zakt de voet. ◌ Als u linksom draait, gaat de voet omhoog. WAARSCHUWING De zaagtafel moet stevig bevestigd zijn. Een zaagtafel die niet goed is vastgemaakt, kan bewegen of kantelen.
6. De tafelinzet verwijderen/vervangen/uitlijnen (Afb.
6a-6b) WAARSCHUWING De tafelinzet moet waterpas zijn ten opzichte van de zaagtafel. Als de tafelinzet te hoog of te laag is, kan het werkstuk vastraken op de oneven randen wat kan leiden tot vastlopen of terugslag en ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Zorg dat uw handen niet tegen het zaagblad slaan. Dit kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels bij het verwijderen of opnieuw installeren van de tafelinzet. ◌ Laat het blad helemaal zakken tot de laagste positie door de hoogteafstelknop (22) linksom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ De tafelinzet verwijderen: Draai de vergrendelingsk- nop (40) linksom met de zaagbladsleutel of de platkop- schroevendraaier om de tafelinzet te ontgrendelen (29). Plaats uw wijsvinger in de opening, trek de tafelinzet (29) naar buiten naar de voorkant van de zaag. ◌ De tafelinzet opnieuw installeren: Duw de tafelinzet (29) omlaag, draai de vergrendelingsknop (40) rechtsom om de tafelinzet te vergrendelen op zijn plaats. Wanneer de tafelinzet niet waterpas is ten opzichte van de zaagtafel, neemt u een zeskantsleutel van 2,5 mm (meegeleverd), stelt u de vier vooraf op de tafel gemonteerde afstelschroeven (60) af op de vier openingen van de tafelinzet tot deze waterpas staat ten opzichte van de werktafel.
7. Het spouwmes installeren (Afb. 7a-7b)
LET OP Deze zaag wordt geleverd met spouwmes in de positie “MIDDLE”. Het spouwmes moet in de hoogste positie worden geplaatst om antiterugslagpallen en bladafscherming te bevestigen voor alle doorzaagbewerkingen. De positie “MIDDLE” is voor insneden (waarbij bladafscherming en antiterugslagpallen zijn verwijderd). Via installatie spouwmes zaag ◌ Koppel de zaag los. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op tot de hoogste positie door de hoogteafstelknop (22) rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom te draaien. ◌ Ontgrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze rechtsom te draaien. ◌ Neem het spouwmes (16) vast en trek het naar de rechterzijde van de zaag om het los te maken van de vergrendelingspin met springveer. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie met de springveervergrendelingspin opnieuw wordt vastgemaakt. ◌ Vergrendel de vergrendelingsknop voor het spouwmes (61) door deze linksom te draaien. ◌ Installeer de tafelinzet opnieuw. WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de positie van het spouwmes aanpast. Zorg dat uw handen niet in contact komen met het blad. Om het spouwmes in de middelste positie te plaatsen, raadpleegt u de bovenstaande procedure.
8. Het blad verwijderen en installeren (Afb. 8a-8b)
LET OP Controleer de diameter van de doornopening van het blad voordat u het installeert. Gebruik altijd de juiste ring voor de doornopening van het blad dat u wilt gebruiken. LET OP Voor een correcte werking moeten de zaagbladtanden omlaag gericht zijn naar de voorkant van de zaag. Als u deze instructie niet naleeft, kunt u het zaagblad, de zaag of het werkstuk beschadigen. WAARSCHUWING Controleer of het zaagblad is geïnstalleerd om te draaien in de juiste richting. Gebruik geen slijpstenen, draadbors- tels of schuurschijven op een zaagtafel. Een verkeerde installatie van het zaagblad of het gebruik van niet aanbevolen accessoires, kan ernstige letsels veroorzak- en. WAARSCHUWING Gebruik alleen een blad met een diameter van 254 mm. Om letsels door het per ongeluk starten te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de schakelaar op OFF staat en dat de stekker niet in het stopcontact zit. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de hoogteafstellingsknop rechtsom om het blad op te tillen naar de maximale hoogte. ◌ Verwijder de tafelinzet: ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0° en til het zaagblad op tot de hoogste positie. ◌ Verwijder de zaagbladsleutels uit het opslaggebied. Het blad verwijderen: ◌ Gebruik een zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen van de binnenste bladflens (62). ◌ Gebruik de andere zaagbladsleutel met open uiteinde (14), plaats het platte open uiteinde op de vlakke delen op de doornmoer (64). Als u beide moersleutels stevig vast houdt, trekt u de zaagbladsleutel met het open einde op de doornmoer (64) vooruit naar de voorkant van de machine. ◌ Verwijder de doornmoer (64), de buitenste bladflens (65), het zaagblad (30) en de ring (66). WAARSCHUWING Wees extreem voorzichtig wanneer u de doornmoer losmaakt. Houd beide moersleutels stevig vast. Zorg dat de handen niet wegglijden en in contact komen met het blad. Installeer het blad: ◌ Plaats de ring (66) en één nieuwe blad op de doorn (63). Zorg dat het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel. Plaats de flens van het buitenblad (65) en de doornmoer (64) op de doorn en gebruik de zaagbladsleutels om de moer stevig aan te halen. NIET overmatig aanhalen. LET OP De ring 30 mm in de buitendiameter is in de fabriek geïnstalleerd op de doorn WAARSCHUWING Het grote, vlakke oppervlak van de buitenbladflens is gericht naar het zaagblad en het zaagblad (30) zit stevig tegen de binnenbladflens (62). WAARSCHUWING Het zaagblad (30) moet uitgelijnd zijn op het spouwmes (16) en er moet een opening van 3 tot 8 mm blijven tussen de zaagtanden en het spouwmes (16). ◌ Laat het zaagblad zakken tot de laatste positie en vervang de tafelinzet. WAARSCHUWING Als de binnenbladflens is verwijderd, installeert u deze opnieuw voordat u het zaagblad op de doorn te plaatsen. Als u dat niet doet, kan dit een ongeval veroorzaken.
9. Installatie antiterugslagpallen (Afb. 9a-9b)
Antiterugslagpallen mogen alleen worden geïnstalleerd voor het doorzagen. WAARSCHUWING Zorg dat alle antiterugslagpallen onmiddellijk terug worden geïnstalleerd na het voltooien van zaagsnedebe- werkingen waarvoor ze moeten worden verwijderd. WAARSCHUWING Vervang stompe of beschadigde antiterugslagpallen. Stompe of beschadigde antiterugslagpallen zullen de terugslag mogelijk niet stoppen waardoor een groter risico bestaat op ernstig lichamelijk letsel. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Zet de hoek van het zaagblad op 0°. ◌ Til het zaagblad op naar de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Vergrendel het blad door de vergrendelingshendel voor de afschuining rechtsom te draaien. ◌ Plaats het spouwmes in de hoogste positie. ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Duw de antiterugslagpallen omhoog, verwijder deze uit de opslag voor antiterugslagpallen (35) binnenin aan de linkerzijde van de zaag. (Afb. 9a) ◌ Trek de knop (67) uit en houd deze vast. Lijn de sleuf in de antiterugslagpallen (48) uit over de sleuf A (68), aangegeven op het spouwmes(16). Plaats de veerstift (69) op de antiterugslagpallen (48) in de sleuf (A) (68), aangegeven op het spouwmes (16). ◌ Druk de antiterugslagpallen (48) omlaag tot ze op hun plaats klikken en laat de knop (67) los om de pin (70) in de opening (71) te stoppen, aangegeven op het spouwmes (16). LET OP Trek de assemblage met de antiterugslagpallen omhoog om zeker te zijn dat deze aan het spouwmes is bevestigd. WAARSCHUWING Trek de antiterugslagpallen voorzichtig omhoog om zeker te zijn dat deze vergrendeld is op zijn plaats. Controleer of de antiterugslagpallen vrij kunnen bewegen en niet vast zitten in de tafelinzetsleuf. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken.
10. Installatie bladafscherming (Afb. 10a-10c)
WAARSCHUWING HOUD DE AFSCHERMINGEN OP HUN PLAATS en zorg dat ze goed werken voor alle doorzaagbewerkin- gen. Installeer de bladafscherming onmiddellijk na het voltooien van alle zaagsneden die het verwijderen van de bladafscherming vereisen. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Houd de knoppen (72) (één aan beide zijden van de bladafscherming) vast en duw de knoppen naar voor naar de voorkant van de bladafscherming en omhoog tot de pin uit de sleuf in de montagebeugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan en vooraan op de rechterzijde van de zaag. Verwijder dan de bladafscherming van de U-beugel (opslag bladafscherming) (19) onderaan in het midden op de rechterzijde van de zaag (Afb. 10a). ◌ Houd de knoppen (72) vast en duw ze naar de voorkant van de bladafscherming. Plaats de pinnen (73, 74) op de bladafscherming (1) in de sleuf B (75) en sleuf C (76) zoals aangeduid op het spouwmes (16). (Afb. 10b) ◌ Trek de bladafscherming volledig naar achter op het spouwmes. Duw op de pin en laat deze los om de afscherming op zijn positie te vergrendelen. ◌ Als de bladafscherming niet parallel is met de tafel wanneer het spouwmes in de bovenste positie staat (doorzagen), pas de afstelschroef (77) aan zoals nodig. (Afb. 10c) WAARSCHUWING Controleer na de installatie de bladafscherming om zeker te zijn dat deze correct is geplaatst en goed werkt voordat u de zaag gebruikt. WAARSCHUWING Wanneer u de bladafscherming gebruikt, tilt u de linker- en rechterbladafscherming op en controleert u of ze onafhankelijk van elkaar bewegen en in contact komen met het tafeloppervlak. De bladafscherming kan worden verhoogd om de zaaglijn aan te passen, maar moet worden verlaagd om in contact te komen met het tafelop- pervlak voordat u de zaag start. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslagpal- len vrij bewegen voordat u de zaag start. Controleer de richting van de rotatie door te controleren of het zaagblad omlaag gericht is naar de voorzijde van de zaagtafel.
11. Installatie assemblage afvoersteun (Afb. 11a-11b)
◌ Maak de twee aanslagschroeven (78) op de verleng- dissels (79) van de afvoersteun(15) los en verwijder ze. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Plaats de achterste verlengdissels (79) in de twee openingen in de achterkant van de werktafel en in de beugels van de verlengdissel die zich onder de werktafel bevinden. Plaats de afvoersteun (15). ◌ Schroef de vergrendelingsknoppen (80) in de openin- gen onder de werktafel en haal ze aan. ◌ Schroef de twee aanslagschroeven (78) in de openin- gen aan de uiteinden van de verlengdissels (79) en haal ze aan.
12. Installatie langsgeleider (Afb. 12a-12c)
◌ Duw de vergrendelingshendel van de rails van de geleider (37) naar de achterkant van de zaag om deze te ontgrendelen. ◌ Open de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) die zich aan de twee uiteinden van de langsgeleider (18) bevinden. Verwijderd dan de langsgeleider (18) uit de rails voor de geleiders voor en achter (42, 49). LET OP Er zijn drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) op de rails van elke geleider voor en achter (42, 49) om de langsgeleider te bevestigen. Positieschroeven (81) (positie A en B) gebruiken voor langsgeleider aan de rechterzijde van het zaagblad. Positieschroeven (81) (positie C) gebruiken voor langsgeleider aan de linkerzij- de van het zaagblad. (Afb. 12b) ◌ Lijn de geleidersleuven (82) uit op de positieschroeven (voor en achter) op de geleiderrails. ◌ Duw de sleuven (82) omlaag op de positieschroeven en maak de geleider vast op zijn plaats door de vergrendelingshendels van de langsgeleider (3) omlaag te duwen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). LET OP De geleider moet parallel met het zaagblad lopen. Als dat niet zo, raadpleeg dan het gedeelte “De langsgeleider uitlijnen op het blad” (pagina 130). LET OP Drie positieschroeven (81) (positie A, B, C) zijn van toepassing op drie verschillende schalen: Positieschroef (Positie A): Begin met 0 tot 680 mm einde. (Langs- geleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie B): Begin met 200 mm tot 880 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich rechts van het blad) Positieschroef (Positie C): Begin met 0 tot 440 mm einde. (Langsgeleider bevindt zich links van het blad) Nederlands steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omhoog tot de steunpoten vergrendeld zijn op de vergrendelingspin- nen (32) in de openingen. ◌ Neem de handgreep I (5) vast en kantel de zaag terug op de wielen tot de voet in evenwicht is op de wielen (12) en de assemblage van de voetondersteuning (26). (Afb. 15b-15c) ◌ Vouw de andere twee steunvoeten (11) naar binnen. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omlaag tot de steunpoten (11) vergrendeld zijn op de vergrendelingspinnen (32) in de openingen. ◌ Neem de handgreep I (5) stevig vast en kantel de zaag naar u toe, duw de zaag naar de gewenste locatie (Afb. 15e) en open dan de voet of bewaar de zaag (Afb. 15d & 15f) in een droge omgeving. WAARSCHUWING Houd uw vingers weg van de scharnierpunten tijdens het vouwen van de voet. U loopt het gevaar dat uw vingers gekneld of gekneusd raken.
16. Aansluiten op een stofopvangsysteem (Afb. 16)
◌ De stofafzuigingspoort (33) met (binnendiameter: Ø35 mm, buitendiameter: ø40 mm) grootte bevindt zich op de achterkant van de zaagtafel. Deze poort kan direct op een stofopvangsysteem worden aangesloten door het uiteinde van de stofverzamelingsslang aan te sluiten op de stofpoort. ◌ Partikels die worden gegenereerd door het zagen, kunnen substanties bevatten die kanker, allergische reacties, ademhalingsaandoeningen, geboorteafwi- jkingen of andere reproductieve afwijkingen kunnen veroorzaken. Sommige voorbeelden van dergelijke substanties zijn lood (in loodhoudende verf), additieven die worden gebruikt voor de behandeling van hout (chromaat, houtconserveringsmiddel), sommige houttypes (zoals stof van eik of beuk). ◌ Het risico is afhankelijk van de mate waarin de gebruiker of personen in de omgeving zijn blootgesteld aan deze substanties. ◌ Verminder blootstelling aan stof met de volgende maatregelen: – Richt de ontsnappende deeltjes en de uitlaatluchtstroom niet naar uzelf of naar personen of stofafzettingen dichtbij. – Controleer de ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermende uitrusting, zoals ademhalingstoestellen, ontworpen voor het filteren van microscopisch kleine partikels. – Verzamel de gegenereerde partikels bij de bron, vermijd afzetting in het omgevende gebied. – Gebruik het meegeleverde stofopvangsysteem en een geschikte afzuigingseenheid. Dit garandeert dat minder ongecontroleerde partikels worden vrijgegeven in de werkomgeving. – Gebruik een afzuigingseenheid en/of luchtzuiver- ingstoestellen. – Behoud een goede ventilatie van de werkplek. – Houd dit schoon met een stofzuiger. Niet vegen of blazen. Dit zal het stof doen opwaaien. – Stofzuig of was uw beschermkledij. Niet blazen, kloppen of borstelen. Dit zal het stof doen opwaaien. ◌ Leef de relevante richtlijnen voor uw materiaal, personeel, toepassing en plaats van toepassing na (bijv. beroepsgezondheid en veiligheidsvoorschriften, verwijdering).124
13. Installatie verstekmeter (Afb. 13a-13b)
De verstekmeter (28) kan worden geïnstalleerd op elke verstekmetergroep (31) aan elke zijde van het blad. ◌ Verwijder de verstekmeter (28) uit de opslag van de verstekmeter (47) die zich aan de binnenkant op de de rechterzijde van de zaag bevindt. ◌ Schuif de geleiderrail (83) van de verstekmeter (28) in één van de geleidergroeven (31) van de zaagtafel die hiervoor is bedoeld.
14. De tafelzaagaccessoires opbergen (Afb. 14a-14c)
◌ De tafelzaag heeft twee handige opslaggebieden (een aan beide zijden en aan de achterkant van de zaag) die specifiek ontworpen zijn voor de accessoires van de zaag: langsgeleider (18), bladafscherming (1), duwstaaf (38), zaagbladsleutels (14), voedingskabel (13), antiterugslagpallen (48) en verstekmeter (28). ◌ Als u de accessoires niet gebruikt, moet u ze veilig opslaan.
15. De voet vouwen (afb. 15a-15f)
◌ Om de voet te vouwen om ze te verplaatsen, brengt u de langsgeleiders terug naar hun plaats en vergrendelt u de vergrendelingshendel van de geleiderrails en brengt u de afvoersteun terug naar de binnenste positie. Berg de accessoires veilig op. ◌ Neem de assemblage van de voetondersteuning (26) en til deze op tot twee steunpoten (11) (op de zijkant van het wiel) van de grond komen en vouw dan twee steunpoten (11) naar binnen. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de WERKING WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen, schakelt u het toestel uit en koppelt u het gereedschap los van de netstroom voordat u aanpassingen aanbrengt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Per ongeluk opstarten kan letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u de zaag gebruikt, controleert u elke keer het volgende:
- Draag ALTIJD geschikte oog-, gehoor- en ademhal- ingsuitrusting.
- Het blad is stevig vastgemaakt.
- De afschuiningshoek en de vergrendelingshendel van de geleiderrails zijn vergrendeld.
- Bij het schulpen, moet u ervoor zorgen dat de vergren- delingshendel voor de langsgeleider is vergrendeld en dat de geleider parallel loopt met het blad.
- Bij een afkortsnede wordt de vergrendelingsknop van de verstekmeter stevig vastgemaakt.
- De assemblage van de bladafscherming is goed bevestigd en de assemblage van antiterugslagpallen werkt goed. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen als de afstand tussen de langsgeleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, moet de duwstaaf worden gebruikt. WAARSCHUWING Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de werktafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. WAARSCHUWING In het geval van een stroomstoring. of wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de schakelaar UIT. Deze actie verhindert dat het gereedschap per ongeluk start wanneer er opnieuw stroom is. WAARSCHUWING Controleer ALTIJD of uw werkstuk niet in contact is met het blad voordat u de startschakelaar van de zaag bedient. Contact met het blad kan resulteren in terugslag of een weggeslingerd werkstuk. WAARSCHUWING Om het risico op per ongeluk starten te verminderen, moet u er ALTIJD voor zorgen dat de schakelt op de positie OFF staat voordat u de zaag aansluit op een stroombron. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Bij de bediening van elk elektrisch gereedschap kunnen vreemde objecten in de ogen terechtkomen, wat kan resulteren in ernstige oogschade. Draag altijd oogbescherming voordat u begint te werken met een elektrisch gereedschap. WAARSCHUWING Gebruik de zaag nooit als de bladafscherming is verwijderd, behalve voor zaagsneden. Het niet naleven van deze instructie kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
U kunt dit gereedschap gebruiken voor de hieronder vermelde doeleinden: ◌ Rechte zaagsneden, zoals afkortsnede, schulpsnede, versteksnede en combinatiesnede. ◌ Het maken van kasten en houtbewerking OPMERKING Deze tafelzaag is alleen ontworpen om hout en samengestelde producten in hout te zagen. Zaag nooit metalen, cementplaten of metselwerk. 2 Bedieningsonderdelen ◌ Het bovenste deel van het blad projecteert omhoog door de tafel en is omringd door een inzetstuk dat de tafelinzet wordt genoemd. De hoogte van het blad is ingesteld met een hoogteafstellingshendel op het wiel voor het afstellen van de hoogte/afschuining. Gedetailleerde instructies zijn voorzien in deze handleiding voor de basissnede: afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiesneden. ◌ De langsgeleider wordt gebruikt om het werkstuk te plaatsen voor sneden in de lengte en voor afvoersteun voor het zagen van grote werkstukken. ◌ Het is heel belangrijk om het spouwmes, antiterug- slagpallen en bladafschermingsassemblage te gebruiken voor alle doorzaagbewerkingen.
3. Oorzaken van terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het blad stilvalt of vastloopt waardoor het werkstuk met grote kracht en hoge snelheid wordt teruggeslagen naar de operator. Als uw handen zich dicht bij het zaagblad bevinden, kunnen ze los worden gerukt van het werkstuk en komen ze in contact met het blad. Terugslag kan ernstige letsels veroorzaken en het is de moeite om voorzorgsmaatregel- en te treffen om risico’s te voorkomen. Terugslag kan worden veroorzaakt door elke actie die het blad in het hout knelt, zoals bij: ◌ Het maken van een insnede met een verkeerde bladdiepte. ◌ Zagen in knopen of nagels in het werkstuk. ◌ Het hout draaien tijdens het maken van een insnede. ◌ Het niet ondersteunen van het werkstuk. ◌ Het forceren van een insnede. ◌ Het zagen van vervormd of nat hout. ◌ Het gebruik van een verkeerd blad voor het type insnede. ◌ Het niet naleven van de juiste bedieningsprocedures. ◌ Verkeerd gebruik van de zaag. ◌ Het niet gebruiken van de antiterugslagpallen. ◌ Zagen met een stomp, verharst of verkeerd geplaatst blad.
4. Voorzorgsmaatregelen voor terugslag
OPMERKING Terugslag kan worden vermeden door de volgende geschikte voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleider staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd.
- Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan.
- Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren.
- Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken.
- Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
5. Schakelaarsassemblage (afb. 17)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, moet u zorgen dat de schakelaar in de positie OFF staat voordat u de machine aansluit op het stopcontact. De zaag in- en uitschakelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omhoog. ◌ Druk op de schakelaar I (85) om de zaag in te schakel- en. ◌ Druk op het schakelbord (86) om de zaag uit te schakelen. De zaag vergrendelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omlaag. ◌ De openingen (87) zijn voorzien in de schakelaar voor het invoegen van een hangslot met een afneembare schacht om de af te sluiten. OPMERKING Een gewoon hangslot zal niet passen.
6. Overbelastingsbeveiliging (Afb. 17)
De zaag is uitgerust met een overbelastingsschakelaar (9) om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten.
7. De bladdiepte wijzigen (Afb. 18)
De bladdiepte moet zo worden ingesteld, dat de buitenste punten van het blad ongeveer 3 mm tot 6 mm hoger zijn dan het werkblad en dat de onderkant van de spaanruimten onder het bovenoppervlak van het werkstuk zijn. ◌ Draai de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom om deze stevig aan te halen. ◌ Til het blad op (30) door de hoogteafstelknop (22) op het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) rechtsom. Laat het blad zakken door de hoogteafstelk- nop (22) linksom te draaien. ◌ Controleer of het blad (30) op de juiste hoogte staat. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladdiepte. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
8. De bladhoek wijzigen (afschuining) (Afb. 19)
LET OP Een snede van 90° heeft een afschuining van 0° en een snede van 45° heeft een afschuining van 45°. LET OP Als de afschuiningsindicator niet nul is wanneer het zaagblad op 0° staat, raadpleegt u de sectie “De afschuiningsindicator afstellen” (pagina 131). ◌ Maak de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) los door deze linksom te draaien. ◌ Pas de afschuiningshoek aan door het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) eerst helemaal naar links te duwen. ◌ Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar rechts om de hoek van het blad (30) te vergroten (door het dichter naar 45° te brengen vanaf het tafelblad). Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar links om de hoek te verkleinen (door het blad dichter naar 90° te brengen vanaf het tafelblad). ◌ Controleer of het blad (30) in de gewenste hoek staat. Haal de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom aan. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladhoek. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
9. Langsgeleider (Afb. 20a-20c)
WAARSCHUWING Om het risico op letsels te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de langsgeleider parallel loopt met het blad voordat u een bewerking start. Vergrendelingshendel geleiderrails (Afb. 20a) De vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelt de langsgeleider op zijn plaats waardoor beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te vergrendelen, duwt u deze omhoog en naar de voorkant van de zaag. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te ontgrendelen, duwt u deze omlaag en naar de achterkant van de zaag. LET OP Bij de geleiding moet u altijd de vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelen. Smalle geleider (Afb. 20b) ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een werkstuk dat uit de werktafel steekt, te ondersteunen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de laagste positie A voor de sleuven voor en achter. ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een smal werkstuk te zagen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de bovenste positie B voor de sleuven voor en achter. LET OP Gebruik altijd de hulpgeleider (niet de smalle geleider) wanneer u materiaal van 3 mm of dunner geleidt om te verhinderen dat de blok onder de geleider wegglijdt. OPMERKING Als de smalle geleider niet is vereist, plaatst u deze altijd in de positie C zoals weergegeven (Afb. 20b). OPMERKING De smalle geleider (2) voor het zaken van een smal werkstuk kan meer ruimte bieden voor een duwstaaf zonder de bladafscherming te verwijderen. Afstelknop (Afb. 20c) Via de afstelknop zijn kleinere aanpassingen mogelijk wanneer u de langsgeleider instelt. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Schuif de langsgeleider (18) dicht bij de gewenste positie. ◌ Draai de afstelknop (4) langzaam om de langsgeleider (18) in te stellen op de gewenste positie. Als u de afstelknop (4) rechtsom draait, worden de geleider- rails naar rechts verlengd. Als u de afstelknop (4) linksom draait, worden de geleiderrails naar links verlengd. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37).
10. Verstekmeter (Afb. 21)
De verstekmeter (28) biedt nauwkeurigheid in hoekvor- mige sneden. Voor zeer enge toleranties, is een testsnede aanbevolen. Er zijn twee verstekmetergroev- en, een aan elke zijde van het blad. Wanneer u een afkortsnede van 90° maakt, gebruikt u een van de verstekmetergroeven. Wanneer u een afgeschuinde afkortsnede maakt (blad gekanteld ten opzichte van werktafel, verstekmeter moet in de groef aan de rechter- kant zitten zodat het blad weg van de verstekmeter en handen wordt gekanteld. De verstekmeter gebruiken ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) los door deze linksom te draaien. ◌ Draai de meter terwijl de verstekmeter in de verstek- metergroef zit, tot de gewenste hoek is bereikt. ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) opnieuw vast door deze rechtsom te draaien.
11. Afvoersteun (Afb. 22)
De afvoersteun schuift om de operator extra steun te geven voor het zagen van lange werkstukken. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Ga achter de zaag staan. Neem de afvoersteun (15) vast met beide handen en trek tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Haal de vergrendelingsknoppen (80) rechtsom aan.
12. Duwstaaf (Afb. 23)
De duwstaaf (38) is een hulpmiddel om een werkstuk veilig door het blad te stoppen in plaats van uw handen hiervoor te gebruiken. Er is een duwstaaf bij uw zaag geleverd, maar deze kan ook worden gemaakt uit sloophout in verschillende grootten en vormen die moeten worden gebruikt in een specifiek project. De staaf moet smaller zijn dan het werkstuk, met een inkeping van 90° in het ene uiteinde en gevormd voor een grip aan het andere uiteinde. De duwstaaf moet worden gebruikt in de plaats van de hand van de gebruiker om het materiaal tussen de geleider en het blad te geleiden. Wanneer u een duwsta- af gebruikt, moet het achterste einde van het bord vierkant zijn. Een duwstaaf tegen een oneven uiteinde kan wegglijden of het werkstuk van de geleider weg duwen waardoor terugslag kan ontstaan die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. De duwstaaf kan worden opgeborgen in de opslag voor de duwstaaf (36). WAARSCHUWING Gebruik de duwstaaf altijd met de smalle geleider (2) wanneer de geleider op een afstand van 150 mm of minder van het blad zit. WAARSCHUWING Wanneer de duwstaaf niet in gebruik is, moet deze altijd worden opgeslagen in de opslag voor de duwstaaf.
WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslag- pallen op hun plaats zitten en correct werken wanneer u deze sneden maakt om mogelijke letsels te vermijden. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Om terugslag te voorkomen, moet u controleren of één zijde van het werkstuk stevig tegen de langsgeleider zit tijdens elke schulpsnede. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter tijdens elke versteksnede. WAARSCHUWING Probeer GEEN combinatie-versteksneden uit te voeren met afgeschuind blad en gehoekte verstekgeleider, zolang u niet grondig op de hoogte bent van basissneden en goed begrijpt hoe u terugslag kunt voorkomen. WAARSCHUWING Probeer GEEN snede te maken die hier niet worden beschreven. WAARSCHUWING Het gebruik van een langsgeleider als een afkortmeter bij afkortsneden zal resulteren in een terugslag die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Maak NOOIT sneden met de vrije hand (sneden zonder verstekmeter of langsgeleider). Niet geleide werkstukken kunnen resulteren in ernstige letsels. WAARSCHUWING Maak nooit doorzaagsneden zonder dat de bladafscherming op zijn plaats zit. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
◌ De zaagsnede (de snede die door het blad in het hout wordt gemaakt) wordt breder dan het blad om overver- hitting of vastlopen te voorkomen. Houd rekening met de zaagsnede wanneer u hout meet. ◌ Controleer of de zaagsnede aan de afvalzijde van de meetlijn is gemaakt. ◌ Zaag het hout met de afwerkingszijde omhoog gericht. ◌ Klop losse knopen uit voordat u de zaagsnede maakt. ◌ Zorg altijd voor goede steun voor het houd zoals het uit de zaag komt.
15. Zaagsneden maken
◌ Ga iets aan de zijkant van het bladpad staan om het risico op letsels te verminderen als er terugslag optreedt. ◌ Gebruik de verstekmeter wanneer u afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiev- ersteksneden te maken. Om de hoek vast te maken, vergrendelt u de verstekmeter op zijn plaats door de vergrendelingsknop rechtsom te draaien. Maak de vergrendelingsknop ALTIJD stevig vast op zijn plaats vóór gebruik. WAARSCHUWING Gebruik de geleider en de verstekmeter nooit samen. Dit kan terugslag veroorzaken waardoor de operator letsels kan oplopen.
16. Types sneden (Afb. 24)
Er zijn zes basissneden: a) de afkortsnede, b) de schulpsnede, c) de versteksnede, d) de afgeschuinde afkortsnede, e) de afgeschuinde schulpsnede en f) de combinatie versteksnede (afschuining).
17. Een afkortsnede maken (Afb. 25)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
18. Een schulpsnede maken (Afb. 26)
◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider (18). Laat het blad opbouw- en naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf en/of duwblokken om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert. WAARSCHUWING Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Zaaghulpmiddelen houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad.
19. Een versteksnede maken (Afb. 27)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
20. Een afgeschuinde afkortsnede maken (Afb. 28)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
21. Een afgeschuinde schulpsnede maken (Afb. 29)
WAARSCHUWING Zorg dat de langsgeleider rechts van het blad zit om te verhinderen dat het hout vastraakt en terugslag veroorzaakt. Als de langsgeleider aan de linkerzijde van het blad wordt geplaatst, kan terugslag en ernstig lichamelijk letsel ontstaan. ◌ Verwijder de verstekmeter. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel terwijl de rand duwt tegen de langsgeleider (18). ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
22. Een combinatie versteksnede (afschuining) maken
(Afb. 30) ◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
23. Een zaagsnede in een groot paneel maken (Afb. 31)
◌ Schuif de afvoersteun (15) tot deze volledig is uitgetrokken en plaats een steun (88) met dezelfde hoogte als de bovenkant van de werktafel achter de zaag voor het zagen en voeg steunen bij aan de zijkanten zoals nodig. ◌ Afhankelijk van de vorm van het paneel, gebruikt u de langsgeleider of de verstekmeter. Als het paneel te groot is om de langsgeleider of de verstekmeter te gebruiken, is het te groot voor deze zaag. ◌ Zorg dat het hout het blad niet raakt voordat de zaag wordt ingeschakeld. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider. Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
24. Een zaagsnede maken
Het gebruik van een zaagsnede is essentieel voor het snijden van groeven en sponningen. Zaagsneden kunnen worden uitgevoerd met een standaard blad met een diameter van 254 mm. Zaagsneden zijn het enige type van sneden die moeten worden gemaakt zonder dat de de bladbeschermingsassemblage en de antiterug- slagpallen zijn geïnstalleerd. Zorg dat de bladbescher- mingsassemblage en de antiterugslagpallen terug zijn geplaatst na het voltooien van dit type snede. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig letsel te verminderen bij het maken van zaagsneden, volgt u alle toepasselijke waarschuwingen en instructies die hieronder zijn vermeld, naast deze die bovenaan zijn vermeld voor de relevantie doorzaagsnede. WAARSCHUWING Wanneer u een zaagsnede maakt, is het blad tijdens het grootste deel van het zagen bedekt door het werkstuk. Let op het blootgestelde blad bij het begin en einde van elke zaagsnede om het risico op lichamelijk letsel te vermijden. WAARSCHUWING Voer nooit hout met de handen in wanneer u zaagsneden maakt zoals sponningen. Om lichamelijke letsels te voorkomen, moet u altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklempaat gebruiken. WAARSCHUWING Lees de geschikte sectie die het type snede beschrijft, naast deze sectie over zaagsneden. Als uw zaagsnede bijvoorbeeld een rechte afkortsnede is, moet u de sectie over rechte afkortsneden lezen en begrijpen voordat u doorgaat. WAARSCHUWING Zodra de zaagsneden zijn voltooid, koppelt u de zaag los en installeert u het spouwmes in de bovenste positie. Installeer antiterugslagpallen en een bladafscherming. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Ontgrendel de ontgrendelhendel. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar 0°. ◌ Vergrendel de ontgrendelingshendel. ◌ Verwijder de bladafscherming (1) en antiterugslagpal- len (48). ◌ Zet het spouwmes (16) in de positie “MIDDLE” en vergrendel de vergrendelingsknop van het spouwmes (61). ◌ Sluit de zaag aan op de voedingsbron en zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Gebruik altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklem- plaat wanneer u zaagsneden maakt om het risico op ernstig letsel te verminderen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
25. Stofafzuiging (Afb. 32)
Deze zaagtafel is uitgerust met een stofkap en een stofafzuigingspoort. Voor de beste resultaten, sluit u een stofzuiger aan op de poort op de achterkant van de zaag. Na langdurig gebruik kan het stofafzuigingssysteem van de zaag verstopt geraken. Het stofafzuigingssysteem vrijmaken: ◌ Koppel de zaag los. ◌ Maak de schroef (89) en de vlakke sluitring (90) los, verwijder ze en open het kleine schot (34). ◌ Verwijder het overtollig stof en duw het kleine schot terug op zijn plaats en plaats de vlakke sluitring en schroef terug. steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omhoog tot de steunpoten vergrendeld zijn op de vergrendelingspin- nen (32) in de openingen. ◌ Neem de handgreep I (5) vast en kantel de zaag terug op de wielen tot de voet in evenwicht is op de wielen (12) en de assemblage van de voetondersteuning (26). (Afb. 15b-15c) ◌ Vouw de andere twee steunvoeten (11) naar binnen. Duw hiervoor de vergrendelingspinnen (32) tot ze de steunpoten (11) ontgrendelen uit de openingen. Zwaai dan de steunpoten (11) omlaag tot de steunpoten (11) vergrendeld zijn op de vergrendelingspinnen (32) in de openingen. ◌ Neem de handgreep I (5) stevig vast en kantel de zaag naar u toe, duw de zaag naar de gewenste locatie (Afb. 15e) en open dan de voet of bewaar de zaag (Afb. 15d & 15f) in een droge omgeving. WAARSCHUWING Houd uw vingers weg van de scharnierpunten tijdens het vouwen van de voet. U loopt het gevaar dat uw vingers gekneld of gekneusd raken.
16. Aansluiten op een stofopvangsysteem (Afb. 16)
◌ De stofafzuigingspoort (33) met (binnendiameter: Ø35 mm, buitendiameter: ø40 mm) grootte bevindt zich op de achterkant van de zaagtafel. Deze poort kan direct op een stofopvangsysteem worden aangesloten door het uiteinde van de stofverzamelingsslang aan te sluiten op de stofpoort. ◌ Partikels die worden gegenereerd door het zagen, kunnen substanties bevatten die kanker, allergische reacties, ademhalingsaandoeningen, geboorteafwi- jkingen of andere reproductieve afwijkingen kunnen veroorzaken. Sommige voorbeelden van dergelijke substanties zijn lood (in loodhoudende verf), additieven die worden gebruikt voor de behandeling van hout (chromaat, houtconserveringsmiddel), sommige houttypes (zoals stof van eik of beuk). ◌ Het risico is afhankelijk van de mate waarin de gebruiker of personen in de omgeving zijn blootgesteld aan deze substanties. ◌ Verminder blootstelling aan stof met de volgende maatregelen: – Richt de ontsnappende deeltjes en de uitlaatluchtstroom niet naar uzelf of naar personen of stofafzettingen dichtbij. – Controleer de ventilatie van de werkplek en draag geschikte beschermende uitrusting, zoals ademhalingstoestellen, ontworpen voor het filteren van microscopisch kleine partikels. – Verzamel de gegenereerde partikels bij de bron, vermijd afzetting in het omgevende gebied. – Gebruik het meegeleverde stofopvangsysteem en een geschikte afzuigingseenheid. Dit garandeert dat minder ongecontroleerde partikels worden vrijgegeven in de werkomgeving. – Gebruik een afzuigingseenheid en/of luchtzuiver- ingstoestellen. – Behoud een goede ventilatie van de werkplek. – Houd dit schoon met een stofzuiger. Niet vegen of blazen. Dit zal het stof doen opwaaien. – Stofzuig of was uw beschermkledij. Niet blazen, kloppen of borstelen. Dit zal het stof doen opwaaien. Nederlands ◌ Leef de relevante richtlijnen voor uw materiaal, personeel, toepassing en plaats van toepassing na (bijv. beroepsgezondheid en veiligheidsvoorschriften, verwijdering).125 WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen, schakelt u het toestel uit en koppelt u het gereedschap los van de netstroom voordat u aanpassingen aanbrengt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Per ongeluk opstarten kan letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u de zaag gebruikt, controleert u elke keer het volgende:
- Draag ALTIJD geschikte oog-, gehoor- en ademhal- ingsuitrusting.
- Het blad is stevig vastgemaakt.
- De afschuiningshoek en de vergrendelingshendel van de geleiderrails zijn vergrendeld.
- Bij het schulpen, moet u ervoor zorgen dat de vergren- delingshendel voor de langsgeleider is vergrendeld en dat de geleider parallel loopt met het blad.
- Bij een afkortsnede wordt de vergrendelingsknop van de verstekmeter stevig vastgemaakt.
- De assemblage van de bladafscherming is goed bevestigd en de assemblage van antiterugslagpallen werkt goed. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen als de afstand tussen de langsgeleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, moet de duwstaaf worden gebruikt. WAARSCHUWING Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de werktafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. WAARSCHUWING In het geval van een stroomstoring. of wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de schakelaar UIT. Deze actie verhindert dat het gereedschap per ongeluk start wanneer er opnieuw stroom is. WAARSCHUWING Controleer ALTIJD of uw werkstuk niet in contact is met het blad voordat u de startschakelaar van de zaag bedient. Contact met het blad kan resulteren in terugslag of een weggeslingerd werkstuk. WAARSCHUWING Om het risico op per ongeluk starten te verminderen, moet u er ALTIJD voor zorgen dat de schakelt op de positie OFF staat voordat u de zaag aansluit op een stroombron. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Bij de bediening van elk elektrisch gereedschap kunnen vreemde objecten in de ogen terechtkomen, wat kan resulteren in ernstige oogschade. Draag altijd oogbescherming voordat u begint te werken met een elektrisch gereedschap. WAARSCHUWING Gebruik de zaag nooit als de bladafscherming is verwijderd, behalve voor zaagsneden. Het niet naleven van deze instructie kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
U kunt dit gereedschap gebruiken voor de hieronder vermelde doeleinden: ◌ Rechte zaagsneden, zoals afkortsnede, schulpsnede, versteksnede en combinatiesnede. ◌ Het maken van kasten en houtbewerking OPMERKING Deze tafelzaag is alleen ontworpen om hout en samengestelde producten in hout te zagen. Zaag nooit metalen, cementplaten of metselwerk. 2 Bedieningsonderdelen ◌ Het bovenste deel van het blad projecteert omhoog door de tafel en is omringd door een inzetstuk dat de tafelinzet wordt genoemd. De hoogte van het blad is ingesteld met een hoogteafstellingshendel op het wiel voor het afstellen van de hoogte/afschuining. Gedetailleerde instructies zijn voorzien in deze handleiding voor de basissnede: afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiesneden. ◌ De langsgeleider wordt gebruikt om het werkstuk te plaatsen voor sneden in de lengte en voor afvoersteun voor het zagen van grote werkstukken. ◌ Het is heel belangrijk om het spouwmes, antiterug- slagpallen en bladafschermingsassemblage te gebruiken voor alle doorzaagbewerkingen.
3. Oorzaken van terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het blad stilvalt of vastloopt waardoor het werkstuk met grote kracht en hoge snelheid wordt teruggeslagen naar de operator. Als uw handen zich dicht bij het zaagblad bevinden, kunnen ze los worden gerukt van het werkstuk en komen ze in contact met het blad. Terugslag kan ernstige letsels veroorzaken en het is de moeite om voorzorgsmaatregel- en te treffen om risico’s te voorkomen. Terugslag kan worden veroorzaakt door elke actie die het blad in het hout knelt, zoals bij: ◌ Het maken van een insnede met een verkeerde bladdiepte. ◌ Zagen in knopen of nagels in het werkstuk. ◌ Het hout draaien tijdens het maken van een insnede. ◌ Het niet ondersteunen van het werkstuk. ◌ Het forceren van een insnede. ◌ Het zagen van vervormd of nat hout. ◌ Het gebruik van een verkeerd blad voor het type insnede. ◌ Het niet naleven van de juiste bedieningsprocedures. ◌ Verkeerd gebruik van de zaag. ◌ Het niet gebruiken van de antiterugslagpallen. ◌ Zagen met een stomp, verharst of verkeerd geplaatst blad.
4. Voorzorgsmaatregelen voor terugslag
OPMERKING Terugslag kan worden vermeden door de volgende geschikte voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleider staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd.
- Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan.
- Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren.
- Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken.
- Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
5. Schakelaarsassemblage (afb. 17)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, moet u zorgen dat de schakelaar in de positie OFF staat voordat u de machine aansluit op het stopcontact. De zaag in- en uitschakelen: Nederlands ◌ Klap de schakelaarkap (84) omhoog. ◌ Druk op de schakelaar I (85) om de zaag in te schakel- en. ◌ Druk op het schakelbord (86) om de zaag uit te schakelen. De zaag vergrendelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omlaag. ◌ De openingen (87) zijn voorzien in de schakelaar voor het invoegen van een hangslot met een afneembare schacht om de af te sluiten. OPMERKING Een gewoon hangslot zal niet passen.
6. Overbelastingsbeveiliging (Afb. 17)
De zaag is uitgerust met een overbelastingsschakelaar (9) om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten.
7. De bladdiepte wijzigen (Afb. 18)
De bladdiepte moet zo worden ingesteld, dat de buitenste punten van het blad ongeveer 3 mm tot 6 mm hoger zijn dan het werkblad en dat de onderkant van de spaanruimten onder het bovenoppervlak van het werkstuk zijn. ◌ Draai de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom om deze stevig aan te halen. ◌ Til het blad op (30) door de hoogteafstelknop (22) op het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) rechtsom. Laat het blad zakken door de hoogteafstelk- nop (22) linksom te draaien. ◌ Controleer of het blad (30) op de juiste hoogte staat. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladdiepte. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
8. De bladhoek wijzigen (afschuining) (Afb. 19)
LET OP Een snede van 90° heeft een afschuining van 0° en een snede van 45° heeft een afschuining van 45°. LET OP Als de afschuiningsindicator niet nul is wanneer het zaagblad op 0° staat, raadpleegt u de sectie “De afschuiningsindicator afstellen” (pagina 131). ◌ Maak de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) los door deze linksom te draaien. ◌ Pas de afschuiningshoek aan door het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) eerst helemaal naar links te duwen. ◌ Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar rechts om de hoek van het blad (30) te vergroten (door het dichter naar 45° te brengen vanaf het tafelblad). Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar links om de hoek te verkleinen (door het blad dichter naar 90° te brengen vanaf het tafelblad). ◌ Controleer of het blad (30) in de gewenste hoek staat. Haal de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom aan. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladhoek. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
9. Langsgeleider (Afb. 20a-20c)
WAARSCHUWING Om het risico op letsels te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de langsgeleider parallel loopt met het blad voordat u een bewerking start. Vergrendelingshendel geleiderrails (Afb. 20a) De vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelt de langsgeleider op zijn plaats waardoor beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te vergrendelen, duwt u deze omhoog en naar de voorkant van de zaag. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te ontgrendelen, duwt u deze omlaag en naar de achterkant van de zaag. LET OP Bij de geleiding moet u altijd de vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelen. Smalle geleider (Afb. 20b) ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een werkstuk dat uit de werktafel steekt, te ondersteunen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de laagste positie A voor de sleuven voor en achter. ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een smal werkstuk te zagen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de bovenste positie B voor de sleuven voor en achter. LET OP Gebruik altijd de hulpgeleider (niet de smalle geleider) wanneer u materiaal van 3 mm of dunner geleidt om te verhinderen dat de blok onder de geleider wegglijdt. OPMERKING Als de smalle geleider niet is vereist, plaatst u deze altijd in de positie C zoals weergegeven (Afb. 20b). OPMERKING De smalle geleider (2) voor het zaken van een smal werkstuk kan meer ruimte bieden voor een duwstaaf zonder de bladafscherming te verwijderen. Afstelknop (Afb. 20c) Via de afstelknop zijn kleinere aanpassingen mogelijk wanneer u de langsgeleider instelt. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Schuif de langsgeleider (18) dicht bij de gewenste positie. ◌ Draai de afstelknop (4) langzaam om de langsgeleider (18) in te stellen op de gewenste positie. Als u de afstelknop (4) rechtsom draait, worden de geleider- rails naar rechts verlengd. Als u de afstelknop (4) linksom draait, worden de geleiderrails naar links verlengd. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37).
10. Verstekmeter (Afb. 21)
De verstekmeter (28) biedt nauwkeurigheid in hoekvor- mige sneden. Voor zeer enge toleranties, is een testsnede aanbevolen. Er zijn twee verstekmetergroev- en, een aan elke zijde van het blad. Wanneer u een afkortsnede van 90° maakt, gebruikt u een van de verstekmetergroeven. Wanneer u een afgeschuinde afkortsnede maakt (blad gekanteld ten opzichte van werktafel, verstekmeter moet in de groef aan de rechter- kant zitten zodat het blad weg van de verstekmeter en handen wordt gekanteld. De verstekmeter gebruiken ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) los door deze linksom te draaien. ◌ Draai de meter terwijl de verstekmeter in de verstek- metergroef zit, tot de gewenste hoek is bereikt. ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) opnieuw vast door deze rechtsom te draaien.
11. Afvoersteun (Afb. 22)
De afvoersteun schuift om de operator extra steun te geven voor het zagen van lange werkstukken. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Ga achter de zaag staan. Neem de afvoersteun (15) vast met beide handen en trek tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Haal de vergrendelingsknoppen (80) rechtsom aan.
12. Duwstaaf (Afb. 23)
De duwstaaf (38) is een hulpmiddel om een werkstuk veilig door het blad te stoppen in plaats van uw handen hiervoor te gebruiken. Er is een duwstaaf bij uw zaag geleverd, maar deze kan ook worden gemaakt uit sloophout in verschillende grootten en vormen die moeten worden gebruikt in een specifiek project. De staaf moet smaller zijn dan het werkstuk, met een inkeping van 90° in het ene uiteinde en gevormd voor een grip aan het andere uiteinde. De duwstaaf moet worden gebruikt in de plaats van de hand van de gebruiker om het materiaal tussen de geleider en het blad te geleiden. Wanneer u een duwsta- af gebruikt, moet het achterste einde van het bord vierkant zijn. Een duwstaaf tegen een oneven uiteinde kan wegglijden of het werkstuk van de geleider weg duwen waardoor terugslag kan ontstaan die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. De duwstaaf kan worden opgeborgen in de opslag voor de duwstaaf (36). WAARSCHUWING Gebruik de duwstaaf altijd met de smalle geleider (2) wanneer de geleider op een afstand van 150 mm of minder van het blad zit. WAARSCHUWING Wanneer de duwstaaf niet in gebruik is, moet deze altijd worden opgeslagen in de opslag voor de duwstaaf.
WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslag- pallen op hun plaats zitten en correct werken wanneer u deze sneden maakt om mogelijke letsels te vermijden. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Om terugslag te voorkomen, moet u controleren of één zijde van het werkstuk stevig tegen de langsgeleider zit tijdens elke schulpsnede. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter tijdens elke versteksnede. WAARSCHUWING Probeer GEEN combinatie-versteksneden uit te voeren met afgeschuind blad en gehoekte verstekgeleider, zolang u niet grondig op de hoogte bent van basissneden en goed begrijpt hoe u terugslag kunt voorkomen. WAARSCHUWING Probeer GEEN snede te maken die hier niet worden beschreven. WAARSCHUWING Het gebruik van een langsgeleider als een afkortmeter bij afkortsneden zal resulteren in een terugslag die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Maak NOOIT sneden met de vrije hand (sneden zonder verstekmeter of langsgeleider). Niet geleide werkstukken kunnen resulteren in ernstige letsels. WAARSCHUWING Maak nooit doorzaagsneden zonder dat de bladafscherming op zijn plaats zit. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
◌ De zaagsnede (de snede die door het blad in het hout wordt gemaakt) wordt breder dan het blad om overver- hitting of vastlopen te voorkomen. Houd rekening met de zaagsnede wanneer u hout meet. ◌ Controleer of de zaagsnede aan de afvalzijde van de meetlijn is gemaakt. ◌ Zaag het hout met de afwerkingszijde omhoog gericht. ◌ Klop losse knopen uit voordat u de zaagsnede maakt. ◌ Zorg altijd voor goede steun voor het houd zoals het uit de zaag komt.
15. Zaagsneden maken
◌ Ga iets aan de zijkant van het bladpad staan om het risico op letsels te verminderen als er terugslag optreedt. ◌ Gebruik de verstekmeter wanneer u afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiev- ersteksneden te maken. Om de hoek vast te maken, vergrendelt u de verstekmeter op zijn plaats door de vergrendelingsknop rechtsom te draaien. Maak de vergrendelingsknop ALTIJD stevig vast op zijn plaats vóór gebruik. WAARSCHUWING Gebruik de geleider en de verstekmeter nooit samen. Dit kan terugslag veroorzaken waardoor de operator letsels kan oplopen.
16. Types sneden (Afb. 24)
Er zijn zes basissneden: a) de afkortsnede, b) de schulpsnede, c) de versteksnede, d) de afgeschuinde afkortsnede, e) de afgeschuinde schulpsnede en f) de combinatie versteksnede (afschuining).
17. Een afkortsnede maken (Afb. 25)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
18. Een schulpsnede maken (Afb. 26)
◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider (18). Laat het blad opbouw- en naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf en/of duwblokken om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert. WAARSCHUWING Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Zaaghulpmiddelen houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad.
19. Een versteksnede maken (Afb. 27)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
20. Een afgeschuinde afkortsnede maken (Afb. 28)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
21. Een afgeschuinde schulpsnede maken (Afb. 29)
WAARSCHUWING Zorg dat de langsgeleider rechts van het blad zit om te verhinderen dat het hout vastraakt en terugslag veroorzaakt. Als de langsgeleider aan de linkerzijde van het blad wordt geplaatst, kan terugslag en ernstig lichamelijk letsel ontstaan. ◌ Verwijder de verstekmeter. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel terwijl de rand duwt tegen de langsgeleider (18). ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
22. Een combinatie versteksnede (afschuining) maken
(Afb. 30) ◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
23. Een zaagsnede in een groot paneel maken (Afb. 31)
◌ Schuif de afvoersteun (15) tot deze volledig is uitgetrokken en plaats een steun (88) met dezelfde hoogte als de bovenkant van de werktafel achter de zaag voor het zagen en voeg steunen bij aan de zijkanten zoals nodig. ◌ Afhankelijk van de vorm van het paneel, gebruikt u de langsgeleider of de verstekmeter. Als het paneel te groot is om de langsgeleider of de verstekmeter te gebruiken, is het te groot voor deze zaag. ◌ Zorg dat het hout het blad niet raakt voordat de zaag wordt ingeschakeld. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider. Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
24. Een zaagsnede maken
Het gebruik van een zaagsnede is essentieel voor het snijden van groeven en sponningen. Zaagsneden kunnen worden uitgevoerd met een standaard blad met een diameter van 254 mm. Zaagsneden zijn het enige type van sneden die moeten worden gemaakt zonder dat de de bladbeschermingsassemblage en de antiterug- slagpallen zijn geïnstalleerd. Zorg dat de bladbescher- mingsassemblage en de antiterugslagpallen terug zijn geplaatst na het voltooien van dit type snede. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig letsel te verminderen bij het maken van zaagsneden, volgt u alle toepasselijke waarschuwingen en instructies die hieronder zijn vermeld, naast deze die bovenaan zijn vermeld voor de relevantie doorzaagsnede. WAARSCHUWING Wanneer u een zaagsnede maakt, is het blad tijdens het grootste deel van het zagen bedekt door het werkstuk. Let op het blootgestelde blad bij het begin en einde van elke zaagsnede om het risico op lichamelijk letsel te vermijden. WAARSCHUWING Voer nooit hout met de handen in wanneer u zaagsneden maakt zoals sponningen. Om lichamelijke letsels te voorkomen, moet u altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklempaat gebruiken. WAARSCHUWING Lees de geschikte sectie die het type snede beschrijft, naast deze sectie over zaagsneden. Als uw zaagsnede bijvoorbeeld een rechte afkortsnede is, moet u de sectie over rechte afkortsneden lezen en begrijpen voordat u doorgaat. WAARSCHUWING Zodra de zaagsneden zijn voltooid, koppelt u de zaag los en installeert u het spouwmes in de bovenste positie. Installeer antiterugslagpallen en een bladafscherming. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Ontgrendel de ontgrendelhendel. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar 0°. ◌ Vergrendel de ontgrendelingshendel. ◌ Verwijder de bladafscherming (1) en antiterugslagpal- len (48). ◌ Zet het spouwmes (16) in de positie “MIDDLE” en vergrendel de vergrendelingsknop van het spouwmes (61). ◌ Sluit de zaag aan op de voedingsbron en zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Gebruik altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklem- plaat wanneer u zaagsneden maakt om het risico op ernstig letsel te verminderen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
25. Stofafzuiging (Afb. 32)
Deze zaagtafel is uitgerust met een stofkap en een stofafzuigingspoort. Voor de beste resultaten, sluit u een stofzuiger aan op de poort op de achterkant van de zaag. Na langdurig gebruik kan het stofafzuigingssysteem van de zaag verstopt geraken. Het stofafzuigingssysteem vrijmaken: ◌ Koppel de zaag los. ◌ Maak de schroef (89) en de vlakke sluitring (90) los, verwijder ze en open het kleine schot (34). ◌ Verwijder het overtollig stof en duw het kleine schot terug op zijn plaats en plaats de vlakke sluitring en schroef terug.126 WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen, schakelt u het toestel uit en koppelt u het gereedschap los van de netstroom voordat u aanpassingen aanbrengt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Per ongeluk opstarten kan letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u de zaag gebruikt, controleert u elke keer het volgende:
- Draag ALTIJD geschikte oog-, gehoor- en ademhal- ingsuitrusting.
- Het blad is stevig vastgemaakt.
- De afschuiningshoek en de vergrendelingshendel van de geleiderrails zijn vergrendeld.
- Bij het schulpen, moet u ervoor zorgen dat de vergren- delingshendel voor de langsgeleider is vergrendeld en dat de geleider parallel loopt met het blad.
- Bij een afkortsnede wordt de vergrendelingsknop van de verstekmeter stevig vastgemaakt.
- De assemblage van de bladafscherming is goed bevestigd en de assemblage van antiterugslagpallen werkt goed. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen als de afstand tussen de langsgeleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, moet de duwstaaf worden gebruikt. WAARSCHUWING Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de werktafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. WAARSCHUWING In het geval van een stroomstoring. of wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de schakelaar UIT. Deze actie verhindert dat het gereedschap per ongeluk start wanneer er opnieuw stroom is. WAARSCHUWING Controleer ALTIJD of uw werkstuk niet in contact is met het blad voordat u de startschakelaar van de zaag bedient. Contact met het blad kan resulteren in terugslag of een weggeslingerd werkstuk. WAARSCHUWING Om het risico op per ongeluk starten te verminderen, moet u er ALTIJD voor zorgen dat de schakelt op de positie OFF staat voordat u de zaag aansluit op een stroombron. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Bij de bediening van elk elektrisch gereedschap kunnen vreemde objecten in de ogen terechtkomen, wat kan resulteren in ernstige oogschade. Draag altijd oogbescherming voordat u begint te werken met een elektrisch gereedschap. WAARSCHUWING Gebruik de zaag nooit als de bladafscherming is verwijderd, behalve voor zaagsneden. Het niet naleven van deze instructie kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
U kunt dit gereedschap gebruiken voor de hieronder vermelde doeleinden: ◌ Rechte zaagsneden, zoals afkortsnede, schulpsnede, versteksnede en combinatiesnede. ◌ Het maken van kasten en houtbewerking OPMERKING Deze tafelzaag is alleen ontworpen om hout en samengestelde producten in hout te zagen. Zaag nooit metalen, cementplaten of metselwerk. 2 Bedieningsonderdelen ◌ Het bovenste deel van het blad projecteert omhoog door de tafel en is omringd door een inzetstuk dat de tafelinzet wordt genoemd. De hoogte van het blad is ingesteld met een hoogteafstellingshendel op het wiel voor het afstellen van de hoogte/afschuining. Gedetailleerde instructies zijn voorzien in deze handleiding voor de basissnede: afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiesneden. ◌ De langsgeleider wordt gebruikt om het werkstuk te plaatsen voor sneden in de lengte en voor afvoersteun voor het zagen van grote werkstukken. ◌ Het is heel belangrijk om het spouwmes, antiterug- slagpallen en bladafschermingsassemblage te gebruiken voor alle doorzaagbewerkingen.
3. Oorzaken van terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het blad stilvalt of vastloopt waardoor het werkstuk met grote kracht en hoge snelheid wordt teruggeslagen naar de operator. Als uw handen zich dicht bij het zaagblad bevinden, kunnen ze los worden gerukt van het werkstuk en komen ze in contact met het blad. Terugslag kan ernstige letsels veroorzaken en het is de moeite om voorzorgsmaatregel- en te treffen om risico’s te voorkomen. Terugslag kan worden veroorzaakt door elke actie die het blad in het hout knelt, zoals bij: ◌ Het maken van een insnede met een verkeerde bladdiepte. ◌ Zagen in knopen of nagels in het werkstuk. ◌ Het hout draaien tijdens het maken van een insnede. ◌ Het niet ondersteunen van het werkstuk. ◌ Het forceren van een insnede. ◌ Het zagen van vervormd of nat hout. ◌ Het gebruik van een verkeerd blad voor het type insnede. ◌ Het niet naleven van de juiste bedieningsprocedures. ◌ Verkeerd gebruik van de zaag. ◌ Het niet gebruiken van de antiterugslagpallen. ◌ Zagen met een stomp, verharst of verkeerd geplaatst blad.
4. Voorzorgsmaatregelen voor terugslag
OPMERKING Terugslag kan worden vermeden door de volgende geschikte voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleider staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd.
- Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan.
- Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren.
- Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken.
- Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
5. Schakelaarsassemblage (afb. 17)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, moet u zorgen dat de schakelaar in de positie OFF staat voordat u de machine aansluit op het stopcontact. De zaag in- en uitschakelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omhoog. ◌ Druk op de schakelaar I (85) om de zaag in te schakel- en. ◌ Druk op het schakelbord (86) om de zaag uit te schakelen. De zaag vergrendelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omlaag. ◌ De openingen (87) zijn voorzien in de schakelaar voor het invoegen van een hangslot met een afneembare schacht om de af te sluiten. OPMERKING Een gewoon hangslot zal niet passen.
6. Overbelastingsbeveiliging (Afb. 17)
De zaag is uitgerust met een overbelastingsschakelaar (9) om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten.
7. De bladdiepte wijzigen (Afb. 18)
De bladdiepte moet zo worden ingesteld, dat de buitenste punten van het blad ongeveer 3 mm tot 6 mm hoger zijn dan het werkblad en dat de onderkant van de spaanruimten onder het bovenoppervlak van het werkstuk zijn. ◌ Draai de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom om deze stevig aan te halen. ◌ Til het blad op (30) door de hoogteafstelknop (22) op het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) rechtsom. Laat het blad zakken door de hoogteafstelk- nop (22) linksom te draaien. ◌ Controleer of het blad (30) op de juiste hoogte staat. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladdiepte. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
8. De bladhoek wijzigen (afschuining) (Afb. 19)
LET OP Een snede van 90° heeft een afschuining van 0° en een snede van 45° heeft een afschuining van 45°. LET OP Als de afschuiningsindicator niet nul is wanneer het zaagblad op 0° staat, raadpleegt u de sectie “De afschuiningsindicator afstellen” (pagina 131). ◌ Maak de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) los door deze linksom te draaien. ◌ Pas de afschuiningshoek aan door het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) eerst helemaal naar links te duwen. ◌ Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar rechts om de hoek van het blad (30) te vergroten (door het dichter naar 45° te brengen vanaf het tafelblad). Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar links om de hoek te verkleinen (door het blad dichter naar 90° te brengen vanaf het tafelblad). ◌ Controleer of het blad (30) in de gewenste hoek staat. Nederlands Haal de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom aan. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladhoek. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
9. Langsgeleider (Afb. 20a-20c)
WAARSCHUWING Om het risico op letsels te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de langsgeleider parallel loopt met het blad voordat u een bewerking start. Vergrendelingshendel geleiderrails (Afb. 20a) De vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelt de langsgeleider op zijn plaats waardoor beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te vergrendelen, duwt u deze omhoog en naar de voorkant van de zaag. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te ontgrendelen, duwt u deze omlaag en naar de achterkant van de zaag. LET OP Bij de geleiding moet u altijd de vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelen. Smalle geleider (Afb. 20b) ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een werkstuk dat uit de werktafel steekt, te ondersteunen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de laagste positie A voor de sleuven voor en achter. ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een smal werkstuk te zagen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de bovenste positie B voor de sleuven voor en achter. LET OP Gebruik altijd de hulpgeleider (niet de smalle geleider) wanneer u materiaal van 3 mm of dunner geleidt om te verhinderen dat de blok onder de geleider wegglijdt. OPMERKING Als de smalle geleider niet is vereist, plaatst u deze altijd in de positie C zoals weergegeven (Afb. 20b). OPMERKING De smalle geleider (2) voor het zaken van een smal werkstuk kan meer ruimte bieden voor een duwstaaf zonder de bladafscherming te verwijderen. Afstelknop (Afb. 20c) Via de afstelknop zijn kleinere aanpassingen mogelijk wanneer u de langsgeleider instelt. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Schuif de langsgeleider (18) dicht bij de gewenste positie. ◌ Draai de afstelknop (4) langzaam om de langsgeleider (18) in te stellen op de gewenste positie. Als u de afstelknop (4) rechtsom draait, worden de geleider- rails naar rechts verlengd. Als u de afstelknop (4) linksom draait, worden de geleiderrails naar links verlengd. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37).
10. Verstekmeter (Afb. 21)
De verstekmeter (28) biedt nauwkeurigheid in hoekvor- mige sneden. Voor zeer enge toleranties, is een testsnede aanbevolen. Er zijn twee verstekmetergroev- en, een aan elke zijde van het blad. Wanneer u een afkortsnede van 90° maakt, gebruikt u een van de verstekmetergroeven. Wanneer u een afgeschuinde afkortsnede maakt (blad gekanteld ten opzichte van werktafel, verstekmeter moet in de groef aan de rechter- kant zitten zodat het blad weg van de verstekmeter en handen wordt gekanteld. De verstekmeter gebruiken ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) los door deze linksom te draaien. ◌ Draai de meter terwijl de verstekmeter in de verstek- metergroef zit, tot de gewenste hoek is bereikt. ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) opnieuw vast door deze rechtsom te draaien.
11. Afvoersteun (Afb. 22)
De afvoersteun schuift om de operator extra steun te geven voor het zagen van lange werkstukken. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Ga achter de zaag staan. Neem de afvoersteun (15) vast met beide handen en trek tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Haal de vergrendelingsknoppen (80) rechtsom aan.
12. Duwstaaf (Afb. 23)
De duwstaaf (38) is een hulpmiddel om een werkstuk veilig door het blad te stoppen in plaats van uw handen hiervoor te gebruiken. Er is een duwstaaf bij uw zaag geleverd, maar deze kan ook worden gemaakt uit sloophout in verschillende grootten en vormen die moeten worden gebruikt in een specifiek project. De staaf moet smaller zijn dan het werkstuk, met een inkeping van 90° in het ene uiteinde en gevormd voor een grip aan het andere uiteinde. De duwstaaf moet worden gebruikt in de plaats van de hand van de gebruiker om het materiaal tussen de geleider en het blad te geleiden. Wanneer u een duwsta- af gebruikt, moet het achterste einde van het bord vierkant zijn. Een duwstaaf tegen een oneven uiteinde kan wegglijden of het werkstuk van de geleider weg duwen waardoor terugslag kan ontstaan die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. De duwstaaf kan worden opgeborgen in de opslag voor de duwstaaf (36). WAARSCHUWING Gebruik de duwstaaf altijd met de smalle geleider (2) wanneer de geleider op een afstand van 150 mm of minder van het blad zit. WAARSCHUWING Wanneer de duwstaaf niet in gebruik is, moet deze altijd worden opgeslagen in de opslag voor de duwstaaf.
WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslag- pallen op hun plaats zitten en correct werken wanneer u deze sneden maakt om mogelijke letsels te vermijden. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Om terugslag te voorkomen, moet u controleren of één zijde van het werkstuk stevig tegen de langsgeleider zit tijdens elke schulpsnede. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter tijdens elke versteksnede. WAARSCHUWING Probeer GEEN combinatie-versteksneden uit te voeren met afgeschuind blad en gehoekte verstekgeleider, zolang u niet grondig op de hoogte bent van basissneden en goed begrijpt hoe u terugslag kunt voorkomen. WAARSCHUWING Probeer GEEN snede te maken die hier niet worden beschreven. WAARSCHUWING Het gebruik van een langsgeleider als een afkortmeter bij afkortsneden zal resulteren in een terugslag die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Maak NOOIT sneden met de vrije hand (sneden zonder verstekmeter of langsgeleider). Niet geleide werkstukken kunnen resulteren in ernstige letsels. WAARSCHUWING Maak nooit doorzaagsneden zonder dat de bladafscherming op zijn plaats zit. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
◌ De zaagsnede (de snede die door het blad in het hout wordt gemaakt) wordt breder dan het blad om overver- hitting of vastlopen te voorkomen. Houd rekening met de zaagsnede wanneer u hout meet. ◌ Controleer of de zaagsnede aan de afvalzijde van de meetlijn is gemaakt. ◌ Zaag het hout met de afwerkingszijde omhoog gericht. ◌ Klop losse knopen uit voordat u de zaagsnede maakt. ◌ Zorg altijd voor goede steun voor het houd zoals het uit de zaag komt.
15. Zaagsneden maken
◌ Ga iets aan de zijkant van het bladpad staan om het risico op letsels te verminderen als er terugslag optreedt. ◌ Gebruik de verstekmeter wanneer u afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiev- ersteksneden te maken. Om de hoek vast te maken, vergrendelt u de verstekmeter op zijn plaats door de vergrendelingsknop rechtsom te draaien. Maak de vergrendelingsknop ALTIJD stevig vast op zijn plaats vóór gebruik. WAARSCHUWING Gebruik de geleider en de verstekmeter nooit samen. Dit kan terugslag veroorzaken waardoor de operator letsels kan oplopen.
16. Types sneden (Afb. 24)
Er zijn zes basissneden: a) de afkortsnede, b) de schulpsnede, c) de versteksnede, d) de afgeschuinde afkortsnede, e) de afgeschuinde schulpsnede en f) de combinatie versteksnede (afschuining).
17. Een afkortsnede maken (Afb. 25)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
18. Een schulpsnede maken (Afb. 26)
◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider (18). Laat het blad opbouw- en naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf en/of duwblokken om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert. WAARSCHUWING Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Zaaghulpmiddelen houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad.
19. Een versteksnede maken (Afb. 27)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
20. Een afgeschuinde afkortsnede maken (Afb. 28)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
21. Een afgeschuinde schulpsnede maken (Afb. 29)
WAARSCHUWING Zorg dat de langsgeleider rechts van het blad zit om te verhinderen dat het hout vastraakt en terugslag veroorzaakt. Als de langsgeleider aan de linkerzijde van het blad wordt geplaatst, kan terugslag en ernstig lichamelijk letsel ontstaan. ◌ Verwijder de verstekmeter. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel terwijl de rand duwt tegen de langsgeleider (18). ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
22. Een combinatie versteksnede (afschuining) maken
(Afb. 30) ◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
23. Een zaagsnede in een groot paneel maken (Afb. 31)
◌ Schuif de afvoersteun (15) tot deze volledig is uitgetrokken en plaats een steun (88) met dezelfde hoogte als de bovenkant van de werktafel achter de zaag voor het zagen en voeg steunen bij aan de zijkanten zoals nodig. ◌ Afhankelijk van de vorm van het paneel, gebruikt u de langsgeleider of de verstekmeter. Als het paneel te groot is om de langsgeleider of de verstekmeter te gebruiken, is het te groot voor deze zaag. ◌ Zorg dat het hout het blad niet raakt voordat de zaag wordt ingeschakeld. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider. Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
24. Een zaagsnede maken
Het gebruik van een zaagsnede is essentieel voor het snijden van groeven en sponningen. Zaagsneden kunnen worden uitgevoerd met een standaard blad met een diameter van 254 mm. Zaagsneden zijn het enige type van sneden die moeten worden gemaakt zonder dat de de bladbeschermingsassemblage en de antiterug- slagpallen zijn geïnstalleerd. Zorg dat de bladbescher- mingsassemblage en de antiterugslagpallen terug zijn geplaatst na het voltooien van dit type snede. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig letsel te verminderen bij het maken van zaagsneden, volgt u alle toepasselijke waarschuwingen en instructies die hieronder zijn vermeld, naast deze die bovenaan zijn vermeld voor de relevantie doorzaagsnede. WAARSCHUWING Wanneer u een zaagsnede maakt, is het blad tijdens het grootste deel van het zagen bedekt door het werkstuk. Let op het blootgestelde blad bij het begin en einde van elke zaagsnede om het risico op lichamelijk letsel te vermijden. WAARSCHUWING Voer nooit hout met de handen in wanneer u zaagsneden maakt zoals sponningen. Om lichamelijke letsels te voorkomen, moet u altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklempaat gebruiken. WAARSCHUWING Lees de geschikte sectie die het type snede beschrijft, naast deze sectie over zaagsneden. Als uw zaagsnede bijvoorbeeld een rechte afkortsnede is, moet u de sectie over rechte afkortsneden lezen en begrijpen voordat u doorgaat. WAARSCHUWING Zodra de zaagsneden zijn voltooid, koppelt u de zaag los en installeert u het spouwmes in de bovenste positie. Installeer antiterugslagpallen en een bladafscherming. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Ontgrendel de ontgrendelhendel. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar 0°. ◌ Vergrendel de ontgrendelingshendel. ◌ Verwijder de bladafscherming (1) en antiterugslagpal- len (48). ◌ Zet het spouwmes (16) in de positie “MIDDLE” en vergrendel de vergrendelingsknop van het spouwmes (61). ◌ Sluit de zaag aan op de voedingsbron en zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Gebruik altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklem- plaat wanneer u zaagsneden maakt om het risico op ernstig letsel te verminderen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
25. Stofafzuiging (Afb. 32)
Deze zaagtafel is uitgerust met een stofkap en een stofafzuigingspoort. Voor de beste resultaten, sluit u een stofzuiger aan op de poort op de achterkant van de zaag. Na langdurig gebruik kan het stofafzuigingssysteem van de zaag verstopt geraken. Het stofafzuigingssysteem vrijmaken: ◌ Koppel de zaag los. ◌ Maak de schroef (89) en de vlakke sluitring (90) los, verwijder ze en open het kleine schot (34). ◌ Verwijder het overtollig stof en duw het kleine schot terug op zijn plaats en plaats de vlakke sluitring en schroef terug.127 WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen, schakelt u het toestel uit en koppelt u het gereedschap los van de netstroom voordat u aanpassingen aanbrengt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Per ongeluk opstarten kan letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u de zaag gebruikt, controleert u elke keer het volgende:
- Draag ALTIJD geschikte oog-, gehoor- en ademhal- ingsuitrusting.
- Het blad is stevig vastgemaakt.
- De afschuiningshoek en de vergrendelingshendel van de geleiderrails zijn vergrendeld.
- Bij het schulpen, moet u ervoor zorgen dat de vergren- delingshendel voor de langsgeleider is vergrendeld en dat de geleider parallel loopt met het blad.
- Bij een afkortsnede wordt de vergrendelingsknop van de verstekmeter stevig vastgemaakt.
- De assemblage van de bladafscherming is goed bevestigd en de assemblage van antiterugslagpallen werkt goed. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen als de afstand tussen de langsgeleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, moet de duwstaaf worden gebruikt. WAARSCHUWING Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de werktafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. WAARSCHUWING In het geval van een stroomstoring. of wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de schakelaar UIT. Deze actie verhindert dat het gereedschap per ongeluk start wanneer er opnieuw stroom is. WAARSCHUWING Controleer ALTIJD of uw werkstuk niet in contact is met het blad voordat u de startschakelaar van de zaag bedient. Contact met het blad kan resulteren in terugslag of een weggeslingerd werkstuk. WAARSCHUWING Om het risico op per ongeluk starten te verminderen, moet u er ALTIJD voor zorgen dat de schakelt op de positie OFF staat voordat u de zaag aansluit op een stroombron. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Bij de bediening van elk elektrisch gereedschap kunnen vreemde objecten in de ogen terechtkomen, wat kan resulteren in ernstige oogschade. Draag altijd oogbescherming voordat u begint te werken met een elektrisch gereedschap. WAARSCHUWING Gebruik de zaag nooit als de bladafscherming is verwijderd, behalve voor zaagsneden. Het niet naleven van deze instructie kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
U kunt dit gereedschap gebruiken voor de hieronder vermelde doeleinden: ◌ Rechte zaagsneden, zoals afkortsnede, schulpsnede, versteksnede en combinatiesnede. ◌ Het maken van kasten en houtbewerking OPMERKING Deze tafelzaag is alleen ontworpen om hout en samengestelde producten in hout te zagen. Zaag nooit metalen, cementplaten of metselwerk. 2 Bedieningsonderdelen ◌ Het bovenste deel van het blad projecteert omhoog door de tafel en is omringd door een inzetstuk dat de tafelinzet wordt genoemd. De hoogte van het blad is ingesteld met een hoogteafstellingshendel op het wiel voor het afstellen van de hoogte/afschuining. Gedetailleerde instructies zijn voorzien in deze handleiding voor de basissnede: afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiesneden. ◌ De langsgeleider wordt gebruikt om het werkstuk te plaatsen voor sneden in de lengte en voor afvoersteun voor het zagen van grote werkstukken. ◌ Het is heel belangrijk om het spouwmes, antiterug- slagpallen en bladafschermingsassemblage te gebruiken voor alle doorzaagbewerkingen.
3. Oorzaken van terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het blad stilvalt of vastloopt waardoor het werkstuk met grote kracht en hoge snelheid wordt teruggeslagen naar de operator. Als uw handen zich dicht bij het zaagblad bevinden, kunnen ze los worden gerukt van het werkstuk en komen ze in contact met het blad. Terugslag kan ernstige letsels veroorzaken en het is de moeite om voorzorgsmaatregel- en te treffen om risico’s te voorkomen. Terugslag kan worden veroorzaakt door elke actie die het blad in het hout knelt, zoals bij: ◌ Het maken van een insnede met een verkeerde bladdiepte. ◌ Zagen in knopen of nagels in het werkstuk. ◌ Het hout draaien tijdens het maken van een insnede. ◌ Het niet ondersteunen van het werkstuk. ◌ Het forceren van een insnede. ◌ Het zagen van vervormd of nat hout. ◌ Het gebruik van een verkeerd blad voor het type insnede. ◌ Het niet naleven van de juiste bedieningsprocedures. ◌ Verkeerd gebruik van de zaag. ◌ Het niet gebruiken van de antiterugslagpallen. ◌ Zagen met een stomp, verharst of verkeerd geplaatst blad.
4. Voorzorgsmaatregelen voor terugslag
OPMERKING Terugslag kan worden vermeden door de volgende geschikte voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleider staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd.
- Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan.
- Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren.
- Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken.
- Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
5. Schakelaarsassemblage (afb. 17)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, moet u zorgen dat de schakelaar in de positie OFF staat voordat u de machine aansluit op het stopcontact. De zaag in- en uitschakelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omhoog. ◌ Druk op de schakelaar I (85) om de zaag in te schakel- en. ◌ Druk op het schakelbord (86) om de zaag uit te schakelen. De zaag vergrendelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omlaag. ◌ De openingen (87) zijn voorzien in de schakelaar voor het invoegen van een hangslot met een afneembare schacht om de af te sluiten. OPMERKING Een gewoon hangslot zal niet passen.
6. Overbelastingsbeveiliging (Afb. 17)
De zaag is uitgerust met een overbelastingsschakelaar (9) om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten.
7. De bladdiepte wijzigen (Afb. 18)
De bladdiepte moet zo worden ingesteld, dat de buitenste punten van het blad ongeveer 3 mm tot 6 mm hoger zijn dan het werkblad en dat de onderkant van de spaanruimten onder het bovenoppervlak van het werkstuk zijn. ◌ Draai de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom om deze stevig aan te halen. ◌ Til het blad op (30) door de hoogteafstelknop (22) op het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) rechtsom. Laat het blad zakken door de hoogteafstelk- nop (22) linksom te draaien. ◌ Controleer of het blad (30) op de juiste hoogte staat. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladdiepte. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
8. De bladhoek wijzigen (afschuining) (Afb. 19)
LET OP Een snede van 90° heeft een afschuining van 0° en een snede van 45° heeft een afschuining van 45°. LET OP Als de afschuiningsindicator niet nul is wanneer het zaagblad op 0° staat, raadpleegt u de sectie “De afschuiningsindicator afstellen” (pagina 131). ◌ Maak de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) los door deze linksom te draaien. ◌ Pas de afschuiningshoek aan door het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) eerst helemaal naar links te duwen. ◌ Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar rechts om de hoek van het blad (30) te vergroten (door het dichter naar 45° te brengen vanaf het tafelblad). Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar links om de hoek te verkleinen (door het blad dichter naar 90° te brengen vanaf het tafelblad). ◌ Controleer of het blad (30) in de gewenste hoek staat. Haal de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom aan. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladhoek. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
9. Langsgeleider (Afb. 20a-20c)
WAARSCHUWING Om het risico op letsels te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de langsgeleider parallel loopt met het blad voordat u een bewerking start. Vergrendelingshendel geleiderrails (Afb. 20a) De vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelt de langsgeleider op zijn plaats waardoor beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te vergrendelen, duwt u deze omhoog en naar de voorkant van de zaag. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te ontgrendelen, duwt u deze omlaag en naar de achterkant van de zaag. LET OP Bij de geleiding moet u altijd de vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelen. Smalle geleider (Afb. 20b) ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een werkstuk dat uit de werktafel steekt, te ondersteunen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de laagste positie A voor de sleuven voor en achter. ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een smal werkstuk te zagen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de bovenste positie B voor de sleuven voor en achter. LET OP Gebruik altijd de hulpgeleider (niet de smalle geleider) wanneer u materiaal van 3 mm of dunner geleidt om te verhinderen dat de blok onder de geleider wegglijdt. OPMERKING Als de smalle geleider niet is vereist, plaatst u deze altijd in de positie C zoals weergegeven (Afb. 20b). OPMERKING De smalle geleider (2) voor het zaken van een smal werkstuk kan meer ruimte bieden voor een duwstaaf zonder de bladafscherming te verwijderen. Afstelknop (Afb. 20c) Via de afstelknop zijn kleinere aanpassingen mogelijk wanneer u de langsgeleider instelt. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Schuif de langsgeleider (18) dicht bij de gewenste positie. ◌ Draai de afstelknop (4) langzaam om de langsgeleider (18) in te stellen op de gewenste positie. Als u de afstelknop (4) rechtsom draait, worden de geleider- rails naar rechts verlengd. Als u de afstelknop (4) linksom draait, worden de geleiderrails naar links verlengd. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37).
10. Verstekmeter (Afb. 21)
De verstekmeter (28) biedt nauwkeurigheid in hoekvor- mige sneden. Voor zeer enge toleranties, is een testsnede aanbevolen. Er zijn twee verstekmetergroev- en, een aan elke zijde van het blad. Wanneer u een afkortsnede van 90° maakt, gebruikt u een van de verstekmetergroeven. Wanneer u een afgeschuinde afkortsnede maakt (blad gekanteld ten opzichte van werktafel, verstekmeter moet in de groef aan de rechter- kant zitten zodat het blad weg van de verstekmeter en handen wordt gekanteld. De verstekmeter gebruiken ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) los door deze linksom te draaien. ◌ Draai de meter terwijl de verstekmeter in de verstek- metergroef zit, tot de gewenste hoek is bereikt. ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) opnieuw vast door deze rechtsom te draaien.
11. Afvoersteun (Afb. 22)
De afvoersteun schuift om de operator extra steun te geven voor het zagen van lange werkstukken. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Ga achter de zaag staan. Neem de afvoersteun (15) vast met beide handen en trek tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Haal de vergrendelingsknoppen (80) rechtsom aan.
12. Duwstaaf (Afb. 23)
De duwstaaf (38) is een hulpmiddel om een werkstuk veilig door het blad te stoppen in plaats van uw handen hiervoor te gebruiken. Er is een duwstaaf bij uw zaag geleverd, maar deze kan ook worden gemaakt uit sloophout in verschillende grootten en vormen die moeten worden gebruikt in een specifiek project. De staaf moet smaller zijn dan het werkstuk, met een inkeping van 90° in het ene uiteinde en gevormd voor een grip aan het andere uiteinde. De duwstaaf moet worden gebruikt in de plaats van de hand van de gebruiker om het materiaal tussen de geleider en het blad te geleiden. Wanneer u een duwsta- af gebruikt, moet het achterste einde van het bord vierkant zijn. Een duwstaaf tegen een oneven uiteinde kan wegglijden of het werkstuk van de geleider weg duwen waardoor terugslag kan ontstaan die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. De duwstaaf kan worden opgeborgen in de opslag voor de duwstaaf (36). WAARSCHUWING Gebruik de duwstaaf altijd met de smalle geleider (2) wanneer de geleider op een afstand van 150 mm of minder van het blad zit. WAARSCHUWING Wanneer de duwstaaf niet in gebruik is, moet deze altijd worden opgeslagen in de opslag voor de duwstaaf.
WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslag- pallen op hun plaats zitten en correct werken wanneer u deze sneden maakt om mogelijke letsels te vermijden. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Om terugslag te voorkomen, moet u controleren of één zijde van het werkstuk stevig tegen de langsgeleider zit tijdens elke schulpsnede. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter tijdens elke versteksnede. WAARSCHUWING Probeer GEEN combinatie-versteksneden uit te voeren met afgeschuind blad en gehoekte verstekgeleider, zolang u niet grondig op de hoogte bent van basissneden en goed begrijpt hoe u terugslag kunt voorkomen. WAARSCHUWING Probeer GEEN snede te maken die hier niet worden beschreven. WAARSCHUWING Het gebruik van een langsgeleider als een afkortmeter bij afkortsneden zal resulteren in een terugslag die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Maak NOOIT sneden met de vrije hand (sneden zonder verstekmeter of langsgeleider). Niet geleide werkstukken kunnen resulteren in ernstige letsels. WAARSCHUWING Maak nooit doorzaagsneden zonder dat de bladafscherming op zijn plaats zit. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
◌ De zaagsnede (de snede die door het blad in het hout wordt gemaakt) wordt breder dan het blad om overver- hitting of vastlopen te voorkomen. Houd rekening met de zaagsnede wanneer u hout meet. ◌ Controleer of de zaagsnede aan de afvalzijde van de meetlijn is gemaakt. ◌ Zaag het hout met de afwerkingszijde omhoog gericht. ◌ Klop losse knopen uit voordat u de zaagsnede maakt. ◌ Zorg altijd voor goede steun voor het houd zoals het uit de zaag komt.
15. Zaagsneden maken
◌ Ga iets aan de zijkant van het bladpad staan om het risico op letsels te verminderen als er terugslag optreedt. ◌ Gebruik de verstekmeter wanneer u afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiev- ersteksneden te maken. Om de hoek vast te maken, vergrendelt u de verstekmeter op zijn plaats door de vergrendelingsknop rechtsom te draaien. Maak de vergrendelingsknop ALTIJD stevig vast op zijn plaats vóór gebruik. WAARSCHUWING Gebruik de geleider en de verstekmeter nooit samen. Dit kan terugslag veroorzaken waardoor de operator letsels kan oplopen.
16. Types sneden (Afb. 24)
Er zijn zes basissneden: a) de afkortsnede, b) de schulpsnede, c) de versteksnede, d) de afgeschuinde Nederlands afkortsnede, e) de afgeschuinde schulpsnede en f) de combinatie versteksnede (afschuining).
17. Een afkortsnede maken (Afb. 25)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
18. Een schulpsnede maken (Afb. 26)
◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider (18). Laat het blad opbouw- en naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf en/of duwblokken om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert. WAARSCHUWING Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Zaaghulpmiddelen houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad.
19. Een versteksnede maken (Afb. 27)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
20. Een afgeschuinde afkortsnede maken (Afb. 28)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
21. Een afgeschuinde schulpsnede maken (Afb. 29)
WAARSCHUWING Zorg dat de langsgeleider rechts van het blad zit om te verhinderen dat het hout vastraakt en terugslag veroorzaakt. Als de langsgeleider aan de linkerzijde van het blad wordt geplaatst, kan terugslag en ernstig lichamelijk letsel ontstaan. ◌ Verwijder de verstekmeter. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel terwijl de rand duwt tegen de langsgeleider (18). ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
22. Een combinatie versteksnede (afschuining) maken
(Afb. 30) ◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
23. Een zaagsnede in een groot paneel maken (Afb. 31)
◌ Schuif de afvoersteun (15) tot deze volledig is uitgetrokken en plaats een steun (88) met dezelfde hoogte als de bovenkant van de werktafel achter de zaag voor het zagen en voeg steunen bij aan de zijkanten zoals nodig. ◌ Afhankelijk van de vorm van het paneel, gebruikt u de langsgeleider of de verstekmeter. Als het paneel te groot is om de langsgeleider of de verstekmeter te gebruiken, is het te groot voor deze zaag. ◌ Zorg dat het hout het blad niet raakt voordat de zaag wordt ingeschakeld. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider. Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
24. Een zaagsnede maken
Het gebruik van een zaagsnede is essentieel voor het snijden van groeven en sponningen. Zaagsneden kunnen worden uitgevoerd met een standaard blad met een diameter van 254 mm. Zaagsneden zijn het enige type van sneden die moeten worden gemaakt zonder dat de de bladbeschermingsassemblage en de antiterug- slagpallen zijn geïnstalleerd. Zorg dat de bladbescher- mingsassemblage en de antiterugslagpallen terug zijn geplaatst na het voltooien van dit type snede. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig letsel te verminderen bij het maken van zaagsneden, volgt u alle toepasselijke waarschuwingen en instructies die hieronder zijn vermeld, naast deze die bovenaan zijn vermeld voor de relevantie doorzaagsnede. WAARSCHUWING Wanneer u een zaagsnede maakt, is het blad tijdens het grootste deel van het zagen bedekt door het werkstuk. Let op het blootgestelde blad bij het begin en einde van elke zaagsnede om het risico op lichamelijk letsel te vermijden. WAARSCHUWING Voer nooit hout met de handen in wanneer u zaagsneden maakt zoals sponningen. Om lichamelijke letsels te voorkomen, moet u altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklempaat gebruiken. WAARSCHUWING Lees de geschikte sectie die het type snede beschrijft, naast deze sectie over zaagsneden. Als uw zaagsnede bijvoorbeeld een rechte afkortsnede is, moet u de sectie over rechte afkortsneden lezen en begrijpen voordat u doorgaat. WAARSCHUWING Zodra de zaagsneden zijn voltooid, koppelt u de zaag los en installeert u het spouwmes in de bovenste positie. Installeer antiterugslagpallen en een bladafscherming. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Ontgrendel de ontgrendelhendel. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar 0°. ◌ Vergrendel de ontgrendelingshendel. ◌ Verwijder de bladafscherming (1) en antiterugslagpal- len (48). ◌ Zet het spouwmes (16) in de positie “MIDDLE” en vergrendel de vergrendelingsknop van het spouwmes (61). ◌ Sluit de zaag aan op de voedingsbron en zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Gebruik altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklem- plaat wanneer u zaagsneden maakt om het risico op ernstig letsel te verminderen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
25. Stofafzuiging (Afb. 32)
Deze zaagtafel is uitgerust met een stofkap en een stofafzuigingspoort. Voor de beste resultaten, sluit u een stofzuiger aan op de poort op de achterkant van de zaag. Na langdurig gebruik kan het stofafzuigingssysteem van de zaag verstopt geraken. Het stofafzuigingssysteem vrijmaken: ◌ Koppel de zaag los. ◌ Maak de schroef (89) en de vlakke sluitring (90) los, verwijder ze en open het kleine schot (34). ◌ Verwijder het overtollig stof en duw het kleine schot terug op zijn plaats en plaats de vlakke sluitring en schroef terug.WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen, schakelt u het toestel uit en koppelt u het gereedschap los van de netstroom voordat u aanpassingen aanbrengt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Per ongeluk opstarten kan letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u de zaag gebruikt, controleert u elke keer het volgende:
- Draag ALTIJD geschikte oog-, gehoor- en ademhal- ingsuitrusting.
- Het blad is stevig vastgemaakt.
- De afschuiningshoek en de vergrendelingshendel van de geleiderrails zijn vergrendeld.
- Bij het schulpen, moet u ervoor zorgen dat de vergren- delingshendel voor de langsgeleider is vergrendeld en dat de geleider parallel loopt met het blad.
- Bij een afkortsnede wordt de vergrendelingsknop van de verstekmeter stevig vastgemaakt.
- De assemblage van de bladafscherming is goed bevestigd en de assemblage van antiterugslagpallen werkt goed. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen als de afstand tussen de langsgeleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, moet de duwstaaf worden gebruikt. WAARSCHUWING Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de werktafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. WAARSCHUWING In het geval van een stroomstoring. of wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de schakelaar UIT. Deze actie verhindert dat het gereedschap per ongeluk start wanneer er opnieuw stroom is. WAARSCHUWING Controleer ALTIJD of uw werkstuk niet in contact is met het blad voordat u de startschakelaar van de zaag bedient. Contact met het blad kan resulteren in terugslag of een weggeslingerd werkstuk. WAARSCHUWING Om het risico op per ongeluk starten te verminderen, moet u er ALTIJD voor zorgen dat de schakelt op de positie OFF staat voordat u de zaag aansluit op een stroombron. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Bij de bediening van elk elektrisch gereedschap kunnen vreemde objecten in de ogen terechtkomen, wat kan resulteren in ernstige oogschade. Draag altijd oogbescherming voordat u begint te werken met een elektrisch gereedschap. WAARSCHUWING Gebruik de zaag nooit als de bladafscherming is verwijderd, behalve voor zaagsneden. Het niet naleven van deze instructie kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
U kunt dit gereedschap gebruiken voor de hieronder vermelde doeleinden: ◌ Rechte zaagsneden, zoals afkortsnede, schulpsnede, versteksnede en combinatiesnede. ◌ Het maken van kasten en houtbewerking OPMERKING Deze tafelzaag is alleen ontworpen om hout en samengestelde producten in hout te zagen. Zaag nooit metalen, cementplaten of metselwerk. 2 Bedieningsonderdelen ◌ Het bovenste deel van het blad projecteert omhoog door de tafel en is omringd door een inzetstuk dat de tafelinzet wordt genoemd. De hoogte van het blad is ingesteld met een hoogteafstellingshendel op het wiel voor het afstellen van de hoogte/afschuining. Gedetailleerde instructies zijn voorzien in deze handleiding voor de basissnede: afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiesneden. ◌ De langsgeleider wordt gebruikt om het werkstuk te plaatsen voor sneden in de lengte en voor afvoersteun voor het zagen van grote werkstukken. ◌ Het is heel belangrijk om het spouwmes, antiterug- slagpallen en bladafschermingsassemblage te gebruiken voor alle doorzaagbewerkingen.
3. Oorzaken van terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het blad stilvalt of vastloopt waardoor het werkstuk met grote kracht en hoge snelheid wordt teruggeslagen naar de operator. Als uw handen zich dicht bij het zaagblad bevinden, kunnen ze los worden gerukt van het werkstuk en komen ze in contact met het blad. Terugslag kan ernstige letsels veroorzaken en het is de moeite om voorzorgsmaatregel- en te treffen om risico’s te voorkomen. Terugslag kan worden veroorzaakt door elke actie die het blad in het hout knelt, zoals bij: ◌ Het maken van een insnede met een verkeerde bladdiepte. ◌ Zagen in knopen of nagels in het werkstuk. ◌ Het hout draaien tijdens het maken van een insnede. ◌ Het niet ondersteunen van het werkstuk. ◌ Het forceren van een insnede. ◌ Het zagen van vervormd of nat hout. ◌ Het gebruik van een verkeerd blad voor het type insnede. ◌ Het niet naleven van de juiste bedieningsprocedures. ◌ Verkeerd gebruik van de zaag. ◌ Het niet gebruiken van de antiterugslagpallen. ◌ Zagen met een stomp, verharst of verkeerd geplaatst blad.
4. Voorzorgsmaatregelen voor terugslag
OPMERKING Terugslag kan worden vermeden door de volgende geschikte voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleider staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd.
- Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan.
- Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren.
- Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken.
- Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
5. Schakelaarsassemblage (afb. 17)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, moet u zorgen dat de schakelaar in de positie OFF staat voordat u de machine aansluit op het stopcontact. De zaag in- en uitschakelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omhoog. ◌ Druk op de schakelaar I (85) om de zaag in te schakel- en. ◌ Druk op het schakelbord (86) om de zaag uit te schakelen. De zaag vergrendelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omlaag. ◌ De openingen (87) zijn voorzien in de schakelaar voor het invoegen van een hangslot met een afneembare schacht om de af te sluiten. OPMERKING Een gewoon hangslot zal niet passen.
6. Overbelastingsbeveiliging (Afb. 17)
De zaag is uitgerust met een overbelastingsschakelaar (9) om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten.
7. De bladdiepte wijzigen (Afb. 18)
De bladdiepte moet zo worden ingesteld, dat de buitenste punten van het blad ongeveer 3 mm tot 6 mm hoger zijn dan het werkblad en dat de onderkant van de spaanruimten onder het bovenoppervlak van het werkstuk zijn. ◌ Draai de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom om deze stevig aan te halen. ◌ Til het blad op (30) door de hoogteafstelknop (22) op het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) rechtsom. Laat het blad zakken door de hoogteafstelk- nop (22) linksom te draaien. ◌ Controleer of het blad (30) op de juiste hoogte staat. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladdiepte. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
8. De bladhoek wijzigen (afschuining) (Afb. 19)
LET OP Een snede van 90° heeft een afschuining van 0° en een snede van 45° heeft een afschuining van 45°. LET OP Als de afschuiningsindicator niet nul is wanneer het zaagblad op 0° staat, raadpleegt u de sectie “De afschuiningsindicator afstellen” (pagina 131). ◌ Maak de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) los door deze linksom te draaien. ◌ Pas de afschuiningshoek aan door het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) eerst helemaal naar links te duwen. ◌ Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar rechts om de hoek van het blad (30) te vergroten (door het dichter naar 45° te brengen vanaf het tafelblad). Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar links om de hoek te verkleinen (door het blad dichter naar 90° te brengen vanaf het tafelblad). ◌ Controleer of het blad (30) in de gewenste hoek staat. Haal de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom aan. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladhoek. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
9. Langsgeleider (Afb. 20a-20c)
WAARSCHUWING Om het risico op letsels te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de langsgeleider parallel loopt met het blad voordat u een bewerking start. Vergrendelingshendel geleiderrails (Afb. 20a) De vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelt de langsgeleider op zijn plaats waardoor beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te vergrendelen, duwt u deze omhoog en naar de voorkant van de zaag. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te ontgrendelen, duwt u deze omlaag en naar de achterkant van de zaag. LET OP Bij de geleiding moet u altijd de vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelen. Smalle geleider (Afb. 20b) ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een werkstuk dat uit de werktafel steekt, te ondersteunen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de laagste positie A voor de sleuven voor en achter. ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een smal werkstuk te zagen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de bovenste positie B voor de sleuven voor en achter. LET OP Gebruik altijd de hulpgeleider (niet de smalle geleider) wanneer u materiaal van 3 mm of dunner geleidt om te verhinderen dat de blok onder de geleider wegglijdt. OPMERKING Als de smalle geleider niet is vereist, plaatst u deze altijd in de positie C zoals weergegeven (Afb. 20b). OPMERKING De smalle geleider (2) voor het zaken van een smal werkstuk kan meer ruimte bieden voor een duwstaaf zonder de bladafscherming te verwijderen. Afstelknop (Afb. 20c) Via de afstelknop zijn kleinere aanpassingen mogelijk wanneer u de langsgeleider instelt. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Schuif de langsgeleider (18) dicht bij de gewenste positie. ◌ Draai de afstelknop (4) langzaam om de langsgeleider (18) in te stellen op de gewenste positie. Als u de afstelknop (4) rechtsom draait, worden de geleider- rails naar rechts verlengd. Als u de afstelknop (4) linksom draait, worden de geleiderrails naar links verlengd. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37).
10. Verstekmeter (Afb. 21)
De verstekmeter (28) biedt nauwkeurigheid in hoekvor- mige sneden. Voor zeer enge toleranties, is een testsnede aanbevolen. Er zijn twee verstekmetergroev- en, een aan elke zijde van het blad. Wanneer u een afkortsnede van 90° maakt, gebruikt u een van de verstekmetergroeven. Wanneer u een afgeschuinde afkortsnede maakt (blad gekanteld ten opzichte van werktafel, verstekmeter moet in de groef aan de rechter- kant zitten zodat het blad weg van de verstekmeter en handen wordt gekanteld. De verstekmeter gebruiken ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) los door deze linksom te draaien. ◌ Draai de meter terwijl de verstekmeter in de verstek- metergroef zit, tot de gewenste hoek is bereikt. ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) opnieuw vast door deze rechtsom te draaien.
11. Afvoersteun (Afb. 22)
De afvoersteun schuift om de operator extra steun te geven voor het zagen van lange werkstukken. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Ga achter de zaag staan. Neem de afvoersteun (15) vast met beide handen en trek tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Haal de vergrendelingsknoppen (80) rechtsom aan.
12. Duwstaaf (Afb. 23)
De duwstaaf (38) is een hulpmiddel om een werkstuk veilig door het blad te stoppen in plaats van uw handen hiervoor te gebruiken. Er is een duwstaaf bij uw zaag geleverd, maar deze kan ook worden gemaakt uit sloophout in verschillende grootten en vormen die moeten worden gebruikt in een specifiek project. De staaf moet smaller zijn dan het werkstuk, met een inkeping van 90° in het ene uiteinde en gevormd voor een grip aan het andere uiteinde. De duwstaaf moet worden gebruikt in de plaats van de hand van de gebruiker om het materiaal tussen de geleider en het blad te geleiden. Wanneer u een duwsta- af gebruikt, moet het achterste einde van het bord vierkant zijn. Een duwstaaf tegen een oneven uiteinde kan wegglijden of het werkstuk van de geleider weg duwen waardoor terugslag kan ontstaan die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. De duwstaaf kan worden opgeborgen in de opslag voor de duwstaaf (36). WAARSCHUWING Gebruik de duwstaaf altijd met de smalle geleider (2) wanneer de geleider op een afstand van 150 mm of minder van het blad zit. WAARSCHUWING Wanneer de duwstaaf niet in gebruik is, moet deze altijd worden opgeslagen in de opslag voor de duwstaaf.
WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslag- pallen op hun plaats zitten en correct werken wanneer u deze sneden maakt om mogelijke letsels te vermijden. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Om terugslag te voorkomen, moet u controleren of één zijde van het werkstuk stevig tegen de langsgeleider zit tijdens elke schulpsnede. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter tijdens elke versteksnede. WAARSCHUWING Probeer GEEN combinatie-versteksneden uit te voeren met afgeschuind blad en gehoekte verstekgeleider, zolang u niet grondig op de hoogte bent van basissneden en goed begrijpt hoe u terugslag kunt voorkomen. WAARSCHUWING Probeer GEEN snede te maken die hier niet worden beschreven. WAARSCHUWING Het gebruik van een langsgeleider als een afkortmeter bij afkortsneden zal resulteren in een terugslag die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Maak NOOIT sneden met de vrije hand (sneden zonder verstekmeter of langsgeleider). Niet geleide werkstukken kunnen resulteren in ernstige letsels. WAARSCHUWING Maak nooit doorzaagsneden zonder dat de bladafscherming op zijn plaats zit. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
◌ De zaagsnede (de snede die door het blad in het hout wordt gemaakt) wordt breder dan het blad om overver- hitting of vastlopen te voorkomen. Houd rekening met de zaagsnede wanneer u hout meet. ◌ Controleer of de zaagsnede aan de afvalzijde van de meetlijn is gemaakt. ◌ Zaag het hout met de afwerkingszijde omhoog gericht. ◌ Klop losse knopen uit voordat u de zaagsnede maakt. ◌ Zorg altijd voor goede steun voor het houd zoals het uit de zaag komt.
15. Zaagsneden maken
◌ Ga iets aan de zijkant van het bladpad staan om het risico op letsels te verminderen als er terugslag optreedt. ◌ Gebruik de verstekmeter wanneer u afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiev- ersteksneden te maken. Om de hoek vast te maken, vergrendelt u de verstekmeter op zijn plaats door de vergrendelingsknop rechtsom te draaien. Maak de vergrendelingsknop ALTIJD stevig vast op zijn plaats vóór gebruik. WAARSCHUWING Gebruik de geleider en de verstekmeter nooit samen. Dit kan terugslag veroorzaken waardoor de operator letsels kan oplopen.
16. Types sneden (Afb. 24)
Er zijn zes basissneden: a) de afkortsnede, b) de schulpsnede, c) de versteksnede, d) de afgeschuinde afkortsnede, e) de afgeschuinde schulpsnede en f) de combinatie versteksnede (afschuining).
17. Een afkortsnede maken (Afb. 25)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
18. Een schulpsnede maken (Afb. 26)
◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider (18). Laat het blad opbouw- en naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf en/of duwblokken om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert. WAARSCHUWING Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Zaaghulpmiddelen houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad.
19. Een versteksnede maken (Afb. 27)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. Nederlands
◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
20. Een afgeschuinde afkortsnede maken (Afb. 28)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
21. Een afgeschuinde schulpsnede maken (Afb. 29)
WAARSCHUWING Zorg dat de langsgeleider rechts van het blad zit om te verhinderen dat het hout vastraakt en terugslag veroorzaakt. Als de langsgeleider aan de linkerzijde van het blad wordt geplaatst, kan terugslag en ernstig lichamelijk letsel ontstaan. ◌ Verwijder de verstekmeter. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel terwijl de rand duwt tegen de langsgeleider (18). ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
22. Een combinatie versteksnede (afschuining) maken
(Afb. 30) ◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
23. Een zaagsnede in een groot paneel maken (Afb. 31)
◌ Schuif de afvoersteun (15) tot deze volledig is uitgetrokken en plaats een steun (88) met dezelfde hoogte als de bovenkant van de werktafel achter de zaag voor het zagen en voeg steunen bij aan de zijkanten zoals nodig. ◌ Afhankelijk van de vorm van het paneel, gebruikt u de langsgeleider of de verstekmeter. Als het paneel te groot is om de langsgeleider of de verstekmeter te gebruiken, is het te groot voor deze zaag. ◌ Zorg dat het hout het blad niet raakt voordat de zaag wordt ingeschakeld. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider. Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
24. Een zaagsnede maken
Het gebruik van een zaagsnede is essentieel voor het snijden van groeven en sponningen. Zaagsneden kunnen worden uitgevoerd met een standaard blad met een diameter van 254 mm. Zaagsneden zijn het enige type van sneden die moeten worden gemaakt zonder dat de de bladbeschermingsassemblage en de antiterug- slagpallen zijn geïnstalleerd. Zorg dat de bladbescher- mingsassemblage en de antiterugslagpallen terug zijn geplaatst na het voltooien van dit type snede. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig letsel te verminderen bij het maken van zaagsneden, volgt u alle toepasselijke waarschuwingen en instructies die hieronder zijn vermeld, naast deze die bovenaan zijn vermeld voor de relevantie doorzaagsnede. WAARSCHUWING Wanneer u een zaagsnede maakt, is het blad tijdens het grootste deel van het zagen bedekt door het werkstuk. Let op het blootgestelde blad bij het begin en einde van elke zaagsnede om het risico op lichamelijk letsel te vermijden. WAARSCHUWING Voer nooit hout met de handen in wanneer u zaagsneden maakt zoals sponningen. Om lichamelijke letsels te voorkomen, moet u altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklempaat gebruiken. WAARSCHUWING Lees de geschikte sectie die het type snede beschrijft, naast deze sectie over zaagsneden. Als uw zaagsnede bijvoorbeeld een rechte afkortsnede is, moet u de sectie over rechte afkortsneden lezen en begrijpen voordat u doorgaat. WAARSCHUWING Zodra de zaagsneden zijn voltooid, koppelt u de zaag los en installeert u het spouwmes in de bovenste positie. Installeer antiterugslagpallen en een bladafscherming. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Ontgrendel de ontgrendelhendel. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar 0°. ◌ Vergrendel de ontgrendelingshendel. ◌ Verwijder de bladafscherming (1) en antiterugslagpal- len (48). ◌ Zet het spouwmes (16) in de positie “MIDDLE” en vergrendel de vergrendelingsknop van het spouwmes (61). ◌ Sluit de zaag aan op de voedingsbron en zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Gebruik altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklem- plaat wanneer u zaagsneden maakt om het risico op ernstig letsel te verminderen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
25. Stofafzuiging (Afb. 32)
Deze zaagtafel is uitgerust met een stofkap en een stofafzuigingspoort. Voor de beste resultaten, sluit u een stofzuiger aan op de poort op de achterkant van de zaag. Na langdurig gebruik kan het stofafzuigingssysteem van de zaag verstopt geraken. Het stofafzuigingssysteem vrijmaken: ◌ Koppel de zaag los. ◌ Maak de schroef (89) en de vlakke sluitring (90) los, verwijder ze en open het kleine schot (34). ◌ Verwijder het overtollig stof en duw het kleine schot terug op zijn plaats en plaats de vlakke sluitring en schroef terug.129 WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen, schakelt u het toestel uit en koppelt u het gereedschap los van de netstroom voordat u aanpassingen aanbrengt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Per ongeluk opstarten kan letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u de zaag gebruikt, controleert u elke keer het volgende:
- Draag ALTIJD geschikte oog-, gehoor- en ademhal- ingsuitrusting.
- Het blad is stevig vastgemaakt.
- De afschuiningshoek en de vergrendelingshendel van de geleiderrails zijn vergrendeld.
- Bij het schulpen, moet u ervoor zorgen dat de vergren- delingshendel voor de langsgeleider is vergrendeld en dat de geleider parallel loopt met het blad.
- Bij een afkortsnede wordt de vergrendelingsknop van de verstekmeter stevig vastgemaakt.
- De assemblage van de bladafscherming is goed bevestigd en de assemblage van antiterugslagpallen werkt goed. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen als de afstand tussen de langsgeleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, moet de duwstaaf worden gebruikt. WAARSCHUWING Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de werktafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. WAARSCHUWING In het geval van een stroomstoring. of wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de schakelaar UIT. Deze actie verhindert dat het gereedschap per ongeluk start wanneer er opnieuw stroom is. WAARSCHUWING Controleer ALTIJD of uw werkstuk niet in contact is met het blad voordat u de startschakelaar van de zaag bedient. Contact met het blad kan resulteren in terugslag of een weggeslingerd werkstuk. WAARSCHUWING Om het risico op per ongeluk starten te verminderen, moet u er ALTIJD voor zorgen dat de schakelt op de positie OFF staat voordat u de zaag aansluit op een stroombron. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Bij de bediening van elk elektrisch gereedschap kunnen vreemde objecten in de ogen terechtkomen, wat kan resulteren in ernstige oogschade. Draag altijd oogbescherming voordat u begint te werken met een elektrisch gereedschap. WAARSCHUWING Gebruik de zaag nooit als de bladafscherming is verwijderd, behalve voor zaagsneden. Het niet naleven van deze instructie kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
U kunt dit gereedschap gebruiken voor de hieronder vermelde doeleinden: ◌ Rechte zaagsneden, zoals afkortsnede, schulpsnede, versteksnede en combinatiesnede. ◌ Het maken van kasten en houtbewerking OPMERKING Deze tafelzaag is alleen ontworpen om hout en samengestelde producten in hout te zagen. Zaag nooit metalen, cementplaten of metselwerk. 2 Bedieningsonderdelen ◌ Het bovenste deel van het blad projecteert omhoog door de tafel en is omringd door een inzetstuk dat de tafelinzet wordt genoemd. De hoogte van het blad is ingesteld met een hoogteafstellingshendel op het wiel voor het afstellen van de hoogte/afschuining. Gedetailleerde instructies zijn voorzien in deze handleiding voor de basissnede: afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiesneden. ◌ De langsgeleider wordt gebruikt om het werkstuk te plaatsen voor sneden in de lengte en voor afvoersteun voor het zagen van grote werkstukken. ◌ Het is heel belangrijk om het spouwmes, antiterug- slagpallen en bladafschermingsassemblage te gebruiken voor alle doorzaagbewerkingen.
3. Oorzaken van terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het blad stilvalt of vastloopt waardoor het werkstuk met grote kracht en hoge snelheid wordt teruggeslagen naar de operator. Als uw handen zich dicht bij het zaagblad bevinden, kunnen ze los worden gerukt van het werkstuk en komen ze in contact met het blad. Terugslag kan ernstige letsels veroorzaken en het is de moeite om voorzorgsmaatregel- en te treffen om risico’s te voorkomen. Terugslag kan worden veroorzaakt door elke actie die het blad in het hout knelt, zoals bij: ◌ Het maken van een insnede met een verkeerde bladdiepte. ◌ Zagen in knopen of nagels in het werkstuk. ◌ Het hout draaien tijdens het maken van een insnede. ◌ Het niet ondersteunen van het werkstuk. ◌ Het forceren van een insnede. ◌ Het zagen van vervormd of nat hout. ◌ Het gebruik van een verkeerd blad voor het type insnede. ◌ Het niet naleven van de juiste bedieningsprocedures. ◌ Verkeerd gebruik van de zaag. ◌ Het niet gebruiken van de antiterugslagpallen. ◌ Zagen met een stomp, verharst of verkeerd geplaatst blad.
4. Voorzorgsmaatregelen voor terugslag
OPMERKING Terugslag kan worden vermeden door de volgende geschikte voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleider staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd.
- Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan.
- Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren.
- Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken.
- Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
5. Schakelaarsassemblage (afb. 17)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, moet u zorgen dat de schakelaar in de positie OFF staat voordat u de machine aansluit op het stopcontact. De zaag in- en uitschakelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omhoog. ◌ Druk op de schakelaar I (85) om de zaag in te schakel- en. ◌ Druk op het schakelbord (86) om de zaag uit te schakelen. De zaag vergrendelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omlaag. ◌ De openingen (87) zijn voorzien in de schakelaar voor het invoegen van een hangslot met een afneembare schacht om de af te sluiten. OPMERKING Een gewoon hangslot zal niet passen.
6. Overbelastingsbeveiliging (Afb. 17)
De zaag is uitgerust met een overbelastingsschakelaar (9) om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten.
7. De bladdiepte wijzigen (Afb. 18)
De bladdiepte moet zo worden ingesteld, dat de buitenste punten van het blad ongeveer 3 mm tot 6 mm hoger zijn dan het werkblad en dat de onderkant van de spaanruimten onder het bovenoppervlak van het werkstuk zijn. ◌ Draai de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom om deze stevig aan te halen. ◌ Til het blad op (30) door de hoogteafstelknop (22) op het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) rechtsom. Laat het blad zakken door de hoogteafstelk- nop (22) linksom te draaien. ◌ Controleer of het blad (30) op de juiste hoogte staat. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladdiepte. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
8. De bladhoek wijzigen (afschuining) (Afb. 19)
LET OP Een snede van 90° heeft een afschuining van 0° en een snede van 45° heeft een afschuining van 45°. LET OP Als de afschuiningsindicator niet nul is wanneer het zaagblad op 0° staat, raadpleegt u de sectie “De afschuiningsindicator afstellen” (pagina 131). ◌ Maak de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) los door deze linksom te draaien. ◌ Pas de afschuiningshoek aan door het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) eerst helemaal naar links te duwen. ◌ Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar rechts om de hoek van het blad (30) te vergroten (door het dichter naar 45° te brengen vanaf het tafelblad). Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar links om de hoek te verkleinen (door het blad dichter naar 90° te brengen vanaf het tafelblad). ◌ Controleer of het blad (30) in de gewenste hoek staat. Haal de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom aan. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladhoek. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
9. Langsgeleider (Afb. 20a-20c)
WAARSCHUWING Om het risico op letsels te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de langsgeleider parallel loopt met het blad voordat u een bewerking start. Vergrendelingshendel geleiderrails (Afb. 20a) De vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelt de langsgeleider op zijn plaats waardoor beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te vergrendelen, duwt u deze omhoog en naar de voorkant van de zaag. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te ontgrendelen, duwt u deze omlaag en naar de achterkant van de zaag. LET OP Bij de geleiding moet u altijd de vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelen. Smalle geleider (Afb. 20b) ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een werkstuk dat uit de werktafel steekt, te ondersteunen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de laagste positie A voor de sleuven voor en achter. ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een smal werkstuk te zagen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de bovenste positie B voor de sleuven voor en achter. LET OP Gebruik altijd de hulpgeleider (niet de smalle geleider) wanneer u materiaal van 3 mm of dunner geleidt om te verhinderen dat de blok onder de geleider wegglijdt. OPMERKING Als de smalle geleider niet is vereist, plaatst u deze altijd in de positie C zoals weergegeven (Afb. 20b). OPMERKING De smalle geleider (2) voor het zaken van een smal werkstuk kan meer ruimte bieden voor een duwstaaf zonder de bladafscherming te verwijderen. Afstelknop (Afb. 20c) Via de afstelknop zijn kleinere aanpassingen mogelijk wanneer u de langsgeleider instelt. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Schuif de langsgeleider (18) dicht bij de gewenste positie. ◌ Draai de afstelknop (4) langzaam om de langsgeleider (18) in te stellen op de gewenste positie. Als u de afstelknop (4) rechtsom draait, worden de geleider- rails naar rechts verlengd. Als u de afstelknop (4) linksom draait, worden de geleiderrails naar links verlengd. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37).
10. Verstekmeter (Afb. 21)
De verstekmeter (28) biedt nauwkeurigheid in hoekvor- mige sneden. Voor zeer enge toleranties, is een testsnede aanbevolen. Er zijn twee verstekmetergroev- en, een aan elke zijde van het blad. Wanneer u een afkortsnede van 90° maakt, gebruikt u een van de verstekmetergroeven. Wanneer u een afgeschuinde afkortsnede maakt (blad gekanteld ten opzichte van werktafel, verstekmeter moet in de groef aan de rechter- kant zitten zodat het blad weg van de verstekmeter en handen wordt gekanteld. De verstekmeter gebruiken ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) los door deze linksom te draaien. ◌ Draai de meter terwijl de verstekmeter in de verstek- metergroef zit, tot de gewenste hoek is bereikt. ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) opnieuw vast door deze rechtsom te draaien.
11. Afvoersteun (Afb. 22)
De afvoersteun schuift om de operator extra steun te geven voor het zagen van lange werkstukken. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Ga achter de zaag staan. Neem de afvoersteun (15) vast met beide handen en trek tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Haal de vergrendelingsknoppen (80) rechtsom aan.
12. Duwstaaf (Afb. 23)
De duwstaaf (38) is een hulpmiddel om een werkstuk veilig door het blad te stoppen in plaats van uw handen hiervoor te gebruiken. Er is een duwstaaf bij uw zaag geleverd, maar deze kan ook worden gemaakt uit sloophout in verschillende grootten en vormen die moeten worden gebruikt in een specifiek project. De staaf moet smaller zijn dan het werkstuk, met een inkeping van 90° in het ene uiteinde en gevormd voor een grip aan het andere uiteinde. De duwstaaf moet worden gebruikt in de plaats van de hand van de gebruiker om het materiaal tussen de geleider en het blad te geleiden. Wanneer u een duwsta- af gebruikt, moet het achterste einde van het bord vierkant zijn. Een duwstaaf tegen een oneven uiteinde kan wegglijden of het werkstuk van de geleider weg duwen waardoor terugslag kan ontstaan die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. De duwstaaf kan worden opgeborgen in de opslag voor de duwstaaf (36). WAARSCHUWING Gebruik de duwstaaf altijd met de smalle geleider (2) wanneer de geleider op een afstand van 150 mm of minder van het blad zit. WAARSCHUWING Wanneer de duwstaaf niet in gebruik is, moet deze altijd worden opgeslagen in de opslag voor de duwstaaf.
WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslag- pallen op hun plaats zitten en correct werken wanneer u deze sneden maakt om mogelijke letsels te vermijden. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Om terugslag te voorkomen, moet u controleren of één zijde van het werkstuk stevig tegen de langsgeleider zit tijdens elke schulpsnede. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter tijdens elke versteksnede. WAARSCHUWING Probeer GEEN combinatie-versteksneden uit te voeren met afgeschuind blad en gehoekte verstekgeleider, zolang u niet grondig op de hoogte bent van basissneden en goed begrijpt hoe u terugslag kunt voorkomen. WAARSCHUWING Probeer GEEN snede te maken die hier niet worden beschreven. WAARSCHUWING Het gebruik van een langsgeleider als een afkortmeter bij afkortsneden zal resulteren in een terugslag die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Maak NOOIT sneden met de vrije hand (sneden zonder verstekmeter of langsgeleider). Niet geleide werkstukken kunnen resulteren in ernstige letsels. WAARSCHUWING Maak nooit doorzaagsneden zonder dat de bladafscherming op zijn plaats zit. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
◌ De zaagsnede (de snede die door het blad in het hout wordt gemaakt) wordt breder dan het blad om overver- hitting of vastlopen te voorkomen. Houd rekening met de zaagsnede wanneer u hout meet. ◌ Controleer of de zaagsnede aan de afvalzijde van de meetlijn is gemaakt. ◌ Zaag het hout met de afwerkingszijde omhoog gericht. ◌ Klop losse knopen uit voordat u de zaagsnede maakt. ◌ Zorg altijd voor goede steun voor het houd zoals het uit de zaag komt.
15. Zaagsneden maken
◌ Ga iets aan de zijkant van het bladpad staan om het risico op letsels te verminderen als er terugslag optreedt. ◌ Gebruik de verstekmeter wanneer u afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiev- ersteksneden te maken. Om de hoek vast te maken, vergrendelt u de verstekmeter op zijn plaats door de vergrendelingsknop rechtsom te draaien. Maak de vergrendelingsknop ALTIJD stevig vast op zijn plaats vóór gebruik. WAARSCHUWING Gebruik de geleider en de verstekmeter nooit samen. Dit kan terugslag veroorzaken waardoor de operator letsels kan oplopen.
16. Types sneden (Afb. 24)
Er zijn zes basissneden: a) de afkortsnede, b) de schulpsnede, c) de versteksnede, d) de afgeschuinde afkortsnede, e) de afgeschuinde schulpsnede en f) de combinatie versteksnede (afschuining).
17. Een afkortsnede maken (Afb. 25)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
18. Een schulpsnede maken (Afb. 26)
◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider (18). Laat het blad opbouw- en naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf en/of duwblokken om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert. WAARSCHUWING Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Zaaghulpmiddelen houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad.
19. Een versteksnede maken (Afb. 27)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
20. Een afgeschuinde afkortsnede maken (Afb. 28)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
21. Een afgeschuinde schulpsnede maken (Afb. 29)
WAARSCHUWING Zorg dat de langsgeleider rechts van het blad zit om te verhinderen dat het hout vastraakt en terugslag veroorzaakt. Als de langsgeleider aan de linkerzijde van het blad wordt geplaatst, kan terugslag en ernstig lichamelijk letsel ontstaan. ◌ Verwijder de verstekmeter. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel terwijl de rand duwt tegen de langsgeleider (18). ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
22. Een combinatie versteksnede (afschuining) maken
(Afb. 30) ◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
23. Een zaagsnede in een groot paneel maken (Afb. 31)
◌ Schuif de afvoersteun (15) tot deze volledig is uitgetrokken en plaats een steun (88) met dezelfde hoogte als de bovenkant van de werktafel achter de zaag voor het zagen en voeg steunen bij aan de zijkanten zoals nodig. ◌ Afhankelijk van de vorm van het paneel, gebruikt u de langsgeleider of de verstekmeter. Als het paneel te groot is om de langsgeleider of de verstekmeter te gebruiken, is het te groot voor deze zaag. ◌ Zorg dat het hout het blad niet raakt voordat de zaag wordt ingeschakeld. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider. Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
24. Een zaagsnede maken
Het gebruik van een zaagsnede is essentieel voor het snijden van groeven en sponningen. Zaagsneden kunnen worden uitgevoerd met een standaard blad met een diameter van 254 mm. Zaagsneden zijn het enige type van sneden die moeten worden gemaakt zonder dat de de bladbeschermingsassemblage en de antiterug- slagpallen zijn geïnstalleerd. Zorg dat de bladbescher- mingsassemblage en de antiterugslagpallen terug zijn geplaatst na het voltooien van dit type snede. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig letsel te verminderen bij het maken van zaagsneden, volgt u alle toepasselijke waarschuwingen en instructies die hieronder zijn vermeld, naast deze die bovenaan zijn vermeld voor de relevantie doorzaagsnede. WAARSCHUWING Wanneer u een zaagsnede maakt, is het blad tijdens het grootste deel van het zagen bedekt door het werkstuk. Let op het blootgestelde blad bij het begin en einde van elke zaagsnede om het risico op lichamelijk letsel te vermijden. WAARSCHUWING Voer nooit hout met de handen in wanneer u zaagsneden maakt zoals sponningen. Om lichamelijke letsels te voorkomen, moet u altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklempaat gebruiken. WAARSCHUWING Lees de geschikte sectie die het type snede beschrijft, naast deze sectie over zaagsneden. Als uw zaagsnede bijvoorbeeld een rechte afkortsnede is, moet u de sectie over rechte afkortsneden lezen en begrijpen voordat u doorgaat. WAARSCHUWING Zodra de zaagsneden zijn voltooid, koppelt u de zaag los en installeert u het spouwmes in de bovenste positie. Installeer antiterugslagpallen en een bladafscherming. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Ontgrendel de ontgrendelhendel. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar 0°. ◌ Vergrendel de ontgrendelingshendel. ◌ Verwijder de bladafscherming (1) en antiterugslagpal- len (48). ◌ Zet het spouwmes (16) in de positie “MIDDLE” en vergrendel de vergrendelingsknop van het spouwmes (61). ◌ Sluit de zaag aan op de voedingsbron en zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Gebruik altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklem- plaat wanneer u zaagsneden maakt om het risico op ernstig letsel te verminderen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
25. Stofafzuiging (Afb. 32)
Deze zaagtafel is uitgerust met een stofkap en een Nederlands stofafzuigingspoort. Voor de beste resultaten, sluit u een stofzuiger aan op de poort op de achterkant van de zaag. Na langdurig gebruik kan het stofafzuigingssysteem van de zaag verstopt geraken. Het stofafzuigingssysteem vrijmaken: ◌ Koppel de zaag los. ◌ Maak de schroef (89) en de vlakke sluitring (90) los, verwijder ze en open het kleine schot (34). ◌ Verwijder het overtollig stof en duw het kleine schot terug op zijn plaats en plaats de vlakke sluitring en schroef terug.130 WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen, schakelt u het toestel uit en koppelt u het gereedschap los van de netstroom voordat u aanpassingen aanbrengt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Per ongeluk opstarten kan letsels veroorzaken. WAARSCHUWING Voordat u de zaag gebruikt, controleert u elke keer het volgende:
- Draag ALTIJD geschikte oog-, gehoor- en ademhal- ingsuitrusting.
- Het blad is stevig vastgemaakt.
- De afschuiningshoek en de vergrendelingshendel van de geleiderrails zijn vergrendeld.
- Bij het schulpen, moet u ervoor zorgen dat de vergren- delingshendel voor de langsgeleider is vergrendeld en dat de geleider parallel loopt met het blad.
- Bij een afkortsnede wordt de vergrendelingsknop van de verstekmeter stevig vastgemaakt.
- De assemblage van de bladafscherming is goed bevestigd en de assemblage van antiterugslagpallen werkt goed. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig lichamelijk letsel te verminderen als de afstand tussen de langsgeleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, moet de duwstaaf worden gebruikt. WAARSCHUWING Voer het werkstuk alleen tegen het zaagblad in de tegenovergestelde richting van de rotatie in. Als u het werkstuk invoert in dezelfde richting als de rotatie van het zaagblad boven de werktafel, kan het werkstuk, evenals uw hand, in het zaagblad worden getrokken. WAARSCHUWING In het geval van een stroomstoring. of wanneer het gereedschap niet in gebruik is, zet u de schakelaar UIT. Deze actie verhindert dat het gereedschap per ongeluk start wanneer er opnieuw stroom is. WAARSCHUWING Controleer ALTIJD of uw werkstuk niet in contact is met het blad voordat u de startschakelaar van de zaag bedient. Contact met het blad kan resulteren in terugslag of een weggeslingerd werkstuk. WAARSCHUWING Om het risico op per ongeluk starten te verminderen, moet u er ALTIJD voor zorgen dat de schakelt op de positie OFF staat voordat u de zaag aansluit op een stroombron. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Bij de bediening van elk elektrisch gereedschap kunnen vreemde objecten in de ogen terechtkomen, wat kan resulteren in ernstige oogschade. Draag altijd oogbescherming voordat u begint te werken met een elektrisch gereedschap. WAARSCHUWING Gebruik de zaag nooit als de bladafscherming is verwijderd, behalve voor zaagsneden. Het niet naleven van deze instructie kan ernstige lichamelijke letsels veroorzaken.
U kunt dit gereedschap gebruiken voor de hieronder vermelde doeleinden: ◌ Rechte zaagsneden, zoals afkortsnede, schulpsnede, versteksnede en combinatiesnede. ◌ Het maken van kasten en houtbewerking OPMERKING Deze tafelzaag is alleen ontworpen om hout en samengestelde producten in hout te zagen. Zaag nooit metalen, cementplaten of metselwerk. 2 Bedieningsonderdelen ◌ Het bovenste deel van het blad projecteert omhoog door de tafel en is omringd door een inzetstuk dat de tafelinzet wordt genoemd. De hoogte van het blad is ingesteld met een hoogteafstellingshendel op het wiel voor het afstellen van de hoogte/afschuining. Gedetailleerde instructies zijn voorzien in deze handleiding voor de basissnede: afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiesneden. ◌ De langsgeleider wordt gebruikt om het werkstuk te plaatsen voor sneden in de lengte en voor afvoersteun voor het zagen van grote werkstukken. ◌ Het is heel belangrijk om het spouwmes, antiterug- slagpallen en bladafschermingsassemblage te gebruiken voor alle doorzaagbewerkingen.
3. Oorzaken van terugslag
Terugslag kan optreden wanneer het blad stilvalt of vastloopt waardoor het werkstuk met grote kracht en hoge snelheid wordt teruggeslagen naar de operator. Als uw handen zich dicht bij het zaagblad bevinden, kunnen ze los worden gerukt van het werkstuk en komen ze in contact met het blad. Terugslag kan ernstige letsels veroorzaken en het is de moeite om voorzorgsmaatregel- en te treffen om risico’s te voorkomen. Terugslag kan worden veroorzaakt door elke actie die het blad in het hout knelt, zoals bij: ◌ Het maken van een insnede met een verkeerde bladdiepte. ◌ Zagen in knopen of nagels in het werkstuk. ◌ Het hout draaien tijdens het maken van een insnede. ◌ Het niet ondersteunen van het werkstuk. ◌ Het forceren van een insnede. ◌ Het zagen van vervormd of nat hout. ◌ Het gebruik van een verkeerd blad voor het type insnede. ◌ Het niet naleven van de juiste bedieningsprocedures. ◌ Verkeerd gebruik van de zaag. ◌ Het niet gebruiken van de antiterugslagpallen. ◌ Zagen met een stomp, verharst of verkeerd geplaatst blad.
4. Voorzorgsmaatregelen voor terugslag
OPMERKING Terugslag kan worden vermeden door de volgende geschikte voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Ga nooit direct in de lijn van het zaagblad staan. Ga altijd aan dezelfde zijde van het zaagblad als de geleider staan. Door terugslag kan het werkstuk aan hoge snelheid naar iemand die voor of in de lijn van het zaagblad staat, worden geslingerd.
- Reik nooit over of of aan de achterkant an het zaagblad om het werkstuk te trekken of te ondersteunen. U kunt per ongeluk het zaagblad aanraken of de terugslag kan uw vingers in het zaagblad trekken.
- Houd en druk het werkstuk dat wordt gezaagd nooit tegen het draaiend zaagblad. Als u het werkstuk dat wordt afgezaagd tegen het zaagblad duwt, kan het vastlopen en terugslaan.
- Lijn de geleider parallel uit op het zaagblad. Een verkeerd uitgelijnde geleider zal het werkstuk tegen het zaagblad knellen en terugslag creëren.
- Ga voorzichtig te werk wanneer u een snede maakt in een dode hoek van geassembleerde werkstukken. Het uitstekende zaagblad kan objecten zagen die terugslag kunnen veroorzaken.
- Ondersteun grote panelen om het risico op een gekneld blad en terugslag te minimaliseren. Grote panelen hebben de neiging om te zakken onder hun eigen gewicht. Er moeten een of meer steunen worden geplaatst onder alle delen van het paneel die over het tafelblad uitsteken.
- Wees bijzonder voorzichtig wanneer u een werkstuk zaagt dat gedraaid, knoestig, vervormd is of die geen rechte rand heeft die kan worden geleid met een verstekmeter of langs de geleider. Een vervormen, knoestig of gedraaid werkstuk is onstabiel en veroorzaakt een verkeerde uitlijning van de zaagsnede met het zaagblad, vastlopen en terugslag.
- Zaag nooit meer dan één werkstuk, verticaal of horizontaal gestapeld. Het zaagblad kan één of meer stukken oppikken en terugslag veroorzaken.
- Wanneer u de zaag opnieuw opstart met het zaagblad in het werkstuk, centreert u het zaagblad in de zaagsnede zodat de zaagtanden niet in het materiaal vastgrijpen. Als het zaagblad vastloopt, kan hierdoor het werkstuk worden opgetild en kan terugslag veroorzaken wanneer de zaag opnieuw wordt gestart.
- Houd zaagbladen schoon, scherp en met voldoende scherp. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met gebarsten of gebroken tanden. Zorg dat u de bladen voldoende scherpt en correct plaatst om vastlopen, stilvallen en terugslag te minimaliseren.
5. Schakelaarsassemblage (afb. 17)
WAARSCHUWING Om het risico op letsel te verminderen, moet u zorgen dat de schakelaar in de positie OFF staat voordat u de machine aansluit op het stopcontact. De zaag in- en uitschakelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omhoog. ◌ Druk op de schakelaar I (85) om de zaag in te schakel- en. ◌ Druk op het schakelbord (86) om de zaag uit te schakelen. De zaag vergrendelen: ◌ Klap de schakelaarkap (84) omlaag. ◌ De openingen (87) zijn voorzien in de schakelaar voor het invoegen van een hangslot met een afneembare schacht om de af te sluiten. OPMERKING Een gewoon hangslot zal niet passen.
6. Overbelastingsbeveiliging (Afb. 17)
De zaag is uitgerust met een overbelastingsschakelaar (9) om te verhinderen dat de zaag schade oploopt door overbelasting. De zaag wordt automatisch uitgeschakeld als de machine overbelast werd bij het zagen of als er een te lage spanning was. Laat de motor minstens 5 minuten afkoelen. Druk op de resetschakelaar voor de overbelasting om de overbelastingsschakelaar opnieuw te gebruiken. Nadat de motor is afgekoeld, drukt u op de groene “I”-knop op de AAN/UIT-schakelaar om de zaag opnieuw te starten.
7. De bladdiepte wijzigen (Afb. 18)
De bladdiepte moet zo worden ingesteld, dat de buitenste punten van het blad ongeveer 3 mm tot 6 mm hoger zijn dan het werkblad en dat de onderkant van de spaanruimten onder het bovenoppervlak van het werkstuk zijn. ◌ Draai de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom om deze stevig aan te halen. ◌ Til het blad op (30) door de hoogteafstelknop (22) op het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) rechtsom. Laat het blad zakken door de hoogteafstelk- nop (22) linksom te draaien. ◌ Controleer of het blad (30) op de juiste hoogte staat. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladdiepte. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
8. De bladhoek wijzigen (afschuining) (Afb. 19)
LET OP Een snede van 90° heeft een afschuining van 0° en een snede van 45° heeft een afschuining van 45°. LET OP Als de afschuiningsindicator niet nul is wanneer het zaagblad op 0° staat, raadpleegt u de sectie “De afschuiningsindicator afstellen” (pagina 131). ◌ Maak de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) los door deze linksom te draaien. ◌ Pas de afschuiningshoek aan door het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining (21) eerst helemaal naar links te duwen. ◌ Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar rechts om de hoek van het blad (30) te vergroten (door het dichter naar 45° te brengen vanaf het tafelblad). Houd het handwiel voor afstelling hoogte/afschuining vast en schuif de afschuiningsindicator naar links om de hoek te verkleinen (door het blad dichter naar 90° te brengen vanaf het tafelblad). ◌ Controleer of het blad (30) in de gewenste hoek staat. Haal de vergrendelingshendel voor de afschuining (23) rechtsom aan. WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming op zijn plaats zit na het aanpassen van de bladhoek. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
9. Langsgeleider (Afb. 20a-20c)
WAARSCHUWING Om het risico op letsels te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de langsgeleider parallel loopt met het blad voordat u een bewerking start. Vergrendelingshendel geleiderrails (Afb. 20a) De vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelt de langsgeleider op zijn plaats waardoor beweging tijdens het zagen wordt voorkomen. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te vergrendelen, duwt u deze omhoog en naar de voorkant van de zaag. ◌ Om de vergrendelingshendel voor geleiderrails (37) te ontgrendelen, duwt u deze omlaag en naar de achterkant van de zaag. LET OP Bij de geleiding moet u altijd de vergrendelingshendel voor geleiderrails vergrendelen. Smalle geleider (Afb. 20b) ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een werkstuk dat uit de werktafel steekt, te ondersteunen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de laagste positie A voor de sleuven voor en achter. ◌ Wanneer u de smalle geleider (2) gebruikt om een smal werkstuk te zagen, draait u de smalle geleider (2) zoals weergegeven in (Afb. 20b) en maakt u deze vast in de bovenste positie B voor de sleuven voor en achter. LET OP Gebruik altijd de hulpgeleider (niet de smalle geleider) wanneer u materiaal van 3 mm of dunner geleidt om te verhinderen dat de blok onder de geleider wegglijdt. OPMERKING Als de smalle geleider niet is vereist, plaatst u deze altijd in de positie C zoals weergegeven (Afb. 20b). OPMERKING De smalle geleider (2) voor het zaken van een smal werkstuk kan meer ruimte bieden voor een duwstaaf zonder de bladafscherming te verwijderen. Afstelknop (Afb. 20c) Via de afstelknop zijn kleinere aanpassingen mogelijk wanneer u de langsgeleider instelt. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Schuif de langsgeleider (18) dicht bij de gewenste positie. ◌ Draai de afstelknop (4) langzaam om de langsgeleider (18) in te stellen op de gewenste positie. Als u de afstelknop (4) rechtsom draait, worden de geleider- rails naar rechts verlengd. Als u de afstelknop (4) linksom draait, worden de geleiderrails naar links verlengd. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37).
10. Verstekmeter (Afb. 21)
De verstekmeter (28) biedt nauwkeurigheid in hoekvor- mige sneden. Voor zeer enge toleranties, is een testsnede aanbevolen. Er zijn twee verstekmetergroev- en, een aan elke zijde van het blad. Wanneer u een afkortsnede van 90° maakt, gebruikt u een van de verstekmetergroeven. Wanneer u een afgeschuinde afkortsnede maakt (blad gekanteld ten opzichte van werktafel, verstekmeter moet in de groef aan de rechter- kant zitten zodat het blad weg van de verstekmeter en handen wordt gekanteld. De verstekmeter gebruiken ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) los door deze linksom te draaien. ◌ Draai de meter terwijl de verstekmeter in de verstek- metergroef zit, tot de gewenste hoek is bereikt. ◌ Maak de vergrendelingsknop voor het spouwmes (44) opnieuw vast door deze rechtsom te draaien.
11. Afvoersteun (Afb. 22)
De afvoersteun schuift om de operator extra steun te geven voor het zagen van lange werkstukken. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Draai de vergrendelingsknoppen (80) onder de werktafel linksom om ze los te maken. ◌ Ga achter de zaag staan. Neem de afvoersteun (15) vast met beide handen en trek tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Haal de vergrendelingsknoppen (80) rechtsom aan.
12. Duwstaaf (Afb. 23)
De duwstaaf (38) is een hulpmiddel om een werkstuk veilig door het blad te stoppen in plaats van uw handen hiervoor te gebruiken. Er is een duwstaaf bij uw zaag geleverd, maar deze kan ook worden gemaakt uit sloophout in verschillende grootten en vormen die moeten worden gebruikt in een specifiek project. De staaf moet smaller zijn dan het werkstuk, met een inkeping van 90° in het ene uiteinde en gevormd voor een grip aan het andere uiteinde. De duwstaaf moet worden gebruikt in de plaats van de hand van de gebruiker om het materiaal tussen de geleider en het blad te geleiden. Wanneer u een duwsta- af gebruikt, moet het achterste einde van het bord vierkant zijn. Een duwstaaf tegen een oneven uiteinde kan wegglijden of het werkstuk van de geleider weg duwen waardoor terugslag kan ontstaan die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken. De duwstaaf kan worden opgeborgen in de opslag voor de duwstaaf (36). WAARSCHUWING Gebruik de duwstaaf altijd met de smalle geleider (2) wanneer de geleider op een afstand van 150 mm of minder van het blad zit. WAARSCHUWING Wanneer de duwstaaf niet in gebruik is, moet deze altijd worden opgeslagen in de opslag voor de duwstaaf.
WAARSCHUWING Controleer of de bladafscherming en de antiterugslag- pallen op hun plaats zitten en correct werken wanneer u deze sneden maakt om mogelijke letsels te vermijden. WAARSCHUWING Wees extra voorzichtig wanneer u houtproducten zaagt die een glad oppervlak hebben, omdat de antiterugslag- pallen mogelijk niet altijd doeltreffend werken. WAARSCHUWING Gebruik GEEN bladen met een lagere classificatie dan de snelheid van dit gereedschap. Het niet naleven van deze waarschuwing kan leiden tot lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Om terugslag te voorkomen, moet u controleren of één zijde van het werkstuk stevig tegen de langsgeleider zit tijdens elke schulpsnede. Houd het werkstuk stevig tegen de verstekmeter tijdens elke versteksnede. WAARSCHUWING Probeer GEEN combinatie-versteksneden uit te voeren met afgeschuind blad en gehoekte verstekgeleider, zolang u niet grondig op de hoogte bent van basissneden en goed begrijpt hoe u terugslag kunt voorkomen. WAARSCHUWING Probeer GEEN snede te maken die hier niet worden beschreven. WAARSCHUWING Het gebruik van een langsgeleider als een afkortmeter bij afkortsneden zal resulteren in een terugslag die ernstige lichamelijke letsels kan veroorzaken. WAARSCHUWING Maak NOOIT sneden met de vrije hand (sneden zonder verstekmeter of langsgeleider). Niet geleide werkstukken kunnen resulteren in ernstige letsels. WAARSCHUWING Maak nooit doorzaagsneden zonder dat de bladafscherming op zijn plaats zit. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
◌ De zaagsnede (de snede die door het blad in het hout wordt gemaakt) wordt breder dan het blad om overver- hitting of vastlopen te voorkomen. Houd rekening met de zaagsnede wanneer u hout meet. ◌ Controleer of de zaagsnede aan de afvalzijde van de meetlijn is gemaakt. ◌ Zaag het hout met de afwerkingszijde omhoog gericht. ◌ Klop losse knopen uit voordat u de zaagsnede maakt. ◌ Zorg altijd voor goede steun voor het houd zoals het uit de zaag komt.
15. Zaagsneden maken
◌ Ga iets aan de zijkant van het bladpad staan om het risico op letsels te verminderen als er terugslag optreedt. ◌ Gebruik de verstekmeter wanneer u afkortsneden, versteksneden, afschuiningssneden en combinatiev- ersteksneden te maken. Om de hoek vast te maken, vergrendelt u de verstekmeter op zijn plaats door de vergrendelingsknop rechtsom te draaien. Maak de vergrendelingsknop ALTIJD stevig vast op zijn plaats vóór gebruik. WAARSCHUWING Gebruik de geleider en de verstekmeter nooit samen. Dit kan terugslag veroorzaken waardoor de operator letsels kan oplopen.
16. Types sneden (Afb. 24)
Er zijn zes basissneden: a) de afkortsnede, b) de schulpsnede, c) de versteksnede, d) de afgeschuinde afkortsnede, e) de afgeschuinde schulpsnede en f) de combinatie versteksnede (afschuining).
17. Een afkortsnede maken (Afb. 25)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
18. Een schulpsnede maken (Afb. 26)
◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Om de zaag in te schakelen, drukt u op de schakelk- nop. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider (18). Laat het blad opbouw- en naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf en/of duwblokken om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert. WAARSCHUWING Bij het schulpen moet u altijd de toevoerkracht van het werkstuk uitoefenen tussen de geleider en het zaagblad. Gebruik een duwstaaf wanneer de afstand tussen de geleider en het zaagblad kleiner is dan 150 mm, en gebruik een duwblok wanneer deze afstand kleiner is dan 50 mm. Zaaghulpmiddelen houden uw hand op een veilige afstand van het zaagblad.
19. Een versteksnede maken (Afb. 27)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
20. Een afgeschuinde afkortsnede maken (Afb. 28)
◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in op 0° en haal de vergren- delingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
21. Een afgeschuinde schulpsnede maken (Afb. 29)
WAARSCHUWING Zorg dat de langsgeleider rechts van het blad zit om te verhinderen dat het hout vastraakt en terugslag veroorzaakt. Als de langsgeleider aan de linkerzijde van het blad wordt geplaatst, kan terugslag en ernstig lichamelijk letsel ontstaan. ◌ Verwijder de verstekmeter. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails en schuif de langsgeleider (18) naar de gewenste afstand van het blad voor het zagen. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Wanneer u een lang werkstuk geleidt, schuift u de afvoersteun tot deze volledig is uitgetrokken. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel terwijl de rand duwt tegen de langsgeleider (18). ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Zodra het blad in contact komt met het werkstuk, gebruikt u de hand die het dichtst bij de langsgeleider is voor geleiding. Controleer of de rand van het werkstuk in vast contact blijft met de langsgeleider en het tafeloppervlak. Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
22. Een combinatie versteksnede (afschuining) maken
(Afb. 30) ◌ De langsgeleider verwijderen. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar de gewenste instelling. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel voor de afschuining. ◌ Stel het blad in op de correcte diepte voor het werkstuk. ◌ Stel de verstekmeter (28) in de gewenste hoek in en haal de vergrendelingsknop (44) aan. ◌ Controleer of het blad niet in het hout zit voordat u de zaag inschakelt. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ De hand die het dichtst bij het blad zit, moet op een vergrendelingsknop van de verstekmeter worden geplaatst en de hand die het verst van het blad is, moet op het werkstuk worden geplaatst. Voer het werkstuk in het blad. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
23. Een zaagsnede in een groot paneel maken (Afb. 31)
◌ Schuif de afvoersteun (15) tot deze volledig is uitgetrokken en plaats een steun (88) met dezelfde hoogte als de bovenkant van de werktafel achter de zaag voor het zagen en voeg steunen bij aan de zijkanten zoals nodig. ◌ Afhankelijk van de vorm van het paneel, gebruikt u de langsgeleider of de verstekmeter. Als het paneel te groot is om de langsgeleider of de verstekmeter te gebruiken, is het te groot voor deze zaag. ◌ Zorg dat het hout het blad niet raakt voordat de zaag wordt ingeschakeld. ◌ Zet de zaag aan. ◌ Plaats het werkstuk plat op de tafel met de rand in één lijn tegen de langsgeleider. Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Als een smal stuk wordt geleid, gebruikt u de duwstaaf om het stuk door en voorbij het zaagblad te bewegen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
24. Een zaagsnede maken
Het gebruik van een zaagsnede is essentieel voor het snijden van groeven en sponningen. Zaagsneden kunnen worden uitgevoerd met een standaard blad met een diameter van 254 mm. Zaagsneden zijn het enige type van sneden die moeten worden gemaakt zonder dat de de bladbeschermingsassemblage en de antiterug- slagpallen zijn geïnstalleerd. Zorg dat de bladbescher- mingsassemblage en de antiterugslagpallen terug zijn geplaatst na het voltooien van dit type snede. WAARSCHUWING Om het risico op ernstig letsel te verminderen bij het maken van zaagsneden, volgt u alle toepasselijke waarschuwingen en instructies die hieronder zijn vermeld, naast deze die bovenaan zijn vermeld voor de relevantie doorzaagsnede. WAARSCHUWING Wanneer u een zaagsnede maakt, is het blad tijdens het grootste deel van het zagen bedekt door het werkstuk. Let op het blootgestelde blad bij het begin en einde van elke zaagsnede om het risico op lichamelijk letsel te vermijden. WAARSCHUWING Voer nooit hout met de handen in wanneer u zaagsneden maakt zoals sponningen. Om lichamelijke letsels te voorkomen, moet u altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklempaat gebruiken. WAARSCHUWING Lees de geschikte sectie die het type snede beschrijft, naast deze sectie over zaagsneden. Als uw zaagsnede bijvoorbeeld een rechte afkortsnede is, moet u de sectie over rechte afkortsneden lezen en begrijpen voordat u doorgaat. WAARSCHUWING Zodra de zaagsneden zijn voltooid, koppelt u de zaag los en installeert u het spouwmes in de bovenste positie. Installeer antiterugslagpallen en een bladafscherming. ◌ Koppel de zaag los. ◌ Ontgrendel de ontgrendelhendel. ◌ Stel de afschuiningshoek af naar 0°. ◌ Vergrendel de ontgrendelingshendel. ◌ Verwijder de bladafscherming (1) en antiterugslagpal- len (48). ◌ Zet het spouwmes (16) in de positie “MIDDLE” en vergrendel de vergrendelingsknop van het spouwmes (61). ◌ Sluit de zaag aan op de voedingsbron en zet de zaag aan. ◌ Laat het blad opbouwen naar volle snelheid voordat u het werkstuk in het blad beweegt. ◌ Gebruik altijd duwblokken, duwstaven en/of veerklem- plaat wanneer u zaagsneden maakt om het risico op ernstig letsel te verminderen. ◌ Wanneer de snede klaar is, zet u de zaag uit. Wacht tot het blad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het werkstuk verwijdert.
25. Stofafzuiging (Afb. 32)
Deze zaagtafel is uitgerust met een stofkap en een AANPASSINGEN WAARSCHUWING Voordat u een aanpassing aanbrengt, moet u controleren of het gereedschap is losgekoppeld van de netstroom en of de schakelaar uit staat. Als u dat niet doet, kan dit leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Zorg dat de bladafscherming onmiddellijk terug wordt geplaatst nadat u aanpassingen hebt uitgevoerd waarvoor deze afscherming moest worden verwijderd. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. De zaagtafel is in de fabriek afgesteld voor het maken van zeer nauwkeurige sneden. Sommige componenten zijn echter mogelijk niet meer correct uitgelijnd tijdens het transport. Na een bepaalde periode zal het afstellen mogelijk nodig worden door slijtage. Controleer nauwgezet de uitlijning op een vierkante haak voordat u de aanpassingen begint uit te voeren om te controleren of ze nodig zijn. Gebruik testsneden na het voltooien van de afstellingen om schade aan het werkstuk te voorkomen.
1. De langsgeleider uitlijnen op het blad (Afb. 33)
De langsgeleider en de bladuitlijning zijn in de fabriek geregeld en moeten in de meeste gevallen niet worden afgesteld. De uitlijning moet echter altijd worden gecontroleerd na het installeren van het blad of voor het maken van zaagsneden. U kunt deze aanpassen indien dat nodig is. Als de langsgeleider niet meer is uitgelijnd op het blad, is aanpassing nodig. WAARSCHUWING De langsgeleider moet uitgelijnd zijn op het blad zodat het houd niet vastloopt waardoor terugslag kan ontstaan. Als u dat niet doet, kan dit leiden tot ernstige lichamelijke letsels. Maak de positieschroeven voor deze afstelling NIET los zolang de uitlijning niet is gecontroleerd met een vierkante haak om zeker te zijn dat afstelling nodig is. Zodra de schroeven zijn losgemaakt, moeten items worden gereset. WAARSCHUWING Koppel de zaag los. Verwijder de bladafscherming en antiterugslagpallen. Til het blad op door aan de hoogteaf- stelknop te draaien. Controleren/afstellen ◌ Plaats de vierkante haak (91) naast het blad (30) en ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37) om de langsgeleider (18) omhoog te verplaatsen naar de vierkante haak. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37) en let op de meting op de geleiderschaal. ◌ Breng de geleider naar achteren en draai de vierkante haak (91) 180° om de andere zijde te controleren. ◌ Als de twee metingen niet dezelfde zijn, maakt u de positieschroeven (81) op de verlengdissels los en lijnt u ze uit. ◌ Haal de positieschroeven aan met een 5 mm zeskant- sleutel (meegeleverd). Controleer de uitlijning opnieuw nadat de positieschroeven opnieuw zijn aangehaald. ◌ Plaats de bladafscherming en de antiterugslagpallen terug. ◌ Maak twee of drie testsneden met afvalhout. Als de sneden niet correct zijn, herhaalt u het proces. WAARSCHUWING De afstelling moet correct zijn. Als dat niet het geval is, kan er terugslag ontstaan waardoor ernstige letsels kunnen ontstaan en er geen nauwkeurige sneden kunnen worden gemaakt. WAARSCHUWING Zorg dat de bladafscherming onmiddellijk terug wordt geplaatst nadat u aanpassingen hebt uitgevoerd waarvoor deze afscherming moest worden verwijderd. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
2. Aanpassing afschuining (Afb. 34a-34b)
Deze zaag heeft positieve stops die snel het zaagblad zullen instellen op 90° (0°) of 45° op de tafel. De hoekinstellingen van de zaag zijn ingesteld in de fabriek en, tenzij deze beschadigd zijn tijdens het transport, zou er geen instelling nodig zijn tijdens de assemblage. Na uitgebreid gebruik moeten ze mogelijk worden gecontroleerd. De afschuining van 90° (0°) controleren ◌ Koppel de zaag los. ◌ Til het blad op tot de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Verwijder de antiterugslagpallen en de bladafscherm- ing. ◌ Gebruik een vierkante haak (91) om het blad (30) op exact 90° in te stellen. ◌ Als het blad stopt met de afschuining voordat het op 90° komt, maakt u de aanslagafstelschroef voor 90° (92) los (bevindt zich links van het afschuiningsspoor op de voorkant), en stelt u deze af naar 90°. ◌ Terwijl het blad is ingesteld op 90°, draait u de aanslagafstelschroef voor 90° (92) tot u weerstand voelt. Schuif het blad iets verder van 90° af en schuif het dan terug om het te stoppen. ◌ Meet de hoek opnieuw en herhaal de stopafstelling tot het blad stopt op 90°. De afschuining van 45° controleren ◌ Koppel de zaag los. ◌ Til het blad op tot de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Verwijder de antiterugslagpallen en de bladafscherm- ing. ◌ Gebruik een driehoekige haak (93) om het blad (30) op exact 45° in te stellen. ◌ Als het blad stopt met de afschuining voordat het op 45° komt, maakt u de aanslagafstelschroef voor 45° (93) los (bevindt zich rechts van het afschuiningsspoor op de voorkant), en stelt u deze af naar 45°. ◌ Terwijl het blad is ingesteld op 45°, draait u de aanslagafstelschroef voor 45° (93) tot u weerstand voelt. Schuif het blad iets verder van 45° af en schuif het dan terug om het te stoppen. ◌ Meet de hoek opnieuw en herhaal de stopafstelling zoals nodig tot het blad stopt op 45°. LET OP Voor gemakkelijk gebruik, moet de afstelling van de afschuining stoppen op 45° en 90°. WAARSCHUWING Zorg dat de bladafscherming en antiterugslagpallen onmiddellijk terug worden geplaatst nadat u aanpassin- gen hebt uitgevoerd waarvoor deze afscherming moest worden verwijderd. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
3. De schaalindicator van de langsgeleider aanpassen
(Afb. 35) ◌ Verwijder de antiterugslagpallen en de bladafscherm- ing. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Monteer de langsgeleider in positie A. Pas het blad aan naar afschuining 0° en zorg dat de linkerzijde van de langsgeleider (18) het blad raakt. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel (37) van de geleiderrails. ◌ Maak de schroeven (95, 96) van de schaalindicator van de langsgeleider (43) en stel de rode aanwijzer (97) in op de schaalindicator van de langsgeleider (43) die moet worden uitgelijnd op het nulpunt. ◌ Haal de schroeven (95, 96) van de schaalindicator van de langsgeleider (43) opnieuw aan. OPMERKING Wanneer de langsgeleider (18) wordt gemonteerd aan de rechterzijde van het blad, zijn er twee posities. Lees de bovenste geleiderschaal in positie A; deze gaat van
Lees de onderste schaal in positie B; deze gaat van
Pas de rode lijn op de afschuiningsindicator aan als deze niet is uitgelijnd op nul wanneer het blad loodrecht ten opzichte van de tafel staat. ◌ Maak de schroef (98) los terwijl het blad loodrecht op de tafel staat. ◌ Stel de afschuiningsindicator (8) in om ze uit te lijnen met 0° op de afschuiningsschaal (7). ◌ Haal de schroef (98) opnieuw aan. stofafzuigingspoort. Voor de beste resultaten, sluit u een stofzuiger aan op de poort op de achterkant van de zaag. Na langdurig gebruik kan het stofafzuigingssysteem van de zaag verstopt geraken. Het stofafzuigingssysteem vrijmaken: ◌ Koppel de zaag los. ◌ Maak de schroef (89) en de vlakke sluitring (90) los, verwijder ze en open het kleine schot (34). ◌ Verwijder het overtollig stof en duw het kleine schot terug op zijn plaats en plaats de vlakke sluitring en schroef terug. Nederlands131 WAARSCHUWING Voordat u een aanpassing aanbrengt, moet u controleren of het gereedschap is losgekoppeld van de netstroom en of de schakelaar uit staat. Als u dat niet doet, kan dit leiden tot ernstige lichamelijke letsels. WAARSCHUWING Zorg dat de bladafscherming onmiddellijk terug wordt geplaatst nadat u aanpassingen hebt uitgevoerd waarvoor deze afscherming moest worden verwijderd. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels. De zaagtafel is in de fabriek afgesteld voor het maken van zeer nauwkeurige sneden. Sommige componenten zijn echter mogelijk niet meer correct uitgelijnd tijdens het transport. Na een bepaalde periode zal het afstellen mogelijk nodig worden door slijtage. Controleer nauwgezet de uitlijning op een vierkante haak voordat u de aanpassingen begint uit te voeren om te controleren of ze nodig zijn. Gebruik testsneden na het voltooien van de afstellingen om schade aan het werkstuk te voorkomen.
1. De langsgeleider uitlijnen op het blad (Afb. 33)
De langsgeleider en de bladuitlijning zijn in de fabriek geregeld en moeten in de meeste gevallen niet worden afgesteld. De uitlijning moet echter altijd worden gecontroleerd na het installeren van het blad of voor het maken van zaagsneden. U kunt deze aanpassen indien dat nodig is. Als de langsgeleider niet meer is uitgelijnd op het blad, is aanpassing nodig. WAARSCHUWING De langsgeleider moet uitgelijnd zijn op het blad zodat het houd niet vastloopt waardoor terugslag kan ontstaan. Als u dat niet doet, kan dit leiden tot ernstige lichamelijke letsels. Maak de positieschroeven voor deze afstelling NIET los zolang de uitlijning niet is gecontroleerd met een vierkante haak om zeker te zijn dat afstelling nodig is. Zodra de schroeven zijn losgemaakt, moeten items worden gereset. WAARSCHUWING Koppel de zaag los. Verwijder de bladafscherming en antiterugslagpallen. Til het blad op door aan de hoogteaf- stelknop te draaien. Controleren/afstellen ◌ Plaats de vierkante haak (91) naast het blad (30) en ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37) om de langsgeleider (18) omhoog te verplaatsen naar de vierkante haak. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37) en let op de meting op de geleiderschaal. ◌ Breng de geleider naar achteren en draai de vierkante haak (91) 180° om de andere zijde te controleren. ◌ Als de twee metingen niet dezelfde zijn, maakt u de positieschroeven (81) op de verlengdissels los en lijnt u ze uit. ◌ Haal de positieschroeven aan met een 5 mm zeskant- sleutel (meegeleverd). Controleer de uitlijning opnieuw nadat de positieschroeven opnieuw zijn aangehaald. ◌ Plaats de bladafscherming en de antiterugslagpallen terug. ◌ Maak twee of drie testsneden met afvalhout. Als de sneden niet correct zijn, herhaalt u het proces. WAARSCHUWING De afstelling moet correct zijn. Als dat niet het geval is, kan er terugslag ontstaan waardoor ernstige letsels kunnen ontstaan en er geen nauwkeurige sneden kunnen worden gemaakt. WAARSCHUWING Zorg dat de bladafscherming onmiddellijk terug wordt geplaatst nadat u aanpassingen hebt uitgevoerd waarvoor deze afscherming moest worden verwijderd. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
2. Aanpassing afschuining (Afb. 34a-34b)
Deze zaag heeft positieve stops die snel het zaagblad zullen instellen op 90° (0°) of 45° op de tafel. De hoekinstellingen van de zaag zijn ingesteld in de fabriek en, tenzij deze beschadigd zijn tijdens het transport, zou er geen instelling nodig zijn tijdens de assemblage. Na uitgebreid gebruik moeten ze mogelijk worden gecontroleerd. De afschuining van 90° (0°) controleren ◌ Koppel de zaag los. ◌ Til het blad op tot de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Verwijder de antiterugslagpallen en de bladafscherm- ing. ◌ Gebruik een vierkante haak (91) om het blad (30) op exact 90° in te stellen. ◌ Als het blad stopt met de afschuining voordat het op 90° komt, maakt u de aanslagafstelschroef voor 90° (92) los (bevindt zich links van het afschuiningsspoor op de voorkant), en stelt u deze af naar 90°. ◌ Terwijl het blad is ingesteld op 90°, draait u de aanslagafstelschroef voor 90° (92) tot u weerstand voelt. Schuif het blad iets verder van 90° af en schuif het dan terug om het te stoppen. ◌ Meet de hoek opnieuw en herhaal de stopafstelling tot het blad stopt op 90°. De afschuining van 45° controleren ◌ Koppel de zaag los. ◌ Til het blad op tot de maximumhoogte door de hoogteafstelknop rechtsom te draaien. ◌ Verwijder de antiterugslagpallen en de bladafscherm- ing. ◌ Gebruik een driehoekige haak (93) om het blad (30) op exact 45° in te stellen. ◌ Als het blad stopt met de afschuining voordat het op 45° komt, maakt u de aanslagafstelschroef voor 45° (93) los (bevindt zich rechts van het afschuiningsspoor op de voorkant), en stelt u deze af naar 45°. ◌ Terwijl het blad is ingesteld op 45°, draait u de aanslagafstelschroef voor 45° (93) tot u weerstand voelt. Schuif het blad iets verder van 45° af en schuif het dan terug om het te stoppen. ◌ Meet de hoek opnieuw en herhaal de stopafstelling zoals nodig tot het blad stopt op 45°. LET OP Voor gemakkelijk gebruik, moet de afstelling van de afschuining stoppen op 45° en 90°. WAARSCHUWING Zorg dat de bladafscherming en antiterugslagpallen onmiddellijk terug worden geplaatst nadat u aanpassin- gen hebt uitgevoerd waarvoor deze afscherming moest worden verwijderd. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
3. De schaalindicator van de langsgeleider aanpassen
(Afb. 35) ◌ Verwijder de antiterugslagpallen en de bladafscherm- ing. ◌ Ontgrendel de vergrendelingshendel van de geleider- rails (37). ◌ Monteer de langsgeleider in positie A. Pas het blad aan naar afschuining 0° en zorg dat de linkerzijde van de langsgeleider (18) het blad raakt. ◌ Vergrendel de vergrendelingshendel (37) van de geleiderrails. ◌ Maak de schroeven (95, 96) van de schaalindicator van de langsgeleider (43) en stel de rode aanwijzer (97) in op de schaalindicator van de langsgeleider (43) die moet worden uitgelijnd op het nulpunt. ◌ Haal de schroeven (95, 96) van de schaalindicator van de langsgeleider (43) opnieuw aan. OPMERKING Wanneer de langsgeleider (18) wordt gemonteerd aan de rechterzijde van het blad, zijn er twee posities. Lees de bovenste geleiderschaal in positie A; deze gaat van
Lees de onderste schaal in positie B; deze gaat van
Pas de rode lijn op de afschuiningsindicator aan als deze niet is uitgelijnd op nul wanneer het blad loodrecht ten opzichte van de tafel staat. ◌ Maak de schroef (98) los terwijl het blad loodrecht op de tafel staat. ◌ Stel de afschuiningsindicator (8) in om ze uit te lijnen met 0° op de afschuiningsschaal (7). ◌ Haal de schroef (98) opnieuw aan. ONDERHOUD WAARSCHUWING Bij het onderhoud mag u alleen identieke vervangonder- delen gebruiken. Het gebruik van elk ander onderdeel kan een gevaar creëren of productschade veroorzaken. WAARSCHUWING Draag altijd oogbescherming tijdens de bediening van het elektrisch gereedschap of wanneer u stof blaast. Als het gebruik stoffig is, moet u ook een stofmasker dragen. WAARSCHUWING Voordat u een onderhoud uitvoert, moet u controleren of het gereedschap is losgekoppeld van de netstroom en of de schakelaar uit staat. WAARSCHUWING Zorg ervoor dat remvloeistof, benzine, producten op basis van aardolie, diepdoordringende oliën, enz. NIET in contact komen met plastic onderdelen. Chemische producten kunnen plastic beschadigen, verzwakken of vernietigen. WAARSCHUWING Zorg dat de bladafscherming onmiddellijk terug wordt geplaatst nadat u eventueel onderhoud hebt uitgevoerd waarvoor deze afscherming moest worden verwijderd. Het niet naleven van deze instructie kan leiden tot ernstige lichamelijke letsels.
1. Algemeen onderhoud
◌ Vermijd het gebruik van oplosmiddelen wanneer u plastic onderdelen schoonmaakt. De meeste plasticsoorten zijn onderhevig aan schade door verschillende types commerciële oplosmiddelen en kunnen worden beschadigd door hun gebruik. Gebruik schone doeken om vuil, stof, olie, vet enz. te verwijderen. ◌ Controleer periodiek of alle klemmen, moeren, bouten en schroeven goed vast zitten en in goede staat zijn. Controleer of de tafelinzet in goede staat is en waterpas staat ten opzichte van de werktafel. ◌ Controleer de assemblage van de bladafscherming na het uitvoeren van het onderhoud om zeker te zijn dat deze correct is geïnstalleerd en correct werkt. ◌ Reinig plastic onderdelen alleen met een zachte vochtige doek. Gebruik GEEN aërosol of olie-oplos- middelen.
Alle lagers in dit gereedschap worden gesmeerd met voldoende hoeveelheid hoogwaardig smeermiddel voor de levensduur van het product onder normale gebruik- somstandigheden. Daarom is geen verdere smering vereist.
3. Onderhoud en reparatie
Alle kwalitatieve elektrische gereedschappen zullen uiteindelijk onderhoud of de vervanging van onderdelen vereisen omwille van slijtage door normaal gebruik. Om zeker te zijn dat alleen toegelaten vervangonderdel- en zullen worden gebruikt en dat het dubbele isolatiesys- teem wordt beschermd, mag elk onderhoud (buiten het routineonderhoud) UITSLUITEND worden uitgevoerd door een erkend servicecentrum van HiKOKI. OPMERKING Specificaties zijn onderhevig aan wijzigingen zonder enige verplichting van de zijde van HiKOKI.
Als u stopt met het gebruik van het gereedschap, moet u controleren of het volgende werd uitgevoerd: ◌ De schakelaar is in de positie OFF (UIT). ◌ Voedingsstekker is verwijderd uit het stopcontact. Wanneer het gereedschap niet in gebruik is, moet u het bewaren in een droge ruimte, buiten het bereik van kinderen. Nederlands132 Zaag maakt geen goede sneden. PROBLEMEN OPLOSSEN WAARSCHUWING Om letsels door het per ongeluk starten te vermijden, zet u de schakelaar op OFF en trekt u de stekker uit het stopcon- tact voordat u aanpassingen aanbrengt. Alle elektrische of mechanische reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerde onderhoudstechnici. Neem contact op met het erkend servicecentrum van HiKOKI. Raadpleeg het erkend servicecentrum van HiKOKI voor elke reden waarom de motor niet start. Nederlands ◌ Vervangen door aanbevolen blad. ◌ Draai het blad rond. ◌ Verwijder het blad en reinig het met terpentijn en grof staalwol. ◌ Vervang het blad. ◌ Reinig de tafel met terpentijn en staalwol. ◌ Stomp blad. ◌ Blad achterwaarts gemonteerd. ◌ Hars of pek op blad. ◌ Verkeerd blad voor uitgevoerd werk. ◌ Hars of pek op blad waardoor toevoer fout gaat. Blad gaat niet omhoog of schuint niet vrij af. De machine trilt overmatig. ◌ Spouwmes is niet correct uitgelijnd op het blad. ◌ Toevoerblok zonder langsgeleider. ◌ Spouwmes niet op zijn plaats. ◌ Stomp blad. ◌ De operator die materiaal loslaat voordat het voorbij het zaagblad is. ◌ Vergrendelingsknop verstekmeter is niet stevig vastgemaakt. ◌ Zaagsel en vuil in hijs-/afschuinings- mechanismen. ◌ Verlengkabel te licht of te lang. ◌ Laagspanning behuizing. Blad raakt niet op snelheid of reset mislukt te gemakkelijk. ◌ De zaag is niet veilig gemonteerd op de voet. ◌ De voet staat op een oneffen vloer. ◌ De werkbank beweegt. ◌ Beschadigd zaagblad. ◌ Lijn het spouwmes uit op het blad. ◌ Installeer en gebruik de langsgeleider. ◌ Installeer en gebruik het spouwmes (met afscherming). ◌ Vervangen door aanbevolen blad. ◌ Duw het materiaal helemaal voorbij het zaagblad voordat u het werk loslaat. ◌ Haal de vergrendelingsknop aan. ◌ Vervang door een snoer met de geschikte grootte. ◌ Neem contact op met uw elektricite- itsmaatschappij. ◌ Borstel of blaas los stof en vuil weg. ◌ Maak alle montagehardware vast. ◌ Verplaats naar een vlak, effen oppervlak. ◌ Maak de werkbank vast aan de vloer. ◌ Vervang het blad. Materiaal wordt weggeslagen van het zaagblad. CORRIGERENDE ACTIE De zaag start niet.
PROBLEEM OORZAAK PROBLEEM
Maakt geen schulpsneden in 45° en 90°. Materiaal klemt blad bij schulpen. ◌ Laat de motor afkoelen en voer een reset uit door op de resetschakelaar voor overbelast- ing te drukken. ◌ Sluit de zaag aan. ◌ Vervang de zekering of voer een reset van de circuitonderbreker uit. ◌ Laat de kabel vervangen door een erkend onderhoudscentrum. ◌ Overbelasting geactiveerd. ◌ Zaag is niet op de netstroom aangesloten. ◌ De zekering is gesprongen of de stroomonderbreker is geactiveerd. ◌ De kabel is beschadigd. ◌ Positieve stop is niet correct aangepast. ◌ Aanwijzer afschuiningshoek is niet nauwkeurig ingesteld. ◌ Langsgeleider is niet goed uitgelijnd. ◌ Langsgeleider is niet uitgelijnd op het blad. ◌ Vervormd hout, rand tegen geleider is niet recht. ◌ Zie sectie “Aanpassing afschuining”. ◌ Zie sectie “Aanpassing afschuining- sindicator”. ◌ Zie sectie “Langsgeleider uitlijnen op blad”. ◌ Zie sectie “Langsgeleider uitlijnen op blad”. ◌ Selecteer een ander stuk hout. Materiaal blijft vastzitten op spouwmes. ◌ Lijn het spouwmes uit op het blad.◌ Spouwmes is niet correct uitgelijnd op het blad.133 ACCESSOIRES SELECTEREN Een lijst van de accessoires van deze machine vindt u op pagina 4 (Zie hoofdstuk “LOSSE ONDERDELEN”). LET OP Reparatie, wijziging en inspectie van elektrische gereed- schappen van HiKOKI moeten worden uitgevoerd door een erkend servicecen- trum van HiKOKI. Bij de bediening en het onderhoud van elektrische gereedschappen, moeten de veiligheidsvoorschriften en normen die in elk land zijn voorgeschreven, worden nageleefd. Nederlands GARANTIE De garantie op het elektrisch gereedschap van HiKOKI is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifi eke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereed- schap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend service- centrum van HiKOKI te sturen. OPMERKING Op grond van het voortdurende research en ontwikkeling- sprogramma van HiKOKI kunnen de hierin genoemde technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.134 (Instrucciones originales) ADVERTENCIA Lea todas las advertencias de seguridad, instruc- ciones, ilustraciones y especificaciones proporciona- das con esta herramienta eléctrica. Si no sigue todas las instrucciones que se indican a continuación, se pueden producir descargas eléctricas, un incendio y/o graves lesiones. Guarde todas las advertencias e instrucciones por si tuviera que consultarlas en el futuro. El término “herramienta eléctrica” que aparece en las advertencias se refiere a la herramienta eléctrica operada con la red eléctrica (con cable) o a la herramienta eléctrica operada con batería (sin cable).
GARANTIEBEWIJS Modelnummer Serienummer Datum van aankoop Naam en adres van de gebruiker Naam en adres van de handelaar (Stempel a.u.b. naam en adres vande de handelaar)
A. Nakagawa Corporate Officer English Nederlands EC DECLARATION OF CONFORMITY EC VERKLARING VAN CONFORMITEIT Wij verklaren onder onze exclusieve verantwoordelijkheid dat de zaagtafel, geïdentificeerd volgens type en specificatie-identificatiecode *1), conform is met alle relevante vereisten van de richtlijnen *2) en standaarden *3). Technisch bestand op *4) – Zie hieronder. De Manager Europese normen in het vertegenwoordigingskantoor in Europa is bevoegd om het technische dossier samen te stellen. De verklaring is van toepassing op het product dat is voorzien van de CE-markering. EC-type certificaatregistratienummer: M6A 104341 0004 Rev. 00 en conformiteitsbeoordelingsprocedures: Bijlage IX van de richtlijn door de aangemelde instantie nr. 0123, TÜV SÜD Product Service GmbH Ridlerstraße 65. D-80339 München Duitsland
SimpelGids