BENNING CM 51 - Multimeter

CM 51 - Multimeter BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CM 51 BENNING in PDF-formaat.

📄 129 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BENNING CM 51 - page 77
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Digitale stroomtangmultimeter
Merk BENNING
Model CM 51 (CM 5-1)
Afmetingen (L x B x H) 215 x 85 x 51 mm
Gewicht 360 g (met batterij)
Voeding 9 V batterij (IEC 6LR61)
Batterijduur Ongeveer 125 uur (alkaline batterij)
Hoofdfuncties AUTOTEST, gelijkspanning/wisselspanning, gelijkstroom/wisselstroom (stroomtang), weerstand, continuïteitstest, diodetest
Weergave Digitaal LCD-scherm 4 posities (max 9999)
Nauwkeurigheid (gelijkspanning) ± (0,3 % + 2 digits)
Nauwkeurigheid (wisselspanning) ± (0,9 % + 3 digits) (50-60 Hz)
Nauwkeurigheid (gelijkstroom/wisselstroom) ± (2,0 % + 5 digits) (50-60 Hz)
Nauwkeurigheid (weerstand) ± (0,9 % + 2 digits)
Opening stroomtang maximaal 35 mm (kabeldiameter max 30 mm)
Overspanningscategorie 1000 V CAT III / 600 V CAT IV
Beschermingsgraad IP 30
Gebruikstemperatuur 0 °C tot 50 °C (afhankelijk van luchtvochtigheid)
Maximale hoogte 2000 m
Onderhoud Reinigen met droge doek; geen oplosmiddelen
Meegeleverde onderdelen Stroomtang CM 51, rode en zwarte meetsnoeren (1,4 m), compacte etui, 9 V batterij, gebruiksaanwijzing
Repareerbaarheid Reparatie door gekwalificeerd personeel; jaarlijkse kalibratie aanbevolen
Veiligheid Dubbele isolatie (klasse II), CE-goedgekeurd, waarschuwingen voor gevaarlijke spanning

Veelgestelde vragen - CM 51 BENNING

Hoe gebruik ik de AUTOTEST-functie?
De AUTOTEST-functie selecteert automatisch de meetfunctie (spanning, stroom, weerstand, diode) en het optimale bereik. Schakel het apparaat in, sluit de meetsnoeren aan en verbind ze met het circuit. Het scherm toont AutoSense en de meting wordt uitgevoerd zonder handmatige aanpassingen.
Hoe meet ik stroom met de stroomtang?
Open de stroomtang met de hendel, plaats deze rond één enkele geleider (nooit om meerdere) en sluit hem. Het apparaat detecteert automatisch het stroomtype (AC/DC) via AUTOTEST. Lees de waarde op het scherm. Let op: de tang moet gecentreerd zijn op de geleider voor een betere nauwkeurigheid.
Hoe vervang ik de batterij?
Schakel het apparaat uit en verwijder de meetsnoeren. Plaats het apparaat met de voorkant naar boven, draai het deksel van het batterijvak los, verwijder de oude batterij, koppel de connectoren los, sluit de nieuwe batterij (9 V IEC 6LR61) aan met de juiste polariteit, plaats deze terug in het compartiment, sluit het deksel en draai vast.
Wat te doen als het scherm 'FAIL' toont?
De weergave FAIL geeft een mislukte zelfcontrole aan. Schakel het apparaat uit en weer in. Als het bericht aanhoudt, gebruik het apparaat dan niet en neem contact op met de BENNING-klantenservice voor reparatie. FAIL betekent dat de veiligheid niet meer gegarandeerd is.
Hoe reinig ik het apparaat?
Reinig de behuizing met een droge, schone doek. Gebruik nooit oplosmiddelen of schurende middelen. Zorg ervoor dat het batterijvak vrij is van elektrolyt. Als er witte afzettingen bij de batterijen verschijnen, reinig ze dan met een droge doek.
Hoe test ik een diode?
Sluit de meetsnoeren aan: zwart in COM, rood in V/Ω/•. Verbind de punten met de diode-aansluitingen. De AUTOTEST-functie detecteert de diode als de doorlaatspanning tussen 0,4 V en 0,8 V ligt. Het scherm toont de spanning. Als de diode omgekeerd of buiten bereik is, blijft de weergave '0L'.
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen?
Gebruik het apparaat alleen in droge omgevingen. Houd u aan de overspanningscategorieën: 1000 V CAT III / 600 V CAT IV. Overschrijd de maximale spanningen ten opzichte van aarde niet. Controleer de staat van de snoeren voor elk gebruik. Raak de naakte meetpunten niet aan. Bij twijfel, gebruik het apparaat niet.
Hoe schakel ik de automatische uitschakeling (APO) uit?
Houd de grijze knop ongeveer 3 seconden ingedrukt tijdens het inschakelen. Het symbool APO knippert op het scherm, wat aangeeft dat de automatische uitschakeling is uitgeschakeld. Om deze opnieuw in te schakelen, schakelt u het apparaat kort uit en weer in.
Wat is de nauwkeurigheid van wisselstroommetingen?
Voor een frequentie van 50 tot 60 Hz is de nauwkeurigheid ± (2,0 % + 5 digits). Voor 61 tot 400 Hz is deze ± (2,5 % + 5 digits). De meting is echte effectieve waarde (True RMS). Voor niet-sinusvormige signalen kan een extra fout optreden afhankelijk van de crest factor.
Hoe voer ik een nulcompensatie uit voor gelijkstroommetingen?
Druk ongeveer 1 seconde op de grijze knop. Het symbool ZERO knippert op het scherm, wat aangeeft dat de compensatie actief is. Dit annuleert de reststroom en verbetert de nauwkeurigheid voor lage stromen. Om uit te schakelen, drukt u nogmaals op de knop.

Gebruikersvragen over CM 51 BENNING

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Multimeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CM 51 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CM 51 van het merk BENNING.

GEBRUIKSAANWIJZING CM 51 BENNING

Fig.2:Meten van gelifikspanning/ wisselspanning met AUTOTEST-functie

Fig.3: Meten van gelsekstroom/ wisselstroom met AUTOTEST-functie

Fig. 5: Doorgangscontrole met akoestisch signal

Fig. 7: Vervanging van de batterij

Gebruiksaanwijzing BENNING CM 5-1

Digitale stroomtang-multimeter met AUTOTEST-functie voor het meten van:

  • Gelijkspanning
    Wisselspanning
  • Gelijkstroom
    Wisselstroom
  • Weerstand
  • Doorgangscontrole
    Diodencontrole

Inhoud:

  1. Opmerkingen voor de gebruiker
  2. Veiligheidsvoorschriften
  3. Leveringsomvang
  4. Beschrijving van het apparaat
  5. Algemene kenmerken
  6. Gebruiksomstandigheden
  7. Elektrische gegevens
  8. Meten met de BENNING CM 5-1
  9. Onderhoud
  10. Technische gegevens van meetkabelset
  11. Milieu

1. Opmerkingen voor de gebruiker

Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor

  • elektriciens en

  • elektrotechnici.

De BENNING CM 5-1 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes en mag Niet worden gebruikt in elektrische circuits met een nominale spanning hoger dan 1000VDC en 750VAC (zie ook pt. 6: 'Gebruiksomstandigheden').

In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING CM 5-1 worden de volgende symbolen gebruikt:

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 1

Aanleggen om GEVAARLIJKE ACTIEVE geleider of demonteren van deze is toegestaan.

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 2

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning. Verwijstaar voorschriften die in alot genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 3

Let op de gebruiksaanwijzing. Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen要去en worden om gevaar te voorkomen.

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 4

Dit symbol geeft aan dat de BENNING CM 5 dubbel geisoleerd is (beschemingsklasse II).

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 5

Dit symbol op de BENNING CM 5-1 betekent dat de BENNING CM 5-1 in overeenstemming met de EU-richtlijnen is.

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 6

Dit symbool verschijnt in het scherm bij een te lage batterijspanning.

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 7

Dit symbolism geeft de instelling 'doorgangstest' aan. De zoemer geeft bij doorgang een akoestisch signaal.

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 8

DC: gelijkspanning/-stroom

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 9

AC: wisselspanning/-stroom

BENNING CM 51 - Opmerkingen voor de gebruiker - 10

Aarding (spanning t.o.v. aarde)

Let op:

Na het verwijderen van de sticker „Warnung...." (op de batterijdeksel) verschijnt de Engelse tekst!

2. Veiligheidsvoorschriften

Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften:

DIN VDE 0411 deel 1/EN 61010-1

DIN VDE 0411 deel 2-032/EN 61010-2-032

DIN VDE 0411 deel 2-033/EN 61010-2-033

DIN VDE 0411 deel 031/EN 61010-031

en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker teijken van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en Niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

BENNING CM 51 - Veiligheidsvoorschriften - 1

Wees extreem voorzichtig tijdens het werk den met blanke draden of hoofdleidingen. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

BENNING CM 51 - Veiligheidsvoorschriften - 2

De BENNING CM 5-1 mag alleen worden gebrukt in elektrische circuits van overspanningscategorie III met max. 1000V of overspanningscategorie IV met max. 600V ten opzichte van aarde.

Gebruik alleen passende meetsnoeren voor deze. Bij metingen binnen de meetcategorie III of de meetcategorie IV mag hetuitstekende geleidende gedeelte van een contactpunt op deveiligheidsmeetleidingen Niet langer zichn dan 4mm

Voor metingen binnen de meetcategorie III en de meetcategorie IV要去en de bij de set gevoegde, met CAT III en CAT IV aangeduide opsteekdoppen op de contactpunten worden gestoken. Deze maatregel dient ter bescherming van de gebruiker.

Bedenk dat werken aan installations of onderdelen die andere spanning staan, in principe algijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC können voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

BENNING CM 51 - Veiligheidsvoorschriften - 3

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik worden genomen, moet het worden gecontroleer op beschadigingen. Ook de veiligheidsmeetsnoren dienen nausezen te worden.

Bij vermoeden dat het apparaat Niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook Niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook Niet bij/toeval, Niet kan worden gebruikt.

Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar Niet meer möglichk is:

  • bij zichbare schade aan de behuizing en/ of meetsnoeren van het appar-. raat,
  • als het apparaat Niet meer (goed) werk,
  • na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden,
  • na zware belasting of möglich schade ten gevolge van transport of onoor-deelkundig gebruik,
  • het apparatusat of demeetleidingen vochtig zich,
  • wonneer de zelftest mistrukt en op de display "FAIL" verschijnt.

BENNING CM 51 - Veiligheidsvoorschriften - 4

Om gevaar te vermijden

-mogende blankemeetpennenvandeveiligheidsmeetsnoeren Niet worden aangeraakt
-要去 de meetsnoeren op de juiste contactbussen van de multimeter worden aangesloten.

BENNING CM 51 - Veiligheidsvoorschriften - 5

Onderhoud:

Het apparaat Niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zich. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.

BENNING CM 51 - Veiligheidsvoorschriften - 6

Reiniging:

Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsminder en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur-of oplosmiddelen.

3. Leveringsomvang

Bij de levering van de BENNING CM 5-1 behoren:

3.1 Eén BENNING CM 5-1
3.2 Eén veiligheidsmeetsnoer, rood (L = 1,4m)
3.3 Eén veiligheidsmeetsnoer, zwart (L = 1,4m)
3.4 Eén compactbeschermingsetui
3.5 Eén batterij van 9 V (ingebouwd).
3.6 Eén gebruiksaanwijzing

Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:

  • De BENNING CM 5-1 worden gevoed door een batterij van 9V (IEC 6 L R61).
  • De bovengenoemde veiligheidsmeetsnoeren (gekeurd toebehoren, 044145) voldoen aan CAT III 1000 V/ CAT IV 600 V en zijn toegestaan voor een stroom van 10A .

4. Beschrijving van het apparatus

Zie fig. 1: voorzijde van het apparaat.

Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 aangegeven informatie- en bedieningselementen.

Polariteitsmarkering, voor het vaststellen van de DC-stroomrichting met behulp van polariteitweergave,
Kraag om aanraken van aders te voorkomen,
3 Openingshendel om de stroomtang te opene,
4 AutoSense, symbol van de AUTOTEST-functie
Zero, weergave nulmeting bij DC-stroommetingen,
6 APO, verschijnt bij Auto Power Off geactiveerd (apparaat schakelt na 20 min.uit),
7, verschijnt bij gevaarlijke spanning >30V
3 Polariteitsweergave, een polarisatie van de polariteitmarkeringen worden met " - " gemarkeerd,
9 Symbool voor lege batterijen,
Toets (grijs), met de volgende functies:
- POWER, voor het aan- en uitschakelen van de BENNING CM 5-1,
- (AUTO) POWER OFF, activeren/ deactiveren van de automatische uitschakeling,
- ZERO-meting, nulmeting bij DC-stroommetingen,
- (AUTO) HOLD, automatische opslag van de meetwaarde,
- HOLD, opslag van de meetwaarde,
COM-contactbus, gezamenlijke contactbus voor spannings-, watersstandsmetingen en doorgangstest,
12 Contactbus (positief 1) voor V, en
Bereikweergave,
14 LoZi, staat voor de lage ingangsweerstand bij spanningsmetingen (4 kΩ ... 375 kΩ),
15 Auto, HOLD en AutoHOLD, worden weergegeven wanner de betreffende meetwaardenopslag actief is,
16 Digitale weergave, voor de meetwaarde en de weergave van overschrijding van het bereik,
17 AUTO BACKLIT, sensor van de automatische anschergrundverlichting,
18 Meettang om rondon eénaderige stroomvoerende leiding te plaatsen, 1) Betreft automatische polariteitsaanduiding voor gelijkspanning

5. Algemene kenmerken

5.1 Algemene gegevens van de stroomtang/ multimeter

5.1.1 De numerieke waarden zijn op een display (LCD) 16 af te lezen met 4 cijfers van 14mm hoog, met een komma voor de decimalen. De grootst möglichk af te lezen waarde is 9999.
5.1.2 De polariteitsaanduiding 8 werkt automatisch. Er worden slechts een pool t.o.v. de contactbussen/ polariteitsmarkering 1 aangeduid met n
5.1.3 De BENNING CM 5-1 worden met de toets (grijs) 10 aan- en uitgeschakkeld. Om het uit te schakelen de toets ongeveer 3 seconde ingedrukt houden.
5.1.4 Metingen buiten het bereik van de meter worden aangeduid met "OL" of "OL", alsmede gedeelelijk met een akoestisch signal. NB: Geen aanuiding of waarschuwing bij overbelasting.
5.1.5 Nulmeting (ZERO)

Het ongeveer 1 seconde indrukken van toets (grijs) 10 zorgt voor een nulmeting bij gelijkstroommetingen. Dit worden weergegeven door het knipperen van "ZERO" 5 op de digitale display.

5.1.6 Meetwaardenopsspag "HOLD": Door de toets (grijs) 10 in te drukken worden het meetresultaat opgeslagen. Op de display gaat het symbol "HOLD" 15 branden. Door de toets 10 opnieuw in te drukken schakelt

het apparatus terug hier de meetmodus.

Bij geactiveerde meetwaardenopslag "HOLD" herkent de multimeter een van de display afwijkend meetsignal, wanner het meetsignal met een gelijke eenheid 50 eenheden hoger worden of wanner een meetsignal van een andere meetfunctie worden gemeten. De verandering van het meetsignal worden weergegeven door een knipperend display en door een ononderbroken alarmsignal.

5.1.7 Automatische meetwaardenopsspag "AutoHOLD" (alleen voor AC/ DC-stroommetingen vanaf 3 A): Als bij ingeschakeld apparaat de toets (grijs) 10更是 dan 5 seconde worden ingedrukt, dan gaat op de display "AutoHOLD" knipperen en is de "AutoHOLD"-functie geactiveerd. Wanner de multimeter een constante meetwaarde meet, dan klinkt het zoemersignaal drie maal en wordt de meetwaarde met het "AutoHOLD"-symbool 5 seconde op de display weergegeven. Door de toets (grijs) 10 in te drukken worden de meetwaarde opgeslagen. Bij geactiveerde "AutoHOLD"-functie is de APO-functie gedeactiveerd.

5.1.8 De meetfrequentie van de BENNING CM 5-1 bij cijferweergave bedraagt gemiddeld 5 metingen per seconde.

5.1.9 De BENNING CM 5-1 beschicht over een zelftestfunctie. Wanner op de display "FAIL" verschijnt, mag de BENNING CM 5-1 zich worden gezruikt. Schakel het apparaat in het geval van een foulmelding uit en wee aan. Wanner de foulmelding blijft, stuur de BENNING CM 5-1 dan waar onze servicedienst (zie ook pt. 9.4 "IJking").

5.1.10 De BENNING CM 5-1 worden na ca. 20 seconde automatisch uitgeschakeld (APO, Auto-Power-Off). Het worden waar ingeschakeld wanneer de toets (grijs) 10 worden ingedrukt. Met een zoemersignaal worden aangegeven dat het apparaat zichzelf uitschakelt. De automatische uitschakeling kan worden gedeactiveerd door tijdens het inschaken de toets 10 ca. 3 Seconde ingedrukt te honden. Dit worden weergegeven door het knipperen van "APO" 6 op de digitale display. Bij het opniew inschaken de toets 10 kort indrukken om de automatische uitschakeling weir te activeren.

5.1.11 De temperatuurcoefficien van de gameten waarde: 0,2× (aangegeven nauwkeurigheid van de gameten waarde)/ ^ C < 18^ of >28^ , t.o.v. de waarde bij een referentietemperatuur van 23^ .

5.1.12 De BENNING CM 5-1 wordt gevoed door een blokbatterij van 9 V (IEC 6 LR 61).

5.1.13 Indien de batterijen onder de minimaal benodigde spanning dalen, verschijnt het batterijsymbool ±b in het scherm.

5.1.14 De levensduur van een batterij (alkaline) bedraagt ongeveer 125 uu.

5.1.15 Afmetingen van het apparaat:

L×B×H=215×85×51mm

Gewicht = 360 gram

5.1.16 De meegeleverde meetsnoeren zijn zonder meer geschikt voor de voor de BENNING CM 5-1 genoemde nominale spanning en stroom.

5.1.17 Maximale opening van de stroomtang: 35mm

5.1.18 Maximale diameter van de stroomleiding: 30mm

6. Gebruiksomstandigheden

  • De BENNING CM 5-1 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.

  • Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal

  • Categorie van overbelasting/installatie: IEC 60664-1/ IEC 61010-1 600 V categorie IV, 1000 V categorie III

  • Beschermingsgraad: IP 30 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529)

Betekenis IP 30: Het eerste cijfer (3); Bescherming gegen binnendringen van stof en vuil >2,5mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming gegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd gegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).

  • Beschermingsgraad stofindring: 2

  • Werktemperatuur en relatieve vochtigkeit: Bij een werktemperatuur van 0^ tot 30^ : relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% .

Bij een werktemperatuur van 31^ tot 40^ : relatieve vochtigkeit van de lucht < 75% .

Bij een werktemperatuur van 41^ tot 50^ : relatieve vochtigkeit van de lucht < 45% .

  • Opslagtemperatuur: de BENNING CM 5-1 kan worden opgeslagen bij temperaturen van - 20^ tot +60^ met een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% . Daarbij dienen wel de batterijen te worden verwijderd.

Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting worden aangegeven als som van:

  • een relatief deel van de meetwaarde

een aantal digits.

Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18^ tot 28^ bij een relatieve vochtigkeit van de lucht < 80% .

7.1 Prioriteit van de AUTOTEST-functie

De AUTOTEST-functie schakelt zelf in de juiste meetfunctie en kiest zichstandig het ideale meetbereik. De BENNING CM 5-1 werkt waar bij in de volgende volgorde:

Aan de volgende criteria要去en voldaan:
VAC, VDC met het grootste aandeelSpanningsmetting actief, wanner: 1,3 VAC ... 750,0 VAC 2,1 VDC ... 999,9 VDC -0,7 VDC ... -999,9 VDC
Ω Weerstand/ doorgangWerstandsmetting actief, wanner: 0 Ω ... ∞ Ω 0,0 VAC ... 0,9 VAC -0,4 VDC ... -0,2 VDC 1,0 VDC ... 2,0 VDC
Diode / DiodeDiodecontrole actief, wanner: 0,4 VDC ... 0,8 VDC (doorlaatspanning)
AAC, ADC met het grootste aandeelStroommetting actief, wanner: 0,9 AAC ... 600,0 AAC 0,9 ADC ... 600,0 ADC

7.2 Meetbereik voor gelijkk spanning

De ingangsweerstand bedraagt voor spanningen tot 30V minimaal 4k . De ingangsweerstand stijgt bij stijgende ingangsspanningaar 375k bij 750V

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d metingBeveiligung gegen overbelasting*1
2,1 V ... 1000 V 0,1 V ± (0,3 % van de meetwaarde + 2 digits) 750 Veff
- 0,7 V ... - 1000 V 0,1 V ± (0,3 % van de meetwaarde + 2 digits) 750 Veff

1 Maximale meetijd = 30 seconde voor spanningen groter dan 30 V

7.3 Meetbereik voor wisselspanning

De ingangsweerstand bedraagt voor spanningen tot 30V minimaal 4k . De ingangsweerstand stijgt bij stijgende ingangsspanningaar 375k bij 750V

Meetbereik ResolutieNauwkeurigheid v/d meting *2 bij 50 Hz - 60 HzBeveiliging gegen overbelasting *1
1,3 V ... 750,0 V0,1 V± (0,9 % van de meetwaarde + 3 digits)750 Veff
bij 61 Hz - 500 Hz
1,3 V ... 750,0 V0,1 V± (1,5 % van de meetwaarde + 3 digits)750 Veff

1 Maximale meetijd = 30 seconde voor spanningen groter dan 30 V

De meetwaarde worden als echte effectieve meetwaarde (True RMS, AC-koppeling) gemeten en aangeduid. De meetnauwkeurigheid is gespecifi- ceerd voor een sinusvorm in relatie tot de maximale meetwaarde evenals voor een Niet sinusvormige curvevorm tot 50% van de maximale meetwaarde. Bij Niet sinusvormige curvevormen worden de aanuidingswaarde minder nauwkeurig. Zo bestaat voor de volgende Crest-factoren een extra fouitmarge:

Crest-factor van 1,4 tot 2,0 extra boutmarge + 1%

Crest-factor van 2,0 tot 2,5 extra foulmarge +2,5%

Crest-factor van 2,5 tot 3,0 extra boutmarge +4%

7.4 Meetbereik voor gelijktstroom

Meetbereik ResolutieNauwkeurigheid v/d metingBeveiliging gegen overbelasting
0,9 A ...600,0 A0,1 A± (2,0 % van de meetwaarde + 5 digit)600 Aeff

De aangegeven nauwkeurigheid is gespecifieerd voor kabels die in het midden van de kop van meettang 18 worden gemeten (zie afbeelding 3: meten van gelijkstroom/ wisselstroom). Voor kabels die Niet in het midden van de kop van de meettang worden gemeten,要去 reckening gezchoolden worden met een extra foulmarge van 1% van de aanduidingswaarde.

Maximale remanentiefout: 1% (bij herhalende meting)

7.5 Meetbereik voor wisselstroom

Meetbereik ResolutieNauwkeurigheid v/d meting *2 bij 50 Hz - 60 HzBeveiliging gegen overbelasting
0,9 A ...600,0 A 0,1 A ± (2,0 % van de meetwaarde + 5 digit) 600 Aeff
bij 61 Hz - 400 Hz
0,9 A ...600,0 A 0,1 A ± (2,5 % van de meetwaarde + 5 digit) 600 Aeff

2 De meetwaarde worden als母公司 efectieve meetwaarde (True RMS, AC-koppeling) gemeten en aangeduid. De meetnauwkeurigheid is gespecifieerd voor een sinusvorm in relatie tot de maximale meetwaarde evenals voor een nicht sinusvormige curvevorm tot 50% van de maximale meetwaarde.
Bij Niet sinusvormige curvevormen worden de aanduidingswaarde minder nauwkeurig. Zo bestaat voor de volgende Crest-factoren een extra fouitmarge:
Crest-factor van 1,4 tot 2,0 extra foulmarge +1%
Crest-factor van 2,0 tot 2,5 extra foutmarge +2,5%
Crest-factor van 2,5 tot 3,0 extra boutmarge + 4 %

De aangegeven nauwkeurigheid is gespecifieerd voor stroomleidingen die precies in het midden van de stroomtang 18 omvat worden (zie fig. 3: meten van gelijkstroom/ wisselstroom). Voor leidingen die nicht precies in het midden omvat hunnen worden,要去 rekening worden gehonden met een extra fouit van 1% van de aangegeven waarde.

7.6 Meetbereik voor onderstand en akoestische doorgangscontrole

Overbelastingsbeveiling: AC 750V_eff / DC1000V

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting Maximale nullastspanning

0Ω..9999Ω 1Ω ±(0,9% van de meetwaarde +2 digit) 1,8 V

De ingebouwde zoemer geeft een akoestisch signaal bij een wonderstand R < 25 Ω tot 400 Ω. Het alarmsignaal gaatuit bij een wonderstand R > 400 (gespecifieerd voor temperaturen van 0^ tot 40^)

7.7 Diodencontrole

Overbelastingsbeveiling: AC 750 V_eff / DC 1000 V

Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting Maximale nullastspanning

0,4 V ... 0,8 V 0,1 V ± (0,9 % van de meetwaarde + 2 digit) 1,8 V

8. Meten met de BENNING CM 5-1

8.1 Voorbereiden van de metingen

Gebruik en bewaar de BENNING CM 5-1uitsluitend bij de aangegeven werk-en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.

  • Controller de geevens op de veiligheidsmeetsnoren ten aanzien van nominale spanning en stroom. Origineel met de BENNING CM 5-1 meegeleverde snoersets voldoen aan de te stellen eisen.
  • Controller de isolatie van de veiligheidsmeetsnoeren. Beschadigde meetsnoeren direct verwijdenen.
  • Veiligheidsmeetsnøeren testen op correcte doorgang. Indien de ader in het snoer onderbroken is, het meetsnøer direct verwijderen.
  • Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING CM 5-1 konnen leiden tot instabiele aanduiding en/ of meetfouten.
  • Metingen zijn alleen möglichk, wanneer aan de voorwaarden van de AUTOTEST-functie is voldaan (zie zich ook pt. 7.1 "Prioriteit van de AUTOTEST-functie").

Aanwijzig:

Geklokte signalen, bijvoorbeeld door laadapparaten opgewekte stroom, können zorgen voor een foutieve AC/ DC-weergave.

8.2 Spanningsmeting

BENNING CM 51 - Spanningsmeting - 1

Let op de maximale spanning t.o.v. aarde.

Gevaarlijke spanning!

De hoogste spanning die aan de contactbussen

COM-bus 1

  • Bus voor V, en

van de BENNING CM 5-1 ligt t.o.v. aarde, mag maximaal 600 V CAT IV/ 1000 V CAT III bedragen.

  • Met de toets (grijs) 10 de BENNING CM 5-1 inschakelen.
  • Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING CM 5-1.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de contactbus V, en 12 van de BENNING CM 5-1.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunter van het circuit.
  • De AUTOTEST-functie worden op de digitale display 16 weergegeven met "AutoSense" 4. Deze bepaalt zichstandig de noodzakelijkke meetfungtie (spanning) en het optimale meetbereik.
  • Lees de gemeten waarde af in het display 16 van de BENNING CM 5-1.

BENNING CM 51 - Spanningsmeting - 2

Houdt u rekening met de beperkingen in het onderste meetbereik!

Gelijkspanningsmetingen zijn binnen het bereik - 0,7 V_DC ... 2,1 V_DC Niet möglichk.

Wisselspanningsmetingen zijn pas möglichk bij spanningen > 1,3 VAC.

Zie fig. 2: meten van gewijk-/ wisselspanning met de AUTOTEST-function

8.3 Stroommeting

BENNING CM 51 - Stroommeting - 1

Geen spanning zetten op de contactbussen van de BENNING CM 5-1. Neem eventueel de veiligheidsmeetsnoeren van het apparatus.

  • Met de toets (grijs) 10 de BENNING CM 5-1 inschakelen.
  • Druk op de openingshendel en omvat de eénaderige, stroomvoerende leiding, zoveel möglichk in het midden van de tang.
  • De AUTOTEST-functie worden op de digitale display 16 weergegeven met "AutoSense" 4. Deze bepaalt zichstandig de noodzakelijkke meetfungtie (stroom) en het optimale meetbereik.
  • Lees de gemeten waarde af in het display 16 van de BENNING CM 5-1.
    Zie fig. 3: meten van gewelijk-/ wisselstroom met de AUTOTEST-functie

8.4 Weerstandsmeting en doorgangscontrole met akoestisch signal

  • Met de toets (grijs) 10 de BENNING CM 5-1 inschakelen.
  • Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING CM 5-1.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω en 12 van de BENNING CM 5-1.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunter van het circuit.
  • De AUTOTEST-functie worden op de digitale display 16 weergegeven met "AutoSense" 4. Deze bepaalt zichstandig deoodzakelijkke meetfungtie (weerstand/ doorgang) en het optimale meetbereik.
  • Lees de gemeten waarde af in het display 16 van de BENNING CM 5-1.
  • Indien de gemeten verbessard in het circuit tussen de twee contactbussen 11 kleiner is dan V, Ω en 25 Ω tot 400 Ω, worden een akoustisch signaal afgegeben.

Zie fig. 4: weerstandsmeting

Zie fig. 5: doorgangscontrole met akoestisch signaal

8.5 Diodencontrole

  • Met de toets (grijs) 10 de BENNING CM 5-1 inschaken.
  • Het Zwarte veiligheidsmeetsnoor inpluggen in de COM-contactbus 1 van de BENNING CM 5-1.
  • Het rode veiligheidsmeetsnoer inpluggen in de contactbus V, Ω en 12 van de BENNING CM 5-1.
  • Leg de meetpennen van de veiligheidsmeetsnoeren aan de meetpunter van het circuit.
  • De AUTOTEST-functie worden op de digitale display 16 weergegeven met "AutoSense" 4. Deze bepaalt zichstandig de noodzakelijkke meetfungtie (diode) en het optimale meetbereik.
  • Lees de gemeten waarde af in het display 16 van de BENNING CM 5-1.
  • Voor een normale in de stroomrichting geplaatste Si-diode worden een doorlaatspanning:tussen 0,4 V en 0,8 V weergegeven. Wanner geen doorlaatspanning worden weergegeven moet u eerste de polariteit van de diode controeren. Wanner nog steeds geen doorlaatspanning worden weergege

ven, dan valt de doorlaatspanning van de diode buiten de meetgrenzen. Zie fig. 6: diodencontrole

9. Onderhoud

BENNING CM 51 - Onderhoud - 1

De BENNING CM 5-1 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend worden. Gevaarlijke spanning!

Werken aan een onder spanning staande BENNING CM 5-1 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die.daar bij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.

Maak de BENNING CM 5-1 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen.

  • Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten object.
  • Neem de veiligheidsmeetsnoroen af van de BENNING CM 5-1.
  • Schakel de BENNING CM 5-1uit. Om het apparaat UIT te schakelen de toets 10 ongeveer 3 Seconde ingedrukt honden.

9.1 Veiligheidsborging van het apparaat

Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheidijdens het werken met de BENNING CM 5-1 Niet更是人 gegenandeerd, bijvoorbeeld in geval van:

  • Zichtbare schade aan de behuizing,
  • Meetfouten,
  • Waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden,
  • Transportschade en
  • De selbst mislukt en op de display verschijnt "FAIL".

In dergelijke gezallen dient de BENNING CM 5-1 direct te worden uitgeschakeld en nicht opnieuw elders worden gebruikt.

9.2 Reiniging

Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uit gezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING CM 5-1 schoon te makeen. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten Niet verruilen door uittlopende batterijen. Indien toch verontreining ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.

9.3 Het wisselen van de batterijen

BENNING CM 51 - Het wisselen van de batterijen - 1

Vóor het openen van de BENNING CM 5-1要去 het apparaat spanningsvrij bijn. Gevaarlijke spanning!

De BENNING CM 5-1 worden gevoed door een batterij van 9 V (IEC 6 LR 61). Als het batterijsymbol 9 op het display 16 verschijnt,要去en de batterijer worden verrangen (zie fig.7).

De batterij word als volgt verwisseld:

  • Ontkoppel de veiligheidsmeetsnoeren van het te meten circuit.

  • Neem de veiligheidsmeetsnoeren af van de BENNING CM 5-1.

  • Schakel de BENNING CM 5-1 UIT.

  • Leg het apparaat op de voorzijde en draai de schroef, uit het deksel van het batterijvak.

  • Neem het deksel van het batterijvakuit dechterwand.

  • Neem de lege batterij uit het batterijvak en demonteer de aansluitdraden van de batterij.

  • Monteer de aansluitdraden op de juiste manier aan de neuebatterij en leg de bedrading zo terug dat het Niet beklemd raakt in de behuizing. Leg dan de batterij op de waarvoordoedelde plaats in het batterijvak.

  • Klik het deksel waar op dechterwand en draai de schroef er waar in.

Zie fig. 7: verranging van de batterij.

BENNING CM 51 - Vóor het openen van de BENNING CM 5-1要去 het apparaat spanningsvrij bijn. Gevaarlijke spanning! - 1

Gooi batterijen Niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de bekende inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.

9.4 IJking

BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1steJAar na de leveringsdatum.

Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat Jaarliks door once servicedienst te lately kalibreren:

met opsteekdop: 1000 V CAT III, 600 V CAT IV,

zonder opsteekdop: 1000 V CAT II,

  • Beschermingsklasse II (回), doorgaans dubbel geisoleerd of versterkte isolatie
  • Vervuilingsgraad: 2
  • Length: 1,4 m, AWG 18,
  • Omgevingsvoorwaarden: metingen möglichk tot H = 2000 m ,

temperatuur: 0^ tot +50^ , vochtigheidsgraad 50% tot 80% ,

  • Gebruik de veiligheidsmeetkabelset alleen indien ze in een goede staat is en volgens deze handleiding, anders kan de bescherming verminderd zijn
  • Gebruik de veiligheidsmeetkabelset nicht als de isolatie is beschadigd of als er een beschadiging/ onderbreking in de kabel of stekker is.
  • Raak tijdens de meting de blanke contactpennen Niet aan. Alleen aan de handvaten vastpakken!
  • Steek de haakse aansluitingen in het te gebruiken BENNING meetapparaat.

11. Milieu

BENNING CM 51 - Milieu - 1

Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zichn nuttige levensduur, Niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de waarvoordbestemde adressen.

3.4 o bucata geanta de protectie-compact,

Fara capac de protectie: 1000 V CAT II,

  • Currentul maxim dimensionat: 10 A,
  • Clasa de protectie II (回), izolatie de tranzit dubla sau amplificata,
  • Gradul de murdârè: 2,
    Lungimea: 1,4 m, AWG 18
  • Conditii de mediu:

Inaltime barometrica la masuratori (altitudine): maxim 2000 m,

Temperatura: de la 0^ pana la + 50^ , umiditatea 50% pana la 80%

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BENNING

Model : CM 51

Categorie : Multimeter