Solo 6646 - Zaag AL-KO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Solo 6646 AL-KO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Solo 6646 - AL-KO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Solo 6646 van het merk AL-KO.
GEBRUIKSAANWIJZING Solo 6646 AL-KO
1 Over deze gebruikershandleiding 60
1.1 Symbolen op de titelpagina 60
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden 60
2 Productomschrijving 60
2.1 Beoogd gebruik 60
2.2 Mogelijk afzienbaar foulief gebruik..... 60
2.3 Overige risico's.. 61
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie
ningen 61
2.5 Symbolen op het apparatusat 61
2.6 Inhoud van de levering 62
2.7 Productverzicht (01) 63
3Veiligheidsinstructies 63
3.1 Veiligheidsinstructies voor hettingza-gen 63
3.2 Oorzaken en vermijding van een terugslag 64
3.3 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden 65
3.3.1 Gebruiker 65
3.3.2 Werktijden 65
3.3.3 Werken met de hettingzaag..... 65
3.3.4 Belasting door trillingen 66
3.3.5 Geluidsbelasting 66
3.3.6 Omgang met benzine en olie.... 67
3.3.7 Veiligung van personen, dieren en eigendommen 67
4 Montage 67
4.1 Montage van de geleiderail en zaag-ketting (02 t/m 06) 68
5 Ingebruikname 68
5.1 Brandstof 68
5.1.1 Brandstof mengen 68
5.2 Kettingsmeermiddel 69
5.3 Bedrijfsmiddelen bijvullen (07) 69
5.4 Kettingspanning controlleren (06, 08). 70
5.5 Kettingrem controlleren (09) 70
6 Bediening 70
6.1 Motor in-/uitschakelen 70
6.1.1 Motor starten (10, 11) 70
6.1.2 Motor uitschakelen (12) 71
6.2 Na het werk 71
6.3 Omschakelen tussen normal/ zomeren wintermodus (29) 72
7 Werkhouding en werktechniek 72
7.1 Gebruik van de aanslagkam (13) 72
7.2 Bomen kappen (14, 15) 72
7.3 Snoeien (16) 73
7.4 Boom inkorten (17, 18, 19) 74
7.5 Zaaghout verzagen 74
8 Onderhoud en verzorging. 74
8.1 Luchtfilterdeksel demonteren/monte- ren (20) 75
8.2 Luchtfilter reinigen (21) 75
8.3 Bougie controlleren/ervangen (22, 23) 75
8.4 Geleiderail (25, 27) 76
8.5 Zaagketting slijpen (24) 76
8.6 Kettingsmering controleren (26) 76
8.7 Kettingsmering instellen (28) 77
8.8 Stilstand van de zaagketting controlleren bij stationair draaien 77
8.9 Stationair toerental aan de carburat
teur instellen 77
8.10 Tabel hettingonderhoud 77
8.11 Onderhoudsschema 78
9 Hulp bij storingen 80
10 Transport 81
11 Opslag. 81
12 Verwijdersen 81
13 Technische gegevens 81
14 Klantenservice/service centre 84
15 Garantie. 84
1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING
De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kuterugvinden wanner u informatie over het apparaat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.
1.1 Symbolen op de titelpagina
Symbool Betekenis

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werkken en een storingsvrij gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Gebruik het benzineapparaat Niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.
1.2 Verklaring van pictogrammen en signalaalwoorden
GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situation, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden wordt, tot een Licht of middelzwaar letsel kan leiden.
LET OPI! Wijst op een situation, die, wanner zeniet vermeden worden, tot materièle schade kanleiden.
OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeerduidelijkheid en een beter gebruik.
Deze gebruiksaanwijzing beschrijft een handgedragen kettingzaag, die worden aangedreten meteen bezinemotor.
2.1 Beoogd gebruik
Dit apparaat is toepasbaar voor houtzaagwerkzaamheden in de tuin:
Zagen van boomstammen
Zagen van kanthout
Zagen van takken afhankelijk van de snij-lenge
Er mag alleen met de machine gewerkt worden als het volledig gemonteerd is.
Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als Niet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.
VOORZICHTIG! Letselgevaar door ondoelmatig gekruik! Wanneer de kettingzaag wordt gekruikt voor het zagen van hout waarin vreeemde voorwerpen zijn verwerkt, of andere voorwerpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden.
Gebruik de kettingzaag uitsluitend voorlicht houtzaagwerk.
- Controleer het hout voor het zagen op vreemde voorwerpen, bijv. spijkers, schroeven, hang- en sluitwerk.
2.2 Mogelijk afzienbaar foufief gebruik
Het apparaat is noch bedoeld voor de commercie toepassing in openbare parken en sportfaciliteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.
Let vooral op:
Snoei nooit takken, die zichrecht boven of onder een scherpe hoek ten opzichte van de gebruiker of overige Personen bevinden.
Gebruik geen afgewerkte olie.
Gebruik het apparaat Niet in omgevingen met een potentieel explosiegevaar.
Ook bij doelmatig gebruik van het apparaat, resteert algijd een zeker restrisico dat Niet kan worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat+kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentièle gevaren worden afgeleid:
- Contact met de vrij toegankelijkke tanden van de ketting (gevaar voor snijletsel).
Toegang tot de draaiende ketting (gevaar voor snijletsel).
Plotselinge en onverwachtte beweging van het zwaard (gevaar voor snijletsel).
Loskomen van delen van de ketting (gevaar voor (snij)letsel).
Loskomen van delen van het bewerkte hout.
Loskomen van deeltjes van het bewerkte hout.
Emissies van de benzinemotor.
Aanraking van de huid met brandstof (benzine/olie).
Gehoorschade tijdens het werk wanner geen gehoorbescherming worden gedragen.
2.4 Veiligheids- en
bveiligingsvoorzieningen
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
Defecte en buiten werkung gestelde verilgheidsen beveiligingsvoorzieningen können tot ernstig letsel leiden.
Laat defecte veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen repareren.
De beschemings- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werkung stellen.
Beschermkap van het zaagblad
Voor transport要去 des beschemmkap over het zaagblad en de zaagketting worden geschoven, om persoonlijk letsel en beschadiging van voorwerpen te voorkomen.
Kettingrem
De kettingrem worden bij een terugslag door de handbescherming geactiveerd en stopt de draaiende zaagketting onmiddelijk.
Veiligheids-blokkeertoets
De gashendel kan pas ingedrukt worden als de veiligheids-blokkeertoets is ingedrukt.
2.5 Symbolen op het apparaat
| Symbool | Betekenis |
| Vereist extra voorzichtigheid tijdens gebruik! | |
| Terugslagrisico! | |
| Lees vór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing! | |
| Draag een veiligheidshelm, gehoor-bescherming en oogbescherming! | |
| Draag beschemende handschoen! | |
| Draag stevige schoenen! | |
| Houd de kettingzaag tijdens het za-gen nooit met slechts=eén hand vast! | |
| Houd de kettingzaag tijdens het za-gen algtd met beiden handen vast! | |
| Tank voor benzine-/oliemengsel | |
| →d | Brandstoftoeoerknop |
| Zon: Normaal/zomermodus | |
| Sneeuwvlok: Wintermodus |
Voor de veilige werkung en het veilige onderhoud werden symbolen op de machine gedrukt. Neem deze instructies altijd in acht.
| Symbol | Betekenis |
| Aansluiting om brandstofmengsel bij te vullen Positie: Op de benzinetank, in de buurt van de tankdop | |
| Aansluiting om kettingolie bij te vul- len Positie: Op de olietank, in de buurt van de olietankdop | |
| STOP | De motorschakelaar bedieren; de schakelaar op "STOP" zetten, de motor schakelt onmiddelijk uit. Positie: links van dechterste handgreep |
| Bediening van de choke-draaiknop: Als de choke-draaiknop linksom wordt gedraaid, wordt de choke gesloten. Als de choke sluit,要去 de knop waar rechtsom worden ge- draaid om de choke te openen. Positie: Luchtfilterdeksel | |
| CHAIN OIL MAX | Instellen van de oliepomp: Draai de stang met een schroevendraaier in de richting van de pij tot stand MAX voor een sterkere oliestroom resp. tot stand MIN voor een zwakkere oliestroom van de kettingolie. Positie: Onderkant van de aandrij-feenheid |
| H | De schroef onder de markings "H" dient om het mengsel bij een hoger toerenal in te stellen. Positie: rechtsboven bij dechterste handgreep |
| L | De schroef onder de markings "L" dient om het mengsel bij een lager toerenal in te stellen. Positie: rechtsboven bij dechterste handgreep |
| Symbool Betekenis | |
| T | De schroef boven de markings "T" dient om het stationair toerental in te stellen. Positie: rechtsboven bij de achefterste handgreep |
| R | Toont in welke richting de ketting-rem worden losgelaten (witte pijl) of ingedrukt (zwarte pijl). Positie: boven op de kettingwielbe-scherming |
| → | Toont in welke richting de ketting gemonteerd is. Positie: voorkant van de geleiderail |
| Voor het openen van de decompressieklep de decompressietoets indrukken. | |
| 115dB | Gegarandeerd geluidsniveau: ■ 6646: 115 dB(A) ■ 6651 en 6656: 116 dB(A) |
2.6 Inhoud van de levering
Controleer na het uitpakken of alle onderdelen zich geleverd.

| Nr. Component |
| 1 Zaagblad |
| 2 Zaagketting |
| 3 Bezine-kettingzaag |
| 4 Beschermkap voor geleiderail |
Nr. Component
5Vijl
6 Schroevendraier
7 Combisleutel
8 Gebruiksaanwijzing
2.7 Productverzicht (01)
Nr. Component
1 Zaagblad
2 Zaagketting
3 Voorste handbescherming
4 Voorste handbeugel
5 Luchtfilterdeksel
6 Bevestigingsbauten voor luchtfilterdekseI
7 Gashendel
8 Veiligheids-blokkeertoets
9 Achterste handbeugel
10 Wiptoets voor het uitschakelen van de motor, springt vanzelf terug
11 Brandstoftank
12 Choke-draaiknop (voor koude start)
13 Handgreep startinrichting
14 Olierereservoir
15 Beschemkap voor geleiderail
16 Boomklawu
17 Bevestigingsmoeren voor geleiderail
18 Railbevestiging
19 Primer-Ball
20 Decompressietoets
21 Gebruiksaanwijzing
3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
-
Controleer het apparaat dagelijks voor ieder gebruik en na ieder vallen of gebeurtenissen als bijv. het inwerken van geweld door slagen of stoten op schade en bedrijfsveilige hoedanigheid.
-
Controller de dichetheid van het brandstofsystem en de functionaliteit van de veiligheidsvoorzieningen. Gebruik een geen geval apparaten die nicht meer bedrijfsveilig zich. Neem bij twijfels contact op met uw dealer.
Draag bij de werkzaamheden met het apparaat een gehoorbescherming, met name bij een dagelijkse werktijd van meer dan 2,5uur. Door de werking van het apparaat ontstaat er sterke geluidsvorming die gehoorschade bij de bediener kan veroorzaken.
Draag beschermende handschoenen gegen trillingen en maak regelmatig een pauze als preventieve maatregel gegen het fenomeen van Raynaud ("dode vingers"). Een langere gebruiksduur van het apparaat kan tot door de trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen van de handen leiden. Een nauwkeurige gebruiksduur kan nicht worden vastgelegd. Die is afhankelijk van verschillende factoren. Let bij voortdurend gebruik van het apparaat op uw handen en vingers. Raadpleeg een arts als er symptomen optreden als bijv. verlies van gevoel, pij,jeuk, vermindering van de lichaamskracht of verandering van huidskleur of huid. - Gebruik de motor nooit in gesloten ruimtes en schakel hem uit als uijdens het gebruik van het apparaat misselijk, duizelig of onwel worden. Raadpleeg onmiddelijk een arts. Het apparaatveroorzaakt vergiftige gassen als de motor draait. Deze gassen konnen geurloos en onzichtbaar zich.
Gebruik het apparaat Niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen. De dampen van benzine en olie+zijn zeer makkelijk ontvlambaar.
Draag een stofmasker als tijdens de werkzaamheden met het apparaat zaagsel, damp of rook ontstaat. Die kuren schadelijk zijn voor de gezondheid.
3.1 Veiligheidsinstructies voor hettingzagen
Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelenuit de buurt van de zaagketting. Controlleer voor het starten van de zaag of dezaagketting niets aanraakt. Bij werkzaamheden met een kettingzaag kan een momentvan onoplettendheid ertoe leiden dat kledingof lichaamsdelen door de zaagketting gegpen worden.
Houd de kettingzaag.altijd met uw rechterhand aan de awhilegreep en uw linkerhand aan de voorste greep vast.De ket-
tingzaag in omgekeerde werkhouding vasthouden, verhoegt het risico op letsels en mag Niet toegepast worden.
Het elektrische gereedschap moet.altijd uitsluitend aan de geisoleerde grepen worden vastgehonden,omdat de zaagketting verborgen leidingen kan raken. Wanneer zaagkettingen een onder spanning staande draad raken, komen de metalen de- len van het elektrische gereedschap onder spanning te staan,waardoor de gebruiker een elektrische schok kan oplopen.
Draag veiligheidsbril en gehoorbescherming. Overige bescherming voor hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Geschekte werkkleding vermindert het letselgevaar door rondvliegende spaanders en toevalig aanraken van de zaagketting.
Werk nooit vanuit een boom met de kettingzaag. Wanner u vanuit een boom werkt, bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
Let alkijd op een stabiele positie en gebruik de kettingzaag alleen wonneer u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Gladde ondergrond of onstabiele stand zoals op een ladder,+kunnen leiden tot evenwichtsverlies of tot controverlies over de kettingzaag.
Houd er bij het knippen van een tak die onder spanning staat rekening mee dat deze terugveert. Wanner de spanning in de houten verzels vrijkomt, kan de tak onder spanning de bedienende persoon raken en/of de kettingzaag aan de controle onttrekken.
Wees bijzonder voorzichtig bij het knippen van onderbegroeing enjonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken in de zaagketting en gegen u slagen of uuit evenwicht brengen.
Draag de kettingzaag bij de voorste greep in uitgeschakelde toestand, de zaagketting van uw lichaam afgewend. Bij het transport of het opbergen van de kettingzaag要去 deschemermkap alsijd gebruikt worden. Zorgvuldige omgang met de kettingzaag verminder de waarschijnlijkheid van een toevallige aanraking met de lopende zaagketting.
Volg de aanwijzingen voor de smering, de kettingspanning en het verrangen van toebehoren. Een fouitief gespannen of gesmeerde ketting kan scheuren of het terugslagrisico verhogen.
Zorg dat de grepen droog, schoon en vrij van olie of vet blijven. Vette, olieachtige grepen zijn glibberig en leiden tot contrôleverlies.
Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag Niet voor werkzaamheden waarvoordeze Niet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de kettingzaag Niet om plastic, metselwerk of bouwmaterialen die Niet van hout zich, te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor Niet-reglementaire werkzaamheden kan tot gevaarlijke situatuies leiden.
3.2 Oorzaken en vermijding van een terugslag
Terugslag kan optreden wanner het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of wanner het hout buigt en de zaagketting in de snede vastklemt.
Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan in veel gevallen tot een onverwachtte, achefterwaartse reactie leiden, waar bij het zaagblad maar boven en in de richting van de bediendaar worden gesla-gen.
Wanner de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoor heftig in de richting van de bedienaar terugslaan.
Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijkkerwijze zware letsels oploopt. Vertrouv Niet uitsluitend op de beveiligingen die in de kettingzaag+zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient u verschillende maatregelen te treffen om ongeval-en letselvrij te konnen werken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerd of foulief gebruik van het gereedschap. Die kan vermeden worden door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreiben:
Houd de zaag met beiden handen vast, waarbij duimen en vingers de grepen van de kettingzaag omsluiten. Breng uw li-chaam en de armen in een positie waar u stand kunt honden gegen de terugslagkrachten. Mits hij/zij geschikte maatregelen treft, kan de bediendaar de optredende terugslagkrachten beheersen. Laat de kettingzaag nooit los.
Vermijd een abnormale lichaamshouding en zaag nicht boven schouderhoogte. Daardoor wordt een onbedoelde aanraking met het zaagbladuiteinde vermeden en een betere controle van de kettingzaag in onverwachtesituaties möglichk gemaakt.
Gebruik alkijd verwangbladen en zaagkettingen die de fabrikant voorschrijft. Foutieve verwangbladen können de ketting doenscheuren en/of een terugslag veroorzaken.
Respecteer de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en het onderhoud van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de neiging tot een terugslag.
3.3 Veiligheidsaanwijzingen voor de werkzaamheden
Neem de voor uw land specifieke veiligheidsvoorschriften in acht, bijv. van beroepsorganisaties, sociale verzekeringsfondsen, arbo-instanties.
Werk uitsluitend bij voldoende daglicht of kunstmatige verlichting.
Houd de werkomgeving vrij van rondslingerende voorwerpen (bijv. zaagafval) - struikelgevaar.
De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu-eel letsel bij derden en voor materiele scha- de.
3.3.1 Gebruiker
Personen vanjonger dan 16aar en personen die de gebruikershandleiding Niet hebben gelezen, mogen het apparaat Niet gebruiken.
Wanner u voor het eerst met een kettingzaag werkt: Laat u door de verkoper of een andere deskundige de omgang met de kettingzaag uitleggen, of volg een cursus.
ledereen die met de kettingzaag werkt, moet uitgerust en gezond zich en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheids-overwegingen Niet overmatig mag inspannen, moet een arts raadplegen, of het voor haar/ hem möglichk is met een kettingzaag te werkken.
Wij adviseren u om maatregelen te treffen waarmee u zich gegen de belasting door vibratie beschermt. Afhankelijk van de gebruikssituatie kannen de daadwerkelijk trillingswaarden van de in de technische gegevens vermelde waarden afwijken. Neem hier bij het complete werkproces in acht, dus ook deijdstippen waarop het apparaat zonder belasting werkt of isuitgeschakeld. Tot geschikte maatregelen behoren onder meer een regelmatig onderhoud van het apparaat en de opzetstukken, het warmhonden van uw handen, regelmatige pauzes en een goede planning van het werkproces.
Maximale gebruiksduur en werkpauzes vaststellen naargelang de trillingswaarde.
3.3.2 Werktijden
Neem de voor uw land geldende richtlijnen in acht, die van kracht+zijn voor de duur van het werkken met kettingzagen. Voor de werktijden voor werkzaamheden met kettingzagen+kennen op nationaal en lokaaliveau beperkingen gelden.
3.3.3 Werken met de hettingzaag
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar letsel. Door het gebruik van een kettingzaag waarvan Niet alle onderdelen zichn gemonteerd, kan zwaar letsel worden veroorzaakt.
Gebruik de kettingzaaguitsluitend, wanner alle onderdelen zichn gemonteerd.
Voer voor elk gebruik een visuèle controleuit, om te controlleren of de kettingzaag compleet is, geen beschadigingen heeft of versleten onderdelen bevat. De veiligheids- en beschemingsvoorzieningen要去en intact zijn.
Nooit alleen werken.
Houd alkijd een EHBO-doos in de buurt voor eventuale ongevallen.
Aanraking vermijden met eventuele metalen voorwerpen aanwezig in de grond of verbonden aan een elektrische leiding.
De persoonlijke beschemingsmiddelen bestaanuit:
eenveiligheidshelm
gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeitsduur van meer dan 2,5 uu
■ veiligheidsbril of gezichtsbescherming van veiligheidshelm
■ veiligheidsbroek met ingelegde snijbeveiliging
stevige werkhandschoenen
■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen, stalen neuzen en snijbescherming
De kettingzaag Niet boven schouderhoogte gebruiken, veilig hanteren is zo Niet meer möglichk.
Schakel bij het veranderen van werklocatie de motor uit enplaats de kettingbeschermer.
- Als het apparaat Niet worden gebruikt, de benzinemotor uitschakelen en de kettingbescherming opsteken.
De kettingzaag alleen neerleggen nadat deze isuitgeschakeld.
De kettingzaag nicht gebruiken om hout te verplaatsen of op te tillen.
- Als een boomstam dikker is dan de lenghte van het zaagblad, moet deze door een vakman worden omgezaagd.
- Plaats de zaagketting alleen voor een zaags-nede wonneer de ketting draait. Schakel de kettingzaag nooit in met stilstaande, al op het hout geplaatste zaagketting.
Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodem terechtkomt.
Niet zagenijdens regen, sneeuw of een storm.
Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen nooit buiten werking.
3.3.4 Belasting door trillingen
- Gevaar door trillingen
De werkelijkke trillingssemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:
Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?
- Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min möglichk om geluid en trillingen te beperken.
- Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kuren de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddelijk uit en LAST het repareren door een geautoriseerde serviceworkplaats.
De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het ap
paraat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen konnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanner een symptom van 'dode vingers' worden waargenomen, onmiddelijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen (ca. beneden 10^ ) neemt het gevaar toe.
Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodate u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodenig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingenveroorzaken, worden verspreid over meertere dagen.
Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddelijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
- Als het apparaat vaak worden gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Leg in een werk-schema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.
3.3.5 Geluidsbelasting
Een zekere geluidsbelasting door dit apparaat is onvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamheden gedurende acceptabele en waarvoor geschikte tijden. Respecteer rusttijden en beperk de duur van het werk tot het minimum. Voor uw persoonlijke bescherming en ter bescherming van personen die zich in de buurt bevinden, moet geschikte gezoorbescherming worden gedragen.
3.3.6 Omgang met benzine en olie
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosefer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen können deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zichs sterfgevallen kan leiden.
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist alkijd de volgende gedragsregels in acht.
Transporteer en bewaar benzine en olie uitsluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie Niet toegankelijk zijn voor kinderen.
Zorg ervoor, om bodemvervulling (milieubescherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde te-rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter.
Tank het apparaat nooit af in gesloten ruimten. Op de vloer können sich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.
Veeg gemorste benzine alkijd onmiddelijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weglooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden.
Bij het morsen van benzine ontstaan benzinedampen. Start het apparaat waarom nooit opdezelfdeplaats,maar alkijd op eenplaats die minimaal 3m waarvan is verwijderd.
Vermijd huidcontact met producten van minerale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag algijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.
Let erop dat uw kleding Niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddelijk wanneer benzine op uw kledingterecht-gekomen is.
Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of heter motor.
3.3.7 Veiligkeit van Personen, dieren en eigendommen
Gebruik het apparaat alleen voor werkzaamheden waarvoort het is bedoeld. Niet-regle
mentair gebruik kan letsel en materiele schade veroorzaken.
Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezig zich.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaatuit als personen of dieren naderen.
Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gee-richt op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
Grijp nicht in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
Schakel het apparaat aktijduit wanner u het Niet nodig heeft, bij. bij het verplaatsen maar een ander werkgebied, bij onderhoudswerkzaamheden, bij het tanken van het benzine-oliemengsel.
Schakel het apparaat bij een onceval onmid-dellijukt om verder letsel en materiele schade te voorkomen.
- Gebruik het apparaat nooit met versleten of defekte onderdelen. Versleten of defekte onderdelen können ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.
4 MONTAGE
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig persoonlijk letsel bij een ingeschakelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakelde motoruit.
LET OP! Kans op schade aan het apparaat.
Gevaar voor schade aan apparaten door ondes-kundige montage.
Het uitpakken en de montage要去 op een vlak en stabel oppervlak gebeuren.
Er要去 voldoendeplaats zijn om de machine en de verpakking te verplaatsen en de geschikte gereedschappen要去en beschikbaar়n.
LET OPI! Gevaar voor milieuschade. Gevaar voor milieuschade door ondeskundige afvalverwijdering.
Het verwijderen van de verpakking moet conform de lokale voorschriften gebeuren.
VOORZICHTIG! Risico op letsel. Onderden met scherpe randen en draaiende onderdelen konnen letsel veroorzaken.
Draag alkijd vaste werkhandsschoenen om het zaagblad en de ketting te monteren.
Werk bij de montage van het zaagblad en de ketting met uiterste zorgvuldigheid om de veiligheid en efficiente van de machine Niet te beinvloeden; raadpleeg in geval van twijfel uw dealer.
HOPMERKING De machine worden geleverd met gedemonteerd zaagblad en gedemonteerde ketting en met leeg mensel- en olietank.
Ga voor de montage na dat de kettingrem Niet is bediend. De kettingrem is vrijgegeven als de handbescherming (01/3) in de richting van de handbeugel (01/4) worden getrokken.
4.1 Montage van de geleiderail en zaagketting (02 t/m 06)
- De twee zeskantmoeren (02/1) met de combisleutel losdraaien. Kettingwielbescherming (02/2) samen met de zeskantmoeren verwijderen (02/a).
- De kunststof afstandhoulders (02/3) verwijden; deze afstandhoulders dienen enkel voor het transport van de verpakte machine en worden verdier Niet meer gebruikt.
- De groef van de geleiderail (03/1) in de penbouten (03/2)plaatsen (03/a). De geleiderail in richting machinehuis schuiven (03/b).
- De zaagketting (04/1) rond het kettingwiel (04/2) en in de groef van de geleiderail leggen (04/3), hierbij op de draairichting letten. De zaagketting over het omkeerwiel van de geleiderail leggen (05/a).
- De kettingwelbescherming (06/1) weir mon-teren, de zeskantmoeren (06/2) slechts zover aandraaien dat de zaagketting nog kan worden gespannen.
- De geleiderail van het machinehuis weg-schuiven tot de zaagketting correct gespannen is (Kettingspanning controleren (06, 08)).
- De zeskantmoeren (06/2) vastdraien.
5 INGEBRUIKNAME
5.1 Brandstof
LET OP! Kans op schade aan het apparaat.
Enkel benzine gebruiken, beschadigt de motor waardoor de garantie vervalt.
- Gebruik enkel hoogwaardige benzine en smeerolie om de algemene prestaties en de levensduur van de mechanische onderdelen ook op lange termijn te garanderen.
OPMERKING Loodvrije benzine heeft de neiging om in het reservoir afzettingen te vormen, wanner deze langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik.altijd neue benzine!
Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor die werkt op een benzine-olie-mengsel.
Geschikte olie
Gebruik uitsluitend hoogwaardige synthetische tweetakt-motorolie. Bij uw dealer zichn oliën verkrijgbaar die special voor dergelijkke motoren ontwikkeld zijn en garant staan voor uitstekende prestaties.
Geschikte benzine
Gebruik alleen loodvrije benzine met een octaangetal van ten minste 90.
5.1.1 Brandstof(AP)
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar.
Benzine en mengsel zichn ontvlambaar!
Bewaar benzine en(AP) mentsel uitsluitend in speciale recipienten geschikt voor brandstoffen en wel op een veilige plaats, ver verwijderd van warmtebronnen en open vlammen.
Bewaar de recipiën nooit binnen het bereik van kinderen.
Rook nichtijdens de mengselvoorbereiding en probeer om de benzinedampen nicht in te ademen.
LET OPI! Gevaar voor beschadiging van de motor. Het gebruik van zuivere benzine leidt tot beschadiging van de motor tot het uitvallen van de motor toe. In dergelijkke situatuies konnen bij de fabrikant geen aanspraken worden gemaakt op garantie.
Gebruik in de motor alsijd een benzine-olie-mengsel met de voorgeschreven mengverhouding.
OPMERKING Het mensel is onderhevig aan een constant verouderingsproces. Bereid Niet al te grote hoeveelheden voor om afzettingen te vermijden.
OPMERKING Reinig de benzine-en mengselreservoirs regelmatig om eventuele afzettingen te verwijderen.
In geval van een onvoldoende meldsel worden het risico voor een voortijdig defect van de zuiger vanwege een te arm meldsel groter. De garantie verwalt ook als de instructies voor het(OPen van de brandstof enz. in dit handboek nicht worden nageleefd.
Hierna staat een babel waarin de juiste mengverhouding met een voorbeeld worden vermeld.
Mengverholding Benzine Olie
50:1 (50 delen brandstof en 1 deel olie)
5 liter 100 ml
- Giet ongeveer de helft van de aangegeven hoeveelheid benzine in een geschikte jerrycan.
- Giet alle olie erbij, zoals voorgeschrevein in de tabel.
- Voeg de resterende benzine toe.
- Sluit de jerrycan en schud hem goed.
5.2 Kettingsmeermiddel
LET OP! Kans op schade aan het apparatus.
Bij gebruik van afgewerkte olie voor de kettingsmering, zorgen de metaaldeeltjes die hierin zich opgenomen voor een extra hoge slijtage aan het zaagblad en de zaagketting, zodat deze vroegtijdig versleten raken. Bovendien verwalt hierdoor de garantie van de fabrikant.
Gebruik nooit afgewerkte olie, maar uitsluitend biologisch afbrekBare kettingzaagolie.
LET OP! Gevaar voor milieuschade. Het gebruik van minerale olie voor de kettingsmering leidt tot ernstige milieuschade.
Gebruik nooit minerale olie, maar uitsluitend biologisch afbreekbare kettingzaagolie.
Er mag geen verontreinigde olie gezrukt worden om een verstopping van het filter in het reservoir en een onomkeerbare beschadiging van de olie-pomp te vermijden.
Het gebruik van hoogwaardige olie is doorslaggevend voor een doeltreffende smering van de snijmechanismen; gebruekte of minderwaardige olie
beinvloedt de smering en verkort de levensduur van de zaagketting en van de geleiderail.
Aanbevolen worden om de olietank bij elke brandstofvulling (met behulp van een trechter) hebmaal te vullen. Omdat de capaciteit van het oliereservoir zo ontworpen is dat de brandstof voor de olie op is, worden gegarandeerd dat de machine Niet zonder smeermiddel bediend worden.
5.3 Bedrijfsmiddelen bijvullen (07)
GEVAAR! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosefer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kuren deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zichs sterfgevallen kan leiden.
Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
Neem beslist alkijd de volgende gedragsregels in acht.
Brandstof bijvullen
- Motor uitschakelen en de beschemkap over de zaagketting doen.
- Reinig de tankdop (07/1) en het gedeelterandom, zodate er geen vuil in de tank valt.
- Open de tankdop (07/1).altijd voorzichtig om dat er eventuele druk in is ontstaan.
- Vul brandstof met een trechter bij.
- Plaats de tankdop op de tank en draai hem vast.
- De grond en het apparaat van gemorste brandstof reinigen.
- Start het apparaat pas waar als de brandstofdampen�n verdampt.
Zaagkettingolie bijvullen
- Motor uitschakelen en de beschemkap over de zaagketting doen.
- Reinig de olietankdop (07/2) en het gedeelterandom, zodat er geen vuil in de tank valt.
- Olietankdop (07/2) losdraaien.
- Vul zaagkettingolie met een trechter bij.
- Plaats de olietankdop op de tank en draai hem vast.
- De grond en het apparaat van gemorste zaagkettingolie reinigen.
5.4 Kettingspanning controlleren (06, 08)
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig persoonlijk letsel bij een ingeschakelde motor.
Voer alle ingren met uitgeschakelde motoruit.
De spanning is correct wanner de schakels bij het optillen van de zaagketting in het midden van de geleiderail Niet uit de geleiders loskomen (08/1) maar de zaagketting nog wel gedraaid kan worden.
Zaagketting spannen
- De zeskantmoeren (06/2) van de kettingwiel-bescherming (06/1) met de meegeleverde combisleutel zover losdraaien dat de zaag-ketting nog gespannen kan worden.
- De geleiderail van het machinehuis weg-schuiven tot de zaagketting correct gespannen is.
- De zeskantmoeren (06/2) vastdraaien.
5.5 Kettingrem controlleren (09)
WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge-vaar voor zeer ernstig persoonlijk letsel door een defecte kettingrem. Wanner de kettingrem Niet werkt kan, bijv. bij een terugslag (kickback), de zaagketting de gebruiker zeer ernstig, tot doodelijk letsel toebrengen.
Test voor het begin van alle werkzaamheden steeds eerst de kettingrem.
Schakel de kettingzaag nicht in, wanner de kettingrem defect is. Laat de kettingzaag in een dergelijk geval controleren door een deskundige werkplaats.
Het apparatus is voorzien van een veiligheidsremsystem (kettingrem).
De kettingrem is een voorziening die is ontwikkeld om de beweging van de zaagketting onmiddelloijk te stoppen als er een terugslag optreedt. Normaal gesproken worden de kettingrem automatisch door de massatraagheid geactiveerd.
Deze rem kan ter controle ook met de hand worden bediend.
- Start de motor en houd het apparaat aan beide handgrepen vast.
- De veiligheids-blokkeertoets (01/8) en ga-shendel (01/7) bedieren om de ketting in beweging te houden, verrolgens de handbescherming (09/1) met de rug van de hand
haar voren drukken (09/a); de zaagketting要去 onmiddelijk stoppen.
- Als de zaagketting blijft staan moet onmiddelijk de veiligheids-blokkeertoets enervo-gens de gashendel losgelaten worden.
- Schakel de motoruit.
- Om de kettingrem los te zetten de handbescherming maar weiteren trekken (09/b)
6 BEDIENING
Neem de nationale voorschriften voor de gebruiksduur in acht.
Houd de achefterste handgreep vast met de rechterhand en de beugelgreep met de linkerhand.
De handgrepen nicht loslaten zolang de motor draait.
Gebruik de hettingzaag nicht bij:
Vermoeidheid
Onwel zich
Onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs
6.1 Motor in-/uitschakelen
WAARSCHUWING! Explosie- en brandgevaar. Bij het ontsnappen van een benzineluchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosefer. Door een ondeskundige omgang metbrandstoffen können deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zichs sterfgevallen kan leiden.
Start de motor ten minste 3 meter van de vulplek vandaan.
6.1.1 Motor starten (10, 11)
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel door starterkabel. Door een snelle terugtrekbeweging van de starterkabel worden de hand te nelnaar de motor toe getrokken. Hierbij+kunnen knelwon den en verstuikingen optreden.
Wikkel de startkabel nooit rond de hand.
LET OP! Kans op schade aan het apparaat.
Als de starterkabel te ver wordt uitgetrokken kan dat beschadigingen verroorzaken.
Trek de kabel Niet helemaaluit en breng hem Niet in contact met de rand van de kabelgeleidingsopening en laat de handgreep Niet los, maar voorkom dat de kabel ongecontroleerd weeer maar binnen worden getrokken.
LET OP! Kans op schade aan het apparaat.
Als de motor met een hoog torental en een bediende kettingrem worden bediend kan de koppeling te heet worden.
Voorkom het om de motor met een hoog toerental en een bediende fettingsrem te lately draaien.
Koude start
Een Koude start betekent het starten van de motor als hij ten minste 15 minutes uitgeschakeld was of na het bijvullen van brandstof.
- Zet het apparaat op een vlakke ondergrond, houd het aan de voorste handbeugels vast en druk het apparaat op de grond. Indien nodig met de punt van de rechtervoet in de achterste beugel stappen.
- De kettingrem bedieren, hiervoord de handbescherming maar voren drukken.
- De beschermafdekking van de zaagketting verwijdersen.
- De Primer-Ball (10/1) 3-4 keet indrukken (10/ a).
- De decompressietoets (11/1) indrukken. De decompressieklep gaat open en deoodzakelijkke trekkracht aan de starterhandgreep worden gereduceerd. De decompressietoets springt onmiddelijk na het starten van de motor automatisch terug maar de oorspronkelijke stand.
- De choke-draaiknop (11/2) tot de aanslag linksom draaien (aan de hand van de marketing op de kettingzaag).
- Met de vrijie hand de starterhandgreep (11/3) omhoog trekken (11/a) tot er een watstand te voelen is.
- Laat de starterhandgreep Niet los, meerere keren stevig trekken tot de motor voor de eerste keer aanslaat. Vervolgens de choke-draaiknop (11/2) tot de aanslag rechtsom draaien (aan de hand van de markings op de kettingzaag).
- Trek meerdere keren stevig aan de starterhandgreep (11/3) tot de motor wee aanslaat.
- Zodra de motor draait, de veiligheids-blokkeertoets (11/4) en de gashendel (11/5) kort indrukken. Daardoor wordt de smoorklep van de carburateur uit de blokkeerstand vrijgeveen.
-
Laat het apparaat ongeveer een minuut stationair draaien.
-
Zet de kettingrem los, hiervoar de handbeschermingaarachteren trekken.
Warme start
Als de motor slechts kort worden uitgeschakeld, kan het starten door indrukken van de Primer-Ball en van de decompressietoets,ECHTER Zonder aan de choke-draaiknop te draaien worden uitgevoerd.
6.1.2 Motor uitschakelen (12)
- De veiligheids-blokkeertoets (12/1) en cervolgens de gashendel (12/2) loslaten.
- Laat de motor gedurende een paar seconden stationair draaien.
- De wiptoets (12/3) waar „STOP“ drukken (12/a).
6.2 Na het werk
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door snijden. De scherpe schakels van d zaag-ketting hunnen snijwonden veroorzaken.
Schakel de motoruit.
Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING! Brandgevaar. De hetemachine kan snijafval (bijv. zaagsel, takrestantenof bladeren) in brand zetten.
Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een ruimte zet.
- Om het brandgevaar te verminderen,要去 de machine vrijgemaakt worden van zaagsel, takrestanten, bladeren of overtollig vet.
Bakken met zaagafval mogen nicht binnen worden bewaard.
- Schakel de motor uit (Motor uitschakelen (12)).
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder alle sporen van zaagsel of olierestanten.
- Demonteer de zaagketting bij sterke verrui-ling en LAST hem een paar uur in een bak met een speciale reiniger weken. Spoel hem aansluitend af met schoon water en spuit hem voor de montage op het apparaat in met anticorrosiespray.
- Trek de beschermafdekking over de zaagketting heb ven voordat het apparaat worden opgeborgen.
6.3 Omschakelen:tussen normal/ zomer- en wintermodus (29)
Om bij lage omgevingstemperaturen (beneden de 5^ ) ijsvorming op de carburateur te voorkomen, kan de inlaatlucht door verplaatsing van het schuifstuk maar de winterstand voorverwarmd worden. De inzet van het schuifstuk kan na het afnemen van het luchtfilterdeksel direct bereikt worden.
LET OPI! Gevaar voor motorschade door oververhitting. Als de kettingzaag bij temperatu- ren van boven de 5^ worden gebruikt en de schuif op winterstand staan kan dit oververhittingveroorzaken.
-
Controller voor de werkig de omgevingstemperatuur en pas indien nodig de stand van de schuif aan.
-
Luchtfilterdeksen demonteren (zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilterdeksen demonteren/monteren (20), pagina 75).
- Schuif (29/1) met de hand uit het frame trekken (29/a).
- Schuif verticalaal draaien (29/b) en weeer insteken (29/c):
Boven de 5^ d.w.z. normal/ zomermodus: Het kijkglas van de schuif op het zonnesymbol (29/2) uitlijnen.
Beneden de 5^ d.w.z. wintermodus: Het kijkglas van de schuif op het sneeuw-vloksymbool (29/3) uitlijnen.
- Luchtfilterdeksen monteren (zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilterdeksen demonteren/monteren (20), pagina 75).
7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK
GEVAAR! Levensgevaar door onvoldoende vakkennis! Een tekort aan vakkenniskan ernstig tot zelfs dodelijk letsel veroorzaken!
Uitsluitend goed geschoolde en ervaren mensen mogen worden belast met het snoeien en+kappen van bomen.
GEVAAR! Levensgevaar door oncontrolerbare machinebewegingen. De bewegende zaagketting ontwikkelt enorme krachten die tot een plotselinge beweging en het wegslingeren van de kettingzaag hunnen leiden.
Houd de kettingszaag alkijd met beiden handen vast, de linkerhand aan de voorste handbeugel en derechtterhand aan dechterste handbeugel. Dit onafhankelijk ervan of u rechts- of linkshandig bent.
GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag (kickback)! Door een terugslag van het apparaat (kickback) kan de gebruiker levensgevaarlijk worden verwond.
Houd u steeds aan de voorgeschreven maatregelen ter voorkoming van een terugslag!
VOORZICHTIG! Gevaar voor de gezondheid door inademen van gevaarlijke stoffen! Het inademen van smeeroliedamp, uitlaatgassen en zaagstof kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
Draag.altijd de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen.
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel bij een geblokkeerde kettingzaag. Als er worden geprobeerd om een bij het snijden geblokkeerde snijvoorziening - d.w.z. zaagketting/geleiderail - bij een draaiende motor uit te trekken is er gevaar voor letsel an beschadiging van het apparaat.
Zet de motor af en bik de snede open (bijv. met een velhevel) of voer met een tweede kettingzaag resp. snijvoorziening een ontlastingsnedeuit.Verwijder meteen de ingeklemde snijvoorziening als de snede opengaat.
Volg de in de volgende paragrafen beschreven instructies en werkzaamheden om te voorkomen dat de kettingzaag geblokkeerd of ingeklemd raakt.
OPMERKING Regelmatig worden door beroeepsorganisaties cursussen aangeboden in de omgang met kettingzagen en bomenkaptechniek.
7.1 Gebruik van de aanslagkam (13)
- De aanslagkam (13/1) in de stam steken en een boogbeweging van de zaagketting uitvoeren (13/a) zodate de zaagketting in het hout snijdt.
- De werkstap meerere keren herhalen en hierbij het aanzetpunt van de aanslagkam verplaatsen (13/b).
7.2 Bomen kappen (14, 15)
GEVAAR! Levensgevaar door vallende boom! Wanner het Niet möglichk is terug te wijken wanner een boom omvalt, kan dit leiden tot ernstig tot zichs dodelijk letsel!
Pas met de kapwerkzaamheden beginnen nadat een hindernisvrije vluchtroute vanaf de vallende boom is gewaarborgd.
GEVAAR! Levensgevaar door ongecontroleerd vallende boom! Een ongecontroleerd vallende boom kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken!
- Om te zorgen dat de boom gecontroleerd valt,要去en breuklijst blijven staan tussen de velsnede en de valkerf;de bredte hiervan moet ca. 1/10发展格局.
Bij wind geen kapwerkzaamheden uitvoeren.
OPMERKING Uitsluitend wiggen van hout, kunststof of aluminium gebruiken.
Voordat met de kapwerkzaamheden worden begonnen要去en de volgende maatregelen wordengenomen.
- Controlleren dat zich geen andere Personen, dieren of voorwerpen in de gezarenzone bevinden.
De veilige afstand ten opzichte van andere werkplekken of voorwerpen dient minstens 21 / 2 -keer de boomlengte te bedragen.
Let ook op leidingen voor nutsvoorzieningen en eigendommen van derden. Eventuel het nutsbedrijf of de eigenaar op de hoogte stellen.
De valrichting van de boom beoordelen. Bepalend voor de valrichting van de boom zijn:
de natuurlijke helling van de boom
de hoogte van de boom
eenzijdige groei van takken
horizontal of hellende ondergrond
asymmetrische groei, houtschade
windrichting en windsnelheid
sneeuwbelasting
Op een hellende ondergrond algid boven de valrichting van de boom blijven werken.
- Controlleren dat zich op de erder bepaalde vluchtweg geen hindernissen bevinden. De vluchtweg要去 ca. 45^ schuin hinterwaarts van de valrichting lopen (14).
De stam要去 vrij়n van begroeijng,takken en vreemde voorwerpen (zoals verruiling, stenen, losse boomschors, spijkers, klemmen,draad etc.).
Om een boom te=kappen moet er een valkerf en een velsnede worden aangebracht.
-
Bij zagen van de valkerf en bij in stukken za-gen van de boomstam de aanslagkam veilig aanbrengen gegen het te verzagen hout.
-
De valkerf (15/c) worden eerst horizontally en cervolgens van bovenaf schuin in een hoek van minstens 45^ ingezaagd. Hierdoor worden voorkomen dat de kettingzaag vastklemt bij het uitzagen van de tweede inkeping. De valkerf要去zo möglichn nabij de bodem en in de gewenste valrichting (15/e) worden aangebracht. De diepte van de kerf要去 ca. 1/4 van de stamdkte bedragen.
- De velsnede (15/d) gegenover de valkerf exact horizontalinzagen.De velsnede moet op een hoogte van 3-5 cm boven het horizontale vlak van de valkerf worden ingezaagd.
- De velsnede (15/d) zo diep inzagen dat er een breuklijst (15/f) van minstens 1/10 van de stamdkteussen de valkerf (15/c) en de velsnede (15/d) overblijft. Deze breuklijst voorkomt dat deBoom gaat draaien en in de verkeerde richting valt. Zodra de velsnede (15/d) de breuklijst (15/f) nadert moet de boom beginnen te vallen.
Als de boom gaat vallen tijdens het zagen:
Als de boom möglichk in de verkeerde richting zal vallen of terug helt en de kettingzaag vastklemt, moet de velsnede worden afgeb broken. Sla wiggen in om de zaagsnede te openen en de boom in de gewenste richting te lately vallen.
De kettingzaag direct uit de zaagsnedetrekken, uitschakelen en wegleggen.
Weglopen via de vluchtroute.
- Opletten voor neervallende takken en twijgen.
- Als de boom blijft staan deze door het inslaan van wiggen in de velsnede gecontroleerd ten val brengen.
- Na afloop van de zaagwerkzaamheden direct de gehoorbescherming afnemen en letten op signalen of waarschuwend geroep.
7.3 Snoeien (16)
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
De kettingzaag aan de boomstam steunen en vrij toegankelijke takken na elkaar direct aan de boomstam afzagen (16/a). Op hellingen van onderen maar boven werken.
Grotere, maar beneden gerichte takken die de boom ondersteunen voorlopig lately zitten.
Kleinere takken in een keer doorzagen.
Let op onder spanning staande takken en zaag die eerst een stuk van boven in, cervol-
gens van onderaf maar boven toe doorzagen om te voorkomen dat de hettingzaag vastklemt (16/b).
Vrij hangende takken eerst een stuk van onderen inzagen,ervolgens van boven doorzagen (16/c).
- Insteek-, langs- en hartsneden moeten alleen worden uitgevoerd door ervaren of opgeleide Personen.
7.4 Boom inkorten (17, 18, 19)
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
Op een hellende locatie algijd van bovenaften opzichte van de boomstam werken, omdat de boomstam kan wegrollen.
De hettingzaag zo hanteren dat er zich geen lichaamsdelen bevinden in de verlangde zwenkzone van de zaagketting.
Kettingzaag aan de stamplaatsen:
De aanslagkam pal naast de snijkant plaatsen en de kettingzaag rond dit punt draaien.
De het pleaten aan de zijkant wegligden of iets omhoogsppringen. Dat is afhankelijk van het hout en van de hoedanigheid van de zaagketting. Houd de hettingzaag waarom.altijd stevig vast.
Aanh het einde an de snede zwenkt de kettingzaag vanwege het eigien gewiht door omdat hij nicht meer in de snede worden gesteund. Houd dit gecontroleerd gegen en oefen geen druk ut zodate zaagketting de grond nicht raakt.
Wacht na het beeindigen van de zaagsnedetot de zaagketting stilstaat, alvorens u de kettingzaag uitschakelt.
De motor van de kettingzaag altijd uitschakellen alvorens door te gaan maar de volgendeboom.
De boomstam worden over de hele lenghte gewiekmatig ondersteund:
De boomstam van bovenaf doorzagen en Niet in de grond zagen (17/a).
Boomstam worden aan een uiteinde ondersteund:
- Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stam diameter van onderaf inzagen (18/a), cervolgens de rest van bovenaf evenwijdig aan de onderste zaagsnede doorzagen (18/b).
De boomstam worden op beiden uiteinden ondersteund:
Om het vastklemmen van de kettingzaag en het splijten van hout te voorkomen, eerst 1/3 van de stamdiameter van bovenaf inzagen (19/a), verrolgens de rest van onderaf evenwijdig aan de bovenste zaagsnede doorzagen (19/b).
7.5 Zaaghout verzagen
Neem bij deze werkzaamheden de volgende punten in acht:
Een veilige ondersteuning gebruiken (zaagbok, wigvorm, balken).
Letten op een veilige werkpositie en een gewelijkmatige verdeling van het lichaamsgewicht.
Rondhout blokkeren gegen verdraien.
Zet de kettingzaag altijd met draaiende ketting gegen het hout om een snede te beginnen. Start de kettingzaag nooit wonneer de stilstaande zaag al contact maakt met het hout.
Het hout nicht met de voet of door een ander persoon lately gegenhonden.
8 ONDERHOUD EN VERZORGING
GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel en het gebruik van Niet toegestane reservationelen konnenijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot dedood toe.
Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werkinq.
Gebruik uitsluitend originele, toegelaten reservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een fonctionele en schone staat verkeert.
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig persoonlijk letsel bij een ingeschakelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakelde motoruit.
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen konnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alsijd beschermende handschoenen!
een correct onderhoud is fundamenteel moodzakelijk om de oorspronkelijke efficientre en bedrijfszekerheid van de machine te behouden.
Zorg ervoor dat alle moeren en schroeven goed vastgedraaid zich, om zeker te zich dat het apparaat.altijd in goede omstandigheden werkt.
- Gebruik het apparaat nooit met versleteen of beschadigde onderdelen. De beschadigde onderdelen要去en verrangen worden en mogen nooit gerepareerd worden.
Voor de onderhoudswerkzaamheden:
Motor uitschakelen en af lately koelen.
Bougiestekker uittrekken.
Draag veiligheidshandschoenen voor werkzaamheden aan de zaagketting.
Verwijder veiligheidsafdekking Niet tenzij er ingrepen aan het de geleiderail of aan de ketting要去en worden uitgevoerd.
Verwijder olien, benzine of andere verruilen de stoffen conform de voorschriften.
8.1 Luchtfilterdeksel demonteren/monteren (20)
Luchtfilterdeksen demonteren
- Met de schroevendraier de bevestigingsbouten (20/1) van het luchtfilterdeksel (20/2) losdraaien.
- Het luchtfilterdeksel van het apparaat tilen (20/a).
Luchtfilterdeksen monteren
- Het luchtfilterdeksel op het apparaatplaatsen (20/b).
- De bevestigingsbouten (20/1) van het luchtfilterdeksel aandraaien.
8.2 Luchtfilter reinigen (21)
LET OP! Gevaar door een vuil, defect of ontbrekend luchtfilter. De motor van het apparaat worden onherstelbaar beschadigd als het luchtfilter ontbreekt, verruild of defect is.
De reiniging van het luchtfilter is de voorwaarde voor een perfecte werking en een lange levensduur van het apparaat. Werk Niet zonder of met een beschadigd filter om schade aan de motor te vermijden.
De reiniging moet om de 15 eer dat de machine gebruikt worden, gebeuren.
Het filtrerelement mag nooit gewassen maar moet algijd verrangen worden zodia het vuil of beschadigd is.
Luchtfilter demonteren
- De motor uitschakelen en af lately koelen.
- Het luchtfilterdeksel demonteren (zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilterdeksel demonteren/monteren (20)", pagina 75).
- Draai de vleugelmoer (21/1) los.
- Trek het luchtfilter (21/2) maar boven toe weg (21/a).
- Sluit de aanzuigopening (21/3) met een scho- ne doek. Dat voorkomt dat er vuildeeltjes in de carburateurruimte vallen.
Luchtfilter reinigen
- Het filter met een kwastje of een fijnne borstel reinigen, indien nodig met perslucht voorzichtig van binnen maar buitenuitblazen.
Luchtfilter monteren
- Plaats het luchtfilter (21/2) op de aanzuigopening (21/3) (21/b).
- Het luchtfilter met de vleugelmoer (21/1) vastdraaien.
8.3 Bougie controlleren/vervangen (22, 23)
Bij beschadiging van de isolatie, sterke elektrodeverbranding of sterk met olie verontreinigde elek-troden moet de bougie worden verrangen.
Voorbereiding
- De motor uitschakelen en af lately koelen.
- Het luchtfilterdeksel demonteren (zie Hoofdstuk 8.1 "Luchtfilterdeksel demonteren/monteren (20)", pagina 75).
- Trek de bougiedop (22/1) los.
Controleer de elektrodenafstand (23)
-
Draai de bougie (22/2) met de meegeleverde combisleutel los.
-
Reinig de bougie met een borstel (23/1).
- Meet de afstand (23/2). De afstand要去 0,6 - 0,7 mm়n.
Bougie cervangen
- Draai de bougie (22/2) met de meegeleverde combisleutel los.
- De neue bougie tot de aanslag indraaien.
- De bougiedop op de bougie schuiven.
8.4 Geleiderail (25, 27)
Om asymmetrische slijtage te voorkomen要去 de geleiderail regelmatig omgedraaid worden.
De volgende onderhoudswerkzaamheden要去 uitgevoerd worden:
Hetlager van het omkeerwiel smeren (27).
De groef van de geleiderail met een schaaf (niet in de leveringsomvang inbegrepen) reinigen (25).
De smeeropeningen reinigen.
- Met een vlakke vijl de braam van de flanken van de geleiders verwijderen en eventuele afwijkingen:tussen de geleiders bijwerken.
De geleiderail要去ervangen worden wanner:
de diepte van de groef kleiner is dan de hoogte van de schakel (die de bodem van de groef nooit mag raken);
de binnenste geleiderwand zodanig versleten is dat de ketting zichwaarts neigt.
8.5 Zaagketting slijpen (24)
GEVAAR! Levensgevaar bij terugslag
(kickback)! Een ondeskundig geslepen zaagketting verhoogt de kans op een terugslag en daar-mee het gevaar voor dodelijk letsel.
Slijp de zaagketting deskundig om de kans op terugslag te verkleinen.
HOPMERKING Onervaren gebruikers van de kettingzaag worden aanbevolen de zaagketting te lately slijpen door een vakman die beschikt over een werkplaats voor klantenservice.
Om veiligheids- en officientieredenen moet de zaagketting alsijd goed geslepen zich.
Het slijpen is vereist wanner:
Het zaagsel op stof lijkt.
Meer kracht nodig is om te zagen.
De snede nichtrecht is.
De vibraties toenemen.
Het brandstofverbruik toeneemt.
Wanneer het slijpen in handen van een opgeleide klantendienst gegeven worden, kan dit met de juiste gereedschappen uitgevoerd worden die een minimale materiaalslijtage en gelijkmatig slijpen van alle tanden garanderen.
Zelfstandig slijpen van de zaagketting is möglichk met behulp van speciale Ronde vijlen, waarvan de doorsnede is aangepast aan het afzonderlijke kettingtype (Tabel kettingonderhoud). Het slijpen van de ketting vergt enige handigheid en ervaring, om beschadiging van de tanden te voorkomen.
Voor het slijpen van de zaagketting:
- Schakel de motor uit, maak de kettingrem los en span de geleiderail met gemonteerde zaagketting vast in een geschikte bank-schroef; zorg ervoor dat de zaagketting vrij kan bewegen.
- Span de zaagketting indien deze los is.
- Monteer de vijl in de overeenkomstige geleider en breng de vijl verwolgens in de uitsparing van de tand, behoud waar bij een gelijkmatige helling overeenkomstig het tandprofiel.
- Voer slechts enkele halen met de vijluit, uitsluitend in voorwaartse richting en herhaal de werkstap op alle tanden metdezelfde uitlijning (rechts of links).
- Draai de positie van het zaagblad in de bank-schroef om en herhaal de werkstap op de resterende tanden.
- Controller of de grenstand Niet boven het testgereedschap uitsteegt en vijl het eventuele uitsteeksel met een vlakke vrij af en rond het profiel af.
- Verwijder na het slijpen al het vrijsel en stof en smeer de zaagketting in een oliebad.
De ketting moet verrangen worden wanner:
De lenghte van de tanden kleiner is dan 5mm
- Indien aanwezig: de markings op de tanden van de zaagschakels is onderschreden;
De spelimg van de schakels op de hettingpensen te groot is.
8.6 Kettingsmering controleren (26)
Gebruik het apparaat nooit zichonder voldoende kettingsmering. Anders wordt de levensduur van het apparaat korter. Controlleraaroom voor ieder werkbegin de oliehoeveelheid in de olietank en het olietransport.
-
Start het apparaat.
-
De draaiende zaagketting ongeveer 15 cm boven een boomstronk of een geschikte ondergrond honden.
Bij voldoende smering ontstaat er een dunne olielaag op de boomstronk (26/1).
8.7 Kettingsmering instellen (28)
GEVAAR! Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor verzerrnstig persoonlijk letsel bij een ingeschakelde motor.
Voer alle ingrepen met uitgeschakelde motoruit.
De getransporteerde oliehoeveelheid kan met een stelbout geregeld worden. De stelbout bevindt zich aan de onderkant van het apparatusat (28/1).
Gebruik eenkleine schroevendraaier om de getransporteerdehoeveelheid in te stellen:
Rechtsom voor eenkleinere oliehoeveelheid
Linksom voor een grotere oliehoeveelheid
Controleerijdens het werk regelmatig of er voldoende olie in de olietak zit.
8.8 Stilstand van de zaagketting controlleren bij stationair draaien
WAARSCHUWING! Gevaar door een draaiende zaagketting. Een bij stationair draaien bewegende zaagketting kan bij het werk levensgevaarlijk letsel veroorzaken.
Werk nooit met de hettingzaag als de zaag-ketting stationair draait.
- Controller voor ieder gebruik de stilstand van de zaagketting als de motor met een stationair toerental draait.
- Motor starten en stationair latent draaien.
- Controller of de zaagketting stilstaat.
- Als de zaagketting beweegt{kennen de vol-gende fouten zich opgetreden:
Stationair toerental is te hoog (Stationair toerental aan de carburateur instellen).
Koppeling is defect of verkeerd ingesteld. Bezoek een AL-KO service centre.
8.9 Stationair toerental aan de carburateur instellen
Het stationaire toerental staat vermeld in de technische gegevens (Technische gegevens). Het kan het beste met behulp van een toerentalmeter worden ingesteld.
Als het stationaire toerental correct is ingesteld, draait de motor stationair en de zaagketting beweegt zich Niet. Afhankelijk van deplaats van toepassing (gebergte, vlak terrein) is een correctie van de toerentalinstelling met de stationaire aanslagbout "T"oodzakelijk.
OPMERKING De regelbouteen voor stationair mengsel "L" en volgasmengsel "H"月至mogen alleen door een servicepunt van AL-KO ingesteld worden.
Zaagketting beweegt zonder dat er gas worden gegeven:
Het stationaire toerental is te hoog.
- Aanslagbout stationair sraaien "T" (11/6) linksom iets opendraaien tot de zaagketting nicht meer beweegt.
Motor slaat telkens af als er geen gas worden gegeven:
Het stationaire toerental is te laag.
- Aanslagbout stationair draaien "T" (11/6) rechtsom iets dichtdraaien tot de motor gelijk-matig draait.
Als deinstalling van de carburateur Niet door draaien van de aanslagbout voor stationair draaien "T" kan worden ingesteld, moet de carburateur door een AL-KO servicepunt optimaal worden ingesteld.
8.10 Tabel kettingonderhoud
WAARSCHUWING! Gevaar voor zwaar
letsel. Wanner op de kettingzaag een Niet-toegelaten zaagketting of zaagblad worden gebruikt, kan dit tot zwaar letsel leiden.
- Gebruik uitsluitend toegelaten zaagkettingen en zaagbladen.
De tabel geeft de waarden voor verschillende soorten kettingen aan.
| Kettingtype Vijldiameter Kophoek Ondersnij- | hoek | Hellingshoek kop (55°) | Dieptemaat | |
| Draaihoek van het ge- reedschap | Hellingshoek van het ge- reedschap | Zijwaartse hoek | ||
| 6646, 6651, 6656 | ||||
| 21BPX056E 21BPX056X | 4,8 mm / 3/16" 30° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 21BPX064E 21BPX064X | 4,8 mm / 3/16" 30° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 21BPX072E 21BPX072X | 4,8 mm / 3/16" 30° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 6651, 6656 | ||||
| 21LPX056E 21LPX056X | 4,8 mm / 3/16" 25° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 21LPX064E 21LPX064X | 4,8 mm / 3/16" 25° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 21LPX072E 21LPX072X | 4,8 mm / 3/16" 25° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 6656 | ||||
| 73LPX060E 73LPX060X | 5,5 mm / 7/32" 25° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 73LPX068E 73LPX068X | 5,5 mm / 7/32" 25° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| 73LPX072E 73LPX072X | 5,5 mm / 7/32" 25° 10° 60° 0,64 mm / | 0,025" | ||
| Dieptemaat Vijl | ||||
8.11 Onderhoudsschema
De volgende werkzaamheden mogen door de gebruiker worden uitgevoerd. Alle andere werk
zaamheden mogen alleen door een gespecialiseerde werkplaats uitgevoerd worden.
De volgende aanwijzingen zijn van toepassing in
normale gebruiksomstandigheden. Onder specia- le omstandigheden, zoals bijv. bijzonder lange
dagelijkse werktijden,要去en de aangegeven onderhoudsintervallen evenredig verkort worden.
Onderhoudsschema
| Eénpeer na5 uu | Voorwerkbe-gin | weke-lijks | Om de50 uu | Om de100 uu | Indiennodig | voor/na hetseizoen,jaarliks | |
| Carburateur | |||||||
| Stationair bedrivif controle-ren | X | ||||||
| Luchtfilter | |||||||
| Reinigen X | |||||||
| Vervangen X | |||||||
| Bougie | |||||||
| Elektrodenafstand con-troleren,evt. bijstellen | X | X | |||||
| Vervangen XX | |||||||
| Geluiddemper | |||||||
| Visuele en fysiieke in-spectie | X | ||||||
| Brandstofreservoir,oliereservoir | |||||||
| Reinigen XX | |||||||
| Kettingrem | |||||||
| Functiecontrole X | |||||||
| Reinigen, scharmierpun-ten smeren | X | X | |||||
| Kettingsmering | |||||||
| Controleren XX | |||||||
| Zaagketting | |||||||
| Visuele en fysiieke in-spectie, scherpte contro-leren | X | ||||||
| Naslijpen XX | |||||||
| Vervangen,evt. ketting-wiel ook vervangen enkettingwiellager smeren | X | ||||||
| Zaagblad | |||||||
| Visuele en fysiieke in-spectie | X | ||||||
| Geleiderail omdraaien X |
Onderhoudsschema
| Eénpeer na5 uu r | Voorwerkbe-gin | weke-lijks | Om de50 uu r | Om de100 uu r | Indiennodig | voor/na hetseizoen,jaarlijs | |
| Omkeerwiel smeren X | |||||||
| Kettinggroef/olieboorgatreinigen | X | ||||||
| Beschemafdekking vanhet zaagblad aan de bin-nenkant reinigen | X | ||||||
| Allebereikbare schroe-ven (behalte stelschroe-ven) | |||||||
| Aandraaien XXX | |||||||
| Volledige machine | |||||||
| Visuele en fusicke in-spectie | X | ||||||
| Reinigen (incl. luchtinlaat,cilinderkoelribben) | XXX |
9 HULP BIJ STORINGEN
VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen konnen letsel veroorzaken.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alsijd beschermende handschoenen!
OPMERKING Neem contact op met once klantenservice bij storingen die nicht in deze tabel staan vermeld of die u zich selbst kunt oplossen.
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Motor kan nicht gestart worden of slaat meteen weefer af. | Onjuiste procedure Motor starten als beschreiben in de gebruiksaanwijzing. | |
| Vervuilde bougie of onjuiste elektrodeafstand | Bougie reinigen of verrangen. | |
| Vervuild luchtfilter Luchtfilter reinigen of verrangen. | ||
| Het zaagblad en de zaagket-ting draaien warm. Rookont-wikkeling. | De zaagketting is te strak ge-spannen. | Kettingspanning verlagen. |
| De olietank is leeg. Vul kettingzaagolie bij. | ||
| De olietoevoeropening en/of de groef in het zaagblad+zijn/is verwuild. | Reinig de olietoevoeropening en de groef in het zaagblad. | |
| De motor draait, maar de zaagketting beweegt nicht. | De zaagketting is te strak ge-spannen. | Kettingspanning verlagen. |
| Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. | ||
| Inplaats van spanen worden al-leen nog zaagsel uitgestoten. De kettingzaag要去 door het hout worden geduwd. | De zaagketting is stomp. Slijp de zaagketting of bezoek een AL-KO servicepunt. | |
| Apparaat tritt meer dan nor-maal. | Storing in het apparaat Bezoek een AL-KO service centre. | |
10 TRANSPORT
WAARSCHUWING! Levensgevaar en ge-vaar voor zeer ernstig letsel. Een draaiende zaagkettingijdens het vervoer kan ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
De kettingzaag nooit met lopende zaagketting dragen en vervoeren.
Voer voor het begin van het vervoer de onderstaande maatregelenuit.
Voer voor het begin van het vervoer de volgende maatregelen UIT:
- Schakel de motoruit.
- Laat het apparaat afkoelen.
- Verwijder alle sporen van zaagsel of olierestanten.
- Trek de beschermafdekking over de geleiderail.
Draag de kettingzaag alleen aan de handbeugel. De geleiderail wijst hierbij maarachten.
In voertuigen: Beveilig de kettingzaag gegen om-vallen, beschadiging en het vrijkomen van bedrijfsmiddelen.
11 OPSLAG
Na elk gebruik het apparaat grondig reinigen en - indien beschikbaar - alle veiligheidsafdekkingen aanbrengen. Apparaat op een droge, aflsuitbare plaats en buiten het bereik van kinderen bewaren.
Wanner u de machine langer dan 2 à 3 maanden Niet gaat gebruiken, moeten de volgendewerkzaamheden worden uitgevoerd, om beschadigingen te voorkomen:
- Brandstof- en olietank geheel legen.
- De zaagketting en het zaagblad afnemen, reinigen en insmeren met corrosiewerende olie.
- Berg de machine op een zo droog möglichkeplaats op.
LET OPI! Kans op schade aan het apparaat.
Opgedroogde/vastgeleefde kettingzaagolie
brengt bij langer durende opslag schade toe aa
olievoerende onderdelen.
Verwijder voorafgaand aan langdurige opslag alsijd de kettingzaagolie uit het apparaat.
12 VERWIJDEREN

Benzine en motorolie horen nicht bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!
Voordat het apparaat wordt afgedabkt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!
Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaardigd van materialen die voor hergebruik geschikt zich. Verwijder deze waarom dienovereenkomstig.
| Type 6646 6651 6656 | |||
| Art.nr. 127523 127524 127525 | |||
| Motortype 2-takt luchtgekoeld 2-takt luchtgekoeld 2-takt luchtgekoeld | |||
| Cilinderinhoud motor 46,5 cm³ 50,9 cm³ 55,5 cm³ | |||
| Maximum motorvermögen in kW (conform ISO 7293) | 2,0/9000 min-1 | 2,2/9000 min-1 | 2,4/9000 min-1 |
| Easy Start-systeem Ja / Primer Ja / Primer Ja / Primer | |||
| Stationair toerental 3000 +/- 400 min | -1 | 3000 +/- 400 min-1 | 3000 +/- 400 min-1 |
| Maximaal toerental 13000 min | -1 | 13000 min-1 | 13000 min-1 |
| Brandstof Benzine loodvrij | ten minste octaan- getal 90 | Benzine loodvrij ten minste octaan- getal 90 | Benzine loodvrij ten minste octaan- getal 90 |
| Mengverhouding 1:50 1:50 1:50 | |||
| Volume brandstofreservoir 510 cm | 3 | 510 cm3 | 510 cm3 |
| Volume olietank 290 cm | 3 | 290 cm3 | 290 cm3 |
| Kettingwiel: | |||
| ■ Aantal tanden 7T 7T 7T | |||
| ■ Steek 0,325" / 8,255 mm 0,325" / 8,255 mm 0,325" / 3/8" | 8,255 / 9,525 mm | ||
| Kettingbeveiliging | Ja / automatisch | Ja / automatisch | Ja / automatisch |
| Gewicht van de kettingzaag bij lege tanks: | |||
| ■ Gewicht met zaagblad en zaag-ketting | max. 6,89 kg | max. 7,0 kg | max. 7,0 kg voor 0,325" max. 7,25 kg voor 3/8" |
| ■ Gewicht zonder zaagblad en zaagketting | 5,75 kg | 5,75 kg | 5,75 kg |
| Geluidsvolume LpA (conform DIN EN ISO 22868) | 99,1 dB(A), K=3,0 dB(A) | 100,8 dB(A), K=3,0 dB(A) | 100,3 dB(A), K=3,0 dB(A) |
| Geluidsvermögen LwA (conform DIN EN ISO 22868) | 112,4 dB(A), K=3,0 dB(A) | 112,9 dB(A), K=3,0 dB(A) | 113,2 dB(A), K=3,0 dB(A) |
| Equivalente totale trillingswaarde (conform DIN EN ISO 22867): | |||
| Voorste handgreep (K = 1,5 m/s2) | 3,69 m/s2 | 4,20 m/s2 | 4,43 m/s2 |
| Achterste handgreep (K = 1,5 m/s2) | 3,91 m/s2 | 4,40 m/s2 | 4,38 m/s2 |
| CO2-waarden | 1311 g/kWh | 925 g/kWh 925 g/kWh | |
| Deze CO2-meting is het resultaat van de proefneming van een voor het motortype resp. de motorfamilie representatieve (basis-)motor in een vaste testcylus onder laboratoriumsomstandigheden en vomt经营活动en uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor. | |||
Zaagkettingen en zaagbladen
| Zaagkettingen Zaagbladen | ||||||||||
| Appa-raattype | Type Oregon | Steen Breed- te aan- drijfsc hakel | Snel- heid | Beitel- type | Type Oregon | Steen Leng- te | Nutti- ge lengte | Aantal tanden | ||
| 6646, 6651, 6656 | 21BPX 056E / 21BPX 056X | 0,325" / 8,255 mm | 0,058" / 1,47 mm | 25 m/s halfbeitel | 138PX BK095 | 0,325" / 8,255 mm | 33 cm / 13" | 29,7 10 | ||
| 138PXL BK095 | 29,8 10 | |||||||||
| 21BPX 064E / 21BPX 064X | 0,325" / 8,255 mm | 0,058" / 1,47 mm | 25 m/s halfbeitel | 158PX BK095 | 0,325" / 8,255 mm | 38 cm / 15" | 36,5 10 | |||
| 158VXL GK095 | 36,2 12 | |||||||||
| 21BPX 072E / 21BPX 072X | 0,325" / 8,255 mm | 0,058" / 1,47 mm | 25 m/s halfbeitel | 188PX BK095 | 0,325" / 8,255 mm | 45 cm / 18" | 43 10 | |||
| 188VXL GK095 | 42,7 12 | |||||||||
| 6651, 6656 | 21LPX 056E / 21LPX 056X | 0,325" / 8,255 mm | 0,058" / 1,47 mm | 25 m/s volbeitel | 138RN BK095 | 0,325" / 8,255 mm | 33 cm / 13" | 29,4 12 | ||
| 138PXL BK095 | 29,8 10 | |||||||||
| 21LPX 064E / 21LPX 064X | 0,325" / 8,255 mm | 0,058" / 1,47 mm | 25 m/s volbeitel | 158RN BK095 | 0,325" / 8,255 mm | 38 cm / 15" | 36,1 12 | |||
| 158VXL GK095 | 36,2 12 | |||||||||
| 21LPX 072E / 21LPX 072X | 0,325" / 8,255 mm | 0,058" / 1,47 mm | 25 m/s volbeitel | 188RN BK095 | 0,325" / 8,255 mm | 45 cm / 18" | 42,7 12 | |||
| 188VXL GK095 | 42,7 12 | |||||||||
| 6656 | 73LPX 060E / 73LPX 060X | 3/8" / 9,525 mm | 0,058" / 1,47 mm | 28,9 m/s volbeitel | 168RN DK095 | 3/8" / 9,525 mm | 40 cm / 16" | 38,8 11 | ||
| 168VXL HK095 | 38,9 11 | |||||||||
| 73LPX 068E / 73LPX 068X | 3/8" / 9,525 mm | 0,058" / 1,47 mm | 28,9 m/s volbeitel | 188RN DK095 | 3/8" / 9,525 mm | 45 cm / 18" | 46,3 11 | |||
| 188VXL HZ095 | 46,3 11 | |||||||||
| 73LPX 072E / 73LPX 072X | 3/8" / 9,525 mm | 0,058" / 1,47 mm | 28,9 m/s volbeitel | 208RN DK095 | 3/8" / 9,525 mm | 50 cm / 20" | 50,1 11 | |||
| 208VXL HK095 | 50 11 | |||||||||
14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE
Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kurz u contact opnemen met het
dichtst bijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres:
Eventueel binnen de wettelijkke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefounten van het apparaat worden maar eigener oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een verrangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werk aangeschaft.
Onze garantie geldt alleen bij:
naleving van deze gebruikershandleiding
- Deskundig gekruik
Gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel
Van de garantie zijn uitgesloten:
lakschade opgetreden als gevolg van normala gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxx (x) zijn aangeduid
- Verbrandingsmotoren (hieropঃn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)
De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is waar bij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon maar uw dealer ofaar deuchtst bijzijnde klantenservice. Deze verklaringaat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.
TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE
Table des matieres
50:1 (50 Jednotiek pa-liva a 1 Jednotiek oleja)
5 litrov 100 ml
Nomainiet vadsliedi, ja:
tiekeviktapatvaliga parbube;
Notice-Facile