KM 170600 R D Classic - Veegmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 170600 R D Classic Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 170600 R D Classic - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 170600 R D Classic van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 170600 R D Classic Kärcher
0,1 Dimensioni e pesi Lunghezza x larghezza x Altezza mm 2742 x 1904 x 2213 Raggio di inversione destro mm 2525 Raggio di inversione sinistro mm 2490 Peso a vuoto (senza kit di montaggio) kg 1695 Peso totale consentito kg 2701 Carico assiale anteriore consentito kg 1703 Carico assiale posteriore consentito kg 998 Contenuto serbatoio, diesel l 26 Con riserva di modifiche tecniche! KM 170/600 R D Classic 58 IT- 1 Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar. GEVAAR Voor een onmiddellijk dreigend gevaar dat leidt tot ernstige en zelfs dodelijke lichame- lijke letsels. 몇 WAARSCHUWING Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die zou kunnen leiden tot ernstige en zelfs do- delijke lichamelijke letsels. VOORZICHTIG Voor een mogelijks gevaarlijke situatie die kan leiden tot lichte lichamelijke letsels of materiële schade. Als u bij het uitpakken transportschade constateert, neem dan contact op met uw distributeur. – De op het apparaat aangebrachte waarschuwings- en aanwijzingsborden geven aanwijzingen voor gebruik zon- der gevaar. – Naast de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzingen moeten de algemene vei- ligheidsvoorschriften en voorschriften ter vermijding van ongevallen van de wetgever in acht genomen worden. Gevaar Verwondingsgevaar, beschadigingsge- vaar! Gewicht van het apparaat bij het verladen in acht nemen! Geen vorkheftruck gebruiken. Bij het verladen van het apparaat moet een geschikt platform of een kraan ge- bruikt worden! Bij het gebruik van een losplank moet het volgende in acht genomen worden: Bodemvrijheid 70mm. Wanneer het apparaat op een pallet ge- leverd wordt, moet met de meegelever- de planken een platform gebouwd wor- den. De handleiding daarvoor vindt u op pa- gina 2 (binnenkant omslagpagina). Belangrijke instructie: Elke plank moet telkens met 2 schroeven vastge- schroefd worden. Gevaar Verwondingsgevaar, beschadigingsge- vaar! Gevaar Verwondingsgevaar! Kantelgevaar bij de sterke hellingen. – In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. Kantelgevaar bij snel door de bochten rij- den. – In bochten langzaam rijden. Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond. – Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen. Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen. – Dwars op de rijrichting alleen hellingen tot maximaal 10 % berijden. – Om de lucht- en kruipwegen na te leven mag het apparaat niet op een hoogte van meer dan 2000 meter boven NAP worden gebruikt. – (Alleen geldig voor Finland) Als het ap- paraat een pvc-slangleiding heeft, mag het apparaat niet bij lage omgevings- temperaturen (onder 0 °C) worden ge- bruikt. Neem bij vragen over uw appa- raat contact op met Kärcher. Inhoud Veiligheidsinstructies. . . . . . . . NL 1 Symbolen in de gebruiks- aanwijzing . . . . . . . . . . . NL 1 Symbolen op het apparaat NL 1 Algemene aanwijzingen. NL 1 Zorg voor het milieu. . . . . . . . . NL 2 Garantie. . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 2 Functie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 2 Reglementair gebruik . . . . . . . NL 2 Geschikte ondergronden NL 2 Elementen voor de bediening en de functies . . . . . . . . . . . . . . . . NL 3 Afbeelding veegmachine NL 3 Bedieningselementen . . NL 3 Voor de inbedrijfstelling . . . . . . NL 4 Parkeerrem vergrendelen/ loszetten. . . . . . . . . . . . . NL 4 Veegmachine zonder zelf- aandrijving bewegen . . . NL 4 Veegmachine met zelfaan- drijving bewegen . . . . . . NL 4 Inbedrijfstelling. . . . . . . . . . . . . NL 4 Algemene aanwijzingen. NL 4 Controle- en onderhouds- werkzaamheden. . . . . . . NL 4 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 4 Chauffeursstoel instellen NL 4 Apparaat starten . . . . . . NL 4 Apparaat verrijden . . . . . NL 5 Veegbedrijf. . . . . . . . . . . NL 5 Veeggoedcontainer leegma- ken . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 5 Apparaat uitschakelen . . NL 6 Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 6 Opslag/stillegging . . . . . . . . . . NL 6 Onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . . NL 6 Algemene aanwijzingen. NL 6 Reiniging . . . . . . . . . . . . NL 6 Onderhoudsintervallen. . NL 6 Onderhoudswerkzaamhede n. . . . . . . . . . . . . . . . . . . NL 7 EU-conformiteitsverklaring . . . NL 11 Hulp bij storingen. . . . . . . . . . . NL 12 Technische gegevens . . . . . . . NL 13 Veiligheidsinstructies Gevaar van gehoorschade. Oorbescherming dragen. Symbolen in de gebruiksaanwijzing Symbolen op het apparaat Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken! Laat de uitlaatinstallatie vol- doende afkoelen voordat u aan het apparaat begint te werken. Werkzaamheden aan het apparaat altijd met ge- schikte handschoenen uit- voeren. Knelgevaar door vast- klemmen tussen bewe- gende voertuigonderdelen Verwondingsgevaar door bewegende onderdelen. Niet erin grijpen. Brandgevaar! Geen bran- dende of glimmende voor- werpen opzuigen. Kettingopname / kraan- punt Vastsjorpunt Bandendruk (max.) Opnamepunt voor krik Maximale helling van de ondergrond bij ritten met opgetild veeggoedreser- voir. In de rijrichting mag u slechts stijgingen tot 18% nemen. Beschadigingsgevaar! Fijnstoffilter niet uitspoe- len. Algemene aanwijzingen Instructies inzake uitladen Leeggewicht (zonder aan- bouwsets) 1695 kg *
- Indien aanbouwsets gemonteerd zijn, is dat gewicht overeenkomstig hoger. Rijfunctie 59NL- 2 – De voor motorrijtuigen voorgeschreven maatregelen, regels en verordeningen dienen altijd te worden opgevolgd. – De bediener moet het apparaat doel- matig gebruiken. Hij moet bij het rijden rekening houden met de plaatselijke omstandigheden en bij het werken met dit apparaat goed letten op anderen, vooral op kinderen. – Het apparaat mag alleen door perso- nen worden gebruikt die voor de om- gang ermee zijn opgeleid of hun vaar- digheden in het bedienen hebben aan- getoond en uitdrukkelijk de opdracht hebben gekregen voor het gebruik. – Het apparaat mag niet worden gebruikt door kinderen of jongeren. – Het meenemen van begeleidende per- sonen is niet toegestaan. – Zittend bediende apparatuur moet ook vanuit de stoel in beweging worden ge- zet. Om onbevoegd gebruik van het appa- raat te voorkomen, dient men de con- tactsleutel te verwijderen. Het apparaat mag nooit onbeheerd worden achtergelaten zolang de motor nog draait. De bediener mag het appa- raat pas verlaten, als de motor is uitge- zet, het apparaat tegen onbedoelde be- wegingen is afgeschermd, eventueel de handrem is aangetrokken en de con- tactsleutel uit het contact is gehaald. Gevaar Verwondingsgevaar! – De uitlaat mag niet geblokkeerd wor- den. – Niet over de uitlaat buigen of deze aan- raken (verbrandingsgevaar). – Aandrijfmotor niet aanraken of vastpak- ken (verbrandingsgevaar). – Uitlaatgassen zijn schadelijk voor de gezondheid, ze mogen niet worden in- geademd. – De motor heeft ca. 3 - 4 seconden na- loop nodig na het uitzetten. In deze tijd absoluut uit de buurt blijven van het aandrijfbereik. – In noodgevallen ruiten met de noodha- mer inslaan. OPMERKING De noodhamer bevindt zich in de voetruim- te onder de bestuurderstoel. – Er mogen alleen toebehoren en onder- delen gebruikt worden, die door de fa- brikant zijn goedgekeurd. Origineel toe- behoren en originele onderdelen staan er borg voor dat het apparaat veilig en storingsvrij gebruikt kan worden. – Verdere informatie over reserveonder- delen vindt u op www.kaercher.com bij Service. Aanwijzingen betreffende de inhouds- stoffen (REACH) Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaercher.com/REACH In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepa- lingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kos- ten binnen de garantietermijn, mits een ma- teriaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de ga- rantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerk- plaats en neem uw aankoopbewijs mee. De veegmachine werkt volgens het veeg- schoepprincipe. – De roterende keerrol transporteert het vuil direct naar het veeggoedreservoir. – De zijbezem reinigt hoeken en kanten van het veegoppervlak en transporteert het vuil in de baan van de keerrol. – Het fijne stof wordt via de stoffilter door de zuigturbine weggezogen. Gebruik deze veegmachine uitsluitend vol- gens de gegevens in deze gebruiksaanwij- zing.
t apparaat met de werkinstallaties moet voor gebruik gecontroleerd worden op deugdelijkheid en bedrijfsveiligheid. Indien zij niet in goede staat verkeren, mag u de apparatuur niet gebruiken. – Deze veegmachine is bestemd voor het vegen van vervuilde oppervlakken buiten. – Het apparaat mag niet in gesloten ruimtes gebruikt worden. – Zittend bediende apparatuur zonder ge- schikte uitrusting (optie vanaf fabriek) zijn niet toegelaten voor het openbare verkeer. – Het apparaat mag alleen gebruikt worden in het openbare wegverkeer na goedkeu- ring door een officiële instantie. – Alle apparaatkappen mogen alleen in wa- terbeschermde bereiken worden ge- opend. – Het apparaat is niet geschikt voor het op- zuigen van gezondheidsschadelijke stof- fen. – Er mogen aan het apparaat geen wijzigin- gen worden aangebracht. – Nooit explosieve vloeistoffen, brandbare gassen of onverdunde zuren en oplosmid- delen opvegen/opzuigen! Daartoe beho- ren benzine, verfverdunner of stookolie die door verwerveling met de zuiglucht explo- sieve dampen of mengsels kunnen vor- men, verder aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen omdat zij op het apparaat gebruikte materialen aantasten. – Geen brandbare of glimmende voorwer- pen opvegen/opzuigen. – Het apparaat is alleen geschikt voor het/de in de gebruiksaanwijzing genoemde weg- dek/ondergrond. – Er mag alleen gereden worden op de door de ondernemer of diens gemachtigde voor het machinegebruik vrijgegeven opper- vlakken. – Het verblijf in de gevarenzone is verboden. Niet gebruiken in ruimtes met ontploffings- gevaar. – Over het algemeen geldt: Licht ontvlamba- re stoffen uit de buurt van het apparaat houden (explosie-/brandgevaar). GEVAAR Verwondingsgevaar! Draagkracht van de ondergrond vóór het rijden controleren. – Asfalt – Industrievloer – Estrik – Beton – Klinkers VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Geen banden, snoeren of draden opvegen aangezien die zich rond de keerrol kunnen wikkelen. Apparaten met verbrandingsmotor Apparaten met chauffeurscabine Accessoires en reserveonderdelen Zorg voor het milieu Het verpakkingsmateriaal is herbruikbaar. Deponeer het ver- pakkingsmateriaal niet bij het huishoudelijk afval, maar bied het aan voor hergebruik. Onbruikbaar geworden appara- ten bevatten waardevolle mate- rialen die geschikt zijn voor her- gebruik. Lever de apparaten daarom in bij een inzamelpunt voor herbruikbare materialen. Batterijen, olie en dergelijke stoffen mogen niet in het milieu belanden. Verwijder overbodig geworden apparatuur daarom via geschikte inzamelpunten. Garantie Functie Reglementair gebruik Geschikte ondergronden 60 NL- 3 Afbeelding 1 Deksel van reservoir 2 Stoel (met zitcontactschakelaar) 3 Stuurwiel 4 Vergrendeling apparaatkap 5 Blue Spot (optioneel) 6 Centrifugaalseparator 7 Apparaatkap 8 Zijbezem, rechts 9Voorwiel 10 Toegang keerrol 11 Vastsjorpunt 12 Typeplaatje 13 Zwaailicht 14 Bedieningselementen 15 Apparaatkap rechts 16 Afdekking, rechts 17 Aandrijfwiel 18 Afdekking, links 19 Kap links (motorkap) Afbeelding 1 Bedieningshendel veegwals aan-/uitschakelen 2 Bedieningshefboom vuilreservoir optillen / neerlaten 3 Bedieningshefboom zijbezem optillen / neerlaten 4 Bedieningshefboom reservoirdeksel openen / sluiten 5 Parkeerrem 6 Regeling motortoerental Gashefboom 7 Zekeringen 8 Controlelampjes en display 9 Rempedaal 10 Gaspedaal voor- / achteruit 11 Schakelaar blazer en filterreiniging Stand centraal: filterreiniging en blazer uit Stand voor: Blazer aan Stand achter: Filterreiniging aan 12 Schakelaar claxon 13 Contactslot Stand 0: Motor uitschakelen Stand 1: Ontsteking aan Stand 2: Motor starten 14 Sleutel veegwalstoegang Afbeelding 1 Displayweergave Motortoerental Filterreiniging actief Accucapaciteit Bedrijfsurenteller Tankweergave 2 Waarschuwingslampje koelwatertem- peratuur 3 Controlelampje voorgloeien 4 Controlelampje klep vuilreservoir gesloten 5 Waarschuwingslampje klep vuilreser- voir open 6 niet bezet 7 Controlelampje knipperlicht niet bezet 8 Weergave zuigventilator aan 9 niet bezet 10 Controlelampje werkverlichting niet bezet 11 Controlelampje batterij 12 Waarschuwingslampje brandstofreserve 13 Waarschuwingslampje oliedruk Elementen voor de bediening en de functies Afbeelding veegmachine Bedieningselementen Controlelampjes en display 61NL- 4 Parkeerrem loszetten, daarbij rempe- daal induwen. Parkeerrem vergrendelen, daarbij rem- pedaal induwen. 1 Speciaal gereedschap 2 Schroef voor vrijloop 3 Hydraulische pomp Motorafdekking openen. Schroef voor vrijloop (rood) van de hy- draulische pomp 180° (tegen de klok) verdraaien. Speciaal gereedschap gebruiken. OPMERKING Het speciale gereedschap (rode schroe- vendraaier) bevindt zich in een houder in het voertuigframe, naast de vrijloop. VOORZICHTIG Beweeg de veegmachine zonder eigen aandrijving niet over lange afstanden en niet sneller dan 10 km/h. Draai de vrijloop van de hydraulische pomp na het verschuiven van de machi- ne opnieuw met de klok mee tot de aan- slag terug. Draai de vrijloop van de hydraulische pomp na het verschuiven van de machi- ne opnieuw met de klok mee tot de aan- slag terug. Speciaal gereedschap gebruiken. Voor de inbedrijfstelling de gebruiks- aanwijzing van de motorfabrikant lezen en in het bijzonder de veiligheidsin- structies in acht nemen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel uitnemen. Parkeerrem vastzetten. Vloeistofpeil van de brandstoftank con- troleren. Motoroliepeil controleren. Koelvloeistofstand controleren. Luchtdruk banden controleren. Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Wielen controleren op in elkaar ge- draaide banden. Centrifugaalseparator en luchtfilter con- troleren, zo nodig reinigen. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren. Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nigen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk Re- paraties en onderhoud. 1 Koelmiddel-compensatievat 2 Afsluitdeksel Bij kans op vorst controleren of er vol- doende antivriesmiddel in het koelwater zit. Gevaar Explosiegevaar! – Uitsluitend de in de gebruiksaanwijzing aangegeven brandstof mag worden ge- bruikt. – Niet in gesloten ruimtes tanken. – Roken en open vuur is verboden. – Let erop dat er geen brandstof op hete oppervlakken komt. Motor uitzetten. Vuldop van de brandstoftank open- draaien. Diesel tanken. Onder een buitentemperatuur van 6 °C mag alleen winterdiesel gebruikt wor-
n, omdat anders door vlokvorming van de dieselcomponenten problemen ontstaan bij de inbedrijfneming. Overgelopen brandstof wegvegen en vuldop van brandstoftank sluiten. Tankdeksel sluiten. Hefboom stoelverstelling naar buiten trekken. Stoel verschuiven, hefboom loslaten en vastzetten. Door vooruit- en terugbewegen van de stoel controleren of hij vast zit. LET OP Controleer of de borstels zijn opgetild. Alle 4 bedieningshendels moeten in het midden staan. Gaspedaal tijdens het starten niet in- drukken! Het apparaat is uitgerust met van een zitcontactschakelaar. Bij het verlaten van de chauffeursstoel wordt het appa- raat uitgeschakeld. Bij het inschakelen van het contact wordt het fijnstoffilter automatisch ge- reinigd. 1 Parkeerrem 2 Regeling motortoerental Gashefboom Op de chauffeursstoel plaatsnemen. Parkeerrem bedienen. Motortoerental instellen op ca. 75% van het maximale toerental. Contactsleutel in het contactslot ste- ken. Draai de contactsleutel op Ontsteking in (stand I). Dieselmotor: Het controlelampje voor- gloeien brandt. Als het controlelampje voorgloeien dooft, de contactsleutel op Motor star- ten (positie II) draaien en vasthouden tot de motor gestart is (max. 10 secon- den). Laat de contactsleutel los. De contact- sleutel gaat naar positie I. Bij omgevingstemperaturen onder 0°C: Voordat met de werkzaamheden wordt gestart, de motor met een laag motor- toerental warmdraaien. Tip Herhaal het startproces als de motor niet start. Voor de inbedrijfstelling Parkeerrem vergrendelen/loszetten Veegmachine zonder zelfaandrijving bewegen Veegmachine met zelfaandrijving bewegen Inbedrijfstelling Algemene aanwijzingen Controle- en onderhoudswerkzaamheden Dagelijks voor het bedrijfsbegin Vorstbescherming Tanken Werking Chauffeursstoel instellen Apparaat starten 62 NL- 5 GEVAAR Ongevalgevaar! Rijden met opgetild vuilreservoir is ver- boden! 몇 VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Laat de motor voor het vertrekken of belasten van het voertuig voldoende warmdraaien. Gaspedaal altijd voorzichtig en lang- zaam induwen. Niet schokkend van achteruit- naar vooruitrijden omschake- len en omgekeerd. 1 Rempedaal 2 Rijpedaal "vooruit" 3 Rijpedaal "achteruit" Schuif de toerentalregeling van de mo- tor helemaal naar voren (bedrijfstoeren- tal). Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem losmaken. Langzaam op het gaspedaal drukken. Rijrichting met het stuurwiel regelen. Gaspedaal "vooruit" langzaam indruk- ken. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij het achteruitrijden mag geen gevaar voor derden bestaan, eventueel laten inwerken. Gaspedaal "achteruit" langzaam in- drukken. Met het gaspedaal kan de rijsnelheid traploos geregeld worden. Vermijd schokkend bedienen van het pedaal aangezien de hydraulische in- stallatie beschadigd kan worden. Bij capaciteitsafname op hellingen het rijpedaal zachtjes terugnemen. Laat het gaspedaal los, het apparaat remt zelfstandig en blijft staan. Bedien het rempedaal voor een sterke- re remwerking of in geval van nood. LET OP Er mag niet over voorwerpen of vrijstaande hindernissen gereden worden; deze mo- gen ook niet verschoven worden. Over vaststaande hindernissen boven 70 mm heen rijden: Vaste hindernissen mogen alleen met een geschikt platform bereden worden. Over vaststaande hindernissen tot 70 mm heen rijden: Langzaam en voorzichtig in voorwaart- se richting overheen rijden. VOORZICHTIG Geen pakbanden, draden of soortgelijk ma- teriaal opvegen; dit kan leiden tot een be- schadiging van het veegmechanisme. Instructie: Om een optimaal reinigingsre- sultaat te krijgen, moet de rijsnelheid aan de omstandigheden aangepast worden. Instructie: Het fijnstoffilter wordt om de 10 minuten automatisch gereinigd. Instructie: Wanneer er vaker in het fijnstof- bereik wordt gewerkt, moet het filter dikwijls worden gereinigd. Reinig het fijnstoffilter daarom tussendoor handmatig Reinig het fijnstoffilter met de toets fil- terreiniging. 1 Veegwals inschakelen en neerlaten (naar voren) / uitschakelen en optillen (naar achteren)
Vuilreservoir neerlaten (naar voren) / optillen (naar achteren) 3 Zijbezems neerlaten (naar voren) / op- tillen (naar achteren) 4 Reservoirklep openen (naar voren) / sluiten (naar achteren) Ventilator inschakelen. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Instructie: Het groene indicatielampje moet branden. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals (1) naar voren: Veegwals wordt ingeschakeld en beweegt omlaag. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden. Ventilator uitschakelen. Bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren: reservoirdeksel gaat open. Instructie: Het groene indicatielampje moet branden. Bij oppervlaktereiniging: Bedieningshendel veegwals (1) naar voren: Veegwals wordt ingeschakeld en beweegt omlaag. Bij reiniging van zijranden: Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden. GEVAAR Verwondingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces mogen geen personen en dieren in het zwenk- bereik van het vuilreservoir staan. GEVAAR Knelgevaar! Nooit in het hefboomstelsel van het le- gingsmechanisme grijpen. Ga niet on- der het opgetilde reservoir staan. GEVAAR Kantelgevaar! Zet het apparaat tijdens het ledigings- proces op een effen oppervlak neer. LET OP Verwondings- en beschadigingsgevaar! Tijdens het ledigingsproces bestaat ge- vaar voor wegspattende stenen door draaiende veegwals. Apparaat verrijden Vooruit rijden Achteruit rijden Rijgedrag Remmen / stoppen Over hindernissen heen rijden Veegbedrijf Reinig het fijnstoffilter handmatig Bedieningshendel Droge bodem vegen Vochtige of natte bodem vegen Veeggoedcontainer leegmaken 63NL- 6 Til de veegwals en de zijbezem met be- dieningshefbomen op, breng daartoe de bedieningshefbomen (1 en 3) naar achteren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achte- ren. Instructie: Het rode indicatielampje moet branden. Til het vuilreservoir op, breng daartoe de bedieningshefboom vuilreservoir (2) naar achteren. Langzaam naar de verzamelbak rijden. Parkeerrem vastzetten. Open het reservoirdeksel, duw daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar voren en maak het vuilreservoir leeg. Instructie: Het groene indicatielampje moet branden. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom reservoirdeksel (4) naar achteren tot het in de eindstand is gekanteld. Instructie: Het rode indicatielampje moet branden. Parkeerrem losmaken. Langzaam van de verzamelbak wegrij- den. Laat het vuilreservoir in de eindstand zakken, breng daartoe de bedienings- hefboom vuilreservoir (2) naar voren. Til de veegwals en de zijbezem met be- dieningshefbomen op, breng daartoe de bedieningshefbomen (1 en 3) naar achteren. Sluit het reservoirdeksel, breng daartoe de bedieningshefboom (4) naar achte- ren. Trek de toerentalregeling van de motor volledig naar achteren. Rempedaal induwen en ingedrukt hou- den. Parkeerrem vastzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. GEVAAR Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het ge- wicht van het apparaat. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. Apparaat aan de vastsjorpunten (4x) met spankabels, koorden of kettingen zekeren. Apparaat aan de wielen met spieën vastzetten. Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen. GEVAAR Verwondings- en beschadigingsgevaar! Neem bij de opslag het gewicht van het apparaat in acht. Apparaat wegzetten op een effen op- pervlak in een droge, vorstvrije omge- ving. Bescherm tegen stof met afdek- materiaal. Keerrol en zijbezems ophalen om de borstels niet te beschadigen. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken.
Parkeerrem vastzetten. Veegmachine tegen wegrollen beveiligen. Wanneer vorst verwacht wordt, koelwa- ter laten weglopen of controleren of vol- doende antivriesmiddel in de koelvloei- stof zit. Als het voertuig lange tijd niet worden ge- bruikt, neem dan volgende punten in acht: Reinig het voertuig aan de binnen- en buitenkant. Motorolie verversen. Min-pool van de batterij afklemmen als het apparaat langer dan 4 weken niet gebruikt wordt. Accu elke 2 maanden opladen. Dek de batterij af en bescherm ze tegen kortsluiting. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! Fijnstoffilter niet uitspoelen. Alle apparaatkappen mogen alleen in wa- terbeschermde bereiken worden geopend. Reparaties mogen uitsluitend door goedgekeurde klantenservicewerk- plaatsen of door vaklui voor dit gebied worden uitgevoerd die met de betref- fende veiligheidsvoorschriften ver- trouwd zijn. Mobiel commercieel geëxploiteerde ap- paratuur dient volgens VDE 0701 op veiligheid te worden gecontroleerd. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar! De reiniging van het apparaat mag niet met een waterslang of hogedrukstraal gebeuren (gevaar van kort- sluiting of andere schade). Gevaar Verwondingsgevaar! Stofmasker en veilig- heidsbril dragen. Apparaat met een doek reinigen. Apparaat met perslucht uitblazen. Apparaat met een vochtige, in een mild zeepsopje gedrenkte doek reinigen. Instructie: Geen agressieve reinigings- middelen gebruiken. Instructie: De bedrijfsurenteller geeft het tijdstip van de onderhoudsintervallen aan. Instructie: Alle service- en onderhouds- werken bij onderhoud door de klant, dienen door een gekwalificeerde vakman uitge- voerd te worden. Indien nodig kan altijd een Kärcher-specialist geraadpleegd worden. Onderhoud dagelijks: Vloeistofpeil van de brandstoftank con- troleren. Motoroliepeil controleren. Koelvloeistofstand controleren. Luchtdruk banden controleren. Keerwals en zijborstel controleren op slijtage en in elkaar gewikkelde ban- den. Wielen controleren op in elkaar ge- draaide banden. Centrifugaalseparator en luchtfilter con- troleren, zo nodig reinigen. Werking van alle bedieningsonderdelen controleren. Apparaat op beschadigingen controle- ren.
Stoffilter met de toets Filterreiniging rei- nig en. Onderhoud wekelijks: Brandstoffilter controleren. Radiateur reinigen. Hydraulische-oliekoeler reinigen. Hydraulisch systeem controleren. Oliepeil van het hydraulisch systeem controleren. Remvloeistofpeil controleren. Pakkingranden op slijtage controleren, indien nodig vervangen Reservoirklep controleren en smeren. Onderhoud na slijtage: Afdichtlijsten vervangen. Zijdelingse afdichtstroken bijstellen, eventueel vervangen. Veegrol vervangen. Zijbezems vervangen. Instructie: Beschrijving zie hoofdstuk On- derhoudswerkzaamheden. Apparaat uitschakelen Transport Opslag/stillegging Onderhoud Algemene aanwijzingen Reiniging Reiniging binnenkant apparaat Reiniging buitenkant apparaat Onderhoudsintervallen Onderhoud door de klant 64 NL- 7 Onderhoud na 50 bedrijfsuren: Laat het eerste onderhoud van het ap- paraat conform de inspectiechecklijst door de klantenservice uitvoeren. Onderhoud na 250/500/1000/1500/2000 bedrijfsuren: Laat het onderhoud conform inspectie- checklijst door de klantenservice uit- voeren. Instructie: Om aanspraken op garantie te behouden, moeten tijdens de garantietijd alle service- en onderhoudswerken door de geautoriseerde Kärcher-klantendienst overeenkomstig het onderhoudsboekje ge- daan worden. Voorbereiding: Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Contactsleutel op '0' draaien en sleutel uittrekken. Parkeerrem vastzetten. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeg- goedreservoir altijd de veiligheidsstang ge- bruiken. 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). Let bij de omgang met accu's absoluut op de volgende waarschuwingstip: Gevaar Explosiegevaar! Geen materiaal of iets der- gelijks op de accu, d.w.z. op de polen en verbindingsstrips van accucellen leggen. Gevaar Gevaar voor verwonding! Wonden nooit in contact met lood laten komen. Na het wer- ken aan accu's altijd de handen reinigen. GEVAAR Brand- en explosiegevaar! – Roken en open vuur is verboden. – Ruimtes waarin accu's opgeladen wor- den, dienen goed geventileerd te zijn, omdat bij het opladen zeer explosief gas ontstaat. Gevaar Gevaar voor invreten! – Zuurspetters in het oog of op de huid met veel schoon water uit- resp. af- spoelen. – Daarna direct een dokter raadplegen. – Verontreinigde kleding met water uit- wassen. Accu in de accuklemmen plaatsen. Klemmen op de accubodem vast- schroeven. Poolklem (rode kabel) op de pluspool (+) aansluiten. Poolklem op minpool (-) aansluiten. Instructie: Controleren of de batterijpolen en poolklemmen voldoende door poolbe- schermingsvet beschermd worden. VOORZICHTIG Bij met zuur gevulde accu's regelmatig het vloeistofpeil controleren. – Het zuur van een volledig opgeladen accu heeft bij 20 °C een soortelijk ge- wicht van 1,28 kg/l. – Het zuur van een gedeeltelijk ontladen accu heeft een soortelijk gewicht tus- sen 1,00 en 1,28 kg/l. – In alle cellen moet het soortelijk gewicht van het zuur gelijk zijn. Alle celsluitingen uitdraaien. Uit iedere cel met de zuurtester een monster nemen. Het zuurmonster weer terugdoen in de- zelfde cel. Bij te lage vloeistofstand cellen met ge- destilleerd water tot aan de markering bij vullen. Accu laden. Celsluitingen inschroeven. Gevaar Gevaar voor verwonding! Houd u aan de veiligheidsvoorschriften bij het omgaan met accu's. De gebruiksaanwijzing van de fabri- kant van het laadapparaat opvolgen. Gevaar Accu alleen met het geschikte laadappa- raat opladen. Alle celsluitingen uitdraaien. Pluspool-leiding van het laadtoestel met de pluspoolaansluiting van de accu verbinden. Minpool-leiding van het laadtoestel met de minpoolaansluiting van de accu ver- binden. Stekker in het stopcontact steken en laadtoestel inschakelen. Accu met de kleinst mogelijke laad- stroom laden. Instructie: Wanneer de batterij opgeladen is, het laadapparaat eerst van het stroom- net en dan van de batterij halen. Onderhoud door de klantenservice Onderhoudswerkzaamheden Algemene veiligheidsinstructies Motorolie, stookolie, diesel en benzine niet in het milieu te- recht laten komen. Gelieve bo- dem te beschermen en oude olie op een milieuvriendelijke manier tot afval verwerken. Veiligheidsvoorschriften accu's Aanwijzingen voor de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuighandleiding opvolgen! Veiligheidsbril dragen! Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's! Explosiegevaar! Vuur, vonken, open licht en ro- ken verboden! Gevaar van brandwonden! Eerste hulp! Waarschuwingstekst! Verwijdering! Accu niet in vuilnisbak gooien! Accu in apparaat plaatsen en aansluiten Vloeistofpeil van de accu controleren en bijstellen Accu laden 65NL- 8 Poolklem op minpool (-) afklemmen. Poolklem op pluspool (+) afklemmen. Klemmen op de accubodem losschroe- ven. Batterij uit de batterijhouder nemen. Verbruikte batterij conform de geldende bepaleingen verwijderen. Gevaar Verbrandingsgevaar! Motor laten afkoelen. Controle van het motoroliepeil op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor uitvoeren. 1 Afsluitdeksel, olievulopening 2 Oliepeilstok Oliepeilstok uittrekken. Oliepeilstok afvegen en inschuiven. Oliepeilstok uittrekken. Oliepeil controleren. Oliepeilstok weer erin doen. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, motorolie bijvullen. – Motor niet boven „MAX"-markering bij- vullen. Sluitschroef van de olievulopening los- maken. Motorolie erin doen. Oliesoort: zie Technische gegevens Olievulopening afsluiten. Minstens 5 minuten wachten. Motoroliepeil controleren. 몇 WAARSCHUWING Verbrandingsgevaar! Laat het voertuig voor het vervangen van motorolie en motoroliefilter afkoe- len tot geen verbrandingsgevaar meer bestaat. Tip Een warme motor vergemakkelijkt het afla- ten van de motorolie. 1 Olie-aftapschroef Zet een opvangbak voor minstens 10 li- ter olie klaar. Motor uitzetten. Olievuldeksel afschroeven. Olieaftapschroef uitschroeven. Olie aftappen. 1 Olievuldeksel 2 Motoroliefilter Oliefilter afschroeven. Bevestigingspunt en afdichtvlakken rei- nigen. Afdichting van het nieuwe oliefilter voor het inbouwen met olie insmeren. Nieuw oliefilter inbouwen en handvast aanhalen. Olieaftapplug met nieuwe afdichting erin schroeven. Aanhaalmoment: ...Nm Motorolie erin doen. Oliesoort en vulhoeveelheid zie Techni- sche gegevens. Olievuldeksel afsluiten. Motor ca. 30 seconden laten lopen. Minstens 5 minuten wachten. Motoroli epeil controleren. Controleer op dichtheid. Afgewerkte olie naar de betreffende in- zamelcentra brengen. 1 Vergrendeling 2 Luchtfilterbehuizing 3 Reservepatroon 4 Filterpatroon 5 Uitblaasopening naar beneden Vergrendeling openen. Luchtfilterbehuizing wegnemen. Filterpatroon eraf nemen. Binnenkant van de luchtfilterbehuizing reinigen. Reservepatroon alleen wegnemen als deze wordt vervangen. Filterelement reinigen: Stof op een hard oppervlak eruit kloppen, met max. 30 psi (2 bar) van binnen naar buiten met perslucht uitblazen. Afdichtvlak en filterelement moeten voor de inbouw proper en onbescha- digd zijn. Gereinigd filterelement inzetten. Belangrijk: Een erg vervuild of bescha- digd filterelement moet vervangen wor- den. Als het filterelement wordt vervangen, moet ook het reservepatroon worden vervangen. Belangrijk: Bij het vervangen van het filterelement en reservepatroon mag in geen geval stof in de aanzuigopening terecht komen. Instructie: Inbouwpositie met uitblaasope- ning naar beneden (zie afbeelding). 1 Vleugelmoer 2 Centrifugaalseparator Vleugelmoer aan de centrifugaalsepa- rator losschroeven. Centrifugaalseparator reinigen. Batterij demonteren Motoroliepeil controleren en olie bijvullen Motorolie en motoroliefilter wisselen Luchtfilter reinigen en vervangen 66 NL- 9 OPMERKING Het veeggoedreservoir mag niet opgetild zijn. Motorafdekking openen. 1 Oliepeilglas hydraulische olie 2 Manometer 3 Afsluitdeksel, olievulopening Hydraulische-oliepeil in het kijkglas controleren. – Het oliepeil moet zich tussen de "MIN“- en „MAX“-markering bevinden. – Bevindt zich het oliepeil onder de „MIN"-markering, hydraulische olie bij- vullen. Afsluitdeksel van de olievulopening los- schroeven. Vulgebied reinigen. Hydraulische olie bijvullen. Oliesoort: zie Technische gegevens Afsluitdeksel van de olievulopening er- opschroeven. OPMERKING Wanneer de manometer een verhoogde hydraulische-oliedruk weergeeft, moet de hydraulische-oliefilter vervangen worden door de klantenservice van Kärcher. OPMERKING Onderhoud van het hydraulische systeem alleen door de Kärcher-klantendienst. Parkeerrem vastzetten. Motor starten. Alle slangen van het hydraulische sy- steem en aansluitingen op lekkage con- troleren. Gevaar Gevaar voor verbranding door kokend wa- ter! Radiateur minstens 20 minuten laten afkoelen. 1 Koelmiddel-compensatievat 2 Afsluitdeksel Koelwaterpeil aan het expansievat con- troleren (waterpeil tussen MIN en MAX. Koelerlamellen reinigen. Koelslangen en aansluitingen op dicht- heid controleren. Motor starten. Veeggoedreservoir tot de eindstand op- tillen. Motor uitzetten. Parkeerrem vastzetten. Veiligheidsstang gebruiken voor hoog- leging. Banden of snoeren van veegrol verwij- deren. Veiligheidsstang eruitnemen. Motor starten. Veeggoedreservoir tot de eindstand neerlaten. Motor uitzetten. Met neergelaten vuilreservoir. 1 Zijpaneel, rechts 2 Vleugelmoer 3 Zijdelingse afdichting Rechter zijbekleding met sleutel ope- nen. Vleugelmoeren aan de fenderbevesti- ging van de zijdelingse afdichtstrook af- schroeven en fenderbevestiging afne- men. 1 Bevestigingsschroef veegrolhouder 2 Veegrol 3 Veegrolhouder
Borgplaat zijdelingse afdichting 5 Zijdelingse afdichting Zijdelingse afdichting naar buiten klap- pen. Bevestigingsschroef veegrolhouder er- uit schroeven en opname naar buiten zwenken. Veegrol uitnemen. Inbouwplaats van de veegrol in rijrichting (bovenaanzicht) Instructie: Bij de inbouw van de nieuwe veegrol op de positie van de borstelset let- ten. Nieuwe veegrol monteren. De groeven van de keerrol moeten op de nokken van de tegenoverliggende vleugel ge- stoken worden. Instructie: Na het inbouwen van de nieu- we veegrol moet de veegspiegel opnieuw ingesteld worden. Luchtdruk banden controleren. Zuigturbine uitschakelen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Laat de veegwals met de bedienings- hefboom zakken en draaien (ca. 10 s). Veegrol omhoog brengen. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De vorm van de veegspiegel moet een ge- lijkmatige rechthoek van 80-85 mm breedte vormen. Veegspiegel instellen 1 Veer 2 Instelmoer 3 Contramoer 4 Stang met schroefdraad Positie veegspiegel instellen door de in- stelschroef te verdraaien. Veegspiegel controleren. Oliepeil hydraulisch systeem controleren en hydraulische olie bijvullen Hydraulisch systeem controleren Radiateur controleren en onderhouden Veegrol controleren Veegrol verwisselen Veegspiegel van de veegrol controleren en instellen 67NL- 10 Luchtdruk banden controleren. Veegwals en zijbezem met bedienings- hendels optillen. Veegmachine op een egale en gladde bodem rijden die duidelijk met stof of krijt bedekt is. Bedieningshefboom zijbezem (3) naar voren: Zijbezem gaat naar beneden. Zijbezems gedurende ca. 10 seconden laten draaien. Zijbezems opheffen. Apparaat achterwaarts wegrijden. Veegspiegel controleren. De breedte van de veegspiegel moet tus- sen 40-50 mm liggen. Veegspiegel met de twee instelschroe- ven corrigeren. Veegspiegel controleren. Luchtdruk banden controleren. Veeggoedreservoir naar boven bren- gen en met veiligheidsstang zekeren. GEVAAR Verwondingsgevaar! Bij een opgetild veeg- goedreservoir altijd de veiligheidsstang ge- bruiken. Veiligheidsstang voor hoogleging naar boven klappen en in de houder steken (beveiligd). 1 Houder veiligheidsstang 2 Veiligheidsstang Zijmantel openen zoals in Hoofdstuk "Veegwals vervangen" beschreven wordt. 6 Vleugelmoeren van de zijdelingse fenderbevestiging losmaken. 3 Moeren (SW 13) van de voorste fen- derbevestiging losmaken. Zijdelingse afdichtstrook zover naar be- neden drukken (slobgat) totdat deze op een afstand van 1 - 3 mm van de bo- dem is. Fenderbevestigingen vastschroeven. Het proces op de andere kant van het apparaat herhalen. Veegmachine op een egaal oppervlak neerzetten. Luchtdrukapparaat aansluiten op het bandventiel. Luchtdruk controleren en indien nodig druk bijstellen. Toegestane bandenluchtdruk zie tech- nische gegevens. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar! Bij werkzaamheden aan de filterinstallatie stofmasker dragen. Veiligheidsvoorschrif- ten over de omgang met fijne stoffen in acht nemen. Reinig het fijnstoffilter met de toets fil- terreiniging. Veeggoedcontainer legen. 1 Vergrendeling apparaatkap 2 Apparaatkap Vergrendeling openen, daartoe ster- greepschroef eruit draaien. Apparaatkap naar voren klappen. 1 Sluiting, filterafdekking (2x) 2 Filterafdekking 3 Apparaatkap
lterafdekking openen. 1 Fijnstoffilter 2 Filterafdekking 3 Dwarsbalk Filterafdekking openen. Fijnstoffilter controleren, naargelang de behoefte reinigen of vervangen. Tip Het vervangen van de fijnstoffilter mag alleen door de Kärcher-klantenservice worden uitgevoerd. Filterafdekking eropzetten en vergren- delen. De V-riem moet bij een druk van 10 kg ca. 7-9 mm meegeven. V-riemspanning laten instellen door de geautoriseerde klantenservice. Veegspiegel van de zijbezem controleren en instellen Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Bandenluchtdruk controleren Fijnstoffilter controleren / vervangen
V-snaar controleren en instellen 68 NL- 11 1 Kartelmoer 2 Deksel zekeringskast Draai de kartelmoer eruit. Open het deksel op de zekeringkast. Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen. Instructie: Alleen zekeringen met de- zelfde zekeringswaarde gebruiken. Zekeringen controleren. Defecte zekeringen vervangen. Instructie: Alleen zekeringen met dezelfde zekeringswaarde gebruiken. Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fun- damentele veiligheids- en gezondheidsei- sen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht. De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Straße 28-40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2022/02/01 Zekeringen verwisselen FU 01 Contact 10 A FU 02 Voorontsteking 5 A FU 03 Multifunctionele weergave 5 A FU 04 Schudsysteem 20 A FU 05 Achteruitrij-alarm en kle- pindicator 10 A FU 06 Cabineverlichting Ruitenwisser (optie) 10 A FU 07 Verlichting Knipperlicht (optie) 10 A FU 08 Verlichting Blue Spot (optie) 10 A FU 09 Positielampjes achter (op- tie) 7,5 A FU 10 Dimlicht (optie) 10 A FU 11 Positielampjes voor (optie) 7,5 A FU 12 Hydraulische koeler 25 A FU 13 Hoofdzekering 60 A FU 15 Bougies 70 A FU 20 Ventilator (optie) 20 A FU 21 Ventilator cabine (optie) 25 A FU 22 Compressor (optie) 7,5 A EU-conformiteitsverklaring Product: Veegzuigmachine op- stapmachine Type: 1.186-145.0 Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2000/14/EG Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335–1 EN 60335–2–72 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000–6–2: 2005 EN 62233: 2008 Toegepaste landelijke normen
Toegepaste conformiteitsbeoorde- lingsprocedure 2000/14/EG: Bijlage V Geluidsvermogensniveau dB(A) Gemeten: 100 Gegarandeerd: 103 Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification 69NL- 12 Hulp bij storingen Storing Oplossing Apparaat wil niet starten. Op de chauffeursstoel plaatsnemen, stoelcontactschakelaar wordt geactiveerd Accu opladen of vervangen Brandstof tanken, brandstofsysteem ontluchten Brandstoffilter vervangen Brandstofvoorfilter vervangen Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loop onregelmatig Luchtfilter reinigen of filterpatroon vervangen Brandstofleidingsysteem, aansluitingen en verbindingen controleren en zo nodig repareren Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor oververhit Koelmiddel bijvullen Koeler doorspoelen V-snaar aanspannen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Motor loopt, maar het apparaat rijdt slechts langzaam of helemaal niet. Parkeerrem ontgrendelen Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Fluitend geluid in het hydraulische systeem Hydraulische vloeistof navullen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Borstels draaien slechts langzaam of helemaal niet Gashefboom volledig naar voren (hoog toerental) zetten. Controleren op ingedraaide banden en snoeren. Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Weinig of geen zuigkracht in het borstelbereik Filter reinigen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Apparaat stoft Zijdelingse afdichtstroken plaatsen Ventilator inschakelen Stoffilter reinigen Filterafdichtingen vervangen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veegeenheid laat veeggoed liggen Veeggoedcontainer legen Veeggoedreservoir volledig sluiten Stoffilter reinigen Keerrol vervangen Veegspiegel instellen Afdichtstrook van het veeggoedreservoir vervangen Blokkering van de keerrol oplossen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedreservoir gaat niet om- hoog of omlaag Borgsteun van het vuilreservoir verwijderen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Veeggoedreservoir draait te lang- zaam of helemaal niet Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen Storing bij hydraulisch bewogen delen Kärcher-klantenservice op de hoogte brengen 70 NL- 13 Technische gegevens KM 170/600 R D Classic Apparaatgegevens Rijsnelheid, vooruit km/h 14 Rijsnelheid, achteruit km/h 14 Klimvermogen (max.) -- 18% Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezems m
/h 18800 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezems m
/h 23800 Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezems m
/h 28000 Werkbreedte zonder zijbezems mm 1344 Werkbreedte met 1 zijbezems mm 1700 Werkbreedte met 2 zijbezems mm 2000 Beveiligingsklasse beschermd tegen spatwater -- IPX 3 Duur inzetten bij volle tank h 4,5 Motor Type -- Kubota V1505 (E4B) Type -- 4-cilinder-viertakt-dieselmotor
Emissie volgens de meetprocedure van EU-verordening 2016/1628 (niveau V) g/kWh 1018,0 Koelwijze -- Waterkoeling Draairichting -- tegen de wijzers van de klok in Slagvolume cm
Hydaulische olie -- Renol HV 46 Hoeveelheid hydraulische olie l 37 Koelmiddel (SAE J814C) -- Stilmoil Antifrost Voor manueel in te vetten smeerplekken Vet voor meerdere doeleinden geschikt Veeggoedreservoir Max. ontlaadhoogte mm 1540 Volume van de veeggoedcontainer l 600 Keerrol Veegrol-diameter mm 400 Veegrol-breedte mm 1344 Toerental 1/min 340 Veegspiegel mm 80 Zijbezems Zijbezem-diameter mm 650 Toerental (traploos) 1/min 0 - 63 Bandenuitrusting Grootte voor -- 6.00-8 Luchtdruk voor bar 8 Grootte achter -- 5.00-8 Luchtdruk achter bar 8 Rem Voorwielen -- mechanisch Achterwiel -- hydrostatisch 71NL- 14 Filter- en zuigsysteem Type -- Vlakke harmonicafilter Toerental 1/min 2900 Filtervlak fijnstoffilter m
9,1 Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 18,5 Nominale volumestroom zuigsysteem m
/h 1650 Schudsysteem -- Elektromotor Omgevingsvoorwaarden Temperatuur °C -5 tot +40 Luchtvochtigheid, niet bedauwend % 0 - 90 Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau L
dB(A) 82 Onzekerheid K
0,5 Onzekerheid K m/s
Notice-Facile