Combi 53 SVQ H - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Combi 53 SVQ H STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Combi 53 SVQ H STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Combi 53 SVQ H - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Combi 53 SVQ H van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING Combi 53 SVQ H STIGA
De uitlaatgassen van dit product bevatten chemische stoffen die in de staat Californie worden beschouwd als stoffen die kanker, geboorteafwijkingen of reproductive schade veroorzaken.
HONDA

- De afbeeldingen können verschillen naargelang van het type.
LOCATIE VEILIGHEIDSSTICKER / LOCATIONS VAN COMPONENTEN & SCHAKELAARS

Uitvoering met handchoke (Uitvoering zonder CHOKEHENDEL) (sommie uitvoeringen)

Uitvoering met automatische choke (Uitvoering met VASTE GASINSTELLING) (sommige uitvoeringen)

[2]
Uitvoering met automatische choke (Uitvoering met HANDGASHENDEL) (sommie uitvoeringen)

Lees het instructieboekje voordat u de motor gebruikt.
De uitlaatgassen van de motor bevatten gifting koolmonoxidegas. Laat de motor Niet draaien in een omslotten ruimte.
Benzine is uiterst brandaar en explosief. Zet de motoruit en laat deze afkoelen voordat u brandstof blivult.

[1] BEDIENINGSHENDEL (sommige UITvoeringen)
[2] VLIEGWIELREMHENDEL (sommige uitvoeringen)
[3] BRANDSTOFTANKDOP
[4] LUCHTEFILTER
[5] BRANDSTOFKRAAN
[6]SERIENUMMER&
MOTORUITVOERING
[7] BRANDSTOFTANK
[8] HANDGREEP STARTCOORD
[9] BOVENKAP
[10] OLIEVULDOP
[11]UJTLAATDEMPER
[12] BOUGIE
INLEIDING
Dank u voor uw aanschaf van een Honda motor. We helpen u graag om met uw nieuwe motor optimale resultaten te behalen en deze veilig te gebruiken. Deze handleiding bevat informatie hierover, lees deze daarom zorgvuldig door voordat u uw motor gebruikt. Als er storingen optreden of als u vragen over uw motor heeft, neem dan contact op met uw onderhoudsdealer.
Alle informatatie in deze publicatie is gebaseerd op de meest recente productinformationatie die bij het ter perse gaan beschikbaar was. Honda Motor Co., Ltd. behoudt zich te allen tjnde hetrecht voor om zonder kennisgeving wijzigingen aan te brengen zonder hiermee verplichtingen op zich te nemen. Deze publicatie mag noch geheel noch gedeelrijk worden gereproduecedzonder Voorafgaande schriftelijke toestemming.
Deze handleiding is te beschouwen als een permanent onderdeel van de motor en hoort bij verkoop ervan aan de(APpe ue eigenaar te worden overhandig.
We raden u aan het garantieboekje door te nemen zodate de dekking u volkommen duidelijk is en u alles weet over uw verantwoordelijkheid als eigenaar.
Neem de instructies bij de door deze motor aangedreven apparatuur door voor aanvullende informatie over starten en uitzetten van de motor, bediening, afstellingen of eventuele speciale onderhoudsinstructies.
INHOUD
VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN....1
VEILIGHEIDSINFORMATIE.1
GEBRUKSCONTROLES
VOORAF. 2
BEDIENING. 2
VOORZORGEN VOOR VEILIG
GEBRUK. 2
DE MOTOR STARTEN. 2
DE MOTOR UITZETTEN.3
ONDERHOUD AAN UW
MOTOR. 3
HET BELANG VAN
ONDERHOUD 3
VEILIG ONDERHOUD. 3
VEILIGHEIDSVOORZORGEN...3
ONDERHOUDSSCHEMA 3
BRANDSTOF TANKEN 4
MOTOROLIE 4
LUCHTFILTER. 5
BOUGIE 5
VONKENVANGER 5
HANDIGETIPS&
SUGGESTIES 6
UWMOTORSTALLEN. 6
VERVOER. 7
ONVERWACHETPROBLEMEN
OPLOSSEN. 7
TECHNISCHE INFORMATIE .... 7
GEBRUIKERSINFORMATIE. 9
Internationale garantie voor Honda
algemeengebruik motoren 10
VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN
Uw eigendieveigheid en die van anderen is van het grootste belang. Overal in deze handleiding en op de motor zelf vindt u belangrijke veiligheidsmededelingen. Lees deze mededelingen aanachtig.
Een veiligheidsmededeling maakt u attent op potentielle risico's waar bij letsel aan uzelf of anderen kan worden toegebracht. Voor elke veiligheidsmededeling ziet u een veiligheidssymbol Taan en een van de drie aanduidingen GEVAAR,WAARSCHUWING OF LET OP.
Deze signaalwoorden betekenen:
GEVAAR
U loopt BESLIST DODELJK of ERNSTIG letsel op als u instructies nicht opvolgt.
WAARSCHUWING
U loopt MOGELIJK DODELIJK of ERNSTIG letsel op als u instructsies nicht opvolgt.
LETOP
U KUNT LETSEL oplopen als u instructies nicht opvolgt.
Elke mededeling maakt duidelijk wat het risico is, wat er kan gebeuren en wat u kunt doen om letsel te vermijden of te reducen.
INFORMATIE VOOR SCHADEPREVENTIE
U treft ook nog andere belangrijke mededelingen aan waar bij hetwoord ATTENTIE staat.
Dit woord betekent:
ATTENTIE U kunt uw motor of eigendommen beschadigen als u instructies nicht opvolgt.
Het doel van deze mededelingen is u te helpen om schade aan de motor, uw eigendommen of het milieu te voorkomen.
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Zorg dat u de werkung van alle bedieningsorganen begrijpt en dat u weet hoe u de motor in een noodgeval snel afzet. Zorg dat de gebruiker behoorlijk instructies krijt voordat hij de apparatuur gaat gebruiken.
- Sta kinderen Niet toe om de motor te gebruiken. Houd kinderen en huisdierenuit de buurt verwijl de motor in gebruik is.
- De uitlaatgassen van uw motor bevatten giftig koolmonoxidegas. Laat de motor Niet te draaien zonder voldoende ventilatie en laat de motor nooit binnenshuis draaien.
- De motor en uitlaat worden tijdens het gebruik heel warm. Houd tijdens het gebruik de motor tenminste 1 meter uit de buurt van gebouwen en andere apparatuur. Houd ontvlambare stoffen uit de buurt en plaats niets op de motor terwijl hij aan het draaien is.
LOCATIE VEILIGHEIDSSTICKER
Zie pagina A-1.
Deze sticker waarschuwt u voor risico's die ernstig letsel tot gevolg+kunnen hebben. Lees deze zorgvuldig.
Als de sticker losraakt of Nieteer goed leesbaar is, kunt u bij uw Honda onderhoudsdealer een neue sticker krijgen.
LOCATIONS VAN COMPONENTEN & SCHAKELAARS
Zie pagina A-1.
GEBRUIKSCONTROLES VOORAF
IS UW MOTOR GEBRUUKSKLAAR?
Voor uw eigen veiligheid, een goede naleving van de milieuvoorschriften en een maximale levensduur van uw apparatuur is het van groot belang dat u even dearend neemt om de conditie van de motor te controlleren voordat u de motor inschakelt. Los cervolgens een eventuel gezonden probleem op ofThatuw onderhoudsdealer ditverhelpen voordatu de motor weer gebruikt.
WAARSCHUWING
Als de motor Niet correct worden onderhonden of problemen Niet worden verholpen voordat de motor worden gebruikt, kannen ernstige storingen ontstaan.
Sommige storingen können resulteren in ernstige of dodelijke letsels.
Voer voorafgaand aan elk gebruik een controle uit en verhelp eventuele problemen.
Zorg dat de motor horizontal staat en is uitgezet voordat u de gebruikscontrole verricht.
Controleer altijd de volgende punten voordat u de motor start:
Controleer de algehe conditie van de motor
- Kijk rondom en onder de motor of u sporen ziet van olie- en benzinelekkage.
- Verwijder een teveel aan vuil of rommel, vooral rondon deuitlaatdemper en de bovenkap.
- Let op tekenen van schade.
- Controller of alle afschermkappen en deksels op hun plaats zitten en of alle moeren, bouten en schroeven stevig vast zitten.
Controller de motor
- Controller het brandstofniveau (zie pagina 4). Door al te beginnen met een volte tank zorgt u dat u nauwelijks of geen werkonderbrekingen heeft om bij te要去en tanken.
- Controleer het motorolieniveau (zie paginga 4). Als de motordraait met een te laag olieniveau, kan er motorschadeontstaan.
- Controller het luchtfilterelement (zie pagina 5). Een verwuidluchtfilterelement belemmert de luchtstroming maar de carburateur, zDat de motor minder goed presteert.
- Controller de apparatuur die door doit aangedreten.
Neem de instructies door die bij de apparatuur aangedreven door deze motor is meegeleverd en let op voorzorgen en procedures die u hoor te volgen voordat u de motor start.
BEDIENING
VOORZORGEN VOOR VEILIG GEBRUIK
Lees bij de ingebruikname van de motor de paragraaf met VEILIGHEIDSINFORMATIE door op pagina 1 en de GEBRUJKSTCONTROLES VOORAF op pagina 2.
Gevaren van koolmonoxide
Laat voor uw eigenveiligheid de motor Niet draaien in een afgesloten ruimte zoals een garage. De uitlaatgassen van de
motor bevatten giftig koolmonoxide dat in een afgesloten ruimte snel een concentratie bereikt die schadelijk of dodelijk is.
WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide dat in afgesloten ruimten een gevaarlijke concentratie kan bereiken.
Het inademen van koolmonoxide kan leiden tot bewusteloosheid of de dood.
Laat de motor nooit draaien in een afgesloten of gedeeltelijk afgesloten ruimte.
Lees de instructies die bij de apparatuur aangedreten doir deze motor waar meegeleverd en let op veiligheidsvoorzorgen die u in acht moet nemen bij het starten, uitschakelen of gebruik van de motor.
Gebruik de motor Niet op hellingen vaneer dan 15^ (26%)
DE MOTOR STARTEN
De choke nicht gebruiken, wanneer de motor warm of de temperatuur van de lucht hoog is.
-
Uitvoering met handchoke (sommige UITvoeringen)
-
Draai de brandstofkraan in de stand AAN. Zie Figuur 1, pagina A-2.
- [Uitvoering zonder CHOKEHENDEL] (sommige uitvoeringen) Zet de bedieningshendel in de stand DICTH (CHOKE). Zie Figuur 2, pagina A-2.
- Uitvoering met VlieGWIELREMHENDEL (sommigeuitvoeringen):
Zet de vliegewielremhendel in de stand ONTGRENDELD. De motorschakelaar die gekoppeld is aan de vliegewielremhendel worden aangezet zoda u de vliegewielremhendel in de stand ONTGRENDELD zet. Zie Figuur 3, pagina A-2.
4. Trek iets aan de starterhandgreep totdat u waarstand voelt en trek dan snel en stevig in de pijlichting zoals hieronder goetond. Laat het startkoord rustig terugrollen. Zle Figuur 4, pagina A-2.
ATTENTIE
Laat de starterhandgreep Niet terugslaan gegen de motor. Laat het startkoord langzaam terugrollen om schade aan de starter te voorkommen.
5. [Uitvoering zonder CHOLEHENDEL] (sommige uitvoeringen) Wanner de motor opwarmt, zet u de bedieningshendel in de stand SNEL of LANGZAAM. Zie Figuur 5, pagina A-2.
-
Uitvoering met automatische choke (sommige uitvoeringen)
-
Draai de brandstofkraan in de stand AAN. Zie Figuur 1, pagina A-2.
- Uitvoerig met VLIEGWIELREMHENDEL (sommige uittvoeringen): Zet de vliegwielremhendel in de stand ONTGRENDELD. Zie Figuur 3, pagina A-2.
-
[Uitvoering met HANDGASHENDEL] (sommige uitvoeringen)
Druk de regelhendel maar de stand SNEL.
Zie Figuur 5, pagina A-2. -
Trek iets aan de starterhandgreep totdat u watstand voelt en trek dan snel en stevig in de pijlichting zoals hieronder getoond. Laat het startkoord rustig terugrollen. Zie Figuur 4, pagina A-2.
ATTENTIE
Laat de starterhandgreep Niet terugslaan gegen de motor. Laat het startkoord langzaam terugrollen om schade aan de starter te voorkommen.
5. [Uitvoering met HANDGASHENDEL] (sommige uitvoeringen) Zet de bedieningshendel in de stand voor het gewenste motortoerental.
DE MOTOR UITZETTEN
- [Uitvoering met HANDGASHENDEL] (sommige uitvoeringen)
Druk de regelhendel maar de stand LANGZAAM.
Zie Figuur 5, pagina A-2. - Uitvoering met VLIEGWIELREMHENDEL (sommigeuitvoeringen):
Druk de vliegewielremhendel wee terug maar de stand GEACTIVEERD. De motorschakelaar die in verbinding met de vliegewiel remhendel staat, wordenuitgeschakeld wanner de vliegewiel remhendel maar de stand GEACTIVEERD worden gedrukt.
Zie Figuur 3, pagina A-2.
Uitvoering zonder VLIEGWIELREMHENDEL (sommigeuitvoeringen):
Druk de regelhendel maar de STOP stand.
De motorschekelaar die in verbinding met de regelhendel staat, wordenuitgeschekeld wanneer de regelhendel maar de STOP stand worden gedrukt.
Zie Figuur 6, pagina A-2.
- Draai de brandstofkraan in de stand UIT. Zie Figuur 1, pagina A-2.
ONDERHOUD AAN UW MOTOR
HET BELANG VAN ONDERHOUD
Deugdelijk onderhoud is van groot belang voor eeneilige, zuinige en storingsvrij weorking. Ook helpt u zo milieuverontreiniging voorkomen.
WAARSCHUWING
Als de motor nicht correct worden onderhoden of problemen Niet worden verholpen voordat de motor worden gebruikt, hunnen ernstige storingen ontstaan.
Sommige storingen können resulteren in ernstige of dodelijke letsels.
Volg altijd de aanbevelingen voor inspectie en onderhoud, en de schema's in deze instructtrechtandelidig voor de eigenaar.
Om u te helpen bij een goede verzorging van uw motor, bevatten de volgende paginga's een onderhoudsschema en beschrijvingen van routininspecties en eenvoudige onderhoudprocedures met basisgereedschap. Andere onderhoudstaken die wat ingewikkelder zijn of waaryloor special gereedschap nodig is, kunt u better overlaten aan vakmensen en normaliter laten uitvoeren door een monteur van Honda of een andere geschoolde monteur.
Het onderhoudsschema is van toepassing op normale gebruiksomstandigheden. Als u de motor gebruikt onder zware omstandigheden, zoals bij continu gebruik onder zware belasting of bij hoge temperaturen of onder ongewoon vochtige of stoffige condities, neem dan contact op met uw Honda onderhoudsdealer voor advies over uw specifieke behoeften en gebruik.
3 NEDERLANDS
Gebruik alleen originele Honda-onderdelen of gegkaardig materiaal. Het gebruik van verwangingsonderdelen van mindere kwaliteit kan schade aan de motor veroorzaken. Het onderhoud, verwangingen of reparates van de onderdelen van de emissieregeling mogen worden uitgevoerd door een inrichting voor motoreparaties of door een persoon, op voorwaarde dat reserveonderdelen worden gezuilt die "goedgekeurd" zich volgens de EPA-normen.
VEILIG ONDERHOUD
Enkele zich belangrijke veiligheidsvoorzorgen staan hier beschreiben. We können darüber nicht waarschwen gegen elk möglich risico dat zich bij het uitvoeren van onderhand kan voordoen. U kut alleen zich beslassen of u een bepaalde taak al dan Niet aankunt.
WAARSCHUWING
Verkeerd uitgevoerd onderhoud kan leiden tot onveiligte situates.
Indien de onderhoudsinstructies en voorzorgsmaatregelen Niet correct worden opgevolgd kan dit resulteren in ernstige of dodelijk lesels.
Volg altijd de procedures en de Voorzorgsmaatregelen in deze instructiehandleiding.
VEILIGHEIDSVOORZORGEN
Zet de motoruit voordat u begint met onderhoud of reparatie. Haal de bougiedop los van de bougie om onbedoeld starten te voorkomen. Daarmee neemt u enkele potentièle risico's weg:
Koolmonoxidevergifting door motoruitlaatgassen. Laat de motor buiten draien, op afstand van open ramen of deuren.
- Brandwonden door hete onderdelen.
Laat de motor en het uitlaatsystemeefkoelen voordat u deze aanraakt.
- Letsel door bewegende onderdelen.
Zet de motor pas aan als de instructie dat aangeeft.
Lees de instructies Voordat u begint en controleer of u het vereiste gereedschap en de deskundigheid bezit.
Wees voorzichtig wonneer u met benzine werkt, om het risico op brand of explosie te verminderen. Gebruik een nichtv lambaar oplosmiddel en geen benzine om onderdelen te reinigen. Blijf met een brandende sigaret, vonden of open vuur bij alle onderden van het brandstofsysteme vandaan.
Denk eraan dat een erkende Honda onderhoudsdealer uw motor het beste ken en volkommen is uitergerun ost die andere onderhoven te repareren. Gebruik voor de Beste kwaliteit en betrouwbaarheid alleen十几年e originele Honda of gewijkaardige onderdelen ter reparatie en verwang.
ONDERHOUDSSCHEMA
| PERIODIEKE ONDERHOUDSBEURT (1) | Allegebrik | Eerste maandof 5 aur | Elke 3meandersenof 25 aur | Elke 6meandersenof 50 aur | Elk Jaar of 100 aur | 150 aur | Elke 2 Jaar of 250 aur | Festjagtpage | |
| CONTROLEPUNTVoer uit volgens elkaangogeveen maand ofbedrijfsureninterval, wat heteer stkomt. | |||||||||
| Motorolie Controllereniveau | o | 4 | |||||||
| Verversen o | o (2) 4 | ||||||||
| Luchtfilter Controlleren o 5 | |||||||||
| Reinigen o (3) | 5 | ||||||||
| Vervangen | o | 5 | |||||||
| Vliegwielremhandel(sommigeuitvoeringen) | o | 5 | |||||||
| Bougie | Controleren-afstellen | o | 5 | ||||||
| Vervangen | o | 5 | |||||||
| Vonkenvanger(sommigeuitvoeringen) | o (5) | Anteilestand | |||||||
| Stationair torental | Controleren | o (4) | Anteilestand | ||||||
| Brandstoffank en filter Reinigen | o (4) | Anteilestand | |||||||
| Klepspeling | Controleren-afstellan | o (4) | Anteilestand | ||||||
| Verbrandingskamer Reinigen | Telkens na 250 aur. (4) | Anteilestand | |||||||
| PERIODIEKE ONDERHOUDSBEURT (1) | ||||||||
| Alle gebruk | Eerste maand of 5uur | Eike 3 maandern of 25ur | Eike 6 maandern of 50ur | EikeJAAR of 100ur | 150ur | Eike 2 Jaar of 250ur | Baujieg pagi | |
| CONTROLEPUNT Voer uit volgens jele aangegoedvan maand of bedrijsureninterval, wat het eerstkomt. | ||||||||
| Brandstoffleiding Controleren Elke 2 | jaar (Indien nodig verzangen) (4) | Vorwasser | ||||||
(1): Houd bij commerciele toepassingen het aantal bedrijfsuren schriftelijk bij om het correcte onderhoudsinterval te konnen bepalen.
(2): Ververs de olie elke 25 uur wanner u de motor onder zware belasting of hoge temperaturen gebruikt.
(3): Verricht vaker onderhoud bij gebruik in een stoffige omgeving.
(4): Onderhoud op deze punten moet worden uitgevoerd door uw onderhoudsdealer, als u zich over het juiste gereedschap beschikt en geen ervaren monteur bent. Zie het Honda-werkplaatshandboek voor onderhoudsprocedures.
(5): In Europa en andere landen waar Richtlijn 2006/42/EG betreffende machines geldt, moet dit onderhoud wordenuitgevoerd door uw servicedealer.
Om onderhoud te verrichten aan het onderste gedeelte van het motorblok (machine), draait u dit 90^ en legt u neer met de carburateur/luchtfilter altijd bovenaan. Zie Figuur 8, pagina A-3.
BRANDSTOF TANKEN Zie Figuur 7, pagina A-3.
Aanbevolen brandstof
| Loodvrije benzine | |
| V.S. Pompocetaangetal (PON) van 86 of hoger | |
| Uitgezonderd de V.S. | RON-octaangetal van 91 of hoger |
| Pompocetaangetal (PON) van 86 of hoger | |
Brandstoffspecificatie(s) die nodig zijn om de prestaties van het emissieregelingsystem te handhaven: brandstof met referentie E10 in de EU-regeling.
Deze motor is alleen vrijgeveen voor gebruik met loodvrijne benzine met een research-octaangehalte (RON) van 91 of hoger (een pompactaangehalte (PON) van 86 of hoger).
Vul brandstof bij in een goed geventileerde ruimte en met de motoruit. Als de motor gedraaid heeft, laat deze eerst afkoelen. Vul de tank nooit bij in een ruimte waar benzinedamp in contact kan komen met open vuur of vonden.
U kunt loodvrije benzige gebruiken die maximaal 10 volumeprocent ethanol (E10) of 5 volumeprocent methanol bevat. Daarnaast要去 de methanol verdunners en corrosieremmers bevatten. Gebruik van brandstoffen met een hoger ethanol- of methanolgehalte dan hierboven is aangegeven, kan leiden tot start- en/of prestatieproblemen. Er kan dan ook schade optreden aan metalen, rubberen en kunststoffen onderden van het brandstofsysteme. De garantie dekt geen motorschade of prestatieproblemen die het gevolg zijn van het gebruik van een brandstof met een hoger percentage ethanol of methanol dan hierboven is aangegeven.
WAARSCHUWING
Benzine is een uiterst Licht ontvlambare en explosieve stof.
U kunt brandwonden of ernstig letsel oplopen in de omgang met brandstof.
Zet de motor uit en laat hem afkoelen voordat u met benzine omgaat.
Houd warmte, vonken en vlammen uit de buurt.
Vul de tank uitsluitend buiten.
Blijf op afstand van uw voertuig.
- Verwijder gemorste brandstof onmiddelijk.
ATTENTIE
Brandstof kan verf of bepaalde soorten plastic beschadigen. Zorg ervoor dat u geen brandstof morst bij het vullen van de brandstoffank. Schade die door gemorste brandstof veroorzaakt worden, valt Niet onder de garantie.
Gebruik nooit oude of verruilde benzine de benzine waaraan olie is toegevoegt. Zorg dat er geen vuil of water in de brandstoftank terechtkommen.
Raadpleeg voor het bijvullen met brandstof de instructies meegeleverd met de door deze motor aangedreten apparatuur.
- Zet de motor af en planta hem op een horizontal oppervlak, verwijder de brandstoffankdop en controllerer het brandstoffniveau. Vul de tank bij als het brandstoffniveau laag staat.
- Vul de brandstoffank bij tot het bovenste streeje. Veeg gemorste brandstof weg voordat u de motor start.
- Vul zorgvuldig bij om morsen van brandstof te voorkomen. Doe Niet te veel brandstof in de tank (er mag geen brandstof in de vulhals staan). Eventeel moet u het brandstofniveau iets verlagen, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden. Breng na het bijvullen de tankdop aan enzet deze stevig vast.
Blijf met benzine uit de buurt van waakvammen, barbecues, elektrische huishoudelijkte apparatuur, elektrisch gereedschap, enz.
Gemorste benzine levert niet alleen een brandgevaar op, maarveroorzaakt ook milieuverontreiniging. Veeg gemorste benzine directweg.
MOTOROLIE
Olie heeft een belangrijke invloed op de prestaties en de levensduur. Gebruik olie voor 4-takt automotoren met reinigende eigenschappen.
Aanbevolen ole
Zie Figuur 10, pagina A-3.
Gebruik 4-taktmotorolie die voldoet aan de eisen voor API-classificatie SE of hogere klasse (of gelijkwaardig). Controller het API-servicelabel op de olieverpakking om te zien of de aanuidingen SE of hogere klasse (of gelijkwaardig) vermeld aan.
Specifications van smeerolie die nodig zich om de prestaties van het emissieregelingsystem te handhaven: originele olie van Honda.
SAE 10W-30 worden aanbevolen voor algemene gebruidsdoeleinden. Andere viscositeitsklassen die in het schemaaan aangegeven, kut u gebruiken als de gemiddeldetemperatuur in uw omgeving binnen het aangeduide bereik ligt.
Controle olieniveau
Zie Figuur 9, pagina A-3.
- Verwijder de olievuldop/peilstok en veeg deze schoon.
- De oliepeilstaaf in de olievulhals steken maar nicht inschroeven.
- Vul tot het hoogste peil van de oliepeilstok bij met de aanbevolen olie indien het peel laag is.
- Breng de olievuldop/peilstok aan.
ATTENTIE
De motor laten draien met een laag olieniveau kan schade aan de motor veroorzaken. Dit soort schade valt nicht onder de garantie.
Olie verversen
Zie Figur 9, pagina A-3 en figuur 11, pagina A-3.
Tap de verbruike olie af terwijl de motor warm is. Warne olie stroomt snel en gemakkelijk uit de motor.
- Zet de brandstofkraanhendel in de stand UIT.
Zie Figuur 1, pagina A-2. - Verwijder de olievuldop en tap de olie in een geschikte container af door de motor maar de kant van de olievulnek te kantelen.
- Vul met de aanbevolen olie bij en controllerer het oliepeil.
ATTENTIE
Als de motor draait met een te laag oliepeil, kan er motorschade ontstaan. Dit soort schade valt nicht onder de garantie.
Capaciteit motorolie: 0,40 L
- Breng de olievuldop/peilstok stevig aan.
Was uw handen met water en zoep nadat u met afgewerkte olie in aanraking bent gekomen.
ATTENTIE
Voer verbruike motorolie op correcte wijze af, zodat u het milieu经营活动 in een afgesloten verpakking af te leveren bij een lokaal inzamelstation. Gooi de olie Niet weg bij het huisvuil en giet deze Niet op de grond of in het riool.
LUCHTFILTER
Een verruild luchtfilter belemmert de luchtstroming maar de carburateur, zodat de motor moderation goed presteert. Als u de motor in een erg stoffige omgeveging gebrukt, reingeh het luchtfilter dan vaker dan staat aangegeven in het ONDERHOUDSSCHEMA (zie pagina 3).
ATTENTIE
De motor laten draien zonder een luchtfilter, of met een beschadigde luchtfilter, za ervoor zorgen dat vuil de motor binnenkomt, wat snelle slijtage van de motor veroorzaakt. Dit soort schade valt Niet onder de garantie.
Inspectie
Verwijder het luchtfilterdeksel en inspecteer het luchtfilterelement. Reinig of vervang een vervoeld luchtfilterelement. Vervang een beschadigd luchtfilterelement altijd.
Reinigen
Zie Figuur 13, pagina A-4.
- Verwijder het luchtfilterdeksel door de twee bovenste lippen boven op het luchtfilterdeksel en de twee onderste lippen los te haken.
- Verwijder het element. Controleer het element zorgvuldig op gaten of scheuren en verrang als er beschadigingen zijn.
- Het element meerdere malen gegen een hard oppervlak kloppen om overtollig vuil te verwijderen, of perslucht bij 29 psi (200 kPa) van binnen maar buiten door de filter blazen. Nooit proberen de filter af te borstelen, waar anders het vuil in de gezels gedrukt worden. Als het element te sterk verwuild is, dit verrangen.
- Veeg met een vochtige doek vuil weg aan de binnenkant van het luchtfilterhuis en het filterdeksel. Wees voorzichtig in voorkom dat vuil vanuit de luchtbuis in de carburateur dringt.
- Breng het element en het luchtfilterdeksel aan.
Inspectie van de VLIEGWIELREM (op sommige types)
Controller de spelimg van de vliegwielremhendel. Als deze kleiner is dan 2 mm, neem de motor dan的那一e en officiele Honda-dealer. Zie Figur 12, pagina A-3.
BOUGIE
Zie Figuur 14, pagina A-4.
De aanbevolen bougie heeft de correcte warmtegraad voor de normale bedrijftstemperatuur van de motor.
ATTENTIE
Het gebruik van een verkeerde bougie kan de motor beschaden.
Als de motor gedraaid heeft, LAST dan eerst afkoelen voordat u onderhoud aan de ontstekingsbougie utvoert.
Voor een goede werkung moet de bougie de juiste elektrodenafstand hebben en mag er geen aanslag aanwezig zich.
- Haal de bougiedop los van de bougie en verwijder eventuel vuil direct rondon de bougie.
- Verwijder de bougie met de bougiesleutel.
- Controller het uiterlijk van de bougie. De bougie weglooien, wanner们的 zichtbaar afgesleten of de isolator gescheurd of afgesplinterd is. Wanner de bougies opnieuw gebruikt dienen toorden, reinig们都 dan met een staalborstel.
4.Meet de elektrodenafstand van de bougie met een voelermaat. Corrigeer zo nodig door de zijelektrode te verbuigen. De elektrodenafstand要去en: 0,7 - 0,8mm - Overtuig U ervan, dat de dichtingsring in goede staat is, dan de bougie met de hand indraaien, om te vermiiden dat de draad verkeerd ingeschroefd worden.
- Trek de bougie nadat deutsche anligt nog ifs na met een bougiesleutel om de ring samen te drukken.
Bij het installereren van een neue bougie要去 deze nadat hij aanligt nog 1/2 slag extra worden aangedraaid om de ring vast te zeitten.
Bij het opnieuw installereren van een oude bougie moet deze nadat hij aanligt nog een 1/8-1/4 slag extra worden aangedraaid om de ring samen te drukken.
Door een losse bougie kan de motor oververhit raken en schade oplopen. Door de bougie te strak aan te draaien, kan de schroefdraad in de cilinderkop worden beschadigd.
- Bevestig de bougidop op de bougie.
VONKENVANGER (sommige uitvoeringen)
In sommige landen is het gebruik van een motor zonder vonkenvanger wettelijk Niet toegestaan. Neem alleplaatselijke voorschriften en wetgeving in acht. Een vonkenvanger is verkrijgbaan bij een erkende Honda onderhoudsdealer.
De vonkenvanger heeft na elke 100 eer onderhoud nodig om+zijn Werking te behouden.
Als de motor gedraaid heeft, is de uiltaatdemper heet geworden.
Laat deze dan akfoelen voordat u onderhoud aan de vonkenvanger verricht.
Verwijden van vonkenvanger
Zie Figuur 15, pagina A-4, Figuur 16, pagina A-4 en Figuur 17, pagina A-5.
- Verwijder de schroef en de moerclip.
- Verwijder de dop van de brandstoftank.
- Verwijder de bovenkap door de vier lipjes van de bovenkap af te haken.

- Verwijder de uitlaatdempoerschermer door de drie 6mm-bouten los te halen.
- Verwijder de vonkenvanger uit de uitaatdempo door de schroef los te halen. (Zorg dat het metaalgaas Niet beschadigd raakt.)
Inspectie & Reiniging van vonkenvanger
Zie Figuur 15, pagina A-4, Figuur 16, pagina A-4 en Figuur 17, pagina A-5.
Zoek maar koolaanslag rondon de uitlaatpoort en de vonkenvanger en reinig zo nodsig.
- Gebruik een borstel om de koolaanslag van het gaas aan de vonkenvanger te verwijderen. Pas op en beschadig het gaas Niet. Vervang de vonkenvanger als ze deste brueken of gaten vertoont.
- Installeer de vondenvanger, de uitaatdempo, de bovenkap en de dop van de brandstoftak in omgeekerde volgorde van de demontage.
ALETOP
Stel de motor Niet in werkig wonneer de bovenkap verwijderd is.
Trek Niet aan de terugrolstarhendel wanner de bovenkap verwijderd is.
U zou verwondingen künnen oplopen door de bewegende delen of verbrandingen door de uitlaattemper.
HANDIGE TIPS & SUGGESTIES
UW MOTOR STALLEN
Voorbereidings op stalling
Correct stallen is van groot belang om uw motor in storingsvrijne conditie te houden en er goed te laten uitzieten. Met de volgende stappen voorkomt u dat roest en corrosie de werkung en de aanblik van uw motor verslechteren en za del motor de volgende keer waar gemakkelijk starten.
Reinigen
Als de motor heeft gedraaid, iota dan minstens een half uur afkoelen voordat u gaat reinigen. Reinig de motor aan de buitenzijde, werk beschadigde lak bij en smeer andere gedeelten die kuren roesten Licht in met olie.
ATTENTIE
Door te reinigen met water uit een tuinslang of met een hagedrukreiniger, kan er water in het luchtfilter of in de uiltaattemperopening dringen. Water in het luchtfilter wordt opgezogen door het luchtfilterelement en water dat zo het luchtfilter de ue itlaatdempster paasseert kan in de cilinder terechtkomen en schade veroorzaken.
Brandstof
ATTENTIE
Afhankelijk van de regio waar u de apparatuur gebruikt, kan de samenstelling van de brandstof snel verslechteren en oxideren. Verslechtering en oxidatie van de brandstof kutnen al binnen 30ragen optreten en kutnen schade vorozaken aan de carburateur en/of het brandstofsystem. Raadpleeg uw onderhoudsdealer voor aanbeveiligingen voor opslag.
Benzine zal tijdens stalling oxyderen en gaat dan kwalitatief achechteruit. Met slechte benzine zal de motor moeilijk starten en blijf er een harsaanslag acheter die het brandstofsystem kan verstappen. Als de kwaliteit van de benzine in uw motor tijdens stalling achechteruitgaat, is möglichk extra onderhoud nodig aan de carburateur of andere onderdelen van het brandstofsysteme of要去 den zeorden verwangen.
De tijsdsduur dat benzine in uw brandstoffank en carbrator kan gelaten worden, zonder functionele probleme te veroorzaken, hangt van verschillemente factoren a zoals: benzinemenging,
opsgltemperatuur, en of de tank gedeeltekijk of volledig bevuld is. De lucht in een gedeelelijige gwulde brandstoftank bevordert brandstofverval.Warme opsgltematuren versnellen het brandstofverval. Brandstofverval kan binnen de 30ragen voorkomen vanaf het houden van brandstof in de brandstofank, of zelf minder als de brandstof Niet vers was wanner u de brandstofank vulde.
Schade aan het brandstofsysteen om problemen met de prestatie van de motor die voortvloeien uit het Niet-naleven van de opslagvoorbereidingalen niet onder de garantie.
Brandstoftank en carburateur aftappen
Zie Figuur 18, pagina A-5.
WAARSCHUWING
Benzine is een uiterst Licht ontvlambare en explosive sie stof.
U kunt brandwonden of ernstig letsel oplopen in de omgang met brandstof.
Zet de motor uit en laat hem akfoelen voordat u met benzine omgaat.
- Houd warmte, vonken en vlammen uit de buurt.
Vul de tank uitsluitend buiten.
Blijf op afstand van uw voertuig.
- Verwijder gemorste brandstof onmiddelijk.
- Tap de benzine in de tank en de carburateur af in een geschikte opvangbak voor benzine.
- Draai de brandstofkraan maar de stand AAN en draai de carburateuraftapbout los door deze 1 tot 2 slagen linksom te draaien.
- Als alle brandstof is afgetapt, draait u de carburateurafapbout stevig vast en draait u de brandstofkraan in de stand UIT.
- Als u de carburateur nicht kunt aftappen, tapt u de brandstoffank met een gewone handpomp leeg in een hiervoor geschichte opvangbak voor benzine. Gebruik geen elektrische pomp. Laat de motor draaien totdat deze stopt vanwege een gebrek aan brandstof.
Motorolie
- Ververs de motorolie (zie pagina 4).
- Verwijder de bougie (zie pagina 5).
- Giet een theelepel (5-10 cm 3) schone motorolie in de cilinder.
- Trek een pauer ker aan het startkoord om de olie in de cilinder te verdelen.
Zie Figuur 4, pagina A-2.
- Breng de bougie weeer aan.
- Trek het startkoord langzaamuit totdat u watstand voelt. Hiermee sluit u de kleppen en beschermt u deze gegen stof en corrosie.
- Smeer corrosiegevoelige onderdelen Licht in met olie. Dek de motor af om stof buiten te honden.
Voorzorgen bij stalling
Als u uw motor stalt met benzine in de brandstoffank en de carburateur, moet het risico op ontbranding van benzinedamp zoveel maybegenorden tegeengegaan. Kies een goed geventileerde stallinguimte, op ruime afstand van apparatuur met open vuur zoals een fornuis, een waterverwarmer of een kledingdroger. Vermijd ook een plek met een elektromotor die vonden produeert of waar elektrisch gereedschap wordt gebruikt.
Kies ook geen stallingsruimte die erg vochtig is, want vocht bevordert roest en corrosie.
Zet de motor om te stallen horizontal neer. Door te kantelen kan er brandstof- of olielekkage ontstaan.
Dek de motor af nadat de motor en het uitlaatsystemën zich aufgekoeld, om stof buiten te houden. Een warme motor en uitlaatsysteme kan sommige materiaalen doen ontbranden of smelten. Gebruik geen plastic folie als afdekking gegen stof. Onder zo'n Niet-doorlatende afdekking blijvucht rond de motorchyter en verloopt roestvorming en corrosie sneller.
Uit stalling nemen
Controleer uw motor zoals beschreven in de paragraf GEBRUUKSTCONTROLES VOORAF in deze handleiding (zie pagina 2).
Als u de brandstof heeft afgetapt ter Voorbereiding op stalling, vul de tank dan waar met{nieuwe benzine. Als u een benzinevat gebruikt om bij te tanken, zorg dan dat ze deze altijd alleen nieuwe benzine bevat. Na verloop van tijd oxydeert benzine en verslechtert de kwaliteit, waardoor starten worden bemoeiligt.
Als de cilinder ter Voorbereiding op stalling werk geolied, za de motor kort roken bij de eerste start. Dat is normalaal.
VERVOER
Als de motor heeft gedraaid, daß dan erst minstens 15 minutes afkoelen voordat u de motor op het transportvoertuig zich. Een hare motoren u itluaatsystem hun brandwonden veroorzaken en materiaalen doen ontbranden.
Houd de motor bij het Transporteren waterpas, om het risico op brandstoflekkgage te beperken. Plaats de brandstofhendel op de UIT stand.
Zie Figuur 1, pagina A-2.
ONVERWACHETPEPROBLEMENOPLOSSEN
MOTOR WIL NIET STARTEN
| Mogelijk oorzaak Correctie | |
| Brandstofkraan in de stand UIT. | Zet de hendel in de stand AAN. |
| Choke open (sommige uitvoeringen). | Zet de hendel in de stand GESLOTEN, behalte als de motor warm is. |
| De bedieningshendel staat nicht in de juiste stand (sommige uitvoeringen). | Zet de hendel in de juiste stand. |
| Vliegwielremhendel in de GEACTIVEERDE stand (sommige uitvoeringen). | Zet de hendel in de stand ONTGRENDELD. |
| Geen brandstof. Vul brandstof bij (p. 4). | |
| Slechte brandstof; motor gestaldonder voorbereiding of aftappen van brandstof, of bijgevuld met slechte brandstof. | Tap de brandstoftank en de carburateur af (p. 6). Vul bij met nieuwe brandstof (p. 4). |
| Verkeerde bougie, verruild of fouitieve elektrodenafstand. | Vervang de bougie of stel elektrodenafstand opnieuw af (p. 5). |
| Bougie nat door brandstof (motor verzopen). | Droog de bougie en breng deze wee aan. |
| Brandstofffilter verstopt, defect in carburateur, defect ontstekingssystem, hangende kleppen, enz. | Breng de motor maar uw onderhoudsdealer of raadpleeg het werkplaatshandboek. |
MOTOR HEEFT GEEN VERMOGEN
| Mogelijk oorzaak Correctie | |
| Filterelement verstopt. Reinig of | vervang het filtr element (p. 5). |
| Slechte brandstof; motor gestald zonder voorbereiding of aflappen van brandstof, of bijgewuld met slechte brandstof. | Tap de brandstoftank en de carburateur af (p. 6).Vul bij met nieuwe brandstof (p. 4). |
Mogelijk oorzaak Correctie
| Brandstofffilter verstopt, defect in carburatEUR, defect ontstekingssysteme, hangende kleppen, enz. |
| Breng de motoraar uwonderhoudsdealer of raadpleeghet werkplaatshandboek. |
Noteer het motorserienummer in de ruimte hieronder. U hebft deze informatatie nodig bij het bestellen van onderden en bij vragen over technische kwesties of over de garantie.
Motorserienummer:
Motortype:
Aanschafdatum: / /
Carburaturmodifications voor werking op grotere geografische hoogte
Op groterere geografische hoogte is het lucht/brandstof mengsel van de standardcarburateur te rijk. Dit verooraakt zowel een verlies van het vermogen als een hoger brandstofverbruik. Als het mengsel erg rijk is, raakte ook de bougie verruild en za de motor moeilijker starten. Bij langdurig gebruik op een afwijkende geografische hoogte dan waarvoordeze motie is gecertificeerd, kan de emissie toenemen.
De werkung op grotere geografische hoogte kan worden verbeterd door specifieke modificaties aan de carburateur. Als u uw motor algid gebruikt op een hoogte boven 1.500 meter,aaS deze carburaturmodificatie dan uitvoeren door uw onderhoudsdealer. Als u deze motor op grotere hoogten gebruikt na de waarvoorn bedoelde carburaturmodificatie, za gedurende gehele levensduur aan de emissienorm worden voldaan.
Ook met de carburaturmodificatie neemt het motorvermogen af met ca. 3,5% per elke 300 meter toename in hoogte. De geografische hoogte werkctECHTER extra nadelig voor het motorvermogen zonder deze carburaturmodificatie.
ATTENTIE
Als de carburateur is gewijzigd voor gebruik op grotere geografische hoogte, is het lucht/brandstofmengsei te arm voor gebruik op lagere hoogten. Als u een gewijzigde carburateur gebruikt beneden 1.500 meter, kan de motor oververhit raken en kan er ernstige motorschade ontstaan. Laat bij gebruik op lagere hoogten uw onderhoudsdealer de carburateur wee wijzigen volgens de originele fabriekspecificities.
Informatie over het emissieregelsystem
Garantie voor uw emissieregelsysteme
Uw neue Honda voldoet aan de emissievoorschriften van zowel de Amerikaanse EPA als de staat Californie. American Honda biedt bezelfde emissiegarantiedekking voor Honda Power Equipment-motoren die in alle 50 staten worden verkocht. Uw Honda Power Equipment-motor is ontworpen, gebouwd en uitergerust om te voldoen aan de emissienormen voor vonkontstekingsmotoren van zowel de Amerikaanse EPA als het California Air Resources Board.
Garantie
Honda Power Equipment-motoren die seinen gecertificierd volgens de CARB-en EPA-voerschriften zijn gegardeerd vrij van gebreken in materiaal en uitvoerung die tot govlg hebden dat de motor nicht voldoot aan de toepasselijkke EPA-en CARB-emissienormen geduorende eenperiode van minimaal 2aar of de duur van de beperkte garantie van Honda Power Equipment-distributeur,welke het langst duurt, vanaf de oorspronkelijke datum van levering aan de eerste eigenaar. Deze garantie kan worden overgedragen op elke volgende eigenaar voor de duur van de garantieperiode. Garantiereparaties zullen worden uitgevoerd zonder kosten voor
diagnose, onderden en arbeid. Neem voor informatie over het indieren van een garantieclaim en een beschrijving van het indieren van een claim en/of het verkrijgen van service contact op met een erkende Honda Power Equipment-dealer of met American Honda op een van de volgende manieren:
E-mail: powerequipmentmissions@ahm.honda.com
Telefoon: (888) 888-3139
Deze garantie heeft betrekking op alle componenten waarvan een defect resulteert in een verhoging van de emissies van enige aan voorschriften onderworpen verruilende stof of verdampingsemissies. Het afzonderlijk bijgevoegde emissiegarantietdocument bevat een overzicht van de specifieke componenten. Het
emissiegarantiedocument bevat ook de specifieke
garantievoorwaarden, de omvang van de dekking, beperkingen en de
procedure voor het verkrijgen van garantieservice. Het
emissiegarantiedocument is ook beschikbaar op de website van
Honda Power Equipment of via de volgende koppeling:
http://powerequipment.honda.com/support/warranty
Emissiebronnen
Het verbrandingsproces produeert koolmonoxide, oxides van nitrogenen, en koolwaterstoffen. De beperking van de uitstoot van koolwaterstoffen en stikstofoxides is erg belangrijk, odomat.dequeue bij bepaalde omstandigheden onder invloed van zonlicht fotochemische smog vormen. Koolmonoxide reageert Niet op deze manier, maar is giftig.
Honda gebruikt de juiste lucht-/brandstofverhoudingen en andere emissieregelsystemen om de emissie van koolmonoxide, stikstofoxidien koalwaterstoffen te beperken.
Daarnaast gebruiken Honda brandstofsystemen componenten en regeltechniek den dampemissies terugdringen.
De wetgeving op luchtverontreinig in de Vereenige Staten en in de staat Californie en de millieuwetgeving in Canada
en de Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) verplicht alle fabrikanten om schriftelijk instructies op te stellen die de werkung en het onderhoud aan emissieregelystemen beschrijven.
De volgende instructies en procedures要去en worden opgevolgd om te zorgen dat de emissie van uw Honda motor aan de emissienormen voldoet.
Onkundig gesleutel en wijzigingen
ATTENTIE
Ondeskundig sleutelen vormt een overtreding van de wetgeving van de federale staat van Californie.
Door onkundig sleuteelen aan of wijzigen van het emissieregelsystem kan de emissie toenemen tot boven de wettelijk togetestane grenswaarde. Onder onkundig gesleutel worden d.o.a. verstaan:
- Het verwijderen of wijzigen van delen van het inlaat-, brandstof- ofuitlaatsystem.
- Het wijzigen of buiten werkig stellen van het regelmechanisme of toerentalverstelmechanisme waardoor de motor kan functioneren buiten de originele ontwerpparameters.
Problemen die emissie konnen beinvloeden
Als u een van de volgende symptomen opmerkt,aaS uw motor dan inspectoren en repareren door uw onderhoudsdealer.
Moeilijk starten of afslaan na het starten.
Slecht stationair lopen.
- Overslaan of terugslaan onder belasting.
Naverbranding (terugslaan).
Zwartrookui de uitlaat of een hoog brandstofverbruik.
Vervangingsonderdelen
De emissieregelsystemen van uw血液循环 Honda-motor zijn ontworpen, gebouwd en gecertificated om te voldoen aan de emissienormen van de Amerikaanse EPA, de staat Californie en Canada. Wij raden aan om bij alle onderhoud originele Honda-onderdelen te gebruiken. Deze door Honda ontworpen
vervangingsonderdelen zijn geproduedervolgensdezelfdernormen als de originele onderden, zodat u kunt vertrouwen op een goede werkung. Honda kan geen emissagargaranteedekking afwijzen enkel op grond van het gebruik van andere dan Honda-verbangingsonderdelen of het uitvoeren van onderhoud op een andere locatie dan een erkende Honda-dealer. U mag vergelijkbare EPA-gecertificeerde onderden gebruiken en onderhoud latenten uitvoeren bij andere dan Honda-locaties. Het gebruik van verwangingsonderdelen van een ander ontwerp of mindere kaliteit kan de werking van uw emissieregelsystemeemchter nadelig beinvloeden.
De fabrikant van een los verkrijgbaar onderdeel is ervoor verantwoordelijk dat het onderdeel de emissieprestaties Niet nudelig beinvloedt. De fabrikant van het onderdeel of het revisiebedrijf moet aantonen dat het gebruik van het onderdeel Niet betekent dat de motor neteer aan de emissienormen kan voldoen.
Onderhoud
Als eigenaar van de Power Equipment-motor bent u verantwoordelijk voor de uitvoering van al het in uw instructiehandleiding aangegeven onderhoud. Honda raadt u aan om alle onderhoudsfacturen met betrekking tot uw Power Equipment-motor te bewaren, maar Honda kan geen garantiedeking afwijzen op grond van het uitsluitend ontbrenken van onderhoudsfacturen of het Niet zorgen voor uitvoering van al het geplande onderhoud.
Volg het ONDERHOUDSSCHEMA op pagina 3.
Let erop dat dit schema is gebaseerd op de veronderstelling dat uw motor worden gebruikt voor het doel waarvoorte is ontworpen. Bij langdurige hoge belasting of gebruik bij hove temperaturen of in stoffige omstandigheden moet uw motor vaker worden onderhoven.
(Uitvoeringen die zich goedgekeurd voor verkoop in Califormie)
Een label met luchtindexinformationatie (Air Index Information) is bevestigd aan motoren die zichn gecertificateerd voor een emissieduurzaamheidsperiode overeenkomstig de eisen van de California Air Resources Board (Californisch instituut voor schonlucht).
De staafgrafiek is bedoeld om u, once klant, in staat te stellen de emissie van de verkrijgbare motoren met elkaar te vergelijkden. Hoe lager de Air Index, Hoe minder uitstoot.
De duurzaamheidsbeschrijving is bedoeld om u te informeren over de duurzaamheid van de motoremissie. De beschrivende term geeft de nuttige gebruiksduur aan van het motormissieregelsysteme. Zie uw garantie voor het emissieregelsysteme voor nadere informatie.
| Beschrijvende term | Van toepassing op emissiedurzaamheidsperiode |
| Matig 50 uu (0-80 cc, inclusief)125 uu (groter dan 80 cc) | |
| Gemiddeld 125 uu (0-80 cc, inclusief)250 uu (groter dan 80 cc) | |
| Verlengd 300 uu (0-80 cc, inclusief)500 uu (groter dan 80 cc)1.000 uu (225 cc en groter) |
De hangtag/het etiket met de Air Index Information (informatie over die luchtkwaliteit)要去 op de motor blijven tot hij worden verkocht. De hangtag verwijderen alvorens de motor in werkung te stellen.
Specifications
GCV145
| Model GCV145 | |
| Beschrijvingscode GJASK | |
| Lengte × bredte × hoogte | 415 × 330 × 359 mm |
| Leeggewicht [gewicht] | 10,1 kg |
| Motoruitvoering | 4-takt, bovenliggende klep, enkele cilinder |
| Cilinderinhoud | 145 cm3 |
| Boring × Slag 56,0 × 59,0 mm | |
| Nettovermogen (conform SAE J1349*) | 3,1 kW (4,2 PS) bij 3.600 omw./min |
| Max. nettokoppel (conform SAE J1349*) | 9,1 N·m (0,93 kgf·m) bij 2.500 omw./min |
| Motorolie-inhoud 0,40 L | |
| Brandstoftankinhoud 0,91 L | |
| Koelsysteme Geforceerde luchtkoeling | |
| Ontstekingssysteme | Magneetontsteking van het type transistor |
| Aftakasrotatie | Tegen de richting van de wijzers van de klok |
GCV170
| Model GCV170 | |
| Beschrijvingscode GJATK | |
| Lengte x bredte x hoogte | 415 x 330 x 359 mm |
| Leeggewicht [gewicht] | 10,1 kg |
| Motoruitvoering | 4-takt, bovenliggende klep, enkele cylinder |
| Cilinderinhoud | 166 cm3 |
| Boring x Slag 60,0 x 59,0 mm | |
| Nettovermögen (conform SAE J1349*) | 3,6 kW (4,9 PS) bij 3.600 omw./min |
| Max. nettokoppel (conform SAE J1349*) | 11,1 N·m (1,13 kgf·m) bij 2.500 omw./min |
| Motorolie-inhoud 0,40 L | |
| Brandstoftankinhoud 0,91 L | |
| Koelsysteme Geforceerde luchtkoeling | |
| Ontstekingssysteme | Magneetontsteking van het type transistor |
| Aftakasrotatie | Tegen de richting van de wijzers van de klok |
GCV200
| Model GCV200 | |
| Beschrijvingscode GJAUK | |
| Lengte x bredte x hoogte | 415 x 330 x 359 mm |
| Leeggewicht [gewicht] | 10,1 kg |
| Motoruitvoering | 4-takt, bovenliggende klep, enkele cylinder |
| Cilinderinhoud | 201 cm3 |
| Boring x Slag 66,0 x 59,0 mm | |
| Nettovermögen (conform SAE J1349*) | 4,2 kW (5,7 PS) bij 3.600 omw./min |
| Max. nettokoppel (conform SAE J1349*) | 12,7 N·m (1,30 kgf·m) bij 2.500 omw./min |
| Motorolie-inhoud 0,40 L | |
| Brandstoffankinhoud 0,91 L | |
| Koelsysteme Geforceerde luchtkoeling | |
| Ontstekingssysteme | Magneetontsteking van het type transistor |
| Aftakasrotatie | Tegen de richting van de wijzers van de klok |
- Het nominale vermogen van de motor dat staat vermeld in dit document is het netto geleverd vermogen zoals getest aan een productiemotor voor het betreffende model, gemeten in overeenstemming met SAE J 1349 bij 3.600 omw./min (netto vermogen) en bij 2.500 omw./min (Max. netto koppel). Het geleverd vermogen van massaproduktiemotoren kan hiervan afwijken.
Het feitelijk geleverd vermogen voor de motor die uiteindelijk in de machine worden ingebouwd, kan afhangen van talzoze factoren, zoals het toerental van de motor in de praktijk, de
omgevingsomstandigheden, het onderhoud en andere variabelen.
Aftstelspecificities GCV145/170/200
| ITEM SPECIFICATIE ONDERHOUD | ||
| Bougieafstand | 0,7-0,8 mm Zie pagina 5 | |
| Stationair toerental | 1.700±150 omw./min | - |
| Klepspeling (in koude toestand) | IN: 0,10±0,02 mm UIT: 0,10±0,02 mm | Neem contact op met de officièle Honda-verdeler |
| Overige specificaties | Geen andere instellungen vereist. | |
Beknopte informatie
| Brandstof | Loodvrije benzine (zie pagina 4). | |
| V.S. | Pompactaangetal (PON) van 86 of hoger | |
| Uitgezonderd de V.S. | RON-octaangetal van 91 of hoger Pompactaangetal (PON) van 86 of hoger | |
| Motorolie | SAE 10W-30, API SE of later, voor algemeen gebruik.Zie pagina 4. | |
| Bougie | BPR5ES (NGK) | |
| Onderhoud | Voor ieder gebruik:• Het oliepeil controeren. Zie pagina 4.• De luchtfilter controeren. Zie pagina 5. | |
| De eerste 5aar:De olie verversen. Zie pagina 4. | ||
| Daarna:Zie het onderhoudsschemapop pagina 3. | ||
OPEMERKING:
De specificaties kuren verschillen naar gelang de uitvoerng en kuren zonder voorafgaandelijkke aankondiging gewijzigd worden.
GEBRUIKERSINFORMATIE
INFORMATIE OVER DISTRIBUTEUR-/DEALERZOEKFUNCTIE
Bezoek once website: http://www.honda-engines-eu.com
KLANTENSERVICE-INFORMATIE
De onderhoudsmonteurs bij uw dealervestiging zich goed opgeleide vakmensen. Zij zullen vrijwel elke vraag waarmee u zit kuren beantwoorden. Als u een probleem heeft dat uw dealer Niet maar tevredenheid oplost, bespreek dit dan met het management van de dealervestiging. De werkplaatsmanager, algemeen manager of de eigenaar kuren u helpen. Vrijwel alle problemen worden op deze wijze opgelost.
Als u Niet tevreden bent met een beslissing van het management van de dealervestiging, neem dan contact op met het vermelde Honda kantoor.
«Het Honda-kantoor»
Als u schrijft of belt, geef dan de volgende informatatie door:
- De naam van de fabrikant en het modelnummer van de apparatuur waaraan de motor is gemonteerd
- Motoruitvoering, serienummer en type (zie pagina 7)
- Naam van de dealer die de motor aan u verkocht.
-
Naam, adres en contactperson van de dealer die het onderhoud aan uw motor verricht
Aanschafdatum
Uw naam, adres en telefoonnummer -
Een gedetailleerde beschrijving van het probleem
Neem contact op met de Honda-dealer in uw gebied voor assistentie.
Internationale garantie voor Honda algemeengebruik motoren
De Honda algemen-gebruik motor die op dit merkproduct is gemonteerd is gedekt door een Honda-garantie voor algemeen-gebuirk motoren, waar bij het volgende in acht moet worden genomen?
- De garantievoorwaarden voldoen aan die voor de algemeengebruik motoren opgesteld door Honda voor ieder land.
- De garantievoorwaarden zijn van toepassing op motordefecten die veroorzaakt zijn door fabricage- of specificatiefouten.
- De garantie geldt nicht in landen waar geen Honda distributeur is.
Om garantieservice te verkrijgen:
Breng uw Honda algemeen-gebruik motor, of de apparatuur waarin deze is geinstalleerd, samen met bewijs van de datum van de oorspronkelijke winkelaaankoop maar een Honda-motordealer die bevoegd is om het betreffende product in uw land te verkopen of de dealer bij wie u het product hebt gekocht. Ga om een Honda-distributeur of -dealer bij u in de buurt te vinden of de garantievoorwaarden voor uw land te bekijkenaar onze wereldwijde service-informatiewebsite https://www.hppsv.com/ENG/ of neem contact op met de distributeur voor uw land.
Uitsluitingen:
Deze motorgarantie geldt nicht voor het volgende:
-
Enige schade of acheteruitgang die het gevolg is van:
-
Verwaarlozing van het periodieke onderhoud zoals
omschrevein de gebruikshandleiding van de motor - Onjuist uitgevoerde reparatie of onderhoud
- Andere bedieningsmethoden dan beschreiben in de gebruikhandleiding van de motor
- Schade die is veroorzaakt door het product waarop de motor is geinstalleerd
- Schade die is veroorzaakt door aanpassing voor, of het gebruik van, andere brandstof(fen) dan waarvoor de motor oorspronkelijk werden gefabriceceerd, zoals aangegeven in de gebruikshandeldeiding en/of het garantieboekeje van de motor
- Het gebruik van Niet-originele Honda-onderdelen en - accessoires, anders dan die goedgekeurd door Honda (anders dan aanbevolen smeermiddelen en vloeistoffen) (niet van toepassing op de emissiegarantine tensij het gebruekte Nietoriginele onderdeel Niet vergelijkbaar is met het Honda-onderdeel en oroorzaak was van de storing)
- Blootstelling van het product aan roet en rook, chemische stoffen, vogeluitwerpselen, zeewater, zeewind, zout of andere milieuuverschijnselen
- Botsing, verwüiling of achteruitgang van brandstof, verwaarlozing, onbevoegde wijziging of misbruik
-
Natuurlijke slijtage (natuurlijke verkleuring van gelakte of beklede oppervlakken, aftschilferen en andere natuurlijke achechteruitgang)
-
Verbruiksonderden: Honda geeft geen garantie op anscheruitgang van onderden als gevolg van normale slijtage. De hieronder vermelde onderden vallen nicht onder de garantie (tenzij ze nodig zijn als onderdeel van een andere garantiereparatie):
-
Bougie, brandstofffilter, luchtfilterelement, koppelingssschijf, startkoord
Smeermiddelen: olie en vet -
Reiniging, afstelling en normal periodiek onderhoudswerk (carburaturreiniging en aftappen van de motorolie).
- Gebruik van de Honda algemeen-gebruik motor voor racen of competitie.
- Enige motor die onderdeel is van een product dat ooit total loss is verklaard voor recuperatiedoeleinden is verkocht door een financie instelling of verzekeraar.
Over het etiket SERVICE & ONDERSTEUNING
Er kan een etiket SERVICE & ONDERSTEUNING* bevestigd zijn aan de Honda algemeen-gebruik motoren.
Wanner u once website bezoekt door deze tweedimensionale barcode (QR-code) te scannen, dan vindt u informatie over de service.

- Dit etiket worden nicht aan alle modellen bevestigd.
MANUALE DELL'UTENTE GCV145·GCV170·GCV200
ATTENZIONE
Vt Joonis 8, Ik A-3.
TANKIMINE
Vt Joonis 7, Ik A-3.
Soovitatay kutus
Vt Joonis 9, Ik A-3.
Vt Joonis 13, Ik A-4.
Vt Joonis 14, Ik A-4.
Soovitatav sutekunal:BPR5ES (NGK)
TUTTOE n autouato Taok (oepioevous TUTTOUS)
- Tpépsi to moxlo tnc baβiδac kaouipou otn θeON ON (ENEPFONIOIH). Avatpeξte otny Eikova 1, σελiδa A-2.
- [TtroC xwpi MoXAo TzOK] (e opioevouc tttouc) pEvTe to oXoIeXyO uTn OeON CLOSED (CHOKE). AvatpeEteOnv Eikova 2, eAiaA-2.
- TUTOC ME MOXAO NEDH2HS ZONADYAOY (Oe opiaouc tuntouc): TpEPTo moxAo TEOANOS OPOVduauo oT h eon RELEASED (EAUYOEPO). O diaKOTTNs Tou KIVnTnpa, o oTOIOCS OUVDEETAI ME TO moxAo TEOANOS OPOVduauo, EvpyoTIOEITai otav o moxAo TEOANOS OPOVduauo metakivnBei OTN t h eon RELEASE (EAUYOEPO). AvatpETE OTNV EIKova 3 OTN aAIDa A-2.
- TpaBnEe EApP aTn AaBn EKivnOgns WoToU va aOavte Aviotaan, EtTeIa TpaBnEe aTTOma TPOs TNV KATEuovon Tou BELouc, OTW GaiVetai TpapakTu. Etnavapepe apy Ta N AaBn EKKivnOg. AvatpeEe Otnv Eikova 4 Otn oAiaA A-2.
EIAONIOIHZH
Mny apnene Tn IaBn Ekkivnncs va eTavEeI pyyopa kai va xTuTnoei ETTAVOTKIVNtnpa.
Enavaepertnnyapya, yia va anortpeyere nynpokknon cniic stov Esoiioo ekknno
- [Tutoc xwipc MOXAO TOK] (Oe opiaevouc tuouc)
Otv o kivntpac 3epmuavhei, metakivnate to moxAo eEyyou otn 0eON FAST (ypvopo) n SLOW (apyo).
AvatpeEte 0tny Eikova 5 0tn 0eAia A-2.

- Illustrate pot diferi in functie de tip.
AMPLASAREA ETICHETEI PRIVIND SIGURANTA / AMPLASÄRILE COMPONENTELOR ŞI A COMENZILOR

