EY47A1 - Zaag PANASONIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EY47A1 PANASONIC in PDF-formaat.

📄 220 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PANASONIC EY47A1 - page 70
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PANASONIC

Model : EY47A1

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EY47A1 - PANASONIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EY47A1 van het merk PANASONIC.

GEBRUIKSAANWIJZING EY47A1 PANASONIC

– 69 – ITOriginele gebruiksaanwijzing: Engels Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing: Andere talen

Bedankt voor het aanschaffen van de Panasonic Decoupeerzaag. Dit product kan worden gebruikt met de Panasonic herlaadbare batterijen om een uitstekende snijprestatie te leveren. Dit product is uitsluitend geschikt voor het snijden van metaal, hout, kunststof en gips.

GEREEDSCHAP WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specicaties die bij dit elektrische apparaat worden geleverd. Als u niet alle onderstaande instructies opvolgt, kan dit leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. De term “elektrisch gereedschap” in alle waarschuwingen verwijst naar elektrisch gereedschap dat op netspanning werkt (met snoer) of dat op een accu werkt (zonder snoer).

1) Veiligheid van de werkplaats

Zorg dat de werkplaats schoon is en goed verlicht. Een niet opgeruimde of slecht verlichte werkplaats vergroot de kans op een ongeluk.

Gebruik het elektrisch gereedschap niet op een plaats waar een ontplof- ng kan optreden, zoals in de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen of andere materialen. De vonken van het elektrisch gereed- schap kunnen het materiaal namelijk tot ontbranding brengen.

Houd kinderen en omstanders uit de buurt wanneer u het elektrisch gereedschap bedient. U kunt anders worden afgeleid wat kan resulteren in een ongeluk.

Zorg dat de stekker van het netsnoer geschikt is voor het stopcontact. Breng nooit zelf wijzigingen in de stekker aan. Gebruik geen verloop- stekkers met geaarde elektrische gereedschappen. Ongewijzigde stekkers en bijpassende stopcontacten verminderen de kans op een elektrische schok.

Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidin- gen, radiatoren, magnetrons en koelkasten. De kans op een elektrische schok is groter wanneer de betreffende appara- tuur geaard is.

Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of water. Wanneer water in het elektrisch gereed- schap terechtkomt, bestaat er kans op een elektrische schok.

Zorg dat het snoer niet wordt bescha- digd. Draag het elektrisch gereed- schap niet aan het snoer en trek ook niet aan het snoer om dit uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen. Als het snoer beschadigd wordt of bijvoorbeeld ergens aan blijft haken, bestaat er kans op een elektrische schok.

Wanneer u het elektrisch gereed- schap buiten gebruikt, moet u ervoor zorgen dat u een verlengsnoer hebt dat geschikt is voor gebruik buitens- huis. Op deze wijze vermindert u de kans op een elektrische schok.

Als het onvermijdelijk is een elek- trisch gereedschap op een vochtige plaats te gebruiken, gebruikt u een voeding die beveiligd is met een reststroomonderbreker (RCD). Door een RCD te gebruiken wordt de kans op een elektrische schok kleiner. – 70 – NL3) Persoonlijke veiligheid

Let goed op wat u doet en wees altijd op uw hoede voor een ongeluk bij gebruik van het elektrisch gereed- schap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent, onder invloed van alcohol of drugs, of wanneer u medicijnen neemt. Als u niet oplet bij de bediening van het gereedschap, bestaat er kans op ernstig persoonlijk letsel.

Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid- delen. Draag altijd oogbescherming. Draag naar vereist een stofmasker, antislipschoenen, een veiligheidshelm of oorbescherming die geschikt zijn voor de omstandigheden, om de kans op letsel te verminderen. c) Voorkom plotseling inschakelen. Zorg dat de schakelaar in de uit-stand staat voordat u het snoer op een stopcon- tact aansluit en/of de accu vastmaakt, en voordat u het gereedschap oppakt of dit gaat dragen. Wanneer u het gereedschap met uw vinger aan de schakelaar vasthoudt of als u het gereedschap van stroom voorziet terwijl u uw vinger op de schakelaar hebt, bestaat er kans op een ongeluk.

Verwijder afstelsleutels en stiften voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Wanneer een afstelsleutel aan een bewegend onderdeel is bevestigd, bestaat er kans op persoonlijk letsel wanneer u het gereedschap inschakelt.

Ken uw grenzen. Behoud altijd een veilige lichaamshouding en balans. Hierdoor kunt u beter op een onver- wachte situatie reageren.

Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sierraden of lang haar kan aan de bewegende delen blijven hangen.

Als een stofafzuig- en stofopvangap- paraat kan worden aangesloten, zorgt u ervoor dat dit wordt aangesloten en correct wordt gebruikt. Door gebruik van een stofvanger wordt een eventuele gevaarlijke situatie met betrekking tot stof voorkomen.

Laat bekendheid opgedaan bij veelvuldig gebruik van gereedschap niet toestaan dat u zelfgenoegzaam wordt en de veiligheidsprincipes van het gereedschap negeert. Een onzorgvuldige actie kan binnen een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.

4) Gebruik en verzorging van het

Zorg dat het elektrisch gereedschap niet wordt overbelast. Gebruik het juiste gereedschap voor het werk dat u wilt verrichten. Bij gebruik van het juiste gereedschap verkrijgt u een beter resultaat en wordt tevens uw veiligheid niet in gevaar gebracht.

Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar niet werkt. Als de aan/uit-schakelaar niet werkt, mag u het gereedschap niet gebruiken, want dit is bijzonder gevaarlijk omdat u het gereedschap niet kunt stoppen. c) Verwijder de stekker uit het stopcon- tact en/of indien deze kan worden verwijderd, verwijder de accu van het elektrische gereedschap voordat u aanpassingen maakt, accessoires verwisselt of elektrisch gereedschap opbergt. Dergelijke preventieve veiligheidsmaat- regelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk wordt gestart.

Houd het elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen en laat niemand het gereedschap bedienen die niet op de hoogte is van het gebruik van het gereedschap. Elektrisch gereedschap kan bijzonder gevaarlijk zijn indien het verkeerd wordt gebruikt. – 71 – NLe) Onderhoud elektrisch gereedschap en accessoires. Controleer op verkeerde uitlijning of bevestiging van bewegende onderdelen, op breuk van onderdelen en andere omstandig- heden die de werking van het elektri- sche gereedschap kunnen beïnvloe- den. Als het beschadigd is, laat het elektrisch gereedschap dan repareren voor gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.

Houd het gereedschap scherp en schoon. Goed onderhouden en scherp gereed- schap zal minder gauw vast komen te zitten of andere problemen veroorzaken.

Gebruik het elektrisch gereedschap, de accessoires, bits enz. overeen- komstig deze instructies, waarbij u let op de werkomstandigheden en de werkzaamheden die verricht worden. Als u het elektrisch gereedschap gebruikt voor doeleinden waarvoor het niet geschikt is, bestaat er kans op een gevaarlijke situatie.

Houd handgrepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Glibberige handgrepen en grijpvlakken maken het niet mogelijk om het gereed- schap in onverwachte situaties veilig te hanteren en onder controle te houden.

5) Gebruik en verzorging van gereed

schap dat op een accu werkt a) Gebruik uitsluitend de voorgeschre- ven acculader voor het opladen van de accu. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brand veroorza- ken wanneer deze met een andere accu wordt gebruikt. b) Gebruik uitsluitend de voorgeschre- ven accu’s met het elektrisch gereed- schap. Bij gebruik van andere accu’s bestaat er kans op letsel of brand. c) Wanneer de accu niet wordt gebruikt, moet u deze uit de buurt houden van metalen voorwerpen zoals paperclips, muntstukken, sleutels, nagels, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die de contacten kunnen kortsluiten. Bij kortsluiten van de accupolen bestaat er kans op verbranding of brand. d) Als de accu verkeerd wordt behan

deld, kan er lekkage van accuvloei- stof optreden; vermijd contact met accuvloeistof. Als dit toch per ongeluk gebeurt, spoel dan de betreffende plaats overvloedig met water. Als accuvloeistof in uw ogen terechtkomt, moet u de hulp van een arts inroepen. Accuvloeistof kan huidirritatie of verbran- ding veroorzaken. e) Gebruik geen accu of gereedschap dat is beschadigd of aangepast. Beschadigde of aangepaste accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen en kunnen leiden tot brand, explosies of kans op letsel. f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan vuur of te hoge temperatu- ren. Blootstelling aan vuur of extreme temperaturen boven 130°C kunnen een explosie veroorzaken. g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap op buiten het temperatuurbereik dat in de handleiding wordt aangegeven. Onjuist opladen of opladen bij tempera- turen buiten het aangegeven bereik kan schade aan de accu veroorzaken en risico op brand verhogen.

a) Laat alle reparatiewerkzaamheden aan uw elektrisch gereedschap over aan deskundig onderhoudspersoneel dat uitsluitend identieke vervangings

onderdelen gebruikt. Op deze wijze bent u verzekerd van een veilige werking van het elektrisch gereedschap. – 72 – NLb) Pleeg nooit onderhoud aan bescha- digde accu’s. Onderhoud van accu’s mag uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant of erkend onderhoudspersoneel.

Deze gebruiksaanwijzing bevat veiligheidsinformatie voor de acculader en de accu.

2. Lees alle waarschuwingen en andere

informatie op de acculader en de accu voordat u de acculader gebruikt.

3. De acculader en de accu zijn speciaal

ontworpen om samen te worden gebruikt. Gebruik de acculader niet om een ander snoerloos gereedschap of een andere accu op te laden. Probeer de accu niet met een andere acculader op te laden.

4. Stel de acculader en de accu niet bloot

aan regen of sneeuw en gebruik deze ook niet in een vochtige ruimte.

5. Gebruik van een niet voorgeschreven

hulpstuk kan resulteren in brand, een elektrische schok of letsel.

6. Behandel het snoer voorzichtig. Draag de

acculader nooit aan het snoer en trek ook niet aan het snoer om dit uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van hitte, olie en scherpe randen.

7. Gebruik geen verlengsnoer.

8. Gebruik de acculader niet wanneer het

snoer of de stekker beschadigd is; breng de acculader naar een vakkundige onderhoudsmonteur om het snoer te laten vervangen.

9. Gebruik de acculader niet als er hard

tegen is gestoten, als deze gevallen is of als de acculader op een andere manier beschadigd is; breng de acculader naar een vakkundige onderhoudsmonteur.

10. Demonteer de acculader en de accu niet;

breng de acculader en de accu naar een vakkundige onderhoudsmonteur als deze reparatie of onderhoud vereisen. Verkeerde montage kan resulteren in een elektrische schok of brand.

11. Om de kans op een elektrische schok te

voorkomen, dient u de acculader los te maken van het stopcontact voordat u begint met onderhouds- of reinigingswerkzaamheden.

12. Leg het snoer zodanig dat u er niet over

loopt, struikelt of het snoer op andere wijze wordt beschadigd.

13. Berg de accu niet op een plaats op waar

de temperatuur tot boven 50°C kan oplopen (bijv. in een auto op een zomerse dag of in een metalen gereedschapshuisje), want dit kan resulteren in een vroegtijdige slijtage van de accu.

15. De acculader is ontworpen voor gebruik

op normale netspanning. Sluit de acculader alleen aan op de netspanning die op het specicatieplaatje staat vermeld. Gebruik de acculader nooit op een andere spanning.

16. Laad de accu in een goed geventileerde

ruimte op. Leg tijdens het opladen geen doek enz. over de acculader en de accu.

17. Probeer de accu nooit kort te sluiten. Bij

kortsluiting van de accu kan de stroomsterkte zeer hoog oplopen, waardoor oververhitting en verbranding kunnen optreden.

18. OPMERKING: Als het netsnoer

beschadigd is, mag dit uitsluitend bij een reparatiecentrum aanbevolen door de fabrikant worden vervangen. Voor het vervangen van het netsnoer zijn namelijk speciale ge reedschappen vereist.

19. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik

door personen (waaronder kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of mentale capaciteiten, of een gebrek aan ervaring of kennis, tenzij het gebruik wel mogelijk wordt geacht en er voortdurend toezicht is of degelijke instructies betreffende het gebruik van de apparatuur worden gegeven door een persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid. – 73 – NL20. Kinderen mogen in geen geval met het toestel spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij zij onder toezicht staan.

Blootstelling aan lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.

2) Houd uw handen uit de buurt van het

zaaggedeelte en het zaagblad. Pak altijd de geïsoleerde gedeelten vast. Als u met beide handen het gereedschap vasthoudt, kunnen deze niet door het zaagblad verwond worden.

3) Houd het werkstuk nooit in uw handen

en leg het ook niet op uw benen. Het is belangrijk dat het werkstuk goed wordt ondersteund om aanraking met het lichaam of verlies van controle te voorkomen.

4) Houd er rekening mee dat dit

gereedschap altijd bedrijfsklaar is, aangezien dit niet in een stopcontact gestoken hoeft te worden.

5) Draag altijd gezichtsbescherming of

een veiligheidsbril met zijkleppen. Een normale bril of zonnebril is GEEN veiligheidsbril.

6) Wanneer dit gereedschap wordt

gebruikt voor het bewerken van hout in een gesloten ruimte (binnenshuis), moet u altijd een stofmasker dragen.

7) Vermijd tegen spijkers aan te stoten.

Controleer het werkstuk op spijkers en verwijder deze voordat u begint.

8) Gebruik het gereedschap niet voor een

werkstuk dat te groot is.

9) Controleer of er voldoende vrije ruimte

rondom het werkstuk is voordat u begint, zodat het zaagblad niet tegen de vloer, werkbank e.d. stoot.

10) Houd het gereedschap stevig vast.

11) Zorg dat het zaagblad niet in contact is

met het werkstuk voordat u het gereedschap inschakelt.

12) Houd uw handen uit de buurt van de

bewegende onderdelen.

13) Raak het zaagblad en het werkstuk niet

meteen na het werken aan; de onderdelen kunnen heet zijn en u zou zich kunnen verbranden.

14) Beweeg het gereedschap nooit heen en

15) Gebruik geen zaagbladen die vervormd

16) Gebruik geen zaagbladen die niet

voldoen aan de specicaties die in deze handleiding zijn vermeld.

17) Neem de accu uit het gereedschap

voordat u het zaagblad vervangt, afstellingen uitvoert of andere onderhoudswerkzaamheden verricht.

18) Draag oorbeschermers wanneer u het

apparaat gedurende langere tijd achtereen gebruikt.

19) De acculader wordt tijdens het opladen

warm. Dit is normaal. Laad de accu echter NIET te lang op.

20) Berg het gereedschap en de accu niet

op een plaats op waar de temperatuur tot boven 50°C (122°F) kan oplopen (bijvoorbeeld in een metalen schuur of in een auto die in de zon geparkeerd staat). Dit kan de levensduur van de accu nadelig beïnvloeden.

21) De optimale omgevingstemperatuur is

tussen 0°C (32°F) en 40°C (104°F). – 74 – NLIV. VEILIGHEIDSIN- STRUCTIES VOOR DECOUPEERZAGEN

1) Houd het elektrische gereedschap

vast bij de geïsoleerde grijpvlakken wanneer u een handeling uitvoert waarbij het zaagblad in contact kan komen met verborgen bedrading. Wanneer een zaagblad in contact komt met een draad die onder spanning staat, kunnen de metalen delen van het elektrische gereedschap ook onder spanning komen te staan en kan de gebruiker een elektrische schok krijgen.

2) Gebruik klemmen of een andere

praktische manier om het werkstuk vast te zetten en met een stevige ondergrond te ondersteunen. Als u het werkstuk in de hand of tegen uw lichaam houdt, is dit niet stabiel en kan dit leiden tot verlies van controle. WAARSCHUWING:

Gebruik enkel Panasonic accu’s die bestemd zijn voor gebruik met dit oplaadbare gereedschap.

Panasonic kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade of ongelukken veroorzaakt door het gebruik van een gerecyclede accu of een namaak-accu.

Gooi de accu nooit in vuur of stel deze ook niet aan overmatige hitte bloot.

Zorg dat de accupolen niet in contact komen met metalen voorwerpen.

Berg de accu niet in dezelfde doos op waarin nagels of andere metalen voorwerpen zijn.

Laad de accu niet op een plaats met hoge temperaturen op, zoals in de buurt van een vuur of in direct zonlicht. De accu kan oververhit worden, in brand vliegen of exploderen. WAARSCHUWING:

Bevestig altijd het accudeksel nadat u de accu van het gereedschap of de acculader hebt losgemaakt. Het is anders mogelijk dat de accupolen kortgesloten worden met mogelijk brand tot gevolg.

Wanneer de accu versleten is, moet deze door een nieuwe worden vervangen. Als u een versleten of beschadigde accu blijft gebruiken, kan dit resulteren in hitteontwikkeling, ontbranding of barsten van de accu.

Volg deze instructies wanneer u onze oplaadbare elektrische gereedschappen (gereedschap/accu/oplader) gebruikt om lekkage, oververhitting, rookvorming, brand en breuk te voorkomen.

Laat geen materiaalschaafsel of stof in de accu vallen.

Alvorens op te bergen verwijdert u alle materiaaldeeltjes en stof vanaf de accu, plaatst u de rode “afdekkap” over de aansluitpunten, en bewaart u hem uit de buurt van metalen voorwerpen (schroeven, spijkers, enz.) in de gereedschapsdoos. Schade veroorzaakt door losse voorwerpen in de doos valt niet onder de garantie.

Ga niet als volgt om met oplaadbare gereedschappen. (Er bestaat een risico van rookvorming, brand en breuk)

Gebruik of achterlaten op plaatsen waar het gereedschap aan regen of vocht wordt blootgesteld

Gebruik terwijl het gereedschap is ondergedompeld in water Symbool Betekenis Volt Gelijkstroom Onbelast Omwentelingen of toeren per minuut Elektrische capaciteit van de accu – 75 – NLSymbool Betekenis Om het risico van letsel te verminderen, dient de gebruiker de gebruiksaanwijzing te lezen en ter kennis te nemen. Alleen voor gebruik binnenshuis.

Haal de accu altijd uit het gereedschap alvorens het zaagblad te verwisselen om de kans op letsel te verminderen.

Adem geen rook in die door het gereedschap of de accu wordt uitgestoten, want dit kan schadelijk zijn voor uw gezondheid. Inspectie voor gebruik

Is het juiste decoupeerzaagblad bevestigd voor het voorwerp dat u wilt zagen?

Is een zaagblad gemonteerd met de juiste opsteekdiameter en dikte?

Controleer of het blad stevig bevestigd is.

Controleer of het blad gebarsten of gebroken is.

Controleer of er zich geen vreemde voorwerpen bevinden in het voorwerp dat u wilt zagen. Bevestigen en verwijderen van de decoupeerzaag WAARSCHUWING:

Verwijder de batterijen voordat u begint aan het proces om de zaag te vervangen, inclusief de stappen ter voorbereiding, controle en vervanging. Als u dit niet doet kan dit leiden tot een ongeluk, omdat het gereedschap per ongeluk aan kan gaan.

Wanneer u aan het decoupeerzaagblad trekt, zorg er dan voor dat u aan de achterzijde trekt. Als u een decoupeerzaagblad kiest, selecteer dan een blad die genoeg uit de beschermingshoes steekt, achter het materiaal dat gezaagd moet worden nadat de slaglengte (14 mm) hier vanaf is getrokken [Fig. 1]. Bevestigen

1. Het decoupeerzaagblad in de

borghuls in de draaiende positie houdt. [Fig. 3] De zaag kan naar boven of naar beneden worden bevestigd, afhankelijk van het type werk dat moet worden gedaan. [Fig.

Een geïntegreerde veer zal de huls automatisch in zijn huls terugbrengen, waarbij de decoupeerzaag wordt vergrendeld.

Pak de achterkant van de decoupeerzaag en trek er een paar keer aan om te verzekeren dat deze veilig bevestigd is. [Fig. 5]

Controleer of de temperatuur van het zaagblad voldoende gedaald is en verwijder dan het zaagblad. Verwijderen

1. Draai de borghuls.

2. Het decoupeerzaagblad verwijderen.

Bevestigen of verwijderen van de accu

1. Bevestigen van de accu: [Fig. 6 ]

Zet de uitlijntekens tegenover elkaar en bevestig de accu.

Schuif de accu op het gereedschap totdat deze op de plaats vastklikt.

2. Verwijderen van de accu: [Fig. 6 ]

Trek aan de knop van voren af om de batterij vrij te geven. De handgreephoek aanpassen De handgreeppositie kan in 4 verschillende hoeken worden ingesteld. – 76 – NL• Verschuif de handvatdeblokkeertoets van de handgreep om de hendelhoek in te stellen. [Fig. 7] [Fig. 8]

Voordat u begint te werken, moet u de handgreep op en neer bewegen om er zeker van te zijn dat de hoek wel degelijk vastgezet is. De positie van de beschermschoen aanpassen U kunt de positie van de schoen aanpassen door een inbussleutel in de onderkant van het hoofdapparaat te steken, zoals weergegeven in de afbeelding, en de interne schoenstelschroef ongeveer één slag los te draaien. [Fig. 9]

Als het zaagblad bot wordt omdat steeds hetzelfde deel van het blad wordt gebruikt, kan het ongebruikte deel worden gebruikt door de positie van de schoen aan te passen en kan de levensduur van het decoupeerzaagblad worden verlengd.

Draai na het afstellen de stelschroef terug vast.

De schoen kan niet worden verwijderd.

Draai de stelschroef van de schoen niet meer dan 2 slagen los, omdat dit een storing kan veroorzaken. OPGELET

Druk tijdens het werken de beschermschoen stevig tegen het te snijden materiaal.

Oefen geen overmatige kracht uit tijdens het snijden.

Verlaag de toevoersnelheid wanneer u in een kleine boog snijdt.

1. Druk op de hoofdschakelaar terwijl u de

Het blokkeren van de hoofdschakelaar kan worden uitgeschakeld door de schakelaardeblokkeertoets aan beide zijden in te drukken.

De snelheid neemt toe naarmate de hoofdschakelaar verder wordt ingedrukt.

Terwijl u de hoofdschakelaar gebruikt, blijft het gereedschap werken, zelfs als u uw vingers van de schakelaardeblokkeertoets haalt.

2. Laat de hoofdschakelaar los wanneer u

met het zagen gereed bent.

3. Controleer of de temperatuur van het

zaagblad voldoende gedaald is en verwijder dan het zaagblad. Wanneer u het apparaat gebruikt door de trekker over te halen kan er mogelijk een opstarttijd zijn voordat de draaiing begint. Dit is geen signaal dat op een defect wijst.

  • Deze opstarttijd ontstaat wanneer de trekker voor de eerste keer wordt overgehaald na het installeren van een nieuw accupack of wanneer het apparaat minstens 1 minuut niet gebruikt is. De draaiing begint zonder opstarttijd tijdens het tweede en het daaropvolgende gebruik. Zagen OPMERKING:

Houd de beschermingshoes tegen het materiaal dat moet worden gezaagd, zorg ervoor dat de decoupeerzaag juist gepositioneerd staat voor de gewenste zaagstand en zet de knop om.

Het mes kan van tijd tot tijd trillen. Dit is volkomen normaal.

Als u meerdere dingen moet zagen op oneven oppervlaktes nabij waar de decoupeerzaag is bevestigd, maak ze dan eerst schoon voordat u verder gaat met het werk.

Controleer of er zich geen obstakels bevinden onder het voorwerp dat u wilt zagen.

Controleer of er geen voorwerpen zoals spijkers zitten in het materiaal dat u wilt zagen. Als het zaagblad tijdens het zagen in aanraking komt met dergelijke voorwerpen, wordt er een sterke tegenkracht opgewekt en bestaat de kans op ernstig letsel.

Plaats uw hand niet op het voorwerp in de richting waarin u gaat zagen. Als dit niet in acht wordt genomen, bestaat de kans op letsel. – 77 – NLHoud het gereedschap vast en druk er op Houd het gereedschap stevig vast met beide handen. U hoeft geen overdreven kracht uit te oefenen op het gereedschap als u ermee werkt. Wees voorzichtig, als u teveel druk uitoefent op het gereedschap kan het gereedschap beschadigen. Als u in een kleine boog zaagt, kunt u een lagere snelheid aanhouden. Als u het gereedschap te vlug wilt bewegen kan dit de decoupeerzaag beschadigen. WAARSCHUWING

Verwijder de voorzijde niet. Houd het gereedschap altijd vast met uw hand op de voorzijde.

Zet de knop altijd uit nadat u klaar bent met het werk of het tijdelijk opzij hebt gelegd, en verwijder de batterijen uit het gereedschap. Als u probeert een pijp, hout of ander materiaal te zagen dat langer is dan de snijcapaciteit van de decoupeerzaag kan dit als resultaat hebben dat de bovenkant van de zaag de binnenkant van de pijp of het hout raakt, waardoor de zaag kan beschadigen [Fig. 11]. OPGELET

Laat de beschermingshoes contact houden met het materiaal dat moet worden gezaagd als u met de zaag werkt.

Als u dit niet doet kan de decoupeerzaag beschadigd raken vanwege de trillingen.

Als u in een kleine boog zaagt, kunt u een lagere snelheid aanhouden. Bedieningspaneel (O) (N) (N) Waarschuwingslampje laag accuvermogen Uit (normale werking) Knippert (Accu is ontladen)

accubeveiligingsfunctie is geactiveerd. Buitensporige (volledige) ontlading van een lithium-ion accu heeft een zeer nadelige invloed op de levensduur van de accu. Het gereedschap is uitgerust met een accu- beveiligingsfunctie om buitensporige ontlading van de accu te voorkomen.

De accu-beveiligingsfunctie wordt geactiveerd meteen voordat de accu ontladen is en zorgt ervoor dat het waarschuwingslampje voor lage accuspanning begint te knipperen.

Als u ziet dat het waarschuwingslampje voor lage accuspanning knippert, moet u de accu meteen opladen.

Als u het gebruik begint met een accu die niet voldoende is opgeladen, dan kan het zijn dat het apparaat ineens stopt met werken zonder dat het ‘accu bijna leeg’- waarschuwingslampje eerst ikkert. Dit is een teken dat er te weinig accuvermogen is en dat het accupack voor verder gebruik zal moeten worden opgeladen.

Als er plotseling te veel vermogen wordt gevergd van het apparaat kan de motor vergrendelen, de beveiligingssensor tegen overontlading is mogelijk ingeschakeld en het ‘accu bijna leeg’-waarschuwingslampje kan ikkeren. Het lampje zal ophouden met ikkeren wanneer u de oorzaak van de motorvergrendeling oplost en het apparaat opnieuw start. – 78 – NL(O) Oververhitting-waarschuwingslampje (accu) Uit (normale werking) Knippert: Oververhitting De werking van het gereedschap is gestopt omdat de accu te heet is geworden. Let bij het gebruik van het gereedschap op deze wijze op het volgende om de motor en de accu te beschermen.

Als de motor of de accu oververhit raakt, wordt de beveiligingsfunctie geactiveerd en zal de motor of de accu stoppen met werken. Het oververhitting- waarschuwingslampje op het bedieningspaneel brandt of knippert wanneer deze beveiligingsfunctie is geactiveerd.

Wanneer de oververhitting- beveiligingsfunctie is geactiveerd, moet u het gereedschap goed laten afkoelen (minstens 30 minuten). Het gereedschap kan weer gebruikt worden wanneer het oververhitting-waarschuwingslampje uitgaat.

Zorg ervoor dat u het gereedschap niet zodanig gebruikt dat de oververhitting- beveiligingsfunctie veelvuldig in werking treedt.

Als het gereedschap continu wordt gebruikt onder omstandigheden met hoge belasting of bij hoge omgevingstemperaturen (zoals in de zomer), bestaat de kans dat de oververhittingbeveiligingsfunctie veelvuldig in werking treedt.

Als het gereedschap wordt gebruikt bij lage omgevingstemperaturen (zoals in de winter) of als deze tijdens gebruik veelvuldig wordt stopgezet, bestaat de kans dat de oververhitting- beveiligingsfunctie niet in werking treedt.

De omgevingstemperatuur ligt tussen 0°C (32°F) en 40°C (104°F). Als de batterij wordt gebruikt wanneer de temperatuur van de batterij onder 0°C (32°F) ligt, kan het zijn dat het gereedschap niet correct functioneert.

Laat een koude accu (kouder dan 0°C (32°F)), voordat deze wordt opgeladen in een warme omgeving, eerst minimaal een uur in deze ruimte liggen om op temperatuur te komen. [Accu] Voor een juist gebruik van de accu [Fig. 12]

Voor een optimale levensduur van de Li-ion accu moet u de accu na gebruik opbergen zonder dat u deze oplaadt.

Zorg er bij gebruik van de accu voor dat de werkplaats goed geventileerd is. Voor een veilig gebruik

Als de accu niet goed is bevestigd wanneer de schakelaar wordt aangezet, gaan het oververhitting waarschuwingslampje en het laag accuniveau waarschuwingslampje knipperen om aan te geven dat veilig gebruik niet mogelijk is en zal de hoofdeenheid niet normaal draaien. Plaats de accu in de hoofdeenheid van het gereedschap totdat het rode of gele label verdwijnt.

Gebruik uitsluitend oplaadbare accu’s voor accugereedschappen van Panasonic. Gebruik geen gemodiceerde accu’s (inclusief accu’s die gedemonteerd zijn en waarvan onderdelen zijn vervangen).

Gebruik geen accu’s die al slechter werken. Er bestaat dan een kans op hitteontwikkeling, ontsteking en ontplofng.

Als een accu vloeistof lekt, gebruik de accu dan niet meer, houd de accu uit de buurt van open vuur, en ga er onmiddellijk mee terug naar de winkel.

Bevestig de accu door de accu door te schuiven totdat de gele en rode labels niet meer zichtbaar zijn. Controleer vervolgens of de accu er niet uit valt.

Als u dit niet doet, kan dat leiden tot brandwonden. – 79 – NL• Het gebruikstemperatuurbereik van Li-ion-accu’s bedraagt 0 tot 40°C.

Gebruik van accu’s die afkoelen tot onder het vriespunt, zoals in koude noordelijke gebieden, kan resulteren in afwijkende werking van de machine. Leg in dergelijke omstandigheden de accu minimaal één uur lang op een plek waar het minimaal 10°C is voordat u de accu gaat gebruiken; en gebruik de machine uitsluitend wanneer de accu is opgewarmd. [Acculader] Opladen OPGELET:

1) Als de temperatuur van de accu lager

wordt dan ongeveer −10°C (14°F), zal het opladen automatisch stoppen om een verslechtering van de toestand van de accu te voorkomen.

2) De optimale omgevingstemperatuur is

tussen 0°C (32°F) en 40°C (104°F). Als de accu wordt gebruikt terwijl de temperatuur van de accu lager is dan 0°C (32°F), kan het voorkomen dat het elektrisch gereedschap niet goed functioneert.

3) Gebruik de lader bij een temperatuur

tussen de 0°C (32°F) en de 40°C (104°F) en laad de accu op bij een temperatuur die vergelijkbaar is met de temperatuur van de accu zelf. (Er mag niet meer dan 15°C (59°F) verschil zijn tussen de temperatuur van de accu en de temperatuur van de oplaadlocatie.)

4) Laat een koude accu (kouder dan 0°C

(32°F)), voordat deze wordt opgeladen in een warme omgeving, eerst minimal een uur in deze ruimte liggen om op temperatuur te komen.

5) Laat de lader afkoelen wanneer u meer

dan twee accu’s na elkaar oplaadt.

6) Steek uw vingers niet in de

contactopening wanneer u de lader vastpakt.

7) Maak de acculader los wanneer deze

niet wordt gebruikt.

8) Berg de oplader op bij een temperatuur

van tussen de 0 en 40°C. Laad de accu op bij een temperatuur die dicht bij de opbergtemperatuur ligt.

Als de accu wordt opgeladen bij een temperatuur onder de 0°C, resulteert een volledige oplaadbeurt maar in ongeveer 50% van een normale oplaadbeurt. Begin met opladen na 1 uur of meer en bij de voorgeschreven temperatuur.

9) Laad niet op in een slecht geventileerde

10) Dek de accu of oplader niet af met een

doek of iets dergelijks terwijl deze wordt opgeladen. OPMERKING: De accu is niet volledig opgeladen wanneer u deze koopt. Laad de accu daarom voor gebruik op. Hoe opladen

1. Steek de lader in een stopcontact.

OPMERKING: Wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken, kunnen er vonken ontstaan, maar dit is niet gevaarlijk.

2. Plaats de accu stevig in de lader.

(1) Zet de uitlijntekens tegenover elkaar en plaats de accu in de acculader. OPMERKING: Op niet alle accu’s wordt het uitlijningsteken [Fig. 13] weergegeven (op pagina 8). (2) Schuif de accu in de richting van de pijl naar voren. [Fig. 13

3. De laadindicator licht op tijdens het laden.

Wanneer de accu is geladen, wordt automatisch een interne elektronische schakeling geactiveerd die voorkomt dat de accu wordt overladen.

  • Wanneer de accu heet is, zal deze niet worden opgeladen (bijvoorbeeld direct na intensief gebruik). De oranje standby-indicator knippert tot de accu is afgekoeld. Vanaf dat moment wordt de accu automatisch opnieuw geladen. – 80 – NL4. De laadindicator (groen) knippert langzaam wanneer de accu ongeveer 80% is opgeladen.

5. Wanneer het opladen is voltooid, zal de

groene laadindicator uitgaan.

6. Als de temperatuur van de accu minder

dan 0°C (32°F) is, zal het volledig opladen van de accu langer duren dan de standaard oplaadtijd. Zelfs nadat de accu volledig is opgeladen, zal deze in dit geval slechts ongeveer 50% van het accuvermogen hebben in vergelijking met een accu die bij normale bedrijfstemperatuur volledig is opgeladen.

7. Als de laadindicator (groen) niet uitgaat,

moet u contact opnemen met een ofciële dealer.

8. Als een volledig opgeladen accu opnieuw

in de acculader wordt geplaatst, zal het oplaadlampje oplichten. Na enkele minuten zal de groene laadindicator uit-gaan.

9. Verwijder de accu terwijl u de accu-

ontgrendeltoets omhoog houdt. [Fig. 13

LAMPINDICATIES Opladen voltooid. (Volledig opgeladen.) De accu is ongeveer 80% opgeladen. Aan het opladen. Uit Verlicht Knippert Lader is aangesloten op een stopcontact. Klaar om op te laden. Laadstatusindicator De aanduiding is Links: groen en Rechts: oranje. De accu is koud. De accu wordt langzaam opgeladen om de belasting van de accu te verminderen. De accu is warm. Het opladen zal beginnen wanneer de temperatuur van de accu is gedaald. Als de temperatuur van de accu minder dan -10°C is, zal de laadindicator (oranje) ook gaan knipperen. Het opladen begint wanneer de statustemperatuur van de accu hoger wordt. Opladen is niet mogelijk. Stof op de accu of accu defect. (Groen) (Oranje) Recyclen van de accu ATTENTIE: Om het milieu te beschermen en nogmaals bruikbare materialen te recyclen, dient u de accu naar een hiervoor bestemd inzamelpunt te brengen. – 81 – NLInformatie voor gebruikers betreffende het verzamelen en verwijderen van oude uitrustingen en lege batterijen Deze symbolen op de producten, verpakkingen, en/of begeleidende documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet met het algemene huishoudelijke afval gemengd mogen worden. Voor een correcte behandeling, recuperatie en recyclage van oude producten en lege batterijen moeten zij naar de bevoegde verzamelpunten gebracht worden in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de Richtlijnen 2012/19/EC en 2006/66/EC. Door deze producten en batterijen correct te verwijderen draagt u uw steentje bij tot het beschermen van waardevolle middelen en tot de preventie van potentiële negatieve effecten op de gezondheid van de mens en op het milieu die anders door een onvakkundige afvalverwerking zouden kunnen ontstaan. Voor meer informatie over het verzamelen en recycleren van oude producten en batterijen, gelieve contact op te nemen met uw plaatselijke gemeente, uw afvalverwijderingsdiensten of de winkel waar u de goederen gekocht hebt. Voor een niet-correcte verwijdering van dit afval kunnen boetes opgelegd worden in overeenstemming met de nationale wetgeving. [Voor zakengebruikers in de Europese Unie] Indien u elektrische en elektronische uitrusting wilt vewijderen, neem dan contact op met uw dealer voor meer informatie. [Informatie over de verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie] Deze symbolen zijn enkel geldig in de Europese Unie. Indien u wenst deze producten te verwijderen, neem dan contact op met uw plaatselijke autoriteiten of dealer, en vraag informatie over de correcte wijze om deze producten te verwijderen.

Gebruik alleen een droge, zachte doek om de machine af te vegen. Gebruik geen vochtige doek, witte spiritus, benzine of andere sterke oplosmiddelen voor het reinigen.

n het geval er water binnen in het gereedschap of de accu is terechtgekomen, zo spoedig mogelijk het water laten uitlekken en laten drogen. Verwijder nauwkeurig alle stof of ijzervijlsel dat zich binnen in het gereedschap heeft verzameld. Neem contact op met een reparatiedienst als u bij het gebruik van het gereedschap problemen ondervindt. – 82 – NLVIII. ACCESSOIRES OPGELET:

Het gebruik van andere dan de in deze handleiding beschreven accessoires kan leiden tot brand, elektrische schok of persoonlijk letsel. Gebruik uitsluitend de aanbevolen accessoires. Gebruik de accessoire en aansluiting uitsluitend voor hun aangegeven doeleinden om het risico op letsel te beperken. Gebruik alleen Panasonic Li-ion accu’s voor elektrisch gereedschap (Voltage DC 14,4 V/DC 18 V).

IX. TECHNISCHE GEGEVENS

HOOFDEENHEID Model EY47A1Motor 14,4 V gelijkstroom 18 V gelijkstroomDikte van montageblad 0,9 mm - 1,6 mmLengte van slag 14 mmAantal slagen per minuut 0 - 3000 min

Maximum zaagcapaciteitHout 50 mmZacht metaal 50 mmTotale lengte 455 mmGewicht (met accu: EY9L45) 1,9 kg —Gewicht (met accu: EY9L47) 1,7 kg —Gewicht (met accu: EY9L51) — 2,0 kgGewicht (met accu: EY9L52) — 1,8 kgGewicht (met accu: EY9L53) 1,8 kg Gewicht (met accu: EY9L54) 2,05 kg ACCULADER Modelnr. EY0L82Toelaatbaar vermogenZie het speci catieplaatje op de onderkant van de acculader.Gewicht 0,93 kg – 83 – NLACCU Modelnr. EY9L45 EY9L47 EY9L51 EY9L52 EY9L53 EY9L54 Soort accu Li-ion accu Spanning

14.4 V gelijkstroom 18 V gelijkstroom

(3,6 V × 8 cellen) (3,6 V × 4 cellen) (3,6 V × 10 cellen) (3,6 V × 5 cellen) (3,6 V × 5 cellen) (3,6 V × 10 cellen) Laadtijd (EY0L82) Bruikbaar: 50 min Bruikbaar: 35 min Bruikbaar: 55 min Bruikbaar: 35 min Bruikbaar: 45 min Bruikbaar: 65 min Vol: 60 min Vol: 40 min Vol: 70 min Vol: 40 min Vol: 60 min Vol: 80 min

X. TECHNISCHE GEGEVENS

Geluidsinformatie en trillingswaarden volgens EN62841-2-11, EN62841-1. De opgegeven totale trillingswaarden en de opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaard testmethode en kunnen worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. De opgegeven totale trillingswaarden en de opgegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt bij een voorlopige blootstellingsbeoordeling.

1. Geluidsinformatie

A-gewogen geluidsdrukniveau LpA 76 dB Betrouwbaarheidssinterval voor het geluidsdrukniveau K pA 5 dB A-gewogen geluidsvermogenniveau L WA 87 dB Betrouwbaarheidsinterval voor het geluidsvermogenniveau

Trillingsemissiewaarde bij het zagen van planken met zaagblad

Betrouwbaarheidsinterval voor het zagen van planken met zaag

Trillingsemissiewaarde bij het zagen van houten balken met zaagblad

Betrouwbaarheidsinterval voor het zagen van houten balken met zaagblad