333R Mark II - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 333R Mark II HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 333R Mark II - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 333R Mark II van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 333R Mark II HUSQVARNA
3. Beschermkap voor snijuitrusting
26. Gebruiksaanwijzing
Symbolen op het product (Fig. 2) WAARSCHUWING! Dit product is gevaarlijk. Onzorgvuldig of onjuist gebruik van het product kan leiden tot letsel of de dood van de gebruiker of omstanders. Lees en volg alle veiligheidsinstructies in de bedieningshandleiding om letsel bij de gebruiker of omstanders te voorkomen. (Fig. 3) Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt. (Fig. 4) Dit product voldoet aan de geldende EU- richtlijnen. (Fig. 5) Gebruik een veiligheidshelm op locaties waar objecten op u kunnen vallen. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik goedgekeurde oogbescherming. (Fig. 6) Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen. (Fig. 7) Gebruik antisliplaarzen voor zwaar gebruik. (Fig. 8) Het gebruik van het product kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor letsel kan ontstaan. 122 1542 - 002 - 17.07.2020(Fig. 9) Maximum toerental van de uitgaande as. (Fig. 10) Houd personen en dieren op een minimale afstand van 15 m (50 ft) tijdens het gebruik van dit product. (Fig. 11) Risico op terugslag als de snijuitrusting een object raakt dat niet onmiddellijk wordt gesneden. Het product kan lichaamsdelen amputeren. Houd personen en dieren op een minimale afstand van 15 m (50 ft) tijdens het gebruik van dit product. (Fig. 12) Primerbalg van brandstofpomp. (Fig. 13) De richting voor het sluiten van de choke. (Fig. 14) De richting voor het openen van de choke. (Fig. 15) Geluidsemissies naar de omgeving volgens de Europese richtlijn 2000/14/EG en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". De geluidsemissiegegevens vindt u op het machinelabel en in het hoofdstuk Technische gegevens
Het serienummer staat op het productpla- tje. yyyy is het productiejaar, ww is de pro- ductieweek. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudswerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen 1542 - 002 - 17.07.2020 123van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde onderdelen. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen. Laat de machine niet bedienen door personen die de instructies niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen in het aangrenzende gebied weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden.
- Gebruik het product niet als u moe bent, of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Ze kunnen een negatief effect hebben op uw zicht, alertheid, coördinatie of oordeel. Veiligheidsinstructies voor bediening
- Zorg ervoor dat het product volledig is gemonteerd voordat u het gaat gebruiken.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start. Plaats het product op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de snijuitrusting niet in aanraking komt met de grond of andere objecten.
- Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uw medeweten dicht bij het product komen.
- Gebruik dit product niet als zich personen in het werkgebied bevinden. Schakel het product uit wanneer een persoon het werkgebied betreedt.
- Zorg dat u het product altijd onder controle hebt.
- Gebruik het product niet als u geen hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet. Zorg er altijd voor dat anderen weten dat u het product gaat gebruiken voordat u het product start.
- Draai niet met het product voordat u zeker weet dat er zich geen personen of dieren in de veiligheidszone bevinden.
- Verwijder alle ongewenste materialen uit het werkgebied voordat u begint. Als de snijuitrusting een object raakt, dan kan dit object worden uitgeworpen en letsel of schade veroorzaken. Ongewenst materiaal kan zich rond de snijuitrusting wikkelen en schade veroorzaken.
- Gebruik het product niet bij slecht weer (mist, regen, sterke wind, gevaar van blikseminslag of andere weersomstandigheden.). Slecht weer kan leiden tot gevaarlijke omstandigheden (zoals gladde oppervlakken).
- Zorg dat u vrij kunt bewegen en in een stabiele houding kunt werken. (Fig. 16)
- Zorg dat u niet kunt vallen wanneer u het product gebruikt. Buig u niet voorover of achterover wanneer u het product bedient.
- Houd het product altijd met twee handen vast. Houd het apparaat rechts van uw lichaam. (Fig. 17)
- Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zich onder uw middel bevindt.
- Als de chokehendel in de chokestand staat wanneer de motor wordt ingeschakeld, dan begint de snijuitrusting te draaien.
- Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. De hoekoverbrenging is heet nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Schakel de motor uit voordat u het product verplaatst.
- Zet het product niet neer terwijl de motor is ingeschakeld.
- Schakel de motor uit en wacht totdat de snijuitrusting is gestopt voordat u ongewenst materiaal van het product verwijdert. Laat de snijuitrusting eerst stoppen voordat u (al dan niet met een hulpmiddel) het maaisel verwijdert.
1542 - 002 - 17.07.2020Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt. De persoonlijke beschermingsmiddelen nemen het risico op letsel niet weg. De persoonlijke beschermingsmiddelen verlagen de ernst van het letsel indien zich een ongeval voordoet.
- Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Bedien het product niet op blote voeten of met open schoenen. Gebruik altijd antisliplaarzen voor zwaar gebruik.
- Draag een lange broek van stevige stof.
- Gebruik indien nodig goedgekeurde beschermende handschoenen.
- Gebruik een helm als er objecten op uw hoofd kunnen vallen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
- Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt. Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product.
- De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af. Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt. Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling (A) voorkomt dat de gashendel (B) per ongeluk wordt bediend. Druk op de gashendelvergrendeling (A) om de gashendel (B) te ontgrendelen. Wanneer u de hendel ontgrendelt, gaan de gashendelvergrendeling (A) en de gashendel (B) terug naar hun oorspronkelijke stand. (Fig. 18) Deze beweging wordt geregeld door twee geïsoleerde retourveren. Dit betekent dat de gashendel (B) automatisch in de stationaire stand is vergrendeld.
controleer of deze teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.
3. Druk op de gashendel (B) en controleer of deze
teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat. Start de motor en zet het gas volledig open. Laat de gashendel (B) los en controleer of de snijuitrusting stopt. Als de snijuitrusting draait terwijl de gashendel in de stationaire stand staat, controleer dan de stelschroef voor de stationaire stand van de carburateur. Stopschakelaar Start de motor. Controleer of de motor stopt wanneer u de stopschakelaar in de stop-stand zet. (Fig. 19) Beschermkap voor snijuitrusting WAARSCHUWING: Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurde beschermkap is gemonteerd. Indien een verkeerde of defecte beschermkap wordt gemonteerd, kan dit letsel veroorzaken. De beschermkap van de snijuitrusting voorkomt dat losse objecten in de richting van de gebruiker kunnen vliegen. Controleer de beschermkap van de snijuitrusting op schade en vervang hem indien hij beschadigd is. Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting. (Fig. 20) Het mechanisme voor snelle ontgrendeling controleren WAARSCHUWING: Gebruik geen draagstel met een defect mechanisme voor snelle ontgrendeling. Met het mechanisme voor snelle ontgrendeling kan de gebruiker in noodgevallen het product snel van het draagstel verwijderen.
2. Voer een visuele controle uit op beschadiging,
bijvoorbeeld scheuren.
3. Maak het mechanisme voor snelle ontgrendeling los
en bevestig het weer om te zien of het goed werkt. (Fig. 21) Geluiddemper (Fig. 22) De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen uit de buurt te houden van de gebruiker.
- Gebruik geen motor met een beschadigde geluiddemper. Een beschadigde geluiddemper laat 1542 - 002 - 17.07.2020 125het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. Zorg dat er een brandblusser in de buurt is.
- Controleer regelmatig of de geluiddemper aan het product is bevestigd.
- Raak de motor en de geluiddemper niet aan terwijl de motor is ingeschakeld. Raak de motor en de geluiddemper een tijdje niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Een hete geluiddemper kan brand veroorzaken. Let op als u het product in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of dampen gebruikt.
- Raak geen onderdelen van de geluiddemper aan als de geluiddemper beschadigd is. De onderdelen kunnen kankerverwekkende chemicaliën bevatten. De borgmoer bevestigen en verwijderen WAARSCHUWING: Stop de motor, gebruik veiligheidshandschoenen en wees voorzichtig rond de scherpe randen van de snijuitrusting. Er wordt een borgmoer gebruikt om een aantal soorten snijuitrusting te bevestigen. De borgmoer heeft een linkse schroefdraad.
- Om te bevestigen draait u de borgmoer tegen de rotatierichting van de snijuitrusting in vast.
- Om de borgmoer te verwijderen, draait u de borgmoer los in de rotatierichting van de snijuitrusting.
- Om de borgmoer los en vast te draaien, gebruikt u een dopsleutel met een lange steel. De pijl in de afbeelding toont het gebied waar u de dopsleutel kunt gebruiken. (Fig. 23) WAARSCHUWING: Wanneer u de borgmoer los- en vastdraait, zou u zich kunnen verwonden aan het blad. Zorg er altijd voor dat de bladbeschermkap voorkomt dat u uw hand verwondt wanneer u dit doet. Let op: Zorg ervoor dat u de borgmoer niet met de hand kunt draaien. Vervang de moer als de nylonborgring een weerstand heeft van minder dan 1,5 Nm. De borgmoer moet worden vervangen nadat deze ca. 10 keer los en vast is gedraaid. Snijuitrusting Selecteer de juiste snijuitrusting en onderhoud deze zodat u:
- Een optimaal maairesultaat krijgt.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
- Volg de instructies voor controle, onderhoud en service voor de geluiddemper.
- Gebruik altijd de goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting. Zie de technische gegevens. WAARSCHUWING: Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkappen! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie de instructies voor de snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste diameter voor de trimmerdraad. WAARSCHUWING: Het gebruik van defecte snijuitrusting kan het risico op ongevallen vergroten. WAARSCHUWING: Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel hebt losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig tot stilstand is gekomen en koppel de bougiekap los voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren. Snijuitrusting
- Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal.
- Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Vervang snijuitrusting indien deze beschadigd is.
- Gebruik een snijuitrusting alleen samen met aanbevolen beschermkappen. Zie Accessoires op pagina 137
Trimmerkop WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de trimmerdraad strak en gelijkmatig rond de trommel is gewikkeld om schadelijke trillingen te voorkomen. (Fig. 26)
- Gebruik alleen aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden.
- Gebruik alleen de aanbevolen snijuitrusting.
- Kleinere machine hebben over het algemeen kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd.
- De lengte van de trimmerdraad is belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot.
1542 - 002 - 17.07.2020• Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Hiermee wordt de trimmerdraad op de juiste lengte gesneden.
- Om de levensduur van de trimmerdraad te verlengen, kunt u deze een paar dagen in water weken voorafgaand aan gebruik. Grasmaaibladen en grasmessen
- Gebruik het product met een goedgekeurd grasmaaiblad. Gebruik geen grasmaaiblad zonder dat de overige vereiste onderdelen naar behoren zijn aangebracht. Zorg dat de installatie op de juiste manier is uitgevoerd en dat de juiste onderdelen zijn gebruikt. Door een onjuiste installatie kan het blad worden weggeslingerd en ernstig letsel toebrengen aan de gebruiker en/of omstanders.
- Draag beschermende handschoenen wanneer u het blad hanteert of daar onderhoudswerkzaamheden aan uitvoert.
- Gebruik hoofdbescherming wanneer u een product met een grasmaaiblad gebruikt.
- Grasmaaibladen en grasmessen worden gebruikt om ruw gras te maaien.
- Een grasmaaiblad kan letsel veroorzaken als het nog draait nadat de motor wordt uitgeschakeld of de gashendel wordt losgelaten. Zorg ervoor dat het grasmaaiblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Schakel de motor uit voordat u werkzaamheden aan de snijuitrusting uitvoert. Zorg ervoor dat de snijuitrusting volledig tot stilstand komt. Koppel de kabel van de bougie los.
- Gebruik alleen een goedgekeurde snijuitrusting of een juist geslepen blad.
- Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen.
- Gebruik nooit beschadigde snijuitrusting.
- Bevestig de transportbeveiliging op het grasmaaiblad wanneer u het product vervoert of opslaat. Terugslag
- Een terugslag is een plotselinge beweging van het product naar de zijkant, naar voren of naar achteren. Een terugslag vindt plaats wanneer het grasmaaiblad een object raakt dat niet kan worden gemaaid. Op plaatsen waar u moeilijk kunt zien wat u maait, is er een groter risico op terugslag.
- Bij een terugslag bestaat het risico dat het product of de gebruiker uit zijn positie wordt gebracht. Een bewegend blad kan omstanders raken en er is kans op letsel.
- Gooi een blad dat verbogen is, scheuren vertoont of gebroken of beschadigd is, weg.
- Gebruik een scherp blad. Het risico op terugslag is groter als het blad niet scherp is. Brandstofveiligheid
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start de motor niet als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brand kan ontstaan.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
- Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
- Plaats het product of de jerrycan met brandstof niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan open vuur, vonken of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
- Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
- Reinig het product voordat het gedurende lange tijd wordt opgeslagen.
- Verwijder de bougiekabel voordat het product wordt opgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kan starten. 1542 - 002 - 17.07.2020 127Veiligheidsinstructies voor onderhoud
- Neem contact op met uw servicepunt als het stationaire toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stopt. Gebruik het product niet voordat het correct is afgesteld of gerepareerd. Montage WAARSCHUWING: Lees het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product monteert. De hoofdkap monteren
1. Sluit de motor (A) aan op de leiding (B) met vier
2. Monteer het bovenste deel van de klem van de
handgreep op de handgreep. Zorg ervoor dat de klem op de kartelzone van de handgreep wordt gemonteerd. Zie de afbeelding.
3. Trek het draagstel aan en hang het product aan de
4. Voer een laatste afstelling uit om ervoor te zorgen
dat het product zich in een comfortabele stand bevindt wanneer deze aan het draagstel hangt. (Fig. 29)
5. Draai de schroeven vast.
De gaskabel en de draden van de stopschakelaar aansluiten
1. Verwijder het luchtfilterdeksel.
moment bevindt de uitsparing (E) voor de kabelschoen (F) zich uit de buurt van de kabelverstellerhuls (C). (Fig. 31)
5. Draai aan de gasklepnok van de carburateur en voer
de gaskabel (A) door de sleuf in de sleuffitting.
6. Zorg ervoor dat de kabelschoen (F) in de uitsparing
a) Zorg ervoor dat de aanslag op de gasklepnok van de carburateur de gashendelaanslag goed raakt. b) Zorg ervoor dat de kabelpositie op 1-2 mm blijft tussen de kabelschoen (F) en de sleuffitting wanneer de gashendel volledig wordt ingedrukt. (Fig. 32)
10. Sluit de draden (H) van de stopschakelaar aan op de
connectoren van de motor. (Fig. 33)
11. Breng het luchtfilterdeksel aan.
Een bladbeschermkap en grasmaaiblad installeren OPGELET: Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de bladen. Zie Accessoires op pagina 137
snijuitrusting (A) op de steel en zet deze vast met de bout (L). (Fig. 34)
2. Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
3. Draai de uitgaande as totdat een van de openingen
in de meenemer op één lijn ligt met de overeenkomstige opening in het tandwielhuis.
5. Plaats het maaiblad (D), de steunflens (G) en de
steunkop (F) op de uitgaande as.
6. Breng de steunkop (F) aan op de uitgaande as, met
de niet-vlakke kant tegen het blad.
7. Monteer de moer (E). Houd de steel van de
dopsleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. Om de moer vast te draaien, moet u de dopsleutel tegen de draairichting in draaien. Draai de moer vast met een moment van 35-50 Nm (3,5-5 kpm). (Fig. 35) Let op: Linkse schroefdraad. Monteren van bladen en trimmerkoppen WAARSCHUWING: Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de bladen. Zie pagina 137 . Een defecte kap kan letsel veroorzaken. 128 1542 - 002 - 17.07.2020WAARSCHUWING: Als u het product met een grasmaaiblad gebruikt, dient u eerst de juiste handgreep, beschermkap van het maaiblad en draagstel te monteren. WAARSCHUWING: Als u de maaibladen niet naar behoren monteert, dan kan dit letsel veroorzaken.
1. Zorg dat het hoger liggende deel van de meenemer/
steunflens goed in het midden van de bladen valt.
2. Breng de schroef (C) aan.
De trimmerbeschermkap en de trimmerkop monteren
1. Bevestig de beschermkap (A) aan de steel met
behulp van de bouten (L). Zorg dat u de juiste beschermkap voor de juiste trimmerkop gebruikt. (Fig. 38)
2. Bevestig de meenemer (B) en de steunflens (G) op
de uitgaande as. (Fig. 39)
3. Draai aan de uitgaande as totdat het gat in de
meenemer op één lijn ligt met de opening in het tandwielhuis.
6. Voer de procedure in omgekeerde volgorde uit om te
demonteren. De transportbescherming installeren
1. Bevestig de transportbeschermingen aan het blad.
(Fig. 41) Draagstel afstellen WAARSCHUWING: Het product moet altijd stevig aan het draagstel worden vastgehaakt. Gebruik nooit een defect product.
1. Doe het draagstel om.
2. Sluit het product aan op het stopcontact.
3. Stel het draagstel af voor de beste werkhouding.
4. Verstel de schouderband zodanig dat het product
gelijkmatig op uw schouders weegt. (Fig. 42)
5. Stel het draagstel zodanig af dat de snijuitrusting
parallel aan de grond is. (Fig. 43)
6. Laat de snijuitrusting licht tegen de grond rusten.
Stel vervolgens de klem van het draagstel zodanig af dat het product goed in evenwicht is. (Fig. 44) Let op: Werking WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product gebruikt. Brandstof Brandstof gebruiken OPGELET: Dit product heeft een tweetaktmotor. Gebruik een mengsel van benzine en tweetakt-motorolie. Zorg dat u de juiste hoeveelheid olie gebruikt in het mengsel. Door een onjuiste verhouding van benzine en olie kan de motor beschadigd raken. Benzine OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen loodhoudende benzine. Dit kan schade aan het product veroorzaken.
- Gebruik altijd nieuwe loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van RON 90 (87 AKI) en een ethanolgehalte van minder dan 10% (E10).
- Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product regelmatig gebruikt met een hoog motortoerental.
- Gebruik altijd een goede kwaliteit ongelode benzine/ oliemengsel. Tweetakt-motorolie
- Gebruik uitsluitend hoogwaardige tweetaktmotorolie, met name HUSQVARNA-tweetaktolie. Gebruik alleen de olie van een luchtgekoelde motor.
- Mengverhouding 50:1 (2%). 1542 - 002 - 17.07.2020 129• Olie van lage kwaliteit en een hoge olie/ brandstofverhouding kan de levensduur van katalysatoren verkorten.
- Bespreek de keuze van een olie met uw dealer.
- Indien er geen Husqvarna-tweetaktolie verkrijgbaar is, kunt u een andere tweetaktolie van goede kwaliteit gebruiken, die is bedoeld voor luchtgekoelde motoren. Neem contact op met uw dealer voor de keuze van olie.
- Gebruik de tweetaktolie niet voor watergekoelde buitenboordmotoren. De tweetaktolie wordt soms ook wel buitenboordolie genoemd. Benzine, liter Olie, liter 2% (50:1) 5 0,1 10 0,2 15 0,3 20 0,4 Brandstof mengen Let op: Gebruik altijd een schone jerrycan wanneer u brandstof gaat mengen. Let op: Maak een hoeveelheid brandstofmengsel voor maximaal 30 dagen.
1. Voeg de helft van de hoeveelheid benzine toe.
2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
3. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
4. Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe.
5. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
Brandstof vullen WAARSCHUWING: Rook niet en plaats geen warme voorwerpen in de buurt van brandstof. Zet de motor uit en laat deze enkele minuten afkoelen voordat u brandstof bijvult. WAARSCHUWING: Wanneer u brandstof bijvult, opent u de brandstoftankdop langzaam om ongewenste druk af te laten. WAARSCHUWING: Nadat u brandstof hebt bijgevuld, draait u de brandstoftankdop voorzichtig vast. Plaats de machine uit de buurt van de tankplaats en de voeding voordat u de motor start.
- Gebruik een benzinetank met overvulbescherming.
- Zorg dat het oppervlak rondom de tankdop schoon is. Maak de omgeving rond de tankdop schoon.
- Schud de jerrycan voordat u het brandstofmengsel in de brandstoftank laat lopen. Starten en stoppen Controleren vóór het starten
1. Controleer het product op ontbrekende,
beschadigde, loszittende of versleten onderdelen.
2. Controleer de moeren, schroeven en bouten.
3. Controleer de trimmerkop of het blad.
4. Controleer de borgmoer. Zorg dat de borgmoer een
minimale borgkracht van 1,5 Nm (1,1 ft lb) heeft. Haal de borgmoer aan met 35-50 Nm (26-36 ft lb).
5. Controleer het luchtfilter.
7. Controleer de stopschakelaar.
8. Controleer het product op brandstoflekkage.
Een koude motor starten WAARSCHUWING: Voordat u het product start, monteert u het complete koppelingsdeksel en de as. De losse koppeling kan verwondingen veroorzaken. Gebruik handschoenen. WAARSCHUWING: Plaats het product niet in de buurt van de plaats waar wordt getankt en de stroomvoorziening. Plaats het op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat er geen objecten in aanraking komen met de snijuitrusting. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat er geen ongeautoriseerde personen in het werkgebied zijn. Of dit kan een risico op gevaarlijk letsel veroorzaken. De veiligheidsafstand bedraagt 15 m.
1. Zet de stopschakelaar in de startpositie.
2. Druk tien keer op de brandstofpomp. (Fig. 45)
3. Zet de chokeknop in de chokestand. (Fig. 46)
4. Houd het product aan de grond. Trek met uw
rechterhand het koord langzaam naar u toe totdat u weerstand ondervindt. Trek snel en krachtig aan de koord. Blijf dit doen tot u de motor hoort starten. (Fig. 47) Let op: Wikkel het startkoord niet rond uw hand. 130 1542 - 002 - 17.07.2020OPGELET: Trek het startkoord niet volledig uit. Houd de hendel van het startkoord vast wanneer het volledig is uitgetrokken. Het niet naleven van deze instructies kan leiden tot motorschade.
5. Zet de chokehendel in de bedrijfsstand en trek
vervolgens aan het startkoord totdat de motor start.
6. Trek zachtjes aan de gashendel en draai gedurende
60 seconden met laag toerental. WAARSCHUWING: Raak de beschermkap niet aan. Als de bougiekap beschadigd is, kan dit brandwonden en elektrische schokken veroorzaken. Gebruik nooit een product met een beschadigde bougiekap. Een warme motor starten
1. Zet de stopschakelaar in de startpositie.
2. Druk tien keer op de brandstofpomp. (Fig. 45)
3. Zet de chokehendel in de bedrijfsstand en trek
vervolgens aan het startkoord totdat de motor start. Stoppen
- Druk de stopschakelaar in om de motor te stoppen. (Fig. 19) Grastrimmer bedienen OPGELET: Zorg dat u het motortoerental na elke activiteit terug laat lopen naar het stationaire toerental. Langdurig gebruik bij onbelast volgas kan leiden tot motorschade. Let op: Reinig de afdekking van de trimmerkop wanneer u een nieuwe trimmerdraad aanbrengt, om trillingen te voorkomen. Controleer de andere delen van de trimmerkop en reinig deze indien nodig. Algemene werkinstructies WAARSCHUWING: Wees voorzichtig wanneer u een boom zaagt die gespannen staat. Hij kan terugspringen terug naar zijn normale positie vóór of na het zagen en u of het product raken en letsel veroorzaken.
- Zorg voor een open ruimte aan één kant van het werkgebied en begin vanaf daar met de werkzaamheden.
- Beweeg in een regelmatig patroon over het werkgebied. (Fig. 48)
- Verplaats het product helemaal naar links en rechts om een breedte van 4 tot 5 m (13-16 ft) bij elke draai te maken.
- Maak een lengte vrij van 75 m (250 ft) voordat u omdraait en terug gaat. Verplaats de jerrycan met benzine met u mee.
- Verplaats u in een richting waar u zo min mogelijk over greppels en obstakels gaat.
- Verplaats u in de richting waar de wind zorgt dat de gesneden vegetatie in het vrijgemaakte gebied valt. (Fig. 49)
- Verplaats u langs hellingen, niet op en neer. Gras maaien met een grasmaaiblad
1. Sta met uw voeten uit elkaar tijdens het gebruik van
het product. Zorg ervoor dat u stevig staat.
2. Plaats de steunkop lichtjes op de grond. Dit
voorkomt dat het blad de grond raakt.
3. Gebruik een pendelende beweging van rechts naar
links voor een goede maaibeweging. Gebruik de linkerkant van het blad om te snijden (tussen 8 en 12 uur). (Fig. 50)
4. Kantel het blad naar links bij het maaien van gras.
Let op: Het gras zal hierdoor in een lijn liggen.
5. Gebruik een pendelende beweging van links naar
rechts voor de retourbeweging.
6. Houd bij het werk een ritme aan.
7. Beweeg naar voren en zorg dat u stevig staat.
9. Verwijder het product uit de klem op het draagstel.
10. Plaats het product op de grond.
11. Verzamel het maaisel.
Verwijderen (Fig. 51) Voor de beste resultaten:
- Houd de trimmer zo vast dat de trimmerkop zich net boven de grond bevindt.
- Houd de trimmerkop enigszins schuin.
- Laat het uiteinde van de trimmerdraad over de grond langs voorwerpen lopen Gras trimmen
1. Houd de trimmerkop vlak boven de grond en schuin.
Druk de grastrimmerdraad niet in het gras. (Fig. 52)
2. Verkort de lengte van de trimmerdraad met 10-12
3. Verlaag het motortoerental om het risico op schade
aan planten te beperken.
4. Gebruik 80 % van het vermogen wanneer u in de
buurt van objecten gras maait. (Fig. 53) Gras maaien
1. Zorg dat de grastrimmerdraad parallel loopt aan de
grond wanneer u gaat maaien. (Fig. 54) 1542 - 002 - 17.07.2020 1312. Duw de trimmerkop niet op de grond. De grond en het product kunnen hierdoor beschadigd raken.
3. Zorg dat de trimmerkop de grond niet continu raakt.
Hierdoor kan de trimmerkop beschadigd raken.
4. Gebruik volgas wanneer u het product heen en weer
beweegt om gras te maaien. Zorg dat de grastrimmerdraad parallel loopt aan de grond. (Fig. 55) Gras vegen De luchtstroom van de roterende trimmerdraad kan worden gebruikt om maaisel uit een gebied te verwijderen.
1. Houd de trimmerkop met de trimmerdraad parallel
aan de grond en boven de grond.
3. Beweeg de trimmerkop van de ene naar de andere
kant en veeg het gras. WAARSCHUWING: Reinig de kap van de trimmerkop altijd wanneer u een nieuwe trimmerdraad monteert, om onbalans en trillingen in de hendels te voorkomen. Controleer ook de andere onderdelen van de trimmerkop en reinig deze indien nodig. Trimmerdraad vervangen Zie de laatste pagina van deze bedieningshandleiding. Onderhoud WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u gaat reinigen of reparaties of onderhoud gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product niet dagelijks gebruikt. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleiding worden beschreven. Neem voor overige onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding worden beschreven contact op met een erkend servicepunt. Onderhoudsschema Elke dag Wekelijks Maandelijks Reinig de externe oppervlakken. √ Maak het luchtfilter schoon. Vervang indien nodig. √ Controleer de kabelboom. √ Controleer de werking van de gashendelvergrendeling en de gashen- del.
Controleer de hendel en het stuur. √ Controleer de stopschakelaar. √ Controleer de beschermkappen. √ Controleer of het blad scherp en niet beschadigd is. Breng het blad op de juiste wijze aan in de middelste stand.
Controleer de trimmerkop. √ Controleer de snijuitrusting en zorg ervoor dat deze niet stationair draait.
Controleer de borgmoer van de snijuitrusting. √ Controleer of er geen brandstof uit de motor, tank of brandstofleidin- gen lekt.
Controleer de transportbescherming voor het blad. √ Controleer de moeren en schroeven. √ Controleer de handgreep van het startkoord en het startkoord. √ Controleer de trillingsdemperelementen. √ 132 1542 - 002 - 17.07.2020Onderhoudsschema Elke dag Wekelijks Maandelijks Reinig het externe gedeelte en de aangrenzende delen van de carbu- rateur.
Reinig het externe deel van de bougie. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Stel de afstand in op 0,6-0,7 mm of vervang de bougie. Monteer een ontstoorder op de bougie.
Reinig het koelsysteem. √ Controleer het smeermiddel van de hoekoverbrenging. Vul bij indien nodig.
Reinig de geluiddemper. √ Controleer de koppeling, koppelingsveren en koppelingstrommel. Laat ze indien nodig door een erkend servicecentrum vervangen.
Controleer alle kabels en aansluitingen. √ Vervang de bougie. √ De carburateur afstellen Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De afstelling moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde monteur. Geluiddemper controleren WAARSCHUWING: Gebruik een product niet wanneer de geluiddemper defect is. Als een geluiddemper defect is, moet deze altijd vervangen worden. WAARSCHUWING: Hierdoor ontstaat kans op verbranding of brand. Geluiddempers met katalysator kunnen tijdens bedrijf zeer heet worden. WAARSCHUWING: Risico op brand. De geluiddemper zorgt dat het geluidsniveau omlaag wordt gebracht en detecteert tevens de uitlaatgassen van de gebruiker. Uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken bevatten. OPGELET: Een beschadigd vonkenscherm mag nooit worden teruggeplaatst. Gebruik een product niet als het vonkenscherm op de geluiddemper ontbreekt of defect is. OPGELET: Als het vonkenscherm verstopt is, wordt het product te heet. Dit kan leiden tot beschadiging van de cilinder en de zuiger.
1. Controleer of de geluiddemper niet beschadigd is.
2. Zorg ervoor dat de geluiddemper correct aan het
product is bevestigd. Stationair toerental afstellen
- Zorg dat het luchtfilter schoon is. De snijuitrusting mag niet draaien bij een correct stationair toerental.
- Stel het stationaire toerental af met de bijbehorende T-stelschroef met de markering "T".
- Het stationaire toerental is juist wanneer de motor in alle standen soepel draait. Het stationaire toerental moet lager zijn dan het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien. WAARSCHUWING: Als het stationair toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stopt, dient u contact op te nemen met de distributeur of het servicecentrum. Gebruik het product niet voordat het is juist afgesteld of gerepareerd.
stopt. (Fig. 56) Koelsysteem Het product heeft een koelsysteem om de bedrijfstemperatuur laag te houden. Het koelsysteem heeft: (Fig. 57)
- Vinnen op het vliegwiel (A)
- Koelvinnen op de cilinder (B)
- Cilinderkap (C) (leidt koude lucht langs de cilinder)
- Geluiddemperplaat (D)
- Plaat (E) 1542 - 002 - 17.07.2020 133Koelsysteem reinigen WAARSCHUWING: Een vuil of verstopt koelsysteem veroorzaakt oververhitting. Hierdoor kunnen de zuiger en cilinder beschadigd raken.
1. Reinig de onderdelen van het koelsysteem minimaal
één keer per week met een borstel. Luchtfilter
- Reinig het filter met intervallen van 25 uur. Reinig het indien nodig vaker.
- Zet de chokehendel in de chokestand. (Fig. 58) Het luchtfilter reinigen OPGELET: Vervang altijd een luchtfilter dat beschadigd is, erg vies is of doordrenkt is met brandstof. Als u een luchtfilter lange tijd gebruikt, kan dat niet volledig worden gereinigd. Vervang het luchtfilter regelmatig door een nieuw exemplaar.
1. Zet de chokehendel naar boven om de chokeklep te
2. Verwijder het luchtfilterdeksel. (Fig. 59)
3. Verwijder het viltfilter en het luchtfilter.
4. Tik licht op de palm van uw hand met het viltfilter of
gebruik lucht om het viltfilter schoon te maken.
5. Controleer het oppervlak van de rubberen afdichting.
Vervang het filter als de rubberen afdichting is beschadigd.
6. Reinig het luchtfilter met een warm sopje van water
en zeep. OPGELET: Zorg ervoor dat het viltfilter droog blijft. Water veroorzaakt schade aan het viltfilter.
7. Gebruik Husqvarna-tweetaktolie om olie op het filter
aan te brengen. Zorg ervoor dat u overtollige olie verwijdert voordat u het luchtfilter terugplaatst. OPGELET: Gebruik geen benzine die is bedoeld voor viertaktmotoren.
8. Vervang het luchtfilter als het zo vuil is dat het niet
meer volledig kan worden gereinigd. Vervang een beschadigd luchtfilter altijd.
9. Reinig ook het binnenoppervlak van het filterdeksel.
Gebruik perslucht of een borstel.
10. Zorg dat het filter droog is voordat u het monteert.
Brandstoffilter Als de motor niet genoeg brandstof krijgt toegevoerd, controleer dan of de tankdop en het brandstoffilter (A) niet verstopt zijn. (Fig. 60) Smeermiddel aanbrengen op de hoekoverbrenging Zorg dat de hoekoverbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. (Fig. 61) Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
- Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 136 . (Fig. 62)
- Vervang de bougie indien nodig. Scherpen van grasmes en grasmaaiblad
1. Vijl bladen en messen met een platte vijl met enkele
messen gelijkmatig om de balans te bewaren. (Fig. 63)
1542 - 002 - 17.07.2020Probleemoplossing Starten mislukt Controle Mogelijke oor- zaak Oplossing Stopknop Stopstand Zet de stopschakelaar in de startpositie. Startpallen Elkaar rakende pallen Verstel of vervang de pallen. Reinig rondom de pallen. Neem contact op met een erkende servicedealer. Brandstoftank Verkeerd type brandstof. Aftappen en juiste brandstof gebruiken. Carburateur Afstelling van het stationair toerental. Het stationair toerental wordt afgesteld met de schroef T. Ontsteking (geen vonk) Bougie vies of nat. Zorg ervoor dat de bougie droog en schoon is. Afstand tussen de elektroden onjuist. Reinig de bougie. Controleer of de afstand tussen de elektroden juist is. Zorg er- voor dat de bougie is uitgerust met een onderdrukker. Zie technische gegevens voor een correcte elektrodenafstand. Bougie Bougie zit los. Draai de bougie vast. Motor start, maar blijft niet draaien Controle Mogelijke oor- zaak Oplossing Brandstoftank Verkeerd type brandstof. Aftappen en juiste brandstof gebruiken. Carburateur Motor loopt niet goed stationair. Neem contact op met uw servicedealer. Luchtfilter Verstopt lucht- filter. Maak het luchtfilter schoon. Transport en opslag
- Zorg dat apparatuur tijdens het transport veilig vast staat om schade en ongevallen te voorkomen.
- Sla producten en apparatuur op in een droge en vorstvrije ruimte.
- Vervang of repareer beschadigde onderdelen.
- Gebruik de juiste beschermkap op het product zodat geen vocht wordt vastgehouden.
- Zorg het product stevig bevestigd is tijdens transport. 1542 - 002 - 17.07.2020 135Technische gegevens 333R Mark II Motor Cilinderinhoud, cm
32,6 Stationair toerental, tpm 3000±300 Aanbevolen max. toerental, tpm 9100 Toerental van uitgaande as, tpm 6700 Maximaal motorvermogen volgens ISO 8893, kW/pk bij tpm 1,0/1,3 bij 7000 Brandstof-/smeersysteem Bougie NGK BPMR7A/HQT-1 Elektrodenafstand, mm 0,6-0,7 Brandstof-/smeersysteem Inhoud brandstoftank, l/cm
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 106,9 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L
Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A): Uitgerust met trimmerkop 96,9 Trillingsniveau
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogensniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegaran- deerde geluidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG.
De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typi- sche statistische spreiding (standaardafwijking) van 2,5 dB (A).
De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische sprei- ding (standaardafwijking) van 1,5 m/s
136 1542 - 002 - 17.07.2020Accessoires 333R Mark II Goedgekeurde accessoires Type Beschermkap voor snijuitrus- ting Grasmaaiblad/ grasmes Multi 330-2 (Ø 330 2 tanden) 593 70 66-01 Multi 255-3 (Ø 255 3 tanden) 593 70 66-01 Grass 275-4 (Ø 275 4 tanden) 593 70 66-01 Gras 255-4 1" (Ø 255 4 tanden) 593 70 66-01 Trimmerkop 593707601 593 70 66-01 Steunkop Vast - 1542 - 002 - 17.07.2020 137EG verklaring van overeenstemming EG verklaring van overeenstemming Naam uitgever: Husqvarna AB, SE–561 82 Huskvarna, Zweden, tel.: +46-36-146500. Husqvarna AB is als enige verantwoordelijk voor het object van deze verklaring: Door benzine aangedreven trimmer en/of bosmaaier, platform(s) GZ32B vertegenwoordigend(e) model(len) Husqvarna 333R Mark II, met serienummers van 2019 en later. Het platform- en modelnummer staan duidelijk op het productplaatje vermeld, samen met het jaartal en serienummer. Het hierboven beschreven object is conform de vereisten van de Richtlijnen van de Raad:
- van 17 mei 2006 "met betrekking tot machines" 2006/42/EG
- van 26 februari 2014 "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2014/30/EU.
- van 8 mei 2000 "met betrekking tot geluidsemissies in het milieu” 2000/14/EG.
- van 8 juni 2011 over de "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" 2011/65/EU. In overeenstemming met bijlage V staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in het technische gegevensblad van de bedieningshandleiding. De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 11806-1:2011, EN ISO 14982:2009, EN ISO 12100:2010, EN IEC 63000:2018 TÜV Rheinland LGA Products GmbH, Tillystrasse 2, D-90431 Nuernberg, Duitsland, 0197, heeft een vrijwillig typeonderzoek uitgevoerd ten behoeve van Husqvarna AB, onder vermelding van AM 50447165 ‐ Certificaat van conformiteit met EG-richtlijn 2006/42/EG voor machines. Dit certificaat is van toepassing op alle fabriekslocaties en landen van herkomst, zoals vermeld op het product. De geleverde grastrimmer en/of bosmaaier is conform het geteste exemplaar. Husqvarna AB, Huskvarna, Zweden, 2019-09-16 Pär Martinsson, Hoofd Ontwikkeling (gemachtigde vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor technische documentatie)
Notice-Facile