135 II - Zaag HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 135 II HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 135 II - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 135 II van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 135 II HUSQVARNA
3. Product- en serienummerplaatje
4. Informatie- en waarschuwingsplaatje
13. Kettingrem met terugslagbeveiliging
420/430X/440 Symbolen op het product (Fig. 3) Waarschuwing (Fig. 4) Lees deze handleiding (Fig. 5) Gebruik goedgekeurde hoofdbescherming, gehoorbescherming en oogbescherming (Fig. 6) Draag goedgekeurde beschermende handschoenen (Fig. 7) Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen (Fig. 8) Geluidsvermogen (Fig. 9) Kettingrem, niet ingeschakeld (links). Kettingrem, ingeschakeld (rechts) (Fig. 10) Chokehendel (Fig. 11) Primerbalg van brandstofpomp (Fig. 12) Tanken (Fig. 13) Zaagkettingolie bijvullen (Fig. 14) Dit apparaat voldoet aan de geldende EAC- richtlijnen (Fig. 15) Dit apparaat voldoet aan de geldende Oekraïense richtlijnen (Fig. 16) Dit apparaat voldoet aan de geldende Koreaanse richtlijnen (Fig. 17) Dit apparaat voldoet aan de geldende Japanse richtlijnen (Fig. 18) Geluidsniveau (Fig. 19) Houd het apparaat op de juiste wijze met beide handen vast (Fig. 20) Niet gebruiken met slechts één hand
862 - 002 - 03.12.2018 85(Fig. 21) Voorkom contact met de neus van de
geleider (Fig. 22) Pas op voor terugslag (Fig. 23) Dit apparaat voldoet aan de geldende Australische en Nieuw-Zeelandse richtlijnen inzake elektromagnetische compatibiliteit. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten. Voorstel 65 (Fig. 1) EU V WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Lees, begrijp en houd u aan de instructies in deze handleiding. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudswerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen uitlaatgassen van de motor in. Er kan een gezondheidsrisico optreden als u uitlaatgassen, kettingoliedampen en zaagsel gedurende een lange periode inademt.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden.
862 - 002 - 03.12.2018Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig of
fataal letsel door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Dit apparaat genereert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen.
- Laat het product niet bedienen door een persoon die de instructies niet heeft gelezen.
- Houd personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld. Schakel de motor uit en zorg ervoor dat de ketting niet draait.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden. Veiligheidsinstructies voor bediening
- Het voortdurend of regelmatig bedienen van het product kan zorgen voor "witte vingers" of dergelijke medische problemen als gevolg van trillingen. Houd de toestand van uw handen en vingers in de gaten als u het product voortdurend of regelmatig gebruikt. Als uw handen of vingers verkleuren, pijn doen, tintelen of doof aanvoelen, stop dan met werken en raadpleeg onmiddellijk een arts.
- Zorg ervoor dat het product volledig is gemonteerd voordat u het gaat gebruiken.
- Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan. Draag altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het apparaat gebruikt.
- Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uw medeweten dicht bij het product komen.
- Gebruik dit product niet als zich personen in het werkgebied bevinden. Schakel het product uit wanneer een persoon het werkgebied betreedt. (Fig. 24)
- Zorg dat u het product altijd onder controle hebt.
- Het apparaat moet met twee handen worden gebruikt. Gebruik het apparaat nooit met één hand. Werken met één hand kan leiden tot ernstig letsel voor de gebruiker, medewerkers, omstanders of een combinatie van deze personen.
- Houd de voorste handgreep vast met uw linkerhand en de achterste handgreep met uw rechterhand. Houd het apparaat rechts van uw lichaam. (Fig. 25)
- Gebruik het apparaat niet wanneer u vermoeid of ziek bent, of alcohol of drugs hebt gebruikt.
- Gebruik het product niet als u geen hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet. Zorg ervoor dat anderen weten dat u het product gaat gebruiken voordat u het product start.
- Draai niet met het product voordat u zeker weet dat er zich geen personen of dieren in de veiligheidszone bevinden.
- Verwijder alle ongewenste materialen uit het werkgebied voordat u begint. Als de ketting een voorwerp raakt, kan dit worden weggeslingerd en letsel of schade veroorzaken. Rondom de ketting kan zich ongewenst materiaal wikkelen dat schade veroorzaakt.
- Gebruik het apparaat niet bij slecht weer, zoals mist, regen, sterke wind, gevaar voor blikseminslag of andere ongunstige weersomstandigheden. Bij slecht weer kunnen gevaarlijke omstandigheden, zoals gladde oppervlakken, ontstaan.
- Zorg dat u vrij kunt bewegen en in een stabiele houding kunt werken.
- Zorg dat u niet kunt vallen wanneer u het product gebruikt. Buig u niet voorover of achterover wanneer u het product bedient.
- Houd het product altijd met twee handen vast. Houd de voorste handgreep vast met uw linkerhand en de achterste handgreep met uw rechterhand. Houd het apparaat rechts van uw lichaam.
- De zaagketting begint met draaien als de chokehendel in de chokestand staat wanneer de motor wordt gestart.
- Schakel de motor uit voordat u het product verplaatst.
- Zet het product niet neer terwijl de motor is ingeschakeld.
- Stop de motor voordat u ongewenste materialen verwijdert van het apparaat. Laat de ketting eerst stoppen voordat u (al dan niet met een hulpmiddel) het gesneden materiaal verwijdert.
- Gebruik dit apparaat niet in een boom. Het gebruik van dit apparaat in een boom kan letsel veroorzaken. (Fig. 26)
- De kettingrem moet zijn ingeschakeld wanneer het product wordt gestart, om te voorkomen dat u tijdens het starten door de ketting wordt geraakt. (Fig. 27)
- Als gevolg van terugslag kunnen de gebruiker en anderen ernstig of dodelijk letsel oplopen. Om de risico's te beperken, moet u de oorzaken van
862 - 002 - 03.12.2018
87terugslag kennen en weten hoe u terugslag kunt voorkomen.
- Volg alle veiligheidsvoorschriften om het terugslagrisico en andere factoren te verlagen die kunnen leiden ernstig letsel of de dood.
- Stel de spanning van de zaagketting regelmatig af om zeker te zijn dat de zaagketting niet verslapt. Een slappe zaagketting kan losraken en ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.
- Hanteer geen onjuiste werkwijze om bomen te kappen. Hierdoor kan lichamelijk letsel optreden, een nutsvoorziening worden geraakt of materiële schade ontstaan.
- De gebruiker moet op het hogerliggende terrein blijven, aangezien de boom nadat deze is gekapt, waarschijnlijk heuvelafwaarts rolt of schuift. (Fig. 28)
- Plan en bereid uw vluchtweg voor voordat u begint met zagen. De vluchtweg moet in een hoek van circa 135 graden (schuin achterwaarts) tegenover de geplande valrichting liggen.
- Schakel altijd de motor uit voordat u het product verplaatst.
- Zorg dat uw voeten stevig op de grond staan en verdeel uw gewicht gelijkmatig over beide voeten. (Fig. 30)
- Gebruik het product alleen met uw voeten op een stabiele ondergrond. Zonder een stabiele ondergrond kunnen de gebruiker en anderen ernstig of fataal letsel oplopen. Gebruik het product niet vanaf een ladder of in een boom. (Fig. 31) Wegglijden, stuiteren, vallen en terugslag Verschillende krachten kunnen van invloed zijn op een veilig gebruik van het apparaat.
- Wegglijden doet zich voor wanneer de geleider snel langs het hout beweegt.
- Stuiteren doet zich voor wanneer de geleider omhoog komt van het hout en het hout telkens opnieuw raakt.
- Vallen doet zich voor wanneer het apparaat in neerwaartse richting beweegt nadat de snede is gemaakt. Hierdoor kan de draaiende ketting een lichaamsdeel of andere voorwerpen raken en letsel of schade veroorzaken.
- Terugslag doet zich voor wanneer het uiteinde van de geleider in aanraking komt met een voorwerp en daardoor naar achteren, naar boven of plotseling naar voren beweegt. Terugslag treedt ook op wanneer het hout dichttrekt en de zaag bekneld raakt tijdens het snijden. Als het apparaat een voorwerp in het hout raakt, bestaat het gevaar dat u de controle verliest. (Fig. 32)
- Roterende terugslag kan optreden wanneer de draaiende ketting een voorwerp aan de bovenzijde van de geleider raakt. Hierdoor kan de ketting zich in het voorwerp werken en onmiddellijk tot stilstand komen. Dit leidt tot een zeer snelle, omgekeerde reactie die tot gevolg heeft dat de geleider omhoog en naar achteren beweegt in de richting van de gebruiker. (Fig. 33)
- Terugslag door beknelling kan optreden wanneer de zaagketting tijdens het snijden plotseling tot stilstand komt. Het hout trekt dicht en klemt de draaiende zaagketting vast langs de bovenzijde van de geleider. Door het plotselinge stoppen van de ketting komen krachten in tegengestelde richting vrij, zodat het apparaat in omgekeerde richting van de kettingrotatie gaat bewegen. Het apparaat beweegt naar achteren, in de richting van de gebruiker. (Fig. 34)
- Intrekken kan optreden wanneer de zaagketting plotseling tot stilstand komt doordat de draaiende ketting een voorwerp in het hout aan de onderzijde van de geleider raakt. Door het plotselinge stoppen wordt het apparaat naar voren, weg van de gebruiker getrokken, waardoor de gebruiker de controle over het apparaat kan verliezen. (Fig. 35) Voordat u het apparaat in gebruik neemt, moet u inzicht hebben in de verschillende krachten en weten hoe u deze situaties kunt voorkomen. Zie Voorkomen van terugslag, wegglijden, stuiteren en vallen op pagina 88
Voorkomen van terugslag, wegglijden, stuiteren en vallen
- Wanneer de motor draait, moet u het product stevig vasthouden. Houd de voorste handgreep vast met uw linkerhand en de achterste handgreep met uw rechterhand. Zorg voor een stevige grip met uw duimen en vingers rondom de handgrepen. Laat de handgrepen niet los.
- Houd het apparaat onder controle tijdens het snijden en nadat het hout op de grond is gevallen. Let erop dat het apparaat niet door het gewicht in neerwaartse richting beweegt nadat de snede is gemaakt.
- Zorg dat het gebied waarin u aan het zagen bent, vrij is van obstakels. Voorkom dat de neus van de geleider een boomstronk, tak of ander obstakel raakt tijdens het gebruik van het apparaat. (Fig. 36)
- Zaag met een hoog motortoerental.
- Reik nooit te ver en zaag nooit boven schouderhoogte. (Fig. 37)
- Volg de instructies van de fabrikant met betrekking tot het slijpen en onderhouden van de zaagketting.
862 - 002 - 03.12.2018• Monteer uitsluitend vervangende geleiders en
zaagkettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd.
- Het gevaar van terugslag neemt toe als de hoogte van de dieptesteller te groot is. Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het apparaat gebruikt. Persoonlijke beschermingsmiddelen zorgen ervoor dat letsel bij ongevallen minder ernstig zal zijn, maar kunnen letsel niet volledig voorkomen.
- Draag geen loszittende kleding die klem kan raken in de zaagketting.
- Draag een goedgekeurde veiligheidshelm.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
- Draag altijd een veiligheidsbril of gezichtsvizier om letselgevaar door rondvliegende voorwerpen te verminderen. Het apparaat kan voorwerpen met grote kracht wegslingeren, zoals houtsnippers en kleine stukjes hout. Hierdoor kan ernstig letsel ontstaan, ook aan de ogen.
- Draag handschoenen met kettingzaagbescherming.
- Draag een broek met kettingzaagbescherming.
- Draag laarzen met kettingzaagbescherming, stalen neuzen en antislipzolen.
- Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt.
- Er kunnen vonken springen vanaf de uitlaatdemper, geleider en zaagketting of vanaf andere onderdelen. Zorg dat u altijd een brandblusser en een schop bij de hand hebt om bosbranden te voorkomen. Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt. Stopschakelaar controleren
1. Start de motor. Zie
Voordat u de motor start op pagina 91
controleer of deze teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.
3. Druk op de gashendel (B) en controleer of deze
teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.
4. Start de motor en zet het gas volledig open.
5. Laat de gashendel los en controleer of de
zaagketting tot stilstand komt.
6. Als de zaagketting bij stationair toerental draait,
draait u de stelschroef voor stationair toerental linksom totdat de zaagketting stopt. Beschermkap De beschermkap voorkomt dat voorwerpen in de richting van de gebruiker worden geslingerd. De beschermkap voorkomt ook dat de zaagketting tegen de gebruiker aan komt.
- Zorg dat de beschermkap is toegestaan voor gebruik in combinatie met het product.
- Gebruik het product niet zonder de beschermkap.
- Controleer of de beschermkap niet is beschadigd. Vervang de beschermkap als deze is versleten of scheuren vertoont. Brandstofveiligheid
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start de motor niet als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brand kan ontstaan.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
862 - 002 - 03.12.2018
89• Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
- Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
- Plaats het product of de jerrycan met brandstof niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan open vuur, vonken of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
- Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
- Reinig het product voordat het gedurende lange tijd wordt opgeslagen.
- Verwijder de bougiekabel voordat het product wordt opgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kan starten. Veiligheidsinstructies voor onderhoud
- Koppel altijd de bougie los voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, behalve wanneer u de carburateur wilt afstellen.
- Laat alle onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren door een erkende dealer, met uitzondering van de werkzaamheden in Onderhoud op pagina 93
- Controleer of de zaagketting tot stilstand komt wanneer de gashendel wordt losgelaten.
- Zorg dat de handgrepen droog, schoon en vrij van olie of brandstof blijven.
- Zorg dat doppen en bevestigingen goed blijven vastzitten.
- Het gebruik van niet-goedgekeurde vervangende onderdelen of het verwijderen van veiligheidsvoorzieningen kan leiden tot schade aan het apparaat. Hierdoor kan ook letsel ontstaan bij de gebruiker of bij omstanders. Gebruik alleen aanbevolen accessoires en vervangende onderdelen. Breng geen wijzigingen aan het product aan.
- Zorg dat de zaagketting scherp en schoon blijft voor veilige, uitstekende prestaties.
- Volg de instructies voor het smeren en vervangen van onderdelen.
- Controleer het product op beschadigde onderdelen. Controleer of eventuele schade aan de beschermkap of een bepaald onderdeel een correcte werking in de weg staat, voordat u het apparaat opnieuw in gebruik neemt. Controleer op defecte of onjuist uitgelijnde onderdelen en op onderdelen die niet vrij bewegen. Controleer of er andere omstandigheden zijn die de werking van het apparaat negatief kunnen beïnvloeden. Controleer of het apparaat correct is gemonteerd. Een beschadigde beschermkap of ander beschadigd onderdeel moet worden gerepareerd of vervangen door een erkende dealer, tenzij de gebruikershandleiding anders vermeldt.
- Wanneer het apparaat niet in gebruik is, bewaart u het op een droge, hoge en afgesloten locatie buiten het bereik van kinderen.
- Gebruik tijdens het transporteren of opslaan van het apparaat een transportbescherming of afscherming om het apparaat te verplaatsen.
- Gebruik geen afgewerkte olie. Afgewerkte olie kan gevaarlijk voor u zijn en schade aan het apparaat en milieu toebrengen. Montage WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert. Geleider en zaagketting monteren
1. Draai de zaagbladmoeren los en verwijder het
koppelingsdeksel. Verwijder de transportbescherming (A). (Fig. 39)
2. Houd de geleider boven de zaagbladbouten. Duw de
geleider volledig in de achterste positie.
3. Draag veiligheidshandschoenen.
4. Til de zaagketting boven het kettingaandrijfwiel en
positioneer de ketting in de groef van de geleider. Begin aan de bovenzijde van de geleider. (Fig. 40)
5. Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels aan de
bovenrand van de geleider naar voren wijzen.
6. Monteer het koppelingdeksel en breng de stelpen
van de kettingspanner aan in de uitsparing van de geleider.
7. Controleer of de aandrijfschakels van de zaagketting
correct aanliggen op het kettingaandrijfwiel. Controleer ook of de zaagketting correct is gepositioneerd in de groef op de geleider.
8. Draai de geleidermoeren met de hand vast.
9. Draai de kettingspannerschroef rechtsom om de
zaagketting te spannen. Verhoog de spanning van de zaagketting totdat deze niet meer slap onder de geleider hangt, maar u de ketting nog wel gemakkelijk met de hand kunt draaien. (Fig. 41) (Fig. 42)
10. Houd het uiteinde van de geleider omhoog en draai
de zaagbladmoeren vast met de combinatietang. (Fig. 43)
- Controleer na het monteren van een nieuwe zaagketting regelmatig de kettingspanning, totdat de zaagketting is ingelopen.
- Controleer de kettingspanning op gezette tijden. Een correcte kettingspanning leidt tot goede resultaten en een lange levensduur. 90 862 - 002 - 03.12.2018Werking WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product gebruikt. Brandstof gebruiken OPGELET: Dit product heeft een tweetaktmotor. Gebruik een mengsel van benzine en tweetakt-motorolie. Zorg dat u de juiste hoeveelheid olie gebruikt in het mengsel. Door een onjuiste verhouding van benzine en olie kan de motor beschadigd raken. Mengverhouding voor brandstof De mengverhouding voor benzine en tweetakt-motorolie is 50:1 (2%) Benzine Tweetakt-motorolie 1 U.S. Gal. 77 ml (2,6 oz) 1 UK Gal. 95 ml (3,2 oz) 5 l 100 ml (3,4 oz) Brandstof mengen
1. Bepaal de juiste hoeveelheid benzine en motorolie
(mengverhouding 50:1). Prepareer geen grotere hoeveelheid brandstofmengsel dan u binnen 30 dagen zult gebruiken. Zie Mengverhouding voor brandstof op pagina 91
2. Giet de helft van de hoeveelheid benzine in een
schone jerrycan met een anti-morsschenktuit. OPGELET: Gebruik geen benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken. Let op: Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product regelmatig gebruikt met een hoog motortoerental.
3. Voeg de volledige hoeveelheid tweetakt-motorolie
toe aan de jerrycan. OPGELET: Gebruik altijd motorolie van hoge kwaliteit voor luchtgekoelde tweetaktmotoren. Andere oliën kunnen schade aan het apparaat veroorzaken.
4. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
5. Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe aan de
6. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
7. Vul de brandstoftank van het apparaat met het
brandstofmengsel. Zie Mengverhouding voor brandstof op pagina 91
1. Zorg dat het brandstofmengsel juist is en zich in een
jerrycan met een anti-morsschenktuit bevindt.
2. Als zich aan de buitenzijde van de jerrycan brandstof
bevindt, verwijdert u dit en laat u de jerrycan drogen.
3. Zorg dat het oppervlak rondom de tankdop schoon
4. Verwijder de brandstoftankdop. (Fig. 44)
5. Schud de jerrycan voordat u het brandstofmengsel in
de brandstoftank laat lopen.
6. Plaats de tankdop terug.
Zaagketting smeren Het apparaat is voorzien van een automatisch smeersysteem. Zorg dat u alleen de juiste kettingolie gebruikt en volg de instructies.
1. Gebruik plantaardige zaagkettingolie of een
standaard kettingolie.
2. Zorg dat het gebied in de buurt van de tankdop van
de kettingolietank schoon is.
3. Verwijder de dop van de kettingolietank.
4. Vul de kettingolietank met de aanbevolen
5. Plaats de dop van de kettingolietank terug.
Voordat u de motor start
- Controleer het product op ontbrekende, beschadigde, loszittende of versleten onderdelen.
- Controleer de moeren, schroeven en bouten.
- Controleer het luchtfilter.
- Controleer of de gashendelvergrendeling en de gashendel naar behoren werken.
- Controleer of de stopschakelaar naar behoren werkt.
- Controleer het product op brandstoflekkage.
- Controleer de scherpte en de spanning van de zaagketting.
1. Duw de terugslagbeveiliging naar voren om de
kettingrem in te schakelen. (Fig. 45)
2. Trek de chokehendel naar buiten en omhoog.
3. Druk de primerbalg van de brandstofpomp langzaam
6 maal in. (Fig. 46)
4. Druk de behuizing van het apparaat met uw
linkerhand op de grond.
5. Plaats uw rechtervoet door de achterhandgreep.
6. Trek met uw rechterhand langzaam aan de greep
van het startkoord totdat u enige weerstand voelt.
7. Trek stevig aan de greep van het startkoord. (Fig.
47) OPGELET: Trek niet aan het startkoord totdat deze stopt. Laat het startkoord niet los wanneer het volledig is uitgetrokken. Laat het startkoord langzaam los. Het niet naleven van deze instructies kan leiden tot motorschade. Let op: Trek niet aan de gashendel als u de motor start.
8. Trek herhaaldelijk aan de greep van het startkoord
11. Houd de achterste handgreep vast met uw
rechterhand en de voorste handgreep met uw linkerhand.
12. Trek de terugslagbeveiliging onmiddellijk naar
achteren in de richting van de voorste handgreep om de kettingrem uit te schakelen. (Fig. 27) Let op: De ketting zal bewegen.
13. Laat 20-30 seconden draaien met verhoogd
stationair toerental.
14. Trek zachtjes aan de gashendel om het normale
stationaire toerental in te stellen.
15. Laat 20-30 seconden draaien met normaal stationair
16. Neem het apparaat in gebruik.
1. Duw de terugslagbeveiliging naar voren om de
kettingrem in te schakelen. (Fig. 45)
2. Trek de chokehendel naar buiten en omhoog.
3. Druk de primerbalg van de brandstofpomp langzaam
5. Druk de behuizing van het apparaat met uw
linkerhand op de grond.
6. Plaats uw rechtervoet door de achterhandgreep.
7. Trek met uw rechterhand langzaam aan de greep
van het startkoord totdat u enige weerstand voelt.
8. Trek stevig aan de greep van het startkoord. (Fig.
47) OPGELET: Trek niet aan het startkoord totdat deze stopt. Laat het startkoord niet los wanneer het volledig is uitgetrokken. Laat het startkoord langzaam los. Het niet naleven van deze instructies kan leiden tot motorschade. Let op: Trek niet aan de gashendel als u de motor start.
9. Trek aan de greep van het startkoord totdat de motor
10. Houd de achterste handgreep vast met uw
rechterhand en de voorste handgreep met uw linkerhand.
11. Trek de terugslagbeveiliging onmiddellijk naar
achteren in de richting van de voorste handgreep om de kettingrem uit te schakelen. (Fig. 27) Let op: De ketting zal bewegen.
12. Wacht 10-15 seconden.
13. Trek zachtjes aan de gashendel om het normale
stationaire toerental in te stellen.
14. Neem het apparaat in gebruik.
Motor starten als de brandstof te warm is Als het apparaat niet start, is de brandstof mogelijk te warm. Let op: Gebruik altijd nieuwe brandstof en verkort de gebruiksduur bij warm weer.
1. Leg het apparaat op een koele plek, uit de buurt van
2. Laat het apparaat minimaal 20 minuten afkoelen.
3. Druk het balgje van de brandstofpomp gedurende 10
tot 15 seconden telkens opnieuw in.
4. Volg de procedure voor het starten van een koude
- Druk de stopschakelaar in om de motor te stoppen. Let op: De stopschakelaar keert automatisch terug naar zijn oorspronkelijke stand. 92 862 - 002 - 03.12.2018Een schorssteun gebruiken Een schorssteun houdt het hout vast tijdens het zagen. De schorssteun is een draaipen tussen het motorblok en de geleider.
1. Stel de onderzijde van de schorssteun in op de juiste
breedte van het scharnierstuk.
2. Duw tegen de voorste handgreep met uw linkerhand
en til de achterste handgreep op met uw rechterhand.
3. Zaag totdat u een scharnierstuk met de juiste
breedte hebt. Let op: Het scharnierstuk moet overal even dik zijn.
4. Zaag de stam voor meer dan de helft door en plaats
vervolgens de velwig in de zaagsnede. Boom kappen
1. Verwijder vuil, stenen, losse schors, spijkers, nieten
en draden uit de boom.
2. Maak een schuine zaagsnede met een diepte van
één derde van de stamdikte, loodrecht op de valrichting. (Fig. 49)
3. Maak de onderste horizontale zaagsnede van de
valkerf. Hierdoor voorkomt u dat de zaagketting of de geleider bekneld raakt wanneer u de tweede zaagsnede maakt.
4. Maak aan de tegenoverliggende zijde de velsnede
(X), minimaal 50 mm (2 inch) hoger dan de horizontale zaagsnede van de valkerf. Zorg dat de velsnede evenwijdig loopt aan de horizontale inkeping, zodat er voldoende hout overblijft om als kantelpunt te dienen. Zaag niet door het kantelpunt. Het kantelpunt zorgt ervoor dat de boom niet draait of in de verkeerde richting valt. (Fig. 50) en (Fig. 51)
5. Wanneer de achterste velsnede dichter bij het
kantelpunt komt, zal de boom beginnen te vallen. Zorg dat de boom in de juiste richting kan vallen en dat de boom niet achterwaarts overhelt en de zaagketting afklemt. Om dit te voorkomen, stopt u met zagen voordat de achterste velsnede is voltooid. Gebruik houten of kunststof wiggen om de snede te openen en de boom in de gewenste richting te laten vallen. (Fig. 52)
6. Wanneer de boom begint te vallen, verwijdert u het
product uit de snede. Stop de motor, leg het product neer en gebruik de geplande vluchtroute. Pas op voor takken die boven uw hoofd omlaag kunnen vallen en kijk waar u loopt. (Fig. 53) Boom snoeien
1. Laat grotere takken aan de boom zitten om de stam
van de grond te houden.
2. Verwijder kleine takken met één enkele snede. (Fig.
3. Takken onder spanning moeten van beneden naar
boven worden gezaagd om te voorkomen dat de zaagketting of geleider bekneld raakt. Stam in stukken zagen OPGELET: Zorg dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond.
- Als de stam over de gehele lengte wordt ondersteund, zaagt u vanaf de bovenzijde van de stam (dit wordt ook wel 'overbucking' of overzagen genoemd). (Fig. 55)
- Als de stam aan één uiteinde wordt ondersteund, maakt u vanaf de onderzijde een snede met een diepte van één derde van de stamdikte (dit wordt ook wel 'underbucking' of onderzagen genoemd).
- Als de stam aan beide uiteinden wordt ondersteund, maakt u vanaf de bovenzijde een snede met een diepte van één derde van de stamdikte. Voltooi de snede vanaf de onderzijde en zaag het onderste twee derde deel van de stam totdat u uitkomt bij de eerste zaagsnede. (Fig. 56)
- Als u de stam op een helling zaagt, moet u altijd op het hogerliggende terrein blijven. Zaag door de stam en zorg dat u volledige controle over het apparaat houdt. Verminder de zaagdruk vlak voor het einde van de snede en houd daarbij de achterste en voorste handgreep stevig vast. (Fig. 57) Onderhoud WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u gaat reinigen of reparaties of onderhoud gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product niet dagelijks gebruikt. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleiding worden beschreven. Neem voor overige onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding worden beschreven contact op met een erkend servicepunt. Dagelijks onderhoud
- Controleer de kettingvanger op schade. Vervang de kettingvanger als deze beschadigd is.
862 - 002 - 03.12.2018 93• Draai de geleider dagelijks, zodat gelijkmatige
- Controleer of de smeeropening in de geleider niet is verstopt.
- Verwijder zaagstof en ander ongewenst materiaal van onder het koppelingdeksel.
- Reinig de groef van de geleider. (Fig. 58)
- Controleer of er voldoende olie wordt toegevoerd naar de geleider en zaagketting.
- Controleer de zaagketting op scheuren en onregelmatige slijtage van klinknagels en schakels. Vervang zo nodig de zaagketting.
- Controleer of de zaagketting de juiste spanning heeft en controleer op bramen op de aandrijfschakels van de ketting. Vervang zo nodig de zaagketting.
- Controleer het kettingaandrijfwiel op te grote slijtage en vervang het zo nodig. (Fig. 59)
- Reinig de luchtinlaat van het starterhuis.
- Controleer of de moeren en schroeven goed zijn vastgedraaid.
- Controleer of de bedieningselementen goed werken. Wekelijks onderhoud
- Controleer of het koelsysteem correct werkt.
- Controleer of de startmotor, het startkoord en de terugtrekveer correct werken.
- Controleer of de onderdelen van de trillingsdemper niet zijn beschadigd. (Fig. 60)
- Verwijdeer eventuele bramen op de randen van de geleider met een vijl.
- Maak het vonkenopvangnet van de geluiddemper schoon of vervang het. (Fig. 61)
- Reinig de externe oppervlakken van de carburateur en de aangrenzende oppervlakken.
- Reinig het luchtfilter. Breng een nieuw luchtfilter aan als het beschadigd is of te vuil is om het volledig te kunnen reinigen. Zie Het luchtfilter reinigen op pagina 95 voor meer informatie. Maandelijks onderhoud
- Controleer de remvoering van de kettingrem op slijtage. Vervang de remvoering als deze op het meest versleten punt minder dan 0,6 mm (0,024 inch) dik is. (Fig. 62)
- Controleer het middenstuk van de koppeling, de koppelingstrommel en de koppelingsveer op slijtage.
- Bougie reinigen. Controleer of de afstand tussen de elektroden juist is. (Fig. 63)
- Reinig de externe oppervlakken van de carburateur en de aangrenzende oppervlakken.
- Controleer het brandstoffilter en de brandstofslang. Vervang indien nodig.
- Controleer alle kabels en aansluitingen. Jaarlijks onderhoud
- Reinig het koelsysteem.
- Controleer het vonkenopvangnet.
- Controleer het brandstoffilter.
- Controleer de brandstofslang op schade.
- Controleer alle kabels en aansluitingen. Incidenteel onderhoud
- Laat de geluiddemper na 50 bedrijfsuren repareren of vervangen door een erkend servicecentrum.
- Voer onderhoud aan de bougie uit als:
- het vermogensniveau van de motor te laag is.
- de motor moeilijk kan worden gestart.
- de motor niet naar behoren werkt bij stationair toerental.
- Controleer de smering van de zaagketting telkens wanneer u brandstof bijvult. Zie Smering van de zaagketting controleren op pagina 96
Stationair toerental afstellen Zorg dat het luchtfilter schoon is en dat het luchtfilterdeksel is aangebracht voordat het stationaire toerental wordt afgesteld.
1. Draai de stelschroef voor stationair draaien, die is
gemarkeerd met een 'T', rechtsom totdat de zaagketting begint te draaien.
2. Draai de stelschroef voor stationair draaien, die is
gemarkeerd met een 'T', linksom totdat de zaagketting stopt.
3. Het stationaire toerental moet lager zijn dan het
toerental waarbij de zaagketting gaat draaien. Het stationaire toerental is juist wanneer de motor in alle standen soepel draait. Onderhoud uitvoeren aan het vonkenopvangnet
- Gebruik een staalborstel om het vonkenopvangnet te reinigen. (Fig. 61)
862 - 002 - 03.12.2018Onderhoud uitvoeren aan de bougie
OPGELET: Gebruik de aanbevolen bougie. Zorg dat het vervangende onderdeel identiek is aan het onderdeel dat door de fabrikant wordt geleverd. Een onjuiste bougie kan leiden tot schade aan het product.
1. Als het apparaat niet soepel start of draait,
controleert u de bougie op de aanwezigheid van ongewenst materiaal. Om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) zorg dat het stationaire motortoerental correct is afgesteld. b) zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) zorg dat het luchtfilter schoon is.
2. Reinig de bougie als deze vuil is. Controleer of de
afstand tussen de elektroden juist is. (Fig. 63)
3. Vervang de bougie indien nodig.
Het luchtfilter reinigen
1. Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder het
luchtfilter. (Fig. 64)
2. Reinig het luchtfilter met een warm sopje van water
en zeep. Zorg dat het luchtfilter droog is wanneer u dit aanbrengt.
3. Vervang het luchtfilter als het zo vuil is dat het niet
meer volledig kan worden gereinigd. Vervang een beschadigd luchtfilter altijd. Zaagketting slijpen De snijder De zagende delen van een zaagketting worden zaagschakels genoemd en bestaan uit een snijtand (A) en een dieptestellernok (B). De snijdiepte van de snijder wordt bepaald door het hoogteverschil tussen deze beide punten, oftewel de instelling van de dieptesteller (C). (Fig. 65) Bij het slijpen van snijtanden moet u rekening houden met vier belangrijke factoren:
- Diameter van de ronde vijl. (Fig. 69) Snijtanden slijpen Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een ronde vijl en een vijlmal. Zie Zaagkettingvijl en zaagkettingcombinaties op pagina 98 voor informatie over de aanbevolen breedte van de vijl en de vijlmal voor de zaagketting die op uw apparaat is aangebracht. (Fig. 70)
1. Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft.
Een ketting die niet de juiste spanning heeft, zal naar één kant bewegen en niet op de juiste wijze kunnen worden geslepen.
2. Vijl alle snijtanden aan één zijde. Vijl vervolgens alle
snijtanden vanaf de binnenzijde, waarbij u tijdens het terughalen van de vijl minder druk uitoefent.
3. Leg het apparaat op de andere zijde en vijl de
4. Gebruik de vijl om alle snijtanden even lang te
maken. Vervang een versleten zaagketting wanneer de snijtanden korter dan 4 mm (5/32 inch) zijn geworden. Hoogte van de dieptesteller aanpassen Slijp de snijtanden voordat u de instelling van de dieptesteller aanpast. Zie Snijtanden slijpen op pagina
. Wanneer u de zaagtanden (A) slijpt, neemt de instelling van de dieptesteller (C) af. Om de maximum zaagcapaciteit te behouden, moet de dieptestellernok (B) verlaagd worden tot de aanbevolen hoogte. Zie Zaagkettingvijl en zaagkettingcombinaties op pagina
voor de juiste instelling van de dieptesteller voor uw specifieke ketting. (Fig. 71) (Fig. 72) Let op: Bij deze aanbeveling wordt ervan uitgegaan dat de lengte van de snijtanden niet abnormaal afgevijld werd. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogte van de dieptesteller aan te passen.
1. Plaats de vijlmal op de zaagketting. Gedetailleerde
informatie over het gebruik van de vijlmal staat op de verpakking van de vijlmal.
2. Gebruik de platte vijl om het overschot van het deel
van de dieptestellernok dat onder de mal uitkomt, weg te vijlen. De snijdiepte is correct als u geen weerstand voelt wanneer u de vijl over de mal haalt. Zaagketting spannen Let op: Controleer gedurende de inloopperiode regelmatig de spanning van een nieuwe zaagketting.
1. Draai de geleidermoeren los die het koppelingdeksel
op zijn plaats houden. Gebruik de combinatietang. (Fig. 73)
2. Draai de geleidermoeren met de hand zo vast
953. Til de bovenzijde van de geleider omhoog en rek de
zaagketting uit door de kettingspannerschroef aan te draaien. Gebruik de combinatietang. Verhoog de spanning van de zaagketting totdat deze niet meer slap onder de geleider hangt. (Fig. 74)
4. Draai de geleidermoeren vast met de
combinatietang en til tegelijkertijd de punt van de geleider omhoog. (Fig. 75)
5. Controleer of u de zaagketting met de hand soepel
kunt draaien en of de ketting niet slap hangt. (Fig. 76) Snijuitrusting smeren Smering van de zaagketting controleren Controleer de smering van de kettingzaag telkens wanneer u brandstof bijvult.
1. Start het apparaat en laat het draaien op driekwart
van het maximale toerental. Richt de neus van de geleider op een lichtgekleurd oppervlak dat zich op een afstand van bijna 20 cm (8 inch) bevindt.
2. Na één minuut draaien is op het lichtgekleurde
oppervlak een oliestreep zichtbaar.
3. Als de oliestreep na één minuut niet zichtbaar is,
reinigt u het oliekanaal in de geleider. Reinig de groef in de rand van de geleider. Controleer of het kettingwiel in de neus van de geleider vrij draait en of de smeeropening niet is verstopt. Reinig en smeer het neuskettingwiel.
4. Start het apparaat en laat het draaien op driekwart
van het maximale toerental. Richt de neus van de geleider op een lichtgekleurd oppervlak dat zich op een afstand van bijna 20 cm (8 inch) bevindt.
5. Na één minuut draaien is op het lichtgekleurde
oppervlak een oliestreep zichtbaar.
6. Als de oliestreep na één minuut niet zichtbaar is,
neemt u contact op met uw erkende dealer. Transport
- Plaats de transportbescherming tijdens transport op de snijuitrusting om letsel te voorkomen.
- Zorg dat het product niet kan bewegen tijdens het vervoer. Opslag
- Berg het apparaat altijd veilig op wanneer u het niet gebruikt. Lekkages en dampen uit het apparaat kunnen in aanraking komen met vonken of open vuur van elektrische apparatuur, elektrische grasmaaiers, relais, schakelaars, ketels enzovoort.
- Bewaar brandstof altijd in een goedgekeurde jerrycan.
- Leeg de brandstof- en kettingolietank wanneer u het apparaat voor langere tijd opslaat. Zorg dat de gebruikte vloeistoffen veilig worden afgevoerd.
- Plaats de transportbescherming tijdens opslag op de snijuitrusting om letsel te voorkomen.
- Verwijder de kap van de bougie en schakel de kettingrem in voordat u het apparaat opslaat. Technische gegevens eenheid 130 (H13038HV) 135 Mark II (H13038HV) Motorspecificaties Cilinderinhoud cm
2800-3200 2800-3200 Vermogen bij 9000 min
kW 1,5 1,6 Emissieduurzaamheidsperiode h 125 125 Geluids- en trillingsgegevens 96 862 - 002 - 03.12.2018eenheid 130 (H13038HV) 135 Mark II (H13038HV) Vergelijkbaar trillingsniveau (ahv, eq) linker handgreep
3,72 3,72 Vergelijkbaar trillingsniveau (ahv, eq) rechter handgreep
5,5 5,5 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd (L
dB(A) 114 114 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruik-
Brandstof-/smeersysteem Capaciteit oliepomp bij 9000 min
ml/min 9 9 Type oliepomp — Automatisch Automatisch Zaagketting en geleider Standaardlengte geleider cm (inch) 35-40 (14-16) 35-40 (14-16) Aanbevolen lengte geleider cm (inch) 35-40 (14-16) 35-40 (14-16) Bruikbare zaaglengte cm (inch) 33-38 (13-15) 33-38 (13-15) Maximale zaagkettingsnelheid m/s 22,3 22,3 Kettingsteek mm (inch) 9,52 (3/8) 9,52 (3/8) Dikte van aandrijfschakels (kaliber) mm (inch) 1,3 (0,050) 1,3 (0,050) Type kettingaandrijfwiel — Tandwiel Tandwiel Aantal tanden op kettingaandrijfwiel — 6 6
Het vergelijkbaar trillingsniveau wordt berekend als de tijdgewogen energiesom van de trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau verto- nen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s
Het vergelijkbaar trillingsniveau wordt berekend als de tijdgewogen energiesom van de trillingsniveaus onder verschillende werkomstandigheden. De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau verto- nen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s
Geluidsemissie naar de omgeving, gemeten als geluidsvermogen (L
Geluidsemissie naar de omgeving, gemeten als geluidsvermogen (L
Het vergelijkbaar geluidsdrukniveau wordt berekend als de tijdgewogen energiesom van de geluidsdrukni- veaus onder verschillende werkomstandigheden. Een typische statistische spreiding voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau is een standaardafwijking van 2,5 dB(A).
862 - 002 - 03.12.2018 97Accessoires
Combinaties van geleiders en zaagkettingen Geleider Zaagketting Lengte Kettingsteek (pitch) Kaliber Max. kopradius Type Lengte, aan- drijfschakels (stuks) 14 inch 3/8 inch 0,050 inch 7T Husqvarna H37 Husqvarna S93G
16 inch 56 Zaagkettingvijl en zaagkettingcombinaties Kettingtype Afmeting van ronde vijl Hoek zij- plaat Hoek bo- venplaat Vijlhoek Positie die- ptesteller Onder- deelnr. die- ptesteller Onder- deelnr. vijl- mall H37, S93G 5/32 in 4,0 mm 80° 30° 0° 0,025 / 0,65 5056981-03 5052437-01 (H37) 5878090-01 (S93G) Inhoud van de EG-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Kettingzaag op benzine Merk Husqvarna Platform / Type / Model Platform H13038HV, ver- tegenwoordigend model 130, 135 Mark II Partij Serienummer vanaf 2018 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en - regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromag- netische compatibiliteit" Richtlijn/Verordening Beschrijving 2000/14/EG "betreffende geluid buiten- shuis" 2011/65/EU "beperking van het ge- bruik van bepaalde ge- vaarlijke stoffen" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN ISO 12100, EN ISO
11681-1, CISPR 12, ISO 14982
In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EU-verklaring van overeenstemming. TÜV Rheinland LGA Products GmbH, aangemelde instantie voor machines (kennisgeving geschied onder 0197), Tillystraße 2, 90431 Nürnberg, Duitsland, heeft een EG-typeonderzoek verricht volgens 2006/42/EG, artikel 12, punt 3b. 98 862 - 002 - 03.12.2018Het certificaat van de typekeuring, overeenkomstig bijlage IX en zoals bepaald in de ondertekende verklaring van overeenstemming, is van toepassing op alle productielocaties en landen van herkomst, zoals vermeld op het product. Deze kettingzaag is conform het exemplaar dat een EG- typeonderzoek heeft ondergaan.
Notice-Facile