MagicWatch WPS910 - Airconditioner WAECO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MagicWatch WPS910 WAECO in PDF-formaat.

📄 364 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice WAECO MagicWatch WPS910 - page 118
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WAECO

Model : MagicWatch WPS910

Categorie : Airconditioner

SKIP

Veelgestelde vragen - MagicWatch WPS910 WAECO

Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MagicWatch WPS910 - WAECO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MagicWatch WPS910 van het merk WAECO.

GEBRUIKSAANWIJZING MagicWatch WPS910 WAECO

1 Veiligheids- en montage-instructies De volgende teksten zijn slechts een aanvulling op de afbeeldingen in de bijlage. Op zichzelf vormen ze geen volledige montage- en gebruiks- aanwijzing! Neem de bijgevoegde afbeeldingen in acht! Neem de veiligheidsinstructies en voorschriften van de fabrikant van het voertuig en het garagebedrijf in acht! De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade: beschadiging van het product door mechanische invloeden en over- spanningen veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen

Bij voertuigen met LED-achterlichten kan de montage van de parkeerhulp tot storingen leiden. Bij voertuigen met een aan de buitenkant aangebracht reserve- wiel of een aan de buitenkant bevestigde trekhaak dient u de instelparameters in hoofdstuk „Het systeem instellen” op pagina 124 in acht te nemen. Als u de sensoren in metalen bumpers wilt monteren, heeft u geschikte adapters nodig (niet bij de levering inbegrepen). Neem de geldende wettelijke voorschriften in acht. Bevestig de in het voertuig gemonteerde onderdelen van de parkeerhulp zodanig, dat ze in geen geval (hard remmen, ver- keersongeval) los kunnen raken en tot verwondingen bij de inzittenden van het voertuig kunnen leiden. Monteer de in het voertuig gemonteerde onderdelen van de par- keerhulp niet in de buurt van een airbag. Anders bestaat er ver- wondingsgevaar als de airbag opengaat. De sensoren mogen geen signaallampen bedekken. Let er bij de montage van de sensoren op dat er aan de voor- kant geen aan het voertuig vastgemonteerde objecten en aan de achterkant geen te grote vastgemonteerde objecten (bijv. fietsenrek) in het detectiebereik van de sensoren zitten.NL WPS900F/WPS910 Omvang van de levering

De parkeerhulp dient ter ondersteuning, d.w.z. dat het toestel u niet ontslaat van de plicht bijzonder voorzichtig te zijn bij het rangeren. 2 Omvang van de levering

Nr. in afb. 1 Aantal Omschrijving Artikelnr. 1 1 Besturingselektronica 9101500031 2 1 Bedieningseenheid 9101500032 3 2 dubbelzijdig plakband voor besturings- elektronica en bedieningseenheid 4 4 Ultrasone sensoren (bruin) 9101500058 5 4 Standaard-sensorhouder 0° (montage van de binnenkant) 6 4 Standaard-sensorhouder 12° (montage van de binnenkant) 7 4 Sensorhouder 0° met afdekring (montage van buiten)

8 4 Sensorhouder 12° met afdekring (montage van buiten) 9 5 dubbelzijdig plakband sensoren 10 4 Bevestigingshouder

Nr. in afb. 1 Aantal Omschrijving Artikelnr. 1 2 Besturingselektronica 9101500031 2 1 Bedieningseenheid 9101500032 3 3 dubbelzijdig plakband voor besturingselektro- nica en bedieningseenheid

Ultrasone sensoren (blauw) Ultrasone sensoren (zwart) Ultrasone sensoren (bruin)

5 8 Standaard-sensorhouder 0° (montage van de binnenkant) 6 8 Standaard-sensorhouder 12° (montage van de binnenkant) 7 8 Sensorhouder 0° met afdekring (montage van buiten)

8 8 Sensorhouder 12° met afdekring (montage van buiten) 9 9 dubbelzijdig plakband sensoren 10 8 Bevestigingshouder

Kabelbinder klein Kabelbinder groot 12 1 Kabeloog 13 1 Schroef 14 1 Externe toets 9103555920NL WPS900F/WPS910 Gebruik volgens de voorschriften

2.3 Toebehoren voor WPS 900F/WPS 910

Als toebehoren verkrijgbaar (niet bij de levering inbegrepen): 3 Gebruik volgens de voorschriften MagicWatch WPS900F (artikelnr. 9101500019) en WPS910 (artikelnr. 9101500020) zijn draadloze ultrasone parkeerhulpen. Ze bewaken bij het rangeren de ruimte voor of achter het voertuig en waarschuwen akoestisch voor obstakels die door het toestel worden gedetecteerd. MagicWatch is geschikt voor de montage in personenauto’s met een breedte tot 2,20 m. Omschrijving Artikelnr. Sensorhouder met siliconen ring voor bumper van metaal 9101500015 (VPE 4) 20°-sensorhouder met afdekring (montage van buiten) 9101500023 (VPE 1) Verlengkabel sensor 1,5 m 9103555747 Stansgereedschap 22 mm 9101500024 Stansgereedschap 18 mm 9101500013NL Instructies voor de montage WPS900F/WPS910

4 Instructies voor de montage

4.1 Aansluitmogelijkheden

MagicWatch WPS900F en MagicWatch WPS910 kunnen voor het activeren van de parkeerhulp aan de voorzijde een digitaal snelheidssignaal van CAN-bus (CAN-bus-aansluiting op de luidspreker) verwerken, of een ana- loog snelheidssignaal (analoge aansluiting van de front-besturingselektro- nica). Niet voor alle voertuigen met CAN-bus is een CAN-bus-aansluiting mogelijk.

Indien het voertuig geen bruikbaar snelheidssignaal levert (CAN-bus of ana- loog), dient de parkeerhulp aan de voorzijde door middel van de timer-functie of met een schakelaar te worden geactiveerd en gedeactiveerd (zie hoofd- stuk „Het systeem instellen” op pagina 124). INSTRUCTIE voor voertuigen met CAN-bus Of voor uw voertuig een CAN-bus-aansluiting mogelijk is, vindt u in het voertuigspecifieke programmaoverzicht op de home- page van WAECO „http://www.dometic-waeco.de/wps900”, u kunt dit ook telefonisch bij ons navragen (adresgegevens, zie achterkant van de handleiding). Wanneer uw voertuig een CAN-bus heeft, maar er volgens de voertuiglijst geen CAN-bus-aansluiting mogelijk is, dient u MagicWatch WPS900F of WPS910 analoog aan te sluiten. Hiervoor moet het snelheidssignaal analoog zijn.NL WPS900F/WPS910 Instructies voor de montage

4.2 Montageplaats voor de sensoren bepalen

Zie afb. 2 tot afb. 5

Neem bij de montage het volgende in acht: De afstand van de sensoren tot de grond moet minstens 40 cm en maxi- maal 50 cm bedragen (afb. 2). Voor een optimale werking dient de hoek van de sensor t.o.v. de rijbaan 90° te bedragen (afb. 2). De hoek mag niet kleiner zijn dan 90°, omdat in dat geval de rijbaan door de sensor als obstakel wordt herkend. De meegeleverde sensorhouders zijn geschikt voor de gangbare bum- pers. Indien de bumper van het voertuig sterk overhelt, zijn optioneel 20°- sensorhouders met afdekring verkrijgbaar (zie hoofdstuk „Toebehoren voor WPS 900F/WPS 910” op pagina 117). De meegelegeverde sensorhouders zijn niet geschikt voor de montage in metalen bumpers. Hiervoor heeft u speciale sensorhouders met siliconen ring nodig (zie hoofdstuk „Toebehoren voor WPS 900F/WPS 910” op pagina 117). Neem in acht dat de sensorhouder afhangt van de montagehoogte en de schuine stand van de bumper. Kies volgens de tabel in afb. 2 de pas- sende sensorhouder en de bijbehorende boordiameter. De handleiding geeft de montage weer van de standaard-sensorhouders (montage van de binnenkant van de bumper), omdat hier het optisch beste montagere- sultaat wordt bereikt. Alternatief kunnen de sensoren ook met de meege- leverde sensorhouders met afdekring worden gemonteerd. Monteer de sensoren op de juiste plaats (afb. 5): INSTRUCTIE Voor een goede werking van het toestel is het belangrijk dat de sensoren juist afgesteld zijn. Als deze naar de grond wijzen, worden bijv. bodemoneffenheden als obstakel aangegeven. Als ze te ver naar boven wijzen, worden aanwezige obstakels niet herkend. Kleur van de sensoren Montageplaats blauw (bl) buitenkanten van de achterste bumper zwart (sw) middelste sensoren aan de achterste bumper bruin (br) voorste bumperNL De parkeerhulp monteren WPS900F/WPS910

5 De parkeerhulp monteren

Zie afb. 7 tot afb. b Aanvulling op afb. 8

➤ Kleefvlak aan de binnenkant van de bumper met een primer reinigen. ➤ Doe een beetje vet in de steekverbindingen van de sensoren. Aanvulling op afb. a De dubbele besturingselektronica is in de fabriek voor frontsensoren gecon- figureerd. Leg de besturingselektronica voor de achterste sensoren als volgt vast: ➤ Verbreek de kabelbrug. INSTRUCTIE De sensoren mogen gelakt worden. De fabrikant adviseert om de sensoren door een vakkundige werkplaats te laten lakken. LET OP! Bij voertuigen met een metalen versterking achter de bumpers mogen de sensoren deze versterking niet raken. Anders is de goede werking van de parkeerhulp niet gegarandeerd. LET OP! Gevaar voor functiestoring! Plak de sensorhouders goed afgesteld vast. Anders is de goede werking van de parkeerhulp niet gegarandeerd. De sensorhouders moeten zo vastgeplakt worden, dat de beves- tigingsnokken naar boven en beneden wijzen!NL WPS900F/WPS910 De parkeerhulp aansluiten

6 De parkeerhulp aansluiten

INSTRUCTIE Bij sommige voertuigen functioneert het achteruitrijlicht alleen bij ingeschakeld contact. In dit geval moet u het contact inschakelen om de plus- en massaleiding te bepalen. Indien u voor de besturingselektronica van de frontsensoren geen snelheidssignaal beschikbaar kunt stellen (digitaal via de CAN-bus of analoog door de snelheidsmeter), kunt u een uit- schakeltijd voor het frontsysteem instellen (zie hoofdstuk „Het systeem programmeren” op pagina 126 en afb. i, parameter 1). Indien u voor de besturingselektronica van de achtersensoren geen achteruitrijsignaal beschikbaar kunt stellen (bijv. +12-V- schakelspanning van het achteruitrijlicht), kunt u de bestu- ringselektronica van de achtersensoren direct op een continu- spanning of op de plusleiding van het contact aansluiten (afb. d). Dit is alleen mogelijk, wanneer u de CAN-bus-aan- sluiting van de bedieningseenheid gebruikt en de voertuig- CAN-bus het achteruitrijsignaal beschikbaar stelt (zie voer- tuigspecifiek programmaoverzicht op de homepage van WAECO „http://www.dometic-waeco.de/wps900”). Niet bij alle voertuigen waarbij een CAN-bus-aansluiting mogelijk is, is een achteruitrijsignaal via CAN-bus beschik- baar.NL De parkeerhulp aansluiten WPS900F/WPS910

Het totale aansluitschema vindt u in: afb. c bij achteruitrijsignaal via achteruitversnelling afb. d bij achteruitrijsignaal via CAN-bus Nr. Omschrijving 1 Besturingselektronica voor achtersensoren 2 Besturingselektronica voor frontsensoren 3 Zwart/blauwe draad: Aansluiting op het achteruitrijlicht 4 Achteruitrijlicht 5 Bruine draad: aansluiting op massa 6 Zwarte kabelbrug (gesloten = frontunit/gescheiden = achterunit) 7 Achtersensoren 8 Frontsensoren 9 Bruine draad: aansluiting op de minpool van de batterij 10 Zwart/blauwe draad: aansluiting op de pluspool van de batterij 11 Geel/zwarte draad (alleen voor frontsysteem): aansluiting op massa Optioneel: Aansluiting op het snelheidssignaal van de snelheidsmeter 12 Zwart/blauwe draad: aansluiting op geschakelde plus (+12 V) 13 Zwart/rode draad van de bedieningseenheid: aansluiting op de zwart/rode draad van de externe toets 14 Externe toets 15 Zwarte draad van de externe toets: aansluiting op massa 16 Bruine draad: aansluiting op massa 17 Oranje/bruine draad: aansluiting op CAN LOW 18 Oranje/groene draad: aansluiting op CAN HIGH 19 BedieningseenheidNL WPS900F/WPS910 Detectiebereik

7 Detectiebereik Zie afb. e Het detectiebereik van de parkeerhulp is in vier zones onderverdeeld (De afbeelding geldt ook voor de voorste sensoren): Zone 1 Deze zone omvat het eerste grensgebied. Hier worden kleine of slecht reflecterende objecten in sommige gevallen niet gedetecteerd. Zone 2 In deze zone worden vrijwel alle objecten aangegeven. Zone 3 In deze zone worden vrijwel alle objecten aangegeven, wel kunnen er objecten in de dode hoek van de sensoren terechtkomen of vanwege hun hoedanigheid of geringe afmeting niet gedetecteerd worden. Stopzone (4) Objecten in deze zone zorgen ervoor dat de parkeerhulp door een perma- nente toon „Stop” doorgeeft. In deze zone worden vrijwel alle objecten aangegeven, wel kunnen er objecten in de dode hoek van de sensoren terechtkomen of vanwege hun hoedanigheid of geringe afmeting niet gedetecteerd worden. De afstand vanaf waar de parkeerhulp „Stop” signaleert kan gefaseerd worden gewijzigd. De weergave van vaste objecten, zoals aanhangers, kan onderdrukt worden.NL Het systeem instellen WPS900F/WPS910

8 Het systeem instellen

De bedieningseenheid beschikt over de volgende bedieningselementen: De externe toets beschikt over de volgende bedieningselementen: LET OP! Ondeskundige instellingen kunnen de veilige werking beperken. INSTRUCTIE Voor het annuleren van de parameterinstelling, zonder op te slaan, of het beëindigen van de instelprocedure: geruime tijd geen toetsen indrukken. Nr. in afb. f Omschrijving1 linkertoets2 rode LED3 gele LED4 rechtertoets5 LuidsprekerNr. in afb. f Omschrijving 6LED 7 ToetsNL WPS900F/WPS910 Het systeem instellen

8.2 Het systeem synchroniseren

Het systeem communiceert via een draadloze verbinding. De bedienings- eenheid moet geprogrammeerd worden, zodat deze de codes van de andere toestellen kent. Zie afb. g Start de programmeringsprocedure als volgt: ➤ Sluit de spanningsvoorziening van de front-besturingselektronica aan. ➤ Schakel het contact in. ➤ Schakel de achteruitversnelling in. ➤ Druk de linker- en rechtertoets van de bedieningseenheid gelijktijdig gedurende 5 s in. ✓ De luidspreker klinkt twee keer en de rode en gele LED flikkeren twee keer op. ➤ Laat de twee toetsen weer los. ➤ Wacht op een hoge toon en het opflikkeren van de gele LED. ➤ Alleen WPS910: Wacht op een lage toon en het opflikkeren van de rode LED. ➤ Wacht tot de luidspreker drie keer klinkt en de gele en rode LED drie keer opflikkeren. ➤ Schakel het contact uit. INSTRUCTIE U dient de programmeringsprocedure binnen 4 min na het active- ren van de frontsensoren uit te voeren. Na 4 min stuurt het front- systeem geen identificatiecode meer.NL Het systeem instellen WPS900F/WPS910

8.3 Het systeem programmeren

U kunt diverse instellingen programmeren. Zie afb. h ➤ Start de programmering als volgt: – Schakel het contact in. – Schakel de achteruitversnelling in. – Druk de linkertoets van de bedieningseenheid gedurende 5 s in. De luidspreker piept één keer en de twee LED’s branden. ➤ Stel de gewenste waarde in (afb. i; hoofdstuk „Functies programmeren” op pagina 127). De rechtertoets van de afstandsbediening stelt het decimaal van de gewenste waarde in, de linkertoets de eenheid. Wanneer u bijv. de func- tie „24” wilt instellen, drukt u twee keer op de rechtertoets en vier keer op de linker. ➤ Nadat u de gewenste waarde heeft ingesteld, wacht u tot de luidspreker overeenkomstig de door u ingestelde waarde piept en de betreffende LED knippert. ➤ Schakel het contact uit. De voorste sensoren configureren De parkeerhulp aan de voorzijde wordt altijd geactiveerd, als u het contact inschakelt in de achteruitversnelling schakelt (alleen WPS910) de rechterknop op de luidspreker kort indrukt (< 5 s) de externe toets indrukt (< 5 s) INSTRUCTIE Stel de programmering van de parameters af met de door u uitge- voerde installatie.NL WPS900F/WPS910 Het systeem instellen

Functies programmeren U kunt de functie van de voorste sensoren door een keer programmeren onder andere als volgt vastleggen (zie afb. i):

Parameter 1: Snelheidssignaal/tijduitschakeling frontsensoren (functie 13 – 16) Fabrieksinstelling: afhankelijk van de snelheid Functie 13 is in de fabriek (afhankelijk van de snelheid) ingesteld. Wan- neer er geen bruikbaar snelheidssignaal beschikbaar is, dan kan de par- keerhulp aan de voorzijde ook tijdgestuurd uitschakelen. Bij activering begint de geprogrammeerde tijd te lopen. Wanneer zich tijdens het tijdsverloop een obstakel in het detectiebereik bevindt, blijft de parkeerhulp aan de voorzijde actief. Pas wanneer er lan- ger dan 5 s geen obstakel meer wordt gedetecteerd, schakelt de par- keerhulp aan de voorzijde uit. Parameter 2: Signaalduur van de frontsensoren Fabrieksinstelling: 1 s Parameter 3: Snelheidssignaalbron selecteren Fabrieksinstelling: Bedieningseenheid Parameter 4: Detectiebereik van de binnenste frontsensoren Fabrieksinstelling: 80 cm Parameter 5: Detectiebereik van de binnenste achtersensoren Fabrieksinstelling: 160 cm Parameter 6: Detectiebereik van de buitenste frontsensoren Fabrieksinstelling: 55 cm Parameter 7: Detectiebereik van de buitenste achtersensoren Fabrieksinstelling: 55 cm Parameter 8: Stopzone frontsensoren Fabrieksinstelling: Hoeksensoren = 25 cm, middelste sensoren = 35 cm Parameter 9: Stopzone achtersensoren Fabrieksinstelling: 35 cm Parameter 10: Luide waarschuwingssignalen frontsensoren Fabrieksinstelling: Hoog INSTRUCTIE In de tabel afb. i zijn de fabrieksinstellingen vetgedrukt.NL Het systeem instellen WPS900F/WPS910

Parameter 11: Luide waarschuwingssignalen achtersensoren Fabrieksinstelling: Hoog Parameter 12: Weergave van vaste objecten onderdrukken Fabrieksinstelling: Uit Parameter 13: Uitschakelvertraging achtersensoren Fabrieksinstelling: Uit Parameter 14: Aantal impulsen van het snelheidssignaal Fabrieksinstelling: 3 Parameter 15: CAN-bus status Fabrieksinstelling: Aan Parameter 16: City-functie (functie 66) of snelheidsafhankelijke in- en uit- schakeling (functie 67) Fabrieksinstelling: Snelheidsafhankelijke in- en uitschakeling Snelheidsafhankelijke in- en uitschakeling (functie 67) Af fabriek schakelt de parkeerhulp aan de voorzijde onder 10 km/h auto- matisch in en boven 10 km/h automatisch uit. Voor deze functie is de aansluiting van een bruikbaar snelheidssignaal absoluut noodzakelijk. City-functie (functie 66) Bij deze functie wordt de parkeerhulp aan de voorzijde gedeactiveerd wanneer de snelheid voor het eerst boven 10 km/h uitkomt en wanneer de snelheid daalt onder 10 km/h niet opnieuw ingeschakeld. De active- ring vindt nu alleen nog plaats – wanneer in de achteruitversnelling wordt geschakeld – wanneer de rechterknop op de luidspreker wordt ingedrukt – wanneer de externe toets (< 5 s) wordt ingedrukt Nadat het contact opnieuw wordt ingeschakeld, is de 10 km/h-grens weer eenmalig actief. Voor deze functie is de aansluiting van een bruikbaar snelheidssignaal absoluut noodzakelijk Deze functie is bijv. zinvol voor de rijmodus in het stadsverkeer of in de file, als de parkeerhulp in nauwe verkeerssituaties als storend wordt ervaren. Parameter 17: Naar fabrieksinstelling resettenNL WPS900F/WPS910 Functie testen

9 Functie testen Ga bij de functietest van de achtersensoren als volgt te werk: ➤ Schakel het contact in en schakel in de achteruitversnelling. Ga bij de eerste ingebruikname uiterst voorzichtig te werk en laat de verschil- lende toonreeksen op u inwerken (zie afb. e).

Test de frontsensoren op dezelfde manier. Rij hiervoor bijv. langzaam in de richting van een muur. 10 De parkeerhulp gebruiken De achtersensoren worden automatisch geactiveerd door in de achteruit te schakelen, wanneer het contact is ingeschakeld of de motor draait. De voorste sensoren worden automatisch geactiveerd: door het voertuig in te schakelen door in de achteruit te schakelen door de rijsnelheid te verlagen naar minder dan 10 km/h door de rechtertoets op het bedieningspaneel in te drukken door de externe schakelaar in te drukken Wanneer de frontsensoren geactiveerd zijn, branden de LED op de externe toets en de gele LED van de bedieningseenheid. Indien het snelheidssignaal niet kan worden waargenomen, worden de voor- ste sensoren door het inschakelen van het contact geactiveerd. Na afloop van een instelbare uitschakeltijd worden ze automatisch gedeactiveerd. Zodra zich in het detectiebereik een obstakel bevindt, klinkt een signaaltoon die in gelijke intervallen wordt herhaald. Bij het naderbij komen wordt, afhankelijk van de zone waarin het obstakel zich op dat moment bevindt, de toonreeks gewijzigd; op die manier wordt de afstand doorgegeven (afb. e, geldt op dezelfde manier voor de voorste sensoren). LET OP! In zone 4 kan het voorkomen dat obstakels niet meer worden her- kend, omdat deze zich niet meer in het detectiebereik van de sen- soren bevinden (afhankelijk van de vorm).NL De parkeerhulp gebruiken WPS900F/WPS910

Ga bij de eerste ingebruikname uiterst voorzichtig te werk om de afstands- aanduiding door de verschillende toonreeksen te leren kennen. De frontsensoren worden gedeactiveerd, indien de rijsnelheid boven 10 km/h ligt u de externe toets of de rechtertoets van de bedieningseenheid kort indrukt Druk één van de twee toetsen langer dan 5 s in om de frontsensoren te deactiveren tot de volgende inschakeling van het voertuig.

LET OP! Breng het voertuig onmiddellijk tot stilstand en controleer de situatie (stap zo nodig uit), indien tijdens het rangeren het vol- gende gebeurt: Bij het rangeren geeft het toestel eerst een obstakel aan en de toonreeks wordt heel normaal sneller (bijv. overgang van de lang- zame naar de gemiddelde toonreeks). Plotseling gaat de signaal- toon over in de langzame toonreeks of er wordt helemaal geen obstakel meer aangegeven. Dit betekent dat het oorspronkelijke obstakel zich niet meer in het detectiebereik van de sensoren bevindt (afhankelijk van de vorm), maar nog steeds kan worden genaderd. LET OP! Wees bij het rangeren uiterst voorzichtig als het systeem de ver- binding met de front- of achtersensoren verliest. Het systeem geeft deze fout aan door: De luidspreker geeft een dubbel alarmsignaal af. De rode LED van de bedieningseenheid en de LED op de externe toets knipperen continu. INSTRUCTIE Bij het bereiken van de stopzone wordt het volume van de perma- nente toon na korte tijd met ca. 50 % verminderdNL WPS900F/WPS910 Storingen zoeken

11 Storingen zoeken Het toestel functioneert niet De aansluitkabels naar het achteruitrijlicht maken geen contact of zijn verwis- seld. De stekkers van de sensoren zijn niet of niet goed in de besturingselektronica gestoken. ➤ Controleer de stekkers en steek ze indien nodig zo ver in tot ze vastklik- ken. Dubbel alarmsignaal van de luidspreker; de rode LED van de bedie- ningseenheid en de LED op de externe toets knipperen continu Het systeem heeft de verbinding met de front- of achtersensoren verloren. Dit kan gebeuren door storingen in het frequentiebereik. Programmeer de besturingsmodule opnieuw (zie hoofdstuk „Het systeem synchroniseren” op pagina 125). Foutsignaal voor drie seconden nadat in de achteruitversnelling is geschakeld, gevolgd door een toonreeks Eén of meerdere sensoren zijn defect of niet meer verbonden met de bestu- ringselektronica. De LED’s van de bedieningseenheid en op de externe toets knipperen snel. De toonreeks na de permanente toon geeft de defecte sen- sor aan: hoge tonen voor de frontsensoren (bijv. twee hoge tonen voor de frontsensor nr. 2) lage tonen voor de achtersensoren (bijv. drie lage tonen voor de achtersensor nr. 3) De sensor met de kortste kabel is sensor nr. 1, die met de langste kabel sen- sor nr. 4. ➤ Controleer de stekkers en steek ze indien nodig zo ver in tot ze vastklik- ken. ➤ Vervang de defecte sensor(en).

LET OP! Het systeem functioneert niet als één of meerdere sensoren defect zijn.NL Storingen zoeken WPS900F/WPS910

De voorste sensoren schakelen te vroeg uit De voorste sensoren schakelen uit, voordat de snelheid van 10 km/h is bereikt. De LED’s van de bedieningseenheid en op de externe toets schake- len uit. ➤ Stel de parameter 14 („Aantal impulsen van het snelheidssignaal”) in op functie „59”, „61”, „62” of „63” (zie hoofdstuk „Het systeem programmeren” op pagina 126). Toestel meldt obstakels verkeerd De volgende oorzaken kunnen valse alarmen tot gevolg hebben: Vuil of vorst op de sensoren ➤ Reinig de sensoren. Regen ➤ Controleer of de frontsensoren door een rijsnelheid van meer dan 10 km/h worden uitgeschakeld. ➤ Controleer of er een bruikbaar snelheidssignaal beschikbaar is. Indien er geen snelheidssignaal beschikbaar is, stelt u de parameter 1 („snelheidssignaal/tijduitschakeling frontsensoren”) in op de functie „14”, „15” of „16” (zie hoofdstuk „Het systeem programmeren” op pagina 126). De sensoren zijn verkeerd gemonteerd. ➤ Pas de positie of hoogte van de sensoren aan (afb. 2). ➤ Controleer of de passende sensorhouders zijn gebruikt (0°/12°/20°/hou- der voor metalen bumper). De sensoren maken contact met het voertuigchassis. ➤ Maak de sensoren van het chassis los.NL WPS900F/WPS910 Garantie

Geen akoestisch signaal ➤ Controleer of de gele LED van de bedieningseenheid en de LED op de externe toets branden. Indien de LED’s knipperen, bevindt het systeem zich in de noodmodus. Start het voertuig opnieuw. Objecten aan het voertuig (bijv. reservewiel) veroorzaken valse alar- men ➤ Stel de parameter 12 („Weergave van vaste objecten onderdukken”) in op functie „52”, „53” of „54” (zie hoofdstuk „Het systeem programmeren” op pagina 126). 12 Garantie De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achter- kant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak. Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u het volgende mee op te sturen: defecte onderdelen, een kopie van de factuur met datum van aankoop, reden van de klacht of een beschrijving van de storing. 13 Afvoer ➤ Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.NL Technische gegevens WPS900F/WPS910

14 Technische gegevens

MagicWatch WPS900F MagicWatch WPS910Artikelnr. 9101500019 9101500020DetectiebereikStopzone:Meetbereik:ca. 0,1 m tot 0,25 mca. 0,25 m tot 0,9 mca. 0,1 m tot 0,3 mca. 0,3 m tot 1,8 mUltrasone frequentie: 40 kHzOverdrachtsfrequentie: 868 kHzVoedingsspanning: 9-30 voltStroomgebruikGebruik:Stand-by:maximaal 180 mA8,5 mAmaximaal 240 mA8,5 mABedrijfstemperatuur: –25 °C tot +70 °CCertificaat:INSTRUCTIE De sensoren mogen gelakt worden. De fabrikant adviseert om de sensoren door een vakkundige werkplaats te laten lakken. 12DA