EcoMatic - Garagepoort Hormann - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis EcoMatic Hormann in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice Hormann EcoMatic - page 63
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Hormann

Model : EcoMatic

Categorie : Garagepoort

SKIP

Veelgestelde vragen - EcoMatic Hormann

Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EcoMatic - Hormann en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EcoMatic van het merk Hormann.

GEBRUIKSAANWIJZING EcoMatic Hormann

1. Belangrijke instructies 10

4. Garantievoorwaarden 103

indispensable doit être montée à 50 cm environ à côté du moteur. ATTENTION: Votre installation électrique doit être conforme aux normes de sécurité respectives (230/240 V CA, 50/60 Hz). Les raccordements électriques doivent être faits par un électricien agréé! Une tension incor- recte sur une des bornes de raccordement (1 à 7) de la commande entraîne une destruction de l’électronique du système. Lors des travaux de montage, les consignes de sécurité en vigueur pour la sécurité sur les lieux de travail doivent être res- pectées. Veillez à ce que la corde du déverrouillage mécanique ne puisse pas se coincer dans une galerie ou d'autres parties en saillie sur le véhicule ou sur la porte. Veillez à ce qu'aucune personne ou objet ne se trouvent sur le trajet d'une porte en mouvement. Les premiers essais de fonctionnement ainsi que la program- mation ou les extensions de la télécommande doivent s'effec- tuer d'une manière générale à l'intérieur du garage. ATTENTION: Pour les garages sans deuxiè- me accès, un système de déverrouillage d’urgence est nécessaire pour empêcher tout risque de s’enfermer. Ce dispositif est à commander séparément et son bon fonc- tionnement est à contrôler une fois par mois. Consignes d'utilisation de la motorisation ATTENTION: Ne vous suspendez jamais de tout votre poids à la corde de déverrouillage! Coupez l'alimentation avant toute intervention sur la motorisation. Montrez à tous les utilisateurs comment employer correctement la motorisation. Testez le système de rap- pel automatique ainsi que le système de déverrouillage mécanique et faites une démonstration de leur utilisation. Pour cela, arrêtez à deux mains le tablier de porte pendant la fermeture. La motorisa- tion doit s'arrêter progressivement, puis effectuer un retour de sécurité. De même, à la fin de l'ouverture, la motorisation doit s'arrêter progressivement jusqu'à l'arrêt final. N'utilisez la motorisation que si vous voyez complètement le champ de déplacement de la porte. ATTENTION: Les émetteurs ne peuvent pas être utilisés par les enfants. Attendez que la porte se soit arrêtée complètement avant de vous avancer dans le champ de déplacement de celle-ci. Assurez-vous que la porte soit complètement ouverte avant d'entrer ou de sortir votre véhicule du garage. Tension de la sangle d'entraînement La sangle crantée de la motorisation a été réglée en usine à une tension préliminaire optimale. Pendant la phase de démar- rage et de freinage de grandes portes, il peut arriver que la sangle sorte quelque peu du rail d’entraînement. Cela ne provoque cependant aucun problème mécanique et n'a pas d'influence défavorable sur le fonctionnement ou la longévité de la motorisation. ATTENTION: Ne pas mettre les doigts dans le rail de commande ➜ risque d’écrasement! Consignes d'entretien La motorisation ne demande pas d'entretien. Cependant, pour votre propre sécurité, nous vous recommandons de faire vérifier une fois par an l'ensemble de l'installation par un professionnel. Niveau acoustique de la motorisation: à 3 mètres de distance, le niveau de pression sonore permanente équivalente à 70 dB n'est pas dépassé. = voir le texte Droits d'auteur réservés. Reproduction même partielle uniquement avec notre autorisation. Changements réservés.14 NEDERLANDS Geachte klant, Het verheugt ons dat U heeft gekozen voor een product van ons huis. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Let op de hiernavolgende richtlijnen. Zij geven U belangrijke informatie over de inbouw en de bediening van de garagedeur- aandrijving, zodat U gedurende jaren veel plezier zult beleven aan dit product. Met het oog op de veiligheid is het van levensbelang dat U alle aanwijzingen in deze handleiding opvolgt. Belangrijke veiligheidsvoorschriften De garagedeuraandrijving is bestemd voor het automatisch openen en sluiten van kantel- en sectionaldeuren, uitgebalan- ceerd met veren, voor niet-industriële toepassing. Toepassing in de bedrijfssector is niet toegestaan. Wij zijn vrijgesteld van garantie of productaansprakelijkheid indien, zonder onze voorafgaande toestemming wijzigingen of ondeskundige instal- laties in tegenstrijd met onze montagerichtlijnen worden aange- bracht. De gebruiker dient erop te letten dat de nationale voorschriften voor het gebruik van elektrische apparaten in acht worden genomen. Wij zijn niet verantwoordelijk voor verkeerd of ach- teloos gebruik of onderhoud van de deur, het toebehoren en de gewichtsverdeling van de deur. De garantiebepalingen zijn niet van toepassing op batterijen en gloeilampen. De aandrijving werd niet ontworpen voor de bediening van zware deuren, d.w.z. deuren die niet of slechts zeer moeilijk met de hand kunnen worden geopend of gesloten. Om die reden is het noodzakelijk de deur te controleren voor de montage van de aandrijving en te verzekeren dat de deur ook handmatig gemakkelijk te bedienen is. Hef de deur ca. 1 meter omhoog en laat ze los. De deur moet in deze positie blijven staan en noch naar onder, noch naar boven bewegen. Beweegt de deur toch in één van beide richtingen, dan bestaat het gevaar dat de uitbalancering niet juist ingesteld of defect is. In dit geval moet met slijtage of slechte functie van de deur rekening worden gehouden. Opgelet: levensgevaar! Probeer niet zelf de veren voor de uitbalancering van de deur of de veerhouders te vervangen, bij te regelen, te herstellen of te verplaatsen. Zij staan onder grote spanning en kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. Laat deze werkzaamheden voor uw eigen veiligheid alleen door uw garagedeur-servicedienst uitvoe- ren. Controleer bovendien de volledige deur, hefarmen, lagers, kabels, veren en bevestigingspunten op slijtage, eventuele beschadigingen en slechte gewichtsverdeling. Ga na of roest, corrosie of scheuren aanwezig zijn. De deur niet gebruiken wanneer herstellingen of regelingen moeten gebeuren. Fouten in het bewegingsmechanisme of een slecht geregelde deur kunnen verwondingen veroorzaken. Alvorens de aandrijving te installeren laat U, indien noodzakelijk, onderhouds- en herstellingswerken door uw garagedeur- servicedienst uitvoeren. De functie van de mechanische ontgrendeling moet maandelijks gecontroleerd worden. Het trekkoord mag alleen bij gesloten deur gebruikt worden, anders bestaat het gevaar dat de deur bij zwakke, gebroken of defecte veren of door slechte uitbalan- cering te snel dichtvalt. Belangrijke aanwijzingen voor een veilige montage OPGELET: Onjuiste montage kan leiden tot ernstig letsel. Dek de aandrijving af bij boor- werkzaamheden. Volg alle montageaanwij- zingen nauwkeurig op! Voor de montage van de aandrijving moeten mechanische ver- grendelingen van de deur, die niet noodzakelijk zijn bij elektri- sche bediening van de deur, buiten werking worden gesteld. Dit geldt in het bijzonder voor het vergrendelingsmechanisme van het deurslot. Voor montage van de garagedeuraandrijving moet worden nagegaan of de deur mechanisch in goede toestand is, in even- wicht is en goed opent en sluit. Vaste bedieningselementen (zoals drukknoppen) moeten in het zicht van de deur worden gemonteerd, maar weg van de bewegen- de delen en op een hoogte van minstens 1,5 meter. Zij moeten absoluut buiten het bereik van kinderen worden aangebracht! Waarschuwingsbordjes tegen het vastklemmen moeten permanent worden aangebracht op een opvallende plaats of in de nabijheid van een vast bedieningselement van de aandrijving. Het plafond van de garage moet stevig genoeg zijn om een veilige bevestiging van de aandrijving te verzekeren. Bij een te hoog of te zwak plafond moet de aandrijving aan extra verster- kingsprofielen worden bevestigd. De aandrijving is ontworpen voor gebruik in droge ruimten en mag dus niet in de openlucht worden gemonteerd. De deur- hoogte mag max. 3 meter bedragen. De vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond (ook bij het kantelen van de deur) moet min. 30 mm bedragen. Maat controleren! Bij geringe vrije ruimte kan de aandrijving, voor zover voldoende plaats aanwezig is, ook achter de geopende deur gemonteerd worden. In dit geval moet een verlengde deurmeenemer gebruikt worden. De deuraandrijving kan max. 500 mm buiten het midden geplaatst worden. Uitzondering hierop zijn sectionaldeuren met verhoogd looprailbeslag (H-beslag). Hier is een speciaal beslag nodig. Het noodzakelijke veiligheidsstopcontact moet ca. 50 cm naast de motor worden geplaatst.NEDERLANDS

a gebruikt voor de kantel- deur en

b voor de sectionaldeur. Afbeelding 1a Bij niet vermelde deurmodellen moet de snapper ter plaatse worden vastgezet. Afbeelding 1b.1 OPGELET: bij de montage van de aandrij- ving moet het trekkoord verwijderd worden. Afbeelding 3a.2 Bij een smeedijzeren handgreep de rail uit het midden monteren. Afbeelding 2b Bij centrale deurvergrendeling de rail uit het midden monteren. Bij houten deuren de Spax-schroeven 5 x 35 uit het toebeho- renpak gebruiken (boring Ø 3 mm). Bij een excentrisch versterkingsprofiel aan de sectionaldeur, de meenemer rechts of links aan het dichtstbijgelegen verster- kingsprofiel monteren. Afbeelding 4.1 en 4.2 Bij andere deurfabrikaten moet de vrije ruimte tussen het hoog- ste punt van de deur en het plafond minstens 30 mm bedragen. Afbeelding 10 Handelwijze: De geleidingsslede inschakelen. Afbeelding 12 Voor het aansluiten van de bedienelementen en beveiligingen moet de kap van de aandrijving gedemonteerd worden. Let op: Antenne volledig uitrollen en zo mogelijk schuin in de richting van de deuropening aan het plafond van de garage bevestigen. De antennendraad mag niet om metalen onderdelen worden gewikkeld zoals bv. spijkers, stutten e.d. Test de beste afstelling. De aansluitklemmen kunnen meervoudig worden bezet, maximaal echter met 1 x 2,5 mm

Lamp: 24 V/10 W, fitting: B(A) 15s Afbeelding 13 Aansluiting van een externe bediening ‘impuls’ (volgordebesturing: OPEN-STOP-DICHT) Eén of meer bedieningen kunnen parallel worden aangesloten op de klemmen 1 en 2 . Afbeelding 14 Aansluiting van een uitschakelaar De klemmen 4 en 5 zijn standaard overbrugd. Hier kan een uitschakelaar met verbreekcontact worden aangesloten. Bij aansluiting moet de draadbrug worden verwijderd. Aansluiting van de foto-elektrische cel als extra beveiliging. Afbeelding 15 Geaarde (0V) foto-elektrische cellen en onderloopbeveiligingen van het type A (alles ok = contact gesloten) moeten als worden aangesloten: Aarding (0V) aan klem 7 Voorziening (+ 24V) aan klem 3 (max. 100 MAI), indien noodzakelijk De in de fabriek geplaatste weerstand 8,2 kΩ tussen klemmen 6 en 7 verwijderen en in het schakeltoestel, zoals getoond, tussen de schakeluitgang en klem 6 weer invoegen. Afbeelding 16 Geaarde (0V) foto-elektrische cellen en onderloopbeveiligingen van het type B (alles o.k. = contact gesloten) moeten als wor- den aangesloten: Aarding (0V) aan klem 7 Voorziening (+ 24V) aan klem 3 (max. 100 MAI), indien noodzakelijk De in de fabriek geplaatste weerstand 8,2 kΩ tussen klemmen 6 en 7 verwijderen en in het schakeltoestel, zoals getoond, weer invoegen. Schakeluitgang aan klem 6 aansluiten. Afbeelding 17 Aansluitklemmen van het vrije relais (externe verlichting, knipperlicht of rondomlicht) Klem 9 - 8 Sluiter max. contactbelasting

De verschillende functies van de aandri- jving en het vrije relais kunnen worden ingesteld m.b.v. 3 deelbare draadlussen op de besturingsprintkaart (J1, J2, J3) (zie afbeelding 18). Voor het scheiden van de draadlussen moet de kap van de aandrijving worden genomen.

J364 NEDERLANDS Functies van de aandrijving en het vrije relais Geen bijzondere functies van de aandrijving fabrieksinstelling) - relais wordt geactiveerd samen met de ver- lichting van de aandrijving, echter zonder te knipperen. Geen bijzonder functies van de aandrijving - Relais wordt geactiveerd bij het bereiken van de eindpositie ‘DICHT’ (DEUR-DICHT melding) Automatische sluiting vanuit de eindpositie ‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd. Relais continu geactiveerd tijdens de opentijd en de wachttijd en bij het openen en sluiten van de deur. Automatische sluiting vanuit de eindpositie ‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd - Relais knippert tijdens de opentijd langzaam en tijdens de wachttijd snel; verder normaal knippe- ren tijdens het openen en sluiten van de deur. Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd - Relais continu geactiveerd tijdens de wachttijd en tijdens het openen en sluiten van de deur. Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd - Relais knippert snel tijdens de wachttijd; verder normaal knipperen tijdens het openen en sluiten van de deur. Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd - Automatische sluiting vanuit de eindpositie ‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd - Relais continu geactiveerd tijdens de wachttijd en tijdens het openen en sluiten van de deur. Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd - Automatische sluiting vanuit de eindpositie ‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd - Relais knippert langzaam tijdens de opentijd en snel tijdens de wachttijd; verder normaal knipperen tijdens het openen en sluiten van de deur. Opentijd: Wachttijd van de deur in de eindpositie ‘DEUR OPEN’. Indien er tijdens deze tijd een impuls wordt ontvangen, wordt de opentijd opnieuw gestart. Wachttijd: Tijd tussen het commando voor het openen of sluiten van de deur en het uitvoeren van dit commando. Indien er tijdens deze tijd opnieuw een commando wordt gegeven, wordt de wachttijd beëindigd zonder dat de deur vervolgens wordt geopend of gesloten. Automatische sluiting: Automatische sluiting na een bepaalde tijd na het bereiken van de eindpositie ‘DEUR OPEN’. Bij het gebruik van een automatische sluiting adviseren wij om veiligheidsredenen dringend een foto-elektrische cel of onder- loopbeveiliging te monteren. Afbeelding 18 Schakelschema Opgelet: voor de hierna volgende stappen moet de geleideslede ingekoppeld zijn (zie afbeelding 10). Wanneer er geen afzonderlijke toegang tot de garage voorhanden is, moeten de hierna vol- gende punten binnenin de garage gebeuren. Afbeelding 19 Afstandsbediening aansluiten De leiding van de ontvanger moet als volgt worden aangesloten: - groene ader aan klem 1 (0V) - witte ader aan klem 2 (signaal) - bruine ader aan klem 3 (+24V) Afbeelding 20 Wissen van de deurgegevens

1. Stekker uit het stopcontact trekken.

2. De toets op de printkaart indrukken en ingedrukt houden.

3. Direct daarna de stekker in het stopcontact steken en de

toets de printkaart zolang ingedrukt houden als de ver- lichting van de aandrijving knippert. Als de verlichting van de aandrijving maar één keer knippert zijn de deurgegevens al gewist. U kunt dan direct doorgaan met de inbedrijfstel- ling (zie afbeelding 21). Afbeelding 21 Inbedrijfstelling: de deurgegevens moeten gewist zijn (zie afbeelding 20).

1. Stekker indien nodig in het stopcontact steken.

2. Handzender, toets op de printkaart of externe impulstoets

indrukken om de deur te openen tot aan de mechanische aanslag. Vergewis U ervan dat de mechanische aanslag volledig bereikt werd, zo niet met de potentiometer "OPEN" een hogere maximumkracht instellen. Stekker uit het stop- contact halen en een nieuwe inbedrijfstelling doorvoeren. Staat de deur in de eindpositie "DEUR OPEN", de hand- zender of de printplaattoets opnieuw bedienen om de deur in de eindpositie "DEUR DICHT" te brengen (leermodus "DICHT"). Na het bereiken van de eindpositie "DEUR DICHT" volgt automatisch een volledige deuropening.

3. Minstens drie opeenvolgende deurbedieningen door-

voeren. Let erop dat de deur ook helemaal gesloten wordt. Zo niet met de potentiometer "DICHT" een hogere maximumkracht instellen, deurgegevens uit- wissen en een nieuwe inbedrijfstelling doorvoeren! Daarna is de installatie bedrijfsklaar.

X65 NEDERLANDS Bediening nadat de netstroom is uitgevallen. Indien de netstroom uitvalt, blijven de opgeslagen deurgege- vens behouden. Wel moet de deur één keer volledig worden geopend (referentierit) om een correcte werking te verzekeren. Daarbij is het belangrijk dat het riemslot in de geleideslede gekoppeld is. Als dit niet het geval is, rijdt het riemslot in de aandrijfschijf en plaatst de aandrijving daar het referentiepunt. Indien dit toch gebeurt, verplaatst u de aandrijving in de richting van ‘DEUR DICHT’ tot u het riemslot in de geleideslede kunt koppelen. Nadat u de aandrijving gescheiden heeft van het net, voert u de referentierit ‘OPEN’ nogmaals uit. Normale deurritten: De aandrijving werkt uitsluitend met impuls volgordebesturing

1. impuls: aandrijving gaat over op ‘OPEN’

2. impuls: aandrijving stopt

3. impuls: aandrijving gaat over op ‘DICHT’

4. impuls: aandrijving stopt

5. impuls: aandrijving gaat over op ‘OPEN’ enz.

Afbeelding 22.1 Potentiometer 'DICHT': maximale kracht in looprichting 'DICHT'. Deze potentiometer is bestemd voor het instellen van de maximaal bereikbare kracht in looprichting 'DICHT'. In de fabriek wordt de middenpositie ingesteld. Door het draaien met de wijzers van de klok mee kan de kracht worden verhoogd (is enkel noodzakelijk voor deuren die erg zwaar lopen). Afbeelding 22.2 Potentiometer 'OPEN': maximale kracht in looprichting 'OPEN'. Deze potentiometer is bestemd voor het instellen van de maxi- maal bereikbare kracht in looprichting 'OPEN'. In de fabriek wordt de middenpositie ingesteld. Door het draaien met de wijzers van de klok mee kan de kracht worden verhoogd (is enkel noodzakelijk voor deuren die erg zwaar lopen). Diagnose ‘LED’: storings- en controlehandleiding De diagnose ‘LED’ vindt u op de printkaart (zie afbeelding 12.1). Onder normale omstandigheden brandt de ‘LED’ continu en wordt gedoofd bij ontvangst van een impuls-commando. Weergave LED: knippert langzaam Mogelijke oorzaak: 1. Ruststroomkring onderbroken

2. Uitschakelaar open

Oplossing: 1. Bedrading tussen klem 4 en 5 controleren

2. Uitschakelaar sluiten

Weergave LED: knippert 2 x binnen 4 sec. Mogelijke oorzaak: Sluitbeveiliging is / was actief

1. 8,2 W weerstand tussen klem

6 en klem 7 voorhanden?

2. Foto-elektrische cel of

onderloopbeveiliging onderbroken of in werking getreden Oplossing: 1. 8,2 W weerstand tussen klem 6 en klem 7 aansluiten

2. Foto-elektrische cel of onderloopbe-

veiliging controleren, eventueel vervangen. Weergave LED: knippert 3 x binnen 5 sec. Mogelijke oorzaak: 1. Krachtbegrenzing ‘DICHT’ Oplossing: 1. Hindernis verwijderen, deurgegevens eventueel wissen en inbedrijfstelling opnieuw doorvoeren. Weergave ‘LED ‘: knippert 5 x binnen 7 sec. Mogelijke oorzaak: 1. Krachtbegrenzing ‘OPEN’

Oplossing: 1. Hindernis verwijderen, deurgegevens eventueel wissen en inbedrijfstelling opnieuw doorvoeren.