EcoMatic - Garagepoort Hormann - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EcoMatic Hormann in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - EcoMatic Hormann
Gebruikersvragen over EcoMatic Hormann
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EcoMatic - Hormann en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EcoMatic van het merk Hormann.
GEBRUIKSAANWIJZING EcoMatic Hormann
Handleiding voor montage, bediening en onderhoud
Garagedeuraandrijving
Verklaring van de fabrikant
Conform de EG-machinerichtlijn 98/37/EWG verklaren wij hiemee dat onderstaand product, op basis van zijn ontwerp en constructie alsook van zijn door ons in de handel gebrachte uitvoering, voldoet aan de eensluidende, fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen van de EG-richtlijnen. Bij een niet met ons overeengekomen wijziging van het product verliest deze verklaring zijn geldigheid.
Deuraandrijvingen zijn componenten voor montage aan garagedeuren en worden beschouwd als machine in het kader van de EG-machinerichtlijn 98/37/EWG.
De inbedrijfstelling is verboden tot de conformiteit van het eindproduct met deze richtlijn vastgesteld is.
Productbeschrijving
Elektrische garagedeuraandrijving
Fabrikant
Ecostar, Upheider Weg 94-98, D-33803 Steinhagen
Getest volgens
Richtlijn 98/37/EG
ZH 1/494 04/1989 Richtlijnen voor elektrisch aangedreven ramen en deuren
EN 12453 02/2001 Gebruiksveiligheid van elektrisch aangedreven deuren,
eisen en classificatie
EN 12445 02/2001 Gebruiksveiligheid van elektrisch aangedreven deuren,
testprocédé
Richtlijnen 73/23/EWG
VDE 0700 deel 238 10/1983 Veiligheid van elektrische toestellen voor privé-gebruik en gelijklaardige bestemmingen T238 voor ramen, deuren en vergelijkbare installaties
Axel Becker, Bedrijfsleiding

- Belangrijke instructies 10
- Illustraties 38
- Montage 59
- Garantievoorwaarden 103
ITALIANO
Het verheugt ons dat U heeft gekozen voor een product van ons huis. Bewaar deze handleiding zorgvuldig.
Let op de hiernavolgende richtlijnen. Zij geven U belangrijke informatie over de inbouw en de bediening van de garagedeuraandrijving, zodat U gedurende jaren veel plezier zult beleven aan dit product.

Met het oog op de veiligheid is het van levensbelang dat U alle aanwijzingen in deze handleiding opvolgt.
Belangrijke veiligheidsvoorschriften
De garagedeuraandrijving is bestemd voor het automatisch openen en sluiten van kantel- en sectionaldeuren, uitgebalanceerd met veren, voor niet-industriële toepassing. Toepassing in de bedrijfssector is niet toegestaan. Wij zijn vrijgesteld van garantie of productaansprakelijkheid indien, zonder onze voorafgaande toestemming wijzigingen of ondeskundige installaties in tegenstrijd met onze montagerichtlijnen worden aangebracht.
De gebruiker dient erop te letten dat de nationale voorschriften voor het gebruik van elektrische apparaten in acht worden genomen. Wij zijn niet verantwoordelijk voor verkeerd of ach- teloos gebruik of onderhoud van de deur, het toebehoren en de gewichtsverdeling van de deur.
De garantiebepalingen zijn niet van toepassing op batterijen en gloeilampen. De aandrijving werd niet ontworpen voor de bediening van zware deuren, d.w.z. deuren die niet of slechts zeer moeilijk met de hand kunnen worden geopend of gesloten. Om die reden is het noodzakelijk de deur te controleren voor de montage van de aandrijving en te verzekeren dat de deur ook handmatig gemakkelijk te bedienen is.
Hef de deur ca. 1 meter omhoog en laat ze los. De deur moet in deze positie blijven staan en noch naar onder, noch naar boven bewegen. Beweegt de deur toch in één van beide richtingen, dan bestaat het gevaar dat de uitbalancering niet juist ingesteld of defect is. In dit geval moet met slijtage of slechte functie van de deur rekening worden gehouden.
Opgelet: levensgevaar!
Probeer niet zelf de veren voor de uitbalancering van de deur of de veerhouders te vervangen, bij te regelen, te herstellen of te verplaatsen. Zij staan onder grote spanning en kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. Laat deze werkzaamheden voor uw eigen veiligheid alleen door uw garagedeur-servicedienst uitvoeren.
Controleer bovendien de volledige deur, hefarmen, lagers, kabels, veren en bevestigingspunten op slijtage, eventuele beschadigingen en slechte gewichtsverdeling. Ga na of roest, corrosie of scheuren aanwezig zijn. De deur niet gebruiken wanneer herstellingen of regelingen moeten gebeuren. Fouten in het bewegingsmechanisme of een slecht geregelde deur kunnen verwondingen veroorzaken.
Alvorens de aandrijving te installeren laat U, indien noodzakelijk, onderhouds- en herstellingswerken door uw garagedeur-servicedienst uitvoeren.
De functie van de mechanische ontgrendeling moet maandelijks gecontroleerd worden. Het trekkoord mag alleen bij gesloten deur gebruikt worden, anders bestaat het gevaar dat de deur bij zwakke, gebroken of defecte veren of door slechte uitbalancering te snel dichtvalt.

Belangrijke aanwijzingen voor een veilige montage
OPGELET: Onjuiste montage kan leiden tot ernstig letsel. Dek de aandrijving af bij boorwerkzaamheden. Volg alle montageaanwijzingen nauwkeurig op!
Voor de montage van de aandrijving moeten mechanische vergrendelingen van de deur, die niet noodzakelijk zijn bij elektrische bediening van de deur, buiten werking worden gesteld. Dit geldt in het bijzonder voor het vergrendelingsmechanisme van het deurslot.
Voor montage van de garagedeuraandrijving moet worden nagegaan of de deur mechanisch in goede toestand is, in even-

wicht is en goed opent en sluit. Vaste bedieningselementen (zoals drukknoppen) moeten in het zicht van de deur worden gemonteerd, maar weg van de bewegen-de delen en op een hoogte van minstens 1,5 meter. Zij moeten absoluut buiten het bereik van kinderen worden aangebracht!
Waarschuwingsbordjes tegen het vastklemmen moeten permanent worden aangebracht op een opvallende plaats of in de nabijheid van een vast bedieningselement van de aandrijving.
Het plafond van de garage moet stevig genoeg zijn om een veilige bevestiging van de aandrijving te verzekeren. Bij een te hoog of te zwak plafond moet de aandrijving aan extra versterkingsprofielen worden bevestigd.
De aandrijving is ontworpen voor gebruik in droge ruimten en mag dus niet in de openlucht worden gemonteerd. De deurhoogte mag max. 3 meter bedragen. De vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond (ook bij het kantelen van de deur) moet min. 30 mm bedragen. Maat controleren! Bij geringe vrije ruimte kan de aandrijving, voor zover voldoende plaats aanwezig is, ook achter de geopende deur gemonteerd worden. In dit geval moet een verlengde deurmeenemer gebruikt worden.
De deuraandrijving kan max. 500 mm buiten het midden geplaatst worden. Uitzondering hierop zijn sectionaldeuren met verhoogd looprailbeslag (H-beslag). Hier is een speciaal beslag nodig. Het noodzakelijke veiligheidsstopcontact moet ca. 50 cm naast de motor worden geplaatst.
NEDERLANDS

OPGELET: de plaatselijke elektrische installatie moet in overeenstemming zijn met de vereiste veiligheidsvoorschriften (230/240 V AC, 50/60 Hz). Elektrische aansluitingen mogen enkel worden doorgevoerd door een erkend elektricien! Een verkeerde spanning aan de aansluitklemmen 1 - 7 van de sturingen leidt tot beschadiging van de elektronische apparatuur.
Bij de montage moeten de veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen. Let erop dat het trekkoord van de mechanische ontgrendeling aan de aandrijving niet kan blijven hangen aan een dakdrager of aan uitspringende delen van de wagen of de deur.
U dient erop te letten dat zich geen personen of voorwerpen in het bewegingsbereik van de deur bevinden.

De eerste functietest evenals het programmeren of uitbreiden van de afstandsbediening moeten in principe binnenin de garage worden uitgevoerd.

OPGELET: voor garages zonder tweede toegang is een noodontgrendeling vereist die mogelijk insluiten verhindert. Deze dient u separaat te bestellen en u dient de werking ervan maandelijks te controleren.
Richtlijnen voor de bediening van de aandrijving

OPGELET: niet met uw volle lichaamsgewicht aan de ontgrendelingsklok trekken!
Voor alle werkzaamheden aan de motor, de stekker uit het stopcontact trekken. Alle personen die de deur gebruiken,

inlichten over de correcte en veilige bediening. De veiligheidsterugloop en de mechanische ontgrendeling demonstreren en testen. Houd de deur tijdens het dichtlopen met beide handen tegen. De aandrijving moet zachtjes uitschakelen en de deur moet terug opengaan. De deuraan-
drijving moet bij de openingsbeweging zacht uitschakelen en de deur stoppen. De deur alleen bedienen wanneer U zicht heeft op het bewegingsbereik van de deur.

OPGELET: handzenders horen niet thuis in kinderhanden.
Wacht zolang tot de deur tot stilstand gekomen is voor U zich in het bewegingsbereik van de deur begeeft. Vergewis U ervan dat de deur wel degelijk volledig geopend is voor het binnen- of buitenrijden.
Spanning van de aandrijvingsriem
De tandriem van de aandrijving wordt in de fabriek optimaal voorgespannen. In de aanloop- en afremmingsfase kan de tandriem bij grote deuren kortstondig buiten de geleidingsrail hangen. Dit effect brengt geen schade toe aan de techniek en heeft ook geen nadelige invloed op de functie en de levensduur van de aandrijving.

OPGELET: grijp nooit met uw vingers in de aandrijfrail → gevaar voor bekneld raken!
Onderhoudsrichtlijnen
De garagedeuraandrijving is onderhoudsvrij. Voor uw eigen veiligheid bevelen wij echter aan de deur eenmaal per jaar te laten controleren door een vakman.
De effectieve geluidsdruk van de garagedeuraandrijving zal op 3 meter afstand de 70 dB niet overschrijden

= zie tekstgedeelte
Door de auteurswet beschermd.
Gehele of gedeeltelijke nadruk alleen toegelaten mits onze toestemming.
Wijzigingen voorbehouden.
Gentile cliente,
- Replace door springs.
Bij de illustraties wordt de montage van de aandrijving op een kanteldeur voorgesteld.
Bij montage-afwijkingen wordt eveneens een sectionaldeur getoond. Hierbij wordt de letter ⓐ gebruikt voor de kanteldeur en ⓑ voor de sectionaldeur.
Afbeelding 1a
Bij niet vermelde deurmodellen moet de snapper ter plaatse worden vastgezet.

Afbeelding 1b.1 OPGELET: bij de montage van de aandrijving moet het trekkoord verwijderd worden.
Afbeelding 3a.2
Bij een smeedijzeren handgreep de rail uit het midden monteren.
Afbeelding 2b
Bij centrale deurvergrendeling de rail uit het midden monteren. Bij houten deuren de Spax-schroeven 5 x 35 uit het toebehorenpak gebruiken (boring ∅ 3 mm).
Bij een excentrisch versterkingsprofiel aan de sectionaldeur, de meenemer rechts of links aan het dichtstbijgelegen versterkingsprofiel monteren.
Afbeelding 4.1 en 4.2
Bij andere deurfabrikaten moet de vrije ruimte tussen het hoogste punt van de deur en het plafond minstens 30 mm bedragen.
Afbeelding 10
Handelwijze:
De geleidingsslede inschakelen.
Afbeelding 12
Voor het aansluiten van de bedienelementen en beveiligingen moet de kap van de aandrijving gedemonteerd worden.

Let op:
Antenne volledig uitrollen en zo mogelijk schuin in de richting van de deuropening aan het plafond van de garage bevestigen. De antennendraad mag niet om metalen onderdelen worden gewikkeld zoals bv. spijkers, stutten e.d. Test de beste afstelling. De aansluitklemmen kunnen meervoudig worden bezet, maximaal echter met 1 x 2,5 mm²! Lamp: 24 V/10 W, fitting: B(A) 15s
Afbeelding 13
Aansluiting van een externe bediening 'impuls' (volgordebesturing: OPEN-STOP-DICHT)
Eén of meer bedieningen kunnen parallel worden aangesloten op de klemmen 1 en 2.
Afbeelding 14
Aansluiting van een uitschakelaar
De klemmen 4 en 5 zijn standaard overbrugd. Hier kan een uitschakelaar met verbreekcontact worden aangesloten. Bij aansluiting moet de draadbrug worden verwijderd.
Aansluiting van de foto-elektrische cel als extra beveiliging. Afbeelding 15
Geaarde (0V) foto-elektrische cellen en onderloopbeveiligingen van het type A (alles ok = contact gesloten) moeten als worden aangesloten:
Aarding (0V) aan klem 7
Voorziening (+ 24V) aan klem 3 (max. 100 MAI), indien noodzakelijk
De in de fabriek geplaatste weerstand 8,2 kΩ tussen klemmen 6 en 7 verwijderen en in het schakeltoestel, zoals getoond, tussen de schakeluitgang en klem 6 weer invoegen.
Afbeelding 16
Geaarde (0V) foto-elektrische cellen en onderloopbeveiligingen van het type B (alles o.k. = contact gesloten) moeten als worden aangesloten:
Aarding (0V) aan klem 7
Voorziening (+ 24V) aan klem 3 (max. 100 MAI), indien noodzakelijk
De in de fabriek geplaatste weerstand 8,2 kΩ tussen klemmen 6 en 7 verwijderen en in het schakeltoestel, zoals getoond, weer invoegen. Schakeluitgang aan klem 6 aansluiten.
Afbeelding 17
Aansluitklemmen van het vrije relais (externe verlichting, knipperlicht of rondomlicht)
Klem 9 - 8
Sluiter max. contactbelasting
2,5 A/30 VDC 500 W/250 VAC
Klem 9 - 10
Opener max. contactbelasting
2,5 A/30 VDC 500 W/250 VAC

De verschillende functies van de aandrijving en het vrije relais kunnen worden ingesteld m.b.v. 3 deelbare draadlussen op de besturingsprintkaart (J1, J2, J3) (zie afbeelding 18). Voor het scheiden van de draadlussen moet de kap van de aandrijving worden genomen.
| Functies van de aandrijving en het vrijerelais | |
| J1 | Geen bijzondere functies van de aandrijving fabrieksinstelling) -relais wordt geactiveerd samen met de ver-lichting van de aandrijving, echter zonder te knipperen. |
| J2 | |
| J3 | |
| J1 | Geen bijzonder functies van de aandrijving -Relais wordt geactiveerd bij het bereiken van de eindpositie ‘DICHT’ (DEUR-DICHT melding) |
| J2 | |
| J3 | |
| J1 | Automatische sluiting vanuit de eindpositie‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd.Relais continu geactiveerd tijdens de opentijd en de wachttijd en bij het openen en sluiten van de deur. |
| J2 | |
| J3 | |
| J1 | Automatische sluiting vanuit de eindpositie‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd -Relais knippert tijdens de opentijd langzaam en tijdens de wachttijd snel; verder normaal knippe-ren tijdens het openen en sluiten van de deur. |
| J2 | |
| J3 | |
| J1 | Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd -Relais continu geactiveerd tijdens de wachttijd en tijdens het openen en sluiten van de deur. |
| J2 | |
| J3 | |
| J1 | Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd -Relais knippert snel tijdens de wachttijd;verder normaal knipperen tijdens het openen en sluiten van de deur. |
| J2 | |
| J3 | |
| J1 | Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd -Automatische sluiting vanuit de eindpositie‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd -Relais continu geactiveerd tijdens de wachttijd en tijdens het openen en sluiten van de deur. |
| J2 | |
| J3 | |
| J1 | Wachttijd (2 sec.) continu geactiveerd -Automatische sluiting vanuit de eindpositie‘OPEN’ na 30 sec. opentijd en 2 sec. wachttijd -Relais knippert langzaam tijdens de opentijd en snel tijdens de wachttijd;verder normaal knipperen tijdens het openen en sluiten van de deur. |
| J2 | |
| J3 |
Opentijd:
Wachttijd van de deur in de eindpositie 'DEUR OPEN'. Indien er tijdens deze tijd een impuls wordt ontvangen, wordt de opentijd opnieuw gestart.
Wachttijd:
Tijd tussen het commando voor het openen of sluiten van de deur en het uitvoeren van dit commando. Indien er tijdens deze tijd opnieuw een commando wordt gegeven, wordt de wachttijd beëindigd zonder dat de deur vervolgens wordt geopend of gesloten.
Automatische sluiting na een bepaalde tijd na het bereiken van de eindpositie 'DEUR OPEN'.
Bij het gebruik van een automatische sluiting adviseren wij om veiligheidsredenen dringend een foto-elektrische cel of onderloopbeveiliging te monteren.
Afbeelding 18
Schakelschema

Opgelet: voor de hierna volgende stappen moet de geleideslede ingekoppeld zijn (zie afbeelding 10). Wanneer er geen afzonderlijke toegang tot de garage voorhanden is, moeten de hierna volgende punten binnenin de garage gebeuren.
Afbeelding 19
Afstandsbediening aansluiten
De leiding van de ontvanger moet als volgt worden aangesloten:
- groene ader aan klem 1 (0V)
- witte ader aan klem 2 (signaal)
- bruine ader aan klem 3 (+24V)
Afbeelding 20
Wissen van de deurgegevens
- Stekker uit het stopcontact trekken.
-
De toets op de printkaart indrukken en ingedrukt houden.
-
Direct daarna de stekker in het stopcontact steken en de toets de printkaart zolang ingedrukt houden als de verlichting van de aandrijving knippert. Als de verlichting van de aandrijving maar één keer knippert zijn de deurgegevens al gewist. U kunt dan direct doorgaan met de inbedrijfstelling (zie afbeelding 21).
Afbeelding 21
Inbedrijfstelling: de deurgegevens moeten gewist zijn (zie afbeelding 20).
-
Stekker indien nodig in het stopcontact steken.
-
Handzender, toets op de printkaart of externe impulstoets indrukken om de deur te openen tot aan de mechanische aanslag. Vergewis U ervan dat de mechanische aanslag volledig bereikt werd, zo niet met de potentiometer "OPEN" een hogere maximumkracht instellen. Stekker uit het stopcontact halen en een nieuwe inbedrijfstelling doorvoeren. Staat de deur in de eindpositie "DEUR OPEN", de handzender of de printplaattoets opnieuw bedienen om de deur in de eindpositie "DEUR DICHT" te brengen (leermodus "DICHT"). Na het bereiken van de eindpositie "DEUR DICHT" volgt automatisch een volledige deuropening.
-
Minstens drie opeenvolgende deurbedieningen doorvoeren. Let erop dat de deur ook helemaal gesloten wordt. Zo niet met de potentiometer "DICHT" een hogere maximumkracht instellen, deurgegevens uitwissen en een nieuwe inbedrijfstelling doorvoeren! Daarna is de installatie bedrijfsklaar.
Bediening nadat de netstroom is uitgevallen.
Indien de netstroom uitvalt, blijven de opgeslagen deurgegevens behouden. Wel moet de deur één keer volledig worden geopend (referentierit) om een correcte werking te verzekeren. Daarbij is het belangrijk dat het riemslot in de geleideslede gekoppeld is. Als dit niet het geval is, rijdt het riemslot in de aandrijfschijf en plaatst de aandrijving daar het referentiepunt. Indien dit toch gebeurt, verplaatst u de aandrijving in de richting van 'DEUR DICHT' tot u het riemslot in de geleideslede kunt koppelen. Nadat u de aandrijving gescheiden heeft van het net, voert u de referentierit 'OPEN' nogmaals uit.
Normale deurritten:
De aandrijving werkt uitsluitend met impuls volgordebesturing
- impuls: aandrijving gaat over op 'OPEN'
- impuls: aandrijving stopt
- impuls: aandrijving gaat over op 'DICHT'
- impuls: aandrijving stopt
- impuls: aandrijving gaat over op 'OPEN' enz.
Afbeelding 22.1
Potentiometer 'DICHT': maximale kracht in looprichting 'DICHT'. Deze potentiometer is bestemd voor het instellen van de maximaal bereikbare kracht in looprichting 'DICHT'. In de fabriek wordt de middenpositie ingesteld.
Door het draaien met de wijzers van de klok mee kan de kracht worden verhoogd (is enkel noodzakelijk voor deuren die erg zwaar lopen).
Afbeelding 22.2
Potentiometer 'OPEN': maximale kracht in looprichting 'OPEN'. Deze potentiometer is bestemd voor het instellen van de maximaal bereikbare kracht in looprichting 'OPEN'. In de fabriek wordt de middenpositie ingesteld.
Door het draaien met de wijzers van de klok mee kan de kracht worden verhoogd (is enkel noodzakelijk voor deuren die erg zwaar lopen).
Diagnose 'LED': storings- en controlehandleiding
De diagnose 'LED' vindt u op de printkaart (zie afbeelding 12.1). Onder normale omstandigheden brandt de 'LED' continu en wordt gedoofd bij ontvangst van een impuls-commando.
| Weergave LED: knippert langzaamMogelijke oorzaak: 1. Ruststroomkring onderbroken2. Uitschakelaar openOplossing: 1. Bedrading tussen klem 4 en 5 controleren2. Uitschakelaar sluiten |
| Weergave LED: knippert 2 x binnen 4 sec.Mogelijke oorzaak: Sluitbeveiliging is / was actief1. 8,2 W weerstand tussen klem6 en klem 7 voorhanden?2. Foto-elektrische cel ofonderloopbeveiliging onderbroken ofin werking getredenOplossing: 1. 8,2 W weerstand tussen klem6 en klem 7 aansluiten2. Foto-elektrische cel of onderloopbe-veiliging controleren, eventueelvervangen. |
| Weergave LED: knippert 3 x binnen 5 sec.Mogelijke oorzaak: 1. Krachtbegrenzing ‘DICHT’Oplossing: 1. Hindernis verwijderen, deurgegevenseventueel wissen en inbedrijfstellingopnieuw doorvoeren. |
| Weergave ‘LED’: knippert 5 x binnen 7 sec.Mogelijke oorzaak: 1. Krachtbegrenzing ‘OPEN’2. Veren gebrokenOplossing: 1. Hindernis verwijderen, deurgegevenseventueel wissen en inbedrijfstellingopnieuw doorvoeren.2. Veren vervangen! |
| Weergave ‘LED’: knippert 6 x binnen 8 sec.Mogelijke oorzaak: 1. Aandrijving of installatie gestoordOplossing: 1. Deurgegevens wissen, inbedrijfstellingopnieuw doorvoeren, bedradingcontroleren, aandrijving eventueelvervangen. |
| Weergave ‘LED’: knippert 7 x binnen 9 sec.Mogelijke oorzaak: 1. Aandrijving nog niet aangeleerd.Oplossing: 1. Leermodus ‘DICHT’ doorvoeren |
| Weergave ‘LED’: knippert 8 x binnen 10 sec.Mogelijke oorzaak: 1. Aandrijving heeft nog geenreferentierit doorgevoerd.Oplossing: 1. Referentierit ‘OPEN’ doorvoeren |
NL Garantievoorwaarden
Garantieduur
Bovenop de wettelijke garantie die voortvloeit uit het koopcontract met de handelaar, geven wij een extra garantie van 24 maanden vanaf de aankoopdatum. Een garanti-claim verlengt de garantietermijn niet. Voor vervanging van onderdelen en herstellings-werkzaamheden bedraagt de garantietermijn 6 maanden met een minimum van de aan-vankolijke garantietermijn.
Voorwaarden
De garantioclaim geldt alleen voor het land waar het toestel werd gekocht. Het product moet via het door ons erkende distributiekanaal gekocht zijn. De garantioclaim geldt alleen voor schade aan het product zelf. De aankoopbon geldt als bewijs voor uw garantioclaim.
Prestatie
Binnen de garantietermijn verhelpen wij alle defecten aan het product waarvan bewezen kan worden dat ze aan materiaal- of productiefouten te wijten zijn. Wij verbinden er ons toe, naar keuze, het defecte onderdeel te vervangen, te herstellen of een waardevermindering te vergoeden.
Uitgesloten voor schadevergoeding zijn:
- ondeskundige montage en aansluiting
- ondeskundige inbedrijfstelling en bediening
- externe invloeden zoals vuur, water, abnormale milieucondities
- mechanische beschadiging door ongeval, val, schok
- onachtzame of moedwillige vemieling
- normale slijtage
- herstelling door niet-gekwalificeerde personen
- gebruik van onderdelen van vreemde oorsprong
- verwijderen of onleesbaar maken van het productienummer
De vervangen onderdelen worden onze eigendom.