Liftronic 800 - Garagepoort Hormann - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Liftronic 800 Hormann in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Liftronic 800 Hormann
Gebruikersvragen over Liftronic 800 Hormann
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Garagepoort in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Liftronic 800 - Hormann en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Liftronic 800 van het merk Hormann.
GEBRUIKSAANWIJZING Liftronic 800 Hormann
| C1 | Verlengde deurmeenemer Wannear de vrij ruimte:tussen het hoogste punct van de deur en het plafond minder dan 30 mm bedraagt, kan de garagedeuraandrijving - indien er genoeg plaats is - ook achefter de geopende deur worden gemonteerd. In deze gevalten要去 een verlengde deurmeenemer worden gebruikt. - voor een lateiverspringing van 1.000 mm - voor sectionaaldeuren (N-beslag) tot 2.375 mm hoogte - voor sectionaaldeuren (L- of Z-beslag) tot 2.250 mm hoogte - voor kanteldeuren tot 2.750 mm hoogte | |
| C2 | Inbouwconsole voor sectionaaldeuren Voor vreemde producten | |
| C3 | Handzender RSC 2 (inclusief handzenderhouser) Deze handzender werkkt met een rolling code (frequentie: 433 MHz) die bij elke verzending wijzigt. De handzender heeft twee toetsen, u knot dus met de tweede toets een andere deur openen of de buitenverlichting inschakenen, indien waarvoor een optionele ontvanger aanwezig is. | |
| C4 | Handzender RSZ 1 Deze handzender is bedoeld voor opname in een sigarettenaansteker in een voertuig. De handzender werkkt met een rolling code (frequentie: 433 MHz) die bij elke verzending wijzigt. | |
| C5 | Binnendrukknopschakelaar PB 3 Met de binnendrukknopschakelaar kut u uw deur comfortabel in de garage openen en sluiten, het Licht inschakenen en de radiode code blokkeren. Inclusief 7 m aansluitkabel (met 2 draden) en montagematerialial. | |
| C6 | Radiocodeschakelaar RCT 3b Met de verlichte radiocodeschakelaar+kunnen maximaal 3 deuraandrijvingen per impuls snoerloos worden bestuurd. Zo bespaart u het omslachtige leggen van leidingen. | |
| C7 | Opbouw- en inbouwsleutelschakelaar Met de sleutelschakelaar kut u uw garagedeuraandrijving met de sleutel langsbuten bedieren. Twee versies in eén toestel - voor inbouw of opbouw. | |
| C8 | Noodontgrendelingsslot NET 3 Noodzakelijk voor garages zonder een tweede toegang. - Boring Ø 13 mm - Kabellenge 1,5 m | |
| C9 | 100x | Ontvanger RERI 1/RERE 1 Deze 1-kanaal-ontvanger maakt de bediening van een garagedeuraandrijving met honderd bijkomende handzenders (-toetsen) möglich. Geheugenplaatsen: 100 Frequentie: 433 MHz (Rolling Code) Bedrijfsspanning: 24 VDC/AC of 230/240 VAC Relais-uitgang: Aan/Uit |
| C10 | Eénrichtingsfotocel EL 101 Voor binnentoepassing als extra verligheidsvoorziening. Inclusief 2×10 m aansluitkabel (met 2 draden) en montagematerialiaal. | |
| C11 | Verlengset voor geleidingsrail FS3 |
Inhoudsopgave
A Meegeleverde artikelen 2
B Gereedschap, nodig voor de montage van de garagedeuraandrijving. 2
C Toebehoren voor de garagedeuraandrijving.....50
D Vervangdelen 128
1.1 Geldende documenten 53
1.2 Gebruikte waarschuingen 53
1.3 Gebrukke definities 53
1.4 Aanwijzingen bij de illustraties 53
1.5 Gebrukte symbolen 53
2 Veiligheidsrichtlijnen 54
2.1 Doelmatig gebruik. 54
2.2 Ondoelmatig gebruik 54
2.3 Kwalificatie van de monteur.. 54
2.4 Veiligheidsrichtlijnen voor montage, onderhoud, herstelling en demontage van de deurinstallatie. 54
2.5 Veiligheidsrichtlijnen bij de montage.. 54
2.6 Veiligheidsrichtlijnen voor inbedrijfstelling en bediening 55
2.7 Veiligheidsrichtlijnen voor gebruik van de handzender 55
2.8 Geteste verilgheidsvoorzieningen 55
3 Montage 55
3.1 Deur/deurinstallatie controleren 55
3.2 Benodigde vrie ruimte 55
3.3 Voorbereiding aan de sectionaaldeur 56
3.4 Voorbereiding aan de kanteldeur 56
3.5 Geleidingsrail monteren 56
3.6 Eindpositions van de deur vastleggen 56
3.7 Garagedeuraandrijving monteren 57
3.8 Noodontgrendeling 57
3.9 Waarschuwingsbordje monteren 57
4 Inbedrijftelling / aansluiting van extra componenten. 57
4.1 Weergave- en bedieningselementen 58
4.2 Aandrijving aanleren 58
4.3 Extra componenten/toebehoren aansluiten 58
4.4 DIL-schakelaarfunctions 58
5 Radio 59
5.1 Handzender RSC 2 . 59
5.2 Geintegreerde draadloze ontvanger 60
5.3 Aanleren van handzenders 60
5.4 Bediening 60
5.5 Wissen van alle geheugenplaatsen. 60
6 Bediening 60
6.1 Gebruikers inwerken 61
6.2 Functiecontroles 61
6.3 Normale Werking.. 61
6.4 Handelingen bij een spanningsuitval 61
6.5 Handelingen na een spanningsuitval 61
7 Controle en onderhoud 62
7.1 Spanning van de tandriem controlleren 62
7.2 Veiligheidsreset/terugbewegen controleren 62
7.3 Vervanging van de lamp 62
8 Aantonen van bedrijfstoestanden, fouten en waarschuwingsmeldingen 62
8.1 Meldingen van de aandrijvingsverlichting....62
8.2 Indicatie van fout-/waarschuwingsmeldingen.....62
9 Wissen van de deurgegevens 63
10 Demontage en berging 63
11 Garantievoorwaarden 64
12 Uittreksel uit de inbouwverklaring 64
13 Technische gegevens 64
Illustrations. 114

Doorigeven of kopieren van dit document, gebruik en mededeling van de inhoud ervan zijn verboden indien nicht uitdrukkelijk toegestaan. Overtredingen verplichten tot schadevergoeding. Alle rechten voor het inschrijven van een patent, een gebruiksmodel of een monster voorbehonden. Wijzigingen onder voorbehoud.
Geachte klant,
wij verheugen ons dat u gekozen hebt voor een kwaliteit'sproduct van onze firma.
1 Over deleze handleiding
Deze handleiding is een originele gebruiksaanwijzing in de zin van EG-richtlijn 2006/42/EG. Lees de handleiding zorgvuldig en volledig, zij bevat belangrijke informatatie over het product. Neem de opmerkingen in acht en volg in het bijzonder de veiligheids- en waarschuwingsrichtlijnen op.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig!
1.1 Geldende documenten
Voor een veilig gebruik en onderhoud van de deurinstallatie要去en volgende documenten ter beschikking staan:
- deze handleiding
- bijgevoegd controleboek
- de handleiding van de garagedeur
1.2 Gebrukke waarschuwingen

Het algemene waarschuwingssymbol kentekent
een gevaar dat kan leiden tot lichamelijke letsels of totdood. In de tekst worden het algemene waarschuwingssymbolbool gebruikt met betrekking tot de volgende beschrevenwaarschuwingsstappen. In de illustraties verwijst eenbijkomende aanduiding maar de verklaringen in de tekst.

GEVAAR
Kentekent een gevaar dat onmiddelijk leidt tot de dood of tot zware letsels.

WAARSCHUWING
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot de dood of tot zware letsels.

VOORZICHTIG
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot lichte of middelmatige letsels.
OPGELET
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot beschadiging of vernieling van het product.
1.3 Gebrukke definities
DIL-schakelaars
Schakelaars die zich onder het zijdelingse luik van de motorkap bevinden en dieren om functies van de aandrijving te activeren.
Impulsbesturing
Bij elke druk op een toets worden de deur in de tegengestelde richting t.o.v. de LASTErichting gestart of wordt een deurbeweging gestopt.
Leercycli
Deurbewegingen, waar bij het traject en ook de krachten, die voor het functioneren van de deuroodzakelijk zijn, worden aangeleerd.
Normale Werking
Deurbeweging met aangeleerde trajecten en krachten.
Referentiecyclus
Deurbeweging in richting eindpositie Deur-open om de basisinstalling vast te leggen.
Terugkeercyclus/Veiligheidsreset
Deurbeweging in tegengestelde richting bij het activeren van de veiligheidsvoorziening of van de krachtbegrenzing.
Traject
Het trajct dat de deur van de eindpositie Deur-open tot de eindpositie Deur-dicht aflect.
1.4 Aanwijzingen bij de illustraties
In de illustraties worden de montage van de aandrijving weergegeven bij een sectionaaldeur. Afwijkende montagestappen bij een kanteldeur worden bijkomend getoond. Bij de aanduiding worden voor de illustratienummering de volgende letters gebruikt:


(a) = sectionaaldeur (b) = kanteldeur
Alle maataanduidingen in de illustraties zich in [mm].
1.5 Gebrukke symbolen

Zietekstgedeelte
In het voorbeeld betekent 2.2:
zie tekstdeel, hoofdstuk 2.2

Belangrijke instructie ter voorkoming van lichamelijke letsels en materiele schade

Grote krachtinspanning

Geringe krachtinspanning

Opletten dat het systeme soepel loopt

Veiligheidshandschoenen gebruiken

Hoorbaar inklikken

Fabrieksinstelling van de DIL-schakelaars
2 Veiligkedsrichtlijnen
De garagedeuraandrijving is uitsluitend voorzien voor impulsbediening van door veren uitgebalanceerde sectionaal-en kanteldeuren voor privaat en nicht-industrieel gebruik.
Let op de aanwijzingen van de fabrikant aangaande de combinatie van deur en aandrijving. Eventeel gevaar in de zin van DIN EN 13241-1 worden door de constructie en montage volgens once aanwijzingen vermeden. Deuren die zich in het openbaar bevinden en enkel over een bescherminstallatie, bijvoorbeeld over een krachtbegrenzing, beschikken, mogen alleen onder toezicht worden bediend.
De garagedeuraandrijving is voor de werkinq in droge ruimten geconstrueerd.
2.2 Ondoelmatig gebruik
Continu gebruik en toepassing op industrieel gebied zichn nicht toegelaten.
De aandrijving mag Niet bij deuren zonder valbeveiliging worden gebruikt.
2.3 Kwalificatie van de monteur
Alleen met een correcte montage en onderhoud door een competente / deskundige bediening of een competente / deskundige persoon die met de handleldingen vertrouwd is, kan een veilig en juist functioneren van een montage gegarandeerd worden. Een deskundige volgens EN 12635 is een persoon die een aangepaste opleiding heeft genoten en beschikt over praktische kennis en ervaring om een deurinstallatie correct en veilig te monteren, te controleren en te onderhonden.
2.4 Veiligheidsrichtlijnen voor montage, onderhoud, herstelling en demontage van de deurinstallatie

GEVAAR
Compensatieveren staan onder hoge spanning
Zie waarschuwingsrichtlijhoofdstuk 3.1

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 7
De montage, het onderhoud, de herstelling en de demontage van de deurinstallatie en de garagedeuraandrijving要去en door een vakman worden UITgevoerd.
Neem bij storingen van de garagedeuraandrijving onmiddelijk contact op met eenvakman voor de controle of de herstelling.
2.5 Veiligheidsrichtlijnen bij de montage
De deskundige dient erop te letten dat bij UITvoerig van de montagewerkzaamheden de geldende voorschriften inzake verilgheid op het werk alsook de voorschriften voor bediening van elektrische toestellen worden toegepast. Hierbij要去en de nationale richtlijnen opgevolgd worden. Eventuel gevaar in de zin van DIN EN 13241-1 worden door de constructie en montage volgens once aanwijzingen vermeden.
Het plafond van de garage moet zo gemaakt zich dat een veilige bevestiging van de aandrijving gegardeerd is. Bij een te hoog of te Licht plafond moet de aandrijving aan bijkomende steunbalken worden bevestigd.

GEVAAR Netspanning
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4

WAARSCHUWING
Ongeschekte bevestigingsmaterialen
Zie waarschuwingsrichtlijhoofdstuk 3.5.2
Levensgevaar door de handkabel
Zie waarschuwingsrichtlijhoofdstuk 3.3
Gevaar voor letsels door ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.7

VOORZICHTIG
Knelgevaar bij de montage van de geleidingsrail!
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 3.5
2.6 Veiligheidsrichtlijnen voor inbedrijfstelling en bediening

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4 en 6
Gevaar voor lichamelijke letsels bij snel sluitende deur
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 6.2.1

VOORZICHTIG
Knelgevaar in de geleidingsrail
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4 en 6
Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkabel
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 4 en 6
Gevaar voor letsels door hete lamp
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 6 en 7.3
2.7 Veiligheidsrichtlijnen voor gebruik van de handzender

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 5

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels bij ongewilde deurbeweging
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstuk 5
2.8 Geteste veiligheidsvoorzieningen
Veiligheidsrelevant functions of components van de besturing, zoals krachtbegrenzing, externe fotocellen en sluitkantbeveiliging, voor zover voorhanden, werden overeenkomstig categorie 2,PL "c" van de
EN ISO 13849-1:2008 geconstrueree en getest.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels door Niet functionerende verilgheidsvoorzieningen
Zie waarschuwingsrichtlijn hoofdstub 4.2
3 Montage
3.1 Deur/deurinstallatie controlleren

GEVAAR
Compensatieveren staan onder hoge spanning
Het bijstellen of het losmaken van de compensatieveren kan ernstige letsels veroorzaken!
Laat voor uw eigen veiligheid, Vooraleer u de aandrijving installeert, werkzaamheden aan de compensatieveren van de deur en indien nodig onderhouds- en herstelwerkzaamheden enkel door eeneskundige uitvoeren!
Probeer nooit om de compensatieveren voor de gewichtsuitbalancing van de deur of de holders ervan zich te verrangen, bij te stellen, te herstellen of te verplaatsen.
Controller bovendien de volledige deurinstallatie (draaipunten, positie van de deur, kabels, veren en bevestigingsonderdelen) op slijtage en op eventuele beschadigingen.
Controller op aanwezigheid van roest, corrosie en barsten.
Fouten in de deurinstallatie of verkeerd uitgerichte deuren können tot ernstige letsels leiden!
- Gebruik de deurinstallatie Niet als er herstellings-of regelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.
De aandrijving werk Niet ontworpen voor de bediening van stroef lopende deuren, d.w.z. deuren die Niet更是 of maarzer moeilijk met de hand geopend of gesloten kutten worden.
De deur moet zich in onberispelijke mechanische toestand bevinden, zodate ook gemakkelijk met de hand kan worden bediend (EN 12604).
Hef de deur ca. een meter en LASTZe los.
De deur zou in deze positie moeten blijven staan en noch waar beneden, noch waar boven bewegen. Indien de deur toch in een van deze richtingen beweegt, bestaat het gevaar dat de compensatieveren / gewichten nicht juist+zijn ingesteld of defect zichn. In dit geval moet u rekening houden met meer slijtage en met een verkeerde werkinq van de deurinstallatie.
Controller of de garagedeur correct kan worden geopend en gesloten.
Stel de mechanische vergrendelingen van de deur, die voor een bediening met een garagedeuraandrijving onnodig zichn, buiten werkinq. Daartoe behoren vooral de vergrendelingsmechanismen van het deurslot (zie hoofdstuk 3.3.1 en hoofdstuk 3.4.1).
Neem het overeenkomstige tekstgedeelte in acheit, wanner u door het symbool voor de tekstrictionelijk waarop worden gewezen.
3.2 Benodigde vrij ruimte
Zie afbeelding 1.1a/1.2b
De vrije ruimte:tussen het hoogste punct bij de deurbeweging en het plafond moet minstens 30~mm bedragen.
Bij eenkleinere vrije ruimte en indien er voldoende plaats is, kan de aandrijving ook ache ter de geopende deur worden gemonteerd. In dat geval moet een verlengde deurmeenemer (zie toebehoren voor de garagedeuraandrijving / C1) afzonderlijk worden besteld en gezruikt.
De garagedeuraandrijving kan max. 50~cm excentrisch worden geplaatst. Hetoodzakelijkste stopcontact voor de elektrische aansluiting moet ongeveer 50~cm naast het aanrijvingsaggregaat worden geplaatst (zie hoofdstuk 4 netspanning in ache nemen).
Controller deze afmetingen!
3.3 Voorbereiding aan de sectionaaldeur

WAARSCHUWING
Levensgevaar door de handkabel
Een meelopende handkabel kan tot wurging leiden.
Verwijder de handkabel bij de montage van de aandrijving (zie afbeelding 1.2a).
3.3.1 Deurvergrendeling aan de sectionaaldeur
Zie afbeelding 1.3a
Demonteer de mechanische deurvergrendeling volledig aan de sectionaaldeur.
3.3.2 Excentrisch versterkingsprofiel bij de sectionaaldeur
Zie afbeelding 1.5a
Monteer bij het excentrische versterkingsprofiel op de sectionaaldeur het meenemerhoekstuk links of rechts aan het dichtstbijzijnde versterkingsprofiel.
3.3.3 Middelste deurvergrendeling bij de sectionaaldeur
Zie afbeelding 1.6a
Monteer bij sectionaaldeuren met een middelste deurvergrendeling de meenemer en het meenemerhoekstuk max. 50 cm excentrisch.
3.4 Voorbereidings aan de kanteldeur
3.4.1 Deurvergrendeling op de kanteldeur
Zie afbeelding 1.3b/1.4b/1.5b
Stel de mechanische deurvergrendelingen op de kanteldeur buiten werking.
Bij de hier Niet opgenoemde deurmodellen要去 snapper bij de klant vastgesteld worden.
3.4.2 Kanteldeuren met een deurgreep uit kunstsmeedijzer
Zie afbeelding 1.6b
Monteer afwijkend van de illustraties bij kanteldeuren met een kunstsmeedijzeren handgreep de plafondconsole en het meenemerhoekstuk max. 50 cm uit het midden.
3.4.3 Kanteldeuren met houtvilling
Zie afbeelding 1.7b
Bij N80-deuren met houtvilling要去en de onderste gaten van de meenemer voor de montage worden gebruikt.
3.5 Geleidingsrail monteren

VOORZICHTIG
Knelgevaar bij de montage van de geleidingsrail!
Bij de montage van de geleidingsrail bestaat het gevaar dat vingers gekneusd worden.
Let erop dat u Niet met de vingers:tussen de profieluiteinden kommt.
- Gebruik de bij de rail gevoegde montagehandleiding voor de montage van de geleidingsrail.
Leg de rail voor een stabel vlak dat als tegenhouser dient (bv. een muur), voor u het LASTE railelement monteert.
Controller, of de tandriem zich in het midden op de omkeerrol bevindt. Indien dit Niet het geval is, centreer dan de tandriem in het midden met een stomp voorwerp (bv. met de stompe ziche van een werktuigsleutel).
Controller de spanning van de tandriem en pas doit indien nodig aan (zie afbeelding 17 en hoofdstuk 7.1).
3.5.1 Controlleren of de geleidingssslede soepel loopt
Zie afbeelding 2.1
- Let erop dat de afzonderlijke elementen van de geleidingsrail op een lijn staan zodat er aan het uiteinde van de profielen vlakke overgangen zich!
- Controller of de geleidingssslede zich vlot in de geleidingsrail beweegt. Daartoe schuift u de geleidingsssledeiens Been en weer door de rail. Herhaal deze handeling indien nodig.
3.5.2 Geleidingsrail inbouwen
Zie afbeelding 2.2-2.5

WAARSCHUWING
Ongeschikte bevestigingsmaterialen
Het gebruik van ongeschikte bevestigingsmaterialen kan ertoe leiden dat de aandrijving Niet veilig is bevestigd en kan loskomen.
De meegeleverde montagematerialien dieren door demonteur op geschiktheid voor de Voorziene montageplaats te worden gecontroleerd.
- Gebruik het meegeleverde bevestigingsmaterial (pluggen) alleen voor beton ≥ B15 (zie afbeeldingen 1.6a / 1.8b / 2.5).
OPGELET
Beschadiging door verontreiniging
Boorstof en spaanders können tot functiestoringen leiden.
Dek de aandrijving af bij boorwerken.
Voor de geleidingsrail aan de lately of het plafond worden gemonteerd schuift u de geleidingssslede ca. 20 cm in richting midden van de rail. Op een later tijdstip is dit nicht meer möglichk!
3.6 Eindpositions van de deur vastleggen
Zie afbeelding 3.1a/3.1b-5.2
- Monteer de deurmeenemer.
- Plaats de eindaanslag voor de eindpositie Deur-open tussen de geleidingssslede en de aandrijving los in de geleidingsrail en schuif de garagedeur met de hand in de eindpositie Deur-open.
Daardoor wordt de eindaanslag in de juiste positie geschoven.
- Fixeer de eindaanslag voor de eindpositie Deur-open.
- Plaats de eindaanslag voor de eindpositie Deur-dicht tussen de geleidingssslede en de plafondconsole los in de geleidingsrail en schuif de garagedeur met de hand in de eindpositie Deur-dicht.
Daardoor wordt de eindaanslag in de juiste positie geschoven.
- Fixeer de eindaanslag voor de eindpositie Deur-dicht.
OPMERKING:
Als de deur Niet gemakkelijk met de hand in de gewenste eindpositie Deur-open of Deur-dicht kan worden geschoven, dan is het deurmechanisme voor bediening met een garagedeuraandrijving te stroef en moet het worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 3.1)!
3.7 Garagedeuraandrijving monteren
Zie afbeelding 6

WAARSCHUWING
Gevaar voor letsels door ongewilde deurbeweging
Bij een verkeerde montage of bediening van de aandrijving hunnen ongewilde deurbewegingen optreden en waar bij personen of voorwerpen worden ingeklemd.
Volg alle aanwijzingen in deze handleiding. Verkeerd aangebrachte besturingstoestellen (zoals bv. schakelaars) kuren ongewenste deurbewegingen veroorzaken en waar bij personen of voorwerpen inklemmen.

Monteer besturingstoestellen op een hoogte van minstens 1,5 m (buiten het bereik van kinderen).
Monteer vast geplaatste besturingstoestellen (zoals schakelaars enz.) in het gezichtsbereik van de deur maar verwijderd van bewegende delen.
3.8 Noodontgrendeling
Voor garages zonder tweede toegang is een noodontgrendeling voor de mechanische ontgrendeling moodzakelijk om het eventuele buitensluien als de netspanning uittvalt te vermijden; deze dient afzonderlijk te worden besteld (zie toebehoren voor de garagedeuraandrijving C8).
Controller de noodontgrendeling maandelijks op functionaliteit.
3.9 Waarschuwingsbordje monteren
Zie afbeelding 7
Bevestig het waarschuwingsbord gegen knelgevaar duurzaam op een opvalende, gereinigde en ontvette plaats, bijvoorbeeld in de omgeving van de vast geinstalleerde schakelaar voor de bediening van de aandrijving.
4 Inbedrijfstelling /aansluiting van extra componenten


GEVAAR
Netspanning
Bij contact met de netspanning bestaat er gevaar voor elektrocutie.
Neem in ieder geval de volgende richtlijnen in acht:
Elektrische aansluitingen mogen enkel door een elektricien worden uitgevoerd.
De elektrische installment van de klant moet in overeenstemming zich met de betreffende veiligheidsvoorschriften (230/240 V AC, 50/60 Hz).
Bij beschadiging van de netaansluitkabel moet deze door een professionele elektricien worden verrangen om gevaar te voorkomen.
Trek de netstekkeruit voor alle werkzaamheden aan de aandrijving.


WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur
In het bereik van de deur hunnen letsels of beschadigingen veroorzaakt worden als de deur in beweging is.
Vergewis u ervan dat er geenkleine kinderen bij de deurinstallatie spelen.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Stel de garagedeuraandrijving enkel in werking wanner u het bewegingsbereik van de deur kurz overzien en de deurinstallatie over slechts een veiligheidsvoorziening beschikt.
Controller de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt hierft.
Rijd of loop pas door deuopening van deurinstallaties met afstandsbediening als de deur tot stilstand is gekommen!
Blijf nooit onder de geopende deur staan.

VOORZICHTIG
Knelgevaar in de geleidingsrail
Het gripen in de geleidingsrailijdens de deurbeweging kan leiden tot kneuzingen.
Grijp tijdens de deurbeweging Niet in de geleidingsrail.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkabel
Als u aan de handgreep met trekkabel gaat hangen, kurz u vallen en een letsel oplopen. De aandrijving kan afbreken en personen verwonden die zich eronder bevinden, voorwerpen beschadigen of zich vernield worden.
Hangiet met uw lichaamsgewicht aan de handgreep met trekkabel.
4.1 Weergave- en bedieningselementen
| Schakelaar T • Aanlen | eren van de aandrijving (trajct en nodige krachten) • Impulsschakelaar in normale modus |
| Schakelaar P • Aanlen | eren van de handzender • Wissen van de aangemelde handzender |
| LED rood • Weergave | van de modus • Weergave van foulmeldingen |
| Aandrijvings- verlichting | • Weergave van de modus • Garageverlichting |
| DIL-schakelaars • Activeren van functies van de aandrijving | |
4.2 Aandrijving aanleren
Zie afbeelding 8-9
Bij het aanleren worden deurspecifieke gevevens, o.a. het
traject en de krachten dieijdens het openen en sluiten nodig
zijn, aangeleerd en spanningsuitvalbeeviligd opgeslagen.
Deze gevevens zijn alleen geldig voor deze deur
OPMERKING:
Bij het aanleren is een eventuele aangesloten fotocel Niet actief.
- Druk de groene knop op de geleidingsstede in.
- Verschuiif de deur manueel tot de geleidingsstele in het riemslot koppelt.
- De netstekker insteken.
De aandrijvingsverlichting knippert tweeemaal.
-
Druk op schakelaar T in de aandrijvingskap om de leercycli te starten.
-
De deur opent en stopt kort in eindpositie Deur-open.
De aandrijvingsverlichting knippert. - De deur beweegt automatisch dicht - open - dicht - open, waarbij worden het traject en deoodzakelijkke krachten aangeleerd. De aandrijvingsverlichting knippert.
- In de eindpositie Deur-open blijft de deur staan.
De aandrijvingsverlichting brandt nu continu en gaat na ca. 2 minutes aft.
De aandrijving heeft alles aangeleerd en is nu klaar voor gebruik.
- Controller of de deur ook volledig de posities Deur-dicht en Deur-open bereikt. Indien nicht verplaatst u de betreffende eindaanslag, daarna wist u de voorhanden deurgegevens (zie hoofdstuk 9) en leert u de aanrijving opnieuw aan.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels door Niet functionerende verilgheidsvoorzieningen
Door Niet functionerende veriligheidsvoorzieningen kuren in geval van fouten lichamelijke letsels wordenveroorzaakt.
Na de leercyclussen dient de inbedrijfstellingsmonteur de functie(s) van de veiligheidsvoorziening(en) te controleren.
Eerst daarna is de installmentieklaar voor gebruik.
4.3 Extra componenten/toebehoren aansluiten
| OPGELET |
| Vreemde spanning aan de aansluitklemmen Vreemde spanning aan de aansluitklemmen van de besturing leidt tot vernietiging van de elektronica. ► Leg geen netspanning (230 / 240 V AC) aan de aansluitingsklemmen van de besturing. |
De klemmen, waaraan de bijkomende componenten zoals potemialvrijde drukknopschakelaars, sleutelschakelaars of fotocellen worden aangesloten, staan onder een ongevaarlijke laagspanning van slechts ca. 24 V DC.
Om storingen te vermijden:
Leg de besturingskabels van de aandrijving (24 V DC) in een installaesystem, geschienen van de andere toevoerleidingen (230 / 240 V AC).
4.3.1 Elektrische aansluiting / aansluitklemmen
Zie afbeelding 10
Neem het zijdelingesleuk in de aandrijvingskap af om de aansluitklemmen voor de extra componenten te bereiken
OPMERKING:
Alle aansluitklemmen latent een meervoudige aansluiting toe, maar max. 1 × 1,5 ~mm^2 (zie afbeeling 11).
De gezamenlijke toebehorenogens de aandrijving met max. 250mA belasten.
4.3.2 Externe schakelaars
Zie voorbeeld binnendrukknopschakelaar in afbeelding 12
Eén of meerdere schakelaars met sluitercontacten (potentiaalvrij) können parallel worden aangesloten.
4.3.3 2-draads-fotocel
OPMERKING:
Neem bij de montage de handleiding van de fotocel in acht.
Sluit de fotocellen aan zoals in afbeelding 13 wordt getoond.
Na het in werkking stellen van de fotocel stopt de aandrijving en er gebeurt na een korte pauze een veiligheidsreset van de deur in eindpositie Deur-open.
4.4 DIL-schakelaarfunctions
Zie afbeelding 10
Enkele functies van de aandrijving worden met behulp van DIL-schakelaars geprogrammeerd. Voor de eerste inbedrijfstelling bevinden de DIL-schakelaars zich in de fabrieksinstelling, d.w.z. dat de schakelaars op OFF staan.
Wijzig de instellenen van de DIL-schakelaars alleen als de aanrijving zich in rust befindt en er geen radiocode geprogrammeerd worden.
Stel de gewenste veiligheidsvoorzieningen in overeenkomstig de nationale voorschriften en de DIL-schakelaars volgens de plaatselijke omstandigheden zoals hierna beschreiben.
4.4.1 DIL-schakelaar A: 2-draads-fotocel activeren
Zie afbeelding 13
Indienijdens het sluiten de Lichtstraal onderbroken worden, stoot de aandrijving onmiddelijk en keert ze na een korte pauze in de eindpositie Deur-open terug.
| ON 2-draads-fot | ocel |
| OFF | Geen verilgheidsvoorziening (in de fabriek ingestelde toestand) |
4.4.2 DIL-schakelaar B: zonder functie
5 Radio

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij ongewilde deurbeweging
Het op een toets van de handzender drukken kan leiden tot ongewilde deurbewegingen en lichamelijkke letselsveroorzaken.
Vergewis u ervan dat de handzender nicht in kinderhanden terechtkommen en alleen door personen gebruikt worden die vertrouwd zijn met de werkwijze van de deurinstallatie met afstandsbediening!
Bedien de handzender alleen als u de deur ziet indien deze over slechts een veiligheidsvoorziening beschikt!
Rijd of loop pas door deuropening van deurinstallaties met afstandsbediening als de deur tot stilstand is gekomen!
Blij nooit onder de geopende deur staan!
Denk er aan, dat op de handzender onopzettelijk op een toets kan worden gedrukt (bv. in de broekzac / handtas) en er hierdoor een ongewilde deurbeweging kan gebeuren.
VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijke letsels door ongewilde deurbeweging
Tijdens het leerproces aan het radiosystem konnen er ongewenste deurbewegingen plaatsvinden.
Let erop dat er zich bij het aanleren van het radiosysteme geen personen of voorwerpen binnen de bewegingsradius van de deur bevinden.
OPGELET
Belemmering van de werkking door omgevingsinvloeden
Bij onachtzaamheid kan de functie belemmerd worden!
Beschem de handzender gegen de volgende invloeden:
-rechtstreeks zonlicht (toegelaten omgevingstemperatuur: -20^ tot +60^)
vochtigheid
stof
- Als er geen afzonderlijke toegang tot de garage is, voer dan ieder aanleren, elkweijziging of uittbreiding van het radiosysteme binnen de garage uit.
- Voer een functietest uit na het aanleren of uittbreiden van het radiosystem.
- Gebruik voor de uitbreiding van het radiosysteme uitsluitend originele onderdelen.
5.1 Handzender RSC 2
De handzender werkkt met een rolling code die bij elke verzending verandert. Daarom要去 de handzender op elke ontvanger, die要去 worden bestuurd, met de gewenste handzendertoets worden geprogrammeerd (zie hoofdstuk 5.3 of de handleiding van de ontvanger).
5.1.1 Bedieningselementen
Zie afbeelding 14
1 LED
2 Handzendertoetsen
3 Batterij
5.1.2 Batterijplaatsen/vervangen
Zie afbeelding 14
Gebruikuitsluitend batterijtype C2025, 3 V Li, en let waar bij op de juiste polariteit.
5.1.3 LED-signalen van de handzender
- De LED Licht op:
De handzender zendt een radiocode. - De LED knippert:
De handzender zendt nog wel, maar de batterij is bijna leeg. Ze要去 zo snel möglichk verrangen worden. - De LED toont geen reactie:
De handzender werkt nicht.
- Controller of de batterij jeist geplaatst is.
- Vervang de batterij door een neue.
5.1.4 Uittrekseluit de EG-verklaring van de fabrikant
De overeenstemming van het hierboven genoemde product met de voorschriften van de richtlijnen conform articikel 3 van de R&TTE-richtlijnen 1999/5/EG werk aangetoond door de naleving van volgende normen:
EN 300 220-2
EN301489-3
EN50371
EN 60950-1
De originele verklaring van overeenstemming kan bij de fabrikant worden aangevraagd.
5.2 Geintegreerde draadloze ontvanger
De garagedeuraandrijving beschikt over een geintegreerde ontvanger. Er konnen max. 6 verschillende handzendertoetsen worden geprogrammeerd. Als er meer handzendertoetsen worden geprogrammeerd, worden de eerst geprogrammeerde toets zonder waarschuwing gewist. In de leveringstoestand zich alle geheugenplaatsen leeg. Het aanleren en wissen is alleen möglich wanner de aandrijving zich in rusttoestand befindt.
5.3 Aanleren van handzenders
Zie afbeelding 15
- Druk kort op schakelaar P in de aandrijvingskap. De rode LED begint te knipperen en signaleertCLAar om te programmeren.
- Druk zolang op de gewenste handzendertoets tot de LED snel knippert.
- Laat de handzendertoets los en druk er binnen 15 seconden opniew op, tot de LED zeer snel knippert.
- Laat de handzendertoets los.
De rode LED Licht constant op en de handzendertoets is maar voor gebruik aangeleerd.
5.4 Bediening
Voor de draadloze bediening van de garagedeuraandrijving moet minstens een handzendertoets op de draadloze ontvanger aangeleerd zich.
Bij de draadloze overdracht moet de afstand:tussen de handzender en de ontvanger minstens 1 m bedragen.
5.5 Wissen van alle geheugenplaatsen
Zie afbeelding 16
Er is geen möglichkheid om afzonderlijke geheugenplaatsen te wissen. De volgende stap wist alle geheugenplaatsen op de geintegreerde ontvanger (leveringstoestand).
-
Druk op schakelaar P in de aandrijvingskap en houd deze ingedrukt. De rode LED knippert eerst langzaam en wisselt maar een sneller ritme.
-
Laat toets P los.
Alle geheugenplaatsen zijn nu gewist. De rode LEDlicht constant op.
OPMERKING:
Wanner toets P binnen 4 seconden wordt losgelaten, dan wordt het wisproces geannuleerd.
6 Bediening



WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij bewegingen van de deur
In het bereik van de deur hunnen letsels of beschadigingen vervoorzaakt worden als de deur in beweging is.
Vergewis u ervan dat er geenkleine kinderen bij de deurinstallatie spelen.
Vergewis u ervan dat er zich geen personen of voorwerpen binnen het bewegingsbereik van de deur bevinden.
Stel de garagedeuraandrijving enkel in werking wanneer u het bewegingsbereik van de deur kunt overzien en de deurinstallatie over slechts een veiligheidsvoorziening beschikt.
Controleer de deurbeweging tot de deur de eindpositie bereikt hierft.
Rijd of loop pas door deuopening van deurinstallations met afstandsbediening als de deur tot stilstand is gekomen!
Blij nooit onder de geopende deur staan.

VOORZICHTIG
Knelgevaar in de geleidingsrail
Het gripen in de geleidingsrailijdens de deurbeweging kan leiden tot kneuzingen.
Grijpijdens de deurbeweging Niet in de geleidingsrail.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door de handgreep met trekkabel
Als u aan de handgreep met trekkabel gaat hangen, kunt u vallen en een letsel oplopen. De aandrijving kan afbreken en personen verwonden die zich eronder bevinden, voorwerpen beschadigen of zich vernield worden.
Hang nicht met uw lichaamsgewicht aan de handgreep met trekkabel.

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door hete lamp
Het aanraken van de lamp gedurende of onmiddelijk na de werkking kan brandwonden veroorzaken.
Raak de lamp nicht aan als allesingeschakeld is of onmiddelijk nadat allesingeschakeld was.
OPGELET
Beschadiging door de kabel van de mechanische ontgrendeling
Als de kabel van de mechanische ontgrendeling aan een dakdragersysteme of een ander voorbijstekend deel van het voertuig of de deur blijft hangen, kan dit tot beschadiging leiden.
Let erop dat de kabel nicht kan blijven hangen.
OPMERKING:
Voer de eerste functiecontroles evenals het inbedrijfstellen of de uitbreiding van het radiosystem in principe in de garageuit.
6.1 Gebruikers inwerken
Maak iedereen die de deurinstallatie gebruikt, vertrouwd met de gespaste en veilige bediening van de garagedeuraandrijving.
Demonstreer en test de mechanische ontgrendeling en de veiligheidsreset.
6.2 Functiecontroles
6.2.1 Mechanische ontgrendeling door de handgreep met trekkoord

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij snel sluitende deur
Als de handgreep met trekkabel bij geopende deur bediend wordt bestaat het gevaar dat de deur bij zwakke, gebroken of defecte veren of bij een verkeerde gewichtsuitbalancingen snel dichtloopt.
Bedien de handgreep met trekkabel enkel als de deur gesloten is!
Trek bij gesloten deur aan de handgreep met trekkoor. De deur is nu ontgrendeld en kan eenvoudig met de han geopend en gesloten worden.
6.2.2 Mechanische ontgrendeling door het noodontgrendelingslot
(alleen bij garages zonder tweede toegang)
Bedien het noodontgrendelingsslot bij gesloten deur. De deur is nu ontgrendeld en kan eenvoudig met de hand geopend en gesloten worden.
6.2.3 Veiligheidsreset
Om de veiligheidsreset te controleren:

- Stopt u de deur met beiden handen verwijl zij sluit. De deurinstallatie要去 stoppen en de veiligheidsreset beginnen.
- Stopt u de deur met beiden handen verwijl zich opent. De deurinstallatie要去 uitschakelen.
- Plaats midden in de deuropening een 50~mm hoog controleichaam en sluit de deur. De deurinstallatie moet stoppen en de veiligheidsreset beginnen, van zodra de deur het controleichaam bereikt.

Wanneer de veiligheidsreset nicht functioneert,要去 onmiddelijk aan een deskundige opdracht geven voor controle of de herstelling doein uitvoeren.
6.3 Normale Werking
De garagedeuraandrijving functioneert bij normale werkig uitsluitend overeenkomstig de impulsbesturing, waar bij het Niet van belang is of een externe toets, een voorgeprogrammeerde handzendetoets of de schakelaar T in de aandrijvingskap werd ingedrukt:
1e impuls: De deur loopt in de richting van een eindpositie.
2e impuls: De deur stopt.
3e impuls: De deur beweegt in de tegenovergestelde.
richting.
4e impuls: De deur stopt.
5e impuls: De deur loopt in de richting van de bij de eerste impuls gekozen eindpositie.
enz.
De aandrijvingsverlichting Lichtijdens een deurbeweging op en doof na ca. 2 minutesuit.
6.4 Handelingen bij een spanningsuitval
Om de garagedeurijdens een spanningsuitval met de hand te kuren openen of sluiten,要去 de geleidingsstele worden losgekoppeld.
Zie hoofdstuk 6.2.1 of 6.2.2
6.5 Handelingen na een spanningsuitval
Na terugkeer van de spanning moet de geleidingssslede weer in het riemslot worden gekoppeld.
- Beweeg het riemslot nabij de geleidingssslede.
- Druk de groene knop op de geleidingssslede in.
- Beweeg daartoe de deur met de hand tot de geleidingssslede in het riemslot sluit.
- Controller door verschillende ononderbroken deurbewegingen of de deur haar gesloten positie volledig bereikt en of zich volledig opent.
De aandrijving is nu opnieuw maar voor de normale werkinq.
Om veiligheidsredenen wordt de deur na een stroomuitval tijdens een deurbeweging alsijd geopend bij het eerste impulsbevel.
OPMERKING:
Wanneer de werkking ook na verschillende ononderbroken deurbewegingen Niet overeenkomt met de beschrijving in stap 4 is een neue leercyclus moodzakelijk. Vooraf dienen de voorhanden deurgegevens te worden gewist (zie hoofdstuk 9 en 4.2).
7 Controle en onderhoud
De garagedeuraandrijving is onderhoudsvrij.
Voor uw eigeneiligkeit raden wij u城县 aan, om de deurinstallatie volgens instructies van de fabrikant door een deskundige te laten controleren en onderhoden.

WAARSCHUWING
Gevaar voor lichamelijke letsels bij onverwachte deurbeweging
Een ongewilde deurbeweging kan gebeuren, wanner de deurinstallatie bij controles en onderhoudswerkzaamheden onopzettelijk door derden opniew wirdt ingeschakeld.
Haal bij alle werkzaamheden aan de deurinstallatie de netstekker en eventuele de stekker van deoodaccuuit het stopcontact.
Beveilig de deurinstallatie gegen het onbevoegd opnieuw inschakelen.
Een contrôle of een vereiste reparatie mogen enkel door een deskundige worden uitgevoerd. Richt u hiervoor tot uw leverancier.
De gebruiker kan een optische controleuitvoeren.
Controller maandelijks de werking van alle veiligheidsen beschermingsfuncties.
Voorhanden fouten of gebreken要去 onmiddelijk worden verholpen.
7.1 Spanning van de tandriem controlleren
Controller de spanning van de tandriem om de zes maanden en stel deze eventeel bij, zie afbeelding 17.
Wanneer de deur aanloopt of afremt, kan de riem even uit het railprofiel hangen. Dit effect veroorzaaktECHter geen technische schade en is evenmin nadelig voor de werking en de levensduur van de aandrijving.
7.2 Veiligheidsreset/terugbewegen controlleren
Om de veiligheidsreset / het terugbewegen te controleren:

- Stopt u de deur met beiden handen verwijl zich sluit. De deurinstallatie moet stoppen en de veiligheidsreset beginnen.
- Stopt u de deur met beiden handen verwijl zich opent. De deurinstallatie要去 uitschakelen.
- Plaats midden in de deuropening een 50~mm hoop controlelicham en sluit de deur. De deurinstallatie moet stoppen en de veiligheidsreset beginnen, van zodra de deur het controlelicham bereikt.

Wanneer de veiligheidsreset nicht functioneert,要去 onmiddelijk aan een deskundige opdracht geven voor controle of de herstelling doein uitvoeren.
7.3 Vervanging van de lamp
Zie afbeeling 18

VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels door hete lamp
Het aanraken van de lamp gedurende of onmiddelijk na de werkking kan brandwonden veroorzaken.
Raak de lamp nicht aan als alles deze ingeschakeld is of onmiddelijk nadat alles ingeschakeld was.
Bij het verwangen van de lamp moet deze koud zich en要去 deour gesloten zich.
Lamptype:
(volgens aandrijvingtype)
10 W/24 V/B(a) 15s
21 W/24 V/B(a)15s
Om de lamp te verrangen:
- Trek de netstekkeruit.
- Wissel de lamp.
- De netstekker insteken.
De aandrijvingsverlichting knippert 4 keer.
8 Aantonen van bedrijfstoestanden, fouten en waarschuwingsmeldingen
8.1 Meldingen van de aandrijvingsverlichting
Wanneer de netstekker worden ingestoken zonder dat op schakelaar T werden gedrukt, knippert de aandrijvingsverlichting twee-, drie- of viermaal.
Tweemaal knipperen
Er zijn geen deurgegevens aanwezig ofdeze werden gewist (leveringstoestand);er kan onmiddelijk aangeleerd worden.
Driemaal knipperen
Er zijn wel deurgevevens in het geheugen aanwezig, maar de)[-aatste deurpositie is Niet voldoende bekend. De volgende beweging is een referentiecyclus Deur-open. Daarna volgennormale deurbewegingen.
Viermaal knipperen
Geeft aan dat er opgeslagen deurgegevens aanwezig zich en dat ook de LASTe positie van de deur voldoende gekend is, waardoor onmiddelijknormale deurbewegingen kennen volgen (normale toestand na het succesvol aanleren en na stroomuitval).
8.2 Indicatie van fout-/waarschuwingsmeldingen
(rode LED in de aandrijvingskap)
Met behulp van de rode LED kunnen oorzaken voor onverwachtete werkig gemakkelijk geidentificerd worden. In de normale moduslicht deze LED continu op.
OPMERKING:
Door de hier beschreiben werkung kan kortsluiting in de aansluitingskabel van de externe schakelaar of van de schakelaar zich worden vastgesteld, indien verder een normale werkung van de garagedeuraandrijving met de radioontvanger of met de schakelaar T möglichk is.
Oorzaak De aandrijving bevindt zich in de vakantiefunctie, de radiocode is door een binnendrukknopschakelaar geblokkeerd (dit is slechts een opmerking en geen fouit).
Herstelling Op de blokkeertoets van de binnendrukknopschakelaar drukken.
LED knippert 2x
Oorzaak Een aangesloten fotocel werd
onderbroken of in werkung gesteld.
Er heeft eventuele een verilgheidsreset
plaatsgevonden.
Herstellung Dehindernis verwijderen en / of de fotocel controleren en indien nodig verrangen.
Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een externe schakelaar, een handzendertoets of schakelaar T. In eindpositie Deur-open geleurt er een sluiting, anders worden de deur geopend.
LED knippert 3x
Oorzaak De krachtbegrenzing Deur-dicht wird in werking gesteld, de veiligheidsreset heeft plaatsgebonden.
Herstellung Dehindernis verwijderen. Indien de veiligheidsreset zonder aanwijsbare reden heeft plaatsgevonden,要去 de deurmechaniek of de spanning van de aandrijvingsriem worden gecontroleerd. Wis eventueel de deurgegevens (zie hoofdstuk 9) en leer opnieuw aan (zie hoofdstuk 4.2) of stel de spanning van de aandrijvingsriem bij (zie hoofdstuk 7.1).
Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een exter schakelaar, een handzendertoets of schakelaar T. Er volgt een opening.
LED knippert 5 ×
Oorzaak De krachtbegrenzing Deur-open wird in werkung gesteld. De deur is gedurende het openen gestopt.
Herstellung Dehindernis verwijderen. Indien het stoppen voor de eindpositie Deur-open zonder aanwijsbare reden heeftplaatsgevonden, moet het deurmechanisme of de spanning van de aandrijvingsriem worden gecontroleerd. Wis eventueel de deurgegevens (zie hoofdstuk 9) en leer opnieuw aan (zie hoofdstuk 4.2) of stel de spanning van de aandrijvingsriem bij (zie hoofdstuk 7.1).
Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een externe schakelaar, een handzendertoets of schakelaar T. Er gebeurt een sluiting.
LED knippert 6x
Oorzaak Fout bij de aandrijving / storing in het aandrijvingssystemeem
Herstellung Wis eventueel de deurgegevens (zie hoofdstuk 9) en leer opniew aan (zie hoofdstuk 4.2). Als de fouit bij de aandrijving herhaaldelijk optreedt, verwang dan de aandrijving.
Bevestiging Geef opnieuw een impuls via een exter schakelaar, een handzendertoets of schakelaar T. Er gebeurt een opening (referentiecyclus Deur-open).
LED knippert 7 x
Oorzaak De aandrijving werk nog Niet aangeleerd (dit is slechts een aanwijzing en geen fout).
Herstelling/ De leercycli door een externe schakelaar, Bevestiging een handzendertoets of schakelaar T in werkung stellen.
LED knippert 8x
Oorzaak De aandrijving heeft een referentiecyclus Deur-open nodig (dit is slechts een aanwijzing en geen fouit).
Herstelling/ De referentiecyclus Deur-open door een Bevestiging externe toets, een handzendertoets of schakelaar T in werkung stellen.
Opmerking Dit is de normale toestand na een spanningsuitval, wanner er geen deurgegevens aanwezig zijn of wanner deze werden gewist en / of wanner de的那一stde deurpositie Niet voldoende is gekend.
9 Wissen van de deurgegevens
Zie afbeelding 19
Indien het aanleren moet worden herhaald, können de deurgegevens als volgt worden gewist:
- Trek de netstekkeruit.
- Druk toets T in de aandrijvingskap in en houd deze ingedrukt.
- Steek de netstekker in en houd toets T zolang ingedrukt tot de aandrijvingsverlichting een keer knippert.
Het opniewa aanleren kan onmiddelijk worden opgestart, wat ook worden aangegeven doordat de rode LED 8 keer knippert.
OPMERKING:
Andere meldingen van de aandrijvingsverlichting (meervoudig knipperen bij het insteken van de netstekker) vindt u in hoofdstuk 8.1.
10 Demontage en berging
OPMERKING:
Let bij de demontage op alle geldende voorschriften van de arbeitsveiligheid.
Laat de garagedeuraandrijving door een deskundige volgens\ deze handleiding in omgekeerde volgorde demonteren en\ vakkundig bergen. Richt u hiervoort tot uw leverancier.
11 Garantievoorwaarden
Garantie
Wij zijn vrijgesteld van garantie en productaansprakelijkheid indien,zonder once voorafgaande toestemming,eigen constructiewijzigingen of oneskundige installaties in tegenstrijd met once montagerachtlijnen worden aangebracht. Voorts wij Niet aansprakelijk voor verkeerdelijk of onachtzaam bedieren van de aandrijving en van het toebehoren,evenmin voor ondeskundig onderhoud van de deur en de gewichtsuitbalancering ervan.De aanspraken op garantie wijn ook Niet van toepassing op batterijen en gloeilampen.
Garantieduur
Bijkomend bij de wettelijkke garantie van de handelaar, die voortvloeit uit het koopcontract, geven wij de volgende garantie op onderdelen vanaf de datum van aankoop:
4aar of
5aar volgens aandrijvingtpe)
2aar op zendsystemen en toebehoren
Een garantieclaim verlangt de garantiedurniet. Voor verwanging van onderdelen en herstellingswerkzaamheden bedraagt de garantietermijn zes maanden met een minimum van de aanvankelijkke garantietermijn.
Voorwaarden
De garantieclaim geldt alleen voor het land waarin het toestel werd gekocht. De goederen moeten via het door ons erkende distributiekanaal gekocht zich. De garantieclaim geldt alleen voor schade aan het product zich. De terugbetaling van zowel de kosten voor uit- en inbouw, het testen van overeenkomstige delen als claims over gemiste winst en schadevergoeding zich uitgesloten van garantie.
De aankoopbon geldt als bewijs voor uw garantieclaim.
Prestatie
Binnen de duur van de garantie verhopen wij alle defecten aan het product waarvan bewezen kan worden dat ze aan materiaal- of productiefouten te wijten zijn. Wij verbinden ons ertoe, maar keuze, het defecte onderdeel te verrangen, te herstellen of door een waardevermindering te vergoeden.
Uitgesloten is schade door:
ondeskundige montage en aansluiting
- ondeskundige inbedrijfstelling en bediening
- externe invloeden zoals vuur, water, abnormale milieuuomstandigheden
- mechanische beschadigungen door een onceval, een val of een schok
- onachtzame of moedwillige vernieling
normale slijtage of gebrek aan onderhoud
- herstelling door nicht-gekwaliffeerde Personen
- gebruik van onderdelen van vreemde oorsprong
verwijderen of onherkenbaar make van het productnummer
Vervangen onderdelen gaan over in de eigendom van de fabrikant.
12 Uittreksel uit de inbouwverklaring
(in de zin van EG machinerichtlijn 2006/42/EG voor inbouw van een onvolledige machine overeenkomstig Aanhangsel II, Deel B)
Het op de weiterzijde beschreiben product is ontwikkeld, geconstrueree en geprodueerd in overeenstemming met de volgende richtlijnen:
EG-richtlijn machines 2006/42/EG
EG-richtlijn bouwproducten 89/106/EEG
EG-richtlijn laagspanning 2006/95/EEG
- EG-richtlijn elektromagnetische compatibiliteit 2004/108/EG
Aangewende en geraadpleegde normen en specificaties:
EN ISO 13849-1, PL "c", Cat. 2
veiligheid van machines - veiligheidsrelevante delen van besturingen - deel 1: algemene vormgevingsprincipes
EN 60335-1 / 2, voor zover toepasselijk geziligheid van elektrische toestellen / aandrijvingen voor deuren
EN 61000-6-3 elektromagnetische compatibiliteit - uitzending van storingen
EN 61000-6-2 elektromagnetische compatibiliteit - bestendigheid gegen storingen
Onvolledige machines in de zin van de EG-richtlijk 2006/42/EG zijn bestemd om in andere machines of in andere onvolledige machines of installations ingebouwd of ermee samengevoegd te worden, om daarmee samen een machine in de zin van bovenstaande richtlijk te vormen.
Daarom mag dit product eerst in bedrijf worden gesteld wonneer er werk vastgesteld, dat de volledige machine / installmentaarin het werk ingebouwd, overeenstemt met de bepalingen van de bovenstaande EG-richtlijn.
Bij een wijziging van het product, die nicht met ons werden overeengekomen, vervalt de geldigheid van deze verklaring.
| Netaansluiting 230/240 V, 50/60 Hz | |
| Stand-by ca. 6 W | |
| Type netaansluiting Y | |
| Beveiligingstype Enkel voor droge ruimten | |
| Temperatuurbereik -20 °C tot +60 °C | |
| Uitschakelautomaat Wordt voor beidenrichtingen automatisch afzonderlijk aangeleerd. | |
| Eindpositie-uitschakeling /Krachtbegrenzing | ZelflerendSlijtagevrij, want uitgevoerdzonder mechanische schakelaarBijkomend geinteggreerde looptijdbegrenzing van ca. 45 secondenBij elke deurbeweging zelfregelende uitschakelautomaat. |
| Nominale last Zie typeplaatje | |
| Trek- en drukkracht Zie typeplaatje | |
| Motor Gelijkstroommotor methallsensor | |
| Transformer met thermische beveiliging | |
| Aansluittechniek • Eenvoudige schroefklemMax. 1,5 mm2Voor binnen- en drukknopschakelaars met impulsbediening | |
| Bijzondere functies • Aandrijvingsverlichting,2-minutenlicht2-draads-fotocel kan worden aangesloten | |
| Mechanische ontgrendelingBij stroomuitval van binnenuit met trekkabel te bedieren | |
| Afstandsbediening Met 2-toetsen-handzenderRSC 2 (433 MHz) en geintegreerde radio-ontvanger met 6 geheugenplaatsen | |
| Universeel beslag Voor kantel- en sectionaaldeuren | |
| Deurloopsnelheid Ca. 13,5 cm per seconde (afhankelijk van deurtype, deurgrootte en deurbladgewicht) | |
| Luchtgeluidsemissie van de garagedeuraandrijvingHet equivalente niveau van de continue geluidsdruk van 70 dB (A) worden op drie meter afstand Niet overschreden. | |
| Geleidingsrail • Extreevlak (30 mm)DriedeligMet onderhoudsvrije, gespatenteerde tandriem | |
| Toepassing • Uitsluitend voor privé-garagesVoor soepel lopende kantelen sectionaaldeuren tot een deuroperversvak:9 m2/12,5 m2(naargelang het aandrijvingtype)Niet toegelaten voor industrieel / commercieel gebruik. | |