GEBRUIKSAANWIJZING ThermoSafe ThermoCarbon Hormann
1 Bij deze handleiding 23
1.1 Gebrukke waarschuwingsverwijzingen 23
1.2 Gebrukke symbolen 23
1.3 Gebruikte afkortingen 25
1.4 Kleurcode voor leidingen, draden en onderdelen.....25
2 Veiligheidsrichtlijnen 25
2.1 Kwalificatie van de monteur 25
3 Montage 25
3.1 Toebehoren 26
3.2 Deurpositie bepalen 26
3.3 Montagotypen 26
3.4 Aansluiting op de bouwconstructie 26
3.5 Beslag instellen 26
3.6 Beglazing 26
3.7 Elektrische aansluitingen 26
3.8 Montage van inbraakwerende deurelementen 26
4 Beschrijving van S5 Smart, Comfort, Code, Scan.... 28
4.1 LED-display 28
4.2 Aanleren van een radiocode 28
4.3 Radiocodes aanleren 28
4.4 Bediening 28
4.5 Resetten van het toestel 28
5 Controle en onderhoud 28
5.1 Controller of het onderdeel goed vastzit en de afdichting goed afluit...28
6 Reinigung enstandhouding. 28
6.1 Oppervlak 28
6.2 Beweeglijke beslagdelen 29
6.3 Deurscharnieren 29
6.4 Cilinders 29
7 Demontage en verwijdering. 29
8 Reserveonderdelen 29

79
Doorigeven of kopieren van dit document, gebruik en mededeling van de inhoud ervan zijn verboden indien Niet uitdukkelijk toegestaan. Overtredingen verplichten tot schadevergoeding. Alle rechten voor het inschrijven van een patent, een gebruiksmodel of een monster voorbehonden. Wijzigingen onder voorbehoud.
Geachte Klant, wij verheugen ons dat u gekozen hebt voor een kwaliteit'sproduct van unsere firma.
1 Bij deze handleiding
Deze handleiding is samengesteld uit een tekstdeel en illustraties. De illustraties vindt u aansluitend aan het tekstdeel.
Deze handleding is een originele gebruiksaanwijzing in de zin van de EU-BpVO 305/2011. Gelieve deze handleding in acht te nemen en door te lezen. Zij bevat belangrijke informatie m.b.t. de veilige inbounden bediening van uw deurinstallatie, evenals de vakkundige instandhoudig en het onderhoud van de aluminium voordeur. Zo beleeft u jarenlang heel plezier aan dit product.
Neem met name alle veiligheids- en waarschuwingsrichtlijnen in acht a.u.b.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig!
Een deskundige montage en zorgvuldig onderhoud dragen bij aan goede prestaties, continue beschikkaarheid en verilgheid.
De teksten en illustraties zijn uiterst zorgvuldig opgesteld. Vanwege de overzichtelijkheid kan nicht alle gedetailleerde informatatie over alle varianten en möglichke montages worden beschreiben. De in deze handleiding gepublicizeerde teksten en illustraties dieren slechts als voorbeeld.
Elke aansprakelijkheid op volledigheid isuitgesloten en onvolledigheid geeft Niet hetrecht om een klacht in te dieren.
Wanneer u城县 mer informationie wenst of wonneer er zich bepaalde problemen voordoen die in de handleiding nicht uitvoering werden behandeld, kurz u de informatie bij de fabriek waar het product vandaan komt opvragen.
U vindt ook ondersteuning van de montageplanner van de ift Rosenheim. www.ift-montageplaner.de
Deze handleding is een belangrijk document voor het bouwdossier.
1.1 Gebruekte waarschuwingsverwijzingen
GEVAAR
Kentekent een gevaar dat onmiddelijk leidt tot de dood of tot zware letsels.
OPGELET
Kentekent een gevaar dat kan leiden tot beschadiging of vernietiging van het product.
1.2 Gebruikte symbolen

Belangrijke richtlij voor het vermijden van materiele schade

Toegelaten opstelling of activiteit

Ontoelaatbare opstelling of handling

Zietekstdeel

Zie illustrations
Zie afzonderlijke montagehandleiding van de besturing of van de extra elektrische bedienings-elementen
Optionele onderden, als toebehoren te bestellen
Deur 1-vleugelig
Deur met zichdeel
Deur waar binnen openend
Deur naar buiten opend
Draagblokje
Afstandsblokje
Stel de omraming af op de vleugel
Huis binnenbereik
Niet toegestaan volgens DIN 4108

Huis buitenbereik

Winter

Zomer

Vorming dooiwater

Open voor dampdiffusie

Schroefbevestiging met de hand aandraaien

Schroefbevestiging vast aandraien

Controleren

Onderhoudsvrij

Deurvleugel neerzetten

Onderdeel of verpakking verwijderen en bergen

Kenmerkt in de illustraties stappen die na elkaar要去en worden uitgevoerd

Inbraakwerend onderdeel RC 3 conform DIN EN 1627:2011

Inbraakwerend onderdeel RC 4 conform DIN EN 1627:2011

Gevarenzijde

Continu open

Potentiaalvrije toets

Schakelaar

Automatische deur

Op locatie aan te sluiten, op locatie te monteren

In de fabriek aangesloten, in de fabriek gemonteerd
1.3 Gebruikte afkortingen
OFF Bovenkant afgewerkte vloer
1.4 Kleurcode voor leidingen, draden en onderdelen
De afkortingen van de kleuren voor zowel kabel- en draadmarkeringen alsook onderdelen volgen de internationale kleurcode volgens IEC 757:
| BK zwart YE geel | | |
| BN bruin WH wit | | |
| GN groen GN/YE groen /geel | | |
| GY grijs | | |
2 Veiligheidsrichtlijnen
GEVAAR
Levensgevaar bij het inbouwen van de huisdeur
Tijdens de montage kan de deur of het deurkozijn omvallen en daarmee levensgevaarlijke letsels toebrengen aan Personen.
Beveilig de deur en de duromraming voor en tijdens de montage gegen het omvallen.
- Houd u zich bij de montage van de aluminium voordeur aan de basisregels van DIN 4108 Thermische isolatie en energiebesparing in gebouwen.
Zorgt u voor het opvolgen van geldende normen, richtlijnen, voorschriften, verordingen en de ergende regels van de techniek.
- Bescherm de aluminium Voordeur tot het bouwwerk�klaar is met folie en tape om beschadigingen te voorkomen. VermijdECHTER dat de tape,vooral bij langere zonnebestraling,resten kan achechterlaten.
- Bepaal welke bevestiging het Beste bij deplaatselijke omstandigheden past en zorg ervoor dat deze door de klant worden aangeboden.
- Veranker de aluminium voordeur aan alle hiervoor bedoelde bevestigingspunten in de wand.
- Houd u zich beslist aan de vereiste rand- en asafstanden van de pluggen in relatie tot het wandtype. Volg bovendien de montage-instructies en de gebruiksrichtlijnen van de fabrikant van de pluggen op!
- Reinig eerst alle contactoppervlaktes die met silicone- en aufdichtingsstoffen worden verzegeld, bijv.
- profilieppervlakken
- randverbinding van de ruit
- Gebruik uitsluitend plank- en afdichtingsstoffen die voor de toepassing geschikt zich en voor het materiaal Niet schadelijk়n. Neem de verwerkingsrichtlijnen van de betreffende fabrikant in acht.
- Laat werkzaamheden aan elektrische onderdelen alleenuitvoeren door een vakkundige.
Bij aluminium voordeuren met automatische deuraandrijvingen要去 de EG-richtlijn 2006/42/EG in acht worden genomen.
2.1 Kwalificatie van de monteur
Om een deskundige montage van de aluminium voordeur te garanderen, mag dit uitsluitend worden uitgevoerd door special hiervoor opgeleide monteurs.
OPGELET
Functiebeperking
Ontbrekende of veranderde onderdelen belemmeren het functioneren van de Voordeur.
Wijzig of verwijdergeen onderdelen!
Bevestig alle in de handleiding genoemde onderdelen.
3 Montage
Voer voor een eenvoudige en deskundige montage de in de illustraties weergegeven stappen van de werkwijze zorgvuldiguit!
Controller voor de montage van de deur of toebehoren要去en worden gemonteerd (zie afbeelding 3).
- Verwijder voor de montage de transportbeveiliging (zie afbeelding 2.3).
Bevestigings- en afdichtingsmaterialen makeen geen deeluit van de leveringsomvang.
OPMERKING:
In de eersteplaats要去en de vanaf fabriek aangebrachte bevestigingspunten worden gebruikt.
De in de montagehandleiding vermelde bevestigingspunten zijn algemeen en{kunnen afwijken van de bevestigingspunten die vanaf de fabriek zich aangebracht.
3.1 Toebehoren
K3 koppeling deur, zijdee, bovenlicht (zie afbeeldingen 3.1/3.2)
VP25/VP50 verbreding (zie afbeelding 3.3a)
VP100/VP150 verbeding (zie afbeeling 3.3b)
VPE20/VPE50verbreding eendelig (zie afbeelding 3.4)
KE135/KE90hoekprofiel 135^ / 90^ (zieafbeeldingen3.5a/3.5b
KS3 statica-profiel (zie afbeelding 3.6)
Bevestigingsmaterial voor toebehoren is in de leveringsomvang inbegrepen.
3.2 Deurpositie bepalen
Bepaal de positie van de deur, rekening houdend met deplaatselijke bevestigingsmogelijkheden, het wandtype en de vereiste afstanden tot de rand en de as voor de pluggen.
- Plaats de deur indien möglich zo dat ze zich in het isolatieveld van de muur bevindt. Plaats ze bij monolithisch of eenschalig metselwerk zoveel möglich waar de binnenkant van het gebouw. Neem het isothermenverloop inucht (zie afbeeding 1).
3.3 Montagotypen
Ankermontage (zie afbeeldingen 10-12)
- Plugmontage (zie afbeeldingen 10-12)
- Omramingschroefmontage (zie afbeeldingen 10-12)
OPMERKING:
Achter elk bevestiginspunt moet drukvast een blokj worden aangebracht.
- Deurvleugel uittnemen (zie afbeeldingen 2.5/15a/15b).
OPGELET
Functiebeperking
Wanner de verwerkingsrichtlijnen Niet in acht genomen worden, fonctioniert de Voordeur Niet correct.
Neem bij het bevestigings- en afdichtingsmaterial de verwerkingsrichtlijnen van de betreffende fabrikant in acht.
3.4 Aansluiting op de bouwconstructie
Een vakkundige bevestiging, lastoverdracht en afdichting van de aansluitvoeg met de bouwconstructie vomt een belangrijke voorwaarde voor een langdurige gebruiksgeschiktheid van de deur. Deze is afhankelijk van het desbetreffende buitenwandsysteme en de inbouw situated. Neem de eisen van het huidige Duitse energiebesparingsbesluit (EnEV), de rechtlichen van de RAL-Gutegemeinschaft Fenster und Hausturen e.V. en de verwerkingsrichtlijnen van de fabrikant in acht.
| In principe geltet | |
| Kant van de ruimte Lucht- en dampdiffusiedichte afdichting |
| Middelste zone Vochtongevoelige warmte-isolatie |
| Buitenkant Dampdiffusieopen wind- en regendichting |
(zie afbeelding 11.1/17)
3.5 Beslag instellen
- Deurvleugelverstelling horizontaal en verticaal, instelling aandrukkracht (zie afbeeldingen 15a-15b).
OPGELET
Deuropeningshoek beperken (zie afbeelding 15b.1)
De deuropeningshoek moet door de klant worden beperkt tot 105^
Bij verborgen liggende scharnieren要去 openingshoek van de deur worden begrensd tot 105. Let erop dat er anders beschadigingen aan scharnier of duromraming konnen ontstaan.
3.6 Beglazing
- Plaatsen of verrangen van de ruiten of vullingen (zie afbeelding 14)
Voorstel voor aanbrengen blokjes (zie afbeelding 14)
- De beglazingsblokjes要去en worden vastgezet zodate ze nicht maar beneden können vallen (bijv. PatTex-lijm)
3.7 Elektrische aansluitingen
GEVAAR
Netspanning!
Bij contact met de netspanning bestaat er gevaar voor elektrocutie. Neem in ieder geval de volgende richtlijnen in ache:
Elektrische aansluitingen mogen enkel door een elektricien worden uitgevoerd!
De elektrische installmente van de klant moet in overeenstemming zichn met de vereiste verilgheidsvoorschriften!
De elektricien要去er op toezien dat alle nationale voorschriften inzake de werking van elektrische toestellen nageleefd worden!
Afhankelijk van de lenghte van de spanningsvoorzieningsleiding moet deze minimaal over de volgende doorsnede beschikken:
| 10 m 0,50 mm | 2 | 75 m 1,50 mm | 2 |
| 40 m 0,75 mm | 2 | 125 m 2,50 mm | 2 |
| 50 m 1,00 mm | 2 | | |
3.8 Montage van inbraakwerende deurelementen
De montage-instructies in deze paragraaf bieden extra informatie voor de montage van inbraakwerende deurelementen van de waarstandsklasse RC 3 / RC 4 volgens DIN EN 1627: 2011 (zie afbeelding 18-22).
De deurelementen beschikken uitsluitend over inbraakwerende eigenschappen wanner de montage deskundig volgens.Deze handleiding plaatsvindt.
3.8.1 Toegestane wanden
Er is uitsluitend spreke van de vereiste inbraakwerende functie, wanner de aangrenzende wanden voldoen aan de eisen overeenkomstig tab.1-tab.3.
3.8.2 Toegestane wandaansluitingen
De op afbeelding 10.2a-10.2n gedefinieree de wandaansluitingen zijn toegestaan. De vakkundige montage moet worden aangetoond door middel van het montagebewijs.
Tab. 1: Toewijzing van de weerstandsklassen van inbraakwerende onderdelen op massieve warden
| Weerstandsklasse van het onderdeel volgens DIN EN 1627 | Omringende wanden |
| Van metselwerk volgens DIN 1053-1 | Wanden van gewapend beton conform DIN 1045 |
| Wand dikte (zonder pleister) | Druksterkte-klasse van de stenen (DSK) | Ruwe dichtheids-klasse van de stenen (RDK) | Mortelgroep [min.] | Nominale dikte [min.] | Sterkteklasse [min.] |
| RC 3 ≥ 115 m | m | ≥ 12 - MG | I/DM | | ≥ 120 mm | B 15 |
| RC 4 ≥ 240 m | m ≥ 140 mm | |
Tab. 2: Toewijzing van de weerstandsklassen van inbraakwerende onderden op gasbetonwarden
| Wand van gasbeton |
| Weerstandskasse Druksterkteklasse van de stenen Nominale dijke Uitvoering | |
| RC 3 ≥ 4 ≥ 240 mm | verlijmd | | |
Tab. 3: Toewijzing van de onderstondsklassen van inbraakwerende onderdelen op wanden met een houten betimmering
| Werstandsklasse Geschäft | wandopbouw |
| RC 3 | | N+F houten beplanking 19×120 mm, tengellatten 40×60 mm, SB.W 60 mm, houten staander vierkant 60×140, MF 140 mm, PE-folie, OSB 15,0 mm, gipsplaat GKB 12,5 mm |
| Met verzels versterkke pleister, SB W 40 mm, DWD 15,0 mm, houten staander, vierkant 60×140, MF 140 mm, kraftpapier, multiplex 15,0 mm, gipsplaat GKB 12,5 mm |
| Met verzels versterkke pleister ca. 4 mm, PS 30 mm, FP 13 mm V100E1, houten staander, vierkant 60×140, MF 140 mm, PE-folie 0,2 mm, FP 13 mm V20E1, tengellatten 40×60 mm, isolatie MF 40 mm, multiplex 15,0 mm, gipsplaat GKB 9,5 mm |
| RC 4 | | Met verzels versterkke pleister ca. 4 mm, SB.W 60 mm, DWD 15 mm, houten staander vierkant 60×160 mm, SB.W 160 mm, natronkraftpapier, OSB 22 mm, multiplex 15 mm, gipsplaat GKB 12,5 mm |
| Met verzels versterkke pleister ca. 4 mm, SB.W 60 mm, DWD 15 mm, houten staander vierkant 60×160 mm, Mineraalvezels 160 mm, natronkraftpapier, FP 13 mm V20, plaat 0,75 mm, FP 13 mm V20, gipsplaat GKB 9,5 mm |
Montagewanden en wanden met houten staanders met bewijs van de fabrikant betreffende geschiktheid voor de desbetreffende wonderstandsklasse. Afwijkende wanden in overeenstemming met EN 1627 zijn möglichk.
3.8.3 Veiligheidsrelevante onderden
De vereiste inbraakwerende functie worden uitsuitend bereikt, wanner de gebruekte opvulling aan de volgende eisen voldoet.
Minimumeis aan de vullingen van de zijdelen, bovenlichten:
| Weerstandsklasse RC 3 | |
| Weerstandsklasse van de beglazing volgens EN 356 | P5 A |
| Plaatsing van de veiligheidsruit | Gevarenzijde |
| Hörmann paneel met of zonder glas | Aluminium pasneel |
Het verrangen van veiligheidsrelevante onderdelen (bijv. beslag, sloten en indeling in vakken) kan leiden tot het verlies van het waarstandsvermogen van het deurelement.
Minimumeisen aan het beslag:
| Weerstandsklasse | RC 3 | RC 4 |
| EN 1303 (zie afbeelding 19) | | |
| Sluitcilinder (plaats 7) | 4 | 6 |
| Sluitcilinder (plaats 8) | 1 | 2 |
Neem de volgende montagevoorschriften in acht:
- De zichbare voegCUSen omraming en vleugel van 5 mm, +o f - 1 mm moet in acht worden genomen (zie afbeelding 20), zodat de grundels van het slot helemain de sluitopeningen vallen.
Bouw de omraming vlak en loodrecht correct in (zie afbeelding 11).
Breng in de hieronder genoemde ruimte:tussen omraming en wanden drukvast materiaaal dat Niet kan rotten als ondergrund aan:
Scharnieren
Vulling
Vergrendeling
Bevestigingspunten
Aan de bovenste en onderste hoeken
Zorg er met geschikte maatregelen voor (bijv. aanbrengen silicone) dat de drukvaste opvulling Niet weg kan glijden (zie afbeelding 10.2).
3.8.5 Instructies voor de gebruiker
Inbraakwerende onderdelen bieden uitsluitend in een gesloten, vergrendelde en afgesloten toestand en alleen met verwijderde sleutel bescherming gegen inbraak!
Panieksloten zich Niet toegestaan in combinatie met inbraakwerende deuren!
- Knopcilinders en Ronde cilinders zich in het algemeen Niet toegestaan bij inbraakwerende deuren (RC 3 / RC 4).
3.8.6 Garantie
Om het prestatiekenmerk „inbraakbeveiliging conform DIN EN 1627" met de classificatie RC 3 / RC 4 te garanderen, moet het montagebedrijf de vakkundige montage overeenkomstig deze handledig bevestigen op het bij de orderbevestiging overhandigde document „montageverklaring voor inbraakwerende deuren" en ingevuld waar de fabrikant terugsturen.
4 Beschrijving van S5 Smart, Comfort, Code, Scan
Potentiallyvrije aansturing van de sloten (zie afbeelding 7b/7c/7d)
Wanner de sloten met intercoms/toetsen要去en worden aangestuurd, waarbij spanning op de uitgang staat,要去.Deze leiding door de montage van een koppelrelais potentialvrij worden aangelegd. Koppelrelais voor standardomstandigheden (12 V AC) in het toebehoren.
Bij inbedrijfstelling van de vingerscanner moet de fabriekcode worden gewijzigd! Zie hiervoor de bijgeleverde bedieningshandleiding.
4.1 LED-display
Blauw (BU)
| Toestand Functie | |
| licht kort op een geldige radii | iode voor
kanaal 1 worden herkend |
| licht 1 × lang op een geldige | radiode worden
herkend, die op beiden kanalen
werd opgeslagen |
| knippert langzaam de ontvan | ger bevindt zich in de
modus aanleren voor kanaal 1 |
| knippert snel na langzaam | bij het aanleren werden er een geldige
radiode herkend |
| knippert 5 sec langzaam,
knippert 2 sec snel | toestelreset worden uitgevoerd of
beëindigd |
| uit bedrijfsmodus | |
Programmeertoets P (P-toets)
4.2 Aanleren van een radiocode
Om een kanaal te activeren, wisselen:
Druk op de P-toets 1× , om kanaal 1 te activeren.
Om de modus aanleren te annuleren:
Druk 3× op de P-toets of wacht op de time-out.
Time-out:
Als er binnen 25 seconden geen geldige radiocode worden herkend, dan wisselt de ontvanger automatisch terug waar de bedrijsmodus.
4.3 Radiocodes aanleren
(zieafbeelding7e)
- Activeer het gewenste kanaal door op de P-toets te drukken. De blauwe LED knippert langzaam voor kanaal 1
- Breng de handzender, die zijn radiocode要去vermaken, in de modus Overmaken, Zenden. Als een geldige radiocode herkend worden knippert de LED snel blauw en doof dan uit. De ontvanger is in de bedrijfsmodus.
4.4 Bediening
De ontvanger signaleert in de bedrijfsmodus de herkenning van een geldige radiocode door het oplichten van de blauwe LED.
OPMERKING:
Wanneer de radiocode van de aangeleerde handzendeertoets tevoren door een andere handzender ward gekopieerd, moet de handzendeertoets voor het eerste gebruik een tweede koer worden ingedrukt.
Een geldige radiocode kanaal 1
werd herkend = De LED Licht 1 × kort op
4.5 Resetten van het toestel
Alle radiocodes worden door de volgende stappen gewist.
- Druk op de P-toets en houd deze ingedrukt.
De LED knippert 5 seconden langzaam blauw.
Alle radiocodes zich gewist.
OPMERKING:
Als de P-toets te vroeg worden losgelaten, dan worden het toestelreset geannuleerd en de radiocodes worden nicht gewist.
5 Controle en onderhoud
5.1 Controller of het onderdeel goed vastzit en of de afdichting goed aflsuit
Voor het aflsuien van de montage moet de correcte montage van de aluminium voordeur worden gecontroleerd.
Controller de volgende punten:
- positie van de bevestigingsschroeven ten opzichte van de bouwconstructie
- affdichting van de aluminium voordeur ten opzichte van de bouwconstructie
6 Reinigung enstandhouding
6.1 Oppervlak
U hebt een hoogwaardig aluminium product aangeschaft. Beschem het door een geregelde reiniging en regelmatig onderhoud. Zo voorkomt u corrosieverschijnselen, die veroorzaakt worden door omgevingsfactoren en verruiling door gebruik.
Lijmvlakken moeten van tevoren worden schoongemaaKT met een mengsel van alcohol en water.
| OPGELET |
| Ongeschikte onderhoudsmiddelen |
| Het oppervlak van de deur of van aangrenzende onderdelen kan door agressieve, bijtende of schurende stoffen zoals zuren of staalborstels worden beschadigd. |
| ➢ Gebruik voor het onderhoud van de aluminium voordeur alleen in de handel verkrijgbare onderhoudsmiddelen en microvezeldoeken. |
| ➢ Spoel het vuil er bij hoogglanzende oppervlakken met water af. |
| ➢ Gebruik bij matte oppervlakken in geen geval politoor. |
| ➢ Houd bij reinigingsmiddelen ook steeds rekening met de opmerkingen van de fabrikant. |
OPMERKING:
Advies van de fabrikant: reinigingsmiddel proWIN „zijdeglans" in combinatie met microvezeldoek proWIN „hoogglansmagic". www.prowin.net
6.2 Beweeglijke beslagdelen
Bewegende beslagdelen要去en een keer perJAar wordengeolied of ingevet.Gebruik enkel zuurvrije olie of vaseline.
6.3 Deurscharnieren
OPGELET
Smering van de deurscharieren
Smeer verborgen liggende deurscharnieren uiterlijk na 50.000 sluitingen
Opliggende deurscharnieren zijn onderhoudsvrij.
Smeer deze nooit.
6.4 Cilinders
Voor het onderhoud van de sluitcilinder zijn uitsluitend speciale onderhoudssprays voor cilinders toegelaten. Gebruik in geen geval ggrafiethoudende middelen.
7 Demontage en verwijdering
De demontage van de aluminium voordeur vindt in de omgekeerde volgorde van de montage plaat.
Voor een correcte afvoer要去 de aluminium voordeur na de verwijdering in losse onderdelen worden gedemonteerd en als afval worden verwijderd volgens deplaatselijke, voorgeschreven voorschriften.
8 Reserveonderdelen
Wij wijzen u er met nadruk op, dat uitsluitend de originele wisselstukken getest en goedgekeurd zich.
In combinatie met once sloten H5 / H9 / S5 / S7 können de volgende cilinders worden gebruikt:
Knopcilinder
- Cylinder met / zonder vrijloopfunctie
- Cylinder met / zonderood- en gevarenfunctie
Bij gebruik van andere sloten, zoals bijv. schakelsloten met paniekfunctie, moet de correcte functie in combinatie met de gewenste cilinder van tevoren worden gecontroleerd en vastgesteld.
Indices
Dbepb6okobimnemeHtOM

DbepbOTkpbbAeTcBHyTpB
