CS 5200 - Koffiemachine AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 5200 AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.
| Producttype | Volautomatische koffiemachine met bonenmaler |
| Merk | AEG-Electrolux |
| Model | CS 5200 (ook ECS5000, ECS5200) |
| Elektrische voeding | 220-240 V ~ 50/60 Hz, 1350 W |
| Capaciteit waterreservoir | 1,8 liter (verwijderbaar) |
| Inhoud bonencontainer | Ongeveer 250 g gebrande koffiebonen |
| Soort koffiebonen | Gebrande koffiebonen (niet ingevroren, niet gekarameliseerd) en gemalen koffie |
| Belangrijkste functies | Koffiebonen (1 of 2 kopjes), gemalen koffie, heet water, stoom voor cappuccino/schuimende melk |
| Instellingen | Maaalhoeveelheid (licht, normaal, sterk), koffiehoeveelheid (sterk, normaal, lang), maalgraad (instelbare molen), waterhardheid (4 niveaus) |
| Cappuccinopijpje | Verwijderbaar met sproeikop, voor het opschuimen van melk |
| Onderhoud | Automatisch ontkalken met indicatielampje, reiniging verwijderbare zetgroep, automatisch spoelen, legen van prulbak (14 enkele koffies) |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling na 3 uur, brandwondenbescherming (pijpje, koffie-uitloop), kinderveiligheid |
| Afmetingen (B x D x H) bij benadering | 28 x 45 x 35 cm |
| Gewicht bij benadering | 10 kg |
Veelgestelde vragen - CS 5200 AEG-ELECTROLUX
Gebruikersvragen over CS 5200 AEG-ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koffiemachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 5200 - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 5200 van het merk AEG-ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 5200 AEG-ELECTROLUX
Open the service door (Fig. 15).
D
wij verzoeken u deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen. Let vooral op de veiligheidsaanwijzingen! Bewaar de gebruiksaanwijzing om deze later te raadplegen en geef hem aan eventuele latere eigenaars van het apparaat door.
Inhoud
1 Legenda 134
1.1 Vooraanzicht (afb. 1) 134
1.2 Vooraanzicht met open servicedeurtje (afb. 2) 134
1.3 Bedieningspaneel (afb. 3) 134
2 Veiligheidsvoorschriften 135
3 Eerste ingebruikneming 136
3.1 Apparaat opstellen en aansluiten 136
3.2 Met water vullen 137
3.3 Koffiebonenreservoir vullen 137
3.4 Eerste keer inschakelen 137
4 Koffie zetten met bonen 138
5 Instellen van het maalmechanisme
140
6 Koffie zetten met voorgemalen koffie
140
7 Heet water maken
141
8 Melk opschuimen
141
8.1 Melkopschuimer reinigen
142
9 Reiniging en onderhoud 142
9.1 Reinigen van de koffiemachine 143
9.2 Koffiedikreservoir legen 143
9.3 Reinigen van de koffiezeteenheid 143
9.4 Ontkalking 144
9.5 Waterhardheid instellen 145
10 Betekenis van de normale controlelampjes 146
11 Betekenis van de alarmlampjes en wat te doen als ze gaan branden 146
12 Problemen die opgelost kunnen worden voordat u de klantendienst belt 148
14 Afvalverwerking 150
15 Service 150








NL
1 Legenda
i Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volautomatische koffiemachines van de modellen ECS5000 en ECS5200. Beide machines worden op dezelfde manier bediend.
In afbeelding 1 en afbeelding 2 zijn de twee modellen te zien. In alle andere afbeeldingen wordt model ECS5200 gebruikt.
1.1 Vooraanzicht (afb. 1)
A Warmhoudplaat voor kopjes
B Stoomdraaiknop
C Stoompijpje
D Melkopschuimer
E Melkopschuimer (afneembaar)
F Melkopschuimmondstuk (afneembaar)
G Knop om servicedeurtje te openen
H Watertank (uitneembaar)
J Afdruipbakje (afneembaar)
K Afdruiprooster
L In de hoogte verstelbare koffieuitloop
M Bedieningspaneel (zie afbeelding 3)
N Deksel voor koffiebonenreservoir
O Deksel voor koffiebonenreservoir
1.2 Vooraanzicht met open servicedeurtje (afb. 2)
P Maatlepel voor de voorgemalen koffie
Q Vak voor de maatlepel
R Vulschacht voor de voorgemalen koffie
S Servicedeurtje
T Uittrekbaar koffiedikreservoir
U Zwenkvak
V Koffiezeteenheid
W Draaiknop voor het instellen van de maalgraad
X Koffiebonenreservoir
Y Typeplaatje (onderkant van het apparaat)
Z Vloeibaar ontkalkingsmiddel en teststrookje
1.3 Bedieningspaneel (afb. 3)
a Draaiknop hoeveelheid koffie (weinig, normaal of veel)
b Draaiknop hoeveelheid gemalen koffie (voor milde, normale of sterke koffie)
c Bereidingstoets voor één kopje
d Bereidingstoets voor twee kopjes
e AAN/UIT-toets van de koffiemachine
f Keuzetoets functie „Stoom“
g Toets voor selectie van gemalen koffie (uitschakelen van het maalmechanisme)
j Controlelampje 1 kopje en koffietemperatuur OK
k Controlelampje 2 kopje en koffietemperatuur OK
I Controlelampje stoom en stoomtemperatuur OK
m Controlelampje selectie gemalen koffie (maalmechanisme uitgeschakeld)
n Controlelampje „Alarm kalk“
o Controlelampje „Geen water“ of „Watertank niet ingezet“
p Controlelampje „Koffiedikreservoir vol“ of „Koffiedikreservoir niet ingezet“
q Controlelampje „Algemeen alarm“
2 Veiligheidsvoorschriften

De veiligheid van dit apparaat voldoet aan de officiële regels der techniek en de wet in het kader van veilige apparaten. Toch voelen wij ons als fabrikant verplicht u op de volgende veiligheidsvoorschriften te wijzen.
Algemene veiligheid
- Het apparaat mag alleen worden aangesloten aan een stroomnet waarvan spanning, stroomtype en frequentie overeenkomen met de specificaties op het typeplaatje (zie onderkant van het apparaat)!
- Het snoer nooit met hete onderdelen van het apparaat in contact laten komen.
- De stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken!
-
Het apparaat niet in gebruik nemen als:
-
het snoer beschadigd is
- de ommanteling zichtbare schade vertoont.
- Dit apparaat is niet geschikt voor personen (ook kinderen) met een lichamelijke, sensorische of geestelijke handicap of met gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij het gebruik van het apparaat eerst hebben geleerd onder toezicht of met instructie van een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is.
Veiligheid van kinderen
- Laat het apparaat niet zonder toe-zicht lopen en voorkom vooral dat kinderen letsel oplopen!
- Let op dat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Verpakkingsmateriaal, zoals plastic zakken, horen niet in de handen van kinderen.
Veiligheid tijdens het gebruik
- Attentie! Koffieuitloop, melkopschui- mer en warmhoudplaat voor kopjes worden tijdens het gebruik heet. Houd kinderen uit de buurt!
- Attentie! Verbrandingsgevaar als de melkopschuimer geactiveerd is! Uitstromend heet water of hete stoom kan tot brandwonden leiden. Activeer de melkopschuimer alleen als u er een kopje of bakje onder houdt.
- Geen ontvlambare vloeistoffen met stoom verhitten!
- Het apparaat alleen gebruiken als er zich water in het systeem bevindt! Alleen koud water in de watertank doen, geen heet water, melk of andere vloeistoffen. Neem de max. vulhoeveelheid van ca. 1,8 liter in acht.
- Geen bevoren of gekarameliseerde koffiebonen in het bonenreservoir doen, alleen gebrande koffiebonen! Verwijder vreemde elementen, zoals steentjes, uit de koffiebonen. Blokke-ring of beschadiging veroorzaakt door vreemde elementen in het maal-mechanisme vallen eventueel niet onder de garantie.
- Alleen gemalen koffie in de vulschacht voor voorgemalen koffie doen.
- Apparaat niet onnodig ingeschakeld laten.
- Apparaat niet blootstellen aan weersinvloeden.
- Bij gebruik van een verlengsnoer alleen een normaal snoer met een geleider-doorsnede van minstens 1,5 mm2 gebruiken.
- Personen met motorische storingen mogen het apparaat nooit zonder begeleidende persoon gebruiken, om risico's te voorkomen.
- Het apparaat alleen gebruiken als het afdruipbakje, het koffiedikreservoir en het afdruiprooster ingezet zijn!
NL
Veiligheid bij reiniging en verzorging
- Reinigings- en ontkalkingsinstructies in acht nemen.
- Voor onderhoud of reiniging apparaat uitschakelen en stekker uit het stop-contact trekken!
- Apparaat niet in water onderdompelen.
- De melkopschuimer alleen schoonma- ken als er geen druk is en het apparaat koud en uitgeschakeld is!
- Onderdelen van het apparaat niet in de vaatwasmachine wassen.
- Nooit water in het maalmechanisme doen; daardoor wordt het maalmechanisme beschadigd.
Het apparaat niet open maken en niet repareren. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
Bij een evt. noodzakelijke reparatie of vervanging van het snoer dient contact te worden opgenomen met
- de winkel waar u het apparaat hebt gekocht of
- de servicelijn van Electrolux. Als het toestel verkeerd wordt gebruikt of bediend, kunnen wij niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die hieruit voortvloeit; dit geldt ook voor schade die ontstaat doordat het ontkalkingsprogramma niet onmiddellijk na het knipperen van het controlelampje /volgens de instructies in deze gebruiksaanwijzing wordt uitgevoerd. Blokkering of beschadiging veroorzaakt door vreemde elementen in het maalmechanisme vallen eventueel niet onder de garantie.
3 Eerste ingebruikneming
3.1 Apparaat opstellen en aansluiten
Controleer na het uitpakken of het apparaat onbeschadigd is. Neem in geval van twijfel het apparaat niet in gebruik en neem contact op met een vakkundig persoon.
Zet het apparaat op een werkvlak, ver van waterkranen, gootstenen en warmtebronnen.
! Controleer, nadat het apparaat op een werkvlak is gezet, of er bij de zijwanden en achterwand van het apparaat een vrije ruimte van ongeveer 5 cm is en er boven de koffiemachine een vrije ruimte van minstens 20 cm is.
Installeer het apparaat nooit in een ruimte waar de temperatuur 0°C of minder kan bedragen (indien het water bevriest, kan het apparaat beschadigd worden).
! Controleer of de netspanning overeenkomt met de waarde aangegeven op het typeplaatje van het apparaat. Sluit het apparaat alleen aan een geaard stopcontact met een vermogen van minstens 10 A aan. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele ongevallen die door de afwezigheid van een aardleiding worden veroorzaakt.
Als het stopcontact niet compatibel is met de stekker van het apparaat, laat het dan vakkundig vervangen door een geschikt stopcontact.
Sluit het apparaat aan een stopcontact aan.
Als de koffiemachine de allereerste keer aan het stroomnet wordt aangesloten, gaan alle controlelampjes een paar seconden aan voor een test, daarna gaan alle controlelampjes uit.
Het is aan te bevelen zo snel mogelijk de hardheid van het water aan te passen volgens de procedure beschreven in paragraaf 9.5 „Waterhardheid instellen“, pagina 145.
Om vertrouwd te raken met het gebruik van het apparaat moet u de eerste keer de aanwijzingen beschreven in de volgende paragrafen stap voor stap volgen.
3.2 Met water vullen
Controleer elke keer voor het inschakelen of de watertank water bevat en vul hem indien nodig. Het apparaat heeft bij elk inschakel- en uitschakelproces water nodig voor het automatische spoelen.
De watertank eruitnemen (afb. 4), uitspoelen en tot de markeringslijn MAX met vers water vullen. Om de watertank eruit te nemen de melkopschui-mer altijd naar het midden van het apparaat richten, anders kan deze het verwijderen van de tank belemmeren.
! Doe altijd koud water in de watertank. Nooit andere vloeistoffen, zoals mine-raalwater of melk, erin doen.
De watertank weer inzetten en stevig aandrukken.
i Om altijd een aromatische koffie te krijgen moet u:
- het water in de watertank dagelijks verversen,
- de watertank minstens eens per week in normaal afwaswater (niet in de vaatwasmachine) schoonmaken. Vervolgens met schoon water afspoelen.
3.3 Koffiebonenreservoir vullen
De deksel van het koffiebonenreservoir openen (afb. 5).
Het reservoir met koffiebonen vullen.
De deksel sluiten.
! Attentie! Denk eraan dat u alleen zuivere bonen zonder toevoeging van gekarameliseerde of gearomatiseerde bestanddelen en ook geen bevroren bonen mag gebruiken. Vergewis u ervan dat er geen vreemde elementen, zoals steentjes, in het bonenreservoir komen. Blokkering of beschadiging veroorzaakt door vreemde elementen in het maalmechanisme vallen eventueel niet onder de garantie.
i De koffiemachine is in de fabriek getest. Hiervoor is koffie gebruikt, dus het is volkomen normaal als u een beetje koffie in het maalmechanisme aantreft. Deze koffiemachine is in ieder geval gegarandeerd nieuw.
3.4 Eerste keer inschakelen
Als u het apparaat de eerste keer gebruikt, moet de koffiemachine ont-lucht worden.
Controleer of de watertank vol is en of de stekker van het snoer in het stop-contact is gestoken.
Draai de melkopschuimer naar buiten, zet er een kopje onder (afb. 6) en druk op de toets (afb. 7) om de machine in te schakelen.
Onmiddellijk daarna, binnen maximaal 30 seconden, de stoomknop helemaal naar links draaien (afb. 8) (het is volkomen normaal als het apparaat hierbij wat luidruchtig is). Na enkele seconden komt water uit de melkopschuimer.
Als het kopje met circa 30 ml gevuld is, draait u de stoomknop helemaal naar rechts (afb. 8) om de waterafgifte te stoppen.
Wacht tot de controlelampjes ①h niet meer knipperen, maar continu branden. (Het knipperen van de controlelampjes geeft aan dat het apparaat aan het voorverwarmen is; als ze continu branden, betekent dit dat de ideale temperatuur is bereikt om koffie te zetten.) Net vóór de controlelampjes continu branden, voert de koffiemachine automatisch een spoeling uit: er komt wat heet water uit de openingen van de koffieuitloop, dat wordt opgevangen in het eronder aanwezige afdruipbakje.
Tip: Als u sterke koffie wilt zetten (minder dan 60 ml), vul het kopje dan eerst met het hete spoelwater. Laat het water enkele seconden in het kopje (alvorens het leeg te gieten) om het kopje voor te verwarmen. Nu is de koffiemachine klaar voor gebruik.
NL
4 Koffie zetten met bonen
Controleer vóór de koffieafgifte altijd of de controlclampjes en co#t tinu branden en of het koffiebonenreservoir vol is.
Stel met de draaiknop voor hoeveelheid gemalen koffie (afb. 9) de gewenste koffiesmaak in.
Hoe verder u naar rechts draait, des te meer koffiebonen maalt de koffiemachine, waardoor de koffie sterker wordt. Zet bij het eerste gebruik van de koffiemachine als test een aantal koppen koffie om de juiste stand van de draaiknop vast te stellen. Pas op dat u niet te ver naar rechts draait, anders bestaat het risico dat de koffieafgifte te langzaam (druppelsgewijs) plaatsvindt, met name als u twee kopjes tegelijk zet.
Met de draaiknop hoeveelheid koffie (afb. 10) stelt u de gewenste hoeveelheid koffie in.
Hoe verder u naar rechts draait, des te meer koffie wordt er gemaakt. Zet bij het eerste gebruik van de koffiemachine als test een aantal koppen koffie om de juiste stand van de draaiknop vast te stellen.
Zet één of twee kopjes onder de openingen van de koffieuitloop (afb. 11). Om een bijzonder goede crema te krijgen, brengt u de koffieuitloop zo dicht mogelijk bij de kopjes door hem omlaag te brengen (afb. 12).
Om één kop koffie te zetten drukt u op de toets (afb. 13). Om twee koppen koffie te zetten drukt u op de toets (afb 14).
Nu begint de koffiemachine koffiebo- nen te malen, er wordt even voorge- kookt en ten slotte wordt de koffie in het kopje afgegeven.
Zodra de gewenste hoeveelheid koffie afgegeven is, wordt de afgifte automatisch gestopt en wordt het koffiedik in het koffiedikreservoir afgevoerd.
Na enkele seconden, als de twee controlelampjes en wee continu branden, kunt u opnieuw koffie zetten.
Om de koffiemachine uit te zetten, drukt u op de knop ①. Voordat de koffiemachine uitgeschakeld wordt, wordt er automatisch een spoeling uitgevoerd: er komt wat heet water uit de openingen, dat wordt opgevangen in het eronder aanwezige afdruipbakje. Pas op dat u zich niet brandt.) Als u het apparaat niet met de toets ① uitschakelt, schakelt het in ieder geval 3 uur na het laatste gebruik vanzelf uit na eerst een korte spoeling te hebben uitgevoerd.
i Opmerking 1: Als de koffie druppelsgewijs of helemaal niet wordt afgegeven, moet de draaiknop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) één stand naar rechts worden gedraaid (zie hoofdstuk 5 „Instellen van het maalmechanisme“, pagina 140). Draai telkens één stand verder tot er een bevredigende koffieafgifte bereikt is.
De maalgraad mag alleen tijdens het malen veranderd worden. Instellen terwijl het maalmechanisme stilstaat, kan de koffiemachine beschadigen.
Opmerking 2: Als de koffie te snel wordt afgegeven en de crema u niet bevalt, draait u de draaiknop hoeveelheid gemalen koffie (afb. 9) één stand naar rechts. Probeer door een aantal keren koffie te zetten de juiste stand van de draaiknop vast te stellen. Pas op dat u de knop niet te ver naar rechts draait, anders bestaat het risico dat de koffieafgifte te langzaam (druppelsgewijs) plaatsvindt, met name als u twee kopjes tegelijk zet. Als u na enkele koppen nog steeds niet tevreden bent met de crema, draai de knop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) dan één stand naar links (zie hoofdstuk 5 „Instellen van het maalmechanisme“, pagina 140).
i Opmerking 3: Tips voor afgifte van hetere koffie:
1) Als u meteen na het inschakelen van de koffiemachine een sterk kopje (minder dan 60 ml) wilt zetten, gebruik dan het hete water van het spoelproces om de kopjes te verwarmen.
2) Als er echter sinds het zetten van het laatste kopje meer dan 2 of 3 minuten verstreken zijn, moet u de koffiezeteenheid voor het volgende kopje voorverwarmen door op de toets te drukken.
Laat het water dan in het eronder staande afdruipbakje lopen. U kunt dit water gebruiken om het kopje dat u voor de koffie gebruikt voor te verwarmen. In dat geval doct u het hete water gewoon in het kopje (dat u daarna leegt).
3) Gebruik geen te dikke kopjes, ook niet als ze voorverwarmd worden, want die absorberen te veel warmte.
4) Gebruik altijd voorverwarmde kopjes door ze met warm water te spoelen of minstens 20 minuten op de warm-houdplaat op de deksel van de ingeschakelde koffiemachine te zetten.
i Opmerking 4: Opmerking 4: Terwijl het apparaat koffie zet, kan de afgifte op elk moment worden gestopt door op de toets (afb. 13) of de toets (afb. 14) te drukken of door de draai-knop hoeveelheid koffie (afb. 10) tegen de klok in de draaien.
i Opmerking 5: Als u na afloop van de koffieafgifte meer koffie in het kopje wilt hebben, houdt u gewoon de toets (afb. 13) of de toets (afb. 14) ingedrukt tot de gewenste hoeveelheid koffie bereikt is of draait u de knop hoeveelheid koffie (afb. 10) met de klok mee (dit moet gebeuren onmiddellijk nadat de koffie is afgegeven en voordat de verbruikte koffie in het koffiedikreservoir wordt uitgeworpen).
i Opmerking 6: Als het controlelampje continu brandt, moet de watertank gevuld worden. Anders kan er geen
koffie worden gezet. De watertank kan alleen verwijderd worden als de melkopschuimer eerst naar het midden van de machine is gericht. (Het is normaal dat de tank nog wat water bevat wanneer het controlelampje staat branden).
i Opmerking 7: De koffiemachine telt het aantal gezette koppen koffie. Telkens na 14 apart (of 7 paarsgewijs) gezette koppen koffie gaat het contro-lelampje ☑ continu branden om aan te geven dat het koffiedikreservoir vol is en geleegd en gereinigd moet worden (zie 9.2 „Koffiedikreservoir legen“, pagina 143.
i Opmerking 8: Bij het gebruik van de koffiemachine kan het op den duur gebeuren dat het maalmechanisme slijt en de koffie te snel en zonder crema afgegeven wordt omdat de bonen de grof gemalen zijn.
Om deze storing te verhelpen moet de maalgraad van het maalmechanisme opnieuw worden ingesteld. Hiervoor moet de draaiknop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) een stand naar links worden gedraaid (zie hoofdstuk 5 „Instellen van het maalmechanisme“, pagina 140).
i Opmerking 9: Als de koffiemachine lang niet is gebruikt, moet de koffie-zeteenheid gereinigd worden zoals beschreven in par 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143, voordat hij weer wordt gebruikt.
i Opmerking 10: Tijdens de koffieafgifte nooit de watertank weghalen. Als deze eruit genomen wordt, kan de koffiemachine geen koffie meer zetten en begint het controlelampje (geen water) te knipperen. Als u dan probeert nog een kopje te zetten, maakt de koffiemachine veel lawaai en zet geen koffie. Om de koffiemachine weer te starten draait u de stoomknop helemaal naar links en laat u een paar seconden lang water uit de melkop-schuimer lopen.
NL
Als u de koffiemachine de eerste keer in gebruik neemt, moet u minstens 4-5 koppen koffie zetten voordat de machine een bevredigend resultaat levert.
Als er een storing optreedt die wordt aangegeven doordat de betreffende alarmindicatie gaat branden, hoeft u niet meteen contact op te nemen met de technische klantendienst. Het probleem kan bijna altijd verholpen worden als u de instructies in hoofdstuk 11 „Betekenis van de alarmlampjes en wat te doen als ze gaan branden“, pagina 146 en hoofdstuk 12 „Problemen die opgelost kunnen worden voordat u de klantendienst belt“, pagina 148 volgt. Als de instructies niet voldoende zijn om het probleem te verhelpen, neem dat contact op met de klantdienst.
5 Instellen van het maalmechanisme
Omdat het maalmechanisme al in de fabrick voor goede afgifte van koffie is ingesteld, hoeft u dit, althans in het begin, niet zelf te doen.
Als de koffie toch na de eerste kop te snel of te langzaam (druppelsgewijs) wordt afgegeven, kunt u dit corrigeren met de draaiknop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) in het koffiebonenreservoir.
Het effect van deze correctie merkt u echter pas na minstens 2 keer koffie zetten.
De maalgraad mag alleen tijdens het malen veranderd worden. Instellen terwijl het maalmechanisme stilstaat, kan de koffiemachine beschadigen.
Om een langzamere koffieafgifte en een betere crema te krijgen draait u de knop één stand naar links (= koffiebo- nen worden fijner gemalen) (afb. 18).
Om een snellere koffieafgifte te krijgen (niet druppelsgewijs) draait u de knop
één stand naar rechts (= koffiebonen worden grover gemalen) (afb. 18).
i De koffiemachine is in de fabriek getest. Hiervoor is koffie gebruikt, dus het is volkomen normaal als u een beetje koffie in het maalmechanisme aantreft. Deze koffiemachine is in ieder geval gegarandeerd nieuw.
6 Koffie zetten met voorgemalen koffie
Druk op de knop om de functie voorgemalen koffie te selecteren (afb. 19).
Het controlelampje gaat branden om aan te geven dat de functie geselecteerd is en het gebruik van het maalmechanisme uitgeschakeld is.
Til de deksel in het midden op en doe één (voor één kopje) of twee (voor twee kopjes) afgestreken maatlepels voorgemalen koffie in de vulschacht (afb. 20).
Met de draaiknop hoeveelheid koffie (afb. 10) kiest u de instelling van de gewenste hoeveelheid koffie.
Hoe verder u naar rechts draait, des te meer koffie wordt er gemaakt.
Zet een of twee kopjes onder de openingen van de koffieuitloop (afb. 11). Om een bijzonder goede crema te krijgen, brengt u de koffieuitloop zo dicht mogelijk bij de kopjes door hem omlaag te brengen (afb. 12).
Om één kop koffie te zetten drukt u op de toets (afb. 13). Om twee koppen koffie te zetten drukt u op de toets (afb. 14).
[1] Opmerking 1: Doe nooit voorgemalen koffie in de koffiemachine wanneer deze uitgeschakeld is, om te voorkomen dat de koffie verloren gaat en in de machine verspreid wordt.
i Opmerking 2: Gebruik nooit meer dan 2 afgestreken maatlepels koffie, anders zet de koffiemachine geen koffie en gaat de gemalen koffie verloren in de
koffiemachine, waardoor deze vuil wordt of de koffie druppelsgewijs wordt afgegeven.
i Opmerking 3: Gebruik om hoeveelheid gemalen koffie te doseren uitsluitend de bijgeleverde maatlepel.
i Opmerking 4: Doe in de vulschacht alleen voorgemalen koffie voor espressoapparaten: gebruik in geen geval koffiebonen, gevriesdroogde koffie of ander materiaal dat de machine kan beschadigen.
i Opmerking 5: Als bij het vullen meer dan twee maatlepel voorgemalen koffie de vulschacht verstoppen, duw de koffie dan met een mes naar beneden (afb. 21), neem de koffiezeteenheid cruit en reinig deze samen met de koffiemachine zoals beschreven in paragraaf 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143 beschrieben reinigen.
Als u na de koffieafgifte met voorgemalen koffie koffie wilt zetten met koffiebonen, schakelt u de functie voorgemalen koffie uit door op de toets te drukken (het controle-lampje gaat uit en het maalmechanisme is weer bedrijfsklaar).
Lees ook hoofdstuk 4 „Koffie zetten met bonen“, pagina 138, opmerkingen 3 - 7, 9 en 10.
7 Heet water maken
Controleer altijd of de controlelampjes en continu branden.
Draai de melkopschuimer naar de buitenkant van de machine (afb. 6).
Zet een kop of kan onder de melkop-schuimer (afb. 6).
Draai de stoomknop een halve slag naar links tot de aanslag (afb. 8): het hete water loopt uit de melkopschui-mer in de daaronder staande kop of kan.
Om de afgifte van heet water te onderbreken draait u de stoomknop hele-
maal naar rechts (afb. 8) en draait u de melkopschuimer weer in zijn oorspronkelijke stand naar het midden van het apparaat toe. Het is aan te raden niet langer dan 2 minuten heet water te maken.
8 Melk opschuimen
Vul een kop of kan met circa 100 gram melk per kop cappuccino de u wilt maken. Denk er bij het kiezen van de kop of kan aan dat het melkvolume twee- of driemaal zo groot wordt.
Het is aan te bevelen halfvette, koele melk uit de koelkast te gebruiken.
Draai de melkopschuimer naar buiten (afb. 6).
Zet de espresso zoals in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven en gebruik voldoende grote koppen.
Druk dan op de stoomtoets (afb. 22).
Het controlelampje begint te knipperen, hetgeen betekent dat de koffiemachine aan het verwarmen is (de controlelampjes en banden niet, waarmee wordt aangegeven dat er geen koffie kan worden gezet). Zodra het controlelampje continu brandt en niet meer knippert, heeft de temperatuur van de koffiemachine de optimale waarde voor het produceren van stoom heeft bereikt.
Dompel onmiddellijk hierna, binnen twee minuten (anders gaat de machine automatisch terug naar de functie koffie), de melkopschuimer in de kop of kan met melk (afb. 23). Draai de stoomknop dan een halve slag naar links (afb. 8).
Pas op dat u zich niet brandt.
Attentie! Gevaar van verontreiniging door opgedroogde melk in de melkop-schuimer. Let crop dat u de melkop-schuimer niet zo diep in de melk dompelt dat de luchtaanzuigopening aan de bovenkant van de melkopschui-
NL
mer met melk bedekt is. Hierdoor kan er melk in het pijpje gezogen worden, die evt. tot verontreiniging van de melkopschuimer kan leiden.
Uit de melkopschuimer komt de stoom, die de melk opschuimt en deze een romige consistentie geeft. Om een romiger melkschuim te krijgen dompelt u de melkopschuimer in de melk en beweegt u het kannetje langzaam van beneden naar boven. (Het is aan te raden niet langer dan 2 minuten heet water te maken.)
Zodra het gewenste schuim bereikt is, kunt u de stoomafgifte stoppen door de stoomknop helemaal naar rechts te draaien (afb. 8); om de functie "Stoom" uit te schakelen drukt u op de stoomtoets (afb. 22).
Doe het melkschuim in de tevoren met espresso gevulde koppen. De cappuccino is klaar (naar believen suiker toevoegen en eventueel cacao op het schuim strooien).
Aanwijzing: Onmiddellijk na het maken van de cappuccino en het uitzetten van de functie "Stoom" met de stoomtoets (afb. 22) is de temperatuur van de koffiemachine nog te hoog om koffie te zetten (de controlelampjes en kipperen om aan te geven dat de temperatuur niet goed is om weer koffie te zetten). Daarom moet u even wachten voordat u weer koffie zet, om de koffiemachine iets te laten afkoelen.
TIP: Om ervoor te zorgen dat de koffiemachine na het uitschakelen van de functie "Stoom" sneller afkoelt, opent u de stoomdraaiknop en laat u het water uit de melkopschuimer in een bakje lopen tot de controlelampjes □ en □ niet meer knipperen.
8.1 Melkopschuimer reinigen
Het is belangrijk dat de melkopschui- mer na elk gebruik schoongemaakt wordt.
Laat enkele seconden lang wat water of stoom afgeven door de stoomknop helemaal naar links te draaien (afb. 8). Daardoor worden eventuele melkresten uit het stoompijpje verwijderd.
i Belangrijk: Om hygiënische redenen is het aan te raden dit proces elke keer uit te voeren om te voorkomen dat er melk binnen in de melkopschuimer vastkoekt.
Draai de knop helemaal naar rechts. Wacht een paar minuten tot de melkopschuimer afgekoeld is.
Houd met één hand de greep van het stoompijpje vast. Open met uw andere hand de bajonetsluiting van de melkopschuimer door deze iets met de klok mee te draaien. Trek de melkopschui- mer eruit (afb. 24).
Trek het melkopschuimmondstuk naar beneden van het stoompijpje af.
Was de melkopschuimer en het mondstuk met lauw water zorgvuldig af.
Controleer of de twee in afb. 25 met pijlen aangegeven gaatjes niet verstopt zijn. Steek ze indien nodig met een naald door en maak ze schoon.
Monteer het melkopschuimmondstuk weer door het op het stoompijpje te zetten en krachtig omhoog te draaien.
Monteer de melkopschuimer weer door deze omhoog te schuiven en tegen de klok in te draaien (afb. 24).
9 Reiniging en onderhoud
Laat de koffiemachine vóór elke reini- gingsbeurt altijd afkoelen en verbreek de verbinding met het elektriciteitsnet. Dompel de koffiemachine nooit in water: dit is een elektrisch apparaat. Gebruik voor het reinigen van de koffiemachine geen oplos- of schuurmiddelen. Een vochtige, zachte doek is voldoende.
Geen van de componenten van de koffiemachine mag in de vaatwasser afgewassen worden.
9.1 Reinigen van de koffiemachine
Elke keer als het controlelampje continu brandt, moet het koffiedikreservoir gereinigd worden (beschreven in paragraaf 9.2 „Koffiedikreservoir legen“, pagina 143).
Het is aan te bevelen ook de watertank vaak schoon te maken.
Het afdruipbakje is voorzien van een waterpeilmarkering (rood) (afb. 26). Als deze markering zichtbaar wordt (enkele millimeters onder het afdruipbakje), moet het afdruipbakje geleegd en gereinigd worden.
Controleer of de openingen van de koffieuitloop niet verstopt zijn. Voor het schoonmaken daarvan kunt u de opgedroogde koffie met een naald verwijderen (afb. 27).
9.2 Koffiedikreservoir legen
Het apparaat telt het aantal gezette koppen koffie. Na 14 apart (of 7 paars-gewijs) gezette koppen koffie brandt het controlelampje 10m aan te geven dat het koffiedikreservoir vol is en geleegd en gereinigd moet worden. Zolang het koffiedikreservoir niet gereinigd wordt, kan de koffiemachine geen koffie zetten.
Ontgrendel voor het reinigen het servicedcurtje door op de daarvoor bestemde knop te drukken en open het (afb. 15); het controlelampje knippert.
Het afdruipbakje eruit nemen (afb. 16), leeg maken en reinigen.
Maak het koffiedikreservoir zorgvuldig leeg en schoon. Let erop dat alle op de bodem achtergebleven resten verwijderd worden.
Belangrijk: Elke keer als u het afdruipbakje eruit trekt, moet ook het koffiedikreservoir geleegd worden, ook als het niet helemaal vol is. Als dit niet wordt gedaan, kan het de volgende keer bij het koffie zetten gebeuren dat het koffiedikreservoir te vol wordt en het overtollige koffiedik de koffiemachine verstopt.
Als u het apparaat dagelijks gebruikt, maak het reservoir dan ook dagelijks leeg.
Maak het koffiedikreservoir alleen leeg als het apparaat ingeschakeld is. Alleen dan detecteert het apparaat dat het geleegd wordt.
9.3 Reinigen van de koffiezeteenheid
De koffiezeteenheid moet regelmatig een schoonmaakbeurt krijgen om te voorkomen dat er koffieresten in vastkoeken (wat tot storingen kan leiden). Ga voor het reinigen als volgt te werk:
Schakel de koffiemachine met de toets "Aan/uit" (afb. 4) uit (niet de stekker uit het stopcontact trekken) en wacht tot alle controlelampjes uit zijn.
Open het servicedeurtje (afb. 15).
Het afdruipbakje en het koffiedikreservoir eruit nemen (afb. 16) en reinigen.
De twee rode ontgrendelingsknoppen van de koffiezeteenheid opzij en naar het midden tegen elkaar drukken (afbeelding 28) en de koffiezeteenheid eruit trekken.
Attentie: De koffiezeteenheid kan alleen uit de machine worden genomen als deze uitgeschakeld is. Als u probeert de koffiezeteenheid uit de koffiemachine te nemen terwijl deze ingeschakeld is, riskeert u dat het apparaat ernstig beschadigd wordt.
Reinig de koffiezeteenheid onder stromend leidingwater zonder afwasmiddel te gebruiken.
Was de koffiezeteenheid nooit in de vaatwasmachine.
De machine van binnen zorgvuldig reinigen. Krab de vastgekoekte koffieressten in de koffiemachine weg met een houten of plastic vork (afb. 29) en zuig alle resten met een stofzuiger weg (afb. 30).
Om de koffiezeteenheid weer in te zetten (afb. 32, a) deze in de houder (afbeelding 32, b) en de pen (afb. 32, c) schuiven. De pen moet in de buis
NL
(afbeelding 32, d) onder aan de koffie-zeteenheid worden geschoven.
Druk dan stevig op de tekst PUSH (afb. 32,e) tot de koffiezeteenheid hoorbaar vastklikt.
Controleer of de twee rode knoppen (afb. 32, f) naar buiten zijn gekomen, anders kan het deurtje niet gesloten worden.
Afb. 33: de twee rode knoppen zijn correct naar buiten gekomen.
Afb. 34: de twee rode knoppen zijn niet naar buiten gekomen.
i Opmerking 1: Als de koffiezeteenheid niet correct is ingezet, d.w.z. voordat het vastklikken te horen is, en de rode knoppen niet goed naar buiten zijn gekomen, kan het servicedeurtje niet gesloten worden en kan het apparaat niet gebruikt worden (als het ingeschakeld wordt, knippert het controle-lampje △).
i Opmerking 2: Als het inzetten van de koffiezeteenheid moeilijk gaat, moet deze (voor het inzetten) op de juiste grootte worden gebracht, en wel door de koffiezeteenheid tegelijk van onderen en van boven, zoals in afb. 31 weergegeven, stevig samen te drukken.
i Opmerking 3: Als de koffiezeteenheid dan nog steeds moeilijk in te zetten is, probeer het dan niet met geweld, maar sluit het servicedeurtje, trek de stekker van het voedingssnoer uit het stopcontact en steek hem er dan meteen weer in. Wacht tot alle symbolen uit zijn, open dan het servicedeurtje en zet de koffiezeteenheid weer in. Zet het afdruipbakje samen met het koffiedikreservoir weer in het apparaat en sluit het servicedeurtje.
9.4 Ontkalking
Doordat het gebruikte water voor het koffie zetten voortdurend verwarmd wordt, is het normaal dat er zich in de loop van de tijd kalk in de koffiemachine afzet. Zodra het controlelampje begint te knipperen, moet de koffiemachine ontkalkt worden.
i Aanwijzing: Als het controlelampje begint te branden, kan er nog steeds koffie worden gezet. Ga als volgt te werk:
Druk op de toets (afb. 7) om de machine in te schakelen.
Wacht tot de controlelampjes en niet meer knipperen, maar continu branden.
Maak de oplossing zoals aangegeven op de fles van het bijgeleverde ontkalkingsmiddel klaar:. Giet de inhoud van de fles ontkalkingsmiddel (0,125 liter) in de watertank en voeg dat 1 liter water toe.
Attentie: Gebruik in geen geval ontkalkingsmiddelen die niet door Electrolux aanbevolen worden. Bij gebruik van andere ontkalkingsmiddelen aanvaardt Electrolux geen aansprakelijkheid voor eventuele schade. Vloeibaar ontkalkingsmiddel is verkrijgbaar in de vakhandel of via de servicelijn van Electrolux.
Zet een bak met een inhoud van minstens 1,5 liter onder de melkopschui-mer (afb. 6).
Druk op de toets en houd deze minstens 5 seconden ingedrukt. Dan begint het controlelampje branden om aan te geven dat het ontkalkingsprogramma gestart is (de controlelampjes on blijven uit, waarmee wordt aangegeven dat er geen koffie kan worden gezet).
Draai de stoomknop een halve slag maar links (afb. 8). Dan loopt de ont-kalkingsoplossing uit de melkopschui-mer in de daaronder geplaatste bak.
Het ontkalkingsprogramma doorloopt automatisch een serie spoelingen en pauzes om vastgekoekte kalk binnen uit de koffiemachine te verwijderen.
Draai na circa 30 minuten, als het controlelampje gaat branden, de stoomknop een halve slag naar rechts tot de aanslag (afb. 8).
Nu moet er gespoeld worden om de restanten van de ontkalkingsoplossing uit de koffiemachine te verwijderen.
Neem de watertank eruit, spoel hem en vul hem met vers water.
Zet de watertank weer in.
Giet de onder de melkopschuimer geplaatste, met vloeistof gevulde bak leeg en plaats deze weer onder de melkopschuimer.
Draai de stoomknop een halve slag maar links (afb. 8). Er komt heet water uit de melkopschuimer, dat in de eronder geplaatste bak loopt.
Zodra de watertank leeg is, gaat het controlelampje uit en begint het controlelampje te branden.
Draai de stoomknop helemaal naar rechts (afb. 8) en vul de watertank nogmaals met schoon water.
Nu is het ontkalkingsprogramma afgelopen en de koffiemachine is weer gebruiksklaar.
i Aanwijzing: Als het ontkalkingsproces niet volledig wordt uitgevoerd en voortijdig wordt afgebroken, gaat het alarm /nictuit en moet het proces vanaf het begin herhaald worden.
! Belangrijk: als het ontkalken niet volgens de voorschriften wordt uitgevoerd, vervalt de garantie.
9.5 Waterhardheid instellen
Het controlelampje /gaat branden na een gebruikstijd die, rekening houdend met de in het leidingwater aanwezige maximale hoeveelheid kalk, in de fabriek is ingesteld. U kunt de ingestelde gebruikstijd verlengen als u minder vaak een ontkalking wilt uitvoeren. Hiervoor moet de koffiema-
chine aan de hand van het werkelijke kalkgehalte van het gebruikte water worden geprogrammeerd. Gebruik het bijgeleverde teststaafje om de hardheidsstand te bepalen of vraag bij uw watermaatschappij naar de hardheid.
Bepalen van het waterhardheidsniveau
Doop hiervoor het teststrookje ca. 1 seconde in koud water. Schud het overtollige water eraf en bepaal het hardheidsniveau aan de hand van de roze vakjes.

Geen of één vakje roze hardheidsniveau 1, zacht tot 1,24 mmol/l of tot 7° Duitse hardheid of tot 12,6° Franse hardheid

Twee vakjes roze: hardheidsniveau 2, middelhard tot 2,5 mmol/l of tot 14° Duitse hardheid of tot 25,2° Franse hardheid

Drie vakjes roze: hardheidsniveau 3, hard tot 3,7 mmol/l of tot 21° Duitse hardheid of tot 37,8° Franse hardheid

Vier vakjes roze: hardheidsniveau 4, zeer hard meer dan 3,7 mmol/l of meer dan 21° Duitse hardheid of meer dan 37,8° Franse hardheid
Instellen en opslaan van het bepaalde waterhardheidsniveau
U kunt 4 hardheidsniveaus instellen. Het apparaat is in de fabriek op hard-heidsniveau 4 ingesteld.
Controleer of de koffiemachine uitgeschakeld is (alle controlelampjes zijn uit).
Druk op de toets en houd deze minstens 5 seconden ingedrukt. De vier controlelampjes,盲,âng aan branden.
Druk een aantal keren op de toets (afb. 19) tot het aantal brandende controlelampjes gelijk is aan het vastge-
NL
stelde hardheidsniveau (om b.v. hardheidsniveau 3 in te stellen drukt u zo vaak op de toets dat de drie controlelampjes samen branden).
[NO TEXT]
Druk op de toets /ʌnde waarde op te slaan. Nu is het apparaat zo geprogrammeerd dat het aangeeft wanneer er volgens het werkelijke kalkgehalte beslist een ontkalking moet worden uitgevoerd.
Het controlelampje brandt continu
De koffiemachine is ingesteld voor het afgeven van koffie op basis van gemalen koffie (zie par. 6 „Koffie zetten met voorgemalen koffie“, pagina 140).
Het controlelampje /brandt continu
Het automatische ontkalkingsprogramma loopt (zie par. 9.4 „Ontkalking“, pagina 144)
10 Betekenis van de normale controlelampjes
De controlelampjes en knipperen
De koffiemachine is niet bedrijfsklaar (het water heeft nog niet de ideale temperatuur bereikt om koffie te zetten). Begin pas met koffie zetten als alle controlelampjes continu branden.
De controlelampjes en branden continu
De koffiemachine heeft de ideale temperatuur bereikt om koffie te zetten
Het controlelampje Brandt continu
De koffiemachine is een kop koffie aan het afgeven.
Het controlelampje Orandt continu
De koffiemachine is twee koppen koffie aan het afgeven.
Het controlelampje stoom knippert
De koffiemachine wordt verwarmd om de ideale temperatuur te bereiken om stoom te produceren. Wacht tot het controlelampje continu brandt alvo- rens de stoomknop te draaien.
Het controlelampje stoom brandt continu
De koffiemachine is gereed voor stoomafgifte en u kunt de stoomknop draaien.
11 Betekenis van de alarmlampjes en wat te doen als ze gaan branden
Het controlelampje brandt continu
- De watertank is leeg of niet goed ingezet.
De watertank vullen zoals beschreven in par. 3.2 „Met water vullen“, pagina 137, en correct inzetten.
- De watertank is vuil of er hebben zich kalkkorsten in gevormd.
De watertank uitspoclen of ontkalken. Het controlelampje knippert
- De koffiemachine kan geen koffie zetten en maakt veel lawaai.
Draai de stoomknop naar links zoals beschreven in hoofdstuk 4 „Koffie zetten met bonen“, pagina 138, opmerking 10 (Abb. 8).
- De koffie komt te langzaam uit het apparaat.
Draai de draaiknop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) één stand naar rechts (zie hoofdstuk 5 „Instellen van het maalmechanisme“, pagina 140).
Het controlelampje Brandt continu
- Het koffiedikreservoir is vol of niet goed ingezet.
Het koffiedikreservoir legen en zoals beschreven in hoofdstuk 9.2 „Koffiedikreservoir legen“, pagina 143, reinigen en correct inzetten.
- Na het schoonmaken is het koffiedikreservoir niet ingezet.
Het servicedeurtje openen en het koffiedikreservoir inzetten.
Het controlelampje knippert
- De functie is gekozen, maar er is geen gemalen koffie in de vulschacht gedaan.
De gemalen koffie erin doen zoals beschreven in hoofdstuk 6 „Koffie zetten met voorgemalen koffie“, pagina 140.
- Het koffiebonenreservoir bevat geen koffiebonen meer.
Het koffiebonenreservoir met koffie-bonen vullen zoals beschreven in hoofdstuk 3.3 „Koffiebonenreservoir vullen“, pagina 137.
- Als het maalmechanisme veel lawaai maakt, betekent dit dat een klein steentje tussen de koffiebonen het maalmechanisme geblokkeerd heeft.
Neem contact op met de klantendienst. Blokkering of beschadiging veroor- zaakt door vreemde elementen in het maalmechanisme vallen eventueel niet onder de garantie. Het controlelampje /knippert
- Geeft aan dat de koffiemachine verkalkt is.
Het in par. 9.4 „Ontkalking“, pagina 144 beschreven ontkalkingsprogramma moet uitgevoerd worden. De machine maakt een abnormaal geluid en de vier controlelampjes 📁, 📁, ⚠️ 📄 knipperen afwisselend
- Waarschijnlijk hebt u vergeten de koffiezeteenheid na het reinigen weer in de koffiemachine te plaatsen.
Laat het servicedeurtje dicht en zet de koffiezeteenheid niet in. Houd de toetsen 100 ingedrukt tot de vier controlelampjes uitgaan. Pas wanneer alle vier de alarmlampjes uit zijn, kan het servicedeurtje geopend worden en kan de koffiezeteenheid ingezet worden (zie hiervoor par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143).
De controlelampjes en knipperen afwisselend

- De koffiemachine is zojuist ingeschakeld en de koffiezeteenheid is niet correct ingezet, zodat het servicedeurtje niet gesloten kan worden.
Druk op de tekst PUSH op de koffiezeteenheid tot u een klik hoort. Let erop of de twee rode knoppen naar buiten gekomen zijn (par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143). Het servicedeurtje sluiten en op de toets ① drukken.
De controlelampjes 📄 el zijn aan en knipperen

- De koffiemachine is ingeschakeld terwijl de stoomdraaiknop ingeschakeld is.
Draai de stoomknop helemaal naar rechts (afb. 8).
Het controlelampje knippert
- Het servicedeurtje is open.
Als u het servicedeurtje niet kunt sluiten, controleer dan of de koffiezeteenheid correct is ingezet (zie par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143).
Het controlelampje brandt continu en de controlelampjes knipperen
- Waarschijnlijk hebt u vergeten de koffiezeteenheid na het reinigen weer in de koffiemachine te plaatsen.
Zet de koffiezeteenheid in, zie hiervoor par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143.
- De koffiemachine is van binnen zeer vuil.
De koffiemachine reinigen zoals beschreven in par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143.
Het controlelampje knippert
- De vulschacht voor gemalen koffie is verstopt.
De vulschacht met behulp van een mes schoonmaken zoals beschreven in hoofdstuk 6 „Koffie zetten met voorgemalen koffie“, pagina 140, opmerking 5 (Abb. 21).
NL
12 Problemen die opgelost kunnen worden voordat u de klantendienst belt
Als de koffiemachine niet functioneert en er een alarmlampje brandt, kunt u de oorzaak van de storing gemakkelijk vinden en verhelpen door hoofdstuk 11 „Betekenis van de alarmlampjes en wat te doen als ze gaan branden“, pagina 146 te raadplegen. Als er echter geen alarmlampje brandt, voer dan de volgende controles uit voordat u contact opneemt met de klantendienst.
De koffie is niet heet
- De kopjes zijn niet voldoende voorverwarmd.
De kopjes voorverwarmen door ze met heet water te spoelen of minstens 20 minuten op de warmhoudplaat (A) te zetten (zie hoofdstuk 4 „Koffie zetten met bonen", pagina 138, opmerking 3).
- De koffiezeteenheid is te koud.
Voor het koffie zetten de koffiezeteenheid voorverwarmen door op de toets die drukken (zie hoofdstuk 4 „Koffie zetten met bonen“, pagina 138, opmerking 3).
De koffie heeft weinig crema
- De machine gebruikt te weinig koffie voor het zetten.
Draai de knop voor de hoeveelheid gemalen koffie (afb. 9) iets naar rechts (zie hoofdstuk 4 „Koffie zetten met bonen“, pagina 138 opmerking 2).
- De koffie is te grof gemalen.
Draai de knop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) één stand naar links (zie hoofdstuk 5 „Instellen van het maalmechanisme“, pagina 140).
- Het koffiemengsel is niet geschikt.
Gebruik een koffiemengsel dat geschikt is voor volautomatische koffiemachines.
De koffie komt te langzaam uit het apparaat
- De koffie is te fijn gemalen.
Draai de knop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) één stand naar rechts (zie hoofdstuk 5 „Instellen van het maalmechanisme“, pagina 140).
- De machine gebruikt te veel koffie voor het zetten.
Draai de knop voor de hoeveelheid gemalen koffie (afb. 9) iets naar links. De koffie komt te snel uit het apparaat
- De koffie is te grof gemalen.
Draai de knop voor het instellen van de maalgraad (afb. 17) één stand naar links (zie hoofdstuk 5 „Instellen van het maalmechanisme“, pagina 140).
- De machine gebruikt te weinig koffie tijdens het koffie zetten.
Draai de knop voor de hoeveelheid gemalen koffie (afb. 9) iets naar rechts. De koffie komt niet uit beide openingen van de koffieuitloop
Verwijder de opgedroogde koffie met een naald (afb. 27).
Ondanks draaien aan de stoomknop komt er geen stoom uit de melkopschuimer
- De gaatjes van de melkopschuimer en het melkopschuimmondstuk zijn verstopt.
Reinig de gaatjes van de melkopschui- mer en het melkopschuimmondstuk (zie par. 8.1 „Melkopschuimer reinigen“, pagina 142 - afb. 25).
Als er op de toetsen en wordt gedrukt, komt er geen koffie, maar water uit de machine
- De gemalen koffie is misschien vast blijven zitten in de vulschacht.
Verwijder de gemalen koffie die de vul- schacht verstopt met een mes (zie hoofdstuk 6 „Koffie zetten met voor- gemalen koffie“, pagina 140 - opmer- king 5). Reinig dan de koffiezeteenheid en het inwendige van de machine (zie
hiervoor de instructies in par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143).
Als er op de toets Ⓢwordt gedrukt, wordt de machine niet ingeschakeld
- De koffiemachine is niet aan het stroomnet aangesloten.
Controleer of het snoer goed in het stopcontact gestoken is.
De koffiezeteenheid kan niet verwijderd worden om gereinigd te worden
- De koffiemachine is ingeschakeld. De koffiezeteenheid kan alleen uit de machine worden genomen als deze uitgeschakeld is.
Schakel de machine uit (zie par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143).
Attentie: De koffiezeteenheid kan alleen uit de koffiemachine worden genomen als deze uitgeschakeld is. Als u probeert de koffiezeteenheid uit de koffiemachine te nemen terwijl deze ingeschakeld is, riskeert u dat het apparaat ernstig beschadigd wordt.
Er is gemalen koffie gebruikt (in plaats van koffiebonen) en de machine geeft geen koffie
- Er is te veel gemalen koffie in de machine gedaan.
De koffiezeteenheid uit de machine nemen en de machine van binnen zorgvuldig reinigen zoals beschreven in par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid", pagina 143. De procedure herha- len en daarbij maximaal 2 afgestreken maatlepels gemalen koffie gebruiken.
- Er is niet op de toets gedrukt en de machine heeft zowel de voorgemalen koffie als de door het maalmechanisme gemalen koffie gebruikt.
Reinig de machine van binnen zorgvuldig zoals beschreven in par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143. Eerst zoals in hoofdstuk 6 „Koffie zetten met voorgemalen koffie“, pagina 140 beschreven op de toets drukken en de procedure herhalen.
- De gemalen koffie is in de machine gedaan terwijl deze uitgeschakeld was.
De koffiezeteenheid uit de machine nemen en de machine van binnen zorgvuldig reinigen zoals beschreven in par. 9.3 „Reinigen van de koffiezeteenheid“, pagina 143. Herhaal de procedure terwijl de machine ingeschakeld is.
De koffie komt niet uit de openingen van de koffieuitloop, maar opzij uit het servicedeurtje
- De openingen van de koffieuitloop zijn verstopt met opgedroogde koffie.
Steek de gaatjes met een naald door (afb. 27).
- Het zwenkvak aan de binnenkant van het servicedeurtje is geblokkeerd en draait niet.
Het zwenkvak zorgvuldig reinigen, vooral bij de scharnieren, zodat deze beweegbaar blijven.
Wat moet u doen als het apparaat getransporteerd moet worden?
- Originele verpakking als transportbescherming bewaren. Ter bescherming tegen krassen in ieder geval de oorspronkelijke plastic zak gebruiken.
- Apparaat tegen schokken beveiligen. Voor schade tijdens het transport aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
- Watertank en koffiedikreservoir leeg maken.
- Let er ook op waar u het apparaat plaatst, vooral in de winter. Er kan vorstschade ontstaan.
NL
Opgenomen vermogen: 1350 W
15 Service
De originele verpakking inclusief piepschuimdelen beslist bewaren. Om transportschade te voorkomen moet het apparaat veilig verpakt zijn.
CE Dit apparaat voldoet aan de volgende EU richtlijnen:
• Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EC
- EMC-richtlijn 89/336/EEC met toevoeging 92/31/EEC en 93/68/EEC
- De materialen en voorwerpen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen zijn conform de voorschriften van de Europese verordening 1935/2004
14 Afvalverwerking

Verpakkingsmateriaal
De verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het milieu en herbruikbaar. De kunststoffen zijn voorzien van een aanduiding, b.v. >PE<, >PS< enz. Verwijder de verpakkingsmaterialen in overeenstemming met de aanduiding bij de gemeentelijke inzamelplaatsen in de daarvoor bestemde containers.

Oude apparaten
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld, maar naar een plaats moet worden gebracht voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product kunt u het best contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.


Gentile Cliente
f Buton de selectare a functiei de abur