SDMO ALIZE 3000 2800W - Generator

ALIZE 3000 2800W - Generator SDMO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ALIZE 3000 2800W SDMO in PDF-formaat.

📄 164 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice SDMO ALIZE 3000 2800W - page 53
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over ALIZE 3000 2800W SDMO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ALIZE 3000 2800W - SDMO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ALIZE 3000 2800W van het merk SDMO.

GEBRUIKSAANWIJZING ALIZE 3000 2800W SDMO

Inhoudsopgave
1. Voorwoord7. Onderhoudsmethode
2. Algemene beschrijving8. Opslag van het aggregaat
3. Voorbereiding vórán inbedrijfstelling9. Opsporen vankleine storingen
4. Gebruik van het aggregaat10. Karakteristieken
5. Veiligheden (indien aanwezig, zietabel met karakteristieken)11. Sectie van de kabels
6. Onderhoudsprogramma12. EG-conformiteitsverklaring

1. Voorwoord

1.1.Aanbevelingen

Wij danken u voor uw aankoop van een van once stroomaggregaten. Wij raden u aan deze handleiding aandachtig te lezen en de veiligheids-, gebruiks- en onderhoudsvoorschriften van uw stroomaggregaat nauwgezet in ache te nemen.

De informatie van deze handleiding is gebaseerd op de technische gegevens die beschikbaar waren bij het ter perse gaan. Met het oog op de permanente verbetering van de kwaliteit van onsze producten, hun den deze gegevens zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.

1.2. Pictogrammen en plaatjes op de aggregaten met hun betekenis

GevaarGevaar voor elektrische spanningER P31-02A Opgelet, het stroomaggregaat worden geleverd zonder olie. Controler in elk geval het oliepeil alvorens het aggregaat te starten.
A HardingOpgelet, gevaar voor brandwonden
1 - Opgelet, zich de bij het stroomaggregaat geleverde documentationatie 2 - Opgelet, uitstoot van toxische uitaatgassen. Niet gebruiken in een gesloten of slecht verluchtte ruimte. 3 - Leg de motor stil alvorens brandstof bij te vullen
A = Model van aggregaat B = Vermogen van het aggregaat C = Stroomspanning D = Amperage E = Stroomfrequentie F = ArbeidsfactorMADE IN FRANCE CE LWA 99dB (H) SD 6000 E (4) kW : (B) Volts : (C) Amp : (D) Hz : (E) Cos Phi : (F) IP : (G) Masse (Weight) : (J) ISO 8528 - S Classe (J) N° : 10/2004 -- 001 (K)G = Beschermingsniveau H = Geluidsvermogen van het aggregaat I = Gewicht van het aggregaat J = Referentienorm K = Seriennummer

1.3. Instructies en verilgheidsvoorschriften

ALaat het stroomaggregaat nooit werkken zonder dat de beschemkappen terug+zijn aangebracht en alle toegangsdeuren gesloten zijn.
GevaarVerwijder nooit de beschemkappen of open nooit de toegangsdeuren als het stroomaggregaat in werkig is.

1.3.1 Waarschuwingen

In deze handleiding staan heel wat waarschuwingstekens afgebeeld.

!symbool wijst op dreigend levensgevaar en gevaar voor de gezondheid van de bloatgestelde Personen. Niet- naleving van deze instructie kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid en het leven van de bloatgestelde personen.
Gevaar
!symbool trekt de aandacht op de risico's voor het leven en de gezondheid van de blootgestelde Personen. Niet- naleving van deze instructie kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid en het leven van de blootgestelde personen.
Waarschuwing
OpgeletDit symbol Hijst op een desgevallend gevaarlijke situatie. De risico's bij Niet-naleving van de overeenkomstige instructie konnen bestaanuit lichte letsels voor de blootgestelde Personen of beschadiging van andere zaken.

1.3.2 Algemene tips

Een van de essentiële veiligheidsaspecten bestaat in het uitvoeren van periodieke onderhoudsbeurten (zie onderhoudstabel). Probeer nooit reparaties of onderhoudswerkzaamheden zichuit te voeren indien u Niet over de nodige ervaring en/of gereedschap beschikt. Controller bij ontvangst van uw aggregaat of het materiaal zich in goede staat bevindt en of alle elementen van uw bestelling aanwezig+zijn. Behandel het aggregaat voorzichtig en zonder schokken en zorg ervoor dat deplaats waar het aggregaat zal worden opgeslagen of gezruikt op voorhand is klaargemaakt.

WaarschuwingAlvorens het apparaat te gebruiken要去 men weten hoe het onmiddelijk kan worden stoppezet en要去 men alle bediereningen en handelingen onder de knie hebben.

Laat nooit anderen het aggregaat gebruiken zonder dat zij vooraf de nodige instructies hebben gekregen.

Laat nooit een kind het aggregaat aanraken, zichs Niet in stilstand. Vermijd het gebruik van het stroomaggregaat in aanwezigheid van dieren (zenuwachtigheid, schrik etc.).

Start de motor nooit zonder luchtfilter of zonder uitlaufat.

Wissel de positieve en negatieve klemmen van de accu's (indien aanwezig) nooit om bij het aansluiten. En omwisseling kan ernstige schade aan de elektrische uitrusting teweegbrengen.

Dek een stroomaggregaat nooit af met welk materiaal dan ook terwijl het in werkinq is of onmiddelijk nadat het isuitgeschakeld (wacht totdat de motor is afgekoeld).

Bedek het stroomaggregaat nooit met een dunne laag olie als bescherming gegen roest. Sommige conserveringsolien zijn ontvlambaar.

Bovendien is het inademen van sommige oliën gevaarlijk.

Neem in ieder geval deplaatselijke geldende reglementen op het gebruik van stroomaggregaten in acht.

1.3.3 Voorzorgsmaatregelen gegen elektrocutie

Stroomaggregaten worden gebruikt voor het producereren van elektrische stroom. Het aggregaat要去ijdens het gebruik.altijd geaard zich om u te beschermen谈起lektrocutie.
Gevaar

Raak geen losgekoppelde aansluitingen aan of kabels waarvan de isolatie is verwijderd. Neem nooit een stroomaggregaat vast met vouchtige handen of voeten. Stel het materieeel nooit bloat aan vloeistofspatten of aan wee en wind, ofplaats het Niet op een natte vloer. Houd de elektrische kabels en aansluitingen.altijd in goede staat.

Gebruik geen materieel in slechte staat dat tot elektrocutie of beschadiging van de uitrusting kan leiden.

Zorg voor een differentiaalbeveiliging tussen het aggregaat en de apparatuur indien de gebruikte kabel/kabels langer is/zijn dan 1 meter. Deze voorziening moet op maximaal 1 meter van de stopcontacten van het stroomaggregaat zijn geplaatst. Gebruik soepele en stevige kabels, met een rubber mantel, conform IEC 60245-4 of gelijkwaardige kabels. Sluit het stroomaggregaat Niet aan op andere spanningsbronnen, zoals het openbare stroomverdeelnet. In de bijzondere gefallen waar een reserveansluiting op bestaande elektrische netwerken is voorzien, mag deze uitsluitend door een bekwaam elektricien worden uitgevoerd, rekening houdend met de verschillende werkking van de uitrusting naargelang gebruik worden gemaakt van het openbare stroomverdeelnet of het stroomaggregaat.

De beveiliging gegen elektrische schokken worden verzorgd door special voor het aggregaat Voorziene vermogensschakelaars. Indien deze要去en worden verrangen,要去en elementen met identieke nominale waarden en karakteristieken worden gebruikt.

1.3.4 Voorzorgsmaatregelen gegen brand

ΔVerwijder alle ontvlambare of explosieve producten ( benzine, olie, doeken etc.) verwijl het aggregaat in werkung is. De motor mag Niet draaien in omgevingen die explosieve stoffen bevatten, want aangezien Niet alle elektrische en mechanische onderdelen afgeschermd+zijn, hunnen vonden ontstaan. Dek het aggregaat tijdens de werkung of direct daarna nooit af (wacht tot de motor is afgekoeld).
Gevaar

1.3.5 Voorzorgsmaatregelen gegen uitlaatgassen

![]('img_url') GevaarUitlaatgassen bevatten een zeer toxische stof: koolmonoxide. Deze stof kan dodelijk+zijn wanner ze in hoge concentrates报道称 ingeademd. ruik waarom uw aggregaat.altijd in een goed verluchtete ruimte waar de gassen Niet hunnen blijven hangen.

Een goede ventilatie isoodzakelijk voor de goede werking van uw stroomaggregaat. Zonder ventilatie zou de motor nsel oververhitten met ongevallen of beschadiging van het materieel en goederen in de omgeving tot gevolg. Indien erchter het aggregaat binnenin een gebouw moet worden gezrukt, is een aangepaste verluchtingoodzakelijk om koolmonoxidevergiftiging van mens of hier te voorkomen. De uitlaatgassen要去en waar buiten worden afgevoerd.

1.3.6 Tanken

ABrandstof is uitermate ontvlambaar en verspreidt explosieve dampen.
GevaarHet is verboden te roken, zichbij te komen of vonden te veroorzaken tijdens het vullen van de brandstoffank. Tijdens het tanken要去 de motor stilliggen. Veeg alle sporen van brandstof weg met een schone doek.

Plaats het aggregaat alkijd op een effen ondergrond, vlak en horizontaal om te vermijden dat brandstof van de tank op de motor terechtkomt. Olieproducten moeten worden opgeslagen en behandeld overeenkomstig de bepalingen van de wet. Draai de brandstofkraan (indien aanwezig) na elke vulbeurt zich. Vul de tank met behulp van een trechter, zorg ervoor dat geen brandstof worden gemorst en schroef de dop na de vulbeurt terug op de brandstoftank. Vul nooit brandstof bij terwijl het aggregaat in werkung of warm is.

1.3.7 Voorzorgsmaatregelen gegen brandwonden

Waarschuwingk de motor noch de uitlaatdemper nooit aan verwijl het aggregaat in werkung is of onmiddelijk na een stilstand.

Hete olie veroorzaakt brandwonden, en ook contact met de huid is te vermijden. Vergewis u ervan dat het systeem Niet meer onder druk staat alvorens er aan te werken. Start de motor nooit ofaat hem nooit draaien terwijl de olievuldop verwijderd is, wegens het risico op uitspattende olie.

1.3.8 Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de accu's

!Plaats de accu nooit in de buurt van een vlam of vuur Gebruik alleen geïsoleerd gereedschap Gebruik nooit zwavelzuur of aangezuurd water om de elektrolyt bij te vullen.
Gevaar

1.3.9 Bescherming van het milieu

Laat de motorolie bij het aftappen nooit op de grond vloeienaar giet ze in een daartoe voorziene verzamelbak. Vermijd indien möglichk geluidsweerkaatsing door de muren of andere constructies, aangezien dat het geluidsniveau zou verhogen. Indien de demper van uw aggregaat Niet is uitgerust met een vonkenvanger en moet worden gebruikt in bebstede gebieden,ussen struikgewas of op onbewerkte met gras begroeide gronden, dient u zeer voorlichtig te werk te gaan opdat de vonen geen brand zoudenveroorzaken (struikgewas over een tamelijk groe oppervlakte verwijderen op deplaats waar u uw aggregaat wilt opstellen).

1.3.10 Gevaar van draaiende onderdelen

WaarschuwingGa nooit)dicht bij draaiende onderdelen in werkig staan met losse kleren of lange haren zonder beschemnet op het hoofd. Probeer geen draaiende onderdelen in werkig gegen te houden, te vertragen of te blokkeren.

1.3.11 Capaciteit van het stroomaggregaat (overbelasting)

Overschrijd nooit de capacititeit (Ampère en/of Watt) van het nominaal vermogen van het aggregaatijdens werkinq in continu bedrijf. Bereken het vereiste elektrische vermogen van de elektrische apparaten (in Watt of Ampere) alvorens het aggregaat aan te sluiten en in werkinq te stellen. Dit elektrische vermogen staat eveneens vermeld op de identificatieplaat van de lampen, elektrische apparaten, motoren etc. De totale waarde van alle vermogens van de gebruikte apparaten mag terzelfderijd Niet hoger liggen dan het nominale vermogen van het aggregaat.

1.3.12 Voorwaarden voor het gebruik

De vermelde prestaties van de stroomaggregaten worden behaald onder de referentieomstandigheden volgens ISO 3046-1:

+27^, 100m boven zeiniveau, vochtigheidsgraad 60% , of
+20^, 300m boven zeiniveau, vochtigheidsgraad 60% .

De prestaties van de aggregaten worden ongeveer 4% verminderd voor elke temperatuurstijging van 10^ en/of ongeveer 1% voor elke toename van de hoogteligging met 100m .

2. Algemene beschrijving

2.1. Beschrijving van het aggregaat

3. Voorbereiding vór inbedrijfstelling

3.1. Controle van het oliepeil

!troleer het oliepeil van de motor vór iedere start

Zoals voor het bijvullen van olie, moet het aggregaat voor het controlleren van het oliepeil op een effen horizontala oppervlak staan.

1 Verwijder de plug (punt 3, Fig. A) door deze los te draaien.
Controller het peil visuel en vul bij indien nodig.
Vul het oliecarter met behulp van een trechter tot het overstroomt.
4 Draai de plug geheel terug vast in de vulbuis.
Controller of er geenlekken+zijn.
Veeg gemorste olie weg met een schone doeck.

3.2. Controle van het brandstofpeil

Gevaarde motor stil alvorens brandstof bij te tanken en doe dit alleen op een verluchte plaats. ik Niet of maak geen vuur of vonden nabij deplaats waar wordt getankt of nabij de opslagplaats van de brandstof. Gebruik alleen zuivere brandstof die geen water bevat ervul de tank Niet (er mag geen brandstof in de vulpijp staan). trloer na het bijtanken of de tankdop degelijk is gesloten. rs geen brandstofijdens het vullen van de tank. gewis u ervan indien brandstof ward gemorst, dat deze is opgedroogd en de dampen zich verdREVEN alvorens het stroomaggregaat in werkung te stellen.

Controleer het brandstofpeil op de peilmeter (punt 17, fig A) en vul de tank geheel tot de indicate "F":

1 Draai de vuldop (punt. 2, fig. A) van de brandstoftank (punt. 1, fig. A) los.
Vul de tank (punt. 1, fig. A) met behulp van een trechter en let waar bij op dat u geen benzine morst.
3 Draai de vuldop van de brandstoftank terug vast.

3.3. A Harding van het aggregaat

Om het aggregaat met de aarding te verbinden bevestigt u koperdraad van 10mm2 aan de aardingsaansluiting van het aggregaat en aan een gegalvaniseerde stalen aardingspaal die 1 meter diep in de grond zit. Overigens zorgt deze aardingsaansluiting ervoor dat de staatische elektriciteit opgewekt door de elektrische machines worden afgeleid.

3.4. Plaats van gebruik

Plaats het aggregaat op een effen, horizontally en voldoende stevig oppervlak zodate het Niet in de grond zakt (het aggregaat mag in geen geval meer dan 10^ hellen).

Kies een schone en verluchtte plaats met bescherming gegen weer en wind en zorg voor bevoorrading van olie en benzine in de nabijheid van deplaats waar het aggregaat za worden gebruikt, met inachtname van een sekere afstand omwille van de veiligheid.

4. Gebruik van het aggregaat

4.1. Startprocedure

1 Open de benzinekraan door de hendel (punt. 14, fig. A).
Zet de hendel van de choke (punt. 15, fig. A) in de gesloten stand. N.B.: Gebruik de choke Niet als de motor warm is of als het warm waar is.
3 Zet het contact van de motor (punt. 10, fig. A) op "ON" of "I".
Pak de handgreep voor het starten (punt. 13, fig. A) correct beet en trek er langzaam aan tot u een zekere watstand voelt en maar ze daarna waar langzaam teruggaan.
Pak de handgreep voor het starten weer correct beet en trek daarna krachtig en snel aan het touw (trek het indien nodig met 2 handen geheel uit). Laat de handgreep langzaam met de hand teruggaan. Indien de motor Niet is gestart, herhaal deze handeling tot de motor start waar bij u de choke geleidelijk verder opent.
6 Als de motor is gestart, opent u de choke (punt. 15, fig. A) geleidelijk.

4.2.Werking

4.2.1 Werking wisselstroom

Wanner de slelheid van het aggregaat is gestabiliseerd :

1 Controller of de vermogensschakelaar (punt. 16, fig. A) is ingeschakeld.
Steek de mannelijke stekker(s) in de vrouwelijkste stekker(s) van het aggregaat.

4.2.2 Werking gelijkstroom

De 12 V-gelijkstroom is alleen bestemd voor het laden van accu's van auto's.

Δstroomaggregaat要去 stilstaan voordat de elektrische kabels worden aangesloten.
OPGELETbeer de automotor Niet te starten als het stroomaggregaat op de accu is aangesloten.

Sluit de kabels aan op de accuklemen en daarna op de gelijkstroomstopcontacten van het stroomaggiaat, houd u aan de polariteiten (de + van het aggregaat op de + van de accu en de - van het aggregaat op de - van de accu)
2 Start het stroomaggregaat om de accu op te laden.

4.3.Stilleggen

Waarschuwingfs nadat het aggregaat is uitgeschakeld blijf de motor nog warmte afgeven. aggregaat要去 na stilstand nog degelijk worden geventileerd. Zet het contact van de motor op stop "OFF" of "O" om het stroomaggregaat dringend stil te leggen.

Haal de stekkers eraf om de motor gedurende 1 of 2mn leeg te lately draaien.
Zet het contact van de motor (punt 10, fig A) op "OFF" of "O", het stroomaggregaat valt stil.
3 Sluit de brandstofkraan (punt 14, fig. A).

5. Veiligheden (indien aanwezig, zie tabel met karakteristieken)

5.1.Oliebeveiling

Deze beveiliging is bedoeld om beschadiging van de motor te voorkomen door gebrek aan olie in het motorcarter. Zij zorgt ervoor dat de motor automatisch worden uitgeschakeld. Indien de motor stilvalt en Niet更是 start, dient u het oliepeil van de motor te controleren alvorens op zoek te gaan maar andere oorzaken van storingen.

5.2. Vermogensschakelaar

Het elektrisch circuit van het aggregaat is beveiligd door middel van meertere magnetothermieche uitschakelaars, differentiaaluitschakelaars of thermische uitschakelaars. Eventuale overbelasting en/of kortsluiting doe den de distributie van elektrische spanning stilvallen.

6. Onderhoudsprogramma

6.1.Nut van onderhoud

De frequentie van de onderhoudsbeurten worden beschreiben in het onderhoudsprogramma.

Het is darüber de omgeving waarin het stroomaggregaat worden gebruikt dat bepalend is voor dit programma. Als het aggregaat in veeleisende omstandigheden worden gebruikt,要去en de intervallen:tussen onderhoudsbeurten ook korter worden gehonden.

Deze onderhoudsperiodes gelden alleen voor aggregaten die werken met brandstof en olie conform de specificaties in deze handleiding.

6.2. Onderhoudstabel

Voer de onderhoudsbeurten uit bij de eerste van elke vervaldag die worden bereikt ElementBij elk gebruikNa de eerste 20(uur3 maanden of 50(uur6 maanden of 100(uur12 maanden of 300(uur
MotorolieHet peil controleren
Verversen
LuchtfilterControleren
Reinigen● (1)
BrandstofffilterReinigen
VonkenvangerReinigen●(*)
OntstekingsbougieControleren – Reinigen
KlepspelingControleren – Afstellen● (*)
Benzinezeef en -tankReinigen● (*)
Reinigen van het aggregaat
BenzineleidingControleren (ervangen indien nodig)Elke 2 jaren (*)

N.B.: * deze werkzaamheden要去en worden overgelaten aan een van unsere agenten
(1): Onderhoud het luchtfilter frequenter bij gebruik in een stofrijke omgeving.

7. Onderhoudsmethode

7.1. Reinigen van het luchtfilter

GevaarGebruik nooit benzine of oplosmiddel met een laag vlampunt voor het reinigen van het luchtfilterelement, want dat kan resulteren in brand of explosie.

1 Draai de vier schroeven van 10mm los waarmee het afsluitpaneel aan de kant van de starter vastzit en neem dit LASTe af (fig. B).
Maak de twee klemmetjes (punt 1, fig. F) los waarmee het deksel (punt 2, fig. F) van het luchtfilter vastzit, en neem dan het deksel UIT.
Neem het schuimrubber element (punt 3, fig. F)uit. Controller nauwlettend of het geen scheuren of gaten heeft. Vervang het indien het beschadigd is.
Was het element met een afwasmiddel in warm water en spoel dan grondig, ofwel was het in een onbrandaar oplosmiddel met een hoog vlampunt. Laat het element grondig drogen.
Dompel het element in schone motorolie en verwijder het teveel aan olie eruit. De motor zal kort na de start roken indien te veel olie in het schuimrubber is achtergebleven.
Monteer het deksel van het filtertering en zet het goed vast met de klemmetjes.
Monteer het afsluitpaneel terug en zet het goed vast.

7.2. Verversen van de motorolie

Tap de olie af terwijl de motor nog warm is om het carter geheel en snel te lately leeglopen.

1 Draai de vier schroeven van 10 mm los waarmee het afsluitpaneel aan de kant van de uitlaat vastzit en neem dit LASTe af.
2 Verwijder de vuldop (punt 1, fig. C) en de aftapplug (punt 2, fig. C) en vang de olie op in een passende opvangbak.
3 Schroef hierna de aftapplug (punt 2, fig. C) terug vast.
Vul het oliecarter met de aanbevolen olie en controllerer daarna het peil.
5 Plaats de vuldop (punt 1, fig. C) en draai deze vast.
Controleer na het vullen of er geenlekken+zijn.
Veeg alle sporen van olie weg met een schone doeck.
Monteer het paneel aan de kant van de uitlaattering en zet het goed vast.

7.3. Reinigen van het brandstofffilter

!ndstof is een uitermate brandbare stof die in bepaalde omstandigheden kan ontploffen. Rook Niet of maak geen vuur of vonken in de nabijheid.
Gevaartroleer, na het terugplaatsen van het filter, op lekkage en vergewis u ervan dat deplaats wel degelijk droog is alvorens het stroomaggregaat in werkung te stellen.

1 Sluit de brandstofkraan (punt 1, fig. D).
Draai de schroeven los waarmee de afsluitpanelen aan de kant van de uitlaat en aan de kant van de starthendel vastzitten en neem deze LASTe af.
3 Plaats een passende opvangbak onder de carburateur en draai daarna de aftapschroef (punt. 1, fig. E) van de carburateur geheel los.
Open de brandstofkraan (punt 1, fig. D) zodat de tank leegloopt in de opvangbak. Monteer de aftapschroef (punt 1, fig. C) van de carburateur zet deze vast na het aftappen.
Verwijder het bevestigingsklemmetje (punt 3, fig. D) waarmee de aanvoerslang van de brandstof (punt 3, fig. D) vastzit op de kraan (punt 1, fig. D) en maak de slang los.
6 Demonteer de brandstofkraan met zich filter en demonteer en reinig verwolgens het filter (punt 4, fig. D) met lagedruk perslucht.
Monteer het filter (punt 4, fig. D) terug op de brandstofkraan (punt 1, fig. D), monteer verwolgens de brandstofkraan terug en zet deze vast.
Monteer de brandstofslang'erug en zet deze vast met behulp van het klemmetje (punt 3, fig. D).
Vul de tank met een beetje brandstof en open de kraan om te controlleren of er geen lekkage is.
Monteer de afsluitpanelentering en zet deze goed vast.

7.4. Reinigen van het brandstofzeefje

Gevaarndstof is een uitermate brandbare stof die in bepaalde omstandigheden kan ontploffen. Rook Niet of maak geen vuur of vonden in de nabijheid.

1 Draai de dop van de tank (punt 2, fig. A) los.
2 Verwijder het brandstofzeefje (punt 18, fig. A) en was het schoon met oplosmiddel.
3 Plaats het brandstofzeeij in de opening van de tankdop.
4 Plaats de dop terug op de tank.

7.5. Controle van de ontstekingsbougie

1 Draai de vier schroeven van 10 mm los waarmee het afsluitpaneel aan de kant van de uitlaat vastzit en neem dit LASTe af.
Haal de kap van de ontstekingsbougie en gebruik een bougiesleutel om de ontstekingsbougie uit te schroeven.
3 Controller de bougie visuel en goodi ze weg indien de elektronde versleten is of indien de isolator gebarsten of afgeschilferd is. Reinig de bougie met een metaalborstel indien u ze opniew wilt gebruiken.
Meet visuel de elektrodeafstand met behulp van een diktemal. De afstand要去 0,70 - 0,80mm bedragen. Controller of de onderlegring van de bougie in goede staat is en schroef de bougie met de hand in om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
Nadat de bougie is ingeschroefd, ze aanspannen met behulp van een bougiesleutel om de onderlegring samen te drukken. N.B.: Om een neue bougie te monteren, deze na het vastdraaien nog 1/2 draai aanspannen om de onderlegring samen te drukken. Bij het monteren van een oude bougie, deze na het vastdraaien nog 1/8 -1/4 draai aanspannen om de onderlegring samen te drukken.
Monteer het afsluitpaneel aan de kant van de uitlaat terug en zet dit goed vast.

7.6. Controlleren van bouten, moeren en schroeven

Dagelijke nauwgezette controle van alle schroeven isoodzakelijk om incidenten of storingen te voorkomen.

1 Controller het hele aggregaat voor iedere start en na elk gebruik.
2 Span alle schroeven aan waarop speling zou kunnen zitten.

Noot: het aanspannen van de bouten van het motorblok要去 door een specialist worden uitgevoerd. Informeer bij uw regioaal agent.

7.7. Reinigen van het aggregaat

1 Verwijder alle stof en resten rond de uitlaatpot en reinig het aggregaat met behulp van een borstel (wassen met waterstraal is af te raden, en het gebruik van een hogedrukreiniger is verboden).
2 Reinig zorgvuldig de luchtin- en uitgangen maar de motor en alternator.
Controller de algemene toestand van het aggregaat en verrang eventuel defecte onderden.

8. Opslag van het aggregaat

Als stroomaggregaten voor een langereperiode Niet worden gebruikt, moeten bepaalde maatregelen worden genomen om ze in goede staat te bewaren. Vergewis u ervan dat de opslagplaats Niet stofferig of vochtig is. Reinig de buitenkant van het stroomaggregaat en breng een roestbeschemend middel aan.

1 Verwijder de afsluitpanelen aan de kant van de uitlaat en de kant van de trekstarter (schroeven van 10mm
2 Open de brandstofkraan en tap de brandstof af in een passende opvangbak.
3 Tap de carburateur af door de aftapschroef los te draaien. Vang de brandstof op in een passende bak.
4 Ververs de motorolie.
5 Verwijder de bougie en giet ongeveer 15ml olie in de cilinder en monteer de bougie terug.
Monteer de aflsuitpanelen aan de kant van de uitlaat en van de trekstarter terug en zet deze goed vast.
7 Start de motor enkele keren om de olie in de cilinder te verdelen.
Maak het aggregaat schoon en dek de motor af om hem te beschemen gegen stof.
Bewaar het aggregaat op een schone en droge plaats.

  1. Opsporen vankleine storingen
De motor start nichtVermoedelijk oorzakenOplossingen
Aggregaat worden belastijdens het startenVerwijder de belasting
Benzinepeil onvoldoendeVul benzine bij
Brandstofkraan geslotenOpen de kraan
Brandstoffevoer verstopt of lekLaat het systeme repareren
Luchtfilter verstoptReinig het luchtfilter
Knop op "OFF"Zet de knop op "ON"
Bougie defectVervang de bougie
De motor valt stilVermoedelijk oorzakenOplossingen
Ventilateopeningen verstoptReinig de aanzuig- en persbeveiligingen
Overbelasting waarschijnlijkDe belasting controleren
Geen elektrische stroomVermoedelijk oorzakenOplossingen
Vermogensschakelaar ingeschakeldSchakel de vermogensschakelaar in
Vermogensschakelaar defectLaat controleren, repareren of verrangen
Stopcontact defectLaat controleren, repareren of verrangen
Voedingskabel van de apparaten defectVervang de kabel
Alternator defectLaat controleren, repareren of verrangen
Uitschakeling vermogensschakelaarVermoedelijk oorzakenOplossingen
Uitrusting of kabel defectLaat controleren, repareren of verrangen
  1. Karakteristieken
Model:ALIZE 3000
MotortypeHONDA GX 200
Vermogen (W)2800
Gelijkstroom12V / 10A
Wisselstroom230V/12.2A
Type stopcontacten2x10/16A-230V
Schakelaar
Oliebeveiliging
AccuX
Geluidsdrukniveau op 1 m82 dB (A)
Gewicht in kg (zonder brandstof)55
Afmetingen 1 x b x h in cm57x45x46
Aanbevolen olieSAE 15W40
Inhoud van het oliecarter in liter0.6
Aanbevolen brandstofLoodvrije benzine
Inhoud van de brandstoffank in liter12
BougieNGK-BPR6ES / DENSO : W20 EPR-U

:serie O: optie X:onmogelijk

  1. Sectie van de kabels
Geleverde stroomsterkte (A)Lengte van de kabels
0 - 50 meter51 - 100 meter101 - 150 meter
61,5 mm²1,5 mm²2,5 mm²
81,5 mm²2,5 mm²4,0 mm²
102,5 mm²4,0 mm²6,0 mm²
122,5 mm²6,0 mm²10,0 mm²
162,5 mm²10,0 mm²10,0 mm²
184,0 mm²10,0 mm²10,0 mm²
244,0 mm²10,0 mm²16,0 mm²
266,0 mm²16,0 mm²16,0 mm²
286,0 mm²16,0 mm²16,0 mm²

12. EG-conformiteitsverklaring

Naam en adres van de fabrikant

SDMO, 12 bis rue de la Villeneuve, CS 92848, 29228 BREST CEDEX 2

Beschrijving van de uitrusting

ProductStroomaggregaat
MerkSDMO
TypeALIZE 3000
P toegewezen: 2240W

G. Le Gall, bevoegd vertegenwoordiger van de fabrikant, verklaart dat het product in conformiteit is met de volgende Europese richtlijnen:

98/37/EC / Richtlijn machines.

73/23/CEE / Richtlijn laagspanning (gewijzigd door de richtlijn 93/68/CEE)

89/336/CEE / Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit (gewijzigd door de richtlijnen 92/3/CEE1 en 93/68/CEE)

2000/14/CE / Richtlijn met betrekking tot de geluidsproductie in het milieu van apparaten bestemd voor gebruik in de open lucht Voor de richtlijn 2000/14/CE

  • Verwittigd organisme:

CETIM SERVICE DIFFUSION

BP67 F60304-SENLIS

  • Conformiteitsprocedure: Bijlage VI

  • Gegarandeerd geluidsdrukniveau (Lwa) : 95 dBA

Referenties van de gebruikte geharmoniseerde normen

EN12601/EN1679-1/EN 60204-1

03/2006

G. Le Gall

SDMO ALIZE 3000 2800W - EG-conformiteitsverklaring - 1

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SDMO

Model : ALIZE 3000 2800W

Categorie : Generator