Pure - Batterijlader Webasto - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pure Webasto in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Pure Webasto
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pure - Webasto en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pure van het merk Webasto.
GEBRUIKSAANWIJZING Pure Webasto
1.1 Doel van het document.... 221
1.2 Omgang met dit document.... 221
1.3 Reglementair gebruik.... 221
1.4 Gebruik van symbolen en accentueringen.... 221
1.5 Garantie en aansprakelijkheid.... 221
2 Veiligheid....221
2.1 Algemeen....221
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen.... 221
2.3 Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie.... 222
2.4 Veiligheidsaanwijzingen voor de elektrische aansluiting...... 222
2.5 Veiligheidsaanwijzingen voor de inbedrijfname.... 222
3 Apparaatbeschrijving.... 223
3.1 Besturingsleiding (Control Pilot) 223
4 Bediening....223
4.1 Overzicht 223
4.2 Led-indicaties.... 223
4.3 Sleutelschakelaar 224
4.4 Laadproces starten 224
4.5 Laadproces beeindigen....224
5 Transport en opslag.... 224
6 Leveromvang....224
7 Benodigde gereedschappen.... 224
8 Installatie en elektrische aansluiting.... 225
8.1 Eisen aan het installatiegebied.... 225
8.2 Criteria voor de elektrische aansluiting.... 225
8.3 Installatie....226
8.4 De elektrische aansluiting.... 227
8.5 Besturing van werkelijk vermogen 227
8.6 Instelling DIP-schakelaars.... 227
220 OI II Webasto Pure
8.7 Eerste inbedrijfname....228
9 Instellingen....228
9.1 Led-indicatie dimmen.... 228
10 Buitenbedrijfstelling van het product....228
11 Onderhoud, reiniging en reparatie....228
11.1 Onderhoud....228
11.2 Reiniging 228
11.3 Reparatie 228
12 Vervangen van de laadkabel.... 229
13 Verwijdering.... 229
14 Conformiteitsverklaring.... 229
15 Montage.... 229
17 Checklist voor de installatie van het Webasto laadstation. 232
1 Algemeen
1.1 Doel van het document
Deze bedienings- en installatiehandleiding maakt deel uit van het product en bevat informatie voor de gebruiker om het Webasto Pure laadstation veilig te kunnen bedienen en voor de elektricien om het veilig te kunnen installeren.
1.2 Omgang met dit document
Lees de bedienings- en installatiehandleiding vóór de installatie en inbedrijfname van de Webasto Pure.
▶ Bewaar deze handleiding binnen handbereik.
- Geef deze handleiding door aan een volgende eigenaar of gebruiker van het laadstation.
AANWIJZING
We wijzen erop dat voor een vakkundige installatie de installateur een installatieprotocol moet opstellen. Daarnaast verzoeken wij u onze Checklist voor de installatie van het Webasto laadstation in te vullen.
AANWIJZING
Personen met partiele kleurenblindheid hebben ondersteuning nodig bij de toewijzing van alle foutmeldingen.
Het Webasto Pure laadstation is geschikt voor het laden van elektrische en hybride voertuigen conform IEC 61851-1, laadmodus 3. In deze laadmodus zorgt het laadstation voor het volgende:
- de spanning pas wordt ingeschakeld als het voertuig correct is aangesloten;
- de maximale stroomsterkte is afgesteld.
1.4 Gebruik van symbolen en accentueringen
GEVAAR
Het signaalwoord duidt een gevaar met een hoge risico-graad aan dat, als het niet wordt vermeden, de dood of ernstig letsel tot gevolg heeft.
WAARSCHUWING
Het signaalwoord duidt een gevaar met een middelhoge risicograad aan dat, als het niet wordt vermeden, gering of matig letsel tot gevolg kan hebben.
AANWIJZING
Het signaalwoord duidt een technische bijzonderheid aan of (bij veronachtzaming) mogelijke schade aan het product.
√ Voorwaarde voor de volgende handelingsaanwijzing ▶ Handelingsaanwijzing
VOORZICHTIG
Het signaalwoord duidt een gevaar met een lage risico-graad aan dat, als het niet wordt vermeden, gering of ma-tig letsel tot gevolg kan hebben.
1.5 Garantie en aansprakelijkheid
Webasto is niet aansprakelijk voor gebreken en schade die terug te leiden zijn naar de niet-inachtneming van montage- en bedieningshandleidingen. Deze aansprakelijkheidsuitsluiting geldt in het bijzonder voor:
- Ondeskundig gebruik
- Reparaties door een niet door Webasto gemachtigde elektricien
- Gebruik van niet-originele reserveonderdelen
- Verbouwing van het apparaat zonder toestemming
van Webasto. - Installatie en inbedrijfname door ongekwalificeerd personeel (geen elektricien).
- Niet-vakkundige verwijdering na buitenbedrijfstelling
2 Veiligheid
2.1 Algemeen
Het laadstation is conform de relevante veiligheidsbepalingen en milieuvoorschriften ontwikkeld, gefabriceerd, getest en gedocumenteerd. Gebruik het apparaat uitsluitend in een technisch perfecte staat.
Storingen die een nadelige invloed hebben op de veiligheid van personen of het apparaat moeten direct door een elektricien worden verholpen conform de nationaal geldende regels.
AANWIJZING
Het kan voorkomen dat de signalering in het voertuig afwijkt van deze beschrijving. Daarvoor moet altijd de gebruiksaanwijzing van de betreffende voertuigfabrikant worden gelezen en in acht worden genomen.
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen
- Gevaarlijk hoge spanningen in het apparaat.
- Het laadstation heeft geen eigen netschakelaar. De beveiligingsinrichtingen die in het elektriciteitsnet zijn geinstalleerd, dienen ook voor de loskoppeling van het elektriciteitsnet.
Controleer het laadstation voor gebruik op optische schade. Gebruik het laadstation niet als het beschadigd is. - De installatie, elektrische aansluiting en inbedrijfname van het laadstation mogen uitsluitend door een elektricien worden uitgevoerd.
- Verwijder de afdekking van het installatiegebied niet tijdens het gebruik.
Verwijder markeringen, waarschuwingssymbolen en typeplaatje niet van het laadstation.
De laadkabel mag uitsluitend door een elektricien volgens de instructie worden vervangen. - Het is ten strengste verboden om andere apparaten op het laadstation aan te sluiten.
- Als de laadkabel niet wordt gebruikt, bewaar deze dan in de daarvoor bestemde houder en zet de laadkoppeling vast in het laadstation. Leg de laad-kabel losjes om de behuizing, zodat deze de vloer niet raakt.
- Let erop dat de laadkabel en laadkoppeling zijn beschermd tegen overreden worden, ingeklemd raken en andere mechanische risico's.
Als het laadstation, de laadkabel of de laadkoppeling beschadigd is, stel dan direct het servicecenter op de hoogte. Gebruik het laadstation niet meer. Bescherm de laadkabel en -koppeling tegen contact met externe warmtebronnen, water, vuil en chemicaliën.
- Het laadstation Webasto Live telt voor servicedoel- einden de insteekcycli van de laadkoppeling mee, en geeft na 10.000 insteekcycli een aanwijzing in de webinterface dat de steeckcontacten van de laadkoppeling door een elektricien op eventuele slijtage moeten worden gecontroleerd. Bij slijtage- verschijnselen moet de betreffende laadkabel door een elektricien worden vervangen door originele reserveonderdelen van Webasto. - Verleng de laadkabel niet met een verlengkabel of adapter om deze met het voertuig te verbinden. - Verwijder de laadkabel uitsluitend door aan de laadkoppeling te trekken. - Reinig het laadstation nooit met een hogedrukrei- niger of een vergelijkbaar apparaat. - Schakel de elektrische externe voeding uit voordat u de laadstekkerbussen reinigt. - De laadkabel mag tijdens het gebruik niet worden blootgesteld aan trekbelasting. - Zorg ervoor dat uitsluitend personen die deze be- dieningshandleiding hebben gelezen, toegang hebben tot het laadstation.
WAARSCHUWING
- Indien niet in gebruik moet de laadkabel in de daarvoor bedoelde houder worden opgeborgen en moet het laad-koppelingsstuk worden vergrendeld in het externe dock. Wikkel de laadkabel losjes rond het externe dock en zorg ervoor dat de kabel niet de grond aanraakt. - U moet ervoor zorgen dat er niet over de laadkabel en het koppelingsstuk kan worden gereden, dat deze niet klem komen te zitten en dat deze worden beschermd tegen alle andere gevaren.
2.3 Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie
- Neem de plaatselijke wettelijke eisen die worden gesteld aan elektrische installaties, brandbeveiliging, veiligheidsbepalingen en vluchtwegen op de geplande installatielocatie in acht. - Gebruik uitsluitend het meegeleverde montagemateriaal.
- Neem bij geopend apparaat vakkundige voorzorgsmaatregelen m.b.t. ESD-bescherming, om elektrostatische ontladingen te vermijden. - Draag bij het hanteren van elektrostatisch gevoelige printplaten geaarde antistatische armbanden en neem de vakkundige ESD-voorzorgsmaatregelen in acht. Armbanden mogen alleen bij het monteren en aansluiten van de laadeenheid worden gedragen. Armbanden mogen nooit bij een spanningvoerende Webasto Pure worden gedragen. - Elektriciens moeten tijdens de installatie van de Webasto Pure vakkundig geaard zijn. - Installeer de Webasto Pure niet in een potentieel explosieve omgeving (Ex zone). - Installeer de Webasto Pure zodanig dat de laadkabel geen doorgang blokkeert of belemmert. - Installeer de Webasto Pure niet in omgevingen met ammoniak of ammoniakhoudende lucht. - Installeer de Webasto Pure niet op een plek waar deze kan worden beschadigd door vallende voorwerpen. - De Webasto Pure is geschikt voor het gebruik in binnen- en buitenruimtes. - Installeer de Webasto Pure niet in de buurt van installaties die water sproeien, bijvoorbeeld auto-wasstraten, hogedrukreinigers of tuinslangen. - Bescherm de Webasto Pure tegen beschadiging door vorst, hagei en dergelijke. Wij willen hierbij wijzen op onze IP-beschermingsklasse (IP54). - De Webasto Pure is geschikt voor gebruik op plekken zonder toegangsbepierking. - Bescherm de Webasto Pure tegen direct zonlicht. Bij hoge temperaturen kan de laadstroom worden verminderd of kan het laadproces zelfs volledig worden onderbroken. De bedrijfstemperatuur bedraagt -30 °C tot +55 °C. - Kies de installatielocatie van de Webasto Pure zodanig dat onbedoeld aanrijden door voertuigen uitgesloten is. Als beschadigingen niet kunnen worden uitgesloten, moeten er beschermende maatregelen worden getroffen.
- Neem de Webasto Pure niet in bedrijf als deze tijdens de installatie is beschadigd; het apparaat moet worden vervangen.
2.4 Veiligheidsaanwijzingen voor de elektrische aansluiting
WAARSCHUWING
- U dient rekening te houden met de nationale wettelijke eisen die worden gesteld aan elektrische installaties, brandbeveiliging, veiligheidsbepalingen en vluchtwegen op de geplande installatielocatie. Neem de telkens geldende, nationale installatievoorschriften in acht.
- Elk laadstation moet door een eigen aardlekschakelaar en installatieautomaat in de aansluitinstallatie worden beschermd. Zie Eisen aan de installatielocatie.
- Zorg ervoor dat de elektrische aansluitingen spanningsvrij zijn voordat het laadstation op de elektriciteit wordt aangesloten.
- Sluit bij de eerste inbedrijfname van het laadstation nog geen voertuig aan.
- Zorg ervoor dat de juiste aansluitkabel voor de aansluiting op het elektriciteitsnet wordt gebruikt.
- Laat het laadstation niet zonder toezicht als de installatieafdekking is geopend.
- Wijzig de instelling van de DIP-schakelaars alleen als het apparaat is uitgeschakeld.
- Neem eventuele aanmeldingen bij de netbeheerder in acht.
2.5 Veiligheidsaanwijzingen voor de inbedrijfname
WAARSCHUWING
- De inbedrijfname van het laadstation mag uitsluitend door een elektricien worden uitgevoerd.
- De correcte aansluiting van het laadstation moet voor de inbedrijfname door de elektricien worden gecontroleerd.
Controleer de laadkabel, laadkoppeling en het laadstation vóór de inbedrijfname van het laadstation op optische beschadigingen. Het is niet toegestaan om een beschadigd laadstation of een laadstation met beschadigde laadkabel/laadkoppeling in gebruik te nemen.
3 Apparaatbeschrijving
Afb.1
Bij het in deze bedienings- en installatiehandleiding beschreven laadstation gaat het om de Webasto Pure. De precieze apparaatbeschrijving overeenkomstig het materiaalnummer, dat bestaat uit zeven cijfers en een letter, is op het typeplaatje van het laadstation vermeld.
3.1 Besturingsleiding (Control Pilot)
Afb.2
In de laadkabel bevindt zich naast de energieleidingen ook een dataleiding die als CP (Control Pilot)-leiding wordt aangeduid. Deze leiding (zwart-wit) wordt op de aansluiting CP in de push-in-klem geplaatst. Het betreft de montage van de originele laadkabel en ook de vervanging van de laadkabel.
4 Bediening
4.1 Overzicht
Afb.3
Legenda
1 Led-indicatie 4 Sleutelschakelaar, toe- gankelijk vanaf de on- derkant
2 Houder voor de laadka- 5 Installatieafdekking bel
3 Houder van de laadkoppeling
4.2 Led-indicaties
4.2.1 Led-bedrijfsindicatie
Afb.4
| Bedrijfsindicatie | Beschrijving |
| N1 | De led brandt niet:het laadstation is uit. |
| N2 | Het witte looplicht gaat omhoog / omlaag:het laadstation wordt opgestart. |
| N3 | De led brandt continu groen:Het laadstation staat in stand-by. |
| N4 | De led knippert blauw:het laadstation wordt gebruikt, het voertuiglaadt op. |
| N5 | Het blauwe looplicht gaat omhoog / omlaag:de laadkoppeling op het voertuig aangesloten, het laadproces onderbroken. |
| N6 | Het groene looplicht gaat omhoog / omlaag:het laadstation is in bedrijf, maar is via de sleutelschakelaar geblokkeerd. |
| N7 | Het oranje looplicht gaat omhoog / omlaag:het laadproces door netbeheerder onderbroken. |
4.2.2 Led-foutindicatie
Afb.5
| Foutindicatie | Beschrijving |
| F1 | De led brandt groen, geel knippert erdoor-heen: |
| Foutindicatie | Beschrijving |
| het laadstation is erg warm geworden en laadt het voertuig met verminderd vermogen op. Na een afkoelfase zet het laadstation het normale laadproces voort. | |
| F2 | De led brandt continu geel en er klink een akoestisch signaal gedurende 0,5 seconde: te hoge temperatuur.Na een afkoelfase zet het laadstation het normale laadproces voort. |
| F3 | De led brandt groen, rood knippert erdoorheen en er klinkt een akoestisch signaal gedurende 0,5 seconde:er is een installatiefout in de aansluiting van het laadstation, de fasebewaking is actief, het laadstation laadt met verminderd vermogen.► Controle van het draaiveld door een elektricien. Voorwaarde rechtsom draaiend veld. |
| F4 | De led knippert om de 2 seconden gedurende 1 seconde rood en er klinkt een akoestisch signaal gedurende 0,5 seconde. Daarna met pauze van 1 seconde een akoestisch signaal gedurende 5 seconden:het voertuig veroorzaakt een fout.► Sluit het voertuig opnieuw aan |
| F5 | De led knippert in een interval van 0,5 seconde en 3 seconden gedurende 0,5 seconde rood. Er klinkt een akoestisch signaal gedurende 0,5 seconde:de voedingsspanning bevindt zich buiten het geldige bereik van 180 V tot 270 V. Zie details in hoofdstuk 8.3, "Installatie" op pagina 226► Controle door een elektricien. |
| F6 | De led brandt continu rood en er klinkt een akoestisch signaal gedurende 0,5 seconde. Daarna met pauze van 1 seconde een akoestisch signaal gedurende 5 seconden:er is een probleem met de spanningsbewaking of systeembewaking. |
Foutindi- catie
Beschrijving

Gevaar voor een dodelijke elektri-
sche schok
Schakel de elektrische externe voeding naar het laadstation in de installatie uit en beveilig deze tegen inschakelen. Haal daarna pas de laadkabel los van het voertuig.
Neem contact op met de Webasto Charging Hotline. Deze vindt u op onze website www.webasto-charging.com
4.3 Sleutelschakelaar
A##.6
De sleutelschakelaar dient voor de autorisatie en kan 90° worden gedraaid. Draai rechtsom om het laadstation te ontgrendelen. Draai linksom om het laadstation te blokkeren.
AANWIJZING
De sleutel kan er in beide posities uit gehaald worden. Het geblokkeerde laadstation is niet uitgeschakeld, maar bevindt zich in de blokkeer-modus (laden niet mogelijk).
NL
4.4 Laadproces starten
A#7
AANWIJZING
Houd altijd rekening met de voertuigeisen voordat u met het laden van een voertuig begint.
AANWIJZING
Parkeer het voertuig zodanig bij het laadstation dat de laadkabel niet gespannen staat. Zie Afb. 7
Maatregel Beschrijving
▶ Sluit de laadkoppeling op het voertuig aan.
Het laadstation voert systeem- en verbindingstesten uit.
Maatregel Beschrijving
De aanvankelijk groen brandende led-balk begint blauw te knipperen bij het starten van het laadproces. Als het voertuig niet voor laden gereed is (bijv. accu vol), verschijnt er een blauw looplicht.
4.5 Laadproces beëindigen
Het voertuig heeft de laadcyclus automatisch beeindigd:
Maatregel Beschrijving
▶ Maak eventueel de bor- ging op het voertuig los.
▶ Haal de laadkoppeling los van het voertuig.
Zet de laadkoppeling vast in de houder van het laadstation.
Led: blauw looplicht. Het voertuig is verbonden, maar laadt niet.
Als het laadproces niet automatisch door het voertuig wordt beëindigd:
Maatregel Beschrijving
Zet de sleutelschakelaar op de positie "Off".
De laadcyclus wordt onderbroken. De led verandert in groen looplicht. Bedrijfsstatus N6
of:
Beëindig de laadcyclus op het voertuig.
De laadcyclus wordt onderbroken. De led verandert in blauw looplicht. Bedrijfsstatus N5.
5 Transport en opslag
Let bij het transport op het temperatuurbereik voor opslag. Zie Technische gegevens.
Voer het transport uitsluitend uit in een geschikte verpakking.
6 Leveromvang
Leveromvang Aantal
| Laadstation | 1 |
| Laadkabel met laadkoppeling | 1 |
| Installatieset voor de wandbevestiging: | |
| - Plug (8 x 50 mm, Fischer UX R 8) | 4 |
| - Schroef (6 x 70, T25) | 2 |
| - Schroef (6 x 90, T25) | 2 |
| - Sluitring (12 x 6,4 mm, DIN 125-A2) | 4 |
| - Schroef (3 x 20 mm, T10)(2 reserveschroeven) | 2+2 |
| - Wandbevestigingshouder | 1 |
| - Kabelopening, (1 stuk als reserveonder-deel) | 2 |
| Installatiekit laadkabel: | |
| - Spiraalknikbescherming | 1 |
| - Kabelbinder | 1 |
| - Kabelklem | 1 |
| - Schroef (6,5 x 25 mm, T25) voor de be-vestiging van de kabelklem | 2 |
| Bedienings- en installatiehandleiding | 1 |
| Sleutel | 2 |
AANWIJZING
De meegeleverde universele plug UX R 8 van Fischer is een kunststof plug van hoogwaardig nylon. De universele plug spreidt in massief materiaal en vormt een knoop in plaat- en hol materiaal voor een optimale bevestiging.
7 Benodigde gereedschappen
| Beschrijving gereedschap Aantal | |
| Sleufschroevendraaier 0,5 x 3,5 mm | 1 |
| Torx-schroevendraaier Tx25 | 1 |
| Torx-schroevendraaier Tx10 | 1 |
| Draaimomentsleutel (bereik is 5-6 Nm, voor Tx25) | 1 |
| Draaimomentsleutel (bereik is 4-5 Nm, voor steeksleutel SW29) | 1 |
| Boormachine met boortje van 8 mm | 1 |
| Harner | 1 |
| Meetlint | 1 |
| Waterpas | 1 |
| Stripgereedschap | 1 |
| Installatiemeter | 1 |
| EV-simulator met draaiveldindicatie | 1 |
| Ronde vijl | 1 |
| Combinatietang | 1 |
8 Installatie en elektrische aansluiting
GEVAAR
Neem de in hoofdstuk 2, "Veiligheid" op pagina 221 genoemde veiligheidsaanwijzingen in acht.
Voor toegang tot andere documenten, gebruikt u een van de volgende opties:
— The Webasto Dealer Portal (https://dealers.webasto.com)
- The Webasto Service-app
Om de toepassing in de Apple App Store te downloaden, surft u naar https://apps.apple.com/ of scant u de volgende QR-code.
Om de toepassing in de Google Play Store te downloaden, surft u naar https://play.google.com/ of scant u de volgende QR-code.

Voor toegang tot de Webasto Service-app en de technische online-documentatie van Webasto, scant u de QA-code of de streepjescode op uw Webasto-productverpakking.
Onze bedieningsinstructies zijn ook beschikbaar op onze website op www.webasto-charging.com/default/documentation. Alle talen zijn te vinden in het downlo-adportaal op onze website.
AANWIJZING
Het Webasto Pure veiligheidsconcept is gebaseerd op een aardingssysteem dat altijd bij de installatie door een elektricien gewaarborgd moet zijn.
8.1 Eisen aan het installatiegebied
Bij de keuze van de installatielocatie van de Webasto Pure moet rekening worden gehouden met de volgende punten:
- Bij de installatie moet de onderkant van de bijgevoegde montagesjabloon een minimale afstand van 90 cm tot de bodem hebben. (zie Afb. 14)
- Als er meerdere laadstations naast elkaar worden ge- monteerd, moet de afstand tussen de afzonderlijke stations minstens 200 mm bedragen.
- Het montagevlak moet massief en stabiel zijn.
- Het montagevlak moet geheel vlak zijn (max. 1 mm verschil tussen de afzonderlijke montagepunten).
- Het montagevlak mag geen licht ontvlambare stoffen bevatten.
- Een zo kort mogelijke kabelverbinding van het laadstation naar het voertuig.
- Geen risico is dat de laadkabel wordt overreden.
- Mogelijke elektrische aansluitingen van infrastructuur.
-
Geen belemmering van voetpaden en vluchtwegen.
-
Voor een optimale en storingsvrije werking adviseren we een installatielocatie zonder direct zonlicht.
- De gebruikelijke parkeerpositie van het voertuig onder inachtneming van de laadstekkerpositie van het voertuig.
- Inachtneming van lokale bouw- en brandbeveiligingsvoorschriften.
AANWIJZING
De montageafstand tussen de onderkant van het laadstation en de grond moet minstens 0,9 m bedragen.
8.2 Criteria voor de elektrische aansluiting
De in de fabriek geparametreerde, maximale laadstroom is vermeld op het typeplaatje van het laadstation. Met DIP-schakelaars kan de maximale laadstroom worden aangepast aan de waarde van de ingebouwde beveilig- gingsschakelaar.
AANWIJZING
De stroomwaarden van de gekozen beveiligingsinrichtingen mogen in geen geval lager zijn dan de op het typeplaatje van het laadstation vermelde of met de DIP-schakelaar ingestelde stroomwaarde.
Zie hoofdstuk 8.6 Instelling DIP-schakelaars.
Vóór aanvang van de aansluitwerkzaamheden moet een elektricien de voorwaarden voor de installatie van het laadstation controleren.
Neem ook de nationale regelgeving van de autoriteiten en netbeheerders in acht, bijvoorbeeld de meldplicht bij installatie van een laadstation.
AANWIJZING
In enkele landen is het 1-fasige laden op een gedefinieerde stroomsterkte begrensd. We verzoeken u de lokale aansluitomstandigheden in acht te nemen.
De hierna genoemde beveiligingsinrichtingen moeten dusdanig zijn ontworpen dat het laadstation in geval van een fout met alle polen wordt losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Bij de keuze van de beveiligingsinrichtingen zijn de nationale installatievoorschriften en normen van toepassing.
8.2.1 Dimensionering van de aardlekschakelaar In beginsel gelden de nationale installatievoorschriften. Indien daar niet anders is bepaald, moet elk laadstation worden beschermd met een geschikte aardlekschakelaar (RCD type A) met een uitschakelstroom van ≤ 30 mA.
8.2.2 Dimensionering van de installatieautomaat De installatieautomaat (MCB) moet voldoen aan EN 60898. De doorlaatenergie (I²t) mag 80.000 A²s niet overschrijden.
Als alternatief mag ook een combinatie van aardlekschakelaar en installatieautomaat (aardlekautomaat, RCBO) conform EN 61009-1 worden gebruikt. Voor deze aardlekautomaat gelden ook de hiervoor genoemde parameters.
8.2.3 Apparaat voor loskoppeling van het elektriciteitsnet
Het laadstation heeft geen eigen netschakelaar. De beveiligingsinrichtingen die in het elektriciteitsnet zijn geinstalleerd, dienen daarom ook voor de loskoppeling van het elektriciteitsnet.
8.3 Installatie
Zie ook hoofdstuk 15, "Montage" op pagina 229. Het meegeleverde montagemateriaal is bestemd voor de installatie van het laadstation op een gemetselde muur of een betonnen wand. Voor de installatie op de standaard is het montagemateriaal aanwezig in de betreffende leveromvang van de standaard.
√ Leveromvang is gecontroleerd op volledigheid.
▶ Neem de montagepositie op de installatielocatie in acht. Zie Afb. 14.
AANWIJZING
Het middelste gat moet worden geboord!
Haal het boorsjabloon aan de perforatie uit de verpakking.
- Markeer de vier posities van de boorgaten op de installatielocatie met behulp van het boorsjabloon. Zie Afb. 14.
▶ Boor 4 boorgaten met ∅ 8 mm in de gemarkeerde posities.
- Positioneer en monteer de houder met 2 pluggen en 2 schroeven, 6 x 70 mm, T25 via de bovenste boorgaten.
▶ Verwijder de onderste afdekking van het aansluitge-deelte van het laadstation.
Afb. 8
▶ Verwijder de spiraalknikbescherming in het aansluitge- deelte van het laadstation en leg deze bij het resteren- de meegeleverde materiaal.
Bij een opbouwmontage: maak een uitsparing voor het aanleggen van de externe voeding aan de daarvoor bestemde zijdelingse breekpunten aan de achterkant van het laadstation (ontbraam, indien nodig, de breekkanten met behulp van de ronde vijl).
▶ Steek de externe voeding door de daarvoor bestemde doorvoering en plaats het laadstation op de reeds ge- monteerde houder.
Monteer het laadstation met 2 schroeven, 6 x 90 mm, T25 via de bevestigingsgaten in het onderste aansluitgedeelte. Het max. draaimoment van 6 Nm mag niet worden overschreden.
8.3.1 Aansluiting laadkabel
- Schuif de spiraalknikbescherming over de meegeleverde laadkabel met de opening zonder schroefdraad vooraan.
▶ Voer de laadkabel door de voorgemonteerde afdicht-klem.
AANWIJZING
Let erop dat de voorgemonteerde rubber afdichting goed vastzit in de afdichtklem.
▶ Schuif de laadkabel minimaal 10 mm verder dan de bovenkant van het klemgedeelte van de kabelklem.
Draai de knikbeschermingsspiraal met een paar omdraaingen op de afdichtklem.
AANWIJZING
Draai deze nog niet vast.
Afb. 9
▶ Schroef de meegeleverde kabelklem in de correcte positie op de laadkabel.
AANWIJZING
De kabelklem heeft twee positiemogelijkheden voor laad-kabelvarianten 11 kW en 22 kW.
Zorg ervoor dat het opschrift "11 kW installed" naar beneden wijst en niet zichtbaar is bij een 11 kW laadleiding.
Monteer de kabelklem in de correcte montagepositie met de meegeleverde zelfsnijdende torxschroeven (6,5 x 25 mm) en draai deze vast met 5,5 Nm. (Let op: draai de schroeven niet dol).
- De kabelklem moet vlak liggen in vastgeschroefde toestand.
AANWIJZING
Voer een trekcontrole bij de laadkabel uit om te waarborgen dat de laadleiding niet meer beweegt.
▶ Schroef nu de knikbeschermingsspiraal met 4 Nm op de afdichtklem.
Sluit de afzonderlijke leidinguiteinden met behulp van de sleufkopschroevendraaier (3,5 mm) aan op het rechter klemblok met het opschrift "OUT", overeenkomstig het voorbeeld op de afbeelding.
▶ Steek hiervoor de schroevendraaier in de daarvoor bestemde opening van de veerontlasting van het klemblok en open daarmee de klemveer.
▶ Steek nu de afzonderlijke leiding in de daarvoor bestemde aansluitopening van het klemblok (onderste opening).
Laadkabel Beschrijving
| Blauw | N |
| Bruin | L1 |
| Zwart | L2 |
| Grijs | L3 |
| Geel-groen | PE |
| Zwart-wit | Besturingsleiding (CP) |
- Trek vervolgens de schroevendraaier weer uit en voer een trekcontrole uit om er zeker van te zijn dat de afzonderlijke leidingen correct en volledig vastgeklemd zijn.
Sluit de zwart/witte besturingsleiding (CP) aan op de klem (onderste contact A). Zie Afb. 2.
AANWIJZING
Druk het witte veercontact rechts van de aansluiting naar beneden, terwijl u de besturingsleiding volledig invoert.
▶ Voer een trekcontrole uit om er zeker van te zijn dat de leiding correct en volledig is vastgeklemd.
8.4 De elektrische aansluiting
- Controleer en verzeker uzelf ervan dat de externe voeding spanningsvrij is en maatregelen tegen het opnieuw inschakelen zijn genomen.
- Controleer en vervul alle voor de aansluiting noodzakelijke eisen die eerder in deze handleiding zijn genoemd.
Haal de kabeldoorvoertules uit het meegeleverde materiaal.
▶ Schuif de kabeldoonvoertule over de externe voeding. AANWIJZING
Let erop dat de invoerhulp van de tule zich in de geïnstalleerde eindtoestand aan de achterkant van het laadstation bevindt, positioneer deze echter nog niet in de behuizingsdoorvoering.
▶ Verwijder de ommanteling van de externe voeding.
Bij het gebruik van een starre externe voeding buigt u de afzonderlijke leidingen, met inachtneming van de minimale buigradii, dusdanig dat een aansluiting op de klemmen zonder grote mechanische belasting mogelijk wordt.
▶ Verwijder de isolatie van de afzonderlijke leidingen overeenkomstig de weergave. (Aanwijzing: vermijd beschadigingen aan de koperlitze).
Afb. 10
Sluit, overeenkomstig het voorbeeld op de afbeelding, de afzonderlijke leidinguiteinden op het linker klemblok met het opsschrift "Power In" aan met behulp van de sleufkopschroevendraaier (3,5 mm).
AANWIJZING
Let bij het aansluiten op de correcte aansluitingsvolgorde van een rechter draaiveld.
Steek hiervoor de schroevendraaier in de daarvoor bestemde opening van de veerontlasting van het klemblok en open daarmee de klemveer.
▶ Steek nu de afzonderlijke leiding in de daarvoor bestemde aansluitopening van het klemblok (onderste opening).
- Trek vervolgens de schroevendraaier er weer uit en voer een trekcontrole uit om er zeker van te zijn dat de afzonderlijke leidingen correct en volledig vastgeklemd zijn en er geen open koperplekken zichtbaar zijn.
AANWIJZING
Bij meerdere laadstations op een gemeenschappelijk hoofdenergievoorzieningspunt: risico op overbelasting.
Een faserolatie moet worden ingeschakeld en in de aansluitconfiguratie worden aangepast aan het laadstation. Zie online configuratiehandleiding: https://webastocharging.com/documentation.
▶ Steek de gegevensleiding in de daarvoor bestemde aansluiting in het aansluitgedeelte. Zie hoofdstuk 3.1, "Besturingsleiding (Control Pilot)" op pagina 223 en Afb. 2
▶ Verwijder eventuele verontreinigingen zoals isolatie-resten in het aansluitgedeelte.
- Controleer opnieuw of alle leidingen vastzitten in de betreffende klem.
- Positioneer nu de kabeldoorvoertule in de behuizingsdoorvoering.
AANWIJZING
Let erop dat er geen luchtspleten ontstaan tussen de behuizing en kabeldoorvoertule.
8.4.1 De elektrische aansluiting in gedeeld (splitphase) elektriciteitsnet
Aansluitconfiguratie:
| Elektriciteitsnet-leiding Klemblok | |
| L1 | L1 |
| L2 | Neutraal |
DIP-schakelaar configuratie: D6 = 0
AANWIJZING
Met deze aansluitconfiguratie is geen begrenzing van asymmetrische belasting gedefinieerd.
8.5 Besturing van werkelijk vermogen
Zie Afb. 2
De besturing van het werkelijke vermogen volgens de richtlijn conform VDE AR-4100 moet als volgt worden aangesloten.
De twee kabels van de radiobesturingsontvanger - de toewijzing speelt hier geen rol - moeten in deze stekker (positie 3 & 4) worden gevoegd (max. kabeldoorsnede 1,5 mm²).
8.6 Instelling DIP-schakelaars
GEVAAR
Hoge spanningen.
▶ Gevaar voor een dodelijke elektrische schok.
▶ Controleer of er geen spanning aanwezig is.
De elektriciteitsinstellingen van het laadstation worden met DIP-schakelaars geconfigureerd.
Afb. 11
DIP-schakelaar boven/ON = 1
DIP-schakelaar beneden/OFF = 0
DIP-schakelaar fabrieksinstelling: 000111
AANWIJZING
Wijzigingen in de instellingen van de DIP-schakelaars worden pas actief nadat het laadstation opnieuw is opgestart.
De DIP-schakelaars moeten daarbij zo worden geprogrammeerd dat het hierna weergegeven uitgangsvermögen voor de 1- en 3-fasige laadwerking met de gewenste stroomsterktes kan worden ingesteld (D1-D6).
D1 D2 D3 [A] Beschrijving
| 0 | 0 | 0 8 Leveringstoestand | ||
| 0 | 0 | 1 | 10 | |
| 0 | 1 | 0 | 13 | |
| 0 | 1 | 1 | 16 | |
D1 D2 D3 [A] Beschrijving
| 1 | 0 | 0 | 20 | |
| 1 | 0 | 1 | 25 | |
| 1 | 1 | 0 | 32 | |
| 1 | 1 | 1 0 | Demo-modus: laden niet mogelijk | |
D4 0= geen begrenzing van asymmetrische belasting bij 1-fasig laden, 1= begrenzing van asymmetrische belasting op 16A en D1-D3 > 20A (voor CH en AT).
D5 0= geen begrenzing van asymmetrische belasting bij 1-fasig laden, 1= begrenzing van asymmetrische belasting op 20A en D1-D3 > 25A (voor D).
D6 1= TN/TT-elektriciteitsnet, 0= IT-elektriciteitsnet (alleen 1-fasige aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk). Zie hoofdstuk 8.4.1, "De elektrische aansluiting in gedeeld (splitphase) elektriciteitsnet" op pagina 227
8.7 Eerste inbedrijfname
8.7.1 Veiligheidstest
Documenteer de test- en meetresultaten van de eerste inbedrijfname overeenkomstig de geldende installatieregels en normen.
Geldig zijn de lokale bepalingen met betrekking tot gebruik, installatie en milieu.
8.7.2 Startprocedure
▶ Verwijder materiaalresten uit het aansluitgedeelte.
- Controleer vóór het starten of alle schroef- en klem-verbindingen goed vastzitten.
▶ Monteer de onderste afdekking.
▶ Bevestig de onderste afdekking met de montage-schroeven; draai de montageschroeven voorzichtig tot aan de aanslag vast. Zie Afb. 8.
▶ Schakel de netspanning in.
- Startsequentie wordt geactiveerd (duur maximaal 60 seconden).
- Het witte looplicht gaat omhoog / omlaag. Zie Afb. 4 bedrijfsstatus N2.
- Ontgrendel evt. het laadstation met de sleutelschakelaar.
▶ Voer de controle van de eerste inbedrijfname uit en leg de meetwaarden vast in het testrapport. De laad-koppeling dient als meetpunt en een EV-simulator dient als meethulpmiddel. - Simuleer en test de afzonderlijke bedrijfs- en beveiligingsfuncties met de EV-simulator.
▶ Sluit de laadkabel op een voertuig aan.
De led verandert van groen in knipperend blauw.
9 Instellingen
AANWIJZING
Bij de volgende beschrijvingen is het belangrijk dat de stappen binnen een bepaalde lijd worden uitgevoerd. Lees alle stappen daarom door voordat u met de procedure begint.
9.1 Led-indicatie dimmen
Afb. 12
Zie ook Sleutelschakelaar.
√ Het laadstation is gestart.
√ De led-indicatie brandt continu groen.
√ De sleutelschakelaar staat op ON.
√ Er is geen voertuig aangekoppeld.
Zet de sleutelschakelaar van ON op OFF, het groene looplicht begint beneden, wacht tot looplicht weer beneden aankomt.
- Zet de sleutelschakelaar van OFF op ON (binnen 3 seconden op ON)
– Dimmingmodus wordt geopend
De led-indicatie verandert in de kleur blauw en dimt trapsgewijs van maximum naar minimum in een interval van 3 seconden. Na de laagste dimstand springt de led-indicatie weer naar het maximum. De doorloop van de helderheden vindt vijf keer plaats.
▶ Zet de sleutelschakelaar van ON op OFF
√ De dimstand wordt geselecteerd.
AANWIJZING
Bij de levering is de led op max. helderheid ingesteld.
AANWIJZING
De helderheid van de foutkleurtinten kan niet worden gewijzigd.
10 Buitenbedrijfstelling van het product
Laat de buitenbedrijfstelling uitsluitend door een elektricien uitvoeren.
▶ Koppel het laadstation los van het elektriciteitsnet.
▶ Elektrische demontage van het laadstation.
▶ Verwijdering: zie hoofdstuk 13, "Verwijdering" op pagina 229.
11 Onderhoud, reiniging en reparatie
11.1 Onderhoud
Het onderhoud mag alleen door een elektricien en overeenkomstig de lokale bepalingen plaatsvinden.
11.2 Reiniging
GEVAAR
Hoge spanningen.
Gevaar voor een dodelijke elektrische schok. Het laadstation mag niet met een hogedrukreiniger of een vergelijkbaar apparaat worden gereinigd.
▶ Maak de installatie alleen met een droge doek schoon. Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, was of oplosmiddelen.
11.3 Reparatie
Het is verboden het laadstation zelf te repareren.
Webasto behoudt zich het recht voor om reparaties aan het laadstation uit te voeren. De enige toegestane reparaties zijn mogelijk door een elektricien met de door Webasto aangeboden originele reserveonderdelen.
12 Vervangen van de laadkabel
A GE
Gevaar voor een dodelijke elektrische schok.
▶ Schakel de elektrische externe voeding naar het laadstation in de installatie uit en beveilig deze tegen inschakelen.
AANWIJZING
Gebruik alleen originele Webasto onderdelen.
AANWIJZING
Gedurende de tijd dat de Webasto Pure wordt gebruikt, mag de laadkabel maximaal vier keer worden vervangen.
AANWIJZING
De onderdeelnummers vindt u in de Webasto Online Shop: www.webasto-charging.com
Neem bij het vervangen van de laadkabel de bij de reparatieset bijgevoegde installatiehandleiding in acht.
13 Verwijdering

Het symbool van een vuilnisbak met een kruis er- door betekent dat dit elektrische resp. elektroni- sche apparaat aan het einde van de levensduur niet met het huisvuil mag worden weggegooid. Om het apparaat in te leveren, zijn er in de buurt gratis inzamelpunten voor elektrische en elektroni- sche apparaten beschikbaar. De adressen kunt u verkrijgen via uw gemeente. Door elektrische en elektronische apparaten apart in te zamelen, moe- ten hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing van afgedankte apparaten mo- gelijk worden gemaakt. Ook kunnen zo negatieve gevolgen worden voorkomen van gevaarlijke stoff- fen die zich mogelijk in de apparaten bevinden en een bedreiging kunnen vormen voor het milieu en de menselijke gezondheid.
▶ Deponeer de verpakking overeenkomstig de geldende nationale wetgeving in de daarvoor bestemde recyclingcontainer.
14 Conformiteitsverklaring
De Webasto Pure is conform de geldende rechtsvoorschriften van de vastgelegde distributieregio's ontwikkeld, geproduceerd, getest en geleverd. De volledige EU-conformiteitsverklaring kunt u op https://webasto-charging.com/downloaden.
15 Montage
Afb. 13
Afb. 14
| Beschrijving Gegevens | |
| Netspanning [V] 230 / 400 AC | |
| Nominale stroom [A] 8A, 10A, 13A, 16A, 20A, 25A, 32A (1-fasig, 3-fasig), splitphase (L1+L2, zonder N), bij 11 kW variant max. 16A mogelijk | |
| Netfrequentie [Hz] 50 | |
| Netvormen TT / TN (1- en 3-fasig) / IT (1-fasig) | |
| EMC-klasse Storingsemissie: klasse B (huishoudelijke, handels- en lichtindustriële omgevingen)Storingsimmunileit: industriële omgevingen | |
| Overspanningscategorie III conform EN 60664 | |
| Beschermingsklasse I | |
| IP-beschermingsklasse IP54 | |
| Bescherming tegen mechanische impact IK08 | |
| Beveiligingsinrichtingen | Een aardlekschakelaar RCD van type A & installatieautomaat. Zie hoofdstuk 8 Installatie en elektrische aansluiting. |
| Bevestigingswijze Wandmontage en montage op een standaard (vast aangesloten) | |
| Kabeltoevoer Opbouw of inbouw | |
| Aansluitdoorsnede | De aanbevolen minimale doorsnede voor een standaardinstallatie bedraagt afhankelijk van de kabel en het soort installatie: 6 mm ^2 (voor 16 A)10 mm ^2 (voor 32 A) |
| Laadkabel met laadkoppeling | Type 2 conform EN 62196-1 en EN 62196-2 |
| Netaansluitklem Aansluitkabel: | |
| - star (min.-max.) 2,5-10 mm ^2 - flexibel (min.-max.) 2,5-10 mm ^2 - flexibel (min.-max.) met adereindhuls: 2,5-10 mm ^2 | |
| Uitgangsspanning [V] | 230 / 400 AC |
| Max. laadvermogen [kW] | 11 of 22 (afhankelijk van fabrieksconfiguratie) |
| Omgevingstemperatuur [°C] | -30 tot +55 (zonder direct zonlicht) |
| Opslagtemperatuurbereik [°C] | -30 tot +80 |
| Weergave | Led-element |
| Vergrendeling | Sleutelschakelaar voor laadvrijgave |
| Hoogte [m] max. 3000 (boven de zeespiegel) | |
| Toegestane relatieve luchtvochtigheid [%] | 5 tot 95; niet-condenserend |
| Gewicht [kg] | 11 kW4,5 m: 4,6 kg7 m: 5.3 kg |
230 OI II Webasto Pure
| Beschrijving Gegevens | |
| 22 kW4,5 m; 5,7 kg7 m: 6.8 kg | |
| Afmetingen [mm] Zie afbeeldingen in Montage | |
17 Checklist voor de installatie van het Webasto laadstation
| Laadstation Webasto Pure | ||
| Laadvermogen | 11 kW 22 kW | ☐ |
| Serienummer | ||
| Materiaalnummer | ||
| Algemeen: van toepas- | sing / uitgevoerd | |
| De installatie, elektrische aansluiting en inbedrijfname van het laadstation is door een elektricien uitgevoerd. | ☐ | |
| Plaatselijke omstandigheden: | ||
| Het laadstation is niet in een explosieve omgeving geïnstalleerd. | ☐ | |
| Het laadstation is op een plek geïnstalleerd waar het niet kan worden beschadigd door vallende voorwerpen. | ☐ | |
| Het laadstation is overeenkomstig de aanbeveling op een plek geïnstalleerd die tegen de zon is beschermd. | ☐ | |
| Het laadstation is op een plek geïnstalleerd waar wordt voorkomen dat voertuigen er onbedoeld tegenaan rijden en het beschadigen. | ☐ | |
| De wettelijke eisen met betrekking tot elektrische installaties, brandbeveliging, veiligheidsbepalingen en vluchtwegen zijn in acht genomen. | ☐ | |
| De laadkabel en -koppeling zijn beschermd tegen contact met externe warmtebronnen, water, vuil en chemicaliën. | ☐ | |
| De laadkabel en laadkoppeling zijn beschermd tegen overreden worden, ingeklemd raken of andere mechanische risico's. | ☐ | |
| Aan de klant/gebruiker is uitgelegd hoe de Webasto Pure met de beveiligingsinrichtingen van de installatie spanningsvrij wordt geschakeld. | ☐ | |
| Eisen aan het laadstation: | ||
| Bij de installatie is de kabelopening voor de netaansluitkabel en de signaalkabel ingebouwd. | ☐ | |
| De knikbescherming van de laadkabel is op het laadstation bevestigd en de rubber afdichting is correct geplaatst in de knikbescherming. | ☐ | |
| Bij de installatie is de geschikte laadkabel (11 kW of 22 kW) voor het laadstation (conform typeplaatje) aangesloten. De kabelklem voor het waarborgen van de trekontlasting van de laadkabel is gemonteerd. De vastgestelde aandraaimomenten zijn in acht genomen. De laadkabel is conform de handleiding aangesloten. | ☐ | |
| Voordat de afdekking is gesloten, zijn gereedschap en installatieresten verwijderd uit het laadstation. | ☐ | |
| Bij de inbedrijfstelling moeten de lokaal geldende testprotocollen worden opgesteld, waarvan een kopie aan de klant moet worden gegeven. | ☐ | |
| Klant/opdrachtgever: | ||
| Plaats: Handtekening: | ||
| Datum: | ||
| Elektricien/opdrachtnemer: | ||
| Plaats: Handtekening: | ||
| Datum: | ||
Innholdsfortegnelse
1 Generelt....234
1.1 Dokumentets formål 234
1.2 Händtering av dette dokumentel.... 234
Dit is de originele handleiding. De Duitse taal is bindend. Als talen ontbreken, kunnen deze worden aangevraagd. Het telefoonnummer van het betreffende land kunt u vinden op het Webasto Servicepuntenoverzicht of de website van de Webastovestiging in uw land.